CConstaterende datMidden-Groningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Overdrachtsdossier Gemeenteraad - Midden Groningen

Informatiebijeenkomst 19 maart 2026, gemeente Midden-Groningen22.082 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Daarnaast wordt MiddenGroningen bediend door regionale buslijnen, die met name gericht zijn op verbinding met de stad Groningen en omliggende plaatsen. Een vrijwilligersorganisatie verzorgt 3 buslijnen die Harkstede, Hoogezand-Sappemeer en Noordbroek en Zuidbroek met elkaar verbindt. Binnen de gemeente liggen bovendien enkele mobiliteitshubs, knooppunten waar verschillende modaliteiten samenkomen. Zo fungeert bijvoorbeeld Siddeburen als hub in het zuidoosten van de gemeente. Op deze hubs kan worden overgestapt van bus, (deel)auto of fiets naar een volgende modaliteit. Voor gebieden zonder

48

directe OV-verbinding is er de eerdergenoemde hubtaxi, die inwoners op afroep naar zulke hubs of stations brengt. Uit het in 2020 uitgevoerde mobiliteitsonderzoek blijkt dat rond 60% van de inwoners openbaar vervoer een belangrijk aandachtspunt vindt voor het gemeentelijk mobiliteitsbeleid. Ongeveer een kwart gebruikt op dit moment geen OV, maar zou dat wél willen als het aantrekkelijker wordt. Met name sneller doorrijdende verbindingen, betere toegankelijkheid en betaalbaarheid werden als wensen genoemd. Ook de verbindingen tussen Hoogezand en dorpen als Muntendam, Meeden, Slochteren en Siddeburen verdienen aandacht. Deze inzichten onderstrepen het belang om het huidige OV-aanbod minimaal op peil te houden en waar mogelijk uit te breiden. Midden-Groningen zet daarom in op behoud van de bestaande OVdienstverlening en verbetering van voorzieningen bij stations en haltes. Zo zijn recent extra fietsenstallingen, P+R-terreinen en bus voorzieningen gerealiseerd of gepland bij stations (in samenwerking met provincie, NS en ProRail). Mobiliteit houdt niet op bij de gemeentegrens. Midden-Groningen werkt daarom nauw samen met regio- en provinciepartners. De gemeente is lid van de samenwerking RGA, waarin afspraken worden gemaakt over onder meer woningbouw en mobiliteit in de regio.

Binnen het RGA-verband is een Verstedelijkingsstrategie opgesteld om de groei in goede banen te leiden; hieraan gekoppeld zijn ook een Woondeal en mobiliteitsafspraken met het Rijk (BO MIRT). Voor het openbaar vervoer is Midden-Groningen deelnemer in het OV-bureau Groningen-Drenthe, samen met beide provincies. De provincie Groningen is financieel en organisatorisch verantwoordelijk voor het stad- en streekvervoer (bus) in onze gemeente, en werkt samen met Drenthe aan de OV-concessies. Ook hoofdinfrastructuur is deels in andere handen: de snelweg A7 en autoweg N33 vallen onder het Rijk, de meeste provinciale wegen onder de provincie, en de spoorlijn met stations is in beheer bij ProRail en NS. De gemeente zelf is wegbeheerder van het onderliggende wegennet en binnen de bebouwde kom, en zorgt voor zaken als lokale wegen, verkeerslichten en bushaltevoorzieningen.

3. De opgave en ambities De komende tien jaar staan in het teken van het vertalen van nationale en regionale ambities naar concrete verbeteringen in Midden-Groningen. Om voorbereid te zijn op zowel groei als krimpscenario’s, moet de mobiliteitsinfrastructuur van de gemeente adaptief en toekomstbestendig worden gemaakt. •

Investeren in doorstroming en ontsluiting: Een belangrijke opgave is het aanleggen van een rondweg (randweg) om Hoogezand-Sappemeer om de verkeersdruk op de bestaande hoofdwegen door de kernen te verlagen. Het gemeentelijk Mobiliteitsplan zet hier dan ook expliciet op in. Door een westelijke en/of oostelijke ontsluitingsroute te realiseren wordt verkeer beter over de wegen verdeeld, nemen de files en sluiproutes via de Kerkstraat, Hoofdstraat en andere centrale assen af, en blijft het winkelcentrum goed bereikbaar. Hiermee krijgen langzaam verkeer en verblijfskwaliteit in het centrum meer ruimte. Parallel daaraan moeten waar nodig knelpunten in de verkeerscirculatie worden opgelost, bijvoorbeeld door het ongelijkvloers maken van kruisingen met het spoor en het water (Winschoterdiep) om doorstroming op de randweg te realiseren. Dit is nodig omdat de frequentie van treinen en scheepvaart in de toekomst zal toenemen door de komst van de Nedersaksenlijn en de hogere vaarklasse van het Winschoterdiep. Een andere cruciale verbinding van onze gemeente is de N33, zowel voor regionaal

49

autoverkeer als voor het goederenvervoer richting de Eemshaven en Delfzijl. In het kader van NOVEX Groningen (Zeehavens) wordt de N33 momenteel opgewaardeerd. Het Rijk en de provincie investeren in de ombouw van de N33 tussen Zuidbroek en Appingedam tot een autoweg met 2x2 rijstroken (verdubbeling van “N33-midden”). Deze aanpassing zorgt voor een snellere en veiligere verbinding naar de Eemsdelta en versterkt de economische positie van die havenregio. Voor Midden-Groningen betekent het vooral dat de bereikbaarheid van onze oostelijke dorpen verbetert en dat de verkeersveiligheid toeneemt, onder andere door de vervanging van de oude Eelwerderbrug. Parallel hieraan wordt gekeken naar verdere finetuning: zo heeft de gemeente samen met de provincie een onderzoek gestart naar een extra op- en afrit bij Siddeburen (aansluiting Geerlandweg op de N33) om het oostelijk deel van de gemeente beter te ontsluiten. Dit soort maatregelen zorgen ervoor dat ook de dorpen en industrieterreinen langs de N33 optimaal kunnen profiteren van de verbeterde provinciale weg. •

