404.1 Bijlage 1 - Erfgoedprogramma 2026-2028 DEF
Tekst van het document
Deze grafiek geeft per regeling het aantal aanvragen weer voor de periode 2018-2025. Opvallend is de enorme piek in SOK aanvragen in 2024. Bron: provincie Groningen, januari 2026.
Deze grafiek geeft per regeling het aantal verleningen weer voor de periode 2018-2025. Bron: provincie Groningen, januari 2026.
Erfgoedprogramma 2026-2028 | pagina 62
In de periode 2018 tot en met het derde kwartaal van 2025 is er een totaalbedrag van € 33.720.632 verstrekt aan de restauraties en het groot onderhoud van rijksmonumenten in de provincie Groningen.
Deze grafiek geeft het totaalbedrag aan verleningen weer per regeling, voor de periode 2018-2025. RORG data voor de periode 2018 – 2022 is niet per jaar beschikbaar en daarom niet in de grafiek opgenomen. Het totaalbedrag aan verleningen voor de RORG in deze periode is € 5.775.286. Bron: provincie Groningen, januari 2026.
Erfgoedprogramma 2026-2028 | pagina 63
Versterking en schadeherstel Versterking van erfgoed NCG heeft vanuit het ministerie van BZK de opdracht om regie te voeren op de versterking van erfgoed in het aardbevingsgebied. Er zitten 1956 erfgoedpanden in de scope van NCG.
Gemeente
Erfgoed
Rijksmonumenen
Gemeentelijke monumenten
Karakter-
Beeldbepalende panden
istieke panden
Eemsdelta
967
228
37
702
0
Het Hogeland
198
44
4
150
0
Groningen
219
34
15
116
54
MiddenGroningen
446
45
59
342
0
Oldambt
139
22
1
116
0
Aantal adressen
1969
373
116
1426
54
Totale erfgoedscope, per gemeente en uitgesplitst naar soort erfgoed . Bron: NCG, januari 2026
Het grootste deel van de erfgoedpanden zijn versterkt, direct op norm of zitten in de uitvoering van versterkingswerkzaamheden. Zo’n 750 panden moeten nog worden opgenomen, beoordeeld of zitten in de planvormingsfase. Er zijn tot en met december 2025 zijn er 541 panden direct op norm verklaard en 439 door middel van versterkingsmaatregelen.
Deze diagrammen geven de voortgang in de versterkingsopgave per erfgoedstatus, d.d. 19 januari 2026. Bron: NCG. Erfgoedprogramma 2026-2028 | pagina 64
Afweging sloop Voor reguliere panden geldt binnen de aanpak van NCG dat sloop/nieuwbouw van een pand een mogelijkheid is wanneer de versterkingskosten 100% van de herbouwwaarde bedragen. Voor karakteristieke panden kan sloop/nieuwbouw pas worden overwogen wanneer de versterkingskosten hoger zijn dan 150% van de totale nieuwbouwkosten. Dit waarborgt dat sloop alleen na een zorgvuldige afweging plaatsvindt. Om een zorgvuldige afweging te kunnen maken of sloop gerechtvaardigd is, hebben de gemeenten Groningen, Eemsdelta en Midden-Groningen als bevoegd gezag elk hun eigen afwegingskader voor karakteristieke panden vastgesteld. Hierin wegen de gemeenten aan de hand van hun eigen criteria af of een karakteristiek pand al dan niet gesloopt mag worden. In het Afwegingskader Karakteristiek van de gemeente Eemsdelta is vastgelegd dat bij sloop cultuurhistorische richtlijnen gelden voor de nieuwbouw. Daarmee waarborgen we dat er een kwalitatieve vervanger terugkomt die recht doet aan de karakteristieke waarden van het perceel. De gemeenten Oldambt en Het Hogeland werken nog aan hun eigen afwegingskaders voor sloop van karakteristieke panden.
Gezamenlijke werkprocessen Sinds 2022 werkt NCG volgens het gezamenlijk opgestelde Werkproces Versterken Erfgoed (WVE) voor de versterking van rijks- en gemeentelijke monumenten. Dit werkproces gaat uit van een integrale aanpak, waarbij constructieve versterking wordt gekoppeld aan schadeherstel, restauratie en verduurzaming. Het succes van dit proces zit in de duidelijke rolverdeling. Voor alle betrokken partijen is duidelijk wanneer zij aan zet zijn en welke rollen en verantwoordelijkheden zij hebben. In 2024 is ook een WVE voor karakteristieke panden ontwikkeld. Dit werkproces wordt op dit moment geïmplementeerd in de interne structuur van alle betrokken organisaties.
monumentenwijzer
Aanpak versterken monumenten Samen sterk! informatiewijzer
Aanpak versterken karakteristieke panden Samen sterk!
Het versterken van gemeentelijke en rijksmonumenten in het aardbevingsgebied is maatwerk. Meerdere partijen zijn hierbij betrokken, waaronder Nationaal Coördinator Groningen (NCG). Gelijk vanaf de start werken we nauw samen aan de versterking. Daarbij houden we oog voor de erfgoedwaarden en streven we naar zo kort mogelijke doorlooptijden.
Werkproces versterken voor monumenten en karakteristieke panden.
Het versterken van karakteristieke panden in het aardbevings Deze Monumentenwijzer geeft informatie over het versterkingsproces voor monumenten. Op de achterzijde wordt een aantal gebied is maatwerk. Hierbij zijn uzelf, de gemeente en onderdelen verder toegelicht. Nationaal Coördinator Groningen (NCG) betrokken. Gelijk vanaf de start werken we nauw samen aan de versterking. Erfgoedprogramma 2026-2028 | pagina 65 Daarbij houden we oog voor de karakteristieke waarden en streven we naar zo kort mogelijke doorlooptijden.
Erfgoedloket Groningen In 2017 zijn het Erfgoedloket en het Erfgoedadviesteam opgericht en ondergebracht bij stichting Libau. Bij Libau zijn onder andere ook het Steunpunt Cultureel Erfgoed en het Steunpunt Ruimtelijke Kwaliteit ondergebracht. Het Erfgoedloket functioneert als vraagbaak en ondersteuner voor erfgoedeigenaren met vragen over het herstel van hun pand. Naast de vraaggerichte ondersteuning informeert het Erfgoedloket eigenaren ook proactief. Dit gebeurt via de kennisbank op de website, de jaarlijkse ‘brief op de mat’ voor alle erfgoedeigenaren en door het organiseren van inloopbijeenkomsten per regio. Tijdens deze inloopbijeenkomsten zijn alle relevante partijen (zoals provincie, gemeenten, NCG, IMG, RCE, NRF, Stut en Steun, SNN, VGME) aanwezig om de erfgoedeigenaren te informeren. Een bijkomend voordeel hiervan is dat de verschillende organisaties elkaar daardoor onderling goed weten te vinden. Daarnaast ondersteunt het Erfgoedloket eigenaren van agrarisch erfgoed en eigenaren met complexe casuïstiek intensiever, om samen tot een erfgoedgedragen oplossing te komen. Het Erfgoedadviesteam ondersteunt gemeenten bij aardbevingsproblematiek-gerelateerde zaken.
Deze grafiek geeft het type vraag van erfgoedeigenaren weer in absolute aantal, verdeeld per half jaar sinds de start van het Erfgoedloket eind 2017. We zien een toename van het aantal vragen over duurzaamheid, onder andere gerelateerd aan de maatregel 29 (isolatieaanpak) van Nij Begun. Bron: Erfgoedloket, d.d. 21 januari 2026.
