CConstaterende datMidden-Groningen
Koppel je AI →
Document · PDF

422.1 Bijlage 1 - Programma Uitvoering en Handhaving Fysieke Leefomgeving 2026 Midden-Groningen

Raadsvergadering 25 juni 2026, gemeente Midden-GroningenBij agendapunt: Raadsbrieven14.978 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

1

Programma Uitvoering en Handhaving Fysieke Leefomgeving 2026

Programma Uitvoering en Handhaving Fysieke Leefomgeving 2026 Midden-Groningen Het college van burgermeester en wethouders van de gemeente Midden-Groningen heeft het ‘Programma Uitvoering en Handhaving Fysieke Leefomgeving 2026 Midden-Groningen‘ vastgesteld als nadere uitwerking van de ‘Uitvoerings- en handhavingsstrategie voor de uitvoering van vergunningverlening-, toezicht- en handhavingstaken in de fysieke leefomgeving 2026-2029’.

2

Samenvatting Dit Programma Uitvoering en Handhaving Fysieke Leefomgeving 2026 (PUH 2026) geeft invulling aan de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie (U&HS) 2026–2029. Het beschrijft hoe de gemeente MiddenGroningen in 2026 uitvoering geeft aan vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH), binnen de beschikbare capaciteit en met oog voor kwaliteit, rechtszekerheid en bestuurlijke keuzes. Opgave en uitgangspunten De gemeente staat voor een blijvende balans tussen het mogelijk maken van initiatieven en het beschermen van de fysieke leefomgeving en belangen van inwoners en ondernemers. Marktgestuurde werkzaamheden bepalen in hoge mate de inzet van VTH. Tegelijk vraagt de U&HS om gerichte inzet op prioriteiten met verhoogde risico’s voor veiligheid, leefbaarheid en onomkeerbare schade. Het PUH 2026 volgt de BIG-8-beleidscyclus en werkt volgens de PDCA-systematiek. Beleid, uitvoering, monitoring en bijsturing zijn daarmee met elkaar verbonden. De infographic op het voorblad geeft een samenhangend beeld van de ontwikkeling van team VTH, de marktgestuurde werklast en de prioriteiten voor 2026. Werkzaamheden in 2026 De werkzaamheden binnen VTH bestaan uit drie onderdelen: 1. Marktgestuurde werkzaamheden – vergunningen, meldingen, toezicht en handhaving die direct volgen uit aanvragen en signalen. Deze zijn wettelijk verplicht en nauwelijks stuurbaar. 2.

Wettelijk verplichte basistaken – taken die niet aanvraaggestuurd zijn, maar wel wettelijk vereist. Deze zijn benoemd, maar in 2026 nog niet volledig structureel belegd. 3. Prioriteiten uit de U&HS – veilig bouwen, verpauperde panden, illegale bewoning en behoud van erfgoed. Voor deze prioriteiten is een realistische jaarschijf voor 2026 bepaald. Capaciteit en knelpunten De capaciteitsanalyse laat zien dat: -

circa 15 fte aan uitvoerende lijncapaciteit beschikbaar is binnen het primaire proces; circa 17 fte nodig is voor het marktgestuurde werk alleen; de inzet op U&HS-prioriteiten hier bovenop komt en circa 3,8 fte vraagt (oplopend tot circa 4,8 fte inclusief specialistische en ondersteunende inzet).

Daarmee is sprake van een structureel tekort van circa 6,5 fte. Dit tekort wordt in de praktijk deels opgevangen door (tijdelijke) inhuur en intensieve prioritering binnen het team. Deze situatie is kwetsbaar en niet structureel houdbaar. De beschikbare capaciteit is in belangrijke mate afhankelijk van tijdelijke inzet die nog niet volledig structureel is geborgd. Keuzes en uitvoerbaarheid Het PUH 2026 maakt zichtbaar dat niet alle ambities gelijktijdig en volledig uitvoerbaar zijn. De uitvoering in 2026 vraagt om bewuste keuzes in tempo, fasering en diepgang. Bestuurlijke keuzeruimte bestaat onder meer uit: -

het accepteren van langere doorlooptijden en het temporiseren of faseren van prioriteiten; het structureel invullen van vacatureruimte en uitbreiding van capaciteit in het primaire proces, met gevolgen voor ondersteunende functies; versterking van sturing en coördinatie.

Monitoring en vervolg De uitvoering van dit PUH 2026 wordt gemonitord via het VTH-zaaksysteem en periodieke rapportages. Begin 2027 vindt een integrale evaluatie plaats. Deze vormt de basis voor bijstelling van aannames, volumes en capaciteit en voor het volgende PUH 2027. Dit PUH biedt daarmee een realistisch en transparant kader voor uitvoering, sturing en bestuurlijke besluitvorming in 2026.

3

Inhoudsopgave Samenvatting

3

Inleiding

5

2. Kader en doel

6

3. Wijze van programmeren

7

4. Analyse

8

5. Planning

11

6. Capaciteit

21

7. Kwaliteit

39

8. Afstemming en samenwerking

41

9. Communicatie en transparantie

42

10. Evaluatie en rapportage

43

11. Ontwikkeling en vooruitblik

46 4

Bijlage I – Overzicht FTE – per medewerker

49

Bijlage II – Afkortingen en begrippen

50

1. Inleiding Het Programma Uitvoering en Handhaving Fysieke Leefomgeving Midden-Groningen 2026 (PUH 2026) is de praktische uitwerking van onze vastgestelde Uitvoerings- en handhavingsstrategie Midden-Groningen 2026–2029 (U&HS). De U&HS bepaalt onze koers. In het PUH 2026 leggen we vast hoe wij deze koers in 2026 uitvoeren. De opgave is duidelijk. Initiatiefnemers willen hun plannen realiseren. Tegelijkertijd moeten omwonenden en andere belanghebbenden erop kunnen vertrouwen dat hun belangen worden beschermd. Het team Vergunningen, Toezicht en Handhaving bewaakt deze balans. Dat doen we door ruimte te bieden waar dat kan en grenzen te stellen waar dat nodig is. We zetten daarbij in op goede informatievoorziening, zorgvuldige vergunningverlening en passend toezicht en handhaving. Zo benutten én beschermen we de fysieke leefomgeving. Dit vraagt om duidelijke keuzes en heldere processen. We zoeken daarbij steeds naar een zorgvuldige balans tussen mogelijk maken en begrenzen. In het PUH 2026 beschrijven we welke activiteiten we in 2026 uitvoeren op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). We koppelen deze activiteiten aan de prioriteiten en doelen uit de U&HS. Ook laten we zien hoe we omgaan met marktgestuurde aanvragen en meldingen en welk toezicht daarbij hoort. Daarnaast maken we inzichtelijk welke capaciteit en middelen we hiervoor inzetten.

Het PUH 2026 is daarmee een concreet jaarlijks werkdocument. Het biedt houvast voor de uitvoering, maakt onze inzet transparant voor het college en de raad en vormt de basis voor monitoring en bijsturing. In de bijlage met afkortingen en begrippen lichten we de gebruikte termen in dit PUH toe. Zo blijft het document voor iedereen leesbaar en eenduidig. Dit staat in bijlage II. 5

2. Kader en doel Dit PUH vloeit rechtstreeks voort uit de wettelijke verplichtingen in het Omgevingsbesluit. Het Omgevingsbesluit schrijft voor dat gemeenten hun taken voor VTH planmatig en cyclisch uitvoeren. Daarbij gelden de procescriteria van de BIG-8 beleidscyclus1. Het PUH 2026 maakt onderdeel uit van deze cyclus:   

De U&HS vormt het strategische kader. Het PUH beschrijft welke werkzaamheden wij in 2026 uitvoeren. De evaluatierapportage verantwoordt onze inzet en de behaalde resultaten.

Het doel van dit PUH is om onze VTH-taken uit te voeren op een manier die:    

aansluit op de prioriteiten 1 tot en met 4 en de doelen uit de U&HS; bijdraagt aan een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving; ruimte biedt voor initiatieven, binnen duidelijke kaders; inzichtelijk maakt welke capaciteit en middelen wij inzetten.

Met dit PUH leggen we vast wat we doen, waarom we dat doen en hoe we dat doen. Zo kunnen het college, de raad en onze inwoners zien hoe wij uitvoering geven aan het vastgestelde beleid.

