236.4 Monitor 2024 Nationaal Programma Groningen digitaal toegankelijke versie oktober 2024
Tekst van het document
GRONINGEN
OLDAMBT
PROVINCIE GRONINGEN
Meest recente waarde
Index: 2018 = 100
Meest recente waarde
Index: 2018 = 100
Meest recente waarde
Index: 2018 = 100
Meest recente waarde
Index: 2018 = 100
Meest recente waarde
Index: 2018 = 100
Meest recente waarde
Aantal banen per 1.000 inwoners (2023) [E31]
102,3
564
110,3
913
113,1
505
108,5
506
106,5
554
109,2
692
Gemiddelde in de referentiegroep
106,8
606
106,5
818
104,6
552
107,3
698
108,2
622
107,2
715
E3
Het aantal banen per 1.000 inwoners in de leeftijdsgroep van 15-75 jaar
• Het aantal banen per 1.000 inwoners in de provincie Gronin-
• In alle aardbevingsgemeenten heeft het aantal banen per
gen laat ten opzichte van de uitgangssituatie voorafgaand aan
1.000 inwoners zich positief ontwikkeld ten opzichte van de
de start van Nationaal Programma Groningen een positieve
uitgangssituatie in 2018. De gemeente Het Hogeland laat de
ontwikkeling zien. In de afgelopen vijf jaar is het aantal banen
sterkste groei noteren in de afgelopen vijf jaar met een stijging
per 1.000 inwoners in de leeftijdscategorie 15 tot 75 jaar in
van 13,1% Daarmee was de toename van de werkgelegenheid in
de provincie met 9,2% toegenomen. Doordat het landelijke
deze gemeente een stuk hoger dan die van de referentiegroep.
gemiddelde met 7,2% steeg, kan geconcludeerd worden dat de
Ondanks de sterke groei telt Het Hogeland in absolute zin nog
werkgelegenheidsfunctie van provincie Groningen in relatieve
altijd minder aantal banen per 1.000 inwoners dan de referen-
zin is toegenomen. In absolute zin telt de provincie Groningen
tiegroep. In de gemeente Groningen (+10,3%) en de gemeente
ondanks deze stijging nog altijd minder banen per 1.000 inwo-
Midden-Groningen (+8,5%) ligt de groei van het aantal banen
ners dan gemiddeld in Nederland.
per 1.000 inwoners over de periode sinds de start van Nationaal
• In absolute zin groeide het aantal banen in de collectieve dienstverlening in de provincie Groningen in de afgelopen vijf jaar het hardst (+13.280 banen) gevolgd door de zakelijke dienstverlening (+ 10.080 banen). Ook landelijk nam de werkgelegenheid in deze sectoren in absolute zin het meeste toe. In
OUTCOME
MIDDENGRONINGEN
Index: 2018 = 100
1
29
HET HOGELAND
Programma Groningen ook boven het gemiddelde in de referentiegroepen. Voor Midden-Groningen geldt dat hierdoor het absolute verschil in het aantal banen per 1.000 inwoners ten opzichte van de referentiegroep afnam, terwijl in Groningen het verschil juist positief toenam.
vergelijking tot het landelijke beeld valt verder op dat de rela-
• In tegenstelling tot bovengenoemde gemeenten en de provinci-
tieve groei van de werkgelegenheid in de industrie in de pro-
ale ontwikkeling, blijft de ontwikkeling van het aantal banen per
vincie Groningen (+4% in de periode 2018-2023) achterblijft bij
1.000 inwoners in de gemeenten Oldambt en Eemsdelta achter
het landelijke beeld (+9%). Gelet op de hoofdambitie is dit een
bij de ontwikkeling in de referentiegroep. In beide gemeente
ongewenste ontwikkeling, gegeven de bovengemiddelde toege-
name het absolute verschil in aantal banen per 1.000 inwoners
voegde waarde per baan in de industrie.
met de referentiegroep hierdoor verder toe.
M O N I TO R 2024 OUTPUT, OUTCOME EN IMPACT NATIONAAL PROGRAMMA GRONINGEN / 2024
Subindicator: oprichtingen EEMSDELTA
GRONINGEN
HET HOGELAND
MIDDENGRONINGEN
OLDAMBT
PROVINCIE GRONINGEN
Index: 2018 = 100
Meest recente waarde
Index: 2018 = 100
Meest recente waarde
Index: 2018 = 100
Meest recente waarde
Index: 2018 = 100
Meest recente waarde
Index: 2018 = 100
Meest recente waarde
Index: 2018 = 100
Meest recente waarde
Aantal oprichtingen per 1.000 inwoners (2023) [E41]
178,2
12,6
135,3
19,2
149,8
11,9
155,1
14,3
128,6
10,9
139,5
15,2
Gemiddelde in de referentiegroep
129,8
14,1
135,7
19,4
135,6
14,3
139,1
15,1
127,1
13,7
134,4
19,4
1
E4
Het aantal nieuw opgerichte vestigingen van bedrijven per 1.000 inwoners in de leeftijdsgroep van 15- 75 jaar
• Het aantal nieuw opgerichte vestigingen per 1.000 inwoners in de provincie Groningen ontwikkelde zich ten opzichte van de uitgangsituatie positief. De provincie Groningen telde in 2023 39,5 % meer oprichtingen per 1.000 inwoners dan in de uitgangssituatie. Het aantal nieuw opgerichte vestigingen per 1.000 inwoners nam in de provincie sinds het indexjaar daarmee harder toe dan gemiddeld in Nederland (+34,4%). Hoewel er relatief gezien in de provincie Groningen nog altijd minder vestigingen worden opgericht per 1.000 inwoners is het verschil met landelijke gemiddelde hierdoor kleiner geworden.
ten geldt dat er in 2023 in absolute zin minder oprichtingen waren per 1.000 inwoners dan in de referentiegroepen.
• Opvallend is dat het aantal vestigingen in de provincie Groningen in de periode 2018-2023 (+26%) in relatieve zin fors harder groeide dan de werkgelegenheid in dezelfde periode (+11%). Ook in de aardbevingsgemeenten en de rest van Nederland is een vergelijkbaar beeld van schaalverkleining zichtbaar. Deze ontwikkeling wordt verklaard door een forse toename van het aantal zelfstandig ondernemers ten opzichte van de uitgangssituatie. Een trend die al wat langer zichtbaar is in Nederland en
• Ten opzichte van de uitgangssituatie ontwikkelde het aantal
er voor zorgt dat de gemiddelde omvang (in aantal banen) van
oprichtingen per 1.000 inwoners zich in alle aardbevingsge-
een onderneming terugloopt. In het licht van de hoofdambitie is
meenten, met uitzondering van de gemeente Groningen, posi-
deze ontwikkeling ongewenst. Zelfstandigen creëren gemiddeld
tiever dan de referentiegroepen. Voor alle aardbevingsgemeen-
genomen minder toegevoerde waarde per arbeidsplaats dan een medewerker in loondienst.
30
OUTCOME
M O N I TO R 2024 OUTPUT, OUTCOME EN IMPACT NATIONAAL PROGRAMMA GRONINGEN / 2024
Subindicator: snelle groeiers EEMSDELTA
GRONINGEN
HET HOGELAND
MIDDENGRONINGEN
OLDAMBT
PROVINCIE GRONINGEN
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Percentage snel groeiende vestigingen (2023) [E51]
+0,5
1,9%
-0,4
1,6%
+0,4
1,4%
-0,4
1,3%
+0,0
1,8%
-0,2
1,5%
Gemiddelde in de referentiegroep
-0,2
1,6%
-0,2
1,8%
-0,2
1,3%
-0,1
1,9%
-0,1
1,6%
-0,2
1,6%
1
E5
Bedrijven met 10 of meer werknemers in het begin van het startjaar met een gemiddelde autonome groei van 10% per jaar of meer over een periode van 3 jaar
• De ontwikkeling van het percentage snelgroeiende vestigingen
laatste peilmoment het aandeel snelgroeiende vestigingen in
ten opzichte van het totaal aantal vestigingen laat een diffuus
het totaal aantal vestigingen in absolute zin hoger ligt dan in de
beeld zien. Voor de provincie Groningen geldt dat het aandeel
referentiegroepen.
snelgroeiende vestigingen in het totaal aantal vestigingen ten opzichte van de uitgangssituatie licht is teruggelopen. Ten opzichte van 2018 daalde het aandeel snel groeiende vestigingen in de provincie met 0,2 procentpunt, net als het landelijke gemiddelde. Ten opzichte van het landelijke gemiddelde telt de provincie Groningen anno 2023 een iets lager percentage snelgroeiende vestigingen.