Erfgoedprogramma 2026-2028 | pagina 66
Verdeling van het aantal vragen per thema. Het gros van de vragen zijn gaat over financiën, met name subsidieregelingen. Bron: Erfgoedloket.
Verdeling van het aantal vragen per erfgoedstatus. Opvallend is de piek van karakteristieke panden sinds eind 2024. Dit heeft te maken met de aanwijsronde van karakteristieke panden en gemeentelijke monumenten eind 2024, door de gemeente Groningen. Bron: Erfgoedloket.
Erfgoedprogramma 2026-2028 | pagina 67
Monumentenwacht Sinds 2018 ontvangt de Monumentenwacht Groningen vanuit het Erfgoedprogramma subsidie om kosteloze (aanvangs)inspecties uit te voeren bij rijks- en gemeentelijke monumenten. Deze inspecties stimuleren eigenaren en beheerders om regelmatig en doelmatig onderhoud uit te voeren. In het Werkproces Versterken Erfgoed is ook een inspectierapport van de Monumentenwacht opgenomen. Eigenaren van rijks- en gemeentelijke monumenten binnen het versterkingsprogramma kunnen kosteloos gebruikmaken van de inspecties. Eigenaren van karakteristieke panden betalen een eigen bijdrage van maximaal 300 euro. Dit verschil komt doordat er veel meer karakteristieke panden zijn en deze een lagere beschermingsstatus hebben dan rijks- en gemeentelijke monumenten. Ook eigenaren van karakteristieke panden buiten het versterkingsprogramma kunnen tegen een gesubsidieerd tarief lid worden van de Monumentenwacht.
Schadeherstel erfgoed Sinds 2024 neemt IMG als organisatie deel aan het Erfgoedprogramma, al was schadeherstel daarvoor al één van de hoofddoelen van het programma. Daarnaast biedt IMG sinds 2024 niet alleen financiële vergoeding, maar ook daadwerkelijk herstel uit te voeren via een eigen aannemer of een door IMG ingeschakelde aannemer. Wanneer naast schadeherstel ook versterking nodig is, is sprake van samenloop. In dat geval kan de eigenaar kiezen voor een gelijktijdige uitvoering van schadeherstel en versterking door NCG. IMG heeft speciale zaakbegeleiders voor erfgoeddossiers. Voor het opnemen en beoordelen van schade aan monumenten maakt IMG gebruik van deskundigen die in erfgoed gespecialiseerd zijn. IMG werkt aan eventuele aanpassing van het reguliere calculatiemodel, specifiek voor monumenten. Op 20 november 2025 is de Beleidsregel duurzaam herstel 2026 vastgesteld door het bestuur van IMG. Deze voorziet onder voorwaarden in een tegemoetkoming voor Duurzaam herstel in de vorm van te treffen maatregelen in natura. Het gaat daarbij vooral om constructieve maatregelen. De tegemoetkoming bedraagt 100% van de kosten van de te treffen maatregelen in natura en de kosten die het directe gevolg zijn van het treffen van die maatregelen.
De tegemoetkoming is voor gewone gebouwen niet hoger dan 100% van de WOZ-waarde van de onroerende zaak, en heeft maximaal een waarde van € 500.000, inclusief BTW, per gebouw. Specifiek voor rijksmonumenten geldt geen maximum, tenzij de tegemoetkoming disproportioneel is in verhouding tot de WOZ-waarde van het rijksmonument. Waar mogelijk, en als de eigenaar dit wil, wordt Duurzaam herstel gecombineerd met versterking door NCG. NCG voert dan de regie op de uitvoering. Maatregelen aan de fundering kunnen echter op gespannen voet staan met archeologische waarden, bijvoorbeeld bij grondverzet of bij bodeminjecties. Daarom worden hierover werkafspraken gemaakt met IMG. IMG registreert rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten en karakteristieke panden als erfgoed. Karakteristieke panden zijn vanaf de aanvraag bij IMG wel in beeld, maar krijgen in de schadeafhandeling geen bijzondere behandeling.
Erfgoedprogramma 2026-2028 | pagina 68
Aantal schademeldingen per gemeente, uitgesplitst naar erfgoedstatus. Bron: IMG, januari 2026.
Bovenstaande grafiek geeft het aantal schadedossier bij IMG die nog in behandeling zijn d.d. januari 2026. Bron: IMG.
Erfgoedprogramma 2026-2028 | pagina 69
Bovenstaande grafiek geeft het aantal afgehandelde schadedossiers weer bij het IMG voor de totale periode (sinds oprichting IMG tot januari 2026). Bron: IMG.
Gemeente
Rijksmonument
Gemeentelijk monument
Karakteristiek pand
Geen tag
Eindtotaal
Eemsdelta
2
2
0
0
4
Groningen
1
0
0
0
1
Het Hogeland
3
0
0
0
3
MiddenGroningen
3
0
2
1
6
Oldambt
2
0
0
0
2
Eindtotaal
11
2
2
1
16
Deze tabel geeft het aantal dossiers weer waarin de eigenaren hebben gekozen voor Duurzaam Herstel. Let op: Het verschil (9) is te verklaren doordat deze 9 dossiers zijn ingediend en niet afgehandeld voor de start van IMG, de afhandeling is dus overgenomen van TCMG (voorloper IMG). Bron: IMG.
Erfgoedprogramma 2026-2028 | pagina 70
Bovenstaande grafiek geeft het aantal dossiers weer waarbij planvorming en uitvoering van versterking (NCG) en schadeherstel (IMG) gelijktijdig wordt uitgevoerd. Bron: IMG, januari 2026.
Pilot integrale aanpak erfgoed (IAE) In 2019 deed de Vereniging Groninger Monument Eigenaren (VGME) het voorstel voor een pilot met een nieuwe werkwijze, waarbij eigenaren van rijksmonumenten in het aardbevingsgebied zelf de regie krijgen over versterking, schadeherstel, restauratie én verduurzaming van hun pand, en waar vrijwel alle financiële stromen gebundeld worden bij één loket. De pilot kreeg vorm door een samenwerking tussen overheden en erfgoedorganisaties, te weten VGME, het ministerie van BZK, NCG, IMG, het ministerie van OCW, RCE, de provincie Groningen, drie Groningse gemeenten (Midden-Groningen, Eemsdelta en Het Hogeland), het Erfgoedloket en het Nationaal Restauratiefonds. De pilot is opgenomen in Nij Begun (maatregel 26, Voortzetting Erfgoedprogramma). Sinds het ontstaan van de pilot zijn er vele ontwikkelingen geweest. De formele start vond in september 2023 plaats, maar door de beperkte voortgang en het grote beroep op de inzet van het bestuur van de VGME, heeft de vereniging begin 2025 aangegeven haar rol en verantwoordelijkheden over te dragen aan de andere stuurgroepleden.
Met behoud van het uitgangspunt van een integrale aanpak onder regie van de eigenaar hebben de overige stuurleden de pilot gecontinueerd en besloten een onafhankelijke projectleider aan te stellen om in kaart te brengen waarom de pilot beperkte voortgang kent, alsmede het handelingsperspectief voor de deelnemende eigenaren. Sinds het voorstel voor de pilot uit 2019 zijn diverse uitgangspunten opgenomen in de reguliere werkwijzen van betrokken organisaties, waaronder een gecombineerde aanpak van versterking, schadeherstel, restauratie en verduurzaming (zie ook WVE) als ook het onder eigen regie vorm kunnen geven van het versterkingsproces.
