CConstaterende datMidden-Groningen
Koppel je AI →
Document · PDF

284 3 Nota van Antwoord gecoördineerde besluiten Nedmag

Raadsvergadering 3 juni 2021, gemeente Midden-GroningenBij agendapunt: Instemmingsbesluit zoutwinning (R)47.452 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 6

In wegen ontstaan gaten en afbrokkelende bermen. Oevers en kades verzakken in het water. De minister stelt dat door de activiteiten zoals beschreven in winningsplan 2018 dergelijke verzakkingen niet te verwachten zijn. Indien gedupeerde dergelijke schade ervaart en vermoedt dat dit een gevolg is van mijnbouwactiviteiten, kan indiener zich wenden tot de Commissie Mijnbouwschade.

79

Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>

4ca

0035

Zienswijze Antwoord

4cb

0029

Zienswijze

Antwoord

Conclusie

5 5a

R005 Gevolgen bodemdaling op natuur en milieu

Zienswijze

Indiener stelt dat herstel nu door de gemeenten betaald wordt. De minister stelt dat eventuele kosten voor herstel van schade als gevolg van de activiteiten van Nedmag niet voor rekening van de gemeente zijn, maar voor rekening van Nedmag. In andere gebieden is al gebleken dat ook na abandonneren er nog gevolgen zijn, bijvoorbeeld in de omgeving van Boekelo. Daar is in deze ontwerpbesluiten geen rekening mee gehouden. Sterker nog, het optreden van schade wordt ontkend. Terwijl SodM zelf heeft aangegeven dat er wel degelijk risico op schade is. Ondanks alle aanwijzingen dat de zoutwinning, niet alleen in Veendam en omgeving, tot schade leidt wordt een positief ontwerpbesluit genomen. De minister stelt dat Nedmag aan het einde van de winning de pekel uit de cavernes moet aflaten en vervolgens de mijnbouwwerken moet verwijderen. Dit is een andere wijze van abandonneren dan in Boekelo plaatsvindt. Door het aflaten blijft er een zo klein mogelijk cavernevolume en daarmee een minimaal restrisico achter dat na afloop van de zoutwinning schade optreedt. De belangrijkste vorm van onzekerheid over doorgaande effecten na beëindiging van de winning is daarmee geminimaliseerd. Bovenstaande zienswijzen over schade door bodemdaling geven aanleiding om het ontwerpinstemmingsbesluit met het winningsplan Nedmag 2018 inhoudelijk te wijzigen.

De minister zal het voorschrift over het treffen van een financiële voorziening schrappen. Het is primair aan Nedmag en de decentrale overheden om een overeenkomst af te sluiten.

Natuur en milieu Het waterschap Hunze en Aa’s stelt dat waterkwaliteit in het ontwerp-instemmingsbesluit wordt benoemd als indirecte gevolgen voor beschermde natuurwaarden. Daarbij is bij de beoordeling alleen uitgegaan van Natura2000 gebieden en het Natuurnetwerk. In de beoordeling wordt aangegeven dat daarmee het onderzoek naar effecten op natuur en milieu in het winningsplan voldoende worden meegenomen. Het advies van SodM waarop de minister het oordeel baseert, is met name toegespitst op de gevolgen van zoutwinning voor mens en milieu in de ondergrond met betrekking tot cavernevorming, cavernedruk, hulpstoffen en het abandonneren van putten. De gevolgen voor mens en milieu van bodemdaling en aanpassingen die het waterschap Hunze en Aa’s daarvoor moeten doen in het waterbeheer, zijn in het winningsplan van Nedmag en het ontwerpbesluit onvoldoende in beeld gebracht. Het waterschap Hunze en Aa’s stelt dat onderzoek zich mede moet richten op de gevolgen voor de algehele effecten op natuur in de regio, niet uitsluitend toegespitst op Natura2000 en Natuurnetwerken. Effecten te duiden die met name gevolgen hebben voor de biodiversiteit in het oppervlaktewater, rekening houdend met aan bodemdaling aangepast waterbeheer. Eventuele benodigde compenserende maatregelen vragen ook compensatie door Nedmag. In de op te stellen overeenkomst en financiële waarborg zal dit

80

Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>

Antwoord

moeten worden opgenomen. Het waterschap Hunze en Aa’s stelt dat in de voorschriften dit onderdeel benoemd moet worden als vergunningsvoorwaarde. De minister beoordeelt de gevolgen van de zoutwinning door Nedmag in termen van bodemdaling. Door de bodemdaling kan het grondwaterpeil relatief gezien stijgen. Dit kan effecten hebben op natuur en milieu. Het waterschap kan en dient maatregelen te treffen om de effecten van bodemdaling op het waterbeheer tegen te gaan. De minister heeft het SodM gevraagd om te adviseren op alle natuur- en milieueffecten van de zoutwinning door Nedmag inclusief de gevolgen voor waterbeheer. Er is niet alleen gekeken naar Natura 2000 en Natuurnetwerken. Het SodM geeft aan zijn advies mede te hebben gebaseerd op basis van aanbeveling van het waterschap over waterbeheer. De gevolgen van aanpassingen in het waterbeheer zijn door Nedmag, maar ook door het waterschap in beeld gebracht. Op basis hiervan heeft de minister de effecten van bodemdaling op het waterbeheer beoordeeld. Door het nemen van deze maatregelen worden de effecten op natuur en milieu tegengegaan. Nedmag is verantwoordelijk voor de kosten van deze maatregelen.

Op grond van artikel 6:177 van het Burgerlijk Wetboek wordt reeds bepaald dat de exploitant van een mijnbouwwerk (in dit geval Nedmag) aansprakelijk is voor de schade die ontstaat door beweging van de bodem als gevolg van de aanleg of exploitatie van dat mijnbouwwerk. Omdat dit reeds bij wet is vastgelegd hoeft de minister dit niet in een voorschrift op te nemen.

5b

R007, 0029

Zienswijze

Afweging voor alternatief diesel als dakolie Antwoord

Eventuele kosten voor compensatie van natuur maken hier geen onderdeel vanuit, omdat de Mijnbouwwet hier niet in voorziet. Deze eventuele kosten kunnen onderdeel zijn van een overeenkomst tussen Nedmag en het waterschap. De gemeente Veendam stelt dat in artikel 8 de minister Nedmag de verplichting oplegt tot het gebruiken van een alternatief voor diesel als dakolie voor de ontwikkeling van cavernes VE-5 t/m VE-8. Nedmag moet, voordat deze cavernes worden ontwikkeld, een rapport aanbieden aan het SodM met het voorgenomen alternatief. Bij de beoordeling van dit alternatief let SodM erop dat een alternatief geen nieuwe risico's veroorzaakt. Een alternatief voor dieselolie moet aantoonbaar veilig zijn voor mens en milieu. Indiener stelt dat door het gebruik van dieselolie er nadelige effecten ontstaan. De minister stelt dat bij het aanleggen van de nieuwe cavernes geen gebruik meer gemaakt mag worden van diesel, maar in plaats daarvan gebruik gemaakt moet worden van een alternatief. De minister stelt dat er naar een alternatief is gekeken vanwege het risico van een lekkage en verontreiniging van de ondiepe ondergrond. De belangrijkste eis is dat het veiliger is voor de mensen die er mee moeten werken en het milieu waar het mogelijk in terecht kan komen. Daarnaast moet er ook gekeken worden naar het brandpunt van de stof en de afbreekbaarheid

81

Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>

5c

R006

Zienswijze

Voorschrift alternatief diesel als dakolie

Antwoord

5d

0010, 0012, 0018, 0019, 0032

Zienswijze

wanneer het alsnog vrij zou komen. Een alternatief voor diesel dient een hoger brandpunt te hebben en beter afbreekbaar te zijn. Verder dient Nedmag ook te zorgen dat het geregistreerd is volgens de REACH-regelgeving. Dit is reeds gebeurd. De provincie Groningen stelt dat in het winningsplan van Nedmag nog wordt uitgegaan van het gebruik van dieselolie als mijnbouwhulpstof bij de ontwikkeling van de nieuwe cavernes. Nedmag heeft inmiddels een onderzoek afgerond naar een milieuvriendelijker alternatief voor het gebruik als hulpstof. De provincie Groningen heeft de minister geadviseerd het gebruik van een alternatieve hulpstof verplichtend aan Nedmag op te leggen, naast dat de provincie Groningen het belangrijk vindt dat er zo weinig mogelijk hulpstoffen worden toegepast, zeker wat betreft hulpstoffen die ook deels in de cavernes achterblijven. Het blijkt dat Nedmag inderdaad geen dieselolie meer zal gebruiken bij de ontwikkeling van de nieuwe cavernes en dat er tevens sprake zal zijn van een reductie van het gebruik van de nieuwe hulpstof van ongeveer 90%.Dit vindt de provincie Groningen een positieve ontwikkeling.