• Voor zowel de gemeente Groningen (-0,4 procentpunt) als Midden Groningen (-0,4 procentpunt) geldt dat het aandeel snelgroeiende vestigingen een negatieve ontwikkeling laat zien ten opzichte van de uitgangssituatie. De negatieve ontwikkeling in beide gemeenten is bovendien groter dan de eveneens negatieve ontwikkeling van het aandeel snelgroeiende vestigingen in de referentiegroepen. Mede hierdoor telt zowel de gemeente
• De gemeenten Eemsdelta, Het Hogeland en Oldambt laten allen
Groningen als de gemeente Midden-Groningen nog altijd minder
een positieve ontwikkeling zien van het aandeel snelgroeiende
snelgroeiende vestigingen ten opzichte van het totaal aantal
vestigingen ten opzichte van de ontwikkeling in de referentie-
vestigingen dan het gemiddelde in de referentiegroepen.
groep. Voor alle drie gemeenten geldt bovendien dat op het
31
OUTCOME
M O N I TO R 2024 OUTPUT, OUTCOME EN IMPACT NATIONAAL PROGRAMMA GRONINGEN / 2024
Subindicator: exporterende vestigingen EEMSDELTA
GRONINGEN
OLDAMBT
PROVINCIE GRONINGEN
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Percentage exporterende vestigingen (2023) [E61]
+0,1
6,4%
-0,7
5,2%
-0,1
5,2%
-0,8
5,4%
-0,3
7,1%
-0,5
5,7%
Gemiddelde in de referentiegroep
-0,8
7,1%
-1,0
6,9%
+0,0
6,4%
-0,5
8,3%
-0,6
8,1%
-0,9
6,8%
E6
Aantal exporterende vestigingen per 1.000 vestigingen, gemiddelde over 3 jaar
• Het percentage exporterende vestigingen in de provincie Gro-
• In de gemeente Eemsdelta nam het percentage exporterende
ningen daalde in de periode 2018-2023 met half procentpunt.
vestigingen toe ten opzichte van de uitgangssituatie (+0,1
Landelijk kwam de daling van het percentage exporterende
procentpunt), dit in tegenstelling tot haar referentiegroep waar
vestigingen hoger uit (-0,9 procentpunt). Ondanks de positieve
sprake van een daling (-0,8 procentpunt).
ontwikkeling van de provincie Groningen ten opzichte van de landelijke ontwikkeling, telt Groningen anno 2023 nog altijd een lager percentage exporterende vestigingen dan gemiddeld in Nederland. Ook in alle aardbevingsgemeenten ligt het percentage exporterende vestigingen lager dan in haar respectievelijke referentiegroep. De ontwikkeling van het percentage in periode 2018-2023 verschilt wel sterk per aardbevingsgemeente.
OUTCOME
MIDDENGRONINGEN
Verandering t.o.v. 2018
1
32
HET HOGELAND
• De overige aardbevingsgemeenten noteerden allen een negatieve ontwikkeling van het percentage exporterende vestigingen in de periode 2018-2023. Voor gemeente Groningen en Oldambt geld dat de ontwikkeling minder negatief was dan de gemiddelde ontwikkeling in de referentiegroep. Voor Het Hogeland en Midden-Groningen geldt juist dat de negatieve ontwikkeling van het percentage exporterende vestigingen groter was dan in de referentiegroepen.
M O N I TO R 2024 OUTPUT, OUTCOME EN IMPACT NATIONAAL PROGRAMMA GRONINGEN / 2024
Subindicator: interne O&O uitgaven PROVINCIE GRONINGEN
Interne O&O uitgaven (2023) [E71] Gemiddelde in de referentiegroep
1 E7
Verandering t.o.v. 2019
Meest recente waarde
-3,7
15,3%
(FR) -6,1
(FR) 15,5%
(DR) -9,4
(DR) 10,0%
Interne O&O uitgaven als percentage van de omzet (t.o.v. Drenthe en Friesland)
• De cijfers in Monitor 2024 laten zien dat bedrijven in de provincie Groningen in 2023 relatief minder geld uitgaven aan onderzoek en ontwikkeling als percentage van de omzet dan in 2019. Ten opzichte van het vorige meetmoment is in de provincie Groningen wel sprake van een lichte stijging (+ 2,1 procentpunt). Uit de onderliggende cijfers blijkt dat het aantal medewerkers dat aan onderzoek en ontwikkeling werkt bij de bedrijven in de steekproef in de provincie Groningen afnam ten opzichte van het vorige meetmoment. Dit terwijl de O&O uitgaven als percentage van de omzet steeg. Onderzoekers geven aan dat dit waarschijnlijk wordt verklaard door stijgende salariskosten als
33
OUTCOME
gevolg van inflatie en niet het gevolg is van een dalend omzetniveau bij bedrijven.
• Ook in de provincies Drenthe en Friesland gaven bedrijven in 2023 relatief minder geld uit aan onderzoek en ontwikkeling als percentage van de omzet dan in 2019. De ontwikkeling ten opzichte van het vorige meetmoment laten in beide provincies een verschillend beeld zien. In Friesland namen, net als in Groningen, de uitgaven aan onderzoek en ontwikkeling als percentage van de omzet toe. In Drenthe zette de dalende trend daarentegen verder door.
M O N I TO R 2024 OUTPUT, OUTCOME EN IMPACT NATIONAAL PROGRAMMA GRONINGEN / 2024
Subindicator: investering in materiële vaste activa PROVINCIE GRONINGEN Index: 2019 = 100
Meest recente waarde
Investeringen in materiële vaste activa per 1.000 vestigingen (2022) [E81]
84,2
56,0
Gemiddelde in de referentiegroep
102,9
46,6
1 E8
Investeringen in materiele vaste activa per 1.000 vestigingen in mln euro
• De investeringen in materiële vaste activa per 1.000 vesti-
34
OUTCOME
(+2,9%). Hierbij moet vermeld worden dat de investeringen
gingen is in de provincie Groningen in de periode 2018-2022
in materiële vaste activa per 1.000 vestigingen per jaar flink
afgenomen (-15,8%). De provincie Groningen laat daarmee een
kunnen fluctueren, zeker op provinciaal niveau. De ontwikkeling
afwijkend beeld zien in vergelijking tot het landelijk gemiddelde,
van deze indicator in de komende jaren zal moeten uitwijzen
waar sprake was van een lichte stijging van de investering
hoe het provinciale beeld zich tot het landelijke verhoudt.
M O N I TO R 2024 OUTPUT, OUTCOME EN IMPACT NATIONAAL PROGRAMMA GRONINGEN / 2024
Conclusie De provincie Groningen voldoet op dit moment aan de hoofdambitie van Nationaal Programma Groningen: de bruto toegevoegde waarde in de provincie Groningen laat ten opzichte van de uitgangssituatie een positievere ontwikkeling zien dan de landelijke ontwikkeling. Hierbij dient opgemerkt te worden dat de inflatie zorgt voor een enigszins vertekend beeld. De provincie Groningen ‘profiteert’ door haar economische structuur (oververtegenwoordiging van delfstofwinning en energievoorziening) bovengemiddeld van de forse inflatie in 2022. Terwijl tegelijkertijd, ten opzichte van het vorige peilmoment, de volumemutatie van de bruto toegevoegde waarde in de provincie juist achterblijft bij het landelijke gemiddelde. Hieruit maken we op dat de reële groei van de Groningse economie juist achterblijft bij de landelijke groei.
aantal banen als het aantal oprichtingen in de provincie Groningen. Voor de realisatie van de hoofdambitie is dit een wenselijk ontwikkeling. De bovengemiddelde ontwikkeling van de toegevoegde waarde exclusief delfstofwinning, werkgelegenheid en oprichtingen impliceren namelijk allen dat de economie van Groningen ondanks de afbouw van de aardgaswinning groeit.
• Er zijn in deze monitor ook minder positieve ontwikkeling zichtbaar. Monitor 2024 laat ziet dat zowel het percentage snelgroeiende vestigingen als het aandeel exporterende vestigingen in Groningen terugloopt ten opzichte van de uitgangssituatie. Zowel snelgroeiende bedrijven als internationaal actieve bedrijven leveren namelijk een disproportioneel grote bijdrage aan het verdienvermogen van de regio. Daarnaast is ook zichtbaar dat bedrijven in relatieve zin minder investeren in onderzoek en ontwikkeling en de investeringen in materiële activa blijven
• Het is positief om waar te nemen dat ook de bruto toegevoegde
achter bij het landelijke beeld. Genoemde ontwikkelingen vor-
waarde exclusief delfstoffenwinning in de provincie Groningen
men in potentie allen een bedreiging voor de realisatie van de
over de periode 2018-2021 harder stijgt dan in Nederland. Een
hoofdambitie.
beeld dat ook is terug te zien in zowel de ontwikkeling van het
Raakvlakken met overige ambities • Monitor 2024 laat zien dat er in alle aardbevingsgemeenten en
• De bovengemiddelde groei van de economie in Groningen
in de provincie als geheel sprake is van een positieve ontwikke-
leidt (nog) niet in alle aardbevingsgemeenten tot de gewenste
ling van de werkgelegenheid. Een groeiend aantal banen leidt
ontwikkeling van verschillende sociaaleconomische factoren.
over het algemeen tot een hogere netto arbeidsparticipatie en
Ondanks de bovengemiddelde groei van de economie zien we
een lagere werkloosheid, mits de beroepsbevolking een pas-
dat de ontwikkeling van het gemiddelde inkomen per huishou-
sende aansluiting kan vinden op de regionale arbeidsmarkt. De
den in enkele aardbevingsgemeenten bijvoorbeeld nog altijd
positieve ontwikkeling van de netto arbeidsparticipatie en de
achter blijft bij de referentiegroep. En ten opzichte van de
daling van het werkloosheid die zichtbaar is in deze monitor
uitgangssituatie geven in 2023 meer inwoners in Groningen
impliceren dat dat in Groningen het geval is.
aan moeite te hebben met rond te komen. Kortom, niet alle inwoners in Groningen lijken in gelijke mate te profiteren van de economische groei in de regio.
