CConstaterende datMidden-Groningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Overdrachtsdossier Gemeenteraad - Midden Groningen

Informatiebijeenkomst 19 maart 2026, gemeente Midden-Groningen22.082 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Veenkoloniën : Het zandgebied van de Veenkoloniën is een krachtig landschap met weidse vergezichten, akkers en rechte ontginningswegen en waterlopen.

•

Zuidlaardermeer : Dit meer is een belangrijk gebied voor watervogels en trekt veel vogels aan tijdens hun trektochten. Het meer is ook geschikt voor watersport en biedt mooie wandel- en fietsroutes.

•

‘t Roegwold : Dit nieuwe natuurgebied bestaat uit moeras, water en rietvelden. Het is ideaal voor wandelingen, kanoën en het spotten van bijzondere planten en dieren.

•

Borgen en landhuizen

: Midden-Groningen heeft prachtige borgen (landhuizen), zoals de

Fraeylemaborg in Slochteren, die dateert uit de middeleeuwen. •

Historische kerken : De gemeente heeft een aantal oude kerken die teruggaan tot de Middeleeuwen. Deze gebouwen zijn belangrijk voor zowel religie als cultuur en laten de geschiedenis van de regio zien.

•

Industrieel erfgoed:

De regio heeft een rijke industriële geschiedenis, zichtbaar in oude

fabrieken, sluizen en scheepswerven die het verleden van de gemeente weerspiegelen. •

Musea : Midden-Groningen heeft het Nationaal Busmuseum en daarnaast enkele andere museale instellingen zoals de historische scheepswerf Wolthuis en het NoordNederlands trein & tram museum.

Sociaal De gemeente Midden-Groningen heeft in vergelijking met het landelijke gemiddelde een zwakkere sociale structuur. Dit is bijvoorbeeld te zien aan het aantal huishoudens dat gebruikmaakt van sociale voorzieningen en het percentage jongeren tot 18 jaar in de jeugdzorg. Ook in algemene zin is de sociaaleconomische positie van de gemeente zwakker dan gemiddeld. Midden-Groningen heeft verschillende uitdagingen op het gebied van sociale welvaart: •

Werkloosheid : In sommige delen van de gemeente, vooral in bepaalde wijken in Hoogezand, is de werkloosheid hoger dan gemiddeld in Nederland.

•

Armoede : Armoede is een groot probleem in de gemeente. Dit beïnvloedt gezondheid, onderwijs en de kwaliteit van leven. Daarnaast wordt armoede vaak doorgegeven van generatie op generatie.

•

(Jeugd)zorg: De vraag naar zorg is erg hoog, vooral voor jeugdzorg. Ondanks jarenlange pogingen om deze zorgvraag te verminderen, blijft de vraag hoog en nemen de kosten toe. Deze kosten drukken steeds meer op de gemeentelijke begroting.

25

•

Vergrijzing : De gemeente heeft een vergrijzende bevolking, vooral in de kleinere dorpen. Hierdoor is er meer vraag naar zorg en ondersteuning, terwijl het aantal werkende inwoners daalt. Al zien we dat de vraag minder hard stijgt dan we verwacht hadden.

•

Afnemend vertrouwen in de overheid

: Door de toeslagenaffaire, de gevolgen van de gas-

en zoutwinning en het windmolenpark N33 hebben veel inwoners, vooral in de aardgasgebieden, minder vertrouwen in de overheid. Dit kan leiden tot minder deelname aan maatschappelijke activiteiten, meer onrust en meer ondermijnende activiteiten.

26

2. SWOT-analyse Midden-Groningen Onderstaand geven we een beknopt overzicht van de Sterktes, Zwaktes, Kansen en Bedreigingen van de gemeente Midden-Groningen. Deze SWOT-analyse helpt om de uitgangspositie van de nieuwe raad te duiden: waar liggen onze inherent sterke punten en waar de kwetsbaarheden, en welke externe ontwikkelingen bieden kansen dan wel risico’s? Deze analyse is gebaseerd op bevindingen uit de afgelopen bestuursperiode en strategische documenten.

Sterktes: •

Strategische ligging: Centrale positie in de provincie, nabij de stad Groningen en logistieke knooppunten. Goede infrastructuur (A7/N33, spoorlijnen) zorgt voor bereikbaarheid en maakt de gemeente aantrekkelijk voor forenzen en bedrijven.

•

Veelzijdig woon- en leefmilieu: Een mix van stedelijk gebied en karakteristieke dorpen met ruimte, groen en water. Er is keuze uit diverse woonomgevingen, van centrumstedelijk tot landelijk, wat uiteenlopende doelgroepen aantrekt.

•

Sterke industrie en vakmanschap: Traditioneel een krachtige industrie en landbouwsector. Aanwezigheid van gespecialiseerde bedrijven (scheepswerven, procesindustrie, agrifood zoals AVEBE, glastuinbouw) levert bovengemiddelde werkgelegenheid in deze sectoren. Er is veel technisch vakmanschap en een arbeidsethos dat bijdraagt aan productiviteit.

•

Ruimte voor duurzame energie: De gemeente beschikt over uitgestrekte (deels dunbevolkte) gebieden die geschikt zijn voor wind- en zonne-energieprojecten. Er zijn al stappen gezet richting een duurzame energievoorziening, waarmee Midden-Groningen een grote bijdrage levert aan de energietransitie (bijv. windpark, zonnepark, warmtenet en de stikstoffabriek voor gasconversie).

•

Sterke gemeenschapszin: Met name in de dorpen is de sociale cohesie sterk. Inwoners kennen elkaar en doen actief mee aan het verenigingsleven en dorpsinitiatieven. Dit maakt dat bewoners elkaar ondersteunen en er draagvlak is voor lokale projecten, mits men goed wordt betrokken. Ook samenwerken met maatschappelijke organisaties gaat vaak laagdrempelig dankzij korte lijnen.

Zwaktes: •

Sociaaleconomische achterstand: Midden-Groningen kent een relatief zwakke sociaaleconomische structuur vergeleken met het landelijk gemiddelde. Het aandeel huishoudens in armoede en met langdurige werkloosheid is hoog, vooral in delen van Hoogezand. Dit leidt tot hogere afhankelijkheid van voorzieningen, en brengt generatiearmoede met zich mee. Armoede doet in principe geen goed aan de gemeenschapskracht.

•

Hoge zorg- en ondersteuningsvraag: Het gebruik van jeugdzorg, Wmo en andere sociale ondersteuning is bovengemiddeld. Ondanks inspanningen blijft de vraag naar met name jeugdzorg zeer hoog, wat de gemeentelijke begroting zwaar belast. De vergrijzing in dorpen leidt bovendien tot een groeiende behoefte aan ouderenzorg en passende huisvesting voor senioren.

27

•

Beperkte financiële ruimte: Door genoemde sociale opgaven en een relatief beperkte eigen inkomstenbasis (laag gemiddeld inkomen, beperkte groei woningvoorraad) staan de financiën onder druk. De afgelopen periode was de begroting dankzij extra Rijksmiddelen sluitend, maar structureel blijft de marge klein. Elke tegenvaller kan snel pijn doen.

•

Vertrouwen in overheid: Het vertrouwen van inwoners in de (rijks)overheid ligt historisch laag. In ons gebied wordt dit versterkt door de aardbevingsproblematiek en bijvoorbeeld het windmolenpark N33. Dit heeft ook effect op het vertrouwen in de gemeente. Het kost tijd en inspanning om dit vertrouwen te herstellen.

•

Versnipperde stedelijke structuur: Hoogezand-Sappemeer heeft zich ontwikkeld langs linten en verspreide wijken, wat leidt tot een minder samenhangend centrum. Het huidige stedelijke gebied heeft een sleetse uitstraling en er ontbreken schakels tussen wijken en buurten. Hierdoor is de levendigheid en uitstraling van het centrumgebied nog niet op het niveau dat past bij de tweede kern van de provincie.

•

Organisatorische krapte: Intern heeft de gemeentelijke organisatie beperkte capaciteit op sommige vakgebieden. Het aantrekken en behouden van gespecialiseerd personeel (bijv. planeconomen, verkeerskundigen, IT) is lastig in de krappe arbeidsmarkt. Ook is de werkdruk hoog door de hoeveelheid grote projecten tegelijk.

Kansen: •

Nij Begun: Als onderdeel van het Nationaal Programma Groningen biedt Nij Begun een unieke impuls voor onze gemeente. Er komen substantiële middelen beschikbaar om aardbevingsschade te herstellen en huizen te versterken, maar ook voor duurzaamheidsprojecten, sociale programma’s (Sociale Agenda) en economische structuurversterking (Economische Agenda).

