CConstaterende datMidden-Groningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwikkelperspectief NOVEX-gebied Regio Groningen-Assen

Evenement gemeenteraad (breed) 21 mei 2026, gemeente Midden-GroningenBij agendapunt: RGA32.490 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

De route doorsnijdt een reeks landschapstypen en geeft daardoor een goed zicht op de vele landschappelijke overgangen, zoals de overgangen tussen de beekdalen en de ruggen. De overgangen vormen bijzondere plekken om het landschap te beleven. Ze maken het landschap inzichtelijk en dragen bij aan de beleving van contrasten. Vrijwel overal zijn de landschappelijke overgangen behouden en zo nodig zorgvuldig (opnieuw) vormgegeven, waarbij beplanting een grote rol speelt. Naast verbindings- en belevingsroute is de N386 ook van belang als gemeentelijke ontwikkelings-as. Nieuwe aan de N386 gekoppelde ontwikkelingen versterken de kwaliteit en het belang van de route, zoals de centrumontwikkeling en woningbouw in Zuidlaren, een dagrecreatie voorziening bij het Veenmeer, vervoerhub bij spoor Tynaarlo, knooppunt/vervoerhub A28/ N386, Vriezerbrug, woningbouw in Vries. De bereikbaarheid van Zuidlaren is een belangrijk thema. Voorgenomen ontwikkelingen vragen nu al om aanpassingen van de huidige situatie. Niet uit te sluiten valt dat in de nabije toekomst verdergaande, ingrijpende maatregelen (zoals een rondweg), noodzakelijk zijn om de bereikbaarheid te borgen en het centrum te ontlasten. Groen De dorpen en het landschap van de gemeente Tynaarlo hebben een belangrijke landschappelijke cultuurhistorische waarde. De ontstaansgeschiedenis is nog goed aan het landschap af te lezen.

Het beek- en esdorpenlandschap met zijn brinkdorpen en essen op de hogere zandruggen, en in de dalen op de lagere gronden de beekdalen de beken. Hiernaast levert het open Hunzedal aan de oostzijde van de gemeente weer een heel andere landschappelijk gebied waar ook drinkwaterwinning plaats vindt. Alles bij elkaar zorgt het voor een bijzondere kwaliteit met natuurlijke watersystemen van beken en meren, met het Nationaal Park Drentse Aa als bijzondere troef. Deze kwaliteit van de dorpen en het landschap is in belangrijke mate bepalend voor de aantrekkingskracht van de gemeente en biedt volop kansen voor nieuwe ontwikkelingen op het gebied van wonen, werken en recreëren. In de afgelopen decennia is de biodiversiteit in Nederland sterk afgenomen. Vooral in het agrarisch gebied is door bevermesting, verzuring en verdroging is sprake van een sterke afname van de soortenrijkdom aan flora en fauna, zoals akker- en weidevogels, boerenlandvlinders, wilde bijen etc.

054

Ook nemen de kwaliteit en diversiteit van het landschap af. Migratie van soorten wordt ernstig bemoeilijkt door versnippering , intensivering en schaalvergroting van de landbouw waardoor veel landschappelijke en natuurlijke kwaliteit afneemt en versnippering van de natuurgebieden ontstaat. en het verwijderen van houtwallen. In de beschermde natuurgebieden, zoals de Drentsche Aa en de Onlanden, is mede door gericht natuurbeheer de afname van de biodiversiteit een halt toegebracht. Maar buiten de natuurgebieden vindt de afname van biodiversiteit versterkt plaats. Er is sprake van een complex aan oorzaken: o.a. door toename stikstofdepositie, klimaatverandering, overbemesting, afname van bloemrijke graslanden, toepassen bestrijdingsmiddelen etc. Het vraagt om een duurzame en of natuurinclusieve inrichting van de dorpen en het landelijk gebied, bodem en watersturend gericht op hydrologisch systeemherstel. landbouw met perspectief voor de toekomst. De klimaatverandering heeft invloed op het landschap, de natuur, het watersysteem en de ruimtelijke kwaliteit. We krijgen steeds vaker te maken met extreme weersomstandigheden: met langdurige perioden van droogte en hitte, maar ook met extreme regenval en wateroverlast. In de beekdalen van de Hunze, Drentsche Aa en en het Eelderdiep worden (nood)waterbergingsgebieden ingericht om wateroverlast (met name in Groningen) te voorkomen.

Landbouwgebieden hebben juist weer last van langdurige droogte en mislukte oogsten. Door de perioden van langdurige droogte vindt vooral op de hoger gelegen zandgronden verdroging plaats. De grondwaterspiegel daalt daar, waardoor veel vegetatie in natuurgebieden afsterft en de landbouw te maken krijgt met mislukte oogsten. Hittegolven vragen om een schaduwrijke omgeving. De opgave voor Tynaarlo is om in te spelen op deze klimaatveranderingen gericht op water en natuur. Met het meer water vasthouden in het beeksysteem kan verdroging tegen worden gegaan. Ook is hiermee meer ruimte voor het tijdelijk opvangen van regen bij extreme neerslag zodat wordt voorkomen dat straten vaak blank komen te staan., onder andere door water vast te houden in de hoger gelegen zandgronden om verdroging tegen te gaan, maar ook door bij zware regenval te voorkomen dat straten blank komen te staan. Duidelijk is dat het oppervlaktewatersysteem steeds meer een leidend wordt bij de ruimtelijke ontwikkelingen en dat het waterbeleid vraagt om een brede, regionale scope.

