CConstaterende datMidden-Groningen
Koppel je AI →
Document · PDF

380.1 VRG Kaderbrief 2027-2030

Raadsvergadering 5 maart 2026, gemeente Midden-GroningenBij agendapunt: Raadsbrieven12.851 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Hoe de verdeelsleutel uiteindelijk zal zijn tussen Rijk, gemeenten en veiligheidsregio’s is nog niet duidelijk en daarom zijn deze financieringsstromen ook nog niet verwerkt in de kaderbrief maar opgenomen in de risicoparagraaf. Tevens merken 18 van 27

Kaderbrief 2027-2030

we hierbij op dat de beschikbaar gestelde middelen volgens ons nooit voldoende zullen zijn om invulling te geven aan het brede vraagstuk: weerbaarheid van de samenleving Gemeentefonds Rijksbezuinigingen op het gemeentefonds geeft druk op de begrotingen van onze deelnemende gemeenten. In mei 2025 heeft de VRG een antwoord gegeven op het verzoek van acht gemeenten om scenario’s te onderzoeken voor de financiële uitdagingen waar gemeenten voor staan. De bovengenoemde ontwikkelingen leiden ertoe dat de financiering van onze taken onder druk staat. Daarnaast wordt de VRG geconfronteerd met prijsstijgingen en hogere vervangingsinvesteringen. Omdat de VRG wettelijke taken uitvoert, betekent het doorvoeren van dergelijke ontwikkelingen dat er maatregelen genomen moeten worden, dan wel uitzetting van de begroting noodzakelijk is. De effecten van deze ontwikkelingen zijn nu niet in het financieel kader 2027-2030 opgenomen, maar wel in de risicoparagraaf (zie bijlage 2).

5.1.2 Huisvesting In juli 2023 is het Strategisch Huisvestingsplan vastgesteld door het Algemeen Bestuur. Voor het Strategisch huisvestingsplan is vanaf de begroting 2024 voor de eerste 10 jaar € 1,3 miljoen per jaar toegevoegd voor fondsvorming. De fondsvorming houdt in dat middelen die we in de eerste jaren niet besteden, worden toegevoegd aan de bestemmingsreserve huisvesting zodat deze in latere jaren ingezet kunnen worden. Met deze fondsvorming voorkomen we schommelingen in de begroting en gemeentelijke bijdrage ten gevolge van nieuwbouw van de kazernes. Deze eerste tranche loopt tot 2033. Echter, deze vernieuwsopgave houdt niet op na 2033. Na de eerste 10 jaar zal de volgende cyclus starten, waarin wederom tien kazernes worden vernieuwd, wat nogmaals een extra uitzetting met zich mee zal brengen. Dit patroon herhaalt zich totdat alle 38 kazernes zijn vernieuwd. De eerste tranche is verwerkt in het financieel kader van deze kaderbrief. Inzake de herhuisvesting van de Sontweg is op 11 juli 2025 besluitvorming geweest tot grondverwerving van de Bornholmstraat en Winschoterweg te Groningen en op 13 juli 2023 zijn de programma’s van eisen met kennisname van de stichtingskostenraming voor beide locaties vastgesteld. Op 1 juli 2026 zal de grond worden overgedragen. In het financieel kader van deze kaderbrief zijn de rentelasten voor deze grondverwerving opgenomen.

