CConstaterende datMidden-Groningen
Koppel je AI →
Document · PDF

260604-02 Kennisdocument Werkende inwoners met geldnood

Raadsvergadering 4 juni 2026, gemeente Midden-GroningenBij agendapunt: Ingekomen stukken van burgers en instanties11.889 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Kennisdocument Wat kunnen gemeenten doen voor werkende inwoners met geldnood? Handreiking voor gemeenten over het vinden en ondersteunen van werkende inwoners met geldnood via samenwerking met werkgevers en SUN-noodhulpbureaus.

Stichting Urgente Noden (SUN) Nederland Seinstraat 22, 1223 DA Hilversum info@sunnederland.nl | www.sunnederland.nl

Voorwoord SUN-noodhulpbureaus ondersteunen mensen in urgente nood met een gift of renteloze lening als zij nergens anders meer terecht kunnen. Dat doen zij op basis van het besteedbaar inkomen van een persoon met geldnood, ook als deze inkomen heeft uit werk. Het is voor gemeenten vaak een uitdaging om deze doelgroep te vinden, te ondersteunen of om preventief iets voor deze werkende inwoners met geldnood te betekenen. Werkgevers zijn voor een gemeente een logische ‘vindplaats’ als het gaat om het contact met werkende inwoners. SUN Nederland en de SUN-noodhulpbureaus kunnen een rol spelen in flankerend beleid voor gemeenten die de samenwerking willen aangaan met lokale werkgevers om werknemers met urgente noden te steunen.

Dion kan met renteloze lening mondzorg betalen en zijn baan behouden - Casus SUN-noodhulpbureau Dion (43 jaar) heeft een baan en kan zijn vaste lasten net dekken. Hij kampt al geruime tijd met ernstige gebitsproblemen, maar heeft geen geld kunnen sparen om tandartskosten te betalen. Zijn gebit veroorzaakt niet alleen pijn, maar brengt ook zijn werk in gevaar. Zijn werkgever vindt Dion namelijk niet meer representatief voor het bedrijf bij klantcontacten en overweegt afscheid van hem te nemen. Hierover praat Dion met een maatschappelijke werker, die een renteloze lening voor mondzorg aanvraagt bij het SUN-noodhulpbureau, omdat deze kosten in de betreffende gemeente niet vallen onder de bijzondere bijstand. De aanvraag wordt toegekend, waardoor Dion met spoed een afspraak kan maken voor een tandheelkundige behandeling. Hierdoor wordt verdere achteruitgang van zijn gebit en gezondheid voorkomen en kan hij zijn werk behouden. Het geeft hem bovendien weer zijn zelfvertrouwen terug nodig om zijn huidige werk goed te kunnen doen, maar ook goed voor het opnieuw opbouwen van zijn sociale contacten. Vanuit zijn salaris kan Dion de renteloze lening terugbetalen, waardoor SUN weer anderen een renteloze lening kan verstrekken.

Wat verstaan wij onder geldzorgen en urgente noden bij werknemers?

Uit onderzoek blijkt dat één op de zes werkenden aan het eind van de maand te weinig geld overhoudt. De term ‘geldzorgen’ verwijst naar de subjectieve ervaring van een werknemer dat deze zich zorgen maakt over geld en financiën. Geldzorgen ontstaan bijvoorbeeld door het tekortschieten van inkomen, een verandering in het inkomen als gevolg van een levensgebeurtenis (bijvoorbeeld een scheiding of ziekte) of het ervaren van een gebrek aan controle over de financiële situatie. Deze zorgen kunnen leiden tot mentale gezondheidsproblemen, maar ook tot stress, angst en piekeren, schaamte en het gevoel van sociale uitsluiting. Door de financiële situatie kunnen bij werknemers vervolgens urgente noden ontstaan: situaties waarin geldnood een rol speelt en zij onmiddellijk financiële hulp nodig hebben, terwijl er geen financiële middelen of voorzieningen voor handen zijn om hun problemen op te lossen.

Urgente noden bij alle type werkenden

Alhoewel mensen met geldnood zichzelf niet snel zullen identificeren als ‘werkende armen’ is dit wel een term die in de praktijk vaak gehanteerd wordt. Deze groep is vooral te vinden in sectoren waar veel werknemers werken met lage lonen en kwetsbare, flexibele arbeidscontracten. Uit de praktijk weten we dat een gezin met één parttime werkende kostwinner met een minimumloon vaak moeilijk rond kan komen. Maar ook medewerkers met een hoger inkomen kunnen met urgente noden te maken krijgen, bijvoorbeeld door levensgebeurtenissen zoals een scheiding, ziekte of een bestedingspatroon dat niet (langer) past bij het inkomen.

Werkenden maken minder gebruik van hulp

Werkenden met urgente noden maken minder vaak gebruik van het (vaak lokale) hulpaanbod dat er voor hen is. Dit wordt ook benoemd in het Nationaal Programma Armoede en Schulden van het ministerie van SZW, waarin de ambities van het Rijk op dit gebied verwoord staan. Er is om die reden meer inspanning nodig om ervoor te zorgen dat de groep werkenden met geldnood beter in beeld komt en daadwerkelijk ontvangt waar zij recht op heeft.

Wat is het doel van dit Kennisdocument?

Eén van de manieren om werknemers met urgente noden beter te bereiken is via werkgevers en werkgeversorganisaties. Met dit Kennisdocument willen we gemeenten voorzien van kennis die SUN Nederland en lokale SUN-noodhulpbureaus op dit gebied hebben. We delen welke goede voorbeelden van gemeentelijk beleid we in het land zijn tegengekomen en op welke manier een SUN-noodhulpbureau hierbij van toegevoegde waarde voor werkende inwoners met geldzorgen kan zijn. Om ook werkgevers te inspireren hebben wij ook voor hen een Kennisdocument geschreven over de manier waarop zij werknemers met geldnood kunnen herkennen en ondersteunen en op welke manier de gemeente en noodhulpbureaus daarbij met hen kunnen samenwerken. Het Kennisdocument dat nu voor u ligt is in eerste aanleg bedoeld voor beleidsadviseurs en projectleiders van gemeenten die samenwerking willen opzetten met werkgevers. Het bevat kennis en praktische tips over hoe u als gemeente werkgevers kunt vinden, motiveren en ondersteunen die van betekenis willen zijn voor werknemers met urgente noden. Wij hopen dat u na het lezen van dit Kennisdocument meer handvatten heeft om vanuit de gemeente de samenwerking met werkgevers en noodhulpbureaus op te zoeken en om hierbij ook gebruik te maken van de kennis en inzichten die de lokale noodhulpbureaus op dit gebied hebben.

Mocht er in uw gemeente geen SUN-noodhulpbureau actief zijn, dan kan dit Kennisdocument wellicht aanleiding vormen om er één met ons te starten of om aan te sluiten bij een noodhulpbureau in de regio. Mocht u zelf andere goede voorbeelden kennen laat het ons dan vooral weten, zodat we deze kunnen opnemen in een volgende editie. Zo kunnen wij samen ervoor zorgen dat steeds minder mensen in Nederland te maken krijgen met urgente noden en dat zij de steun kunnen krijgen die zij zo hard nodig hebben. Samen maken we het verschil! Nathalie Boerebach Directeur SUN Nederland

Inhoud 1. Waarom werkende inwoners weinig gebruikmaken van inkomensondersteuning

5

2. Rol van gemeenten: werkgever als vindplaats

8

1.1 Oorzaken onderbenutting 1.2 Onderlinge verschillen bij gemeenten 1.3 Noodhulpbureaus kunnen ondersteunen

2.1 Directe toegang 2.2 Belang voor werkgevers 2.3 Wat kan uw gemeente voor werkgevers betekenen bij werknemers met geldnood? 2.4 Kennisdocument voor werkgevers

5 6 6

8 8 9 9

3. Welke werknemers hebben geldzorgen?

10

4. Wat doen werkgevers zelf en welke belemmeringen komen zij tegen?

14

5. Praktische tips om samen te werken met werkgevers

16

6. Tot slot

25

3.1 Werkende armen 3.2 Kwetsbare groepen 3.3 Werknemers met schulden

4.1 In welke fase zijn werkgevers actief? 4.2 Verschil grote en kleine(re) werkgevers 4.3 Belemmeringen bij werkgevers 4.4 Barrières en kansen

5.1 Tips om in contact te komen met werkgevers 5.2 Welke vorm van benadering?

10 11 13

14 14 15 15

16 16

Bijlagen 1. 2. 3. 4.

