Nazending: Monitor 2024 Nationaal Programma Groningen
Tekst van het document
referentiegroep scoren gemeente Groningen en Het Hoge-
gemeente Groningen scoort positief op deze dimensie.
land beter op veiligheid. De andere drie gemeenten scoren
Daarbij scoort gemeente Groningen ook beter op dit punt
op deze dimensie lager dan de referentiegroep.
dan de referentiegroep. Voor de andere vier aardbevings-
> Woningvoorraad (aanwezigheid en kwaliteit van woningen); gemeente Groningen scoort negatief op deze dimensie.
OUTCOME
Groningen scoren lager dan de referentiegroep.
nen); de aardbevingsgemeenten scoren allen positief op
> Veiligheid (minder onveiligheid en overlast); gemeente Gro-
53
De andere vier gemeenten scoren hierop positief. Het
gemeenten geldt dat zij negatief scoren op deze dimensie en daarbij ook lager scoren dan de referentiegroep.
M O N I TO R 2024 OUTPUT, OUTCOME EN IMPACT NATIONAAL PROGRAMMA GRONINGEN / 2024
Sub-indicator: percentage inwoners met goede gezondheid EEMSDELTA
GRONINGEN
HET HOGELAND
MIDDENGRONINGEN
OLDAMBT
PROVINCIE GRONINGEN
Verandering t.o.v. 2016
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2016
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2016
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2016
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2016
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2016
Meest recente waarde
Percentage inwoners met goede gezondheid (2022) [L21]
-8,7
61,4%
-8,5
70,3%
-5,1
71,8%
-4,8
68,6%
-3,6
67,4%
-6,8
69,1%
Gemiddelde in de referentiegroep
-6,0
72%
-5,7
68,7%
-7,4
71,9%
-5,7
71,9%
-5,9
71,2%
-5,6
70,0%
1
L2
L2 Percentage van de bevolking van 19 jaar en ouder vindt eigen gezondheid (zeer) goed. Deze indicator is sinds Monitor 2023 niet voorzien van nieuwe cijfers.
• Op de peildatum van Monitor 2024 zijn ten opzichte van de
Groningen daalde het aandeel inwoners met goede ervaren
vorige meting geen nieuwe waarden bekend voor het percen-
gezondheid het sterkst ten opzichte van 2016 (-8,7%-punt en
tage inwoners met een goede gezondheid. Onderstaande tekst
-8,5%-punt respectievelijk). In Oldambt is de daling het minst
is overgenomen uit Monitor 2023.
sterk (-3,6%-punt).
• Het percentage volwassen inwoners van Groningen dat zijn
• In Eemsdelta en gemeente Groningen is de daling groter dan in
gezondheid als (zeer) goed ervaart, daalde tussen 2016 en 2022
de referentiegemeenten. In de andere gemeenten is de ontwik-
naar een waarde van 69,1% (-6,8%-punt). Landelijk is de daling
keling van de ervaren gezondheid minder negatief ten opzichte
iets minder sterk (-5,6%-punt). Het aandeel is in 2022 vergelijk-
van de referentiegemeenten.
baar met landelijk (70,0%). Een eenduidige verklaring voor de landelijke daling van de ervaren gezondheid is nog niet beschikbaar.
• De impact van de aardbevingsschade op de gezondheid van Groningers is noemenswaardig. Onderzoek van Gronings Perspectief toont aan dat met name Groningers met meervoudige
• De ontwikkeling van het aandeel inwoners met een goede erva-
aardbevingsschade die in langdurige schadetrajecten zitten zich
ren gezondheid is in alle aardbevingsgemeenten negatief. Er
aanzienlijk minder gezond voelen. Daarnaast heeft het krijgen
zit wel verschil in de mate waarin de ontwikkeling zich negatief
van nieuwe schade veelal een verslechtering van de gezondheid
heeft ontwikkeld. In de gemeenten Eemsdelta en gemeente
tot gevolg28.
28 Stroebe, K., Postmes, T., Kanis, B., de Jong, M., Schoutens, L., Adams, W., & Boendermaker, M. (2021) Eindrapport Gronings Perspectief fase 2: Stand van zaken, februari 2021. Rijksuniversiteit Groningen.
54
OUTCOME
M O N I TO R 2024 OUTPUT, OUTCOME EN IMPACT NATIONAAL PROGRAMMA GRONINGEN / 2024
Sub-indicator: kwaliteit van woning EEMSDELTA
GRONINGEN
HET HOGELAND
MIDDENGRONINGEN
OLDAMBT
PROVINCIE GRONINGEN
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Percentage gelabelde woningen met geldig energielabel A en hoger (2023) [L31]
+17,1
30,5%
+19,7
38,6%
+9,5
24,7%
+14,0
29,0%
+14,1
24,1%
+16,0
32,6%
Gemiddelde in de referentiegroep
+12,1
33,4%
+18,0
35,0%
+14,2
31,6%
+14,9
37,6%
+13,1
35,4%
+16,6
34,5%
1
L3
Percentage gelabelde woningen met geldig energielabel A en hoger
• Het percentage gelabelde woningen met geldig energielabel
en Oldambt was de positieve ontwikkeling sterker ten opzichte
A en hoger is tussen 2018 en 2023 toegenomen in de pro-
van de referentiegebieden. Dit is niet het geval voor Het Hoge-
vincie Groningen (+16%-punt). Dat is ongeveer gelijk aan de
land en Midden-Groningen.
gemiddelde toename in Nederland (+16,6%-punt). Het aandeel woningen ligt in de provincie Groningen iets lager dan landelijk (32,5% en 34,5% respectievelijk).
• Het aandeel woningen met een energielabel A of hoger ligt over het algemeen sterk lager in de aardbevingsgemeenten dan in de referentiegemeenten. We zien in deze gebieden relatief veel
• In alle aardbevingsgemeenten is het percentage gelabelde
grote en oude huizen, vaker slecht onderhouden en minder
woningen met een geldig energielabel A en hoger tussen 2018
goed geïsoleerd29. Dit vertaalt zich naar hoog verbruik en lage
en 2023 toegenomen. De positieve ontwikkeling was het kleinst
energielabels. De gemeente Groningen vormt de uitzondering,
in Het Hogeland (+9,5%-punt) en het hoogst in de gemeente
hier ligt het aandeel hoger dan in de referentiegroep.
Groningen (+19,7%-punt). In Eemsdelta, gemeente Groningen,
29 TNO (2023). Energiearmoede in Nederland 2022. Een actuele inschatting op nationaal en lokaal niveau. Auteurs: Peter Mulder, Anika Batenburg, Francesco Dalla Longa
55
OUTCOME
M O N I TO R 2024 OUTPUT, OUTCOME EN IMPACT NATIONAAL PROGRAMMA GRONINGEN / 2024
Sub-indicator: tevredenheid met het leven EEMSDELTA
HET HOGELAND
GRONINGEN
MIDDENGRONINGEN
OLDAMBT
PROVINCIE GRONINGEN
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Tevredenheid met het leven (2022) [L41]
-0,2
84,5%
-3,8
75,1%
-3,6
83,1%
-4,9
79,1%
+2,3
83,2%
-2,9
79,5%
Gemiddelde in de referentiegroep
-1,6
87,0%
-2,9
81,1%
-2,2
86,8%
-2,1
85,5%
-2,1
86,2%
-2,3
83,4%
1
L4
Percentage van de bevolking van 18 jaar of ouder dat tevreden is met het leven
• De tevredenheid met het leven is in de provincie Groningen in
het leven zich negatiever ontwikkelde ten opzichte van 2018.
2022 ten opzichte van 2018 gedaald naar 79,5% (-2,9%-punt)
In de gemeente Groningen, Het Hogeland en Midden-Gronin-
en is lager dan het landelijke gemiddelde (83,4%). De daling
gen was de ontwikkeling daarnaast ook negatiever dan het
is in de provincie Groningen is sterker dan de landelijke daling
gemiddelde in de referentiegebieden. Het fundament voor
(-2,3%-punt), waarmee de afstand tot het landelijk gemiddelde
een hoge(re) tevredenheid met het leven wordt gevormd door
groter is geworden. De landelijke dalende trend is sinds 2020
inkomen en onderwijs30, beiden zijn in Groningen gemiddeld
ingezet en viel samen met de aanvang van de coronacrisis.
lager dan landelijk31. Daarnaast zijn de ervaren gezondheid en
• In de aardbevingsgemeenten is de tevredenheid met het leven in 2022 het hoogst in Eemsdelta (84,5%) en het laagst in Groningen (76,1%).
tevredenheid met wonen zeer belangrijke bouwstenen voor de tevredenheid met het leven: het lagere uitgangspunt qua ervaren gezondheid en de impact van de aardbevingen op de woontevredenheid bieden een mogelijke verklaring voor de
• Alleen in Oldambt ontwikkelde de tevredenheid met het leven zich positief (+2,3%-punt) ten opzichte van 2018. Voor de
negatieve ontwikkeling in tevredenheid met het leven in Groningen32.