•

Nieuwe spoorverbinding: De aangekondigde investering van €1,9 miljard door het Rijk in de Nedersaksenlijn (een directe spoorverbinding van Groningen via MiddenGroningen naar Twente) biedt enorme kansen. Voor onze gemeente betekent dit de mogelijkheid van een modern, goed uitgerust intercitystation (OV-hub) in het stedelijk gebied van Hoogezand en Sappemeer. Dit zou de bereikbaarheid en regionale functie van Midden-Groningen sterk verhogen en kan dienen als vliegwiel voor gebiedsontwikkeling in de spoorzone (woningen, voorzieningen, werkgelegenheid).

•

Woningbouwagenda: Landelijk is er urgentie om de woningnood aan te pakken. Er zijn grote bouwprogramma’s en fondsen (Woningbouwimpuls, Regio Deals) beschikbaar. Midden-Groningen heeft relatief veel beschikbare ruimte voor woningbouw en relatief lage grondprijzen. Met de vastgestelde Woonvisie 2024-2030 en de focus op versnelling van bouwprojecten, kunnen we inspelen op de nationale bouwambities en daarvoor steun verkrijgen.

•

Energietransitie en groen herstel: De overgang naar duurzame energie en de klimaatopgaven bieden kansen in onze regio. De beëindiging van de gaswinning gaat gepaard met investeringen in duurzame energieprojecten. Midden-Groningen kan zich profileren als energiegemeente doordat ervaring met gaswinning kansen biedt op innovatieve oplossingen. Daarnaast kan herstel van het landschap na de gaswinning

28

(denk aan natuurontwikkeling op plekken van voormalige gasinfrastructuur) bijdragen aan zowel klimaatadaptatie als recreatieve waarde. •

Samenwerking en regiovorming: Op regionaal niveau wordt steeds meer samengewerkt (bijv. binnen Regio Groningen-Assen, en R8 (samenwerking met andere gemeenten in het land)). Midden-Groningen kan profiteren van deze netwerken om kennis te delen, lobbykracht te vergroten en projecten gezamenlijk uit te voeren. Een sterk regionaal profiel kan ons meer invloed en middelen opleveren.

Bedreigingen: •

Demografische krimp en vergrijzing: Hoewel prognoses voor onze gemeente recent zijn bijgesteld, blijft op de lange termijn de kans op bevolkingskrimp aanwezig in Noorden Oost-Nederland. Met name de dorpen kunnen te maken krijgen met dalende inwonertallen en verdere vergrijzing. Dit zet voorzieningen (scholen, winkels, openbaar vervoer) onder druk en kan leiden tot een vicieuze cirkel van vertrek en afnemende leefbaarheid, Door de vergrijzing neemt de omvang van de potentiële beroepsbevolking fors af. Dit vergroot de bestaande krapte op de arbeidsmarkt.

•

Rijksbeleid sociaal domein: De financiële houdbaarheid van met name de jeugdzorg is een landelijk probleem. Mocht er geen structurele extra ondersteuning vanuit het Rijk komen, dan blijft de gemeente voor moeilijke keuzes staan: bezuinigingen op andere terreinen of versoberen van voorzieningen. Daarnaast brengen eventuele nieuwe wetswijzigingen onzekerheid mee.

•

Aardbevingsproblematiek en afhandeling schade: Hoewel de gaswinning stopt, is de afhandeling van schade en de versterkingsoperatie nog niet afgerond. Vertragingen of een stroperige uitvoer door de NCG en het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG) blijven een risico. Als inwoners lang in onzekerheid zijn over hun woning, schaadt dat de mentale gezondheid en het vertrouwen in de overheid.

•

Klimaatverandering en milieunormen: Extreme weersomstandigheden (zware regenval, hitte, droogte) zullen ook Midden-Groningen raken. Wateroverlast kan vaker voorkomen, bijv. in lagergelegen polders, en hitte kan vooral ouderen in dorpen treffen. Daarnaast staan we voor de opgave om te voldoen aan strengere milieunormen, zoals stikstofreductie en normen voor schoon water. Dit kan gevolgen hebben voor onze agrarische sector en voor geplande bouwprojecten die dan vertraging oplopen door vergunningenproblematiek.

•

Netcongestie: Netcongestie vormt een bedreiging voor de gemeente omdat nieuwe woningen, bedrijven en maatschappelijke voorzieningen niet tijdig kunnen worden aangesloten op het elektriciteitsnet. Hierdoor lopen economische ontwikkelingen, duurzaamheidsprojecten en bouwplannen vertraging op of worden ze zelfs stilgelegd. Daarnaast belemmert het de energietransitie, omdat duurzame opwek en elektrificatie van mobiliteit en verwarming niet volledig benut kunnen worden.

•

Stikstof: Het landelijke stikstofbeleid vormt een bedreiging voor de gemeente omdat bouwprojecten, infrastructuur en economische ontwikkelingen vertraging oplopen door vergunningsbeperkingen. Dit raakt zowel woningbouw als de ontwikkeling van bedrijventerreinen en kan daarmee de lokale groei en leefbaarheid onder druk zetten. Daarnaast zorgt de onzekerheid rond regelgeving voor terughoudendheid bij

29

ondernemers en investeerders, wat de sociaaleconomische positie van de gemeente kan verzwakken. •

Concurrentie en regiobeeld: Tot slot is er het risico dat Midden-Groningen te weinig zijn eigen profiel neerzet. We concurreren in zekere mate met omliggende gemeenten om inwoners, bedrijven en bezoekers. Als wij er niet in slagen onze unieke kwaliteiten (ruimte, natuur, betaalbaar wonen, gemeenschapszin) uit te dragen, bestaat het risico dat potentiële nieuwe inwoners voor andere plekken kiezen. Dit maakt het des te belangrijker om actief aan onze profilering te werken.

30

3. Beschrijving van de grote opgaven 3.1 Wonen 1. Inleiding: landelijke context en woonopgave Nederland kampt met een groot woningtekort. Om aan de behoefte te

Wettelijke kader Wonen

voldoen, wil het Rijk tot en met 2030 ongeveer

Het woonbeleid in Nederland wordt grotendeels

900.000 nieuwe woningen bouwen. Twee

bepaald door landelijke wet- en regelgeving. Centraal

derde daarvan moet betaalbaar zijn (sociale huur, middenhuur en betaalbare koop) zodat

staat de Omgevingswet, die gemeenten verplicht integraal te sturen op de fysieke leefomgeving,

ook starters en mensen met een lager of

waaronder woningbouw. De Woningwet regelt de rol van woningcorporaties en hun samenwerking met

middeninkomen een passende woning kunnen vinden.

gemeenten via prestatieafspraken. Daarnaast gelden

Om deze ambitieuze bouwopgave te

de Huisvestingswet 2014 (voor toewijzing en

realiseren, heeft het Rijk woondeals gesloten met regio’s en provincies. In februari 2023 zijn

verhuurderschap (2023), die gemeenten meer

verdeling van schaarse woonruimte) en de Wet goed handvatten geeft om misstanden op de huurmarkt

voor Groningen afspraken gemaakt om provinciaal 28.500 woningen toe te voegen tot

aan te pakken.

2030. Dit is uitgewerkt in drie regionale

Komende jaren verandert het wettelijk kader

woondeals: één voor Regio Groningen-Assen

ingrijpend met de Wet versterking regie

(interprovinciaal met Drenthe) en twee voor

volkshuisvesting (Wrv), die naar verwachting in 2026

de provincie Groningen zelf (Eemsdelta en Oost-Groningen). In de Woondeals zijn

in werking treedt. Deze wet verplicht gemeenten om een volkshuisvestingsprogramma vast te stellen en

aantallen nieuwbouw afgesproken, samen

geeft het Rijk meer regiemogelijkheden om betaalbare woningen te realiseren. Ook

met locaties en randvoorwaarden. Het doel van deze woondeals is om Rijk, provincie,

beleidsinstrumenten uit het Nationaal Programma

gemeenten, corporaties en marktpartijen te

Woningbouw en de Woondeals worden juridisch

laten samenwerken zodat er sneller en op de

verankerd.

juiste plekken gebouwd wordt.