Samenvatting voor werkgevers: Hoe herken en ondersteun ik als werkgever mijn werknemers met geldnood? De risico’s op het ontstaan van geldnood per kwetsbare groep Overzicht van zelfstandige organisaties en samenwerkingsverbanden Noten

26 28 29 30

SUN Nederland • Kennisdocument Werkende inwoners met geldnood | Handreiking voor gemeenten

1. Waarom werkende inwoners weinig gebruikmaken van inkomensondersteuning Uit onderzoek van het Nibud onder werkenden blijkt dat mensen die werken en een laag gezinsinkomen hebben, niet optimaal gebruikmaken van inkomensondersteunende voorzieningen (minimaregelingen). Het gaat dan bijvoorbeeld om voorzieningen vanuit de landelijke overheid, zoals de zorg- of huurtoeslag. Maar ook om gemeentelijke voorzieningen als de bijzondere bijstand, de individuele inkomenstoeslag, Stadspas of een kindregeling (bijvoorbeeld een laptop voor school, een fiets of contributie voor de sportvereniging). Maar vijf procent van de respondenten bleek gebruik te maken van deze gemeentelijke voorzieningen.1 Soms wíllen werkenden die niet kunnen rondkomen wel gebruikmaken van voorzieningen, maar voldoen zij niet aan de precieze inkomensen vermogenseisen die voor deze lokale minimaregelingen gelden. Omdat gemeenten onderling verschillende regels gebruiken en de spelregels ook per regeling kunnen variëren, is het voor werkenden met geldnood ook lastig om goed te bepalen op welke regelingen zij recht hebben.

1.1 Oorzaken onderbenutting Oorzaken van een laag gebruik van inkomensondersteuning door werkenden zijn: Veel werkenden weten niet dat de ondersteuning ook voor hen bedoeld is. Zelfs als werkenden weten dat ze recht hebben op ondersteuning, vragen ze die vaak niet aan. Redenen zijn onder andere schaamte, wantrouwen, slechte ervaringen, te ingewikkelde regels, angst voor terugbetaling en een aanbod dat niet goed aansluit. Vooral de angst voor terugvordering is groot. Ook speelt een negatief beeld over het ontvangen van geld van de sociale

• •

•

dienst een rol, vooral bij ouderen en werkenden.2 Is een aanvraag voor de ene regeling afgewezen, dan denken mensen vaak dat zij ook geen recht op andere voorzieningen hebben, terwijl de criteria per regeling kunnen verschillen.

SUN Nederland herkent bovenstaand beeld. In de praktijk besteedt de bureaucoördinator van een noodhulpbureau veel tijd aan het doorverwijzen van hulp- en dienstverleners naar bestaande voorzieningen. De SUN-bureaucoördinatoren worden beschouwd als een ‘levende sociale kaart’ en hebben veel parate kennis in huis. Noodhulpbureaus zien daarnaast in aanvragen regelmatig terug dat mensen geen (overheids)regelingen durfden aan te vragen, zoals bij het Noodfonds Energie. Hierdoor troffen hulp- en dienstverleners diverse gezinnen waar de verwarming laag stond en de huiskamer extreem koud was (met allerlei gezondheidsklachten tot gevolg). De gezinnen gaven aan dat zij bang waren voor terugvorderingen, of zij wilden niet dat hun situatie bekend werd bij de gemeente uit angst voor mogelijke consequenties. Bijvoorbeeld dat de aanvraag voor een energiebijdrage zal leiden tot het feit dat de kinderen uit huis geplaatst worden, omdat de ouders blijkbaar niet in staat zijn het huis fatsoenlijk te verwarmen en dus kennelijk niet goed voor de kinderen kunnen zorgen. Ook zien de noodhulpbureaus mensen die vergeten zijn wijzingen in hun situatie door te geven vanwege complexe procedures, waardoor er financiële problemen ontstaan. Deze categorie mensen met urgente noden wil niet nog een tweede keer in de problemen komen en ziet dan maar helemaal af van beschikbare voorzieningen.

Voor een hulp- of dienstverlener vergt het dan de nodige gesprekken en overredingskracht om toch samen een noodhulpaanvraag te doen en zo nieuw perspectief te bieden.

5

SUN Nederland • Kennisdocument Werkende inwoners met geldnood | Handreiking voor gemeenten

1.2 Onderlinge verschillen bij gemeenten Gemeenten hebben onderling afwijkende voorzieningen en voorwaarden, dat kan SUN Nederland ook terugzien in het Datadashboard Urgente Noden. Dit is een online instrument waarin de noodhulpbureaus op landelijk niveau de door hulp- en dienstverleners ingediende aanvragen bundelen, waardoor relevante (geanonimiseerde) inzichten ontstaan die gemeentelijk beleid helpen verbeteren. Worden in de ene gemeente wasmachines en ID-kaarten vergoed, in de andere is men ervoor afhankelijk van een gift van het SUNnoodhulpbureau. Ook is er tussen gemeenten verschil in de toekenning van bijzondere bijstand: in sommige gevallen wordt de hulp vlug geregeld en kan er veel in de vorm van een schenking, in andere gemeenten zijn de procedures traag of is alleen leenbijstand mogelijk. Hulp- en dienstverleners vinden het afsluiten van zo’n lening vaak onwenselijk, zeker als er al schulden zijn in het betreffende huishouden. SUN Nederland bracht eerder al het Kennisdocument ‘De inzet van regelvrije budgetten bij gemeenten’ uit, waarin we dieper ingaan op de mogelijkheden, overeenkomsten en verschillen tussen gemeentelijke maatwerkbudgetten en SUN-noodhulp.

Gekscherend wordt het onderlinge verschil in gemeentelijk armoedebeleid ook wel eens ‘de echte postcodeloterij’ genoemd: op welk voorzieningenniveau een inwoner kan rekenen hangt af van het postcodegebied waar iemand woont in Nederland. Volgens de commissie Sociaal Minimum (een onafhankelijke adviescommissie die in 2024

vaststelde wat mensen in Nederland minimaal nodig hebben om rond te komen en om volwaardig mee te doen in de samenleving) kan de plek waar iemand woont zelfs honderden euro’s per maand aan inkomen schelen. Het Datadashboard Urgente Noden kan SUN Nederland dus niet als landelijke benchmark gebruiken omdat het beleid overal zo anders is en de lokale context steeds bepaalt welke mogelijkheden er zijn om urgente noden te lenigen. Maar wel als instrument om bij te dragen aan relevante inzichten, beleidsverbetering en systeemverandering.

1.3 Noodhulpbureaus kunnen ondersteunen SUN-noodhulpbureaus zijn actief in ruim 100 gemeenten in Nederland. Zijn er geen voorliggende voorzieningen aanwezig, zijn deze al benut of kunnen zij niet op tijd worden toegekend? Dan kan een inwoner met urgente noden terecht bij een SUN-noodhulpbureau via een aanvraag van een hulp- of dienstverlener. Dit geldt ook voor alle werkenden met urgente noden. Een noodhulpbureau weegt de aanvragen namelijk aan de hand van het besteedbaar inkomen, dus wat er daadwerkelijk aan financiële middelen overblijft als alle vaste lasten zijn betaald. Zowel mensen met een inkomen uit een uitkering of uit werk kunnen via een hulpof dienstverlener een aanvraag doen. En voor werkenden geldt dat zowel degenen met een laag als met een hoog inkomen in aanmerking komen voor ondersteuning als zij nergens anders terecht kunnen en er sprake is van urgente noden. Verleende noodhulp bestaat onder meer uit ondersteuning met een gift of renteloze lening voor voedsel, leefgeld, kleding, huur- en energiekosten. Een ondernemer in tijdelijk zwaar weer, een productiemedewerker met een financieel probleem, een alleenstaande moeder die niet rond kan komen terwijl zij twee banen heeft, of een MT-lid van een organisatie die door een recente echtscheiding met geldnood te maken heeft: allemaal kunnen