Erfgoedprogramma 2026-2028 | pagina 71
Gebiedsgerichte ontwikkeling van toekomstbestendig erfgoed Ruimtelijke kwaliteit en landschap Vanuit het Erfgoedprogramma dragen we bij aan het behoud en de verbetering van de Groninger gebiedsidentiteit. Een pand, de openbare ruimte en het landschap vormen gezamenlijk de leefomgeving en bepalen de ruimtelijke kwaliteit; samen geven zij richting aan de visie op de omgeving. Bij de actualisatie van het programma in 2020 is meer aandacht gevraagd voor de context van gebouwd erfgoed. Hoewel ruimtelijke kwaliteit en landschap met name elders belegd zijn (zie hoofdstuk 2), levert het Erfgoedprogramma een bijdrage via enkele projecten waarbij gebouwd erfgoed het vertrekpunt is: • Ontwerpende onderzoeken Oldambt: Het College van Rijksadviseurs, de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en de gemeente Oldambt hebben gezamenlijk twee ontwerpende onderzoeken uitgevoerd: één naar herbestemming en één naar ruimtelijke ontwikkelingskansen van het gebied. • Cultuurhistorische en landschappelijke waardenkaarten als ruimtelijke onderleggers: De cultuurhistorische waardenkaarten bieden inzicht in de historische en landschappelijke kwaliteiten van het gebied. De archeologische waardenkaarten geven een overzicht van bekende en te verwachten archeologische vindplaatsen. Gemeenten zijn bezig dit te integreren in hun afwegingskaders. •
•
ERL-pitches: Vanuit het ERL-programma organiseert de provincie jaarlijks jaarlijks een pitchronde voor Groningse initiatieven die laten zien hoe erfgoed, ruimtelijke kwaliteit en landschap met elkaar verbonden kunnen worden. In overleg met gemeenten selecteert de provincie de beste voorstellen. De winnaars ontvangen een financiële bijdrage. Met financiering van de RCE zijn er ook projecten specifiek in het aardbevingsgebied gefinancierd. Gebiedsgerichte projecten: Erfgoedpanden zijn onderdeel van de omgeving en bepalen mede het karakter van een gebied, straat, dorp of wijk. Daarom investeren we sinds 2020 in de aanpak van grote erfgoedpanden en de ruimtelijke kwaliteit van het omliggende gebied, in het kader van gebiedsontwikkelingstrajecten. Museum aan de Aa, Graansilo Bad Nieuweschans, Haven Slochteren, Sluis Zoutkamp, Monumentencluster ’t Zandt en Landgoed Ekenstein hebben hiervoor subsidies ontvangen.
Archeologie in het aardbevingsgebied Schadeherstel en versterking hebben ook effect op het bodemarchief, bijvoorbeeld bij onderzoek en de aanpak van funderingen. Het betreft vaak eeuwenoude locaties met hoge archeologische waarde. Dit gaat echter verder dan alleen de locaties waar gebouwd erfgoed en andere historische panden staan. Het raakt ook de versterking en het schadeherstel aan onder andere funderingen van ‘gewone’ panden. Voor het behoud van het bodemarchief in relatie tot schade en versterking is intensief ingezet op archeologie, onder meer door: • De inzet van een regioarcheoloog om ondersteuning te bieden aan de aardbevingsgemeenten. De regioarcheoloog kan ondersteunen bij vraagstukken over archeologie bij schadeherstel en versterking. • Het opstellen van vier overkoepelende Programma's van Eisen die als basis dienen voor archeologisch onderzoek bij de versterking van gebouwen in het wierdengebied. De PvE's zijn een verdere uitwerking van de onderzoeksregimes uit de handreiking archeologie en funderingsherstel. • Het betrekken van bewoners bij archeologisch onderzoek. Participatieprojecten dragen bij aan de bewustwording en de verantwoordelijkheid die bewoners voelen voor het archeologisch erfgoed in hun omgeving. Bovendien levert een geslaagd participatieproject een positieve ervaring en trots op.
Dit kunnen veel gemeenschappen in Groningen goed gebruiken, omdat zij door de gevolgen van aardbevingen al jarenlang de sporen dragen van schade, stress en onzekerheid door de aardbevingen.
Erfgoedprogramma 2026-2028 | pagina 72
De ontwikkeling van bureauonderzoeken voor de kernen Uithuizen, Zandeweer, Wehe-den-Hoorn, Loppersum, ’t Zandt en Meedhuizen, die op een publieksvriendelijke manier worden gepubliceerd. Deze onderzoeken brengen de bestaande en te verwachten archeologische waarden in kaart en bieden een samenhangend overzicht van de bijbehorende adviezen van een gecertificeerd archeologisch onderzoeksbureau. Daarnaast is, naar aanleiding van alle onderzoeken die in het kader van de versterkingsopgave én in de hele provincie zijn uitgevoerd, een synthetiserend onderzoek opgestart. Het doel hiervan is om te komen tot een archeologisch verhaal van de gehele provincie. In de afgelopen periode is hier nog onvoldoende aandacht voor geweest.
Behoud van karakteristieke panden als drager van de gebiedsidentiteit (inclusief agrarisch erfgoed) Karakteristieke panden In de afgelopen jaren zijn er duizenden karakteristieke panden aangewezen. Voor het behoud van dit erfgoed is het nodig dat eigenaren van karakteristieke panden goed worden geïnformeerd over de waarde van hun pand en de bijbehorende regelgeving. Voor veel eigenaren is het bijvoorbeeld niet altijd duidelijk waarom hun pand als erfgoedpand is aangewezen. Daarom blijft dit een aandachtspunt in het communicatieoverleg van het Erfgoedprogramma. Om eigenaren te stimuleren hun pand goed te onderhouden is in 2021 de subsidieregeling voor onderhoud van karakteristieke panden ontwikkeld. Daarnaast hebben de meeste gemeenten (Midden-Groningen, Groningen, en Eemsdelta) afwegingskaders ontwikkeld voor sloop van karakteristieke panden, of zij werken daar nog aan (Oldambt en Het Hogeland). Het blijft nodig om kennis te delen over de inzet van ontwerpkracht bij herbouw van dit type erfgoedpanden. In 2021 is een onderzoek uitgevoerd naar planologische mogelijkheden voor karakteristieke panden.
Het onderzoek heeft geleid tot een ideeënboek dat in gaat op het volgende: • Proces: verbetering aanwijzingstraject en borging in het instrumentarium; • Communicatie: verbetering informatievoorziening, mogelijkheden stimuleren eigenaren, transparantie en bieden van kansen; • Planologische uitvoeringsaspecten: beter duiden bijbehorende kaders en inspireren tot uitnodigend acteren.