35
OUTCOME
M O N I TO R 2024 OUTPUT, OUTCOME EN IMPACT NATIONAAL PROGRAMMA GRONINGEN / 2024
3.2 Werken & Leren EEMSDELTA
GRONINGEN
HET HOGELAND
MIDDENGRONINGEN
OLDAMBT
PROVINCIE GRONINGEN
HOOFDINDICATOR Netto arbeidsparticipatie HOOFDINDICATOR Mediaan van het gestandaardiseerd besteedbaar huishoudinkomen in euro’s HOOFDINDICATOR Percentage uitstroom hbo en wo SUBINDICATOR Percentage werkloosheid SUBINDICATOR Sociaaleconomische status SUBINDICATOR Percentage huishoudens met problematische schulden SUBINDICATOR Percentage huishoudens met een langdurig laag inkomen SUBINDICATOR Percentage inwoners dat moeite heeft met rondkomen SUBINDICATOR Aantal huishoudens met stapeling in voorzieningen (per 1000) SUBINDICATOR Aandeel hbo- en wo-opgeleid SUBINDICATOR Voortijdig schoolverlaters SUBINDICATOR Percentage laaggeletterdheid Voortgang van de indicatoren bij de hoofdambitie Werken & Leren. Een vinkje geeft aan dat de doelstelling voor de betreffende indicator op dit moment wordt gehaald, een kruisje betekent dat de doelstelling niet wordt gehaald.
36
OUTCOME
M O N I TO R 2024 OUTPUT, OUTCOME EN IMPACT NATIONAAL PROGRAMMA GRONINGEN / 2024
Hoofdambitie: netto arbeidsparticipatie EEMSDELTA
GRONINGEN
HET HOGELAND
MIDDENGRONINGEN
OLDAMBT
PROVINCIE GRONINGEN
Index: 2018 = 100
Meest recente waarde
Index: 2018 = 100
Meest recente waarde
Index: 2018 = 100
Meest recente waarde
Index: 2018 = 100
Meest recente waarde
Index: 2018 = 100
Meest recente waarde
Index: 2018 = 100
Meest recente waarde
Netto arbeidsparticipatie (2023) [W11]
+3,9
68,1%
+5,7
71,2%
+4,2
70,7%
+4,7
70,1%
+6,0
68,1%
+5,1
70,6%
Gemiddelde in de referentiegroep
+3,6
73,7%
+4,5
71,8%
+3,7
73,0%
+4,2
74,5%
+3,9
73,7%
+4,0
73,1%
1
W1
Het aandeel van de werkzame beroepsbevolking 15-75 jaar in de bevolking van dezelfde leeftijdsgroep (beroeps- en niet-beroepsbevolking)
• De ambitie van Nationaal Programma Groningen is dat de netto
het sterkst (+6,0%-punt) en het positieve verschil met de refe-
arbeidsparticipatie in de aardbevingsgemeenten sterker stijgt
rentiegemeenten is hier het grootst. Ook in de gemeente Gro-
dan gemiddeld in de referentiegebieden. Dit betekent dat Nati-
ningen steeg de netto arbeidsparticipatie sterk (+5,7%-punt).
onaal Programma Groningen i.) een positieve ontwikkeling van
Daarmee voldoen de aardbevingsgemeenten aan de ambitie
de netto arbeidsparticipatie nastreeft en ii.) dat deze positieve
van het programma.
ontwikkeling sterker is voor de aardbevingsgemeenten dan de gemiddelde ontwikkeling in de referentiegebieden.
• De netto arbeidsparticipatie ligt, net als voor de start in 2018, onder het gemiddelde van de referentiegroepen. Het verschil
• De netto arbeidsparticipatie in de provincie Groningen steeg in
tussen de aardbevingsgemeenten en de referentiegroepen is
2023 duidelijk ten opzichte van de uitgangssituatie voorafgaand
het grootst voor Eemsdelta en Oldambt (beiden 5,6%-punt
aan Nationaal Programma Groningen (2018). De gemiddelde
lager dan de referentiegroep). Voor alle gemeenten is het
groei in de provincie was +5,1%-punt van 65,5% naar 70,6%.
verschil met de referentiegroepen kleiner geworden dankzij
Landelijk groeide de netto arbeidsparticipatie minder hard: van
de sterkere positieve ontwikkeling ten opzichte van 2018 in de
69,1% naar 73,1% (+4,0%-punt). Dat betekent dat het verschil
aardbevingsgemeenten. In 2023 kwam de ontwikkeling van de
tussen de provincie Groningen en het landelijk niveau kleiner is
netto arbeidsparticipatie in een lagere versnelling terecht als
geworden.
gevolg van een beperkte economische groei en aanhoudende
• We zien een eenduidig beeld in de ontwikkeling van de netto arbeidsparticipatie: in alle vijf aardbevingsgemeenten is de groei hoger dan in de referentiegemeenten. Oldambt groeide
personeelstekorten11.
• In lijn met de ambitie bewegen alle vijf aardbevingsgemeenten in de goede richting.
11 UWV (2024). Regionale Arbeidsmarktprognose 2024-2025 Groningen. Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen. Auteur: Erik Oosterveld
37
OUTCOME
M O N I TO R 2024 OUTPUT, OUTCOME EN IMPACT NATIONAAL PROGRAMMA GRONINGEN / 2024
Hoofdambitie: mediaan besteedbaar huishoudinkomen EEMSDELTA
GRONINGEN
HET HOGELAND
MIDDENGRONINGEN
OLDAMBT
PROVINCIE GRONINGEN
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Mediaan van het gestandaardiseerd besteedbaar huishoudinkomen in euro’s (2021) [W21]
106,3
€27.000
109,1
€23.900
106,4
€28.100
106,6
€27.300
106,5
€26.300
107,4
€26.200
Gemiddelde in de referentiegroep
106,4
€30.000
108,2
€26.300
106,4
€29.900
107,4
€30.600
107,1
€30.300
106,8
€29.800
1
Verandering Meest recente t.o.v. waarde 2018
W2 Het mediaan gestandaardiseerd besteedbaar inkomen per huishouden, in euro. Bij de berekening wordt gecorrigeerd voor verschillen in grootte en samenstelling van huishoudens. De mediaan is het middelste getal wanneer alle inkomens van laag naar hoog worden gesorteerd
• De ambitie van Nationaal Programma Groningen is dat het
• Het besteedbaar huishoudinkomen is in alle aardbevingsge-
besteedbaar huishoudinkomen in de aardbevingsgemeenten in
meenten gegroeid tussen 2018 en 2021 (percentages van 6,3%
de komende periode sterker stijgt dan gemiddeld in de referen-
tot 9,1% groei). De groei was in de gemeente Groningen ster-
tiegebieden. Dit betekent dat Nationaal Programma Groningen
ker dan in de referentiegroepen. In Het Hogeland was de groei
i.) een positieve ontwikkeling van het besteedbaar inkomen
lichtelijk lager dan in de referentiegroepen, en in Eemsdelta,
nastreeft en ii.) dat deze positieve ontwikkeling sterker is voor
Midden-Groningen en Oldambt geldt dat zij een minder sterke
de aardbevingsgemeenten dan de gemiddelde ontwikkeling in
groei doormaakten dan de referentiegroepen.
de referentiegebieden.