6

SUN Nederland • Kennisdocument Werkende inwoners met geldnood | Handreiking voor gemeenten

zij in aanmerking komen voor SUN-noodhulp. Ook als mensen vanuit een uitkeringssituatie of een opleiding een baan krijgen, kunnen de noodhulpbureaus ondersteunen met bijvoorbeeld de aanschaf van passende werkkleding, vervoer, laptops of benodigde werkmaterialen. Ook wanneer er sprake is van (plotseling) baanverlies en de uitkerende instantie niet meteen een uitkering verstrekt, waardoor er tijdelijk geen geld is om van te leven. Soms geven de noodhulpbureaus, op aanvraag van de gemeente, een voorschot op een uitkering, dat later door de gemeente aan het SUN-noodhulpbureau wordt terugbetaald als de besluitvorming heeft plaatsgevonden en de uiteindelijke beschikking is afgegeven. Vaak overlegt de SUN-bureaucoördinator eerst met de aanvrager voordat een aanvraag wordt ingediend. Coördinatoren zien dat hulp- en dienstverleners regelmatig van baan veranderen, of niet opgeleid zijn in financiële vraagstukken, waardoor zij niet altijd even goed weten welke regels en voorzieningen er zijn voor hun cliënten met urgente noden. SUN-

noodhulpbureaus besteden daarom ook veel tijd aan voorlichting en doorverwijzing naar bestaande voorzieningen en dragen daarmee bij aan een grotere bekendheid, een beter bereik en benutting van bestaande (minima)regelingen. Een SUN-noodhulpbureau kan voor een gemeente waardevolle actuele input leveren voor beleid doordat het noodhulpbureau met zijn data inzicht kan geven in de lokaal ontvangen, toegekende of afgewezen aanvragen. Bovendien kan het noodhulpbureau deze gegevens vergelijken met andere gemeenten met een SUN-noodhulpbureau. Noodhulpbureaus hebben daarom regelmatig lokaal overleg met ambtenaren en wethouders als het gaat om urgente noden bij inwoners, terwijl SUN Nederland deze rol op nationaal niveau vervult en de inzichten omzet in agendasetting en pleitbezorging. De organisaties maken impact doordat zij enerzijds bijdragen aan verbeteringen in beleid en zorgen voor systeemverandering en anderzijds doordat zij heel concreet situaties van mensen met urgente noden verzachten, stabiliseren en doorbreken.

7

SUN Nederland • Kennisdocument Werkende inwoners met geldnood | Handreiking voor gemeenten

2. Rol van gemeenten: werkgever als vindplaats Als u zich als gemeente wilt richten op werkende inwoners met geldnood dan is de eerste stap om plekken in kaart te brengen waar zij vaak komen, de zogenaamde relevante vindplaatsen. Vanzelfsprekend behoren de lokale werkgevers daartoe. Wanneer de gemeente een samenwerking met deze werkgevers aangaat, kan dat ervoor zorgen dat zij geldzorgen en urgente noden onder hun medewerkers leren herkennen, bespreken en dat zij het lokale hulpaanbod (nog beter) leren kennen en werknemers hiernaar doorverwijzen. Andere fysieke vindplaatsen zijn bijvoorbeeld maatschappelijke- of uitzendorganisaties en plekken waar zij bijeenkomen voor vervoer (Flixbus bij arbeidsmigranten), vertier (café, buurthuis) of boodschappen.

2.1 Directe toegang

Marcus en Judith krijgen supermarktbonnen en hulp van schuldhulpverlener - Casus SUN-noodhulpbureau Marcus (52 jaar) en Judith (51 jaar) zijn in gemeenschap van goederen getrouwd. Zij hebben samen een koopwoning. Ze werken allebei, maar hebben schulden en betalingsachterstanden. Het gezin kwam naar voren uit gegevens van de ‘vroegsignalering’ vanuit de gemeente, waarna een schuldhulpverlener aan het echtpaar is gekoppeld. Er is ook sprake van loonbeslag op het inkomen van Marcus. De beslagvrije voet is daarbij alleen verkeerd berekend door de deurwaarder, waardoor er nu te veel loon wordt ingehouden. Hierdoor kan het echtpaar aan het eind van de maand niet rondkomen. Om de periode van de te hoge beslaglegging te overbruggen vraagt de schuldhulpverlener bij SUN tijdelijke verlichting aan in de vorm van supermarktbonnen. Het SUN-

Werkgevers staan in direct contact met werkenden en kunnen hierdoor op de werkvloer waarschuwingssignalen opvangen die duiden op geldzorgen en urgente noden. Denk bijvoorbeeld aan signalen als loonbeslag, vragen om een voorschot of extra werkuren, etc. Meer informatie over alle signalen die bij werknemers kunnen wijzen op geldzorgen is te vinden in de signaalcheck van Wijzer in Geldzaken, een initiatief van het ministerie van Financiën. Bijgaand voorbeeld illustreert op welke wijze een werkgever kan samenwerken met een SUNnoodhulpbureau, om zo het verschil te maken voor een werknemer met geldnood.

noodhulpbureau kent deze toe om het gezin rust te geven, wetende dat de schuldhulpverlener alles in het werk zal stellen om de situatie recht te zetten bij de deurwaarder.

2.2 Belang voor werkgevers Werkgevers zullen eerder betrokken raken als ze begrijpen hoe geldproblemen van werknemers kunnen leiden tot persoonlijk leed, verzuim, productiviteitsverlies en verloop. Werknemers met geldzorgen blijken namelijk gemiddeld zeven dagen 3 extra ziek te zijn per jaar en 20% minder productief. Het Nibud heeft berekend dat een medewerker met schulden de werkgever gemiddeld € 13.000,- per jaar kost (door verwerking loonbeslagen, verhoogd ziekteverzuim en productiviteitsverlies). Kortom: werkgevers hebben er ook zelf belang bij om geldnood tegen te gaan.

8

SUN Nederland • Kennisdocument Werkende inwoners met geldnood | Handreiking voor gemeenten

2.3 Wat kan uw gemeente voor werkgevers betekenen bij werknemers met geldnood? U kunt als gemeente de werkgevers die nog niet met de financiële gezondheid van hun medewerkers bezig zijn of daarmee een begin willen maken, motiveren om met het thema ‘geldnood’ aan de slag te gaan en hen de benodigde kennis hiervoor aanreiken. Als gemeente kunt u aan werkgevers uitleggen welke opties er zijn om hun werknemers met urgente noden te ondersteunen en welke voorzieningen er zijn binnen uw gemeente waar een werknemer gebruik van kan maken. Maar voordat een werkgever een werknemer kan steunen met of doorverwijzen naar passende hulp, moeten leidinggevenden eerst de signalen van financiële problemen kunnen herkennen. Ook moeten zij weten hoe zij het gesprek hierover aangaan en weten welke lokale hulpmogelijkheden er zijn voor hun werknemers.4

2.4 Kennisdocument voor werkgevers Over het signaleren en ondersteunen van medewerkers met geldnood of de wijze waarop een werkgever dit thema het beste kan bespreken met werknemers, is veel landelijke informatie beschikbaar. Deze kennis hebben wij gebundeld en verrijkt met kennis, informatie en praktische tips over urgente noden en de werking van SUNnoodhulpbureaus en bijeengebracht in een apart Kennisdocument voor werkgevers (zie website SUN Nederland). De samenvatting met praktische tips voor werkgevers hebben we opgenomen in bijlage 1. Deze bijlage kunt u vanuit de gemeente gebruiken om werkgevers te motiveren, informeren en te ondersteunen. Hierin staat onder andere:

• Welke signalen kunnen duiden op geldzorgen en •

urgente noden bij werknemers? Hoe maak je als werkgever geldnood bespreekbaar?

• Hoe bied je als werkgever concrete hulp en naar • •

wie verwijs je door? Wat kun je doen qua preventief beleid en wat zijn risicogroepen? Hoe kan een werkgever samenwerken met en bijdragen aan een SUN-noodhulpbureau?

Hoe het hulpaanbod er in uw gemeente uitziet voor inwoners met geldzorgen, weet u zelf het beste. Het gaat dan enerzijds om informatie over de lokale minimaregelingen, zoals de individuele inkomenstoeslag, waar ook werkenden met een laag inkomen gebruik van kunnen maken. Maar het gaat ook over de hulp die er is om financiële vaardigheden te vergroten, budgettrainingen te volgen, een goed gesprek te voeren, (nood)hulp te krijgen of troost te

vinden bij organisaties als Humanitas en het Leger des Heils of Schuldhulpmaatje, de Voedselbank, het Rode Kruis of de kerk. Of over een lokaal Formulierenteam voor werkende inwoners die moeite hebben brieven te begrijpen, regelingen aan te vragen of toegang tot schuldhulpverlening te verkrijgen. Het helpt een werkgever wanneer u dit lokale aanbod overzichtelijk op een rij zet (sociale kaart), bijvoorbeeld in de vorm van een korte flyer. Deze informatie kan een werkgever aanbieden aan zijn werknemers. In dit overzicht mag een SUNnoodhulpbureau niet ontbreken als deze binnen uw gemeente actief is. Een actueel overzicht van alle noodhulpbureaus staat op de landkaart op de website van SUN Nederland.

