247 1 Bijlage 1 Geactualiseerd Erfgoedprogramma 2020-2023
Tekst van het document
Van: Gemeente Midden Groningen Gemeente Het Hogeland Gemeente Groningen Gemeente Loppersum Gemeente Appingedam Gemeente Delfzijl Gemeente Oldambt Provincie Groningen Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Nationaal Coördinator Groningen Opgesteld in samenwerking met maatschappelijke erfgoedpartners
Groningen, februari 2020
Voor u ligt de actualisatie en verbreding van het Erfgoedprogramma vanwege het Nationaal Programma Groningen (NPG) 2020-2023. Het Erfgoedprogramma wordt in het NPG als één van de speciale programma’s benoemd. De beleidsagenda en de invulling in deze actualisatie is tot stand gekomen met ons maatschappelijke veld en de betrokken overheden. Wij hebben hiervoor een zorgvuldig en interactief proces gevolgd om een maximaal draagvlak te creëren. Dit vanuit de overtuiging dat een breed gedragen en gezamenlijke inzet bijdraagt aan kansrijk en toekomstbestendig erfgoed in ons mooie en unieke Groningen.
Inhoud 1. Inleiding ............................................................................................................................................. 6 2. Voorgeschiedenis............................................................................................................................. 6 Het Erfgoedprogramma 2017-2021 .......................................................................................................... 6 De Voortgangsrapportage 2019-2022....................................................................................................... 6 3. Programmakader van het NPG ....................................................................................................... 7 4. Bijdrage Erfgoedprogramma aan het NPG .................................................................................... 7 Erfgoedprogramma en de vier ambities van het NPG ................................................................................ 7 5. Actualisatie Erfgoedprogramma vanwege het NPG ..................................................................... 8 Vijf nieuwe kansrijke thema’s voor de beleidsagenda ................................................................................ 8 Erfgoedprogramma en het advies van het Omgevingskwaliteitsteam NPG .................................................. 8 6.
Samen één geheel ............................................................................................................................ 9 Scope van het Erfgoedprogramma ......................................................................................................... 10 7. Ontwikkeling van toekomstbestendig erfgoed: erfgoed in stads- en dorpsvernieuwing....... 12 Grote monumenten of clusters van monumenten ................................................................................... 12 Groen erfgoed ...................................................................................................................................... 14 Archeologie .......................................................................................................................................... 14 8. Ontwikkeling van toekomstbestendig erfgoed: behoud van karakteristieke panden............. 15 Ondersteuning van eigenaren van karakteristieke panden ....................................................................... 15 Gerichte en toegepaste communicatie ................................................................................................... 15 Inzet op onderhoud van karakteristieke panden en gemeentelijke monumenten ......................................
16 Kwaliteit behouden en toevoegen ......................................................................................................... 16 Karakteristieke en monumentale boerderijen ......................................................................................... 17 9. Investeren in kennisontwikkeling, innovatie, vakmanschap en onderwijs .............................. 18 Onderwijs ............................................................................................................................................ 18
3
Werkplaats en depot in de regio ............................................................................................................ 19 Uitwisseling van kennis en ervaringen .................................................................................................... 19 Erfgoedpaspoort of -archief ................................................................................................................... 19 10. Vernieuwende initiatieven en flexibel budget ............................................................................. 20 11. Verduurzaming ............................................................................................................................... 20 12. Financiën en organisatie ............................................................................................................... 21 Governance ......................................................................................................................................... 22 Uitvoering en monitoring ...................................................................................................................... 23 Bijlage 1a Inrichting financiering Erfgoedprogramma ....................................................................
24 Bijlage 1b Financiën ............................................................................................................................ 25 Bijlage 1c Globaal inzicht financiering/cofinanciering vanuit het gehele erfgoedprogramma ... 26 Bijlage 2 Advies omgevingskwaliteitsteam ...................................................................................... 28
4
5
1.
Inleiding
Voor u ligt de actualisatie en verbreding van het Erfgoedprogramma vanwege het Nationaal Programma Groningen (NPG) 2020-2023. In dit document belichten we de uitwerking van de speerpunten uit de Voortgangsrapportage 2019-2022 die een relatie hebben met het NPG en een aantal nieuwe thema’s die we in het kader van het NPG aan het Erfgoedprogramma toevoegen. De speerpunten en thema’s zijn het afgelopen jaar verder uitgewerkt, vormgegeven en gekoppeld aan een financieringsvoorstel. Dit is gebeurd in breed overleg met alle partijen van het Erfgoedprogramma, inclusief de maatschappelijke partners van het Groninger erfgoedveld. Op basis van dit traject hebben de gezamenlijke partners nu voldoende vertrouwen om de 20 miljoen euro die in het NPG voor erfgoed zijn gereserveerd aan te vragen. In dit document onderbouwen we deze aanvraag. Het Erfgoedprogramma heeft een gezamenlijke visie met twee hoofddoelen. Het behouden en door ontwikkelen van het Gronings erfgoed, landschappelijke en ruimtelijke kwaliteit en daarmee de gebiedsidentiteit. Optimale balans tussen veiligheid, schadeherstel en behoud van Gronings erfgoed in zijn ruimtelijke context. De komende jaren werken we graag verder aan de realisatie van beide doelstellingen, met financiering uit zowel het eigen programmageld als uit het NPG.
Door onze integrale en samenhangende aanpak en het brede draagvlak onder alle stakeholders op erfgoedgebied kan het Erfgoedprogramma bijdragen aan een toekomstbestendig en leefbaar Groningen voor alle Groningers! 2.
Voorgeschiedenis
Het Erfgoedprogramma 2017-2021 In augustus 2017 hebben de minister van Economische Zaken en de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap het Erfgoedprogramma 2017-2021 aan de Tweede Kamer gestuurd, als invulling van de motie Dik-Faber. Deze motie vroeg om een samenhangend erfgoedbeleid voor het aardbevingsgebied. De provincie Groningen, de gemeenten, NCG en het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) hebben de handschoen opgepakt om met de betrokken gemeenten te komen tot dit samenhangende beleid. Zij doen dit vanuit de volgende gezamenlijke visie. “Groningen moet Groningen blijven, met haar eigen unieke gebiedsidentiteit. Ook in het aardbevingsgebied tijdens en na uitvoering van het schadeherstel en de versterking. Die
gebiedsidentiteit wordt voor een groot deel bepaald door het culturele erfgoed en de ruimtelijke samenhang. Daarom werken we aan een sterk, toekomstbestendig Gronings erfgoed met en voor de mensen die er wonen, werken en verblijven”. Vanaf de oplevering van het programma in 2017 werken de overheden in het bevingsgebied aan dit gezamenlijke beleid en wordt de beleidsagenda uitgevoerd en doorontwikkeld.
De Voortgangsrapportage 2019-2022 In mei 2019 heeft de Stuurgroep van het Erfgoedprogramma de Voortgangsrapportage en de geactualiseerde beleidsagenda 2019-2022 vastgesteld. In deze Voortgangsrapportage zijn de belangrijkste resultaten tot dat moment opgenomen. Het borgen van cultureel erfgoed door de gemeenten door middel van het aanwijzen van gemeentelijke monumenten en karakteristieke panden. Het instellen van het Erfgoedloket en het Erfgoedadviesteam ter ondersteuning van de monumenteigenaren. Het opstellen van een handreiking voor erfgoedeigenaren. Het openstellen van twee subsidieregelingen voor regulier en groot onderhoud van Rijksmonumenten. Dit zijn resultaten van de beleidsagenda die vooral van toepassing zijn op de doelstelling instandhouding erfgoed. Het Erfgoedprogramma is een dynamisch programma in een dynamische omgeving. Daarom is in de Voortgangsrapportage ook een volgende fase van doorontwikkeling aangekondigd. Dit heeft te maken met de oprichting van het NPG en de 20 miljoen euro die hierin voor erfgoed zijn gereserveerd. Deze middelen bieden een belangrijke kans om het Erfgoedprogramma te verbreden en relaties te leggen met economische en sociaalmaatschappelijke vraagstukken. In de Voortgangsrapportage staan deze doelen beschreven onder de noemer kansrijk erfgoed.
