RB 12 1 Onderlegger bij rapport
Tekst van het document
De afdracht in het gebiedsfonds bij Windpark N33 bedraagt slechts een fractie (< 1%) van het totaal aan jaarlijkse kosten die de initiatiefnemers maken.67 Conclusies Noordelijke Rekenkamer over aanwijzing en procedures rond komst Windpark N33 Naar haar aanleiding van haar onderzoek trekt de Noordelijke Rekenkamer onder meer de volgende conclusies: 68
z
z
z
z
z
z
3.3. 66 Fiske, A. P., & Tetlock, P. E. (1997). Taboo trade‐offs: reactions to transactions that transgress the spheres of justice. Political psychology, 18(2), 255-297. 67 Noordelijke Rekenkamer (2020), p. 62. 68 Het onderzoek van de Noordelijke trekenkamer had naast Windpark N33 ook betrekking op twee andere initiatieven: Windpark Oostpolder en Zonnepark Vlagtwedde. We benoemen hier alleen de conclusies die (ook) voor Windpark N33 gelden.
Omwonenden hebben nauwelijks een positie bij de aanwijzing van de concentratiegebieden voor windenergie. De provincie houdt zich doorgaans aan de wettelijke minimumvereisten die worden gesteld aan procesparticipatie. In de praktijk hebben omwonenden binnen deze wettelijke procedures weinig mogelijkheden om de besluitvorming te beïnvloeden. Provinciale Staten hebben omwonenden geen gelegenheid geboden de aanwijzing van de concentratiegebieden aan te vechten bij de bestuursrechter. Tegen de aanwijzing van de concentratiegebieden voor grootschalige windenergie stond geen beroep op de rechter open. Provinciale Staten hadden een beroepsmogelijkheid kunnen creëren – door de aangewezen concentratiegebieden te kwalificeren als concrete beleidsbeslissing – maar hebben dat niet gedaan. Gedeputeerde Staten hebben bij de voorbereiding van de strategische ruimtelijke kaders waarin de concentratiegebieden voor grootschalige windenergie zijn vastgelegd, vermeden dat alternatieven voor de locaties in een plan- m.e.r. moesten worden heroverwogen. Initiatiefnemers van wind- en zonneparken hadden goede toegang tot het bevoegd gezag en daardoor veel mogelijkheden om hun belangen over te brengen. Gedeputeerde Staten faciliteerden de initiatiefnemer in het ruimtelijke/vergunningsproces onder andere door te zorgen voor een snelle vergunningverlening.
Omwonenden werden laat bij het proces betrokken en hadden nauwelijks invloed op de inrichting van de wind- en zonneparken.
Duiding bestuurlijke gebeurtenissen en verhoudingen tussen bestuurslagen
In onze diepte-interviews met betrokkenen bij de casus Windpark N33 hebben we gevraagd om de gebeurtenissen in de casus nader te duiden, en daarbij specifiek in te gaan om de onderlinge verhoudingen tussen de diverse bestuurslagen.
38
Deze beschrijven we in paragraaf 3.3. In paragrafen 3.4 en 3.5 gaan we nader in op de sentimenten, incidenten en maatschappelijke onrust in de casus. We hebben gesproken met de volgende betrokkenen69: z
z z z
z z
Adriaan Hoogendoorn, Harry Flap en Wanda van der Zee (burgemeester en ambtenaren gemeente Midden-Groningen). Jan Seton (burgemeester gemeente Borger-Odoorn). William Moorlag, voormalig gedeputeerde provincie Groningen. Lies Zondag en Johan Mulder (actiegroep Stichting Platform Tegenwind N33). Fred van Dijk (politie Noord-Nederland). Martine van Gemert (voormalig projectontwikkelaar windenergie RWE en tussen 2009-2015 betrokken bij project N33).
Duiding door lokaal bestuur van bestuurlijke gebeurtenissen en verhoudingen tussen bestuurslagen In het jaar 2000 heeft de provincie een windpark langs de N33 in het provinciaal omgevingsplan opgenomen. De gemeente Veendam en de toenmalige gemeente Menterwolde hebben volgens geïnterviewden besloten dat ze geen windtribunes in hun gemeente wilden. Desalniettemin leidde de opname in het POP van de N33 als locatie tot allerlei initiatieven. Ontwikkelaars kwamen (in opmaat naar de besluiten) naar gemeenten toe met de boodschap dat ze graag een windpark wilden ontwikkelen. Eén van deze initiatiefnemers was een groep landeigenaars (boeren) die op de aangewezen locatie grond bezitten.
69 Citaten worden in de rapportage gekoppeld aan geïnterviewden, mits het individuele aanvullende inzichten betreft. Citaten over gebeurtenissen of inzichten die door meerdere geïnterviewden zijn genoemd hebben we omwille van de leesbaarheid niet geïndividualiseerd.
“Zij hebben een corporatie opgericht met als doel om daar een windpark te realiseren en wilden een m.e.r. uitvoeren. Beide gemeenten hebben gezegd: ‘Wij willen geen windpark dus doen ook niet mee aan deze procedure en nemen de m.e.r. niet in behandeling’. Daar hebben ze zich uiteindelijk bij neergelegd na veel discussie.’70 In de periode hierna bleef het ogenschijnlijk stil, totdat in 2008 de nieuwe Wet ruimtelijke ordening in werking trad. Deze nieuwe wet bleek kansen te bieden aan initiatiefnemers. Hoe deze wetgeving tot stand is gekomen valt buiten het kader van dit onderzoek, maar lijkt ons voor de bredere discussie over de acceptatie van initiatieven door omwonenden zeer relevant (zie ook Bröring). De geïnterviewden van de gemeente Midden-Groningen lichten toe hoe het proces vanaf dat moment is gegaan. “Toen is de initiatiefgroep van boeren gaan samenwerken met de voorloper van energiebedrijf YARD Energy. Dat is in procedure gebracht, terwijl de gemeenten er niets meer tegen in te brengen hadden. Toen kreeg het Rijk de regie, maar was voornamelijk procedureel bezig. De provincie bemoeide zich sterk met de inhoud van dit plan. De gedeputeerde van de provincie vond dat het park bij Meeden in oostelijke richting uitgebreid zou moeten worden. Hij kwam tot de conclusie dat het windpark zoals dat aanvankelijk was bedacht op een industrieterrein bij Veendam niet haalbaar was.
Dus er moest een alternatieve variant worden uitgewerkt en zo is energiebedrijf RWE erbij betrokken geraakt. Want RWE had grondposities aan de oostkant van het gebied boven Meeden. Dit heeft geleid tot overleg tussen de provincie, het rijk, YARD en RWE en een samenwerking van deze partijen. Toen werd de gemeente geconfronteerd met een groter plan dan het oorspronkelijke plan. Rond die tijd is ook het plan voor de rijkscoördinatieregeling geboren. In eerste instantie was het plan dat een deel door het Rijk en een deel door de provincie
70 Interview burgemeester Hoogendoorn en ambtenaren gemeente Midden-Groningen.
39
zou worden gecoördineerd, maar na juridisch uitzoekwerk bleek dat helemaal door rijks coördinatie te kunnen.”71
open gebied, mensen mogen er nog geen veldschuurtje bouwen, maar ineens worden daar van die grote windturbines neergezet.”73
In de planvorming van Windpark N33 was al sinds het provinciaal omgevingsplan 2000 de relatie tussen gemeenten en provincie ingewikkeld. Echter het plan van de provincie voor een nieuwe variant voor het windpark was een trigger waardoor het verzet verder toenam.
De gemeente kwam hierdoor feitelijk in een positie waarin ze aan de kant van de bevolking stond maar tegenover de provincie.