• In 2021 bedraagt het (mediaan) besteedbaar huishoudinkomen
• De gemeente Groningen valt op met het laagst besteedbaar huishoudinkomen (€ 23.900). Dit hangt samen met een hoog
in de provincie Groningen € 26.200. Landelijk bedraagt dit €
percentage studenten én veel huishoudens met een laag
29.800. De provincie Groningen heeft het laagste besteed-
inkomen (11,8%). Op Rotterdam na (12,9%), kent de gemeente
baar inkomen van alle provincies in Nederland. De groei van
Groningen het hoogste percentage huishoudens met een laag
het besteedbaar inkomen is in de provincie wel iets hoger dan
inkomen in Nederland.
landelijk (+7,4% en +6,8%). In absolute zin is de groei landelijk echter hoger, namelijk € 2.900,- in Groningen en € 3.200,- landelijk. Het besteedbaar inkomen van lage inkomensgroepen stijgt minder hard in absolute zin bij gelijke relatieve groei, dus: in regio’s met een relatief grote groep met een laag inkomen stijgt het gehele besteedbaar inkomen minder hard. Dit komt doordat het aantal huishoudens met een laag inkomen is toegenomen en tegelijkertijd de beschikbare inkomens zijn achterge-
• Het niveau van het besteedbaar huishoudinkomen ligt in alle vijf aardbevingsgemeenten onder het niveau van hun referentiegroep. Kijken we naar de ambitie, dan zien we dat het verschil met de referentiegroep in Groningen kleiner is geworden. In Eemsdelta en Het Hogeland is het verschil ongeveer gelijk gebleven en in Midden-Groningen en Oldambt is het verschil groter geworden.
bleven bij de groei van de economie12.
12 CBS (2021). Inkomen Nederlanders in 50 jaar meer dan verdubbeld. April 2021. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek
38
OUTCOME
M O N I TO R 2024 OUTPUT, OUTCOME EN IMPACT NATIONAAL PROGRAMMA GRONINGEN / 2024
Hoofdambitie: uitstroom opleidingen EEMSDELTA
GRONINGEN
HET HOGELAND
MIDDENGRONINGEN
OLDAMBT
PROVINCIE GRONINGEN
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Percentage uitstroom hbo en wo (t.o.v. totale uitstroom) (2022) [W31]
+1,6
10,9%
+2,7
63,6%
+3,1
13,9%
+3,3
14,1%
+3,2
13,2%
+3,6
39,1%
Gemiddelde in de referentiegroep
+2,4
16,1%
+2,2
47,4%
+2,9
15,6%
+3,2
15,8%
+2,5
17,8%
+3,4
28,3%
1
W3
Percentage gediplomeerden op hbo en wo niveau ten opzichte van het totaal aantal gediplomeerden
• De ambitie van Nationaal Programma Groningen is dat het opleidingsniveau in de aardbevingsgemeenten in de komende periode sterker stijgt dan gemiddeld in de referentiegebieden. Dit betekent dat Nationaal Programma Groningen i.) een positieve ontwikkeling in de uitstroom van hbo- en wo-opgeleiden nastreeft en ii.) dat deze positieve ontwikkeling sterker is voor de aardbevingsgemeenten dan de gemiddelde ontwikkeling in de referentiegebieden.
In Eemsdelta was deze ontwikkeling als enige lager dan in de referentiegroepen.
• Net als in 2018 ligt in 2022 het aandeel van studenten hbo en wo dat uitstroomt voor iedere gemeente in het aardbevingsgebied onder het gemiddelde van de referentiegroepen, uitgezonderd in de gemeente Groningen. In de gemeente Groningen is het aandeel van studenten dat hbo en wo uitstroomt hoog en ten opzichte van 2018 gestegen (+2,7%-punt, het totaal is
• We zien een positieve ontwikkeling in de uitstroom van hbo en
63,6%). De gemeente Groningen fungeert met de universiteit
wo studenten in de provincie Groningen (+3,6%-punt). Dit is
en hogescholen als magneet voor Noord-Nederland. Jongeren
positief ten opzichte van het landelijk beeld (+3,4%-punt).
uit de wijde omgeving gaan studeren in Groningen, waardoor
• Het aandeel hbo en wo studenten dat uitstroomt in de provincie Groningen is hoog (39,1%). Het verschil met het landelijke
het niveau in de regio lager is.
• In lijn met de ambitie groeide in alle aardbevingsgemeenten en
gemiddelde is in deze periode iets groter geworden (28,3%
alle referentiegroepen de uitstroom hbo en wo ten opzichte van
landelijk). Het provinciale gemiddelde wordt in belangrijke mate
de totale uitstroom. Alleen in Eemsdelta was de groei minder
beïnvloed door het hoge percentage van de gemeente Gronin-
sterk dan in de referentiegroep. De stijging in de uitstroom kan
gen.
gedeeltelijk verklaard worden door de inhaalslag na de pande-
• We zien in alle aardbevingsgemeenten een positieve ontwikkeling van het percentage uitstroom hbo en wo studenten.
mie enerzijds13 en door de verhoging van de instroom in het hbo en wo in 2019 en 2020 anderzijds14.
13 R ijksoverheid (2022). Meer tijd voor herstel na corona in mbo en hoger onderwijs. Geraadpleegd via www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2022/06/03/ meer-tijd-voor-herstel-na-corona-in-mbo-en-hoger-onderwijs 14 ArbeidsmarktInZicht (2021). Aantal hbo’ers in Groningen. Geraadpleegd via https://arbeidsmarktinzicht.nl/aantal-hbo-ers-in-groningen
39
OUTCOME
M O N I TO R 2024 OUTPUT, OUTCOME EN IMPACT NATIONAAL PROGRAMMA GRONINGEN / 2024
Sub-indicator: werkloosheid EEMSDELTA
HET HOGELAND
GRONINGEN
MIDDENGRONINGEN
OLDAMBT
PROVINCIE GRONINGEN
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Percentage werkloosheid (2023) [W41]
-1,7
3,7%
-2,7
4,8%
-1,7
3,1%
-2,3
3,6%
-2,9
3,6%
-2,3
4,0%
Gemiddelde in de referentiegroep
-1,2
3,0%
-1,3
4,1%
-1,3
3,0%
-1,3
2,9%
-1,3
2,9%
-1,3
3,6%
1
W4 De werkloze beroepsbevolking als percentage van de (werkzame en werkloze) beroepsbevolking. Personen van 15-75 jaar zonder betaald werk, die recent naar werk hebben gezocht en daarvoor direct beschikbaar zijn
• In de provincie Groningen nam de werkloosheid af in de peri-
• Net als in eerdere jaren ligt het niveau van de werkloosheid
ode 2018 – 2023 tot een waarde van 4,0% (-2,3%-punt). Ook
in 2023 boven het gemiddelde van de referentiegroepen. De
landelijk daalde de werkloosheid (-1,3%-punt). De trendlijn laat
relatief hoge werkloosheid in de aardbevingsgemeenten laat
al jaren een daling zien, met als uitzondering het eerste corona-
zich verklaren door een relatief groot aantal kwetsbare groe-
jaar 2020 waarin de werkloosheid gelijk bleef. Sindsdien zet de
pen wonend in deze gemeenten, deels met een afstand tot de
daling weer verder in. Ondanks de sterke daling is het werkloos-
arbeidsmarkt16. Vaak hebben mensen uit deze groepen moeite
heidspercentage in de provincie Groningen structureel hoger
om aan te haken door de hogere en veranderende eisen van
dan het landelijk gemiddelde.
werk. Dit betreft bovendien een groep die het minst geneigd is te verhuizen en in verhouding meer achterblijft. Mensen met
• De werkloosheid is in alle aardbevingsgemeenten afgenomen.
een zwakkere arbeidsmarktpositie dreigen hierdoor uitgesloten
In alle gevallen is de daling tevens sterker dan in de referentie-
te worden van de arbeidsmarkt, denk bijvoorbeeld aan langdu-
gemeenten. Dit heeft te maken met de huidige krappe arbeids-
rig (oudere) werklozen of mensen die door gezondheidsproble-
markt (tekort aan arbeidskrachten voor openstaande vacatures)
men in de participatiewet terecht zijn gekomen.
en de ruimte die in de aardbevingsgemeenten relatief gezien nog beschikbaar was (beschikbare arbeidskrachten in die regio):
• De daling van de werkloosheid is in alle aardbevingsgemeen-
we zien hier een wisselwerking met de arbeidsparticipatie. Niet
ten sterker dan in de referentiegemeenten. Dit betekent dat de
iedereen die beschikbaar is kan ook daadwerkelijk participe-
aardbevingsgemeenten hun achterstand op de referentiege-
ren .
meenten aan het inhalen zijn.
15
15 Sociaal Planbureau Groningen (2023). Arbeid en vrije tijd. December 2023. Groningen: Sociaal Planbureau Groningen 16 UWV (2022). Duiding arbeidsmarktontwikkelingen, april 2022. UWV Arbeidsmarktinformatie en –advies
40
OUTCOME
M O N I TO R 2024 OUTPUT, OUTCOME EN IMPACT NATIONAAL PROGRAMMA GRONINGEN / 2024
Sub-indicator: sociaaleconomische status EEMSDELTA
GRONINGEN
HET HOGELAND
MIDDENGRONINGEN
OLDAMBT
PROVINCIE GRONINGEN
Index: 2018 = 100
Meest recente waarde
Index: 2018 = 100
Meest recente waarde
Index: 2018 = 100
Meest recente waarde
Index: 2018 = 100
Meest recente waarde
Index: 2018 = 100
Meest recente waarde
Index: 2018 = 100
Meest recente waarde
Sociaaleconomische status - rangorde (2022) [W51]
99,1
317
110,6
342
99,7
269
96,6
307
91,0
304
n.v.t.
n.v.t.
