107 1 Ontwerp Omgevingsvisie Midden-Groningen 6 juni 2023
Tekst van het document
Ontwerp Omgevingsvisie Midden-Groningen 6 juni 2023
Inhoudsopgave 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Waarom een omgevingsvisie? Wat is onze stip op de horizon? Plek in het grote geheel Wat zijn onze waarden? Wat zijn onze opgaven? Wat zijn onze speerpunten? Wat is onze visie op gebieden? Hoe voeren we onze visie uit? 8.1 Wat zijn onze kernprincipes?
3 5 7 9 11 15 34 37 37
8.2
Hoe werken we samen met onze inwoners, organisaties en bedrijven?
37
8.3
Hoe wegen we plannen af die niet in het omgevingsplan passen?
39
8.4
Hoe gaan we om met kleine plannen die afwijken van het tijdelijke omgevingsplan (overgangsperiode 2024-2030)
42
8.5
Hoe houden we rekening met het milieu?
43
8.6
Wat betekent de omgevingsvisie voor het omgevingsplan en omgevingsprogramma’s? 43
8.7
Hoe vaak en wanneer passen we de omgevingsvisie aan?
44
8.8
Hoe gaan wij om met kosten bij ontwikkelingen en financiële bijdragen
45
8.9
Waar is de omgevingsvisie in te zien?
45
Bijlage
47
2
1.
Waarom een omgevingsvisie?
Omgevingsvisie, een visie op hoofdlijnen Voor u ligt het concept van de omgevingsvisie van Midden-Groningen. De omgevingsvisie is een toekomstvisie op hoofdlijnen. Die visie gaat over de plek waar we wonen, werken en verblijven. Het gaat over de kernen en het platteland daarom heen, over de kwaliteit van onze omgeving, over hoe we de ruimte gebruiken en inrichten. Dit noemen we de fysieke leefomgeving. Op 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking. Deze wet geeft aan dat gemeenteraden binnen 3 jaar vanaf deze datum een omgevingsvisie vast moeten stellen. Met deze ontwerp omgevingsvisie bereiden we ons hierop voor. Naast de omgevingsvisie die gaat over de fysieke leefomgeving heeft de gemeente ook een toekomstvisie die gaat over sociale onderwerpen. Dit is de Visie Sociale Veerkracht MiddenGroningen. Samen geven deze visies de koers aan voor alle onderwerpen die in de gemeente spelen. Wat goed is houden we We maken deze visie op een moment dat er al veel ligt en is gedaan. Bij het ontstaan van de gemeente in 2016 is het Kompas voor Midden-Groningen geschreven en in 2019 werd Hart voor Midden-Groningen vastgesteld. Hart voor Midden-Groningen is de strategie voor programma’s en projecten voor Midden-Groningen als onderdeel van het Nationaal Programma Groningen (NPG). In het NPG staat brede welvaart centraal.
Naast het Kompas voor Midden-Groningen en Hart voor Midden-Groningen is in de periode 20162022 veel beleid gemaakt of nog in ontwikkeling. Bijvoorbeeld voor groen, voor wonen, voor recreatie, bedrijvigheid en voor detailhandel. Bij deze beleidsstukken en visies is gesproken met bewoners, ondernemers en organisaties. In de omgevingsvisie brengen we dit bij elkaar en leggen we verbanden. Wat goed is houden we, wat door nieuwe ontwikkelingen of inzichten anders moet passen we aan. Dat doen we niet alleen maar met onze samenleving en partners. Participatie Deze omgevingsvisie is voor een belangrijk deel gevormd door inbreng van inwoners, ondernemers en organisaties. We spraken van september tot en met december 2022 met dorps- en wijkorganisaties uit zes verschillende gebieden. En ook met verschillende experts. Ook hebben wij een enquête uitgezet voor alle inwoners van Midden-Groningen. Samen gaf dit het beste totaalbeeld. De avonden en middagen waren uitstekend geschikt voor verdieping terwijl de enquête de mogelijkheid gaf om een veel breder publiek te betrekken. De uitkomsten van de participatie zijn vastgelegd in een uitkomstennotitie die op 9 maart 2023 aangenomen is in de gemeenteraad. Voor een volledig beeld van alle inbreng verwijzen we naar dit uitgebreide rapport in de bijlage. Leeswijzer In het tweede hoofdstuk van deze omgevingsvisie gaat het over de stip op de horizon.
Dit hoofdstuk geeft antwoord op de vraag; “Wat willen we bereiken als we ver vooruit kijken?”. In hoofdstuk 3 gaat het over de plek van onze gemeente in het grote geheel. Hier lees je wat voor soort gemeente we zijn en willen zijn. Hoofdstuk 4 gaat over bestaande waarden in onze gemeente. En dan vooral over de waarden die onze inwoners belangrijk vinden. Dit is een belangrijke basis voor onze omgevingsvisie. We willen zo goed mogelijk op deze waarden inspelen. Daarnaast zijn er opgaven waar we aan moeten werken. Denk bijvoorbeeld aan de opgave om woningen te bouwen. Of aan de 3
noodzaak om ons voor te bereiden op veranderingen in het klimaat. Deze en andere opgaven lichten we toe in hoofdstuk 5. Hoofdstuk 6 gaat over de speerpunten voor de hele gemeente. Hier geven we in acht speerpunten aan waarmee we aan de slag gaan in Midden-Groningen. In hoofdstuk 7 werken we de speerpunten uit voor gebieden van onze gemeente. In hoofdstuk 8 bespreken we tot slot hoe we de visie uit gaan voeren. In dit hoofdstuk laten we zien wat onze kernprincipes zijn, hoe we samenwerken met onze inwoners, ondernemers en organisaties en hoe we plannen afwegen. Het slothoofdstuk gaat daarnaast over een aantal wat meer juridische onderwerpen. De doorwerking van de omgevingsvisie in andere instrumenten van de Omgevingswet hoort daarbij. Ook gaan we in op onze omgevingsvisie en het milieu. We lichten tevens toe of en hoe we kosten doorberekenen die worden gemaakt als inwoners, organisaties of ondernemers plannen ontwikkelen.