“De gemeenten Menterwolde [toenmalige gemeente waarvan het dorp Meeden deel uitmaakte] en Veendam hebben zich vanaf het begin heftig verzet. Een provinciaal gedeputeerde zei toen ook ‘Als de gemeente het niet wil, dan komt het park er niet’, maar daar heeft de provincie zich niet aan gehouden. Misschien als het windpark er was gekomen zoals het aanvankelijk in het omgevingsplan stond, was het rumoer nog beperkt gebleven. Maar de provincie kwam zonder overleg met een nieuwe variant.”72 De gemeente werd voor een voldongen feit geplaatst waarbij ze geen inbreng had gehad. Of het nu door de gevolgde procedure kwam of door de onwelgevallige uitkomst, het leidde tot boze reacties. “Het was in het jaar 2012. De provincie had een publieksavond geregeld in het dorpshuis van Meeden waar de plannen aan de bevolking zouden worden gepresenteerd. De gemeenten werden vlak daarvoor op dezelfde dag om 16.30 uur door de provincie ontboden, waarbij de gedeputeerde zei ‘We hebben een plan en dat gaan we vanavond presenteren aan de bevolking’. We hadden als gemeenten geen enkele inbreng. Tegen het plan is veel protest gekomen. De bevolking reageerde furieus. Dat was voor die tijd al zo, maar het werd steeds furieuzer. Dat merkte je ook op die avond. Dat buitengebied is grootschalig
“De gemeente werd door bewoners als bondgenoot gezien. De wethouder ging voor de zaal staan en gaf duidelijk aan dat hij het helemaal niet eens is met de plannen en dat de gemeente zich ging verzetten. De boosheid richtte zich daardoor sterk op de provincie. Die boosheid had zich natuurlijk ook op het Rijk kunnen richten, maar dat liet zich niet zien. Gedeputeerde Moorlag deed dat wel, wat heel moedig was. Hij liet zich zien op bewonersavonden en kreeg van alles naar zijn hoofd geslingerd. Maar dat leidde er wel mede toe dat de boosheid werd gekanaliseerd naar de provincie.”74 De voormalig gedeputeerde van de provincie Groningen benoemt dat de samenwerking tussen provincie en gemeenten rond Windpark N33 afweek van de samenwerking bij andere gebieden (Delfzijl en Eemshaven). Er zou in de casus Windpark N33 sprake zijn geweest van minder co-creatie. “Ten aanzien van de planvorming voor de windparken in Delfszijl en Eemshaven is er meer co-creatie is geweest met het lokaal bestuur. Ik had bijvoorbeeld periodieke overleggen met het lokaal bestuur. In de casus van Windpark N33 lag het echt anders, de gemeentebesturen waren tegen, en gaven aan de met alle beschikbare middelen zich zouden verzetten. Dat maakt wel een verschil in de samenwerking, maar ook in de communicatie naar bevolking toe want dan vertel je niet hetzelfde verhaal.”75
73 Interview burgemeester Hoogendoorn en ambtenaren gemeente Midden-Groningen. 71 Interview burgemeester Hoogendoorn en ambtenaren gemeente Midden-Groningen.
74 Interview burgemeester Hoogendoorn en ambtenaren gemeente Midden-Groningen.
72 Interview burgemeester Hoogendoorn en ambtenaren gemeente Midden-Groningen.
75 Interview voormalig gedeputeerde Moorlag provincie Groningen.
40
Nadere duiding gebeurtenissen door voormalig gedeputeerde provincie Groningen In de analyse door de Noordelijke Rekenkamer van de gebeurtenissen in de casus (zie paragraaf 3.2) evenals in de duiding door lokaal bestuur en actievoerders (zie paragraaf 3.5) wordt meermalen ingegaan op de rol van de provincie in de casus. Wij hebben voormalig gedeputeerde provincie Groningen William Moorlag gevraagd om vanuit zijn positie de gebeurtenissen te duiden. Concentratiebeleid Zoals aangegeven in de vorige paragraaf heeft de provincie Groningen gekozen voor een concentratiebeleid voor de plaatsing van windmolens. De overwegingen voor deze keuze waren volgens voormalig gedeputeerde William Moorlag de volgende. “Op het moment dat windenergie zich begon te ontwikkelen in de provincie zag je dat er her windmolens werden geplaatst. De provincie heeft, rond het jaar 2000 toen, gekozen voor concentratiebeleid op een beperkt aantal locaties: langs de N33, bij Delfszijl en bij de Eemshaven. Dat is toen de beleidskeuze geweest. Dat was nadrukkelijk een andere keuze dan in Flevoland, daar lieten ze het vrij, dat zie je nu ook wel. Windmolens zijn als hagelslag over provincie uitgespreid. Het is een fundamentele ruimtelijke keuze geweest: ga je landschappen met wind creëren, of ga je windlandschappen creëren.
Het besluit in Groningen was dus om een aantal windlandschappen te gaan maken, om open en kwetsbare gebieden elders vrij te houden. Daarbij wilden we aansluiten bij industrie die er al zat en grootschalige infrastructuur. Bij de Eemshaven en oostkant van Delfzijl is dat evident. Toentertijd werd bij Windpark N33 voorzien dat er een bedrijventerrein zou komen, tussen Zuidbroek en Veendam. Dat bleek later te optimistisch, het is niet gerealiseerd. Maar ook de aanwezigheid van verkeersinfrastructuur en hoogspanningsleidingen waren destijds een
rechtvaardiging om te kiezen voor de N33. Die beleidsmatige keuze is keer op keer herhaald door GS en Provinciale Staten.”76 De voormalig gedeputeerde vult aan dat de fase van het opstellen van de provinciale omgevingsplannen voor veel burgers redelijk abstract is. Verderop in deze rapportage komen we nog te spreken over de “inspraak-paradox”: weinig inspraak door burgers in de fase dat de realisatie van een project nog abstract en ver weg is maar er nog wel invloed kan worden uitgeoefend. En veel inspraak op het moment dat dat de realisatie van een project concreet en nabij is maar er nog weinig invloed kan worden uitgeoefend. “De provincie organiseerde voorlichtingsbijeenkomsten over welke keuzes we in het Provinciaal Omgevingsplan op hoofdlijnen wilden maken, maar alleen de usual suspects kwamen daar op af: vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld, boerenorganisaties, milieuorganisaties, en de echte geïnteresseerden die veel tijd hebben en interesse in bepaalde deelonderwerpen. Grosso modo de gewone burgerij wordt door zulke bijeenkomsten marginaal bereikt.
Je hebt wel georganiseerde inspraak, maar het bereik blijft beperkt, ondanks alle campagnes.”77 Rijkscoördinatieregeling In de voorgaande paragraaf is uitgebreid aan de orde gekomen dat op Windpark N33 de rijkscoördinatieregeling van toepassing was geworden door het samenvoegen van deellocaties (zodat het totaal aantal MW boven de 100 zou uitkomen). Daardoor voert het Rijk en niet de provincie of gemeenten de coördinatie en is er sprake van een beperking van de mogelijkheden van beroep. Volgens de voormalig gedeputeerde van de provincie Groningen ontstond er
76 Interview voormalig gedeputeerde Moorlag provincie Groningen. 77 Interview voormalig gedeputeerde Moorlag provincie Groningen.
41
vanaf het moment dat de rijkscoördinatieregeling mogelijk was78 extra dynamiek bij initiatiefnemers in de provincie Groningen. Zij benaderden direct het rijk, de provincie raakte de regie toen kwijt. Uiteindelijk kreeg de provincie de regie op het gebied van ruimtelijke inpassing terug, maar pas nadat het Rijk de Groningse taakstelling voor windenergie op land verhoogde. “In de provincie zag je dat ontwikkelaars koortsachtige bedrijvigheid begonnen te ontwikkelen. Zij benaderden rechtstreeks het Rijk en waren eerder al ook bij veel boeren langs geweest om daar contracten mee af te sluiten over dat zij het eerste ontwikkelrecht zullen hebben. Voor die ontwikkelaars was de ontwikkeling van windenergie een business opportunity. Aanvankelijk was er nog zwaar gelobbyd om initiatieven te laten omarmen door de Provinciale Staten, maar toen dat niet lukte zagen ze kansen bij het rijk. Vanuit Groningen is er bijna voor 2.500 MW aan plannen ingediend bij het Ministerie EZ. De provincie raakte op dat moment de regie volledig kwijt. In 2013 is er een uitgebreide lobby geweest dat provincies weer de regie zouden krijgen voor in ieder geval de ruimtelijke inpassing van windparken. Dat is gelukt. Maar als eis aan de provincies werd wel gesteld dat zij moesten leveren op het gebeid van duurzame energie. Toen is die afspraak gemaakt voor de realisatie 6000MW op het land.