2. Huidige situatie in Midden-Groningen Midden-Groningen is een gemeente met 28.833 woningen (peildatum 1 januari 2025). Hiervan bestaat circa 38% uit huurwoningen (voornamelijk sociale huur van woningcorporaties) en 62% uit koopwoningen. De bevolkingsgroei in onze gemeente is lang gering geweest; eerder werd zelfs rekening gehouden met krimp. Sinds enkele jaren zien we echter een omslag. Er is weer sprake van groei van huishoudens in zowel het stedelijk gebied als de dorpen. Dit betekent dat er na een lange periode van stilstand nu extra gebouwd moet worden om in de behoefte te voorzien. Deze inhaalslag kost door procedures en capaciteitsproblemen tijd. De huidige woningmarkt in Midden-Groningen kenmerkt zich door krapte in specifieke segmenten. Het gemeentelijk woningmarktonderzoek van 2022 bevestigt dat er tot 2030 aanzienlijk meer woningen nodig zijn. Daarbij gaat het vooral om betaalbare en geschikte woningen: starters zoeken betaalbare huur- of koopwoningen, terwijl er voor oudere inwoners behoefte is aan levensloopbestendige woningen (bijvoorbeeld gelijkvloerse appartementen of zorggeschikte woningen). Ook andere doelgroepen, zoals mensen die urgent of tijdelijk

31

onderdak nodig hebben en arbeidsmigranten, hebben moeite om passende huisvesting te vinden. Hoewel huizenprijzen in onze regio lager liggen dan het landelijk gemiddelde, is betaalbaarheid een punt van aandacht vanwege de relatief lagere inkomens en stijgende woonlasten. De wachtlijsten voor sociale huur zijn nog beheersbaar, maar vragen continue monitoring om ervoor te zorgen dat kwetsbare groepen tijdig een woning krijgen. Ook de kwaliteit en het type woningaanbod spelen een rol in de mismatch tussen vraag en aanbod. Ons woningbestand bestaat voor een groot deel uit naoorlogse eengezinswoningen. In sommige oudere wijken is de kwaliteit matig en vindt ongewenste woningsplitsing of verkamering plaats; dit proberen we tegen te gaan om de leefbaarheid te waarborgen. Tegelijk is er behoefte aan meer variatie in woningtypen. Zo worden nieuwe woonvormen verkend, zoals hofjes voor senioren of het herbestemmen van vrijkomende boerderijen tot meerdere woningen, om beter aan te sluiten bij de veranderende woonwensen. Een bijzondere factor in Midden-Groningen is de aardbevingsproblematiek door gaswinning. De versterkingsoperatie heeft grote invloed op de woningvoorraad, vooral in de noordelijke en oostelijke dorpen. Veel woningen moeten bouwkundig worden versterkt of vervangen om ze veilig te maken.

Dit leidt op korte termijn tot verhuizingen en tijdelijk leegstand, maar uiteindelijk vaak tot nieuwe huizen van hogere kwaliteit.

3. De opgave en ambities Uit de laatste prognoses blijkt dat Midden-Groningen tot 2030 circa 1.250 extra woningen nodig heeft om aan de woonvraag te voldoen. Daarbij is het goed om na te denken of we het inwonersaantal verder willen laten groeien, zoals dat in veel gemeenten om ons heen gebeurt. De huidige gemeenteraad heeft wonen tot topprioriteit verklaard en in de nieuwe Woonvisie 2024-2030 de koers uitgezet om die bouwopgave te realiseren. Concreet is de ambitie om ongeveer 1.250 woningen bij te bouwen voor 2030 (netto toevoeging, dus na aftrek van sloop). De gemeente richt zich, naast het aantal woningen, op de kwaliteit van wonen. Belangrijke speerpunten zijn: •

Duurzaam bouwen en wonen: nieuwe woningen zijn energieneutraal of energiezuinig; bestaande woningen worden geïsoleerd en van het gas gehaald (o.a. via NPG en Volkshuisvestingsfonds).

•

Levensloopbestendig wonen: nieuwbouw is geschikt of eenvoudig aanpasbaar voor alle levensfasen, zodat ouderen langer zelfstandig kunnen wonen.

•

Betaalbaarheid: voldoende sociale huur, betaalbare koop en middenhuur; een evenwichtige mix om doorstroming te bevorderen.

•

Doelgroepenbeleid: extra aandacht voor starters, jongeren, senioren, mensen met zorgbehoefte, spoedzoekers en arbeidsmigranten.

•

Instrumenten: behoud van de Starterslening en stimulering van tijdelijke en gecombineerde woon-zorgprojecten.

Midden-Groningen vertaalt landelijke afspraken en regio-afspraken naar lokaal beleid. Zo maakt Midden-Groningen deel uit van de Regio Groningen-Assen (RGA) en draagt met circa 1.350 nieuwbouwwoningen bij aan de woningbouwopgave in de RGA-regio. In de kernen dicht bij de stad (zoals Hoogezand-Sappemeer) faciliteren we extra nieuwbouw voor de regio, terwijl we in

32

de oostelijke dorpen vooral inzetten op het vernieuwen en verduurzamen van woningen en inbreiding op kleine schaal. Bovendien bereidt de gemeente zich voor op nieuwe instrumenten uit Den Haag. Zo treedt naar verwachting in 2026 de Wet versterking regie volkshuisvesting (Wvrv) in werking. Die wet verplicht gemeenten om een volkshuisvestingsprogramma op te stellen en geeft het Rijk de mogelijkheid om gemeenten aan te wijzen om extra betaalbare woningen te bouwen. MiddenGroningen anticipeert hierop door op korte termijn een eigen programma Wonen vast te stellen. In het programma Wonen worden door het college de woningcategorieën en de doelgroepen uitgewerkt. Ook welzijn en zorg krijgen hierin een plek alsmede het operationele deel met woningbouwprojecten en prestatieafspraken met woningcorporaties. Voor een goede verankering van het programma Wonen, het grondbeleid en andere ruimtelijke ambities zal de Omgevingsvisie (2023) binnen de komende bestuursperiode moeten worden geactualiseerd.

4. Lokale ontwikkelingen Vrijkomende locaties Een kans voor extra woningbouw in onze gemeente ligt in het benutten van vrijkomende locaties, zoals voormalige scholen en zorginstellingen of ander leegstaand vastgoed. MiddenGroningen heeft een inventarisatie gemaakt van maar liefst 22 dergelijke locaties (veelal oude schoollocaties) die getransformeerd kunnen worden naar woningen. Dit is een belangrijk speerpunt in de Woonvisie: we willen op eigen grond en bestaande bebouwde plekken nieuwe woningen realiseren om tegelijk de krapte te verlichten én de kernen te verfraaien. Enkele voorbeelden zijn de transformatie van oude schoolgebouwen in dorpen naar appartementen of woonzorgcomplexen, en de herontwikkeling van het oude Woonzorgcentrum in Slochteren. Dergelijke projecten leveren vaak win-win op: ze geven een nieuwe bestemming aan gebouwen die anders zouden verloederen, en ze voegen woningen toe midden in de kern, dicht bij voorzieningen. Muntendam Muntendam is een van de dorpen waar kleinschalige groei wordt voorzien. De nadruk ligt op inbreiding en het versterken van het dorpshart, in plaats van grote uitbreidingswijken aan de randen. Een goed voorbeeld is het Centrumplan Muntendam, waarin de herontwikkeling van het dorpscentrum centraal staat. Hier worden op vrijkomende plekken nieuwe woningen gebouwd, waaronder zorgwoningen voor ouderen.

Door in het centrum te bouwen slaan we twee vliegen in één klap: we voegen passende woningen toe voor senioren (zodat zij in het dorp kunnen blijven wonen met voorzieningen in de buurt) én we vullen leemtes in de dorpsstructuur op, wat de leefbaarheid ten goede komt. Hoogezand -Sappemeer Hoogezand-Sappemeer vormt het stedelijk hart van Midden-Groningen en is dan ook de plek met de grootste woningbouwopgave. Een belangrijk project betreft de wijkvernieuwing Hoogezand-Noord (Noorderpark). Dit is een grootschalig herstructureringsproject waar de komende jaren ingrijpend wordt geïnvesteerd in wonen, leefomgeving en sociale samenhang. Er is een gebiedsvisie opgesteld voor Noorderpark, met als doel om ongeveer 300 nieuwe

33

woningen toe te voegen in deze wijk. De wijkvernieuwing is integraal van opzet: naast nieuwbouw en woningrenovatie gaat het om verbetering van de openbare ruimte (meer groen en veilige plekken voor ontmoeting), aanpak van sociale problemen en het verhogen van het veiligheidsgevoel in de buurt. Naast Noorderpark zijn er in Hoogezand-Sappemeer nog andere ontwikkelingen. Zo wordt aan de westkant van Hoogezand de nieuwbouwwijk De Vosholen in fases gerealiseerd als uitbreidingslocatie met uiteindelijk circa 900 woningen in diverse types (rijwoningen, tweeonder-één-kap, vrijstaand en appartementen). Huisvesting asielzoekers en aandachtsgroepen Aan het einde van 2026 lopen regionale afspraken over de opvang van asielzoekers en de huisvesting van aandachtsgroepen af. Indien regionale voorzieningen worden beëindigd of herverdeeld, kan de individuele taakstelling voor Midden-Groningen nadrukkelijker in beeld komen. Op basis van de indicatieve verdeling in het kader van de Spreidingswet bedraagt de opgave voor Midden-Groningen 289 opvangplaatsen (waarvan 24 voor alleenstaande minderjarige vluchtelingen (AMV’s)). Daarnaast loopt de tijdelijke bescherming voor Oekraïense ontheemden door tot in 2027. Dit dossier vraagt in de komende raadsperiode om tijdige bestuurlijke keuzes over capaciteit, locaties en regionale samenwerking.

