19 1 Jaarverslag RBP 2021 eenheid NN
Tekst van het document
Dit heeft geresulteerd in een terugloop van extreem religieuze en ideologische fysieke bijenkomsten in Noord-Nederland. Desondanks is de aandacht op het thema Contraterrorisme in Noord-Nederland niet verslapt. In het afgelopen jaar was er meer aandacht voor online activisme/extremisme; van coronaverzet tot aan accelerationistische46 netwerken (rechtsextremisme) in open en ge-
42 Brief Beoordeling en toekenning Versterkingsgelden lokale integrale aanpak van radicalisering, extremisme en terrorisme
voor 2021, Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid, 16 december 2020 43 Versterkingsgelden Radicalisering Noord-Nederland 2022. Programma 2.0 Versterkingsgelden 2022. 2021. 44 Brief Beoordeling en toekenning Versterkingsgelden lokale integrale aanpak van radicalisering, extremisme en terrorisme voor 2022, Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid, 12 december 2021 45 Zie §1.1.2 46 Accelerationisme is het extreemrechtse gedachtegoed waarbij het creëren of versnellen van chaos wordt nagestreefd, om zo een rassenoorlog en de vervanging van de democratie door een witte etnostaat te bespoedigen (Bron: https://www.nctv.nl/onderwerpen/dtn/definities-gebruikt-in-het-dtn#:~:text=Accelerationisme%20%2D%20Het%20extreemrechtse%20gedachtegoed%20waarbij,een%20witte%20etnostaat%20te%20bespoedigen)
Jaarverslag 2021 Regionaal Beleidsplan Veiligheid Noord-Nederland Pagina 19 van 35
sloten sociale mediagroepen. Ook zagen wij een toename in het aantal potentieel gewelddadige eenlingen die hun grieven zowel online als offline uitten tegen bewindspersonen. De monitoring daarvan is ondergebracht bij het landelijk Team Dreigingsmanagement. Daarnaast hadden wij ook te maken met lokale eenlingen, verward en extreem gevaarlijk voor de omgeving en het lokaal bestuur. Deze personen krijgen van de gemeenten, de politie en de Zorg- en Veiligheidshuizen gezamenlijk een persoonsgerichte aanpak, hulp en monitoring.
3.2.7 Mensenhandel Informatiepositie Bij vermoedens of signalen van mensenhandel werken we altijd integraal en informatiegestuurd. Een goed informatiebeeld is een belangrijke focus van het afgelopen jaar geweest en wordt nog steeds doorontwikkeld. Zo zijn op landelijk en lokaal niveau grote stappen gemaakt om de informatiestromen te structureren en samen te brengen. In het al langer lopende DIGW-proces werken de DRIO (op de thema’s mensenhandel en –smokkel) en het Team Migratiecriminaliteit en Mensenhandel van de Dienst Regionale Recherche samen aan de aanpak van mensenhandel en tegelijkertijd aan het opbouwen van een goed beeld en verbeterde informatiepositie47. Ook voor gemeenten is een goede informatiepositie van belang, daarmee kunnen zij namelijk beter handhaven en preventieve maatregelen nemen. De uitwisseling van casussen en fenomenen is in ontwikkeling. Signalering en bewustwording In 2021 hebben we de integrale samenwerking tussen zorg, gemeenten en de politie structureel voortgezet en gewerkt aan o.a. bewustwording, preventie, training, monitoring en daderaanpak.
Ook aan de (operationele) samenwerking in het zogenaamde drieluikoverleg, hierin behandelen de Zorg- en Veiligheidshuizen samen met medewerkers van (in Groningen en Drenthe) de DRIO en (in Groningen, Drenthe en Fryslân) Team Migratiecriminaliteit en Mensenhandel mensenhandel-signalen uit het betreffende gebied. Signalen van de DRIO die niet sterk genoeg waren om opsporingsacties op te zetten, konden binnen de zorg mee worden genomen, waarmee escalatie werd voorkomen. Omgekeerd konden signalen waar de opsporing aan werkte, worden versterkt of ontkracht door nauwe samenwerking met de zorgcoördinatoren48 en signalen uit de zorg en de gemeenten gedeeld met TMM. Waar mogelijk werden verdachten uiteraard zoveel mogelijk strafrechtelijk opgespoord en vervolgd, daarnaast worden ook steeds vaker bestuurlijke maatregelen opgelegd49. Bovendien zijn afspraken gemaakt met Team Criminele Inlichtingen om meer aandacht te geven aan signalen van mensenhandel. Ook is het verhogen van de bewustwording en het herkennen van signalen mensenhandel een belangrijke stap, waarbij nauw wordt samengewerkt met de verschillende instellingen. Zo zijn alle medewerkers van de basisteams nu getraind in het herkennen van signalen van mensenhandel50. Met de samenwerking is nu oog voor zowel slachtoffers als daders en wordt er zo breed mogelijk ingezet op signalering.
Op deze manier kunnen meer instanties signalen van mensenhandel herkennen en (laten) melden en bereiken we de doelgroep op zoveel mogelijk manieren (bv. via scholen, woningbouwverenigingen, zorginstellingen, politie). Het doel is om zoveel mogelijk mensenhandel en/of vermoedelijke uitbuiting
47 Onderdeel van de afspraken in de Veiligheidsagenda (RBP p. 28) 48 Onderdeel van de afspraken in de Veiligheidsagenda (RBP p. 29 - 30) 49 Onderdeel van de afspraken in de Veiligheidsagenda (RBP p. 30) 50 Onderdeel van de afspraken in de Veiligheidsagenda (RBP p. 28)
Jaarverslag 2021 Regionaal Beleidsplan Veiligheid Noord-Nederland Pagina 20 van 35
te voorkomen of in een vroeg stadium aan te pakken. De gestructureerde ontwikkeling en de verbeterde signalering, maar ook de brede beschikbaarheid en inzet van interventies en samenwerkingsverbanden hebben een belangrijke bijdrage geleverd aan de aanpak van (online) uitbuiting51. Voor het prostitutie geldt dat de overgang van het toezicht daarop (d.w.z. de legale branche) van de politie naar de gemeente zich sterk ontwikkelt. De politie zorgt voor een overdracht van kennis en expertise, onder andere door het uitvoeren van gezamenlijke controles. Het delen van informatie tussen veiligheid en zorg blijft nog wel een punt voor verdere ontwikkeling. De samenwerking heeft namelijk aangetoond, dat het delen van informatie regelmatig moet worden getoetst aan de geldende privacy wet- en regelgeving. In andere gevallen zijn partners te terughoudend in het delen van informatie, om daarmee te voorkomen dat zij onterecht informatie delen. Dit kan uiteraard nadelige gevolgen hebben voor de effectiviteit van de samenwerking. Vanwege deze moeilijkheden in het delen van informatie is ervoor gekozen om binnen de provinciegrenzen te werken. Het streven is om dit voor casussen voort te zetten, maar voor het ontwikkelen van een bestuurlijke aanpak wel regionaal samen te werken. Hiermee vergroten we de slagkracht.