Agrarisch erfgoed In het geactualiseerde en verbrede Erfgoedprogramma van 2020 is afgesproken om extra aandacht te geven aan historische boerderijen. Sinds 2024 is via de SOK extra financiële ondersteuning in het onderhoud mogelijk voor boerderijeigenaren. In 2022 is een plan vastgesteld om agrarisch erfgoed te behouden en eigenaren te ondersteunen. Er is daarnaast geconstateerd dat eigenaren van boerderijen minder gebruikmaken van de bestaande subsidieregelingen. Daarom is onderzocht welke beweegredenen hier achter zitten. Via een verdiepend onderzoek is gekeken naar de bedrijfsvoering van agrariërs. In een herijkt actieplan worden de aanbevelingen nader uitgewerkt. Gemeenten zijn aan de slag gegaan met het ontwikkelen van boerderijenvisies. De gemeente Oldambt heeft in 2023 als eerste gemeente in Nederland, in samenspraak met de boerderijeigenaren, een visie ontwikkeld en vastgesteld. Sinds 2024 werkt de gemeente aan de uitvoering van de visie, onder andere via een boerderijenloket, waar eigenaren terecht kunnen met vragen. In 2025 zijn boerderijeigenaren
Erfgoedprogramma 2026-2028 | pagina 73
bovendien gericht benaderd tijdens een gezamenlijke boerderijenbijeenkomst van het Erfgoedloket en het Boerderijenloket Oldambt. Tijdens deze bijeenkomst kregen eigenaren een breed overzicht aan informatie over behoud, verduurzaming en herbestemming. De vier overige aardbevingsgemeenten werken aan het opstellen van hun boerderijenvisie, aangevuld met de gemeenten Westerkwartier en Westerwolde. Daarbij kijken we hoe we de stap van visie naar uitvoering succesvol kunnen maken: welke middelen en capaciteit zijn daarvoor nodig en vanuit welke organisatieonderdelen moeten we die inzetten.
Kennisontwikkeling, innovatie, vakmanschap en onderwijs De versterkings- en herstelopgave in het Groninger aardbevingsgebied laat scherp zien hoe cruciaal vakmanschap, innovatie, kennisontwikkeling en goed restauratieonderwijs zijn voor het behoud van erfgoed. Het gaat niet alleen om herstel van schade, maar ook om het toekomstbestendig maken van historisch waardevolle gebouwen. Omdat veel Gronings erfgoed – van herenboerderijen tot kerken – is gebouwd met traditionele technieken en materialen, vraagt herstel om gespecialiseerde vakkennis. Het tekort aan deze specialisten leidt tot vertragingen en kwaliteitsrisico’s, met mogelijk verlies van monumentale waarden. Als onderdeel van het programma ERL heeft het Erfgoedprogramma sinds 2020 ingezet op kennisontwikkeling, innovatie, vakmanschap en onderwijs. Deze elementen vormen samen een versterkend systeem dat waarborgt dat restauraties zowel zorgvuldig worden uitgevoerd als toekomstbestendig zijn. Op basis van onderzoek naar de restauratiesector is gestart met drie deelexperimenten: Erfgoedlab, Circulair Depot en Restauratie-werkplaatsen. • Het Erfgoedlab is een reizend netwerk waarbinnen marktpartijen, het onderwijs, overheden, onderzoekers en eigenaren elkaar ontmoeten, met elkaar in gesprek gaan en samenwerkingen starten.
Waar het eerst nog stond omschreven als een fysieke plek, een gebouw of laboratorium, is het inmiddels uitgegroeid tot een werkmethode. In 2023 werden vijf Erfgoedlabs georganiseerd op verschillende locaties in de provincie. In 2024 volgden nog eens vier Erfgoedlabs. Eén daarvan groeide, in samenwerking met de RCE, uit tot een landelijk symposium onder de titel Als alles beweegt. Dit evenement was een groot succes, met 158 deelnemers uit verschillende hoeken van het land. Uitgangspunt is dat er ieder kwartaal een Erfgoedlab plaatsvindt. • Het realiseren van een depot voor historisch bouwmateriaal kan een belangrijke bijdrage leveren aan het behoud van het karakter van de provincie en - in het bijzonder - van de gebieden waar sprake is van sloop/nieuwbouw in het kader van de versterkingsopgave. Hierbij gaat het niet om decoratieve elementen zoals deuren, hang- en sluitwerk of tegels, maar om bulkmaterialen zoals bakstenen, dakpannen en gebinten. In de zomer van 2022 heeft de kwartiermaker voor het circulair depot een rapport opgeleverd over de haalbaarheid van een dergelijk depot in de provincie Groningen. Hierin werden ook verschillende mogelijke scenario's voor het vervolg geschetst. Daarnaast heeft het Erfgoedloket de kennis- en inspiratiebrochure Ruimte voor circulair bouwen uitgebracht.
In januari 2025 is een projectleider aangesteld die zich bezighoudt met de nadere uitwerking van het project.
Erfgoedprogramma 2026-2028 | pagina 74
•
Het doel van de Restauratiewerkplaatsen is het realiseren van een fysieke plek waar het restauratievak kan worden geleerd en waar de restauratiebranche een impuls krijgt. In de zomer van 2022 heeft de kwartiermaker voor de werkplaatsen een rapport opgeleverd waarin twee kansrijke locaties werden aangewezen: de gemeenten Het Hogeland en Oldambt. In 2023 kregen beide werkplaatsen concretere vorm. In 2024 is subsidie verstrekt aan de restauratiewerkplaats in Oldambt. De restauratiewerkplaats in Het Hogeland bevindt zich nog in de ontwikkelfase. Waar in Oldambt de focus ligt op gebouwd erfgoed, richt Het Hogeland zich vooral op groen erfgoed. Naast deze drie deelexperimenten zijn de afgelopen jaren ook andere, aanvullende projecten gestart, waaronder opleidingen aan de Hanze, de inzet van trainees voor de Groningse overheden en het project kennisdeling. Vanwege de blijvende relevantie is besloten om de inzet op dit thema te verlengen tot eind 2026. Omdat de aspecten voor de hele provincie van belang zijn en niet alleen voor het aardbevingsgebied, is ook besloten om dit thema provinciebreed uit te rollen. Hierdoor is de besluitvorming overgeheveld van de Stuurgroep Erfgoedprogramma naar het bestuurlijk overleg ERL. De financiering blijft vooralsnog afkomstig uit het Erfgoedprogramma, in ieder geval tot en met 2026, wanneer de financiële bijdrage van het NPG afloopt.
Tot en met 2026 staat de versterking van vakmanschap en onderwijs centraal. Lopende projecten ronden we doelgericht af, terwijl we de samenwerking met marktpartijen, onderwijsinstellingen, overheden en onderzoekers intensiveren. Daarmee bouwen we aan een robuust en toekomstbestendig netwerk, dat ook na 2026 bijdraagt aan het behoud en de ontwikkeling van erfgoed.
Vernieuwende initiatieven in relatie tot erfgoed en de ruimtelijke context De uitgangspunten van deze programmalijn zijn de afgelopen jaren meegenomen in de uitwerking van de andere programmalijnen. Het gereserveerde budget is benut voor de financiering van capaciteit ten behoeve van de uitvoering van het programma.
Verduurzaming In 2019 en 2020 is met budget van het ministerie van OCW (0,8 mln. euro) via het Erfgoedprogramma een innovatieve verduurzaming mogelijk gemaakt voor drie institutionele eigenaren van Rijksmonumenten die met versterking te maken zouden krijgen. De drie projecten zijn: de Nederlands hervormde kerk te Overschild (van Groninger Kerken), de Enne Jans Heerd te Maarhuizen (van Staatsbosbeheer) en Villa Barmerhoek te Doodstil (van Het Groninger Landschap). Het doel van de subsidies was om complexe projecten van institutionele eigenaren van rijksmonumenten te ondersteunen bij herbestemming, verduurzaming en instandhouding, met specifieke aandacht voor innovatieve verduurzaming. In april/mei 2023 bezocht het Erfgoedloket alle projecten. Tijdens deze ronde zijn de stand van zaken en de tot dan toe geleerde lessen vastgelegd. Op dat moment was alleen de Enne Jans Heerd afgerond. Inmiddels is Villa Barmerhoek gerealiseerd, en wordt de laatste hand gelegd aan de kerk in Overschild. De eerste lessen uit deze projecten zijn gedeeld tijdens een bijeenkomst van het Erfgoedlab Groningen. In de maatregelen van Nij Begun zijn verschillende maatregelen opgenomen voor het verduurzamen van woningen en het gelijktijdig uitvoeren van versterking en verduurzaming.