Verstedelijking bij OV-knooppunten: Nieuwe woningbouw en voorzieningen willen we zoveel mogelijk concentreren nabij openbaar-vervoerknooppunten, met name rond (toekomstige) stations en multimodale hubs. Dit principe sluit aan bij de regionale ambitie om de groei duurzaam op te vangen. Door te bouwen bij stations maken we het gebruik van trein, bus, fiets en hubtaxi aantrekkelijker, wat bijdraagt aan klimaatdoelen en leefbaarheid. De Woonvisie 2024 -2030 onderschrijft deze koers en ziet met name in de stationsomgevingen van Martenshoek en Hoogezand kansen voor woningbouw.

•

Regionale OV-schaalsprong voorbereiden: Op termijn wordt een verdichting van het openbaar vervoernetwerk voorzien – meer treinen en snellere verbindingen, zoals afgesproken in het Programma OV-Noord-Nederland 2025. In de aanloop daar naartoe zet Midden-Groningen in op het optimaal benutten van het huidig OV. Zo worden buslijnen waar mogelijk gebundeld richting grotere knopen, en investeert de gemeente samen met provincie in het uitbreiden van P+R-capaciteit en fietsstallingen bij stations. Midden-Groningen zal de komende jaren actief deelnemen in de MIRT-verkenning voor de Nedersaksenlijn, om te borgen dat de lokale belangen – zoals een volwaardig station met sneltreinstatus in Hoogezand – worden meegenomen.

•

Fietsnetwerk en actief vervoer: Een hoogwaardig fietsnetwerk is essentieel voor duurzame korte-afstandsverplaatsingen en als voor- en natransport bij OV. Het is daarom belangrijk om ontbrekende schakels in het fietsnet aan te vullen en de kwaliteit en veiligheid van fietspaden te verhogen. In samenwerking met regiopartners wordt gewerkt aan zogeheten doorfietsroutes (snelle fietsroutes) van Groningen-stad naar Hoogezand en richting Harkstede. Daarnaast komt er een nieuwe fietsverbinding parallel aan de N33 richting Appingedam (Eemsdelta Campus) voor scholieren. Verkeersveiligheid is hierbij een nadrukkelijk aandachtspunt: school-thuisroutes en gevaarlijke oversteekpunten krijgen prioriteit in de aanpak. De gemeente hanteert de principes van Duurzaam Veilig en heeft de invoering van meer 30 km/u-zones in woonkernen in voorbereiding. Ook wordt geïnvesteerd in goede fiets- en voetgangersvoorzieningen bij nieuwe projecten (bijv. fietssuggestiestroken of vrij liggende fietspaden bij wegreconstructies en stallingsmogelijkheden). Het doel is dat lopen en fietsen veiliger en aantrekkelijker worden, zodat het aandeel van deze “actieve modaliteiten” toeneemt.

50

3.7 Veiligheid 1. Inleiding: Landelijke context Landelijk staan veiligheidsonderwerpen hoog op de agenda. De aanpak van georganiseerde criminaliteit (ondermijning) en mensenhandel krijgt prioriteit vanuit het Rijk. Ook cybercriminaliteit neemt toe in omvang en complexiteit en is er een zichtbare toename van polarisatie en maatschappelijke onrust. Denk daarbij aan anti-overheidssentimenten en extremere uitingen op sociale media. Als plattelandsgemeente met stedelijke problematiek krijgt Midden-Groningen te maken met dezelfde vraagstukken: van drugslabs in schuren tot digitale oplichting en spanningen in de gemeenschap. Dit vraagt om een alert en integraal veiligheidsbeleid dat aansluit bij nationale ontwikkelingen en gericht is op de lokale impact.

2. Huidige situatie Midden-Groningen Midden-Groningen is de afgelopen jaren relatief veiliger geworden in termen van traditionele criminaliteit, al zijn er recente kanttekeningen. Het aantal geregistreerde misdrijven daalde lange tijd – in 2024 waren er circa 1.800 aangiften, fors minder dan het hoogtepunt in 2013 (ruim 2.300). Vermogensdelicten (inbraken, diefstal e.d.) namen af tot het laagste niveau in jaren (~1.100 aangiften in 2024). Geweldsincidenten blijven beperkt met 165 meldingen in 2024 (iets meer dan de 153 in 2023, maar nog steeds ruim de helft van het aantal tien jaar terug). Vernieling en vandalisme lieten voor het eerst sinds 2019 weer een lichte stijging zien (276 meldingen in 2024). Tegelijk staan nieuwe en verborgen dreigingen prominenter op de voorgrond. Drugs- en jeugdoverlast in bepaalde kernen vragen aandacht. Jongeren worden kwetsbaar geacht voor betrokkenheid bij drugshandel of online criminaliteit. We zien voorbeelden van jeugdige drugsrunners, schoolverzuim en grensoverschrijdend gedrag via sociale media. De opkomst van digitale criminaliteit (zoals online fraude en chantage) zorgt voor andere typen incidenten die minder zichtbaar zijn in de traditionele cijfers.

