CConstaterende datMidden-Groningen
Koppel je AI →
Document · PDF

AANGEPAST Slochteren - Hoofdweg 200 202 - bijlagen bij motivering

Raadsvergadering 30 oktober 2025, gemeente Midden-GroningenBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling wijzigingsbesluit omgevingsplan Slochteren - Hoofdweg 200/20219.436 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Traject (m -mv)

Waargenomen bijzonderheden

M1

0,05 - 0,5

Geen

M2

0,3 - 0,5

M3

0,5 - 1,5

M6

1,5 - 2,0

Kwaliteitsklasse

Industrie

Matig verontreinigd

Sterk verontreinigd

-

Minerale olie

-

-

Geen

Lood

-

-

-

L/N

L/N

Sporen puin

Lood, PAK Zink

-

-

WO

IND

Geen

-

-

-

L/N

L/N

Wonen

-

locatie T102

afvoer T101

WO

IND

Grondmengmonster M1 valt op basis van het aangetoonde minerale oliegehalte in kwaliteitsklasse ‘wonen’ voor toetsing T102 en ‘industrie’ voor toetsing T101. Grondmengmonster M2 valt in kwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’. Grondmengmonster M3 (mengmonster ondergrond met sporen puin) valt onder T102 (grond op locatie) in wonen. En onder T101, op basis van het gehalte aan zink, in kwaliteitsklasse ‘industrie’. De lichte verontreinigingen zijn mogelijk te relateren aan de bijmenging met sporen puin. In grondmengmonster M6 (ondergrond zonder bodemvreemde bijmengingen) zijn geen verontreinigingen aangetoond. Deze grond valt in kwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’. De kwaliteit van de bovengrond met betrekking tot lood voldoet aan de GGD-richtlijn (gehalte onder 90 mg/kg ds). Voor PFAS-verbindingen zijn in het 'Handelingskader voor hergebruik van PFAS houdende grond en baggerspecie' voorlopige achtergrondwaarden en toepassingswaarden vastgesteld. Deze waarden worden gehanteerd bij het toepassen van diffuus met PFAS verontreinigde grond. Er zijn nog geen interventiewaarden vastgesteld maar wel zogeheten Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreiniging (INEV). Deze zijn bedoeld om vast te stellen of sprake is van een lokale verontreiniging waarvoor sanering noodzakelijk is.

De toetsingsresultaten van de grondanalyses op PFAS zijn in de volgende tabel samengevat weergegeven waarbij ook de eventuele bodemvreemde bijmengingen in het (meng)monster zijn weergegeven.

222159/R03

9/13

Tabel 13: Overzicht analyseresultaten en toepassingsbeperkingen PFAS Monstercode

Traject (m -mv)

Gehalte (in µg/kg d.s.)1 Beperking voor toepassing elders3

PFOA-som

PFOS-som

Overige PFAS2

Achtergrondwaarde:

1,9

1,4

1,4

Geen beperking

Toepassingsnorm:

7,0

3,0

3,0

Toepasbaar als klasse wonen/industrie

INEV4:

60

59

Niet toepasbaar, in beginsel noodzaak sanering

M4

0,07 - 0,5

0,1

0,3

<0,1

Geen beperking

M5

0,05 - 0,5

0,1

0,2

<0,1

Geen beperking

1

bij een organisch stofgehalte tussen 10% en 30% is een bodemtypecorrectie toegepast

2

hoogste gehalte van een individuele stof

3

uitgegaan is van toepassing buiten grondwaterbeschermingsgebied. Voor toepassing binnen grondwaterbeschermingsgebied mogen de gehalten aan PFAS niet hoger zijn dan de aldaar aanwezige gebiedskwaliteit. Als deze niet bekend is of vast te stellen is, dan geldt de bepalingsgrens van 0,1 µg/kg d.s.

4

Indicatief Niveau voor Ernstige Verontreiniging

Uit deze tabel blijkt dat er geen PFAS is aangetoond boven de achtergrondwaarden. Op basis van deze resultaten zijn er met betrekking tot PFAS geen beperkingen voor de toepassing elders van deze grond met uitzondering van toepassing binnen grondwaterbeschermingsgebieden. Asbest In het analysemonster met sporen puin ter plaatse van boring 01 en 07 in de ondergrond is geen asbest aangetoond. Opgemerkt wordt dat het resultaat als indicatief moet worden beschouwd, omdat het een samengesteld mengmonster betreft uit boringen en niet uit inspectiegaten of proefsleuven. Omdat er geen asbest is aangetoond kan het resultaat als voldoende representatief worden beschouwd.