Groningen heeft z’n taakstelling die eerder door de Provinciale Staten op 750 MW was vastgesteld, uitgebreid naar 855,5 MW. Het feit dat het op een halve MW is vastgesteld geeft aan hoe ingewikkeld de discussie is geweest. Daarmee werd echter wel bereikt dat de bijna 2.500 MW aan ingediende plannen bij het Ministerie van EZ van tafel gingen.”79
Omgevingsmanagement en inspraak Rijk schoten te kort Terugkijkend op het omgevingsmanagement en de organisatie van inspraak door het Rijk geeft de voormalig gedeputeerde van de provincie Groningen aan dat deze tekort is geschoten en te technocratisch was. “Het Ministerie Economische Zaken en Klimaat had de bevoegdheid om het inpassingsplan en daarmee ook de participatie te regelen. In 2010 heb ik tegen ze gezegd, jullie zijn formeel bevoegd maar zitten op grote afstand van het gebied. Dus ik heb ze aangeboden dat wij als provincie, zo mogelijk in samenspraak met gemeenten, de inspraak- en inpassingsprocedures zouden starten. EZ heeft het toen van de hand gewezen, ze hebben gezegd, nee wij gaan het zelf doen. Eerlijk gezegd moet ik vaststellen dat de projecten die onder het Rijk zijn ontwikkeld, dat is procesmatig minder goed gelopen dan als dit door de provincie en de gemeenten gedaan zou zijn. Want je ziet dat bij het ministerie EZ omgevingsmanagement en inspraak competenties zijn die heel matig zijn ontwikkeld. Je zag het ook bij de aanpak van inspraak bij gaswinning, daar was sprake van een redelijk funeste combinatie van techneuten en juristen.”80 Ter vergelijking wijst de ex-gedeputeerde op het beter verlopen inspraakproces in Delfzijl. “In Delfzijl bijvoorbeeld zijn de inpassingsplannen via de gemeenteraad gelopen, daar zijn ook meerderheden verkregen.
Soms wel een beetje met de stok achter de deur: ‘als we het zelf nu niet gaan regelen het risico om overruled te worden’. Daar is het inpassingsproces uitgevoerd in co-creatie tussen provincie en gemeente. Windpark N33 is daarentegen redelijk geïsoleerd gebeurd.”81
78 Volgens de voormalig gedeputeerde van de provincie Groningen speelde mee in de beslissing om de rijkscoördinatieregeling in het leven te roepen dat de Tweede Kamer de ontwikkeling van windenergie veel te traag vond gaan. In 2009/2010 werd daarom de beleidsmatige keuze gemaakt dat bij alle initiatieven boven 100 MW het Rijk voortaan het bevoegd gezag zou zijn.
80 Interview voormalig gedeputeerde Moorlag provincie Groningen.
79 Interview voormalig gedeputeerde Moorlag provincie Groningen.
81 Interview voormalig gedeputeerde Moorlag provincie Groningen.
42
De moeilijkheden met het draagvlak en de inspraak in Windpark N33 zouden voor een deel ook kunnen wortelen in eerdere wrijvingen met de provincie, welke mogelijk hebben doorgewerkt naar de onderlinge verhoudingen in de Windpark N33 casus. “Onze verhouding met het gemeentebestuur van Menterwolde was redelijk suboptimaal. Menterwolde had een aantal beleidsvoornemens die indruisten tegen het provinciaal beleid. Dat is behoorlijk armpje drukken geweest tussen provincie en gemeente. Aanvankelijk ging het ook moeizaam met de gemeente Veendam, wat later overigens wel bijtrok. De bestuurlijke verhoudingen waren kortom niet optimaal, dat was gewoon omdat provinciaal belang en gemeentelijke belangen divergeerden.”82 Dat het proces in de Windpark N33 casus moeizaam is verlopen is volgens de ex-gedeputeerde een understatement. Echter dat betekent niet dat dit ook op de andere windlocaties in de provincie het geval is geweest. Het beeld dat de windenergieprojecten in de provincie op een mislukking qua draagvlak en inspraak zijn uitgedraaid is onjuist en frustrerend. “We moeten wat er is gebeurd in perspectief zetten. Mijn frustratie is de beeldvorming dat het draagvlak en participatie bij de komst van windenergie in Groningen op een grote mislukking is uitgedraaid. Dat is gewoon niet waar. Bij Eemshaven en Delfzijl is het proces niet in consensus maar wel in relatieve rust verlopen.
Daar wordt 720MW ontwikkeld, dat is veel meer dan langs de N33. Helaas is toonaangevend en meest zichtbaar in het maatschappelijk debat de 120 MW bij de N33, dat is slechts 1/6e deel van de opgave elders in de provincie.”83
De ex-gedeputeerde reflecteert op de periode dat hij naar bewonersavonden ging om het verhaal van de provincie uit te leggen. “Als provincie wilden we dat de windmolens ruimtelijk fatsoenlijk zouden worden ingepast, maar ook dat bewoners correct worden geïnformeerd. Ik heb me daarvoor ingezet door naar bewonersavonden toe te gaan en het verhaal vanuit de provincie te vertellen. Achteraf heb ik bij Windpark N33 weleens gedacht, ik had beter handen eraf kunnen houden en het helemaal aan het ministerie van EZ laten. Maar mijn motto was ook: alleen dode vissen gaan met de stroom mee dus soms moet je dan ook gewoon tegen de stroom in durven gaan. Ik heb daarbij geijverd voor een variant waarin het minste aantal huizen zou worden belast met geluid. Die variant heb ik ook gepresenteerd in het dorpshuis van Meeden, maar het verzet daar was toen al huizenhoog. Ik ben daar onder politiebegeleiding vertrokken. Dat was in 2014, er was toen al veel agressie. Waar ik ook moeite mee had was de opstelling van het bestuur van de gemeente Menterwolde. Hun enige signaal was in mijn beleving ‘we willen het windpark niet’. Ze wilden ook gerechtelijke procedures gaan voeren. Men dacht: we maken een goede kans bij de rechter, want zo’n plan dat kan helemaal niet.
Ik heb ze gezegd, als alle procedures formeel correct worden doorlopen, dan mag je er gewoon van uitgaan dat de Raad van State zo’n plan goedkeurt. Ik heb toen verwezen naar de uitspraak in de casus Urk, waar ook groot verzet was tegen een rijks-inpassingsplan voor windenergie. Het was niet een boodschap die men graag wilde horen, maar het was wel de realiteit.”84 Onbedoeld gevolg van de zichtbaarheid van de provincie was dat de boosheid van bewoners zich primair op de provincie richtte.
82 Interview voormalig gedeputeerde Moorlag provincie Groningen. 83 Interview voormalig gedeputeerde Moorlag provincie Groningen.
84 Interview voormalig gedeputeerde Moorlag provincie Groningen.
43
“Bewoners waren boos op de provincie in eerste plaats omdat het een provinciale keuze was om N33 aan te wijzen. En ten tweede ik heb m’n gezicht laten zien op de informatieavonden. Dat betekent dat je het vuur naar je toetrekt. Mijn insteek was wel om met open vizier te opereren, ook om niet populaire boodschappen toch te vertellen. Ik heb bewoners gezegd, je moet er rekening mee houden dat als de ontwikkelaars de procedures goed doorlopen, dan komt het windpark er. Ik heb op een gegeven moment geijverd voor de 6e variant, omdat ik werkelijk de innerlijke overtuiging had dat ruimtelijk maar ook impact op aantal gebouwen minder slecht was dan andere varianten. Uiteindelijk is daar na 2015 niet voor gekozen. De ontwikkelaars kozen voor windmolens boven Meeden en een aantal oostelijk van Veendam. Ruimtelijk vind ik dat gewoon een gedrocht. Je rijdt het ene park uit en dan kom je het volgende alweer tegen.”85 Nadere duiding gebeurtenissen door voormalig projectontwikkelaar windenergie Initiatiefnemers/exploitanten spelen in de Windpark N33 casus uiteraard ook een grote rol. Elders in de casusbeschrijving staan we stil bij hoe andere betrokkenen (lokaal bestuur, provincie en actievoerders) aankijken tegen de rol en positie van initiatiefnemers/exploitanten van het windpark.
We hebben Martine van Gemert (voormalig projectontwikkelaar windenergie voor RWE en tussen 2009-2015 betrokken bij project N33) gesproken en zij heeft vanuit haar persoonlijk perspectief gebeurtenissen geduid. Het Windpark N33 wordt gevormd door twee deelparken: Windpark Eekerpolder (RWE) en Windpark Vermeer (Yard Energy/Blaaswind). Volgens geïnterviewde kwam de aanvraag tot het van toepassing verklaren van de rijkscoördinatieregeling als volgt tot stand.