34

3.2 Economie 1. Inleiding: context en economische opgave De economie van Midden-Groningen heeft een

Wettelijke kader Economie

herkenbaar profiel met sterke industriële en agrarische wortels. Tegelijkertijd staat onze

Het economisch beleid van gemeenten is ingebed

economie ook voor vernieuwing. De

in een breder nationaal en Europees kader. De Omgevingswet (2024) vormt het fundament voor

uitdagingen waar we voor staan, arbeidsmarktkrapte, vergrijzing, de overgang

de fysieke en economische ontwikkeling van

naar een duurzame energievoorziening en het

gebieden: via de omgevingsvisie en het

toekomstbestendig maken van

omgevingsplan kan de gemeente sturen op

bedrijventerreinen, vragen om gerichte keuzes.

ruimte voor bedrijvigheid en economische

We willen de economische structuur

vitaliteit. Daarnaast zijn de Wet economische

verbreden, innovatie stimuleren en de kwaliteit van werkgelegenheid verhogen.

mededinging en het Europees staatssteunkader richtinggevend voor gemeentelijke steun aan bedrijven en

De economie van Midden-Groningen maakt

investeringen.

deel uit van een regio in beweging. De ontwikkelingen met betrekking tot de

De Wet gemeenschappelijke regelingen biedt

Economische Agenda van Nij Begun vormen

de juridische basis voor regionale economische

voor de komende jaren het kader waarbinnen

samenwerking, zoals via de Regio GroningenAssen en Nij Begun. Ook het Investeringskader

ook onze gemeente haar economische koers bepaalt. Deze agenda zet in op een sterke en

Regionale Economie (IRE) van het Rijk en de

duurzame economie voor de regio Groningen

Regio Deals zijn belangrijke instrumenten voor

en Noord-Drenthe, met nadruk op kansen in

financiering van regionale economische

de energietransitie, het versterken van de

ontwikkeling. Op het terrein van arbeidsmarkt en

maakindustrie, de ontwikkeling van

scholing gelden de Participatiewet en de Wet

toekomstbestendige landbouw en een stevige

SUWI, die de samenwerking tussen gemeenten, UWV en werkgevers regelen.

sociale basis. Midden-Groningen neemt hierin een belangrijke positie in: als schakel tussen

Komende jaren krijgt ook de energietransitie een

stad en platteland, tussen industrie en

sterker juridisch fundament, onder meer via de

landbouw, en tussen kennisinstellingen en

Energiewet (in voorbereiding) en de Klimaatwet,

bedrijven.

die doelen vastleggen voor CO₂-reductie en energiebesparing.

Voor Midden-Groningen betekent dit dat we

werken aan brede welvaart, economische vooruitgang die bijdraagt aan sociale samenhang, gezondheid en duurzaamheid. Een veerkrachtige lokale economie met voldoende en passend werk vormt daarbij de kern. Met de Lokale Economische Agenda 2025–2028 sluiten we aan bij de regionale koers van Nij Begun en vertalen we die naar concrete lokale ambities.

2. Huidige situatie in Midden-Groningen De economische structuur van Midden-Groningen kenmerkt zich door een sterk industrieel en agrarisch fundament. De industrie is verantwoordelijk voor 20% van alle arbeidsplaatsen in de gemeente, tegenover 9% landelijk. Daarmee is de industrie onze grootste werkgever. De industrie kent bovendien veel indirecte werkgelegenheid bij toeleveranciers, evenals een bovengemiddelde arbeidsproductiviteit. Ook de landbouwsector (inclusief glastuinbouw) is in

35

Midden-Groningen relatief groot met ongeveer 5% van de banen (landelijk <3%). Daarnaast is de bouwsector goed voor circa 7% van de werkgelegenheid (landelijk ~5%), mede gestuwd door de aardbeving gerelateerde bouw- en herstelwerkzaamheden in onze regio. Tegelijk valt op dat sectoren als zakelijke dienstverlening, toerisme en recreatie een kleiner aandeel van de werkgelegenheid innemen in dan gemiddeld. De economische ontwikkeling van Midden-Groningen laat de afgelopen jaren een gemengd beeld zien. Met ruim 23.000 arbeidsplaatsen en circa 5.800 bedrijfsvestigingen kent MiddenGroningen relatief weinig banen ten opzichte van de omvang van de beroepsbevolking. Veel inwoners werken buiten de eigen gemeente (met name in de stad Groningen), terwijl omgekeerd een flink deel van de werknemers bij lokale bedrijven van buiten de gemeente komt. Onze lokale economie is dus sterk verweven met de regionale economie van Groningen en Noord-Oost-Nederland. In de afgelopen tien jaar nam het aantal banen in Midden-Groningen per saldo met circa 7% toe, een groei die achterbleef bij het provinciale en landelijke gemiddelde. Dit komt onder andere doordat landbouw en industrie hier een groter aandeel van de werkgelegenheid vormen en deze sectoren het de afgelopen jaren moeilijker hadden dan gemiddeld.

Onze regio is extra gevoelig voor economische tegenwind; in mindere conjunctuur zien we de werkgelegenheid hier sneller dalen dan elders. De werkloosheid in Midden-Groningen is historisch laag en bevindt zich ongeveer op landelijk niveau. Tegelijk is de arbeidsparticipatie hoger dan ooit, wat betekent dat er relatief weinig ongebruikte arbeidsreserve over is. Dit is positief maar het betekent ook dat verdere groei niet eenvoudig bereikt kan worden door nóg meer mensen te laten werken. Door vergrijzing krimpt naar verwachting de potentiële beroepsbevolking in Groningen richting 2050 aanzienlijk (provinciaal circa 60.000 personen). Arbeid is daarmee een schaars goed geworden, net als andere productiefactoren (ruimte, energie, materialen). Veel ondernemers ervaren tekort aan geschikt personeel als belangrijkste knelpunt. Daarbij komt dat in onze gemeente nog altijd 24% van de beroepsbevolking geen startkwalificatie heeft (voortijdig schoolverlaters). Deze groep is onderdeel van de kwetsbare doelgroep met een afstand tot de arbeidsmarkt die maar moeilijk kunnen profiteren van de krapte op de arbeidsmarkt. Het aandeel van de beroepsbevolking zonder startkwalificatie daalt wel, maar langzamer dan landelijk. Het wegwerken van scholingsachterstanden en beter laten aansluiten van onderwijs op de praktijk is dus een dringende opgave.

De afgelopen jaren zagen we een verschuiving in Midden-Groningen: er kwamen netto banen bij in met name de zorg (+1.030 banen sinds 2013), de handel (detailhandel) en de bouw, terwijl de industrie (–560 banen) en landbouw (–245 banen) juist banen verloren. Dit illustreert dat ons traditionele economische fundament onder druk staat en niet als vanzelfsprekend groeit. Verder is er een trend van schaalverkleining. De gemiddelde bedrijfsomvang daalt, wat kan betekenen dat groei vaker plaatsvindt in kleinschalige activiteiten met beperkte toegevoegde waarde. Dit zet ook innovatiekracht en productiviteit onder druk, want juist enige schaalgrootte maakt investeringen in onderzoek en ontwikkeling, professionalisering en scholing makkelijker. Daarnaast is ook digitalisering, de ontwikkeling van AI en robotisering iets van continu aandacht vraagt op de arbeidsmarkt en de digitale geletterdheid van inwoners.