Echter nu de ontwikkeling van de vier nieuwe cavernes in twee fasen kan gebeuren, lijkt het zaak om Nedmag de plicht op te leggen om voort te gaan met het zoeken van nog betere, milieuvriendelijker, alternatieve mijnbouwhulpstoffen en daar ook het minimaliseren van het gebruik bij te betrekken. De minister stelt dat in het winningsplan van Nedmag nog wordt uitgegaan van het gebruik van dieselolie als mijnbouwhulpstof bij de ontwikkeling van de nieuwe cavernes. Nedmag heeft inmiddels een onderzoek afgerond naar een alternatief voor het gebruik als hulpstof. De minister heeft voorgeschreven dit alternatief te gebruiken. De minister vindt het daarnaast belangrijk dat er zo weinig mogelijk hulpstoffen worden toegepast zeker wat betreft hulpstoffen die ook deels in de cavernes achterblijven. Nedmag is van plan geen dieselolie meer te gebruiken bij de ontwikkeling van de nieuwe cavernes en realiseert een reductie van het gebruik van de nieuwe hulpstof van ongeveer 90%. Door Nedmag niet de voorgenomen stof voor te schrijven, maar de voorwaarden waaraan deze stof moet voldoen, behoudt Nedmag de verplichting om voort te gaan met het zoeken van nog betere, milieuvriendelijker, alternatieve mijnbouwhulpstoffen en daar ook het minimaliseren van het gebruik bij te betrekken. De minister zal dit ook zoveel mogelijk stimuleren.

Er geldt voor mijnbouwondernemingen een zorgplicht (artikel 33 van de Mijnbouwwet), volgens dit artikel moet de mijnbouwonderneming alle maatregelen nemen die redelijkerwijs van hem gevergd kunnen worden om te voorkomen dat als gevolg van de met gebruikmaking van de vergunning verrichte activiteiten nadelige gevolgen voor mens en milieu worden veroorzaakt. Dit betekent dat Nedmag een hulpstof dient te gebruiken die redelijkerwijs het risico op milieuverontreiniging zo veel mogelijk beperkt. Indiener stelt dat naast het feit dat nodige onderzoeken niet zijn verricht in het verleden het milieu al vervuild is. Bij het incident in 2018 is naast pekel naar waarschijnlijkheid ook diesel ontsnapt. Dat kan gaan om 45.000 m3 diesel. Zowel de oorzaak als de precieze gevolgen zijn niet

82

Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>

Milieu aangetast door incident 2018 Antwoord

5e

0012, 0017, 0019, 0032 Veiligheid alternatief diesel Surdyne B140 (en vergelijking met Kerosine)

Zienswijze

bekend. Juist om die onwetendheid van het effect van zoutwinning op het milieu dient de zoutwinning stop gezet te worden totdat er meer duidelijkheid is over de precieze gevolgen voor de korte en lange termijn. De minister stelt dat de kans verwaarloosbaar is dat het milieu al vervuild is als gevolg van de zoutwinning door Nedmag. Bij het incident in 2018 is naast pekel naar waarschijnlijkheid ook diesel ontsnapt. De door indiener aangehaalde hoeveelheid is de hoeveelheid diesel die aanwezig was in het cluster ten tijde van het incident. Er is een deel van de aanwezige pekel met een deel diesel via een scheur in de bovenliggende zoutlaag terecht gekomen. De hoeveelheid ontsnapte diesel is kleiner dan indiener noemt. Tussen de bovenliggende zoutlaag en de ondiepe ondergrond, bevinden zich meerdere afsluitende lagen. De kans dat de diesel de bovenste lagen van de ondergrond waar het grondwater zich bevindt, en daarmee het grondwater kan verontreinigen, of in de toekomst zal bereiken is verwaarloosbaar. Het effect van zoutwinning op het milieu is hierdoor verwaarloosbaar en is geen aanleiding om de instemming met de in het winningsplan beschreven zoutwinning te weigeren. Al sinds 2018 monitort Nedmag de (diepe) ondergrond rondom de locatie Tripscompagnie.

Eerst vooral met bestaande voorzieningen (peilbuizen, waterbronnen, winningsputten), inmiddels vooral met strategische geplaatste nieuwe, diepe peilbuizen. De grootste diepte waarop grondwatermonsters genomen kunnen worden is ca. 400 m, via de 16” casing van winningsput TR-2. Bij de monitoring, die onder toezicht van het SodM door Nedmag is uitgevoerd, is sinds april 2018 noch diesel, noch magnesiumchloride in het diepe grondwater aangetroffen. De uitkomsten van de monitoring zijn derhalve in lijn met de conclusies uit het Nedmag-rapport van 12 december 2018. Indiener stelt dat Nedmag heeft aangegeven een alternatief voor dakolie te hebben gevonden. Indiener heeft uit een onderzoek van REACH begrepen dat minerale olie kerosine blijkt te zijn. Volgens REACH mag deze stof niet gebruikt worden indien het in aanraking kan komen met grondwater. Minerale olie is minstens zo vervuilend als diesel en dient dan ook niet gebruikt te worden om de leefomgeving niet aan te tasten. Indiener stelt dat er op 20 april 2018 tientallen miljoenen liters dieselolie en pekel is weggelekt, met tot nu toe naar een voor iedereen onbekende bestemming. Nedmag heeft deze milieuramp bagatelliserend afgedaan als een incident en stelt zich verder passief op achter de verdedigingslinie die als Vlieland in de diepe ondergrond aanwezig is.

Nedmag doet dit omdat er bij de mijnbouwer volgens SodM een verre van volledige kennis van de ondergrond is. Op zoek naar een alternatieve hulpstof blijkt Nedmag Surdyne B140 als dakolie te willen gaan gebruiken. Dit aardolie-derivaat staat commercieel ook bekend als kerosine. Hoewel de exacte chemische formule onbekend is, wordt verwacht dat de meetbaarheid vergelijkbaar is met die van diesel. Het veiligheidsvoorschrift van Surdyne B140 beschrijft dat het biologisch afbreekbaar is. De

83

Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>

Antwoord

biologische afbreekbaarheid onder omstandigheden van de put en caverne is onbekend en daarom een aanzienlijk risico wat de toepassing als dekenvloeistof verhindert. De prijs van Surdyne B140 varieert met de olieprijs. Om een geraffineerd aardolieproduct te kunnen gebruiken als alternatief voor diesel moet het langdurig worden getest op biologische afbreekbaarheid onder omstandigheden vergelijkbaar met de put en caverne. De conclusie kan dan ook geen andere zijn dan dat vanwege de onvoorspelbaarheid van het gedrag ervan in de caverne en put het gebruik van het aardolieproduct Surdyne B140 als alternatief voor diesel niets anders betekent dan het ene kwaad voor het andere inwisselen. Ministeriële instemming betekent derhalve niets minder dan impliciete goedkeuring voor een volgend milieudelict. Daarnaast wordt uit de teksten van deze Referentie duidelijk dat het gebruik van Surdyne B140 langdurig getest moet worden op de biologische afbreekbaarheid. Zolang die test niet is uitgevoerd, dient de minister aan Nedmag geen toestemming te verlenen om op de locatie WHC-1 in Borgercompagnie boringen te verrichten voor de aanleg van de putten VE-5 en VE-6. De minister stelt dat Nedmag een alternatief voor diesel als dakolie heeft gevonden, Surdyne B140. Surdyne B140 en kerosine zijn niet dezelfde stof en de veiligheidsrisico’s zijn niet hetzelfde.