In de voorliggende actualisatie en verbreding raakt de uitwerking van de doelstelling kansrijk erfgoed op sommige onderdelen de uitwerking van de doelstelling instandhouding erfgoed, bijvoorbeeld in de gebiedsgerichte aanpak. De opgave voor erfgoed is zeer complex. Het Erfgoedbeleid in Groningen vraagt om maatwerk en een integrale aanpak. In de Voortgangsrapportage hebben de samenwerkende partners het belang van voortzetting van de bestaande samenwerkingsstructuur dan ook nogmaals benadrukt.
6
3.
Programmakader van het NPG
Het NPG heeft in september 2019 een programmakader gepubliceerd. Dit document bevat de thema’s, richtlijnen en voorwaarden voor het opstellen van de lokale programmaplannen van gemeenten, het thematische programmaplan van de provincie en de speciale programma’s, waaronder het Erfgoedprogramma. Het NPG draagt maximaal 20 miljoen euro bij aan de uitbreiding van het Erfgoedprogramma, op voorwaarde dat minimaal 50% gefinancierd wordt vanuit onder andere het Rijk, de provincie, gemeenten of andere bronnen. Het Erfgoedprogramma is samen met het onderwijs- en zorgprogramma in het NPG benoemd als een special. Gemeenten stellen momenteel lokale programma’s op en ook de provincie werkt aan een regionaal programma. Met het Erfgoedprogramma willen wij waar mogelijk deze lokale programma’s en het regionale programma versterken en met elkaar verbinden. Denk hierbij aan de stads- en dorpsvernieuwingsprojecten of de koppeling met ruimtelijke kwaliteit, waar erfgoed een onderdeel van is. 4.
Bijdrage Erfgoedprogramma aan het NPG
Het programmakader van het NPG begint met de volgende tekst. "We werken aan een bloeiende toekomst voor Groningers. In alle opzichten. Of het nu gaat om wonen, economie, natuur of energie: Groningers moeten de blik weer vol vertrouwen vooruit kunnen richten. Groningen is een unieke regio, die veel te bieden heeft. Het is er fijn wonen, werken en recreëren. In de bruisende, internationaal georiënteerde stad en in het eeuwenoude landschap eromheen, met zijn karakteristieke dorpen, ondernemende bedrijven en natuur. Hier zijn volop kansen voor de toekomst. Met het Nationaal Programma Groningen verzilveren we die. Dat zijn we verplicht aan onze inwoners, die de afgelopen jaren veel te verduren hebben gehad." Al vanaf 2017 werkt het Erfgoedprogramma voor onze inwoners aan deze verplichting. Met een gezamenlijk erfgoedbeleid werken wij aan het perspectief voor de Groningers, eigenaren van erfgoedpanden en de bezoekers het gebied. Dit zetten wij in de komende jaren voort, samen met de maatschappelijke partners en eigenaren. "Het NPG zet in op de Brede Welvaart en wil het imago van onze regio verbeteren. Het NPG vindt het belangrijk om het unieke karakter van Groningen te behouden en te versterken. Het vergroten van de Brede Welvaart moet niet alleen merkbaar zijn voor inwoners, maar ook het imago van Groningen verbeteren.
Groningen is aantrekkelijk als toeristische bestemming, vestigingslocatie en als woonplaats. Groningers kunnen trots zijn op hun eigen omgeving. Zo borgen we dat Groningen toekomstbestendig wordt en aantrekkelijk en uniek voor bezoekers en Groningers blijft."
Deze ambitie van het NPG sluit aan bij de hoofddoelen van het Erfgoedprogramma. Om de Brede Welvaart en het imago van Groningen te verbeteren, zijn in het NPG ambities geformuleerd op vier gebieden die voor onze regio van belang zijn: economie, werken en leren, leefbaarheid, natuur en klimaat. Voor elke ambitie is een doelstelling geformuleerd op basis van één of meer hoofdindicatoren. Erfgoedprogramma en de vier ambities van het NPG De vier ambities van het NPG komen allemaal terug in het Erfgoedprogramma. Economie. Het programma draagt bij aan het behouden en creëren van een aantrekkelijk economisch vestigingsklimaat. Daarnaast is het gebouwd erfgoed een belangrijke toeristische trekker. Ook wordt de werkgelegenheid substantieel gestimuleerd via de vele subsidies voor onderhoud en herbestemming. Uit landelijke cijfers blijkt dat restauratie en onderhoud meer dan de helft van de totale omzet in de bouw beslaan. Werken en leren. Toekomstbestendig erfgoed heeft toekomstgericht onderwijs en een innovatieve markt nodig. Daarom zet het Erfgoedprogramma stevig in op duurzame innovatie van vakmanschap in de bouw- en restauratiesector en het daaraan gekoppelde onderwijs. Ook wordt ingezet de koppeling met werkleertrajecten vanuit gemeenten. Wij willen de eigenaar de mogelijkheid geven meer kennis te verkrijgen over het eigen monument. Leefbaarheid.
Binnen het NPG-kader is leefbaarheid voor het Erfgoedprogramma de hoofdambitie. Onze investeringen richten zich direct of indirect op het behoud en de doorontwikkeling van het historische gebouwen, structuren en landschappen. Daarmee dragen ze bij aan het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van het gebied, de fysieke en sociale leefomgeving en het gevoel van geluk en tevredenheid van de inwoners en bezoekers. Natuur en klimaat. Verduurzaming van erfgoed nemen we integraal mee in al onze doelstellingen. Met behulp van innovaties willen wij de verduurzamingsvragen van eigenaren kunnen beantwoorden. We beschouwen erfgoed als onderdeel van de ruimtelijke kwaliteit en het landschap en ook het behoud van groen erfgoed is onderdeel van het programma. Het Erfgoedprogramma wil met een specifieke aanpak inzetten op het agrarisch erfgoed en zo bijdragen aan de transitie van de landbouwsector. Bovenal willen de partners van het Erfgoedprogramma in gezamenlijkheid bijdragen aan het herstel van het vertrouwen in de regio. Wij willen als overheden met één stem spreken en de bewoners van het aardbevingsgebied perspectief bieden voor de toekomst.
7
5.
Actualisatie Erfgoedprogramma vanwege het NPG
Sinds de oplevering van het Erfgoedprogramma is steeds weer gebleken dat de (interbestuurlijke) samenwerking van grote waarde is. Vanaf het begin is gesteld dat het Erfgoedprogramma een dynamisch programma moet zijn. Deze dynamiek biedt kansen om op een goede manier de verbinding te leggen tussen het erfgoedbeleid en de doelstellingen van het NPG, zonder de bestaande successen en verworvenheden op te geven. NCG en de provincie hebben in het laatste halfjaar van 2019 een uitgebreide consultatieronde georganiseerd, gebaseerd op de vastgestelde beleidsagenda van de Voortgangsrapportage. Het maatschappelijke veld is in meerdere bijeenkomsten uitgebreid bevraagd. Daarnaast zijn de wensen van bewoners en eigenaren die tot ons kwamen via onze contacten via bewonersbegeleiders, Erfgoedloket, subsidieafhandeling en de Vereniging van Groninger Monumenteigenaren meegenomen bij het opstellen van de actualisatie van het programma. Ook is er deelgenomen aan diverse bijeenkomsten van het NPG om kennis en ervaringen uit te wisselen. Dit om samen met de partners van het Erfgoedprogramma en de maatschappelijk betrokken partijen en bewoners de invulling van de beleidsagenda te koppelen aan de doelen van kansrijk erfgoed. Op deze manier konden we de nieuwe thema’s voor de toekomst met een breed draagvlak bepalen.