6

1

Figuur BIG-8

3. Wijze van programmeren Het PUH 2026 is opgebouwd volgens de BIG-8 beleidscyclus. Het vertaalt de strategische doelen uit de U&HS naar concrete werkzaamheden voor de uitvoering. De programmering2 vindt plaats in vier samenhangende stappen. -

Analyse: We brengen trends, risico’s, meldingen, signalen en evaluaties in beeld. Deze input komt voort uit monitoring en evaluatie en vormt de basis voor strategische keuzes.

-

Prioritering: Op basis van de doelen uit de U&HS, wettelijke verplichtingen en de beschikbare capaciteit bepalen we welke taken voorrang krijgen. Dit vormt de kern van de U&HS en wordt bestuurlijk vastgelegd.

-

Planning en capaciteit: We werken de taken per taakveld uit: vergunningverlening, toezicht en handhaving. Daarbij beschrijven we de benodigde capaciteit en de beoogde resultaten. In deze stap plannen we de werkzaamheden en zetten we de beschikbare middelen gericht in.

-

Conclusie capaciteit en middelen primair proces: We maken inzichtelijk of de afdeling met de beschikbaar gestelde middelen de verwachte werkvoorraad en de doelen uit de U&HS in 2026 kan uitvoeren. Als dat niet het geval is, geven we aan waar bestuurlijke keuzes nodig zijn.

Met deze werkwijze zetten we onze capaciteit gericht in op wat maatschappelijk en beleidsmatig het meest van belang is. Tegelijk blijven we flexibel om in te spelen op nieuwe ontwikkelingen.

7

2

Figuur verbinding uitvoering BIG-8

4. Analyse De inzet van VTH in 2026 is gebaseerd op een analyse van ontwikkelingen in wet- en regelgeving, signalen uit de uitvoeringspraktijk en risico’s voor veiligheid en leefomgeving. Deze analyse vormt de basis voor de keuzes die de gemeente maakt in de hoofdstukken planning en capaciteit binnen het PUH. De analyse richt zich op: -

de aard en herkomst van werkzaamheden binnen VTH; structurele ontwikkelingen die invloed hebben op de uitvoering; risico’s en opgaven die bepalen waar inzet nodig is.

De gemeente actualiseert deze analyse jaarlijks. Daarmee maakt zij onderdeel uit van de beleidscyclus.

4.1 Typen werkzaamheden binnen VTH De werkzaamheden binnen VTH zijn grofweg in drie typen te verdelen. Samen bepalen deze typen de druk op de uitvoering. 1. Marktgestuurde werkzaamheden: Dit zijn werkzaamheden die voortkomen uit aanvragen, meldingen en verzoeken van inwoners en bedrijven. Deze werkzaamheden zijn wettelijk verplicht en nauwelijks stuurbaar. De omvang wordt grotendeels bepaald door externe factoren en kent pieken en dalen. 2. Wettelijk verplichte basistaken: Dit zijn structurele werkzaamheden die direct voortvloeien uit wet- en regelgeving. Deze taken zijn niet marktgestuurd en niet als prioriteit benoemd in de U&HS. Ze zijn niet facultatief en vragen blijvend inzet. 3. U&HS-prioriteiten: Dit zijn werkzaamheden die voortkomen uit bestuurlijke keuzes op basis van risico’s en maatschappelijke opgaven. Met deze prioriteiten stuurt de gemeente op waar aanvullende inzet nodig is binnen de beschikbare capaciteit. Deze driedeling maakt duidelijk dat niet alle werkzaamheden het resultaat zijn van keuzes. Een groot deel van de inzet ligt vast door wetgeving en externe vraag.

4.2 Ontwikkelingen in wet- en regelgeving De invoering van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) per 1 januari 2024 heeft geleid tot een structurele verschuiving in de aard en verdeling van werkzaamheden binnen VTH. Deze verschuiving is zichtbaar in zowel de vergunningproducten als in de legesopbrengsten. Analyse van de legesgegevens over 2022–2023 (Wabo) en 2024–2025 (Omgevingswet) laat een daling zien in het aantal klassieke vergunningproducten en in de legesinkomsten. Deze daling is te verklaren door: -

het vervallen van gemeentelijke toetsing bij bouwactiviteiten in gevolgklasse 1 onder de Wkb; de verschuiving van vergunningplichtige activiteiten naar meldingen; de introductie van nieuwe producten en procedures, zoals omgevingsplanactiviteiten (OPA) en buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (BOPA), met een andere legesstructuur.

Deze ontwikkeling betekent niet dat de werklast binnen VTH in dezelfde mate is afgenomen. De stelselwijziging leidt juist tot andere en vaak complexere werkzaamheden, zoals: -

meer en intensiever vooroverleg; meer afstemming met initiatiefnemers, kwaliteitsborgers en interne adviseurs; beoordeling van borgingsplannen en gereedmeldingen; meer procesgericht toezicht in plaats van productgericht toezicht.

De werkzaamheden verschuiven daarmee van traditionele vergunningverlening naar begeleiding, beoordeling, toezicht en juridische borging. De daling van de legesopbrengsten weerspiegelt deze verschuiving, maar is geen directe indicator voor een evenredige afname van de benodigde capaciteit.

8

4.3 Wettelijk verplichte taken Naast marktgestuurde werkzaamheden en de prioriteiten uit de U&HS voert VTH structureel wettelijk verplichte basistaken uit. Voor deze taken bestaat geen bestuurlijke afwegingsruimte, terwijl zij wel blijvend capaciteit vragen. Het gaat onder meer om: -

toezicht en handhaving op wettelijke energie- en verduurzamingsverplichtingen voor gebouwen; verplichtingen die voortvloeien uit landelijke en Europese regelgeving; toezichttaken die samenhangen met de Omgevingswet en de Wkb, maar niet direct aanvraaggestuurd zijn.

Deze taken hebben vaak een programmatisch of signalerend karakter. In de praktijk concurreren zij met andere werkzaamheden om de beschikbare capaciteit. Hoewel zij niet als afzonderlijke prioriteit zijn benoemd, bepalen zij wel in belangrijke mate de uitvoeringsruimte.

4.4 Marktgestuurde werkzaamheden Hoewel de aard en samenstelling van aanvragen sinds de invoering van de Omgevingswet en de Wkb zijn veranderd, blijft marktgestuurd werk een structurele factor in de inzet van VTH. De stelselwijziging leidt tot minder klassieke vergunningproducten en lagere legesopbrengsten, maar tegelijkertijd tot meer vooroverleg, afstemming en procesgerichte werkzaamheden. Hierdoor vraagt elk initiatief gemiddeld meer tijd en inhoudelijke inzet. De benodigde capaciteit is daardoor minder goed af te leiden uit aantallen vergunningen alleen. Marktgestuurde werkzaamheden blijven daarmee een constante druk leggen op de beschikbare capaciteit en beperken de ruimte om aanvullend te sturen.

4.5 Analyse van de U&HS-prioriteiten De vier prioriteiten uit de U&HS zijn gebaseerd op een analyse van risico’s, maatschappelijke impact en uitvoerbaarheid. Deze prioriteiten onderscheiden zich doordat meerdere factoren samenkomen, zoals: -

verhoogde risico’s voor veiligheid of leefbaarheid; onomkeerbare of langdurige gevolgen bij uitblijven van ingrijpen; samenloop van meerdere opgaven en wettelijke kaders; bestuurlijke en maatschappelijke gevoeligheid.

De prioriteiten zijn: 1. 2. 3. 4.

constructieve en brandveiligheid; verpauperde panden; illegale bewoning, woningsplitsing en bewoning van recreatiewoningen; erfgoed en karakteristieke panden.

Deze thema’s vormen gezamenlijk de gebieden waar risico’s, maatschappelijke impact en uitvoeringsdruk het grootst zijn. De verdere uitwerking van deze prioriteiten is opgenomen in het hoofdstuk Prioriteiten.

4.6 Organisatorische context en datavolwassenheid Sinds medio 2023 voert de gemeente Midden-Groningen de VTH-bouwtaken weer volledig in eigen beheer uit. Dit heeft geleid tot een herinrichting van het team, een herijking van werkprocessen, de aanbesteding en implementatie van een nieuw VTH-zaaksysteem medio 2025 en het samenbrengen van gegevens uit verschillende systemen.

9

Deze analyse is gebaseerd op: -

beschikbare data uit meerdere VTH-systemen en het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO); gegevens uit eerdere systemen; professionele kennis en ervaringsinformatie van medewerkers.

De datavolwassenheid neemt toe, maar de historische consistentie is nog niet volledig. Met de implementatie van het nieuwe VTH-zaaksysteem verbetert de kwaliteit en uniformiteit van data structureel. Hierdoor worden toekomstige analyses steeds betrouwbaarder.