andere aardbevingsgemeenten geldt dat de tevredenheid met
30 CBS (2021). Welzijn en stress bij jongeren in coronatijd. Centraal Bureau voor de Statistiek. Auteurs: Rianne Kloosterman, Math Akkermans, Maartje Tummers-van der Aa, Marleen Wingen, Carin Reep 31 16 CBS (2020). Regionale verschillen in geluksbeleving en tevredenheid met het leven in 2013-2019. Centraal Bureau voor de Statistiek. Auteurs: Jacqueline van Beuningen en Math Akkermans 32 Sociaal Planbureau Groningen (2021). Gronings welzijn. Wat bepaalt het persoonlijk welzijn van Groningers? November 2021. Groningen: Sociaal Planbureau Groningen
56
OUTCOME
M O N I TO R 2024 OUTPUT, OUTCOME EN IMPACT NATIONAAL PROGRAMMA GRONINGEN / 2024
Sub-indicator: tevredenheid met de woning DELFZIJL EN OMGEVING
OOST-GRONINGEN
Tevredenheid met woning (2021) [L51]
1
OVERIG GRONINGEN
PROVINCIE GRONINGEN
NEDERLAND
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
-0,1
86,4%
-3,7
76,6%
+1,3
86,0%
+0,5
85,3%
+1,0
85,6%
L5 Het percentage particuliere huishoudens dat (zeer) tevreden is met de huidige woning. Cijfers per gemeente zijn alleen beschikbaar voor gemeenten met meer dan 100.000 inwoners en op corop en provincie niveau. Deze indicator is sinds Monitor 2022 niet voorzien van nieuwe cijfers.
• Op de peildatum van Monitor 2024 zijn nog geen nieuwe waarden bekend voor deze sub-indicator. De laatste update dateert
uit Monitor 2022. Onderstaande tekst is daarom overgenomen uit Monitor 2022.
toegenomen, van 84,6% in 2018 naar 85,6% in 2021 (+1,0%punt).
• We zien op het niveau van COROP-regio’s een meer wisselvallige ontwikkeling. In de regio Oost-Groningen is de tevredenheid
• In de provincie Groningen is 85,3% van de inwoners in 2021
lichtelijk gedaald (-0,1%-punt). In de regio Delfzijl en omgeving
tevreden met zijn of haar eigen woning. Landelijk is dit 85,6%.
is er sprake van sterkere daling (-3,7%-punt), terwijl in Overig
In de COROP-regio Oost-Groningen is de tevredenheid met de
Groningen een stijging van 1,3%-punt is gemeten.
woning het hoogst (86,4%) en in de COROP-regio Delfzijl en omgeving het laagst (76,6%).
• Een mogelijke verklaring voor de afname van de tevredenheid is aardbevingsschade aan de woningen. Al sinds 2016 toont
• Terugkijkend op de ontwikkeling van de tevredenheid met de
onderzoek van Gronings Perspectief aan dat inwoners met
woning in de provincie Groningen, zien we een toename van de
(meervoudige) schade aan de woning zich onveiliger voelen dan
tevredenheid van 84,8% in 2018 naar 85,3% in 2021 (+0,5%-
inwoners zonder woningschade33. Uit interviews die door Gro-
punt). Landelijk is de tevredenheid met de woning iets sterker
nings Perspectief zijn gehouden blijkt dat ook degene die zich niet onveilig voelen, constant alert zijn34.
33 Postmes, T., Stroebe, K., Richardson, J., LeKander, B., Greven, F., & Broer, J. (2018) Gevolgen van bodembeweging voor Groningers: Ervaren veiligheid, gezondheid en toekomstperspectief 2016-2017. Heymans Institute, University of Groningen 34 Stroebe, K., Postmes, T., Kanis, B., de Jong, M., Schoutens, L., Adams, W., & Boendermaker, M. (2021) Eindrapport Gronings Perspectief fase 2: Stand van zaken, februari 2021. Rijksuniversiteit Groningen.
57
OUTCOME
M O N I TO R 2024 OUTPUT, OUTCOME EN IMPACT NATIONAAL PROGRAMMA GRONINGEN / 2024
Sub-indicator: tevredenheid met de woonomgeving DELFZIJL EN OMGEVING
OOST-GRONINGEN
Tevredenheid met woonomgeving (2021) [L61]
1
OVERIG GRONINGEN
PROVINCIE GRONINGEN
NEDERLAND
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
-1,4
84,4%
-12,4
72,3%
+0,3
83,4%
-1,2
82,7%
+0,5
83,8%
L6 Het percentage particuliere huishoudens dat (zeer) tevreden is met de huidige woonomgeving. De woonomgeving is de omgeving en de buurt waarin een huishouden woont. Cijfers per gemeente zijn alleen beschikbaar voor gemeenten met meer dan 100.000 inwoners en op corop en provincie niveau . Deze indicator is sinds Monitor 2023 niet voorzien van nieuwe cijfers.
• Op de peildatum van Monitor 2024 zijn nog geen nieuwe waarden bekend voor deze sub-indicator. De laatste update dateert
uit Monitor 2022. Onderstaande tekst is daarom overgenomen uit Monitor 2022.
(-1,2%- punt). Deze ontwikkeling wijkt af van de trend op landelijk niveau (toename van 83,3% in 2018 naar 83,8% in 2021).
• We zien een lichte toename in de tevredenheid met de woonomgeving in de regio Overig Groningen (+0,3%-punt), terwijl
• In de provincie Groningen is in 2021, 82,7% tevreden met
de tevredenheid in Oost-Groningen juist afneemt (-1,4%-punt).
de woonomgeving, dat is lager dan gemiddeld in Nederland
De afname in de tevredenheid is het grootst in de COROP-regio
(83,8%). In de COROP-regio Oost-Groningen is de tevredenheid
Delfzijl en omgeving (van 84,7% in 2018 naar 72,3% in 2021).
met de woonomgeving het hoogst (84,4%) en in de COROP-re-
Een mogelijke verklaring hiervoor kan worden gevonden in de
gio Delfzijl en omgeving het laagst (72,3%). Deze relatieve
eerder genoemde lagere ervaren veiligheid door de aardbe-
lagere tevredenheid kan veroorzaakt worden door de problema-
vingsschade. Daarnaast laat onderzoek onder het Groninger
tiek vanuit de aardbevingen
Panel zien dat inwoners in deze regio minder goed scoren op
.
35 36
• Terugkijkend op de ontwikkeling van de tevredenheid met de woonomgeving in de provincie Groningen, zien we een afname van de tevredenheid van 83,9% in 2018 naar 82,7% in 2021
hun veiligheid, leefbaarheid en tevredenheid met werkgelegenheid37. Dit heeft mogelijk invloed op de mate waarin men tevreden is met de woonomgeving.
35 Postmes, T., Stroebe, K., Richardson, J., LeKander, B., Greven, F., & Broer, J. (2018) Gevolgen van bodembeweging voor Groningers: Ervaren veiligheid, gezondheid en toekomstperspectief 2016-2017. Heymans Institute, University of Groningen. 36 Postmes, T., Zijlstra, A., Schreuder, W., & Busscher, N. (2024). De Staat van Groningen: een inventarisatie van het Noord-Nederlandse monitor-en onderzoekslandschap. 37 Sociaal Planbureau Groningen (2021). Gronings welzijn. Wat bepaalt het persoonlijk welzijn van Groningers? November 2021. Groningen: Sociaal Planbureau Groningen
58
OUTCOME
M O N I TO R 2024 OUTPUT, OUTCOME EN IMPACT NATIONAAL PROGRAMMA GRONINGEN / 2024
Conclusie • De Groningse aardbevingsgemeenten voldeden zowel in 2020 als in 2022 niet aan de hoofdambitie van Nationaal Programma Groningen op dit onderwerp: de leefbaarheid bleef gelijk ten opzichte van 2018, waardoor er geen sprake is van een positieve ontwikkeling ten opzichte van de gemiddelde ontwikkeling van de referentiegebieden.
heid in het afgelopen jaar en met een lagere waardering voor de leefbaarheid in het algemeen.
