CConstaterende datMidden-Groningen
Koppel je AI →
Document · PDF

411.1 Definitief advies uitvoeringsstructuur sociale agenda d.d. 17 februari 2026

Raadsvergadering 7 mei 2026, gemeente Midden-GroningenBij agendapunt: Raadsbrieven15.061 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

3.

Het team sociale agenda wordt organisatorisch opgehangen binnen de rechtspersoon openbaar lichaam. Zie voor taken de beschrijving op de volgende sheet

4.

Het ondersteunend bureau wordt organisatorisch opgehangen binnen de rechtspersoon openbaar lichaam.

5.

Als het te ingewikkeld ligt dat het team sociale agenda binnen en het team economische agenda buiten het openbaar lichaam opgehangen is (wat naar ons inzicht niet veel uitmaakt), dan zijn er

de volgende opties. Wij vinden die opties niet voor de hand liggen: A.

Alle medewerkers van het team sociaal en het team economisch kunnen formeel opgehangen worden binnen het ondersteunend bureau.

B.

De medewerkers van het team economische agenda vallen onder de rechtspersoon stichting. De medewerkers van het team sociale agenda vallen onder een op te richten entiteit of onder een van de gemeenten.

6.

De komende periode moet na vaststelling deze uitwerking vertaald worden in een organogram en functieprofielen. Wij vinden het verstandig om de organisatie klein te houden, maar om formatief en budgettair ruimte in te bouwen om mensen in te kunnen lenen van de gemeenten en provincie voor de sociale agenda. Dat zorgt ervoor dat mensen elkaar blijven kennen.

36

Positionering directeuren Voor de organisatie werken we de uitgangspunten als volgt uit: 1.

Nagenoeg alle gesprekspartners denken dat het nodig is om voor de sociale agenda een sterke en verbindende leider te hebben. Over de precieze invulling van deze positie lopen de beelden uiteen. Het merendeel meent dat een stevige ambtelijke directeur met ondersteunend team deze rol kan vervullen. Een aantal gesprekspartners ziet voor de korte termijn nog een rol weggelegd voor een bestuurlijke kwartiermaker. Voor hen is op de langere termijn is voor hen een ambtelijk directeur voldoende.

2.

Wij adviseren daarom om voor beide agenda’s een directeur aan te stellen. De directeur sociale agenda heeft tenminste (niet uitputtend) de volgende taken: -

Overzicht houden over de voortgang van de agenda, het bewaken van de samenhang, het identificeren van knelpunten en het vlottrekken daarvan.

-

Contact onderhouden met de stakeholders en voorstellen uitwerken en agenderen voor aanscherping en bijstelling

-

Overleg voeren met de andere directeur over koppelkansen tussen de sociale en economische agenda

-

Overleg voeren met evenknieën binnen de overheden, binnen de betrokken organisaties en binnen de Rijksoverheid

3.

Het is daarnaast nodig om de rol van secretaris-directeur in te vullen. De reden hiervoor is dat het nodig is om de bestuurlijke processen in te regelen, de algehele leiding en coördinatie heeft voor de dagelijkse gang van zaken en te zorgen dat de informatievoorziening naar de politiek en partners op orde is.

4.

Dit leidt tot twee dilemma’s. Ten eerste over het aantal directeuren. We kunnen ons voorstellen dat het de eerste

periode veel werk is om de bestuurlijke processen in te regelen. Maar structureel denken we dat er te weinig werk is voor drie fulltime directeuren. Ten tweede over de positionering van de directeuren. Het ligt voor de hand om de directeur economische agenda te laten ressorteren onder de stichting. En het ligt voor de hand om de directeur sociale agenda te laten ressorteren onder het openbaar lichaam. Dat leidt tot vragen over de verhouding tot elkaar. Voor beide dilemma’s zijn meerdere oplossingen denkbaar. We adviseren de betrokkenen om hierover separaat te overleggen.

37

Bijlage 4 - Verkenning

Verkenning (1/3) 1.

In de gesprekken zijn vijf opties aangereikt voor de bestuurlijke governance. Door de gesprekspartners zijn de volgende vijf voorkeursvarianten benoemd: A. Het formaliseren van de huidige governance. Dat betekent dat de gemeente Groningen kassier blijft en geld uitkeert aan instellingen, organisaties en gemeenten. Die geldstromen kunnen dan juridisch vervat worden in dienstverleningsovereenkomsten, centrumregelingen en begrotingsprogramma’s. Er blijft een informeel orgaan van bestuurders bestaan (onder een convenant) die overlegt over bestuurlijke bijsturing. Dat kan juridisch dan alleen geschieden op basis van volledige consensus. Formeel verantwoordt de gemeente Groningen zich aan de Rijksoverheid, want deze rechtspersoon ontvangt en verdeelt het geld. B. Het samenvoegen van de huidige governance met het openbaar lichaam in oprichting. Dat betekent dat de sociale agenda eigenstandig geplaatst wordt in het openbaar lichaam, waar nu ook de economische agenda eigenstandig in geplaatst wordt. In statuten, reglementen en geldstromen wordt de sociale agenda gescheiden van de economische agenda georganiseerd. De betrokken besturen zijn in een openbaar lichaam gezamenlijk eindverantwoordelijk. Er heerst in het