Naast de aanpak van de waterproblematiek speelt ook het herstel van de biodiversiteit in de gemeente Tynaarlo. Natuur buiten de natuurgebieden, de groen-blauwe dooradering in je landelijk gebied, moet hersteld worden zodat de waardevolle natuurgebieden weer verbonden worden met elkaar. Door o.a. herstel van de landschapselementen, natuurvriendelijke oevers en ecologisch beheer is een goede slag te slaan in biodiversiteitsverbetering. Energie Een goede energieinfrastructuur is een randvoorwaarde om de duurzaamheidsambities en groeiambities te realiseren. Er zal fysieke ruimte moeten worden gereserveerd voor uitbreiding van de ondergrondse en bovengrondse energie infrastructuur. De vraag naar aardgas zal afnemen en de vraag naar elektriciteit zal toenemen, omdat verwarming van woningen dan plaats vindt door middel van een (hybride) warmtepomp of een warmtenet. Het elektriciteitsnet moet in een fors tempo gaan voorzien in een snelgroeiend aanbod van duurzaam opgewekte elektriciteit én er ontstaat een sterk groeiende vraag naar elektriciteit. De ontwikkelingen op het gebied van elektrisch (vracht)vervoer zorgen voor een grote toename in de laadbehoefte, bedrijven gaan een andere energiemix gebruiken en ook de nieuwe woningvoorraad moet aangesloten worden. Dat vraagt alles bij elkaar om een veel grotere netcapaciteit met meer stations en kabels.

Deze objecten boven en onder de grond moeten worden ingepast in de beperkte beschikbare ruimte. Voorzieningen De voorzieningencentra hebben het in het algemeen moeilijk door verschillende autonome ontwikkelingen en recent de coronacrisis. Vooral op de winkels voor nietdagelijkse goederen heeft dit effect. Door veranderingen in koopgedrag is al decennialang sprake van een teruggang van het aantal kleine winkels. Wel gaat het goed met de grote supermarktketens en veel andere winkels in dagelijkse behoeften. Voor de grotere winkelcentra, zoals in Vries, Eelde, Paterswolde en Zuidlaren, kunnen deze ontwikkelingen op termijn een verarming van het aanbod gaan betekenen.

Gemeente Tynaarlo

RGA

Groene long tussen beide steden

055

Vries Zuid In het dorp Vries centraal gelegen tussen Assen en Groningen komt een uitbreidingswijk met dorpse allure en een gemêleerd aanbod van woningen. Zowel huur als koop, zowel projectmatig als particulier. Vries Zuid wordt een aantrekkelijke woonwijk ontwikkelen die tegemoet komt aan de huidige en toekomstige behoefte aan woningen in het dorp Vries. Het gaat om maximaal 75 woningen die in fases gebouwd gaan worden.

Laarhove Op de achterzijde van de voormalig Prins Bernhardhoeve in Zuidlaren komt een nieuwe woonwijk Laarhove met circa 265 woningen. Laarhove ligt op de overgang van de Hondsrug naar de Hunzevallei, tussen het centrum van Zuidlaren en het landschap. De relatie met het landschap wordt met deze ontwikkeling hersteld, waarbij de Drentse kernkwaliteiten zoals rust, ruimte, naoberschap, veiligheid en kleinschaligheid worden gekoesterd Laarhove moet een aantrekkelijke woonwijk worden die tegemoet komt aan de woonbehoefte in Zuidlaren en in de regio. Een gemêleerde woonwijk voor zoveel mogelijk

doelgroepen ten behoeve van een evenwichtige en toekomstbestendige woningvoorraad. De woonwijk moet passen bij het specifieke DNA van Zuidlaren, maar ook iets toevoegen aan de bijzondere mix die het dorp al rijk is. Een groene woonwijk met zijn wortels in het verleden door voort te bouwen op de landschappelijke en ecologische kwaliteiten.

Gemeente Westerkwartier Diversiteit aan landschappen

In de gemeente Westerkwartier wonen ruim 63.000 inwoners en is daarmee één van de grootste gemeenten van de provincie Groningen. Deze schaalgrootte geeft ons slagkracht. Tegelijk koesteren wij onze kleinschaligheid: het Westerkwartier is een gemeenschap van grote en kleine dorpen, waar mensen elkaar kennen en weten te vinden. Het Westerkwartier kenmerkt zich door een unieke combinatie van ligging en karakter. Het Westerkwartier ligt in het hart van Noord-Nederland. De hoofdverkeersassen A7, spoorlijn Groningen-Leeuwarden, het Van Starkenborghkanaal en op termijn misschien de Lelylijn, vormen een goede ontsluiting van ons gebied. De nabij gelegen stedelijke regio’s als Drachten, Assen, Leeuwarden en Groningen zorgen ervoor dat stedelijke voorzieningen binnen handbereik liggen, mits de vervoers- infrastructuur meegroeit met de toename van het aantal inwoners. Als plattelandsgemeente behoren we tot de grootste in Nederland met ruim 40 dorpen gelegen in weidse landschappen en groene coulissen, in rust en ruimte. Het landschap is divers en geeft met onderdelen als de Reitdiep-zone en het Nationaal Landschap MiddagHumsterland ruimte aan enerzijds de landbouwsector en anderzijds aan natuur, recreatie en toerisme. Aan de andere kant maken we deel uit van de stedelijke agglomeratie Regio Groningen-Assen met dynamische groeikernen langs de A7 en de spoorlijn Groningen-Leeuwarden.

Deze combinatie maakt ons uniek en daarom koesteren we deze twee kenmerkende aspecten van onze gemeente met zorg. Hoofdopgave Wonen Het Westerkwartier ligt gunstig en centraal in het noorden, goed verbonden met aan de ene kant Groningen als belangrijk centrum van werk en voorzieningen, anderzijds Drachten en het westen van Nederland. Het is voor veel huishoudens, waaronder ook veel gezinnen met kinderen, een reden om te blijven of zich er te vestigen. Het Westerkwartier trekt sinds jaar en dag mensen aan. De oververhitting op de woningmarkt van de stad Groningen biedt de mogelijkheid om nog meer mensen naar het Westerkwartier te trekken en hen daar te binden. Groei zien we niet als doel, maar als middel om te kunnen investeren in aantrekkelijke dorpen. Het zorgt voor behoud van woningwaarde, kansen voor doorstroming, investeringsbereidheid in bestaande woningen, kansen om nieuwe woningen toe te voegen en daarmee plekken te ontwikkelen die de dorpen beter maken. Ook kunnen nieuwe inwoners in dorpen het verschil maken bij het in stand houden van voorzieningen waar omliggende woondorpen ook gebruik van maken, zoals de basisschool of supermarkt.