• De ontwikkeling van de tevredenheid met het leven kent zowel landelijk, provinciaal als gemeentelijk sinds 2020 een dalende trend. Deze trend is vanaf 2020 ingezet en viel samen met de aanvang van de coronacrisis. De tevredenheid met het leven
• Wat betreft de sub-indicatoren voor de ambitie Leefbaarheid,
ligt in de aardbevingsgemeenten lager dan het gemiddelde van
observeren we relatief vaak lagere scores en negatieve ont-
de referentiegebieden. Naast de lagere inkomens en opleiding-
wikkelingen in de aardbevingsgebieden. Dit is bijvoorbeeld het
sniveaus in Groningen, biedt ook hier de impact van de aardbe-
geval voor de ervaren gezondheid, de tevredenheid met de
vingsschade op de woontevredenheid en de ervaren gezondheid
woning en de woonomgeving en de huidige kwaliteit van de
een mogelijke verklaring voor een lagere tevredenheid met het
woning. De impact van ondervonden schade aan de woning
leven in Groningen vergeleken met de referentiegebieden.
door gaswinning is hierbij noemenswaardig. Meer schade hangt samen met een grotere achteruitgang in de ervaren leefbaar-
59
OUTCOME
M O N I TO R 2024 OUTPUT, OUTCOME EN IMPACT NATIONAAL PROGRAMMA GRONINGEN / 2024
Raakvlakken met overige ambities • Het valt op dat de inwoners van de aardbevingsgemeenten in
van wonen in de context van brede welvaart wordt regelmatig
grote aantallen tevreden zijn met hun leven (79,5%). Op basis
bevestigd. Uit verdiepend onderzoek onder het Groninger Panel
van de lage scores van de objectief gemeten leefbaarheid via
bleek de woning en woonomgeving de grootste ‘bouwsteen’
de Leefbaarometer en de beschreven knelpunten als een groter
van een tevreden leven (samen met ervaren gezondheid, beide
aandeel inwoners zonder vervolgopleiding, hogere werkloos-
uitgaande van dat de basis op orde is, namelijk onderwijs en
heid en lager inkomen, ligt dit niet in de lijn der verwachting. Op
inkomen). Ook Aalders38 en anderen (2021) laten zien dat ver-
het eerste gezicht lijkt er sprake van een schijnbare tegenstel-
andering van brede welvaart vooral toegeschreven kan worden
ling. Mogelijke verklaring voor deze ogenschijnlijke tegenstelling
aan de dimensie huisvesting: “regio’s met een beperkte verho-
is de hoge waardering van Groningers voor ‘gezond’, ‘leefkwa-
ging van brede welvaart kampen met een sterke verslechtering
liteit’, ‘ruimte’ en ‘veiligheid’ (aspecten van brede welvaart die
van de woontevredenheid”. Dit is vooral zichtbaar in de ooste-
Groningers het meest belangrijk vinden).
lijke gemeenten in Groningen.
• Binnen de groep aardbevingsgemeenten kunnen de indicato-
• Uit de verdiepende analyse van de BWI komt duidelijk de impact
ren uit dit hoofdstuk in verschillende mate invloed hebben op
van ervaren gezondheid naar voren. Evenals voor Nederland,
de ervaren brede welvaart. Uit de BWI kwam naar voren dat
wordt de ontwikkeling van brede welvaart in provincie Gro-
gezondheid de ontwikkeling van brede welvaart positief heeft
ningen in negatieve mate bepaald door de ontwikkeling van
beïnvloed in de gemeenten Oldambt, Het Hogeland en Mid-
gezondheid. Gezondheid wordt gezien als een van de belangrijk-
den-Groningen.
ste voorspellers van welzijn. Het percentage volwassen inwo-
• Daarentegen heeft de tevredenheid met de woonomgeving en de woning in Eemsdelta, Groningen en Oldambt juist een negatieve invloed gehad op de brede welvaart. Het belang
ners van Groningen dat zijn gezondheid als (zeer) goed ervaart, daalde tussen 2016 en 2022 naar een waarde van 69,1% (-6,8%punt).
38 Aalders en anderen (2021) Laat herstel brede welvaart niet weer tien jaar duren. Auteurs: Rogier Aalders, Bas van Bavel, Sjoerd Hardeman, Tanja van der Lippe, Robin Philips, Otto Raspe, Auke Rijpma, Erik Stam. RaboResearch, Rabobank en Universiteit Utrecht
60
OUTCOME
M O N I TO R 2024 OUTPUT, OUTCOME EN IMPACT NATIONAAL PROGRAMMA GRONINGEN / 2024
3.4 Natuur & Klimaat EEMSDELTA
GRONINGEN
HET HOGELAND
MIDDENGRONINGEN
OLDAMBT
PROVINCIE GRONINGEN
HOOFDINDICATOR Living Planet index HOOFDINDICATOR Broeikasgasemissies per inwoner inclusief elektriciteitsproductie HOOFDINDICATOR Broeikasgasemissies per inwoner exclusief elektriciteitsproductie SUBINDICATOR Emissies van fijnstof naar lucht (PM2,5) SUBINDICATOR Ecosysteemkwaliteit (areaal) landnatuur provincies SUBINDICATOR Hittestress SUBINDICATOR Wateroverlast
61
OUTCOME
M O N I TO R 2024 OUTPUT, OUTCOME EN IMPACT NATIONAAL PROGRAMMA GRONINGEN / 2024
Hoofdindicator: Living Planet Index (LPI) PROVINCIE GRONINGEN Index: 2018 = 100
Meest recente waarde
Living Planet index (2022) [N11]
96,5
125,7
Gemiddelde in de referentiegroep
98,2
107,7
• In absolute zin ontwikkelt de populatieomvang van de soorten 1 N1 Definitie: De index van de trend in populatieomvang van voorkomende fauna in Groningen (1990 = 100). De LPI bevat soorten uit de soortgroepen broedvogels, dagvlinders, libellen, reptielen, amfibieën, zoetwatervissen en zoogdieren. De opgenomen waarde voor Nederland betreft de nationale index van de trend op basis van de in Groningen voorkomende soorten. Soorten die alleen in andere gebieden van Nederland voorkomen zijn hierin om een zuivere vergelijking te maken dus niet meegenomen
die in Groningen voorkomen zich sinds 1990 significant positiever dan landelijk. Na een periode van groei stabiliseert de LPI zowel landelijk als in Groningen. Sinds 2015 zien we in Groningen van jaar op jaar een lichte afname van de LPI. Op landelijk niveau is die afname sinds 2015 een stuk kleiner.
• De populaties van de fauna in Groningen worden ondergebracht • De ambitie van Nationaal Programma Groningen is dat de regio beter presteert op de Living Planet Index (LPI) dan het landelijk gemiddelde. De LPI geeft de geïndexeerde trend weer van de populatieomvang van in Groningen aanwezige fauna39, met 1990 als basisjaar. Om te voldoen aan de doelstelling, moet de ontwikkeling van de LPI in de programmaperiode in Groningen positiever zijn dan de landelijke.
jaren sinds de nulmeting een negatieve trend zien bij libellen en dagvlinders. In het geval van de dagvlinders is de trend ook significant negatiever dan het landelijk beeld. Broedvogels en zoogdieren laten daarentegen een positieve trend zien. Daarbij is er wel een duidelijk verschil in welk ecosysteem de soorten voorkomen. Met name de vogels op boerenland laten de afgelopen jaren een sterk negatieve trend zien. Dit geldt voor zowel
• De Groningse LPI heeft zich ten opzichte van de nulmeting negatiever ontwikkeld dan landelijk. Daarmee voldeed Groningen in 2022 niet aan de gestelde ambitie uit het programmakader. Groningen kende ten opzichte van 2018 een lichte daling in de geïndexeerde trend. Dat is een beweging die zich sinds de nulmeting elk jaar heeft doorgezet. Landelijk was de LPI bijna gelijk aan het niveau van 2018.
in verschillende soortgroepen. Groningen laat daarin in de
Groningen als landelijk.
• Het is belangrijk om bij de LPI te vermelden dat een ontwikkeling in de populatieomvang van fauna over een langere tijd in kaart moet worden gebracht. Schommelingen over een of enkele jaren kunnen verschillende oorzaken hebben, zoals weerspatronen of andere zaken. Hoe langer de programmaperiode voortduurt, hoe meer zicht we krijgen op de trendmatige ontwikkeling in biodiversiteit in Groningen. In het verdiepende themahoofdstuk verderop gaan we hier op in.
39 Het gaat hierbij om fauna waarvoor voldoende data op provinciaal niveau beschikbaar is. Om de ontwikkeling in Groningen te toetsen aan de landelijke, wordt de vergelijking gemaakt met de landelijke LPI op basis van dezelfde soortenset. Dat wil zeggen dat soorten die elders in Nederland voorkomen en in Groningen niet, niet worden meegenomen in de landelijke referentie. Op deze manier wordt een zuiverder vergelijking tussen de landelijke en de Groningse ontwikkeling gemaakt.