algemeen bestuur meerderheidsbesluitvorming. In de uitvoeringsgovernance worden alle huidige structuren van de sociale agenda behouden. Het openbaar lichaam kan als rechtspersoon zelfstandig personeel aannemen, geld verdelen en verantwoording afleggen. C. Het samenvoegen van de governance van de sociale en economische agenda onder de stichting in oprichting. Dat betekent dat de stichting die nu onder het algemeen bestuur van het openbaar lichaam wordt opgericht voor de uitwerking van de economische agenda, wordt uitgebreid met de verantwoordelijkheid voor de sociale agenda. Dat betekent dat het stichtingsbestuur (dat bestaat uit afgevaardigden vanuit ondernemers, overheden en onderwijsinstellingen) wordt uitgebreid met afgevaardigden van maatschappelijke partners. Dat stichtingsbestuur werkt dan binnen bestuurlijke kaders van het openbaar lichaam (met als

adviescommissie de huidige stuurgroep) aan een goede uitwerking en uitvoering van zowel de sociale als economische agenda.

Verkenning (2/3) D. Het oprichten van een tweede stichting verbonden met het openbaar lichaam, speciaal voor de sociale agenda. Dat betekent dat aan het openbaar lichaam in oprichting een extra stichting wordt toegevoegd. Het bestuur van stichting bestaat dan uit mensen met affiniteit met maatschappelijke partijen en affiniteit met overheden. De stichting kan dan als rechtspersoon, binnen de kaders van het openbaar lichaam, zelfstandig personeel aannemen, geld verdelen en

verantwoording afleggen. Op deze manier is de governance van de sociale agenda vergelijkbaar met de governance van de economische agenda. E. Het oprichten van een nieuw openbaar lichaam voor de sociale agenda. Dat betekent dezelfde uitwerking van optie B, maar dan in een eigen openbaar lichaam. Dat betekent een nieuwe juridische structuur en nieuwe bestuursleden. Dat zouden dan of de kroonbenoemden of de portefeuillehouders kunnen zijn.

2. De vijf opties hebben allemaal voor en nadelen. Ze zijn allemaal op vele manieren uit te werken, zodanig dat de voordelen wat groter en de nadelen wat kleiner

kunnen worden. Het is niet vreemd dat gesprekspartners verschillende voorkeuren hebben: sommigen willen de overheden op grote afstand of meer gelijkwaardigheid tussen soorten partners, sommige vinden een gespiegelde governance van de sociale en economische agenda belangrijk, anderen willen zo min mogelijk veranderen. Om deze discussie niet nodeloos ingewikkeld te maken hebben we de genoemde voor- en nadelen in de tabel op de volgende pagina kort door de bocht samengevat.

A. Formaliseren van de huidige governance

Voordelen

• •

Geen verstoring van wat nu goed loopt Geen aanvullende bestuurlijke drukte

B. Samenvoegen huidige governance met openbaar lichaam in oprichting

•

• •

Besluitvorming in OL op basis van meerderheid mogelijk Mogelijkheid tot in dienst nemen van eigen personeel Een bureau dat overzicht heeft beide perspectiefagenda’s

C. Samenvoegen governance sociale en economische agenda onder stichting in oprichting

•

• •

•

Nadelen

•

•

•

Juridisch gezien alleen bijstelling mogelijk met volledige consensus Geen mogelijkheid om eigen personeel in dienst te nemen De juridische verantwoordingsplicht ligt bij de gemeente Groningen.

•

Bestuurlijke vormgeving (bv met waterschappen in bestuur) is niet ontworpen met het oog op intreding van de sociale agenda.

•

•

•

D. Openbaar lichaam met twee stichtingen (één voor de economische- en één voor de sociale agenda)

Besluitvorming in OL op basis van meerderheid mogelijk Mogelijkheid tot in dienst nemen eigen personeel Een bureau dat overzicht heeft beide perspectiefagenda’s Uitwerking en uitvoering binnen mandaat OL onder gelijkwaardige verhoudingen van overheden en partners

•

Grote verandering ten opzichte van de structuur die nu goed werkt Risico op teveel vervlechting tussen sociale en economische agenda Partijen in stichting die niet met sociale agenda te maken hebben besluiten er wel over mee en vice versa.

•

• •

•

•

E. Oprichten nieuw openbaar lichaam voor sociale agenda

Besluitvorming in OL op basis van meerderheid mogelijk Mogelijkheid tot in dienst nemen eigen personeel Een bureau dat overzicht heeft over beide perspectiefagenda’s Uitwerking en uitvoering onder gelijkwaardige verhoudingen van overheden en partners

•

Grote verandering ten opzichte van de structuur die nu goed werkt Vertegenwoordigers van maatschappelijke partijen moeten binnen de kaders van de stichting gaan beslissen over geld dat aan maatschappelijke partijen wordt besteedt.

•

•

•

Geen enkele kans op teveel vervlechting sociale en economische agenda Alle voordelen van optie B, excl. een gezamenlijk bureau.

Toename bestuurlijke drukte Geen gezamenlijk bureau dat overzicht houdt over beide perspectiefagenda’s

Verkenning (3/3) 3. Hoewel alle varianten kunnen werken, vielen voor ons twee opties

Afwegingscriteria Berenschot

Argumentatie Berenschot

1. Meerderheidsbesluitvorming is mogelijk

Als er conflict komt moeten knopen doorgehakt kunnen worden

2. De politiek heeft formeel en praktisch een logische positie

We leven in een democratie en het is publiek geld

3. Maatschappelijke partijen hebben formeel en praktisch een logische positie

Goede uitvoering is afhankelijk van de inzichten en activiteiten van deze partijen

4. De uitvoering blijft op een gelijke wijze georganiseerd

Wat goed gaat moet niet verstoord worden tenzij het evident is dat het beter kan

5. Zo min mogelijk toename aan bestuurlijke drukte en aan bureaucratische kosten

Er zijn in dit gebied al veel structuren en het geheel moet doenlijk, betaalbaar en navolgbaar blijven.