Bovenregionale en internationale samenwerking In 2021 is de samenwerking, zowel binnen de eenheid als daarbuiten verder versterkt. De politie werkt steeds vaker samen met andere teams, ook buiten de eenheid. In 2021 is CEMI52 voorbereid, dat in 2022 van start gaat, zoals het vormen van de structuur en het maken van afspraken met verschillende partijen. Daarnaast is ook op eenheidsniveau ingezet om meer gebiedsoverstijgend te werken, door meer naar fenomenen te kijken en daar de interventiestrategieën op te vormen53. Sinds kort wordt eveneens landelijk samengewerkt in het online signaleren en interveniëren. Ook in de internationale samenwerking zijn stappen gemaakt. Zo is de Internationale Politie Strategie vertaald naar een Internationale Fenomeen Strategie Mensenhandel en een daaraan gekoppeld programma. Daardoor is nauwere samenwerking ontstaan tussen de verschillende actoren en activiteiten op internationaal niveau. Te denken valt aan coördinatie op het EMPACT54 programma, structureel overleg met de liaison-officers mensenhandel en afstemming over training van buitenlandse politiemedewerkers. Met het in werking komen van het CEMI wordt ook de operationele verbinding met het internationale programma gelegd55. In de drie provincies is er een integrale samenwerking op beleidsvorming voor bijvoorbeeld mensenhandel en het project rijker verantwoorden.
De inspanningen zijn erop gericht om een bepaald basisniveau voor de bestuurlijke aanpak te realiseren, integraal, met alle gemeenten. Mensenhandel is daar onderdeel van. Het blijft zaak om gezamenlijke doelstellingen voor ogen te houden en de mogelijkheden die er zijn om dit te bereiken helder te maken en te blijven benadrukken. Bijvoorbeeld door het opstellen van convenanten voor samenwerking en informatiedeling, het in kaart brengen wie welke tools/bevoegdheden heeft en het maatschappelijk effect van acties en interventies voorop stellen. Daarmee wordt de ketenaanpak Mensenhandel in belangrijke mate versterkt.
51 Onderdeel van de afspraken in de Veiligheidsagenda (RBP p. 30) 52 een eenheidsoverstijgend samenwerkingsverband tussen de teams mensenhandel om complexere onderzoeken met een im-
pact groter dan lokaal goed aan te kunnen pakken. 53 Onderdeel van de afspraken in de Veiligheidsagenda (RBP p. 28) 54 European Multidisciplinary Platform Against Crime Threats, een Europees samenwerkingsverband op de thema’s Accijns- en Carrouselfraude; Crimineel geld; Cybercrime; Drugs; Gefaciliteerde illegale migratie; Illegale vuurwapens; Mensenhandel en –smokkel; Milieucriminaliteit en Mobiel banditisme 55 Onderdeel van de afspraken in de Veiligheidsagenda (RBP p. 28)
Jaarverslag 2021 Regionaal Beleidsplan Veiligheid Noord-Nederland Pagina 21 van 35
Voor slachtofferzorg zijn er korte lijnen tussen de politie en de zorg. De politie kan bijvoorbeeld in samenwerking met de zorgcoördinator snel voor opvang en/of andere hulpverlening zorgen. Het contact vanuit de netwerkoverleggen draagt daar enorm aan bij.
3.3
Veiligheid hulpverleners
3.3.1 Veilige publieke taak De eenheid Noord-Nederland neemt deel aan de landelijke afstemmingsvergaderingen. Daarbij voorzien we elkaar van ideeën en suggesties over hoe we hulpverleners veilig(er) kunnen laten werken. De coördinator van onze eenheid is vraagbaak voor de wat grotere partijen, zoals de ambulancezorg en de overkoepelende GGZ-instellingen en beantwoordt vragen uit de basisteams. Is er voor een bepaald onderwerp binnen de eenduidige landelijke afspraken verdere afstemming nodig dan nemen we deel aan deze afstemming. Daarnaast krijgt VPT en GTPA tijdens de jaarwisseling aandacht via het opnemen van afspraken daarover in de verschillende draaiboeken.
3.3.2 Geweld tegen politieambtenaren Ondanks dat GTPA onderdeel is van VPT heeft de politie dit afzonderlijk ingericht en ondergebracht bij het team Veilig en Gezond Werken. Als grootste werkgever van Nederland, heeft zij een zorgplicht voor haar medewerkers en daar komt bij dat de politie het geweldsmonopolie namens de overheid heeft. De positie in de maatschappij maakt dat vooral de executieve politiemensen veelvuldig in aanraking komen met geweld (tegen en door de politie) en beide varianten hebben impact. Zo wordt de politie al enige jaren in stijgende mate geconfronteerd met de groep personen met verward gedrag56 57. Vooralsnog is daarin ondanks de aandacht en een eerste aanzet tot een aanpak c.q. oplossing nog geen trendbreuk58. Daarnaast hebben de Coronamaatregelen tot gevolg gehad dat GTPA enigszins is afgenomen, logisch gelet op de niet of nauwelijks aanwezige uitgaans-/Horeca-activiteit. Daar was echter de Coronaspuger, die in 2020 nieuw was, maar in 2021gelukkig veel minder voorkwam. In het algemeen lijkt het aantal GTPA-meldingen te stabiliseren, met in de afgelopen twee jaar een daling. Vergeleken met andere eenheden, registreren politiemedewerkers in Noord-Nederland vaak GTPA-zaken, die onder de aandacht van de medewerkers GTPA kwamen. De extra zoekslag die de medewerkers deden, stimuleerde deze aandacht.
