247 1 Bijlage 1 Geactualiseerd Erfgoedprogramma 2020-2023
Tekst van het document
400.000
Kennisdeling archeologie en betrekken van archeologie bij planvorming.
Ntb (beperkte uitgave)
Minimaal 10 miljoen via cofinancieringeis op projectniveau van min. 50% Beschikbare middelen uit bestaande programma voor instandhouding 22 miljoen (Groot onderhoud) en cofinanciering eigenaren en fondsen Cofinanciering via Programma Groningen RCE en opgave ERL provincie Groningen Beschikbare middelen uit bestaande programma voor Erfgoedloket (880.000) Beschikbare middelen uit bestaande programma voor Erfgoedloket
Programma Aardbevingen en Erfgoed RCE
Minimaal 3 miljoen via cofinancieringseis op projectniveau van min. 50% Cofinanciering via programma Aardbevingen en Erfgoed RCE Minimaal 1 miljoen via cofinancieringseis van minimaal 50%
Gesprekken met ministerie BZK
Min. 2 miljoen via cofinanciering van min. 50% o.a. via onderwijs en marktpartijen, ministeries Min. 500.000 via cofinanciering van min. 50% o.a. via onderwijs en marktpartijen, ministeries Min. 450.000 via cofinanciering van min. 50% o.a. via onderwijs en marktpartijen, ministeries Min. 50.000 via cofinanciering via middelen uit bestaande programma voor instandhouding rijk, provincie en NCG
Ministerie OCW, BZK en EZK worden betrokken Ministerie OCW, BZK en EZK worden betrokken Ministerie OCW, BZK en EZK worden betrokken
Karakteristieke panden, begeleiding onderhoud toekomstbestendig Gerichte communicatie over karakteristieke panden; over kansen, verplichtingen, waarden, rechten, etc. Verbreden van dienstverlening aan eigenaren van karakteristieke panden door het Erfgoedloket.
Subsidieregeling(en) inrichten voor het onderhoud van karakteristieke panden en gemeentelijke monumenten. Onderzoek naar de toepasbaarheid (en het eventueel aanpassen) van de kaders mogelijkheden voor integrale kaders/handreiking. Inrichten van aanvullende financiële arrangement(en) en/of flexibiliseren van kaders Investeren in innovatie, vakmanschap en onderwijs Vertalen van de uitkomsten van het onderwijsonderzoek in een plan van aanpak voor kennis, innovatie, vakmanschap. Werkplaats en depot
Ntb (beperkte uitgave) Ntb (in gesprek met Erfgoedloket om te bepalen wat nodig is. Voor dienstverlening aan eigenaren rijksmonumenten ontvangt Erfgoedloket 220.000 per jaar) Circa 3 miljoen
Circa 1 miljoen
Circa 2 miljoen Circa 500.000
Bundelen van gegevens in een Erfgoedpaspoort of -archief.
450.000
Kennisdatabase opzetten in combinatie met het Erfgoedpaspoort.
50.000
Flexibel budget Onvoorzien Totaal:
2 miljoen 20 miljoen
Minimaal 2 miljoen 41.880.000
Programma Aardbevingen en Erfgoed RCE
Ministerie LNV en koppeling Agro-fondsen
4.000.000,-
NB: • Alle genoemde bedragen zijn bij benadering. In de uitwerking waarbij onder andere effectiviteit en proportionaliteit worden meegewogen, worden de genoemde bedragen definitief gemaakt. Via de besluitvorming in de stuurgroep van het Erfgoedprogramma worden de definitieve bedragen vastgesteld. • Zodra er wijzigingen in de verdeling van middelen worden doorgevoerd die consequenties hebben voor de cofinanciering wordt contact gezocht met het NPG bureau. • Het ministerie van OCW heeft reeds 1 miljoen euro per jaar matching NPG (zie extra mogelijkheid cofinanciering) beschikbaar gesteld. Op welke activiteiten dit bedrag wordt ingezet wordt nog nader bepaald.
26
•
Ook het budget van het programma Aardbevingen en Erfgoed van de RCE van 500.000 per jaar wordt als cofinanciering ingezet voor het Erfgoedprogramma. Op welke onderdelen dit precies wordt ingezet wordt nader bepaald. Van het beschikbare budget voor het totale Erfgoedprogramma worden handelingskosten gerekend tot maximaal 15 % van het totale beschikbare budget (NPG + andere financiering).