62
OUTCOME
M O N I TO R 2024 OUTPUT, OUTCOME EN IMPACT NATIONAAL PROGRAMMA GRONINGEN / 2024
Hoofdindicator: broeikasgasemissies per inwoner EEMSDELTA
HET HOGELAND
GRONINGEN
MIDDENGRONINGEN
OLDAMBT
PROVINCIE GRONINGEN
Index: 2018 = 100
Meest recente waarde
Index: 2018 = 100
Meest recente waarde
Index: 2018 = 100
Meest recente waarde
Index: 2018 = 100
Meest recente waarde
Index: 2018 = 100
Meest recente waarde
Index: 2018 = 100
Meest recente waarde
Inclusief elektriciteitsproductie (2022) [N21]
90,2
46,6
80,6
4,2
76,9
189,2
75,7
8,9
84,5
9,3
77,2
24,6
Gemiddelde in de referentiegroep
92,5
9,2
77,7
4,5
101,5
12,6
84,0
20,7
88,6
8,3
85,7
10,4
Exclusief elektriciteitsproductie (2022) [N22]
112,7
37,7
79,5
4,1
101,3
12,9
75,6
8,9
84,5
9,3
90,5
9,5
Gemiddelde in de referentiegroep
92,5
9,2
77,8
4,3
101,3
12,5
95,6
20,7
88,6
8,3
88,5
8,4
1
N2
Totale broeikasgasemissies (CO2, CH4, N2O, HFK, PFK en SF6) in CO2-equivalenten per inwoner, ton CO2-equivalent per inwoner
2
N3
Broeikasgasemissies per inwoner exclusief elektriciteitsproductie ton CO2-equivalent per inwoner
• De uitstoot van broeikasgassen per inwoner in de provincie Groningen lag in 2022 22,8% lager dan in de startsituatie in 2018, met 24,6 ton CO2-equivalenten . Landelijk daalde de uitstoot 40
per inwoner in die periode met 14,3%. De absolute uitstoot per inwoner ligt in Groningen nog wel flink hoger dan in Nederland. Dit wordt veroorzaakt door de grote energiewinning die in de provincie plaats vindt. Deze sector is goed voor bijna twee derde van de totale uitstoot in de provincie.
ligt dan op 9,5%, een fractie lager dan de landelijke afname van 11,5%.
• Vier van de vijf gemeenten presteren beter dan de referentiegroepen als we kijken naar uitstoot inclusief elektriciteitsproductie. Alleen de gemeente Groningen presteert slechter dan haar referentiegroep. Voor alle gemeenten geldt dat de broeikasgasemissies inclusief elektriciteitsproductie sinds de startsituatie zijn afgenomen.
• De grote invloed van de elektriciteitsproductie in de broeikasgasemissies van de provincie Groningen zijn zichtbaar wanneer er wordt vergeleken met de broeikasgasuitstoot zonder deze sector. Dan ligt de uitstoot per inwoner met 9,5 ton CO2-equivalenten een stuk dichter bij het landelijke cijfer van 8,4 ton. De afname in de uitstoot van broeikasgassen sinds de startsituatie
• Voor de broeikasgasemissies zonder elektriciteitsproductie zien we een ander beeld. De gemeenten Midden-Groningen en Oldambt presteren vrijwel identiek en ook beter dan de referentiegroepen, gezien de elektriciteitsproductie daar nihil is. Gemeente Groningen presteert ook hier slechter dan haar referentiegroep, al is het verschil wel kleiner dan bij de emissies inclusief elektriciteitsproductie. De gemeenten Eemsdelta en
40 CO2-equivalenten zijn een maatstaf om aan te geven in welke mate een broeikasgas bijdraagt aan de opwarming van de aarde. Zo is het effect van methaan op de opwarming van de aarde 28 keer zo sterk als dat van CO2 (IPCC AR5). Emissie van 1 kg methaan (CH4) kan dan ook worden uitgedrukt als emissie van 28 kg CO2-equivalenten.
63
OUTCOME
M O N I TO R 2024 OUTPUT, OUTCOME EN IMPACT NATIONAAL PROGRAMMA GRONINGEN / 2024
Het Hogeland presteren nu slechter dan of gelijk aan hun refe-
(specifiek vuurhaarden) en verkeer en vervoer. Waar de
rentiegroepen. Dat komt doordat er in de periode 2018-2022 in
broeikasgasemissies van verkeer en vervoer gelijk bleven,
deze gemeenten meer economische activiteit is gekomen, naast
nam de uitstoot van vuurhaarden af. Ook de emissies van
of in plaats van de elektriciteitsproductie.
industrie daalden.
• In Monitor 2023 rapporteerden we over de uitstoot in het jaar
> In de gemeente Het Hogeland heeft elektriciteitsopwekking
2021, terwijl in deze monitor cijfers over 2022 worden gebruikt.
een zeer sterke vertegenwoordiging in de broeikasgasemis-
Ten opzichte van 2021 neemt de uitstoot in de provincie Gronin-
sies met meer dan 90%. In deze sector, en dus ook in de
gen fors af, grotendeels ingegeven door de verduurzaming van
totale gemeente namen de emissies in 2022 sterk af, met
de elektriciteitsproductie. Die afname is groter dan landelijk.
name ingegeven door een verminderde inzet van kolen-
Echter, ook zonder de elektriciteitsproductie is er ten opzicht
centrales ten opzichte van 2021 (waar deze inzet juist sterk
van 2021 een sterke afname van emissies in Groningen. Ook
was toegenomen). Als we kijken naar de andere sectoren,
hier geldt dat de afname sterker is dan landelijk.
zien we een algehele stijging, welke wordt veroorzaakt
• Voor de gemeenten geldt dat alle cijfers in 2022 positiever zijn dan in 2021, met uitzondering van de broeikasgasemissies per inwoner zonder elektriciteitsproductie in Het Hogeland.
door stilliggende passagiersschepen in de Eemshaven. Deze sector had in 2021 nog vrijwel geen uitstoot. In de andere sectoren bleven emissies gelijk.
Ondanks dat de emissies in deze gemeente in 2022 met ruim
> In de gemeente Midden-Groningen zijn de sectoren verkeer
10% afnam, was dit geheel uit een verminderde uitstoot door
en vervoer, landbouw, industrie en vuurhaarden de groot-
elektriciteitsproductie. Wanneer we dit niet meenemen, was de
ste emissieoorzaken. In al deze sectoren nam de uitstoot
uitstoot in 2022 iets hoger dan het voorgaande jaar.
af, met vooral een grote afname in uitstoot bij (stro-)kar-
• De uitstoot van de vijf gemeenten per inwoner verschilt sterk, ingegeven door de sectorstructuur van de economie en demo-
tonproductie. Daarnaast was er in 2022 ook een daling van emissies volgend uit gaswinning, naar bijna nul.
> De gemeente Oldambt heeft als grootste emissiebronnen
grafie van die gemeente.
> Voor de gemeente Eemsdelta geldt dat de uitstoot voor een zeer groot gedeelte wordt bepaald door afvalverbranding, chemische industrie en de energiesector. In al deze sectoren daalde de uitstoot in 2022 flink.
de sectoren landbouw en verkeer en vervoer. Voor deze beide sectoren geldt dat de emissies in 2022 vrijwel gelijk zijn aan die van het jaar ervoor. De daling in emissies in de gemeente komt ook hier grotendeels door het verdwijnen van emissies uit de olie- en gaswinning.
> De gemeente Groningen heeft als dichtbevolkte gemeente vooral te maken met uitstoot uit de consumentensector
64
OUTCOME
M O N I TO R 2024 OUTPUT, OUTCOME EN IMPACT NATIONAAL PROGRAMMA GRONINGEN / 2024
Sub-indicator: emissies van fijnstof (PM2,5) naar lucht 41
EEMSDELTA
GRONINGEN
HET HOGELAND
MIDDENGRONINGEN
OLDAMBT
PROVINCIE GRONINGEN
Index: 2018 = 100
Meest recente waarde
Index: 2018 = 100
Meest recente waarde
Index: 2018 = 100
Meest recente waarde
Index: 2018 = 100
Meest recente waarde
Index: 2018 = 100
Meest recente waarde
Index: 2018 = 100
Meest recente waarde
Emissies van fijnstof naar lucht (PM2,5) (2022) [N41]
68,6
85.860
75,2
106.561
95,4
111.253
101,0
76.240
94,4
47.297
90,3
647.929
Gemiddelde in de referentiegroep
102,4
53.764
87,9
84.966
114,9
54.025
67,7
85.145
100,5
47.126
91,0
16.841.960
1
N4
Aandeel landnatuur met een (vrij) hoge ecosysteemkwaliteit
• Lokale fijnstofuitstoot draagt - samen met onder meer ‘import’
42
van fijnstof uit het buitenland - onder invloed van
• Per gemeente zijn er verschillende bronnen die bijdragen aan de fijnstofuitstoot en de ontwikkeling daarvan. Voor alle
weersomstandigheden bij aan hogere fijnstofconcentraties in
gemeenten geldt dat fijnstofuitstoot lokaal in grote mate wordt
de lucht. Dit leidt tot vermindering van de luchtkwaliteit en kan
beïnvloed door verkeer, gebruik van hout in open haarden en
gezondheidseffecten teweegbrengen. Met name fijnstofdeeltjes
industrie. Afwijkend is:
met een doorsnee van minder dan 2,5 micrometer (PM2,5) zijn schadelijk voor de gezondheid.