85 Interview voormalig gedeputeerde Moorlag provincie Groningen.
“De locatie langs de N33 is in de jaren ’00 opgenomen in het provinciale beleid als wind zoeklocatie. In die tijd was KDE (Koop Duurzame Energie) samen met Blaaswind enige ontwikkelaar. Daarnaast had in dezelfde tijd Essent een plan voor de mogelijke ontwikkeling van windenergie in de Eekerpolder, (aangrenzend aan het zoekgebied van de N33). Medio 2009 was er nog geen sprake van samenvoeging van de plannen van Essent (later RWE) en KDE/ Blaaswind. Het plan van KDE/Blaaswind werd, mede door steeds grotere beschikbare windturbines, echter zodanig groot dat het meer dan 100MW zou worden. Dat gaf KDE/Blaaswind de mogelijkheid om een aanvraag te doen in het kader van de rijkscoördinatieregeling. RWE zag mogelijkheden om met toevoeging van het gebied Eekerpolder druk weg te nemen bij woonkernen nabij Windpark N33. RWE toen haar projectplan ook aangemeld in het kader van een RCR, wat de mogelijkheid bood om beide plannen wellicht in samenhang te beschouwen. In maart 2014 werd het plangebied voor Windpark N33 inderdaad uitgebreid, waarbij beide initiatieven van KDE/Blaaswind (inmiddels Yard) en RWE gezamenlijk in beeld kwamen. Het Rijk heeft toen in het SWOL, op verzoek van gedeputeerde Moorlag, ruimte gemaakt voor een 6e variant in de m.e.r.
voor Windpark N33, waardoor het gebied van de Eekerpolder betrokken werd.”86 Vanaf dat moment is RWE volgens geïnterviewde ook actief de regio ingegaan om mensen te informeren, te polsen wat er leeft en te horen wat de zorgen waren. Ook heeft men verkend hoe de omgeving kan meeprofiteren zodra er geld uit het windpark komt en is gesproken met actievoerders om te ontdekken of men elkaar ergens kon vinden. Die gesprekken zijn volgens geïnterviewde netjes en met respect naar elkaar toe verlopen. In die tijd (2014) kreeg de provincie meer moeite om het lokale proces te managen. De provincie had als gevolg van de RCR-regeling niet meer de
86 Interview voormalig projectontwikkelaar windenergie.
44
regie, maar werd door gemeenten en de omgeving wel op de ontwikkelingen aangesproken. “In die tijd nam de weerstand lokaal steeds meer toe en had provincie voor mijn gevoel steeds meer moeite om het lokale proces te managen. De rol van de provincie was ook lastig. Zij hadden de touwtjes weliswaar niet meer in handen - door de RCR was dat ze ‘ontschoten’ – maar de provincie werd door gemeenten en de omgeving wel aangesproken op de ontwikkelingen. Daarbij werd met name druk gezet op het afblazen van het hele initiatief, of desnoods verplaatsen. Terwijl aan de andere kant het Rijk de provincie en gemeenten een belangrijke stem wilde geven in de ontwikkeling, waarbij juist werd ingezet op een goede inpassing van het windpark. De provincie bleef er daardoor een beetje tussenin zitten had ik het idee.”87 De voormalig projectontwikkelaar schetst een ander beeld van de houding van het Rijk dan de andere geïnterviewden. Het Rijk stelde zich volgens haar in die fase wel luisterend op. “Doordat het een rijkscoördinatieproject was, heb ik veel met het Rijk te maken gehad. Ik heb het Rijk daarbij echt als dienend en luisterend ervaren. Zo hebben ze naar mijn mening echt in het proces gezeten: wij doen de coördinatie, maar alsjeblieft regio, zeg hoe jullie het hebben willen hebben. Er is de provincie zelfs ruimte geboden om een alternatief plan voor de N33 te presenteren.
Omwille van de beperkte tijd was dat echter geen reële mogelijkheid voor de provincie. Wat het Rijk in het proces wel voor ogen hield is dat er gewerkt werd aan een resultaat, aan een windpark, dat stond niet ter discussie. Maar binnen die kaders is een dringende handreiking naar de regio in mijn beleving zeker gedaan.”88
Als de gemeenten zich anders hadden opgesteld in die periode, zou volgens geïnterviewde het windpark er anders hadden kunnen uitzien, meer naar hun wensen zijn ingepast. Dat vraagt volgens geïnterviewde dan wel van de gemeenten dat ze accepteren dat er wordt toegewerkt naar de daadwerkelijke realisatie van het windpark. “Het ging om de gemeenten Oldambt, Menterwolde (inmiddels onderdeel van Midden-Groningen) en Veendam. Minister Kamp heeft echt zijn best gedaan om vanuit gemeentelijk niveau een uitspraak te krijgen: hoe kunnen we dit het beste oplossen en invullen? De gemeenten zaten naar mijn idee echter volop in de ‘nee’ stand. Ik kan me ook heel goed voorstellen dat het een heel lastig dilemma is: ‘hoe dien ik mijn gemeente het beste? Tegen het windpark strijden of meewerken om tot een “minst slecht” resultaat te komen. Wanneer ‘kantel’ je in je strategie?’ Een tussenweg hierin is ook heel lastig, het is het een of het ander. Maar door je te verzetten, stap je eigenlijk van tafel en verlies je uiteindelijk wel de grip op de uitkomst. Hoe dan ook, het is de gemeenten en provincie toen, in de zomer van 2014, niet gelukt om tot een gezamenlijk gedragen park lay-out te komen voor minister Kamp. Waar men het - voor zover ik me herinner - alleen over eens was, was dat de lasten in ieder geval verdeeld moesten worden over ieder van de 3 gemeenten.
Waardoor Kamp vervolgens moest zeggen: ‘ik moet het met deze informatie doen en dus zelf een keuze maken’. Daar is vervolgens een voorkeursalternatief uit gekomen dat tot het bestaande park geleid heeft. Het windpark had er dus anders uit kunnen zien op aangeven van gemeenten, en provincie. Of het dan beter was geworden, of meer acceptabel, dat weet ik echt niet. Maar het Rijk heeft in mijn beleving wel echt ingezet om lokaal een besluit te laten vallen, en de regio heeft de regie – hoe goed ik dat ook kan begrijpen - niet gepakt. Ik stoor me er wel aan als er wordt gezegd: ‘zoals het Rijk ons toen heeft overvallen mag ons nooit meer gebeuren’. Dat vind ik toch te eenzijdig.”89
87 Interview voormalig projectontwikkelaar windenergie. 88 Interview voormalig projectontwikkelaar windenergie.
89 Interview voormalig projectontwikkelaar windenergie.
45
Gemeenten en ook de provincie hebben volgens geïnterviewde zich ogenschijnlijk ook laten leiden door de druk van de extreme vormen van lokale weerstand. “Gemeenten en ook de provincie leken zich te laten leiden door actievoerders met de luidste stemmen. Terwijl er bij grote delen van de bevolking echt wel ruimte voor nuance was. Die nuance is echter nauwelijks in de media gekomen, daar was geen belangstelling voor. Maar die nuance heeft ook op andere manieren weinig ruimte gekregen. Het verhaal is blijkbaar mooier als je kunt zeggen dat het de schuld van het Rijk is, en dat onze regio altijd aan het kortste eind trekt..”90 Maar er zijn ook bewonersavonden geweest met veel boze mensen, 200-400 bewoners. Hoe is dat volgens geïnterviewde te verklaren?
van profiteren, omdraaien naar iets positiefs voor onze regio? Zulke plenaire sessies waren daarbij niet handig, want er zijn altijd enkele mensen die hun gelijk willen halen, tegenover een hele hoop mensen die ongehoord naar huis gaan. Er was veel onrust, maar de mate waarin is denk ik erg gestuurd in de beeldvorming door een kleine club activisten die belang had bij polarisatie. Ik maakte me zorgen over mensen die echt schrijnende verhalen hebben, maar met wie je wel prima het gesprek aan kan gaan, samen kijken hoe verder. Door de angst die is gecreëerd door een paar mensen, is dat proces in mijn ogen grotendeels geblokkeerd en in ieder geval aan het oog onttrokken.”91 Volgens de geïnterviewde voormalig projectontwikkelaar windenergie is het door het grote aantal variabelen en samenloop van omstandigheden lastig om precies aan te wijzen wie of wat nu (het meest) verantwoordelijk is voor het moeilijke proces en de weerstand rond de planning en komst van het windpark.