6. De sociale en economische agenda blijven gescheiden stromen blijven, waartussen verbinding mogelijk is

Het zijn verschillende soorten activiteiten met verschillende partners. Teveel verwevenheid leidt tot minder focus

7. Het is eenvoudig mogelijk om de betrokkenheid van het Rijk te organiseren

De middelen komen voor een groot deel van het Rijk. Het moet mogelijk zijn integraal te rapporteren én het moet mogelijk zijn hen waar nodig integraal te betrekken

sowieso af. Wij vinden dat al deze vijf opties kunnen werken, mits goed uitgewerkt. Alle vijf de keuzes zijn dus gerechtvaardigd om te maken en we kunnen ze ook allen technisch uitwerken. Maar meerdere gesprekspartners hebben ons ook gevraagd om klip en klaar expertadvies, zonder ons te verschuilen achter draagvlak-argumenten. Vanuit ons eigen afwegingskader voor advies (ter rechterzijde) blijven er voor ons drie reële opties over. Dat zijn: 1. Optie B. Samenvoegen governance onder huidig openbaar lichaam. Deze scoort goed op criteria 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 2. Optie D. Openbaar lichaam met twee stichtingen. Deze scoort goed op criteria 1, 2, 3, 6, 7

3. Optie E. Oprichten nieuw openbaar lichaam. Deze scoort goed op criteria 1, 2, 3, 4, 6, 7 Optie A en optie C vallen voor ons af, omdat ze op teveel criteria niet goed scoren of omdat nadelen voor ons heel zwaarwegend zijn. 4. Op basis van deze verkenning zijn de overgebleven drie opties uitgewerkt.

Bijlage 5 - Uitwerking alternatieven

De uitwerking van alternatieven 1. Uitwerking alternatief één. Optie D: ‘Twee stichtingen onder één openbaar lichaam’’ 2. Uitwerking alternatief twee. Optie E: ‘Twee openbare

lichamen’

76016-Intern vertrouwelijk

44

Uitwerking optie D – Twee stichtingen 1. We werken hierna optie D uit – een openbaar lichaam met

twee stichtingen. 2. In de hiernavolgende sheets lichten we toe op welke onderdelen of punten deze keuze afwijkt ten opzichte van ons advies voor optie B. 3. Omdat het noodzakelijk is om eerst uit te werken hoe de stichting vorm krijgt en wie daarin deelneemt, werken we dit

als eerste uit en zoomen we vervolgens in op verschillen in de uitvoeringsgovernance ten opzichte van optie B.

76016-Intern vertrouwelijk

45

Uitwerking optie D – Twee stichtingen Bestuurlijke governance

1. Voor de bestuurlijke governance bij optie D geldt dat deze grotendeels hetzelfde blijft als in optie B. Dat betekent dat de Groningse en Noord-Drenthe gemeenten, de provincie Groningen en de waterschappen deelnemers zijn aan de GR, en dat de kroonbenoemden lid zijn van het AB. A. In de gesprekken over in het kader van optie D de suggestie meegegeven om ook maatschappelijke partijen in het AB op te nemen. Wij adviseren om – als voor deze optie gekozen wordt - dat niet te doen. Dat heeft twee inhoudelijke redenen: 1) de maatschappelijke partijen hebben al een stevige rol in de uitvoeringsgovernance, 2) de samenstelling van het AB wordt onevenwichtig. De partijen betrokken bij de economische agenda zijn immers niet vertegenwoordigd. Het

leidt ook tot ingewikkelde vragen over representativiteit van de verschillende sectoren. 2. De sheet met de uitgangspunten voor de bestuurlijke governance onder ad 1 blijven hetzelfde. 3. De sheet ad 2. (doel en taken) verandert, zie de sheet hierna. 4. De sheets onder ad. 3 (samenstelling OL en AB/DB), ad 4 (betrokkenheid portefeuillehouders), ad. 5 (betrokkenheid maatschappelijke partijen) ad. 6 (betrokkenheid inwoners), ad 7. (betrokkenheid jongeren), ad. 8. (uitwerking verantwoordingsmechanismes naar politiek en Rijk) ad. 9 (uitwerking financiering) en ad. 10 (positie Rijk) gelden voor optie D wat ons betreft nagenoeg onverkort, met dien verstande: A. Dat er in het geval van een stichting geen bestuurscommissie maar formele adviescommissies voor de wethouders en het alliantieberaad worden ingericht en dat deze in het geval van optie D wat ons betreft verplicht om advies worden gevraagd over het door de stichting uitgewerkte uitvoeringsprogramma. B. De adviescommissie en het alliantieberaad spelen verder een marginale rol, aangezien beide partijen reeds in het stichtingsbestuur vertegenwoordigd zijn. Voor de slagvaardigheid van de stichting ligt een stevigere rol van beide partijen niet voor de hand. 5. Daarnaast wordt een nieuwe entiteit gecreëerd – een stichting. We gaan in de hiernavolgende sheets in op hoe dit wordt vormgegeven.