27
Bijlage 2 Advies omgevingskwaliteitsteam
Omgevingskwaliteitsteam Nationaal Programma Groningen Advies naar aanleiding van de Voortgangsrapportage en geactualiseerde beleidsagenda Erfgoedprogramma, zoals gepresenteerd door Richard Veenstra en Riemer Baumfalk (Nationaal Coördinator Groningen)
Aan
Het bestuur van het Nationaal Programma Groningen, De initiatiefnemers Erfgoedprogramma
Van
Omgevingskwaliteitsteam Nationaal Programma Groningen Daan Zandbelt, rijksadviseur voor de fysieke leefomgeving, College van rijksadviseurs Francien van Soest, provinciaal bouwmeester Groningen Theo Hoek, Libau - adviesorganisatie voor ruimtelijke kwaliteit en cultureel erfgoed Jeroen de Willigen, stadsbouwmeester gemeente Groningen
Geacht bestuur, Het Omgevingskwaliteitsteam (OKT) van het Nationaal Programma Groningen adviseert u hierbij naar aanleiding van de voortgangsrapportage en geactualiseerde beleidsagenda van het erfgoedprogramma, zoals gepresenteerd in de vergadering van 16 januari 2020. Voorafgaand aan de presentatie heeft er een korte voorstelronde plaatsgevonden en is er melding gemaakt van het feit dat de heer Hoek ook vanuit zijn functie bij Libau langs verschillende wegen bij het Erfgoedprogramma betrokken is. Een kritische advisering van het OKT staat deze betrokkenheid echter niet in de weg. Het OKT is meegenomen in de bedoelingen en voortgang van het erfgoedprogramma, als ook gevraagd advies uit te brengen om bij te dragen aan een kwaliteitsslag van het programma. Daarnaast is er door de initiatiefnemers met het OKT over een aantal zaken van gedachten gewisseld.
Het OKT heeft waardering voor de omvang en zorgvuldigheid van het programma. Op hoofdlijnen kan het positief adviseren en onderschrijft het de hoofddoelen die al in 2017 voor het programma zijn geformuleerd: het behouden en ontwikkelen van Gronings erfgoed, landschappelijke en ruimtelijke kwaliteit en daarmee de gebiedsidentiteit enerzijds, anderzijds het creëren van een optimale balans tussen veiligheid, schadeherstel en het behoud van Gronings erfgoed in de ruimtelijke context. Deze principes zijn overtuigend in een grondig programma vertaald en het is geruststellend om te zien dat er sinds de lancering van het programma grote stappen zijn gezet. Op de vraag aan het OKT om bij te dragen aan de verbetering van het programma, wil het een aantal aandachtspunten noemen, waarvan het denkt dat het de reikwijdte van het programma kan versterken. De aandachtspunten komen in feite voort uit de twee heldere doelstellingen van het programma, waarbij het OKT niet de nadruk wil leggen op behoud en ontwikkeling of de balans tussen schadeherstel en erfgoed, maar op de relatie van het erfgoedobject met de landschappelijke en ruimtelijke context, alsmede met de cultuurhistorie ervan. 1.
Gebiedsgerichte aanpak Het eerste aandachtspunt komt voort uit de vraag in hoeverre het programma aandacht besteed aan de grotere complexen en ensembles, als ook aan de bescherming van objecten in relatie tot de kenmerken en kwaliteiten van de omgeving. Zoals misschien binnen de context van de monumentenzorg verwacht mag worden, lijkt de nadruk van het programma op objectniveau te liggen; in feite is dat ook wettelijk bepaald en is het programma in dat opzicht zorgvuldig opgezet. Toch is het inmiddels de tendens om erfgoed breder binnen de principes van de omgeving te beschouwen. Ook landschappen, buurten, linten en dorpskernen vertegenwoordigen erfgoed, vooral omdat de kenmerken en kwaliteiten van de omgeving doorgaans positief bijdragen aan de te beschermde waarden van objecten. In hoeverre is die lijn onderdeel van het programma - is er aandacht voor de context van het erfgoed, voor de relatie van objecten met hun omgeving, voor de relatie met het landschap, voor landschappelijk erfgoed ook? Om op objectniveau de juiste keuzes te maken en belangrijke waarden te behouden, is landschappelijk en stedenbouwkundig contact nodig. Het OKT zou ervoor willen pleiten een meer gebiedsgerichte benadering onderdeel van het programma te maken, vooral omdat dit binnen de versterkings- en vernieuwingsopgave van praktische waarde zal zijn.
Het is het OKT niet geheel duidelijk of dit advies in deze fase een heroverweging van het programma waard is,
28
maar een gebiedsgerichte benadering zou voor de uitgangspunten van het programma zelf een vruchtbaar hulpmiddel kunnen zijn. Een belangrijke vraag daarbij is waar en hoe deze benadering het beste geborgd kan worden - het erfgoedprogramma is omvattend en heeft een integrale benadering, maar uiteraard kan niet alles vanuit dit programma worden opgepakt. Het gaat er kortom om goede relaties te leggen met andere programma’s en beleid. Een heldere duiding van een gebiedsgerichte benadering is belangrijk, net als de vraag hoe deze is gekoppeld aan het erfgoedprogramma en aan andere programma’s. Natuurlijk is er binnen de context van het aardbevingsgebied een gevaar dat programma’s elkaar overlappen en op de verkeerde manier beïnvloeden; de kern van een van de doelstellingen is niet voor niets dat er een goede balans moet zijn tussen veiligheid, behoud en herstel. Programma’s moeten elkaar niet in de wacht houden, projecten moeten ook geïsoleerd kunnen worden om er werk van te maken. Maar het zou in de ogen van het OKT normaal moeten zijn, vanzelfsprekend zelfs, om de opgaven van erfgoed-objecten altijd in een breder perspectief te bekijken; om altijd een schaalniveau boven dat van de opgave te kijken, voordat je met een object aan de slag gaat.