RGA 056

We leggen de nadruk op groei in aantallen op bereikbare plekken. Dat betreft vooral Zuidhorn, Leek en Marum. Hier gaat het óók om groei in de sociale huurvoorraad en woningen voor specifieke doelgroepen zoals ouderen en mensen die zorg en ondersteuning nodig hebben. Hierin werken we graag samen met corporaties bij het maken van plannen en zoeken naar ontwikkelmogelijkheden. In kleinere aantallen gaat het ook om Grootegast, Aduard en Grijpskerk, en de dorpen gelegen langs de A7 zoals Oostwold. Dit zijn dorpen waar we een bovenlokale vraag denken te kunnen bedienen. Ook in andere dorpen is vaak groei mogelijk, maar vooral om de eigen vraag te bedienen. Hier willen we altijd ruimte voor kunnen aanbieden, passend bij de schaal van het dorp. Per dorp worden hiervoor, samen met inwoners woonplannen opgesteld. Voor de kernen Leek/Tolbert en Zuidhorn/Briltil ligt de grootste opgave voor de komende jaren. Hoofdopgave Werken We zetten in op het behouden van werkgelegenheid en het aantrekken van nieuwe werkgelegenheid. Daarbij bieden we ruimte aan innovatie en behouden we een goed ondernemersklimaat. Ondernemers krijgen de ruimte om (duurzaam) te ondernemen, onder meer door het ontwikkelen van toekomstbestendige werklocaties. Daar waar zich kansen voordoen op het gebied van transformatie en herbestemming, zullen we deze benutten.

In het kader van de visie op bedrijventerreinen zijn transformatie van bedrijventerreinen en onderzoek om te komen tot de aanleg van een circulair bedrijventerrein ontwikkelingen die bijdragen aan duurzame werkgelegenheid. De meeste Westerkwartierse opgaven houden zich niet aan gemeentegrenzen, maar vinden plaats in een zich snel ontwikkelende regio. Als gemeente nemen we actief deel in de Regio Groningen-Assen. Hier komen de verstedelijkingsopgaven en mobiliteitsvraagstukken bij elkaar en is inzet daarop het hardst nodig. Regionaal samenwerken aan kansen en dilemma’s is en blijft daarom noodzakelijk. Op die manier willen we bijdragen aan een sterke regio. Onze lokale economie draagt bij aan een fijn woon- en werkklimaat. Ondernemerschap en bedrijvigheid in onze gemeente willen we dan ook behouden en versterken. We doen dat door een faciliterende houding en passende regelgeving. Concreet betekent dit dat we vestigingsmogelijkheden bieden voor lokale bedrijven. Maar ook bieden we ruimte voor bedrijven van elders, die passen bij de Westerkwartierse maat en schaal.

Gemeente Westerkwartier

RGA

Diversiteit aan landschappen

We kijken over de grenzen van de verschillende sectoren heen en stimuleren samenwerking tussen sectoren en tussen onderwijs, ondernemers, andere maatschappelijke instellingen en overheid elkaar treffen en samenwerken. Mobiliteit In de verkeersvisie Westerkwartier is vastgesteld dat het van essentieel belang is dat de hoofdwegenstructuur op orde gebracht wordt om ook in de toekomst de bereikbaarheid te kunnen blijven garanderen. Naast het inzetten op duurzame vormen van vervoer zoals OV en doorfietsroutes blijft de afhankelijkheid van de auto in een plattelandsgemeente als het Westerkwartier groot vanwege de afstanden en dunbevolkte gebieden. Goede hoofdwegenstructuur en verbindingen zijn een randvoorwaarde om de opgaven rond wonen, werken en bereikbaarheid van voorzieningen te kunnen realiseren. Concreet gaat het met name om het oplossen van de knelpunten noord/zuid verbinding in Westerkwartier, toegang tot ringweg Groningen, parallelstructuur bij ontsluiting Leek en de rondweg Leek. Omdat de gemeente Westerkwartier forse groeiambities voor Leek heeft, zal de infrastructuur met de aanpassingen op korte termijn niet meer voldoende zijn. De aansluiting van de N372-A7 is in zijn huidige vorm niet in staat de verkeerstoename in 2030, onder meer als gevolg van de uitbreiding van de bedrijvigheid nabij de A7 en de behoefte aan 1000-1400 woningen in Leek/Tolbert, te verwerken.

Er is nagenoeg geen restcapaciteit meer beschikbaar om op drukke momenten het verkeer op de rotondes aan de noord- en zuidzijde van de A7 goed te kunnen laten doorstromen. Aandachtspunten hierbij zijn de planvorming voor de Lelylijn en de geplande hoogspanningslijn (380KV) Vierverlaten-Ens Ook de verbinding vanuit Zuidhorn naar A7 en Groningen slibt dicht waardoor ook de OV verbinding belemmering ondervindt.

057

Groen De landschappelijke variatie binnen het Westerkwartier is enorm. We kennen vier zeer verschillende landschapstypen binnen onze gemeente en dat is bijzonder. De landschapstypen uiten zich onder andere in wierden, kronkelende dijken, onregelmatige verkaveling en vergezichten in het noorden. Houtsingels, heidegebied, landgoederen, strokenverkaveling en lange bebouwingslinten in het zuiden. Er zijn beschermde dorpsgezichten, borgen, kerken, poelen, pingoruïnes en gemalen. De landschappelijke verschillen tussen noord en zuid geven de gemeente veel diversiteit, maar per gebied ook eigen aandachtspunten en uitdagingen. Binnen deze landschappen is de agrarische sector zichtbaar aanwezig voornamelijk als voedselproducent en als voornaamste beheerder van het landelijk gebied. De kwaliteiten en waarden van elk van die vier landschappen maken de gemeente tot een goede plek om te wonen en te leven, te ondernemen en te bezoeken. Ze vormen onze kracht. Tegelijkertijd is deze kracht kwetsbaar. Er is druk op de schaarse ruimte. En daardoor kunnen waarden en kwaliteiten onder druk komen te staan. We willen de bestaande landschappelijke waarden beschermen en ontwikkelen. Bij alle ontwikkelingen vormen de landschappelijke en cultuurhistorische waarden het vertrekpunt evenals de mogelijkheden en beperkingen van het natuurlijk bodem- en watersysteem.