76016-Intern vertrouwelijk

46

Uitwerking doel en taken Openbaar lichaam – optie D Doel openbaar lichaam:

Het bevorderen van de brede welvaart in Groningen en Noord Drenthe vanuit het perspectief van economische structuurversterking én het bevorderen van de kwaliteit van leven van alle inwoners van Groningen en Noord-Drenthe op de terreinen gezondheid, kansengelijkheid, leefbaarheid en bestaanszekerheid. Taken:

- Aanvullend op de taken van de economische agenda, heeft het openbaar lichaam de volgende taken: •

Het realiseren van de Sociale Agenda voor de periode 2026-2055.

•

Het vaststellen van en sturen op de concrete uitvoeringsprogramma’s. Deze uitvoeringsprogramma’s worden door de stichting opgesteld.

- Het monitoren op de doelen en input leveren voor de verantwoording van de colleges via de Staat van Groningen en Noord-Drenthe - Het samenbrengen van de inzet van de gemeenten en provincie op de thema’s van de sociale agenda. - De verantwoordelijkheid voor de gelden van de sociale agenda en de daarbij behorende verantwoordelijkheid om deze middelen te verstrekken aan uitvoerende partijen, bv. door vaststellen van subsidieregelingen.

47

Uitwerking stichting– optie D Bestuur

•

Het bestuur van de stichting bestaat uit minimaal vijf stemgerechtigde leden (overheid, en een vertegenwoordiger per thema (leefbaarheid, kansgelijkheid, armoede en participatie en gezondheid)).

•

Wij stellen een technocratisch stichtingsbestuur voor. Voordracht van bestuurders gebeurt vanuit de adviescommissie sociaal domein en het alliantieberaad op basis van een vooraf vastgesteld functieprofiel.

•

De Raad van Toezicht benoemt de bestuursleden.

Raad van Toezicht

•

De stichting kent een RvT die toezicht houdt op het beleid van het bestuur en op de algemene gang van zaken binnen de rechtspersoon.

•

Het openbaar lichaam benoemt de leden van de RvT.

•

De RvT bestaat uit vertegenwoordigers vanuit de overheid, de maatschappelijke organisaties en sectoren en inwoners.

Organisatie •

De stichting heeft een ondersteunend bureau met een directeur met een achtergrond in het sociaal domein en kennis van het reilen en zeilen bij de overheid.

•

Het ondersteunend bureau van de stichting staat aan de lat voor het opstellen van de uitvoeringsprogramma’s, de voorbereiding van besluiten, monitoring en verantwoording en is het eerste aanspreekpunt voor de uitvoering (zie onderdeel uitvoeringsgovernance).

76016-Intern vertrouwelijk

48

Openbaar lichaam

Stichtingsbestuur (overheden, maatschappelijke partijen)

Alliantieberaad

Voordracht leden bestuur stichting

Financiert en stelt inhoudelijke en procesmatige kaders

Adviescommissie sociaal domein

Benoemt leden stichtingsbestuur Houdt toezicht op

Raad van Toezicht (overheden, maatschappelijke partners/sectoren, inwoners) 49

Taken stichting •

Het opstellen van concrete uitvoeringsprogramma waarin de doelen uit de Sociale Agenda zijn uitgewerkt.

•

Het opstellen van een afwegingskader waaraan initiatieven moeten voldoen om in aanmerking te komen voor financiering.

•

Het toekennen van middelen.

•

Vaststellen van de kaders voor monitoring

•

Het jaarlijks rapporteren aan het openbaar lichaam over de toegekende middelen en hoe deze bijdragen aan de gewenste resultaten en effecten zoals benoemd

in het uitvoeringsprogramma. Deze taken worden nader uitgewerkt in de sheets over de uitvoeringsgovernance. In de sheet hierna is de bestuurlijke governance gevisualiseerd.

50

Openbaar lichaam “Perspectief Groningen en NoordDrenthe”

Gemeenteraad

Provinciale Staten

AB Waterschap Provincie Drenthe

Rijksoverheid College van B&W

College van GS

DB Waterschap

Art. 13 Wgr

Adviescommissie economie

Advisering

Advisering Algemeen bestuur

Adviescommissie sociaal

Alliantiebera ad

DB inclusief voorzitter

Ondersteunend bureau

Stichting “versterking economische structuur”

Stichting “sociale agenda”

Mechanisme voor opstellen en herijken uitvoeringsprogramma sociale agenda We adviseren om eens in de vijf jaar (of zoveel vaker dan nodig) het gehele

OL

Adviescommissie sociaal

Alliantiebera ad

uitvoeringsprogramma van de sociale agenda tegen het licht te houden. Ons advies is om dat als volgt vorm te geven: 1. De directeur sociale agenda van het ondersteunend bureau van de stichting doet voorstellen voor de herijking van (het uitvoeringsprogramma van) de sociale agenda.

2. Het directeur en zijn team baseert deze voorstellen op de monitoringsrapportages van de afgelopen vijf jaar, de Staat van Groningen en Noord-Drenthe en het gesprek met het Rijk, de samenhang met uitvoeringsprogramma Rijk, de tussentijdse voorstellen tot bijsturing van maatregelen, (landelijke) beleidsontwikkelingen en gesprekken met het

Bestuur stichting

Rijk, stand van kennis, lessons learned en de signalen uit de gesprekken die de procesregisseurs en directeur sociale agenda voeren.

