CConstaterende datMidden-Groningen
Koppel je AI →
Document · PDF

270 1 Bijlage bij Raadsbrief Memorie van toelichting wetsvoorstel Wat

Raadsvergadering 3 juni 2021, gemeente Midden-GroningenBij agendapunt: Ingekomen stukken en mededelingen/Lange Termijn Agenda raad/Toezeggingen23.902 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

In fase 2 is het Groningenveld niet langer beschikbaar als m iddel en het kader dat regels stand aan de inzet van het Groningenveld is daarm ee overbodig. Dit geeft neutrale regeldrukeffecten. Ten vierde vervalt de m eldplicht aan ACM, de vergunninghouder en de Minister (artikel 10a, dertiende lid). De regeldruk ten gevolge van de m eldplicht aan ACM, de vergunninghouder en de Minister is hierboven in paragraaf 5.1 beschreven en is geschat op 368 euro per jaar. Het vervallen van deze verplichting leidt daarm ee tot een periodieke vermindering regeldruk van 368 euro per jaar. Ten vijfde vervalt de rapportageplicht (artikel 10a, zestiende lid). De regeldruk ten gevolge van rapportageplicht is beschreven in de m emorie van toelichting bij de wijziging van de Gaswet en de Mijnbouw betreffende het m inimaliseren van de gaswinning uit het Groningenveld. 44 Daarin worden de kosten voor het opstellen van de rapportage geschat op circa 24.000 euro. Het vervallen van deze verplichting leidt daarm ee tot een periodieke vermindering van regeldruk van 24.000 euro per jaar. De rechtspersoon bedoeld in artikel 10a, achttiende lid, Gaswet In fase 2 kom en twee verplichtingen voor de rechtspersoon, bedoeld in artikel 10a, achttiende lid, Gaswet, te vervallen. Dit heeft regeldrukeffecten tot gevolg. Naar schatting zal de onderhavige

42 Kamerstukken II 2017/18, 34 957 nr. 3. 43 Transportcode Gas LNB. 44 Kamerstukken II 2017/18, 34 957 nr. 3.

wetswijziging leiden tot een vermindering van de adm inistratieve regeldruk van in totaal 3.200 euro per jaar. Ten eerste vervalt de verplichting om de netbeheerder van het landelijk gastransportnet een aanbod m et redelijke tarieven en voorwaarden te doen tot levering aan de door de netbeheerder van het landelijk gastransportnet ter uitvoering van zijn wettelijk taken benodigde hoeveelheden gas in de door hem gevraagde hoeveelheden en op de door hem gewenste tijdstippen (artikel 10a, derde lid). Het schrappen van deze verplichting leidt tot een vermindering van de regeldruk. Ten tweede vervalt de m eldplicht bij het op de korte termijn (binnen de dag) opregelen van de gaswinning uit het Groningenveld wanneer er een fysieke hoge vraag is naar laagcalorisch gas (artikel 10a, eenentwintigste lid). De regeldruk ten gevolge van deze m eldplicht is hierboven in paragraaf 5.1 beschreven en is geschat op 3200 euro per jaar. Het vervallen van deze verplichting leidt daarm ee tot een periodieke vermindering regeldruk van 3.200 euro per jaar. De vergunninghouder In fase 2 m ag er geen gas m eer gewonnen worden uit het Groningenveld. Dit zal leiden tot een verlies van werkgelegenheid en inkomsten voor de vergunninghouder. Daarnaast kom en m eerderen verplichtingen te vervallen, wat gevolgen heeft voor de regeldruk.