Een gebiedsgerichte benadering helpt daarbij met de afweging of er in het ene of het ander erfgoed-object moet worden geïnvesteerd; wat is de cultuurhistorische waarde van de omgeving van het object (en wat is de betekenis van het object in die omgeving)? Een gebiedsgericht erfgoedprogramma zou het vertrekpunt moeten vormen van andere programmaplannen. 2. Gebiedsbiografieën Gebiedsbiografieën zouden een goede basis kunnen zijn voor een gebiedsgerichte aanpak, ze vormen het tweede aandachtspunt. Op meerdere plekken zijn daarvoor al initiatieven ontwikkeld, bijvoorbeeld in de vorm van de kwaliteitsgids Groningen en verschillende gemeentelijke ruimtelijke identiteitsstudies. Ook is er in veel gemeentes al een gedegen fundament als het om ruimtelijke en cultuurhistorische analyses gaat. Het OKT zou willen adviseren om juist in deze fase voor het erfgoedprogramma gebiedsbiografieën op te stellen, dan wel daartoe opdracht te geven. Daarmee wordt er een ruimtelijke onderlegger gemaakt, op basis waarvan de juiste opgave op de juiste plek kan worden geadresseerd, met de (omgevings)kenmerken en -waarden die daarbij horen. Het gaat erom dat we kennis op gebiedsniveau organiseren, zodat duidelijk wordt wat er op objectniveau moet gebeuren - of niet.
Het erfgoedprogramma is op objectniveau georganiseerd, wat goed is en passend, maar om het erfgoedprogramma tot een succes te maken, zijn die biografieën op regionaal niveau nodig.
Er is al heel veel kennis aanwezig maar er ontbreekt ook nog veel. Vanuit het erfgoedprogramma zou deze informatie bij elkaar kunnen worden gebracht en worden aangevuld. Een goede inventarisatie zou helpen om inzichtelijk te krijgen welke kennis waar al aanwezig is en welke nog ontbreekt. De regie op de gebiedsbiografieën zou op het juiste schaalniveau moeten liggen, namelijk die van de gemeenten, maar op dit moment zou het logisch zijn dat het Nationaal Programma Groningen zich deze opgave, of in elk geval de agendering van deze opgave, toe-eigent, gezien de overkoepelende visie die er vanuit het programma aan het ontstaan is. 3. De gehele provincie Zowel punt 1 als punt 2 is relevant voor de gehele provincie. Het OKT wil daarom als derde adviseren om het erfgoedprogramma als een programma voor de gehele provincie te zien. Het zou tenslotte waardevol zijn als het erfgoedprogramma de gehele provincie iets oplevert. Een eenduidig en omvattend perspectief op erfgoed en op de waardevolle context waarin die zich begeeft, kan een belangrijk vertrekpunt vormen voor andere programma- en provincieplannen.
Het OKT benoemt dit streven voor de gehele provincie nadrukkelijk apart, omdat de principes van het erfgoedprogramma natuurlijk niet beperkt moeten blijven tot de regio zoals die binnen het kader van het Nationaal Programma Groningen is gedefinieerd. Veel opgaven rondom erfgoed spelen immers overal in de provincie. Drie argumenten voeden het standpunt hierover. In de eerste plaats is dat de wens om de provincie en gemeentes dichtbij elkaar te houden in het denken en doen over de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling van Groningen. In de tweede plaats ligt het voor de hand om erfgoed door de gehele provincie heen in te zetten als belangrijke ruimtelijke identiteitsdragers. En als derde zal de gehele systematiek moeten aansluiten op en onderligger zijn van de provinciale omgevingsvisie. 4. Kennisontwikkeling Het vierde aandachtspunt dat het OKT wil noemen, is eigenlijk een maatschappelijke opgave. Het OKT wil een pleidooi houden om het erfgoedprogramma te koppelen aan de ontwikkeling van kennis, innovatie en vakmanschap. En ook bij dit advies gaat het niet enkel over objecten, maar over alle ruimtelijke disciplines: architectuur, stedenbouw, landschap en openbare ruimte, als ook over het gehele traject van opgaven: van idee, via ontwerp tot uitvoering.