36

3. De opgave en ambities Gezien bovenstaande uitgangspositie heeft de gemeente Midden-Groningen haar Economische Agenda 2025-2028 opgesteld met als kern de economische vitaliteit van de gemeente te vergroten. Deze ambitie brengt op een aantal vlakken opgaven met zich mee: Bedrijventerreinen: Midden-Groningen heeft een reeks bedrijventerreinen, variërend van het regionale knooppunt De Gouden Driehoek (bij Zuidbroek, langs de A7) tot lokale bedrijfsterreinen in dorpen. Uit onze Bedrijventerreinenvisie uit 2024 blijkt dat er de komende jaren behoefte is aan extra bedrijfsruimte: naar schatting 11 tot 29 hectare uitbreiding om groei van lokale bedrijven op te vangen. Binnen de Regio Groningen-Assen maken wij afspraken over de uitbreiding van bedrijventerreinen. Minstens zo belangrijk is het vernieuwen van bestaande bedrijventerreinen. Veel van onze werklocaties zijn al decennia oud; enkele kampen met verouderde infrastructuur, leegstand of een verminderde ruimtelijke kwaliteit. In plaats van steeds nieuwe terreinen uit te geven, is ook inbreiding en herstructurering nodig. Industrie en energietransitie: Voor de industrie in onze gemeente is het werken aan toekomstbestendig worden een grote opgave. De gevestigde industrie (bijvoorbeeld in Foxhol, Sappemeer en Hoogezand) werkt hard aan modernisering, mede ingegeven door de energietransitie.

Bedrijven onderzoeken mogelijkheden om processen te verduurzamen en efficiëntie te verhogen. De gemeente ondersteunt initiatieven voor circulaire bedrijvigheid en energiehubs op industrieterreinen, Zo lopen er verkenningen om bedrijven te koppelen aan het toekomstige regionale waterstofnetwerk en om restwarmte-uitwisseling tussen bedrijven te faciliteren. Via het programma Groningen Werkt Slim (samenwerking in de regio) worden MKBondernemers geholpen bij digitalisering en slimme productietechnieken. We zoeken aansluiting bij de programma's die ontwikkeld worden vanuit de Economische Agenda Nij Begun zodat onze lokale bedrijven kunnen aanhaken bij deze kansen. Wij verkennen de noodzaak voor een Masterplan Industrie waarmee wij onze maak- en procesindustrie ondersteunen om toekomstbestendig te worden en te blijven. Agrarische sector en glastuinbouw: In het landelijk gebied van Midden-Groningen spelen meerdere economische en ecologische transities. Onze agrarische ondernemers staan voor uitdagingen op het gebied van duurzaam bodembeheer, stikstofreductie en bedrijfsopvolging. Via regionale programma’s als de Landbouwagenda werken we aan perspectief voor boeren, onder meer door pilotprojecten in kringlooplandbouw en natuur-inclusieve landbouw. Specifiek voor de glastuinbouw is de situatie urgent vanwege de hoge energiekosten.

Enkele glastuinbouwbedrijven zijn inmiddels overgestapt op alternatieve warmtebronnen om minder gas te gebruiken. Onderwerpen die aandacht vragen zijn o.a. het vergroten van de elektriciteitsnetcapaciteit voor kassen, het onderzoeken van geothermie of restwarmte als warmtebron en mogelijk het clusteren van kassen voor efficiënter energiegebruik. Daar hoort ook nog de herbestemming van oudere, niet levensvatbare glastuinbouwlocaties bij. Toerisme en recreatie: De vrijetijdseconomie is een van de speerpunten in de Economische Agenda van Nij Begun en een aandachtspunt in onze economische ontwikkeling. Er zijn verschillende initiatieven om het toeristisch profiel van Midden-Groningen te versterken. Onder de Visie Vrijetijdseconomie 2030 vallen projecten om onze recreatieve kerngebieden beter te ontsluiten en verfraaien, zoals de verbetering van de recreatieve infrastructuur rond het Zuidlaardermeer en het Schildmeer. Denk hierbij aan de aanleg van nieuwe fiets- en

37

wandelpaden, betere strand- en parkeervoorzieningen en promotie van het meer als watersportbestemming. Het ontwikkelprogramma Ruimte voor Vrijetijd (onderdeel uitvoering Economische Agenda Nij Begun) zet in op recreatieve bestemmingsontwikkeling. Dit ontwikkelprogramma biedt kansen om verschillende ontwikkelingen in het Roegwold te versnellen en zo het toeristisch-recreatief aanbod te versterken. Dit vraagt van ons intensieve samenwerking met ondernemers, stakeholders en andere overheden. Bereikbaarheid: Goede infrastructuur is een randvoorwaarde voor economische ontwikkeling. Midden-Groningen is gunstig gelegen aan de snelweg A7 (Groningen – Duitsland) en aan de spoorlijn Groningen-Winschoten/Bad Nieuweschans. Er zijn vergevorderde plannen om de spoorverbinding verder uit te breiden via de Nedersaksenlijn. Eveneens zijn we via de provincie betrokken bij de Wunderline (een project om de spoorverbinding Groningen–Bremen te verbeteren). Deze ontwikkelingen versterken de (internationale) bereikbaarheidspositie van Noord-Nederland en daarmee indirect ook de aantrekkingskracht van onze regio voor bedrijven. Daarnaast lobbyen we voor verbetering van regionale OV-verbindingen (frequentere treinen, snelbussen) en voor onderhoud van het Winschoterdiep dat door onze gemeente loopt, zodat ook watergebonden bedrijven optimaal bediend blijven.

4. Andere ontwikkeling: Omgevingsvisie Midden-Groningen De Omgevingsvisie Midden-Groningen, vastgesteld op in 2023, is het strategische kompas voor de toekomst van de gemeente. De visie beschrijft hoe de fysieke leefomgeving zich de komende decennia moet ontwikkelen — met aandacht voor wonen, werken, energie, natuur, landbouw, mobiliteit en klimaat — en heeft als doel de brede welvaart van inwoners te versterken. De kern is dat Midden-Groningen een groene, ruime en verbonden gemeente met sterke dorpen, een actieve gemeenschap en een vitale agrarische en economische sector is. Deze identiteit wil de gemeente behouden én versterken door gericht te vernieuwen waar dat nodig is. De visie brengt bestaand beleid samen tot één samenhangend geheel en vormt het overkoepelend kader voor toekomstige besluiten. De koers van de gemeente is uitgewerkt in acht speerpunten: 1. Veilige en gezonde woonomgeving – ruimte om te bewegen, ontmoeten en gezond te leven. 2. Behoud en versterking van landschap en kernen – respect voor cultuurhistorie en dorpskarakter. 3. Voldoende en betaalbare woningen – voor starters, ouderen en kwetsbare inwoners. 4. Toekomstbestendige landbouw en buitengebied – in balans met natuur, recreatie en energie. 5. Duurzame economie en werkgelegenheid – bedrijvigheid die past bij de omgeving. 6. Energietransitie – minder verbruik, meer duurzame opwekking en minder aardgas.

7. Klimaat en biodiversiteit – omgaan met water, hitte en droogte, en versterken van natuur. 8. Bereikbaarheid en toegankelijkheid – fysiek en digitaal, voor iedereen.

38

Deze speerpunten versterken elkaar. De gemeente kiest daarom voor meervoudig ruimtegebruik:

Beleidskaders Onze inzet wordt ondersteund door

functies combineren in plaats van scheiden, bijvoorbeeld woningbouw mét duurzame energie of vergroening die ook hittestress tegengaat. Actualisatie omgevingsvisie en programmatisch werken

verschillende beleidskaders. Het Beleidskader Dorpshuizen en Wijkcentra (2026) benadrukt het belang van ontmoetingsplekken en laat zien dat verschillen tussen dorpen groot zijn. De

Voor een goede verankering van het programma

Cultuurvisie 2025–2028 en de Beleidsnotitie Sport & Bewegen 2026–2030 versterken de rol

Wonen, het grondbeleid en andere ruimtelijke

van cultuur, sport en bewegen in gezondheid,

ambities zal de Omgevingsvisie (2023) binnen de

ontmoeting en gemeenschapskracht. Deze en

komende bestuursperiode moeten worden

andere onderwerpen komen samen in het

geactualiseerd. In de omgevingsvisie maakt de

programma Gebiedsgericht Werken (2023 –

gemeenteraad ruimtelijke keuzes. De omgevingsvisie zal vertaald moeten worden in

2027). Via het Nationaal Programma Groningen maken alle dorpen en wijken eigen plannen met

concrete plannen. Dit kan met een ruimtelijke strategie en verdere uitwerking in

uitvoeringsagenda’s. In het aardbevingsgebied

omgevingsprogramma’s: •

ondersteunt Nij Begun de samenhang tussen

De omgevingsvisie geeft richting en

versterken, schadeafhandeling en leefbaarheid.

samenhang. •

De omgevingsprogramma’s vertalen die richting naar concrete acties, middelen en verantwoordelijkheden.

