Ereschuld - Herstel en perspectief voor Groningen - 31 maart 2023
Tekst van het document
GEEN SYSTEEMWIJZIGING, MAAR DUIDELIJKE, INTEGRALE EN LOKALE BENADERING Het scheiden van schadeherstel en versterking is vanuit het probleem en de inwoners en ondernemers gezien onlogisch. Een systeemwijziging in dit stadium levert echter ook grote nadelen op. Ook de enquêtecommissie geeft dit aan. Dat neemt niet weg dat inwoners en ondernemers geen last mogen hebben van de gescheiden afhandeling van schade en versterking. Ook bij gescheiden verantwoordelijkheden kunnen partijen beter samenwerken dan nu en daarmee de “één loket” gedachte in de praktijk brengen. Dit moet wettelijk worden verankerd. De verantwoordelijkheid voor versterking en schadeherstel is wat ons betreft: ● de minister van EZK is systeemverantwoordelijk en stelt zich enkel faciliterend op (regelt bevoegdheden, budget en capaciteit); ● het IMG is verantwoordelijk voor schadeherstel; ● de gemeenteraad stuurt de versterking aan door het lokale plan van aanpak; ● de NCG voert opname, beoordeling en versterking uit; ● de lokale stuurgroep lost lokale problemen op lokaal niveau op. Waar schade en versterking elkaar tegenkomen werken het IMG en de NCG naast elkaar en met elkaar. Inwoners en ondernemers worden in deze situatie ontzorgd, ook wanneer dat niet precies binnen aansprakelijkheidsregels past.
Juist in deze situatie is de overheid veel verschuldigd aan inwoners en ondernemers; dat moet zich vertalen in een grote bereidheid om vér te gaan om het probleem op te lossen.
29
E R E S C H U L D : H E R ST E L E N P E R S P EC T I E F VO O R G R O N I N G E N
E R E S C H U L D : H E R ST E L E N P E R S P EC T I E F VO O R G R O N I N G E N
Wij willen dat: ● lokale problemen en knelpunten lokaal opgelost worden volgens het principe ‘de oplossing is in het concrete geval nodig en doelmatig’; ● colleges van aardbevingsgemeenten daarvoor wettelijke bevoegdheden en bijbehorend budget krijgen (zie ook het hoofdstuk over versterking); ● inwoners en ondernemers geen nadeel ondervinden van de scheiding van schade afhandeling en versterking en de NCG en het IMG, mocht er toch nadeel ontstaan, het probleem oplossen ongeacht wat het kost.
Jaarlijks maken de gemeenten al een Lokaal Plan van Aanpak. Het lokale plan van aanpak geeft de prioritering van de versterkingsaanpak aan en de opdracht voor opname-, beoordeling- en uitvoeringsprogramma’s.
VERSTERKEN Veel van de conclusies in het rapport ‘Groningers boven gas’ gaan over de lange periode van onzekerheid waarin onze inwoners zitten. Met de start van de versterkingsoperatie in 2015 is in feite gezegd tegen een (groot) deel van de inwoners van onze provincie dat de veiligheid van hun woning niet gegarandeerd kon worden. Vervolgens is de versterkingsoperatie van start gegaan, langzaam op gang gekomen, weer stopgezet als gevolg van de pauzeknop, opnieuw opgestart, nog een keer aangepast enzovoorts, enzovoorts. Onze inwoners zien hierin een ultieme vertragingstactiek, immers hoe langer je wacht, hoe minder geld er hoeft te worden besteed aan het veilig maken van woningen. Tegelijkertijd duurt de onzekerheid voort terwijl het een wettelijke plicht is van het Rijk om te zorgen dat iedereen in Groningen net zo veilig woont als anderen in Nederland.
BEWONER CENTRAAL De stap van gebiedsgericht naar risico gestuurd in 2018 is een belangrijke bron van ellende geworden. Hiermee is het systeemfalen van enkele gebieden naar het hele aardbevingsgebied getransporteerd. Het is tijd om hiermee te stoppen. De enquêtecommissie adviseert een gebiedsgerichte aanpak. Ook het SodM heeft die mening inmiddels. Een gebiedsgerichte aanpak waarin versterking en verbetering van de leefbaarheid hand in hand gaan. Een fundamenteel andere aanpak. Waarbij aansprakelijkheid niet langer het eindpunt vormt, maar de ondergrens. Het doel is de veiligheid van de woningen en de toekomstbestendigheid van het dorp of de wijk. Daarbij is de volgorde: eerst de bewoner, dan het huis en daarna het dorp of de wijk. De bewoner op de eerste plaats betekent ook dat de kaders van het systeem niet langer allesbepalend zijn. Geen ‘one size fits all’, maar waar nodig maatwerk met het oog op kwaliteit naar wens van de bewoner.