“Ik moet het duidelijker verwoorden. Misschien dat in de regio wel 95% van de mensen ongerust was over de ontwikkeling van een windpark en daarnaast ook niet veel vertrouwen had in het inspraakproces. En daarbij speelde ook een verleden waarbij het niet altijd eerlijk is gegaan, mensen hadden het gevoel dat er al zo veel over ze is besloten. Er ligt een historie met gaswinning en aardbevingen, met herenboeren versus arbeiders, noem maar op. Er is een beerput met frustraties, littekens uit het verre en meer recente verleden. Maar ik ben er ook van overtuigd dat er ook veel mensen waren die wilden weten, hoe zit dat nou eigenlijk, wat zijn de plannen, hoe kan ik daarover meepraten. Maar deze mensen durfden, of wilden, hun mond niet open doen, uit angst of om de relatie met de buren en vrienden niet op het spel te zetten. De kwetsbare sociale cohesie is heel belangrijk, en misschien wel belangrijker dan een windpark. Niet dat deze mensen per se voor een windpark waren, helemaal niet, maar zij wilden deze ontwikkeling wel met een andere grondhouding aangaan. Als het dan toch gebeurt, hoe kunnen wij daar zelf op sturen en
“Het proces is al lang geleden in gang gezet, op lokaal en regionaal niveau. Ver voordat windturbines zo groot waren als ze nu zijn, en voordat de weerstand tegen windenergie was wat hij nu is. De stand der techniek en de manier waarop regelingen in elkaar zitten, heeft de kaarten gedurende het spel doen veranderen. Toen begonnen werd te denken aan windenergie bij de N33, waren windturbines misschien 40 – 50 meter hoog (ashoogte). Gaandeweg het proces veranderde dit door nieuwe technieken naar ruim boven de 100 meter ashoogte. Ik heb mensen horen verzuchten: ‘als we er rond 2000 – 2005 meer werk van hadden gemaakt, dan hadden we hier een heel ander, meer behapbaar windparkje staan.’ Daarnaast speelt misschien ook een vervelend neveneffect van de afkadering van gemeentelijke, provinciale en rijkscoördinatieregelingen. Want wat zou er zijn gebeurd als de grens tussen een PCR en een RCR niet 100, maar 75, of juist 150MW was geweest? Had dat uitgemaakt voor de omvang, of lay-out van het park? Of als op
90 Interview voormalig projectontwikkelaar windenergie.
91 Interview voormalig projectontwikkelaar windenergie.
46
basis van andere gronden een project onder provinciale of rijkscoördinatie was beland? Dat is iets dat ik mij afvraag en de moeite waard is om in een evaluatie te bekijken. Alles bij elkaar denk ik dat veel betrokken partijen in de loop van 15 jaar met elkaar een proces ingezogen zijn en zich op bepaald moment in een situatie terugzagen waar de sturing, de regie uit handen was geglipt. En waarbij het rijk, toetsend aan de wettelijke kaders, geen aanleiding had om het proces te stoppen. Het Rijk had bovendien zware duurzaamheidsdoelstellingen, nee is geen optie. Dat het dan in de regio voelt alsof het Rijk het windpark er door heeft gedrukt, ja die emotie kan ik me goed voorstellen. Toch vind ik het lastig om – alles overziend - een ‘schuldige’ aan te moeten wijzen. Liever hoop ik dat we hier met alle betrokkenen lessen uit kunnen trekken, daarbij ook in de spiegel kijkend, hoe we (als regio) in de toekomst in ieder geval niet meer overgeleverd raken aan een situatie of proces, en het heft in handen houden. Zodat we zelf ook maximaal van de voordelen kunnen profiteren.”
bijleggen, wat de provincie Drenthe wel doet, maar de provincie Groningen niet. De cofinanciering wordt niet waargemaakt in Groningen, waardoor we het toegezegde bedrag van Wiebes dreigen mis te lopen.”92 “Het is veelzeggend dat het ministerie voor deze twee parken zo’n bedrag op tafel wil leggen ter compensatie van de weerstand. Maar de provincie Groningen wil niet bijleggen. Gemeenten hebben een aantal gesprekken gehad en we hebben ze zelfs nog verwezen naar het rapport van de Noordelijke Rekenkamer en ook nog een brief geschreven naar de Provinciale Staten. Maar het was in de coalitie besloten en daar kwamen we niet doorheen. Ze willen het gebaar niet maken.”93 Berichtgeving over compensatie in de media De onvrede over de opstelling van de provincie Groningen in dezen is ook publiek door gemeenten geuit. Dat blijkt bijvoorbeeld uit berichtgeving in lokale media.
Compensatieregelingen In de casussen van de windmolenparken langs de N33 en in de Drentse Veenkoloniën is sprake van een compensatiefonds met daarin bijdragen van exploitanten. Daarnaast was de minister van EZ bereid de omgeving van de windmolenparken te compenseren onder de voorwaarde dat de provincies een gelijk bedrag daaraan zouden toevoegen. Hier blijken echter verschillen tussen de provincies Drenthe en Groningen. Er is onvrede bij bestuurders en bewoners dat de provincie Groningen geen cofinanciering biedt ter compensatie van omwonenden. De provincie Drenthe doet dit wel. In de woorden van burgemeester Hoogendoorn van Midden-Groningen: “Minister Wiebes heeft gezegd dat de twee windmolenprojecten beide een voorbeeld zijn van hoe het niet moet. Dat is ook de reden dat hij voor beide windparken een bedrag op tafel heeft gelegd ter compensatie van bewoners. Echter wel onder de voorwaarde dat de provincies een gelijk bedrag zouden
Gemeenten boos op provincie om compensatie Windpark N33 (4 maart 2020)94 Het provinciebestuur heeft nauwelijks oog gehad voor de belangen van bewoners rondom Windpark N33 bij Meeden. ‘De verhoudingen tussen de lusten en de lasten van het park zijn volstrekt zoek.’ Dat schrijven de gemeenten Midden-Groningen, Veendam en Oldambt in een boze brief aan het provinciebestuur. De colleges van de
92 Interview burgemeester Hoogendoorn en ambtenaren gemeente Midden-Groningen. 93 Interview burgemeester Hoogendoorn en ambtenaren gemeente Midden-Groningen. 94 Bron: https://www.rtvnoord.nl/nieuws/219609/Gemeenten-boos-op-provincie-om-compensatiewindpark-N33-Onthutsende-wanverhouding
47
gemeenten zijn ‘geschrokken’ van de doorrekeningen van de verdeling van lusten en lasten. Die werden afgelopen maandag door de Noordelijke Rekenkamer gepubliceerd in een rapport. Daaruit bleek dat omwonenden nauwelijks baat hebben bij het windpark, dat jaarlijks met miljoenen euro’s gesubsidieerd wordt door het rijk. De initiatiefnemers van het windpark storten - als het windpark eenmaal draait - ieder jaar ruim 156.000 euro in een gebiedsfonds voor de omgeving, terwijl de winst voor de eigenaren van het park in het eerste jaar dat het park draait door de Noordelijke Rekenkamer geschat wordt op ruim tien miljoen euro. ‘Deze wanverhouding is onthutsend,’ aldus de drie gemeenten. ‘De lusten (opbrengsten van het park) lijken in grote omvang vooral eenzijdig terecht te komen. En dat mede dankzij overheidsgeld’, schrijven de gemeenten in ongebruikelijk harde bewoordingen. Volgens de Noordelijke Rekenkamer ontbreekt het de provincie Groningen aan juridische mogelijkheden om compensatie voor omwonenden van windparken (en ook zonneparken) af te dwingen. Er zijn wel mogelijkheden om vóórdat de vergunningen verleend worden dwingende afspraken te maken met de initiatiefnemers, maar dat gaat volgens de Rekenkamer dan om puur ruimtelijke afspraken.
