CConstaterende datMidden-Groningen
Koppel je AI →
Document · PDF

422.1 Bijlage 1 - Programma Uitvoering en Handhaving Fysieke Leefomgeving 2026 Midden-Groningen

Raadsvergadering 25 juni 2026, gemeente Midden-GroningenBij agendapunt: Raadsbrieven14.978 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

6.3.7 Afbakening en onzekerheden De capaciteitsanalyse kent onvermijdelijk onzekerheden. Deze hangen onder meer samen met fluctuaties in marktgestuurd werk, incidenten en piekbelasting en nieuwe wettelijke en/of bestuurlijke opgaven die gedurende het jaar kunnen ontstaan. Daarom wordt gewerkt met bandbreedtes en jaarschijven. De analyse biedt geen exacte voorspelling, maar een onderbouwd en een zo goed als mogelijk realistisch beeld van de verhouding tussen werkzaamheden en beschikbare capaciteit. De conclusies en bestuurlijke keuzes die hieruit volgen, worden uitgewerkt in de afsluitende paragrafen van dit hoofdstuk.

6.4 Beschikbare capaciteit versus benodigde inzet marktgestuurde werkzaamheden Marktgestuurde werkzaamheden vormen het grootste en meest bepalende onderdeel van de capaciteitsbehoefte binnen VTH. De benodigde inzet wordt rechtstreeks bepaald door het verwachte volume aan aanvragen, meldingen, toezicht, signalen en bijbehorende handhaving. Deze inzet is daardoor slechts beperkt beïnvloedbaar. Voor 2026 is de benodigde inzet geraamd op basis van gerealiseerde aantallen en ervaringsgegevens, met een doorkijk naar de effecten van de Omgevingswet en Wkb. De aard van het werk is daarbij verschoven richting meer vooroverleg, afstemming en procesbegeleiding. De totale werklast blijft echter substantieel. Zie hiervoor hoofdstuk 5. De vergelijking tussen de benodigde inzet en de beschikbare capaciteit wordt hieronder per taakveld toegelicht.

30

Vergunningverlening De marktgestuurde werkzaamheden binnen vergunningverlening bestaan onder meer uit conceptverzoeken, omgevingsvergunningen, meldingen en intrekkingen. Op basis van de verwachte aantallen en de bijbehorende uren is de benodigde inzet voor 2026 berekend. In de onderstaande tabel is de benodigde inzet afgezet tegen de beschikbare capaciteit binnen vergunningverlening. Verwacht in 2026 - marktgestuurd

Aantal

Uren

FTE

Conceptverzoek (vooroverleg)

200

2.600

1,89

Omgevingsvergunning

452

6.117

4,44

Informatieplicht stikstofemissie bij bouw- en sloopwerkzaamheden

40

20

0,01

Intrekken Omgevingsvergunning

15

570

0,41

Melding brandveilig gebruik

22

110

0,08

Sloopmelding (geen asbest)

80

320

0,23

Integrale casus- en procesbehandeling

-

1.266

0,92

809

11.003

7,99

- Bouwtechnisch, gevolgklasse I (74) - Bouwtechnisch gevolgklasse II & III (28) - Omgevingsplanactiviteit (Opa) (205) - Buitenplanse omgevingsactiviteit (Bopa) (35) - Slopen (géén melding) (12) - Opbreken en graven (30) - Alarminstallatie (1) - Kappen en vellen van bomen (61) - Roerende goederen (2) - Rijksmonument (4) 31

Totaal FTE beschikbaar

Uren

FTE 9.797

FTE benodigd versus beschikbaar Totaal Tabel vergunningen

Benodigd 7,99

Beschikbaar 7,12

7,12 Som - 0,87

Toezicht Het marktgestuurde toezicht omvat zowel regulier bouwtoezicht als toezicht dat voortvloeit uit meldingen, klachten en handhavingsverzoeken. Hieronder valt ook administratief toezicht in het kader van de Wkb. Ook voor dit taakveld is de benodigde inzet bepaald op basis van verwachte aantallen en ervaringscijfers. De onderstaande tabel laat zien hoe de benodigde inzet zich verhoudt tot de beschikbare capaciteit binnen toezicht. Product

Aantal

Uren

FTE

Ad hoc controle

350

1.400

1,02

AOS-controle

85

510

0,37

Bestuursdwangcontrole

6

12

0,01

Bouwmelding Wkb (risicobeoordeling en borgingsplan)

400

600

0,43

Controle brandveilig gebruik

35

70

0,05

Controle n.a.v. handhavingsverzoek

45

135

0,10

Dwangsomcontrole

83

166

0,12

Gedoogcontrole

3

6

0,01

Gereed melding Wkb (dossier bevoegd gezag)

300

300

0,22

Klacht

10

20

0,01

Klachtcontrole

10

20

0,01

Toezicht

145

1.160

0,85

Toezicht Wkb

400

1.200

0,87

WOZ-controle

350

350

0,25

-

821

0,60

2.222

6.770

4,92

Integrale casus- en procesbehandeling Totaal FTE beschikbaar

Uren

FTE 6.426

FTE benodigd versus beschikbaar Totaal Tabel toezicht

Benodigd 4,92

Beschikbaar 4,67

4,67 Som - 0,25

32

Handhaving De marktgestuurde handhaving bestaat uit handhavingsverzoeken, bezwaar- en (hoger)beroepsprocedures en de uitvoering van bestuursrechtelijke maatregelen. Deze werkzaamheden volgen direct uit signalen en toezicht en zijn daarmee in hoge mate afhankelijk van externe instroom. In de onderstaande tabel is de benodigde inzet voor handhaving afgezet tegen de beschikbare juridische capaciteit, inclusief de toegerekende inzet van cultuurhistorie. Product