3. De opgave en ambities Gezien de huidige ontwikkelingen richt de veiligheidsopgave zich op vijf hoofdthema’s. Voor elk thema heeft de gemeente ambities geformuleerd met een strategische aanpak: •

Ondermijning (georganiseerde criminaliteit): Criminele organisaties proberen ook in onze regio voet aan de grond te krijgen, via drugsteelt, witwassen of intimidatie. We zetten in op een integrale aanpak om dit te ontwortelen en om Midden-Groningen minder aantrekkelijk te maken voor georganiseerde criminaliteit. Concreet betekent dit: intensiever handhaven en barrières opwerpen (bijv. vaker Bibob-toetsen, sluiten van drugspanden op basis van de Wet Damocles), gerichte controles in kwetsbare branches (zoals horeca, vastgoed, garages) en nauwe samenwerking met partners als politie, het RIEC en buurgemeenten. Ook het vergroten van bewustwording bij inwoners en ondernemers vergt aandacht om samen signalen van ondermijning sneller te herkennen.

•

Weerbaarheid van bestuur en organisatie: In Midden-Groningen is weerbaarheid een speerpunt. We werken aan het opzetten aan een programma Weerbaarheid, in de brede zin. Door klimaatverandering en geopolitieke spanningen neemt het aantal en de impact

51

van crises toe, variërend van zware stormen, droogte en natuurbranden tot cyberaanvallen en militaire dreigingen die vitale infrastructuur kunnen ontwrichten. Ook in onze regio zijn de risico’s zichtbaar, onder meer door incidenten met gevaarlijke stoffen, de kwetsbaarheid van spoor- en zeehavens (zoals rond de Eemshaven) en de toenemende kans op langdurige uitval van stroom en internet. Landelijk is daarom besloten weerbaarheid centraler te stellen in het veiligheidsbeleid. Lokaal zullen dit ook doen. Daarnaast vraagt het thema weerbaarheid nadrukkelijk aandacht voor de interne organisatie van de gemeente. Dit betreft onder meer het op orde hebben van crisisstructuren, continuïteitsplannen en voldoende geoefende capaciteit om ook bij langdurige uitval van systemen of voorzieningen te kunnen blijven functioneren. Cyberweerbaarheid is daarbij een essentieel onderdeel, gezien de toenemende dreiging van digitale aanvallen op overheden en ketenpartners. Investeren in informatiebeveiliging, bewustwording bij medewerkers en robuuste back-up- en herstelvoorzieningen is noodzakelijk om de dienstverlening en besluitvorming onder alle omstandigheden te waarborgen. •

Jeugd en veiligheid: Midden-Groningen kent een jonge bevolking met diverse risicofactoren waardoor jeugdcriminaliteit en overlast de kop kunnen opsteken. De ambitie is tweeledig: voorkómen dat kwetsbare jongeren afglijden én hard optreden waar nodig. We hanteren een integrale benadering op het snijvlak van zorg, onderwijs en veiligheid. Preventief worden programma’s ingezet om weerbaarheid en bewustwording te vergroten. Onze gemeente werkt in diverse netwerken actief samen met politie, BOA’s, jongerenwerk en sociale teams, zodat bij eerste signalen van bijvoorbeeld drugsgebruik, wapenbezit of groepsvorming direct de juiste ondersteuning of interventie wordt ingezet. Bij serieuze jeugdcriminaliteit of overlast treedt de gemeente op in samenwerking met politie (bijvoorbeeld gebiedsverboden of strafrechtelijke aanpak), maar steeds met oog voor terugleiden van jongeren naar school of werk.

•

Mensenhandel: Hoewel vaak onzichtbaar, vormt mensenhandel (zoals seksuele uitbuiting of arbeidsuitbuiting) een ernstige inbreuk op de veiligheid en waardigheid. De gemeente heeft hierin een proactieve rol opgepakt. In april 2024 is een Beleidsnotitie Mensenhandel vastgesteld waarbinnen het vergroten van kennis en bewustzijn binnen onze organisatie en bij partners een belangrijke pijler is

•

Maatschappelijke onrust en polarisatie: De afgelopen jaren hebben laten zien dat ook in onze gemeente de gemoederen hoog kunnen oplopen rond maatschappelijke vraagstukken. Polarisatie tussen groepen, verspreiding van desinformatie en antioverheidssentiment kunnen leiden tot onrust of zelfs radicalisering. Onze ambitie is om onrust vroegtijdig te signaleren en waar mogelijk te dempen, zodat escalaties worden voorkomen en legitieme maatschappelijke uitingen (zoals demonstraties) veilig en ordelijk verlopen. De kern is preventie door verbinding: in contact blijven met onze inwoners, transparant communiceren over wat speelt en indien nodig bemiddelen, zodat vertrouwen behouden blijft en conflictsituaties niet escaleren.

•

Personen met onbegrepen gedrag: Net als elders in Nederland ziet Midden-Groningen een toename van incidenten rondom inwoners met complexe problematiek. Vaak gaat het om mensen met een mix van psychische kwetsbaarheid, verslaving en sociale

52

problemen die voor zichzelf of hun omgeving een veiligheidsrisico kunnen vormen. Door veranderingen in de zorg (meer zelfstandig wonende cliënten, lange GGZ-wachtlijsten) en afnemende tolerantie in buurten komen deze situaties vaker voor. Met een sterke zorg- en veiligheidsketen kan worden voorkomen dat individuen “tussen wal en schip” raken én kan snel worden ingegrepen als er toch escalatie dreigt. We werken met de AVE-methodiek (Aanpak Voorkomen Escalatie) die aangeeft wie wanneer optreedt en hoe we escalaties kunnen voorkomen door vroegtijdige interventie en duidelijke regie.