4.7 Conclusie van de analyse De analyse laat zien dat: -

de druk op VTH structureel is en naar verwachting niet afneemt; stelselwijzigingen leiden tot complexere werkzaamheden in plaats van minder werk; marktgestuurd werk en wettelijke basistaken een groot deel van de capaciteit vastleggen; prioritering noodzakelijk is om risico’s beheersbaar te houden.

Deze analyse vormt de basis voor de keuzes in de hoofdstukken 5. Planning en 6. Capaciteit, waarin de inzet voor 2026 verder wordt uitgewerkt.

10

5. Planning Dit hoofdstuk beschrijft hoe de analyse uit hoofdstuk 4 is uitgewerkt in een concrete planning voor 2026. De planning laat zien waarop de inzet van VTH in 2026 is gericht en welke keuzes daarbij zijn gemaakt. De planning bestaat uit drie typen werkzaamheden: 1. marktgestuurde werkzaamheden; 2. wettelijk verplichte basistaken; 3. prioriteiten uit de U&HS. Bij marktgestuurde werkzaamheden sturen wij op aantallen en uren. Deze werkzaamheden zijn wettelijk verplicht en volgen direct uit aanvragen en meldingen. Daardoor is de inzet slechts beperkt te beïnvloeden. Daarom benoemen wij in dit hoofdstuk geen inzet in FTE per product. Voor de U&HS-prioriteiten geldt dit niet. Hier gaat het om bestuurlijke keuzes over waar extra inzet nodig is, aanvullend op het marktgestuurde werk. Per prioriteit is daarom expliciet opgenomen hoeveel inzet nodig is, uitgedrukt in FTE. De samenhangende vertaling van uren en FTE’s is opgenomen in het hoofdstuk 6. Capaciteit. Deze driedeling vormt het kader voor de inzet in 2026 en sluit aan bij de opbouw van de analyse.

5.1 Uitgangspunten voor de planning 2026 Bij het opstellen van de planning voor 2026 hanteren wij de volgende uitgangspunten: 

 

Marktgestuurde werkzaamheden vragen voorrang in de uitvoering. Deze werkzaamheden volgen rechtstreeks uit aanvragen en meldingen en zijn wettelijk verplicht. De inzet hierop is beperkt planbaar en laat weinig ruimte voor sturing. Wettelijk verplichte basistaken vragen om structurele inzet. Deze taken zijn niet marktgestuurd en worden in de praktijk niet altijd planmatig en uniform uitgevoerd, zeker wanneer zij niet expliciet als prioriteit zijn benoemd. In 2026 zetten we een eerste stap om deze basistaken explicieter en in samenhang te programmeren. Dit lichten we verder toe in hoofdstuk 5.3 Planning wettelijk verplichte basistaken (niet-marktgestuurd). De inzet op prioriteiten uit de U&HS vindt plaats binnen de zeer beperkte resterende uitvoeringsruimte. Deze ruimte ontstaat nadat marktgestuurde werkzaamheden en wettelijk verplichte basistaken zijn ingepland. Het jaar 2026 is een jaarschijf binnen meerjarige opgaven voor de periode 2026–2029. Niet alle doelen worden binnen één jaar gerealiseerd. De planning is realistisch en uitvoerbaar. Daarbij houden we rekening met de beschikbare capaciteit en met capaciteit die we gedurende het jaar kunnen organiseren.

De planning richt zich op het primaire proces van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). De vertaling van deze planning naar capaciteit is opgenomen in hoofdstuk 6 Capaciteit.

5.2 Planning marktgestuurde werkzaamheden Marktgestuurde werkzaamheden vormen de basis van de planning voor 2026. Het gaat om vergunningaanvragen, meldingen, toezicht en handhaving die direct voortkomen uit initiatieven van inwoners en bedrijven. Deze werkzaamheden zijn wettelijk verplicht en kunnen nauwelijks worden bijof afgeschaald. De planning voor het marktgestuurde werk is gebaseerd op: -

beschikbare gegevens uit het VTH-zaaksysteem; ervaringsgegevens van de teams; trends uit voorgaande jaren, met een correctie voor de invoering van de Omgevingswet en de Wkb.

11

De aard van het werk is de afgelopen jaren veranderd. Er zijn minder klassieke vergunningaanvragen en juist meer vooroverleg en procesbegeleiding. Ondanks deze verschuiving blijft de totale werklast groot. De planning gaat er daarom van uit dat marktgestuurde werkzaamheden in 2026 in zeer belangrijke mate bepalend zijn voor de inzet van vergunningverlening, toezicht en handhaving. De onderstaande tabellen geven inzicht in de verwachte omvang van het marktgestuurde werk in 2026. Deze omvang is weergegeven in aantallen en uren per taakveld. Taakveld vergunningverlening: Product

Aantal

Uren

Conceptverzoek (vooroverleg)

200

2.600

Omgevingsvergunning

452

6.117

Informatieplicht stikstofemissie bij bouw- en sloopwerkzaamheden

40

20

Intrekken Omgevingsvergunning

15

570

Melding brandveilig gebruik

22

110

Sloopmelding (geen asbest)

80

320

Integrale casus- en procesbehandeling

-

1.266

809

11.003

- Bouwtechnisch, gevolgklasse I (74) - Bouwtechnisch gevolgklasse II & III (28) - Omgevingsplanactiviteit (Opa) (205) - Buitenplanse omgevingsactiviteit (Bopa) (35) - Slopen (géén melding) (12) - Opbreken en graven (30) - Alarminstallatie (1) - Kappen en vellen van bomen (61) - Roerende goederen (2) - Rijksmonument (4)

Totaal Tabel verwachte aantallen sub-team vergunningen

12

Taakveld toezicht: Product

Aantal

Uren

Ad hoc controle

350

1.400

AOS-controle

85

510

Bestuursdwangcontrole

6

12

Bouwmelding Wkb (risicobeoordeling en borgingsplan)

400

600

Controle brandveilig gebruik

35

70

Controle n.a.v. handhavingsverzoek

45

135

Dwangsomcontrole

83

166

Gedoogcontrole

3

6

Gereed melding Wkb (dossier bevoegd gezag)

300

300

Klacht

10

20

Klachtcontrole

10

20

Toezicht

145

1.160

Toezicht Wkb

400

1.200

WOZ-controle

350

350

-

821

2.222

6.770

Integrale casus- en procesbehandeling Totaal Tabel verwachte aantallen sub-team toezicht Taakveld handhaving: Product

Aantal

Uren

Beroep

10

600

Bezwaarschriftenprocedure

50

900

Gedogen

3

9

Handhavingsverzoek

45

405

Hoger beroep

2

120

Innen dwangsom

7

42

Intrekken dwangsom

76

114

Last onder bestuursdwang

6

210

Last onder dwangsom

83

2.490

Toepassen bestuursdwang

1

20

Voorlopige voorziening

6

162

Zienswijze

2

3

Integrale casus- en procesbehandeling

-

663

287

5.738

Totaal Tabel verwachte aantallen sub-team handhaving

13

5.3 Planning wettelijk verplichte (basis)taken (niet-marktgestuurd) Naast marktgestuurde werkzaamheden en de prioriteiten uit de U&HS voert VTH wettelijk verplichte basistaken uit. Deze taken zijn niet afhankelijk van aanvragen of meldingen en zijn niet als afzonderlijke prioriteit opgenomen in de U&HS. Zij vragen echter wel om een blijvende inzet. Het gaat onder meer om: -

toezicht en handhaving op wettelijke verplichtingen op het gebied van energie en verduurzaming; toezichttaken die rechtstreeks voortvloeien uit landelijke en Europese regelgeving; onderdelen van toezicht en handhaving die samenhangen met de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb), maar niet aanvraaggestuurd zijn.

Deze taken zijn niet facultatief en vallen onder de wettelijke verantwoordelijkheid van de gemeente. Zij leggen daarmee een structurele druk op de uitvoering en concurreren in de praktijk met marktgestuurde werkzaamheden en beleidsprioriteiten om de beschikbare capaciteit. Energielabel-C-verplichting voor kantoren (voorbeeld) Een actueel voorbeeld van een wettelijk verplichte basistaak is het toezicht op en de handhaving van de energielabel-C-verplichting voor kantoren. Sinds 1 januari 2023 mogen kantoren met een gebruiksoppervlak van meer dan 100 m² niet meer worden gebruikt zonder minimaal energielabel C, tenzij een wettelijke uitzondering van toepassing is. Deze verplichting: -

is niet marktgestuurd; is niet facultatief; vraagt om actieve, programmatische inzet, zoals inventarisatie, benadering, toezicht en handhaving; is op dit moment nog niet expliciet vertaald naar inzet en capaciteit binnen de VTH-planning.

