380.1 VRG Kaderbrief 2027-2030
Tekst van het document
Kaderbrief 2027-2030
Kaderbrief 2027-2030
1 van 27
Kaderbrief 2027-2030
Vastgesteld door het Algemeen Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio op 4 december 2025
Mevr. R. Kamminga
Dhr. A. van der Tuuk
Voorzitter
Penningmeester
2 van 27
Kaderbrief 2027-2030
Inhoudsopgave Inleiding
4
1
Landelijke ontwikkelingen
5
1.1
Landelijke ontwikkelingen op de primaire processen
5
1.2
Versterken informatievoorziening
7
1.3
Maatschappelijke weerbaarheid en veerkracht
9
1.4
Juridische ontwikkelingen / nieuwe wetgeving
9
2
3
4
5
Regionale ontwikkelingen
11
2.1
Huisvesting en vastgoed
11
2.2
Versterken regionale samenwerking (3-noord)
11
2.3
Programma weerbaarheid VRG/gemeenten
12
Ontwikkelingen Brandweerzorg
13
3.1
Visie op brandweerzorg
13
3.2
Risicogerichte preventieve brandweerzorg
13
3.3
Solide organisatie van de repressieve brandweerzorg
13
3.4
Brandweerzorg in verbinding met de samenleving
14
3.5
Duurzame bedrijfsvoering
14
Ontwikkelingen Crisisbeheersing
15
4.1
Multi risicobeheersing
15
4.2
Preparatie
15
4.3
Respons
16
4.4
Evalueren
16
4.5
Vakbekwaamheid
16
Financiën
18
5.1
Financiele ontwikkelingen 2027-2030
18
5.2
Financieel Kader 2027-2030
20
Bijlagen
23
Bijlage 1: Investeringen
23
Bijlage 2: Risicoparagraaf
24
3 van 27
Kaderbrief 2027-2030
Inleiding Voor u ligt de kaderbrief voor de periode 2027-2030. In deze kaderbrief schetst Veiligheidsregio Groningen (VRG) het perspectief voor de komende jaren en wordt een financiële vertaling gegeven van de verwachte ontwikkelingen. In de komende periode liggen diverse uitdagingen in het verschiet die in deze kaderbrief worden toegelicht. Het uitvoeren van onze wettelijke en reguliere taken, de primaire processen van brandweerzorg en crisisbeheersing, zijn leidend in onze uitvoering. De vastgestelde Visie Brandweerzorg 2030 en het Regionaal Beleidsplan Crisisbeheersing zijn hiervoor het uitgangspunt de komende jaren. Wel bevinden we ons momenteel in een snel veranderende en turbulente omgeving. Internationale spanningen nemen toe en ook binnen Nederland staan we voor maatschappelijke en economische uitdagingen. Er komen vraagstukken op de VRG af waar we een antwoord op moeten formuleren. Deze ontwikkelingen zullen een effect hebben op de toekomstige financiën van de VRG. Eén van de ontwikkelingen die een prominente rol gaat spelen de komende jaren is het brede thema weerbaarheid. Vanuit het Rijk is de richtlijn gekomen om 72 uur zelfredzaam te kunnen zijn. Dit vraagt anticipatievermogen van onze inwoners, bedrijven en instellingen en ook van onze gemeenten en van de VRG.
De VRG heeft een begeleidingsgroep ingericht om samen met de gemeenten vorm te geven aan het thema weerbaarheid. In deze kaderbrief zal dit onderwerp dan ook op verschillende plekken terugkomen omdat het de gehele organisatie van de VRG raakt. Onderwerpen waar we de komende periode in samenwerking met onze gemeenten mee aan de gang gaan, zijn ieder geval de eigen bedrijfscontinuïteit en het opzetten van coördinatiepunten en noodsteunpunten. Met betrekking tot huisvesting worden in deze kaderbrief de ontwikkelingen geschetst van het strategisch huisvestingsplan (SHP) die in 2023 is vastgesteld door het Algemeen Bestuur. Dit plan omvat zowel de herhuisvesting Sontweg als de nieuwbouw/renovaties van de overige 38 kazernes. Voor die laatste loopt momenteel de eerste tranche van 10 jaar, waarin tien kazernes zijn opgenomen. Voor de herhuisvesting Sontweg heeft het Algemeen Bestuur op 11 juli 2025 besloten tot grondaankoop van twee percelen aan de Bornholmstraat en aan de Winschoterweg in de stad Groningen. Naar alle verwachting wordt in 2028 gestart met de bouw. Voor de huisvesting wordt in de financiële paragraaf van deze kaderbrief ook aangegeven wat dit betekent voor de gemeenten na 2030, zodat duidelijk is wat dit betekent voor de jaren die buiten het financiële kader van deze kaderbrief vallen. Ook op landelijk niveau speelt er veel op het gebied van informatievoorziening.
Informatievoorziening ontwikkelt zich tot een strategisch vraagstuk dat bepalend is voor het functioneren en de toekomstbestendigheid van de VRG en de uitvoering van de dagelijkse operatie. In 2023 is afgesproken om een deel van de versterkingsgelden te reserveren voor informatievoorziening ten behoeve van Knooppunt Coördinatie Rijk Regio (KCR2). Dit is in samenwerking opgepakt met het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV). Daarnaast zijn er drie processen van de veiligheidsregio’s recent aangemerkt als vitaal binnen de sector Openbare Orde en Veiligheid (OOV). Dit vergt van alle onderdelen van onze organisatie aanpassingsvermogen, denk hierbij aan de paraatheid van onze organisatie. Deze landelijke ontwikkelingen hebben invloed op de inzet van de brandweer maar bijvoorbeeld ook op het intern organiseren van de afdeling IM/ICT binnen de VRG. De financiële gevolgen van deze en andere ontwikkelingen voor het meerjarenbeeld worden verder toegelicht in de financiële paragraaf van deze kaderbrief. Hierin is onder andere de doorgevoerde structurele korting van 10% vanaf 2026 op de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) verwerkt. In deze kaderbrief worden de eerste indicaties gegeven die zijn afgestemd op onze financiële hygiëneregels.
In de bijlage van deze kaderbrief is daarnaast de risicoparagraaf opgenomen, om de effecten van de ontwikkelingen die niet in het financieel kader 2027-2030 zijn opgenomen weer te geven. In de langjarige positionering van de VRG brengen we daarmee de risico’s in beeld. Dit houdt in dat we rekening houden met mogelijke toekomstige kosten, zonder deze direct financieel te kunnen kwantificeren. We verwachten dat deze risico’s een druk op onze middelen zullen vormen.
4 van 27
Kaderbrief 2027-2030
1
Landelijke ontwikkelingen 1.1
Landelijke ontwikkelingen op de primaire processen
1.1.1
Samenwerking op landelijke strategische thema’s
Op bestuurlijk niveau werken de Veiligheidsregio’s samen in het Veiligheidsberaad. Het Veiligheidsberaad bestaat uit de voorzitters van de 25 veiligheidsregio’s en richt zich op strategische en integrale veiligheidsvraagstukken en -ontwikkelingen van nu en in de toekomst. Het Veiligheidsberaad fungeert als het aanspreekpunt voor de minister van JenV, die verantwoordelijk is voor het stelsel. De vraagstukken en landelijke ontwikkelingen komen samen en worden verbonden door de strategische vertegenwoordigers van de veiligheidsregio’s (commandanten en directeuren) en zij overleggen gezamenlijk binnen de RCDV (Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio’s) hoe om te gaan met deze ontwikkelingen. Vanuit het Veiligheidsberaad en de RCDV zijn strategische thema’s benoemd waarop landelijk wordt samengewerkt. Het Veiligheidsberaad heeft op 27 juni 2025 de samenwerkingsagenda voor de 25 Veiligheidsregio's vastgesteld waarbij het uitgangspunt geldt dat de 25 autonome veiligheidsregio's werken vanuit het stelsel van verlengd lokaal bestuur en er een aantoonbaar gezamenlijk belang moet zijn voor de 25 Veiligheidsregio's om te komen tot samenwerking. Met inachtneming van dit bestuurlijk afwegingkader zijn de volgende thema's opgenomen in de samenwerkingsagenda: 1. Vormgeven en borgen van een goed werkend onderwijsstelsel 2.