Vijf nieuwe kansrijke thema’s voor de beleidsagenda De uitkomsten van dit consultatietraject zijn vijf nieuwe thema’s en maatschappelijke erfgoedopgaven voor kansrijk erfgoed om in de beleidsagenda uit te werken. 1. Gebiedsgerichte ontwikkeling van toekomstbestendig erfgoed: erfgoed in stadsen dorpsvernieuwing als drager voor versterking van de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid, en 2. behoud van karakteristieke panden als drager van de gebiedsidentiteit. 3. Kennisontwikkeling, innovatie, vakmanschap en onderwijs. 4. Vernieuwende initiatieven in relatie tot erfgoed en de ruimtelijke context. 5. Verduurzaming. Dit thema loopt als een rode draad door de andere vier thema’s heen. Erfgoedprogramma en het advies van het Omgevingskwaliteitsteam NPG De uitkomsten van de werksessies met het veld zijn verwerkt in een presentatie voor het Omgevingskwaliteitsteam (OKT) van het NPG. Het OKT heeft een advies uitgebracht aan het bestuur van het NPG. In dit advies (zie bijlage 2) onderschrijft het OKT de ambities van
het Erfgoedprogramma. Hieronder staan de adviezen van het OKT en beschrijven wij hoe wij deze adviezen opvolgen. Gebiedsgerichte aanpak Het OKT benadrukt dat gebouwd erfgoed in een context van stedenbouw en landschap staat. Vooral in de versterkings- en vernieuwingsopgaven moet de toepassing van een meer gebiedsgerichte benadering het uitgangspunt zijn. Daarbij merkt het team op dat dit vanwege de integrale benadering niet alleen het Erfgoedprogramma raakt, maar alle NPGprogramma’s. Dit advies is in onze plannen verwerkt. Een gebiedsgericht Erfgoedprogramma is het vertrekpunt voor andere (NPG-)programma's, zodat we erfgoedobjecten in een breder perspectief kunnen aanpakken. Wij betrekken dit advies ook in de uitwerking van de verschillende beleidsinstrumenten. Gebiedsbiografie Het OKT adviseert om een gebiedsbiografie van de cultuurhistorie te maken, om op basis daarvan een goede afweging te kunnen maken voor projecten in het kader van het NPG en het Erfgoedprogramma. Deze biografie geeft inzicht in de landschappelijke structuren, het ontstaan van stedenbouwkundige structuren, erfgoed en archeologie. De biografie is niet alleen bruikbaar voor het Erfgoedprogramma, maar ook voor de lokale programma’s en het thematische programma van het NPG.
Dit willen wij in overleg met het ministerie van OCW, het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (BZK) en de partners van de NOVI en in samenwerking met de gemeenten oppakken. De biografie kan dienen als basis voor de omgevingsplannen die gemeenten in het kader van de Omgevingswet moeten maken.
Actie Afspraken maken over opstellen van gebiedsbiografie Trekker OCW/RCE, BZK en ander NOVI-partners Planning 2020. Cofinanciering uit beschikbare middelen voor instandhouding rijk en provincie
De hele provincie Het advies van het OKT is om de scope van het Erfgoedprogramma te verbreden naar de hele provincie.
8
Wij herkennen de oproep van het OKT. We pakken al een aantal activiteiten provinciaal op, zoals de Erfgoedmonitor en de subsidieregeling groot onderhoud. Verder handhaven wij vooralsnog de scope van het bevingsgebied, omdat het Erfgoedprogramma niet alleen inzet pleegt op de NPG-doelen, maar ook op versterking en schadeherstel. Wij onderzoeken op welke wijze we de bredere aansluiting kunnen vinden via het thematische NPG-programma. Uiteraard kunnen de kennis en ervaringen van het Erfgoedprogramma hiervoor worden benut. Kennisontwikkeling Het OKT constateert dat er een opgave ligt voor kennisontwikkeling, innovatie en onderwijs met betrekking tot stedenbouw en landschap. Wij nemen dit advies mee in het nog te ontwikkelen plan van aanpak voor kennis, innovatie, vakmanschap en onderwijs. 6.
Samen één geheel
De actualisatie en verbreding van het Erfgoedprogramma in het kader van het NPG vormt samen met het Erfgoedprogramma en de Voortgangsrapportage één geheel. Dit betekent dat een groot aantal activiteiten in het kader van de doelstelling instandhouding erfgoed wordt voortgezet. Bijvoorbeeld de borging en monitoring van erfgoed, de subsidieregelingen, het Erfgoedloket, kennisontwikkeling en het monitoren en ontwikkelen van kaders. Ook versterking en schadeherstel en het daarbij behorende benodigde maatwerk blijven belangrijke speerpunten van het programma. De uitwerking van deze activiteiten is terug te lezen in het Erfgoedprogramma 2017-2021 en in de Voortgangsrapportage.
9
Scope van het Erfgoedprogramma Vanwege het NPG wordt het Erfgoedprogramma nu uitgebreid met de vijf nieuwe maatschappelijke erfgoedopgaven die beschreven staan in paragraaf 5. In paragraaf 7 tot en met 11 lichten we de uitwerking hiervan nader toe. Financiering van deze lijnen gebeurt vanuit de NPG-middelen. De scope van het Erfgoedprogramma is het bevingsgebied. De gereserveerde middelen worden in dit gebied ingezet. Het NPG heeft de provincie als werkgebied. Voor de niet-bevingsgemeenten wordt ingezet op het thematische programmaplan voor de hele provincie. In overleg met de provincie worden de niet-bevingsgemeenten uitgenodigd om een gezamenlijke inzet te formuleren. Uiteraard dragen wij hieraan bij door onze kennis en ervaringen vanuit het Erfgoedprogramma te delen.
Het vernieuwde Erfgoedprogramma beslaat de periode van 2020 tot 2023. In 2023 wordt een voortgangsrapportage opgesteld en de beleidsagenda opnieuw herijkt en aangepast aan de ontwikkelingen. Hiervoor zullen we een vergelijkbaar traject doorlopen zoals in 2019/2020. Ambitie is om op basis van de opgedane ervaringen het Erfgoedprogramma te vernieuwen en de behaalde resultaten te borgen. Wij zullen voor de periode na 2023 opnieuw op zoek gaan naar inhoudelijke en financiële partners. Proportioneel en toekomstbestendig programma Via een behoefteraming1 hebben wij inzicht gekregen in de opgave voor de instandhouding van het erfgoed in het aardbevingsgebied. Tegen de achtergrond van deze behoefteraming kunnen wij het volgende stellen. De inzet van het beschikbare budget, het brede net netwerk en de bewezen samenwerking maakt dat dit programma
1 Inventarisatie benodigd budget monumenten aardbevingsgebied, Libau, januari 2018.
10
substantieel bijdraagt aan de instandhouding en doorontwikkeling van het gebouwde erfgoed in het aardbevingsgebied. Goed onderhouden erfgoed is de basis voor de leefbaarheid maar ook een randvoorwaarde voor toerisme en recreatie in het gebied. Daarbij wordt, door onze inzet, de waarde van erfgoed voor de ruimtelijke kwaliteit in de dorpen en het landschap onderstreept. Maar bovenal geeft het de eigenaren van erfgoedpanden een impuls om te investeren in hun eigen panden waardoor het toekomstperspectief verbetert. Groningen heeft zoals gezegd een enorme cultuurhistorische rijkdom. Als we niet inzetten op behoud en doorontwikkeling van deze enorme schat voor de volgende generaties zal het langzaam verdwijnen. Het Erfgoedprogramma wil bijdragen aan een toekomstbestendig Groningen, zelfs aan een toekomstbestendig Nederland. De specifieke context van het aardbevingsgebied maakt dat in dit gebied experiment en innovatie mogelijk is. Innovaties kunnen hier worden getoetst en uitgeprobeerd. Het Erfgoedprogramma heeft hiervoor in de afgelopen jaren de basis kunnen leggen (zie voor resultaten pagina 24 en 25 van de Voortgangsrapportage) en wil dit verder uitbouwen. Zo levert het programma de bouwstenen voor het erfgoedbeleid van de 21ste eeuw.