Aantal

Uren

FTE

Beroep

10

600

0,43

Bezwaarschriftenprocedure

50

900

0,65

Gedogen

3

9

0,01

Handhavingsverzoek

45

405

0,29

Hoger beroep

2

120

0,09

Innen dwangsom

7

42

0,03

Intrekken dwangsom

76

114

0,08

Last onder bestuursdwang

6

210

0,15

Last onder dwangsom

83

2.490

1,81

Toepassen bestuursdwang

1

20

0,01

Voorlopige voorziening

6

162

0,11

Zienswijze

2

3

0,01

Integrale casus- en procesbehandeling

-

663

0,48

287

5.738

4,17

Totaal

33 FTE beschikbaar

Uren

FTE 3.523

FTE benodigd versus beschikbaar Totaal Tabel handhaving

Benodigd 4,17

Beschikbaar 2,56

2,56

Som - 1,61

6.4.1 Conclusie marktgestuurde werkzaamheden Uit de analyse blijkt dat marktgestuurde werkzaamheden in 2026 structureel een groot beslag leggen op de beschikbare capaciteit binnen vergunningverlening, toezicht en handhaving. Het aantal aanvragen, meldingen, controles en handhavingsverzoeken wordt grotendeels van buitenaf bepaald. Hierop is slechts beperkte sturing mogelijk. Bij vergunningverlening is de beschikbare capaciteit onvoldoende. Hierdoor is de uitvoering gevoelig voor pieken in het werkaanbod en voor een toenemende complexiteit van aanvragen. Zonder de huidige extra inzet lopen doorlooptijden op en komt de kwaliteit onder druk te staan. Ook bij handhaving is de benodigde inzet groter dan de beschikbare capaciteit. Het werk is onvoorspelbaar en bestaat vaak uit lange, juridisch intensieve trajecten. Hierdoor ontstaan snel werkvoorraden en neemt de druk op termijnen toe. Ook met de huidige extra inzet blijft de capaciteit kwetsbaar. Voor toezicht lijkt de beschikbare capaciteit op papier nagenoeg toereikend. In de praktijk is er echter geen ruimte om schommelingen, extra taken of onverwachte instroom op te vangen. De beschikbare capaciteit, inclusief extra inzet, wordt volledig benut. Daardoor is ook de uitvoering van toezicht kwetsbaar. Samengevat: -

marktgestuurde werkzaamheden bepalen structureel het grootste deel van de inzet; de tekorten zijn het grootst bij vergunningverlening en handhaving; toezicht is vrijwel sluitend, maar mist ruimte om tegenvallers op te vangen.

Deze analyse vormt de basis voor de integrale conclusie in paragraaf 6.7.

6.5 Wettelijke verplichte basistaken (niet-marktgestuurd) Naast marktgestuurde werkzaamheden en de prioriteiten uit de U&HS voert VTH wettelijk verplichte basistaken uit die niet afhankelijk zijn van aanvragen of meldingen. Deze werkzaamheden vloeien rechtstreeks voort uit wet- en regelgeving en maken onderdeel uit van de verantwoordelijkheid van de gemeente. De inzet hierop is niet facultatief, maar kent wel beperkte sturingsruimte in tempo en fasering. Kenmerkend voor deze taken is dat zij:    

niet marktgestuurd zijn; structureel terugkeren of ontstaan door gewijzigde wetgeving; actieve, vaak programmatische inzet vragen, zoals signalering, toezicht en handhaving; niet vanzelfsprekend zijn te ramen in aantallen of uren op basis van historische productie.

Voorbeelden van deze taken zijn toezicht en handhaving op energie- en verduurzamingsverplichtingen, zoals de energielabel-C-verplichting voor kantoren. Ook andere wettelijke taken die voortvloeien uit landelijke of Europese regelgeving, de Omgevingswet en de Wkb vallen hieronder, voor zover deze niet aanvraaggestuurd zijn. In dit PUH zijn deze wettelijk verplichte basistaken expliciet opgenomen als onderdeel van de planning. De benodigde inzet is op dit moment nog niet gekwantificeerd in uren of FTE. Voor 2026 worden deze taken eerst nader uitgewerkt in afzonderlijke plannen van aanpak, waarin scope, fasering en uitvoeringsgevolgen worden vastgesteld. Op basis daarvan kan een bewuste bestuurlijke afweging worden gemaakt over uitvoering en inzet, in samenhang met andere werkzaamheden binnen VTH.

34

6.6 U&HS werkzaamheden (de vier prioriteiten) De inzet op de prioriteiten uit de U&HS betreft aanvullende werkzaamheden bovenop het marktgestuurde werk en de wettelijk verplichte basistaken. Deze inzet volgt uit bestuurlijke keuzes, gebaseerd op risico’s voor veiligheid, leefbaarheid en onomkeerbare schade aan de fysieke leefomgeving. De inhoudelijke onderbouwing, doelen, aanpak en focus voor 2026 zijn uitgewerkt in hoofdstuk 5.4 en vastgelegd per prioriteit. In dit hoofdstuk wordt uitsluitend inzicht gegeven in de benodigde inzet in uren en FTE, om zichtbaar te maken wat de prioriteiten vragen aan capaciteit binnen het primaire proces. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen: – –

ideale inzet: de capaciteit die nodig zou zijn om de prioriteiten volledig en conform de ambitie uit de U&HS uit te voeren; realistische inzet (jaarschijf 2026): de inzet die in 2026 als maximaal uitvoerbaar wordt ingeschat, binnen een reeds overbelaste formatie en onder voorwaarde van voortdurende prioritering binnen het primaire proces.

Ideale inzet U&HS-prioriteiten FTE’s

Vergunningen

Toezicht

Handhaving

Specialisten, administratie en coördinatie

Totaal

1. Constructieve en brandveiligheid

0,40

1,50

0,50

0,60

3,00

2. Verpauperde panden

0,30

2,00

0,70

0,50

3,50

3. Illegale bewoning en splitsing

0,30

1,10

1,10

0,20

2,70

4. Erfgoed en karakteristiek

1,10

1,00

0,30

0,40

2,80

Totaal

2,10

5,60

2,60

1,70

12,0035

Tabel ideale inzet De ideale inzet is richtinggevend, maar met de huidige formatie en beschikbare middelen niet realistisch en niet haalbaar. Realistische inzet U&HS-prioriteiten FTE’s

Vergunningen

Toezicht

Handhaving

Specialisten, administratie en coördinatie

Totaal

1. Constructieve en brandveiligheid

0,15

0,45

0,15

0,45

1,20

2. Verpauperde panden

0,15

0,30

0,15

0,10

0,70

3. Illegale bewoning en splitsing

0,50

0,70

0,70

0,20

2,10

4. Erfgoed en karakteristiek

0,25

0,20

0,10

0,25

0,80

Totaal

1,05

1,65

1,10

1,00

4,80

Tabel realistische inzet – primair proces 3,8 FTE - primair proces inclusief ondersteuning 4,8 FTE De realistische inzet vormt de jaarschijf 2026 binnen meerjarige opgaven. De verdeling sluit aan bij de uitwerking van de afzonderlijke prioriteiten en volgt de inhoudelijke zwaarte per prioriteit en taakveld.

De vergelijking tussen de ideale en de realistische inzet laat zien dat niet alle ambities uit de U&HS gelijktijdig kunnen worden gerealiseerd. Deze spanning wordt hier niet beoordeeld, maar betrokken bij de integrale conclusie over capaciteit in paragraaf 6.7.