Versterken landelijke advisering brandveiligheid en risicobeheersing 3. Regionaal bestuurde paraatheid, bovenregionaal bestuurde slagkracht 4. Informatiegestuurde inzet brandweereenheden 5. Landelijke operationele samenwerkingsstructuur 6. Versterken van de weerbare samenleving 7. Doorontwikkelen en professionaliseren Bevolkingszorg 8. Integreren bestaande en nieuwe initiatieven op IV-gebied 9. Toekomstbestendig werkgeverschap 10. Gezamenlijke methodiek presterend vermogen De thema’s sluiten aan bij onze visie brandweerzorg en onze visie op crisisbeheersing. Ook de VRG zet zich de komende jaren in voor risicogerichte preventieve brandweerzorg, Informatiegestuurde veiligheid, het strategisch positioneren van leren en ontwikkelen en het versterken van de weerbare samenleving om de complexe en langdurige crises van de toekomst het hoofd te kunnen bieden. Echter, wij zullen steeds moeten blijven kijken waar we in onze werkzaamheden prioriteit aan toekennen. In de hoofdstukken 2, 3 en 4 lichten we dit nader toe. Door samenwerking op deze thema's versterken de 25 veiligheidsregio's elkaar en vergroten wij samen onze maatschappelijke impact, met behoud van de eigen autonomie. Een vraagstuk binnen al deze thema’s is steeds wat collectief wordt afgesproken en wat de individuele veiligheidsregio’s zelf afspreken. Waarbij ook het financieringsvraagstuk een duidelijke rol speelt.
Het uitgangspunt van de VRG hierbij is dat zonder financieringsstroom er geen nieuwe taken worden opgepakt (“geen knaken, geen taken”).
1.1.2
Werkgeverschap
Toekomstgericht werkgeverschap Het programma ‘Toekomstgericht werkgeverschap’ is gestart, als één van de vier landelijke ‘Grote Werken’. Dit programma richt zich met name op de thema’s duurzame inzetbaarheid, moderne arbeidsvoorwaarden, diversiteit, gelijkwaardigheid & inclusie, PTSS-regeling en gezondheidsmonitoring. Het programma wordt als randvoorwaardelijk gezien voor de collectieve opgaven van veiligheidsregio's. Dit zijn ook prioritaire thema's binnen de VRG. Daar waar nodig of wenselijk, sluiten we aan bij initiatieven van het programma of maken we gebruik van de opbrengsten. En op onderdelen pakken we een onderwerp eigenstandig op vanuit de eigen werkgeversverantwoordelijkheid, waarbij we uitwisselen met andere regio's en van elkaar leren. Er ligt hier ook een relatie met arbeidsvoorwaardenontwikkeling, wat in de Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio's (WVSV) wordt besproken.
5 van 27
Kaderbrief 2027-2030
Toekomstbestendig brandweerstelsel Door een uitspraak van het Europese Hof aangaande gelijke beloning voor gelijke werkzaamheden, leek invoering van verplichte taakdifferentiatie tussen beroepsbrandweermensen en brandweervrijwilligers een poos lang onvermijdelijk. Met grote gevolgen voor het brandweerstelsel, dat voor ruim 80% uit vrijwilligers bestaat. Na juridisch onderzoek is geconcludeerd dat taakdifferentiatie waarschijnlijk niet nodig is, mits duidelijker onderscheid wordt gemaakt tussen verplichte en niet-verplichte opkomst door respectievelijk beroeps en vrijwilligers. De huidige vorm van consignatie en kazernering van vrijwilligers zou dan moeten stoppen. De VRG zal pas concrete stappen zetten als er landelijk overeenstemming is bereikt over de implementatie en financiering. Daarbij zal het onverplichte karakter van brandweervrijwilligheid verenigd moeten worden met de ambitie om als brandweerorganisatie altijd paraat te zijn. Ook waar de staatssecretaris meer collectiviteit in de brandweerzorg wil gaan organiseren, is een passende governance en financiering wenselijk, voordat de VRG bovenregionale en landelijke opgaves oppakt. Arbeidsvoorwaarden Ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden is vanuit de Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio's (WVSV) het doel om met cao-ontwikkelingen aan te blijven sluiten bij de ontwikkeling van de gemeentelijke cao.
Dit omdat de VRG een gemeenschappelijke regeling is en er zo gestreefd wordt naar een uniforme set arbeidsvoorwaarden wat een gelijk speelveld creëert. Dat is ook de insteek voor de onderhandelingen met de vakbonden de komende jaren. Momenteel is de Regeling voor Vervroegde Uittreding (RVU) ook onderdeel van deze onderhandelingen. Het kabinet heeft besloten dat deze regeling vanaf 2026 opgenomen moet worden in de eigen CAO’s. Het is relevant om hier ook op te merken dat de WVSV (nog) niet te maken heeft met de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (WNRA). De inwerkingtreding van de WNRA is voor veiligheidsregio's nog uitgesteld, daar waar gemeenten in 2020 al zijn overgegaan. Tweede loopbaanbeleid Het tweede loopbaanbeleid voor repressieve brandweerfuncties, specifiek de beroepsbrandweer, is in 2006 van kracht geworden. Nu de toepassing dichterbij komt en er discussie bestaat over het thema bezwarendheid, is in 2021 een landelijk onderzoek gestart door de Universiteit van Maastricht naar duurzame inzetbaarheid en arbeidsparticipatie voor repressief brandweerpersoneel. Het onderzoek moet informatie opleveren ter voorbereiding op een mogelijke herziening van de arbeidsvoorwaarden. Vanuit de grotere beroepskorpsen gaan geluiden op om dit onderzoek niet af te wachten en eerder afspraken te maken op landelijk niveau.
De VRG heeft als lijn om het huidige tweede loopbaanbeleid te volgen tot een gezamenlijk en goed onderbouwd alternatief wordt geboden. Intussen heeft de VRG zich voorbereid op toenemende uitstroom in de komende periode conform het beleid van 2006. Hierin is aandacht voor duurzame inzetbaarheid en breed loopbaanbeleid, wetende dat een repressieve functie doorgaans niet tot de pensioengerechtigde leeftijd kan worden uitgevoerd. We treffen daarbij maatwerk voor betreffende medewerkers. Dit brengt, zolang het huidige tweede loopbaanbeleid geldt, voor de komende jaren extra kosten met zich mee. Er is een bestemmingsreserve gevormd waaruit we deze kosten dekken. Mentale gezondheid/ Posttraumatische stressstoornis (PTSS) Er is steeds meer aandacht voor de mentale impact die werkzaamheden van de brandweer en de crisisorganisatie kunnen hebben. Binnen de werkgeversverantwoordelijkheid is dit een vast thema. Per 1 februari 2026 is de landelijke regeling erkenning en aanspraken PTSS als beroepsziekte van kracht. De VRG is hier blij mee. Deze regeling zorgt voor alle veiligheidsregio’s voor gelijkwaardige aanspraken voor zowel medewerkers als vrijwilligers. Daarnaast zorgt de regeling voor stroomlijning, uniformering en professionalisering van het proces en een eensluidende aanpak op het moment dat een medewerker van de VRG zich met PTSS-klachten meldt.
Vanuit het ministerie is toegezegd om hiervoor € 1,75 miljoen structureel jaarlijks beschikbaar te stellen aan de veiligheidsregio’s ter dekking van de (landelijke) systeemkosten. De kosten voor de aanspraken uit de regeling en (psychische) hulp worden gedragen door de individuele veiligheidsregio’s en dus ook door de VRG. Daarnaast worden bredere inspanningen op het gebied van mentale gezondheid landelijk besproken en gevolgd. De landelijk vastgestelde toolbox psychosociale ondersteuning is hiervoor een belangrijke leidraad voor werkgevers. De achterliggende visie is dat je als goed werkgever liever voorkomt dan geneest, maar dat binnen elke fase goede personeelszorg plaatsvindt.