11
7.
Ontwikkeling van toekomstbestendig erfgoed: erfgoed in stads- en dorpsvernieuwing
De provincie is herkenbaar door haar diverse landschappelijke en stedenbouwkundige structuren. Denk bijvoorbeeld aan de wierden, de middeleeuwse kerken, de vergezichten, de lintdorpen en de molens. Daarnaast heeft elk gebied een eigen cultuurhistorie en ontstaansgeschiedenis, zoals het Hogeland, het Duurswold, Fivelingo en het Oldambtster landschap. Monumenten en karakteristieke panden zijn onderdeel van bebouwingstructuren en van landschappelijke en stedenbouwkundige kenmerken. Cultureel erfgoed is dus een belangrijke drager van de gebiedsidentiteit van Groningen. Naast deze erfgoedpanden is het bevingsgebied rijk aan archeologie en groen erfgoed. Ook dit zijn dragers van de identiteit.
Vaak vragen deze panden om extra investeringen. Daarvoor is binnen het (gemeentelijke) budget onvoldoende ruimte. Via het Erfgoedprogramma kunnen we met budget, kennis en netwerk en de koppeling met het NPG een bijdrage leveren aan het stimuleren van deze ontwikkelingen. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de stads- en dorpsvernieuwing, maar vanuit het Erfgoedprogramma kunnen we de sterke coalitie van stakeholders inzetten om deze grote erfgoedopgaven in de stads- en dorpsvernieuwing tot een succes te maken. Het gaat daarbij niet alleen om erfgoedpanden in dorpen of steden, maar ook om panden in het buitengebied. Juist daar zijn erfgoedpanden met de landschappelijke structuren de dragers van de gebiedsidentiteit en medebepalend voor de ruimtelijke kwaliteit.
Erfgoed is van groot belang voor de leefbaarheid. Het zorgt voor sociale en fysieke kwaliteit, herkenning en het thuis voelen in een gebied. Als gevolg van de aardbevingen en de krimp staat het erfgoed onder druk. Ook ruimtelijke ontwikkelingen zoals de energietransitie en stikstofproblematiek kunnen hun weerslag hebben op het erfgoed. Behoud en ruimte voor doorontwikkeling van het erfgoed blijft van groot belang. Zo blijft de identiteit en het karakter van deze regio ook voor de toekomst geborgd en blijft het gebied herkenbaar voor haar inwoners en bezoekers. Erfgoed en de omgeving van erfgoed kunnen niet los van elkaar worden gezien. Grote monumenten of clusters van monumenten Naast de individuele projecten van de particuliere eigenaar van monumenten zijn er complexe opgaven met grote monumentale objecten en panden of clusters van gebouwd erfgoed. Daarbij is vaak sprake van een bundeling van opgaven: schadeherstel en versterking, verduurzaming, herbestemming, herverkaveling van maatschappelijke functies, versterking van structuren en ruimtelijke kwaliteit. Bij deze opgaven zijn meestal meerdere partijen belanghebbend en (mede)eigenaar. De grotere monumenten of clusters van monumenten zijn regelmatig onderdeel van een grotere gebiedsaanpak, stads- of dorpsontwikkeling. Gemeenten kunnen daarmee inzetten op de ruimtelijke en sociaaleconomische ontwikkeling van een dorp of stad.
Dit biedt een enorme kans voor de leefbaarheid van het gebied en een toekomstbestendige doorontwikkeling van erfgoedpanden.
12
Voorbeeld: aanpak A kwartier en nieuwe Museum aan de A Het nieuwe Museum aan de A in Groningen wordt een historische ontmoetingsplek, waar de verhalen van Groningen en Groningers worden verteld, door en voor een breed publiek. Museum aan de A heeft als missie om inwoners, bezoekers van Groningen en de geschiedenis van Groningen aan elkaar te verbinden. Het museum betrekt het publiek actief bij de programmering en de ontwikkeling van activiteiten en tentoonstellingen. Het museum en de ontmoetingsplek komen op de locatie en in de panden van het huidige Noordelijk Scheepvaartmuseum in het historisch Akwartier. Het is onderdeel van de stadsvernieuwing van het A-kwartier.
Actie Grote of clusters van erfgoedpanden toekomstbestendig maken. Trekker Overheden in samenwerking met eigenaren. Planning 2020-2023. Kosten Ca. € 500.000 - €1.500.000 per project. Minimaal één project per gemeente. Cofinanciering min 50% via eigenaren, gemeenten, fondsen, etc.
Voorbeeld: dorpsvernieuwing ‘t Zandt Sinds 2015 is het dorp ‘t Zandt bezig met de herbestemming van het monumentencluster midden in het dorp. De drie rijksmonumenten naast de monumentale kerk staan leeg. Ze moeten worden versterkt en de NAM heeft ze opgekocht. Het dorpshuis ligt aan de rand van het dorp en is verouderd. Het dorp en het stichtingsbestuur willen graag met het dorpshuis verhuizen naar het monumentencluster. Dit kan een enorme win-win situatie zijn. Het dorpshuis krijgt een nieuwe locatie midden in het dorp. En drie rijksmonumenten krijgen een herbestemming, waardoor instandhouding op de lange termijn is geborgd. Een investering vanuit het Erfgoedprogramma kan dit project mogelijk maken. Het project heeft een enorm draagvlak in het dorp en kan veel meer activiteiten aanjagen. Het kan daarmee zorgen voor het vergroten van de ruimtelijke kwaliteit en sociale cohesie. De herbestemming van het monumentencluster is van groot belang om de dorpsvernieuwing in ‘t Zandt goed af te ronden. Het alternatief is sloop en nieuwbouw van het dorpshuis op de bestaande locatie en een monumentencluster zonder bestemming. In dat laatste geval blijft het monumentencluster een symbool van de ellende van de gaswinning.
Voorbeeld: Hunsingosluis Het Waterschap Noorderzijlvest grijpt de waterveiligheidsopgave aan om andere opgaven met betrekking tot ecologie en regionale economie integraal aan te pakken. Hierin trekt het Waterschap samen op met de partners in het Lauwersmeergebied: de provincie Groningen, gemeente Het Hogeland, Rijkswaterstaat en Stichting Het Groninger Landschap. In Zoutkamp is de unieke kans om een flinke gebiedsopgave te realiseren door een investering in een nieuw gemaal en de restauratie en herbestemming van de Hunsingosluis. Dit kan het dorp Zoutkamp, de toeristisch recreatieve mogelijkheden rond het Lauwersmeer en de vaarrecreatie richting het Hogeland en Stad flink versterken. Hiervoor is een integraal plan ontwikkeld, waarin de waterveiligheidsopgaven gecombineerd worden met een flinke impuls voor de natuur, de regionale en lokale economie, het landschap en de cultuurhistorie.
13
Groen erfgoed
Archeologie
In het Erfgoedprogramma besteden wij aandacht aan het betrekken van groen erfgoed en landschapsstructuren in de planvorming. Deze categorie vormt samen met de bebouwing één geheel, bijvoorbeeld in parken, tuinen, erven en begraafplaatsen. Wij willen onder andere inzetten op de instandhouding van de groene rijksmonumenten in combinatie met de instandhouding en doorontwikkeling van de bijbehorende monumentale bebouwing. Dit kan onder meer in beschermde stads- en dorpsgezichten en/of binnen landschappelijk waardevolle gebieden en lijnen. Belangrijke onderdelen die we hiervoor gaan uitwerken zijn kennisdeling met en bewustwording bij (veelal particuliere) eigenaren en overheden, (planologische) bescherming, financiering en verduurzaming in relatie tot groen erfgoed, bijvoorbeeld hittestress, biodiversiteit en zonwering van gebouwen.