Dit betekent niet dat onze gemeente ‘op slot’ gaat. Juist omdat we onze ambities willen realiseren, zijn ontwikkelingen – klein en groter – nodig. Allerlei opgaven (woningbouw, bedrijvigheid, infrastructuur, klimaatadaptatie, energietransitie, etc…) vragen ruimte. We willen dat al deze (en andere) ontwikkelingen landschappelijk goed worden ingepast en waar mogelijk een bijdrage leveren aan behoud of versterking van de bestaande kwaliteiten. Verlies aan areaal ten behoeve van verstedelijking kunnen we niet altijd voorkomen. Maar we willen wel areaalverlies waar mogelijk beperken. Dit betekent bijvoorbeeld dat we mogelijkheden benutten tot binnenstedelijke transformatie, herstructurering, verticaal bouwen waar dat passend is, gebruik maken van bestaande structuren en gebouwen en een gezonde leefomgeving stimuleren. Ook willen we koppelkansen rond natuurontwikkeling in combinatie met waterberging en agrarisch gebruik benutten. We maken daarbij nadrukkelijk de verbinding met het cultuurhistorisch landschap, biodiversiteit en voedsel.

Het noordelijke deel van de regio is onderdeel van een veel groter samenhangend landschap dat loopt “van stad tot wad”. Een aantal dorpen in de RGA ligt in de overgangszone tussen de stedelijke invloedsfeer van de stad Groningen en dit weidse landschap. In het westelijk deel van de gemeente wordt gewerkt aan gebiedstransformatie Zuidelijk Westerkwartier. Beide bieden kansen voor samenhangende ontwikkeling. Daarbij kan gedacht worden aan ruimtelijke ontwikkelingen zoals: Het veranderende klimaat en de noodzakelijke transitie van de landbouw bieden kansen om hier een dynamisch voedsellandschap te laten ontstaan, waar natuur en landbouw geen tegenstelling vormt. De natuurlijke waterdynamiek kan terugkeren in het gebied, door een nieuwe zoetwaterverbinding tussen het Hunzedal en Reitdiep wordt verzilting voorkomen. Via leeflijnen wordt het prachtige landschap goed ontsloten: zowel met fiets, boot als trein. Energie De gemeente Westerkwartier hecht veel waarde aan een duurzame toekomst. Daarom wordt er hard gewerkt aan de realisatie van duurzaamheidsdoelstellingen. Dit zie je bijvoorbeeld in de RES ambities die gemeenten en provincie met elkaar hebben afgesproken. Opwek van hernieuwbare elektriciteit is hierbij erg belangrijk. Dit kan zijn via (kleinschalige) wind projecten, zon op dak of schaal bij schaal projecten voor zonne-energie.

Door de netcongestie worden we als maatschappij gedwongen om ook naar andere vormen van het gebruik van energie te kijken. Dit kan zijn door een vraag en aanbod die gedurende de dag meer in balans is, maar ook probeert het Westerkwartier naar innovatieve ideeën van opslag of reductie te kijken. Het verduurzamen van de bedrijventerreinen en het onderzoek naar de ontwikkeling van een circulair park zijn hier belangrijke speerpunten. Op het gebied van energiearmoede probeert de gemeente via laagdrempelige regelingen alle doelgroepen van de maatschappij deelnemer te laten zijn van de energietransitie. Westerkwartier streeft naar een gemeentedekkend programma voor deelname van minimahuishoudens aan opwekprojecten.

Gemeente Westerkwartier

RGA

Diversiteit aan landschappen

058

Leek/Tolbert Het dorp Leek/Tolbert is de grootste kern van de gemeente Westerkwartier. Het heeft een belangrijke rol in het Westerkwartier als plek om te wonen, werken, recreëren, leren. Leek/Tolbert bedient niet alleen een lokale woonvraag en is niet alleen een basis voor omliggende dorpen, maar vangt ook een deel van de regionale woonvraag. De ‘centrale as’ van Leek/Tolbert biedt een uitgelezen kans om opgaven tegelijk en integraal aan te pakken vanuit een overkoepelende ambitie. De woonvraag kan er grotendeels bediend worden, mits er een oplossing is voor verouderde sportvoorzieningen, herhuisvesting van bedrijven en onderwijs, complexe ontwikkellocaties, verkeerskundige druk die nu al te hoog is en waarvoor een rondweg nodig is. Leek/Tolbert kan hier inspelen op de veranderende woonvraag en zo veel mogelijk binnen bestaand stedelijk gebied bouwen. Zo kan een groot gebied ontstaan waarin wonen en verblijven centraal staat. Deze fysieke ingrepen dragen ook bij aan sociaaleconomische vooruitgang en versterking van Leek/ Tolbert als regiocentrum. In 2009 is de Intergemeentelijke structuurvisie gemaakt met de gemeente Noordenveld en recent de Verstedelijkingsstrategie Regio GroningenAssen. De gemeente Westerkwartier werkt – aansluitend hier op – aan een uitvoerbaar masterplan.

Zuidhorn Deze complexe opgave van binnendorps vernieuwen vraagt om een specifiek proces waarvoor bijzondere expertise en financiële steun nodig is. Inzet Leek: •

Wonen op binnendorpse locaties en deels op de uitleg om in een jaarlijkse woningproductie te kunnen voorzien.

•

Dit betekent inzetten op transformatie en verplaatsen van bedrijventerreinen, sportvelden en onderwijs.

•

Verbeteren ontsluiting middels dubbele afslag A7 met parallelweg langs de A7 en een rondweg aan de westzijde van de Tolbertvaart.