Naast de grondverwerving is voor de herhuisvesting van de Sontweg vanaf de begroting 2023 reeds € 100.000 per jaar toegevoegd aan de begroting ter dekking van rentekosten voorbereidingskrediet. De verwachting is dat we in 2027 te maken krijgen met de volgende stap in het aantrekken van het voorbereidingskrediet. De daadwerkelijke bouw zal naar verwachting starten in het laatste kwartaal van 2028 waarna oplevering in 2030 plaatsvindt. In het Besluit van het Algemeen Bestuur van 13 juli 2023 is € 72,6 miljoen opgenomen als de geraamde stichtingskosten met het prijspeil 1-1-2023. Bij de actualisatie in oktober 2025 zijn deze stichtingskostenraming, doorgerekend tot prijspeil 1-1-2031, uitgaande van een indexactie van 3% per jaar. Dit levert uiteindelijk een raming op van € 90,5 miljoen. In deze raming is ook de grondverwerving en het voorbereidingskrediet meegenomen wat in eerdere besluitvorming al is vrijgegeven door het AB. Vanaf 2026 zijn de rentelasten van de aan te trekken investeringsbedragen opgenomen in het financieel kader. Na opleveringen krijgen ook de afschrijvingen en de overige exploitatielasten zijn beslag in de begroting van de VRG. Dit valt buiten het kader van deze kaderbrief. In onderstaande tabellen is daarom weergegeven wat dit betekent vanaf 2031 voor de uitzetting van de begroting van de VRG. Exploitatielasten Herhuisvesting (x € 1 mln.)

Prijspeil 1-1-2023

Per 1-1-2031

Exploitatielasten Bornholmstraat

2,4

3,5

Exploitatielasten Winschoterweg

1,2

1,8

Exploitatielasten totaal

3,7

5,3

Exploitatielasten VRG

2,9

4,3

Exploitatielasten GGD

0,8

1,1

19 van 27

Kaderbrief 2027-2030

Uitzetting exploitatielasten (x € 1 mln.)

Per 1-1-2031

Exploitatielasten VRG

4,3

Huidige exploitatielasten Sontweg

1,5

Verwachte toename exploitatie VRG

2,7

De exploitatielasten die gepaard gaan met de gebouwspecifieke inrichting is nog niet verwerkt in bovenstaande tabellen. Dit betreft onder andere specifieke inrichting van de crisisruimten, inrichting oefenlocatie (leslokalen e.d.), de inrichting voor de PPMO-baan, audiovisuele middelen, studio-inrichting, keukeninrichting, installatie ten behoeve van de rooktoren, werkplaatsinrichting, duikbassin installatie, beveiliging en losse inventaris. Vanuit het oogpunt van transparantie over de gehele investering voor de herhuisvesting van de Sontweg zijn deze kosten geraamd op €7 miljoen, uitgaande van prijspeil 1-1-2025, rekening houdend met 5% onvoorzien en geïndexeerd met 3% per jaar tot 1-1-2031. Dit komt neer op circa 8% van de totale investeringsbehoefte. Daarnaast zal sprake zijn van organisatiekosten als gevolg van het werken op twee locaties. Deze kosten zijn op dit moment nog niet te concretiseren, wel is duidelijk dat dit zal leidt tot een verhoging van de exploitatiekosten. Bovenstaande heeft het volgende effect op de exploitatielasten per 1-1-2031: Exploitatielasten gebouwspecifieke inrichting (x € 1 mln.)

Per 1-1-2031

Afschrijvingen

0,5

Rentelasten

0,2

Organisatiekosten

PM

Exploitatielasten totaal 0,7 Voor zowel de exploitatiekosten als voor het investeringskrediet is rekening gehouden met een indexering van 3% conform financiële hygiëne regels. Voor de financiering en dus de rentelasten is rekening gehouden met een percentage van 3,5%. Beide percentage zijn met de kennis van nu toegepast. Afwijkingen kunnen vanzelfsprekend leiden tot een bijstelling van de prognose van de exploitatielasten. In de reguliere P&C-cyclus zal dit continu gemonitord worden en zullen afwijkingen tijdig worden gepresenteerd. Daarnaast is de inschatting van de investeringsbedragen hoe dan ook omgeven met veel onzekerheid, omdat de start van de bouw nog een aantal jaren op zicht laat wachten. Deze onzekerheden en risico's worden continue gemonitord en bijgehouden in een separate risicoparagraaf behorende bij het project herhuisvesting Sontweg.