> In de gemeente Eemsdelta is er een grote afname in de uitstoot van de industrie door het sluiten van een grote
• In de provincie Groningen zijn de emissies van fijnstof ten opzichte van de nulmeting met 9,7% afgenomen, terwijl er landelijk een afname van 9,0% te zien is. Hiermee presteert de provincie Groningen beter dan landelijk, terwijl dat in Monitor 2023 nog andersom was. Dat komt omdat de fijnstofuitstoot in de provincie Groningen in 2022 gelijk bleef aan 2021, terwijl de landelijke uitstoot van fijnstof juist licht toenam.
staalfabrikant.
> In de gemeente Groningen was er ook relatief veel uitstoot van de bouwsector. De uitstoot bleef in 2022 vrijwel gelijk aan het jaar ervoor
> Voor Het Hogeland is er een sterke stijging van fijnstofuitstoot in 2022 uit de sector verkeer en vervoer. Het betreft
• Vier van de vijf gemeenten presteren beter dan hun referentiegroepen. Alleen de gemeente Midden-Groningen presteert
hier met name de scheepvaart, en passagiersdiensten in het bijzonder.
slechter dan haar referentiegroep. Midden-Groningen is ook de
> In de gemeente Midden-Groningen is er een grote verte-
enige gemeente waar de fijnstofuitstoot in 2022 hoger lag dan
genwoordiging van de bouwmaterialenindustrie en ver-
bij de nulmeting in 2018. Dit beeld is consistent met Monitor
vaardiging van papier(waren) in de fijnstofuitstoot. In deze
2023, waar we hetzelfde beeld zagen.
sectoren lag de uitstoot in 2022 hoger dan in 2021. .
41 In dit hoofdstuk wordt met fijnstof altijd fijnstof (PM2,5) bedoeld. 42 Het RIVM schat op basis van modelmatige berekeningen in dat gemiddeld twee-derde van de fijnstofconcentratie door buitenlandse bronnen wordt veroorzaakt.
65
OUTCOME
M O N I TO R 2024 OUTPUT, OUTCOME EN IMPACT NATIONAAL PROGRAMMA GRONINGEN / 2024
> In de gemeente Oldambt zijn er naast de bronnen die overal gelden (verkeer, vuurhaarden en industrie) geen opmerkelijke bronnen voor fijnstofuitstoot. In 2022 lag de uitstoot in alle sectoren (licht) lager dan het jaar daarvoor.
66
OUTCOME
M O N I TO R 2024 OUTPUT, OUTCOME EN IMPACT NATIONAAL PROGRAMMA GRONINGEN / 2024
Sub-indicator: ecosysteemkwaliteit (areaal) landnatuur provincies PROVINCIE GRONINGEN Meest recente waarde
Ecosysteemkwaliteit (areaal) landnatuur provincies (2017)1 [N52]
17,0%
Gemiddelde in de referentiegroep
38,0%
1
Deze indicator is sinds de nulmeting niet voorzien van nieuwe cijfers
2 N5
Jaarlijksegemiddelde fijnstof emissie naar lucht, kg PM2,5
• Bij deze sub-indicator wordt op provinciaal niveau het aandeel
natuur in de provincie kunnen rapporteren. In de nulmeting was
landnatuur met een (vrij) hoge ecosysteemkwaliteit geregis-
het aandeel landnatuur in Groningen met een (vrij) hoge eco-
treerd. Omdat de kwaliteit van het ecosysteem van landnatuur
systeemkwaliteit 17,0%. Dat is ruim onder het landelijke beeld
langzaam verandert, is er niet jaarlijks een registratie van deze
van 38,0%. De volgende waarde moet uitwijzen of de kwaliteit
cijfers. De cijfers die nu in de Monitor staan betreffen cijfers
van de landnatuur in Groningen zich tijdens de programma
over 2017 die in 2020 zijn gepubliceerd. De cijfers worden elke
periode beter heeft ontwikkeld dan de kwaliteit van de land
5-6 jaar geactualiseerd, wat betekent dat we in de Monitor 2025
natuur in Nederland.
of 2026 nieuwe cijfers over de ecosysteemkwaliteit van de land-
67
OUTCOME
M O N I TO R 2024 OUTPUT, OUTCOME EN IMPACT NATIONAAL PROGRAMMA GRONINGEN / 2024
Sub-indicator: hittestress EEMSDELTA
Percentage vaak last gehad van hitte in afgelopen jaar (2022) [N61]
1
N6
GRONINGEN
HET HOGELAND
MIDDENGRONINGEN
OLDAMBT
PROVINCIE GRONINGEN
Verandering t.o.v. 2020
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2020
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2020
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2020
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2020
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2020
Meest recente waarde
-1,7
14,1%
-4,7
11,4%
-0,4
6,8%
+1,4
11,9%
+4,2
16,0%
-1,5
11,3%
Percentage inwoners dat heeft aangegeven hitte te hebben ervaren in het afgelopen jaar
• Hittestress komt met name voor in steden. Uit de nulmeting
• Groningers ervaren echter wel degelijk hitte. Het percentage
bleek dat er in Groningen nauwelijks hittestress voorkomt, als
Groningers dat hitte ervaart ligt op 11,3%, variërend van 6,8%
er gekeken wordt naar de oppervlakte binnen een gemeente
in Het Hogeland tot 16,0% in Oldambt. Opvallend hierbij is dat
waar meer dan 14 warme nachten per jaar voorkomen.
de ervaren hitte in de meest verstedelijkte gemeente (Groningen) duidelijk afnam. In andere gemeenten zien we verschillende ontwikkelingen in 2022 ten opzichte van 2020.
68
OUTCOME
M O N I TO R 2024 OUTPUT, OUTCOME EN IMPACT NATIONAAL PROGRAMMA GRONINGEN / 2024
Sub-indicator: wateroverlast EEMSDELTA
Percentage vaak last gehad van wateroverlast in afgelopen jaar (2022) [N71]
1
N7
HET HOGELAND
GRONINGEN
MIDDENGRONINGEN
OLDAMBT
PROVINCIE GRONINGEN
Verandering t.o.v. 2020
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2020
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2020
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2020
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2020
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2020
Meest recente waarde
-0,5
4,5%
-0,5
2,7%
-1,2
0,8%
-1,0
2,2%
0,8
4,0%
-0,8
2,4%
Percentage inwoners dat heeft aangegeven wateroverlast te hebben ervaren in het afgelopen jaar
• In de nulmeting bleek dat het aantal dagen dat er in het huidige
lager percentage dan in 2020. In alle gemeenten is sprake van
klimaat extreme neerslag valt (gemiddeld aantal dagen >25mm)
een zeer lichte afname in 2022 ten opzichte van 2020. Uit
en er objectief sprake is van wateroverlast, in de provincie Gro-
de monitor blijkt dat inwoners woonachtig in de gemeenten
ningen lager ligt dan in de rest van Nederland.
Oldambt en Eemsdelta relatief het vaakst wateroverlast erva-
• In 2022 gaf 2,4% van de inwoners in de provincie Groningen
ren.
aan vaak last te hebben gehad van wateroverlast, dat is een
69
OUTCOME
M O N I TO R 2024 OUTPUT, OUTCOME EN IMPACT NATIONAAL PROGRAMMA GRONINGEN / 2024
Conclusies • Groningen voldoet nog niet aan de ambitie uit het Program-
• Sinds de nulmeting is de uitstoot van broeikasgassen per
makader op het gebied van Natuur & Klimaat. De ambitie is om
inwoner in de provincie Groningen fors afgenomen. De absolute
beter te presteren op de Living Planet Index dan het landelijk
uitstoot per inwoner ligt in Groningen nog wel flink hoger dan in
gemiddelde.
Nederland, veroorzaakt door de grote energiewinning die in de
• Ten opzichte van de startsituatie in 2018 is de Groningse LPI sterker afgenomen dan haar landelijke equivalent. We constateren dat de LPI van jaar op jaar licht afneemt in Groningen. Dit zal gedurende de programmaperiode moeten worden omgedraaid om aan de ambitie te voldoen.
provincie plaats vindt. Ten opzichte van 2021 neemt de uitstoot in de provincie Groningen fors af, grotendeels ingegeven door de verduurzaming van de elektriciteitsproductie. Die afname is groter dan landelijk. Echter, ook zonder de elektriciteitsproductie is er een sterke afname van emissies in Groningen, wanneer we de cijfers uit 2022 vergelijken met die van 2021. Ook hier geldt dat de afname sterker is dan landelijk.