Naar schatting leidt de onderhavige wijziging tot een vermindering van de adm inistratieve regeldruk van in totaal 1,4 m iljoen euro per jaar. Ten eerste vervalt de verplichting tot het opstellen van een operationele strategie (artikel 52c, Mijnbouwwet), waar het grootste deel van de kosten bestaat uit de kosten voor het m aken van een dreigings- en risicoanalyse. In de m emorie van to elichting bij de wijziging van de Gaswet en de Mijnbouw betreffende het m inimaliseren van de gaswinning uit het Groningenveld 45 zijn deze kosten geschat op ongeveer 1,3 m iljoen euro. Het vervallen van deze verplichting leidt tot een periodieke lastenvermindering van ongeveer 1,3 m iljoen euro per jaar. Ten tweede vervalt de m eldplicht bij een optreden van een afwijking van de operationele strategie (artikel 52e, eerste lid). In het gasjaren 2018-2019 en 2019-2020 zijn er geen m eldingen gedaan van een afwijking. Het vervallen van de m eldplicht heeft dus geen effecten voor de adm inistratieve regeldruk. Ten derde vervalt de plicht tot uitvoering van de operationele strategie (artikel 52f). Bij het introduceren van deze verplichting zijn de regeldrukeffecten nie t in kaart gebracht, zie de m emorie van toelichting bij de wijziging van de Gaswet en de Mijnbouw betreffende het m inimaliseren van de gaswinning uit het Groningenveld 46.

Het is daarom onbekend m et welke regeldrukeffecten deze verplichting gepaard gaan. We l kan vastgesteld worden dat het vervallen van deze verplichting zal leiden tot een vermindering van de regeldruk. Ten vierde wijzigt het artikel dat ziet op de zorgplicht van de vergunninghouder (artikel 52g). Enkele bepalingen van de zorgplicht houden verband m et het uitvoeren van de operationele strategie, welke kom t te vervallen. De nieuwe zorgplicht borgt dat enkele verplichtingen van de vergunninghouder, zijnde het verzam elen van gegevens en het doen van analyses, worden voortgezet na beëindiging van de gaswinning uit het Groningenveld. Deze wijziging leidt tot een voortzetting van huidige verplichtingen en heeft daarom geen verandering van de periodieke regeldrukeffecten. Tot slot vervalt de plicht voor de vergunninghouder om jaarlijks achteraf te rapporteren over het gasjaar (artikel 52h). In de m em orie van toelichting bij de wijziging van de Gaswet en de Mijnbouw betreffende het m inimaliseren van de gaswinning uit het Groningenveld 47 zijn de kosten hiervoor geschat op ongeveer 124.000 euro. Het vervallen van de rapportageverplichting leidt daarmee tot een periodieke vermindering van de regeldruk van ongeveer 124.000 euro per jaar.

45 Kamerstukken II 2017/18, 34 957 nr. 3. 46 Kamerstukken II 2017/18, 34 957 nr. 3. 47 Kamerstukken II 2017/18, 34 957 nr. 3.

6. Toezicht en handhaving 6.1 ACM In beginsel is de ACM belast m et het toezicht op de naleving van de Gaswet. Dit wetsvoorstel brengt daar geen verandering in. De ACM zal daarom in fase 1 ook toezien op de uitvoering door GTS van de m et dit wetsvoorstel uitgebreide ram ingstaak, de back-up taak, de m eldplicht bij inzet van de back-up taak en de gewijzigde rapportageplicht. ACM zal ook toezien op de uitvoering door GasTerra van haar verplichtingen op grond van dit wetsvoorstel, te weten de verplichting om een aanwijzing van GTS in het kader van de back-up taak uit te voeren en de eigen m eldplicht van GasTerra ten aanzien van de inzet van het Groningenveld. In geval van overtreding heeft de ACM m et artikel 60ac Gaswet reeds de bevoegdheid om een last onder dwangsom op te leggen. Daarnaast beschikt de ACM op grond van artikel 60ad Gaswet over de m ogelijkheid om een bestuurlijke boete op te leggen ten aanzien van de overtreding van specifieke bepalingen. Met dit wetsvoorstel wordt geregeld dat de m ogelijkheid om een boete op te leggen ook bestaat bij overtreding door van de bepalingen die zien op de back-up taak en de m eldplichten die m et dit wetsvoorstel in de Gaswet worden opgenomen. In fase 2 vervallen de bepalingen in de Gaswet die zien op de inzet van het Groningenveld. Alsdan zullen ook de daarm ee sam enhangende boetegrondslagen in artikel 60ad Gaswet vervallen.