9

SUN Nederland • Kennisdocument Werkende inwoners met geldnood | Handreiking voor gemeenten

3. Welke werknemers hebben geldzorgen? Werkenden met geldzorgen komen voor in allerlei sectoren en in de meest uiteenlopende functies. Ook de oorzaken zijn divers. Dit kan bijvoorbeeld komen doordat zij te weinig verdienen in verhouding tot hun vaste lasten, geen partner hebben, een bestedingspatroon dat niet past bij hun inkomsten of door schulden.

3.1 Werkende armen Met de term ‘werkende armen’ wordt in het sociaal domein gedoeld op mensen die inkomen uit werk hebben, terwijl zij toch net op, boven of onder de armoedegrens leven. Dit betekent dat hun inkomen, ook al hebben zij werk, niet toereikend is om in hun basisbehoeften te voorzien. Ze hebben vaak te maken met financiële problemen en moeite om rond te komen, ondanks het feit dat zij werken. In aanvragen bij SUN-noodhulpbureaus komen

werkenden regelmatig voor omdat zij het, ondanks hun inkomen uit arbeid, vaak niet redden om de eindjes aan elkaar te knopen. Dit komt soms ook doordat zij door de hoogte van hun inkomen nét alle lokale inkomensregelingen voor mensen met een laag inkomen mislopen.

Sectoren

Belangrijke sectoren waar relatief veel werkende armen werken, staan in een artikel over werkende armen in Economievakblad ESB5 (2024) waarin ook onderstaande grafiek is opgenomen.

Kenmerken ‘werkende armen’

Als voorbereiding op het Nationaal Programma Armoede en Schulden, dat verscheen in juni 2025, is door het ministerie van SZW een verdiepende analyse uitgevoerd naar de groep werkenden met een inkomen onder of net boven de armoedegrens.

Aandeel ‘werkende armen’ per sector

10

SUN Nederland • Kennisdocument Werkende inwoners met geldnood | Handreiking voor gemeenten

In dit programma staan de volgende teksten:

• “Het valt op dat een groot deel van de werkenden

•

in armoede geen partner heeft en dat het risico op armoede ook hoger ligt bij werkenden met een lager opleidingsniveau en bij jongeren. Zestig procent van de werkenden in armoede is bijvoorbeeld alleenstaand of alleenstaande ouder. En hoewel het grootste deel van de werkenden in armoede tussen 25 en 45 jaar oud is, lopen werkenden tussen 18 en 25 jaar het grootste risico (4,6%) om arm te zijn.” “Werknemers in armoede werken relatief weinig uren, of slechts een beperkt aantal maanden per jaar. Zo werkt bijna 2 op de 5 werknemers in armoede minder dan 20 uur per week. En een kwart van de werknemers in armoede werkt 5 maanden per jaar of minder. Werkenden in armoede geven vaker dan gemiddeld aan dat zij meer uren willen werken.” 6

Uit onderzoek van de SER naar ‘werkende armen’ bleek dat zij vooral werken op oproepbasis of zonder vaste uren, met weinig uren of als zzp’er. Velen van hen werken in deeltijd of onregelmatig, dus niet het hele jaar door hetzelfde aantal uren. Uit het Datadashboard Urgente Noden van SUN Nederland en de noodhulpbureaus blijkt dat 75% van de aanvragen voor alleenstaanden met of zonder kinderen is.

Justine blijft werken dankzij leefgeld - Casus SUN-noodhulpbureau

Justine (43 jaar) is een alleenstaande moeder met drie kinderen. Zij werkt parttime. Haar inkomen wordt aangevuld met een bijstandsuitkering tot het sociaal minimum. Daarnaast krijgt ze enkele toeslagen. Ze heeft helaas geen financiële buffer kunnen opbouwen. In december ontvangt zij een nabetaling van haar werkgever. Hierdoor krijgt Justine in het nieuwe jaar vanaf januari te maken met een lagere uitkering door de gemeente en ook nog eens een navordering. Met deze verrekening heeft Justine totaal geen rekening gehouden en na de dure decembermaand kan zij dit ook niet zomaar opvangen. Op het moment dat de hulpverlener de aanvraag stuurt aan het SUN-noodhulpbureau staat er nul euro op haar bankrekening en weet ze niet meer hoe ze verder moet. Zelfs eten voor haar kinderen kan ze niet meer kopen. Door deze ellendige situatie kan zij het niet meer opbrengen om naar haar parttimebaan te gaan. Het SUNnoodhulpbureau kent leefgeld toe. Hierdoor kan Justine eten kopen voor haar gezin en gaat ze zelfs weer direct aan het werk.

3.2 Kwetsbare groepen Er zijn bepaalde groepen die extra kwetsbaar zijn en relatief vaak te maken hebben met geldnood. SUN Nederland komt in praktijk de volgende groepen tegen: 1. Laagbetaalde werknemers Zij verdienen het minimumloon of zitten net daarboven. Het inkomen is vaak niet genoeg om van rond te komen, zeker als er geen toeslagen of aanvullende inkomensbronnen zijn en er sprake is van deeltijdbanen. Denk aan schoonmakers, horecamedewerkers, pakketbezorgers, magazijnmedewerkers, thuishulpen of beveiligers. Hoewel deze functies vaak maatschappelijk onmisbaar zijn, liggen de lonen structureel laag. Veel mensen in deze functies werken parttime

11

SUN Nederland • Kennisdocument Werkende inwoners met geldnood | Handreiking voor gemeenten

of onregelmatig, wat het inkomen verder beperkt. Daarnaast hebben zij meestal weinig onderhandelingspositie over werktijden of loon. Als vaste lasten stijgen, zoals huur of energie, ontstaat snel financiële druk.

Moh kan blijven werken en inburgeren door leefgeld - Casus SUN-noodhulpbureau

2. Flexwerkers en uitzendkrachten Werknemers met nul-urencontracten, tijdelijke contracten, oproepbanen of werk via een uitzendbureau hebben vaak geen stabiel maandinkomen. Het aantal gewerkte uren fluctueert, net als hun salaris. Dit maakt het lastig om financiële verplichtingen te plannen, zoals huur of kinderopvang.

de taalbarrière geen rol speelt. Er zijn schulden

3. Alleenverdieners met zorgverantwoordelijkheid Bijvoorbeeld alleenstaande ouders of mantelzorgers die werken én zorg combineren. Vaak zijn zij gebonden aan deeltijdwerk vanwege schooltijden of zorgverplichtingen. Daardoor verdienen ze minder, terwijl de uitgaven juist hoog zijn vanwege kinderen of zorgkosten.

situatie eruitziet. Maar Moh zit nu acuut zonder

4. Jonge werknemers en starters Jongeren en net afgestudeerden hebben vaak tijdelijk werk en starten regelmatig met schulden (zoals studieschuld). Door de stijgende kosten van wonen, verzekeringen en levensonderhoud kunnen zij vaak moeilijk sparen of rondkomen.

Aziz kan opleiding en werk combineren door aanschaf fiets - Casus SUN-noodhulpbureau

Aziz is 18 jaar oud en heeft net zijn MBO-1 opleiding afgerond. Hij staat op het punt om te starten met zijn MBO-2 opleiding. Sinds kort heeft hij een bijbaan bij een bedrijf om bij te verdienen en zich verder te ontwikkelen. Om daar te komen moet hij 45 minuten lopen. Dat neemt te veel tijd in beslag op schooldagen. Het SUN-noodhulpbureau doet daarom een eenmalige gift van € 300,- voor een stevige fiets met verlichting en een goed slot. Zo kan Aziz zijn opleiding blijven volgen en combineren met zijn werk.

Moh komt uit Syrië, kent de Nederlandse taal

nog niet en moet een inburgeringscursus volgen. Hierdoor kan hij niet fulltime werken en komt hij alleen in aanmerking voor laagbetaald werk waar ontstaan en hij heeft een bewindvoerder gekregen. Moh heeft een zeer laag inkomen met een kleine aanvulling vanuit de uitkeringsinstantie. Zijn inkomsten uit arbeid zijn wisselend omdat zijn beschikbaarheid voor werk af en toe moeilijk te organiseren is vanwege zijn verplichte inburgeringstraject. De bewindvoerder is bezig om volledig inzichtelijk te krijgen hoe de financiële geld voor dagelijks levensonderhoud. Het SUNnoodhulpbureau kent € 250,- leefgeld toe ter overbrugging. Daardoor kan hij relevante betalingen en boodschappen doen en naar zijn werk en cursus blijven gaan.