Om eigenaren van erfgoedpanden te laten zien wat er mogelijk is en om projectleiders bij NCG te informeren over mogelijkheden voor rijksmonumenten, is een opdracht gegeven aan Libau en de Hanzehogeschool. In dit onderzoek zijn vijf gerealiseerde voorbeelden van particuliere eigenaren van monumenten uitgewerkt die hun pand hebben verduurzaamd met GRRG-subsidie. De voorbeelden worden onder andere gedeeld met eigenaren tijdens
Erfgoedprogramma 2026-2028 | pagina 75
de inloopbijeenkomsten van het Erfgoedloket. Verder zijn bij de aanpassing van de subsidieregeling voor restauratie van rijksmonumenten (GRRG), die eind 2024 is ingegaan, de ervaringen uit deze onderzoeken meegenomen. De nieuwe regeling maakt het onder meer mogelijk om tot maximaal € 50.000 subsidie te verlenen voor verduurzamingsmaatregelen. Maatregel 29 van Nij Begun biedt woningeigenaren in de provincie Groningen en de Noord-Drentse gemeenten Aa en Hunze, Noordenveld en Tynaarlo subsidie voor het isoleren en ventileren van hun woning. Vanuit het uitvoeringsprogramma ERL heeft de provincie, samen met andere partners, actief meegedacht over de regeling en oplossingen gezocht voor monumenten en karakteristieke panden. Zo is er een speciaal traject voor monumenten ontwikkeld met eigen regisseur en adviesstructuur. Om ervoor te zorgen dat er voldoende isolatieregisseurs zijn is er een scholingstraject voor isolatieregisseurs voor monumenten in gang gezet. Karakteristieke panden vallen niet onder het monumententraject, daarom is voor deze categorie een leidraad verduurzaming voor karakteristiek erfgoed ontwikkeld. De leidraad biedt praktische handvatten voor systeemkeuzes.
Erfgoedprogramma 2026-2028 | pagina 76
Bijlage B Advies Atelier Regiobouwmeester NCG
Datum: Advies:
17-11-2025 Enno Zuidema en Hannah Geerdink
Samenvatting Het atelier regiobouwmeester is gevraagd advies uit te brengen over het concept Erfgoedprogramma 2026-2028. Het atelier waardeert dat het hierbij betrokken wordt. In het programma worden veel thema’s aangehaald die raken aan de werkzaamheden van het atelier en wij scharen ons achter de doelstellingen zoals benoemd. Het atelier heeft op de volgende punten aanvullend advies: • Stimuleer een gebiedsgerichte aanpak door meer de verbinding te leggen tussen het erfgoedprogramma en de bredere context. • Betrek iedereen, inclusief IMG, in de integrale manier van denken en doen aan de voorkant van het proces. • Duurzaam behoud van agrarisch erfgoed. • Benoem de Maatwerkregeling Agroprogramma en verbindt daar ruimtelijke kwaliteitsvoorwaarden aan. • Blijf inspirerende voorbeelden voor behoud en vernieuwing van boerderijen ontwikkelen en delen. • Spoor gemeenten aan tot het aanscherpen van ruimtelijke kwaliteit kaders. • Verwijs naar de NCG-werkwijze van agro als voorbeeld voor de vertaling van programma naar beleid in heel Groningen. • Stimuleer monitoring van het Werkproces Versterken Karakteristieke Panden, het opstellen van heldere afwegingskaders door alle gemeenten en praktische samenwerking tussen NCG, IMG, gemeenten, het Erfgoedprogramma om proactief karakteristieke panden te behouden.
• Benoem de aanjagersrol van dorpsbouwmeesters / coördinerend stedenbouwkundigen en spoor hun inzet aan.
Erfgoedprogramma 2026-2028 | pagina 77
•
Blijf de inzet van de regio-archeoloog aanmoedigen en blijf breed inzetten op bewustwording van ondergronds erfgoed op gebieds- en objectniveau.
Advies Erfgoedprogramma 2026-2028 Inleiding
Op ambtelijk verzoek heeft de stuurgroep Erfgoedprogramma het atelier regiobouwmeester gevraagd het geactualiseerde Erfgoedprogramma 2026-2028 te reviewen, erop te reflecteren en advies te geven. Mede met dit advies zal het concept vervolgens worden uitgewerkt tot een definitief beleidsprogramma. Het atelier regiobouwmeester waardeert dat het betrokken wordt bij de ontwikkeling van het geactualiseerde Erfgoedprogramma 2026-2028 en waardeert dat er aandacht is voor de rol van het atelier in het Erfgoedprogramma zelf. In het concept Erfgoedprogramma 2026-2028 worden veel thema’s aangehaald die raken aan de werkzaamheden van het atelier. Denk aan de gebiedsgerichte aanpak, biobased & circulair bouwen en de focus op agrarisch erfgoed en karakteristieke panden. Wij scharen ons achter de doelstellingen die op deze thema’s worden benoemd. Het atelier heeft op de volgende punten aanvullend advies: Het erfgoedprogramma verbinden met bredere context Het erfgoedprogramma wordt – samen met het Agroprogramma en mkb-programma - genoemd als een van de fundamenten voor het herstel van Groningen. Het atelier adviseert te benadrukken dat erfgoed niet als los programma kan worden gezien, maar dat de context altijd meetelt. Erfgoed is onderdeel van de gelaagdheid van onze leefomgeving.
Deze omgeving waar het erfgoed deel van uitmaakt en alle betrokken spelers in deze omgeving zouden meer met elkaar verbonden mogen worden. In de diverse beleidsstukken kan -aansluitend bij de één-overheidsgedachte - naar elkaar verwezen worden, maar ook de uitwisseling tussen de afdelingen erfgoed en ruimtelijke ordening kan worden versterkt en gestimuleerd. Dit gebiedsgerichte denken is cruciaal om de karakteristiek van Groningen te behouden. Integrale aanpak schadeherstel en versterking Als atelier hebben we de afgelopen periode geprobeerd zoveel mogelijk aan de voorkant van de versterking te komen, zodat we meer bepalend kunnen zijn voor de ruimtelijke kwaliteit en dus ook voor het erfgoed binnen de versterkingsopgave. Dit hebben we mede gedaan door het ontwikkelen van kansenkaarten voor gebieden en voor agro-objecten, waardoor de gemeente in de positie is gezet om te sturen. De opgave is om iedereen, inclusief IMG, hierin te betrekken en mee te krijgen in deze integrale manier van denken en doen. Dit is ook van belang in de omschreven ontwikkeling van minder versterkingsprojecten naar meer complexere casussen. Hoe complexer de opgave, hoe belangrijker de integrale aanpak is. Duurzaam behoud van agrarisch erfgoed Boerderijen zijn een belangrijke drager van het cultuurhistorische landschap van Groningen. Daarmee zijn ze erfgoed- en agro-overstijgend.