3. De directeur legt het voorstel voor aan het bestuur van de stichting en past het waar nodig aan. 4. De directeur legt het voorstel vervolgens ter besluitvorming voor aan het AB/DB. Het

Directeur en team ondersteund bureau stichting

AB/DB vraagt het alliantieberaad en de adviescommissie sociaal domein om advies. NB. Indien zich onvoorziene omstandigheden voordoen die nut en noodzaak van een

maatregel wegnemen is het logisch om deze werkwijze te doorlopen in plaats van de werkwijze voor bijsturing. Gedacht kan worden aan gevallen waarbij een maatregel op een andere wijze wordt gefinancierd (bv. het Rijk neemt financiering over) of andere reden waardoor noodzaak voor (financiering van) maatregel als geheel wegvalt. 52

Mechanisme voor het uitwerken van maatregelen OL Bij optie D werkt de uitwerking van maatregelen als volgt:

1. Het team sociale agenda van het ondersteunend bureau van de stichting ontwikkelt de voorstellen voor concrete uitwerking/bijsturing van de maatregelen. Het team sociale agenda onderhoudt in dit kader ook nauw contact met het Rijk. 2. Het team sociale agenda werkt dit uit met de bestaande werkgroepen. In deze

Bestuur stichting

werkgroepen zitten maatschappelijke partijen en ambtenaren van gemeentes. Het team sociale agenda betrekt deze werkgroepen bij de uitwerking van voorstellen. 3. De directeur sociale agenda doet uiteindelijk de voorstellen voor de concrete uitwerking van (onderdelen van) de maatregelen. 4. De directeur dient een voorstel alleen in als degenen die het voorstel moeten uitvoeren het voorstel steunen.

Directeur en team ondersteund bureau stichting

5. De directeur legt het voorstel vervolgens voor aan het bestuur van de stichting en past het waar nodig aan. 6. De directeur legt het voorstel vervolgens ter besluitvorming voor aan het AB/DB van het

openbaar lichaam. 7. De stichting verstrekt vervolgens de middelen die benodigd zijn voor de uitvoering van de voorstellen.

Werkgroep

Werkgroep

Werkgroep

53

Wijze van inhoudelijke bijsturing per maatregel

Uitgangspunten 1. Op dit moment worden de zestien maatregelen uit de sociale agenda nader uitgewerkt en geconcretiseerd. We hebben in de sheets hiervoor toegelicht

welk proces we adviseren als het gaat om de uitwerking van de maatregelen. 2. Het is onvermijdelijk dat op enig moment bijsturing van een (of meerdere) maatregelen aan de orde is en dat niet kan worden gewacht op de vijfjaarlijkse cyclus voor herijking van het uitvoeringsprogramma. Het kan zowel gaan om bijsturing in de vormgeving van de maatregel als bijsturing op de inhoud van de maatregel. 3. Als bijsturing nodig blijkt, is het van belang dat de partijen die de maatregelen uitvoeren betrokken worden bij voorstellen tot inhoudelijke bijsturing. 4. De opgave van Nij Begun is dat het niveau van de brede welvaart in het gebied, uiterlijk in 2055 op ten minste het landelijk gemiddelde is gebracht. Het resultaat wordt mede beïnvloed door ander beleid dan de sociale agenda op gemeentelijk niveau.

5. Het team van de sociale agenda betrekt het Rijk in het proces. 6. Bij voorstellen voor bijsturing wordt de informatie uit de monitoring en de Staat van Groningen en Noord-Drenthe betrokken.

54

Wijze inhoudelijke bijsturing per maatregel OL

Werkwijze die hieruit volgt 1.

Ons advies is om op maatregelniveau de wijze van inhoudelijke bijsturing te

uniformeren en organiseren. 2.

Het team sociale agenda van het ondersteunend bureau van de stichting ontwikkelt per maatregel voorstellen voor de inhoudelijke bijsturing. Het team baseert zich bij de voorstellen voor de inhoudelijke bijsturing mede op

Bestuur stichting

de uitkomsten uit de monitoring, de Staat van Groningen en Noord-Drenthe en gesprekken met het Rijk en signalen die ze ontvangt uit

stakeholdermanagement en eigen analyse. 3.

Het team sociale agenda ontwikkelt de voorstellen voor inhoudelijke bijsturing in samenspraak met de werkgroepen die betrokken waren bij de ontwikkeling van de desbetreffende maatregelen. Het team betrekt het Rijk

Directeur en team ondersteund bureau stichting

in de voorbereiding. 4.

De directeur sociale agenda van het ondersteunend bureau legt het voorstel

voor aan het bestuur van de stichting en past het waar nodig aan. 5.

De directeur sociale agenda legt het voorstel voor aan het DB/AB van het openbaar lichaam ter besluitvorming.

Werkgroep

Werkgroep

Werkgroep

55

Wijze van financiering Uitgangspunten 1.

De sociale agenda bestaat uit verschillende maatregelen, die door een veelvoud aan partijen worden uitgevoerd. De financiering geschiedt ook op verschillende manieren. In sommige gevallen is de financiering een aanvulling op een reeds bestaand initiatief of maatregel. In andere gevallen wordt de uitvoerende partij direct gefinancierd. Het is ook mogelijk dat de financiering via de gemeente loopt.

2.

Ons uitgangspunt is dat je niet moet tornen aan reeds bestaande en/of decentrale structuren voor financiering die al goed werken. Hoewel je een onderbouwd pleidooi kunt houden voor centralisering en harmonisering van geldstromen, zien wij nut en noodzaak van bestaande/decentrale verankering.

3.