6.7 Integrale conclusie capaciteit De capaciteitsanalyse in dit hoofdstuk laat zien hoe de beschikbare uitvoerende lijncapaciteit binnen het primaire proces zich verhoudt tot de werkzaamheden die in 2026 moeten worden uitgevoerd. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen marktgestuurde werkzaamheden, wettelijk verplichte basistaken en de prioriteiten uit de U&HS. De beschikbare lijncapaciteit waarop dit PUH is gebaseerd, is in belangrijke mate afhankelijk van tijdelijke inzet. Deze inzet is nodig om het huidige uitvoeringsniveau te realiseren, maar vormt geen structurele ruimte. Zonder omzetting van structureel gefinancierde tijdelijke inzet naar vaste formatie neemt het structurele tekort binnen vergunningverlening, toezicht en handhaving verder toe. 1. Marktgestuurde werkzaamheden Marktgestuurde werkzaamheden vormen het grootste deel van het primaire proces en zijn slechts beperkt beïnvloedbaar. Op basis van de verwachte aantallen en de bijbehorende inzet is in 2026 17,1 fte nodig. De beschikbare uitvoerende lijncapaciteit binnen het primaire proces bedraagt 14,4 fte. Dit betekent dat er, ook zonder inzet op prioriteiten, sprake is van een structureel tekort. Voor vergunningverlening en handhaving is dit tekort het grootst. De benodigde inzet overstijgt de beschikbare capaciteit per taakveld, waardoor de uitvoering kwetsbaar is voor pieken in het werkaanbod.

Zonder aanvullende inzet neemt de druk op doorlooptijden toe en neemt de kwaliteit af. Voor toezicht laat de beschikbare lijncapaciteit een nagenoeg sluitend beeld zien. Dit betekent echter niet dat sprake is van structurele ruimte. De beschikbare capaciteit wordt volledig benut en biedt nauwelijks ruimte om fluctuaties, extra werkzaamheden of onverwachte instroom op te vangen. Voor alle drie de taakvelden geldt dat: -

niet alle werkzaamheden met dezelfde diepgang of snelheid kunnen worden uitgevoerd; keuzes in de uitvoering feitelijk al op uitvoeringsniveau worden gemaakt; de ervaren werkdruk structureel hoog is; wettelijke doorlooptijden en kwaliteit voortdurend onder druk staan.

Het ogenschijnlijk sluitende beeld betekent daarmee geen robuuste situatie. De uitvoering is maximaal belast. Aanvullende opgaven kunnen niet worden opgevangen zonder gevolgen voor planning en uitvoering, of zonder uitbreiding van capaciteit en middelen. 1. Wettelijk verplichte basistaken Naast het marktgestuurde werk voert VTH wettelijk verplichte basistaken uit die niet aanvraaggestuurd zijn. Deze taken zijn in dit PUH benoemd, maar voor 2026 nog niet vertaald naar concrete capaciteit. Zij leggen wel extra druk op de beschikbare uitvoeringsruimte en beperken daarmee de ruimte voor andere werkzaamheden. 2. Prioriteiten uit de U&HS Voor de prioriteiten uit de U&HS is onderscheid gemaakt tussen een ideale inzet en een realistische jaarschijf voor 2026. De ideale inzet bedraagt circa 12,0 FTE en laat zien wat nodig zou zijn om de prioriteiten volledig en conform de ambities uit de U&HS uit te voeren. Deze inzet is met de huidige formatie en middelen niet haalbaar. Voor 2026 is daarom een realistische inzet bepaald van circa 3,8 FTE tot 4,8 FTE inclusief toegerekende specialistische en ondersteunende inzet. Afhankelijk van de afbakening van ondersteunende en regisserende werkzaamheden. Deze inzet betreft geen additionele capaciteit, maar inzet binnen een reeds overbelaste formatie.

36

Daarbij geldt dat: – –

de marktgestuurde werkzaamheden op zichzelf al niet volledig passen binnen de beschikbare capaciteit; inzet op U&HS-prioriteiten in de praktijk alleen mogelijk is door fasering, het accepteren van langere doorlooptijden, tijdelijke inhuur of het bewust beperken van andere werkzaamheden.

De realistische inzet voor 2026 moet daarom worden gezien als een bestuurlijk gekozen jaarschijf binnen meerjarige opgaven. Niet alle ambities uit de U&HS kunnen gelijktijdig worden gerealiseerd. Per prioriteit zijn keuzes gemaakt in tempo, schaal en diepgang.

6.8 Samenvattende conclusie en bestuurlijke keuzeruimte Binnen het primaire proces is 14,4 fte beschikbaar. Voor het marktgestuurde werk en de prioriteiten uit de U&HS is samen circa 20,9 fte nodig. Daarmee is sprake van een structureel tekort van circa 6,5 fte. De huidige uitvoeringspraktijk is in hoge mate afhankelijk van tijdelijke en structurele inhuur. Zonder deze inzet is het werk niet uitvoerbaar. Ook met deze inzet blijft de situatie kwetsbaar. Deze afhankelijkheid brengt risico’s met zich mee voor de continuïteit, de kwaliteit van de uitvoering en de bestuurbaarheid. Het marktgestuurde werk vraagt op zichzelf al meer capaciteit dan beschikbaar is. Het team kan dit werk alleen uitvoeren door voortdurend keuzes te maken, werkzaamheden te faseren en de beschikbare inzet maximaal te benutten. De inzet op de prioriteiten uit de U&HS komt daar bovenop en vindt plaats binnen een al overbelaste formatie. Voor de uitvoering van de U&HS-prioriteiten is binnen het primaire proces circa 3,8 fte nodig. Inclusief specialistische en ondersteunende inzet loopt dit op tot circa 4,8 fte. Deze inzet betreft geen extra capaciteit, maar moet worden geleverd binnen de bestaande formatie. Die formatie is daarvoor niet toereikend. In deze conclusie zijn de wettelijk verplichte basistaken niet meegenomen.

Wanneer deze taken zich voordoen, worden hiervoor afzonderlijke plannen van aanpak opgesteld. De uitkomsten laten zien dat het huidige uitvoeringsniveau alleen haalbaar is met voortdurende prioritering en fasering. De structurele tekorten blijven bestaan en maken de uitvoering kwetsbaar. Dit leidt tot bestuurlijke keuzeruimte op hoofdlijnen: -

langere doorlooptijden accepteren en werkzaamheden verder faseren; de inzet op prioriteiten uit de U&HS verder beperken of sterker temporiseren; beschikbare vacatureruimte benutten, openstaande formatieplaatsen structureel invullen en structurele extra inzet omzetten in vaste formatie; de capaciteit in het primaire proces uitbreiden, met gevolgen voor ondersteunende functies; sturing en coördinatie versterken, bijvoorbeeld door een coördinerende rol binnen vergunningverlening te beleggen.