Voor de beoordeling van de gevaarsaspecten van Surdyne dient het betreffende specifieke veiligheidsinformatieblad als uitgangspunt te worden genomen. De minister stelt dat voorkomen moet worden dat minerale olie als Surdyne B140 in aanraking kan komen met grondwater. Het risico op grondwatervervuiling als gevolg van toepassing Surdyne B140 is zeer gering doordat bovenop de afsluitende gesteentelaag van de cavernes de Vlieland kleilaag aanwezig is. Deze heeft een dikte van 750 meter tussen de cavernes 1300-1800 meter diepte en de ondiepe bodem met grondwatervoorkomens. Vervuiling van grondwater als gevolg van zoutwinning wordt zodoende voorkomen. De minister stelt op basis van navraag bij Nedmag dat de zoektocht naar alternatieven voor dieselolie als afdekmateriaal in 2019 voortkwam uit het ontbreken van een dergelijk blootstellingsonderzoek naar de gebruikte dieselolie. Hiervoor heeft een apart handhavingstraject gelopen. Surdyne B140 met casnummer 64742-47-8 verlaagt zowel de veiligheids-, gezondheids- als milieurisico’s vergeleken met dieselolie. Nedmag heeft een blootstellingsonderzoek (DU-CSR) gedaan naar het toepassen van Surdyne B14 als dakolie. Voor dit onderzoek volgde Nedmag de REACH-wetgeving en bijbehorende richtsnoeren.

(Het REACH-registratienummer is 012119453414-43-0000.) Uit dit onderzoek blijkt dat de stof toegepast mag worden als dakolie omdat er minder veiligheidsrisico’s, milieurisico’s en te beheersen gezondheidsgevaren zijn vergeleken met dieselolie.

84

Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>

Bij casnummer 64742-47-8 staan de volgende synoniemen:” Distillates (pertoleum), hydrotreated light; kerosine- unspecified, Hydrocarbons, C12-C15, n-alkenes, isoalkanes, Cyclis, <2% aromatics” Surdyne B140 kan dus ook volgens REACH/ECHA-registratie ook aangeduid worden met kerosine welke minder dan 2% aromaten bevat. Nedmag heeft een studie laten uitvoeren naar alternatieven voor diesel. De resultaten zijn in augustus 2019 ingediend bij het SodM. Minerale olie is daarbij als meest veilige alternatief beoordeeld. Minerale olie is goed bruikbaar bij het aanleggen van zoutcavernes en is in vergelijking met diesel beter afbreekbaar en minder brandgevaarlijk. Bovendien is het veiliger voor mensen die ermee werken en zijn de milieurisico’s minder groot. Nedmag heeft ook andere alternatieven, zoals stikstof en droge lucht. Deze alternatieven werken echter risico verhogend ten aanzien van veiligheid en milieu. Surdyne B140 is een minerale olie. Er is een verschil tussen Shell Surdyne B140 en kerosine. Veiligheids- en milieuaspecten van een stof staan beschreven in een zogenaamd Safety Data Sheet (SDS), in het Nederlands ook wel Veiligheidsinformatieblad (VIB) genoemd. In de EU vallen deze onder de REACH-regelgeving. Het VIB van Surdyne B140 geeft aan dat de risico’s ervan voor veiligheid en milieu laag zijn.

In § 1.1 van het VIB van Surdyne B140 staat “Kerosine – unspecified” als synoniem genoemd voor Surdyne B140. Op basis daarvan zou men tot de conclusie kunnen komen dat Surdyne B140 en kerosine hetzelfde zijn. Er zijn echter meerdere soorten kerosine, die wezenlijk van elkaar verschillen. Kerosine als brandstof voor vliegtuigmotoren wordt bijvoorbeeld “Jet A-1” genoemd. Deze stof wordt door meerdere leveranciers verkocht. Die verstrekken daarbij een VIB. Hieruit blijkt dat “Jet A-1” giftig is voor in het water levende organismen, met langdurige gevolgen. Bij in ieder geval één van de leveranciers staat in het VIB ook nog dat de stof verdacht wordt van het veroorzaken van kanker en bij langdurige of herhaalde blootstelling schade aan organen kan veroorzaken. De veiligheidsrisico’s van de vliegtuigbrandstof kerosine “Jet A-1” zijn dus wezenlijk groter dan die van Surdyne. Voor de beoordeling van de gevaaraspecten van Surdyne dient het betreffende specifieke VIB als uitgangspunt te worden genomen.

5f

0013, 0014, 0015, 0019, 0024, 0025,

Zienswijze

Het gebruik van kerosine is niet toegestaan bij de zoutwinning door Nedmag. SodM heeft het gebruik van de stof Surdyne-B140 als dakolie beoordeeld. De minister beoordeelt daarom dat de stof Surdyne B-140 kan worden toegepast. Indiener stelt dat er een risico is van de reeds weggelekte pekel en diesel, nu en in de toekomst, tijdens en na de actieve winning. Indiener stelt dat er zorgen zijn over de miljoenen liters diesel

85

Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>

0028, 0029, 0032, 0035

die in de ondergrond zijn verdwenen na de calamiteit in Tripscompagnie in april 2018. Er zijn gevolgen op lange termijn. Het drinkwater komt in gevaar.

Effect incident 2018 op grondwater

Indiener stelt dat het grondwater en de drinkwatervoorziening door Nedmag in gevaar zijn gebracht en met het nieuwe winningsplan nog verder gevaar zullen lopen. Krachtens artikel 9, onder f., sub 2 van de Mijnbouwwet moet de minister als bevoegd gezag daarom de instemming met dit winningsplan weigeren. Antwoord

Indiener stelt dat hier onvolledige informatie in het winningsplan staat. De minister stelt dat het grondwater en de drinkwatervoorziening door Nedmag niet in gevaar zijn gebracht en met het nieuwe winningsplan ook niet verder gevaar zullen lopen. Voor bestaande cavernes is onderzocht wat de gevolgen zijn van het migreren van diesel door het zoutdak. Als gevolg van het incident in 2018 is een deel van de diesel door het Zechstein zoutdak gemigreerd. De diesel zal zich dan verzamelen in de poriën van de Bunt- of Vlieland zandsteenlaag en kan niet verder migreren door de op 750 meter diepte gelegen afsluitende Vlieland kleilaag. Grondwater bevindt zich in de bovengrond op een diepte van maximaal enkele meters onder het maaiveld. Het risico van verontreiniging van het grondwater is daarmee verwaarloosbaar klein. Uit onderzoeken naar de risico’s van het gebruik van diesel bij de ontwikkeling van de nieuw te realiseren bronnen blijkt dat een alternatief voor diesel als dakolie zeer waarschijnlijk achterblijft in het Zechstein zout. Indien deze stof na het abandonneren samen met de pekel toch deels door het zoutdak zou migreren, verzamelt de stof zich in de poriën van de Bunt- of Vlieland zandsteenlaag en blijft onder de Vlieland kleilaag zitten op een diepte van 800 m onder het maaiveld. Het risico van verontreiniging van het grondwater is daarmee verwaarloosbaar klein.