Het is eigenlijk wonderbaarlijk dat er in Groningen zo veel verschillende opleidingen zijn in de ruimtelijke sector (van planologie, geografie en ruimtelijke wetenschappen, tot
29
architectuur-, stedenbouw- en landschapsgeschiedenis), maar dat er voor ruimtelijke opgaven in Groningen nauwelijks mensen zijn te vinden, die deze opgaven binnen hun specifieke context kunnen benoemen en vormgeven op proces en inhoud. De wetenschappelijke opleidingen in het ruimtelijk domein zijn bovendien nauwelijks verbonden met ontwerp-, bouw- en techniekopleidingen op HBO- en MBO-niveau.
te brengen als relevante ontwikkeling voor de Toukomst. Het OKT adviseert deze opgave als onderdeel van het Nationaal Programma Groningen breed te entameren. Groningen, Januari 2020
Het OKT zou het erfgoedprogramma daarom ook als vliegwiel willen zien voor de bewustwording om deze opgave op alle niveaus goed op orde te krijgen. Vooral de koppeling tussen MBO, HBO en WO zou een positieve impuls kunnen krijgen; de enorme opgave in Groningen biedt kans om hier een uniek ‘onderwijs-en-praktijkcluster’ voor ‘bouwen & duurzaamheid’ te ontwikkelen, dat eerst Groningen helpt en daarna de rest van Nederland. Voor dit vierde adviespunt geldt met andere woorden dat het misschien vooral om het inrichten en structuren van processen gaat, maar het is volgens het OKT een cruciaal punt, omdat in de huidige situatie eigenlijk al is gebleken dat de kennisontwikkeling achterblijft bij de opgaven. Kennisontwikkeling vormt dan ook een kans op structurele economische ontwikkeling. Het is wellicht de vraag of dit laatste aandachtspunt niet te ver afstaat van de objectgebonden aanpak die het erfgoedprogramma eigen is. Maar als we met de programma’s ook structureel wat willen bereiken, zullen we deze kennisopgave voor de gehele provincie ook structureel aandacht moeten geven. Het OKT adviseert het bestuur om in het Nationaal Programma Groningen expliciet aandacht te besteden aan deze kennisopgave.
Ook los van de aardbevingsopgave is het zinvol dat er op overkoepelend niveau wordt nagedacht over erfgoed, het is goed om de gemeentes aan elkaar gekoppeld te houden, ook om de relatie met lokale programma’s te kunnen waarborgen. Hier ligt een grote opgave, want de aandacht en betrokkenheid verschilt per gemeente, zo is uit ervaring bekend. Voor niet elke gemeente is duidelijk wat er te doen staat, welke stap de volgende is.
Het OKT benoemt het aandachtspunt van kennisontwikkeling zo specifiek, omdat het kennisniveau en de aanwezige expertise tussen gemeentes onderling erg uiteenloopt. Dat is niet per definitie een probleem, maar het gevaar bestaat dat daarmee het zicht op relevante en dringende ruimtelijke opgaven, vooral op het vlak van stedenbouw en landschap, verloren gaat. Willen we op overkoepelend niveau bijdragen aan de kwaliteit van het erfgoedprogramma, dat zullen we de verspreiding en ontwikkeling van kennis over de provincie serieus moeten nemen. Het zou interessant kunnen zijn om daarbij van gedachten te wisselen met andere initiatieven en programma’s binnen het Nationaal Programma Groningen, om het idee van een Groninger Bouwcampus op verschillende niveaus aan te kaarten en in
30
Verantwoording foto’s Voorpagina Pagina 5 Pagina 11 Pagina 12 Pagina 13 links Pagina 13 rechts
Pagina 15 Pagina 16 Pagina 18 Pagina 19 Pagina 20 Pagina 31
Midden Groningen – Juffertoren Schildwolde Delfzijl - Zicht op Holwierde kerk (rijksmonument) Loppersum - Monumentencluster t Zandt Het Hogeland - Sluis Hunsingo in Zoutkamp Midden Groningen – Fraeylemaborg in Slochteren Het Hogeland - Uithuizen, 10e-11e-eeuws wierdepodium, blootgelegd tijdens opgraving Maarweg, december 2019 – Fotograaf Wessel Dijkstra Appingedam - Hangende Keukens vanaf het Damsterdiep – Fotograaf Douwe Schudde Oldambt - Oldambtster boerderij Het Hogeland - Voormalig gemeentehuis Winsum Groningen – Prinsenhof, Groningen Loppersum - Versterking woning Zeerijperweg Midden Groningen – Fraeylemaborg in Slochteren
31
Kop d’r veur! Met alle partijen blijven we waken over ons programma, voor het maximale behoud en de toekomstbestendigheid van ons erfgoed, de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid in onze prachtige provincie Groningen!
32