Raakvlakken met overige ambities • Vooral bij de uitstoot van broeikasgassen en fijnstof speelt
mate er meer duurzame energiedragers worden ingezet binnen
de economische structuur van de gemeenten en provincie
de totale energiemix, zowel voor energieopwekking als voor
een belangrijke rol. Een verandering in economische activiteit
grondstoffen, wordt de samenhang tussen groei en emissies
binnen sectoren zoals de elektriciteitsproductie of de chemi-
verder afgebroken. Daarnaast kunnen investeringen in duur-
sche industrie kan een aanzienlijke invloed hebben op zowel
zame energietechnologie ook nieuwe economische kansen en
de emissies van verschillende stoffen als op indicatoren zoals
verdienmodellen creëren.
de bruto toegevoegde waarde en de werkgelegenheid. Naar-
70
OUTCOME
M O N I TO R 2024 OUTPUT, OUTCOME EN IMPACT NATIONAAL PROGRAMMA GRONINGEN / 2024
4
Verdieping biodiversiteit en landschapskwaliteit De ambitie van Nationaal Programma Groningen op het gebied van Natuur & Klimaat is dat de regio Groningen beter presteert op de Living Planet Index dan het Nederlands gemiddelde. Omdat de regio achterblijft op deze hoofdindicator, heeft het Algemeen Bestuur van Nationaal Programma Groningen de behoefte uitgesproken om meer inzicht te krijgen in de trends en ontwikkelingen van de biodiver siteit en de landschapskwaliteit van de provincie Groningen. Middels dit verdiepend hoofdstuk geven we invulling aan deze behoefte. In het hoofdstuk gaan we eerst in op de fauna-ontwikkeling van ver schillende inheemse soorten. Dit betreft een verdiepende analyse van de Living Planet Index die we als hoofdindicator gebruiken om de ambitie op het gebied Natuur & Klimaat te monitoren. Ook geven we een overzicht van de projecten binnen Nationaal Programma Groningen die inzetten op het verbe teren van de biodiversiteit. Verder bekijken we indicatoren uit de Regionale Monitor Brede Welvaart van het CBS en De Staat van Groningen die zeggingskracht hebben over de ontwikkeling van de land schapskwaliteit.
4.1 ONTWIKKELING BIODIVERSITEIT De Living Planet Index geeft de gemiddelde trend weer van inheemse soorten broedvogels, reptielen, amfibieën, vlinders en libellen, zoetwatervissen, zeevissen en zoogdieren. Het idee is dat hoe meer en hoe sterker deze soorten achteruitgaan dan wel vooruitgaan, des te slechter of beter het gaat met de natuur. Internationaal wordt de Living Planet Index
71
veelvuldig gebruikt om te rapporteren over veranderingen in de biodiversiteit. De Living Planet Index is de gemiddelde trend van alle soorten waarvan data beschikbaar zijn of van een bepaalde selectie daarvan. De Living Planet Index vormt zo een goede graadmeter om de biodiversiteit van een specifiek gebied te monitoren.
M O N I TO R 2024 OUTPUT, OUTCOME EN IMPACT NATIONAAL PROGRAMMA GRONINGEN / 2024
80%
100%
70%
90% 80%
60%
20%
10% 0%
10% percentage landbouwgrond Provincie Groningen
percentage natuur- en bosgebied
Nederland
OLDAMBT
30%
20%
MIDDEN-GRONINGEN
40%
30%
HET HOGELAND
50%
GEMEENTEE GRONINGEN
40%
EEMSDELTA
60%
PROVINCIE GRONINGEN
70%
50%
0% Natuurlijk grasland Groenvoedergewassen
Gecultifeerd grasland Akkerbouwgroenten
Granen
Figuur A: aandeel landbouwgrond en natuur- en bosgebied van landoppervlak provincie Groningen en Nederland
Figuur B: Landbouwareaal naar grondverbruik
De populaties van de fauna in Groningen worden ondergebracht in verschillende soortgroepen. De Living Planet Index kan gebruikt worden om de trend in de soortgroepen te volgen. Behalve de trend in soortgroepen kan de Living Planet Index ook gebruikt worden om veranderingen in de kwaliteit van ecosystemen te signaleren. Die kwaliteit wordt gemeten aan het voorkomen van soorten die kenmerkend zijn voor het ecosysteem. In Groningen worden de volgende vijf ecosystemen onderscheiden: bos, duin43, zoetwater & moeras, kwelder en boerenland. In de provincie Groningen is het ecosysteem boerenland bovengemiddeld vertegenwoordigd in vergelijking met het landelijke beeld. Dit valt te verklaren door het relatief hoge aandeel landbouwgrond in het totale landoppervlak van de provincie Groningen. Zoals ook te zien is in figuur A. De provincie Groningen kent een sterke oververtegenwoordiging van landbouwgrond (70% t.o.v. 54% landelijk) en ondervertegenwoordiging van natuur-en bosgebieden (6% t.o.v. 15% landelijk). Dit maakt dat de ontwik-
keling binnen het ecosysteem boerenland bovengemiddeld bepalend is voor de ontwikkeling van de totale biodiversiteit van de provincie Groningen. Op landbouwgrond komen verschillende soortgroepen voor. Dit wordt met name bepaald door het grondverbruik en het type activiteit wat daarmee beoogd wordt. Figuur B laat zien dat het Groninger landschap grotendeels bestaat uit gecultiveerd grasland en granen. Voor een goede biodiversiteitsontwikkeling is het cruciaal dat er ook afwisselend grondoppervlak is. Kleinschalige, diverse landschappen ondersteunen een grotere biodiversiteit, terwijl grootschalige monotoon ingerichte landschappen vaak leiden tot een afname van soorten. Omdat de provincie Groningen een sterke oververtegenwoordiging van landbouw kent, is het grondverbruik van het Groningse landschapsareaal een belangrijke indicator voor de bodemrijkdom. Natuurlijk grasland is maar een klein aandeel in het landbouwareaal in Groningen. Dit zijn
43 De provincie Groningen kent geen duingebieden, maar wel soorten die kenmerkend zijn voor het ecosysteem duin. Bij dit ecosysteem wordt er dus niet verwezen naar soorten die in een duingebied in Groningen leven, maar soorten die kenmerkend voor het ecosysteem duin zijn en in de provincie Groningen leven.
72
VERDIEPING BIODIVERSITEIT EN LANDSCHAPSKWALITEIT
M O N I TO R 2024 OUTPUT, OUTCOME EN IMPACT NATIONAAL PROGRAMMA GRONINGEN / 2024
meestal biologische landbouwbedrijven. In Groningen wordt 5.488 hectare gebruikt voor biologische landbouw, wat 3,4% van het totale cultuurgrondoppervlak beslaat. Dit aandeel is, ondanks een stijging van 2,4% naar 3,4% tussen 2015 en 2022, nog steeds lager dan het landelijke gemiddelde. Dit komt vermoedelijk door de grote hoeveelheid gangbare akkerbouw, die in Groningen veel ruimte inneemt. Opvallend
is dat het aantal biologische landbouwbedrijven in de provincie juist hoger ligt dan landelijk.
Om een beeld te krijgen van ontwikkeling van de kwaliteit van ecosystemen in Groningen beschrijven we hieronder per ecosysteem de ontwikkeling van de soorten die kenmerkend zijn voor het betreffende ecosysteem:
Ecosysteem bos: Populaties van soorten in bosgebieden ontwikkelen zich in Groningen sinds 1990 positiever dan dezelfde soorten in heel Nederland. In 2022 lag het trendcijfer voor Groningen op 169, waar dit voor Nederland op 107 is. Wel is er voor Groningen
recent een lichte daling in de trendlijn zichtbaar, waar dit voor Nederland juist een lichte toename betreft. Opvallend is een sterke toename van de groene specht in Groningen, waar de matkop een negatieve ontwikkeling laat zien.
Ecosysteem duin: Voor soorten die worden gecategoriseerd onder het ecosysteem duin, zien we een sterk positieve ontwikkeling voor de provincie Groningen (trendcijfer van 180) ten opzichte van een sterk negatieve ontwikkeling voor Nederland (trendcijfer van 55). Deze relatief goede ontwikkeling wordt gedreven door een sterke toename in de populaties van de lepelaar en
de nachtegaal. Opvallend is de ontwikkeling van de populatie van de kluut, die na een sterke afname tussen 1990 en 2011 zich weer licht positief ontwikkeld. Bijdragend hieraan zijn initiatieven als de ontwikkeling van een klutenplas in Den Andel, waar via herinrichting voor vogels een plek om te broeden, foerageren en rusten is gecreëerd.44
Ecosysteem zoetwater en moeras: In het ecosysteem zoetwater en moeras is een positieve ontwikkeling in de soorten te zien, zowel voor Groningen als Nederland. In Groningen was de toename van soorten met een trendcijfer van 150 sterker dan in Nederland waar het trendcijfer op 119 ligt. Er is een sterke toename te zien
in de populaties van de snor, de grauwe gans, de baardman, de bever en de roerdomp. Echter, in 2021 was er een grote afname in zoetwatervissen door afvalwater dat in het Boterdiep terecht kwam.45 Ook in 2022 waren de uitwerkingen hiervan nog zichtbaar.