AANSTURING EN OPDRACHT Aan het begin van het jaar geeft de NCG aan wat zijn doelstellingen zijn voor het komend jaar. Kenmerkend daarin zijn de harde getallen. Zoveel beoordelingen, zoveel gebouwen fysiek versterken. Daarmee is gelijk de kern van het probleem zichtbaar: het draait allemaal om de aantallen. Niet om de inwoners, niet om de prioriteiten, niet om een geïntegreerde aanpak. De doelen worden niet bepaald in Groningen, maar in Den Haag. Niet alleen de ministeries en de bewindspersonen maar ook de Tweede Kamer hebben gezorgd voor deze verkeerde focus. Door steeds maar weer de aantallen centraal te stellen en de voortgang daaraan af te meten. De enquêtecommissie oordeelt hier hard over: stop met het zwalkende beleid en de drieste beloftes. De ‘heilige aantallen’ moeten losgelaten worden. Zolang beleid in Den Haag wordt bedacht dat in Groningen niet uitvoerbaar is of niet iets oplost, verandert er materieel gezien niets. Bewoners moeten eerlijk, realistisch en transparant inzicht krijgen in waar zíj aan toe zijn.
Verbreed dit lokale plan van aanpak en laat gemeenten samen met inwoners en de NCG een jaarplan maken waar de versterking onderdeel van is. Dorps- en wijkgericht; waarbij veiligheid en toekomstbestendigheid in één aanpak besloten liggen. Verschillende gemeenten maken duidelijk dat dit kan. De dorpenaanpak in Eemsdelta is misschien wel het bekendste voorbeeld. Maar bijvoorbeeld ook Tjuchem en Steendam of in Ten Post wordt dorpsgericht gewerkt. Het jaarplan van elke gemeente wordt -net als nu het Lokale plan van Aanpak- jaarlijks door de gemeenteraad vastgesteld. Rapportage en verantwoording vinden plaats op de doelen in dit jaarplan niet op aantallen. De raad geeft het college mandaat om het plan van aanpak te wijzigen als dat nodig is. In de lokale stuurgroep vindt de aansturing van het jaarplan plaats. Wijzigingen in het plan van aanpak vinden alleen met instemming van de lokale stuurgroep plaats en worden in de colleges vastgesteld. De lokale stuurgroep lost lokale problemen op lokaal niveau op. Dit gaat soms om casuïs tiek, maar vaak ook over de afstemming binnen dorpen, straten en wijken en de samenhang van versterking met andere lokale ontwikkelingen. Daarnaast monitort de stuurgroep de voortgang van de versterking.
MAATWERK ALS ONDERDEEL VAN DE REGULIERE AANPAK VERSCHILLEN In het rapport van de parlementaire enquêtecommissie is een zeer uitgebreide historische beschrijving opgenomen van onder andere de versterkingsopgave en de wisselende kaders. De wisselende kaders leiden tot verschillende behandeling. Ook zijn er verschillen tussen eigenaren en huurders. Vergoedingen die zij krijgen moeten gelijk getrokken worden. De ongelijkheid wekt afgunst en achterdocht op tussen bewoners. Het leidt tot ontwrichting van lokale gemeenschappen. Ook de staatssecretaris heeft naar aanleiding van het advies ‘Dorpen aan zet’ van Bernard Wientjes in een kamerbrief verschillen in de versterking erkend. Om hier een oplossing voor te zoeken heeft hij de commissie Van Geel ingesteld nog voor het verschijnen van het rapport van de parlementaire enquête. Bij het formuleren van de opdracht en het samenstellen van de commissie is de regio niet betrokken. Het inlossen van ereschuld kan daarmee nog geen onderdeel van de opdracht zijn. De vrees bestaat dan ook dat de commissie op pad is gestuurd binnen de beperkingen van het op aansprakelijkheid gebaseerde systeem. Daarmee is de opdracht aan de commissie achterhaald en zeer onwenselijk. De enquêtecommissie constateert dat de ‘bouwnormen’ (hier wordt bedoeld het toetsingskader aan de NPR) de oorzaak is van de verschillen.
Ze adviseert dat dat inwoners in de toekomst zelf mogen besluiten of hun woning aan het oude of het nieuwe bouwkader wordt getoetst. Dit advies maakt dat de norm kan niet langer alleen de technische of juridische norm kan zijn op basis van aansprakelijkheid. De (morele) norm van de bewoner is meer dan dat en is ons nieuwe uitgangspunt. Daarnaast vraagt het om lokale beslisruimte en budget om knelpunten op te lossen.