Net als groen erfgoed wordt archeologie vaak over het hoofd gezien bij planvorming. Ook hiervoor vragen we via het Erfgoedprogramma de aandacht. Archeologie vormt samen met de bebouwing en het groene erfgoed één structuur. Bijvoorbeeld de huizen en het groen op een dorpswierde of de grachten rond een middeleeuwse verhoogde boerderijplaats. Archeologie is een van de dragers van de gebiedsidentiteit. De (planologische) bescherming van archeologie en de wettelijke regels, rollen en taken staan beschreven in het Erfgoedprogramma 2017-2021. In deze actualisatie schenken we ook aandacht aan de rol die archeologie kan spelen in de planvorming en de bijdrage die archeologie levert aan de gebiedsidentiteit. Dit vraagt om extra inzet op kennisdeling en bewustwording bij (veelal particuliere) eigenaren en bij overheden.
Actie
Investeren in Groen Erfgoed, onder andere via het aanvullen van bestaande regelingen gebouwd erfgoed. Trekker Provincie en OCW. Planning 2020. Cofinanciering beschikbare middelen voor instandhouding rijk en provincie.
Actie Kennisdeling archeologie en betrekken van archeologie bij planvorming. Trekker Gemeenten, Provincie en RCE. Planning 2020. Cofinanciering uit beschikbare middelen voor instandhouding rijk en provincie.
14
8.
Ontwikkeling van toekomstbestendig erfgoed: behoud van karakteristieke panden
Erfgoedpanden zijn meer dan alleen de rijks- en gemeentelijke monumenten. De Wet Ruimtelijke ordening biedt daarom ook bescherming op karakteristieke panden met lokale cultuurhistorische waarde. De gemeenten in het bevingsgebied hebben de afgelopen periode panden geïnventariseerd die van lokaal gemeenschappelijk belang zijn. Sinds de start van het Erfgoedprogramma zijn duizenden karakteristieke panden aangewezen en als zodanig vastgesteld. Dit is een enorme prestatie! Ook het aantal gemeentelijke monumenten is uitgebreid. Door de vastgestelde lijsten van karakteristieke panden op te nemen in de bestemmingsplannen zorgen gemeenten voor de juridische borging dat het pand deel uitmaakt van de belangenafweging tussen veiligheid, gebruik en cultuurhistorische waarde. Enkele gemeenten zijn hiermee in de afrondingsfase. Behoud van deze panden is van belang, omdat ze voor inwoners en bezoekers zorgen voor de herkenbaarheid en de gebiedsidentiteit. Ze dragen bij aan de stedenbouwkundige en landschappelijke structuren. Veel eigenaren zetten zich in om de karakteristieke panden te behouden en door te ontwikkelen. Toch is er ook zorg, met name om de panden in deze categorie die versterking nodig hebben. In de praktijk blijkt dat ondanks de extra bescherming ook de overweging van sloop en nieuwbouw aan de orde kan komen. Vaak geven financiën de doorslag in deze afweging.
Daarom willen wij voor deze categorie investeren in onderhoud, verduurzaming, kwaliteit, kennis en communicatie.
adviseurs en gemeenten. Gemeenten die hierin ondersteuning wensen, kunnen het Erfgoedadviesteam tegen een vastgesteld tarief inhuren. Vanwege de bereikbaarheid, de beschikbare kennis en de actieve ondersteuning voorziet het loket in een behoefte, zoals ook te lezen is in de Voortgangsrapportage 2019-2022. Onze inzet is om de dienstverlening van het Erfgoedloket en Erfgoedadviesteam voor alle categorieën erfgoedpanden gelijk te trekken.
Actie
Verbreden van dienstverlening aan eigenaren van karakteristieke panden door het Erfgoedloket. Trekker Provincie en NCG. Planning 2020-2023. Cofinanciering via beschikbare inzet Erfgoedloket. Gerichte en toegepaste communicatie De bescherming van karakteristieke panden gaat minder ver dan de bescherming vanuit de Erfgoedwet zoals bij de rijks- en gemeentelijke monumenten. Alleen de buitenkant van een karakteristiek pand is beschermd. Dit verschil in bescherming is niet voor iedereen duidelijk. Daarom zetten we samen met de gemeenten en het Erfgoedloket in op toegepaste en gerichte communicatie met eigenaren en andere betrokkenen. Hiermee willen wij de bewustwording van de waarde van karakteristieke panden bevorderen en de mogelijkheden toelichten die een dergelijke status biedt. De Omgevingswet biedt kansen om specifieke maatregelen te nemen op essentiële waarden en niet op het gehele onroerend goed. Dit nemen we mee in de communicatie.
Ondersteuning van eigenaren van karakteristieke panden Het Erfgoedloket en Erfgoedadviesteam zijn ingesteld voor ondersteuning van eigenaren van rijks- en gemeentelijke monumenten en karakteristieke panden. De dienstverlening van het Erfgoedloket verschilt nu nog per categorie erfgoed. Eigenaren van rijks- en gemeentelijke monumenten kunnen bij het Erfgoedloket terecht met vragen over schadeherstel en versterking van hun monumenten. Het Erfgoedloket beantwoordt de vragen en geeft deskundig advies. Het Erfgoedadviesteam fungeert als backoffice voor het Erfgoedloket. Daarnaast beantwoordt het Erfgoedadviesteam specialistische vragen van overheden over schadeherstel en versterking van rijks- en gemeentelijke monumenten. Voor eigenaren van karakteristieke panden beperkt de dienstverlening van het Erfgoedloket zich tot het verwijzen naar financieringsmogelijkheden,
Actie
Gerichte communicatie over karakteristieke panden; over kansen, verplichtingen, waarden, rechten, et cetera. Trekker Gemeenten in samenwerking met onder andere NCG en RCE. Planning 2020-2023. Cofinanciering via beschikbare inzet Erfgoedloket.
15
Actie
Subsidieregeling(en) inrichten voor het onderhoud van karakteristieke panden en gemeentelijke monumenten. Trekker Provincie in samenwerking met andere overheden en eigenaren (VGME). Planning 2020-2023. Cofinanciering van min 50% via eigenaren. Inzet op onderhoud van karakteristieke panden en gemeentelijke monumenten Onderhoud is van groot belang voor de instandhouding van erfgoedpanden. Onderhoud kan worden gezien als een eerste stap op weg naar versterking en het beperken van schade aan een pand. Veel gemeenten hebben in het kader van het borgen van hun erfgoed gemeentelijke monumenten aangewezen. Eigenaren van deze panden hebben te maken met dezelfde wetgeving als eigenaren van rijksmonumenten. We willen de faciliteiten voor gemeentelijke monumenten meer in balans brengen met de faciliteiten van de rijksmonumenten. Voor groot onderhoud van karakteristieke panden en gemeentelijke monumenten is het Cultuurfonds voor Monumenten Groningen beschikbaar. Uit dit Cultuurfonds worden laagrentende leningen verstrekt. Voor het regulier onderhoud van karakteristieke panden willen we een toegankelijke financieringsmogelijkheid via subsidies instellen. Hiervoor kunnen we het budget van het NPG voor een deel inzetten. Het gaat dan om sobere en doelmatige werkzaamheden die periodiek (jaarlijks) aan een pand worden uitgevoerd, om het pand goed in stand te houden.
Doel is om eigenaren van karakteristieke panden te stimuleren om achterstallig of uitgesteld regulier onderhoud uit te voeren. De afgelopen jaren heeft een gelijksoortige regeling voor rijksmonumenten goede resultaten opgeleverd. Er is veel waardering bij eigenaren voor deze regeling. Ook treedt een multipliereffect op via de investeringen van eigenaren zelf en fondsen. Met de inzet van deze maatregel streven we naar de volgende positieve effecten. Het stimuleren van de inzet van andere publieke middelen en middelen van de eigenaar voor het onderhoud van deze panden. Het behouden van het karakteristieke pand in de context van zijn omgeving en landschap. Veel werk voor schilders en bouwbedrijven. Voor groot onderhoud van karakteristieke panden blijft het Cultuurfonds voor Monumenten Groningen beschikbaar. Bij de ontwikkelingen van de regelingen betrekken we de ervaringen van de bestaande regelingen voor rijksmonumenten en de pilot Overschild.