5. Werknemers met gebrekkige taal- of digitale vaardigheden of beperkte zelfredzaamheid Sommige mensen hebben moeite met digitale vaardigheden, lezen en schrijven, of lopen tegen taal- en cultuurverschillen aan. Ook een licht verstandelijke beperking kan een rol spelen. Deze factoren maken het lastig om gebruik te maken van voorzieningen die juist bedoeld zijn om financiële problemen te voorkomen, zoals toeslagen of gemeentelijke regelingen. Mensen met een licht verstandelijke beperking (LVB) hebben hierin een dubbele kwetsbaarheid. Zij zijn doorgaans minder goed opgeleid en hebben vaker wisselend of laagbetaald werk. Zij zijn vaak onvoldoende financieel zelfredzaam omdat ze de risico’s en consequenties van het eigen handelen niet altijd overzien.

12

SUN Nederland • Kennisdocument Werkende inwoners met geldnood | Handreiking voor gemeenten

3.3 Werknemers met schulden De genoemde kwetsbare groepen lopen een groter risico op betalingsachterstanden en schulden. Maar er zijn ook andere groepen die in de schulden kunnen komen. Er zijn verschillende oorzaken waardoor werknemers schulden kunnen krijgen. Deze oorzaken zijn op een rij gezet in onderstaande tabel die afkomstig is uit interdepartementaal beleidsonderzoek.7

Samenhang armoede en schulden

Uit onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP)8 bleek dat armoede in ruim een kwart van de gevallen gepaard ging met problematische schulden. Dat betekent dat de overgrote meerderheid van de armen, bijna driekwart, geen problematische schulden had. Andersom bleek uit ditzelfde onderzoek, dat vijf op de zes mensen binnen de groep met een problematische schuld leeft boven de armoedegrens. Dit betekent dat ook mensen met een beter betaalde baan en een goed gezinsinkomen in de schulden kunnen belanden. In 2024 is er een nieuwe armoededefinitie ontwikkeld

door het CBS, SCP en Nibud. SUN Nederland was betrokken in de klankbordgroep van dit traject. Waar voorheen werd uitgegaan van gemiddelde uitgaven, worden bij de nieuwe armoedegrens de individuele uitgaven aan wonen en energie meegenomen. Huishoudens met relatief hoge woonlasten kunnen hierdoor nu wel als arm worden aangemerkt als er niet genoeg geld overblijft voor de andere noodzakelijke uitgaven. Daarnaast wordt vanaf nu gekeken naar het financieel vermogen waarover huishoudens beschikken. Op basis van deze nieuwe definitie die geleid heeft tot een nieuwe afbakening van de groep armen, heeft bijna 1 op de 3 armen problematische schulden.9 In deze nieuwe armoedemeting blijkt verder dat in vergelijking met 2018 relatief minder bijstandsontvangers en relatief meer werkenden arm waren. Arme werkenden komen doorgaans meer inkomen te kort dan arme bijstandsontvangers (23 tegen 6% in 2023). SUN Nederland vindt dat de armoededefinitie verder doorontwikkeld zou moeten worden, onder meer omdat nu bepaalde doelgroepen en schulden ontbreken in het model.

Oorzaken van problematische schulden bij werknemers Oorzaak

Toelichting

Voorbeeld

Overlevingsschulden

Vaste lasten structureel te hoog in

Uitkeringen te laag

Aanpassingsschulden

Gewijzigde levensomstandigheden

Scheiding, ontslag, failissement

verhouding tot inkomen

(life events leiden tot financiële problemen)

Overbestedings- en

compensatieschulden

Bureaucratische schulden

Genoeg inkomen om ‘normaal’ rond te komen, maar het

Impulsaankopen, verslavingen

uitgavenpatroon is te hoog Schulden die ontstaan doordat

mensen vergissingen maken bij het navigeren binnen de (overheids)

Terugvorderingen toeslagen en belastingen

bureaucratie

Bron: IBO-onderzoek ‘Problematische schulden, ‘Naar een beter werkende schuldenketen’, 2024.

13

SUN Nederland • Kennisdocument Werkende inwoners met geldnood | Handreiking voor gemeenten

4. Wat doen werkgevers zelf en welke belemmeringen komen zij tegen? Voordat u als gemeente naar werkgevers toe gaat, is het handig om iets meer te weten over wat werkgevers zelf al doen op het thema ‘geldzorgen van werknemers’.

4.1 In welke fase zijn werkgevers actief? Werkgevers kunnen actief zijn op het vlak van preventie, signalering, ondersteuning en nazorg. Uit onderzoek van Deloitte onder werkgevers in 2022 kwam naar voren dat de helft van de organisaties actief is in al deze fasen van de keten, zie de onderstaande figuur.10

4.2 Verschil grote en kleine(re) werkgevers Uit onderzoek van Panteia onder ruim 700 werkgevers kwamen verschillen naar voren in de hulp vanuit de werkgever aan werknemers met financiële problemen tussen grote werkgevers (meer dan 100 werknemers), middelgrote werkgevers (20-100 werknemers) en kleine werkgevers (minder dan 20 werkgevers). Grote werkgevers leren hun leidinggevenden aanzienlijk vaker dan kleine en middelgrote bedrijven om signalen te herkennen die duiden op financiële problemen bij werknemers.

Initiatieven van werkgevers

Bron: (On)zichtbare geldzorgen op de werkvloer. Een onderzoek naar het werkgeversperspectief op de financiële gezondheid van werknemers. Deloitte, VNO-NCW, Schuldenlab.

14

SUN Nederland • Kennisdocument Werkende inwoners met geldnood | Handreiking voor gemeenten

Zij hebben ook vaker afspraken gemaakt met externe partijen die werknemers met financiële vragen of problemen kunnen bijstaan. Verder hadden middelgrote en grote werkgevers vaker dan kleine bedrijven een sociaal bedrijfsfonds (meer daarover in het Kennisdocument voor werkgevers) om werknemers te helpen bij geldzorgen.11

4.3 Belemmeringen bij werkgevers

Barrières werkgevers

• Gebrek aan tijd om het gesprek met de werknemer te voeren • Onvoldoende financiële kennis • Niet goed weten hoe het gesprek te voeren • Eerst moeten investeren in een band met de werknemer • Juiste timing om het onderwerp aan te snijden • Schaamte van de werknemer • Hybride werken maakt het contact met werknemers minder persoonlijk

De belangrijkste belemmeringen voor werkgevers om medewerkers met geldzorgen te ondersteunen zijn: zorgen rondom privacy (AVG-wetgeving) en het gebrek aan inzicht in financiële problemen van hun medewerkers. In kleine organisaties worden de kosten voor de werkgever als grootste knelpunt ervaren.12 Uit onderzoek van de Hogeschool van Amsterdam kwam naar voren dat sommige werkgevers zich afvragen hoeveel zij kunnen en moeten investeren in het vergroten van kennis over geldproblemen en hulpverlening, die zij als specialistisch ervaren. Zij gaven aan: “Aan de ene kant moet je best veel kennis hebben om goed te kunnen signaleren en doorverwijzen en aan de andere kant komen niet alle HR-werknemers hier even goed aan toe, mede omdat het uiteindelijk toch niet helemaal de kerntaak van hun werk is. Ik zie wel eens opleidingen en cursussen voorbijkomen voor HR of leidinggevenden. Daar denk ik wel eens over na, maar dat is wel echt een hele investering om te doen voor die paar incidentele gevallen die ik hier uiteindelijk voorbij zie komen.”

4.4 Barrières en kansen

• Werknemers die in een andere gemeente wonen • Iedere gemeente heeft een ander netwerk aan partners

Aannames werkgevers

• Geld is een privéonderwerp • Geldzorgen is een moeilijk bespreekbaar onderwerp • Gevoelens van de werknemer: wat als je een signaal verkeerd ziet? • Onze collega’s hebben geen schulden • Werknemers gaan meer salaris vragen • Wat moet ik dan, als er meer speelt dan alleen geldgebrek?