6.2 Inspecteur-generaal der mijnen De rol van inspecteur-generaal als adviseur en toezichthouder verandert niet door dit wetsvoorstel. Op basis van de huidige Mijnbouwwet adviseert de inspecteur-generaal de Minister in het kader van de vaststelling van de operationele strategie. Deze rol blijft in fase 1 ongewijzigd. De inspecteur-generaal blijft in fase 1 ook toezicht houden op de juiste uitvoering van de vastgestelde operationele strategie en de eventuele voorschriften en beperkingen die de Minister daaraan m eegegeven heeft. In fase 2 wordt er geen gas m eer gewonnen uit het Groningenveld en vervallen de bepalingen die zien op de vaststelling en uitvoering van de operationele strategie. De inspecteur-generaal zal daar dan ook geen toezicht meer op hoeven houden. Wel blijft de inspecteur-generaal toezicht houden op de verplichtingen die de vergunninghouder houdt na sluiting. Het betreft verplichtingen die reeds volgen uit bestaande bepalingen in de Mijnbouwwet en uit artikel 52g Mijnbouwwet, waarin de resterende verplichtingen voor m onitoring ten aanzien van het Groningenveld en de zorgplicht van de vergunninghouder na einde winning in fase 2 worden vastgelegd. 7. Evaluatie Het wettelijk kader rondom de gaswinning is regelmatig geëvalueerd en aangepast.

Zo kent de Mijnbouwwet de bepaling dat er binnen vijf jaar na inwerkingtreding verslag wordt gedaan van de doeltreffendheid en de effecten van de wet in de praktijk (artikel 191). Deze evaluatie is in februari 2008 uitgevoerd.48 Ook na het besluit in 2018 om de gaswinning uit het Groningenveld naar nul af te bouwen is het wettelijk stelsel grondig herzien, resulterend in de Wet m inim aliseren gaswinning die per 1 oktober 2018 in werking is getreden. Bij behandeling van het wetsvoorstel voor de Wet m inimaliseren gaswinning is toegezegd om binnen drie jaar na inwerkingtreding een omvattende en integrale evaluatie van de werking van de nieuwe bepalingen en de procedure voor het vaststellen van de operationele strategie daarin uit te voeren. Hieraan is op twee m anieren invulling gegeven. Ten eerste heeft de Mijnraad in december 2019 het proces voor de vaststelling van de operationele strategie geëvalueerd en daarover een advies uitgebracht.49 Dit advies heeft geleid tot een reeks

48 Kamerstukken II 2017/18, 34 957, nr. 3. 49 Kamerstukken I 2019/20, 33 529, nr. 726.

praktische aanbevelingen die zijn m eegenomen in het proces. Er zijn daarbij geen aanbevelingen gedaan voor wetswijzigingen. Ten tweede vormt het voorliggende wetsvoorstel een nieuwe herziening van het wettelijk stelsel, ditm aal gericht op het definitieve einde van de gaswinning uit het Groningenveld . De Gaswet en Mijnbouwwet zijn in dit verband, m ede op basis van de lopende jaarlijkse praktijk van vaststelling en uitvoering van de operationele strategie op basis van de Wet m inimaliseren gaswinning, grondig geëvalueerd en getoetst aan de praktijk, feitelijke ontwikkelingen en het doel van de beëindiging van de gaswinning. Als resultaat daarvan wordt m et dit wetsvoorstel het wettelijk stelsel aangepast. Met dit wetsvoorstel blijft in de basis de jaarlijkse procedure voor de besluitvorming rondom de inzet van het Groningenveld in fase 1 in stand. Inherent aan deze procedure zijn m eerdere m om enten, waaronder de ram ing door GTS, de uitvraag door de Minister van een operationele strategie inclusief de uitgangspunten daarvoor, de adviezen van wettelijk adviseurs, de openbare voorbereidingsprocedure, het definitieve vaststellingsbesluit en de vaste m omenten waarop de Tweede Kam er hierover wordt geïnformeerd (in ieder geval in februari en september), waarop evaluatie van het beleid en de stand van zaken rondom de afbouw van de gaswinning plaatsvindt.