•

Via deze programma’s kan de gemeente keuzes maken, prioriteren en resultaten volgen.

Het Beleid voor inwonerbetrokkenheid (2025) geeft uitvoering aan de Wet versterking participatie op decentraal niveau en de Omgevingswet. Deze kaders leggen vast hoe en wanneer inwoners worden betrokken bij beleid en uitvoering, en hoe ruimte wordt geboden aan initiatieven uit de samenleving.

De komende jaren zullen we druk zijn met de actualisatie van de omgevingsvisie, een ruimtelijke vertaling én het omzetten van beleid naar programma’s. Dit vraagt veel van de organisatie.

39

Al deze kaders sluiten aan op de visie Sociale Veerkracht, waarin eigenaarschap, zeggenschap en een sterke sociale basis centraal staan.

3.3 Leefbaarheid, sociale samenhang en inwonersparticipatie 1. Inleiding: context en regionale/lokale trends In heel Nederland groeit het belang van sterke, leefbare dorpen en wijken. De samenleving verandert: sommige gebieden vergrijzen of krimpen, andere groeien of krijgen een andere samenstelling. Inwoners willen meer invloed op hun leefomgeving en zoeken manieren om elkaar te ontmoeten, samen activiteiten te doen en steun te vinden. De overheid vraagt gemeenten om de sociale basis te versterken: plekken en netwerken waar mensen elkaar kunnen ontmoeten, zich kunnen ontwikkelen en terechtkunnen voor informatie, activiteiten en lichte ondersteuning. Sport, cultuur, welzijn, bibliotheken en vrijwilligerswerk spelen hierbij een steeds grotere rol. Landelijke programma’s zoals het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA), het Aanvullend Zorgen Welzijnsakkoord (AZWA) en de nieuwe Bibliotheekwet (2027) leggen nadruk op preventie, samenwerking en toegankelijke voorzieningen. Ook gebiedsgericht werken wordt landelijk steeds meer gezien als sleutel om beter aan te sluiten bij wat inwoners nodig hebben en opgaven met elkaar te verbinden.

2. Huidige situatie in Midden-Groningen Midden-Groningen bestaat uit dorpen en wijken met een eigen identiteit. In sommige dorpen is veel sociale samenhang en een sterke vrijwilligersbasis; in andere gebieden is die basis kwetsbaarder door eenzaamheid, minder vrijwilligers of beperkte voorzieningen. Dorpshuizen, wijkcentra, sportclubs, culturele verenigingen en bibliotheken spelen een belangrijke rol als plekken waar mensen elkaar kunnen ontmoeten en activiteiten kunnen organiseren. Tegelijk staan deze voorzieningen onder druk door vergrijzing en de beschikbaarheid van vrijwilligers. In veel dorpen en wijken zijn via het Nationaal Programma Groningen (NPG) dorps- en wijkplannen gemaakt. Dit versterkt betrokkenheid, eigenaarschap en samenwerking met de gemeente. Gebiedsgericht werken wordt hierdoor steeds meer onderdeel van ons dagelijks handelen. Deze dorps- en wijkplannen hebben bijgedragen aan meer betrokkenheid en eigenaarschap, maar leiden ook tot blijvende verwachtingen richting de gemeente over ondersteuning, uitvoering en zeggenschap. Ook welzijn is een belangrijk onderdeel van leefbaarheid. Mantelzorgers, vrijwilligers en organisaties zoals Humanitas en lokale initiatieven ondersteunen inwoners om mee te doen, betekenis te vinden en zich goed te voelen. Tegelijk staat dit informele veld onder druk. In het aardbevingsgebied is de leefbaarheid extra kwetsbaar.

Schade, versterking en onzekerheid hebben grote sociale gevolgen. Via Nij Begun werken we aan herstel, samenwerking en toekomstperspectief.

40

3. De opgave en ambities De gemeente Midden-Groningen wil dat alle inwoners, ieder naar eigen kunnen, kunnen meedoen, zich verbonden voelen met hun dorp of wijk en betekenis kunnen geven aan hun leven en leefomgeving. De ambitie is om dorpen en wijken leefbaar, veilig en toekomstbestendig te houden, met ontmoetingsplekken die voor iedereen toegankelijk zijn. We werken vanuit de visie Sociale veerkracht. Dat betekent dat inwoners waar mogelijk zelf initiatief nemen en verantwoordelijkheid dragen, en dat de gemeente hen daarbij ondersteunt als partner en aanjager. Leefbaarheid gaat niet alleen over gebouwen en voorzieningen, maar vooral over ontmoeting, samenleven, zeggenschap en perspectief. Een sterke sociale basis is daarbij essentieel. Dorpshuizen, wijkcentra, sportclubs, culturele organisaties en bibliotheken zijn belangrijke plekken waar inwoners elkaar ontmoeten en activiteiten organiseren. Deze plekken helpen om problemen vroeg te signaleren, samenhang te versterken en zwaardere ondersteuning te voorkomen. Het bereikbaar en toegankelijk houden van voorzieningen is een blijvende opgave, vooral in gebieden waar de bevolking krimpt of vergrijst. Omdat dorpen en wijken van elkaar verschillen, werkt de gemeente gebiedsgericht. Dit is geen tijdelijk project, maar een vaste manier van werken.

Beleid, inzet van middelen en samenwerking worden afgestemd op wat in een gebied nodig en mogelijk is. Dat doen we samen met inwoners en partners. De gemeente wil inwoners meer zeggenschap en eigenaarschap geven over hun leefomgeving. Inwonersparticipatie is daarbij een middel om betere besluiten te nemen en draagvlak te vergroten. Samen met inwoners en partners worden dorps- en wijkplannen opgesteld en uitgevoerd. Daarbij is het belangrijk dat vooraf duidelijk is welke ruimte er is voor invloed. Bij inwonersparticipatie is het essentieel dat vooraf duidelijk is welke ruimte er is voor invloed en besluitvorming. Heldere participatiekaders dragen bij aan realistische verwachtingen, betere besluitvorming en het voorkomen van teleurstelling. De gemeente staat daarbij voor de opgave om participatie zorgvuldig te organiseren zonder inwoners structureel te overvragen, en om ook groepen te bereiken die zich minder vanzelfsprekend laten horen. In het aardbevingsgebied is extra inzet nodig. Schade, versterking en langdurige onzekerheid hebben invloed op leefbaarheid en vertrouwen. Daarom zet de gemeente hier extra in op herstel van leefbaarheid en vertrouwen, in samenhang met andere maatregelen. Veel vraagstukken raken meerdere domeinen tegelijk.

Daarom werken zorg, welzijn en ondersteuning samen en wordt ingezet op lichte hulp, sterke netwerken en ondersteuning van mantelzorgers en vrijwilligers. Deze aanpak vraagt om bewuste keuzes van bestuur en organisatie over participatie, inzet en samenwerking, en om duidelijke communicatie richting inwoners.

41

3.4 Bestaanszekerheid en arbeidsparticipatie 1. Inleiding: context en regionale/lokale trends In heel Nederland hebben steeds meer mensen moeite om rond te komen door stijgende kosten voor wonen, energie en dagelijkse

Wettelijke kader Bestaanszekerheid en arbeidsparticipatie

uitgaven. Het systeem van uitkeringen en

De Participatiewet verplicht gemeenten om

toeslagen blijft ingewikkeld, waardoor sommige huishoudens — zoals alleenverdieners — extra

inwoners te helpen met inkomen, bijstand en het vinden van werk. De wet wordt vernieuwd met de

kwetsbaar zijn. Gemeenten krijgen daarom

Participatiewet in Balans (vanaf 2026). Deze wet

steeds meer taken om inwoners te ondersteunen.

maakt het makkelijker om maatwerk te bieden en meer uit te gaan van wat inwoners nodig hebben.

Ook de arbeidsmarkt verandert snel. Door

De Wet gemeentelijke schuldhulpverlening

krapte, digitalisering en veranderingen in werk hebben sommige mensen extra hulp nodig om

verplicht gemeenten om inwoners met schulden te ondersteunen. Gemeenten moeten financiële

werk te vinden of vast te houden. Nieuwe

problemen vroeg opsporen en samenwerken met

wetten, zoals de Participatiewet in Balans en de

schuldeisers. Door deelname aan het Convenant

Wet Van School naar Duurzaam Werk, geven gemeenten meer verantwoordelijkheden bij de

Lokale Overheid nemen we ook als schuldeiser onze verantwoordelijkheid.

begeleiding van inwoners én jongeren.