Kansen werkgevers

• Door de hoge inflatie is het gemakkelijker om ‘neutraal’ te praten over geld • Leidinggevenden voorzien van kennis en tools • Geldzaken meenemen als onderdeel van vitaliteit en inzetbaarheid • Leidinggevende stimuleren om in gesprek te gaan • Loonbeslag vormt een concrete aanleding • Informatie over hulpaanbod meenemen in een personeelshandboek

De gemeente Zoetermeer heeft in een evaluatie van haar project ‘Vindplaats Verborgen Schulden’ de volgende barrières, aannames van werkgevers, maar ook kansen op een rij gezet:

• Inzet van een budgetcoach • Informate digitaal en anoniem bieden aan werknemers • Training volgen om bewustwording te verhogen

15

SUN Nederland • Kennisdocument Werkende inwoners met geldnood | Handreiking voor gemeenten

5. Praktische tips om samen te werken met werkgevers Op basis van ervaringen van een aantal gemeenten dat al langer samenwerkt met werkgevers op het thema geldzorgen, hebben we een aantal tips opgesteld voor gemeenten die een vergelijkbare samenwerking willen opstarten. De gemeente Zoetermeer heeft in 2024 bijvoorbeeld het project ‘Vindplaats Verborgen Schulden’ uitgevoerd en geëvalueerd. En de gemeente Amsterdam werkt via ‘sociaal werkgeverschap’ samen met werkgevers om geld- (en ook taalproblemen) op de werkvloer bespreekbaar(der) te maken en werknemers te informeren over gemeentelijke ondersteuning hierbij. Ook de gemeente Rijswijk is sinds begin 2025 bezig met het opzetten van een samenwerking met lokale werkgevers op het thema ‘geldzorgen van werknemers’.

5.1 Tips om in contact te komen met werkgevers Eén van de eerste vragen waar u vanuit de gemeente een antwoord op moet vinden is: hoe kom ik in contact met werkgevers? Een goede manier om in contact te komen met werkgevers is via bestaande werkgeversorganisaties. In vrijwel elke gemeente of regio bestaan één of meer organisaties waar bedrijven samenkomen, denk bijvoorbeeld aan een bedrijfsplatform, een ondernemersnetwerk of een samenkomst van werkgevers rondom een industriegebied of bepaalde thema’s. Vaak zijn er ook werkgevers die zich georganiseerd hebben rond het thema ‘sociaal werkgeverschap’ of ‘financiële zorgen’. Kijk bijvoorbeeld eens naar het voorbeeld van het MKB in Rotterdam Rijnmond. Een andere manier om in contact te komen met werkgevers is via collega’s die vanuit uw gemeente al contacten hebben met werkgevers. Denk bijvoorbeeld aan het werkgeversservicepunt,

UWV, collega’s van economische zaken, gebiedsontwikkeling of collega’s die zich bezighouden met social return on investment (SROI).13 Een SUN-noodhulpbureau kan mogelijk ook bijdragen aan inzichten of contacten door gedane hulpaanvragen te analyseren en de gemeente te informeren welk type werknemers of welke werkgevers uit de regio voorkomen in de aanvragen. U kunt ook proberen informatie in te winnen bij landelijke organisaties als AWVN, VNO-NCW, MKBNederland en de vakbonden. Ook per branche zijn er landelijke en soms ook regionale organisaties die u kunt bevragen. Denk bijvoorbeeld op landelijk niveau aan Koninklijke Horeca Nederland of Schoonmakend Nederland. In contact komen met zorgorganisaties kan bijvoorbeeld via de twaalf regionale werkgeversorganisaties in ‘zorg en welzijn’ die samenwerken in RegioPlus. Daarnaast ligt het in de rede om beleid te starten in samenwerking met zelfstandige organisaties en samenwerkingsverbanden die in opdracht van of namens uw gemeente werken, waardoor er voor u als gemeente een goed vertrekpunt is om beleid te ontwikkelen voor werknemers met urgente noden die er werkzaam zijn. Denk bijvoorbeeld aan de brandweer, een sociaal werkbedrijf of de jeugdzorg. Zie voor een overzicht bijlage 3 van dit document.

5.2 Welke vorm van benadering? U kunt als gemeente de beoogde werkgevers één-op-één benaderen en/of een bijeenkomst organiseren voor lokale organisaties over de aanpak van geldzorgen bij werknemers. Als het gaat om het bedrijfsleven kunt u een dergelijke bijeenkomst koppelen aan een bestaande

16

SUN Nederland • Kennisdocument Werkende inwoners met geldnood | Handreiking voor gemeenten

activiteit van een lokale ondernemersvereniging, daardoor wordt de drempel om te komen lager. Werk waar mogelijk ook samen met de Kamer van Koophandel. Laat bedrijven ook elkaar uitnodigen en/of vraag een lokale bank of verzekeraar om medewerking. Gebruik ook social media voor het vinden, benaderen en uitnodigen van bedrijven, bijvoorbeeld door op LinkedIn-ondernemersgroepen in de gemeente te adresseren. Bij een één-op-één benadering van werkgevers is een goede eerste ingang om te vragen naar het hoofd van de HR-afdeling. Deze zal zelf het gesprek willen aangaan, of u doorverwijzen naar bijvoorbeeld een HR-adviseur, het hoofd van de salarisadministratie of een vitaliteitsadviseur.

T ¡ p Motiveer werkgevers om zelf en op tijd (preventief) in actie te komen Financiële problemen zijn vaak omgeven door schaamte. Werknemers kunnen hun financiële

problemen als persoonlijk falen ervaren en praten er daarom zelden uit zichzelf over. De drempel om hulp te vragen is hoog. Naast de schaamte, zijn werknemers bang voor negatieve gevolgen op het werk, zoals confrontatie met vooroordelen, een slechtere beoordeling of bang dat er over hen gepraat wordt op de werkvloer.14 Schaamte Dit gegeven van ‘schaamte’ is voor iedere gemeentelijk beleidsadviseur op het thema armoede, wel bekend. Maar veel werkgevers zijn zich hier minder van bewust. Werkgevers verwachten vaak dat medewerkers uit zichzelf het gesprek erover zullen aangaan, maar uit de praktijk weten we dat dit nauwelijks gebeurt. Het is daarom van belang dat werkgevers zelf het initiatief nemen, bijvoorbeeld door het gesprek aan te gaan of anonieme hulpmogelijkheden aan te bieden. Dit is informatie die belangrijk is om als gemeente mee te geven aan werkgevers. Onderzoek van bureau Panteia

17

SUN Nederland • Kennisdocument Werkende inwoners met geldnood | Handreiking voor gemeenten

wijst uit dat werknemers die wél ondersteuning kregen van hun werkgever, hier overwegend positief op terugkijken. Dit benadrukt het belang van een proactieve aanpak, ook als werknemers in eerste instantie aangeven dat zij geen rol voor de werkgever zien.15

Guillermo krijgt renteloze lening voor auto - casus SUN-noodhulpbureau

T i p Start met bedrijven die mensen in dienst nemen vanuit een uitkering of met veel ‘werkende armen’ in dienst

een woning heeft gevonden in een vrij afgelegen

Guillermo (37 jaar) is door een recruiter gespot

als mogelijke arbeidskracht. Met zijn kennis en ervaring zou hij een mooie aanvulling voor het bedrijf kunnen zijn. Tijdens het sollicitatiegesprek komt naar voren dat hij onlangs gescheiden is en gebied. Om aan de slag te kunnen, heeft hij echt een auto nodig. Door de scheiding zit hij echter krap

De overstap van een uitkering naar werk is vaak ingewikkeld voor iemands financiële situatie. Daarom zijn werkgevers die vaak mensen uit een uitkering aannemen, belangrijke partners voor gemeenten. Het regionale Werkgeversservicepunt heeft al contacten met dergelijke werkgevers. Deze 35 Werkgeversservicepunten zijn een samenwerking van UWV, gemeenten en andere organisaties uit de regio.

bij kas en heeft hij geen geld om een auto aan te

Mensen in een uitkeringssituatie overzien vooraf niet altijd wat het betekent voor hun financiële situatie om aan het werk te gaan en welke compensatie ze daarvoor wel of niet krijgen, hierdoor ontstaan soms financiële problemen. Om dergelijke situaties voor te zijn is het goed wanneer u als gemeente via een hulpmiddel als WerkLoonT of de uitkeringnaar-werk-berekenaar van het Nibud mensen vooraf inzage geeft in wat de overstap naar werk financieel voor hen betekent. Ook is het van belang dat u als gemeente voorlichting geeft over wat een inwoner moet regelen als deze vanuit de uitkering gaat werken, zodat mensen bijvoorbeeld weten dat zij hun toeslagen moeten laten aanpassen.