Deze evaluatiem omenten bieden ook de basis en het vereiste inzicht om te bezien wanneer fase 2 kan starten en de m eeste bepalingen m et betrekking tot de gaswinning uit het Groningenveld kunnen vervallen. Om deze redenen is niet voorzien in een aanvullende evaluatiebepalin g van dit wetsvoorstel. 8. Adviezen PM 9. Consultatie PM 10. Overgangsrecht, inwerkingtreding en vaste verandermomenten PM II. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING Wijziging Gaswet fase I Artikel I, onderdeel A (wijziging artikel 10a) Door m iddel van dit onderdeel wordt een aantal wijzigingen in artikel 10a van de Gaswet doorgevoerd om aan te sluiten bij fase 1 m et betrekking tot de winning uit het Groningenveld, waarbij het Groningenveld fungeert als reservemiddel en uitsluitend zal wo rden ingezet als het noodzakelijk is. In onderdeel q van het eerste lid worden de elementen die de ram ing die GTS dient te bevatten aangepast, zodat ze beter zijn toegesneden op de fase dat het Groningenveld als reservemiddel zal fungeren. Zoals eerder toegelicht in paragraaf 2.3.3.1 gaat het in fase 1 vooral om inzicht in de benodigde capaciteit om te kunnen voorzien in situaties waarin alle overige m iddelen en methoden niet aan de vraag naar laagcalorisch gas kunnen voldoen. In het negende lid wordt nade r uitgewerkt waaruit de elem enten uit de vernieuwde ram ing in ieder geval m oeten bestaan.

In het voorgestelde nieuwe twaalfde lid wordt de bevoegdheid van GTS geregeld om, indien dat noodzakelijk is ten behoeve van de goede uitvoering van haar wettelijke taken, GasTerra een aanwijzing te geven tot het laten inzetten van het Groningenveld. In het nieuwe dertiende lid is de verplichting voor GTS tot m elding door m iddel van een afschrift van de aanwijzing aan de Minister en aan ACM geregeld in het geval deze aanwijzingsbevoegdheid wordt ingezet. Daarnaast wordt voorzien in de verplichting voor GTS een afschrift te verstrekken aan de houder van de winningsvergunning Groningenveld, m et het oog op de rapportageverplichting die in de Mijnbouwwet aan die vergunninghouder is opgelegd. In het veertiende lid wordt geregeld dat GasTerra verplicht is om de aanwijzing van GTS op te volgen. In het vijftiende lid wordt een

grondslag opgenomen om bij m inisteriële regeling vast te leggen in welke situaties GTS van de aanwijzingsbevoegdheid gebruik m ag m aken en welk m axim um daaraan verbonden is. Ook wordt in die regels vastgelegd wat in de aanwijzing van GTS m oet worden opgenomen. Tot slot worden bij m inisteriële regeling eisen gesteld aan de m elding aan de hand van het afschrift van de aanwijzing die GTS ingeval van het doen van een dergelijke aanwijzing, waaronder de term ijn waarbinnen het gebruik van de bevoegdheid m oet worden gemeld. In het nieuwe zeventiende lid wordt voorzien in de rapportageplicht na afloop van het gasjaar door GTS, die tot op heden is geregeld in het huidige dertiende lid van artikel 10a, waarbij een aanpassing is beoogd m et het oog op de nieuwe regels voor fase 1. Zo is daarbij bepaald dat de rapportage tevens moet ingaan op de eventueel in dat gasjaar ge geven aanwijzingen op grond van het nieuwe twaalfde lid. In het nieuwe twintigste lid wordt bepaald dat bij m inisteriële regeling regels kunnen worden gesteld over deze rapportage. Door m iddel van het voorgestelde nieuwe eenentwintigste lid wordt voorzien in een m eldplicht voor GasTerra in het geval aanpassing van de winning uit het Groningenveld heeft plaatsgevonden ten opzichte van het m inim aal benodigde niveau.