44 www.vogelbescherming.nl/bescherming/in-de-buurt/beschermingsproject/beschermingsproject-details/klutenplas-veilige-haven-voor-vogels 45 www.rtvnoord.nl/nieuws/834291/sportvissers-klaar-met-massale-vissterfte-boterdiep-we-willen-garanties-dat-dit-niet-weer-gebeurt-update
73
VERDIEPING BIODIVERSITEIT EN LANDSCHAPSKWALITEIT
M O N I TO R 2024 OUTPUT, OUTCOME EN IMPACT NATIONAAL PROGRAMMA GRONINGEN / 2024
Ecosysteem kwelder: Voor soortgroepen in het ecosysteem kwelder is er een wisselende ontwikkeling sinds 1990. Tot 2010 was er sprake van een afname van deze soortgroepen gevolgd door een toename in de afgelopen jaren. Voor Nederland laten deze soortgroepen een stabielere trend zien. De soortgroepen in het ecosysteem kwelder hebben overlap met het ecosysteem
duin, waardoor de positieve trend van de lepelaar en de kluut sinds 2011 ook hier een belangrijke invloed op de trend van het gehele ecosysteem hebben. De positieve trendontwikkeling bij de kwelders komen onder andere door gerichte beheer- en beschermingsmaatregelen in de Dollard46 en het broedeiland Stern in de Eems , die in 2018 zijn gestart.47.
Ecosysteem boerenland: Bij het ecosysteem boerenlandvogels is te zien dat de populatie zich over de gehele periode vanaf 1990 vergelijkbaar ontwikkelt, maar dat de trend van de afgelopen jaren sterk negatiever is voor Groningen dan voor Nederland. Gezien de sterke oververtegenwoordiging van landbouwgrond in de provincie Groningen, heeft deze trend een extra negatieve invloed op de biodiversiteit in de provincie Groningen.
Nagenoeg elke vogelsoort neemt matig af in het boerenland in Groningen sinds 2011. Uitzonderingen zijn de putter en de roek, dit zijn de enige vogels die een matige toename hebben. Er is een sterke afname zichtbaar bij de kwartel en de kemphaan in Groningen. Ook in Nederland neemt de kemphaan sterk af, nog sterker dan in Groningen. De kwartel gedijt daarentegen weer wat beter in de rest van het land. De afgelopen jaren zijn er een aantal initiatieven gestart ten behoeve van de populaties van deze soortgroepen, zoals
Boerenlandvogels Groningen
Boerenlandvogels Nederland (soorten Groningen)
140
140
120
120
100
100
80
80
60
60
40
40
20
20
0
1990
1994
1998
NEM (Sovon, CBS), 2024
2002
2006
2010
2014
Index (1990=100)
2018
2022
0
1990
1994
1998
NEM (Sovon, CBS), 2024
2002
2006
2010
2014
2018
2022
Index (1990=100)
46 https://destaatvangroningen.nl/natuurmonitor-kwelders-trends.html 47 https://destaatvangroningen.nl/natuurmonitor-kwelders-eilandstern.html
74
VERDIEPING BIODIVERSITEIT EN LANDSCHAPSKWALITEIT
M O N I TO R 2024 OUTPUT, OUTCOME EN IMPACT NATIONAAL PROGRAMMA GRONINGEN / 2024
‘Op weg naar een kruidenrijke Toukomst voor weidevogels’48 uit 2021 en het ‘Actieplan Weidevogels Groningen’49 van Het Groninger Landschap in 2018. De uitwerkingen van dit soort initiatieven kosten vaak enige tijd, waardoor de uitwerkingen de komende jaren zichtbaar moeten zullen worden.
Naast de indeling van de soorten op ecosysteem wordt ook de ontwikkeling per soortgroep gemonitord. De ontwikkeling van de kwaliteit van de ecosystemen zoals hierboven beschreven heeft effect op de ontwikkeling van verschillende soortgroepen in Groningen. Hieronder wordt per soortgroep deze ontwikkeling beschreven.
Soortgroep libellen: De soortgroep libellen laat voor Groningen en Nederland een bijna identieke ontwikkeling zien, met een lichte afname
de afgelopen tien jaar. Er zijn binnen deze soortgroep geen uitschieters.
Soortgroep zoetwatervissen: De soortgroep zoetwatervissen is de meest grillige soortgroep met een sterke jaar-op-jaar variatie. De trend is over een langere periode stabiel, al is de waarneming van deze
soortgroep in 2021 extreem laag. De reden ligt in de massale vissterfte dat jaar, zoals vermeld bij het ecosysteem zoetwater.
48 www.nationaalprogrammagroningen.nl/projecten/op-weg-naar-een-kruidenrijke-toukomst-voor-weidevogels 49 www.groningerlandschap.nl/custom/uploads/2023/08/BuroNIV_ActieplanWeidevogelsGroningen_WEB.pdf
75
VERDIEPING BIODIVERSITEIT EN LANDSCHAPSKWALITEIT
M O N I TO R 2024 OUTPUT, OUTCOME EN IMPACT NATIONAAL PROGRAMMA GRONINGEN / 2024
Soortgroep dagvlinders: Vlinders Groningen De soortgroep vlinders laat in Groningen een sterke afname zien. Deze afname is een significant groter dan landelijk. Als mogelijke verklaring noemt bioloog Casper van der Kooi van
de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) het verdwijnen van de natuurlijke habitat door het gebruik van pesticiden, bemesting en vroeg en veelvuldig maaien.50
Dagvlinders Groningen
Dagvlinders Nederland (soorten Groningen)
140
140
120
120
100
100
80
80
60
60
40
40
20
20
0
1994
1998
2002
NEM (Vlinderstichting, CBS), 2024
2006
2010
2014
2018
2022
0
Index (1992=100)
1994
1998
2002
NEM (Vlinderstichting, CBS), 2024
2006
2010
2014
2018
2022
Index (1992=100)
Soortgroep broedvogels: De soortgroep broedvogels laat in Groningen een positieve trend zien over de periode 1990-2022, waar er de laatste 10 jaar een stabiele trend is. De trend is positiever dan voor heel Nederland. Er zit een grote variatie in de ontwikkeling van de individuele soorten, zoals weergegeven in Tabel 5. Dit wordt voornamelijk ingegeven door het ecosysteem waarin de vogel voorkomt. Zoals hierboven beschreven, doen de broedvogels binnen het ecosysteem boerenland het slechter.
Tabel 5. Ontwikkeling soortgroep broedvogels
TOENAME
AFNAME
STABIEL
ONZEKER
61 soorten
38 soorten
26 soorten
1 soorten
50 www.rtvnoord.nl/natuur/1196337/ook-in-groningen-werden-nog-nooit-zo-weinig-vlinders-geteld-als-dit-jaar
76
VERDIEPING BIODIVERSITEIT EN LANDSCHAPSKWALITEIT
M O N I TO R 2024 OUTPUT, OUTCOME EN IMPACT NATIONAAL PROGRAMMA GRONINGEN / 2024
Soortgroep zoogdieren: Zoogdieren laten in zowel Groningen als Nederland een postitieve ontwikkeling zien, waar de trend voor Nederland wat hoger ligt. De toename in zoogdieren in Groningen is een
trend van de afgelopen tien jaar. De bever, otter, vleermuis en huisspitsmuis laten in het bijzonder een sterke toename zien.
Conclusie biodiversiteit De ontwikkeling van de biodiversiteit wordt gemonitord aan de hand van de Living Planet Index. Deze index kan worden gecategoriseerd in ecosystemen en soortgroepen. De fauna in de provincie Groningen wordt gecategoriseerd in vijf verschillende typen ecosystemen. Op vier van de vijf ecosystemen laat de provincie Groningen een in vergelijking met de landelijke trend betere of gelijke soortenontwikkeling zien over de periode 1990-2022. Echter, het ecosysteem waar de provincie het de laatste jaren significant slechter doet, boerenland, is juist veruit het meest vertegenwoordigd in de provincie. Dat maakt dat de negatieve ontwikkeling in dit ecosysteem een grote negatieve impact op de biodiversiteit in Groningen als geheel heeft.
77
VERDIEPING BIODIVERSITEIT EN LANDSCHAPSKWALITEIT
Als we kijken naar soortgroepen zien we dat de zoetwatervissen de laatste twee meetjaren een zeer negatieve ontwikkeling hebben doorgemaakt in Groningen, hoogstwaarschijnlijk ingegeven door afvalwater wat in oppervlaktewater terecht kwam. Voor de soortgroep libellen wijkt Groningen niet af van het landelijke beeld, terwijl zoogdieren een iets minder positieve ontwikkeling in Groningen laat zien dan in Nederland. De soortgroep broedvogels laat een zeer diffuus beeld zien, waar de vogels die in het ecosysteem boerenland het slecht doen, ontwikkelen de populaties vogels in kwelders zich juist positief. Een sterk negatief beeld is te zien in de soortgroep dagvlinders, waar Groningen al jaren een negatievere trend laat zien dan Nederland. In 2022 was de populatie in Groningen nog maar 40% van de populatie 30 jaar eerder.