De recente daling is deels te wijten aan de periode van Coronamaatregelen, de wijzen van registreren en de digitale mogelijkheden. Per incident lijkt de heftigheid gemiddeld gesproken groter te worden, zowel in het Noorden, als landelijk. E.e.a. is in lijn met het geweld in het publieke domein in het algemeen. Idealiter zou het zo kunnen zijn dat de VPTaanpak zijn vruchten begint af te werpen, maar hiervoor is kennelijk een kleine hardnekkige groep niet gevoelig. Het proces vraagt ook in 2022 inspanningen om de kwaliteit en kwantiteit te waarborgen en inzet op voorlichting en het verbeteren van contacten.
56 Zie Tabel 3, bijlage 3 57 Zie §1.1, §3.1, §3.2.2 en §3.2.6 58 Bron: https://op1npo.nl/2022/02/17/frank-paauw-martin-sitalsing-over-de-aanpak-van-verwarde-personen/, geraad-
pleegd op 2 maart 2022.
Jaarverslag 2021 Regionaal Beleidsplan Veiligheid Noord-Nederland Pagina 22 van 35
4.
Cybercriminaliteit
4.1
Cybersafety
4.2.1 Informatiebeveiliging De digitale en cybercriminaliteit59 zijn voor criminelen aantrekkelijke delictvormen: een potentieel groot bereik en hoge verdiensten in de relatieve anonimiteit van het internet. Zij maken jaarlijks veel slachtoffers en ontvreemden veel geld en dat zal – met de toenemende toepassingen – naar verwachting alleen maar toenemen. Dat vraagt veel van de opsporingsinstanties en bedrijven/instellingen die (hun) informatie beveiligen. Zowel bij gemeenten als bij de politie en het OM krijgt informatiebeveiliging veel aandacht. Dan gaat het om het vergroten van de bewustwording van de medewerkers enerzijds en het beveiligen van de systemen en bedrijfsgegevens anderzijds. Binnen de gemeenten wordt de interne rol van Chief Information Security Officer (CISO) steeds prominenter. In samenwerking met de CISO werken de gemeenten aan de interne digitale veiligheid. Daarnaast is het onbedoeld lekken (en het gevaar ervan) onderwerp geweest van een politie-vakdag. De medewerkers zijn op de hoogte gebracht van de regels van het informatie delen, het vastleggen ervan en de gevaren die het in zich heeft. Hiervoor bestaat bij de politie een werkgroep Gegevensuitwisseling die zich bezig houdt met het werken met digitale gegevensdragers met onderzoeksgegevens (bijv. camerabeelden van een tankstation).
4.2.2 Versterken weerbaarheid De criminaliteit heeft zich de laatste jaren gedeeltelijk verplaatst van het fysieke naar het digitale domein. De aanpak van cyberzaken is niet langer enkel een specialisme van het Team High Tech Crime van de Landelijke eenheid en het Cybercrimeteam van de eenheid Noord-Nederland, maar behoort meer en meer tot het reguliere takenpakket van de politie en het OM. Beide zijn hun organisatie hierop verder aan het inrichten; ook in Noord-Nederland. De politie, het Openbaar Ministerie en de gemeenten investeren in de bewustwording van hun medewerkers. De DRIO van de eenheid Noord-Nederland maakt een veiligheidsbeeld waarin specifiek ook het veiligheidsthema cybercrime naar voren komt. Overzicht en inzicht (duiding) op de ontwikkeling van dit onderwerp wordt ter beschikking gesteld aan het bevoegd gezag. De politie en het OM zijn verantwoordelijk voor de strafrechtelijke aanpak van cybercrime, maar de (regionale) aanpak ervan kan niet alléén plaatsvinden via de weg van opsporing en vervolging. Minstens zo belangrijk zijn preventie, verstoring en slachtoffernotificatie. Gemeenten bevinden zich in een uitstekende positie om bij te dragen aan de integrale aanpak. Samen met het OM, de politie ontwikkelden zij met bijvoorbeeld het bedrijfsleven, een barrièremodel voor een veel voorkomend fenomeen in Noord-Nederland.
Bij de integrale aanpak wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheden van het RIEC-samenwerkingsverband, o.a. door in casussen informatie met elkaar uit te wisselen bij (een vermoeden van) cybercrime.
59 Cybercrime, cybercriminaliteit of computercriminaliteit is een misdaad gepleegd met ICT, gericht op ICT. Het strafbare feit
wordt dus gepleegd met een computer, smartphone, smartwatch of tablet, kortom alles waar een processor in zit. Cybercrime voorbeelden zijn hacking, DDoS-aanvallen, ransomware, virussen, malware, etc.
Jaarverslag 2021 Regionaal Beleidsplan Veiligheid Noord-Nederland Pagina 23 van 35
Onderdeel van de aanpak cybercrime is dat de partijen gezamenlijk doorwerken aan een volledige invulling van taken en verantwoordelijkheden in de integrale aanpak en hierover in gesprek gaan. De gemeenten ontwikkelden een gezamenlijke visie over hun verantwoordelijkheden hierin. Enkele gemeenten geven aan contact te hebben gezocht met de IT-afdelingen van regionale HBO- en ROC-opleidingen. Ook oefenen enkele verschillende gemeenten in het omgaan met cybercrime. Zo hebben de politie, het OM en een gemeente in Noord-Nederland een cybercrisis-oefening georganiseerd en gehouden en hierin samengewerkt met onderwijsinstellingen. De crisisorganisatie (GRIP 1 - 5) functioneert goed in de reguliere setting, maar een cybercrisis vraagt om een specifieke benadering: het crisisvermogen van organisaties versterken om de organisatie brede en maatschappelijke gevolgen van ICT-incidenten te beperken. Het oefenen van deze situaties draagt veel bij aan de bewustwording en kennis. In 2021 heeft de gemeente Leeuwarden samen met de politie Amsterdam, een cybersecuritybedrijf en de Hogeschool NHL – Stenden een cybersecurity hackathon gehouden. Vijftig studenten hebben met begeleiding van de politie nagedacht over preventieve maatregelen en opsporingsinformatie ten dienste van het opsporen (en voorkomen) van cybercriminaliteit.