5.1.3 Weerstandsvermogen Na een aantal jaren een negatief weerstandsvermogen te hebben gepresenteerd, als gevolg van de getroffen FLOvoorziening bij de jaarrekening 2019, is het weerstandsvermogen ultimo 2024 weer positief. Tot die tijd was er dan ook geen ruimte om tegenvallers te kunnen opvangen of nieuwe ontwikkelingen te kunnen financieren uit reserves. De in deze kaderbrief geschetste ontwikkelingen zijn, daar waar deze niet in het meerjarenbeleid zijn opgenomen, verwerkt in de risicoparagraaf (bijlage 2). In de beleidsbegroting 2027 zullen we het verwachte verloop van de algemene reserve presenteren en de risico’s (benodigd weerstandsvermogen) actualiseren.

5.1.4 FLO Vanaf 2025 is jaarlijks € 100.000 in de begroting opgenomen om extra FLO-kosten te kunnen dekken. In de praktijk zien we dat de VRG vaak tegenvallers te verwerken krijgt bij nacalculatie van de FLO-regeling in de jaarrekening, bijvoorbeeld ten gevolge van CAO-stijgingen of, zoals recent bekend is geworden, het verhogen van de eindheffing van 52% naar stapsgewijs 65% in 2028. Met ingang van het verslagjaar 2024 is er een stabielere administratieve verwerking van de voorziening vastgesteld door het Algemeen Bestuur met als doel deze fluctuatie zoveel mogelijk te beperken. De actualisatie van de totale FLO-kosten wordt jaarlijks herrekend door een externe adviseur en de voorziening zal daarmee ook jaarlijks geactualiseerd worden .

5.2 Financieel Kader 2027-2030 5.2.1 Indexering Indexering van de (meerjaren) begroting vindt plaats op basis van verwachte loon- en prijsontwikkeling, zoals opgenomen in de financiële verordening. Hierbij gebruiken we als uitgangspunt onderstaande tabel uit de 20 van 27

Kaderbrief 2027-2030

septembercirculaire 2025 van het Gemeentefonds (prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers (70%) en index materiële overheidsconsumptie (imoc) (30%)). Indexatie van voorgaande jaren wordt in overeenstemming met de financiële hygiëneregels na gecalculeerd op het eerstvolgende begrotingsmoment dat de werkelijke prijsontwikkelingen (CAO, sociale premies, imoc) bekend zijn van enig jaar. Structurele effecten worden meegenomen in de actualisatie begroting 2026. De actualisatie begroting 2026 en de concept beleidsbegroting 2027 worden tegelijk aan het bestuur aangeboden in maart 2025.

5.2.2 Het totaal financieel meerjarenbeeld Onderstaande tabel betreft aan de batenkant de reguliere gemeentelijke bijdrage, aangevuld met de Rijksbijdrage (BDuR) en overige baten. Hierbij is de bijstelling op de BDuR (10% structurele korting) opgenomen, door een bijstelling op de Rijksbijdrage. Dit is een autonome ontwikkeling, waarvoor wij de financiële hygiëne regels toepassen. Momenteel bestaat er nog onzekerheid over de extra te verwachten middelen voor het versterken van de weerbaarheid. Als hier meer duidelijkheid over is kan dit betekenen dat een deel van de BDuR korting hierdoor gecompenseerd kan worden. In de kaderbrief zijn deze mogelijk komende tekorten eerst gedekt uit de algemene reserve. Dit is ook opgenomen in de risicoparagraaf. Aan de lastenkant is de meerjarige ontwikkeling weergegeven. Hierbij is ook rekening gehouden met toenemende kapitaallasten vanwege de huisvestingsopgave. De baten en lasten zijn dynamisch en worden in de producten van de P&C cyclus geüpdatet (actualisatie begroting 2026/ beleidsbegroting 2027). In de eerste kolom staat de vastgestelde beleidsbegroting 2026 en in de tweede kolom is deze aangepast op de volgende punten: -

De bijstelling van de BDuR (BDuR-korting 10%) De rentelasten voor de aankoop van de grond herhuisvesting Sontweg. Kapitaallasten Huisvesting SHP met onttrekking uit de huisvestingsreserve