Gemiddelde in de referentiegroep
100,8
218
103,8
336
97,3
195
102,4
192
94,2
196
n.v.t.
n.v.t.
1
W5 Rangnummer in rangorde binnen Nederland. De indicator sociaaleconomische status is een samengestelde indicator voor gemeenten, waarbij de aandacht uitgaat naar de gemiddelde waarde van de huizen, het aandeel (sociale) huurwoningen, het aandeel bijstands- en arbeidsongeschiktheidsontvangers, het aandeel werklozen en het aandeel huishoudens met laag inkomen, met een hoog inkomen en het gemiddeld inkomen per persoon in de gemeente. De indicator wordt uitgedrukt in ranking van de sociaal economische status ten opzichte van Nederland (van de 345)
• De indicator sociaaleconomische status is een samengestelde
• De sociaaleconomische status ontwikkelde zich gunstig in vier
indicator voor gemeenten, bestaande uit de gemiddelde waarde
van de vijf van de aardbevingsgemeenten (index waarden onder
van de huizen, het aandeel (sociale) huurwoningen, het aandeel
100), de gemeenten stegen enkele plekken in de ranglijst ten
bijstands- en arbeidsongeschiktheidsontvangers, het aandeel
opzichte van de nulmeting. Alleen de gemeente Groningen
werklozen en het aandeel huishoudens met laag inkomen, het
zakte juist op de ranglijst17.
aandeel huishoudens met een hoog inkomen en het gemiddeld inkomen per persoon in de gemeente. De indicator wordt uitgedrukt in de plaats op de ranglijst van de 352 Nederlandse gemeenten in 2022. Een hogere notatie op de ranglijst betekent een hogere sociaaleconomische status: 1 is de gemeente met de hoogste status en 352 met de laagste status.
• Hoewel de sociaaleconomische status in Eemsdelta, Midden-Groningen, en Oldambt zich beter ontwikkelt dan in hun referentiegemeenten, ligt de sociaaleconomische status van alle aardbevingsgemeenten sterk lager dan die van hun referentiegemeenten. Dit hangt onder meer samen met de lagere scores op de indicatoren gemiddelde woningwaarde, het gemid-
• Alle aardbevingsgemeenten staan laag op de ranglijst van
deld inkomen per persoon in de gemeente, en het aandeel huis-
sociaaleconomische status. Op een schaal van 1 tot 352 ranken
houdens met een hoog inkomen ten opzichte van de referentie-
de aardbevingsgemeenten van 269 in Het Hogeland tot 342 in
gemeenten. In de gemeente Groningen en Het Hogeland is de
Groningen. Het totale aantal gemeenten is van 380 naar 352
ontwikkeling negatief ten opzichte van de referentiegemeenten,
gegaan tussen 2018 en 2021. Dit heeft tot gevolg dat de ran-
zij raken ten opzichte van de referentiegemeenten verder ach-
gorden niet één op één vergelijkbaar zijn tussen de jaren. De
terop sinds de start van het programma.
rangorden geven echter wel een indicatie van verschuivingen van jaar op jaar.
17 Voor het berekenen van de ontwikkeling is rekening gehouden met de tussentijdse gemeentelijke herindelingen.
41
OUTCOME
M O N I TO R 2024 OUTPUT, OUTCOME EN IMPACT NATIONAAL PROGRAMMA GRONINGEN / 2024
Sub-indicator: problematische schulden EEMSDELTA
GRONINGEN
HET HOGELAND
MIDDENGRONINGEN
OLDAMBT
PROVINCIE GRONINGEN
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Percentage huishoudens met problematische schulden (2023) [W61]
-0,6
9,6%
-0,2
6,9%
+0,1
6,5%
-0,4
10,2%
-0,1
10,5%
-0,3
8,0%
Gemiddelde in de referentiegroep
+0,3
6,4%
-0,2
8,9%
+0,4
6,4%
+0,4
6,9%
+0,2
6,2%
+0,3
8,6%
1
W6
Percentage huishoudens met problematische schulden
• Het percentage huishoudens in de provincie Groningen dat met
uitzondering van Het Hogeland. In de referentiegroepen vond
problematische schulden kampt, is gedaald ten opzichte van
juist een toename in het percentage huishoudens met proble-
2018. De gemiddelde daling in de provincie was -0,3%-punt,
matische schulden plaats, met uitzondering van de referentie-
terwijl landelijk een stijging plaatsvond van 0,3%-punt.
groep van de gemeente Groningen.
• Het aandeel huishoudens in de provincie Groningen dat te
• In de gemeente Groningen gaat de daling van het percentage
maken heeft met geregistreerde problematische schulden was
huishoudens met problematische schulden gelijk op met de
8,0% in 2023.
referentiegroep, in de andere aardbevingsgemeenten is de ont-
• In alle vijf aardbevingsgemeenten daalde het aandeel huishou-
wikkeling positief ten opzichte van de referentiegroepen.
dens met problematische schulden tussen 2018 en 2023, met
42
OUTCOME
M O N I TO R 2024 OUTPUT, OUTCOME EN IMPACT NATIONAAL PROGRAMMA GRONINGEN / 2024
Sub-indicator: percentage huishoudens met een langdurig laag inkomen EEMSDELTA
GRONINGEN
HET HOGELAND
MIDDENGRONINGEN
OLDAMBT
PROVINCIE GRONINGEN
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Percentage huishoudens met een langdurig laag inkomen (2022) [W71]
-1,5
2,6%
-5,1
1,9%
-1,2
1,7%
-1,5
2,3%
-1,6
2,7%
-2,7
2%
Gemiddelde in de referentiegroep
-0,8
1,3%
-2,5
2,6%
-0,9
1,3%
-0,9
1,3%
-0,9
1,2%
-1,5
1,8%
1
W7
Percentage huishoudens onder de lage inkomensgrens gedurende een periode van vier jaar
• Het percentage huishoudens met een langdurig laag in komen
2019 toe, van 3,7% naar 4,8%. In 2020 daalde het aandeel huis-
is in deze monitor voor het eerst opgenomen. De indicator is
houdens met een langdurig laag inkomen in Groningen voor het
bedoeld als aanvulling op de indicatoren mediaan besteedbaar
eerst weer licht om – net als landelijk – in 2022 te halveren naar
huishoudinkomen en percentage huishoudens met problemati-
2,0%. In 2022 zagen we het laagste aantal huishouden onder
sche schulden en biedt inzicht in de situatie en de ontwikkeling
de lage-inkomensgrens in 45 jaar. De verklaring hiervoor vinden
van armoede.
we vooral in de maatregelen rondom de energiecrisis, waarbij
• In 2022 leeft 2% van de huishoudens in de provincie Groningen op een langdurig laag inkomen (dat betekent 4 jaar of langer laag inkomen). Dit aandeel is sinds 2018 gedaald met -2,7%punt. Landelijk is het aandeel in minder sterke mate gedaald (-1,5%-punt). Door de sterkere daling is Groningen dichter naar het landelijk gemiddelde toe bewogen (1,8%).
• In alle aardbevingsgemeenten is het percentage huishoudens met een langdurig laag inkomen gedaald ten opzichte van 2018, en in sterkere mate ten opzichte van de referentiegroepen. Met name de gemeente Groningen heeft een sterke daling ervaren
huishoudens een toeslag ontvingen voor de hoge energielasten, verklaren voor een belangrijk deel deze sterke daling. Wanneer de toeslag en extra financiële regelingen buiten beschouwing worden gelaten, kwamen juist meer mensen onder de lage-inkomensgrens uit18. De verwachting is dan ook dat het percentage weer oploopt met het stoppen van de steunmaatregelen.