Deze m ogelijkheid tot aanpassing is neergelegd in artikel 52c, tweede en derde lid, van de Mijnbouwwet. Als deze situatie zich voordoet, dient GasTerra dit te m elden aan de Minister en aan ACM. Aan deze m elding kunnen bij m inisteriële regeling regels worden gesteld. Tot slot wordt in artikel 10a een aantal redactionele wijzigingen doorgevoerd, om aan te sluiten bij de hierboven omschreven inhoudelijke wijzigingen van dit artikel. Artikel I, onderdeel B (wijziging artikel 10n) In artikel 10n wordt een verwijzing naar artikel 10a redactioneel aangepast aan de vernummering van leden zoals die bij onderdeel A wordt doorgevoerd. Artikel I, onderdeel C (wijziging artikel 60ad) Met dit onderdeel wordt het artikel op grond waarvan ACM een bestuurlijke boete kan opleggen uitgebreid voor artikel 10a. De uitbreiding ziet op de bevoegdheid van GTS tot het doen van een aanwijzing op grond van het twaalfde lid en de daarbij behorende m eldplicht. Daarnaast wordt het veertiende lid van artikel 10a, waarin de verplichting voor GasTerra is opgenomen om genoemde aanwijzing van GTS op te volgen, bestuurlijk beboetbaar gemaakt. Daarnaast kan ACM sanctionerend optreden indien de regels over de rapportage na afloop van het gasjaar worden overtreden.

Tot slot kan een boete worden opgelegd wegens overtreding van de m eldplicht voor GasTerra in het geval de winning uit het Gro ningenveld wordt verhoogd zoals bedoeld in artikel 52c van de Mijnbouwwet. Wijziging Gaswet fase 2 Artikel II, onderdeel B (wijziging artikel 10a) Door m iddel van dit onderdeel wordt voorgesteld in artikel 10a van Gaswet opgenomen aanpassingen met het oog op het m inimaliseren van de inzet van het Groningenveld (voor zover nog nodig als reservemiddel, fase 1) te schrappen. Het derde lid, waarin de plicht voor GasTerra is geregeld, om te voorzien in de benodigde hoeveelheid gas voor GTS ter uitvoering van die ns wettelijke taken, wordt eveneens geschrapt. Het schrappen van deze verplichting hangt samen met het beëindigen van de onderneming GasTerra. Artikel II, onderdeel D (wijziging artikel 60ad) Het artikel waarin de m ogelijkheid voor ACM is vastgelegd om ee n bestuurlijke boete op te leggen wordt aangepast aan de situatie waarin artikel 10a van de Gaswet is aangepast aan fase 2, de fase waarin het Groningenveld niet langer wordt ingezet.