Zuidhorn valt op door een ruim voorzieningenniveau, goede bereikbaarheid, in een dorpse sfeer. Zuidhorn bedient niet alleen een lokale woonvraag, maar heeft een zeer sterke relatie met de stad Groningen. Er is een stroom naar Oostergast, maar ook naar de bestaande voorraad. Nu is er vrijwel overal vraag, maar de woningmarkt is dor de hogere rente, hoge bouwkosten en een (ogenschijnlijk) lager consumentenvertrouwen wel aan het veranderen. Ook in minder gespannen marktsituaties wist Zuidhorn echter mensen aan te blijven trekken. Langer vooruitkijkend nemen we daarom aan dat Zuidhorn kan blijven groeien, als er blijvend voldoende aanbod is. Inzet Zuidhorn •

Inzet op verdere ontwikkeling van Oostergast met meer variatie in woningaanbod.

•

Versterken groen in de kern.

•

Onderzoek verbeteren ontsluiting N355 en versterken fietsroute.

BIJLAGE I Verstedelijkingsstrategie

RGA

Verstedelijkingsstrategie Regio Groningen-Assen

In 2020, 2021 en 2022 doorliepen zeven gemeenten, twee provincies en vier rijksdepartementen samen vier fasen om te komen tot de Verstedelijkingsstrategie RGA. Aanleiding voor deze aanpak was – en is – de bouwopgave in Nederland en het faciliteren van extra arbeidsplaatsen. Dit is ook de opgave voor de RGA. In de Verstedelijkingsstrategie en in de aanpak voor het NOVEX-gebied RGA is het noodzakelijk de bouwproductie te vergroten en te versnellen om aan de grote vraag naar woningen te voldoen. Ten opzichte van twee jaar geleden zijn de omstandigheden aanzienlijk gewijzigd. Het effect van het coronavirus nam sterk af. De inval van Rusland in de Oekraïne heeft veel effect op de economie, de woningbouw en woningmarkt. Onveranderd is de vraag naar goede en passende huisvesting en naar goede werklocaties. Daarmee blijven de Verstedelijkingsstrategie RGA en de ingezette koers onverkort gehandhaafd. Verstedelijking gaat in de Regio Groningen-Assen niet alleen over opgaven in de stedelijke milieus, maar ook over de opgaven in de dorpen en de buurten in het gebied. Binnen de Regio is de stad Groningen een zeer compact gebouwde stad. In Assen en Hoogezand-Sappemeer is dit in mindere mate terug te vinden. Andere woonkernen in de regio kennen een meer dorps of landelijk karakter. Met dit alles is rekening gehouden in de Verstedelijkingsstrategie RGA.

059

Reeds doorlopen fasen NOVEX RGA Fase 1 In fase 1 van de Verstedelijkingsstrategie zijn we gestart met het maken van vier verstedelijkingsmodellen. Met het Dashboard Verstedelijking wilden we gevoel krijgen bij de effecten van verschillende denkrichtingen om de verstedelijkingsopgave op te lossen. De gemeenten leverden plancapaciteit waarop de verschillende modellen zijn gebaseerd: ruim meer dan de benodigde 36.000 woningen tot 2040. Deze locaties combineerden we tot vier sterk van elkaar verschillende modellen: Compact, Op de As, Netwerk en Ontspannen. Deze modellen zijn vervolgens beoordeeld op een groot aantal indicatoren. Voor een uitgebreid overzicht van de resultaten verwijzen wij naar de publicatie: Resultaten Dashboard Verstedelijking Regio GroningenAssen, augustus 2020.

Fase 1

Fase 2

Fase 3

Resultaat

Voorkeursvariant Verstedelijkingsstrategie

Koers Vier modellen & Dashboardrun

+

Ontwikkelpad

Principes

Verstedelijkingsakkoord

+ Financieringsstrategie

oard Dashb elijking Versted

en en-Ass Groning Regio

ten Resulta

0 ustus 202 26 aug

Fase 2 In fase 2 werkten we aan gezamenlijke ontwikkelprincipes die richting gevend zijn voor de Verstedelijkingsstrategie. Ook benoemden we onderliggende kernwaarden: compleet, complementair en coöperatief. De Verstedelijkingstrategie bouwt voort op de jarenlange samenwerking in de RGA, maar zet ook in op een koerswijziging, aan de hand van de zeven ontwikkelprincipes: 1. bestaand verstedelijkt gebied versterken 2. agglomeratiekracht vergroten 3. polycentrische ontwikkeling stimuleren 4. mobiliteit in balans 5. proportioneel en passend 6. hefboom voor herstructurering 7. samenwerken aan een duurzame regio Zie de publicatie: Koers Verstedelijkingsstrategie Regio Groningen-Assen, oktober 2020.

Fase 3 Deze principes werkten we in fase 3 verder uit. Er zijn uitspraken gedaan over waar en hoe de ruimtelijke opgaven in de regio gaan landen en welke aanpak en ingrepen daarbij horen. Er is gewerkt in thematische werkgroepen (wonen, werk, mobiliteit en groen) en we organiseerden gemeenschappelijke integratiebijeenkomsten. Deze gezamenlijke inspanningen leverden de definitieve Verstedelijkingsstrategie op.

++ + + + +

+

+

+

+ +

+

Principe 5. Proportioneel en passend

+

+ +++ + + +

+

+

+

Wonen Principe 6. Hefboom voor herstructurering

++ +

Principe 2. Agglomeratiekracht vergroten

++

+

+

+

Werk

Mobiliteit Principe 3. Polycentrische ontwikkeling stimuleren

Principe 1. Bestaand verstedelijkt gebied versterken

Groen

Principe 4. Mobiliteit in balans Principe 7. Samenwerken aan een duurzame regio

Toelichting voorkeursvariant

RGA

Als onderdeel van het ontwikkelperspectief is de aangeleverde plancapaciteit in de regio onderzocht op basis van de 7 ontwikkelprincipes. Het biedt handvatten voor de regio om woningbouwafspraken kwalitatief te onderbouwen. Stroomschema en type projecten