6 van 27
Kaderbrief 2027-2030
1.1.3
Vernieuwing Missiekritische Communicatie (VMX, voorheen C2000/P2000)
Sinds december 2023 werkt het ministerie van JenV samen met de disciplines aan de vervanging van het C2000 communicatiesysteem. Inmiddels is door de kwartiermaker organisatie VMX, in nauwe samenwerking met de disciplines, een drietal visies uitgewerkt als startpunt om tot een nieuwe missiekritische voorziening te komen. Dit zijn de visies op de voorziening zelf (de technische architectuur), op het verwervingsproces en op het stelsel om de voorziening te beheren. Er is nog nadere toelichting/uitdieping van de kosten en de financiële dekking nodig. De consequenties zijn nog niet volledig in beeld en worden de komende periode, bij het uitwerken van de visies duidelijk. De realisatie van het VMX-systeem is een langjarig traject. In de tussenliggende periode investeert het ministerie van JenV in het huidige C2000 systeem om de kwaliteit en continuïteit te borgen. Hierbij maken we ons zorgen over de beperkte beschikbaarheid bij langdurige stroomuitval van de noodcommunicatievoorzieningen. Indien dit plaatsvindt heeft dit direct gevolgen voor de bereikbaarheid en inzetbaarheid van de brandweer en van de VRG. Recent zijn deze zorgen middels het versturen van een brief aangekaart bij het ministerie.
1.2
Versterken informatievoorziening
Binnen de uitvoering van de taken van de VRG neemt informatievoorziening een steeds centralere positie in. Zij is onmisbaar voor onze dagelijkse operatie – gericht op het beheersen en bestrijden van risico’s – en vormt ook de basis voor effectieve samenwerking met partners en een robuuste inrichting van de crisisbeheersing. Ten aanzien van het versterken van de informatievoorziening zijn er verschillende ontwikkelingen die voor ons van belang zijn en waarin wij participeren. Hiervoor is bijvoorbeeld landelijk een nieuwe Vakraad IV (informatievoorziening) opgericht. We zien dat de druk op beschikbaarheids- en bereikbaarheidsdiensten toeneemt, zowel organisatiebreed als binnen deze afdeling. Door langdurige en complexere crises staan deze diensten onder steeds meer spanning. We blijven een slagvaardige en goed bereikbare organisatie en onderzoeken momenteel welke stappen daarvoor in de toekomst nog nodig zijn. We zoeken actief samenwerking en bouwen allianties op met andere deskundige partijen. Tegelijkertijd blijft het een voortdurende afweging welke risico’s we wel en niet accepteren. Deze thema’s bespreken we ook op landelijk niveau, onder meer met het Landelijk operationeel Coördinatie Centrum (LOCC) / KCR2.
1.2.1
Van LOCC naar KCR 2
Het LOCC ondersteunt hulpdiensten en crisisorganisaties bij bovenregionale incidenten, crises of rampen, of bij de dreiging daarvan. Het is een schakel tussen verschillende crisispartners en zorgt dat alle partijen rond een crisis over dezelfde relevante en actuele informatie beschikken. Het bestaande LOCC zal in 2026 overgaan in een nieuwe organisatie waarin het doel van KCR2 gestalte krijgt. Deze overgang is bedoeld om de coördinatie bij bovenregionale crises te verbeteren. Het LOCC-fundament wordt gebruikt om de KCR2-organisatie op te bouwen, die gericht is op het nog beter verbinden van alle crisispartners, het stroomlijnen van informatievoorziening en het efficiënter aanvragen van bijstand. Dit is een reactie op veranderende inzichten na grote landelijke crises, zoals de 112-storing en covid, en het realiseren dat er een betere samenwerking nodig is tussen het rijk en de veiligheidsregio's.
1.2.2 Masterprogramma IV Om richting en samenhang te geven aan de ontwikkeling van informatievoorziening, is het landelijke Masterprogramma Informatievoorziening 2025-2030 “Samen meer slagkracht” vastgesteld. Dit programma biedt een integrale aanpak waarin bestaande en nieuwe initiatieven zijn samengebracht. De inzet richt zich op vijf programmalijnen: • • • • •
Informatie Gestuurde Veiligheid (IGV) Informatiegestuurde Missiekritische Communicatie (IMC) Data & Infrastructuur (D&I) Informatieveiligheid (IVei) Digitaal Fitte Organisatie (DF)
Door deze integratie ontstaat voor de veiligheidsregio’s de mogelijkheid om in samenhang te sturen op: • de verschillende inhoudelijke IV-thema’s; • de afstemming tussen bovenregionale, landelijke en regionale niveaus; • de balans tussen innovatie, ontwikkeling en beheer; • de realisatie van resultaten en de inzet van middelen. 7 van 27
Kaderbrief 2027-2030
De koers van het programma is afgeleid van de wettelijke taken van de veiligheidsregio’s en de maatschappelijke opgaven die hieruit voortvloeien. De komende jaren wordt binnen de vijf programmalijnen concreet invulling gegeven aan de gezamenlijke ambities. Dat vraagt om een gedeelde verantwoordelijkheid van alle betrokken partijen. Voor de uitvoering van dit programma zijn er vanaf 2023 landelijk extra middelen gereserveerd. Wel is onzeker of deze middelen in de toekomst afdoende zijn om de ambities te realiseren. Wij ondersteunen en omarmen de aanpak langs deze vijf programmalijnen. Binnen de VRG hebben we de organisatie rondom dit masterplan reeds aangepast in de vorm van een taskforce IV om zo de slagkracht op de verschillende thema’s te vergroten. Vanuit de beschikbare versterkingsgelden zijn hiervoor extra FTE ingezet. De verbeterde samenhang in de aanpak stelt de ambtelijke portefeuillehouders in staat hun rol effectiever te vervullen en versterkt tegelijkertijd de positie van de bestuurlijke portefeuillehouder. Daarmee wordt de basis gelegd voor een toekomstbestendige en slagvaardige informatievoorziening binnen ’de VRG.
1.2.3 Informatiebeveiliging en privacy De ontwikkelingen op het gebied van informatieveiligheid en privacy volgen elkaar in hoog tempo op. Om de VRG optimaal te beschermen tegen cybercriminaliteit en tegelijkertijd te voldoen aan geldende wet- en regelgeving, is een integraal beleid voor informatieveiligheid en privacy vastgesteld. Dit beleid sluit niet alleen aan bij de wettelijke kaders, maar geeft ook invulling aan de koers die is uitgezet binnen het landelijke programma Informatie gestuurde Veiligheid (IGV). De VRG hanteert als uitgangspunt dat de maatregelen voor informatieveiligheid en privacy minimaal voldoen aan het beveiligingsniveau zoals vastgelegd in de BIO2. Deze norm stelt de basismaatregelen vast die noodzakelijk zijn om informatieveiligheid en privacy te waarborgen en is een doorontwikkeling van de Baseline Informatieveiligheid Overheid (BIO). De BIO2 is verplicht voor alle overheidsorganisaties. Sinds drie processen van de veiligheidsregio’s in 2025 als vitaal zijn aangemerkt, ontvangen zij rechtstreeks informatie over cyberdreigingen van het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) en geldt tevens de verplichting om interne cyberincidenten aan het NCSC te melden. De maatregelen zoals vastgelegd in de BIO2 vormen bovendien het fundament voor de externe toetsing op het gebied van informatieveiligheid en privacy.
Waar in voorgaande jaren de nadruk lag op het opstellen en implementeren van diverse procedures, richten wij ons de komende periode op de volgende stap: het borgen van de werking en effectiviteit van het beleid en de vastgestelde procedures. Deze worden, op basis van toetsing en evaluatie, waar nodig bijgesteld en verbeterd. Daarmee wordt het volwassenheidsniveau van de VRG op het gebied van informatieveiligheid en privacy verder versterkt met als doel om eind 2029 te voldoen aan volwassenheidsniveau 4 ten aanzien van de BIO. Artificial Intelligence (AI) Kunstmatige intelligentie (AI) ontwikkelt zich in hoog tempo en heeft een structurele plaats ingenomen binnen organisaties. De meerwaarde is evident: AI vergroot de efficiëntie, versnelt innovatie en biedt kansen om ons werk en onze samenleving blijvend te transformeren. Ook binnen de VRG zal de komende jaren gericht worden ingezet op de toepassing van AI ter versterking van de uitvoering van onze taken. De inzet van AI wordt gezien als een strategische kans om onze kerntaken effectiever, wendbaarder en toekomstbestendiger uit te voeren. Het streven is te komen tot een volwassen AI-organisatie, waarin kennis, governance, processen en technologie elkaar versterken. Medewerkers dienen zich daarbij competent, ondersteund en vertrouwd te voelen in het verantwoord gebruik van AI.