5g

0017, 0018 Effect incident op milieu

Zienswijze

De minister stelt dat in totaal ruim 45.000 m3 diesel is gebruikt in de bestaande cavernes. Hiervan is een klein deel gemigreerd in de bovenliggende laag na de calamiteit in 2018. De gemigreerde diesel verzamelt zich in de poriën van de Bunt- of Vlieland zandsteenlaag en kan niet verder migreren door de op 750 meter diepte gelegen afsluitende Vlieland kleilaag. Het risico van verontreiniging van het grondwater is daarmee verwaarloosbaar klein. Boven de cavernes zijn bovendien geen drinkwatergebieden aanwezig. Indiener stelt dat Nedmag de lekkage op 20 april 2018 op het TR-cluster afdoet als een incident, maar gezien de tot nu toe ondergrondse milieuramp, kan beter worden gesproken van een calamiteit. Er zijn immers miljoenen liters pekel en dieselolie onvindbaar en dus niet terug te winnen. Ondanks het overduidelijke advies van één van zijn belangrijkste adviesorganen, SodM,

86

Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>

Antwoord

5h

0017, 0025, 0035

Zienswijze

Laagfrequent geluid Antwoord

5i

0017, 0034

Zienswijze

om alle putten op het TR cluster, dus inclusief TR-9, af te laten en daaruit geen actieve winning toe te staan, geeft de minister toch toestemming aan Nedmag om deze put in gebruik te houden voor actieve winning. Daarmee gaat de minister ook in tegen het advies van de Tcbb, die aangeeft dat een nieuw incident niet is uitgesloten bij het waarnemen van versnelde bodemdaling. Het is dus opmerkelijk dat waar een minister doorgaans het advies van een adviesorgaan overneemt, in dit geval door de minister voor een nadrukkelijk afwijkende handelwijze wordt gekozen. De vraag die zich hierbij voordoet is op welke gronden, anders dan economische en financiële en aannames, de minister er voor kiest Nedmag toch deze put nog een groot aantal jaren te laten benutten. Daar komt bij dat ten aanzien van de zoekgeraakte vervuilende diesel de beheersmaatregelen volstrekt ongewis blijven. De minister dient hieromtrent duidelijkheid te bieden. De minister stelt dat de bodemdaling sneller optreedt als gevolg van het incident, en is mogelijk uiteindelijk wat groter, dan was voorzien. Verontreiniging van de ondiepe ondergrond met pekel en mogelijk ook diesel is niet waargenomen. Het is onzeker of dit nog kan optreden en op welke termijn. Daarom monitort Nedmag via peilbuizen op 6 locaties rond WHC-2 de eerste en tweede watervoerende laag op zowel pekel als diesel.

Indiener stelt dat laagfrequent geluid niet wordt behandeld in het ontwerpbesluit. Indiener stelt dat er dagelijks, maar vooral ’s nachts, ernstige infrasone trillingen met laagfrequent geluid plaatsvinden. Deze zijn ziekmakend door slaapverstoringen. Het is onbegrijpelijk dat er geen aandacht besteed wordt aan de fysieke en psychische effecten van gestapelde mijnbouw. De minister betreurt het dat indiener overlast ervaart door laagfrequent geluid. Op verschillende plaatsen in Nederland wordt in toenemende mate laagfrequent geluid waargenomen, ook in gebieden waar geen mijnbouwactiviteit plaatsvindt. Indien dit geluid voortkomt uit activiteiten in ondergrondse leidingen – dat bij de zoutwinning door Nedmag niet is vastgesteld – is het de vraag of het wordt veroorzaakt in de buizen van Nedmag, of in buizen voor ander transport of anderszins. Dit valt op dit moment niet aan te geven. Indien het geluid veroorzaakt wordt door de transportleidingen van Nedmag is dit een aspect wat geen toetsingsgrond is voor het instemmingsbesluit op het winningsplan. Het beheer van de leidingen is geregeld in andere besluiten. Op mogelijk laagfrequent geluid als gevolg van de inrichting WHC-1 gaat de minister in bij de behandeling van de zienswijzen op de omgevingsvergunning voor deze inrichting, zie onderdeel 7 van deze nota van antwoord.

Indiener stelt dat in de eindbeoordeling bij natuur en milieu de minister in het geheel niet in gaat op de door de zoutwinning continu veranderende grondwaterstand. Uit het winningsplan noch uit het ontwerp blijkt enige zorg ten aanzien van flora en fauna, laat staan de human factor enige rol van betekenis speelt. Hieruit blijkt overduidelijk dat in zijn afweging de minister een groter

87

Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>

Effect grondwaterstand op milieu Antwoord

5j

R036, 0025, 0035

gewicht toekent aan het economisch belang van een private onderneming dan aan het belang van de omwonenden. Indiener stelt dat binnen het gebied, welke wordt beïnvloed door het winningsplan, de overheid een groot aantal dier- en planten soorten als beschermd heeft verklaard. De minister stelt dat er geen sprake is van een continu veranderende grondwaterstand. Een effect van bodemdaling is dat het grondwaterpeil in relatieve zin wordt beïnvloed. Dat wil zeggen dat het water hoger kan komen te staan ten opzichte van het maaiveld. Dit kan leiden tot vernatting en daarmee tot nadelige gevolgen voor natuur en milieu. Er zijn in het effectgebied van de zoutwinning geen gebieden aangewezen waar beschermde plant- en diersoorten voorkomen die gevoelig zijn voor vernatting. Het waterschap kan deze gevolgen tegengaan door het waterpeil aan te passen. De cavernes en de bodemdalingskom strekken zich niet uit tot een Natura 2000-gebied of ander milieubeschermingsgebied, zoals een grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied. Gezien de verwachte omvang van de bodemdalingskom in 2045 als gevolg van de zoutwinning en de voldoende afstand tot Natura 2000-gebieden en grond- en drinkwaterbeschermingsgebieden verwacht de minister geen nadelige effecten op flora en fauna in deze gebieden door de zoutwinning door Nedmag.

Zienswijze

De gemeente Tynaarlo en andere indieners stellen dat er in het instemmingsbesluit maatregelen moeten worden opgelegd met betrekking tot de in de ondergrond aanwezige diesel in verband met de risico’s bij vervuiling van grond-, drink- en oppervlaktewater.

Antwoord

De minister stelt dat Nedmag een programma heeft opgezet om de mogelijke gevolgen te monitoren van het incident van 20 april 2018 waarbij pekel en mogelijk dieselolie zijn weggestroomd naar de lagen boven de caverne van het TR-cluster. Een aantal peilbuizen en bronnen op en rond de locatie WHC-2 wordt frequent geanalyseerd op aanwezigheid van olie. Tot op heden is geen verontreiniging aangetroffen. De monitoring wordt binnenkort uitgebreid met een aantal strategisch geplaatste en van divers voorziene peilbuizen bovenin de eerste en tweede watervoerende laag. Nedmag rapporteert aan SodM over resultaten van de monitoring. Indien verontreiniging wordt aangetroffen, dan informeert Nedmag betrokken instanties en worden passende maatregelen genomen. Dit heeft Nedmag beschreven in het winningsplan (paragraaf 5.5). Deze strategisch geplaatste peilbuizen zijn inmiddels gerealiseerd. Terugnemen van diesel is helaas niet mogelijk, aangezien deze niet meer in verbinding staat met de putten.

Maatregelen in verband met verontreiniging grondwater door diesellekkage

88

Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>

5k

0025

Zienswijze

Veiligheid Surdyne B-140 te onzeker

Antwoord

Indiener stelt dat bij de zoutwinning diesel als hulpstof wordt gebruikt. Diesel is een aardolieproduct dat slecht afbreekbaar is, niet of nauwelijks terug te winnen is uit water en een groot gevaar vormt voor mens en milieu. Van de in het verleden door Nedmag gebruikte diesel is 45.000.000 liter in de bestaande cavernes achtergebleven. Door de uitgestrektheid van de aaneengegroeide cavernes is niet bekend waar deze diesel zich bevindt. Nedmag is bij de wet verplicht alle gebruikte diesel terug te winnen. De minister treedt hiertegen niet op en daardoor wordt een enorm risico genomen. In het Winningsplan 2018 worden de gevaren van diesel in de ondergrond onderschat. Ook de minister bagatelliseert in het Ontwerp-instemmingsbesluit de gevaren van de achtergebleven diesel. Tijdens het ontstaan van een scheur in het dak van het TR-cluster is een grote hoeveelheid pekelwater en diesel gelekt naar de bovenliggende grondlagen. Het kan niet uitgesloten worden dat deze scheur verder naar boven is doorgedrongen dan door Nedmag wordt beweerd en dat pekelwater en diesel op termijn het diepe grondwater zal kunnen bereiken. Nedmag heeft aangegeven een ander aardolieproduct, Surdyne B140 te willen gebruiken. Dit is qua samenstelling vergelijkbaar met diesel en dus ook gevaarlijk voor het milieu. De Surdyne B140 is daarnaast zeer gemakkelijk ontvlambaar. Er komt dus een nieuw risico bij.