Artikel II, onderdeel C (wijziging artikel 82) Door m iddel van de voorgestelde wijziging van artikel 82, vierde lid, van de Gaswet wordt de bij de Wet m inim aliseren gaswinning geïntroduceerde m ogelijkheid voor ACM om een beleidsregel op te stellen m et daarin een kader over de wijze waarop ACM de doelm atigheid van de kosten van de

eventueel benodigde investeringen door GTS ten behoeve van het m inimaliseren van de gaswinning uit het Groningenveld beoordeelt. Nu het Groningenveld niet langer wordt ingezet bij het bereiken van fase 2 is ook een dergelijke beleidsregel niet m eer nod ig. Wijziging Mijnbouwwet fase I Artikel III, onderdeel A (wijziging artikel 52a) Voorgesteld wordt om in artikel 52a de definitie van netbeheerder te laten vervallen. In de praktijk is gebleken dat dit begrip in de Mijnbouwregeling niet als zodanig is ge bruikt en daarm ee overbodig is. Artikel III, onderdeel B (vervanging artikel 52c) Met dit onderdeel wordt beoogd artikel 52c van de Mijnbouwwet te vervangen door een nieuw artikel 52c. Het nieuwe artikel 52c heeft een tweeledig doel. Enerzijds wordt daarmee uitdrukking gegeven aan het eerste deel van de vernieuwde procedure voor (besluitvorming over) de operationele strategie. Voor fase 1 zal de Minister de vergunninghouder in eerste instantie verzoeken te bezien of voor het komend gasjaar de bestaande operationele strategie nog voldoet.

Daarbij kijkt de vergunninghouder naar de ram ing van GTS alsm ede naar de eventuele verhoging van de productie uit het Groningenveld als gevolg van een aanwijzing, bedoeld in het twaalfde lid, van artikel 10a van de Gaswet en de m ogelijkheid dat de gaswinning m oet worden opgeregeld als op geen enkele andere wijze kan worden voorzien in de benodigde hoeveelheid laagcalorisch gas. Uiteraard gelden daarbij ook in fase 1 nog steeds onverkort het belang van het m inim aliseren van de gaswinning uit het Groningenveld en het belang van het m inimaliseren van de bodem beweging als leidende principes. Mocht de vergunninghouder tot de conclusie komen dat de bestaande operationele strategie niet voldoet voor het komende gasjaar, dan stelt hij, uiteraard onverkort m et inachtneming van de bovengenoemde belangen, een of m eerdere nieuwe operationele strategieën voor. Anderzijds wordt de m ogelijkheid om een andere partij opdracht te kunnen geven voor het verrichten van de dreigings- en risicoanalyse expliciet vermeld in artikel 52c. Daarm ee wordt aangesloten bij de m ogelijkheid die ook onder het bestaande artikel 52c al bestond en die voor het gasjaar 2021-2022 voor het eerst is toegepast: het doen verrichten van de dreigings- en risicoanalyse door een andere partij dan de vergunninghouder. Deze SDRA is vervolgens gebruikt bij de besluitvorming over de operationele strategie.

In het onderhavige wetsvoorstel is deze optie om wille van de duidelijkheid benoemd en is daarnaast geregeld dat de vergunninghouder in dat geval gehouden is alle voor de SDRA benodigde gegevens te verstrekken . De partij die de SDRA verricht, verstrekt deze zelf aan de Minister. In het voorgestelde achtste lid wordt tot slot de grondslag tot het stellen van regels bij m inisteriële regeling aangepast aan hetgeen hierboven is besproken. Zo kan worden bepaald welke gegevens de vergunninghouder m oet verstrekken aan de partij die de dreigings - en risicoanalyse verricht en kunnen voorts regels worden gesteld over de mate waarin de winning boven het ingeschatte m inim umniveau m ag worden verhoogd en in welke gevallen dat aan de orde kan zijn. Artikel III, onderdeel C (wijziging artikel 52d) Artikel 52d, waarin de besluitvormingsprocedure voor het vaststellen van de operationele strategie is neergelegd, wordt aangepast aan de nieuwe procedure voor fase 1. Het voorgesteld e nieuwe eerste lid verankert het uitgangspunt voor fase 1: verlenging van de bestaande operationele strategie. Alleen indien deze niet voldoet voor het komende gasjaar, dan stelt de Minister een nieuwe operationele strategie vast.