verzekering te dragen. De auto betekent voor hem

Daarnaast vindt de eerste uitbetaling van het salaris niet altijd plaats op dezelfde datum waarop de uitkering werd betaald. Het zijn vaak de SUNnoodhulpbureaus die op zo’n moment een aanvraag ontvangen ter overbrugging van deze periode en de betreffende mensen voorzien van leefgeld, voeding, geld voor huur of andere noodzakelijkheden. Ook kennen de noodhulpbureaus regelmatig aanvragen toe als het vervoer naar een baan problematisch blijkt te zijn vanuit financieel perspectief.

schaffen. Deze auto stelt hem in staat om voor zijn eigen inkomen te zorgen en ook om zijn kinderen bij zijn ex te bezoeken. Door een renteloze lening vanuit het SUN-noodhulpbureau kan Guillermo een betaalbare tweedehandsauto aanschaffen. In overleg met zijn hulpverlener is namelijk vastgesteld dat hij door zijn werk financieel in staat zal zijn om de autokosten zoals benzine, APK, reparaties en niet alleen kans op deze nieuwe baan, maar ook kan hij dan zijn kinderen vaker zien. De renteloze lening kan hij vanuit zijn salaris in drie jaar bij het SUNnoodhulpbureau afbetalen. De werkgever zou later kunnen helpen om de lening af te lossen door een schenking, door inzet van het IKB-budget of forfaitaire ruimte voor dat doeleinde mogelijk te maken of door een bijdrage te doen vanuit een bedrijfsfonds. Op die manier kan SUN weer andere mensen met urgente noden een renteloze lening geven.

Sectoren met veel ‘werkende armen’ Werkgevers in de sectoren waar relatief veel ‘werkende armen’ werken, zullen sneller geïnteresseerd zijn in de ondersteuning van een gemeente op dit thema. Welke sectoren dat zijn, is te zien in het figuur op pagina 10 van dit Kennisdocument. Dat neemt overigens niet weg dat ook mensen met goed betaalde banen in financiële problemen kunnen komen. Zoals eerder vermeld, leeft vijf op de zes mensen binnen de groep mensen met een problematische schuld boven de armoedegrens.16

18

SUN Nederland • Kennisdocument Werkende inwoners met geldnood | Handreiking voor gemeenten

T i p Practice what you preach

Ook u als gemeente bent zelf een werkgever. En ook bij collega’s binnen uw gemeente kan er sprake zijn van geldnood. Als de eigen gemeente nog weinig actief is op het bespreken en ondersteunen van medewerkers met geldzorgen, ontwikkel dan daar eerst beleid voordat u van werkgevers verlangt dat ze met dit onderwerp aan de slag gaan.

T i p Geef goede voorbeelden

In diverse sectoren zijn voorbeelden van actieve werkgevers te vinden die al bezig zijn met het verminderen van geldzorgen, bijvoorbeeld in de schoonmaak, beveiliging, uitzendbureaus. Bedrijven die al wat verder zijn met deze materie, zijn vaak bereid andere werkgevers in hun regio hierover te informeren en te enthousiasmeren. Dit kan helpen om het thema hoger op de agenda te krijgen bij werkgevers. Goede praktijkvoorbeelden Goede praktijkvoorbeelden zijn te vinden op de site van de Nationale Coalitie Financiële Gezondheid. Dit is een coalitie van publieke en private organisaties die samen willen bouwen aan een financieel gezond Nederland. Een ander voorbeeld is de samenwerking van bedrijven in Brainport Eindhoven. Op de praktijkvoorbeeldenpagina van Financieel Fitte Werknemers, een initiatief van het platform Wijzer in geldzaken, staan online ook voorbeelden van actieve bedrijven door heel Nederland met een korte beschrijving van wat zij doen. Op deze website staan vooral voorbeelden genoemd van grote, maar soms ook van kleinere bedrijven.

T i p Werk niet alleen lokaal, maar ook regionaal

Een belangrijk aandachtspunt voor u als gemeente is dat veel werkgevers werknemers in dienst hebben uit meerdere gemeenten. Dit blijkt uit de ervaringen van zowel de gemeente Rijswijk, Amsterdam en Zoetermeer. De aanpak in Amsterdam is onderzocht door de Hogeschool van Amsterdam, waarin ook werkgevers zijn

geïnterviewd. Eén werkgever zei hierover: “Daar hebben we het met de buurtteamcontact­ persoon ook over gehad en iedereen (vanuit elke woonplaats) kan gewoon naar hem toe, dan verwijst hij eventueel wel door naar hulp in de juiste gemeente. Want als wij iets aanbieden dan moet het wel voor alle werknemers zijn.” Samenwerking met andere gemeenten De gemeente Rijswijk heeft dit opgelost door contact te zoeken met buurgemeenten die ook met dit thema bezig zijn en waar nodig, samen op bedrijfsbezoek te gaan. Het is dus zinvol, zeker als u een minder grote gemeente bent, om te informeren of andere gemeenten binnen uw arbeidsmarktregio (of buurgemeenten buiten de arbeidsmarktregio) ook met dit thema bezig zijn of aan de slag willen. Daarbij is het niet noodzakelijk om deze samenwerking vooraf te formaliseren. Elkaar concreet op de hoogte houden van de bezoeken aan werkgevers die gepland staan en soms samen optrekken in een bezoek aan een werkgever, kan al voldoende zijn. Het achteraf formaliseren van een dergelijke regionale samenwerking, kan dan mogelijk een volgende stap zijn. NSR en Geldfit Als gemeente doet u er goed aan om werkgevers ook informatie aan te reiken over het landelijke aanbod voor werknemers met geldzorgen of schulden vanuit de Nederlandse Schuldhulproute en Geldfit.

Dat is voor werkgevers met werknemers uit veel verschillende gemeenten handig en via deze landelijke kanalen komen werknemers weer uit bij lokale hulp waar nodig of mogelijk.

T i p Maak het werkgevers gemakkelijk

Een HR-afdeling, managementteam of een directielid heeft vaak wel interesse in het verminderen van geldnood bij het personeel, maar heeft in praktijk over het algemeen weinig tijd om actief op zoek te gaan naar informatie. Vooral kleinere werkgevers hebben meestal geen tijd om uit te zoeken welke mogelijkheden er zijn om werknemers met geldnood

19

SUN Nederland • Kennisdocument Werkende inwoners met geldnood | Handreiking voor gemeenten

te ondersteunen en bovendien verschilt het per gemeente welke hulp waar beschikbaar is. Bied daarom als gemeente werkgevers concrete kennis, hulp en activiteiten aan en help, indien mogelijk, ook bij het organiseren hiervan. Lever bijvoorbeeld artikelen aan voor nieuwsbrieven, regel een spreekuur op locatie, vertel over mogelijke samenwerking met een SUN-noodhulpbureau in de gemeente en over andere maatschappelijke organisaties en verwijs naar handige hulpmiddelen die landelijk al zijn ontwikkeld. Hierbij kan u als gemeente gebruikmaken van de praktische tips voor werkgevers die we hebben opgesteld, zie de bijlage 1. Eén vaste contactpersoon Uit onderzoek van het Nibud blijkt dat werkgevers vinden dat het samenwerken met de gemeente voor hen niet te ingewikkeld moet worden. Ze hebben

behoefte aan één contactpersoon, één loket en een (periodiek) overzicht met alle beschikbare tegemoetkomingen.18 Dit houdt het voor werkgevers overzichtelijk. Deze vaste contactpersoon kan dan weer doorverwijzen naar de hulp die mogelijk is voor een bepaalde werknemer in urgente noden, waaronder een aanvraag doen bij een SUNnoodhulpbureau. Juiste toon Voor succesvolle samenwerking is het als gemeente ook belangrijk om werkgevers op de juiste toon en met de juiste boodschap te benaderen: focus op oplossingen, voordelen en maatschappelijk rendement. Maak hierbij bijvoorbeeld gebruik van producten van Nibud voor werkgevers of publicaties van werkgeversorganisaties zoals VNO-NCW en MKB-Nederland.

20

SUN Nederland • Kennisdocument Werkende inwoners met geldnood | Handreiking voor gemeenten

T i p Werk vraaggericht en lever maatwerk

Wat een werkgever nodig heeft om medewerkers goed te kunnen ondersteunen, verschilt per organisatie. Denk aan factoren zoals het soort werk, de bedrijfscultuur, de grootte van het bedrijf en hoe het is ingericht.19 Daarom is het belangrijk dat u als gemeente in gesprek gaat met werkgevers en maatwerk levert. Zo kunt u samen kijken welke ondersteuning vanuit de gemeente past bij die specifieke situatie. Door regelmatig contact te houden, blijft de samenwerking goed afgestemd op de praktijk.