Nedmag introduceert een nieuwe manier om de cavernes VE-5 en VE-6 te ontwikkelen waarmee het gebruik van dakolie naar verwachting met 90% kan worden verminderd. Hier is duidelijk sprake van een “trial and error" methode. Daarbij komt ook nog dat de ontwikkeling van de nieuwe cavernes plaatsvindt op de flanken van het zoutkussen. Het is onduidelijk of het zoutdak daar de dikte heeft die wordt verondersteld. Vroeg of laat zal via een lekkende put of via een scheur in het dak, tijdens de winning of na het abandonneren, ook Surdyne B-140 migreren naar de bovenliggende grondlagen en uiteindelijk het grondwater bereiken. De minister stelt dat de Surdyne B-140 voor de mens alleen gevaarlijk is als de stof bij inslikken in de luchtwegen terechtkomt. Verder kan herhaalde blootstelling aan Surdyne B-140 een droge of gebarsten huid veroorzaken. Om dit te voorkomen zullen persoonlijke beschermingsmiddelen gedragen worden. Daarnaast is de kans op brand bij gebruik van Surdyne B-140 kleiner dan bij gebruik van diesel: Surdyne B-140 heeft een vlampunt (de laagste temperatuur waarbij een stof nog genoeg damp afgeeft om tot ontbranding te kunnen komen wanneer hij in contact komt met een ontstekingsbron) van 95°C, het vlampunt van diesel ligt duidelijk lager. De giftigheid van Surdyne B-140 is laag en Surdyne B-140 is goed biologisch afbreekbaar.

Uit de veiligheidsinformatiebladen van diesel blijkt dat diesel giftig is voor in het water levende organismen, met langdurige gevolgen. Surdyne B140 is niet schadelijk voor in het water levende organismen. Surdyne B-140 zou uit een nieuwe caverne van Nedmag in bovenliggende lagen terecht kunnen komen via permeatie door het zoutdak van de caverne. Simulaties hebben uitgewezen dat ook in

89

Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>

5l

0028

Zienswijze

Broeikasgassen door veenoxidatie door maatregelen waterhuishouding

Antwoord 5m

0029

Zienswijze

Duurzamer alternatief als dakolie Antwoord 5n

0035

Zienswijze

het laatste, minst gunstige geval, vloeistof uit de caverne dieper dan 800 meter blijft. Dat is onder de bovenkant van de zeer slecht doordringbare Vlieland kleilaag. Een eigenschap van Surdyne B-140 is dat het zich aan aardedeeltjes hecht en zodoende ondergronds niet mobiel is. Verdere opwaartse beweging van de Surdyne B-140 is dus niet waarschijnlijk of zeer beperkt. Uit een caverne afkomstige Surdyne B-140 blijft derhalve ver onder de watervoerende lagen die voor de mens belangrijk zijn. Alleen watervoerende lagen waarin het water niet zout is, zijn hier relevant. Deze reiken in Nederland tot 100 à 400 m diepte ten opzichte van het maaiveld. Nedmag heeft onder toezicht van het SodM op 20 en 70 meter gemeten, daarbij is geen diesel aangetroffen. Indien watervoerende lagen verontreinigd raken, kunnen deze in verbinding staan met het grondwater. De minister stelt op basis hiervan dat de kans dat Surdyne B-140 of diesel het grondwater bereikt verwaarloosbaar is. Indiener stelt dat als gevolg van de voortdurende en nog te intensiveren maatregelen met betrekking tot de waterhuishouding, de voortschrijdende winning en de stapsgewijze mitigerende maatregelen het nog aanwezige veen is geoxideerd. De daarbij vrijkomende hoeveelheid broeikasgassen is niet onderzocht en vergund. Er moet een milieudelict opgevolgd worden.

Indiener stelt dat het ontwerp-instemmingsbesluit kennelijk in concept al enige tijd geleden is opgesteld vanwege de nogal magere paragraaf over Natuur en milieu. Bij het uitbrengen lijkt geen rekening te zijn gehouden met de ondertussen fors opgelaaide discussies over klimaatveranderingen en de daaruit volgende noodzaak van vermindering van de uitstoot van broeikasgassen terwijl dat nota bene bij dezelfde minister is ondergebracht. De minister stelt dat veenoxidatie een autonoom proces is dat niet versterkt wordt de zoutwinning. Er kan op dit punt zodoende geen sprake zijn van een milieudelict door Nedmag. Indiener stelt dat in het winningsplan aandacht wordt besteed aan duurzaamheid. De inzet van biogas is mooi, maar betreft de fabriek aan de Billitonweg in Veendam, niet de mijnbouwinrichtingen. Daarnaast, als duurzaamheid zo'n speerpunt is, moet Nedmag geen duizenden liters fossiele brandstof in de bodem pompen. Schadelijk voor bodem en verspilling van brandstof. De inzet van biogas bij de fabriek in Veendam is geen onderdeel van de voorliggende vergunningaanvragen. De minister vindt duurzaamheid belangrijk, maar dit is geen onderdeel van het toetsingskader van een winningsplan. Indiener stelt dat er net zoals bij gaswinning en gasopslag bij zoutwinning sprake is van methaanemissies. Hier is onvoldoende rekening mee gehouden.

Methaanemissie bij zoutwinning

90

Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>

Antwoord 5o

0035

Zienswijze

Methaan is een gas wat mogelijk vrij kan komen bij de productie van koolwaterstoffen. Dit is bij zoutwinning niet aan de orde. Indiener stelt dat er sprake is van lekkende en trillende ondergrondse hogedruk- gas- en aardgascondensaatbuizen.

Lekkende ondergrondse buizen Antwoord 5p

0035

Zienswijze

De minister stelt dat er geen sprake is van lekkende en trillende ondergrondse hogedruk- gas- en aardgascondensaatbuizen. Eventuele gashoudende lagen liggen dieper in de ondergrond dan de zoutcavernes van Nedmag en worden zodoende niet bereikt. Indiener stelt dat er sprake is van affakkelen bij calamiteiten met zware rook die uren duren.

Affakkelen Antwoord Conclusie

6 6a

R007 Meet en regelprotocol moet worden gepubliceerd

Zienswijze

Antwoord

Affakkelen vindt bij de zoutwinning van Nedmag niet plaats en Nedmag is dit ook niet van plan op grond van het winningsplan en de vergunningaanvragen. Affakkelen is niet toegestaan op basis van het instemmingsbesluit met het winningsplan en de verleende vergunningen. Bovenstaande zienswijzen over natuur en milieu geven geen aanleiding om het ontwerpinstemmingsbesluit met het winningsplan van Nedmag te wijzigen.

Overig De gemeente Veendam stelt dat de verplichting wordt opgelegd tot het opstellen van een openbaar toegankelijk meet- en regelprotocol. Ook legt de minister Nedmag de verplichting op actuele gegevens op basis van dit protocol te rapporteren aan het SodM. De gemeente Veendam stelt dat deze rapportages en het bijbehorende protocol ook op de website van Nedmag gepubliceerd moeten worden, op een manier die voor inwoners en andere betrokken partijen begrijpelijk is. Met het opleggen van deze aanvullende verplichting kan de minister voorzien in de informatiebehoefte die er is. De minister onderschrijft het belang dat Nedmag helder en actief moet communiceren over het meet en regel protocol richting de inwoners en andere betrokken partijen zodat duidelijk is dat de winning van zout alleen plaatsvindt onder strikte voorwaarden waarbij eventueel nadelige gevolgen adequaat worden gemonitord en zoveel mogelijk worden voorkomen. Bij de beoordeling van het winningsplan is het van belang te weten dat de af te wegen belangen en relevante feiten in het licht staan van het volgens de wet te nemen instemmingsbesluit. Het plan inclusief bijlagen wordt getoetst en gewogen in het licht van de in de Mijnbouwwet opgenomen toetsingsgronden. Uitsluitend die onderdelen die relevant zijn voor de beoordeling van een winningsplan aan de