30
31
E R E S C H U L D : H E R ST E L E N P E R S P EC T I E F VO O R G R O N I N G E N
E R E S C H U L D : H E R ST E L E N P E R S P EC T I E F VO O R G R O N I N G E N
De NCG beschikt inmiddels over financiële middelen die ingezet kunnen worden om problemen op te lossen gerelateerd aan de versterking, het ontbreekt alleen nog aan wettelijke bevoegdheden. Ook voor het IMG en de gemeenten is het nodig over bevoegdheden en middelen te beschikken (zie hiervoor ook het hoofdstuk schade).
Het is belangrijk om te constateren dat deze problemen van een aardbevingsgemeente boven op de reeds bestaande zorgtaken van een gemeente komen. Er is zichtbaar sprake van een extra taak voor de gemeenten, en hier moeten voldoende aanvullende financiële middelen beschikbaar voor worden gesteld. Er kan simpelweg niet van een aardbevingsgemeente worden verwacht de overduidelijke, aanvullende problematiek te kunnen opvangen met reguliere financiële middelen. Waar een inwoner in een niet-aardbevingsgemeente veerkracht kan tonen wanneer er bepaalde, negatieve gebeurtenissen in het leven plaatsvinden, constateren de inwonersondersteuners/ aardbevingscoaches dat deze herstellende veerkracht, door de enquêtecommissie “doenvermogen” genoemd, steeds minder aanwezig is bij inwoners in het aardbevingsgebied door de jarenlange problemen door gaswinning en de gevolgen daarvan. De enquêtecommissie doet dan ook de nadrukkelijke aanbeveling om als overheid deze gedupeerden bijstand te verlenen.
De lokale stuurgroep stelt teams die werken in de dorpen in staat om zoveel mogelijk direct aan tafel met de bewoner tot oplossingen komen. Projectleiders krijgen daarvoor mandaat en budget. Het bieden van maatwerk wordt op deze manier geïntegreerd in het reguliere werkproces. Maatwerk wordt een reguliere oplossing om problemen op te lossen. De situatie in Groningen moet niet alleen een crisis worden genoemd, maar ook als een crisis worden behandeld. Regels die normaal gesproken gelden, komen dan in een ander licht te staan. Zo is Groningen geholpen wanneer aanbestedings- en staatssteunregels kunnen wijken om voortvarend en beter in te kunnen spelen op de lokale behoefte. Dit past ook bij de aanbeveling van de enquêtecommissie aan lokale bestuurders om de versterking voorrang te geven op lokale verordeningen. Wij verwachten dat het Rijk dit (in Brussel) regelt.
We willen dat: ● De versterking gebiedsgericht wordt uitgevoerd; ● Versterking en verbetering, leefbaarheid en verduurzaming hand in hand gaan; ● Het Lokale Plan van Aanpak daarvoor wordt verbreed; ● Niet langer wordt gestuurd op aantallen maar op het bereiken van de doelen van de gemeentelijke jaarplannen; ● Het IMG, de NCG en de gemeenten wettelijke bevoegdheden krijgen en budget om problemen op te lossen; ● Het Rijk regelt dat de versterking en schadeafhandeling voorrang krijgen op (Europese) regels die dat in de weg staan.
SOCIAAL EN GEZONDHEID De vele rapporten van het Gronings Perspectief tonen telkens weer de relatie aan tussen de fysieke en mentale gezondheid van de getroffen Groningers en de stroperige schade-afhandeling en versterking. Met het programma sociaal en gezondheid wordt vol ingezet op het ondersteunen van inwoners en professionals om de negatieve gezondheidsgevolgen ontstaan door aardbevingsproblematiek te verminderen of te voorkomen. Het programma richt zich op individuele ondersteuning, groepsinzet en versterken van de samenlevingskracht. Het kennisplatform Gronings Perspectief toont bij herhaling in onderzoeken aan dat extra inzet op deze onderdelen hard nodig is. De gevolgen van de aardbevingen zullen ook in de komende generaties nog zichtbaar zijn. Niet alleen bij volwassenen, maar juist ook bij kinderen en jongeren. Zowel de enquêtecommissie als de staatssecretaris hebben bijzondere aandacht voor deze groep. De gesprekken met deze generatie, en het verhoor van de Kinderombudsman, tonen aan dat deze groep mentaal last heeft van de bevingsproblematiek, wat invloed heeft op hun toekomstperspectief: moeite met leren, piekeren en gevoel van angst. Inzet op de samenlevingskracht en de gezondheid van de getroffen Groningers zal daarom nog decennialang nodig zijn nadat de winning is beëindigd en de versterking is afgerond.