De website Internetsporen.nl heeft de resultaten vervolgens opgenomen en deze wordt binnenkort aan politie.nl gekoppeld. Naast activiteiten om de informatiebeveiliging te verbeteren krijgt ook de digitale fitheid van de districtsrecherches en basisteams aandacht60: het vergroten van de vakbekwaamheid, het opdoen van ervaring, het zoeken en vinden van bondgenoten, etc. Het verbeteren ervan verhoogt namelijk de kwaliteit van de onderdelen van een cybercrimeonderzoek. Bij een dergelijk onderzoek zijn vaak veel partijen betrokken en de achterblijvende kwaliteit van delen kan het totaal van een onderzoek in gevaar brengen. Zo hebben medewerkers een training gekregen in het herkennen en veiligstellen van digitale sporen of een digitale escaperoom gevolgd. Bovendien hebben studenten een ‘digitale trainingsstraat’ begeleid, een training over het verrichten van een (digitale) zoeking door medewerkers van de districtsrecherche en de crimeteams. Ook medewerkers van het OM, de GGD en de Forensische opsporing hebben deze training doorlopen.61
4.2.3 Regionale werkgroep Cyberveiligheid De resultaten van een specifieke uitvraag onder gemeenteambtenaren (OOV en CISO’s in 2020) die de regionale werkgroep Cyberveiligheid heeft gehouden, hebben inzicht gegeven in waar gemeenten staan. Deze zijn gebruikt voor het organiseren van een bijeenkomst voor de burgemeesters en gemeentesecretarissen van de noordelijke gemeenten over cybercriminaliteit en –veiligheid. De bestuurlijke bijeenkomst was ingericht langs de cyberwegenkaart van het CCV62 en is positief ontvangen. De bijeenkomst is afgesloten met de vaststelling van een strategische meerjaren-agenda die ingaat op de punten uit de wegenkaart. De werkgroep jaagt initiatieven aan in de drie provincies, verbindt deze aan elkaar en brengt deze onder de aandacht. Zo is de werkgroep actief betrokken bij het ontwikkelen van genoemd informatiebeeld aan het gezag, organiseert zij een ambtelijke bijeenkomst en bestaat het voornemen om via de methodiek van Citydeals financiering te ontvangen voor verschillende projecten.
60 Onderdeel van de afspraken in de Veiligheidsagenda (RBP p. 33) 61 Onderdeel van de afspraken in de Veiligheidsagenda (RBP p. 33)
62 Te weten: 1. Eigen huis op orde, 2. Cybercrisis en –incidenten, 3. Cybercrime en gedigitaliseerde criminaliteit.
Jaarverslag 2021 Regionaal Beleidsplan Veiligheid Noord-Nederland Pagina 24 van 35
4.2
Cyberveiligheid
De manieren om cybercriminaliteit te plegen breiden nog altijd (snel) uit. De opsporingsinstanties zijn daarom steeds op zoek om deze nieuwe vormen aan te pakken (en te voorkomen) en verdachten ervan op te sporen. Er bestaat dan ook een hecht contact met cybercrimeteams van de andere politie-eenheden. Daarnaast heeft de politie in 2021 contact gehad met telecom- en internetproviders om te bezien waar zij kansen zien voor de opsporing. Ook met banken is doorlopend contact. In het afgelopen jaar hebben deze waardevolle contacten al voor diverse onderzoeken informatie verstrekt. Zo heeft de samenwerking met banken in bijvoorbeeld in de Electronic Crimes Taskforce geleid tot identificatie en een structurele aanpak van moneymules (geldezels)63. In twee derde van de gevallen blijkt een moneymule een man, veelal tussen de 18 en 23 jaar en zich weinig bewust van de gevolgen van zijn handelingen. Sociale druk, schuldenproblematiek en verstandelijke beperking spelen dikwijls een rol. Rekrutering gebeurt in twee derde van de gevallen door een bekende en in de helft van de gevallen online. Er wordt hen een groot aandeel beloofd, maar vaak zien ze niets tot heel weinig terug van het geld. Naast strafrechtelijke vervolging lopen moneymules ook het risico om acht jaar lang op de zwarte lijst van de Nederlandse banken te komen64.
Een ander voorbeeld is een onderzoek naar criminele jeugdigen die zich bezig hielden met alle hedendaagse vormen van cybercrime/gedigitaliseerde criminaliteit. Dit onderzoek startte met een individuele casus en groeide uit tot een RIEC-casus, waarbij een interne (gelegenheids)samenwerking is ontstaan tussen basisteams, districtsrecherche, Team Forensische Opsporing, Cybercrimeteam en DRIO en met de andere RIEC-partners. In het nog lopende onderzoek is ook aandacht voor barrière-modellen en wordt de verkregen informatie ook gebruikt om inzicht in fenomenen te krijgen. Het Cybercrimeteam heeft de landelijke en regionale doelen behaald voor de aantallen verdachten65, zoals vastgesteld in de veiligheidsagenda66. Hierbij is o.a. ook aandacht geweest voor datahandel. De impact van datahandel is groot (denk bijvoorbeeld aan het lekken van GGD data), omdat de verkregen data in diverse delictsvormen worden gebruikt (bijvoorbeeld phishing en bankhelpdeskfraude). Er is bijvoorbeeld een verkennend fenomeenonderzoek gedaan naar ‘leads’67 in samenwerking met de eenheid Oost-Nederland. Bij diverse regionale onderzoeken heeft het team bewust de samenwerking met basisteams en de districtsrecherche opgezocht en kennis en ervaring uitgewisseld.