91

Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>

6b

R030 Onrust bewoners

Zienswijze

Antwoord

6c

R030 Nieuwe boringen zien niet duurzaam

Zienswijze Antwoord

hand van de in artikel 36, eerste lid van de Mijnbouwwet opgenomen gronden kunnen door de minister bij zijn besluit worden betrokken en kunnen eventueel leiden tot het verbinden van voorschriften aan het instemmingsbesluit. Communicatie en de wijze van publiceren van het meet en regel protocol zijn andere zaken dan waar de toetsingsgronden op zien. De minister kan hiervoor geen voorschriften in het instemmingsbesluit opnemen. De minister is het met de gemeente eens dat het wenselijk is dat de rapportages en het bijbehorende protocol op de website van Nedmag gepubliceerd worden op een wijze die voor inwoners en andere partijen betrokken partijen begrijpelijk is. De minister kan dit echter niet voorschrijven als voorwaarde bij het instemmingsbesluit. De gemeente Midden-Groningen stelt dat de bij de inwoners sprake is van gestapelde effecten van mijnbouw en de gemeente Midden-Groningen stelt dat inwoners al erg genoeg getroffen zijn door de onzekerheden, de schades en de veiligheidsaspecten ten gevolge van de gaswinning. Er is een grens aan wat men mag en kan verwachten van inwoners. De uiterste grenzen hoeven daarin niet bewust te worden opgezocht. Minister stelt dat de cavernes Ve5 en Ve6 zijn gelegen in de gemeente Midden Groningen.

De gemeente Midden-Groningen heeft de minister bij herhaling gewezen op de ongerustheid die zou bestaan bij haar inwoners en op het gebrek aan draagvlak voor de zoutwinning in de gemeente. Deze notities kunnen gezien het hiervoor geschetste wettelijk kader niet rechtstreeks een rol spelen bij de instemming met het winningsplan door de minister. Bij de instemming van de minister gaat het om de vraag of een of meer van de vier in artikel 36, eerste lid, van de Mijnbouwwet opgenomen criteria aanleiding geeft voor het weigeren van instemming met het winningsplan. De belangen van de inwoners van de gemeente komen aan de orde bij het belang van de veiligheid en het voorkomen van schade. Het ontbreken van draagvlak op lokaal niveau is echter niet beslissend voor de te maken belangenafweging. De gemeente Midden-Groningen stelt dat cavernes VE-7 en VE-8 zijn geprojecteerd juist buiten de gemeente Midden-Groningen. De gemeente Midden-Groningen stelt dat deze nieuwe zoutwinning ongewenst is en niet duurzaam vanwege onomkeerbare effecten De minister stelt dat de cavernes VE-7 en VE-8 zijn geprojecteerd buiten de gemeente MiddenGroningen. Het aspect duurzaamheid valt niet onder een van de toetsingsgronden, bedoeld in artikel 36, eerste lid van de Mijnbouwwet.

Duurzaamheid is een breed begrip, voor zover de gemeente doelt op de milieueffecten (artikel 36, eerste lid onder c en d van de Mijnbouwwet) zijn deze beoordeeld in het instemmingsbesluit onder effecten op natuur en milieu. Daarnaast worden bovengrondse milieueffecten beoordeeld in de omgevingsvergunning. Zoals de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in haar uitspraken met betrekking tot instemming met de winningsplannen Loon op Zand en Loon op Zand-Zuid (d.d. 26 augustus 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2048 en Waalwijk-Noord (d.d. 2 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2875)

92

Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>

6d

R030 Sociaal maatschappelijk transitieplan

Zienswijze

Antwoord

6e

0010, 0012

Zienswijze

heeft overwogen, kunnen in het kader van de benodigde omgevingsvergunningen namelijk alle milieugevolgen van de winning voor de omgeving worden beoordeeld. Het gaat om zowel milieugevolgen die zich in de ondergrond voordoen als milieugevolgen die zich bovengronds voordoen. De milieugevolgen in de diepere ondergrond die worden beoordeeld in het kader van besluiten over instemming met een winningsplan kunnen dus ook aan de orde worden gesteld in het kader van de vergunningen voor de mijnbouwwerken. Dit aspect kan geen rol spelen in het instemmingsbesluit van de minister, maar voor zover relevant in de omgevingsvergunning, en ook kan de minister hierover geen voorschriften verbinden aan het instemmingsbesluit. De onomkeerbare effecten als gevolg van bodembeweging zijn reeds beoordeeld elders in het besluit. De gemeente Midden-Groningen beveelt aan Nedmag te verplichten een sociaal maatschappelijk transitieplan te schrijven waarin de onderneming wordt verplicht zich op een drietal scenario´s voor te bereiden.

Continuering in dezelfde omvang en grootte als de afgelopen jaren, geleidelijke afschalen van activiteiten om nog een aantal jaren voort te kunnen, en tot slot afbouw van activiteiten als uit de monitoring en controles blijkt dat er te weinig veilige en verantwoorde opties voor winnen over blijken te zijn, bijvoorbeeld omdat zich opnieuw een ernstige calamiteit heeft voortgedaan. Dit sociaal maatschappelijk transitieplan moet in alle scenario’s ingaan op de gevolgen voor inwoners, werknemers zowel in directe als indirecte zin, gevolgen voor waterschap, gevolgen voor natuur, bijdrage aan regionale economie, benodigde grootte van het fonds, kosten van abandonneren van putten waar niet meer uit gewonnen kan worden. De minister stelt dat de verplichting een sociaal maatschappelijk transitieplan op te nemen als voorschrift bij het instemmingsbesluit niet mogelijk is op grond van artikel 36 van de Mijnbouwwet. De minister is zich bewust van de sociaal maatschappelijke omgeving waarin de activiteiten van Nedmag plaatsvinden en onderschrijft het belang daarvan. Bij de beoordeling van de zienswijzen is van belang te weten dat de af te wegen belangen en de relevant te feiten in het licht staan van het volgens de wet te nemen besluit. Het winningsplan inclusief de adviezen daarop worden getoetst en gewogen in het licht van de in de Mijnbouwwet opgenomen toetsingsgronden.

Uitsluitend die onderdelen van een zienswijze die relevant zijn voor de beoordeling van het winningsplan aan de hand van de in de Mijnbouwwet opgenomen toetsingsgronden, kunnen door de minister bij zijn besluit worden betrokken en kunnen eventueel leiden tot voorschriften bij het besluit. Onderdelen in zienswijze die zien op andere zaken zoals een sociaal maatschappelijk transitie plan kunnen niet leiden tot het opnemen van een voorschrift in het besluit. De gevolgen voor inwoners, het waterschap en de gevolgen voor natuur worden beschreven in het winningsplan en al elders in het besluit beoordeeld. Indiener stelt dat de kennis van de zoutwinning opvallend gering is. Dat de zoutwinning bodemdaling tot gevolg heeft en dat deze leidt tot schade staat vast, maar er bestaat aanzienlijke

93

Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>

Antwoord

6f

0011, 0019, 0023, 0025, 0032

Zienswijze

Antwoord

wetenschappelijke onzekerheid over oorzaak en gevolg van de zoutwinning. Dat blijkt ook onder meer uit het feit dat er in 2018 een aanzienlijke lekkage heeft plaatsgevonden en dat Nedmag niet weet wat de oorzaak is en hoeveel pekel er is weggestroomd. Ook SodM concludeert dat Nedmag meer kennis had kunnen ontwikkelen om de situatie beter te begrijpen en onder controle te hebben. Op basis van navraag bij het SodM stelt de minister dat de winning van magnesiumzouten bij Nedmag verschilt van de wijze van zoutwinning bij andere zoutproducenten. Het grootste verschil zit in de structuur van het cavernestelsel een de verbondenheid van het grote cavernecluster. Dit biedt kansen, maar brengt ook onzekerheid met zich mee. De belangrijkste onbekenden zitten in de ontwikkeling van de gesteentespanning in het omliggende zout en wat er gebeurt als de pekeldruk hoger wordt dan de spanning in het omliggende zout. Sinds de lekkage van april 2018 heeft Nedmag stappen gemaakt en geleerd van het gedrag van de cavernes, nieuwe kennis ontwikkeld en toegepast in het nieuwe winningsplan. In het winningsplan staan maatregelen die de risico’s op een scheur en verontreiniging van de ondergrond sterk reduceren. Indiener stelt dat Nedmag afspraken niet nakomt rondom de locatie WHC1 met het dorp Borgercompagnie.