Gemeenten pakken de handschoen op, maar het budget is volstrekt onvoldoende voor de noodzakelijke inzet. Onze inwoners, jong en oud, maken pas weer kans om net zoals iedere andere Nederlander te kunnen leven wanneer zij met iedere fysieke en mentale belemmering die ze ervaren door de aardbevingsproblematiek worden geholpen. 32
De commissie geeft aan dat een gedegen programma van maatschappelijke zorg nodig is dat laagdrempelig beschikbaar is op bijvoorbeeld scholen en in buurtcentra en gedupeerden weer op weg helpen. Bij een dergelijk programma gaat het niet alleen om psychologische hulp, maar ook breder om gezondheidszorg of juridische hulp, en niet alleen om hulp aan individuen, maar ook om begeleiding van groepen mensen in een gemeenschap of buurt. De aardbevingsgemeenten hebben een programma gemaakt voor sociale en emotionele bijstand van inwoners die te kampen hebben met klachten door de aardbevingsproblematiek. Dit programma bestrijkt de problematiek zoals de commissie omschrijft, maar beschikt nog niet over de bijbehorende financiële middelen. Daar waar in 2020 in de bestuurlijke afspraken met het Rijk de gezondheidsgevolgen nog betaald moesten worden uit het bedrag van € 50 miljoen voor meerdere programma’s, is nu het moment aangebroken om gemeenten langjarig voldoende geld te geven om de gezondheidsgevolgen voor hun inwoners te kunnen oplossen. Wij willen dat: ● Iedere inwoner met mentale gezondheidsproblemen door de gaswinning en de gevolgen daarvan middels het programma sociaal en gezond wordt geholpen en het Rijk daarvoor een niet gelimiteerd bedrag ter beschikking stelt
LOPENDE PROGRAMMA’S BATCH 1588 De Batch 1588 wijkt qua aanpak af van de andere batches en programma’s binnen de versterking. Hier wordt niet gewerkt met een versterking door de NCG. In plaats daarvan organiseren eigenaren zelf hun versterking en krijgen ze hiervoor subsidie van de gemeenten. In Boek 4 van de parlementaire enquêtecommissie wordt toegelicht hoe deze aanpak tot stand is gekomen. De oorzaak is de ‘pauzeknop’ van minister Wiebes (juni 2018) en de daaropvolgende discussie over deze batch. Uiteindelijk is er een budgetgedreven compromis gesloten en zijn de afspraken vastgelegd in een convenant en een addendum op dit convenant. Zoals afgesproken in het afgesloten convenant (artikel 4.9) overleggen de partijen (Rijk, gemeenten, corporaties) indien het budget onvoldoende is. Er wordt geen (aanvullende) financiële bijdrage gevraagd van gemeenten en eigenaren. Dit heeft geleid tot aangepaste afspraken die in een addendum op het convenant zijn beschreven. De realiteit haalt ons echter voortdurend in. De prijzen stijgen in het aardbevingsgebied harder dan de landelijke indexeringscijfers. Bovendien blijkt de vooraf bedachte werkwijze vaker tot maatwerk te moeten leiden dan vooraf gedacht. Hiervan moeten de eigenaren niet de dupe worden.
De gemeenten moeten nu met de hand op de knip zoeken naar oplossingen die in de reguliere versterkingsaanpak gewoon onderdeel van de werkwijze zijn. We willen niet langer dat de Batch 1588 budgetgedreven is, maar oplossingsgericht. Ook als dit betekent dat het Rijk meer middelen ter beschikking moet stellen. 33
E R E S C H U L D : H E R ST E L E N P E R S P EC T I E F VO O R G R O N I N G E N
We willen dat: ● Het Rijk conform de afspraken de tekorten bij Batch 1588 oplost.
AGRO Door de aardbevingsproblematiek zijn vele agrariërs geconfronteerd met complexe schade en versterking en daardoor gedwongen voor de keuze gesteld om nu te beslissen over de toekomst van hun bedrijf. Dit terwijl een ondernemer die niet in deze problematiek verkeert, zelf kan beslissen op welk moment hij keuzes in zijn bedrijfsvoering maakt. In het aardbevingsgebied staan circa 1450 functioneel agrarische bedrijven. In totaal zijn ruim 500 bedrijven onderdeel van de versterkingsopgave. De uitvoering daarvan is per definitie complex, door lange wachttijden en stilstand in de bedrijfsvoering van vele bedrijven. Bij ruim 300 bedrijven buiten de versterkingsopgave is sprake van andere complexe problematiek, waaronder schade aan de gebouwen die zodanig complex is, dat het vraagt om toekomstbestendige keuzes voor de gebouwen (in plaats van het sec oplossen van de schadeproblematiek). Het Agroprogramma biedt steun aan de getroffen agrariërs door individuele begeleiding van consulenten. Via de deskundigenregeling kan externe expertise worden ingehuurd. Intensieve samenwerking met het IMG, de NCG en gemeenten zorgt ervoor dat casussen sneller kunnen worden opgelost. Daarnaast helpt het Agroprogramma bij investeringsvraagstukken door verschillende financieringsbronnen bij elkaar te brengen en waar nodig bij een financieringstekort bij te dragen via de maatwerkregeling.