Dit PUH maakt deze keuzes expliciet. De besluitvorming hierover bepaalt in hoeverre ambities, wettelijke verplichtingen en uitvoerbaarheid met elkaar in balans zijn.

37

FTE primair proces overzicht

38

7. Kwaliteit 7.1 Kader: kwaliteitscriteria 3.0 De kwaliteitscriteria 3.0 vormen de landelijke norm voor de uitvoering van VTH-taken. Deze criteria zijn vastgelegd in het Omgevingsbesluit en stellen eisen aan onder meer deskundigheid, kritieke massa, werkprocessen en de borging van kwaliteit. Voor de gemeente vormen de kwaliteitscriteria 3.0 het uitvoeringskader waarbinnen de VTH-taken worden uitgevoerd. Waar de U&HS richting geeft aan wat we doen en waar we prioriteiten leggen, bepalen de kwaliteitscriteria 3.0 hoe deze werkzaamheden op een verantwoorde en consistente wijze worden uitgevoerd. Het PUH brengt deze kaders samen. Het laat zien welke werkzaamheden worden uitgevoerd, aan welke kwaliteitseisen deze moeten voldoen en hoe planning en inzet hierop zijn afgestemd.

7.2 Stand van zaken kwaliteitsborging De kwaliteitsmeting medio 2025 laat zien dat de gemeente grotendeels voldoet aan de kwaliteitscriteria 3.0. De uitvoering van de VTH-taken is inhoudelijk op orde en voldoet grotendeels aan de gestelde normen. Tegelijkertijd zijn er aandachtspunten die relevant zijn voor de uitvoering in 2026. -

Kritieke massa: Op specifieke deskundigheidsgebieden, zoals constructieve veiligheid en bijzondere wetgeving, is sprake van kwetsbaarheid. De inzet is hier sterk persoonsafhankelijk. Dit leidt tot risico’s bij uitval, piekbelasting of de behandeling van complexe dossiers. Procescriteria: Werkprocessen zijn vastgelegd, maar nog niet overal volledig aangepast aan de Omgevingswet en de Wkb. Met name de gewijzigde rolverdeling, het procesgericht toezicht en de samenwerking met kwaliteitsborgers vragen om verdere doorontwikkeling. Competenties en ontwikkeling: De vakinhoudelijke basis is op orde. Structurele bij- en nascholing blijft noodzakelijk, onder meer op het gebied van nieuwe wetgeving, digitalisering en risicogericht werken.

Deze aandachtspunten geven richting aan verdere professionalisering en kwaliteitsverbetering.

7.3 Borging en doorontwikkeling De borging van de kwaliteitscriteria 3.0 vindt plaats via een afzonderlijk kwaliteitsdocument. In dit document staat: -

hoe de gemeente monitort of wordt voldaan aan de kwaliteitscriteria 3.0; hoe aandachtspunten en verbetermaatregelen worden opgepakt; hoe de gemeente periodiek bijstuurt.

Het kwaliteitsdocument wordt periodiek geactualiseerd en maakt onderdeel uit van de PDCA-cyclus. De jaarlijkse evaluatie van het PUH en de kwaliteitsmeting zijn hierin belangrijke onderdelen. In de uitvoering betekent dit concreet dat: -

werkzaamheden worden uitgevoerd door medewerkers met passende deskundigheid; dossiers uniform worden behandeld volgens vastgestelde werkprocessen; leerpunten uit evaluaties worden vertaald naar aanpassingen in werkwijzen, opleiding en inzet.

7.4 Relatie met planning en capaciteit Kwaliteit en kwaliteitsborging staan niet los van planning en capaciteit. De keuzes die in dit PUH worden gemaakt over prioritering, fasering en inzet hebben directe invloed op de mate waarin aan de kwaliteitscriteria 3.0 kan worden voldaan. De gemeente monitort daarom periodiek of de beschikbare capaciteit aansluit bij de eisen die de kwaliteitscriteria 3.0 stellen. Daarbij wordt beoordeeld of de inzet van medewerkers, deskundigheidsgebieden en kritieke massa voldoende is voor een kwalitatief verantwoorde uitvoering.

39

De uitkomsten worden vastgelegd en verantwoord in het afzonderlijke kwaliteitsdocument. Het PUH vormt hierbij het kader voor de uitvoering. De beoordeling van kwaliteit en capaciteit vindt plaats binnen de reguliere kwaliteits- en evaluatiecyclus. Zo blijft kwaliteitsborging structureel onderdeel van de uitvoering, zonder dat dit PUH vooruitloopt op conclusies over de toereikendheid van de beschikbare capaciteit. Met dit PUH is kwaliteitsborging integraal verbonden met analyse, planning, uitvoering en evaluatie. Daarmee is kwaliteit een vast onderdeel van de uitvoering in 2026 en van de verdere ontwikkeling van de VTH-taken.

40

8. Afstemming en samenwerking Een effectieve uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving vraagt om nauwe samenwerking. Dat geldt zowel intern binnen de gemeente als extern met (keten)partners. De U&HS benadrukt dat deze samenwerking structureel moet zijn geborgd. Dit PUH geeft hier concreet invulling aan.

8.1 Interne samenwerking Binnen de gemeente vindt structurele afstemming plaats tussen het team VTH voor Omgevingswetactiviteiten, het team Vergunningen en Veiligheid (V&V) voor APV en bijzondere wetten en het team Ruimtelijke en Economische Ontwikkeling (REO). Deze teams vervullen ieder een eigen rol, maar werken inhoudelijk nauw samen. -

Team REO ontwikkelt en bewaakt de ruimtelijke kaders. De teams VTH en V&V zorgen voor uitvoering, toezicht en handhaving binnen deze kaders.

Door deze afstemming bereidt de gemeente besluiten integraal voor, sluiten prioriteiten en capaciteit beter op elkaar aan en wordt voorkomen dat uitvoering en beleidsontwikkeling uit elkaar lopen.

8.2 Externe samenwerking Naast interne afstemming werkt de gemeente samen met ketenpartners om VTH-taken doelmatig uit te voeren. Belangrijke partners zijn: -

Omgevingsdienst Groningen (ODG): voor specialistische taken, met name op het gebied van milieuvergunningverlening en -toezicht. De samenwerking is vastgelegd in de gezamenlijke provinciale U&HS. Veiligheidsregio Groningen (VRG): voor advisering en toezicht op brandveiligheid, rampenbestrijding en gezamenlijke controles bij risicovolle objecten en bouwprojecten. Nationaal Coördinator Groningen (NCG): in het kader van de versterkingsopgave in het aardbevingsgebied, met intensieve afstemming tussen vergunningverlening en toezicht. Politie en GGD: bij taken op het snijvlak van leefbaarheid, veiligheid en gezondheid, met name in samenhang met APV-taken en handhaving; VTH-drieslag: voor het versnellen van het vergunningenproces binnen het aardbevingsgebied.