Samenwerking op alle vlakken is dan ook essentieel om het karakter van het Groningse landschap te behouden. In de Omgevingsvisie worden boerderijen erkent als verzamelentiteit. Binnen de provincie is er een werkgroep Landbouw & Ruimte die zich bezighoudt met het onderzoek naar de ruimtelijke vormgeving van ontwikkelingen in de landbouw. Er zijn agro-consulenten inzetbaar vanuit de provincie. En boerderijenvisies kunnen eveneens bijdragen aan deze aanpak vanuit
Erfgoedprogramma 2026-2028 | pagina 78
breder perspectief. Geadviseerd wordt al deze ontwikkelingen te noemen in het Erfgoedprogramma en met elkaar in verbinding te brengen. De provincie mag zich meer uitspreken wat die waarde van de boerderijen is en wat de provincie en gemeente zou moeten doen op het vlak van beleid om de ruimtelijke kwaliteit ervan te behouden. Dit vraagt o.a. om: Aanpassing van de Maatwerkregeling Agroprogramma. Deze regeling wordt in het beleidsprogramma 2026-2028 niet genoemd. Toch heeft deze regeling impact op met name karakteristieke boerderijen. De Maatwerkregeling biedt ruimte voor aanvragen voor specifiek karakteristieke boerderijen, zonder dat daar ruimtelijke kwaliteitsvoorwaarden aan verbonden zijn. Deze kwaliteitsvoorwaarden zijn er echter wel vanuit ERL-beleid en gemeentelijk beleid. In het verlengde van de agro-kansenkaarten, blijkt dat inputfinanciering de versneller is van sloop-nieuwbouw. Wij adviseren ruimtelijke kwaliteitsvoorwaarden te verbinden aan de subsidieverstrekking voor karakteristieke boerderijen. Het ontwikkelen en verspreiden van inspirerende voorbeelden voor behoud en vernieuwing van boerderijen. Het atelier regiobouwmeester zal een gereedschapskist ontwikkelen en een prijsvraag uitschrijven om tot concrete, inspirerende voorbeelden voor behoud en vernieuwing van boerderijen te komen. Dit doen wij in samenwerking met de provincie, Libau en de agro-sector.
Aanscherpen van kaders Daar waar gemeenten nog geen specifiek beleid hebben geformuleerd om ruimtelijke kwaliteit te behouden, kan het Erfgoedprogramma 2026-2028 gemeenten aansporen beleid hiervoor te ontwikkelen. De huidige ruimtelijke kaders bieden nu vaak nog veel ruimte; bij agro-objecten kan bijvoorbeeld een damwandplanten loods bijna altijd. Om de achteruitgang van ruimtelijke kwaliteit te beperken, wordt geadviseerd de ruimtelijke kaders aan te scherpen en in bepaalde gevallen plaats specifiek te maken. Programmalijn Erfgoedprogramma na 2028 Wij ondersteunen van harte de vertaling van het erfgoedprogramma in een toekomstgericht erfgoedbeleid. De kwaliteit van het erfgoedprogramma is dat het is gaan functioneren als een ecosysteem met een sterk innoverend vermogen. Allerlei actoren zijn met elkaar verbonden, spelen op elkaar in en zijn staan samen sterk. De kracht van het Erfgoedprogramma is dat de gemeenschap van monumenteigenaren, overheid en bedrijfsleven zijn verbonden middels het programma. Dat is precies het soort verbinding dat de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur in het advies ‘Falen en opstaan’ bepleit. Daarmee kan het Erfgoedprogramma als voorbeeld dienen voor veranderingen in de leefomgeving van mensen.
Gezien de complexe en veelomvattende opgave in het landelijk gebied die nagenoeg alle boerderijen/ bedrijven raakt, kan de werkwijze van de agro in de versterking tot voorbeeld of referentie zijn voor de vertaling van programma naar beleid voor heel Groningen. Dit geldt ook voor de verduurzaming van alle woningen in Groningen, waarvoor evenmin in voldoende mate kaders op het gebied van ruimtelijke kwaliteit en erfgoed zijn opgesteld. De ontwikkeling die de komende jaren zal moeten plaatsvinden is van specifiek naar algemeen, van versterkingsgebied naar provincie breed, van programma naar beleid. Het verder uitwerken van deze ontwikkeling – hoe landt de succesformule van het Erfgoedprogramma in regulier beleid? - wordt aanbevolen.
Erfgoedprogramma 2026-2028 | pagina 79
Behoud karakteristieke panden In het Erfgoedprogramma 2026-2028 lijkt het alsof het behoud van karakteristieke panden al goed gevat is in systemen en beleid. De praktijk leert dat er alsnog karakteristieke panden door sloop ten onder gaan en karakteristieke waarden bij herbouw voorgoed verdwijnen. Het implementeren en vervolgens monitoren van het nieuwe Werkproces Versterken Karakteristieke Panden zijn nog belangrijke stappen om te zetten in de komende periode. Daarnaast zou het helpen als er voor eigenaren bruikbare, begrijpelijke afwegingskaders door alle gemeenten worden opgesteld. Ook hier kan een praktische samenwerking tussen NCG, IMG, gemeenten, het Erfgoedprogramma en de provincie het verschil maken. Daar worden de Groningers én Groningen beter van. Inzet van dorpsbouwmeesters / coördinerend stedenbouwkundigen Dorpsbouwmeesters / coördinerend stedenbouwkundigen kunnen helpen bij de instandhouding van ruimtelijke kwaliteit en erfgoed. Zij staan dicht op de dagelijkse praktijk, zijn de ogen en oren in het dorp als het gaat om ruimtelijke ingrepen en zij kunnen daarom fungeren als aanjagers van gebiedsgericht werken. Geadviseerd wordt om deze aanjagersrol van dorpsbouwmeesters / coördinerend stedenbouwkundigen te noemen en hun inzet te stimuleren. De NCG biedt de mogelijkheid om een dorpsbouwmeester aan te stellen vanuit de raamovereenkomst.
Aandacht voor onzichtbaar erfgoed Als atelier ondersteunen we de aandacht voor archeologie in het Erfgoedprogramma 2026-2028. Het voorstel van de Werkgroep Archeologie om synthetiserend archeologisch onderzoek te gaan uitvoeren zal een positieve uitwerking hebben op het inzicht in het overkoepelende cultuurhistorische verhaal en cultuurhistorische waarden van Groningen. Zo kan daar ook beter samenhangend ruimtelijk beleid op worden ontwikkeld. Als aanvulling daarop wordt geadviseerd: Het belang en toegevoegde waarde van de regio-archeoloog voor het voetlicht blijven brengen en de inzet ervan te blijven stimuleren Bewonersbetrokkenheid te stimuleren. Het betrekken van bewoners bij archeologisch onderzoek wordt genoemd in de vorm van participatieprojecten. Wij kunnen ons voorstellen dat de bewustwording van dit ondergrondse erfgoed zowel op gebiedsniveau als ook op het niveau van de eigen woning verder wordt bevorderd.