De snelle ontwikkeling van AI brengt ook nieuwe kwetsbaarheden met zich mee. Digitale weerbaarheid en informatiebeveiliging vragen daarom structurele versterking. AI biedt kansen, maar gaat onvermijdelijk gepaard met risico’s. Om te waarborgen dat de toepassing van AI binnen de VRG veilig, verantwoord en transparant plaatsvindt, wordt in 2026 beleid vastgesteld. Dit beleid moet het fundament vormen voor een samenhangende en consistente aanpak, waarin ethische uitgangspunten en menselijke waarden leidend blijven. De snelle ontwikkeling van AI brengt ook nieuwe kwetsbaarheden met zich mee. Digitale weerbaarheid en informatiebeveiliging vragen daarom structurele versterking. AI biedt grote kansen, maar gaat onvermijdelijk gepaard met risico’s. Om te waarborgen dat de toepassing van AI binnen de VRG veilig, verantwoord en transparant plaatsvindt, wordt in 2026 beleid vastgesteld. Dit beleid vormt het fundament voor een samenhangende en consistente aanpak, waarin ethische uitgangspunten en menselijke waarden leidend blijven. Daarnaast omvat het beleid maatregelen ter bescherming van gevoelige gegevens en het voorkomen van misbruik of datalekken. Het stimuleert AI-geletterdheid binnen de organisatie en creëert ruimte voor gecontroleerde en verantwoorde 8 van 27
Kaderbrief 2027-2030
innovatie. Daarmee wordt geborgd dat AI niet alleen veilig en zorgvuldig wordt toegepast, maar ook strategisch bijdraagt aan de toekomstbestendigheid en maatschappelijke meerwaarde van de VRG. Aangezien de ontwikkeling van AI zich moeilijk laat voorspellen, zal het beleid periodiek worden herzien om wendbaar te blijven in een voortdurend veranderende technologische omgeving.
1.3
Maatschappelijke weerbaarheid en veerkracht
Vanuit het Rijk is de richtlijn gekomen om 72 uur zelfredzaam te kunnen zijn. Hiermee is Weerbaarheid een nieuw programma dat de komende jaren naar verwachting de nodige tijd en aandacht zal vergen. Iedere veiligheidsregio, iedere gemeente en ook burgers en bedrijven krijgen hiermee te maken. Daarmee is het een ‘whole-of-society’ benadering (iedereen doet mee en moet mee). Doel is om de weerbaarheid in Nederland te vergroten ten aanzien van diverse risico’s (all-hazard benadering). De veiligheidsregio’s spelen een belangrijke rol in dit vraagstuk Voor de landelijke financiering van weerbaarheid is echter nog veel onduidelijk zowel op inhoud als op middelen. De gesprekken over rol, taak en financiering met betrekking tot maatschappelijke weerbaarheid en veerkracht worden gevoerd binnen verschillende trajecten. In eerste instantie zou in het najaar van 2025 een zogenaamde “Hoe-brief” van het Rijk komen waarin meer duidelijkheid zal worden verschaft over de contouren en inhoud van dit programma. Deze Hoe-brief wordt nu niet meer verwacht. De verkiezingen eind oktober 2025 in combinatie met het demissionaire kabinet zorgen voor een meer afwachtende houding op dit thema. Wel wordt er in december een winterbrief verwacht daarin procesinformatie omtrent dit onderwerp.
Bij de Voorjaarsnota 2025 van het Rijk is voorgesteld vanaf 2027 structureel € 70 miljoen toe te kennen aan het Ministerie van JenV voor het versterken van de weerbaarheid in de samenleving. Hierbij is aangegeven dat € 10 miljoen gereserveerd wordt voor landelijke publiekscampagne en van de resterende € 60 miljoen is € 25 miljoen voor het versterken van de veiligheidsregio’s op lokaal en regionaal niveau. In 2026 wordt hiervoor incidenteel naar verwachting een bedrag van € 8 miljoen beschikbaar gesteld. De resterende € 35 miljoen is bestemd voor het opzetten en inrichten van noodsteunpunten. Aanvullend hierop wordt naar verwachting in 2025 al € 5 miljoen (€ 180.000 voor regio Groningen) en in 2026 € 10 miljoen (€ 400.000 voor regio Groningen) beschikbaar gesteld om te starten met het uitvoeren van pilots voor het inrichten van coördinatiepunten en noodsteunpunten. € 500K hiervan is bedoeld voor een landelijke coördinatie van de pilots. Gezien de onzekerheid en het gezien het feit er nog geen definitieve toezeggingen zijn over bovengenoemde middelen, is dit nog niet financieel verwerkt in het financieel kader van deze kaderbrief. In het najaar van 2025 is de landelijke Denk Vooruit-campagne opgestart.
De Denk Vooruit-campagne wordt ontwikkeld en gecoördineerd door de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) in samenwerking met Rijkspartners en maatschappelijke partners. De campagne draagt bij aan het vergroten van de maatschappelijke weerbaarheid van Nederland. De VRG zal bekijken wat deze campagne betekent voor onze eigen communicatie, zoals EHBJ, in Groningen. Uitgangspunt is dat het programma Weerbaarheid van de VRG in lijn blijft met de landelijke Denk Vooruit campagne. In hoofdstuk 2.3 van deze kaderbrief gaan we verder in op de aanpak van de VRG in gezamenlijkheid met onze gemeenten.
1.4 Juridische ontwikkelingen / nieuwe wetgeving 1.4.1
Wet veiligheidsregio’s
In 2020 heeft commissie Muller onderzocht of de Wet veiligheidsregio's aansluit bij de huidige situatie en of veiligheidsregio’s voldoende voorbereid zijn op toekomstige dreigingen, maatschappelijke ontwikkelingen en overige crises. De commissie schetste dat het noodzakelijk is om te prepareren op rampen en crises van de toekomst en de mate van ontoereikendheid van de huidige wet en organisatie. In dit licht wordt gewerkt aan het wijzigen van de Wet Veiligheidsregio’s naar een wet Crisisbeheersing en Brandweerzorg. In aanloop naar de nieuwe wet zijn er diverse documenten (two-pagers) ontwikkeld waarin de toekomstige bestendigheid van zowel brandweerzorg als crisisbeheersing vorm krijgt en mogelijke dilemma’s zijn verwoord die bestuurlijk worden voorgelegd. In 2025 heeft de internetconsultatie van het wetsvoorstel plaatsgevonden. Het Algemeen Bestuur van de VRG heeft teleurstelling uitgesproken over het proces en de traagheid ervan. De eerste evaluatie van de Wet veiligheidsregio’s ligt vijf jaren achter ons, waarmee inmiddels een nieuwe inventarisatie van evaluatiepunten opportuun lijkt. Huidige ontwikkelingen, zowel in eigen land als in Europese en mondiale context vergen onzes inziens inmiddels een herbezinning/herprioritering op onze veiligheid afgezet tegen die veranderende omgeving 9 van 27
Kaderbrief 2027-2030
In 2026 wordt de eerste tranche van de wetswijziging voorgelegd aan de Tweede Kamer. Alles onder voorbehoud van instemming met de voorgenomen wijzigingen door de diverse gremia. Parallel daaraan wordt gewerkt aan de tweede tranche herziening wet veiligheidsregio’s door het uitwerken van two-pagers over de Adviesfunctie bestuur veiligheidsregio's voor brandveiligheid en brandweerzorg, de positie en taken GHOR in het stelsel, bevolkingszorg, de verbetering brandweeronderwijsstelsel, de verbetering crisisonderwijsstelsel en het raamwerk voor presterend en lerend vermogen veiligheidsregio en brandweer.
1.4.2 Omgevingswet Voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet is uit landelijk onderzoek reeds gebleken dat de nieuwe Omgevingswet structureel extra kosten met zich meebrengt voor veiligheidsregio’s die door het Rijk niet zijn voorzien. De verwachting was dat de nieuwe taken per saldo structureel een extra inzet van minimaal 2 tot 3 fte vragen van de VRG. Om het Rijk hierop te attenderen, is vanuit de veiligheidsregio’s gezamenlijk een brief naar het Rijk gestuurd. Ten aanzien van de financiële effecten van de Omgevingswet hebben de bestuurlijke partners (IPO, UvW, het Rijk en de VNG) afgesproken de komende jaren onderzoek te doen. Het onderzoek van KPMG en Cebeon is in maart 2025 verschenen en bevestigd het beeld dat er extra kosten voor de veiligheidsregio’s zijn. Mochten gemeenten, via het gemeentefonds, (deels) gecompenseerd worden voor de extra uitvoeringkosten als gevolg van de Omgevingswet, dan worden ook de extra kosten door de VRG geclaimd.