Op basis van beschikbare, indicatieve gegevens is vastgesteld dat binnen de gemeente MiddenGroningen sprake is van een relevante doelgroep kantoorpanden waarop deze verplichting van toepassing kan zijn. Het gaat naar verwachting om circa 175 tot 250 panden. Deze bandbreedte hangt samen met onzekerheden over gebruiksfunctie, mogelijke uitzonderingen en de actualiteit van registraties. Nadere validatie is nodig om de scope betrouwbaar vast te stellen. De manier waarop de energielabel-C-verplichting in dit PUH is opgenomen — wel benoemd in de planning, maar nog niet vertaald naar capaciteit — geldt ook voor andere wettelijk verplichte taken van vergelijkbare aard. Deze taken kunnen voortkomen uit nieuwe of gewijzigde regelgeving en vragen eerst om nadere afbakening, fasering en een bestuurlijke afweging voordat zij in de uitvoering worden opgenomen. Voor de energielabel-C-verplichting wordt in 2026 een afzonderlijk plan van aanpak opgesteld. Daarin: -

wordt de definitieve scope en doelgroep vastgesteld; wordt een realistische fasering uitgewerkt; worden de gevolgen voor inzet en prioritering inzichtelijk gemaakt.

Op basis hiervan kan een bewuste bestuurlijke keuze worden gemaakt over uitvoering, tempo en eventuele bijstelling van de capaciteit, zonder vooruit te lopen op gevolgen voor andere VTH-taken.

5.4 Planning U&HS-prioriteiten De vier prioriteiten uit de U&HS bepalen waar wij in 2026 extra inzet op plegen, naast het marktgestuurde werk en de wettelijk verplichte basistaken. We hebben deze prioriteiten gekozen op basis van risico’s voor veiligheid en leefbaarheid en om onomkeerbare schade aan de fysieke leefomgeving te voorkomen.

14

De planning voor 2026 vormt een haalbare tussenstap binnen meerjarige opgaven met verschillende doorlooptijden. Dit betekent dat: – – –

niet alle doelen uit de U&HS in 2026 volledig worden behaald; we per prioriteit bewuste keuzes maken in tempo, schaal en diepgang; we de inzet jaarlijks kunnen bijstellen op basis van signalen uit de uitvoering en evaluaties.

De prioriteiten zijn inhoudelijk uitgewerkt en vastgelegd op afzonderlijke pagina’s. Per prioriteit beschrijven we de probleemstelling, de kritieke prestatie-indicatoren (KPI’s), de aanpak en de wijze van monitoring. Deze uitwerkingen zijn leidend voor de uitvoering in 2026 en vormen samen het inhoudelijke kader voor deze planning. Bij enkele prioriteiten, waaronder verpauperde panden en illegale bewoning, is sprake van samenloop met diverse beleidsontwikkelingen. Deze beleidskaders bepalen het handelingsperspectief van VTH, maar wijzigen de vastgestelde doelen en KPI’s uit de U&HS niet. De uitvoering door VTH vindt plaats binnen de kaders van het PUH. In hoofdstuk 11.3 worden deze beleidsontwikkelingen nader toegelicht. Aanvullende duiding prioriteit 2 ‘Verpauperde panden’ De prioriteit ‘Verpauperde panden’ is een meerjarige opgave die grotendeels projectmatig wordt uitgevoerd, buiten het team VTH. De aantallen en doelen in de U&HS zijn vooral gebaseerd op het NPGproject ‘Verpauperde panden’. Binnen dit project werken we met een gefaseerde en overwegend stimulerende aanpak richting eigenaren. De inzet van VTH is binnen deze prioriteit aanvullend. VTH komt vooral in beeld wanneer eigenaren niet of niet langer meewerken binnen het projectmatige traject, of wanneer toezichthouders signalen constateren die bestuursrechtelijk optreden noodzakelijk maken.

In die situaties draagt de projectorganisatie de opgave over aan VTH en volgt inzet via toezicht en (bestuursrechtelijke) handhaving. De planning voor 2026 beschrijft daarom specifiek de inzet van VTH binnen deze prioriteit en niet de volledige uitvoering van het NPG-project ‘Verpauperde panden’. In de uitvoering werken de projectorganisatie en VTH hierbij nauw samen.

15

Prioriteit 1 – Handelen zonder of in strijd met vergunningsvoorwaarden voor constructieve en brandveiligheidsaspecten bij het bouwen van bouwwerken “Veiligheid heeft voorrang boven andere VTH-taken” 1.

WAAROM (U&HS)

Context & doel  Veilig bouwen is een kerntaak van VTH.  Overtredingen leiden tot risico’s voor veiligheid en gezondheid, met extra kwetsbaarheid in het aardbevingsgebied. KPI’s (vastgesteld U&HS)  

95% brandonveilige woonsituaties binnen 3 maanden opgelost. 95% naleving Bbl bij vergunningplichtige verbouw in het aardbevingsgebied.

2. WAT IS DE OPGAVE Meerjarige opgave (U&HS)

3. HOE PAKKEN WE DIT AAN Aanpak

-

Structureel toezicht en handhaving Opvolging meldingen

-

Handhaving bij overtredingen

Focus jaarschijf 2026 -

Veiligheidsmeldingen eerst Snelle opvolging

-

Extra aandacht aardbevingsgebied

-

Risicogerichte toetsing Toezicht en hercontroles Samenwerking NCG

-

VTH-drieslag Veiligheid heeft voorrang

4. EXTRA T.O.V. REGULIER WERK Constructieve en brandveiligheid is regulier VTH-werk De U&HS vraagt echter om: o o

16

Snellere opvolging (termijnen) Intensiever toezicht en extra hercontroles

5. CAPACITEIT 2026

6. MONITORING & VERANTWOORDING

Rol

FTE

Vergunningen Toezicht

0,15 0,45

Handhaving Constructie Administratief

0,15 0,30 0,10

Regisseur VTH

0,05

Totaal

1,20 FTE

-

Rapportage op KPI’s U&HS Jaarlijkse evaluatie PUH Maandrapportages

-

Termijnbewaking

7. BIJDRAGE AAN OMGEVINGSVISIE Speerpunt 1 – Veilige en gezonde leefomgeving (door het voorkomen en beëindigen van onveilige bouwsituaties) Speerpunt 3 – Voldoende en passende woningen (door veilige realisatie en behoud van woningen)

Prioriteit 2 – Het in gebruik hebben en laten bestaan van verpauperde panden “Gerichte aanpak van rotte kiezen voor leefbaarheid en ruimtelijke kwaliteit” 1.

WAAROM (U&HS)

Context & doel  

Verpauperde of slecht onderhouden panden hebben een negatieve impact op leefbaarheid, sociale veiligheid en het straatbeeld. In Midden-Groningen zijn > 132 kwetsbare percelen in kaart gebracht. Deze panden kunnen verloedering versterken en de waarde van omliggende panden aantasten.

De U&HS richt zich op het doorbreken van deze negatieve spiraal door herstel, verduurzaming of – indien noodzakelijk – aankoop en sloop.

KPI’s (vastgesteld U&HS)  Binnen 10 jaar is 90% van de 132 in kaart gebrachte verpauperde panden verbeterd. 

In de eerste fase zijn minimaal 15 woningen hersteld en/of verduurzaamd en 5 panden aangekocht voor herstructurering of gebiedsontwikkeling.

2. WAT IS DE OPGAVE

3. HOE PAKKEN WE DIT AAN

Meerjarige opgave (U&HS) Structurele aanpak van > 132 kwetsbare percelen. Inzet op herstel en verduurzaming waar mogelijk. Aankoop en sloop waar herstel niet realistisch is. Planmatige uitvoering over meerdere jaren.

Aanpak Proactieve signalering en registratie van verpauperde panden.

Focus jaarschijf 2026 -

Gefaseerde aanpak van 10–15 panden met de

-

grootste impact op leefbaarheid. Starten met concrete herstel- en verduurzamingstrajecten.

-

-

Prioritering op basis van impact op leefbaarheid en omgeving. Inzet van de excessenregeling en het afwegingskader

-

karakteristieke panden. Samenwerking met het Nationaal Programma Groningen. Gefaseerde aanpak: herstel/verduurzaming, gevolgd

-

Inzet VTH gericht op bestuursrechtelijke casussen die

door eventuele aankoop en sloop. Overdracht naar VTH bij niet-meewerkende eigenaren voor inzet van toezicht, vergunningverlening en

voortkomen uit deze fasering.

handhaving.