Werkwijze voorkeursvariant

De aangeleverde plancapaciteit in de regio is onderzocht op basis van de 7 ontwikkelprincipes. De totale aangeleverde planvoorraad is ruim, circa 60.000 woningen onderverdeeld in zowel harde, zachte als nieuwe plannen in de periode tot 2040. Er valt dus wat te kiezen. Hierbij is het hiernaast weergegeven stroomdiagram gehanteerd. Het biedt handvatten voor de regio om woningbouwafspraken kwalitatief te onderbouwen: in het stroomdiagram is ruimte voor het afmaken van plannen die reeds zijn ingezet en prioriteert vervolgens plannen die passen bij de ontwikkelprincipes die afhankelijk zijn van locatiekeuze. Daarnaast is er ruimte voor kleinere ontwikkelingen die passen bij lokale vraag en opgave. Dit leidt tot een globaal onderscheid van verschillende type woningbouwprojecten, die uit het stroomschema voortkomen:

Wanneer het stroomdiagram wordt doorlopen wordt duidelijk dat er ruim keuze is uit bovenstaande type plannen om aan de vraag van 35.000 woningen voor 2040 te voldoen: circa de 130% gewenste plancapaciteit. Er kan dus voldoende snelheid gemaakt worden en er is ruimte voor planuitval. Om het voorkeursmodel te laten voldoen aan de gevraagde 35.000 zijn daarom dus niet alle plannen meegenomen. Deze plannen staan op een reservelijst, scoren dus goed op de ontwikkelprincipes, zijn wat groter in omvang en sommige starten wat later in de tijd. Maar een gedeelte van deze woningen staan al voor 2030 in de planning. Deze reservelijst kan dus opgevat worden als 130% plancapaciteit, ook voor 2030. In de samenstelling van het voorkeursmodel is rekening gehouden met de afspraken van regiopartners om tot 2030 het zogenaamde “middenscenario” van het KAWonderzoek te hanteren, met uitzondering van de gemeente Groningen, waarvoor de Woondeal-afspraak geldt. Deze twee afspraken bij elkaar opgeteld leidt ertoe dat er tot 2030 in het voorkeursmodel meer woningen zitten dan volgens het KAW-onderzoek nodig is. Om uiteindelijk ook niet ruim boven de prognose van de vraag van 35.000 woningen in 2040 te eindigen compenseert het model dat met minder woningen na 2030.

Ook is rekening gehouden met een verdeling van woonmilieus die past bij de bevindingen van het KAWonderzoek naar woonmilieuvoorkeuren in de regio. Dit leidt tot de volgende globale verdeling in het voorkeursmodel naar locatie, snelheid en woonmilieu: • Circa 70% in de stad Groningen • Circa 10% in Assen • Circa 20% proportioneel verdeeld over overige kernen • Circa 70% gepland voor 2030 (± 24.000 woningen) • Circa 30% gepland na 2030 (± 10.000 woningen) • Circa 60% in (hoog)stedelijke omgevingen • Circa 25% groenstedelijke ontwikkeling • Circa 10% in dorpse milieus • Circa 5% in landelijk milieu

A1. Harde plannen, oude koers: om betrouwbare overheid te zijn, afmaken waar je al mee bezig bent A2. Harde plannen die al in lijn zijn met de nieuwe koers, goede voorbeelden A3. Harde plannen met beperkte impact door beperkte omvang, doorzetten zoals gepland B1. Sleutelprojecten nieuwe koers, vormen gezamenlijk focus de komende 10 jaar, het betreft locaties rond knooppunten, woonwijken met vernieuwingsopgave op verouderende bedrijventerreinen, interessant voor gemengde ontwikkeling B2. Overige plannen nieuwe koers, kleiner in omvang, locatie van minder strategisch belang B3. Zachte plannen, geselecteerd vanwege [Principe 5. Passend en proportioneel] en beperkte impact vanwege kleine omvang C.

Dit zijn onder andere bestaande “PM posten” (plannen waar nog geen concrete precieze locatie voor is). Hier kan gedacht worden aan ruimte voor bewonersinitiatieven, hergebruik vrijkomend vastgoed, splitsingen, verdichting bij vernieuwing. NB: deze post is klein in de plancapaciteit – zodra plannen concreter worden vallen ze onder een andere categorie

Dit voorkeursmodel is tevens gebruikt om een eerste doorrekening te maken van de benodigde investeringen voor de gehele woningbouwopgave. Over het verdelingsvraagstuk en de uiteindelijke keuze voor woningbouwlocaties moeten regiopartners het gesprek voeren. Het voorkeursmodel biedt de start voor dit gesprek, wat uiteindelijk vastgesteld moet worden in het regionaal woondocument. Hiervoor wordt een apart proces georganiseerd, waarin de jarenlange samenwerking op het gebied van wonigbouwafspraken wordt voortgezet, met de nieuwe verstedelijkingsstrategie als uitgangspunt.

boven: Concept stroomdiagram onderzoek plancapaciteit onder: Overzicht van de plancapaciteit geanalyseerd volgens het stroomdiagram

060

BIJLAGE II NOVEX

RGA 061

Gebiedsgerichte regio: NOVEX-gebied RGA Het Rijk en regio gaan vol aan de slag in gebieden waar nationale opgaven in het fysieke domein zich stapelen. Dusdanig stapelen dat een gebiedsgerichte ordening en prioritering van verschillende nationale opgaven noodzakelijk is. Dit zijn de zogenaamde NOVEX-gebieden. Deze gebieden dragen bij en borgen de ruimtelijke puzzel die wordt gelegd met de provincies. In deze gebieden is duidelijk dat overheden (Rijk, provincie, gemeente en waterschap) hier met andere partijen in een goede gezamenlijke aanpak bijdragen aan het halen van de Europese en nationale doelstellingen. Integrale oplossingen zijn nodig. Daarbij past goede afstemming over sectoren en met overheden en maatschappelijke partijen voor een goede aanpak. In de NOVEX-gebieden neemt het Rijk meerjarig als partner deel in perspectief- en planontwikkeling en in de uitvoering. Gelet op de stapeling van het aantal nationale opgaven, zal in deze gebieden deelname vanuit meer Rijksonderdelen aan de orde zijn. Een gezamenlijk ontwikkelperspectief en daarop volgend een uitvoeringsagenda en investeringsbesluiten is de basis voor strategische besluiten van alle overheden voor de ontwikkeling van het gebied. Veel NOVEX-gebieden beginnen niet op nul. Alle voorheen verstedelijkingsgebieden zijn in het programma NOVEX aangewezen als NOVEX-gebieden.