53

3.8 Beheer openbare ruimte 1. Inleiding: lokale context De gemeente Midden-Groningen staat voor een omvangrijke opgave in het beheer van de openbare ruimte. Dit betreft het onderhouden van alle fysieke gemeentelijke voorzieningen – van wegen en bruggen tot groen, water en afvalinzameling – zodanig dat ze schoon, heel en veilig zijn voor de inwoners. De landelijke trend is dat veel infrastructuur veroudert en onderhoudskosten stijgen, terwijl gemeentelijke budgetten onder druk staan. Tegelijk is er groeiende aandacht voor klimaatverandering en duurzaamheid: gemeentes moeten hun omgeving klimaat adaptief inrichten en bijdragen aan de circulaire economie. Zo zijn er landelijke ambities om afval substantieel te reduceren en recycling te verhogen (bijv. 60% recycling in 2030, 65% in 2035 volgens het programma VANG en het Landelijk Afvalbeheerplan). Ook nieuwe wetgeving zoals de Omgevingswet stimuleert een integrale aanpak en participatie van bewoners bij de inrichting van de leefomgeving. Regionaal spelen specifieke factoren in Midden-Groningen mee. Allereerst zijn de gevolgen van de aardgaswinning uniek voor deze regio: bodemdaling en aardbevingen hebben geleid tot schade aan gebouwen en mogelijk ook infrastructuur. Er loopt een omvangrijk versterkingsprogramma voor woningen; dit vraagt afstemming zodat werken aan straten en riolering gelijktijdig of gecoördineerd plaatsvinden.

Bovendien zijn er via het Nationaal Programma Groningen extra middelen beschikbaar gekomen om de leefbaarheid te verbeteren, wat kansen biedt om de openbare ruimte op te waarderen. Ook klimaatverandering laat zich lokaal voelen: extremer weer leidt tot piekbuien en droogte, wat hoge eisen stelt aan de waterhuishouding (bijv. voldoende capaciteit van sloten en gemalen) en aan het groenbeheer (hittebestendige beplanting, voorkomen van wateroverlast). Deze landelijke en regionale ontwikkelingen raken Midden-Groningen direct. Zo heeft de gemeente zowel stedelijke kernen (zoals Hoogezand) als uitgestrekte landelijke gebieden, waardoor de beheeropgave divers is. De vergrijzing en bevolkingskrimp in delen van de regio betekenen dat vraag en gebruik van voorzieningen veranderen. Tegelijk vragen inwoners om een leefomgeving van hoge kwaliteit met name met betrekking tot het openbaar groen. De gemeenteraad heeft hierop gereageerd met extra investeringen in onderhoud.

54

2. Huidige situatie in Midden-Groningen Kerncijfers areaal. Midden-Groningen beheert een groot areaal aan openbare ruimte. Enkele kerngegevens illustreren de schaal van de opgave (zie Tabel 1): Assetcategorie

Omvang (indicatie)

Wegen (rijbanen)

±716 km

Fietspaden

163 km

Voetpaden

355 km

Totaal lengte verharding

≈1.234 km

Civieltechnische kunstwerken

214 stuks (eigen bezit) + onderhoud op 33 kunstwerken van

(bruggen, viaducten, duikers)

derden.

Oppervlaktewater

211 watergangen, ca. 2,4 miljoen m² (≈240 ha) open water.

Slotensysteem

±491 km aan sloten en greppels. 140 km oeverlengte (74 km beschoeiing, 66 km

Oevers

natuurvriendelijk).

Gemalen (riool- en waterpompen)

ca. 485 stuks, waarvan 39 grote (hoofdgemaal, bergbezink, e.d.) en 446 kleine gemalen. Tientallen hectares aan parken, plantsoenen, bermen en

Openbaar groen

bomen (areaal volledig in kaart gebracht in beheersysteem Obsurv).

Tabel 1: Globale omvang van gemeentelijke assets in de openbare ruimte. Deze cijfers maken duidelijk dat de gemeente een uitgebreid en verspreid areaal beheert, variërend van stedelijke infrastructuur tot landelijk gebied. In de beheerpraktijk betekent dit onderhoud aan honderden kilometers wegverharding, het controleren van de staat van 200+ bruggen en duikers, het maaien van bijna 500 km sloot en het draaiende houden van honderden pompen. Voor het beheer van de openbare ruimte hanteert de gemeente een systematische aanpak om kwaliteit en prestaties te bewaken. Beeldkwaliteit en conditiemetingen volgens de CROWsystematiek vormen de basis voor het beoordelen van onderhoudsniveaus en het tijdig signaleren van afwijkingen. Deze metingen worden periodiek uitgevoerd en vastgelegd in het beheersysteem, zodat trends en risico’s inzichtelijk zijn. Daarnaast is een PDCA-cyclus (Plan-Do-Check-Act) ingericht om continu te verbeteren: •

Plan: Opstellen van beheerplannen en onderhoudsprogramma’s op basis van beleidskaders en meetgegevens.

•

Do: Uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden conform planning en kwaliteitsnormen.

•

Check: Controleren van resultaten via beeldkwaliteitsmetingen, inspecties en evaluaties.

•

Act: Bijstellen van plannen en werkwijzen op basis van bevindingen, nieuwe inzichten en veranderende omstandigheden.

55

Deze werkwijze borgt dat de openbare ruimte niet alleen voldoet aan de gestelde kwaliteitsniveaus, maar ook dat beheer en onderhoud doelmatig, transparant en toekomstgericht worden uitgevoerd.

3. De opgave en ambities De opgave voor de komende jaren is om de openbare ruimte op een hoger onderhoudsniveau te brengen én toekomstbestendig te houden. Dit betreft meerdere deelterreinen: •

Wegen en verkeer: Zorgen voor veilige en goed begaanbare wegen, straten en fiets- en voetpaden. Dit betekent tijdig onderhoud (asfalteren, herstellen van scheuren en gaten) om gevaarlijke situaties en kapitaalvernietiging te voorkomen. Het beleid is om het wegennet minimaal op kwaliteitsniveau B volgens de CROW-richtlijnen (gemiddeld kwaliteitsniveau) te brengen en te houden, waarbij hoofdwegen en fietsroutes waar mogelijk naar niveau A (hoog kwaliteitsniveau) worden gebracht voor comfort en veiligheid. Strategische keuze is om achterstallig onderhoud in te lopen, zodat op lange termijn kosten worden bespaard en de betrouwbaarheid van infrastructuur toeneemt. Het huidige mobiliteitsplan treft u hier aan.