Andere wetten spelen ook een rol, zoals de Wet

Op het gebied van armoede en schulden komt er landelijk meer aandacht voor vroegtijdige

kinderopvang, de Wet inburgering en regels

hulp. De nieuwe basisdienstverlening

alleenverdienersproblematiek (2023–2027)

schuldhulpverlening zorgt ervoor dat

geeft ons extra mogelijkheden om huishoudens te ondersteunen die door ingewikkelde regels te

voor minimabeleid. De tijdelijke regeling voor

gemeenten inwoners overal op dezelfde manier moeten ondersteunen.

weinig inkomen overhouden.

Regionaal zien we vergelijkbare ontwikkelingen,

Vanaf 2026 krijgen gemeenten ook een taak via

maar soms nog sterker. In de arbeidsmarktregio Werk in Zicht zijn veel banen,

de nieuwe wet Van School naar Duurzaam Werk. We helpen dan jongeren tot 27 jaar bij hun

maar sluiten de vaardigheden van inwoners

overstap naar werk of opleiding.

niet altijd goed aan. Het kan ook zijn dat inwoners meer nodig hebben om het werk passend te maken, bijvoorbeeld door een lichamelijke of verstandelijke beperking of door psychosociale problemen. Hierdoor groeit de vraag naar leerwerk- en ontwikkeltrajecten. De sociale agenda van Nij Begun en projecten zoals Waardewerk zetten extra in op bestaanszekerheid, ontwikkeling en het voorkomen van schulden. Samen zorgen deze landelijke en regionale trends voor hogere verwachtingen richting gemeenten op het gebied van inkomen, ondersteuning en werk.

42

2. Huidige situatie in Midden-Groningen Midden-Groningen is een gemeente met zowel landelijk als stedelijk gebied. De bevolking

Uitdagingen

verandert: in sommige dorpen en wijken is sprake

•

Vergrijzing, krimp in dorpen en meer

van vergrijzing en krimp, terwijl andere gebieden

armoede en ondersteuningsvragen in wijken binnen Hoogezand-Sappemeer

juist groeien door de komst van nieuwe gezinnen, waaronder nieuwkomers. In sommige wijken groeit

vergroten de kansenongelijkheid.

het aantal mensen met een laag inkomen of beperkte financiële veerkracht. Hierdoor zijn er duidelijke verschillen in bestaanszekerheid tussen

Grote verschillen tussen gebieden:

•

Financiële kwetsbaarheid bij veel huishoudens, onder andere door

gebieden.

stijgende kosten en ingewikkelde regelgeving.

Veel huishoudens leven van een laag of middeninkomen. Sommige van deze inwoners

•

werken wel, maar in onzekere of laagbetaalde banen. Anderen kunnen (tijdelijk) niet werken door gezondheidsproblemen of een afstand tot de arbeidsmarkt. Ook zien we dat jongeren en

Toenemende armoede en schulden, die meer en complexere ondersteuning vragen.

•

Nieuwe landelijke wetten en regelingen die aanpassing van onze lokale uitvoering

jongvolwassenen vaker ondersteuning nodig

vragen.

hebben om de stap van school naar werk te maken. •

Het sociaal ontwikkelbedrijf Midwerk is de

Een veranderende arbeidsmarkt, waardoor inwoners meer ondersteuning nodig hebben bij ontwikkeling, scholing

gemeentelijke uitvoeringsdienst voor de Participatiewet. Hier vallen zowel de inkomensondersteuning, re-integratie als het

en duurzame inzetbaarheid.

werkontwikkelbedrijf onder. Midwerk helpt inwoners

•

De doorontwikkeling van Midwerk tot

bij hun inkomen, ontwikkeling, scholing en werk, en

een toekomstbestendig sociaal

ondersteunt mensen met een arbeidsbeperking of

ontwikkelbedrijf.

een grotere afstand tot de arbeidsmarkt.

•

Voor schuldhulpverlening is de Kredietbank MiddenGroningen de gemeentelijke uitvoeringsdienst. De Kredietbank biedt hulp bij financiële problemen,

Vernieuwing van minimabeleid en schuldhulpverlening, gericht op meer vraaggestuurd werken en beter inzicht in bereik en effect.

stabilisatie, budgetbeheer, schuldregelingen en begeleiding bij het herstellen van financieel overzicht. Daarnaast vragen nieuwkomers en statushouders extra aandacht. Zij hebben vaak ondersteuning nodig bij inkomen, inburgering, taal, opleiding en het vinden van werk. De begeleiding van deze groep vraagt goede afstemming tussen Midwerk, de Kredietbank, de inburgeringsaanbieders en de sociale teams. Voor statushouders geldt bovendien dat snelle toeleiding naar participatie belangrijk is om schulden te voorkomen en kansen op werk te vergroten. De vraag naar ondersteuning op het gebied van inkomen, schulden, ontwikkeling en werk is breed en groeit. Dat komt doordat meer inwoners te maken hebben met onzeker werk, hoge kosten, beperkte veerkracht of langdurige gezondheidsproblemen. Als gemeente spelen we hierbij een belangrijke rol door ondersteuning te organiseren die past bij de behoefte van onze inwoners.

43

3. De opgave en ambities In Midden-Groningen willen we dat alle inwoners voldoende bestaanszekerheid hebben en kunnen meedoen. Vanuit onze visie Sociale veerkracht helpen we inwoners om zoveel mogelijk zelf regie te houden, en ondersteunen we waar dat nodig is. We richten ons op het voorkomen van schulden en armoede, het versterken van wat mensen wél kunnen en het betrekken van hun omgeving om tot passende oplossingen te komen. De belangrijkste opgaven zijn het verminderen van armoede en schulden, het eerder signaleren van financiële problemen, en het bieden van kansen voor ontwikkeling en arbeidsparticipatie. Ook jongeren en jongvolwassenen vragen extra aandacht bij de overgang van school naar werk. De uitvoering van deze opgaven gebeurt door onze gemeentelijke organisatie: het sociaal ontwikkelbedrijf Midwerk voor de uitvoering van de Participatiewet en ondersteuning richting ontwikkeling en werk, en de Kredietbank Midden-Groningen voor schuldhulpverlening. Samen met partners in welzijn, zorg, onderwijs en de regio zorgen zij dat inwoners tijdige en passende hulp krijgen, zodat zij stappen kunnen zetten richting stabiliteit en meedoen.

44

3.5 Zorg 1. Inleiding: context en regionale/lokale trends De zorg verandert snel. In heel Nederland neemt de vraag naar zorg toe door

Wettelijke kaders

vergrijzing, mentale problematiek en

De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo

hogere complexiteit van hulpvragen.

2015) en Jeugdwet (2015) vormen de belangrijkste

Tegelijk zijn er tekorten aan zorgpersoneel, stijgen de kosten en wordt professionele

kaders. De Wmo zegt dat gemeenten inwoners moeten

zorg minder vanzelfsprekend beschikbaar.

helpen die niet meer alles zelf kunnen. Hierdoor kunnen inwoners langer thuis wonen en deelnemen

Landelijke akkoorden zoals het Integraal

aan de maatschappij. De Jeugdwet maakt gemeenten

Zorgakkoord (IZA), het Gezond Actief

verantwoordelijk voor alle hulp aan kinderen, jongeren

Leven Akkoord (GALA) en het toekomstige

en hun ouders. Het gaat om lichte ondersteuning,

Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) sturen sterk op preventie,

jeugdhulp, jeugdbescherming en het voorkomen dat

normaliseren, eigen kracht en meer

problemen groter worden.

collectieve voorzieningen.

Daarnaast verplicht de Wet publieke gezondheid (Wpg 2008) gemeenten om te zorgen voor preventie en

In de jeugdhulp verandert het bestel

jeugdgezondheidszorg (JGZ), zoals consultatiebureaus,

ingrijpend. De Hervormingsagenda, het

vaccinaties en gezondheidsvoorlichting.

Richtinggevend kader lokale toegang en het Toekomstscenario jeugd en gezin zijn richtinggevend. Gemeenten moeten meer sturen op lichte ondersteuning in de buurt, minder medicaliseren en werken met minder aanbieders en meer gezamenlijke verantwoordelijkheid.