Erfgoedprogramma 2026-2028 | pagina 80
Bijlage C Advies Erfgoedberaad
Groningen, 18 november 2025 Betreft: Erfgoedberaad over Erfgoedprogramma 2026-2028 Geachte heer Brinks, Er is sinds het eerste Erfgoedprogramma veel bereikt. Tegelijkertijd is er nog veel te doen. Dat komt in het uitgebreide en doorwrochte programma goed tot uiting. Over de inhoud ervan is het Erfgoedberaad dan ook zonder meer positief. Bovendien spreken we onze waardering uit voor het feit dat we hebben mogen meedenken bij de totstandkoming ervan en dat we de kans krijgen om schriftelijk te reageren op het eindconcept. Ook het inhoudelijke gesprek op 15 november hebben we als zeer waardevol ervaren. Een dergelijk samenhangend en veelomvattend erfgoedprogramma is uniek in Nederland. We stonden en staan in Groningen dan ook voor een unieke opgave. Erfgoed is vroegtijdig benoemd als speerpunt in de gehele herstel- en versterkingsopgave. Dit heeft geresulteerd in het Erfgoedprogramma dat sinds de start in 2017 bovendien heeft gefunctioneerd als katalysator voor de samenwerking binnen het gehele werkveld. Voor de diverse onderdelen van het programma is een breed draagvlak ontstaan bij en betrokkenheid vanuit overheden, erfgoedeigenaren, erfgoedorganisaties, onderwijs- en marktpartijen. De laatste jaren is ook het IMG nadrukkelijk aangesloten. Ook dit ervaart het Erfgoedberaad als een positieve ontwikkeling.
Erfgoedprogramma 2026-2028 | pagina 81
Doorlooptijd Het Erfgoedprogramma loopt af aan het eind van 2028. Dat is vreemd omdat dit de indruk wekt dat de opgave bijna is afgerond, terwijl betrokken partijen nog volop bezig zijn om het erfgoed te herstellen, te versterken en perspectief te bieden of onredelijke verschillen (zie Commissie Van Geel ) weg te werken. De versterkingsopgave zal meer tijd nodig hebben en is naar verwachting niet voor 2034 gereed. Vervolgens zal het schadeherstel naar verwachting nog vele jaren langer doorlopen. Het herstel was immers altijd cosmetisch en de bevingsdreiging is niet voorbij. Op 14 november jongstleden werd met de aardbeving bij Zeerijp van 3.4 op de schaal van Richter nogmaals duidelijk hoe verstrekkend en langdurig de gevolgen van de mijnbouw zijn. Het is van groot belang om de (erfgoed)panden in Groningen door goed herstel en onderhoud weerbaarder te maken tegen de vele kleinere en soms grotere aardbevingen. Pas onlangs heeft het Kabinet in reactie op de parlementaire enquête met Nij Begun de weg ingezet van het creëren van nieuw perspectief en waardevermeerdering voor Groningen. De looptijd van deze Agenda voor Herstel met 50 maatregelen is tot 2055. Kortom, we zijn net begonnen en nog lang in operatie om de basis weer op orde te krijgen.
Binnen deze context kan daarom ons inziens nog niet worden gedacht aan het beëindigen van het Erfgoedprogramma; het Erfgoedberaad pleit dan ook voor een langere doorlooptijd van de programmatische erfgoedaanpak. In het Erfgoedprogramma wordt gesteld dat het vervolg van de maatregelen in het Erfgoedprogramma zal moeten landen in de reguliere aanpak van de (lokale) overheden. Het onderbrengen in de reguliere programma’s is zeker nastrevenswaardig op de langere termijn. Vooralsnog is het echter de vraag, hoe de diverse programmaonderdelen in de toekomst worden geborgd en of er adequate financiële dekking is voor de programmatische aanpak en het realiseren van beoogde doelen. Wij denken dat deze verantwoordelijkheid hoort tot de zorgplicht en ereschuld van het Rijk cq Nij Begun en daarom nog niet thuishoort in een reguliere aanpak. Fysieke agenda Nij Begun is vertaald in een sociale en een economische agenda. Er worden de komende decennia veel middelen geïnvesteerd om Groningen weer leefbaar te maken en perspectief te geven. Erfgoed, ruimtelijke kwaliteit en landschap moeten onderdeel gaan uitmaken van het perspectiefdeel dat nu wordt georganiseerd. Hoewel deze belangrijke kwaliteiten in beide agenda’s worden aangestipt, is echter nog geen sprake van een fysieke agenda. Hier zit onze zorg, zoals ook eerder geuit richting staatssecretaris Van Marum.
Een belangrijke vraag die moet worden gesteld is: Hoe ontwikkel je de programma’s vanuit de basis van de gebiedsidentiteit en zorg je ervoor dat Groningen Groningen blijft? Erfgoed, ruimtelijke kwaliteit en landschap spelen in de agenda’s tot nu toe alleen een bijrol. Een voorbeeld is de koppeling van het thema herbestemming aan de vrijetijdseconomie Vanuit het Erfgoedberaad bepleiten wij een fundamentele koppeling tussen alle maatregelen uit Nij Begun met een ruimtelijke component aan de waarden van erfgoed, ruimtelijke kwaliteit en landschap. Deze waarden vormen de basis van onze leefomgeving. Zij staan voor een goed vestigingsklimaat, leefbaarheid, identiteit en binding met de plek en met elkaar: het sociale en economische kapitaal van deze drie onderdelen is vele malen groter dan nu uit de beleidsstukken naar voren komt. Wij pleiten ervoor om nu de kansen te benutten om door middel van het Erfgoedprogramma en het bovenliggende ERL-programma ook de koppeling te leggen met de leefomgeving in al haar waardevolle facetten. Vanuit het Erfgoedberaad benadrukken we de relevantie van erfgoed, ruimtelijke kwaliteit en landschap in Groningen – het DNA van onze provincie – om de doelen van de sociale en economische
Erfgoedprogramma 2026-2028 | pagina 82
agenda's te halen en de grote, nationale ruimtelijke opgaven aan te pakken. Hiervoor zou een samenhangende ruimtelijke agenda moeten worden opgesteld. Schaalniveaus in plaats van focusthema’s In het Erfgoedprogramma 2026-2028 worden vier focusthema’s geïntroduceerd: • Integrale aanpak van schadeherstel en versterking. • Duurzaam behoud van agrarisch erfgoed. • Kennisontwikkeling en kennisborging. • Erfgoed van de toekomst en de gaswinning In het licht van bovenstaand pleidooi voor de koppeling van erfgoed aan de opgaven op het niveau van zowel object als dorp en landschap adviseren we om in plaats van de eerste twee focusthema's te spreken van drie schaalniveaus. Hierdoor ontstaat behalve een meer integrale scope bovendien een directe koppeling met de flankerende generieke opgaven zoals de woningbouwopgave, transitie landelijk gebied, energietransitie en klimaatadaptatie, waarbij letterlijk ‘opschalen’ ook betekent dat er meer stakeholders en andere, meer primaire probleemhouders zijn waardoor er meer slagkracht en doorzettingsmacht ontstaat en parallel de grip op ruimtelijke kwaliteit wordt versterkt: 1. Erfgoed op objectniveau, de individuele monumenten en karakteristieke panden terug ‘in eigen kracht’ a. wegwerken uitgesteld onderhoud, uitvoeren duurzaam schadeherstel en versterking. b.
waardevermeerdering én interactie Agenda’s Nij Begun, waarborg brede welvaart door toekomstbestendig maken (verduurzaming, woontechnische verbetering en zo nodig ook herbestemming). 2. Erfgoed in de context van de buurt en dorp. Vanaf dit schaalniveau komt de rol van erfgoed binnen de gebiedsidentiteit tot uiting en missen we een samenhangende, fysieke agenda. Dit was ook het uitgangspunt van ‘Levende monumenten in een leefbare regio’ (2015) en vormt het niveau waarop de huidige Dorpenaanpak en de Herstelagenda opereren. 3. Erfgoed op het schaalniveau van het landschap. ‘Groningen moet Groningen blijven’ door behoud en passende doorontwikkeling van het landschap. Hier past de notie dat Groningen niet verwordt tot het stopcontact van Nederland, maar het raakt ook het agrarisch erfgoed en de verduurzaming van Agro / transitie landelijk gebied. We onderkennen zeker het belang van de laatste twee focusthema's: Kennisontwikkeling en kennisborging en Erfgoed van de toekomst en de gaswinning. Kennisontwikkeling is echter al geborgd in programmapunt 5. ‘Innovatie, vakmanschap en onderwijs’ en focusthema ‘Erfgoed van de toekomst’ kan worden ondergebracht bij programmapunt 1. Instandhouding. Met het introduceren van de schalen beogen we om de integrale aanpak meer waarborg te geven in het belang van de gebiedsidentiteit van Groningen.