10 van 27
Kaderbrief 2027-2030
2 Regionale ontwikkelingen 2.1
Huisvesting en vastgoed
Met het in 2023 door ons bestuur vastgestelde strategisch huisvestingsplan voor 38 uitrukkazernes en het Programma van Eisen voor de herhuisvesting Sontweg hebben we een helder kompas in handen: een toekomstgerichte vastgoedportefeuille die ons in staat stelt te doen wat van ons verwacht mag worden: onze samenleving beschermen en ondersteunen, in goede tijden en in crisismomenten. Momenteel loopt van het strategisch huisvestingsplan de eerste tranche, waarin tien kazernes zijn opgenomen voor verbouw of nieuwbouw. De eerste tranche bestaat uit de nieuwbouw van de kazernes in Delfzijl, Vinkhuizen, Ten Boer, Harkstede, Ter Apel, Baflo, Grijpskerk en Woldendorp en de verbouw van de kazernes in Middelstum en Oldehove. Deze eerste tranche is reeds verwerkt in het financieel kader, maar de tweede en derde tranche zullen vanaf 2033 wederom tot een uitzetting op de begroting leiden. Voor het strategische huisvestingsplan is er ook sprake van herhuisvesting van de Sontweg naar twee verschillende locaties. Op 11 juli 2025 is in het Algemeen Bestuur besloten over de grondaankoop van twee percelen, waarna naar verwachting in 2028 gestart kan worden met de bouw. Vanaf 2026 zullen de rentelasten van de investeringskredieten opgenomen worden in de begroting van de VRG. Na de oplevering krijgen ook de afschrijvingen zijn beslag in de begroting.
Dit project zal de komende jaren extra capaciteit en expertise vragen. Dit zullen we realiseren met een uitzetting binnen ons eigen team facilitaire zaken tijdens de duur van de bouw, om de lijnen met alle betrokken partijen goed te kunnen overzien tijdens dit gehele proces, dat enkele jaren gaat duren. Daarnaast heeft dit project niet alleen invloed op het team facilitaire zaken, maar zal ook van de rest van de organisatie extra inzet gevraagd worden om tot een doelmatige invulling van deze bouw te komen. In het najaar 2025 wordt het Algemeen Bestuur meegenomen in het verdere proces van de herhuisvesting.
2.2 Versterken regionale samenwerking (3-noord) 2.2.1 Meldkamer Noord-Nederland De Meldkamer Noord Nederland (MNN) heeft de drie noordelijke regio’s als verzorgingsgebied en vormt één van de tien meldkamers in Nederland die technisch verbonden zijn en taken van elkaar kunnen overnemen. We werken hierbij samen met de Veiligheidsregio Drenthe en Fryslân. Het technisch en facilitair beheer van het netwerk van meldkamers is belegd bij de landelijke faciliteit meldkamers (LMS). De governance van de MNN is hierop ingericht en het inmiddels vastgestelde ‘integraal beleidsplan meldkamerfunctie Veiligheidsregio’s Noord Nederland’ vormt de geleide om in gezamenlijkheid de beoogde inhoudelijke doorontwikkeling van de meldkamerfunctie vorm te geven. De komende periode wordt het samenwerkingsconvenant geëvalueerd om te komen tot een toekomstbestendige Meldkamer voor onze regio, waarbij de governance, de inhoud en de financiën centraal staan. De financiële gevolgen van deze evaluatie zijn nog niet duidelijk en dus nog niet meegenomen in het financieel kader van deze kaderbrief.
2.2.2 Brandweer Opleidingen Noord (BON) De opleidings- en trainingstaken worden op dit moment uitgevoerd door Stichting Brandweeropleidingen Noord (BON). Er heeft een onderzoek plaatsgevonden naar de governance van de BON en hoe we met elkaar samenwerken. Hierop heeft op 11 juli 2025 het Algemeen Bestuur besloten de Stichting Brandweer Opleidingen Noord formeel te verbinden aan de VRG. De veiligheidsregio’s Drenthe en Fryslân hebben ditzelfde besluit genomen. Momenteel wordt in 3-Noord verband en samen met de BON invulling gegeven aan dit besluit door onder andere aanpassing van de statuten van BON Holding en de werkmaatschappijen en opstellen van het huishoudelijk regelement en afnameovereenkomsten. De BON zelf zal de komende jaren invulling geven aan de noodzakelijke vernieuwing van oefenobjecten, inventaris en terrein, om zo ook het opleiden en trainen up to date te houden en de vakbekwaamheid van onze mensen te blijven borgen.
11 van 27
Kaderbrief 2027-2030
2.3 Programma weerbaarheid VRG/gemeenten Het versterken van de maatschappelijke weerbaarheid vereist een gecoördineerde regionale aanpak (VR en gemeenten) waarin de samenwerking tussen het Rijk, de VNG en de veiligheidsregio’s wordt geborgd. Weerbaarheid is een collectieve opgave. De Groninger gemeenten en de VRG willen een gezamenlijk werkproces opzetten: 1. Het bevorderen van samenhang tussen de Groningse initiatieven en het verkrijgen van inzicht in de doorwerking van de Rijksbrede weerbaarheidsopgave op regionaal niveau; 2. Het ontwikkelen van een afgestemde aanpak, waarbij de rol- en taakverdeling tussen gemeenten, de VRG en Rijk helder is en aansluit bij bestaande bestuurlijke kaders; 3. Het borgen van financiële randvoorwaarden, zodat de aanpak uitvoerbaar is binnen de beschikbare middelen. Hiervoor wordt een programma gestart, namelijk de Regionale Aanpak Weerbaarheid. Het bestuurlijk opdrachtgeverschap hiervoor ligt bij het Algemeen Bestuur en de begeleiding en voorbereiding voor het Algemeen Bestuur wordt belegd bij de begeleidingsgroep weerbaarheid. Er wordt een projectenorganisatie ingericht onder leiding van de Programmadirecteur. De Programmadirecteur wordt ondersteund door een programmasecretaris. Via de aangewezen liaison weerbaarheid wordt actief de verbinding met de gemeenten onderhouden. Het programma bestaat voorlopig uit vier pijlers. 1. 2. 3.
4.
Maatschappelijke weerbaarheid waarin we bedrijven en burgers willen ondersteunen om de eigen weerbaarheid te vergroten, Continuïteit en digitale veiligheid waarin overheid en organisaties hun cyberweerbaarheid op orde moeten krijgen maar ook de eigen bedrijfscontinuïteit moeten kunnen waarborgen tijdens bijvoorbeeld stroomuitval, Robuuste infrastructuur waarin het gaat om coördinatie steunpunten en noodsteunpunten te organiseren tijdens langdurige calamiteiten. In 2025 en 2026 zullen er in iedere regio pilots worden gehouden voor coördinatiesteunpunten en noodsteunpunten. De veiligheidsregio’s worden gevraagd om coördinatie steunpunten in te richten. De VRG zal de pilots gaan organiseren in samenwerking met gemeente Westerkwartier en Eemsdelta. Civiel-militaire samenwerking waarin het gaat om te bekijken welke rol defensie kan en wil spelen in de ondersteuning van de maatschappij en de veiligheidsregio’s onder rampomstandigheden
De uitvoering van het programma zal naar verwachting meerdere jaren in beslag nemen. Doel is dat weerbaarheid en waakzaamheid aan het einde van deze periode stevig verankerd zijn in het reguliere werk van alle betrokken partijen binnen de samenleving inclusief gemeenten, maatschappelijke organisaties en de veiligheidsregio en haar directe partners. Het programma weerbaarheid is een veelomvattend programma en vereist ook een degelijke financiering. We zoeken nadrukkelijk de samenwerking met de gemeenten en andere partners en samen geven we uitvoering aan de pilots. Het programma valt buiten de huidige begroting. Het betreft nieuwe en aanvullende werkzaamheden. Tijdelijk wordt dit binnen de VRG gefinancierd vanuit de versterkingsgelden, zodat er al wel invulling gegeven kan worden aan de ontwikkeling. Over de structurele financiering bestaat momenteel nog veel onduidelijkheid. Voor 2025 en 2026 wordt incidentele financiering verwacht om te kunnen beginnen en om pilots rondom de steunpunten te kunnen uitvoeren. Pas vanaf 2027 wordt er structurele financiering verwacht. Dit betekent voor nu dat we doen wat we kunnen voor zover dat past in ons huidige takenpakket waarbij we nadrukkelijk de samenwerking zoeken met de gemeenten en andere partners. Daarnaast geven we uitvoering samen met de gemeenten aan de pilots.