Er zijn landelijke afspraken die bepalen hoe gemeenten zorg en ondersteuning moeten organiseren, zoals het Integraal Zorgakkoord (IZA, 2022), het Gezond Actief Leven Akkoord (GALA, 2023), en het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA, verwacht 2025– 2026). Deze akkoorden leggen de nadruk op samenwerken, preventie, en meer ondersteuning

Regionaal staat Groningen voor een grote

dichtbij huis. Het doel is dat zorg beschikbaar en

transformatie van het jeugdzorglandschap. De tien gemeenten

betaalbaar blijft.

hebben een Langjarig perspectief jeugd vastgesteld, waarin basishulp lokaal wordt georganiseerd en aanvullende en specialistische hulp regionaal wordt ingekocht. Ook op andere terreinen zoals mentale gezondheid, beschermd wonen en zorg & veiligheid wordt de samenwerking intensiever en structureler, inclusief afspraken over het Gronings Offensief tegen seksueel geweld.

Voor de jeugdhulp gelden aanvullende afspraken als gevolg van de Hervormingsagenda Jeugd (2023) en Toekomstscenario Jeugd & Gezin (vanaf 2023). Deze richtlijnen vragen gemeenten om jeugdhulp anders te organiseren: eerder helpen, minder doorverwijzen naar zware zorg, meer samenwerken met onderwijs en zorg, en alleen specialistische hulp inzetten wanneer dat echt nodig is. Voor wonen en zorg geldt een nieuwe verplichting met de Wet versterking regie volkshuisvesting (Wvrv, 2024/2025). Gemeenten moeten een woonzorgvisie maken waarin staat hoe inwoners nu en in de toekomst kunnen wonen met passende zorg en ondersteuning.

45

Daarnaast spelen er regionale bewegingen rondom: •

Mentale gezondheid, waar een regionale aanpak wordt ontwikkeld;

•

Wonen en zorg, waar gemeenten een woonzorgvisie moeten opstellen;

•

Beschikbaarheid van zorg, die onder druk staat door personeelstekorten;

•

Financiering, waarbij landelijke budgetkeuzes invloed hebben op wat lokaal mogelijk is.

Deze trends zorgen ervoor dat gemeenten hun rol niet alleen lokaal, maar vooral regionaal en bovenregionaal moeten invullen.

2. Huidige situatie in Midden-Groningen De zorgvraag in Midden-Groningen neemt toe door vergrijzing, meer mentale gezondheidsproblemen en een groeiende groep inwoners die complexe ondersteuning nodig hebben. Tegelijk staat de beschikbaarheid van zorg onder druk. Zorgaanbieders hebben moeite om personeel te vinden en vast te houden, waardoor niet alle ondersteuning direct beschikbaar is. Dit maakt het voor onze gemeente steeds belangrijker om te werken met collectieve voorzieningen die efficiënt, betaalbaar en toegankelijk zijn voor inwoners. Ook speelt de druk op het informele netwerk een grote rol. Mantelzorgers en vrijwilligers vangen veel op, maar ervaren steeds vaker overbelasting. Voor veel inwoners is goede ondersteuning vanuit hun netwerk niet vanzelfsprekend. Daarom moeten formele en informele zorg beter op elkaar aansluiten. Daarnaast vraagt de huidige situatie om domeinoverstijgend werken: problemen van inwoners gaan vaak over meerdere domeinen tegelijk: sociaal, medisch en langdurige zorg. Dat betekent dat samenwerking tussen buurtkracht, Wmo, wijkverpleging, jeugdhulp, welzijn en huisartsen noodzakelijk is. Een sterke, brede toegang en een goed ingerichte basis zijn hierbij cruciaal. De landelijke keuzes rond zorg en financiën hebben grote invloed op wat lokaal mogelijk is.

Bij bezuinigingen of beperkte middelen wordt het lastiger om de omslag naar preventie en collectieve ondersteuning te maken. Als landelijke middelen tekortschieten, moeten we regionaal en lokaal extra stappen zetten om de zorg houdbaar te houden. Door deze ontwikkelingen staat Midden-Groningen voor de opgave om zorg dichter bij inwoners te organiseren, samenwerking te versterken en te zorgen voor ondersteuning die toegankelijk blijft, nu én in de toekomst.

3. De opgave en ambities In Midden-Groningen willen we dat alle inwoners kunnen meedoen, ieder op hun eigen manier. We vinden het belangrijk dat mensen zelfstandig kunnen wonen en meedoen aan het dagelijks leven. We werken vanuit Sociale veerkracht: we helpen inwoners om zoveel mogelijk zelf te doen en ondersteunen waar dat nodig is. De zorgvraag neemt toe, terwijl er minder zorgmedewerkers zijn. Daarom willen we meer werken met collectieve voorzieningen die voor iedereen toegankelijk zijn, en meer inzetten op voorkomen van problemen in plaats van oplossen achteraf. Goede ondersteuning dichtbij huis is hierbij belangrijk, net als een sterke sociale basis.

46

Daarnaast werken we met de regio aan veranderingen in de jeugdhulp, aan betere samenwerking rond mentale gezondheid, en aan een woonzorgvisie zodat inwoners passende woon- en zorgmogelijkheden hebben, nu en in de toekomst. De grootste opgave is het toegankelijk en betaalbaar houden van zorg. Landelijke keuzes bepalen hoeveel geld er beschikbaar is. Als dat onvoldoende is, moeten we regionaal en lokaal slimme keuzes maken om de zorg goed te blijven organiseren.

47

3.6 Mobiliteit 1. Inleiding: landelijke context Midden-Groningen opereert in een veranderende landelijke en regionale mobiliteitscontext. In Noord-Nederland staan grote spoorprojecten op de agenda die gericht zijn op betere verbindingen en economische impuls. Zo is de Nedersaksenlijn, een nieuwe oost-west spoorverbinding tussen Groningen, Emmen en Twente, recent onverwacht financieel mogelijk gemaakt door het Rijk. In april 2025 is €1,9 miljard toegezegd voor de Nedersaksenlijn, terwijl de financiering voor de Lelylijn voorlopig is bevroren. Hiermee krijgt de oost-westverbinding prioriteit boven de Lelylijn, hetgeen past binnen de bredere aanpak om in het Noorden groei te stimuleren in plaats van krimp. Ook demografische gegevens en verduurzaming hebben invloed op de mobiliteitsbehoefte. De bevolking in de RGA zal de komende decennia groeien, vooral in en rond de steden. Dit leidt tot meer vraag naar modern openbaar vervoer en deur-tot-deur-voorzieningen, en vraagt om investeringen in stedelijke knooppunten en verbindingen. Verduurzaming zorgt verder voor een efficiëntere en schonere mobiliteit. Overheden en vervoerders streven ernaar het bestaande netwerk beter te benutten door bijvoorbeeld vervoer te bundelen naar hubs in plaats van alles met nieuwe infrastructuur op te lossen.

Regionaal groeit het aantal elektrische voertuigen gestaag en de laadinfrastructuur uitgebreid (vastgelegd in een gemeentelijke Laadvisie).

2. Huidige situatie in Midden-Groningen Midden-Groningen is een uitgestrekte plattelandsgemeente centraal gelegen tussen de stad Groningen en de Duitse grens. De gemeente heeft een goede basisbereikbaarheid over de weg: de snelweg A7 (oost-west, van Groningen naar Winschoten/Duitsland) en de autoweg N33 (noord-zuid, van Assen richting Eemshaven) kruisen elkaar bij Zuidbroek in Midden-Groningen. Over deze wegen vinden grote stromen autoverkeer plaats en liggen buiten de bebouwde kom. Daarnaast wordt de gemeente ontsloten door provinciale gebiedsontsluitingswegen, zoals de N387 (Hoogezand–Siddeburen) en N386 (richting Zuidlaren), die de kernen onderling en met buurgemeenten verbinden. Een bijzonder pluspunt is de toegankelijkheid over water: via kanalen (o.a. het Winschoterdiep en Eemskanaal) zijn verschillende bedrijventerreinen bereikbaar voor de binnenvaart. Midden-Groningen is een van de weinige gemeenten in de regio met watergebonden bedrijfskavels, wat een belangrijke meerwaarde biedt voor transport en logistiek. De gemeente beschikt over vier treinstations - Kropswolde, Martenshoek, HoogezandSappemeer en Zuidbroek - op de lijn Groningen–Nieuweschans. Hiermee zijn zowel de stad Groningen als Zuidelijk Oost-Groningen per trein vlot bereikbaar.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16732093/1