•

Groenvoorzieningen: Het groenbeheer omvat parken, dorpsgroen, plantsoenen, bermen en bomen. Een kwalitatief hoogstaande groene leefomgeving draagt bij aan het woonklimaat en aan klimaatadaptatie (bijv. schaduw, wateropvang, biodiversiteit). In 2019 is een nieuw Groenbeleidsplan met nadruk op duurzaamheid, participatie en gebiedsgericht werken. Hieruit is in 2023 een Plan Groen voortgekomen waarin verschillende scenario’s voor onderhoudsniveau zijn doorgerekend. Het college heeft destijds gekozen voor CROW-niveau B als uitgangspunt, maar hanteert voor beeldbepalende locaties hogere normen.

•

Kunstwerken: De gemeente heeft 214 civieltechnische kunstwerken in eigendom, variërend van kleine duikers tot grote ophaalbruggen. Een aantal daarvan (13 bruggen) heeft monumentale status, wat extra zorg vereist. De opgave is om al deze kunstwerken functioneel en veilig te houden. Met het beheerplan is vastgesteld om ze op tenminste conditieniveau B te beheren, waarbij preventief onderhoud voorrang krijgt om dure ingrepen of stremmingen te voorkomen. Kunstwerken met hoog verkeersbelang of verhoogd risico (bijvoorbeeld bruggen over kanalen of spoor) worden geprioriteerd, net als het reserveren van voldoende kapitaal voor tijdige vervanging van installaties (zoals beweegbare bruggen die komende jaren het einde van hun levensduur bereiken).

•

Afvalbeheer: Het afvalbeleid is een belangrijk onderdeel van de openbare ruimte, gericht op netheid van de leefomgeving én op circulaire doelstellingen. MiddenGroningen hanteert bronscheiding (inwoners scheiden afvalstromen thuis) als kernstrategie. De opgave is tweeledig: het afval op efficiënte wijze inzamelen (met hoge service) en tegelijkertijd de restafvalhoeveelheid terugdringen richting landelijke doelen. Naar aanleiding van de evaluatie van het afvalbeleid ligt de doelstelling op het halen van recyclingpercentages (minstens 60% in 2030) in lijn met LAP3 en VANG. De gemeente wil richting een circulaire economie werken door zoveel mogelijk grondstoffen uit het afval terug te winnen en de reststroom te minimaliseren. We zetten in op het continueren van bronscheiding (om de kwaliteit van recyclebare stromen hoog te houden), het vergroten

56

van bewustwording en gedragsverandering bij inwoners, en het stimuleren van (financiële) prikkels om scheiding te bevorderen.

57

3.9 Energie en Duurzaamheid 1. Inleiding en huidige situatie in Midden-Groningen In 2021 heeft de raad een duurzaamheidsvisie

Beleidskaders Energie en duurzaamheid

vastgesteld. Sinds die tijd werken we aan de

Gemeenten moeten elke 4 jaar een

uitvoering van deze visie. In de

Warmteprogramma vaststellen. Dit

duurzaamheidsvisie hebben we veel aandacht voor de sociale kant van de energietransitie. Armoede is een probleem in onze gemeente en we zien dat dit probleem groter wordt. Veel

warmteprogramma is de opvolger van de Transitievisie Warmte. In de Transitievisie Warmte uit 2021 zijn de eerste stappen uiteengezet om de doelstelling te halen van

woningeigenaren hebben op dit moment onvoldoende geld om hun huis te verduurzamen.

een aardgasvrije gebouwde omgeving in

In wijken met goedkope woningen hebben onze

2050.

inwoners vaak hoge energierekeningen. De laatste jaren zijn er steeds meer subsidies

Overige belangrijke kaders zijn het Klimaatadaptatieplan 2022-2026, de SPUK

beschikbaar voor inwoners en woningcorporaties voor verduurzaming, isolatie en energiebesparing. Zoals de NIP (nationaal isolatie programma), de SPUK (specifieke uitkering)

Energiearmoede Nationaal Isolatie Programma, Maatregel 29 van Nij Begun, de Planvorming Circulaire Economie 2024 en de Samenwerkingsovereenkomst

energiearmoede, en het VHF (volkshuisvestingsfonds). Daar is recent een isolatiesubsidie bijgekomen voortkomend uit Nij Begun. Als gemeente hebben wij op diverse

tussen de gemeente en Enexis. Voor het bevorderen van het Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen (MVOI) is begin

plekken een rol bij het uitrollen van deze

2026 een MVOI-actieplan vastgesteld.

subsidies. Onze inzet is onze inwoners hier zo goed mogelijk bij te begeleiden. De overgang naar duurzame energievormen

vraagt om veel inspanningen van gemeenten. De productie van elektriciteit moet duurzaam zijn en ook de warmte die we gebruiken moet duurzaam zijn geproduceerd. Gemeenten zijn de regisseurs van de warmtetransitie. Plannen voor duurzame elektriciteit en duurzame warmte maken wij samen met onze buurgemeenten en/of in regionaal verband, en vooral ook samen met onze inwoners. Daarnaast heeft de gemeente een rol bij het maken van keuzes bij de ruimtelijke inrichting. Voor duurzame energieproductie op land en trafo´s en het elektriciteitsnet is ruimte nodig, ruimte die concurreert met de vraag naar ruimte voor woningbouw, landbouw en bedrijvigheid. Gemeenten moeten elke 4 jaar een Warmteprogramma (WP) vaststellen. Dit warmteprogramma is de opvolger van de Transitievisie Warmte (TVW). Het WP beschrijft per wijk welke mogelijkheden er zijn om van het aardgas af te gaan en op andere, meer duurzame wijze, in warmte te voorzien. Daarnaast is in het WP aandacht voor de wijze waarop inwoners, corporaties en partners worden betrokken. Samenwerking op gemeente-overstijgende thema's als energie en klimaat is belangrijk. Belangrijke overlegstructuren voor duurzaam geproduceerde elektriciteit (en warmte) zijn de Groninger Energietafel, en de Energyboard Groninger Energieaanpak. Op de agenda van deze