‘Als de provincie deze bevoegdheden gebruikt voor financiële afspraken over compensatie, dan loopt die juridisch op glad ijs,’ zei Linze Schaap van de Noordelijke Rekenkamer maandag al. ‘De provincie gebruikt dan haar bevoegdheid op een manier waarvoor die niet bedoeld is.’ In reactie hierop wijst Joost Koedam, woordvoerder namens de drie gemeenten, erop dat rondom het windpark Drentse Monden Oostermoer wél mogelijk was om tot extra compensatie te komen. Zo heeft het ministerie van Economische Zaken en Klimaat op verzoek van de Gedeputeerde Staten van Drenthe een financiële bijdrage geleverd aan het gebiedsfonds van het Drentse windpark, naast het bedrag dat de provincie Drenthe zelf ook al bijdroeg. ‘Het
rapport van de Rekenkamer laat helder zien dat er alles voor te zeggen is dat het Rijk en de provincie Groningen voor Windpark N33 op dezelfde manier te werk gaan,’ aldus de gemeenten in de brief. Begin juli riep de DorpenAlliantie Oost Groningen de provincie Groningen ook al op om een extra bijdrage in het gebiedsfonds. Daar ging de provincie toen niet op in. Gedeputeerde Homan zei toen: ‘Bij de afspraken die in 2012 gemaakt zijn voor Windpark N33 is ook niet afgesproken dat de provincie bijdraagt aan het gebiedsfonds. Wij ondersteunen en de ontwikkelaars betalen. En eventueel ook de grondeigenaren.’ Midden-Groningen, Veendam en Oldambt willen dus extra compensatie voor een eerlijkere verdeling van de lusten en de lasten. Dat financiële compensatie niet per se voor meer draagvlak zorgt voor windparken, zoals de Noordelijke Rekenkamer maandag stelde, maakt volgens Koedam niet veel uit. ‘Die conclusie bestrijden we niet, maar als je niets doet en achteruit blijft leunen, dan verandert er helemaal niets. Mensen willen echt wel een bijdrage leveren aan de energietransitie, maar dat moet wel gaan met een evenredige verdeling van de lusten en de lasten.’ Volgens de gemeenten is dat dus onvoldoende gebeurd.
De kwestie rond het uitkeren van de compensatie is ten tijde van de afronding van ons rapport nog altijd niet tot een oplossing gebracht. In juni 2021 schrijven lokale media over de laatste stand van zaken:
48
Windpark N33: Waarom wordt compensatiegeld EZ niet uitgekeerd?95
3.4.
Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZ) heeft 1.5 miljoen euro klaarliggen ter compensatie van de komst van Windpark N33. Dat bedrag is eenmalig en bedoeld voor de Midden-Groningen, Veendam en Oldambt. Waarom maakt het ministerie dit bedrag niet over aan deze gemeenten? Burgemeester Adriaan Hoogendoorn van Midden-Groningen weet het antwoord op deze vraag. “EZ is voorlopig niet bereid tot uitkering omdat de provincie Groningen niet bereid is er eenzelfde bedrag bij te leggen.” De initiatiefnemers van het windpark storten jaarlijks ruim 156.000 euro in een gebiedsfonds voor de omgeving. Ook dit bedrag wordt verdeeld onder de 3 bovengenoemde gemeenten. Overigens wordt de winst in het eerste jaar dat het park draait door de Noordelijke Rekenkamer geschat op ruim 10 miljoen euro. De colleges van Midden-Groningen, Veendam en Oldambt vertelden begin maart vorig jaar al dat de provincie de voorbije jaren nauwelijks oog had voor de belangen van de bewoners rondom Windpark N33. De gemeenten vinden dat de verhouding tussen de lusten en de lasten volstrekt zoek is. Dit hebben ze Gedeputeerde Staten en Provinciale Staten 15 maanden geleden ook in een brief laten weten.
Tegen het Windpark N33 was van meet af aan veel maatschappelijke weerstand. Met name voor inwoners van Meeden kwam het windpark (te) dichtbij te staan, maar ook op andere plaatsen verwachtten mensen veel hinder. Behalve dat zij hinder van het windpark ondervonden, stonden -wederom vooral in het dorp Meeden maar ook in andere plaatsen- voor- en tegenstanders van het windpark lijnrecht tegenover elkaar. De tegenstanders van het windpark hebben zich verenigd in belangengroepen zoals stichting Tegenwind. Deze stichting probeerde via allerlei wegen de komst van het windpark tegen te houden. Zij voerden overleg met de gemeenten, probeerden de politiek te beïnvloeden, verzochten bij de RVO om handhaving, dienden zienswijzen in en voerden beroepsprocedures bij de rechter. Aanvankelijk manifesteerden tegenstanders van Windpark N33 zich op een ludieke wijze, maar in de loop van de tijd zijn de verhoudingen verhard. Met name vanaf 2013 namen de protesten zowel in aantal als in grimmigheid toe. Naast de collectieve uitingen en protesten in groepsverband, was daarbij ook sprake van strafbare feiten tegen personen, bedrijven en op locaties. Qua aantal en ernst ging het volgens de Nationaal Coördinator Terrorisme en Veiligheid om extremistische acties.96
95 Bron: https://www.menterwolde.info/nieuws/windpark-n33-meeden/ezk-compensatiegeld-(1.5miljoen)-windpark-n33-ligt-klaar,-maar-wacht-op-provincie/
Reconstructie sentimenten en dynamiek protest en maatschappelijke onrust
In deze paragraaf beschrijven we sentimenten die ten grondslag liggen aan boosheid en maatschappelijke onrust, gebeurtenissen welke hebben geleid tot (meer) boosheid en protest, incidenten die hebben plaatsgevonden, de strategieën die tegenstanders van Windpark N33 hebben toegepast en de reacties van de overheid hierop.
96 Nationaal Coördinator Terrorisme en Veiligheid (2018). Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland 48, September 2018. Den Haag: Ministerie van Veiligheid en Justitie.
49
Spanningen binnen de gemeenschap Al vroeg in het proces van de N33 casus ontstonden spanningen en maatschappelijke onrust, met als brandpunt het dorp Meeden. Zo ontstonden in Meeden spanningen tussen grondbezitters (boeren) die baat zouden hebben bij de komst van het Windmolenpark en bewoners die hiervan hinder zouden ervaren. Dit sentiment heeft volgens geïnterviewden historische wortels. “In de dorpssamenleving van Meeden kwamen boeren en burgers tegenover elkaar te staan. De oude tegenstelling tussen boeren en arbeiders is hiermee weer teruggekeerd. Agrariërs hebben het niet zo breed en kunnen op deze manier aardig wat inkomsten verwerven, stellen daarvoor hun grond beschikbaar, maar daarmee verrijken ze zichzelf. Voor de dorpsbewoners levert het niets op. Dit zette de verhoudingen in de het dorp onder druk”. 97 “Dorpelingen dachten dat ze van de splitsingen af waren en dat het één gemeenschap was geworden, maar dat het nu weer terug is gekeerd is behoorlijk hard binnengekomen. Door actievoerders zijn bij boeren stalen pennen in de grond gestoken en dat is 100 jaar geleden ook gebeurd. Arbeiders gingen staken, boeren dachten ‘we zullen jullie krijgen’. Ze gingen zelf oogsten zonder de landarbeiders. Maar de machines liepen stuk door de pinnen die in de grond waren gestoken. Het is frappant, want dat is nu dus weer gebeurd en hiermee herhaalt de geschiedenis zich”.
98 “In Meeden ontstond door de spanningen over de molens een tweedeling die best heftig was. Mensen kwamen niet meer bij elkaar op verjaardagen en kinderen van boeren werden op school genegeerd. De gevolgen merk je nu nog, ook bij de landbouwers. Er zijn nog steeds boeren die zeggen ‘wat ons
is aangedaan zijn we niet vergeten. Daarom stoppen we geen geld in het gebiedsfonds’.” 99 Boosheid richt zich voor belangrijk deel op de provincie De boosheid en maatschappelijke onrust onder de bevolking van Meeden nam verder toe toen de provincie Groningen in 2012 de alternatieve variant openbaar maakte. De gemeente (Menterwolde) voelde zich voor een voldongen feit geplaatst (zie paragraaf 3.3). Het plan leidde tot boze reacties onder bewoners. “Tegen het plan is veel protest gekomen. De bevolking reageerde furieus. Dat was voor die tijd al zo, maar het werd steeds furieuzer.”100 De boosheid van de tegenstanders richtte zich met name op de provincie Groningen. Dit is overigens een verschil met de aardgaswinning, waarbij de boosheid van de bevolking zich veeleer op het Rijk richtte. “De boosheid over de aardgaswinning was meer gericht op het rijk, terwijl de boosheid hier zich juist richtte op de provincie. Het windpark werd weliswaar geïnitieerd door zowel de provincie als het rijk, maar de provincie heeft de concrete plannen opgesteld. Daarom was er meer boosheid richting de provincie.”101 Actievoerders organiseren zich In 2011 organiseren actievoerders zich in de actiegroep Platform Tegenwind N33 om gezamenlijk een vuist te kunnen maken tegen de komst van het
99Interview burgemeester Hoogendoorn en ambtenaren gemeente Midden-Groningen. 97 Interview burgemeester Hoogendoorn en ambtenaren gemeente Midden-Groningen.