4
2.
Wat is onze stip op de horizon?
Brede welvaart Brede welvaart omvat alles wat mensen van waarde vinden. Naast welvaart in de zin van geld en goederen gaat het ook om zaken als gezondheid, onderwijs, milieu en leefomgeving, zorg voor elkaar, persoonlijke ontwikkeling en veiligheid. Brede welvaart voor onze inwoners blijft een belangrijk uitgangspunt voor Midden-Groningen. In de omgevingsvisie gaat het om de fysieke leefomgeving. Het gaat om hoe we de ruimte kunnen gebruiken en inrichten zó dat we de brede welvaart versterken.
Figuur 1. Brede welvaart, bron Sociaal Planbureau Groningen
Brede welvaart voor onze inwoners is ons lange termijn doel. Zowel het Rijk, de provincie als gemeenten gebruiken Brede welvaart als belangrijk doel om na te streven. Ook in het Nationaal Programma Groningen is “Werken aan Brede welvaart” het kader. In Nederland houden we bij hoe het met het doel Brede welvaart gaat. We kijken hoe het van jaar tot jaar gaat. Er is een monitor landelijk, provinciaal en voor het aardbevingsgebied waar het Nationaal Programma Groningen speelt. Het Centraal Bureau Statistiek (CBS) maakt de landelijke monitor. Deze kijkt naar het grote geheel en alle gemeenten ten opzichte van elkaar. Het Sociaal Planbureau Groningen stelt de provinciale monitor op. Deze vergelijkt de gemeenten binnen Groningen met elkaar. Landelijk en provinciaal gaan de monitoren over alle onderwerpen van brede welvaart. In het kader van het Nationaal Programma Groningen (NPG) bestaat ook een monitor. Deze richt zich vooral op de ambities van het NPG op het gebied van Economie, Werken& Leren, Leefbaarheid en Klimaat. Deze laatste monitor 5
bekijkt de ontwikkelingen binnen de gemeenten Eemsdelta, Groningen, Het Hogeland, MiddenGroningen en Oldambt. De monitor van het NPG zet deze ontwikkelingen af tegen de ontwikkelingen van de provincie Groningen als geheel. De aandachtspunten die in de verschillende monitoren voor brede welvaart naar voren komen zien we terug in het hoofdstuk 5 dat over de opgaven voor onze gemeente gaat.
6
3.
Plek in het grote geheel
Midden-Groningen is een gemeente waar volop rust en ruimte is. Met fraaie landschappen. Van het open veenkoloniale gebied rond Kiel-Windeweer tot het wegdorpenlandschap rond plaatsen als Slochteren en Siddeburen. Ook is het een gemeente op korte afstand van de stad Groningen. Zeer goed met omliggende gemeenten verbonden door trein-, water- en wegverbindingen. Een gemeente met als hart een middelgrote kern met goede dagelijkse en niet-dagelijkse voorzieningen. Met volop industriële en agrarische bedrijvigheid. En een gemeente met een reeks van landelijk gelegen dorpen. Ieder met een eigen karakter, met gemeenschapszin als verbindende eigenschap. Die mooie eigenschappen willen we behouden. Onze betekenis in de regio willen we ook versterken. We richten ons op woningzoekenden. Forensen die een plek zoeken op korte afstand van de grote stad. Of andere nieuwe doelgroepen die helpen onze voorzieningen overeind te houden en/of ons cultureel erfgoed te behouden. Onze mooie en ruime leefomgeving is een kans op recreatie en toerisme verder te ontwikkelen. Voor onze eigen inwoners en ondernemers maar ook voor mensen van buitenaf. Bijvoorbeeld voor de bewoners van Meerstad, een wijk in ontwikkeling op en over de grens van onze gemeente. Midden-Groningen was altijd al een gemeente met de nodige bedrijvigheid.
Deze bedrijvigheid kan uitgebreid worden om onze eigen inwoners meer kansen te geven op passend werk. En om nieuwe doelgroepen aan onze gemeente te binden. Op landbouwgebied betekent onze gemeente veel. Die positie als agrarisch productiegebied willen we koesteren. De agrarische sector staat door landelijk en provinciaal beleid voor grote onzekerheden. De gemeente moet in de toekomst inspelen op mogelijk veranderend beleid van hogere overheden.
7
Ideale woongemeente, in verhouding betaalbaar en bereikbaar We zijn een gemeente waar veel soorten woningen en woonmilieus zijn. Waarbij het stedelijk gebied van Hoogezand beschikt over goede dagelijkse en niet dagelijkse voorzieningen. En waar dorpen zijn met een centrumfunctie naast woondorpen, landelijk en groen. Maar allemaal met grote gemeenschapszin. Waar forensen en nieuwe doelgroepen worden aangetrokken in de treinkernen en op bijzondere plekken verspreid over de gemeente met een gericht woningaanbod.
Toeristisch recreatieve gemeente met relatieve rust, aantrekkelijk landschap en cultuurhistorisch waardevolle linten, kerken, buitenplaatsen en boerderijen We zijn een gemeente die op toeristisch recreatief gebied aan betekenis wint. Door meer en betere wandel-, fiets- en vaarverbindingen. Door versterking van de groenblauwe verbindingen onder meer in aansluiting op het in ontwikkeling zijnde Meerstad. Door ontwikkelmogelijkheden voor toeristisch recreatief aanbod bij bestaande en nieuwe ondernemers.
Belangrijke gemeente voor werkgelegenheid We zijn en blijven een gemeente met veel ondernemers en bedrijfsterreinen. Waarbij ook sprake zal zijn van uitbreiding. Met name voor passend werk dat aansluit bij de eigen inwoners en voor ondernemingen die inspelen op de opgaven van onze tijd.
Landbouwgemeente We zijn en blijven een gemeente met een grote betekenis voor de landbouw. We bestendigen het belangrijke landbouwproductiegebied en spelen daarbij in op toekomstig landelijk- en provinciaal beleid.