• Het percentage huishoudens met een langdurig laag inkomen ligt voor het merendeel van de aardbevingsgemeenten hoger dan in de referentiegroepen, behalve in de gemeente Groningen, daar ligt het percentage lager dan in de referentiegroep.
ten opzichte van 2018 (-5,1%-punt). Deze zeer positieve ontwikkeling moet wel in de juiste context worden geplaatst. We blikken daarvoor iets verder terug: In Groningen nam het aantal huishoudens met een langdurig laag inkomen tussen 2014 en
18 CBS (2023). Laagste armoederisico in 45 jaar door energietoeslag. www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2023/45/laagste-armoederisico-in-45-jaar-door-energietoeslag
43
OUTCOME
M O N I TO R 2024 OUTPUT, OUTCOME EN IMPACT NATIONAAL PROGRAMMA GRONINGEN / 2024
Sub-indicator: percentage inwoners dat moeite heeft met rondkomen EEMSDELTA
GRONINGEN
OLDAMBT
PROVINCIE GRONINGEN
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Percentage inwoners dat moeite heeft met rondkomen (2022) [W81]
+0,7
19,8%
+3,1
23,4%
+0,4
15,8%
-0,5
17,6%
-2,8
19,1%
+1,3
20,4%
Gemiddelde in de referentiegroep
+2,0
15,5%
+2,4
22,5%
+0,3
15,1%
+0,4
15%
+2,1
15,7%
+0,6
18,8%
W8
Percentage inwoners dat moeite heeft met rondkomen
• Het percentage inwoners dat moeite heeft met rondkomen is
was sterker dan in de referentiegroepen. In Het Hogeland was
ook een nieuwe indicator in aanvulling op het huishoudinkomen
de stijging ook lichtelijk sterker dan in de referentiegroepen.
en problematische schulden. De toevoeging van een subjectieve
Wel is het aandeel inwoners dat moeite heeft met rondkomen
indicator geeft voor het totaal beter inzicht in de stand van en
in zowel gemeente Groningen als Het Hogeland bijna gelijk aan
ontwikkeling van armoede. Mensen met een laag inkomen heb-
het aandeel in de referentiegroepen.
ben een groter risico op armoede en problematische schulden, vooral wanneer deze situatie lang aanhoudt. De inkomensgrens vertelt echter niet het volledige verhaal. De mate waarin mensen zelf aangeven te kunnen rondkomen biedt aanknopingspunten om materiële welvaart te duiden.
• In Midden-Groningen en Oldambt gaf een kleiner aandeel inwoners aan moeite te hebben met rondkomen ten opzichte van 2018 en hier was de ontwikkeling positiever dan in hun referentiegroepen. Toch ligt het aandeel inwoners dat moeite heeft met rondkomen in de aardbevingsgemeenten nog steeds hoger
• In 2022 gaf 20,4% van de inwoners in Groningen aan moeite te
dan in de referentiegroepen. Door een hoger aantal huishou-
hebben met rondkomen. Dit is een groter aandeel dan lande-
dens in de laagste inkomensgroepen in de provincie Groningen
lijk (18,8%) en het resultaat van een stijging van 1,3%-punt
worden de effecten van de inflatie in deze provincie sterker
ten opzichte van 2018. Landelijk is het percentage inwoners
gevoeld. Ook ligt het aandeel vrijstaande en slecht geïsoleerde
dat aangeeft moeite te hebben met rondkomen minder sterk
woningen hoog, en in combinatie met de hoge energieprijzen
gegroeid (0,6%-punt).
kan dit leiden tot een mindere mate waarin men kan rondkomen
• In Eemsdelta, gemeente Groningen en Het Hogeland is het percentage inwoners dat aangeeft moeite te hebben met rondkomen gestegen ten opzichte van 2018. In de gemeente Groningen is de grootste stijging zichtbaar (+3,1%-punt) en deze
OUTCOME
MIDDENGRONINGEN
Verandering t.o.v. 2018
1
44
HET HOGELAND
van het huishoudinkomen. Ook zijn in een provincie als Groningen, met grote afstanden tussen voorzieningen, meer mensen aangewezen op eigen vervoer, waarvoor de benzineprijzen sterk zijn gestegen.
M O N I TO R 2024 OUTPUT, OUTCOME EN IMPACT NATIONAAL PROGRAMMA GRONINGEN / 2024
Sub-indicator: stapeling in voorzieningen EEMSDELTA
GRONINGEN
HET HOGELAND
MIDDENGRONINGEN
OLDAMBT
PROVINCIE GRONINGEN
Index: 2018 = 100
Meest recente waarde
Index: 2018 = 100
Meest recente waarde
Index: 2018 = 100
Meest recente waarde
Index: 2018 = 100
Meest recente waarde
Index: 2018 = 100
Meest recente waarde
Index: 2018 = 100
Meest recente waarde
Aantal huishoudens met stapeling in voorzieningen (2 of meer) (per 1000) (2023) [W91]
132,0
96,3
85,1
84,0
74,9
109,3
107,1
125,7
79,2
165,3
71,4
114,0
Gemiddelde in de referentiegroep
106,5
91,9
109,3
98,6
95,5
78,8
113,4
86,5
99,4
91,6
77,5
103,3
1
W9
Stapeling in voorzieningen huishoudens (2 of meer) per 1.000 huishoudens gemiddelde over een periode van drie jaar
• De stapeling van voorzieningen geeft een indicatie van de
• Ten opzichte van zowel het provinciale gemiddelde als de refe-
(soms veelzijdige) problematiek van inwoners. Deze cijfers
rentiegroepen, maken in gemeente Groningen minder huishou-
geven inzicht in het aantal huishoudens dat gebruikmaakt
dens gebruik van twee of meer voorzieningen. In de andere vier
van twee of meer gemeentelijke voorzieningen in het sociaal
gemeenten wordt er relatief (veel) meer gebruik gemaakt van
domein: de Wmo, de Jeugdwet en/ of de Participatiewet. Van-
voorzieningen19.
wege zeer wisselende jaar-op-jaar gegevens is hier gekozen om een doorlopend gemiddelde op basis van drie jaar te nemen als meetwaarde. Hiermee ontstaat een stabieler beeld over de doorlopende ontwikkeling.
voorzieningen neemt af in de gemeenten Groningen, Het Hogeland en Oldambt (index lager dan 100). In Eemsdelta en Midden-Groningen neemt het aantal toe per 1.000 huishoudens
• In de provincie Groningen neemt het aantal huishoudens dat gebruikmaakt van twee of meer gemeentelijke voorzieningen in het sociaal domein af, van 159,6 naar 114,0 per 1.000 huishoudens (-28,6%). Landelijk is er sprake van een iets minder sterke afname, namelijk van 133,3 naar 103,3(-22,5%).
• Het aantal huishoudens dat gebruikt maakt van twee of meer
(index hoger dan 100) en alleen in Eemsdelta was de ontwikkeling negatief ten opzichte van de referentiegemeenten.
• Sinds 2018 is er jaar-op-jaar een licht dalende lijn te zien op provincieniveau. De individuele gemeenten fluctueren sterk in hun ontwikkeling door de jaren heen.
19 D e stapeling in voorzieningen is zeer volatiel. Daarom werken we met driejarige gemiddelden. Voor Eemsdelta en het Hogeland ontbreken er waarden voor de jaartallen 2017 en 2018. Voor deze meting is daarom voor deze twee gemeenten gekozen voor de absolute waarde uit 2019 als waarde voor de nulmeting in plaats van een driejarig gemiddelde. De waarden voor 2023 en de bijbehorende referentiewaarden zijn allen wel gebaseerd op driejarige gemiddelden.
45
OUTCOME
M O N I TO R 2024 OUTPUT, OUTCOME EN IMPACT NATIONAAL PROGRAMMA GRONINGEN / 2024
Sub-indicator: aandeel hbo- en wo-opgeleid EEMSDELTA
GRONINGEN
OLDAMBT
PROVINCIE GRONINGEN
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Aandeel hbo- en wo-opgeleid (2022) [W101]
+0,3
17,9%
+2,9
44,2%
+1,4
24,1%
+2,2
22,1%
+1,8
18,1%
+2,2
30,8%
Gemiddelde in de referentiegroep
+1,4
23,1%
+2,4
38,3%
+1,1
22,7%
+2,1
24,1%
+2,2
24,6%
+2,5
32,0%
W10 Percentage van de bevolking van 15-75 jaar dat hoger onderwijs heeft afgerond (op het niveau van hbo of wo)
• Het aandeel hbo- en wo-opgeleiden in de provincie Groningen
Hogeland en Midden-Groningen hebben gemiddeld 23% hbo- en
is 30,8% in 2022. Het percentage ligt iets onder het landelijk
wo-opgeleiden. Plaatsen als Bedum en Winsum trekken hbo- en
gemiddelde (32,0%).
wo-opgeleiden Groningers uit de stad aan (suburbanisatie over
• Het aantal hbo- en wo-opgeleiden in de aardbevingsgemeenten neemt jaarlijks toe (sinds 2018, maar ook al in de jaren daarvoor). In Eemsdelta en Oldambt is de toename minder sterk dan gemiddeld in de referentiegemeenten.
korte afstand). Stedelijke omgevingen hebben vaak een hoger percentage werk voor hbo- en wo-opgeleiden. Rurale gebieden hebben een kleiner aandeel. In de overige aardbevingsgemeenten die wat verder van de stad gelegen zijn, heeft ongeveer 18% een hbo- of wo-opleiding.
• Het aandeel inwoners met een hbo- of wo-opleiding is in het aardbevingsgebied onevenredig verdeeld. Net als in andere universiteitssteden zijn er in de gemeente Groningen relatief veel hbo- en wo-opgeleiden (44,2%). De andere vier gemeenten liggen onder het landelijk gemiddelde. De gemeenten Het
OUTCOME
MIDDENGRONINGEN
Verandering t.o.v. 2018
1
46
HET HOGELAND
• Het aandeel hbo- en wo-opgeleiden steeg in alle vijf gemeenten. In de gemeenten Groningen, Het Hogeland en Midden-Groningen is de toename sterker dan de gemiddelde toename in de referentiegemeenten.