In NOVEXgebied Groningen-Assen wordt voortgebouwd op de Verstedelijkingsstrategie. Gelijktijdig aan het toewerken naar uitvoering (met onder andere inzet Rijks en regiomiddelen voor woningbouw en mobiliteit) wordt de verstedelijkingsstrategie aangescherpt tot een meer integraal ontwikkelperspectief en uitvoeringsagenda. Met de Verstedelijkingsstrategie als startpunt voor het ontwikkelperspectief NOVEX kan een vliegende start worden gemaakt met de vervolgaanpak. Er wordt inmiddels hard gewerkt aan de Uitvoeringsagenda en Regionale Investeringsagenda NOVEX-gebied RGA. De Verstedelijkingsstategie RGA wordt in dit Ontwikkelperspectief verrijkt met nieuwe ontwikkelingen uit de NOVEX en de daaraan verbonden opgaven uit de Nationale Programma’s.

Provinciale regie - ruimtelijk voorstel en arrangement In het spoor provinciale regie van het programma NOVEX is provincies gevraagd om op basis van een startpakket en het provinciale beleid rondom RO te komen tot een ruimtelijk voorstel. Hoe kunnen nationale en provinciale opgaven in de provincie ingepast kunnen worden? Het startpakket bevat naast beschrijvingen en opgaven uit diverse Nationale Programma’s factsheets over de voor de provincie relevante NOVEX-gebieden en de daar spelende hoofdopgaven. Provincies en Rijk komen op basis van de provinciale ruimtelijke voorstellen tot gezamenlijke ruimtelijke arrangementen. De ontwikkelperspectieven van NOVEXgebieden vormen één van de bouwstenen in de ruimtelijke voorstellen.

Gebied

Opgaven

Samenhang met andere gebieden

Groningen-Assen

Realisatie van 36.000 woningen in de periode 2020 – 2040. Accommoderen van 28.000 arbeidsplaatsen in diezelfde periode. Samenhangende ontwikkeling steden en dorpskernen met mobiliteit, energie, groen.

Bij een besluit tot realisatie van de Lelylijn en daarmee samenhangende ontwikkelingen zal ontwikkelperspectief Groningen-Assen geactualiseerd moeten worden. Potentiële tracés kunnen huidige ontwikkelmogelijkheden beïnvloeden. RGA focust m.n. op steden en regionale kernen, waar in NOVEX-gebied Groningen focus m.n. ligt op zeehavens meer noordelijk/ oostelijk.

Groningen

De hoofdopgave wordt nader ingevuld waarbij als Focus geografisch gezien m.n. richting zeeinvalshoek gekeken wordt de ontwikkeling van de havens. beide zeehavens. Meekoppelende opgaven zijn Energietransitie, innovatieve economie en toekomstbestendige landbouw. In het kader van ruimtelijke kwaliteit vindt een brede afweging plaats, met een belangrijke plek voor landschappelijke waarden.

Lelylijn (in de vorm van MIRT-onderzoek)

Het onderzoek richt zich op de Lelylijn als backbone van de ontwikkeling van het noordelijk deel van Nederland om te komen tot -economische structuurversterking, de verstedelijkingsopgave en verbetering van de bereikbaarheid.

Nabij gelegen/overlappende NOVEX-gebieden Geografisch gezien bestaat er een overlap tussen NOVEXgebied Regio Groningen-Assen en de NOVEX-gebieden Groningen en Lelylijn. De opgaven voor deze NOVEXgebieden verschillen in aard en in de tijd. De opgaven zijn samengevat in een bijlage. De gemeente Midden-Groningen ligt zowel in het NOVEXgebied RGA als in Groningen. De opgave van het NOVEX gebied Groningen is nog niet gedefinieerd. Het NOVEX gebied Lelylijn heeft als hoofdopgave het onderzoek naar de Lelylijn, dit als backbone van de ontwikkeling van het noordelijk deel van Nederland. Om te komen tot economische structuurversterking, de verstedelijkingsopgave en verbetering van de bereikbaarheid.

Onderzocht worden verder de effecten van mogelijke combinatie met de aanleg van de Nedersaksenlijn, verbetering van onderdelen van het bestaande spoor en internationale aantakking richting Duitsland onderzocht. Dit in samenhang met economische structuurversterking en de verstedelijkingsopgave.In de Analyse Deltaplan deel B is naast de maatschappelijke kosten-batenanalyse, ook gekeken naar de brede welvaartsaspecten, zoals natuur en milieu, kwaliteit van onderwijs en gezondheidszorg, gezondheid, welbevinden en veiligheid. Het vervolg vraagt om nader onderzoek naar mogelijke contouren van een economisch programma en de interactie hiervan met het spoorpakket. Zonder zo’n programma is het onwaarschijnlijk dat er voldoende gevarieerde werkgelegenheid ontstaat.

Lelylijn focus op realisatie langere termijn.

BIJLAGE II NOVEX

RGA 062

Samenwerking en afstemming NOVEX gebied RGA met provincies De beide provincies Groningen en Drenthe zijn deelnemer in de Regio Groningen-Assen. Besluitvorming van de RGA vindt plaats door de Stuurgroep RGA bij unanimiteit. Besluiten van RGA zijn dan ook zeer nauw verbonden met de besluiten van de provincies en natuurlijk de zeven deelnemende gemeenten. Daarmee bestaat een gunstig klimaat voor afstemmen en besluitvorming voor zowel de gehele RGA als de afzonderlijke deelnemers. Het anticiperende vermogen en het schakelen op verschillende niveaus van de deelnemers in Regio Groningen-Assen werkt goed. Het sluit aan op de gevraagde en vereiste dynamiek bij de totstandkoming van de producten van het NOVEX-gebied RGA en de Ruimtelijke voorstellen van de provincies. In bijgevoegde figuur wordt de totstandkoming van de producten van zowel het NOVEX gebied als de provincies weergegeven. Het ruimtelijk arrangement van de provincies heeft belangrijke betekenis voor de opgaven van het NOVEX gebied. Andersom hebben de producten van het NOVEX gebied betekenis voor de opgaven van de provincies. In dit ontwikkelperspectief wordt ingezet op thema’s waarbij nieuwe inzichten die voortkomen uit het werk van de provincies van invloed kunnen zijn op het Ontwikkelperspectief van het NOVEX gebied RGA. De Verstedelijkingsstrategie vormt de basis voor het Ontwikkelperspectief NOVEX gebied RGA.