Daarnaast vragen we aandacht voor de groene erfgoedaspecten. Deze aspecten worden in het Erfgoedprogramma niet specifiek benoemd maar spelen op elk van de drie schaalniveaus een belangrijke rol. Perspectief van de eigenaar Bij het behoud en doorontwikkelen van het erfgoed speelt de eigenaar een cruciale rol. Een deel van de eigenaren weet de geboden subsidies voor onderhoud en verduurzaming op een goede manier te benutten. Ook in geval van een passende, erfgoedgedragen versterking wordt toekomstwaarde toegevoegd. Veel
Erfgoedprogramma 2026-2028 | pagina 83
eigenaren hebben echter nog volop te maken met schades, versterkingsopgave, onderhoud en restauratie. Daar komt de verduurzamingsopgave nog bij; bij erfgoed zijn er vaak geen simpele oplossingen. Erfgoedpanden zijn door toedoen van economisch-politieke keuzes beschadigd. Als samenleving hebben we de plicht om deze panden weer in hun kracht te zetten en zodanig te herstellen en zo nodig te versterken of herbestemmen dat hun behoud geborgd is. Binnen de versterking maar ook de schadeafhandeling is sprake van krachten die tegen het erfgoedbehoud in werken. Met elkaar constateren we het grote verlies van met name agrarisch karakteristiek erfgoed doordat eigenaren het versterkingsbudget binnen eigen beheer inzetten om te komen tot sloopnieuwbouw. Daar komen de middelen voor de Maatwerkregeling binnen het Agroprogramma nog bij. Vanuit erfgoedwaarden en behoud van de gebiedsidentiteit zouden aan de inzet van deze provinciale middelen voorwaarden moeten worden gesteld als waarborg om in ieder geval het wettelijk beschermde erfgoed zoals de monumenten en karakteristieke objecten zoveel mogelijk te behouden en door te ontwikkelen. Nog belangrijker is de constatering dat de gerealiseerde schadeafhandeling alleen cosmetisch is, dus helaas geen waarborg voor duurzaam behoud.
In die zin is het Erfgoedberaad bijzonder content met de pilot Duurzaam Herstel zeker nu meer (voldoende) budget per erfgoedcasus beschikbaar lijkt te komen. Tegelijkertijd betreuren wij het dat het effectgebied mogelijk sterk wordt ingeperkt waardoor veel minder eigenaren voor de pilot in aanmerking komen. Hiermee komt een integrale aanpak voor veel eigenaren buiten bereik. Wordt met deze inperking voldoende recht gedaan aan de eerdere uitspraak van het wettelijk bewijsvermoeden? We denken van niet en vrezen bovendien een toename van de zogeheten verschillen zoals eerder geconstateerd door Commissie Van Geel. Terecht wordt in het Erfgoedprogramma aandacht besteed aan de funderingsproblematiek in relatie tot onder meer de gevolgen van klimaatverandering en de bodemdaling. Ook hierin zijn we niet hetzelfde als de rest van Nederland omdat de funderingsproblematiek in een groot deel van de provincie op zijn minst multicausaal is en gerelateerd aan de aardbevingsproblematiek. Het is logisch om mensen buiten het aardbevingsgebied via de landelijke aanpak te helpen met een apart loket. Maar het is niet logisch om binnen het aardbevingsgebied mensen naar een nieuw loket te sturen. Integraal oppakken binnen de bestaande kaders ligt voor de hand gezien de multicausale aspecten van de problematiek waar deze eigenaren mee te maken hebben.
Juist hier zit de kracht van een volwaardige Duurzaam Herstel aanpak door IMG. De wijze waarop Maatregel 29 van Nij Begun nu is ingericht, vormt eveneens een bedreiging voor de erfgoedwaarden van met name de categorie karakteristieke objecten (zie voor nadere toelichting de bijlage Maatregel 29 Nij Begun en erfgoed). Voor de isolatieaanpak van karakteristieke objecten is de Leidraad Verduurzaming Karakteristiek gemaakt. Echter, deze leidraad wordt (nog) niet door de isolatieadviseurs gehanteerd. In plaats daarvan krijgen de eigenaren een rapport met isolatiemaatregelen die regelrecht voortkomen uit de rekentool, gericht op het zo snel en eenvoudig mogelijk behalen van de isolatiestandaard. Voor afstemming op erfgoedwaarden, vergunbaarheid of zelfs maar overleg met de eigenaar is in de opdracht van de isolatieadviseur geen ruimte. Eigenaren van karakteristieke panden worden hiermee op het verkeerde spoor gezet. Het Erfgoedberaad pleit voor het per direct wijzigen van de aanpak: stel de leidraad verplicht voor isolatieadvies bij karakteristieke objecten – verduurzaming kan niet ten koste gaan van wettelijk beschermde erfgoedwaarden. Vanuit het Erfgoedberaad zijn wij met de provincie en partijen als Hanze / BuildinG in gesprek over het
Erfgoedprogramma 2026-2028 | pagina 84
oprichten van een Expertisecentrum Duurzaam Erfgoed. Een dergelijk expertisecentrum sluit aan bij de programmapunten 5. Kennisontwikkeling, innovatie, vakmanschap en onderwijs en 7. Verduurzaming uit het Erfgoedprogramma. Innovatie, kennisopbouw en -deling is nodig willen we de verduurzaming van het Groninger erfgoed op een goede manier insteken en leren van de ervaringen die we nu op grote schaal opdoen. In het Expertisecentrum kunnen de sectoren onderwijs, marktpartijen, overheid en maatschappelijke organisaties samenkomen ten gunste van zowel kennisopbouw als kennisdeling en een goede ondersteuning van eigenaren bij deze ingewikkelde opgave. Het spreekt voor zich dat het Erfgoedberaad Groningen desgewenst graag een nadere toelichting geeft. Ook blijven wij graag nauw betrokken en dragen wij waar mogelijk bij aan het doen slagen van het Erfgoedprogramma. Met vriendelijke groet, D.E. Fröling Voorzitter Erfgoedberaad Groningen, directeur Libau.
Namens de leden van het Erfgoedberaad Groningen: Archeologische Vereniging Noord-Nederland AWN Afdeling 1, Boerderijenstichting Groningen, Erfgoed in Groningen, Erfgoedvereniging Heemschut Groningen, Groen Erfgoed Groningen van de Nederlandse Tuinenstichting, Groninger Kerken, Landschapsbeheer Groningen, Libau, Monumentenwacht Groningen, Steunpunt Cultureel Erfgoed, Stichting Behoud Kerkelijke Gebouwen Noord-Nederland, Stichting De Groninger Poldermolens, Stichting Het Groninger Landschap, Stichting Roemte, Vereniging Groninger Monument Eigenaren.
Erfgoedprogramma 2026-2028 | pagina 85