M O N I TO R 2024 OUTPUT, OUTCOME EN IMPACT NATIONAAL PROGRAMMA GRONINGEN / 2024
Sub-indicator: voortijdig schoolverlaters EEMSDELTA
GRONINGEN
HET HOGELAND
MIDDENGRONINGEN
OLDAMBT
PROVINCIE GRONINGEN
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Voortijdig schoolverlaters (2022) [W111]
+1,1
3,2%
+0,6
3,7%
+0,3
2,3%
+0,5
2,7%
+1,2
3,5%
+0,7
3,0%
Gemiddelde in de referentiegroep
+0,5
2,3%
+0,4
3,5%
+0,7
2,3%
+0,7
2,7%
+0,6
2,4%
+0,4
2,8%
1
W11 Leerlingen die in een gegeven jaar het onderwijs verlaten zonder startkwalificatie. Het gaat hierbij dus om de jaarlijkse aanwas. Een in Nederland gangbare leeftijdsgrens is 23 jaar bij schoolverlaten
• Het aandeel voortijdig schoolverlaters in de provincie Gronin-
• Het aandeel leerlingen dat het onderwijs zonder startkwalifi-
gen in het schooljaar 2022-2023 is 3,0% . Dit is een stijging
catie verlaat in de aardbevingsgemeenten in het schooljaar
van 0,7%-punt ten opzichte van 2018. Het betreft leerlingen die
2022-2023 ligt tussen de 2,3% en 3,7%. In alle aardbevings-
in een gegeven jaar het onderwijs verlaten zonder startkwali-
gemeenten ligt het aandeel hoger of gelijk aan het aandeel in
ficatie. In de provincie is het aandeel iets sterker toegenomen
de referentiegroepen. Naast structurele redenen om voortijdig
(+0,7%-punt) ten opzichte van de landelijke stijging (+0,4%-
de school te verlaten zoals schulden en psychische klachten,
punt).
verkeerde studiekeuze en onvoldoende begeleiding, speelt nog
20
• In 2018, voor aanvang van Nationaal Programma Groningen, was het provinciaal gemiddelde gelijk aan het landelijk gemiddelde (2,3%). In de schooljaren 2019-2020 en 2020-2021 zagen we een landelijke daling. Door de coronacrisis en het vele thuis-
steeds de demotivatie die ontstond tijdens de coronaperiode een rol. Daarnaast verleidt de krapte op de arbeidsmarkt tot verkiezen van werk boven school21.
• De toename is in Eemsdelta, gemeente Groningen en Oldambt
onderwijs is de registratie van het aandeel schoolverlaters in
sterker dan de gemiddelde toename in de referentiegemeenten.
die schooljaren minder goed dan ‘normale’ schooljaren. Scholen
In Het Hogeland en Midden-Groningen was de toename minder
waren in deze periode niet verplicht om verzuimmeldingen door
sterk ten opzichte van de referentiegroepen.
te geven aan gemeenten. Na deze periode is er in heel Nederland een stijging te zien.
20 Voorlopige cijfers. 21 R ijksoverheid (2023). Aanvalsplan tegen voortijdig schoolverlaten in het mbo. Geraadpleegd via www.rijksoverheid. nl/actueel/nieuws/2023/04/03/aanvalsplan-tegen-voortijdig-schoolverlaten-in-het-mbo
47
OUTCOME
M O N I TO R 2024 OUTPUT, OUTCOME EN IMPACT NATIONAAL PROGRAMMA GRONINGEN / 2024
Sub-indicator: percentage laaggeletterdheid EEMSDELTA
GRONINGEN
HET HOGELAND
MIDDENGRONINGEN
OLDAMBT
PROVINCIE GRONINGEN
Meest recente waarde
Meest recente waarde
Meest recente waarde
Meest recente waarde
Meest recente waarde
Meest recente waarde
Percentage laaggeletterdheid (2022) [W121]
19,0%
9,0%
10,0%
10,0%
16,0%
14,0%
Gemiddelde in de referentiegroep
12,0%
12,0%
12,0%
10,0%
11,0%
12,0%
1
W12 Percentage laaggeletterdheid
• Het percentage laaggeletterdheid is een nieuwe toevoeging
• In de aardbevingsgemeenten verschilt het aandeel laaggelet-
aan Monitor 2024. Deze indicator is opgenomen als aanvulling
terden sterk. In de gemeente Groningen is het aandeel laag-
op de indicatoren rondom leren en opleidingsniveau. Het biedt
geletterden het laagst (9%), gevolgd door Het Hogeland en
inzicht over het ‘niet mee kunnen komen of meedoen in de
Midden-Groningen (beide 10%). Dit zijn ook de drie gemeenten
samenleving’. Laaggeletterdheid betekent moeite hebben met
waar het aandeel laaggeletterden ten opzichte van de referen-
lezen, schrijven en rekenen en werken met computers. Dit kan
tiegroepen gunstiger is. Verschillen in laaggeletterdheid kunnen
problemen geven met werk vinden of geld beheren. Een laagge-
voor een deel verklaard worden door de samenstelling van de
letterde kan wel lezen en schrijven, maar niet goed genoeg om
bevolking: er zijn bijvoorbeeld vaak minder laaggeletterden in
volledig mee te doen in de samenleving.
gemeenten waar mensen gemiddeld meer onderwijsjaren heb-
22
In 2022 is 14% van de
bevolking in provincie Groningen laaggeletterd. Landelijk is dit 12%.23
ben gevolgd en vaker fulltime werken24.
• In Eemsdelta en Oldambt is het aandeel het hoogst (19% en 16% respectievelijk), en hoger dan in de referentiegroepen.
22 Stichting Lezen en Schrijven (2024). Over Laaggeletterdheid. Geraadpleegd via www.lezenenschrijven.nl/over-laaggeletterdheid 23 Dit betreft de eerste meting van deze indicator. Hierdoor zijn er geen cijfers beschikbaar voor het meten van de ontwikkeling ten opzichte van de nulmeting. 24 Huijts, T., Bijlsma, I. & van der Velden, R. (2020). Wetenschappelijke Verantwoording Doelgroepenanalyse Laaggeletterden. Sittard: Etil Research Group
48
OUTCOME
M O N I TO R 2024 OUTPUT, OUTCOME EN IMPACT NATIONAAL PROGRAMMA GRONINGEN / 2024
Conclusie • Wat betreft de ambitie om beter te presteren op netto arbeidsparticipatie dan gemiddeld in de referentiegebieden, bewegen de aardbevingsgemeenten in de goede richting. De ontwikkeling van de netto arbeidsparticipatie in 2023 is voor alle aardbevingsgemeenten gunstiger dan de referentiegemeenten.
• De stijgende arbeidsparticipatie gaat gepaard met een dalende werkloosheid. Er is nog steeds sprake van een relatief lage arbeidsparticipatie in de aardbevingsgemeenten ten opzichte van de referentiegroep en landelijk. Dit hangt samen met een relatief groot aantal kwetsbare groepen wonende in de gemeenten, deels met een afstand tot de arbeidsmarkt.
besteedbaar huishoudinkomen gestegen. Echter, in Het Hogeland, Midden-Groningen en Oldambt steeg het besteedbaar inkomen minder sterk dan gemiddeld in de referentiegebieden. Ook in 2021 ligt het besteedbare huishoudinkomen in alle vijf aardbevingsgemeenten onder het gemiddelde van de referentiegroep.
• Het aandeel hbo- en wo-studenten dat in 2022 uitstroomt ligt, net als het jaar daarvoor, onder het gemiddelde van de referentiegemeenten. De gemeente Groningen vormt daarop een uitzondering.
• Binnen de regio zijn zeer grote verschillen. De gemeente Groningen fungeert met de Rijksuniversiteit Groningen en hogescholen als magneet voor Noord-Nederland: jongeren uit de wijde omgeving gaan studeren in Groningen. In de afgelopen Groningen, Het Hogeland, Midden-Groningen en Oldambt.
• Alle drie hoofdindicatoren ontwikkelen zich duidelijk in lijn met de ambitie. Het is echter lastig om een duidelijke link met Nationaal Programma Groningen te maken. Bovendien wordt op de sub-indicatoren veel minder positief gescoord. In het verlengde daarvan zien we vaak een samenhang tussen verschillende aspecten; een stapeling in voorzieningen komt bijvoorbeeld
• Op dit moment voldoen drie van de vijf aardbevingsgemeenten
OUTCOME
ontwikkeling minder sterk dan in de referentiegemeenten.
jaren zien we een positieve ontwikkeling voor de gemeenten
• In alle vijf aardbevingsgemeenten is in de afgelopen periode het
49
maar in de gemeenten Eemsdelta en Oldambt is deze positieve
vaker voor bij huishoudens met problematische schulden, bij
aan de ambitie uit het programmakader om beter te presteren
werkloosheid en/of huishoudens in een lage inkomenscategorie.
op de uitstroom van hbo- en wo-studenten dan de referentie-
Ook het fenomeen vroegtijdig schoolverlaten hangt samen met
gemeenten. Alle vijf gemeenten laten in 2022 een stijging zien
een dergelijke multiproblematiek.