Daarnaast neemt de gemeente deel aan de provinciale ketensamenwerking Groningen, die is voortgekomen uit het Regionaal Programma Omgevingswet Groningen (RPOG). De vastgelegde werkafspraken en werkprocessen zorgen voor een uniforme werkwijze bij initiatieven, vergunningverlening en toezicht. Hoewel deze afspraken primair zijn gericht op milieu, past de gemeente ze ook toe bij integrale aanvragen.

8.3 Structurele borging Samenwerking en afstemming zijn geen losse activiteiten, maar een structureel onderdeel van de uitvoering van dit PUH. Dit gebeurt op twee niveaus: -

Strategisch niveau: afspraken over doelen, prioriteiten en inzet zijn vastgelegd in de U&HS en uitgewerkt in dit PUH. Operationeel niveau: de dagelijkse samenwerking vindt plaats via casusoverleggen, gezamenlijke controles en structurele informatie-uitwisseling met interne teams en (keten)partners.

Door deze structurele borging is samenwerking een vaste randvoorwaarde voor de uitvoering van VTHtaken. Zij draagt direct bij aan de kwaliteit, samenhang en effectiviteit van de inzet in 2026.

41

9. Communicatie en transparantie Heldere communicatie en transparantie zijn belangrijk voor een effectieve uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Door duidelijk te communiceren over regels, verwachtingen en werkwijze bevordert de gemeente de naleving en voorkomt zij misverstanden en onnodige handhavingssituaties. Dit hoofdstuk beschrijft hoe communicatie en transparantie zijn ingebed in de uitvoering van dit PUH.

9.1 Doel en uitgangspunten Communicatie binnen VTH is gericht op: -

het vergroten van voorspelbaarheid en rechtszekerheid voor inwoners en bedrijven; het bevorderen van naleving door tijdige en begrijpelijke informatie; het ondersteunen van een zorgvuldige en uitlegbare uitvoering richting bestuur en raad.

De gemeente stemt haar communicatie af op de fase waarin een initiatief of dossier zich bevindt. Waar mogelijk is de communicatie informerend en adviserend. Waar nodig treedt de gemeente handhavend op.

9.2 Communicatie richting inwoners en bedrijven Voor inwoners en bedrijven is duidelijkheid over procedures, eisen en doorlooptijden van groot belang. De gemeente communiceert hierover via: -

vooroverleg en toelichting bij vergunningaanvragen; schriftelijke besluitvorming met een duidelijke motivering; gerichte informatie bij toezicht en handhaving, inclusief uitleg over vervolgstappen.

Waar mogelijk zet de gemeente in op preventieve communicatie. Hiermee voorkomt zij overtredingen en weten initiatiefnemers vroegtijdig waar zij aan toe zijn.

9.3 Transparantie richting bestuur en raad De gemeente borgt transparantie richting bestuur en raad door: -

periodiek te rapporteren over voortgang en resultaten; jaarlijks het PUH te evalueren en hierover te rapporteren; inzicht te geven in de uitvoering van prioriteiten, wettelijke taken en marktgestuurd werk.

Op deze manier wordt zichtbaar hoe keuzes in planning en capaciteit in de praktijk uitwerken en waar bijsturing nodig kan zijn.

9.4 Samenhang met uitvoering en evaluatie Communicatie en transparantie zijn geen losstaand onderdeel, maar lopen mee in alle fasen van uitvoering, monitoring en evaluatie. In samenhang met het hoofdstuk 10. Evaluatie en rapportage borgt de gemeente dat: -

de uitvoering uitlegbaar is; resultaten inzichtelijk zijn; signalen uit de samenleving worden betrokken bij bijsturing.

Zo draagt communicatie bij aan vertrouwen, naleving en een consistente uitvoering van de VTH-taken.

42

10. Evaluatie en rapportage Dit hoofdstuk beschrijft hoe de uitvoering van het PUH wordt gevolgd, geëvalueerd en waar nodig bijgestuurd. Evaluatie en rapportage vormen het sluitstuk van het PUH en zorgen ervoor dat planning, uitvoering en capaciteit onderdeel zijn van één samenhangende beleidscyclus. Het doel van evaluatie en rapportage is drieledig: -

inzicht bieden in de voortgang en resultaten van de uitvoering; zichtbaar maken waar knelpunten, risico’s of capaciteitsvraagstukken ontstaan; een onderbouwde basis bieden voor bijsturing en bestuurlijke keuzes.

Hiermee verbindt dit hoofdstuk uitvoering, kwaliteit en bestuurlijke verantwoording.

10.1 Wettelijk kader en uitgangspunten Het Omgevingsbesluit verplicht gemeenten jaarlijks een uitvoeringsprogramma vast te stellen voor de VTH-taken en hierover verantwoording af te leggen. Evaluatie is daarmee een wettelijke verplichting en geen vrijblijvende activiteit. Deze verplichting borgt dat beleid, uitvoering en kwaliteitscriteria met elkaar in verbinding blijven. De evaluatie van dit PUH sluit aan bij: - de kwaliteitscriteria 3.0; - de BIG-8 beleidscyclus; - de U&HS. Evaluatie vindt plaats in begin 2027 op basis van feiten en signalen uit de uitvoering en is gericht op leren en verbeteren, naast verantwoording.

10.2 Werkwijze: de PDCA-cyclus Voor evaluatie en rapportage wordt gewerkt volgens de PDCA-cyclus (Plan-Do-Check-Act). Deze cyclus vormt het vaste raamwerk voor het volgen en verbeteren van de VTH-uitvoering. -

-

Plan: Vaststelling van doelen, prioriteiten en inzet in de U&HS en dit PUH. Do: Uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving conform planning, prioriteiten en beschikbare capaciteit. Check: Monitoring en evaluatie van voortgang, resultaten, knelpunten en risico’s. Act: Bijsturing van de uitvoering en, waar nodig, aanpassing van planning, prioriteiten of inzet in het volgende PUH en de U&HS.

Figuur PDCA-cyclus

43

10.3 Monitoring en rapportageniveaus De voortgang van de uitvoering wordt gevolgd via monitoring. Registratie van werkzaamheden vindt plaats in het VTH-zaaksysteem, dat leidend is voor sturing en verantwoording. De organisatie werkt aan verbetering van datakwaliteit en eenduidige registratie om de betrouwbaarheid van monitoring te vergroten. Er worden drie rapportageniveaus onderscheiden: I. II. III.