58

overleggen staan onderwerpen en producten die voortkomen uit de diverse regionale samenwerkingsverbanden. Een thema dat de laatste jaren meer in de belangstelling is gekomen, is klimaatadaptatie. Er valt minder regen, maar als het valt, is de neerslag heviger dan voorheen. Hoe passen wij ons aan aan het veranderende klimaat? Samen met de werkregio Groningen-Noord Drenthe werken wij aan de Regionale Uitvoeringsagenda en lokaal aan de Lokale Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie. Hiermee hopen wij in de toekomst de droogte, hitte en wateroverlast beter het hoofd te kunnen bieden. Daarnaast blijft er aandacht voor onze gemeente als voorbeeldrol. Wij willen extra stappen zetten om te verduurzamen. Belangrijke onderwerpen zijn: Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen (MVOI), het verduurzamen van de gemeentelijke gebouwen en het verduurzamen van het wagenpark van de gemeente. Een onderwerp waar de gemeente het afgelopen jaar meer op is gaan inzetten is 'duurzaam ondernemen' en 'een circulaire economie'. Wij stimuleren verduurzamingsprojecten op bedrijventerreinen. Daarbij zien wij bedrijven niet alleen als ondernemingen die iets moeten met deze onderwerpen maar ook als bedrijven die daarbij kunnen helpen. Hiervoor verwijzen wij naar ‘opgaven en ambities’ van paragraaf 3.2 (economie).

2. De opgave en ambities Duurzaamheid en de energietransitie krijgen steeds meer aandacht. Dit komt omdat het klimaat verandert; dat merkt en ziet iedereen om zich heen. Het Rijk en lokale overheden maken steeds meer plannen om energie te besparen, om minder gas, olie en kolen te gebruiken, en om de gevolgen van klimaatverandering te lijf te gaan. Voor de uitvoering van het Klimaatakkoord heeft het Rijk de zogenaamde CDOKE-gelden (= Capaciteit Decentrale Overheden voor Klimaaten Energiebeleid) beschikbaar gesteld. De gelden zijn toegezegd tot en met 2030 en worden, conform de richtlijn van het Rijk, als structureel beschouwd. Dit heeft het mogelijk gemaakt en maakt het de komende jaren mogelijk dat onze gemeente over voldoende structurele menskracht beschikt om haar bijdrage te leveren aan de ambitieuze opgaven en uitdagingen op het gebied van energie- en klimaatbeleid. De grootste ambities en opgaven voor de komende jaren zijn hieronder uiteen gezet. •

Het isoleren en aardgasvrij maken van de woningvoorraad in Midden-Groningen Binnen Nij Begun heeft het kabinet maatregel 28 en 29 geformuleerd om woningen in Groningen en Noord-Drenthe zodanig te isoleren dat ze van het aardgas af kunnen in 2035. Het programma Energie en Duurzaamheid staat aan de lat voor de uitvoering van maatregel 29 ‘Subsidie voor isolatie- en ventilatiemaatregelen’. Hierbij geldt voor het versterkingsgebied een ruimere regeling dan daarbuiten. In 2025 hebben Rijk en regio voor maatregel 29 een isolatieaanpak ontwikkeld met subsidie, advies en ondersteuning voor bewoners. Vanaf 2 september 2025 kan de subsidie worden aangevraagd bij SNN. De subsidie kan aangevraagd worden tot 3 juni 2035. Als gemeente gaan we ervoor zorgen dat huizenbezitters daar ook daadwerkelijk gebruik van gaan maken. In 2025 is in een plan beschreven wat de totale opgave is, welke verschillende soorten huizenbezitters er zijn (denk aan eigenaar-bewoners, particuliere verhuur, vve’s en monumenten) en hoe we die gaan activeren. Daarbij hebben het versterkingsgebied en minderdraagkrachtige huishoudens onze prioriteit. Wij worden hierin ondersteund door bewonersbegeleiders en

59

energieadviseurs die door de regio/ het Rijk zijn geworven en door SNN als subsidiebureau. Dit is regionaal georganiseerd. •

Overvol elektriciteitsnet Het aantal elektrische voertuigen groeit snel. Steeds meer huishoudens gebruiken geen aardgas meer, maar gaan elektrisch koken en verwarmen. Dit betekent dat de elektriciteitsvraag groeit en dat er meer, met name duurzame, elektriciteit wordt geproduceerd én getransporteerd over het net. Het elektriciteitsnet kan deze toenemende vraag en aanbod nu al niet meer aan. Uitbreidingen van het elektriciteitsnet kosten veel tijd; door ruimtelijke en juridische procedures maar er is ook heel veel arbeidskracht voor nodig. Dat betekent dat gemeenten en de netbeheerders nauw moeten samenwerken. In eerste instantie als het gaat om de ruimtelijke inrichting van trafo´s en het elektriciteitsnet. En daarnaast als het gaat om toekomstige plannen en ontwikkelingen die gepaard gaan met een groeiende elektriciteitsvraag optimaal af te stemmen op de investeringsplannen van de netbeheerders.