Bij de actualisatie van de begroting 2026 worden deze onderwerpen ook meegenomen. VRG (x € 1.000)

BB 2026

2026

53.808 11.015

10.616

Indexpercentage Gemeentelijke bijdrage Rijksbijdrage (BDUR)

2027

2028

2029

2030

3,04%

4,65%

3,88%

3,70%

3,70%

53.903

56.689

59.113

62.894

66.031

11.110

11.541

11.968

12.411

Overige baten

398

398

398

398

398

398

Totale baten

65.221

66.917

68.197

71.052

75.260

78.840

Personele lasten*

45.564

45.565

48.061

50.265

52.538

54.907

Materiele lasten*

18.277

18.459

19.349

20.328

22.317

23.707

Totale lasten

63.841

64.024

67.410

70.593

74.855

78.614

Resultaat voor reserve mutaties

1.380

893

787

459

405

226

Reservemutaties

1.380

- BDuR Korting - Toevoeging SHP

1.300

- Onttrekking SHP

893

787

459

405

226

-400

-400

-400

-400

-400

1.300

1.300

1.300

1.300

1.300

-88

-193

-521

-575

-754

- Incidentele toevoegingen

80

80

80

80

80

80

Resultaat na reserve mutaties

-

-

-

-

-

-

*De Personele en Materiele lasten zijn conform de prijsindexen (tabel 4.2.2 septembercirculaire 2025) geïndexeerd en in de materiele lasten zijn ook de toename van de kapitaallasten opgenomen in verband met huisvesting.

21 van 27

Kaderbrief 2027-2030

De structurele BDuR korting die vanaf 2026 toegepast gaat worden is een autonome ontwikkeling. In de kaderbrief zijn deze mogelijk komende tekorten eerst gedekt uit de algemene reserve. Dit is zo gepresenteerd omdat er nog onduidelijkheid bestaat over de middelen voor het versterken van de weerbaarheid en hoe deze in relatie staan tot de korting op de BDuR. De verwachting is dat vanaf 2027 structureel extra middelen beschikbaar worden gesteld voor het versterken van de veiligheidsregio’s ten behoeve lokale en regionale weerbaarheid (€ 25 mln), waarmee ook de BDuR korting deels opgevangen kan worden. Voor 2026 zullen we incidenteel dit tekort nog wel moeten overbruggen. Voor 2026 is hiervoor wel een incidentiele toezegging van € 8 mln. voor het versterken van de veiligheidsregio’s ten behoeve lokale en regionale weerbaarheid, maar ook hier is nog onduidelijkheid over. We verwachten dat hier bij het opstellen van de beleidsbegroting 2027 en de actualisatie van de begroting 2026 meer duidelijkheid over zal zijn.

5.2.3 Ontwikkeling gemeentelijke bijdrage Onderstaande tabel betreft de verwachte meerjarige ontwikkeling van de reguliere gemeentelijke bijdrage ten opzichte van voorgaande begroting (2026). Hierbij is onderscheid gemaakt tussen de nieuwe gemeentelijke bijdrage exclusief en inclusief uitzetting vanwege de huisvestingsopgave. Gemeentelijke bijdrage regulier (x € 1.000) Huidige gemeentelijke bijdrage (begroting 2026) (bijstelling) indexering lonen en prijzen Nieuwe gemeentelijke bijdrage regulier

2026

2027

2028

2029

2030

53.808

55.779

57.667

59.618

61.636

-

531

829

1.147

1.486

53.808

56.310

58.496

60.765

63.122

95

379

617

2.129

2.909

53.903

56.689

59.113

62.894

66.031

Uitzetting door regionale ontwikkelingen (structureel) Rentekosten Huisvesting/ Herhuisvesting Sontweg Nieuwe gemeentelijke bijdrage regulier inclusief uitzetting huisvesting