8
4.
Wat zijn onze waarden?
Breed gedragen waarden Dit hoofdstuk gaat over bestaande waarden in Midden-Groningen. Zowel op de gespreksavonden met dorps- en wijkorganisaties als in de enquête is gevraagd wat inwoners belangrijk vinden in onze gemeente. We kunnen gerust stellen dat de dorps- en wijkorganisaties en de inwoners het voor een groot deel eens zijn over de bestaande waarden. Op basis van alle inbreng stelden we een bestaande waardenkaart op. Zie hiervoor de bijlage. Ook maakten we een tabel met deze breed gedragen waarden. Deze is hierna weergegeven. De bestaande waarden spelen een belangrijke rol in de omgevingsvisie. Als de gemeente, een organisatie, een bedrijf of een inwoner een plan heeft dan kijken we naar de waarden die belangrijk worden gevonden. We proberen zo goed mogelijk in te spelen op die waarden. Het gaat daarbij niet zozeer om OF iets kan maar vooral om HOE iets kan. Een plan is immers een kans om de waarden te versterken. De rode draad in de waarden
Groene & landelijke omgeving Het groene karakter, het nabijgelegen buitengebied en de nabijgelegen natuurgebieden
Samenleven Hechte dorpen en verbinding door samenwerking Ruimte voor ontmoeten Voor alle kernen belangrijk, niet overal voldoende aanwezig
Variatie en kwaliteit van wonen Variatie in woningen en kwaliteit van woongebieden
Blij met voorzieningen Waar ze zijn worden ze gekoesterd
Trots op cultuur en cultuurhistorie De parels van Midden-Groningen
Goede verbindingen en toegankelijk platteland
Waarden die in de landelijke gebieden met dorpen zijn genoemd
Waarden die in Hoogezand en Sappemeer zijn genoemd
Rust en ruimte, uitzicht, het landelijke karakter, het landschap, landschappelijke kenmerken en natuurgebieden
De parken, het groen en de monumentale bomen Het buitengebied en doorkijkjes daarnaar, het landschap en de landschappelijke kenmerken
Hechte gemeenschap, saamhorig, zorg voor elkaar Actief verenigingsleven
De projecten die door samenwerking met elkaar tot stand zijn gekomen
Mogelijkheden om te ontmoeten dorpshuizen, MFC’s, scholen, sportvoorzieningen waar deze aanwezig zijn. Waar dit ontbreekt wordt dat ook als gemis ervaren
Mogelijkheden om te ontmoeten op het plein, bij de parken, sport en speelvoorzieningen, winkels, wijkgebouwen en scholen
In enkele dorpen: de afwisseling in woningen voor meerdere doelgroepen
In enkele wijken: de kwaliteit van het wonen (nieuwe woningen, ruim opgezette wijk) Onderscheid tussen noordelijke bedrijfskant en zuidelijke woonkant van Hoogezand
Daar waar voorzieningen aanwezig zijn worden deze gekoesterd. Zoals dorpshuis, sport, zwembad, station, super Specifiek voor het noordwestelijke gebied is als waarde genoemd: voorzieningen nabij en bereikbaar
De centra, de goede winkelvoorzieningen, de mogelijkheden voor sport en spel, het onderwijs, het station
Linten en lintbebouwing, kerken en andere monumentale bebouwing Historie van de scheepvaart en industrieel erfgoed Culturele activiteiten zoals Roeg Klassiek en het filmhuis
Het historische lint, de monumentale gebouwen, het industrieel erfgoed
Goede bereikbaarheid omgeving stations en A7 Dorpsommetjes, fietspaden, vaarverbindingen
Optimale bereikbaarheid via de weg en het spoor, vliegveld op korte afstand
Tabel 1. Breed gedragen bestaande waarden
9
Foto’s Roegwold (bron: Nanne Kok)
10
5.
Wat zijn onze opgaven?
Welke opgaven zijn voor onze gemeente belangrijk? Er zijn veel functies die ruimte vragen. Dit geldt voor wonen, bedrijven, landbouw, natuur/bos, recreatie, waterberging en opvang en opwek van duurzame energie. Die ruimtevraag komt voor een deel voort uit opgaven die ook voor ons hele land en andere landen belangrijk zijn. Voorbeelden hiervan zijn de opgave om klimaatverandering te voorkomen, om energie te besparen en duurzaam op te wekken en om voorbereid te zijn op veranderingen in het klimaat. Ook de verbetering van de bodem en de kwaliteit, opvang en berging van water horen daarbij. Behoud en versterking van natuur en van de afwisseling van soorten planten en dieren is een vergelijkbare opgave. Hierna gaan we in op alle opgaven. Naast de landelijke opgaven gaan we ook in op opgaven die speciaal voor Midden-Groningen belangrijk zijn of die in Midden-Groningen om een eigen aanpak vragen. Opgaven op het gebied van bodem, water en natuur Op het gebied van bodem, water en natuur onderscheiden we een aantal gebieden op basis van het soort bodem: het veengebied; de veenkoloniën, waar het veen is afgegraven en er daarom een zandondergrond is; het overgangsgebied van zand naar veen. Elk van deze gebieden heeft zijn eigen bijzondere opgaven. Zo is er in het veengebied sprake van veenoxidatie en bodemdaling. Het gebied ligt zo laag dat er veel kans is op wateroverlast.