5.2.2 Grondwater De toetsingsresultaten van de grondwateranalyse zijn in de volgende tabel samengevat weergegeven. De signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering geldt onder de Omgevingswet en is gelijk aan de interventiewaarde van grondwater onder de voormalige Wet bodembescherming. De streefwaarde, triggerwaarde (of tussenwaarde) en de interventiewaarde gelden alleen nog onder het overgangsrecht Wet bodembescherming. Overgangsrecht geldt voor verontreinigingen waarvoor onder de Wet bodembescherming ingestemd is met een saneringsplan of spoedeisendheid vastgesteld is. Het overgangsrecht is ook van kracht op ingediende BUSmeldingen en op verontreinigingen die zijn ontstaan tussen 1-1-1987 en 1-1-2024. Tabel 14: Overschrijdingstabel analyseresultaten grondwater Overschrijding van de Monstercode

Traject (m -mv)

Waargenomen bijzonderheden

01-1-1

2,9 - 3,9

Geen

streefwaarde2 (index1 < 0,5)

triggerwaarde2 (index1 >0,5)

Nikkel (0,05) Molybdeen (-)

-

-

= geen parameters in gehalten boven de betreffende toetsingswaarden aangetoond

1

Index = (gestandaardiseerde meetwaarde - streefwaarde) / (interventiewaarde - streefwaarde)

2

Normen onder overgangsrecht Wet bodembescherming

3

Norm onder Omgevingswet

interventiewaarde2 (index1 >1) signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering3 -

Aangezien er geen directe relatie is tussen de zeer licht verhoogde concentraties aan nikkel en molybdeen en het gebruik van de locatie, en ervoor zover bekend geen bron aanwezig is in de directe omgeving, is de verhoogde concentratie waarschijnlijk van nature in het grondwater aanwezig.

222159/R03

10/13

Toetsing aan de hypothese Chemische parameters (NEN 5740) De hypothese 'verdachte locatie met diffuse bodembelasting' wordt aangenomen omdat in de grond plaatselijk stoffen zijn aangetoond in gehalten boven de kwaliteitseis ‘landbouw/natuur’. Asbest De hypothese ‘verdachte locatie’ wordt verworpen omdat geen asbest is aangetoond in de bodem met sporen puin.

Toetsing aan de noodzaak tot nader onderzoek Chemische parameters (NEN 5740) De onderzoeksresultaten sluiten echter in voldoende mate uit dat sprake is van een overschrijding van de interventiewaarde, omdat ten hoogste overschrijdingen van kwaliteitsklasse wonen (klasse industrie) zijn aangetoond en de aangetoonde gehalten liggen ruim onder de interventiewaarde. Ondanks het lage afpompdebiet is bij de monstername van het grondwater een troebelheid gemeten die hoger is dan de gewenste 10 NTU. Aangezien geen verontreinigingen zijn aangetoond in concentraties waarvoor nader onderzoek nodig wordt geacht, is er geen aanleiding voor herbemonstering van het grondwater. Asbest Omdat geen asbest is aangetoond in de bodem, is er geen aanleiding voor het uitvoeren van nader onderzoek en/of sanerende maatregelen.

222159/R03

11/13

6

SAMENVATTING, CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

In opdracht van de gemeente Midden-Groningen is door Ortageo Nederland B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie Hoofdweg 202 - 204 in Slochteren (gemeente Midden-Groningen). Aanleiding en doel De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen aankoop van het onroerend goed. Het doel van het onderzoek is om vast te stellen of er door een eventuele bodemverontreiniging consequenties zijn voor de voorgenomen transactie. Wettelijk kader Het onderzoek is uitgevoerd conform de vigerende NEN-normen en voldoet aan de geldende wet- en regelgeving betreffende de kwaliteit van de uitvoering van milieuhygiënisch bodemonderzoek. Strategie Chemische parameters (NEN 5740) De locatie is onderzocht volgens de strategie voor een 'diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming' (VED-HE-NL). Om inzicht te krijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de ondergrond is voor de ondergrond deze strategie gecombineerd met de strategie voor een 'onverdachte niet-lijnvormige locatie' (ONV-NL). Dat betekent dat één of meerdere boringen dieper zijn doorgezet en ook de onverdachte ondergrond analytisch is onderzocht. Sinds 8 juli 2019 heeft het Ministerie verplicht dat grond die wordt afgevoerd en elders wordt toegepast, onderzocht is op PFAS.

Omdat op deze locatie (mogelijk) grond moet worden afgevoerd, is het laboratoriumonderzoek uitgebreid met PFAS. Asbest In verband met het aantreffen van puindeeltjes in ondergrond van boorlocaties 01 en 07, is op deze locaties een proefgat gegraven voor onderzoek naar het voorkomen van asbestverdacht materiaal. In het veld is van de puinhoudende ondergrond een mengmonster samengesteld. Resultaten en conclusies Op basis van het uitgevoerde onderzoek blijkt het volgende: • Op twee boorlocaties zijn in de ondergrond sporen puin waargenomen. • Grond op locatie (ontvangende bodem): de boven- en ondergrond valt in kwaliteitsklasse wonen en landbouw/natuur. • Toepassen op of in landbodem (in geval bij grondafvoer): de boven- en ondergrond valt in industrie en landbouw/natuur. • In het grondwater zijn geen stoffen aangetoond boven de signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering. • Visueel is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen en analytisch is geen asbest aangetoond. De interventiewaarde grond en de signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering worden niet overschreden. De aangetoonde milieuhygiënische bodemkwaliteit levert geen belemmeringen op voor de geplande transactie. Er zijn geen beperkingen voor nieuwbouw. De kwaliteit van de bovengrond met betrekking tot lood voldoet aan de GGD-richtlijn.

222159/R03

12/13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16146659/1