Indiener stelt dat het aanwijzen van de locatie WHC 1 jaren terug onder groot protest van de bevolking plaatsvond. Er waren toen geen communicatiemiddelen en procedures zoals men nu kent. Er werd beloofd door de toenmalige mijnbouwer dat WHC 1 na 25 jaar zou worden ontmanteld. De plaats zelf is volstrekt ongeschikt om op zo'n uitgebreide schaal zware mijnbouw te gaan plegen. De nieuwe aanleg van de nieuwe putten, de zwaardere pompen, het onderhoud dat 24 uur per dag doorgaat, jaar in jaar uit zijn onverdraagzaam in overlast voor de omgeving. Noodgedwongen wordt deze locatie nu door Nedmag opgewaardeerd in hun aanvraag, maar dat is tegen elke maatschappelijke logica in. Het probleem van Nedmag met hun inschattingsfouten op WHC 2 wordt nu het probleem van de omliggende bewoners gemaakt. Indiener stelt dat in de beginfase, begin jaren 80 in contacten met medewerkers van Billiton, de eerste vergunninghouder, indiener werd voorgehouden dat na maximaal 15 jaar zoutwinning de locatie WHC-2 bijna volledig zou worden ontmanteld en weer in de oorspronkelijke staat zou worden teruggebracht door de grond van de omliggende dijken weer over het terrein te verspreiden. Indiener stelt dat al meer dan 50 jaar de dorpen Borgercompagnie en Tripscompagnie ernstige overlast ondervinden door de mijnbouwactiviteiten van Nedmag of diens voorgangers.

Indiener stelt dat in de dorpskrant van mei 1978 staat geschreven dat de locatie in Borgercompagnie er 15 tot 20 jaar zal blijven staan, daarna zal alles bovengronds worden ontruimd. Er heeft geen bovengrondse ontruiming plaats gevonden nadat de locatie 15-20 jaar in gebruik is geweest. Het is de minister niet bekend dat er destijds plannen zijn geweest voor een bovengrondse ontruiming van de locatie in Borgercompagnie na 25 jaar gebruik. De minister heeft navraag

94

Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>

6g

0011

Zienswijze

Antwoord

6h

0011

Zienswijze

gedaan bij Nedmag. Er zijn destijds concrete plannen zijn geweest voor een bovengrondse ontruiming van de locatie in Borgercompagnie, na 15-20 jaar gebruik. De minister stelt dat voor een ontruiming op grond van het winningsplan ook geen aanleiding is. Eventuele afspraken die net mag heeft gemaakt met de omgeving staan los van het te beoordelen winningsplan. De minister kan hier geen oordeel over vellen. De minister heeft kennisgenomen van het bij de zienswijze van 0032 gevoegde artikel in de dorpskrant van mei 1978. Dit artikel geeft de minister geen aanleiding om instemming met het winningsplan 2018 te weigeren. Indiener stelt dat Nedmag sociale ontwrichting van het dorp Borgercompagnie veroorzaakt. De impact van Nedmag op het dorp in de afgelopen jaren is enorm. Nedmag speelt wel de brave sponsor en strooien hier en daar met wat geld, maar de omgeving waar echt de klappen vallen lijken ze te haten tot op het bot en is geen schadevergoedingscent waardig. De dorpsvereniging heeft daarom elk overleg destijds opgezegd. De breuk die in het dak van de caverne is ontstaan is symbolisch voor de ernstige vertrouwensbreuk die de lokale bevolking jegens het bestuur en de bedoelingen van Nedmag. Zelfs schadeclaims worden niet meer bij Nedmag ingediend, omdat hun schadeprocedure onbetrouwbaar is en uitzichtloos afwijzend op basis van triviale argumenten.

De minister stelt zich bewust te zijn van het gebrek aan vertrouwen van een deel van de bevolking van Borgercompagnie in Nedmag. Verschillende bewoners hebben bij herhaling gewezen op de ongerustheid die zou bestaan bij de inwoners van Borgercompagnie. Deze ongerustheid kan gezien het wettelijke kader niet rechtstreeks een rol spelen bij het besluit van de minister. Bij de toetsing gaat het om de vraag of een of meer van de vier in artikel 36, eerste lid, van de Mijnbouwwet opgenomen criteria aanleiding geeft voor het weigeren van instemming met het winningsplan. De belangen van inwoners van Borgercompagnie komen aan de orde bij het belang van de veiligheid en het voorkomen van schade. Het ontbreken van vertrouwen bij een deel van de bevolking in Borgercompagnie is echter niet zonder meer beslissend voor de te maken belangenafweging. Indiener stelt dat werkgelegenheid een vals argument is. Nedmag draagt nieuwe ontwikkelingen als waterstofinjectie aan om eenieder opnieuw op het verkeerde been te zetten. Het zijn dezelfde spiegeltjes en kraaltjes die uitgedeeld zijn binnen Veendam en omgeving om de "goodwill" op te krikken. Maar geen cent naar de feitelijke gedupeerden. Werkgelegenheid voor ca 300 mensen kan nooit het ultieme argument zijn op grond waarvan je een grote leefgemeenschap en een landschap naar de knoppen helpt.

Als puntje bij paaltje komt en de bodemdaling werkelijk zijn uiterste rekbaarheid begint te overschrijden, is particuliere Nedmag met de Noorderzon vertrokken. De gemeenten, het waterschap, de provincie en de minister draaien uiteindelijk op voor de nagelaten aansprakelijkheid.

95

Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>

Antwoord

6i

0011

Zienswijze

Antwoord

6j

0011

Zienswijze

De minister stelt dat de zoutwinning door Nedmag voorziet in werkgelegenheid in de regio. Werkgelegenheid is vanzelfsprekend een belangrijk aandachtspunt voor dit gebied. Behoud en uitbreiden van werkgelegenheid is een belangrijke voorwaarde om verbetering in het welvaartsniveau in de regio Veendam aan te brengen. De werkgelegenheid is echter geen onderdeel van het toetsingskader voor het beoordelen van het winningsplan en heeft dan ook geen rol gespeeld in het besluit tot instemming met het winningsplan. De minister benadrukt dat er geen waterstofinjectie in de cavernes van Nedmag plaatsvindt. Indiener stelt dat de politiek disfunctioneert. Politici moeten ingewikkelde besluiten nemen om de burgers waardoor ze gekozen zijn te beschermen. Een goed bestuurder is een vriend van het volk. Als de minister naar het handelen en gevolgen van de zoutwinning kijkt, moet de minister daarin een taakstelling voor de gemeenteraad zien. Hoe is het dan mogelijk dat de politiek jarenlang onzichtbaar is geweest waar het gaat om zoutwinning. Niet alleen de minister, maar ook de provincie en de gemeenten. Gelukkig zijn de andere gemeenten inmiddels flink wakker geworden.

Veendam slaapt verder en gelooft geremd door onvoldoende kennis SodM, niet wetend dat zelfs SodM tot redelijk voor kort niet of op zijn minst onvoldoende bekend was met wat er op en onder de vloer van de zoutwerkplaats' gaande was. Gelukkig doet men nu hen best om de bestaande achterstand in te halen. Op dit moment gaan alle alarmbellen bij diverse instanties af, alleen het spel van de kool en de geit sparen is nu gaande en nog steeds ten koste van de omliggende bewoners. Het water staat het waterschap inmiddels tot de lippen. Helaas hebben zij te weinig stuwkracht om de minister te vertellen dat het besluit door hen niet adequaat kan worden uitgevoerd. Helaas ook dit gaat ten koste van de betrokken burgers. De minister stelt dat het SodM toezicht houdt en hield op de winning door Nedmag. Er is altijd voldoende zicht geweest op de activiteiten. Er zijn en blijven echter onzekerheden over de effecten in de ondergrond. In het advies van het SodM is duidelijk opgenomen waar de voornaamste resterende onzekerheden zitten. Met de voorgestelde maatregelen, en de adviezen die daarbij zijn gegeven, is sprake van veilige winning. Indiener stelt dat de overheid bevoegd is en burgers de overheid moeten controleren. Het zou goed zijn als burgers zich af zouden vragen of de overheid nog wel in staat is om loodlijnen op de toekomst te schetsen.