In het veenkoloniale zandgebied komen stofstormen voor in tijden waarin het erg droog is. In dit gebied is er sneller een watertekort. En zo is er in het oostelijk deel van het overgangsgebied van zand naar veen last van verzilting. En is er vrijwel overal meer aandacht nodig voor schoon oppervlaktewater. Bij de natuurgebieden maken we onderscheid tussen: Natura 2000 gebieden (N2000-gebieden). Dit zijn gebieden met natuurwaarden die belangrijk zijn op Europees niveau. Natuur Netwerk Nederland (NNN). Dit zijn gebieden met natuurwaarden die belangrijk zijn op landelijk niveau. Natuurwaarde van akkers. Ook hier heeft ieder gebied zijn eigen aandachtspunten. De gemeente is daarbij volgend aan het beleid dat door andere overheden wordt ingezet. Voor N2000 en NNN-gebieden geldt dat het Rijk en de provincie inzetten op behoud en verbetering van de natuur. De provincie Groningen start gesprekken op in de verschillende gebieden om aan de opgaven voor water, bodem en natuur te werken. De waterschappen Hunze en Aa’s en Noorderzijlvest gaan over de waterkwaliteit en het waterpeil. Midden-Groningen speelt bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in op bestaande en nog vast te stellen verbeterdoelen voor water, bodem en natuur. Een voorbeeld is de Kaderrichtlijn Water. Deze richtlijn stelt onder meer doelen voor de kwaliteit van het oppervlaktewater.
11
Opgaven op het gebied van wonen Naast de opgaven voor bodem, water en natuur zijn er opgaven voor onze gemeente die samenhangen met de kenmerken en ontwikkelingen die in het bijzonder in Midden-Groningen spelen. In de infographic zien we een aantal gegevens van Midden-Groningen afgezet tegen gegevens uit heel Nederland. Wat daarin opvalt is dat Midden-Groningen in verhouding meer koopwoningen heeft en minder huurwoningen. Dat past bij een landelijke gemeente. Ons woningmarktonderzoek van 2022 laat zien dat er een redelijk grote behoefte aan woningen is. Er liggen plannen klaar om woningen te bouwen. Maar er moeten nog meer plannen komen om in de vraag te voorzien. In hoofdstuk 6 “Wat zijn onze speerpunten?” geven we aan hoe we inspelen op de vraag naar woningen. Opgave op het gebied van veiligheid, gezondheid, bewegen en ontmoeten Bij veiligheid in Midden-Groningen denken we als eerste aan de risico’s voor aardbevingen in en om het winningsgebied van aardgas. De opgave is hier om het gebied bestand te maken tegen aardbevingen en de aardgaswinning af te bouwen. De gemeente ondersteunt zo goed mogelijk in dit proces. Uit de monitor van brede welvaart 2022 van het NPG komt naar voren dat we in Midden-Groningen extra aandacht moeten besteden aan gezondheid, bewegen en ontmoeten.
Dat er aandacht nodig is voor gezondheid zien we ook aan de cijfers in de infographic voor ‘overgewicht’ en voor mensen die ‘niet sporten’. Gemiddeld hebben meer mensen in Midden-Groningen overgewicht en zijn er meer mensen die niet sporten dan in Nederland als geheel. Het aandeel mensen dat voldoende beweegt is juist kleiner dan gemiddeld in ons land. Opgave voor bedrijventerrein, werkgelegenheid en gelijke kansen In de cijfers over werkgelegenheid valt de relatief belangrijke positie van de industrie en de landbouw op. Het aandeel werkgelegenheid in de industrie is 29,1% ten opzichte van 16% op landelijk niveau. En bij landbouw is het aandeel werkgelegenheid 6,3% ten opzichte van het landelijke percentage van 2,5%. Er is relatief veel bedrijventerrein. Door de goede ligging ten opzichte van wegen en waterwegen blijft er belangstelling voor nieuwvestiging van bedrijven. We beschouwen het als opgave om daarin te voorzien. Niet alleen vanuit onze ambitie om een economisch sterke gemeente te zijn (zie hoofdstuk 3) maar ook om onze inwoners kans te geven op passend werk. Hierbij kiezen we ervoor om nieuwe locaties van bedrijfsterreinen en soort bedrijfsvoering aan te laten sluiten bij de structuur van ons landschap. De monitor van brede welvaart 2022 van het NPG geeft aan dat de werkloosheid in onze gemeente niet is verminderd in de afgelopen periode.
Inwoners van Midden-Groningen hadden gemiddeld minder te besteden. Het is een opgave om zoveel mogelijk gelijke kansen aan alle inwoners te bieden. Dit zowel voor onderwijs als werk. Langs het Winschoterdiep, de rijksweg en de spoorlijn zijn in de geschiedenis van onze omgeving veel bedrijfsterreinen ontstaan. Op veel plekken is er na verloop van tijd spanning ontstaan tussen de bedrijvigheid en het wonen. Met de normen van vandaag zitten deze functies te dicht bij elkaar.
12
Opgave hernieuwbare energie We zien dat Midden-Groningen het op het gebied van hernieuwbare energie net iets beter doet dan landelijk. Het aandeel hernieuwbare energie was in 2020 11,1% ten opzichte van 10,1% in Nederland. Landelijk hebben we afgesproken dat we nog veel meer energie gaan besparen en duurzaam op gaan wekken. Er blijft dus een belangrijke opgave voor duurzame opwek van energie. Het gaat dan niet alleen om duurzame opwek maar ook om alles wat daarbij nodig is. Zoals versterking van het netwerk, verdeelstations en opslag van duurzame energie. Voor een deel van de inwoners is het lastig om rond te komen. Dit betekent dat deze inwoners moeite hebben om hogere energieprijzen te betalen. Ook hebben deze inwoners minder mogelijkheden om zich voor te bereiden op de energietransitie. Dit noemen we ook wel energiearmoede. De inschatting is dat meer dan 10% van de huishoudens onvoldoende geld heeft om mee te komen met de energiebesparing en de overstap te maken op duurzame energie. Het is een opgave voor de gezamenlijke overheden om te kijken hoe deze inwoners toch aan kunnen haken. De verschillende opgaven komen terug in het hoofdstuk 6 en 7 over speerpunten en gebiedsgericht beleid.
13
14
6.
Wat zijn onze speerpunten?