100
Interview burgemeester Hoogendoorn en ambtenaren gemeente Midden-Groningen.
98 Interview burgemeester Hoogendoorn en ambtenaren gemeente Midden-Groningen.
101Interview burgemeester Hoogendoorn en ambtenaren gemeente Midden-Groningen.
50
windpark. Men procedeert tegen de komst van de parken, ontwikkelt alternatieven, zet coalities op, bewerkt de lokale en regionale politiek, zoekt de media op en voert zichtbare protestacties uit. In paragraaf 3.5 gaan we nader op in de strategieën die door de georganiseerde actievoerders zijn toegepast. Veenkoloniaal manifest102 Het sentiment bij actievoerders tegen de komst van Windpark N33 blijkt onder meer helder uit het ‘Veenkoloniaal manifest’ dat men heeft opgesteld in 2011. In het manifest zien we onder meer de sentimenten ‘Noord-Nederland is een wingewest’; de nationale overheid is een ‘kolonisator’ die geen rekening houdt met de gevolgen voor de lokale bevolking (overlast, gezondheidsschade); en lokale gemeenschappen komen tegenover elkaar te staan.
Veenkoloniaal manifest Voor energieopwekking wordt gezocht naar de weg van de minste weerstand door in internationaal verband gemaakte afspraken zo goedkoop mogelijk na te komen. Hierbij valt de Nederlandse overheid terug op de goedkoopste denkbare manier van realisatie door toepassing van het ouderwetse kolonisatieprincipe. Recentelijk heeft de overheid hiertoe voorstellen gepresenteerd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Kern van dit plan is het herinvoeren van kolonisatie. De noordelijke provincies worden bestempeld als kansrijk voor het realiseren van windmolenparken. Het zal niemand verbazen dat dat een aantal andere provincies wordt ontzien. In de plannen van de overheid worden de Veenkoloniën letterlijk gekoloniseerd, dit uitsluitend om het geldelijk gewin. Met
102Bron: http://tegenwindn33.nl/Veenkoloniaal%20manifest.pdf
spiegels en kraaltjes in de vorm van een bijdrage voor een dorpshuis of zwembad wordt getracht de bevolking op de hand te krijgen. Dit werkte ook in de koloniale tijd. Internationaal onderzoek geeft aan dat windmolens op minimaal 2 kilometer van bewoning geplaatst moeten worden i.v.m. de voor de mens schadelijke bij-effecten van deze molens. Bij de aanleg van de voorgenomen windmolenparken in de nieuw koloniën (Veenkoloniën) wordt geen rekening gehouden met deze internationaal aanvaarde afstand tot bewoning. In het geval van de N33 wonen naar schatting 20.000 mensen binnen een straal van 2 kilometer rond de geplande molens. Een deel van deze 20.000 mensen zal problemen krijgen met de gezondheid door de effecten van de molens door slagschaduw of geluidsoverlast. Kolonisatie houdt geen rekening met de belangen van een ander dan de kolonisator. Respect voor omgeving of mensen valt in het niet bij het gewin. Gebrek aan respect zal evenals kolonisatie kunnen leiden tot het openen van een doos van Pandora . Er ontbrandt een hevige strijd tussen voor en tegenstanders van windenergie in het gebied. Lokale gemeenschappen komen vijandig tegenover elkaar te staan en zullen dit jaren blijven doen. Een bekend gezegde luidt: wie wind zaait zal storm oogsten. Overheid: bezint eer gij met kolonisatie, omwille van de wind, begint!!!!”
Verzet tegen de plannen voor Windpark N33 worden steeds grimmiger Daar waar de georganiseerde actievoerders met hun acties en juridische procedures binnen de kaders van de wet blijven, zijn er vermoedelijk andere actievoerders, mogelijk individuen, die steeds verder de grens opzoeken en zelfs overschrijden. De protesten tegen de komst van Windpark N33 intensiveren vanaf 2012, maar voor het huidig onderzoek is van belang dat ook al voor die tijd sprake was van protest. Zo hebben reeds in 2010 actievoerders een blokkade uitgevoerd van de N33. Er was dus al sprake van vrij hard protest op het 51
allereerste moment dat het Rijk de coördinatie overnam. Vanaf het allereerste begin van de opschaling, dus.
z
z
“Protesten ontstonden vooral na 2012. Daarvoor ook al hoor, toen is men ook een keer de N33 gaan blokkeren. Later is het allemaal veel heftiger geworden.”103 “In de tijdlijn van de protesten zat een opbouw. Eerst waren er kleinere brandjes bij boeren en werden betonblokken gestort. Toen verschenen de posters van gedeputeerden met hakenkruizen. Daarna begonnen ook de eerste bedreigingen te komen richting ondernemers. Toen werd duidelijk dat dit niet meer alleen spontane acties waren en dat het niet meer kleinschalig zou kunnen worden opgelost. Er leek sprake te zijn van georkestreerde acties.” 104 Dat het verzet tegen de plannen voor Windpark N33 steeds grimmiger wordt (in de periode 2012-2019) blijkt ook de mediaberichtgeving over de protesten. Uit de mediaberichtgeving blijkt tevens dat al te heftige actiemethoden worden afgekeurd door veel tegenstanders. Men trekt een grens bij persoonlijke intimidatie, nazi-vergelijkingen en vernielingen en benoemt dit als extremisme waarmee zij niet geassocieerd willen worden. Overigens blijkt uit deze berichtgeving dat protesten tegen Windpark N33 soms zijn verweven met protesten tegen windpark Drentse Monden/Oostermoer in de Drentse Veenkoloniën. Hier gaan we later in dit rapport nog nader op in. Uit de mediaberichtgeving over de acties blijken strategieën zoals: z
Intimidatie van boeren die hun land ter beschikking willen stellen voor windmolens (bedreigingen, asbest storten, brandstichting).
103Genoemd in meerdere interviews, citaten niet gespecificeerd.. 104Idem.
z
Bedreigen van horecagelegenheden waar informatiebijeenkomsten worden gehouden. Persoonlijke intimiderende aanvallen op bestuurders en politici (zoals posters waarin bestuurders worden afgebeeld als nazi’s). Dreigbrieven aan ondernemingen en organisaties die betrokken zijn bij de windparken in Groningen en Drenthe.
‘Protest tegen windmolenpark N33 overschrijdt alle fatsoensnormen’ (juni 2015)105 Het verzet tegen de plannen voor een windmolenpark bij Meeden wordt steeds grimmiger. Een tweedeling in het dorp dreigt. Deze week plaatsten actievoerders borden met een connotatie naar de oorlog en het Duitse Rijk. De gemeente eiste dat de borden werden weggehaald. Een nieuwe actie volgde, die was gericht op boeren die hun land beschikbaar willen stellen. Eerder zorgde de discussie al voor spanning op scholen.’ Twee actiegroepen hebben horecagelegenheden waar informatiebijeenkomsten worden gehouden een waarschuwing gestuurd. Ze schrijven dat ze hun achterban ‘niet meer in de hand kunnen houden’ en dat er mogelijk ‘ernstige incidenten kunnen plaatsvinden’. RTV-Noord verzamelde enkele reacties van politici. Marjo van Dijken (oud-Tweede Kamerlid): ‘Wie respectvol behandeld wil worden kan zich niet veroorloven om mensen met een andere opvatting zó te schofferen en intimideren.’ Hendrik Klap (Gemeentebelangen): ‘Dat Meeden boos is lijkt me helder. (…) Er is niet geluisterd naar de bevolking en dat gebeurt nog steeds niet. Sommige acties en teksten gaan veel te ver. (…) Dat er harde acties
105Bron: https://www.fluxenergie.nl/protest-tegen-windmolenpark-overschrijdt-allefatsoensnormen/?gdpr=accept
52
zijn, en nog komen lijkt me zeer terecht. Minister Kamp denkt dat we alles pikken in het Noorden, maar Meeden zal zich blijven verzetten.’ Wiebe van der Ploeg (GroenLinks): ‘In Meeden worden er op de achtergrond indringende gesprekken gevoerd. Kernboodschap kan zijn: hou het ludiek, dat maakt u effectief! Het beoogde Windpark N33 wordt ontwikkeld door Yard Energy Development en Blaaswind (een collectief van boeren). Er is ook een variant voor het park waarbij RWE mede-ontwikkelaar wordt. De mogelijke participatie van RWE leidde ertoe dat de tegenstanders anti-Duitse sentimenten opriepen. RWE overweegt juridische stappen tegen de demonstranten vanwege een vergelijking met de Duitse bezetter. Afgebrande schuur bij boer in Tweede Exloërmond (2016, Drenthe) 106
Een incident van 21 september 2016, toen de landbouwschuur van ‘windboer’ Harbert ten Have uit Tweede Exloërmond in brand werd gestoken. Ten Have heeft dan al met enkele andere grondeigenaren miljoenen in een windmolenpark geïnvesteerd. Een maand later staan bij een andere investerende boer hooibalen in brand. Die winter ontvangen alle windboeren kerstkaarten die verwijzen naar de branden. En hun privégegevens belanden op straat. Onbekenden publiceren die in brieven en verspreiden ze in de dorpen, zogenaamd uit naam van het ministerie van Economische Zaken.