Het vervolg: naar een uitvoeringsagenda In de Uitvoeringsagenda NOVEX RGA worden de hoofdopgaven Wonen en Werken vertaald in projecten en programma’s binnen de gemeenten. De opgaven binnen de thema’s Mobiliteit, Groen en Energie worden in principe alleen opgenomen als ze een relatief hebben met deze hoofdopgaven. In de Uitvoeringsagenda zal per opgave bekeken worden of deze bijdraagt aan lokale, regionale of nationale opgaven. Dan is ook duidelijk hoe bijgedragen wordt aan de Nationale Programma’s (zie bijlage III).

Pr ovinciale puzzels

St ar t pakket t en puzzelf ase

Ruim t elijke ar r angem ent en af spr akenf ase

Ont w ikkel Uit voer ingsagenda’s, Uit voer ings inclusief RIA’s af spr aken per spect ieven concr et iser ings oper at ionaliser ings uit voer ing f ase f ase

huisw er kf ase P

BIJLAGE III: Nationale programma’s en regio Groningen-Assen Vanuit het NOVEX-gebied Regio Groningen-Assen wordt de volgende bijdrage geleverd aan de Nationale Programma’s:

Programma Werklocaties, ruimte voor economische activiteit

Programma Woningbouw

•

Het faciliteren van 28.000 extra arbeidsplaatsen is een kernopgave van het NOVEX gebied RGA.

•

Uitgangspunt bij deze kernopgave is het beter benutten van de bestaande bebouwde ruimte. Herschikking van deze ruimtes, gecombineerd met de inzet voor mengen van werkfuncties die passen in een woonomgeving creëert ruimte voor deze extra arbeidsplaatsen.

•

•

•

Realisatie van 21.000 woningen in de periode 2020 2030 Realisatie van 15.000 woningen in de periode 2030 2040 In de ‘roadshow’ is in maart en april 2023 een consultatie gedaan bij de gemeenten in RGA. De woningbouwambitie is goed op tempo.

NPLG

MIRT •

•

•

Bereikbaarheidsmaatregelen om de woningbouw in de gemeenten Groningen, Noordenveld, Midden-Groningen en Assen te versnellen MIRT - Onderzoek naar de Westflank van de stad Groningen Relatie met onderzoeken in het kader van Deltaplan voor het noorden: MIRT-onderzoek Lelylijn, te starten MIRTonderzoek Nedersaksenlijn, onderzoek bestaand spoor.

Programma Gezonder en groene leefomgeving •

Relatie naar provinciaal onderzoek naar Water en Bodem sturend.

•

Betekenis van een gezond woon- en leefklimaat bij de opgaven van regio Groningen - Assen en de kansen op verbinden van stedelijke ontwikkeling met natuur- en groenontwikkeling. Dit is vastgelegd in de verstedelijkingsprincipes regio Groningen-Assen de verbijzondering daarvan bij het thema Groen.

•

Nationale programma’s rondom Energie

•

•

Delen van de energiehoofdstructuur liggen in of doorkruisen het NOVEX-gebied. Provincies stellen pMIEKs op, waarmee o.a. afstemming van diverse ontwikkelopgaven en energietransitie in beeld wordt gebracht.

•

De gebieds- en bouwopgaven RGA worden vroegtijdig afgestemd met netbeheerders. Daarmee kan bij de planontwikkeling en realisatie vroegtijdig worden geanticipeerd op de energievraag en afgifte.

In de verdiepingsslag groen-blauwe laag zijn op het 7e ontwikkelprincipe drie aanvullende principes toegevoegd. Deze geven nadere invulling aan de natuurinclusieve opgave NOVEX gebied RGA.

•

Ontwikkelopgaven in het NOVEX-gebied binnen bestaand bebouwd gebied kunnen een vliegwiel zijn voor realisatie van verduurzamingsopgaven in bebouwd gebied.

- Aansluiten op het diverse en historische landschap van de RGA - Klimaatbestendig transformeren en bouwen - Beschermen, benutten en ontwikkelen van natuur - Breng het groen naar de mensen en de mensen naar het groen

•

Tijdens de ‘roadshow’ is gesignaleerd dat er meer regio nodig is op het thema Energie.

•

In het NOVEX gebied RGA zijn onderzoeken gaande; 1. Ontwikkelingen 2. Waarden in het RGA gebied.

Realisatie van het ontwikkelperspectief kan daarmee bijdragen aan o.a. groenblauwe dooradering.

•

Nog onbekend is de ruimtevraag die voortkomt uit de vervolgstappen rondom ‘Circulaire Economie’.

Het uitgangspunt water en bodem sturend wordt door de provincies en de waterschappen. Bij het opstellen van gemeentelijke plannen wordt met provincies en waterschappen afgestemd.

Programma Bodem en Ondergrond •

Over dit programma is een studie gaande

Natuurinclusief

De aanpak van het nationale programma en de uitwerking daarvan in het landelijk gebied van de regio Groningen-Assen ligt in handen van de beide provincies. Aanpak biedt kansen voor verbinding op o.a. thema groen; maar voortvarende aanpak PPLG’s is ook van belang voor realisatie kernopgaven rondom woningbouw en werk. Er is nauwe samenwerking met de provincies om de kernopgaven van regio Groningen-Assen (woon- en werklocaties, extra woningen en arbeidsplaatsen) te realiseren. De gemeenten waar de kernopgaven voor het NOVEX gebied RGA moeten worden gerealiseerd stemmen voor de ontwikkelingen die daarvoor nodig zijn af met de provincies, o.a. over de relatie en de effecten op het NPLG en de provinciale vertaling daarvan in de PPLG’s.

063

Water en Bodem sturend

• •

RGA

•

Programma Circulaire Economie

BO MIRT 2023

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16973284/1