Het Agroprogramma biedt ook ondersteuning aan bedrijven die in de aardbevingsgemeenten zijn gevestigd maar waar geen sprake is van versterkingsproblematiek, complexe schade of andere complexe problematiek. Bij deze bedrijven is vaak sprake zijn van uitstel van investeringen omdat er onzekerheid was over opname van schades of deelname in de versterking. De parlementaire enquêtecommissie erkent de complexiteit van schade en de gevolgen voor agrariërs. Het Agroprogramma is begin 2021 van start gegaan en inmiddels hebben zich ruim 70 bedrijven aangemeld. Na langdurige discussie tussen Rijk en regio is het programma uiteindelijk gestart met een zeer ver ingeperkt budget van € 19 miljoen waarbij is afgesproken te leren van de ervaringen en op basis daarvan de omvang van het totaal benodigde bedrag te bepalen. Nu is al duidelijk dat voor de nu aangemelde bedrijven het beschikbare budget ruimschoots te weinig is. Het startbudget dekt ongeveer 10% van de omvang van de doelgroep en het benodigde budget. Met de aanbevelingen en bevindingen uit het rapport ‘Groningers boven gas’ staat ons maar één ding te doen en dat is de agrariërs zo snel als mogelijk te helpen zodat ze weer een normaal leven kunnen leiden en hun bedrijfsvoering weer op orde hebben.
Het Agroprogramma biedt hiervoor de basis maar dan wel onder de afspraak dat het budget dat hiervoor nodig is door het Rijk verstrekt wordt zonder hierover steeds te moeten onderhandelen. Wij willen dat: ● Iedere aangemelde agrariër met het agroprogramma geholpen wordt en het Rijk daarvoor, in vertrouwen dat de regio en de sector het beste weten hoe en waarmee agrariërs geholpen worden, een niet gelimiteerd bedrag ter beschikking stelt.
ERFGOED
34
De pracht van het Groninger erfgoed staat buiten kijf. Het pleidooi tot behoud van de eigenheid van Groningen zoals die blijkt uit de unieke gebouwen wordt breed gedeeld. De enquêtecommissie benadrukt dat het cultureel erfgoed in heel Nederland onder druk
E R E S C H U L D : H E R ST E L E N P E R S P EC T I E F VO O R G R O N I N G E N
staat, maar dat er in Groningen een extra uitdaging ligt: “Oplossingen die elders wellicht wel werken, bieden in het aardbevingsgebied geen uitkomst. Zo kan bijvoorbeeld de gebruiksfunctie van een monument ervoor zorgen dat er interesse is om in dat gebouw te investeren. Maar deze vraag naar een andere functie voor een monument is in het aardbevingsgebied minder aanwezig. Dat wordt nog versterkt doordat het gebied is aan te merken als een “krimpregio”. Wie is er geïnteresseerd om te investeren in een gebouw met schade waarvan het bovendien onduidelijk is of het aardbevingsbestendig is? En wat is de kwaliteit van een monument nog als het (onherkenbaar) versterkt is?” Het rapport van de enquêtecommissie wijst er ook op dat er herstel en ontwikkeling nodig is van het karakter van het gebied en dat het cultureel erfgoed behouden moet blijven: “Niet alleen schade, maar ook de versterkingsoperatie tast het karakteristieke aanzicht van Groningen aan. Rijksmonumenten zijn bij de versterkingsoperatie beschermd, maar andere karakteristieke panden zijn dat niet. Daarvoor dreigt soms sloop: als verbetering van de huidige woning onrendabel is, moet de woning worden gesloopt en komt er vervangende nieuwbouw.” Waar in het gaswinningsdossier vaak wordt gesproken over fysieke schade, geldt ook bij het thema erfgoed dat het persoonlijke leed lange tijd te weinig aandacht heeft gekregen.