De speerpunten van deze omgevingsvisie zijn doelen voor inrichting en gebruik van onze omgeving. De doelen uit de omgevingsvisie helpen samen met de doelen uit de Visie Sociale Veerkracht om brede welvaart te bereiken. De speerpunten komen voort uit de opbrengsten van de participatie1, uit bestaand beleid dat nog steeds belangrijk is en uit trends en ontwikkelingen die om nieuw beleid vragen.
Figuur 2: Uitkomsten participatie, bestaand beleid en trends/ontwikkelingen en opgaven als basis voor de omgevingsvisie
De speerpunten uit deze omgevingsvisie omvatten de hoofdlijnen van een aantal beleidsstukken die in de afgelopen jaren vastgesteld zijn. Dit zijn de Visie vrijetijdseconomie, de koers uit de huidige Woonvisie, de Woondeal, de Duurzaamheidsvisie, het Ruimtelijke economische perspectief en de Detailhandelvisie. Daarnaast speelt de omgevingsvisie in op een aantal opgaven die in MiddenGroningen belangrijk zijn op het gebied van wonen, bedrijvigheid, landbouw, opwekking van duurzame energie, natuur/bos, water en bodem, leefbaarheid en veiligheid. Inhoud van de speerpunten Onze 8 speerpunten zijn: 1. Veilig en gezonde woon- en leefomgeving uitnodigend voor bewegen en ontmoeten 2. Beleefbare omgeving met behoud en versterking van verschillen in het landschap en kernen en hun karakter/historie 3. Voldoende en betaalbare woningen voor eigen inwoners en voor nieuwe inwoners 4. Ontwikkeling naar een toekomstbestendige landbouw en toekomstbestendig buitengebied met een groeiende betekenis voor recreatie en vrijetijdseconomie 5. Ruimte voor bedrijvigheid en ondernemen in balans met de omgeving en arbeidsmarkt 6. Ontwikkeling naar minder energieverbruik, groene en betaalbare energie 7. Voorsorteren op veranderingen in het klimaat en versterking van de biodiversiteit 8. Goede fysieke én digitale bereikbaarheid en toegankelijkheid
1
Zie de separate bijlage Uitkomstennotitie. De participatie vond plaats tussen september en december 2022. Deze bestond uit 6 gespreksavonden, 2 expertbijeenkomsten, 1 terugkoppelavond en een enquête
15
Deze speerpunten hangen met elkaar samen. Die samenhang is belangrijk. Er zijn meer ruimtevragen dan er ruimte is. Dat betekent dat we bij nieuwe ontwikkeling zoveel mogelijk ruimtevragen tegelijk moeten oplossen. En het is ook zo dat sommige ontwikkelingen elkaar versterken of elkaar in de weg zitten. Daarom vraagt de Omgevingswet gemeenten om in hun omgevingsvisie goed te kijken naar alle speerpunten in samenhang. Dit komt vooral op gebiedsniveau of in concrete projecten samen. Zo kan je woningen bouwen en tegelijk duurzame energie opwekken. Of je kan bomen planten die schaduw geven en stress van hitte verzachten en tegelijkertijd het groene karakter of de natuur versterken.
Figuur 3: De speerpunten en onderlinge verbanden
Uitwerking speerpunten Bij ieder speerpunt geven we een kort stukje achtergrond. Dit staat in een kader. Daarna gaan we in op de doelen. Ook geven we aan hoe we aan de slag gaan met deze doelen. Dat kan op drie manieren: 1. Wat doen of willen we wij als gemeente? 2. Wat stimuleren we of maken we mogelijk? 3. Waar vragen we aandacht voor? Deze driedeling past bij een tijd waarin we alleen samen het verschil kunnen maken. Bij de inrichting van de openbare ruimte is de gemeente in de meeste gevallen de trekker. Bij verandering van een bedrijfsgebouw naar woningen is dat de eigenaar die een plan heeft. De gemeente kan dit mogelijk maken. Openbaar vervoer is een voorbeeld waar de gemeente niet over gaat. Wel kan de gemeente aandacht vragen voor het belang van openbaar vervoer.
16
1.
Speerpunt Veilig en gezond, bewegen en ontmoeten
Veilig en gezond Een veilige en gezonde omgeving wordt steeds belangrijker. We willen immers allemaal zo veilig en gezond mogelijk opgroeien en leven. En gezondheid van onze inwoners is ook belangrijk als we kijken naar de grenzen aan de zorg die we als samenleving kunnen bieden. Bij de inrichting van onze omgeving is veilig en gezond dan ook uitgangspunt.
Doelen: Een veilige en gezonde woon- en leefomgeving2 Wat doen/willen wij? a. We waken over de gezondheid van de woon- en leefomgeving. We plannen woningen of scholen en wegen of bedrijven daarom op voldoende afstand van elkaar. Bestaande overlast bij bijvoorbeeld wonen op korte afstand van industrie, wegen of windparken willen we voor zover dat mogelijk is verminderen. b. We plannen woongebieden op plekken die waterveilig zijn. Dit betekent onder meer dat we niet of aangepast bouwen op plekken die zo laag liggen dat er een grote kans is op wateroverlast of onveiligheid op het gebied van water. c. We werken aan een goed netwerk van fiets-, wandelpaden, mogelijkheid voor (water)recreatie, voldoende groen en plekken om te bewegen, te spelen en te sporten. d. Belangrijke ontmoetingsplekken zoals openbare parken/groenvoorzieningen willen we behouden en beter onderhouden en inrichten zodat ze aantrekkelijk en uitnodigend zijn. e. We helpen ook om ontmoetingsplekken zoals buurtkamers en dorpshuizen te behouden. Deze dragen bij aan het samenleven in een dorp of wijk. Ook dat is belangrijk voor gezondheid. f. We sturen op wijken met een afwisselend aanbod aan woningen, waar verschillende doelgroepen een plek vinden om te wonen. Bij nieuwbouw van woongebieden en bij het verbeteren van wijken. Dit draagt bij aan een veilig en leefbaar woonklimaat. g.