-

4. EXTRA T.O.V. REGULIER WERK -

Toezicht op bestaande bouw en optreden bij achterstallig onderhoud behoren tot het reguliere takenpakket van VTH. De U&HS vraagt hier echter om: o een proactieve, programmatische en gebiedsgerichte aanpak; o o o

langdurige en intensieve dossiervorming per pand; inzet van de excessenregeling bij ernstige aantasting van de ruimtelijke kwaliteit; toepassing van het Afwegingskader karakteristieke panden bij verbouw en sloop;

o

structurele afstemming met externe partners, waaronder het Nationaal Programma Groningen.

o

bestuursrechtelijk optreden door VTH bij uitblijven van vrijwillige medewerking.

5. CAPACITEIT 2026 Rol

FTE

6. MONITORING & VERANTWOORDING Rapportage op KPI’s U&HS

Vergunningen Toezicht Handhaving

0,15 0,30 0,15

-

Administratief Regisseur VTH

0,05 0,05

Totaal

0,70 FTE

Jaarlijkse evaluatie PUH Kwartaalrapportages Actualisatie objectlijst

7. BIJDRAGE AAN OMGEVINGSVISIE Speerpunt 1 – Veilige en gezonde leefomgeving (door het terugdringen van verpaupering en het verbeteren van leefbaarheid, sociale veiligheid en straatbeeld)

17

Prioriteit 3 – Illegale bewoning, woningsplitsing en kamergewijze verhuur “Beschermen van leefbaarheid en betaalbare woningvoorraad” 1.

WAAROM (U&HS)

Context & doel  

Het aanhoudende woningtekort in Midden-Groningen, met name in het betaalbare segment en in specifieke wijken, stimuleert ongewenste vormen van bewoning. Illegale bewoning, woningsplitsing, kamergewijze verhuur en permanente bewoning van recreatiewoningen leiden tot

overbewoning, brandonveilige situaties, verminderde leefbaarheid en strijdigheid met het omgevingsplan. De gemeente zet in op het beschermen van leefbaarheid en de betaalbare woningvoorraad door een combinatie van toezicht, vergunningverlening en handhaving.

KPI’s (vastgesteld U&HS)  

Binnen 4 jaar is minimaal 80% van de gemelde of gesignaleerde gevallen van illegale bewoning en woningsplitsing gecontroleerd. Het aantal geconstateerde overtredingen van illegale bewoning daalt binnen 4 jaar met 30% ten opzichte van de nulmeting bij start van de campagne.

2. WAT IS DE OPGAVE Meerjarige opgave (U&HS) Structureel terugdringen van illegale bewoning, woningsplitsing en ongewenste verhuurvormen. Beschermen van leefbaarheid, brandveiligheid en woonkwaliteit in kwetsbare wijken.

-

-

Focus jaarschijf 2026 -

3. HOE PAKKEN WE DIT AAN Aanpak Risico- en gebiedsgerichte prioritering van toezicht en

Opstart en uitvoering van een intensieve legalisatieen opschoningsfase. Behandeling van nieuwe vergunningaanvragen en bestaande situaties. Uitvoering van een substantieel deel van de controles op meldingen en signalen, met handhavend optreden

-

controles. Integrale inzet van vergunningverlening, toezicht en handhaving per dossier. Preventieve communicatie en bewustwording richting bewoners, eigenaren en makelaars. Intensief toezicht op brandveiligheid bij complexe woonsituaties. Handhaving in samenhang met beleidsinstrumenten zoals de opkoopbescherming. Zorgvuldige toepassing van geldend lokaal en landelijk beleid.

waar legalisatie niet mogelijk is.

4. EXTRA T.O.V. REGULIER WERK Regulier toezicht op bewoning is hoofdzakelijk meldingsgericht en casuïstisch. -

De U&HS vraagt om een actieve, gebiedsgerichte aanpak met intensieve legalisatie en opschoning, langlopende integrale dossiers en extra aandacht voor brandveiligheid en leefbaarheid.

5. CAPACITEIT 2026

6. MONITORING & VERANTWOORDING

Rol

FTE

Vergunningen Toezicht Handhaving

0,60 0,70 0,70

Administratief Regisseur VTH

0,10 0,10

Totaal

2,10 FTE

-

Rapportage op KPI’s U&HS Jaarlijkse evaluatie PUH Kwartaalrapportages

-

Termijnbewaking

7. BIJDRAGE AAN OMGEVINGSVISIE Speerpunt 3 – Voldoende en betaalbare woningen (door het tegengaan van illegale bewoning, woningsplitsing en ongewenste verhuurvormen en het beschermen van de betaalbare woningvoorraad)

18

Prioriteit 4 – Handelen zonder of in strijd met erfgoedregels “Behouden en beschermen van cultuurhistorische waarden” 1.

WAAROM (U&HS)

Context & doel  

Erfgoed, waaronder rijks- en gemeentelijke monumenten, beschermde dorpsgezichten en karakteristieke panden, is bepalend voor de identiteit en aantrekkelijkheid van Midden-Groningen. Handelen zonder of in strijd met erfgoedregels kan leiden tot onomkeerbare schade aan cultuurhistorische en

 

archeologische waarden. De versterkings- en herstelopgave in het aardbevingsgebied vergroot dit risico door de aard en omvang van ingrepen. De gemeente zet in op behoud, zorgvuldige aanpassing en bescherming van erfgoedwaarden.

KPI’s (vastgesteld U&HS)  

100% van de sloopaanvragen voor karakteristieke panden wordt getoetst aan het Afwegingskader bescherming karakteristieke objecten. Minimaal 90% van de aangepaste monumenten voldoet aan de vergunningseisen (peildatum 2026).

Minimaal 90% van de karakteristieke panden wordt behouden en versterkt conform omgevingsvisie en erfgoedbeleid (peildatum 2026).

2. WAT IS DE OPGAVE

3. HOE PAKKEN WE DIT AAN

Meerjarige opgave (U&HS) Beschermen van monumenten, karakteristieke panden en beschermde dorpsgezichten. Voorkomen van illegale sloop of aantasting van cultuurhistorische waarden. Zorgvuldige inpassing van versterking, herstel en verbouw. Borging van archeologische waarden bij ingrepen in de bodem.

Aanpak Toepassen van het Afwegingskader bescherming karakteristieke objecten bij vergunningverlening.

-

Inhoudelijke toetsing en advisering via de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit en Libau. Risicogerichte inspecties van monumenten en

-

karakteristieke panden. Strikte handhaving bij illegale sloop of wijzigingen. Toepassing van archeologiebeleid en verwachtingskaart

-

bij bodemingrepen.

Focus jaarschijf 2026 -

Volledige toetsing van relevante vergunningaanvragen aan erfgoedkaders. Prioriteit bij objecten in het aardbevingsgebied. Actief toezicht op naleving bij verbouw, versterking en sloop én handhavend optreden bij overtredingen.

4. EXTRA T.O.V. REGULIER WERK De U&HS vraagt om extra inhoudelijke erfgoedtoetsing, afstemming met adviseurs en zorgvuldige handhaving vanwege onomkeerbare gevolgen. -

De inzet concentreert zich op complexe vergunningdossiers en risicovolle ingrepen, met name in het aardbevingsgebied.

5. CAPACITEIT 2026

6. MONITORING & VERANTWOORDING

Rol

FTE

Vergunningen Toezicht

0,25 0,20

Handhaving Erfgoed en cultuur Administratief

0,10 0,15 0,05

Regisseur VTH

0,05

Totaal

0,80 FTE

-

Rapportage op KPI’s U&HS Jaarlijkse evaluatie PUH Kwartaalrapportages

-

Termijnbewaking

7. BIJDRAGE AAN OMGEVINGSVISIE Speerpunt 3 – Voldoende en betaalbare woningen (door het tegengaan van illegale bewoning, woningsplitsing en ongewenste verhuurvormen en het beschermen van de betaalbare woningvoorraad)

19

5.5 Coördinerende rollen binnen het primair proces Binnen team VTH zijn coördinerende functies opgenomen die niet bijdragen aan de directe uitvoering, maar nodig zijn om het werk binnen het primair proces goed en samenhangend te laten verlopen. Deze functies zorgen voor overzicht, afstemming en sturing. Binnen het taakveld toezicht vervult de coördinator toezicht deze rol. De coördinator zorgt voor prioritering, stemt werkzaamheden af en onderhoudt interne en externe samenwerkingsrelaties. Daarnaast pakt de coördinator nieuwe wettelijke en bestuurlijke opgaven op, zoals de voorbereiding van een plan van aanpak voor de energielabel-C-verplichting. De coördinator levert geen reguliere toezichtscapaciteit, maar stuurt en verbindt de uitvoering binnen het toezichtdomein. Ook binnen vergunningverlening is behoefte aan een coördinerende rol. Deze rol richt zich merendeel op de aansturing van het vergunningverleningsproces op hoofdlijnen. Daarbij gaat het om werkverdeling, afstemming met interne en externe partners en overleg op tactisch niveau. Het betreft geen casusgebonden functie, maar een rol die bijdraagt aan overzicht, voorspelbaarheid en samenhang in de vergunningverlening. In de planning worden deze coördinerende rollen aangemerkt als noodzakelijk voor een beheersbare uitvoering van de werkzaamheden.