Specifiek voor erfgoed geldt de persoonlijke betrokkenheid bij het gebouw wat vaak al tientallen jaren familiebezit is en daarmee een grote emotionele waarde heeft. De vele moeite en liefde wat in het (continue) onderhoud zit laat zich niet zomaar in cijfers uitdrukken. Net als alle andere inwoners worden monumenteneigenaren met een probleem opgezadeld waar zij niet om gevraagd hebben. In het Erfgoedprogramma werken het Rijk (ministeries OCW, Nationaal Coördinator Groningen, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed), de aardbevingsgemeenten, Steunpunt Libau, het maatschappelijk veld en de Provincie Groningen vanaf 2017 samen aan de instandhouding, versterking en doorontwikkeling van erfgoedpanden in het aardbevingsgebied. Deze samenwerking geeft uitvoering aan het beleid vanuit de gezamenlijke visie dat Groningen ook Groningen moet blijven, met haar eigen unieke gebiedsidentiteit, zowel tijdens als na uitvoering van schadeherstel en versterking. De gebiedsidentiteit wordt voor een groot deel bepaald door het cultureel erfgoed en de ruimtelijke kwaliteit en landschap. Het belangrijkste effect van het erfgoedprogramma is dat er een preventieve werking vanuit gaat. Goed onderhoud is de eerste stap op weg naar schadeherstel en versterking waardoor de erfgoedpanden in het gebied toekomstbestendig zijn.
Het huidige programma is erg succesvol: de eigenaren steken de handen uit de mouwen. Echter loopt het huidige Erfgoedprogramma, en daarmee de financiering, af na 2023, terwijl het gros van de versterking van erfgoed vanaf 2023 nog uitgevoerd moet worden. De continuïteit is erg belangrijk en het spreekt dan ook voor zich dat dit programma wordt voortgezet om het aanzicht en karakter van Groningen te behouden waar nodig te herstellen. Wij willen dat: ● Het aanzicht en karakter van Groningen behouden blijft en waar nodig hersteld wordt door erfgoedeigenaren in het aardbevingsgebied via het Erfgoed-programma te helpen en dat het Rijk, in vertrouwen dat de regio het beste weet hoe en waarmee eigenaren geholpen worden, hiervoor een ongelimiteerd budget beschikbaar stelt.
MKB Het midden en klein bedrijf is van groot belang voor de leefbaarheid in de dorpen op het Groninger platteland. Ondernemers hebben vaak een grote rol in dorpsgemeenschappen en zijn op vele manieren van betekenis in dorpen en wijken. Mkb-ondernemers worden, omdat ze veelal ook inwoners van het gebied zijn, zowel zakelijk als privé door de aardbevingsproblematiek getroffen. Door de aardbevingen verliezen ze hun inkomen en zijn niet 35
E R E S C H U L D : H E R ST E L E N P E R S P EC T I E F VO O R G R O N I N G E N
zelfstandig in staat de problemen op te lossen. Het mkb-programma moet ertoe leiden dat ondernemers weer het perspectief krijgen om te kunnen ondernemen en weer verder kunnen met hun leven. Uit het onderzoek van Gronings Perspectief blijkt 45 % van de door hen ondervraagde ondernemers in enige mate nadeel ervaart door de gaswinning. Verwacht wordt dat zo’n 3500 mkb-ondernemers een beroep op het programma gaan doen. In het rapport ‘Groningen boven gas’ geeft de commissie aan dat: ‘Mkb’ers ondervinden schade in de bedrijfsvoering. Het gaat bij deze bedrijven naast de fysieke schade aan het gebouw en waardedaling, ook om specifieke bijkomende kosten als inkomstenderving en hogere onkosten voor bijvoorbeeld herinrichting, deskundigen en personeelslasten. Mkb’ers kunnen hierbij op verschillende manieren hinder ondervinden of in de knel komen. Er kan onenigheid zijn over de beoordeling van de kosten. Bij ondernemers kan de uitbetaling van een schadevergoeding nadelige fiscale consequenties hebben, zoals een extra aanslag omdat het vermogen van de onderneming stijgt door de betaalde schadevergoeding of een wijziging in de btw-afdracht.’ Exemplarisch hiervoor is dat sinds juli 2021 al een pilot loopt voor verkochte bedrijfspanden uit Appingedam en Loppersum. Tot op heden is er nog geen steeds duidelijkheid voor deze ondernemers over een te vergoeden waardedaling.