12 van 27
Kaderbrief 2027-2030
3 Ontwikkelingen Brandweerzorg 3.1
Visie op brandweerzorg
In een steeds sneller veranderende wereld staat de brandweer voor grote uitdagingen. Daarom is in opdracht van het bestuur een gedragen visie ontwikkeld op de brandweerzorg in 2030 in de regio Groningen. De visie geeft vanuit een realistisch perspectief invulling aan de primaire taak van de brandweer -veiligheid realiseren en herstellen waar deze in het geding is- met een goed toegeruste basisinfrastructuur die risicogericht, flexibel en wendbaar is. De VRG is daarbij proactief en innovatief en we oriënteren ons op de wereld om ons heen. Met behoud van het goede, verbeteren waar nodig en soms anders werken om hetzelfde doel te behalen. De visie is uitgewerkt in een Organisatieplan Brandweerzorg. In 2026 wordt het Organisatieplan voor de periode 2027-2030 opgesteld.
3.2 Risicogerichte preventieve brandweerzorg Het is de ambitie om – volgens de landelijke lijn – meer balans te brengen in de benadering van brandveiligheid: niet alleen het bestrijden van branden met een solide repressieve organisatie, maar ook andere manieren van beïnvloeding toepassen om het brandveiligheidsrisico te beperken. Om deze risicobeïnvloeding in samenhang en transparant op te pakken en structureel te borgen, is het programma ‘Risicogericht werken Brandweerzorg’ gestart. Binnen dit programma wordt onder andere een brandrisicoprofiel ontwikkeld. Vervolgens wordt met behulp van het binnen veiligheidsregio's breed toegepaste model ‘De zes sporen van beïnvloeding’ vanuit integraal perspectief gekeken waar invloed uitgeoefend kan worden om een optimaal niveau van brandveiligheid te realiseren.
3.3 Solide organisatie van de repressieve brandweerzorg Het belangrijkste product van de brandweer is paraatheid. De brandweerzorg wordt gebieds- en risicogericht georganiseerd in drie verschillende typen posten in onze regio: continu bezet, robuust en basis. Vanwege de ontwikkelingen binnen de landelijke meldkamer moeten we de werkwijze van de kazerne volgorde tabel (KVT) aanpassen. Dit willen we combineren met de ambitie om over te stappen op een inzetselectietool. Hiermee kunnen we ook onze alarmering efficiënter, flexibeler en op maat inrichten. Deze softwaretoepassing selecteert bij een melding automatisch de snelst inzetbare eenheid op basis van actuele gegevens en vooraf ingestelde parameters. Met strategische personeelsplanning wordt geanticipeerd op de benodigde nieuwe aanwas, wordt vanuit werkgeverschap en opleiding zoveel mogelijk aangesloten op de ervaringswereld van onze vrijwilligers en worden ontwikkelingen op het gebied van de rechtspositie van vrijwilligers opgevangen. Hierin is nog veel onzeker (zoals de gevolgen van de deeltijdrichtlijn en de toekomstige beschikbaarheid van vrijwilligers) waardoor nog moeilijk te voorspellen is wat de uitdagingen en consequenties zijn en of we die financieel binnen de huidige kaders kunnen dragen.
De opbrengsten van het programma Vrijwilligheid worden benut om alles te doen wat nodig is om brandweervrijwilligheid in onze regio zo goed mogelijk in stand te houden. Hierin nemen we de bevindingen uit het landelijke programma mee: er is toekomst voor vrijwilligheid, maar je moet er wel anders naar kijken. Om de bedrijfsvoering van de beroepsorganisatie toekomstbestendig te organiseren is in 2024 een programma gestart met als inhoudelijke thema’s functie-invulling, vakbekwaamheidsprogramma en spreiding van werkzaamheden. Dit zal leiden tot concrete aanpassingen van de bedrijfsvoering met mogelijk de noodzaak tot het uitbreiden van het aantal fte bij de beroeps. De komende jaren is er bij de beroepsbrandweer uitstroom te verwachten als gevolg van de 20-jarenregeling. Om dit op te vangen, willen we in de periode 2026-2030 jaarlijks 4 tot 6 nieuwe beroeps werven. Enerzijds zodat we een meer gelijkmatige instroom krijgen van beroeps en daarmee kunnen zorgen voor een goede begeleiding en daarmee ook eerlijke kansen op doorgroei voor iedereen. Anderzijds voor het egaliseren van de uitgaven die er nodig zijn voor het vakbekwaam maken van de nieuwe beroeps. Het opleiden van kleinere groepen is minder kostenefficiënt. In de reguliere vakbekwaamheidsbegroting is hier momenteel nog geen rekening mee gehouden. In 2026 wordt gekeken hoe we hier financieel ook invulling aan kunnen geven.
We implementeren de vernieuwde landelijke basisprincipes van brandbestrijding. Dit vergt investeringen in opleidingen, verwachtingsmanagement naar de samenleving en de aanschaf van nieuwe materialen. Door Brandbestrijding als Specialisme (BAS) te introduceren kunnen we expliciet keuzes maken in wat we onder altijd uit te voeren basisbrandweerzorg verstaan en vanaf welk moment we gaan specialiseren. Er komen nieuwe risico’s waarop we ons moeten versterken. Of dit financiële consequenties heeft, wordt nader in beeld gebracht. 13 van 27
Kaderbrief 2027-2030
De nieuwe landelijke Visie Scheepsincidentbestrijding geeft een niet vrijblijvend kader waarbinnen veiligheidsregio’s de taak Scheepsincidentbestrijding uniform moeten inrichten. De implementatie van het kader kost tijd, kennis en middelen. Het kader is een ondergrens; afhankelijk van de lokale risico’s kan de VRG aanvullende maatregelen nemen.
3.4 Brandweerzorg in verbinding met de samenleving De brandweer kan niet alles alleen. Daarom heeft de brandweer de (kennis van de) samenleving nodig om hoogwaardige brandweerzorg te kunnen blijven bieden. Dit geldt zowel aan de voor- als achterkant van de veiligheidsketen en op verschillende niveaus: medeoverheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en inwoners. We willen investeren in strategisch netwerkmanagement. Met een beleidscyclus voor brandweerzorg worden de gemeenteraden periodiek bij de actuele en gewenste kwaliteit van brandweerzorg betrokken, conform de nieuwe systematiek van het dekkingsplan. Daarnaast stimuleren we gemeenten om een paragraaf brandweerzorg op te nemen in hun Integraal Veiligheidsplan. Om te anticiperen op demografische ontwikkelingen willen we verkennen of en hoe de zelf- en samenredzaamheid van bijvoorbeeld dorpen kan worden versterkt (bijvoorbeeld EHBJ en Brandveilig Leven). Dit verbinden we met het landelijke programma dat gericht is op het vergroten van de weerbaarheid en veerkracht van de maatschappij. We sluiten graag aan op kansrijke projecten in gemeenten of in de regio. Ook zoeken we naar manieren om onze relatie met (potentiële) werkgevers van vrijwilligers te intensiveren als onderdeel van onze strategische personeelsplanning.
Naast de brede risico’s en beheersing, bouwen we graag onze samenwerking met onderwijsen kennisinstellingen uit in het kader van de energietransitie. Daarbij wordt specifiek voor de brandweer gekeken naar de implicaties voor de organisatie.