•

Plannen maken samen met belanghebbenden en partners, en met draagvlak van onze inwoners Plannen maken en de uitvoering voorbereiden lukt alleen met draagvlak van de inwoners. Burgers willen meedenken over hun omgeving. En als zij nadelen ervaren van ontwikkelingen, willen zij dat hier ook voordelen tegenover staan. Dit laatste speelt in het bijzonder bij de ontwikkeling van zonneparken en windparken. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen die effect hebben op de leefomgeving van onze inwoners, zoals bij grootschalige batterijenopslag, is er nadrukkelijk aandacht voor participatie en het creëren van draagvlak. Het ontbreken van draagvlak is echter geen weigeringsgrond voor het verlenen van een omgevingsvergunning. Daarnaast zijn gemeenten, maar ook andere partijen, steeds meer afhankelijk van samenwerking. De energietransitie is een zeer grote opgave. Woningcorporaties, energiecoöperaties, belangenorganisaties, bedrijven, de provincie, lokale overheden et cetera, hebben elkaar nodig om plannen te maken en deze uit te voeren! Jongeren moeten hierbij niet vergeten worden.

60

3.10 Bedrijfsvoering 1. Inleiding: landelijke context

Wettelijke kader Bedrijfsvoering De bedrijfsvoering van gemeenten opereert binnen een breed palet aan wettelijke kaders die de kwaliteit, betrouwbaarheid en rechtmatigheid van de organisatie

De bedrijfsvoering van gemeenten

moeten borgen. Enkele bepalende kaders zijn:

verandert in een snel tempo. Digitalisering

•

en AI ontwikkelen zich razendsnel,

Algemene wet bestuursrecht (Awb): inclusief de aankomende Wet versterking waarborgfunctie Awb, die inzet op de menselijke

waardoor werkprocessen fundamenteel anders worden ingericht. Tegelijkertijd

maat, responsieve dienstverlening en

wordt de uitvoering complexer door nieuwe wetgeving voor bijvoorbeeld

zorgvuldige besluitvorming. •

informatievoorziening, ICT, juridische

Wet open overheid (Woo): verplicht tot actieve openbaarmaking en een professionele inrichting

zaken en inkoop en hogere eisen aan

van informatiebeheer en archivering.

transparantie en verantwoording. De arbeidsmarkt is structureel krap, waardoor

•

gemeenten steeds meer investeren in modern werkgeverschap, interne

Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv): geeft inwoners het recht om volledig digitaal zaken te doen met de overheid;

opleidingen en strategische

processen en systemen moeten hierop worden

personeelsplanning.

ingericht.

Daarnaast spelen onzekerheden rond de

•

financiële positie van gemeenten een grote

Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) en de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO): stellen eisen aan privacy en

rol. De afhankelijkheid van tijdelijke rijksmiddelen neemt toe, terwijl structurele inkomsten onder druk staan. Dit zorgt voor

informatiebeveiliging. •

spanning tussen structurele opgaven en

Arbeidsrecht, Arbowet en cao Gemeenten: bepalen kaders voor modern werkgeverschap,

incidentele financiering, vooral in het

veiligheid en arbeidsvoorwaarden.

sociaal domein en in grote •

gebiedsprogramma’s (zoals Nij Begun).

Besluit begroting en verantwoording (BBV): bepaalt hoe gemeenten hun begroting, administratie en jaarstukken moeten opstellen.

Binnen deze dynamiek wordt van bedrijfsvoering verwacht dat zij stabiliteit in de uitvoering biedt én een partner van het

•

Wet financiering decentrale overheden (Fido) en financiële verslaggevingsvoorschriften –

primaire proces is in de doorontwikkeling.

regelen treasury, financiële stabiliteit en

Dat vraagt om betrouwbare processen,

verantwoording.

goede informatiepositie, integrale sturing en een wendbare organisatie die

•

meebeweegt met maatschappelijke opgaven.

Gemeentewet: De Gemeentewet regelt de inrichting, taken en bevoegdheden van gemeenten in Nederland en vormt de juridische basis voor het lokale bestuur. De wet beschrijft onder andere de rol en verantwoordelijkheden van de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester, evenals hun onderlinge verhoudingen.

61

2. Huidige situatie in Midden-Groningen De bedrijfsvoering van Midden-Groningen bevindt zich op een kantelpunt. De gemeente heeft de afgelopen jaren veel op haar bord gekregen: grote gebiedsontwikkelingen, complexe programma’s, een stapeling van landelijke eisen en toenemende verwachtingen van inwoners en partners. De ondersteunende diensten, denk hierbij aan HR, I&A, Juridische Zaken en inkoop, Financiën, DIV/Archief, vormen de ruggengraat onder deze opgaven. In de praktijk lukt er veel maar vaak met veel inspanning en soms improvisatie. Het is merkbaar dat het fundament onder druk staat. Hieronder schetsen we de belangrijkste observaties. Algemeen. Organisatie breed wordt merkbaar dat de ondersteunende functies langdurig “op de rek” hebben gedraaid. De gemeente heeft sinds enkele jaren een dalend overheadpercentage en is momenteel laag (Benchmark Venster voor bedrijfsvoering 2024: 23,2%). Dat geldt zeker ten opzichte van referentiegemeenten in deze benchmark die niet daalden maar juist stegen naar 27%. Dat leek lange tijd efficiënt maar in de huidige context en met zicht op de toekomstige opgaven wordt duidelijk dat dit grenzen kent. De ondersteunende teams hebben te maken met structureel hoge werkdruk, toenemende complexiteit vanuit het primaire proces en een groeiende afhankelijkheid van tijdelijke middelen.