Door het verbinden van bestaande loketten en het opzetten van regelingen biedt het mkb-programma een passende en flexibele oplossing voor de complexiteit van de problemen en de verscheidenheid aan vragen waar ondernemers mee kampen. Daar hoort bij dat we het programma ook zo laagdrempelig mogelijk willen houden en dat de (met name kleine) mkb’ers gefaciliteerd worden in hulp. Vanuit het budget voor de integrale programma’s is bij de bestuurlijke afspraken van 6 november 2020 een bedrag van € 11 miljoen beschikbaar gesteld voor het mkb-programma. Dit was toen al verre van voldoende maar was op dat moment het maximaal haalbare in de gesprekken met het Rijk. Om de mkb-ondernemers in het aardbevingsgebied te kunnen helpen moet het mkb-programma kunnen beschikken over de middelen die nodig zijn om ondernemers weer die toekomst te kunnen bieden die ze, wanneer hen de ellende van de aardbevingen niet ten deel was gevallen, ook hadden ervaren zoals iedere andere ondernemer in de rest van Nederland. Wij willen dat: ● Iedere mkb-ondernemer uit het aardbevingsgebied via het mkb-programma geholpen wordt en het Rijk, in vertrouwen dat de regio het beste weet hoe en waarmee mkb-ondernemers geholpen worden, hiervoor een ongelimiteerd budget beschikbaar stelt.
E R E S C H U L D : H E R ST E L E N P E R S P EC T I E F VO O R G R O N I N G E N
SUBSIDIEREGELINGEN WAARDEVERMEERDERINGSREGELING Voor de waardevermeerderingsregeling (€ 4000,- subsidie bij meer dan € 1000,erkende schade) heeft de staatssecretaris een nieuwe aanpak voorgesteld die op geen enkele manier bij de uitkomsten van de parlementaire enquête past. De vergoeding is alleen nog beschikbaar als iemand tenminste een jaar heeft moeten wachten op een schadebesluit. Hier zijn we als regio niet in gekend en wij zijn het er ook niet mee eens. Dit houdt een versobering van de regeling in waardoor minder inwoners recht hebben op deze bijdrage. We vinden het onverteerbaar dat inwoners pas in aanmerking komen voor de regeling wanneer het IMG beslistermijnen voor het schadebesluit overschrijdt.Ook het IMG is niet blij met de wijziging. De bestaande regeling wordt uitgehold en met oneigenlijke argumenten ingeperkt. De motivatie is bovenal gelegen in de kosten van de regeling. De regeling is juist een van de weinige regelingen die generiek van aard is en laagdrempelig. Op verschillende momenten heeft de regio (overheden en maatschappelijke organisaties) zich hier hard voor gemaakt (zie boek 4 van ‘Groningers boven gas’). Een inperking sluit daarom niet aan bij de conclusies en aanbevelingen uit de parlementaire enquête Groningen. Bovendien leidt het tot nieuwe verschillen in de regio.
De staatssecretaris geeft aan zich in te willen zetten voor het oplossen van ontstane verschillen. Dat begint met zelf geen nieuwe verschillen te creëren. De regio ziet daarom maar éénoplossing: een ongewijzigde voortzetting zolang als de schadeafhandeling loopt waarbij het kosten aspect voor het Rijk geen rol mag spelen. Wij willen dat: ● De waardevermeerderingsregeling ongewijzigd gecontinueerd wordt; ● iedere inwoner meterkende schade automatisch de subsidie voor de waardevermeerderingsregeling ontvangt (brengen van de subsidie).
SUBSIDIE VVG UITBREIDING GEBIED BLOK E De huidige VVG 10.000 regeling (Blok E) is gekoppeld aan het gebied dat valt onder de waardedalingsregeling van het IMG van 6 november 2020. De waardedalingsregeling is inmiddels door actualisatie uitgebreid. Het is daarom nodig om de toegevoegde postcodes ook toe te voegen aan het werkingsgebied van de huidige regeling VVG 10.000. Dan blijft de koppeling tussen het gebied van de waardedaling en het gebied van de VVG 10.000 regeling gelijk. Hiermee worden verschillen voorkomen. Daarnaast wil de regio het herstel van een ongelijke situatie die in het verleden is ontstaan in de noord-westzijde van het gebied (gemeente Het Hogeland). Ook deze postcodes moeten worden toegevoegd aan de VVG 10.000 regeling. In totaal gaat het om ca. 3000 adressen. Deze uitbreiding sluit aan bij de conclusies uit ‘Groningers boven gas’. Juist deze regeling heeft geleid tot een enorme commotie en heeft in niet geringe mate bijgedragen aan het beeld dat de rijksoverheid de inwoners (letterlijk!) in de kou liet staan. Zelfs bij deze regeling heeft het ministerie van EZK een voor de hand liggende uitbreiding niet ingevoerd maar verschuilt zich achter systeemargumenten.