We formuleren daarom een aantal algemene uitgangspunten voor het bepalen van de wijze van financiering. Dat zijn de volgende: A.

Zorg dat er zo min mogelijk schakels zitten tussen de financierende partij en de uitvoerende partij. Het geld moet met zo min mogelijk omwegen terecht komen bij de partijen die de uitvoering ter hand nemen. Ons advies is om – waar het kan – zo rechtstreeks mogelijk aan de uitvoerende partij te financieren. Dit doet recht aan het uitgangspunt van de sociale agenda om het geld terecht te laten komen waar het voor bedoeld is.

B.

Kies ervoor om, als dat mogelijk is, bij bestaande structuren of initiatieven met een vergelijkbaar doel aan te sluiten op de financieringsstromen. Belangrijk aandachtspunt hierbij is dat de geldstormen niet verwateren en dat de verantwoording over de uitgaven nog zuiver mogelijk is. En dat het – indien van toepassing, voldoet aan het staatssteun- en aanbestedingsrecht.

C.

Het team sociale agenda is opdrachtgever voor de processen rond de verstrekking van middelen aan partijen. De precieze invulling hiervan is afhankelijk van de keuze voor de kassier.

Werkwijze die hieruit volgt 1.

We adviseren om de wijze van financiering op maatregelniveau te uniformeren. Dat betekent dat alle uitvoerende partijen op maatregelniveau weten waar ze aan toe zijn.

2.

De directeur sociale agenda van het ondersteunend bureau van de stichting doet voorstellen voor de wijze van financiering per maatregel.

3.

De directeur sociale agenda legt deze voorstellen voor aan het bestuur van de stichting en past het waar nodig aan.

4.

De directeur sociale agenda legt het voorstel vervolgens ter besluitvorming voor aan het DB/AB van het openbaar lichaam.

5.

De stichting keert vervolgens de middelen uit conform de gekozen wijze van financiering. 56

Wijze van monitoring Uitgangspunten 1.

Een belangrijk aspect van de uitvoeringsstructuur is de monitoringscyclus. Het is van belang om inzicht te krijgen of de juiste dingen gebeuren en of ze ook goed gebeuren.

2.

Het doel van een monitoringssystematiek is drieledig: 1) Duidelijk maken voor uitvoerende partijen op basis van welke indicatoren de voortgang en prestaties worden gemeten, 2) een systematiek hebben waarmee inzicht wordt verkregen op voortgang, prestaties en effecten en 3) een manier om onderling te leren van elkaars aanpak.

3.

In de gesprekken die we voerden kwamen twee belangrijke noties naar voren: 1) volledige uniformering en harmonisatie is niet wenselijk. Houd ruimte voor decentrale structuren en governance, 2) maak de wijze waarop moet worden verantwoord en gemonitord wel zo eenvoudig mogelijk, voorkom dat aan meerdere partijen verschillende informatie moet worden aangeleverd over hetzelfde onderwerp.

4.

Een cultuur van goede samenwerking (o.a. met het Rijk) is het uitgangspunt. De kern is dat uit wordt gegaan van vertrouwen. Het gaat bij monitoring om inzicht, evalueren, leren en vertrouwen. Deze elementen dienen wat ons betreft voorop te staan en vormen de basis voor de monitoring. Een nauwe focus op controle en verantwoording doet de sociale agenda geen recht.

5.

De Staat van Groningen en Noord Drenthe is het monitorings- en verantwoordingsinstrument op basis waarvan Rijk en regio het gesprek voeren over de voortgang van de doelen en eventuele bijsturing. Het is van belang dat de monitoring van de verschillende onderdelen van de sociale agenda aansluit op de SvGND.

6.

Een belangrijk aspect in de monitoring is, naast inzicht in prestaties en voortgang, het lerende aspect. Het is goed als partijen onderling van elkaar leren

over wat wel en niet werkt.

76016-Intern vertrouwelijk

57

Wijze van monitoring

Werkwijze die hieruit volgt 1.

We adviseren om de monitoring op maatregelenniveau te uniformeren. Dat betekent dat alle uitvoerende partijen op maatregelniveau weten waar ze aan toe

zijn. Dit zorgt voor uniformiteit op maatregelniveau, maar laat (veel) ruimte voor decentrale uitvoering en governancestructuren. 2.

Het team sociale agenda van het ondersteunend bureau van de stichting doet voorstellen voor de kaders en indicatoren voor de monitoring per maatregel. De in de sociale agenda geformuleerde indicatoren zijn hier waar logisch een onderdeel van.

3.

De directeur sociale agenda van het ondersteunend bureau legt dit voorstel voor aan het bestuur van de stichting en past het voorstel waar nodig aan

4.

De directeur sociale agenda passen leggen het voorstel ter besluitvorming voor aan het DB/AB van het openbaar lichaam.

5.

We adviseren om per maatregel één organisatie aan te wijzen als partij aan wie de monitoringsinformatie moet worden geleverd.

6.

Het team sociale agenda bundelt alle monitoringsinformatie van alle maatregelen ten behoeve van inzicht en overzicht en voor de verantwoordingscyclus. De stichting is daarmee verantwoordelijk voor het verzamelen en bundelen van de informatie en het aanleveren daarvan aan het uitvoerend bureau van het openbaar lichaam.

7.