22 van 27

Kaderbrief 2027-2030

Bijlagen Bijlage 1: Investeringen Onderstaand een overzicht van de voorgenomen investeringen voor 2026 tot en met 2030: Omschrijving

Investeringsbehoefte totaal 2026-2030

2026

Huisvesting

115.362.000

4.185.000

16.576.000 37.765.000

33.810.000 23.026.000

Voertuigen/vaartuigen

29.312.300

11.357.300

5.045.000

6.329.500

2.843.000

3.737.500

Inventaris rijdend materieel

1.526.000

362.000

183.000

186.000

651.000

144.000

Materieel/materiaal

656.000

450.000

-

50.000

90.000

66.000

Persoonlijke bescherming middelen/kleding Automatisering

784.000

75.000

330.000

161.000

-

218.000

3.147.500

1.408.500

747.000

217.000

380.000

395.000

Overige materiele vaste activa

335.000

80.000

-

-

-

255.000

5.426.000

5.426.000

-

-

-

-

22.881.000 44.708.500 37.774.000

27.841.500

Grond Totaal investeringen

156.548.800 23.343.800

Realisatie index % Realisatie index in bedragen

2027

90% 138.109.770

2028

90%

21.009.420 20.592.900

2029

90%

2030

90%

80%

40.237.650 33.996.600

22.273.200

Dit investeringsoverzicht is geactualiseerd in oktober 2025. Het investeringsplan gaat uit van vervanging van bestaand materieel en ICT-voorzieningen. Met betrekking tot de huisvesting zijn de getallen vanuit de besluitvorming van juli 2023 en voor de herhuisvesting Sontweg de actualisatie van 2025 gepresenteerd. We merken hierbij op dat de investeringen vanaf 2026 en verder aangaande herhuisvesting Sontweg voor de volledigheid wel in het overzicht zijn opgenomen, maar dat definitieve bestuurlijke besluitvorming over de vervolgfases nog moet plaatsvinden. In het kader van de verduurzamingsdoelstellingen zijn onder andere elektrische voertuigen opgenomen in het investeringsoverzicht. In 2026 verwachten we een piek in de investeringen in voer- en vaartuigen. Deze toename wordt voornamelijk veroorzaakt door de geplande aanschaf van elf tankautospuiten en het doorschuiven van twintig dienstauto’s van 2025 naar 2026. Er is uitgegaan van actuele prijzen en bekende reguliere indexeringen uit (landelijke) contracten. Voor 2026 is voor het grootste gedeelte een indexatie gehanteerd van 3,50% (behalve waar andere contract gebonden percentages gelden), de gehanteerde jaren daarna is grotendeels gerekend met een percentage conform onze financiële hygiëneregels. Of dit afdoende gaat zijn voor de langere termijn valt nu nog niet te overzien.

Gezien de onzekerheid in de planning van sommige investeringen rekenen we met een realisatie index van 90% voor de jaren 2026 t/m 2029 en voor de jaren daarna met een percentage van 80%. Ontwikkeling kapitaallasten We blijven een opwaartse druk op de kapitaallasten zien enerzijds door de huisvestingsopgave maar ook door de noodzakelijke vervanging van materieel dat in sommige gevallen forse prijsstijgingen laat zien. Deze vervangingsinvesteringen kunnen leiden tot een piek in de uitgaven. Het handhaven van het huidige areaal binnen het beschikbare budget vraagt om strakke financiële sturing. Dankzij de invoering van de egalisatiereserve kapitaallasten zijn we in staat stabiliteit te creëren op de kapitaallasten in de begroting. Hierdoor zijn er geen onverwachte mutaties in de gemeentelijke bijdragen. Er is echter nog steeds geen ruimte voor nieuwe uitbreidingsontwikkelingen. We blijven hierbij vasthouden aan de afspraken zoals vastgelegd in de financiële verordening en de financiële hygiëneregels.