Operationeel: Periodieke rapportages met kerncijfers en trends per taakveld, gericht op sturing in de uitvoering. Tactisch: De jaarlijkse evaluatie van het PUH, waarin wordt verantwoord hoe de uitvoering bijdraagt aan de gestelde doelen en prioriteiten. Strategisch: Op basis van de evaluatie worden bestuurlijke keuzes gemaakt over prioriteiten, inzet en ambities, inclusief actualisatie van de U&HS.

10.4 Wat wordt gemonitord De evaluatie van dit PUH richt zich op: -

de voortgang op de prioriteiten uit de U&HS; de uitvoering van marktgestuurde werkzaamheden; de uitvoering van wettelijk verplichte basistaken; de inzet en beschikbaarheid van capaciteit.

Indicatoren worden alleen ingezet wanneer zij aantoonbaar bijdragen aan inzicht, analyse en bestuurlijke sturing.

10.5 Overzicht monitoring Dit overzicht is bedoeld als duiding en houvast. Het betreft geen uitputtende set indicatoren en vormt geen afzonderlijk verantwoordingskader. De feitelijke sturing en verantwoording vindt plaats via de reguliere rapportages en het jaarlijkse evaluatieverslag. Niveau

Focus

Wat wordt gevolgd

Doel

Operationeel

Uitvoering

Aantallen producten, werkvoorraad en doorlooptijden

Tijdig bijsturen in de uitvoering

Tactisch

PUH

Voortgang marktgestuurd werk, uitvoering U&HSprioriteiten, inzet t.o.v. planning

Inzicht in uitvoerbaarheid en knelpunten

Strategisch

Beleid

Trends, structurele tekorten, effecten van keuzes

Bijstelling U&HS en bestuurlijke keuzes

Overzicht monitoring en rapportage Toelichting De monitoring is primair gericht op sturing en leren, niet op afrekenen. De indicatoren worden jaarlijks geëvalueerd en waar nodig aangepast op basis van: -

beschikbaarheid en betrouwbaarheid van data; ontwikkelingen in wetgeving en uitvoering; bestuurlijke informatiebehoefte.

44

De inhoudelijke duiding van cijfers maakt nadrukkelijk onderdeel uit van de rapportage. Cijfers zonder context worden vermeden.

10.6 Context en ontwikkelfase Dit PUH is opgesteld in een fase waarin de uitvoering van VTH-taken sterk in ontwikkeling is. Sinds medio 2023 zijn bouw gerelateerde VTH-taken teruggehaald van de ODG, is het VTH-team opnieuw ingericht en zijn de Omgevingswet en de Wkb in werking getreden. Medio 2025 is het VTH-zaaksysteem geïmplementeerd en is live gegaan. De cijfers en ramingen zijn gebaseerd op de best beschikbare informatie en professionele inschattingen. Zij geven een realistisch beeld van de inzet en capaciteitsbehoefte, maar kennen nog niet overal een stabiele historische basis. Monitoring en evaluatie zijn daarom een integraal onderdeel van dit PUH. De eerste integrale evaluatie begin 2027 wordt benut om aannames, volumes en inzet te toetsen en waar nodig bij te stellen.

10.7 Betekenis voor bestuur en organisatie Evaluatie en rapportage maken inzichtelijk: -

of de beschikbare capaciteit past bij de gestelde ambities; waar structurele knelpunten ontstaan; welke keuzes nodig zijn bij nieuwe opgaven of toenemende druk.

Dit hoofdstuk biedt daarmee een transparant kader voor het gesprek tussen uitvoering, management en bestuur over haalbaarheid, prioritering en benodigde middelen. De inzichten uit de evaluatie en monitoring vormen tevens input voor de ontwikkelingen en vooruitblik zoals beschreven in hoofdstuk 11. Ontwikkelingen en vooruitblik. 45

11. Ontwikkelingen en vooruitblik De uitvoering van VTH-taken staan niet op zichzelf. Landelijke en lokale ontwikkelingen beïnvloeden het werk en bepalen mede de keuzes in dit PUH. Deze ontwikkelingen vormen het kader voor de uitvoering in 2026. In dit hoofdstuk staan de belangrijkste ontwikkelingen die richting geven aan de uitvoering van VTH. Keuzes over inzet en capaciteit die buiten dit PUH vallen, blijven hierbij buiten beschouwing.

11.1 Omgevingswet De Omgevingswet is sinds 1 januari 2024 van kracht. De wet vraagt om blijvende aanpassing van werkwijzen, werkafspraken en processen. Er ligt meer nadruk op samenhang, participatie en vroegtijdig overleg met initiatiefnemers en ketenpartners. In de praktijk betekent dit onder andere: -

meer inzet op vooroverleg en begeleiding; een nauwere samenhang tussen vergunningverlening, toezicht en handhaving; omgaan met doorontwikkeling en kinderziekten in systemen zoals het DSO.

Deze ontwikkeling leidt niet tot minder werk, maar tot andere werkzaamheden met een hogere complexiteit en een grotere behoefte aan afstemming.

11.2 Wet kwaliteitsborging voor het bouwen Sinds 2024 geldt de Wkb voor bouwactiviteiten in gevolgklasse 1. De rol van de gemeente is hierbij verschoven van directe bouwtoetsing naar: -

het beoordelen van borgingsplannen; het controleren van gereedmeldingen; procesgericht toezicht.

Dit vraagt om een duidelijke rolafbakening richting kwaliteitsborgers, goede monitoring en blijvende aandacht voor constructieve veiligheid en brandveiligheid. Landelijke evaluaties en jurisprudentie zorgen ervoor dat de Wkb zich blijft ontwikkelen, met gevolgen voor de uitvoeringspraktijk.

11.3 Beleidsontwikkelingen met impact op de VTH-uitvoering Naast de uitvoering binnen de kaders van dit PUH zijn er beleidsontwikkelingen in uitvoering of in voorbereiding die invloed hebben op het handelingsperspectief van VTH. Enkele van deze beleidsstukken zijn bij het opstellen van dit PUH nog vastgesteld. De beleidsontwikkelingen wijzigen de vastgestelde doelen en KPI’s uit de U&HS niet. Zij geven wel richting aan de wijze waarop VTH haar taken uitvoert. De effecten op de uitvoering worden betrokken bij de monitoring en evaluatie, zoals beschreven in hoofdstuk 10. I.