Om het lerende aspect van de monitoringscyclus expliciet te maken adviseren we om het team sociale agenda minimaal één keer per jaar een leerbijeenkomst per maatregel te organiseren met alle uitvoerende partijen en betrokken inwoners, om best practices te delen. Het verdient daarnaast aanbeveling om één keer per jaar een leerbijeenkomst per thema (over alle maatregelen in dat thema heen) te organiseren.

58

Uitwerking organisatie Organisatie 1. De sheet onder ad 1. (uitgangspunten voor de wijze waarop je de organisatie inricht) wijkt onzes inziens niet af ten opzichte van optie B. 2. In de uitwerking van de organisatie is het belangrijkste verschil dat ons advies

zou zijn dat het team en de directeur sociale agenda onder de stichting ressorteren. 3. Dat betekent dat een aparte directeur voor het ondersteunend bureau in de GR nodig is. Deze directeur vervult dan de rol van secretaris-directeur. Deze directeur heeft ook een belangrijke rol als het gaat om het leggen van verbanden en zorgen voor samenhang tussen de economische en de sociale

agenda waar nodig. 4. De taken van de directeur sociale agenda in de stichting zijn niet wezenlijk anders dan in optie B. Het ligt voor de hand dat de directeur een achtergrond heeft in het sociaal domein en kennis heeft van het reilen en zeilen bij de overheid.

76016-Intern vertrouwelijk

59

Optie E – Twee Openbare lichamen

76016-Intern vertrouwelijk

60

Optie E – Twee openbare lichamen De uitwerking van optie E – kiezen voor twee openbare lichamen, verschilt nauwelijks van optie B. We kiezen er daarom voor om op de hiernavolgende sheets alleen uit te lichten op welke onderdelen of punten we af zouden wijken van ons advies ten aanzien van de bestuurlijke governance, de uitvoerende governance en de organisatie van optie B: Uitvoerende governance

1. Voor de uitvoerende governance geldt ons advies voor optie B onverkort. We zien geen elementen die in optie E anders zouden moeten ten opzichte van optie B. Het enige dat afwijkt, is wie uiteindelijk in het openbaar lichaam besluit (want andere deelnemers, zie bestuurlijke governance) Bestuurlijke governance: 1. Het doel van het openbaar lichaam dient sec toegesneden te worden op de sociale agenda. Dit zou als volgt geformuleerd kunnen worden: “het bevorderen van de kwaliteit van leven van alle inwoners van Groningen en Noord-Drenthe op de terreinen gezondheid, kansengelijkheid, leefbaarheid en bestaanszekerheid, met het oog op het bevorderen van de brede welvaart in Groningen en Noord Drenthe. 2. Voor het sociaal domein ligt deelname van de waterschappen aan de GR niet voor de hand. Ons advies zou dan ook zijn om de waterschappen niet deel te laten nemen. Voor het overige blijft ons advies hetzelfde. Dat zou betekenen dat de Groningse gemeenten, Tynaarlo, Noordenveld en Aa en Hunze en de provincie Groningen deelnemers zijn. En het Rijk en de provincie Drenthe agendaleden. De kroonbenoemden nemen zitting in het AB. 3. Onder ad. 9 (uitwerking financiering) geldt dat door het feit dat gekozen wordt voor twee openbare lichamen, de passages over strikte scheiding van

geldstromen niet relevant zijn als voor optie E wordt gekozen. 4. Voor het overige blijft ons advies gelijk aan het advies voor de bestuurlijke governance van optie B

76016-Intern vertrouwelijk

61

Optie E – Twee openbare lichamen Organisatie 1. Omdat bij optie E gekozen wordt voor het oprichten van een apart openbaar lichaam, is ook een apart ondersteunend bureau nodig. Het advies voor de organisatie wijkt in die zin dus ook af van het advies bij optie B. 2. Wat ons betreft is nog steeds een stevige directeur nodig die de sociale agenda overziet. Deze heeft dezelfde taken als onder optie B. De discussie over de positionering van de directeuren van de sociale en economische agenda is bij optie E niet meer relevant. Wat ons betreft is bij keuze voor optie E één directeur voldoende. De directeur sociale agenda vervult dan ook de rol van secretaris-directeur voor het AB/DB.

3. Een keuze voor optie E betekent wel dat het nieuw op te richten openbaar lichaam een eigen ondersteunend bureau krijgt. Dit betekent dat voor dit ondersteunend bureau personeel moet worden geworven. De behaalde efficiëntie in optie B met één bureau gaat hiermee verloren. 4. Het betekent ook dat het ondersteunend bureau van de economische en sociale agenda apart van elkaar in aparte openbare lichamen worden georganiseerd. Dat betekent dat de verbinding die op sommige onderwerpen nodig kan zijn minder organisch tot stand komt. Deze verbinding moet actief worden gezocht en verbanden moeten actief worden gelegd. 5. Ons advies zou zijn om structureel overleg in te regelen tussen het team sociale agenda en het team economische agenda en tussen de directeuren onderling.

Als we deze aanpassingen verwerken, komen we tot de visualisering op de volgende sheet:

76016-Intern vertrouwelijk

62

Openbaar lichaam “Sociale Agenda Groningen en Noord-Drenthe” Gemeenteraad

Provinciale Staten Provincie Drenthe

Rijksoverheid College van B&W

College van GS

Art. 13 Wgr

DB inclusief voorzitter

Directeur en team sociale agenda

Financiert en stelt inhoudelijke en procesmatige kaders

Uitvoeringstructuur sociale agenda

Bestuurscom missie sociaal (25 Wgr) Advisering

Algemeen bestuur

Alliantieberaad (24 Wgr)

Overige bijlagen

Bijlage 6 Samenhang sociale agenda met andere programma’s

65

Samenhang met andere samenwerkingsverbanden Samenwerking

Economische agenda

Staat van Groningen en NoordDrenthe

Regiodeals

Organisaties onderdeel

Rijk, gemeenten, provincie, waterschappen, maatschappelijke partners.