3.5 Duurzame bedrijfsvoering Omwille van de continuïteit van de brandweerorganisatie is de bedrijfsvoering gericht op duurzame inzet van mensen en middelen. De brandweerzorg in Groningen valt of staat met de inzet van honderden vrijwilligers en tientallen beroeps. We versterken daarom de aandacht voor de belevingswereld van onze mensen, zowel in opleidingen (aandacht voor de 'human factor', mentale en fysieke fitheid, veiligheidsbewustzijn en werkgeluk) als in de manier waarop wij posten aansturen en faciliteren. Hierbij maken we continu de afweging tussen uniforme (landelijke en regionale) processen als dat beter is voor de efficiëntie of professionaliteit van de gehele organisatie en maatwerk als dat beter aansluit op de situatie en behoefte van een brandweerpost. Met de uitvoering van het plan van aanpak van de Branche RI&E Brandweer zorgen we voor een veilige werkomgeving. Hierbij gaan we in 2026 kijken hoe we dit financieel ook in onze begroting kunnen opnemen. Informatie- en kennisgestuurd werken vergroten het lerend vermogen en de wendbaarheid van de brandweerorganisatie. Het gaat hierbij niet alleen om techniek, maar ook om het mogelijk maken van de samenwerking met en informatie-uitwisseling tussen interne en externe partners.
De ontwikkeling van het informatiegestuurd werken hangt samen met de ontwikkeling van het VeiligheidsInformatie Knooppunt (VIK), waarin we ook kennisregie een plek geven. Op het gebied van materiaal en materieel krijgen we onder meer te maken met strengere energie- en milieueisen en willen we nagaan welke (nieuwe) technieken er nodig zijn om te zorgen dat de brandweer op een professionele en duurzame wijze zijn taken kan blijven uitvoeren. Aandachtspunt zijn de gevolgen van de energietransitie voor de brandweervoertuigen. Als overheid hebben wij de verplichting ons wagenpark te verduurzamen. We beginnen met onze kleine dienst- en piketvoertuigen. Dit past binnen de huidige begroting. Voor de tankautospuiten, hoogwerkers en ander specialistisch groot materieel is dit technisch lastiger en daarmee is dit een landelijk onderwerp.
14 van 27
Kaderbrief 2027-2030
4 Ontwikkelingen Crisisbeheersing De ontwikkelingen binnen het programma crisisbeheersing van de VRG omvatten zowel de werkzaamheden van de Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR), van Bevolkingszorg als van de multidisciplinaire crisisbeheersing. Deze ontwikkelingen hebben we verdeeld in de cyclische stappen van crisisbeheersing, te weten: multidisciplinaire risicobeheersing, preparatie, vakbekwaamheid, respons en evalueren. De ambities uit ons regionaal beleidsplan crisisbeheersing 2024-2028 zijn hierin verwerkt.
4.1 Multi risicobeheersing 4.1.1
Inrichting risicogericht werken
De basis van de werkzaamheden binnen crisisbeheersing ligt in het regionaal risicoprofiel. Dit profiel wordt mede gebaseerd op het landelijk risicoprofiel en brengt de risico’s in kaart waarop de VRG zich richt en waarop onze crisisorganisatie zich voorbereidt. In de komende jaren wordt de verbinding met landelijke ontwikkelingen nog verder versterkt, omdat sommige risico’s zich steeds meer bovenregionaal manifesteren. De huidige Wet veiligheidsregio's schrijft voor dat het geactualiseerde regionaal risicoprofiel in 2028 weer door het bestuur wordt vastgesteld. Dit gaan we voorbereiden. Echter, al eerder hebben we gezien dat een actualisatie eens per vier jaar niet voldoende is om de huidige dynamiek en ontwikkelingen binnen crisisbeheersing goed bij te houden. Vandaar dat de VRG, aanvullend op bovengenoemde actualisatie, het risicoprofiel vaker gaat updaten. Daarnaast worden de diverse crisistypen als onderdeel van het profiel nader bekeken en uitgewerkt naar impact en effecten zodat inzichtelijk wordt waar de mogelijkheden liggen voor mitigatie. Kruisbestuiving, waarbij sommige risico's elkaar nog verder versterken, wordt hierbij meegenomen. Risicogericht- en informatiegestuurd werken vormen samen de fundamenten van dit proces: keuzes en prioriteiten worden vastgesteld op basis van actuele gegevens en risicoanalyses.
Door een goede aansluiting op de landelijke koers van KCR2 hierbij, zijn we steeds beter voorbereid en zijn we in staat, waar mogelijk, crises te voorkomen of beperken.
4.1.2 Vergroten zelf- en samenredzaamheid We blijven het maatschappelijke gesprek voeren met onze inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Onze inwoners worden onder andere door middel van buurtbijeenkomsten geïnformeerd over zelf- en samenredzaamheid. Daarnaast wordt naar aanleiding van de pilot noodsteunpunten, vanuit het programma weerbaarheid, het systeem van noodsteun- en coördinatiepunten verder uitgerold in samenwerking met de Groningse gemeenten. In hoofdstuk 2.3 van deze kaderbrief is hier meer informatie over terug te vinden.
4.1.3 Versterken evenementenveiligheid In 2027 hebben we risicogericht werken nog beter geïmplementeerd binnen het evenementenproces, waarbij de gemeenten en de VRG nauw samenwerken. Samen met de gemeenten geven we uitvoering aan het evenementenproces op basis van herziene uitvoeringsafspraken. Deze zijn vastgelegd in een update van de Regionale leidraad multidisciplinaire proces veiligheid van publieksevenementen en in 2026 hebben we hier zowel ambtelijke als bestuurlijke sessies over georganiseerd. De GHOR sluit hierop aan met behulp van de monodisciplinaire leidraad GHOR, waarin de afspraken met het witte netwerk staan beschreven.
4.2 Preparatie 4.2.1 Duurzame netwerksamenwerking We krijgen in de komende jaren te maken met steeds veranderende risico's, waardoor ons netwerk ook wordt vergroot of uitgebreid. Bijvoorbeeld de bouw van een AI fabriek in de stad Groningen, de energietransitie en cyberveiligheid, maken dat we nieuwe partners hebben om mee samen te werken. In 2027 is ons netwerk met de nieuwe partners nog verder in beeld gebracht en blijft de informatie op orde (en gedeeld) en kennen we actief accountbeheer zowel strategisch als operationeel. Afspraken met onze netwerkpartners zijn waar nodig vastgelegd in convenanten. Netwerkmanagement is ook geborgd in onze processen en (ondersteunende) systemen. We zijn lokaal, regionaal, nationaal en internationaal verbonden met relevante partners. De samenwerking in de (acute) zorgketen is Noord-Nederlands georganiseerd, onder andere in het Regionaal Overleg Acute Zorgketen (ROAZ) Noord-Nederland. In 2027 komt er een nieuwe strategische agenda van het ROAZ Noord-Nederland. Deze agenda vormt een belangrijk kader voor de regionale samenwerking tussen zorgpartners, ook in tijden van opschaling en crisis. De GHOR is nauw betrokken bij de uitvoering van deze agenda.
15 van 27
Kaderbrief 2027-2030
Ook in het kader van de Noord Nederlandse samenwerking wordt er in lijn met het Zorgrisicoprofiel Noord Nederland (2025-2029) uitvoering gegeven aan onder andere de aanbevelingen op het gebied van netcentrisch werken in de zorgketen. Tevens sluit de GHOR aan bij de nieuwe ontwikkelingen in het zorglandschap, zoals het transformatieplan zorgcoördinatie 2025-2027. Hierbij wordt er door de zorg gewerkt aan de juiste zorg door de juiste zorgverlener op het juiste moment en op de juiste locatie.
4.2.2 Versterken risico- en crisiscommunicatie In de komende jaren zetten we een volgende stap in risicocommunicatie, met nadruk op het vergroten van de weerbaarheid van onze inwoners. We blijven hen bewust maken van het belang van zelf- en samenredzaamheid, bijvoorbeeld bij de voorbereiding op noodsituaties door klimaatverandering of geopolitieke dreigingen. Crisiscommunicatie sluit hier naadloos op aan: de basis is stabiel en we versterken de samenwerking met gemeenten. Zo kunnen we inwoners tijdens crises snel en effectief handelingsperspectief bieden.