23 van 27

Kaderbrief 2027-2030

Bijlage 2: Risicoparagraaf Financiering Weerbaarheid in relatie tot de BDuR korting Over de definitieve financieringsstroom van het versterken van de weerbaarheid is nog veel onduidelijkheid. Het uitgangspunt van de VRG is dat zonder financieringsstroom er geen nieuwe taken worden opgepakt. Het risico bestaat dat er extra middelen naar de VRG toekomen met meer Omschrijving taken, waardoor er geen compensatie van de BDuR korting plaats kan vinden, terwijl de (wettelijke) taken wel gewoon doorlopen. Het is dus nog onzeker of een deel van de extra middelen weerbaarheid ingezet kan worden ter compensatie van de BDuR korting. Dit is een autonome ontwikkeling, die in deze kaderbrief ten eerst gedekt is uit de algemene reserve. Risico Kans

400.000 Middel

Omgevingswet De Omgevingswet is inwerking getreden op 1 januari 2024. De stelselherziening Omgevingswet brengt een intensieve taakverandering voor veiligheidsregio’s met zich mee op het gebied van risicobeheersing. Uit een eerder onderzoek van Cebeon volgt dat de Omgevingswet extra kosten met zich meebrengt voor veiligheidsregio’s die door het Rijk niet zijn voorzien. Zoals benoemd is de Omschrijving verwachting dat deze nieuwe taken per saldo een extra inzet van 2-3 fte vragen van de VRG. Zowel vanuit het Rijk (interbestuurlijke financiële monitor Omgevingswet) als vanuit de veiligheidsregio's lopen nieuwe onderzoeken naar de omvang van deze taken. Financiële vertaling wordt nog verwacht en de VRG is van mening dat extra taken door het Rijk gefinancierd moeten worden. Risico Kans

100.000 Hoog

Verplichtend karakter vrijwilligers Als gevolg van Europese wetgeving wordt op landelijk niveau gewerkt aan de implementatie van ‘Het verplichtend karakter’ vrijwilligers (bouwsteen 1). De kosten voor implementatie zijn landelijk geraamd op € 35 miljoen. Voor de VRG zijn de kosten incidenteel geraamd op € 2.800.000 en Omschrijving structureel op € 500.000. Ook in dit dossier zijn de gesprekken met de minister gaande, maar is het financieringsvraagstuk nog niet opgelost. Ook zal bij de invoering moeten worden gekeken wat dit betekent voor de vrijwilligers in Groningen. Risico Kans

500.000 (structureel) en 2.800.000 (incidenteel) Hoog

Ontwikkelingen binnen Informatieveiligheid De crisisorganisatie van veiligheidsregio's biedt ondersteuning aan ketenpartners bij verstoring of uitval, wanneer de openbare orde en veiligheid in gevaar kan komen. De VRG kan ook zelf worden getroffen door storing en uitval. Ook cybercriminaliteit is een risico waarmee de VRG rekening moet houden. Gevolgen die hieruit kunnen voortvloeien, zijn het platleggen van de digitale infrastructuur, Omschrijving het aanrichten van imagoschade, het stellen van financiële eisen en verlies/diefstal van vertrouwelijke informatie. De interne informatiebeveiliging dekt de vitale en kritische processen binnen de VRG. De veiligheidsregio’s zijn sinds kort voor een drietal processen aangemerkt als vitale aanbieder binnen de sector Openbare Orde en Veiligheid. De organisatorische en financiële gevolgen worden momenteel in kaart gebracht. Tot op heden zijn de ontwikkelingen steeds binnen budget gemanaged, maar het is onzeker of dit ook in de toekomst gaat lukken. Risico PM Kans

Hoog

24 van 27

Kaderbrief 2027-2030

Meldkamer Noord Nederland De komende periode wordt het samenwerkingsconvenant van de Meldkamer Noord Nederland (MNN) geëvalueerd om te komen tot een toekomstbestendige Meldkamer voor Noord Nederland. Omschrijving Het verbeteren van de governance en invulling van de MNN zal tot structurele meerkosten leiden die nu nog niet zijn in te schatten. Risico Kans