4.2.1 Aanpak politie Er is een denk- en regieplatform cybercrime binnen de eenheid. Dit platform denkt (vraaggestuurd en wellicht later ook proactief) mee over de aanpak van opsporingsonderzoeken en adviseert op digitale kansen. Medewerkers van de districtsrecherche hebben diverse lezingen gehouden over verantwoordelijkheden, preventieve maatregelen en uitleg van opsporingsonderzoeken aan gemeentebesturen. Zo is er over de aanpak en resultaten van een groot cybercrime-onderzoek een lezing gegeven aan de betreffende burgemeester. Daarnaast is er doorlopend contact met de officier van justitie met de portefeuille cyber over welke zaken kansrijk zijn en welke onderzoeksinspanningen de politie verricht. Het
63 Bij deze criminaliteitsvorm worden jongeren geronseld om hun bankrekening beschikbaar te stellen, het buitgemaakte geld
te pinnen en af te staan aan de cybercrimineel. 64 Zie §2.1.3 65 Zie tabel 1, bijlage 3 66 Onderdeel van de afspraken in de Veiligheidsagenda (RBP p. 32) 67 dat zijn persoonlijke gegevens zoals naam, adres, woonplaats en geboortedatum
Jaarverslag 2021 Regionaal Beleidsplan Veiligheid Noord-Nederland Pagina 25 van 35
aantal onderzoeken naar cybercriminaliteit groeit68 en leidt dikwijls tot zware veroordelingen (3,5 jaar, 4 jaar en 4,5 jaar hechtenis). De politie heeft meerdere keren meegewerkt aan en informatie geleverd voor (wetenschappelijke) onderzoeken en informatiebeelden over cybercrime, zowel binnen de politie als daarbuiten. In de meeste gevallen betrof dit de gecompliceerdere dataverzoeken die niet met het standaardgereedschap uit de systemen konden worden gehaald. Zo heeft de samenwerking met het Team Analyse en Onderzoek van de DRIO (data science), het Cybercrimeteam en het Afdeling Business Intelligence en Kwaliteit diverse producen opgeleverd. Dit zal ook in 2022 worden voortgezet. Andere voorbeelden van onderzoeken waaraan de politie heeft meegewerkt zijn o.a. Cybercriminele Jeugdnetwerken (WODC), Cybercriminaliteit in Noord-Nederland (Universiteit Leiden) en Onderzoek naar de noodzaak van digitale noodhulp. Daarnaast verstrekte de politie periodiek cijfers en informatie aan gemeenten. Tot slot waren er regelmatig studenten die via hun stage of afstudeeropdracht een bijdrage aan de kennis over cybercriminaliteit leverden. De aanpak van cybercriminaliteit heeft een flinke ontwikkeling doorgemaakt, er blijft echter nog veel te verbeteren.
Bijvoorbeeld door de aandacht in de opsporing te verleggen van de katvanger en/of casher naar de organisatie erachter, het verder vergroten van de bekendheid van deze vorm van criminaliteit om mensen bewust te maken van de enorme verdiensten die ermee gepaard gaan en het vergroten van de aandacht op sociale media kanalen van de ketenpartners. Landelijk is afgesproken dat het Cybercrimeteam 50% regionaal en 50% landelijk werkt. Omdat Cybercrime een criminaliteitsvorm is, waarbij de politie afhankelijk is van partners (denk bijvoorbeeld aan internetproviders of telecombedrijven) is integrale samenwerking een belangrijk onderdeel van de opsporing en preventie. De digitale transitie is een opdracht voor alle ketenpartners in het domein Veiligheid. Deze transitie vraagt namelijk ingewikkelde keuzes in de opsporingscapaciteit. Bijvoorbeeld door in het driehoeksoverleg bewust te kiezen voor de opsporing van online- en cybercriminaliteit en minder voor traditionele criminaliteit.
4.3
Bestrijding online seksueel misbruik
In Noord-Nederland bestaat het Team Bestrijding Kinderporno en Kindersekstoerisme (TBKK) uit negen fte, met een landelijke aansturing, werkproces en stuurcommissie. De Landelijke Eenheid beoordeelt en veredelt de buitenlandse meldingen, waarna deze de zaken uitzet bij de TBKK-teams in de eenheden. Daarnaast pakken de TBKK’s in de eenheden steeds meer lokale zaken op. De politieteams in de eenheid vinden het TBKK steeds beter. Vooral de samenwerking met en ondersteuning van het Team Zeden is sterk en dat heeft alles te maken met de toenemende digitale component binnen zedendelicten en de mate van samenwerking binnen de eenheid. Het Team Zeden en het TBKK hebben eigen gespecialiseerde digitale rechercheurs en worden momenteel uitgebreid met landelijk hiervoor vrijgekomen gelden (‘Klaver-geld’69). Daarnaast is de Frontoffice Zeden/TBKK dit jaar versterkt met een medewerker Intelligence om digitale sporen en opsporingskansen bij binnenkomst van de melding optimaal te benutten.
68 Zie tabel1, bijlage 3 69 Zie Motie Klaver c.s. over structureel 15 miljoen euro investeren in extra capaciteit van de zedenpolitie via
https://www.parlementairemonitor.nl/9353000/1/j9vvij5epmj1ey0/vl22bfp6kzz2
Jaarverslag 2021 Regionaal Beleidsplan Veiligheid Noord-Nederland Pagina 26 van 35
Nationaal gezien scoort het TBKK Noord-Nederland het hoogst qua ondersteuning en het onderzoeken van regionale zaken70 71. In bijna elke zedenzaak speelt beeldmateriaal een rol en dit is vaak kinderpornografisch van aard. De onderzoeken van Team Zeden en het TBKK hebben een groot maatschappelijk effect, waardoor een juiste prioritering essentieel is om vluchtige sporen veilig te stellen en maatschappelijke onrust te voorkomen. In 2021 werden door de Landelijke Eenheid geen nieuwe zaken gericht op hoofdrolspelers (keyplayer-zaken) ingebracht72. Sexting en sextorsion zijn incidenten die net als zedenmeldingen vaak grote impact hebben en vaak online starten of plaatsvinden. Het Team Zeden en TBKK krijgen veel van dit soort meldingen binnen via de Frontoffice Zeden waarbij zij samen met de basisteams en de districtsrecherche maatwerk zoeken. We merken dat het aantal meldingen over personen die in de problemen komen door het delen van naaktbeelden blijft toenemen, waarbij wisselend gebruik wordt gemaakt van de maatschappelijke klassen binnen het politieregistratiesysteem BVH. Dit verklaart waarschijnlijk de toename van de maatschappelijke klasse ‘overige meldingen zeden’ in 2021. Door met een query te werken proberen de Intel-medewerkers meer zicht op dit soort (soms) heftige incidenten te krijgen.