In het voorgestelde nieuwe vierde lid wordt duidelijk gemaakt dat de Minister in het besluit tot vaststelling de verplichtingen voor de vergunninghouder opneemt in de operationele strategie die zien op de m ogelijke noodzaak tot het ophogen van de winning ten opzichte van het m in imaal benodigde winningsniveau. De winningsplicht die is opgenomen in artikel 52f ziet ook op deze verplichtingen. Het nieuw in te voegen vijfde lid laat zien dat de Minister ingeval de bestaande operationele strategie wordt verlengd, m oet m otiveren of de afweging zoals hij deze heeft gemaakt toen de

operationele strategie voor het eerst werd vastgesteld nog steeds opgaat, dan wel deze voor de situatie van de verlening m oet worden aangevuld. In de rest van artikel 52d worden aanpassingen redactionele aanpassing voorgesteld die nodig zijn vanwege de nieuwe m ogelijkheid van verlenging van de bestaande operationele strategie. Artikel III, onderdeel D (wijziging artikelen 52f en 52g) Dit onderdeel voorziet in de benodigde wijzigingen in de artikelen 52f en 52g vanwege de introductie van m ogelijkheid tot verlenging van de operationele strategie. Artikel III, onderdeel E (wijziging artikel 52h) Langs deze weg wordt de rapportageplicht van de vergunninghouder na afloop van het gasjaar uitgebreid m et de voor fase 1 relevante inform atie. Het is van belang om inzicht te hebben in de m om enten waarop bij het uitvoeren van de operationele strategie is gehandeld in reactie op de aanwijzing van GTS op grond van artikel 10a, twaalfde lid, van de Gaswet alsm ede de gevallen waarin de winning is aangepast om te kunnen voorzien in de benodigde hoeveelheid gas . Artikel III, onderdelen F, G, H en I (wijziging artikelen 105, 122a, 125 en 127) De artikelen 122a, 125 en 127 worden redactioneel aangepast met het oog op de nieuwe m ogelijkheid tot verlenging van de operationele strategie.

In artikel 105 is de adviestaak van de Mijnraad ten aanzien van de besluitvorming over de operationele strategie opgenomen. Artikel 122a betreft de adviestaak van TNO ten aanzien van de bovengrondse effecten van de operationele strategie. Artikel 125 van de Mijnbouwwet ziet op de tweejaarlijkse overzichten met betrekking tot m ijnbouwactiviteiten die de Minister aan de Staten-Generaal m oet zenden. Artikel 127 betreft de adviestaak van de inspecteur-generaal der m ijnen. Wijziging Mijnbouwwet fase II Artikel V, onderdeel A (wijziging artikel 52a) In artikel 52a waren de voor Hoofdstuk 4a relevante begripsbepalingen opgenomen. Met het ingaan van fase 2, is enkel nog de definitie van winningsvergunning Groningenveld relevant. De rest van de begrippen kan daarom vervallen. Artikel V, onderdeel B (vervanging artikel 52c) Voorgesteld wordt om in artikel 52c te expliciet verankeren dat er geen gas m eer uit het Groningenveld zal worden gewonnen. Hierm ee wordt de definitieve sluiting van het Groningenveld in de wet benoemd en wordt eveneens uitgesloten dat in de toekomst ooit weer winning uit het Groningenveld zal plaatsvinden. Artikel V, onderdeel C (vervallen artikelen 52d, 52e, 52f, 52h en 52i) Door m iddel van dit onderdeel wordt beoogd alle artikelen te laten vervallen die zien op de fase dat er nog gas uit het Groningenveld wordt gewonnen.