PM Hoog

FLO Met ingang van het verslagjaar 2024 is er een stabielere administratieve verwerking van de FLO voorziening vastgesteld door het Algemeen Bestuur. Los van deze administratieve verwerking blijft Omschrijving de hoogte van de voorziening ook afhankelijk van ontwikkeling waarop de VRG geen invloed heeft. Denk hierbij aan de aanpassing in belastingwetgeving (verhoging eindheffing RVU) waardoor in 2025 ook een extra dotatie aan de voorziening plaats moet vinden. Risico Kans

1.000.000 Hoog

PTSS Per 1 februari 2026 is de landelijke regeling erkenning en aanspraken PTSS als beroepsziekte van kracht. Vanuit het ministerie is toegezegd om hiervoor € 1,75 miljoen beschikbaar te stellen aan de Omschrijving veiligheidsregio’s ter dekking van de (landelijke) systeemkosten. De kosten voor de aanspraken uit de regeling en (psychische) hulp worden gedragen door de individuele veiligheidsregio’s en dus ook door de VRG. De financiële impact hiervan is op dit moment nog lastig in te schatten. Risico PM Kans

Hoog

Tweede loopbaanbeleid

Omschrijving

Momenteel wordt een landelijk onderzoek uitgevoerd naar het maximaal 20 jaar uitvoeren van bezwarende beroepsbrandweerfuncties. De toekomstige uitstroom als gevolg van het tweede loopbaanbeleid is onzeker en het 'hernieuwde tweede loopbaanbeleid' gaat tot extra kosten leiden. Daarnaast is ook het goed reguleren en opleiden van de nieuwe instroom een onderwerp van aandacht. Dit is nog niet financieel doorgerekend in het financieel kader. De komende jaren zal dit nader ingevuld moeten worden. Er is een voorlopige globale inschatting gemaakt van het risico.

Risico Kans

500.000 Hoog

Hardheidsclausule na dienstongevallen Voor vrijwilligers is als gevolg van de landelijke regeling dienstongevallen een hernieuwde invulling Omschrijving gegeven aan de hardheidsclausule. Op basis van de schadecijfers uit het verleden is een inschatting gemaakt van het risico. Risico Kans

450.000 Laag

25 van 27

Kaderbrief 2027-2030

Paraatheid vrijwilligers Paraatheid is van groot belang voor een snelle en doeltreffende uitvoering van de brandweerzorg, en is in algemene zin een continu aandachtspunt. Om de paraatheid op een zo hoog mogelijk niveau te houden dan wel te krijgen, wordt continu naar mogelijkheden gezocht ter verbetering. Deze verbeteringen worden gezocht op het gebied van personeel (boeien en binden van vrijwilligers, Omschrijving piketten), materieel en procedures, kazernes en organisatievormen. Door het uitrukken met afwijkende voertuigbezettingen te faciliteren (met onder meer slimme pagers en opleiding en oefenen) en te zorgen voor een netwerk van elkaar ondersteunende posten, worden zowel een snelle eerste uitruk als de benodigde slagkracht georganiseerd. Risico Kans

250.000 Hoog

Brancheontwikkelingen binnen brandweerzorg Vanuit de branche en landelijke visies komen diversen ontwikkelingen op de VRG af die we moeten vertalen naar de regio en waarvoor niet zeker is of hier ook landelijke financiering voor beschikbaar gesteld wordt. Hier zullen ook bestuurlijke keuzes aan ten grondslag liggen. Het gaat hierbij onder andere om: -

Omschrijving

-

Brandbestrijding als specialisme (BAS): In 2026 onderzoeken we of en hoe we de veiligheid en effectiviteit van onze brandbestrijding in de toekomst kunnen waarborgen met de introductie van Brandbestrijding als Specialisme (BAS). Wanneer dit onderzoek zou leiden tot de inrichting van een specialistisch team en er investeringen nodig zijn in nieuw materieel dat specifiek geschikt is voor complexe en gevaarlijke brandscenario’s, dan betekent dit een uitzetting van de begroting. Keuzes hierin worden met aparte voorstellen aan het bestuur voorgelegd. Taakveld hulpverlening: Er wordt verkend wat er nodig is om binnen het taakveld hulpverlening te werken volgens de landelijke visie hulpverlening. Natuurbrandbeheersing. Voor het landelijke uitvoeringsplan is nog geen dekking gevonden. Programma Onderwijs Onderweg: het programma richt zich op het verbeteren van het onderwijsstelsel voor brandweer en crisisbeheersing.