Kwaliteit behouden en toevoegen In de afgelopen jaren hebben wij van eigenaren van karakteristieke panden meegekregen dat zij naast instandhouding ook willen inzetten op de doorontwikkeling (verbouw van en nieuwbouw bij karakteristieke panden), verduurzaming en herbestemming van hun panden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de karakteristieke boerderijen. Voor de ontwikkeling van en rondom karakteristieke bebouwing willen wij investeren in kwaliteit en architectuur. Daarmee zorgen we voor een versterking van de identiteit en ruimtelijke kwaliteit, en voor een toekomstbestendige ontwikkeling van deze panden. Gemeenten gaan samen onderzoeken welke ruimte en mogelijkheden hiervoor nodig zijn, bijvoorbeeld in de regels of andere planologische kaders. Mogelijk is hier ook een rol weggelegd voor ontwerpend onderzoek/ontwerp. Om dit verder in te vullen gaan we samen optrekken met de werkgroep “ruimtemakers”. In deze werkgroep is expertise op het gebied van ruimtelijke ordening en kwaliteit gebundeld vanuit verschillende organisaties, zoals gemeenten, provincies en RCE. Actie
Onderzoek naar de toepasbaarheid (en het eventueel aanpassen) van de kaders en mogelijkheden voor integrale kaders/handreiking. Trekker Gemeenten in samenwerking met de werkgroep ruimtemakers en BZK. Planning 2021. Cofinanciering via programma Groningen RCE.
16
Karakteristieke en monumentale boerderijen Boerderijen zijn belangrijk voor de identiteit van het (buiten)gebied. Als het aan de eigenaren en overige bewoners ligt, blijven er zoveel mogelijk behouden. Daarom vragen boerderijen speciale aandacht binnen de groep karakteristieke panden en gemeentelijke en rijksmonumenten. In 2019 hebben de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, de gemeente Oldambt en de provincie Groningen een onderzoek laten uitvoeren naar de boerderijen in de gemeente Oldambt. Uit dit onderzoek blijkt dat de eigenaren de zorg voor dit culturele erfgoed niet alleen kunnen dragen. De boerderijen zijn te groot, herstel en onderhoud zijn te kostbaar en de uitdagingen zijn complex. Voor de instandhouding op lange termijn is het van belang dat de bedrijfsvoering in het pand en op het erf kan voorbestaan. Daarom gaan wij extra ondersteuning en flexibiliteit bieden aan eigenaren van panden in deze categorie. Deze flexibiliteit gaan we organiseren via wet- en regelgeving en met financiering. Daarnaast willen we de herbestemming van vrijkomende agrarische bebouwing stimuleren. De uitgangspunten van de Provinciale Omgevingsverordening blijven overigens van kracht. De eigenaren van de betrokken boerderijen hebben daarbij behoefte aan goede voorlichting, begeleiding, ondersteuning en soepele processen.
Het is aan de overheden om samen met de eigenaren en relevante stakeholders daar waar nodig financiële en regeldrempels te slechten. Vanwege de combinatie met de erfgoedstatus zijn specifieke aanvullende subsidies op de bestaande “agro”-fondsen noodzakelijk. Actie
Inrichten van aanvullende financiële arrangement(en) en/of flexibiliseren van wet/regelgeving. Trekker OCW, LNV, provincie en gemeenten. Planning 2021. Cofinanciering via bestaande middelen instandhouding rijk, provincie en NCG.
17
9.
Investeren in kennisontwikkeling, innovatie, vakmanschap en onderwijs
Onderwijs Bij de uitvoering van de Groninger subsidieregelingen voor instandhouding van rijksmonumenten (GRRG en RORG) is gebleken dat er een tekort is aan vakpersoneel in de bouwsector met specifieke kennis op het gebied van restauratie en instandhouding van rijksmonumenten. Daarnaast zien wij dat het tempo van innovatie in de sector onvoldoende aansluit bij de specifieke behoefte van eigenaren van erfgoedpanden in het bevingsgebied. Ten derde constateren wij dat het opleidingsaanbod voor de erfgoedsector zeer versnipperd is. Opleidingen zijn verspreid over het hele land, sluiten niet helemaal aan bij de vraag van het bedrijfsleven en gaan vanwege het beperkte aantal leerlingen niet altijd door. De communicatie over de mogelijkheden voor dergelijke opleidingen is summier. En dat terwijl Groningen door de grote en langlopende bouwopgave veel werkgelegenheid te bieden heeft. Groningen kan dienen als een erfgoedacademie voor heel Nederland. Net als in andere regio's in Nederland is ook in de provincie Groningen een tekort aan leerlingen die een restauratieopleiding volgen. In onze provincie zijn opgeleide vaklieden hard nodig om monumentale gebouwen te verstevigen en aardbevingsbestendig te restaureren. De theoretische en praktische lesstof moeten daarom goed op elkaar aansluiten.
Bovendien is het juist in onze provincie van belang om toepassingen op het gebied van verduurzaming en herbestemming met elkaar te integreren. Ook voor stedenbouw en landschap is het gebrek aan instroom van vakpersoneel en duurzame innovatie aan de orde. Het is belangrijk om gebouwd erfgoed vanuit de context te benaderen. Daarom moeten we deze onderwerpen ook meenemen in de investering die we samen met het onderwijs en marktpartijen willen doen.
Het ministerie van OCW, de provincie Groningen, een aantal grote erfgoedinstanties en het onderwijs (o.a. de Hanzehogeschool, Building, RUG) hebben de handen ineengeslagen. Samen laten zij een verkenning uitvoeren die gericht is op innovatie op het gebied van duurzaamheid, restauratie- en versterkingstechniek en herbestemming. Het onderzoek moet antwoord geven op de vier volgende vragen. De eerste vraag heeft de hoogste prioriteit. a) Waar en hoe kan innovatie het beste ingebed worden in het onderwijs, zowel structureel als tijdelijk?
b) c) d)
Welke stappen zijn nodig om tot innovatie te komen van aardbevingsbestendig restaureren, verstevigen & herstellen en verduurzaming & herbestemming? Op welke wijze kunnen we leerlingen enthousiasmeren voor een opleiding of bijscholing tot die vakmensen waar de provincie Groningen behoefte aan heeft? Hoeveel aanbod van vakmensen is nodig om aan de vraag in de provincie Groningen te voldoen?
De uitkomsten van de verkenning geven richting aan de wijze waarop we het Erfgoedprogramma in gaan zetten voor het vergroten van kennis, duurzame innovatie en de inbedding hiervan in het vakonderwijs. Naar verwachting zijn de uitkomsten van dit onderzoek in het voorjaar van 2020 beschikbaar. Vooruitlopend hierop is al gebleken dat er investeringen nodig zijn in de onderwijskolom, de faciliteiten en de markt. We zullen de conclusies en aanbevelingen uit het onderzoek oppakken in de driehoek onderwijs, marktpartijen en overheden. Dit vraagt om een goede afstemming. We zoeken daarin aansluiting bij de ontwikkeling van de campus in Appingedam en de Zernike Campus Groningen. Ook betrekken we gemeentelijke initiatieven voor het bevorderen van werkgelegenheid en onderwijs. Voorbeeld: leerwerkomgeving gemeente Het Hogeland De gemeente Het Hogeland heeft het plan om de infrastructuur van Werkplein Ability meer in te gaan zetten als leerwerkomgeving. De gemeente is voornemens een ‘Centrum voor Praktijkleren’ te realiseren. Binnen dit centrum wordt de infrastructuur van de voormalige sociale werkvoorziening ingezet voor alle mensen die zich willen ontwikkelen door middel van praktijkleren tot het niveau van de startkwalificatie MBO niveau 2. Met het centrum kan gemeente Het Hogeland een rol spelen in het opleiden van vaklieden, waar een groot tekort aan is.