Deze artikelen zijn im m ers niet m eer nodig als het Groningenveld wordt gesloten. Artikel V, onderdeel D (wijziging artikel 52g) In artikel 52g is tot op heden een op de winning uit het Groningenveld toegespitste set aan zorgplichten opgenomen. Met het definitief einde van de gaswinning, dient ook deze bepaling te worden aangepast. Artikel 52g wordt opnieuw vastgesteld. De zorgplicht na beëindiging van de winning, die thans is opgenomen in het derde lid van artikel 52g, blijft uiteraard behouden en wordt opgenomen in het voorgestelde eerste lid. Daarnaast wordt voorzien in een verplichting om na beëindiging van de winning m etingen te verrichten m et daarbij behorende analyses. Deze m etingen dienen om inzicht te krijgen in de ontwikkeling van de seism iciteit, de verwachte bodembeweging en risico’s die daarm ee gepaard gaan. Deze verplichting kom en voor het Groningenveld boven op de algemene m eetverplichtingen bij of krachtens artikel 41 van de Mijnbouwwet.

In het voorgestelde derde lid is voorzien in de m ogelijkheid dat een andere partij dan de (laatste) houder van de winningsvergunning Groningenveld in opdracht van de Minister de hiervoor bedoelde analyses verricht. De (laatste) vergunninghouder is in dat geval gehouden alle voor die analyses benodigde gegevens te verstrekken aan de partij die de analyses verricht. In het voorgestelde vierde lid is voorzien in een grondslag om bij m inisteriële regeling eisen te stellen aan de m etingen en de analyses, alsm ede over de frequenties daarvan. Daarnaast worden regels gesteld over de te verstrekken gegevens door de (laatste) vergunninghouder, ingeval een andere partij de analyses in opdracht van de Minister verricht. Artikel V, onderdelen E, F, G, H (wijziging artikelen 105, 122a, 125, 127) In deze onderdelen worden de adviestaken van respectievelijk de Mijnraad, TNO en SodM m et betrekking tot besluitvorming over te verlengen dan wel nieuw vast te stellen operationele strategie geschrapt. In fase II wordt er geen gas m eer gewonnen uit het Groningenveld en komt dus ook de besluitvormingsprocedure met bijbehorende adviestaken te vervallen. In onderdeel G vervalt voorts de verwijzing naar de (verlengde of vastgestelde) operationele strategie ten behoeve van het overzicht dat de Minister tweejaarlijks aan de Staten -Generaal zendt.

Artikel V, onderdeel I (vervallen artikel 167c) Dit onderdeel schrapt artikel 167c uit de Mijnbouwwet. Ten tijde van de Wet m inim aliseren gaswinning Groningenveld is dit artikel ingevoegd als een overgangsvoorziening. Dit artikel bepaalde dat voor de besluitvorming voor het gasjaar 2019-2019 rekening kon worden gehouden m et de speciale positie van het Groningenveld. Op dit m anier kon bij het instemmingsbesluit met het winningsplan van de vergunninghouder de afweging tussen de benodigde hoeveelheid gas die nodig is uit het Groningenveld en de het veiligheidsbelang en maatschappelijk belang zoals die in het wetsvoorstel zijn opgenomen, vooruitlopend op inwerkingtreding van het nieuwe kader toch alvast worden gemaakt. Wijziging overige wetten fase II Artikel VI (wijziging Algemene wet bestuursrecht) en Artikel VII (wijziging Wet op de economische delicten) Via deze artikelen worden de verwijzingen naar de specifieke artikelen uit de Mijnbouwwet die refereren aan de gaswinning uit het Groningenveld geschrapt uit de Algemene wet bestuursrecht en de Wet op de economische delicten. Met het ingaan van fase II vervallen im m ers de betreffende artikelen van de Mijnbouwwet. Artikel VIII (bepaling over de inwerkingtreding) In dit artikel is opgenomen dat de inwerkingtreding van de voorgestelde wijzigingen bij koninklijk besluit zal geschieden.

Dit m oment kan voor verschillende onderdelen verschillend worden vastgesteld, Op deze m anier is het m ogelijk om fase 1 en fase 2 na elkaar van kracht te laten worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12746401/1