106Bron: https://www.rtvnoord.nl/nieuws/197489/Asbest-hakenkruizen-en-bedreigingen-zo-ver-gaathet-verzet-tegen-windmolens
Asbest, hakenkruizen en bedreigingen: zo ver gaat het verzet tegen windmolens (2018)107 Mensen blijken ver te gaan om hun ongenoegens over de bouw van windmolenparken in de provincie Groningen te uiten. Van bedreigingen tot naziverwijzingen. In dit artikel een overzicht van het verzet tot dusver. • 10 januari 2018: De beul van Meeden. Op diverse plekken in Meeden zijn posters opgehangen waarop PvdA-Kamerlid William Moorlag is afgebeeld als kampbeul. Ook zijn er hakenkruizen op te zien. ‘De beul van Meeden’, staat op het affiche. Ze hangen onder andere in de plaatselijke bushokjes. Moorlag was jaren gedeputeerde in de provincie Groningen en in die hoedanigheid betrokken bij de plannen voor het windpark dat bij het dorp moet komen. • 4 februari 2018: Nazipamfletten. Amper een maand later hangen onder meer in Muntendam, Annen, Assen en wederom in Meeden nazipamfletten. Daarop staan toenmalig burgemeester Rein Munniksma van Midden-Groningen en de Drentse gedeputeerde Tjisse Stelpstra afgebeeld als nazibeulen. ‘Tegenstanders van het windmolendossier hadden al aangekondigd meer in de privésfeer aan te zullen vallen’, vertelt de burgemeester aan RTV Drenthe. Deze actie gaat Markus Ploeger te ver, als fervent tegenstander van de komst van windmolens nabij zijn woonplaats Meeden. ‘Voor deze actie is geen draagvlak in Meeden.
Op deze manier een burgemeester en gedeputeerde afbeelden gaat veel te ver.’ De plakkers zijn echt een grens overgegaan. ‘Dit komt het debat niet ten goede. Ik hoop dat de politie deze mensen kan traceren. Ook de Dorpenalliantie Oost-Groningen is tegen de
107Idem
53
•
•
komst van windmolenparken. Maar de pamfletactie gaat veel te ver, vindt woordvoerder Stikfort. ‘Het maakt pijnlijk duidelijk dat sommige actievoerders in al hun aan religieus fanatisme grenzende extremisme definitief een grens zijn overschreden.’ 20 april 2018: Vlaggen met hakenkruizen. Op vrijdagochtend 20 april ontsieren vlaggetjes met hakenkruizen de N33 bij Zuidbroek. Langs de spoorbrug zijn tientallen vlaggetjes op houten stokjes in het gras gestoken. Ze zijn waarschijnlijk afkomstig van tegenstanders van de geplande windmolenparken in het gebied, zo is af te leiden uit de teksten die erop staan. ‘Bezet gebied’, is een van de kreten. Burgemeester Rein Munniksma van Midden-Groningen, gedeputeerde Nienke Homan en haar voorgangers Marc Calon en William Moorlag worden met naam genoemd op de vlaggen. Evenals energiebedrijf Innogy, dat zich genoodzaakt ziet om zich daarvan te distantiëren. ‘We vinden deze actie kwetsend en respectloos en niet kunnen’, zegt een woordvoerder. 16 juli 2018: Collectieve dreigbrief. 34 ondernemingen en organisaties die betrokken zijn bij de windparken in Groningen en Drenthe vinden op 16 juli een dreigbrief op de mat. In de brief wordt gewaarschuwd voor ‘verstrekkende gevolgen’, en er staat: ‘Wij staan niet in voor de veiligheid van uw personeel’. De brief is ondertekend door ‘belaagde en bedreigde burgers uit Groningen en Drenthe’.
De briefstuurders voelen zich naar eigen zeggen behandeld als uitschot door de overheid en initiatiefnemers van de windparken: ‘Meewerken of verrijken aan onze ondergang zal voor uw bedrijf en uw reputatie verstrekkende gevolgen hebben. Zware beveiligingseisen bij windparken zullen op alle locaties waar uw bedrijfsnaam in beeld wordt gebracht noodzakelijk zijn.’ Woordvoerder Jorrit de Jong van Innogy Windpower laat niet veel later weten dat er melding is gedaan bij de politie. De briefstuurders dreigen namelijk dat de acties alleen maar zullen
•
•
•
‘verhevigen’. Later op de dag maakt een collega van De Jong bekend dat zeker twee medewerkers van bedrijven die betrokken zijn bij de bouw van windparken ook persoonlijk zijn bedreigd. In die persoonlijke dreigbrieven gaan de briefstuurders nog verder. 27 juli 2018: Gevaarlijke akkers. Op vrijdag 27 juli publiceert het NRC een artikel over het verzet in Groningen en Drenthe tegen windmolenparken, dat verhardt. Naast dreigbrieven, vlaggetjes met hakenkruizen en nazipamfletten doken er de afgelopen jaren ook nog eens vele voorwerpen op in akkers, zoals houten palen, zware kettingen, en meer dan honderd grote conservenblikken die waren gevuld met beton en ijzeren staven. Die zijn bedoeld om machines te beschadigen van eigenaren die hun grond afstaan voor windmolenbouw. 11 december 2018: Onbekenden dumpen asbest rond de toekomstige stikstoffabriek in Zuidbroek, als protest tegen de komst van windmolens in het gebied tussen Meeden en Muntendam. Er zijn ook borden geplaatst met de tekst ‘Wie wind zaait zal asbest oogsten’. Burgemeester Adriaan Hoogendoorn van de gemeente Midden-Groningen keurt de actie af.
‘Het is een recht van een ieder om te protesteren, maar zodra de gezondheid, de veiligheid of de eigendommen van een ander hierdoor worden geraakt, is er geen sprake van enig begrip of tolerantie.’ 18 januari 2019: Opnieuw dumpen onbekende actievoerders asbest bij Zuidbroek, langs de toekomstige locatie van Windpark N33. Op de pamfletten die erbij geplaatst zijn worden bovendien meerdere acties aangekondigd.’ Komende zomer, rond oogsttijd, worden de landbouwpercelen in Groningen en Drenthe, van Delfzijl tot Coevorden, bekend gemaakt die ook een behandeling hebben ondergaan. (...) Deze groene schandvlekken zullen niet te saneren zijn gezien de omvang/diepte van de verontreiniging’, staat er onder meer. 54
Duiding escalatie en incidenten Volgens geïnterviewden is gedurende de escalatie van harde actie die al in 2010 begint tot een oplopende hoeveelheid incidenten zoals intimidatie, pogingen tot sabotage en brandstichting, sprake van een toenemend verlies van alle vertrouwen in instanties. Bij de incidenten is vermoedelijk een kleine groep activisten betrokken, maar voor de acties is steun bij een veel grotere groep. “De incidenten die op een gegeven moment gebeurden zijn voorbeelden van eigenrichting, het recht in eigen hand nemen omdat je alle vertrouwen in instanties hebt verloren. Zoals de betonblokken die zijn neergezet, posters met nazi snorretjes van bestuurders, asbeststortingen bij boeren en dreigbrieven. Dat werd weliswaar gedaan door een kleine groep, maar er was wel veel onderhuids verzet. De groep die tot daadwerkelijke daden komt is relatief klein, maar de kleine groep die het moreel steunt is wel behoorlijk van omvang.”108 De voormalig projectontwikkelaar windenergie voor RWE heeft eveneens de indruk dat slechts een klein groepje personen verantwoordelijk is geweest voor de ernstige intimidaties en dat de steun voor hun gedrag waarschijnlijk niet zo groot was. 109