Toolkit gemeente Amsterdam

De afdeling Sociaal Werkgeverschap van de gemeente Amsterdam heeft een toolkit ontwikkeld met diverse communicatiematerialen en de mogelijkheid om op locatie spreekuren met hulpverleners aan te bieden. Een werkgever kan uit die toolkit een aanbod samenstellen dat past bij de eigen organisatie, daarbij op maat geadviseerd door een medewerker van de gemeente.

Sluit aan bij HR-thema’s Probeer als gemeente ook aansluiting te vinden bij HR-thema’s waar een werkgever al mee bezig is. Veel grotere werkgevers zijn bijvoorbeeld bezig met vitaliteitsbeleid met als doel het bevorderen van de fysieke en mentale gezondheid, welzijn en productiviteit van medewerkers. Het thema financiële fitheid sluit hier mooi bij aan. Bied maatwerk Een verschil zal zeker zichtbaar zijn tussen grote en kleine(re) werkgevers. Grotere werkgevers hebben meestal een grotere HR-afdeling met gespecialiseerde medewerkers, waardoor zij makkelijker de verantwoordelijkheid voor dit thema bij een HR-medewerker kunnen neerleggen. Ook richting werknemers is het van belang voor werkgevers om maatwerk te bieden. Dus u kunt aan werkgevers de tip meegeven om goed na te denken

over welke communicatiemiddelen zij inzetten per doelgroep en of schriftelijke communicatie wel past bij iedere doelgroep.

Uit onderzoek Sociaal Werkgeverschap:20

“Niet iedereen heeft hier een computer, of Teams en zo, dat is meer voor kantoorwerknemers, maar veel van deze werknemers zitten niet op kantoor. Die staan de hele dag op de vloer en gaan niet zo zeer een nieuwsbrief lezen of zo.”

Urenuitbreiding Bij sommige werkgevers werken veel werknemers in kleinere contracten, denk bijvoorbeeld aan de zorg. Landelijk werkt (over alle sectoren heen) bijna twee op de vijf werknemers in armoede minder dan 20 uur per week.21 Voor de groep werkgevers met

veel kleine contracten is urenuitbreiding zowel voor de werkgever én werknemer interessant, zeker met de huidige krapte op de arbeidsmarkt. Ook op dit punt kunt u als gemeente maatwerk leveren, door werkgevers voor wie dit interessant is, te wijzen op de WerkUrenBerekenaar van het Nibud. Hiermee kunnen werknemers het effect van meer uren werken berekenen, waarbij rekening wordt gehouden met de effecten op premies, toeslagen en belastingen. Werkgevers kunnen de WerkUrenBerekenaar op maat laten aanpassen voor de eigen organisatie. Leg aan de werkgever uit dat niet alle medewerkers zelf in staat zijn om deze berekenaar te gebruiken, maar bekijk samen met de werkgever of het mogelijk is hier hulp bij aan te bieden. Als iemand meer gaat verdienen door urenuitbreiding, kan dat ook van invloed zijn op het recht op lokale minimaregelingen. Hierdoor komt men soms net boven de gehanteerde gemeentegrens van 120 of 130% van het sociaal minimum uit, om in aanmerking te komen voor deze regelingen. Dit fenomeen komen noodhulpbureaus in praktijk vaak tegen. Helaas houdt de Werkurenberekenaar van het Nibud hier geen rekening mee, omdat de regelingen van gemeente

21

SUN Nederland • Kennisdocument Werkende inwoners met geldnood | Handreiking voor gemeenten

tot gemeente verschillen en het Nibud hier geen totaaloverzicht van heeft. Als gemeente dient u zich goed bewust te zijn van dit soort (ongewenste) effecten.

Averechts effect - Citaat van een SUN-bureaucoördinator

“Als werkgever moet u altijd goed afstemmen met een werknemer over financiële kwesties, zeker als de medewerker toeslagen en/of lokale inkomensondersteuning nodig heeft om rond te kunnen komen. Wij zien in aanvragen terug dat meer werken soms echt niet loont. Als een werknemer een inkomen heeft dat nét boven de norm ligt die een gemeente gesteld heeft voor het kunnen verkrijgen van extra lokale inkomensondersteuning, dan komt de werknemer daar niet meer voor in aanmerking. Het komt er dan in veel gevallen op neer dat een werknemer beter drie dagen kan werken dan vijf dagen, want als een werknemer onder de 120% bijstandsnorm kan blijven, komt deze in aanmerking voor alle gemeentelijke voorzieningen. Eigenlijk is dit een averechts effect en een ongewenste ontwikkeling”.

T i p Informeer werkgevers over mogelijke samenhang tussen financiële problemen en gebrek aan vaardigheden

Gebrek aan (digitale) vaardigheden, analfabetisme, laaggeletterdheid), cultuurverschillen, taalbarrières bij migranten en vluchtelingen, het hebben van een licht verstandelijke beperking. Al deze factoren maken het voor mensen moeilijk om op de juiste manier gebruik te kunnen maken van voorzieningen die kunnen voorkomen dat zij in financiële problemen terechtkomen, zoals toeslagen of het minimabeleid. Deze werknemers vinden het vaak lastig om brieven te begrijpen, formulieren in te vullen en digitale informatie te gebruiken. Daardoor maken ze vaker vergissingen binnen het navigeren in de lastige overheidsbureaucratie. Dit kan leiden tot stress en onzekerheid, wat het oplossen van geldproblemen 22 extra moeilijk maakt. De gratis app ‘Lees Simpel’ kan deze mensen via moderne computertechnologie helpen om brieven die zij moeilijk te lezen vinden om te zetten in begrijpelijk taal. Relatie met laaggeletterdheid Omdat er een taboe rust op problemen met lezen en schrijven, praten mensen hier niet over en proberen

22

SUN Nederland • Kennisdocument Werkende inwoners met geldnood | Handreiking voor gemeenten

ze deze problemen te verbergen. Uit onderzoek blijkt dat mensen met schulden relatief vaak moeite hebben met lezen en schrijven. Maar liefst de helft van de mensen met schulden heeft hiermee moeite, tegenover 18% in de totale Nederlandse bevolking.23 Dit betekent dat werkgevers die werknemers met schulden willen helpen, rekening moeten houden met dit risico op beperkte lees- en schrijfvaardigheden en hier aandacht aan moeten besteden.

ja, maar ik heb een verzekering in mijn eigen land.

LVB Werknemers met een licht verstandelijke beperking (LVB) hebben een dubbele kwetsbaarheid. Zij hebben in de regel weinig opleiding genoten en hebben meestal wisselend of laagbetaald werk. Zij zijn vaak onvoldoende financieel zelfredzaam omdat ze de risico’s en consequenties van het eigen handelen niet altijd overzien.24

De Stichting Lezen en Schrijven kan werkgevers ondersteunen in het verbeteren van financiële vaardigheden van werknemers. Zij hebben bijvoorbeeld een lespakket ontwikkeld dat specifiek gaat over financiële vaardigheden en basale zaken als verzekeringen en internetbankieren, in eenvoudig taalgebruik. Ook zijn er lokaal vaak cursussen beschikbaar van welzijnsorganisaties om aan digitale vaardigheden te werken.

Uit onderzoek Sociaal Werkgeverschap:25

“Drie werkgevers geven aan dat zij relatief

veel werknemers hebben die de (Nederlandse) taal niet goed machtig zijn en officiële brieven niet goed kunnen lezen. Ze zien het daardoor misgaan in het contact met instanties, zoals met de Belastingdienst en woningcorporaties. Zo ontstaan betalingsachterstanden.” Deels gaat het om arbeidsmigranten die vaak al tien of twintig jaar in Nederland wonen en werken, maar die hier blijven vastlopen in ‘het systeem’. Taallessen, vaak aangeboden op de werkvloer in samenwerking met de gemeente, helpen hierbij en worden heel dankbaar afgenomen. Maar er zijn veel belemmeringen die verdergaan dan een taalbarrière alleen. Het gaat ook om hoe de Nederlandse samenleving en verzorgingsstaat is georganiseerd. Een werkgever vertelt: “…Dat zie je bijvoorbeeld ook bij het CAK. Als mensen een bestuurlijke premie opgelegd krijgen omdat ze hun zorgverzekering niet betaald hebben, terwijl die verplicht is in Nederland. Dan denken ze:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16898156/1