M O N I TO R 2024 OUTPUT, OUTCOME EN IMPACT NATIONAAL PROGRAMMA GRONINGEN / 2024
4.2 PROJECTEN BINNEN NATIONAAL PROGRAMMA GRONINGEN TEN BEHOEVE VAN BIODIVERSITEIT In deze projectanalyse op het thema biodiversiteit wordt een overzicht gegeven van de projecten die binnen Nationaal Programma Groningen primair gericht zijn op de verbetering van de natuur en biodiversiteit. Voor de selectie van deze projecten is de volgende werkwijze gehanteerd:
• Uit de volledige projecten database van Nationaal Programma Groningen zijn in eerste instantie de projecten geselecteerd waaraan meer dan 30 punten in het projectvoorstel waren toegewezen aan de ambitie Natuur en Klimaat.
• Uit deze selectie zijn vervolgens de projecten gehaald die zich richtten op biodiversiteit, conform de methodiek zoals die was vastgesteld in de methode verdiepende analyse projectenportefeuille, als onderdeel van het verdiepende onderzoek dat in 2021 werd uitgevoerd. Hierbij gaat het om projecten die volgens
deze methode de codering biodiversiteit en natuurontwikkeling als beoogd projectresultaat krijgen toegekend. Volgens de methode wordt deze codering toegekend op basis van het volgende criterium: “Het project richt zich op de toename van de verscheidenheid van planten en dieren, de toename van het areaal natuurgebied of anderszins op de verbetering van natuurkwaliteit in niet-natuurgebieden.”
Uit deze selectie komen 16 projecten die zich binnen Nationaal Programma Groningen op het thema biodiversiteit richten. Dit is een percentage van 6% van de totale omvang van de projectenportefeuille. Figuren C en D laten zien dat het merendeel van deze projecten zijn gestart in 2020 (7) en 2021 (4), terwijl er de afgelopen jaren steeds slechts een of twee projecten op het thema biodiversiteit zijn gestart. Van de 16 projecten zijn er inmiddels vijf afgerond, acht in uitvoering en vier in de voorbereidende fase.
Figuur C: Jaar van toekenning projecten op biodiversiteit
Figuur D: Projectfasering van projecten biodiversiteit
2024
Gemeente Midden-Groningen
2023
Gemeente Groningen
2022 Gemeente Eemsdelta 2021 Toukomst 2020 Provincie
2019 0
1
2
Projecten toegekend
78
VERDIEPING BIODIVERSITEIT EN LANDSCHAPSKWALITEIT
3
4
5
6
7
8
0
1
2
3
4
5
6
7
Projecten toegekend
M O N I TO R 2024 OUTPUT, OUTCOME EN IMPACT NATIONAAL PROGRAMMA GRONINGEN / 2024
De projecten op het thema biodiversiteit binnen Nationaal Programma Groningen verschillen sterk in grootte en verdeling per programmaonderdeel. Figuur E laat de verdeling van middelen op biodiversiteit naar programma zien, als ook welk gedeelte is uitgegeven.
• In het programma Toukomst zijn er vier projecten die zich (sinds 2021) op biodiversiteit richten, waarvan het grootste deel van de middelen nog moet worden uitgegeven:
> Op weg naar een kruidenrijke Toukomst voor weidevogels, dat d.m.v. een kruidenmix meer insecten wil aantrekken, wat dan weer leidt tot een groei in de weidevogelpopu-
Figuur E: verdeling middelen projecten biodiversiteit naar programma
latie Provinciaal programma
TOEGEKEND UITGEGEVEN
kennisdeling over fysieke aanpassingen op boerenerven
MiddenGroningen
TOEGEKEND
t.b.v. biodiversiteit centraal staat.
UITGEGEVEN
TOEGEKEND
Groningen
> Groningen Groen en Duurzaam: Agrifuture, project
UITGEGEVEN
omtrent natuur-inclusieve landbouw waarbij o.a. meerdere gewassen worden gebruikt op een stuk land. De ploeg
TOEGEKEND
Eemsdelta
UITGEGEVEN
wordt minder gebruikt, wat ervoor zorgt dat boerenlandvogels kunnen nestelen in de grond. Ook wordt door het
TOEGEKEND
Toukomst x miljoen €0
> (Boeren)Erven, als stapstenen voor de natuur, waarbij
UITGEGEVEN
€5 2018-2022
€10 2023-2024
€15
€20
€25
€30
minder gebruiken van de ploeg het bodemleven minder verstoord. Er worden minder meststoffen gebruikt, en er
€35
worden alleen pesticiden en chemicaliën gebruikt wanneer
Resterend budget toegekende middelen
er echt sprake is van een plaag of ziekte rondom de gewas-
• Veruit het grootste gedeelte van de middelen komt uit het programma Toukomst en het provinciale programma. Verder zijn er ook projecten uit de gemeentelijke programma’s van
sen.
> Landschapswerkplaats (pilots en opschaling), binnen de landschapswerkplaats worden een groot aantal initiatieven
de gemeenten Eemsdelta, Groningen en Midden-Groningen
uitgewerkt, die onder andere ten behoeve van de verbete-
die zicht richten op biodiversiteit. Uit de gemeentelijke pro-
ring van de biodiversiteit zijn.
gramma’s van het Hogeland en Oldambt zijn er geen projecten
• In de gemeente Eemsdelta wordt via vier projecten aan de
gericht op biodiversiteit.
• Onder het provinciale programma valt onder andere het project Fascinating, wat zich focust op een duurzame manier van voedsel produceren zonder CO2- of stikstofuitstoot Ook dit draagt bij aan een gezondere natuur en een verbeterde biodiversiteit. Door een ‘vierde teelt’ toe te voegen is het land meer divers en daardoor aantrekkelijker voor dieren. Ook andere projecten van het provinciaal programma richten zich via de landbouw op een
verbetering van biodiversiteit gewerkt. Het gaat hier om de inrichting van een steenfabriek in Rusthoven voor vleermuizen, een aantal initiatieven binnen het project Dorpsinitiatieven (o.a. de aanleg van een tiny forest in Middelstum), het vervangen van bestrating voor groen en het groener maken van haventerreinen.
• In de gemeente Groningen richt het project Bloeiend Perspec-
gezondere bodem en betere biodiversiteit. Het gaat hier om een
tief zich op het vergroenen van Ten Boer en omgeving. De wens
pilot natuurinclusieve landbouw, natuurinclusieve akkerbouw en
is om op deze manier de biodiversiteit te verbeteren. Uitein-
precisielandbouw. Verder richt het project Ontwikkelend Land-
delijk moet het een omgeving worden die fijn is voor insecten,
schap Middag-Humsterland zich ook specifiek op weidevogelbe-
vogels en vlinders.
heer.
79
VERDIEPING BIODIVERSITEIT EN LANDSCHAPSKWALITEIT
M O N I TO R 2024 OUTPUT, OUTCOME EN IMPACT NATIONAAL PROGRAMMA GRONINGEN / 2024
• In de gemeente Midden-Groningen gaat het om het relatief kleine project kwaliteitsverbetering Foxholstermeer, waarmee
de ecologische waarde van het Foxholstermeer moet worden verbeterd.
4.3 LANDSCHAPSKWALITEIT De landschapskwaliteit in de provincie Groningen wordt bepaald door 1) de kwaliteit van de verschillende landschapselementen in Groningen en 2) de aanwezigheid of het aandeel van verschillende landschappen in het totale Groninger landschap. Daarnaast zit er ook een subjectief component aan de kwaliteit van het landschap, namelijk de beleving van
het Groninger landschap. In dit onderdeel gaan we eerst in op de kwaliteit van verschillende karakteristieke Groninger landschapselementen, vervolgens op de kwantitatieve aanwezigheid van verschillende landschappen en tot slot in de beleving van het Groninger landschap door de inwoners zelf.
Kwaliteit karakteristieke landschapselementen Karakteristieke elementen voor het Groninger landschap worden gemonitord door de provincie en zijn in de Provinciale Omgevingsvisie opgenomen en grotendeels beschermd. Het gaat hierbij om reliëf in het landschap, verkaveling (indeling en scheiding), houtwallen en -singels, groene linten, bos en weidsheid. Monitoring van deze elementen gaat via de provinciale Staat van Groningen. De gegevens voor deze elementen zijn voornamelijk beschikbaar tot de aanvang en eerste jaren van Nationaal Programma Groningen. Dat betekent dat deze kwalitatieve beschouwing met name als een nulmeting voor Nationaal Programma Groningen kan worden beschouwd. Het reliëf van Groningen, zowel natuurlijk als door mensenhanden aangelegd, speelt een belangrijke rol in de landschapsinrichting. Natuurlijke aardkundige waarden, zoals de Hondsrug en beekdalen, zijn voor 98,6% nog intact. Deze internationaal belangrijke gebieden zijn grotendeels onaangetast. Lokaal belangrijke reliëfvormen, zoals dekzandruggen en glaciale ruggen, zijn echter vaker verstoord door ophogingen, egalisaties en afgravingen voor perceelaanpassing. Wierden, de kunstmatige heuvels in het Waddenkustgebied, zijn van grote cultuurhistorische en archeologische waarde.