Beleidsregel intrekken omgevingsvergunningen

VTH werkt aan een beleidsregel voor het intrekken van omgevingsvergunningen die (langdurig) niet zijn benut. Dit beleidskader heeft als doel meer overzicht en actualiteit te brengen in de vergunningenvoorraad. Voor de uitvoering door VTH maakt deze beleidsregel het mogelijk om ongebruikte vergunningen actief te beëindigen. Hierdoor sluit de feitelijke werkvoorraad beter aan op de actuele situatie. Dit draagt bij aan een gerichtere inzet van toezicht en aan een betrouwbaarder beeld van lopende en relevante vergunningzaken. De uitvoering van dit beleid vraagt om een zorgvuldige procesinrichting. Administratieve ondersteuning speelt daarbij een belangrijke rol, onder meer bij signalering, dossiervorming en communicatie. De beleidsregel fungeert daarmee als randvoorwaardelijk instrument voor sturing en monitoring, zonder dat nieuwe wettelijke taken ontstaan.

46

II.

Beleidsregel bestaande bouw

Voor de aanpak van achterstallig onderhoud en de kwaliteit van bestaande bebouwing wordt door VTH gewerkt aan een beleidsregel bestaande bouw. Dit beleidskader biedt toezichthouders een uniform afwegingskader voor het beoordelen van gebreken aan bestaande bouwwerken en voor het aanschrijven daarvan. De beleidsregel is vooral van belang voor prioriteiten rond verpauperde panden en leefbaarheid. Binnen deze prioriteiten wordt gewerkt met een gefaseerde aanpak, waarin vrijwillige medewerking en projectmatige inzet centraal staan via het project ‘Verpauperde panden’. Leidt deze aanpak niet tot het gewenste resultaat, dan biedt de beleidsregel bestaande bouw het kader voor bestuursrechtelijk optreden door VTH. III.

Kamerverhuurbeleid

Binnen het beleidsveld Wonen wordt gewerkt aan een kamerverhuurbeleid. Dit beleid richt zich op de regulering van en het toezicht op kamergewijze verhuur. Het beleid raakt aan prioriteiten rond illegale bewoning, woningsplitsing en leefbaarheid. En ook aan prioriteit ‘Verpauperde panden’. Voor VTH biedt dit beleid een duidelijker toetsings- en handhavingskader bij signalen over kamerverhuur en bewoning. Het beleid bepaalt daarmee het handelingsperspectief van VTH, zonder vooruit te lopen op de omvang van de uitvoeringsinzet. De effecten van het kamer verhuurbeleid op VTH worden zichtbaar via de reguliere monitoring en vormen input voor toekomstige evaluaties en bestuurlijke afwegingen. IV.

Beleidsregel permanente bewoning vakantieparken

Voor de handhaving op permanente bewoning van recreatiewoningen geldt een afzonderlijke beleidsregel. Deze beleidsregel is bedoeld om permanente bewoning tegen te gaan op locaties waar dit planologisch niet is toegestaan. Tegelijkertijd beschermt deze beleidsregel de recreatieve functie van vakantieparken. De beleidsregel biedt VTH een duidelijk juridisch en bestuurlijk kader voor toezicht en handhaving. De beleidsregel maakt onderscheid tussen toegestane en niet-toegestane vormen van bewoning en beschrijft welke bestuursrechtelijke instrumenten worden ingezet bij overtredingen. Deze aanpak sluit aan bij de prioriteiten voor illegale bewoning en leefbaarheid uit de U&HS. De uitvoering vraagt vooral inzet van toezicht en handhaving. In de praktijk gaat het daarbij vaak om langdurige en juridisch complexe trajecten. De gevolgen van deze aanpak voor de werkvoorraad en de capaciteit van VTH volgen we via de reguliere monitoring. Deze informatie betrekken we bij de evaluatie van het PUH. V.

Ligplaatsregels

Voor het innemen van ligplaatsen binnen de gemeente Midden-Groningen gelden de ligplaatsregels en de Verordening liggelden. Deze kaders reguleren het gebruik van ligplaatsen en zijn gericht op het voorkomen van ongewenst gebruik en het waarborgen van orde en rechtmatigheid in de openbare ruimte. Voor de uitvoering is een taakverdeling afgesproken tussen de afdelingen Openbare Orde en Veiligheid (OOV) en Vergunningen, Toezicht en Handhaving (VTH). Het feitelijk toezicht op de naleving wordt uitgevoerd door boa’s en handhavers van OOV. De juridische afhandeling van overtredingen, waaronder bestuursrechtelijke procedures en bezwaar- en beroepszaken, ligt bij VTH. De inzet van VTH binnen dit beleidskader betreft daarmee uitsluitend juridische werkzaamheden. Deze inzet is niet afzonderlijk gekwantificeerd en is niet meegenomen in de capaciteitsberekeningen van dit PUH. De werkzaamheden leggen wel beslag op de beschikbare juridische capaciteit binnen handhaving. De effecten van de ligplaatsregels op de juridische werkvoorraad van VTH worden gevolgd via de reguliere monitoring en betrokken bij de evaluatie van dit PUH. Indien deze inzet structureel toeneemt, vormt dit aanleiding voor nadere bestuurlijke afwegingen over prioritering en capaciteit.

47

11.4 Digitalisering en datavolwassenheid Met de invoering van het VTH-zaaksysteem Rx.Mission medio 2025 is een belangrijke stap gezet in de digitalisering. Dit systeem vormt de basis voor registratie, monitoring en verantwoording. Tegelijkertijd werkt de organisatie verder aan verbetering van datakwaliteit en eenduidige registratie. Samen met het gemeentelijke datateam worden dashboards ontwikkeld die aansluiten bij de informatiebehoefte van uitvoering, coördinatie, beleid en management. Dit biedt kansen voor: -

beter inzicht in werkvoorraden, doorlooptijden en ontwikkelingen; versterking van risicogericht werken; een betere onderbouwing van keuzes in planning en capaciteit.

Data en monitoring ondersteunen hiermee de sturing en bijsturing van de uitvoering.

11.5 Woningbouwopgave De woningbouwopgave van 1.250 woningen in zeven jaar, zoals vastgelegd in de Woonvisie 2024–2030, blijft een belangrijke factor voor VTH. Het gaat om zowel nieuwbouw als transformatieprojecten. Dit zorgt voor aanhoudende druk op vergunningverlening, toezicht en handhaving. Deze opgave sluit aan bij de prioriteiten uit de U&HS, zoals veilig, betaalbaar en duurzaam bouwen. Dit vraagt om blijvende afstemming tussen uitvoering, beleid en ketenpartners.

11.6 Aardbevingsgebied en versterkingsopgave De gevolgen van gaswinning blijven van grote invloed op Midden-Groningen. De versterkings- en herstelopgave vraagt ook de komende jaren om inzet van VTH, in samenwerking met de NCG en binnen de afspraken van de VTH-drieslag. Veiligheid en leefbaarheid staan hierbij centraal. Dit vraagt om flexibiliteit in de uitvoering en het vermogen om pieken in werkdruk op te vangen.