4.3 Respons 4.3.1 Versterken van de crisisorganisatie In ons regionaal crisisplan 2025-2028 staat beschreven hoe de crisisorganisatie bij de VRG is georganiseerd. Het nieuwe crisisplan is aangepast aan de huidige tijd, waarin de veranderende soorten crises, ook een flexibelere inzet van onze crisisorganisatie vereiste. Zo zal de VRG tijdens langdurige crises terugvallen op een team dat projectmatig leiding en coördinatie oppakt. Verder wordt gewerkt aan meer generieke afspraken voor de verschillende piketgroepen in een heldere governancestructuur. De Veiligheidsregio heeft een robuuste piketorganisatie ingebed in organisatie en processen. Deze piketorganisatie past bij de risico’s in het verzorgingsgebied en sluit flexibel aan op de operationele behoeften.
4.3.2 Realisatie informatiegestuurde veiligheid Informatiegestuurde Veiligheid (IGV) is één van de vijf landelijke programmapijlers op het gebied van informatievoorziening (IV). Binnen de VRG werken we hieraan binnen de taskforce informatievoorziening, waarin de vijf programmapijlers samenkomen. Zie ook hoofdstuk 1.2 van deze kaderbrief. Met IGV geven we invulling aan de behoefte tot risico- en informatiegestuurd werken binnen crisisbeheersing, brandweerzorg en bedrijfsvoering. Voor crisisbeheersing zoeken we daarbij nadrukkelijk de samenwerking met 3Noord en de Meldkamer NoordNederland. Dit sluit aan bij het landelijke programma IGV en de landelijke koers van het KCR2.
4.4 Evalueren Om als crisisorganisatie te blijven functioneren is evalueren een essentiële schakel. Het richt zich op het multidisciplinair samenwerken en handelen tijdens oefeningen, incidenten, rampen en crises vanaf GRIP 1 of hoger. Ook incidenten waarbij de VRG wel betrokken was, maar waar niet is opgeschaald, kunnen op verzoek worden geëvalueerd. Om dit goed te doen werken we met een gestandaardiseerde werkwijze, waarin het veilig vastleggen van bevindingen en de vertaling naar gerichte leeracties centraal staan. Het is belangrijk dat de gehele crisisorganisatie weet wat we evalueren en hoe we dat doen. Deze afspraken zijn vastgelegd in het beleidsplan evalueren, wat in de komende jaren steeds verder wordt geïmplementeerd.
4.5 Vakbekwaamheid Wij werken aan leren in verbinding. Vanuit een VRG-brede aanpak van Leren & Ontwikkelen koppelen we vakbekwaamheid crisisbeheersing direct aan de doelen van de VRG. Samen met Vakbekwaamheid Brandweer en onze afdeling personeelszaken bouwen wij aan een strategische positionering van leren & ontwikkelen. Zodat onze crisisfunctionarissen het verschil maken als het ertoe doet. •
Regionaal Crisisplan
Zoals hierboven genoemd wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan het aanscherpen van het Regionaal Crisisplan voor de volgende beleidsperiode. De ervaringen en lessen uit de implementatie van het RCP 2025–2028 vormen hierbij de basis. •
Aantoonbaar vakbekwaam
De vakbekwaamheid van crisisfunctionarissen is aantoonbaar en geborgd. Op basis van inzicht in de actuele status organiseren we gerichte leerinterventies, zodat de organisatie altijd op het gewenste niveau kan functioneren.
16 van 27
Kaderbrief 2027-2030
•
De crisisorganisatie versterken met de juiste competenties
Wij versterken de crisisorganisatie structureel met de noodzakelijke competenties. Vanuit de beleidsambitie in het beleidsplan Vakbekwaamheid faciliteren we gericht en proactief de ontwikkeling van het vak crisisbeheersing. We verankeren geleerde lessen en innovaties in de organisatie, zodat de VRG zich verder ontwikkelt als lerende crisisorganisatie. Daarmee versterken we zowel het adaptief vermogen als de wendbaarheid van de crisisorganisatie op de middellange termijn.
17 van 27
Kaderbrief 2027-2030
5 Financiën Zoals uit de kaderbrief blijkt, spelen er meerdere landelijke en regionale ontwikkelingen die omkleed zijn met (financiële) onzekerheden die van invloed zijn op de begroting van de VRG. De komende jaren kunnen ontwikkelingen leiden tot uitzetting van de gemeentelijke bijdrage. Veel ontwikkelingen zijn momenteel te onzeker om bij het opstellen van de kaderbrief hier al bedragen aan te koppelen. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt aangesloten bij de gemaakte financiële hygiëneregels zoals die in de financiële verordening zijn vastgelegd: • • •
Er wordt onderscheid gemaakt tussen autonome (niet-beïnvloedbare) ontwikkelingen en niet-autonome (beïnvloedbare) ontwikkelingen; Autonome ontwikkelingen leiden in principe tot uitzetting van de begroting; Niet autonome ontwikkelingen worden voorgelegd aan het bestuur inclusief risico’s, financieel effect en dekking.
5.1
Financiele ontwikkelingen 2027-2030
5.1.1
Landelijke financieringsproblematiek
Er is sprake van diverse landelijke ontwikkelingen die direct impact hebben op het financieel kader waarbinnen wij als veiligheidsregio opereren: Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) Uit de begroting van het Ministerie van JenV volgt dat de specifieke uitkering Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) met ingang van 2026 met een budgetkorting van 10% wordt uitgekeerd aan veiligheidsregio's. Op de landelijke tafels is geprobeerd de BDuR-korting van tafel te krijgen, maar dit is niet gelukt. De korting is daarom ook opgenomen in de junibrief van het Ministerie voor 2026. De VRG hield in de beleidsbegroting 2026 rekening met een maximale impact van € 1,1 miljoen, uitgaande van een korting van 10% op de totale begrote BDuR-bijdrage van € 11 miljoen. In de junibrief blijkt echter dat de korting voor elke veiligheidsregio anders uitpakt en voor de VRG de korting daadwerkelijk op € 786.000 uitkomt. Daarnaast is in de junibrief een loon- en prijsbijstelling voor de VRG toegekend van € 388.000 voor 2025. Het verschil tussen de oorspronkelijke BDuR-bijdrage vóór korting (€ 11,014 miljoen) en de feitelijke bijdrage uit de junibrief, waarin zowel de korting als de loon- en prijsbijstelling zijn verwerkt (€ 10,616 miljoen), betekent dat de VRG vanaf 2026 te maken krijgt met een structurele bijstelling van € 400.000. Ontwikkeling BDuR (x € 1.000)
2025
2026 Bron
BDuR bijdrage initieel
11.014
11.014 BDuR Decemberbrief 2024
Loon- en Prijscompensatie
388
Korting BDuR Totale BDuR na bijstelling Bijstelling BDuR
388 BDuR Junibrief 2025 -786 BDuR Junibrief 2025
11.402
10.616
388
-398
Weerbaarheid Bij de Voorjaarsnota van het Rijk is voorgesteld vanaf 2027 € 70 miljoen structureel toe te kennen aan het Ministerie van JenV voor het versterken van de weerbaarheid in de samenleving. Het is nog niet geheel duidelijk hoe de € 70 miljoen vanaf 2027 wordt besteed. Voorlopig is wel aangegeven dat € 10 miljoen voor landelijke publiekscampagne is gereserveerd. Van de resterende € 60 miljoen is € 25 miljoen voor het versterken van de veiligheidsregio’s ten behoeve lokale en regionale weerbaarheid. Deze financieringsstroom zal naar verwachting volgens de reguliere BDuR verdeelsleutel en bestaande verantwoordingssystematiek plaatsvinden. Dit betekent voor de VRG ongeveer € 1 miljoen structureel vanaf 2027. In 2026 wordt naar verwachting hiervoor incidenteel al een bedrag van € 8 miljoen beschikbaar gesteld, wat voor de VRG € 320.000 betekent. De overige € 35 miljoen is vanaf 2027 structureel bestemd voor het opzetten en inrichten van noodsteunpunten. Aanvullend hierop wordt naar verwachting in 2025 € 5 miljoen (€ 180.000 voor regio Groningen) en in 2026 € 10 miljoen (€ 400.000 voor regio Groningen) beschikbaar gesteld om te starten met het inrichten van initiatieven voor lokale en regionale weerbaarheid. € 500K hiervan is bedoeld voor een landelijke coördinatie van de pilots.