Samen met onderwijs en werkgevers willen we onderzoeken hoe we vakkrachten kunnen opleiden voor de uitvoering van dit gedeelte van het Erfgoedprogramma. Actie
Vertalen van de uitkomsten van het onderwijsonderzoek in een plan van aanpak voor kennis, innovatie, vakmanschap. Trekker OCW, Provincie, RCE, gemeenten in samenwerking met onder andere de RUG, Hanzehogeschool, MBO en Building. Planning 2020. Uitvoering van het plan vanaf 2021. Cofinanciering van min 50 % o.a. via onderwijs en marktpartijen, ministeries.
18
Werkplaats en depot in de regio Wij willen een permanente werkplaats inrichten, waarin opleidingen de praktijklessen kunnen geven. Deze werkplaats combineren we met een depot voor cultuurhistorisch bouwmateriaal. Doel is om hiermee circulair en duurzaam werken te stimuleren en alle mogelijke grote en kleine cultuurhistorische materialen weer bruikbaar te maken voor de instandhouding en restauratie van erfgoedpanden. Wij sluiten hiermee aan bij bestaande initiatieven, zoals de Stichting Monument & Materiaal en het cultuurhistorisch bouwdepot in Drenthe. Ook betrekken we relevante marktpartijen. De uitkomsten van de bovengenoemde verkenning geven richting aan de uitvoering.
pand en het mogelijk te maken om het pand in stappen op een duurzaam hoger niveau te brengen. We onderzoeken in hoeverre we deze informatie binnen de beperkingen van de AVG-wetgeving met de provinciale Erfgoedmonitor kunnen combineren. Actie Bundelen van gegevens in een Erfgoedpaspoort of -archief en opzetten kennisdatabase Trekker RCE, Provincie en VGME. Planning 2022. Cofinanciering van min 50 % o.a. via onderwijs- en marktpartijen, ministeries
Actie Werkplaats en depot Trekker OCW, Provincie, RCE, gemeenten in samenwerking met onder andere de RUG, Hanzehogeschool, MBO en Building. Planning 2021 in samenhang met te maken plan voor innovatie (zie hierboven). Cofinanciering van min 50 % o.a. via onderwijs- en marktpartijen, ministeries. Uitwisseling van kennis en ervaringen
Met het Erfgoedprogramma zetten wij fors in op instandhouding en restauratie. In de afgelopen twee jaar zijn 325 subsidies voor onderhoud verstrekt, voor een bedrag van ruim 12,9 miljoen euro. Bij ieder project worden ervaringen opgedaan en worden nieuwe oplossingen gevonden, die echter niet altijd actief gedeeld worden. Daarom gaan we investeren in een duurzame en constante uitwisseling van ervaringen en kennis tussen bedrijven onderling en tussen bedrijven en opleidingen voor de erfgoedbouw. Om een goede monitoring op te bouwen, vragen we bij het verlenen van subsidies om een rapportage die ook ingaat op innovatie en opgedane kennis. Erfgoedpaspoort of -archief Bij erfgoedeigenaren bestaat de behoefte om op pandniveau een archief of paspoort met informatie over het desbetreffende pand op te bouwen, om een goede basis te hebben voor restauratie of verbouwprojecten in de toekomst. Maar ook om kennis te bundelen en te behouden, snel te kunnen werken en een beeld te krijgen van de fysieke condities van een pand door de tijd heen. Pandgegevens zijn nu verspreid over verschillende instanties en bedrijven, bijvoorbeeld bij de restauratiearchitecten. Eigenaren hebben de behoefte om deze gegevens te bundelen. Ook nieuwe (energiebesparende) toevoegingen aan het pand kunnen in het paspoort worden opgenomen.
Doelen van het paspoort zijn het bij elkaar brengen van alle relevante informatie, het bewust worden van de waarde van het
19
10. Vernieuwende initiatieven en flexibel budget Ruim tweeënhalf jaar ervaring met de uitvoering van het Erfgoedprogramma leert dat het verstandig is om een flexibel budget te houden, om in te kunnen spelen op niet voorziene nieuwe ontwikkelingen. De ontwikkelingen en innovaties in de erfgoedsector gaan snel. De vraag van eigenaren verandert. Wij willen hierop kunnen blijven anticiperen.
zetten we een database met best practices op, om kennisuitwisseling hierover te stimuleren.
Daarnaast willen we inzetten op het verstevigen van het netwerk van onze maatschappelijke organisaties en op het bevorderen van de participatie van deze organisaties en van eigenaren. Hiermee willen wij ervoor zorgen dat organisaties en eigenaren zelf regie kunnen blijven voeren over hun panden. 11. Verduurzaming Om erfgoed toekomstbestendig te maken is verduurzaming een vanzelfsprekendheid. Het gaat niet alleen om energiemaatregelen, zoals isolatie en andere energievormen, maar ook om circulair bouwen en restaureren. We willen verduurzaming stimuleren bij alle inzet vanuit het Erfgoedprogramma. Het is een onderwerp dat in alle beleidsinstrumenten terug moet komen. Op deze manier zetten we in op het toekomstbestendig maken van erfgoedpanden. Verduurzaming staat bij erfgoedpanden in de kinderschoenen. Het is zoeken naar de balans tussen verduurzaming en het behoud van cultuurhistorische waarden. Juist bij erfgoedpanden is een goede bouwfysica van belang. Bij de uitvoering van onze subsidieregelingen voor onderhoud en restauratie merken wij dat eigenaren graag willen investeren in het verduurzamen van hun panden. Wij zien ook dat er nog onvoldoende kennis en innovatieve maatwerkoplossingen zijn om aan de wensen van de eigenaren te voldoen. Deze opgave is urgent, omdat in Groningen flink geïnvesteerd wordt in gasvrije wijken en dorpen.
Daarom gaan wij samen met onderwijs, marktpartijen en overheden investeren in het vinden van verduurzamingsoplossingen, zowel op het gebied van energiemaatregelen als op het gebied van circulaire mogelijkheden. Al deze partijen moeten elkaar uitdagen om de benodigde duurzame innovatie voor circulariteit en energiemaatregelen voor erfgoed te organiseren. Gelukkig is al een aantal oplossingen beschikbaar. Maar deze oplossingen zijn onvoldoende bekend bij de eigenaren. Daarom zetten wij samen met het Erfgoedloket en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in op specifieke communicatie hierover. Ook
20
12. Financiën en organisatie Het NPG toetst de lokale programma's, het thematische programma en de specials aan zes randvoorwaarden: participatie, integraliteit, proportionaliteit, samenhang, toekomstbestendig en cofinanciering. Bij de totstandkoming van het programma hebben wij een intensief traject doorlopen met maatschappelijke partners, eigenaren en overheden. Gezamenlijk hebben wij de beleidsagenda voor de komende jaren opgesteld. In deze beleidsagenda is onderbouwd dat het verzoek aan het NPG om de gereserveerde 20 miljoen toe te kennen gegrond is en over voldoende draagvlak beschikt. De verdere uitwerking en uitvoering geven wij samen met de betrokken partners vorm. De aanvullende financiering komt deels uit het lopende Erfgoedprogramma (zie bijlage financiën). Op basis van de uitvoering in de afgelopen twee jaren hebben we voldoende vertrouwen opgebouwd in het organiseren van aanvullende financiering voor de komende jaren. Daarnaast hebben we ervaren dat met het wegzetten van subsidies veel externe financiering loskomt. Zo hebben wij met onze restauratieregelingen in de jaren 2018-2019 9 miljoen euro subsidie verleend. Voorwaarde voor de subsidie is dat eigenaren in ieder geval minstens 30% zelf bijdragen. Dit heeft een bedrag van in totaal ruim 20 miljoen euro begrote projectkosten mogelijk gemaakt.