Zij zijn daarmee randvoorwaardelijk van aard en niet rechtstreeks inzetbaar als productieve capaciteit.

5.6 Samenhang, fasering en bestuurlijke keuzeruimte De planning voor 2026 laat zien dat de beschikbare uitvoeringsruimte binnen VTH wordt bepaald door de samenloop van drie typen werkzaamheden: marktgestuurde werkzaamheden, wettelijk verplichte basistaken en de prioriteiten uit de U&HS. Deze werkstromen vragen ieder om inzet, maar verschillen duidelijk in mate van stuurbaarheid en bestuurlijke keuzeruimte. Marktgestuurde werkzaamheden en wettelijk verplichte basistaken zijn slechts beperkt te beïnvloeden. Zij vloeien direct voort uit aanvragen, meldingen en wettelijke verplichtingen en leggen daarmee een vaste druk op de uitvoering. De belangrijkste ruimte om te sturen ligt bij de prioriteiten uit de U&HS, met name in de keuze van tempo en fasering. Ook wettelijk verplichte taken, zoals toezicht op energie- en verduurzamingsverplichtingen, vragen in de praktijk om keuzes in fasering en uitvoering. Hoewel deze taken niet facultatief zijn, kunnen zij niet allemaal gelijktijdig en volledig worden uitgevoerd. Dit vraagt om expliciete bestuurlijke afwegingen over wanneer en hoe deze taken worden opgepakt en welke gevolgen dit heeft voor andere werkzaamheden.

Voor de planning in 2026 betekent dit dat: - fasering noodzakelijk is bij zowel meerjarige prioriteiten als wettelijk verplichte basistaken; - werkzaamheden niet los van elkaar kunnen worden uitgevoerd, maar elkaar in de praktijk beïnvloeden; - bij pieken in het werk, incidenten of nieuwe wettelijke opgaven bestuurlijke keuzes nodig blijven over inzet en tempo. De planning biedt hiermee een transparant kader voor de uitvoering in 2026 en maakt zichtbaar waar bestuurlijke keuzes noodzakelijk zijn. Jaarlijkse evaluatie en bijstelling maken onderdeel uit van de beleidscyclus, zodat tijdig kan worden bijgestuurd op basis van actuele inzichten, signalen uit de uitvoering en bestuurlijke besluiten.

20

6. Capaciteit 6.1 Inleiding en doel Dit hoofdstuk geeft inzicht in de beschikbare capaciteit binnen VTH en de verhouding met de werkzaamheden die in 2026 moeten worden uitgevoerd. Het vormt de kwantitatieve onderbouwing van de planning en laat zien waar ruimte bestaat, waar knelpunten ontstaan en waar – indien noodzakelijk – bestuurlijke keuzes nodig zijn. De capaciteitsanalyse sluit aan bij de driedeling die in dit PUH wordt gehanteerd: 1. marktgestuurde werkzaamheden; 2. wettelijk verplichte basistaken; 3. prioriteiten uit de U&HS. Eerst wordt de huidige formatie van team VTH weergegeven, met onderscheid tussen het primaire proces en ondersteunende functies. Daarna wordt per werkstroom, op basis van aantallen, uren en inzetbehoefte, inzicht gegeven in de benodigde capaciteit. De vergelijking tussen beschikbare en benodigde capaciteit is beperkt tot het primaire proces, omdat ondersteunende functies niet één-op-één zijn te relateren aan productieaantallen. Dit hoofdstuk beschrijft de feiten en uitgangspunten. In de afsluitende paragraaf worden de conclusies en keuzemogelijkheden benoemd. Deze vormen de basis voor de bestuurlijke besluitvorming.

6.2 Huidige formatie team VTH - peildatum eind 2025 Deze paragraaf geeft inzicht in de omvang en samenstelling van het team VTH. De beschreven formatie is gebaseerd op de feitelijke situatie per eind 2025 en vormt het uitgangspunt voor de capaciteitsanalyse in dit hoofdstuk. Het team VTH bestaat uit 33 medewerkers, samen goed voor 26,61 fte. Deze formatie is verdeeld over verschillende functies en rollen en bestaat uit: -

het primaire proces, inclusief de bijbehorende deskundigheidsgebieden zoals benoemd in de kwaliteitscriteria; ondersteunende functies en rollen die nodig zijn voor sturing, kwaliteit en afstemming, maar die niet rechtstreeks zijn te koppelen aan productieaantallen; taakveld mobiliteit, waarbij de inzet op mobiliteit (verkeer en omgevingskwaliteit) buiten de capaciteitsanalyse valt, omdat deze taken een afzonderlijke uitvoeringslogica kennen.

Binnen de ondersteunende functies is sprake van 1,72 fte aan vacatureruimte die op de peildatum nog niet is ingevuld. De beschikbare formatie binnen het primaire proces bestaat uit een combinatie van vaste medewerkers, tijdelijke inhuur en tijdelijke invulling van vacatureruimte. Deze inzet is nodig om de uitvoering in 2026 mogelijk te maken. Een deel van deze capaciteit is wel structureel gefinancierd, maar nog niet structureel geborgd in vaste formatie. Hierdoor is de feitelijk beschikbare capaciteit kwetsbaar bij het wegvallen of niet verlengen van tijdelijke inzet.

21

Kleurenlegenda:

-

Paarse segment is vaste formatie; lichtere paarse segment is tijdelijke inhuur; groene segment is structurele inhuur gefinancierd met overige middelen en; het gele segment is niet ingevulde vacatureruimte.

In bijlage I zijn de fte’s per medewerker en functieomschrijving uitgesplitst.

6.2.1 Formatie primair proces Het primaire proces omvat alle functies die direct betrokken zijn bij vergunningverlening, toezicht en handhaving. Deze functies vormen de basis voor de uitvoering van marktgestuurde werkzaamheden en de prioriteiten uit de U&HS. De formatie in het primaire proces bestaat uit de volgende onderdelen: – – – –

vergunningverlening, inclusief casemanagement en de behandeling van complexere aanvragen; toezicht, waaronder bouw- en ruimtelijk toezicht; handhaving en juridische afhandeling; specialistische deskundigheid, waaronder constructieve veiligheid en cultuurhistorie.

Binnen deze onderdelen wordt gewerkt met een combinatie van vaste formatie en tijdelijke en structurele inhuur. Deze mix is nodig om de marktgestuurde werkvoorraad uitvoerbaar te houden en om pieken in het werkaanbod op te vangen. Bij het bepalen van de beschikbare lijncapaciteit is uitgegaan van de feitelijk inzetbare capaciteit in 2026, inclusief tijdelijke en structurele inhuur. Deze capaciteit is beschikbaar voor de uitvoering, maar is niet volledig structureel geborgd in vaste formatie. De onderstaande figuur laat de beschikbare formatie in het primaire proces zien, inclusief vaste formatie en inhuur. De figuur geeft uitsluitend de huidige bezetting weer. Zij bevat geen vergelijking

22

met de benodigde capaciteit of met de inzet voor prioriteiten. In dit hoofdstuk wordt de formatie in het primaire proces betrokken bij de vergelijking tussen beschikbare en benodigde capaciteit.

23

Kleurenlegenda, zie grafiek bij 6.2 FTE - VTH Uitvoerende en procesoverstijgende capaciteit Binnen het primaire proces van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH maken we onderscheid tussen uitvoerende capaciteit en procesoverstijgende capaciteit. De uitvoerende capaciteit bestaat uit functies die direct bijdragen aan vergunningverlening, toezicht en handhaving. Deze functies zijn rechtstreeks te koppelen aan aantallen zaken, doorlooptijden en werkvoorraden. Daarnaast is er procesoverstijgende capaciteit. Dit betreft onder meer specialistische kennis, administratieve ondersteuning en coördinatie. Deze capaciteit is noodzakelijk voor een zorgvuldige en rechtmatige uitvoering van het werk, maar leidt niet tot directe productie en vervangt geen vergunningverleners, toezichthouders of handhavers. In de verdere capaciteitsanalyse vergelijken we uitsluitend de benodigde en beschikbare uitvoerende capaciteit. De procesoverstijgende capaciteit brengen we afzonderlijk in beeld en lichten we inhoudelijk toe. Zo voorkomen we dat deze capaciteit het beeld van de capaciteitsvergelijking beïnvloedt.