We ondersteunen zo goed mogelijk het aardbevingsbestendig maken van ons gebied en de afbouw van de gaswinning daarbinnen. Wat stimuleren we of maken we mogelijk? a. We ondersteunen het behoud en de bereikbaarheid van voorzieningen zoals een huisarts of een winkel in een (nabijgelegen) dorp. Bijvoorbeeld door vestiging op daarvoor geschikte plekken mogelijk te maken. Of door combinaties van functies toe te staan. b. We stimuleren het maken van gezonde keuzes. We gaan bijvoorbeeld in overleg met bewoners en organisaties zoals onderwijs, sport en middenstand over rookvrije zones, uitnodigende en toegankelijke beweegmogelijkheden en (reclame voor) gezonde voeding.
2
Zie voor de veiligheid en toegankelijkheid van openbare ruimte/verkeer speerpunt 8
17
Plek om te spelen en te ontmoeten
18
2.
Speerpunt Behoud en versterking landschap en kernen
Landschap en kernen Het karakter van ons landschap en onze kernen is een belangrijke basis. Veel inwoners zijn trots op hun omgeving. Op het weidse karakter van het buitengebied, de akkers de weilanden, de meren, kanalen en vaarten en de natuurgebieden. Op de mooie oude boerderijen, de kerk in het dorp en de oude industriële gebouwen. Respect voor de karakteristiek van landschap en kernen is hard nodig. Het landschap is altijd in verandering. Dat is goed. Maar dan wel door in te spelen op de geschiedenis en het karakter van de plek. Op die manier is ieder plan een kans om onze omgeving te versterken!
Doelen: a. Behoud en versterking van het landschap. b. Behoud en versterking van wijken en dorpen. c. Behoud van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of inrichting. Wat doen/willen wij? a. We gebruiken de landschappen, bodem en water als uitgangspunt voor de opgaven en kansen per gebied. b. We benutten veranderingen voor versterking van het landschap, bijvoorbeeld bij de uitbreiding van bedrijven en nieuwe woon- of werkgebieden. c. We benutten veranderingen in de openbare ruimte voor versterking van de ruimtelijke kwaliteit. d. We benutten de versterkingsopgave voor verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van dorpen en wijken. e. Bij nieuwe ontwikkeling vragen we om in te spelen op de waarden van de waardenkaart (zie bijlage). Deze kaart laat de waarden zien die onze inwoners hebben ingebracht. f. We werken samen met bedrijven en bewoners aan de verbetering van de entrees van onze gemeente vanaf de A7 en aan de staat van bebouwing en openbare ruimte in de linten van kernen. Wat stimuleren we of maken we mogelijk? We zorgen dat waar noodzakelijk en passend verschillende functies van gebouwen mogelijk zijn. Dit om leegstand en verpaupering te voorkomen. Waar vragen we aandacht voor? We willen werk met werk maken. Om die reden vragen we bij onze netbeheerders om vroegtijdig af te stemmen over werkzaamheden in de ondergrond.
19
Belang van water en bomen, haven van Slochteren
Lanen en openheid in de Veenkoloniën
20
3.
Speerpunt Voldoende en betaalbare woningen
Wonen Er is een tekort aan woningen, in het bijzonder voor starters en senioren. In het Woningmarktonderzoek Midden-Groningen 2022 wordt verwacht dat er in de periode tot 2030 1250 extra woningen nodig zijn. Hoe groot de vraag na 2030 is, is nog onzeker. De vraag naar woningen geldt voor alle kernen in de gemeente. Wel verwachten de onderzoekers dat kernen in de directe nabijheid van de stad Groningen en kernen met een goed voorzieningenniveau in het bijzonder in trek zijn. Ook kernen met een gunstige ligging aan de A7 en/of treinverbinding doen het naar verwachting goed op de woningmarkt.
Doelen: a. Gevarieerd aanbod van woningen. b. Voldoende betaalbare (sociale) huur/koopwoningen voor de verschillende doelgroepen. c. Waarbij we streven naar 30% sociale woningbouw. Wat doen/willen wij? a. We richten ons op het bouwen van woningen om tegemoet te komen aan de verwachte vraag per kern. b. We benutten eerst mogelijkheden om in te breiden. Zoals bijvoorbeeld op vrijkomende locaties van scholen en andere plekken met een verandering van functie. c. Bij kernen waar geen of onvoldoende mogelijkheden zijn om in te breiden, onderzoeken we de mogelijkheid van uitbreiding. d. We richten ons op een gevarieerd aanbod van woningen. We hebben in ieder geval aandacht voor woningen die geschikt zijn voor starters, jongeren en ouderen. e. We zorgen samen met zorg- en welzijnsorganisaties voor voldoende plekken waar kwetsbare mensen kunnen wonen. Dit is onderdeel van de woonzorgvisie. f. We versterken het beleid op het gebied van veilig en betaalbaar wonen en leefbaarheid. We onderzoeken in situaties waar een risico bestaat van speculatie of we kunnen vastleggen dat kopers van een woning voor een bepaalde periode zelf in de woning wonen en deze niet verhuren (opkoopbescherming). Andere voorbeelden zijn dat we duidelijke kaders gaan opstellen voor kamerverhuur en huisvesting van arbeidsmigranten.
We vinden goede huisvesting en voldoende spreiding en menging van doelgroepen voor iedereen belangrijk. Wat stimuleren we of maken we mogelijk? a. Het bouwen op inbreilocaties op fiets- of wandelafstand van de stations Martenshoek, HS en Zuidbroek maken we mogelijk. Deze locaties zijn duurzaam ontsloten en aantrekkelijk voor forenzen. b. Om voldoende woningen te realiseren en betaalbaar te houden bieden we op daarvoor geschikte plekken zoals de linten mogelijkheden om winkels of bedrijfspanden om te zetten naar woningen. We onderzoeken onder welke voorwaarden we ook mogelijkheid kunnen bieden om woningen te splitsen. We letten daarbij goed op dat het geen negatief effect heeft op de omgeving. 21
c.
d.
e. f.