De afhankelijkheid van tijdelijke financiering is groot en wordt nog steeds groter. Projecten worden vaak met incidentele middelen gestart, terwijl taken structureel doorlopen. De complexe relatie met het Rijk maakt het lastig om raad en inwoners goed mee te nemen in financiële ontwikkelingen; er is een reëel risico dat de geloofwaardigheid van de gemeente als betrouwbare partner onder druk komt te staan. De kern is dat de ambities en opgaven sneller groeien dan de ondersteunende capaciteit structureel is meegegroeid. Dat maakt de organisatie kwetsbaar voor tegenvallers. HR. Binnen HR is de basis in termen van zichtbaarheid en bereik op de arbeidsmarkt goed. De gemeente weet mensen te vinden en te binden, maar de dynamiek is groot. Door de combinatie van uitstroom (pensioen, mobiliteit) en instroom van nieuwe collega’s moet basiskennis over het werken in een gemeentelijke, bestuurlijke omgeving steeds opnieuw worden opgebouwd. Tegelijkertijd is de inhoud van functies volop in beweging. De opgave voor HR is daarmee tweeledig: én een aantrekkelijke werkgever blijven in een krappe arbeidsmarkt, én structureel investeren in leren. Juridische Zaken en Inkoop. Juridische Zaken en Inkoop functioneren in een omgeving waar de complexiteit van wet- en regelgeving snel toeneemt, terwijl de arbeidsmarkt krap is.

De vraag naar juridische ondersteuning groeit, onder meer door Woo, Wmebv, veranderende Awb-kaders en Europese aanbestedingsregels, terwijl het lastig is om ervaren juristen te werven en te behouden. DIV en Informatiebeheer. Op het terrein van DIV en informatiebeheer is de gemeente bezig met een ingrijpende transitie: van papieren dossiers en versnipperde digitale opslag naar integraal informatiemanagement. Deze verandering is voor inwoners vaak onzichtbaar, maar bepalend voor de kwaliteit en betrouwbaarheid van de overheid. Financiën. Team Financiën is de spil in de financiële sturing en verantwoording via de P&Ccyclus. De basis op orde houden (begroting, voorjaarsnota, en jaarrekening) vraagt om strakke processen en betrouwbaarheid. Er is sprake van een context waarbij de inhoud steeds complexer wordt door grillige rijksbijstellingen, toenemende verantwoordingsdruk en structurele onzekerheden in het meerjarenperspectief. Daarnaast wordt de omvang van de

62

begroting steeds groter. De wens voor proactief advies en ondersteuning bij projecten neemt toe. Dit leidt tot een kwalitatieve en kwantitatieve druk op het team. Naast deze rol ligt er een omvangrijke beheeropgave: het team zorgt voor een betrouwbare financiële administratie, tijdige en juiste betalingen en inkomsten, treasury en liquiditeitsbeheer, en btw-beheer, budgetbewaking en het borgen van financiële rechtmatigheid en interne controle. De opgave voor het team heeft dus twee kanten: een robuuste, tijdige P&C-cyclus blijven leveren én strategisch adviseren over keuzes, scenario’s en financiële wendbaarheid richting de komende ravijnjaren, terwijl tegelijkertijd de dagelijkse beheertaken en continu doorgaan. ICT en Datateam. ICT en het Datateam vormen de technologische en analytische motor van de organisatie. De technische basis is in belangrijke mate op orde, maar de omgeving verandert snel: hogere eisen aan cybersecurity, toenemende afhankelijkheid van grote leveranciers en snelle ontwikkelingen rond AI. ICT staat voor forse opgaven door oplopende kosten, vergaande afhankelijkheid van grote leveranciers (zoals Microsoft) en strengere cybersecurity-eisen. De organisatie moet adequaat inspelen op de snelgroeiende AI-regelgeving en tegelijkertijd kansen benutten voor efficiënter en slimmer werken.

3. De opgave en ambities De kwaliteit van de dienstverlening aan inwoners, de betrouwbaarheid van besluitvorming en de uitvoeringskracht van de organisatie hangen rechtstreeks samen met de ontwikkeling van deze ondersteunende functies. De hoofdopgave voor bedrijfsvoering is een fundament te leggen onder een toekomstbestendige gemeentelijke organisatie. De bedrijfsvoering van Midden-Groningen staat de komende raadsperiode voor een moderniseringsopgave. De uitdaging voor de komende periode is om deze ondersteunende functies te versterken tot een volwaardige, vraaggerichte partner voor de hele organisatie. De voornaamste opgaven hierin zijn: 1. Versterken van de organisatorische basis en een gezond overheadniveau. De organisatie heeft behoefte aan een stabiele en stevige ondersteuningsstructuur. De huidige omvang van de overhead is jarenlang relatief laag geweest, wat leidde tot kwetsbaarheid in uitvoering, rechtmatigheid en continuïteit. De komende periode moet duidelijk worden welk ondersteuningsniveau past bij de groeiende omvang en complexiteit van de gemeentelijke opgaven. 2. Borgen van Informatieveiligheid, ICT en digitale autonomie. De gemeentelijke ICTomgeving verandert snel door ontwikkelingen in AI, strengere Europese wetgeving en groeiende cybersecurityrisico’s. Midden-Groningen moet investeren in een veilige, wendbare en toekomstbestendige digitale basis.

Dit vraagt om tijdig anticiperen op AIwetgeving en tegelijkertijd zorgen dat technologie uitlegbaar, ethisch verantwoord en mensgericht blijft. Daarnaast is het verhogen van de digitale weerbaarheid noodzakelijk, inclusief het voldoen aan NIS2. 3. Datagedreven werken en informatiegestuurd sturen. Data en inzicht worden steeds belangrijker voor beleidskeuzes en uitvoering. De uitdaging is om niet alleen data te verzamelen, maar deze ook breed te gebruiken en te vertalen naar sturing. De opgave bestaat uit het verbeteren van datakwaliteit en het uniform vastleggen van gegevens en daarnaast het vergroten van datageletterdheid onder alle gemeentelijke medewerkers, zowel ambtelijk als bestuurlijk.

63

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16732093/1