11.7 Duurzaamheid en nieuwe wettelijke opgaven De energietransitie en duurzaamheidsopgaven leiden tot meer vergunningaanvragen en toezicht, bijvoorbeeld bij isolatie, zonnepanelen, warmtepompen en energieneutrale (ver)bouw. Daarnaast gelden nieuwe wettelijke verplichtingen, zoals de energielabel-C-verplichting voor kantoren. Deze opgaven vragen vaak om een programmatische aanpak en duidelijke bestuurlijke keuzes over fasering en uitvoering. In dit PUH zijn deze ontwikkelingen benoemd als wettelijk verplichte basistaken. De vertaling naar capaciteit volgt via afzonderlijke plannen van aanpak.

11.8 Vooruitblik De beschreven ontwikkelingen laten zien dat de druk op VTH structureel blijft. Wetgeving, maatschappelijke opgaven en technologische ontwikkelingen blijven in beweging. Dit vraagt om: -

flexibiliteit in de uitvoering; blijvende aandacht voor kwaliteit en deskundigheid; regelmatige herijking van planning, inzet en capaciteit.

Dit PUH biedt het kader voor 2026. Door monitoring, evaluatie en jaarlijkse actualisatie blijft de uitvoering ook daarna aansluiten bij actuele ontwikkelingen en bestuurlijke keuzes.

48

Bijlage I – Overzicht FTE – per medewerker Intern Proces

Functieomschrijving

FTE

Sub-team

I. Primair proces

Medw.vergunn.bouwen compl

0,67

1. Vergunningen

I. Primair proces

Medw.vergunn.bouwen compl

1,00

1. Vergunningen

I. Primair proces

Medw.vergunn.bouwen compl

1,00

1. Vergunningen

I. Primair proces

Medw.vergunn.bouwen compl

1,00

1. Vergunningen

I. Primair proces

Medw.vergunningverlening

1,00

1. Vergunningen

I. Primair proces

Medw.vergunningverlening

0,89

1. Vergunningen

I. Primair proces

Coörd.Toezicht & Handh.

Coördinatie - 1,00

2. Toezicht

I. Primair proces

Medw.toezicht en handh.B

1,00

2. Toezicht

I. Primair proces

Medw.toezicht en handh.B

1,00

2. Toezicht

I. Primair proces

Medw.toezicht en handh.B

1,00

2. Toezicht

I. Primair proces

Jurid. adv. vergunn.verlen

1,00

3. Handhaving

I. Primair proces

Jurid. adv. vergunn.verlen

0,89

3. Handhaving

I. Primair proces

Medw. Constructieve veiligheid

0,50

4. Constructie

I. Primair proces

Medew advisering erfgoed

0,89

5. Cultuur & erfgoed

II. Ondersteund

Adm.stafmed VTH

0,22

6. Administratie

II. Ondersteund

Mw contactplein II

0,61

6. Administratie

II. Ondersteund

Mw contactplein II

0,42

6. Administratie

II. Ondersteund

Mw contactplein I

0,89

7. Frontoffice

II. Ondersteund

Mw contactplein I

0,78

7. Frontoffice

II. Ondersteund

Mw contactplein I

0,61

7. Frontoffice

II. Ondersteund

Mw contactplein I

0,92

7. Frontoffice

II. Ondersteund

ODG regisseur

0,78

8. Ondersteuning

II. Ondersteund

Bel.mw.omg.kwal.A

0,67

8. Ondersteuning

II. Ondersteund

Casemanager ODG

1,00

8. Ondersteuning

II. Ondersteund

Teamleider A

0,94

8. Ondersteuning

III. Mobiliteit

Bel.mw.omg.kwal.B

1,00

10. Mobiliteit

III. Mobiliteit

Bel.mw.omg.kwal.B

1,00

11. Verkeer

Extern Proces

Functieomschrijving

FTE

Sub-team

I. Primair proces

Medw.vergunn.bouwen compl

Tijdelijke inhuur - 0,67

1. Vergunningen

I. Primair proces

Medw.vergunn.bouwen compl

Structurele inhuur - 0,89

1. Vergunningen

I. Primair proces

Medw.toezicht en handh.B

Structurele inhuur - 0,67

2. Toezicht

I. Primair proces

Toezichthouder

Tijdelijke inhuur - 1,00

2. Toezicht

I. Primair proces

Jurid. adv. vergunn.verlen

Structurele inhuur - 0,67

3. Handhaving

I. Primair proces

Bel.mw.omg.kwal.A

Structurele inhuur - 0,67

5. Cultuur & erfgoed

I. Primair proces

Medew advisering erfgoed

Structurele inhuur - 0,28

5. Cultuur & erfgoed

49

Bijlage II – Afkortingen en begrippen Deze bijlage bevat een overzicht van de in dit PUH gebruikte afkortingen en begrippen. Het overzicht dient als naslag en verduidelijking en maakt geen onderdeel uit van de inhoudelijke afwegingen of besluitvorming. Afkortingen APV

Algemeen Plaatselijke Verordening

BIG-8

Beleidscyclus voor VTH zoals voorgeschreven in het Omgevingsbesluit.

BOPA

Buitenplanse omgevingsplanactiviteit.

DSO

Digitaal Stelsel Omgevingswet

FTE

Kwaliteitscriteria vergunningverlening, toezicht en handhaving, versie 3.0.

GGD

Gemeentelijke Gezondheidsdienst.

KC 3.0

Nationaal Coördinator Groningen.

NCG

Nationaal Coördinator Groningen.

NPG

Nationaal Programma Groningen

ODG

Omgevingsdienst Groningen.

OPA

Omgevingsplanactiviteit.

OVV

Openbare Orde en Veiligheid

PDCA

Plan–Do–Check–Act-cyclus; methodiek voor sturing, monitoring en continue verbetering.

PUH

Programma uitvoering en handhaving fysieke leefomgeving.

REO

Ruimtelijke en Economische Ontwikkeling

RPOG

Regionaal Programma Omgevingswet Groningen

Rx.Mission

VTH-zaaksysteem van de gemeente Midden-Groningen voor registratie, sturing en monitoring.

U&HS

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie.

V&V

Vergunningen & Veiligheid

VTH

Vergunningverlening, toezicht en handhaving.

VRG

Veiligheidsregio Groningen.

Wkb

Wet kwaliteitsborging voor het bouwen.

WOZ

Wet waardering onroerende zaken.

Wmo

Wet maatschappelijke ondersteuning.

50

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17015651/1