Het gebruik van nieuwe landelijk software binnen de onderzoeken van het TBKK vergde in het afgelopen jaar opleiding en aanpassing van de medewerkers. In 2021 stapte de politie ook over naar landelijke servers waardoor het opslaan en delen van kinderpornografisch beeldmateriaal binnen de eenheden gegarandeerd veilig kan plaatsvinden. Hierdoor is de lokale kwetsbaarheid, die er in de eenheid bestond, weggenomen.
70 Onderdeel van de afspraken in de Veiligheidsagenda (RBP p. 33)
71 Zie tabel 4, bijlage 3 72 Onderdeel van de afspraken in de Veiligheidsagenda (RBP p. 33)
Jaarverslag 2021 Regionaal Beleidsplan Veiligheid Noord-Nederland Pagina 27 van 35
5.
Ontwikkelagenda’s Opsporing en GGP73
5.1
Ontwikkelagenda Opsporing
5.1.1 Ontwikkelingen in het werkproces van veel voorkomende criminaliteit De Opsporingsacademie In de Houtskoolschets (voorheen Ontwikkelagenda) Opsporing worden ontwikkelingen met elkaar in samenhang gebracht, zoals Newton74, Gouden Uur/Tijdkritisch Plaats Delict75 en Leren & Ontwikkelen. Om medewerkers in de opsporing mee te nemen in nieuwe ontwikkelingen en hun vakbekwaamheid en betrokkenheid te vergroten is een platform opgezet, waarbinnen structureel leren en ontwikkelen van deze medewerkers wordt georganiseerd en gefaciliteerd: de Opsporingsacademie. In 2021is de verbinding gezocht met andere veldacademies zoals de Intelacademy en het Ontwikkelplein Forensische Opsporing. Voor de Opsporingsacademie is inmiddels een vaste kern en een flexibele schil van specialisten in de opsporing beschikbaar die faciliteert in het vergroten van de vakbekwaamheid van opsporing voor en door politiemedewerkers. Samenspannen tegen ondermijning In de afgelopen jaren is steeds zichtbaarder geworden dat de ondermijnende criminaliteit in Nederland een urgent maatschappelijk probleem is: het tast de fundamenten van onze rechtsstaat aan76. Ondermijning op lokaal niveau vraagt om een goede integrale aanpak. Het project 'Samenspannen tegen ondermijning' is een samenwerkingsverband tussen de politie en het OM waarbij de verbinding wordt gelegd tussen de ontwikkelagenda’s GGP en Opsporing.
Naast de daadwerkelijke interventie op het lokale veiligheidsprobleem, is het doel om samen te leren en waar nodig werkprocessen aan te passen en daadwerkelijk te ondersteunen in de dagelijkse praktijk van het basisteam. Het project wordt gestuurd door een integrale begeleidingsgroep met vertegenwoordigers uit het RIEC, het OM, de Intelligence, de GGP en de basisteams. Er is een proeftuin gestart waarin drie praktijkcasussen uit de basisteams worden ondersteund en gemonitord, waarna een effectmeting volgt. Zo zijn in 2021 integrale controles gehouden om meer inzicht te krijgen in de problemen, zijn witwasonderzoeken opgepakt en leren we gezamenlijk met partners hoe we de aanpak en het resultaat kunnen verbeteren. Twee van de drie praktijkcasussen bevinden zich momenteel in de uitvoeringsfase, waarbij kenmerkend is hoe stroef het proces loopt om zover te komen en hoeveel factoren hierop van invloed zijn. Ook bleek dat er geen “juiste aanpak” bestaat, maar dat een aanpak moet worden afgestemd op de context van de omgeving. Het gezamenlijk met partners scannen van de omgeving en het op basis daarvan een gezamenlijke aanpak formuleren is veelvuldig gebeurd in 2021. Voor de advisering en ondersteuning bij de proeftuinen is een adviesbureau ingeschakeld en dit heeft waardevolle inzichten opgeleverd die in 2022 breed gedeeld worden.
Hiermee vergroten we het bewustzijn en de signaleringsfunctie binnen de basisteams en kunnen signalen van ondermijning een verbeterde opvolging krijgen. Enkele voorbeelden vanuit de basisteams zijn het initiëren van vernieuwde witwasaanpakken en trainingen voor teamleden over signalen van ondermijning. 73 In eerdere hoofdstukken van het jaarverslag hebben we al onderdelen uit deze ontwikkelopgaven beschreven; in dit
hoofdstuk daarom alleen de aanvullingen daarop. 74 Zie §2.2.1 75 Zie §3.2.5 76 Zie Hoofdstuk 2
Jaarverslag 2021 Regionaal Beleidsplan Veiligheid Noord-Nederland Pagina 28 van 35
Daarnaast is gestart met het opzetten van een leercommunity voor de aanpak van ondermijning, waarbij de veldacademies (waaronder de Opsporingsacademie) en de Ondermijningscommunity een belangrijke rol zullen gaan spelen. Met deze leercommunity worden teams bewuster gemaakt en ondersteund in de aanpak van ondermijning binnen het gebied waar zij verantwoordelijk voor zijn.