Het ministerie van OCW heeft ruimhartig bijgedragen aan het bestaande Erfgoedprogramma en heeft voor de komende jaren een bedrag van 1 miljoen euro gereserveerd. Ook NCG, de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) en de provincie hebben aan het bestaande Erfgoedprogramma ruim bijgedragen in financiën en capaciteit. De provincie heeft tot het jaar 2026 2,5 miljoen euro beschikbaar gesteld voor de instandhoudingsregelingen. Wij zijn in gesprek met het ministerie van BZK en het ministerie van OCW om te onderzoeken waar rijksprogramma's het Erfgoedprogramma financieel en inhoudelijk kunnen ondersteunen. Met het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) starten we vergelijkbare gesprekken
Ook met de gemeenten zijn we in gesprek om te zoeken naar verbindingen en gezamenlijke belangen. Gemeenten mogen de lokale programmamiddelen inzetten als financiering in projecten van het Erfgoedprogramma. Zo kunnen het Erfgoedprogramma en de lokale programma’s van gemeenten elkaar wederzijds versterken. Ten slotte onderzoeken we op welke wijze het thematische programma NPG kan worden ingezet. In het schema is een globale financiële verdeling gemaakt per lijn. Zo nodig stuurt de stuurgroep bij tijdens de ontwikkeling en uitvoering en wordt het Erfgoedprogramma op basis daarvan aangepast.
21
Governance Het Erfgoedprogramma werkt vanuit de filosofie dat gezamenlijk handelen meerwaarde creëert en synergie bewerkstelligt. In het Erfgoedprogramma is ieders rol en verantwoordelijkheid benoemd. Inmiddels is de Nationaal Coördinator Groningen van een coördinerende naar een uitvoerende rol gegaan. Ondanks de veranderende rol blijft de NCG het programmamanagement samen met de provincie Groningen uitvoeren. Na de Voortgangsrapportage is de bestaande governance uitgebreid. Naast de bestuurlijke stuurgroep en het ambtelijke kernteam is er een kernteam+ bijgekomen. In het kernteam+ is de ambtelijke vertegenwoordiging aangevuld met een vertegenwoordiging uit het maatschappelijke veld. Het kernteam+ is actief betrokken bij de totstandkoming van de actualisatie van het Erfgoedprogramma. Het Erfgoedprogramma blijft met deze governance-structuur werken. Dus ook de uitwerking van de actualisatie en verbreding van het beleid en de beleidsinstrumenten gebeurt volgens deze governance. Het kernteam werkt samen met het kernteam plus de beleidsinstrumenten uit tot voorstellen die vervolgende door de stuurgroep worden vastgesteld. Indien nodig (bijvoorbeeld bij een subsidieregeling) geeft één van de partijen (meestal de provincie Groningen) uitvoering aan de genomen besluiten van de stuurgroep
Erfgoedprogramma. Dit betekent dat in het college van Gedeputeerde Staten de besluiten van de stuurgroep worden bekrachtigd en vervolgens ten uitvoer worden gebracht. In het kernteam en de stuurgroep wordt de samenhang met de andere speciale programma's, de lokale programma's en het thematische programma besproken. Om de samenhang goed te kunnen borgen nodigen wij minimaal twee keer per jaar leden van het NPG-bureau uit voor kernteamvergaderingen. De directeur van het NPG sluit één keer per jaar aan bij de stuurgroep van het Erfgoedprogramma om de verbindingen met de andere NPG-programma's te bespreken. Met het Scholenprogramma en het 1.000-banenplan zijn inmiddels contacten gelegd om verbindingen tussen de programma's te leggen. Jaarlijks rapporteren we aan het NPG-bestuur over de voortgang van het Erfgoedprogramma. Dit gebeurt in een schriftelijke rapportage en met een excursie door het gebied om de gerealiseerde projecten te bezoeken. Elke twee jaar voeren we een korte evaluatie uit van het Erfgoedprogramma. In 2023 vindt een herijking plaats en bekijken we of de gekozen beleidsagenda nog actueel is en de benodigde middelen afdoende zijn.
STUURGROEP: ALLE 7 GEMEENTEN, OCW, PROVINCIE EN NCG. VOORZITTERSCHAP PROVINCIE + NCG
KERNTEAM: ALLE 7 GEMEENTEN, OCW/ RCE, PROVINCIE, NCG, STEUNPUNT CULTUREEL ERFDGOED VOORZITTERSCHAP: PROVINCIE +OCW+ NCG KERNTEAM +: ALLE 7 GEMEENTEN, OCW/ RCE, PROVINCIE, NCG, MAATSCHAPPELIJK PARTIJEN PM, ERFDGOEDBERAAD VOORZITTERSCHAP: PROVINCIE +OCW+ NCG
22
Uitvoering en monitoring Na vaststelling door het algemeen bestuur van het NPG werken we de planning van de werkzaamheden verder uit. Ook maken we de benodigde handelingskosten inzichtelijk. Het uitvoeren van dit programma vraagt om een goed ingericht programmamanagement. Voor zover deze kosten niet gedekt kunnen worden uit bestaande formatie bij de partners, worden zij ten laste gebracht van de beschikbare middelen. Zowel van de middelen van het NPG als van financiering van andere partijen. Een voorstel voor de inrichting van het programmamanagement wordt voorgelegd aan de stuurgroep van het Erfgoedprogramma. Voor de monitoring van het Erfgoedprogramma willen wij in overleg met het NPG-bureau komen tot een monitoringssysteem. De monitoring heeft betrekking op de benoemde doelen van het NPG en Erfgoedprogramma en bevat de volgende indicatoren: • Verbeteren van de fysieke leefomgeving • Verbeteren van de sociale leefomgeving • Verbeteren van de leefbaarheid • Verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit • Herstel van vertrouwen • Geluk van inwoners • Behoud en doorontwikkeling van erfgoedpanden/objecten en identiteit gebied.
23
Bijlage 1a Inrichting financiering Erfgoedprogramma
24
Bijlage 1b Financiën Beschikbare middelen Erfgoedprogramma (exclusief NPG-middelen) 2017 Regelingen Pilot Overschild Erfgoedloket Innovatie, Kennis Vakmanschap Matching NPG OCW Bijdrage RCE (programma Aardbevingen) NCG Monumentenwacht Erfgoedmonitor Afwegingskader NPR-norm Budgetraming Bijdrage pitches ERL
90.000
2018 6.500.000
2020 6.500.000 1.000.000 220.000 1.000.000
2021 6.500.000
2022 6.500.000
220.000
2019 6.500.000 1.000.000 220.000
220.000
220.000
500.000
1.000.000 500.000
1.000.000 500.000
1.000.000 500.000
1.000.000 500.000
1.000.000 500.000
250.000
n.n.b.
150.000 160.000
50.000
50.000
50.000
50.000
150.000 165.000 40.000 25.000
2023 6.500.000
50.000
NB: Voor de groene posten geldt dat deze bedragen momenteel nog niet volledig beschikbaar zijn. Er worden gesprekken gevoerd om deze bedragen te continueren tot en met 2023 op het niveau 2019. De rode posten dragen met name bij aan de linker lijnen van schema in bijlage 1a. De gele posten dragen meer bij aan rechter lijnen in dat schema.
25
Bijlage 1c Globaal inzicht financiering/cofinanciering vanuit het gehele erfgoedprogramma Activiteit 2020-2023 Ontwikkeling Toekomstbestendig Erfgoed in gebiedsaanpak Grote of clusters van erfgoedpanden toekomstbestendig maken.
Financiering uit NPG
Cofinanciering
Extra mogelijkheden cofinanciering
9,6 miljoen
Gesprekken met Ministerie BZK
Investeren in Groen Erfgoed, onder andere via het aanvullen van bestaande regelingen gebouwd erfgoed.