We geven ruimte voor woningbouwinitiatieven die inspelen op de verschillende woonwensen van ouderen, zoals hofjes, of woningen met zorg aan huis, zorg voor elkaar of wonen in een verzorgingshuis. Dit mede met het oog op doorstroming. Voor balans in de opbouw van de bevolking en behoud van cultuurhistorisch erfgoed bieden we ruimte voor duurdere woonmilieus op bijzondere locaties. Dit kan bijvoorbeeld industrieel erfgoed zijn wat gaat dienen als unieke woonplek voor meerdere huishoudens. Of een grote monumentale boerderij in het landelijke gebied waarin meerdere huishoudens een plek kunnen vinden. We maken woongebieden mogelijk met verschillende soorten woningen en doelgroepen. We werken aan vernieuwing van verouderde woningen in wijken en buurten (herstructurering). We pakken zowel de verbetering van de woonkwaliteit, achterstallig onderhoud, verbetering van ruimtelijke kwaliteit en verduurzaming aan.
Wonen in het lint
22
4.
Speerpunt Ontwikkeling naar toekomstbestendige landbouw en buitengebied
Landbouw en buitengebied Op landbouwgebied betekent onze gemeente veel. Die positie als agrarisch productiegebied willen we koesteren. De agrarische sector staat door landelijk en provinciaal beleid voor grote onzekerheden. De gemeente moet in de toekomst inspelen op mogelijk veranderend beleid van hogere overheden. Door de grote onzekerheden van beleid van andere overheden kan de gemeente op dit moment niet vaststellen wat “toekomstbestendig” precies inhoudt. Wat toekomstbestendig is, hangt af van beleid van provincie, rijk en waterschap. En ook van de mogelijkheden die agrarische ondernemers in onze gemeente zien binnen het perspectief dat hen hopelijk snel geschetst wordt. Voor de gemeente is het belangrijk dat de agrarische sector toekomst heeft. En dat de sector in kan spelen op mogelijke veranderingen. Voor ons buitengebied zien we verder dat we het belang van recreatie en vrije tijdseconomie, natuur en duurzame opwek van energie zien groeien. Dat willen we bij voorkeur in een vorm waarin functies worden gecombineerd.
Doel a. Toekomstbestendige landbouw en buitengebied. b. Toenemende betekenis van recreatie en vrijetijdseconomie. c. Behoud natuurgebieden, versterking verbindingen en vergroten biodiversiteit3. Wat gaan we doen? a. We bieden flexibiliteit en maatwerk voor de gebruiksmogelijkheden van bedrijven in het buitengebied in combinatie met duidelijkheid daar waar iets echt niet kan. Altijd is daarbij aandacht voor het voorkomen van hinder en onnodige verkeersbewegingen. b. We gebruiken de landschappen, bodem en water als basis voor de opgaven en kansen per gebied. Voor verbindingen van water en natuur zien we vooral kansen in de zones MeerstadSchildmeer en Meerstad-Zuidlaardermeer. c. We versterken de toeristische recreatieve netwerken van wegen, paden en vaarmogelijkheden. d. We gaan door met dorps- en wijkplannen met het oog op de leefbaarheid ook in het buitengebied. Wat stimuleren we of maken we mogelijk?4 a. We geven ruimte voor de ontwikkeling naar toekomstbestendige landbouw. b. We geven mogelijkheid voor verbreding: van bedrijven door opwekking van duurzame energie, door zonnepanelen op het dak of kleinschalige windturbines; van (agrarische) bedrijven naar wonen, zorg, recreatie of kleinschalige bedrijvigheid; 3
Zie voor versterking biodiversiteit ook speerpunt 7 in hoofdstuk 6
4
Zie voor voorwaarden het kader op de volgende pagina
23
c.
d.
e. f.
van agrarische bedrijven passend bij de ruimte die ondernemers zien in het perspectief dat hen door provincie, rijk en waterschap geboden wordt. We geven mogelijkheid voor functieverandering bij bedrijfsbeëindiging in het buitengebied: behoud als woonboerderij; omvorming naar woonboerderij met meerdere woningen, zorg, recreatie of in het buitengebied passend bedrijf. We geven mogelijkheden voor versterking van de (watergerichte) recreatieve voorzieningen en bedrijvigheid. Vanwege bodem, water en verstedelijking zien we in het bijzonder, maar niet uitsluitend kansen in de zone Meerstad-Schildmeer en Meerstad-Zuidlaardermeer. We vragen bij nieuwe ontwikkelingen mede aandacht voor versterking van de biodiversiteit. We ondersteunen innovatieve initiatieven die helpen bij de opgaven op het gebied van water, bodem en natuur.
Voorwaarden bij veranderingen van of bij bedrijven in het buitengebied Bij veranderingen van of bij bedrijven zullen voorwaarden horen. Maat en schaal van nieuwe ontwikkelingen moeten passen bij de omgeving. Ook kijken we altijd goed of een ontwikkeling op voldoende afstand van woningen ligt. En of een ontwikkeling niet te veel verkeer aantrekt. Er moet een goede inpassing zijn in het landschap. En er zijn gesprekken nodig met de omgeving. In Hoofdstuk 8 bij het afwegen van plannen, zie je hoe dat in zijn werk gaat. In dit gedeelte van de omgevingsvisie lees je hoe je een plan dat niet past in het omgevingsplan op een goede manier voorbereidt.
24
Akkerbouw in de Veenkoloniën
Agrarisch bedrijf Muntendam
25
5.