M O N I TO R 2024 OUTPUT, OUTCOME EN IMPACT NATIONAAL PROGRAMMA GRONINGEN / 2024
Raakvlakken met overige ambities • De arbeidsmarkt heeft impact op andere aspecten van brede
• Daarbij is een groter aandeel hbo- wo-opgeleid niet voor alle
welvaart en wordt zelf ook door de andere thema’s beïnvloed.
gemeenten even belangrijk: een goede match tussen de uit-
Zo heeft werkloosheid ook impact op de economie, omdat er
stroom uit het onderwijs en samenstelling van arbeidsplaat-
bij minder inkomsten minder geconsumeerd en geproduceerd
sen in relevante sectoren is mogelijk belangrijker. Soms is het
wordt. Zo kan een afname in werkloosheid leiden tot een groei
belangrijker dat er bijvoorbeeld meer technisch geschoold
in de vraag naar recreatieve activiteiten (horeca, cultuur, eve-
personeel beschikbaar komt binnen alle opleidingstypes dan dat
nementen). Door deze toename in vraag zal het aanbod ook
er een verschuiving plaatsvindt tussen de opleidingstypen.
toenemen, wat de werkloosheid verder kan verminderen.
25
• De veronderstelling is dat een groter aandeel hbo/ wo-opgelei-
• De arbeidsparticipatie in Groningen is relatief gezien laag. Dat betekent dat er veel ‘onbenut’ arbeidspotentieel is. In de een
den op termijn van invloed zal zijn op de gestelde ambitie op
krappe arbeidsmarkt is het voor werkgevers extra lastig om
het vlak van leefbaarheid en brede welvaart. Onderwijs vormt –
geschikt personeel te vinden. De combinatie tussen een lagere
samen met inkomen – het fundament van het persoonlijk welzijn
arbeidsparticipatie en een krappe arbeidsmarkt heeft invloed
van Groningers. Hoewel het aantal hbo- en wo-opgeleiden in de
op het innovatie- en groeivermogen van het MKB, een relevante
aardbevingsgemeenten jaarlijks toeneemt, is het nog steeds zo
factor voor de economie. Daarnaast geeft een hogere arbeids-
dat de gemeenten Eemsdelta, Midden-Groningen en Oldambt
participatie hogere scores op ervaren kwaliteit van leven, wat
een minder groot aandeel hbo en/ of wo-geschoolde bevolking
relevant is voor de leefbaarheid en voor de brede welvaart
hebben dan vergelijkbare regio’s in het land. Er bestaat een dui-
(overkoepelend).
delijke samenhang tussen het behalen van een hbo- of wo-opleiding en een hoger inkomen, een betere ervaren gezondheid
• In Groningen, Midden-Groningen, Oldambt en Eemsdelta is
en hogere tevredenheid met het leven. Mensen met een lager inkomen lopen een hoger risico op (problematische) schulden. Bovendien verklaart inkomen voor een belangrijk deel onze ervaren gezondheid, veiligheid en sociale contacten. Hier zien we tevens een relatie met kunnen rondkomen. Een aanzienlijk deel van de Groningers geeft aan af en toe (of vaker) moeite te hebben met rondkomen. Financiële stress kan ook een zware wissel trekken op het (mentale) welbevinden van mensen.
daarnaast het aantal mensen met een betaalde baan toegenomen. Het hebben van werk heeft een belangrijke plaats in het leven van mensen en hangt samen met andere thema’s die in hun leven van waarde zijn. Arbeidsdeelname heeft grote invloed op het besteedbaar inkomen en persoonlijk welzijn. Op regionaal niveau kan het van invloed zijn op verschillende facetten van brede welvaart; zo kennen regio’s met een lagere werkloosheid vaak een hoger gezondheids- en welzijnsniveau (denk aan psychische problematiek, leefstijl) en een hogere kwaliteit van huisvesting (bijvoorbeeld door beter onderhoud).
25 Sociaal Planbureau Groningen, Planbureau Fryslan, Trendbureau Drenthe (2023). Werken en wonen in het noorden - Een analyse van brede welvaart en arbeidsmarkt in Drenthe, Fryslân en Groningen.
50
OUTCOME
M O N I TO R 2024 OUTPUT, OUTCOME EN IMPACT NATIONAAL PROGRAMMA GRONINGEN / 2024
3.3 Leefbaarheid EEMSDELTA
GRONINGEN
HET HOGELAND
MIDDENGRONINGEN
OLDAMBT
PROVINCIE GRONINGEN
HOOFDINDICATOR Leefbaarheidsscore SUBINDICATOR Percentage inwoners met goede gezondheid SUBINDICATOR Kwaliteit van woning SUBINDICATOR Tevredenheid met het leven SUBINDICATOR Tevredenheid met woning SUBINDICATOR Tevredenheid met woonomgeving Voortgang van de indicatoren bij de hoofdambitie Leefbaarheid. Een vinkje geeft aan dat de doelstelling voor de betreffende indicator op dit moment wordt gehaald, een kruisje betekent dat de doelstelling niet wordt gehaald.
51
OUTCOME
M O N I TO R 2024 OUTPUT, OUTCOME EN IMPACT NATIONAAL PROGRAMMA GRONINGEN / 2024
Hoofdambitie: leefbaarheidsscore EEMSDELTA
GRONINGEN
HET HOGELAND
MIDDENGRONINGEN
PROVINCIE GRONINGEN
OLDAMBT
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Verandering t.o.v. 2018
Meest recente waarde
Leefbaarheidsscore (2022) [L11]
+0
6
+0
7
+0
7
+0
6
+0
6
+0
6
Gemiddelde in de referentiegroep
+0
7
+0
6
+0
7
+1
7
+0
7
+0
7
1
L1 Score voor leefbaarheidssituatie op basis van meerdere sub-indicatoren, waarbij 1= zeer onvoldoende, 2=ruim onvoldoende, 3=onvoldoende, 4=zwak 5=voldoende, 6=ruim voldoende, 7=goed,, 8- zeergoed, 9=uitstekend
• De ambitie van Nationaal Programma Groningen is dat de leefbaarheid in de aardbevingsgemeenten in de komende periode sterker stijgt dan gemiddeld in de referentiegebieden. Dit betekent dat Nationaal Programma Groningen i.) een positieve ontwikkeling van de leefbaarheid nastreeft en ii.) dat deze positieve ontwikkeling sterker is voor de aardbevingsgemeenten dan de gemiddelde ontwikkeling in de referentiegebieden.
• De leefbaarheidsscore van de Leefbaarometer26 voor de provincie Groningen in 2022 was 6,0 (ruim voldoende) ten opzichte van een 7,0 (goed) landelijk, op een schaal van 1,0 (zeer onvoldoende) tot 9,0 (uitstekend). Voor de aardbevingsgemeenten varieerden de scores tussen 6,0 (Eemsdelta, Midden-Groningen en Oldambt) en 7,0 (Groningen en Het Hogeland). Deze scores
zijn ten opzichte van 2018 en 2020 gelijk gebleven. In de referentiegebieden zijn de leefbaarheidsscores ook gelijk gebleven.
• In Eemsdelta, Midden-Groningen en Oldambt liggen de leefbaarheidsscores (6,0) onder het niveau van de referentiegebieden (7,0).
• De leefbaarheidsscores blijken zeer stabiel over de jaren heen. Met betrekking tot de hoofdambitie is daarom noch een positieve ontwikkeling te zien ten opzichte van indexjaar 2018, noch een sterkere ontwikkeling ten opzichte van de referentiegebieden. Verianderingen in leefbaarheid gaan langzaam en voegen zich niet altijd naar de tijdsduur van programma’s of politieke doorloop27.
26 De Leefbaarometer is samengesteld uit objectieve indicatoren waarmee een schatting van de leefbaarheid wordt gemaakt. De score bestaat uit vijf onderliggende dimensies: fysieke omgeving, woningvoorraad, voorzieningen, sociale samenhang, overlast en onveiligheid. Het instrument is te raadplegen via: www.leefbaarometer.nl. 27 Leach, J. M., Rogers, C. D., Ortegon-Sanchez, A., & Tyler, N. (2019, January). The Liveable Cities Method: establishing the case for transformative change for a UK metro. In Proceedings of the Institution of Civil Engineers-Engineering Sustainability (Vol. 173, No. 1, pp. 8-19). Thomas Telford Ltd.
52
OUTCOME
M O N I TO R 2024 OUTPUT, OUTCOME EN IMPACT NATIONAAL PROGRAMMA GRONINGEN / 2024