6.2.2. Formatie ondersteunde functies en rollen Naast het primaire proces beschikt VTH over ondersteunende functies die nodig zijn voor een goede uitvoering, sturing en borging van de taken. Deze functies leveren geen directe productie, maar zijn niettemin een essentiële randvoorwaarde voor het functioneren van het primaire proces.

Voor ondersteunende taken die direct samenhangen met de zaakafhandeling, zoals administratieve werkzaamheden binnen vergunningverlening en toezicht, wordt in dit hoofdstuk gewerkt met een gedeeltelijke toerekening aan het primaire proces. Deze toerekening is nader uitgewerkt in paragraaf 6.3.5. De ondersteunende formatie bestaat onder meer uit: – – – – – –

administratie³; frontoffice⁴; regie en coördinatie, waaronder de regisseur VTH; beleidsmedewerkers VTH en aanpalende beleidsvelden; casemanagement en afstemming met externe partners, waaronder de Omgevingsdienst Groningen (ODG); teamleiding.

Gezamenlijk dragen deze functies bij aan: – – – –

procesondersteuning en continuïteit; kwaliteitsborging en toepassing van wet- en regelgeving; bestuurlijke afstemming en rapportage; projectmatige werkzaamheden en de doorontwikkeling van systemen en werkwijzen.

De ondersteunende formatie bestaat uit vaste formatie. Daarnaast is op de peildatum sprake van vacatureruimte. Deze capaciteit maakt onderdeel uit van de totale formatie van het team VTH en wordt in dit hoofdstuk afzonderlijk beschreven. In dit PUH richt de vergelijking tussen beschikbare en benodigde capaciteit zich op het primaire proces. De ondersteunende functies tellen daarbij niet mee als uitvoerende capaciteit voor vergunningverlening, toezicht en handhaving. Administratie3 De administratieve functies binnen VTH ondersteunen het primaire proces bij de afhandeling van vergunningzaken, meldingen, toezicht en besluiten. Het gaat onder meer om intake en registratie, het publiceren van aanvragen en besluiten, correspondentie, legesverwerking en archivering van afgeronde zaken. Deze werkzaamheden maken integraal onderdeel uit van het vergunningenproces en vinden plaats aan zowel de voor- als de achterkant van de zaakafhandeling. Omdat deze inzet onder andere direct samenhangt met concrete vergunningzaken, wordt 10% van de administratieve capaciteit toegerekend aan het primaire proces vergunningverlening. Voor toezicht is 5 % inzet aangehouden. De resterende inzet betreft algemene ondersteuning en wordt niet productief toegerekend.

Deze toerekening sluit aan bij de feitelijke rol van administratie binnen de werkprocessen vergunningverlening en toezicht en voorkomt dat deze inzet buiten beeld blijft of dubbel wordt meegerekend. Frontoffice4 De frontoffice vormt het eerste aanspreekpunt voor inwoners en bedrijven met vragen over vergunningen, procedures, termijnen, participatie en bekendmakingen. De werkzaamheden bestaan onder meer uit het beantwoorden van telefonische en digitale vragen, het verstrekken van algemene informatie, triage van vragen en doorgeleiding naar het juiste taakveld binnen VTH. Hoewel de frontoffice nauw samenwerkt met het primaire proces, leidt een groot deel van deze contacten niet direct tot een vergunningzaak, toezichtactie of handhavingstraject. De inzet van de frontoffice is daarmee vraaggestuurd en fluctuerend van aard. Om die reden wordt de frontoffice in dit PUH niet toegerekend aan het primaire proces en niet betrokken bij de berekening van beschikbare of benodigde productieve capaciteit. De bijdrage van de frontoffice is randvoorwaardelijk en gericht op dienstverlening, toegankelijkheid en het ontlasten van het primaire proces.

24

Coördinatie binnen administratie en frontoffice Ook binnen de administratieve ondersteuning en de frontoffice is een coördinerende rol nodig. Deze rol richt zich op het organiseren en bewaken van werkstromen rond de intake, registratie, doorgeleiding en afhandeling van zaken, en op de afstemming met het primaire proces. De coördinerende rol zorgt voor overzicht, eenduidigheid en voorspelbaarheid in de ondersteuning van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Het gaat hierbij niet om een productieve of zaakgebonden functie, maar om een randvoorwaardelijke rol. Deze rol is nodig voor een beheersbare uitvoering en draagt bij aan het ontlasten van het primaire proces.

6.2.3 Taakveld mobiliteit Binnen het team is naast het primaire proces en de ondersteunende functies ook het taakveld mobiliteit belegd. Dit betreft met name verkeer en omgevingskwaliteit. Deze functies maken organisatorisch onderdeel uit van VTH, maar kennen een eigen uitvoeringspraktijk en wettelijke grondslag. De werkzaamheden binnen dit taakveld bestaat onder meer uit: – – –

het afhandelen van meldingen en aanvragen op het gebied van verkeer, zoals uitritten, verkeersbesluiten en wijzigingen in verkeerssituaties; het behandelen van aanvragen en meldingen rond gehandicaptenparkeerplaatsen; advisering en besluitvorming over wijzigingen in routes, fietspaden en andere voorzieningen in de openbare ruimte.

Deze werkzaamheden zijn uitvoerend van aard, maar maken geen onderdeel uit van het bouw-VTHproces van vergunningverlening, toezicht en handhaving dat in dit PUH centraal staat. Zij volgen een eigen productielogica, met andere typen aanvragen, termijnen en afwegingskaders. Om die reden is de inzet op dit taakveld niet betrokken bij de capaciteitsanalyse van marktgestuurde werkzaamheden, wettelijk verplichte basistaken en U&HS-prioriteiten. De formatie voor verkeer en omgevingskwaliteit wordt in dit hoofdstuk uitsluitend benoemd als onderdeel van de totale teamformatie, zonder vergelijking tussen beschikbare en benodigde capaciteit.

25

Kleurenlegenda, zie grafiek bij 6.2 FTE - VTH De onderstaande grafiek laat zien hoe de totaal formatie van team VTH is verdeeld. Zo is in één oogopslag duidelijk hoe de capaciteit binnen het team is opgebouwd. Deze verdeling vormt het startpunt voor de verdere analyse. Daarbij vergelijken we de capaciteit binnen het primaire proces met de inzet die nodig is voor marktgestuurde werkzaamheden en met de prioriteiten uit de U&HS.

26

Kleurenlegenda, zie grafiek bij 6.2 FTE - VTH

6.3 Reken- en uitgangspunten capaciteitsplanning In dit hoofdstuk zijn de reken- en uitgangspunten opgenomen die zijn gebruikt bij het bepalen van de benodigde en beschikbare capaciteit binnen het primaire proces van VTH. Deze uitgangspunten vormen de basis voor de kwantitatieve vergelijking die in de volgende paragrafen wordt gemaakt. De capaciteitsanalyse sluit aan bij de driedeling die in dit PUH wordt gehanteerd: 1. marktgestuurde werkzaamheden; 2. wettelijk verplichte basistaken; 3. prioriteiten uit de U&HS. Bij de capaciteitsberekeningen vergelijken we uitsluitend de uitvoerende lijncapaciteit met de benodigde inzet. Daarbij gaan we uit van de feitelijk beschikbare capaciteit in 2026, inclusief tijdelijke en structurele inhuur. Deze inzet is nodig om het huidige uitvoeringsniveau te realiseren, maar vormt geen structurele ruimte. De uitkomsten van de capaciteitsanalyse laten zien in welke mate VTH afhankelijk is van tijdelijke inzet om de werkzaamheden uitvoerbaar te houden. Ondersteunende en adviserende functies binnen VTH, zoals specialistische deskundigheid, administratieve ondersteuning, frontoffice en coördinatie, brengen we afzonderlijk in beeld als procesoverstijgende capaciteit. Deze inzet is noodzakelijk voor een zorgvuldige uitvoering en kwaliteitsborging, maar telt niet mee als beschikbare uitvoerende capaciteit.