Rijk, Groningse gemeenten, Tynaarlo, Noordenveld, Hunze en Aa’s, provincie Groningen, waterschappen Noorderzijlvest en Hunze en Aa’s

Rijk, gemeenten, provincie Groningen

Overlappende doelen

1.

1.

1.

2.

3. 4. 5.

Meer gelijke kansen en arbeidsparticipatie. Investeren in onderwijs en talentontwikkeling. Gezondheid en leefbaarheid als basis voor economie. Verminderen van armoede en schulden. Versterken van regionale identiteit en trots.

2.

3. 4. 5.

Gezond opgroeien en gezond ouder worden is normaal. Voldoende passend werk of een zinvolle tijdsbesteding. Bevorderen van sociale samenhang. Zorgen dat iedereen mee kan doen aan de samenleving. Verminderen van eenzaamheid.

2.

3. 4. 5. 6. 7.

Vergroten van gelijke kansen voor kinderen en jongeren Verbeteren van (arbeids-)participatie en inkomen Verlaging van problematische schulden / armoede Gezondheid en leefomgeving Versterken van sociale leefbaarheid/zelfredzaamheid Verbetering van leefbaarheid en woonomgeving. Vergroten van zelfbewustzijn, trots en regionale identiteit. 66

Samenhang met andere samenwerkingsverbanden Samenwerking

IZA akkoord

GALA akkoord

Werk in Zicht Arbeidsmarktregio

Organisaties onderdeel

Gemeenten, rijk, zorgverzekeraars, zorgaanbieders.

Gemeenten, rijk, zorgverzekeraars, zorgaanbieders.

Gemeenten, UWV, onderwijsinstellingen, provincies Groningen en Drenthe

Doelen

1. 2.

1.

1.

3.

Meer gezonde levensjaren. Verbeteren van mentale gezondheid. Vergroten van gelijke kansen voor kinderen en jongeren.

2.

3.

4.

Terugdringen van gezondheidsachterstanden. Een gezonde fysieke leefomgeving die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten. Verbeteren van mentale gezondheid en mentale weerbaarheid. Versterken van sociale basis en leefbaarheid.

2. 3.

4.

Vergroten van (arbeids-)participatie van jongeren en inwoners die langdurig langs de kant staan. Vergroten van gelijke kansen voor kinderen en jongeren Stimuleren van meer taalbevordering, in het bijzonder voor kinderen en jongeren. Verlaging van (intergenerationele) armoede en minder problematische schulden.

67

Samenhang met andere samenwerkingsverbanden Samenwerking

Nieuw nationaal programma voor vitale regio’s voor Noorden Oost-Groningen

Jeugdregio Groningen

Regionaal overleg VSV

Organisaties onderdeel

Gemeenten, rijk, provincie

Gemeenten, aanbieders, verwijzers en andere relevante organisaties

Gemeenten, onderwijsinstellingen, arbeidsmarktregio.

Doelen

1.

1.

1.

2.

3.

Veilige en leefbare regio’s (gezonde woon- en leefomgeving) Duurzaam en bereikbaar voorzieningenniveau Gezonde en kansrijke toekomst voor inwoners (mogelijkheden voor goed onderwijs, werk, ontwikkeling, gezond opgroeien en ouder worden).

2.

3.

Kinderen krijgen de kans zich positief, veilig en gezond te ontwikkelen Laagdrempelige en toegankelijke hulp dichtbij kind, gezin en leefomgeving organiseren Preventie van problemen door het verbeteren van onderliggende problematiek.

2.

3. 4.

Vergroten van gelijke kansen voor kinderen en jongeren. Vergroten van (arbeids-)participatie van jongeren. Verlaging van (intergenerationele) armoede. Verbeteren van mentale gezondheid.

68

Samenhang met andere samenwerkingsverbanden Samenwerking

NPG

Organisaties onderdeel

Gemeenten, rijk, provincie en diverse organisaties

Doelen

1. 2.

Werken aan een goede toekomst voor elke Groninger Versterken van de leefomgeving, de economie, opleidingen, banen en de natuur en het klimaat.

69

Bijlage 7

Gesprekspartners

76016-Intern vertrouwelijk

70

Overzicht gesprekspartners Gesprekspartners Provincie Groningen

Staatssecretaris Herstel Groningen

Nationaal Programma Groningen

Ministerie van BZK

JongNoord

Ministerie van SZW

Alliantiepartners Leefbaarheid

Kwartiermaker Economische Agenda

Alliantiepartners Kansengelijkheid

Afvaardiging van directeuren sociaal domein

Alliantiepartners Armoede en participatie

Gemeente Groningen

Alliantiepartners Gezondheid

Gemeente Stadskanaal

Gemeente Eemsdelta

Gemeente Veendam

Gemeente Oldambt

Gemeente Pekela

Gemeente Westerwolde

Gemeente Midden-Groningen

Gemeente Aa en Hunze

Gemeente Het Hogeland

Gemeente Tynaarlo

Gemeente Noordenveld

Gemeente Westerkwartier

Provincie Drenthe

76016-Intern vertrouwelijk

71

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16831100/1