5.1.2 Executie De politie spoort wanbetalers en veroordeelden die zich onttrekken aan een taak- of vrijheidsstraf op, zodat deze hun straf alsnog ondergaan77. Alle openstaande zaken bekijken we opnieuw en zetten we waar mogelijk opnieuw uit via het nieuwe Landelijk Opsporingsnetwerk Executie. Voor het vertrouwen in onze rechtsstaat, het gevoel van veiligheid en de geloofwaardigheid van het politiewerk mag niemand zijn straf ontlopen. Het Team Coördinatie Executietaken coördineert, administreert en prioriteert in de executie van strafvonnissen, lokaliseert en spoort (administratief) subjecten op, stelt dossiers op, completeert deze, monitort de afhandeling ervan en fungeert als kenniscentrum en centraal aanspreekpunt. Het team geeft de basisteams informatie over openstaande executiezaken, fungeert als vraagbaak en verstrekt (on)gevraagd informatie over de behaalde resultaten en verplichtingen. Executie valt uiteen in een aantal categorieën, afhankelijk van de opgelegde vrijheidsstraf en de tijd waarin de executieopdracht openstaat. Het CJIB wijst de zaken toe en daarin heeft het Team Coördinatie Executietaken een coördinerende rol. In een matrix ziet dat er als volgt uit: Tabel 1. Proces Executie Openstaande vrijheidsstraf
Gaat in eerste instantie naar
Actievenster voor BT, daarna overdacht naar TVO (mits iemand dus onvindbaar is)
<120 dagen 120-300 dagen <300 dagen
Basisteam Basisteam FASTNL
1 jaar 0,5 jaar n.v.t. Bron: politie 2022
Over het proces Executie zijn geen resultaten van de afzonderlijke regionale eenheden beschikbaar. De Executie-keten met diverse in- en externe partners als het CJIB, het OM, de DRIO, het Team Tweedelijns Voorziening Onvindbare-veroordeelden (TVO) en de basisteams zorgde ervoor dat we in de eenheid in staat zijn geweest grote achterstanden in de (bulk-)executieopdrachten weg te werken, waardoor het team in staat is gesteld de inspanningen en resultaten zo groot mogelijk te maken78.
5.2
Ontwikkelagenda GGP ‘Podium voor goed politiewerk’
De landelijk opgestelde ontwikkelagenda voor de gebiedsgebonden politie is tot stand gekomen samen met de politie, het gezag, het ministerie en uiteenlopende andere betrokkenen79. Om de aansluiting bij de veranderende samenleving te behouden schetst deze agenda voor de komende jaren vier
77 Onderdeel van de afspraken in de Veiligheidsagenda (RBP p. 34) 78 Onderdeel van de afspraken in de Veiligheidsagenda (RBP p. 34) 79 Onderdeel van de afspraken in de Veiligheidsagenda (RBP p. 33)
Jaarverslag 2021 Regionaal Beleidsplan Veiligheid Noord-Nederland Pagina 29 van 35
externe opgaven om het gebiedsgebonden politiewerk verder te versterken80. Elk basisteam heeft in 2019, op basis van de lokale context, één of meerdere van deze opgaven als prioriteit benoemd en in het afgelopen jaren verder uitgewerkt. Per opgave hebben we hieronder enkele aansprekende voorbeelden opgenomen uit de praktijk van de basisteams.
5.2.1 Werken in wijk en web De fysieke en digitale wereld lopen steeds meer in elkaar over. In de fysieke wereld kent de politie in Nederland een lange traditie van nabijheid en aanspreekbaarheid. De samenleving vraagt de politie echter ook steeds meer om digitale nabijheid, aanspreekbaarheid en kwaliteit. Veel wijkagenten zijn erg actief op sociale media en gebruiken de sociale media accounts81 en met het grotendeels wegvallen van reguliere contacten hebben zij deze ingezet om in contact te blijven met de inwoners in de wijken en dorpen. Centurion De eenheid Noord-Nederland heeft een extra investering gedaan in de aanpak van online veel voorkomende criminaliteit via het programma Centurion. Doel van dit programma is om meer slachtoffers te helpen van vier online delicten: (1) Vriend-in-nood- fraude; (2) Aan- en verkoopfraude; (3) Phishing en (4) Bank en helpdeskfraude. Daarnaast wordt hiermee ingezet op het ontmoedigen van ‘jonge aanwas’, het verbeteren van de digitale fitheid in de opsporing en meer inzicht in gedigitaliseerde criminaliteit. Digitale wijkagent De eenheid investeert in het instellen van zogeheten digitale wijkagenten. Het doel is om enerzijds nog zichtbaarder en herkenbaarder te worden in de digitale omgeving, maar ook om de vanzelfsprekendheid van deze aanwezigheid in het gehele basisteam te versterken.
Enkele voorbeelden vanuit de basisteams zijn het opzetten en het installeren van een gameroom met jongeren, de installatie van dashcams en opleidingen in het gebruik van sociale media en webcare.
5.2.2 Omgaan met de wereld in de wijk Globalisering, migratiestromen, oorlog en een explosieve toename van (het gebruik van) het wereldwijde Internet maken dat ‘Ver van mijn bed’ niet meer bestaat: mondiaal is lokaal geworden. We leven met verschillende bevolkingsgroepen in één samenleving en dat levert soms spanningen op. De politie staat middenin die multiculturele samenleving, maakt daar onderdeel van uit en moet daarop inspelen: de politie is er voor iedereen. In maart 2021 is daarvoor het realisatieplan Politie voor iedereen82 vastgesteld, met vijf fundamenten die verder ontwikkeld worden: (1) Veilige en inclusieve teams; (2) Diverse instroom; (3) Discriminatie; (4) Professioneel controleren en (5) Bondgenoten & Netwerk Divers Vakmanschap. Enkele voorbeelden vanuit de basisteams zijn trainingen in het herkennen en hanteren van polarisatie, contacten met moskeeën volgens de bondgenoten-methodiek, het organiseren van interculturele samenwerking en bondgenoten in de wijk.