Risico Kans

PM Hoog

Vakbekwaamheid Aantoonbare vakbekwaamheid verbeteren door een betere aansluiting van de visie op Omschrijving vakbekwaamheid bij de actualiteit en daarmee bij te dragen aan veiligheid, professionaliteit en kwalitatief goede hulpverlening van de brandweerorganisatie. Bijdragen aan- en zorgen voor samenhang tussen de verschillende processen binnen brandweerzorg. Risico 285.000 Kans

Hoog

Brandkranen De VRG heeft een overeenkomst met het Waterbedrijf Groningen over het gebruik van brandkranen. In de overeenkomst staat dat beide partijen de overeenkomst kunnen ontbinden met Omschrijving een opzegtermijn van twee jaar. Indien het Waterbedrijf hiertoe over zou gaan uit oogpunt van vitaal belang, leidt dit tot financiële en organisatorische problemen voor de VRG. Risico PM Kans

Laag

26 van 27

Kaderbrief 2027-2030

PFAS Het Veiligheidsberaad heeft de Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio (RCDV) gevraagd om de landelijke ontwikkelingen inzake PFAS inzichtelijk te maken en te coördineren. Dit heeft betrekking op de gevolgen van het gebruik van PFAS-houdend blusschuim door veiligheidsregio’s. In Groningen is de transitie naar PFAS-vrij blusschuim afgerond. In de bluskleding Omschrijving en in het operationeel uniform bevindt zich een vorm van PFAS die is toegestaan (type C6). De provincie heeft onderzoek gedaan naar PFAS-verontreiniging bij locaties van de VRG. De onderzoeksresultaten gaven geen aanleiding voor vervolgonderzoek. Wel blijft het risico op het ontvangen van claims bestaan. Risico Kans

PM Hoog Strategisch Huisvestingsplan-Herhuisvesting Sontweg

Momenteel wordt er uitvoering gegeven aan de eerste tranche van het strategisch huisvestingsplan en wordt de herhuisvesting van de Sontweg verder uitgewerkt. Bij deze vastgoedontwikkelingen Omschrijving spelen er diverse risico’s die effect kunnen hebben op de plannen en de financiën. Voor deze risico’s verwijzen we naar de risicoparagraaf die continue wordt bijgehouden en gemonitord in het project huisvesting. Risico Kans

PM Hoog

Achterstallig onderhoud In juli 2023 zijn de huisvestingsplannen voor de diverse kazernes in het Algemeen Bestuur vastgesteld. Het onderhoud aan de betreffende kazernes zal aangepast worden aan de nog resterende levensduur. Dit brengt een hoger risico mee dat onvoorziene kosten zich voor kunnen Omschrijving doen. Voor de kazernes die niet op korte termijn ver(nieuw)bouwd worden, geldt dat regulier invulling wordt gegeven aan de meerjaren onderhoudsplanning (MJOP). Ook hier bestaat als gevolg van de gemiddelde (hoge) leeftijd van de kazernes het risico op tussentijds onvoorziene kosten. Risico Kans

250.000 Hoog

Vervangingsinvesteringen De afgelopen jaren is de VRG geconfronteerd met hogere vervangingsinvesteringen dan begroot als Omschrijving gevolg van de (enorm) stijgende kosten. Dit geldt voor de voertuigen, gebouwen en materialen. Het gaat hier om stijgingen die groter zijn dan de indexatie op basis van de hygiëneregels. Risico Kans

PM Middel

27 van 27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16540807/1