Wij willen dat: ● Het gebied van de VVG 10.000 regeling wordt uitgebreid met de postcodes die door het IMG zijn toegevoegd aan de waardedalingsregeling; ● De postcodes aan de noordwestzijde van gemeente Het Hogeland die nu nog buiten de regeling vallen worden toegevoegd.
36
37
E R E S C H U L D : H E R ST E L E N P E R S P EC T I E F VO O R G R O N I N G E N
SPECIFIEKE KOSTEN VAN GEMEENTEN EN PROVINCIE OPENBARE RUIMTE EN LEEFBAARHEID De versterkingsoperatie heeft niet alleen gevolgen voor woningen maar ook voor de openbare ruimte in straten, wijken en dorpen. De bouwwerkzaamheden leiden tot schade aan bijvoorbeeld wegen en openbaar groen. Leidingen en riolering moet verlegd en aangepast worden. Deze gevolgen van de versterking komen volgens de bestuurlijke afspraken van 6 november 2020 voor rekening van het Rijk. De voortgang van de versterkingsoperatie zoals die door de NCG gerealiseerd wordt, is bepalend voor het moment dat de kosten gemaakt worden. Herstel van de openbare ruimte is alleen mogelijk na afronding van de versterking in een bepaalde straat, wijk of dorp. Door de vertraging van de operatie en de recente enorme prijsontwikkeling verwachten de gemeenten bij de uitvoering van het programma een fors tekort ten opzichte van eerder gemaakte afspraken. Gemeenten willen het herstel van de openbare ruimte en de verbetering ten behoeve van de leefbaarheid hand-in-hand laten gaan. Dat is één van de doelen van de gebiedsgerichte aanpak van de gemeenten. Dit is volledig in lijn met aanbeveling 2 van de parlementaire enquêtecommissie: de gebiedsgerichte aanpak is een aanpak van onderaf en gaat over meer dan huizen en stenen: het gaat over mensen en hun thuis. Het huis en de buurt waarin zij leven, samen met anderen.
De gemeenten willen daarom dat de dekking van de inpassingskosten en de verbreding naar leefbaarheid onderdeel zijn van de nieuwe afspraken over een toevoeging aan het gemeentefonds. Alleen op deze manier kan een bureaucratische en technocratische aanpak voorkomen worden. Wij willen dat: ● Herstel van de openbare ruimte en verbetering van de leefbaarheid hand-in hand gaan; ● Er voldoende budget is om dit mogelijk te maken.
INZET LOKALE OVERHEDEN EN PROVINCIE De aardbevingsvraagstukken leggen al jaren een fors beslag op de gemeentelijke en provinciale organisaties. Het vraagt een goede kennis van het dossier en een grote inzet onder vaak hoge tijdsdruk met voortdurend wisselende uitgangspunten en afspraken. Inwoners die vragen hebben of vastlopen in het systeem doen met regelmaat een beroep op de gemeente. Ook de sociale gevolgen hebben een enorme impact op de taken en medewerkers van de lokale overheden. Alle gemeenten en de provincie hebben daarom teams ingesteld voor de aardbevingsvraagstukken en de gevolgen daarvan voor de inwoners. Het spreekt voor zich dat de overheden - die het financieel toch al niet ruim hebben - niet in staat zijn deze extra kosten te dragen. Bovendien blijkt nadrukkelijk uit de parlementaire enquête dat de gemeenten geen enkele sturingsmogelijkheden hebben in het winningsbeleid maar wel opdraaien voor de negatieve gevolgen. Een zeer ruimhartige dekking van de ambtelijke inzet is daarom noodzakelijk. In 2020 hebben de gemeenten afspraken gemaakt over dekking van deze inzet t/m 2024. Het is nu tijd om deze afspraak te verlengen: zo lang als nodig en zo veel als nodig is. De huidige afspraak met gebruik van Specifieke Uitkeringen (SPUKS) vergt een grote mate van bureaucratie bij aanvraag en verantwoording van deze kosten.
De gemeenten en de provincie willen daarom dat de dekking van deze kosten onderdeel is van de nieuwe afspraken over een toevoeging aan het gemeente- en provinciefonds. Alleen op deze manier kan onnodige bureaucratie voorkomen worden.
38
Wij willen dat: ● Er via het gemeente- en provinciefonds voldoende budget is om de kosten te dekken van de gemeentelijke- en provinciale ambtelijke inzet .
FOTOGRAFIE: Alex Wiersma, provincie Groningen Diepzeekonijn Marieke Kijk in de Vegte Stella Dekker fotografie Wilco van der Laan Fotografie Xander Brinkman, provincie Groningen