80 Te weten (1) werken in wijk en web, (2) omgaan met de wereld in de wijk, (3) samenspannen tegen ondermijning 80 en (4)
versterken van de wendbare nabijheid 81 Zie ook § 5.2.2 82 Realisatieplan Politie voor Iedereen (Noord-Nederland), 1 maart 2021
Jaarverslag 2021 Regionaal Beleidsplan Veiligheid Noord-Nederland Pagina 30 van 35
5.2.2 Versterken van de wendbare nabijheid Nabijheid tot burgers is en blijft een centraal kenmerk van het gebiedsgebonden politiewerk in ons land. Het is daarbij noodzakelijk om ook op andere manieren bereikbaar te zijn dan alleen in de traditionele politiebureaus. Daarom investeert de politie naast in digitale nabijheid door digitale wijkagenten83 ook in pop-up bureaus in de wijken en aanspreekbaarheid van de wijkagenten. Juist in de tijd van Coronamaatregelen en andere onrusten in de samenleving hebben wijkagenten een verbindende rol in de wijken gespeeld. Enkele voorbeelden uit de basisteams hiervan zijn gamen met jongeren, zichtbaarheid op sociale media en clustergericht werken.
83 Zie §5.2.1
Jaarverslag 2021 Regionaal Beleidsplan Veiligheid Noord-Nederland Pagina 31 van 35
Bijlage 1. Totstandkoming van het Jaarverslag Dit jaarverslag Regionaal Beleidsplan Veiligheid 2021 is het tweede van het Regionaal Beleidsplan 2020 – 2023. Om input te verkrijgen voor het jaarverslag 2021 heeft een ambtelijke werkgroep een vragenlijst opgesteld met vragen over de thema’s uit het Regionaal Beleidsplan Veiligheid 2020 – 2023. Zij heeft daarbij per thema aan de gemeenten, het OM en de politie gevraagd welke maatregelen, inspanningen, successen of leermomenten uit 2021 deze zouden willen delen in het jaarverslag. Daarnaast heeft zij een separate uitvraag gedaan binnen de politie, enerzijds om de inspanningen van de politie op de genoemde thema’s te verkrijgen en anderzijds om specifieke informatie over de afspraken uit de Veiligheidsagenda te ontvangen. Tot slot heeft de stafafdeling Control van de politie ondersteunend cijfermateriaal aangeleverd en gerapporteerd over de te behalen resultaatafspraken. Met die resultaten is dit jaarverslag samengesteld. De reacties op de vragenlijst worden ook gebruikt om de aandachtsvelden voor 2022 (voor de verschillende overlegtafels en werkgroepen) te bepalen. De afspraken uit de Veiligheidsagenda komen zoveel als mogelijk in de vorm van voetnoten bij de betreffende hoofdstukken terug.
Jaarverslag 2021 Regionaal Beleidsplan Veiligheid Noord-Nederland Pagina 32 van 35
Bijlage 2. Lijst met afkortingen APV
Algemeen Plaatselijke Verordening
BOA
Buitengewoon Opsporingsambtenaar
COA
Centraal Orgaan opvang Asielzoekers
CBRN
chemisch, biologisch, radiologisch en nucleair
CISO
Chief Information Security Officer
CCV
Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid
CJIB
Centraal Justitieel Incassobureau
CSV
Crimineel Samenwerkingsverband
DJI
Dienst Justitiële Inrichtingen
DRIO
Dienst Regionale Informatie Organisatie (politie)
GGD
Gemeentelijke gezondheidsdienst, Gemeentelijke geneeskundige dienst, Geneeskundige gezondheidsdienst, Gemeenschappelijke gezondheidsdienst
GGP
Gebiedsgebonden Politiezorg (politie)
(O)GGZ
(Openbare) Geestelijke Gezondheidszorg
GRIP
Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdings Procedure
GTPA
Geweld Tegen Politie Ambtenaren
INJUS
Informatieportaal Justitiabelen
ME
Mobiele Eenheid
NCTV
Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid
NEWTON
Nieuwe Eenheid brede Werkwijze Tegengaan Ondermijning Noord-Nederland (politie)
OM
Openbaar Ministerie
OMG
Outlaw Motorcycle Gang
OOV
Openbare orde en veiligheid
PGB
Persoonsgebonden budget
RBP
Regionaal Beleidsplan Veiligheid 2020-2023
RBPO
Regionaal Bestuurlijk Politieoverleg Noord-Nederland
RIEC
Regionaal Informatie- en Expertisecentrum
SGBO
Staf Grootschalig en Bijzonder Politieoptreden (politie)
TBKK
Team Bestrijding Kinderporno Kindersekstoerisme (politie)
VPT
Veilige Publieke Taak
VT
Veilig Thuis
Wet Bibob
Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur
WODC
Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum
Wom
Wet openbare manifestaties
Wvggz
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
Jaarverslag 2021 Regionaal Beleidsplan Veiligheid Noord-Nederland Pagina 33 van 35
Bijlage 3. Cijfers Tabel 1. Algemene cijfers politie en OM
Bron: politie en OM, 2022
Jaarverslag 2021 Regionaal Beleidsplan Veiligheid Noord-Nederland Pagina 34 van 35
Tabel 2. Cijfers huiselijk geweld Noord-Nederland 2021
2020
2.103
1.995
177
161
VT meldingen
1.561
1.380
Huisverboden
48
n.b.
Registraties Strafrechtelijke onderzoeken
Bron: Politie, 2022
Tabel 3. Aantallen registraties personen met verward gedrag 2021
2020
2019
2018
2017
2016
Noord-Nederland
15.655
13.875
12.542
11.326
9.872
10.368
Nederland
130.184
117.251
99.664
90.637
83.609
74.939
Bron: Politie, 2022
Tabel 4. Resultaten Kindermishandeling TBKK Nederland en Noord-Nederland in 2021
Noord-Nederland
Nederland
Aantal geïdentificeerde slachtoffers
40
196
Afgehandelde zaken
84
589
56%
45%
Afgehandeld binnen 7 maanden (norm)
Bron: politie, 2022
Jaarverslag 2021 Regionaal Beleidsplan Veiligheid Noord-Nederland Pagina 35 van 35