Of de overheid capabel is qua kennis en of hij de bevoegdheid en erkenning heeft om te sturen'. Indiener twijfel ernstig of men de overheid deze taak kan toevertrouwen aan als indiener ziet hoe met de onderhavige vergunningverlening om wordt gegaan. Het vergunnen dat voorafgaat aan de toetsing van tal van factoren en regels, is overduidelijk verworden tot gunnen. Het probleem ligt naar echter niet bij disfunctionerende overheden, maar bij het burgerschap dat zich niet meer van zijn positie bewust is. Het paard is loeisterk, maar hij is zich daar niet van bewust. Om die reden richt indiener zich dan ook in de regel op de gekozen raad van de gemeente, de ambtenaar, het College van B&W. Echter, zij

96

Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>

Antwoord

6k

0011

Zienswijze

gedragen zich omgekeerd evenredig met hun taak jegens de burger. De gemeente staat aan het begin van de boomstructuur wier uitwaaiering naar hoger gelegen bestuursstructuren zich steeds meer verzelfstandigen en zich oneigenlijke macht toe-eigenen. Een ware kink in de democratische kabel. Wat jammer nu dat men zich met name in de gemeente Veendam wel macht toe-eigent, maar van de mijnbouw materie geen of onvoldoende kennis heeft om conform hun oorspronkelijke taakstelling de hogere overheid van de juiste, lokale informatie te voorzien. De moraal die de overheid naar de burger erop nahoudt moet in het licht gezien worden van interne belangen, partij-machtige structuren die steeds meer structureel economisch contouren verkrijgen. Op zich hoeft dat geen probleem te zijn, maar als er zwakke schakels in de ketting zitten, hebben de commerciële bedrijven dat eerder door dan de logge overheid die in feite met twee gezichten rondloopt en twee heren wil dienen. Burgers moeten zich verantwoordelijk gaan voelen voor datgene waar de overheid mee bezig is. Laten we daar beginnen, daar aan het begin, daar waar het in beginsel fout gaat, de burger en zijn verhouding met zijn gemeente, het DNA van het sociaaldemocratische stelsel.

Daar waar het al jaren zo fout gaat in Veendam waar het gaat om de burger belangen en de bedrijfsbelangen te synchroniseren en waarom het op dit belangrijke moment zo moeizaam gaat rondom de vergunning rondom de zoutwinning. Er is geen balans meer in de belangenafweging omdat Nedmag alles krijgt of neemt en de burger niets. De minister stelt dat indiener zich voornamelijk richt op de gemeente Veendam. De minister beantwoordt deze zienswijze enkel voor zover deze aan de minister is gericht. De minister stelt dat inwoners betrokken zijn in de besluitvorming voor de uitbreiding van Nedmag. Er is gedurende de zienswijzeperiode inspraakmogelijkheid geweest voor alle omwonenden. Tevens zijn er informatiebijeenkomsten georganiseerd, niet alleen over dit winningsplan maar ook over de overige voorliggende vergunningaanvragen. Daarnaast zijn de effecten op de leefomgeving voor omwonenden zorgvuldig onderzocht en getoetst aan de van toepassing zijn de regelgeving. Voor zover wettelijke grondslag bestaat, worden belangen meegewogen bij de besluitvorming. Indien belanghebbenden het oneens zijn met het besluit kunnen zij daartegen in beroep gaan bij de Raad van State. De minister weet en heeft er begrip voor dat ondanks deze werkwijze niet iedere omwonenden blij is met de besluiten zoals deze genomen worden. Dit is het geval bij veel grote projecten met een ruimtelijke impact.

De minister leert continu van de ervaringen met het betrekken van bewoners die worden opgedaan in projecten als deze. Deze lessen worden in de praktijk toegepast op lopende en nieuwe projecten. Indiener stelt dat er een vertrouwensbreuk is tussen Nedmag en de omgeving. De houdbaarheidsdatum van Nedmag in deze omgeving reeds lang overschreden. Men heeft genoeg van de trucs en rookgordijnen. Nedmag is een slechte buurman, naar gebleken is bij voortduring. Dit mag niet worden beloond. Je ziet het aan de reacties van de adviezen van andere gemeenten die zoutwinning niet in hun achtertuin willen hebben. Dat zegt veel. Hun besluitvorming gaat over

97

Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>

Antwoord

6l

0011, 0018, 0025

Zienswijze

de gekromde ruggen van de bewoners hier in Borgercompagnie, die zich al jaren kapot ergeren en ziek worden van de onrechtvaardigheid en overlast. Dan maar in Borgercompagnie als elke andere plek geweigerd wordt en Nedmag nergens terecht kan lijkt de logische gedachtegang, maar de minister gaat daarbij voorbij aan heel veel dingen die indiener hier heeft meegemaakt met deze slechte mijnbouwer. Het kan niet zo zijn dat op de slechtst denkbare plaats waar Nedmag door zou kunnen gaan, een vergunning voor nog eens tenminste 25 jaar gegeven wordt. Genoeg is genoeg. Indiener verdient het besluit niet en Nedmag die plek niet. Onder geen voorwaarde is Nedmag dat waard gebleken. Nota bene nog dichter onder de bevolking, nog meer overlast, dag en nacht, nog meer waterpeilproblemen waar niets tegenover staat en voor indiener het gevoel duurt voor de eeuwigheid. Borgercompagnie heeft door alle gevolgen, frustraties, unfaire behandeling, etc. de buik hartstikke vol. Borgercompagnie doet in dit kader een beroep op het evenredigheidsbeginsel als bedoeld in artikel 3 :4 Awb. De langdurig nadelige gevolgen van het besluit zijn onevenredig in de verhouding met de tot het besluit te dienen doelen. Nedmag moet elders gaan winnen. Doet de minister dit niet dan wordt de minister of Nedmag geacht te komen tot nadeelcompensatie van de getroffen burgers.

Daarnaast kan worden gesteld dat je mensen niet onevenredig kan blijven belasten in hun woongenot. Alleen al de effecten van de huidige bodemdaling is al een slechte erfenis genoeg voor de toekomst. De minister stelt dat indieners bij herhaling gewezen hebben op de gebrek aan vertrouwen die zou bestaan bij inwoners van Borgercompagnie in Nedmag. Het gaat daarbij om gebrek aan draagvlak voor de zoutwinning in de omgeving en de in indieners ogen gebrekkige manier waarop Nedmag zou communiceren. Deze notities kunnen gezien het wettelijk kader niet rechtstreeks een rol speelde bij het besluit van de minister. Bij dit besluit gaat het om de vraag of geen van de vier in artikel 36, eerste lid, van de Mijnbouwwet opgenomen criteria aanleiding geeft voor het weigeren van de instemming met het winningsplan. De belangen van de inwoners van Borgercompagnie komen aan de op bij het belang van de veiligheid en het voorkomen van schade. Het ontbreken van draagvlak en vertrouwen op lokaal niveau is echter niet zonder meer beslissend voor de te maken belangenafweging. De minister stelt dat het besluit rekening houdt met het evenredigheidsbeginsel. De langdurige gevolgen van de zoutwinning zijn uitvoerig beschreven in het winningsplan en uitvoerig beoordeeld in het instemmingsbesluit. Indiener stelt dat jaren van trial en error moeten leiden tot het sluiten van Nedmag.

De onbekendheid van de feitelijke effecten van de bodemdaling en het volhouden van de trial and error-methoden: het gissen en missen, zou moeten leiden tot sluiting. Helaas voor Nedmag hebben zij de locatie jaren geleden ook verkeerd gekozen. Toen aflaten na verloop van tijd baggeren werd ging het goed mis. Ze hebben hun locatie WHC2 verprutst, vandaar dat men nu in armoede moet terugvallen op een locatie die allang gesloten had moeten zijn. In het verleden heeft Borgercompagnie nog veel meer fouten door trial en error moeten verduren. Wonderlijk

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12745508/1