Zij maakt daarom geen onderdeel uit van de capaciteitsberekening en is niet één-op-één te relateren aan productie.

27

6.3.1 Uitgangspunt productieve uren per FTE Voor de berekening van de capaciteit is uitgegaan van een norm van 1.376 productieve uren per FTE per jaar. Deze norm sluit aan bij de concernbrede rekenmethodiek die de gemeente in 2026 hanteert voor capaciteitsberekeningen en financiële onderbouwingen. Binnen de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) vinden naast zaakgerichte werkzaamheden ook werkzaamheden plaats die samenhangen met omgevingsoverleg, integrale afstemming en procesgerichte samenwerking binnen en buiten de gemeentelijke organisatie. Deze werkzaamheden zijn in het PUH opgenomen binnen de capaciteitsberekening. Door deze niet-zaakgerichte werkzaamheden afzonderlijk zichtbaar te maken binnen het primair proces ontstaat een transparanter beeld van de totale inzet binnen het primair proces.

6.3.2 Marktgestuurde werkzaamheden: benadering en aannames Voor marktgestuurde werkzaamheden is de benodigde capaciteit bepaald op basis van: – – –

verwachte aantallen producten (vergunningen, meldingen, controles en handhavingsproducten); de gemiddelde tijdsbesteding per product; extrapolatie van beschikbare gegevens uit het VTH-zaaksysteem, aangevuld met ervaringsgegevens van de teams.

Bij de raming is rekening gehouden met economische ontwikkelingen. Bij een aantrekkende economie neemt het aantal aanvragen en meldingen doorgaans toe, terwijl dit bij een afzwakkende economie afneemt. Bij een stabiele economie blijven de aantallen ongeveer gelijk. Voor 2026 is uitgegaan van een gematigd stabiel economisch scenario. Grote schommelingen zijn daarmee niet verdisconteerd, maar kunnen in de uitvoering wel tot pieken leiden. Marktgestuurd werk is wettelijk verplicht en nauwelijks stuurbaar en legt daardoor een vaste druk op de beschikbare capaciteit. Aanvullend zijn binnen de capaciteitsraming werkzaamheden opgenomen die samenhangen met integrale casus- en procesbehandeling. Het gaat hierbij om werkzaamheden die voortvloeien uit de Omgevingswet en de Wkb, zoals afstemming binnen de organisatie, afstemming met ketenpartners, procesregie, doorontwikkeling, kwaliteitsborging, monitoring en casusgerichte samenwerking. Deze werkzaamheden zijn niet altijd rechtstreeks te koppelen aan afzonderlijke producten, maar maken wel structureel onderdeel uit van de uitvoering van VTH-taken binnen het primaire proces. Voor de VTH-werkzaamheden binnen het primaire proces worden aantallen en uren gepresenteerd. De vertaling naar FTE’s vindt uitsluitend plaats op geaggregeerd niveau en niet per afzonderlijk product.

6.3.3 Prioriteiten uit de U&HS: ideaal versus realistisch Voor de prioriteiten uit de U&HS is onderscheid gemaakt tussen: – –

een ideale inzet, gebaseerd op volledige uitvoering van alle prioriteiten conform de ambitie en het tempo van de U&HS; een realistische inzet voor 2026, passend binnen de beschikbare capaciteit en uitvoeringsruimte.

De ideale inzet betreft een inhoudelijk onderbouwde inschatting van wat nodig zou zijn om alle prioriteiten in 2026 volledig uit te voeren. Deze inzet bedraagt circa 12 FTE en fungeert als referentiekader. De realistische inzet betreft een jaarschijf 2026 binnen meerjarige opgaven. Gezien de beschikbare capaciteit is deze inzet beperkt tot circa 3,8 FTE, verdeeld over de vier prioriteiten. Deze 3,8 FTE betreft uitsluitend de inzet binnen het primaire proces; aanvullende inzet van specialisten, administratie en coördinatie is hierin niet inbegrepen en wordt in latere paragrafen afzonderlijk inzichtelijk gemaakt.

28

De verdeling over vergunningverlening, toezicht en handhaving volgt de inhoudelijke zwaarte per prioriteit. Deze benadering maakt zichtbaar welke ambitie past bij de beleidsdoelen, welke inzet feitelijk haalbaar is en waar bestuurlijke keuzes noodzakelijk zijn.

6.3.4 Verdeling administratieve ondersteuning Naast specialistische deskundigheid houden we bij de capaciteitsberekening rekening met administratieve ondersteuning die direct samenhangt met het primaire proces. Het gaat om zaakgebonden werkzaamheden die nodig zijn voor een zorgvuldige uitvoering van de vergunningverlening. Op basis van de uitgewerkte werkprocessen is voor vergunningverlening een administratieve inzet van 10% aangehouden. Deze inzet bestaat onder meer uit: -

registratie en administratieve afhandeling van aanvragen en meldingen; publicatie van aanvragen en besluiten; legesafhandeling en correspondentie; archivering en dossiervorming.

Deze administratieve inzet is gekoppeld aan het aantal vergunningzaken en wordt daarom toegerekend aan het primaire proces vergunningverlening. De administratieve capaciteit telt echter niet mee als uitvoerende lijncapaciteit en kan niet worden ingezet om tekorten bij vergunningverleners op te vangen. Ook bij toezicht is sprake van beperkte administratieve ondersteuning. Deze inzet betreft onder meer het verwerken en registreren van meldingen start bouw en gereedmeldingen en het ontvangen en toevoegen van aanvullende stukken. Voor deze werkzaamheden is uitgegaan van een inzet van 5%. Deze inzet ondersteunt het toezichtproces, maar telt niet mee als uitvoerende lijncapaciteit en kan niet worden ingezet ter compensatie van tekorten in toezichtcapaciteit. Administratieve werkzaamheden die niet zaakgebonden zijn, zoals algemene ondersteuning, rapportages, procesbeheer en systeembeheer, rekenen we niet tot het primaire proces. Deze werkzaamheden vallen onder de ondersteunende formatie. Met deze werkwijze blijft de administratieve bijdrage zichtbaar, zonder dat dit het beeld van de feitelijk beschikbare uitvoeringscapaciteit vertekent.

6.3.5 Verdeling specialistische deskundigheid Binnen het primaire proces maken we gebruik van specialistische deskundigheid volgens de kwaliteitscriteria 3.0 op het gebied van constructieve veiligheid en cultuurhistorie. Deze functies zijn organisatorisch onderdeel van het team VTH en leveren een inhoudelijke bijdrage aan vergunningverlening, toezicht en handhaving. Zij maken echter geen onderdeel uit van de uitvoerende lijncapaciteit waarop de capaciteitsvergelijkingen in dit hoofdstuk zijn gebaseerd. De inzet van deze specialistische deskundigheid is verdeeld op basis van de feitelijke betrokkenheid binnen de werkprocessen en bedraagt: Constructieve veiligheid -

75% vergunningverlening 25% toezicht

Cultuurhistorie -

35% vergunningverlening 55% toezicht 10% handhaving

29

Deze verdeling beschrijft de feitelijke inzet van deze deskundigheid binnen de werkprocessen van VTH. De verdeling is bedoeld om de bijdrage inzichtelijk te maken, maar niet om deze inzet mee te tellen als uitvoerende capaciteit. Zo voorkomen we dat deze specialistische inzet wordt gezien als vervangende capaciteit voor vergunningverleners, toezichthouders of handhavers. Tegelijkertijd blijft zichtbaar welke rol deze deskundigheden spelen in de uitvoering en kwaliteitsborging van VTH-taken.

6.3.6 Afbakening interne en externe adviseurs De capaciteitsberekeningen in dit PUH zijn uitsluitend gebaseerd op de uitvoerende lijncapaciteit van het primaire proces binnen VTH. De inzet van interne en externe adviseurs die betrokken zijn bij vergunningverlening, toezicht en handhaving is niet meegenomen in de berekening van de benodigde uren en fte’s. Dit betreft onder meer advisering op het gebied van: -

ruimtelijke ordening en stedenbouw; geluid, bodem en milieu.

Deze adviserende inzet is noodzakelijk voor een zorgvuldige besluitvorming en uitvoering, maar maakt geen onderdeel uit van de uitvoerende lijncapaciteit van VTH. Om die reden is deze inzet buiten beschouwing gelaten bij de capaciteitsanalyse. Met deze afbakening blijft de vergelijking tussen beschikbare en benodigde capaciteit zuiver. Ook voorkomen we hiermee dat tekorten in de uitvoerende capaciteit worden gemaskeerd door indirecte of adviserende inzet.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17015651/1