Speerpunt Ondernemen en bedrijvigheid in balans met omgeving en arbeidsmarkt
Ondernemen, bedrijvigheid en arbeidsmarkt Midden-Groningen is en blijft een belangrijke gemeente voor werkgelegenheid. De ligging en ontsluiting van onze gemeente is gunstig. Er is meer belangstelling voor bedrijfskavels dan er mogelijkheden zijn op bestaande bedrijventerreinen. Daarom gaan we uit van uitbreiding. We letten daarbij op duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en het voorkomen van overlast op het gebied van milieu. Voor bestaande bedrijven zien we dat milieueffecten, duurzaamheid en ruimtelijke kwaliteit op verschillende plekken beter kunnen. Waar mogelijk willen we die situaties verbeteren. Voor onze kernen zijn voorzieningen belangrijk. De ervaring leert dat het voor winkelgebieden belangrijk is om deze gebieden compact te houden. Daarnaast is het belangrijk om ruimte te geven voor het combineren van functies. Dat is vooral belangrijk op plekken waar weinig voorzieningen zijn. Of waar de voorzieningen onder druk staan.
Doelen: a. Een goed vestigingsklimaat voor ondernemen nu en in de toekomst. b. Ruimte voor bedrijfsvestiging op bedrijventerrein. c. Voorkomen van bedrijfshinder, aandacht voor de ruimtelijke kwaliteit, aandacht voor duurzaamheid. d. Werk in balans met arbeidsmarkt. e. Een toekomstbestendige detailhandelsstructuur. Wat doen/willen wij? a. We verbeteren het beeld en de indeling op bestaande bedrijfsterreinen en verduurzamen bedrijfsterrein in samenwerking met bedrijven (optimaliseren, intensiveren, verduurzamen o.m. door uitwisseling van restwarmte en grondstoffen). b. We ontwikkelen nieuw bedrijfsterrein bij Zuidbroek5 en onderzoeken de mogelijkheid voor een bedrijfsterrein bij Hoogezand/Sappemeer. c. We wegen de wenselijkheid en locatie van grootschalige bedrijvigheid af samen met de buurgemeenten. d. We behouden de compacte omvang van winkelgebieden. e. We sturen op bedrijvigheid die geen overlast verzorgt. f. We streven naar energiezuinige bedrijvigheid en bedrijvigheid die er goed uitziet (qua schaal, vormgeving en inpassing in omgeving).
5
Voor dit terrein is de voorbereiding van een milieuonderzoek en bestemmingsplan ingezet
26
Wat stimuleren we of maken we mogelijk? a. We maken combinaties van wonen en werken mogelijk ter versterking van linten (Harkstede tot Siddeburen) met aandacht voor milieu (o.m. verkeer). b. We maken combinaties van functies mogelijk in de dorpen om voorzieningen op peil te kunnen houden. c. We stimuleren de ontwikkeling van waardevol en duurzaam toerisme (passend bij draagkracht natuur/landschap/bewoners) met het oog op sterke en volwaardige vrijetijdssector rond natuur, landschap en cultuur(historie). En we maken dit soort toerisme mogelijk. d. We stimuleren bedrijvigheid gericht op de lokale arbeidsmarkt met voldoende plekken om te leren/werken. En we maken dit soort bedrijvigheid mogelijk. Waar vragen we aandacht voor? Betere afstemming onderwijs en arbeidsmarkt.
Bedrijven aan het Winschoterdiep Zuidbroek
27
6.
Speerpunt Minder energiegebruik, meer duurzame energie, minder aardgasgebruik
Energie en aardgas Om klimaatverandering en uitputting van grondstoffen zoveel mogelijk te voorkomen willen we in ons land en in onze gemeente besparen op energiegebruik. Dit kan bijvoorbeeld door isolatie van gebouwen. Daarnaast werken we aan de opwek van duurzame energie. Midden-Groningen heeft op dit vlak al het nodige gedaan. Dat zien we aan de zonnevelden en de windturbines die er nu al zijn. En die in uitvoering zijn. Om die reden voorzien we op dit moment geen grootschalige nieuwe wind- of zonneparken. Wel is er onder voorwaarde ruimte voor kleinere initiatieven. We verbruiken nog steeds veel meer energie dan we duurzaam opwekken. Daarom blijven we ook alert op nieuwe technieken en oplossingen. Hierbij zoeken we de verbinding met bijvoorbeeld onderwijsinstellingen. Als gemeente hebben we de effecten van aardgaswinning stevig gevoeld. En deze effecten voelen we nog steeds. We zijn en willen daarom ook bezig met het terugdringen van ons aardgasgebruik. Ook dat is een belangrijk doel.
Doelen: a. 55% vermindering CO2-uitstoot in 2030. b. 20% minder aardgasgebruik in de woningen in Midden-Groningen. Wat doen/willen wij? a. We ondersteunen elektrisch rijden en -fietsen. b. We werken samen met onze partners in de regio (waaronder de andere Groninger gemeenten en de provincie) aan een regionale strategie voor de opwek van duurzame energie (RES). c. We werken samen met onze inwoners, bewonersorganisaties en woningbouwverenigingen aan het verminderen van de warmtevraag van de woningen. Onze focus ligt hierbij op het aanbrengen van isolatie, het uitrollen van hybride warmtepompen en het aardgasvrij maken van woningen. Dit leidt tot een grotere elektriciteitsvraag. Daarvoor moeten elektriciteitsnetten verzwaard worden en dat heeft ruimtelijke impact in de bebouwde omgeving. d. We werken samen met de lokale energiecoöperaties en de GrEK (Groninger energiekoepel) aan het opwekken van duurzame energie. e. We leveren een bijdrage aan een toekomstbestendig duurzaam energiesysteem door ruimte te bieden voor nieuwe vormen van duurzame energie en systemen waarmee we energie kunnen opslaan. Wat stimuleren wij of maken we mogelijk? a. We ondersteunen: 1. het elektrisch rijden door richting te geven aan de ontwikkeling van een dekkend, toegankelijk, betaalbaar en veilig netwerk van laadinfrastructuur; en 2.
het (elektrisch) fietsen door onder andere de aanleg van aantrekkelijke doorfietsroutes. b. We stimuleren verduurzaming van woningen. Dit doen we met een energieloket aan en een aanbod van stimuleringsregelingen. Ook adviseren en begeleiden we onze inwoners op maat. 28
c. d.
e.
f.
Dit doen wij vanaf het eerste moment van bewustwording tot de nazorg bij het nemen van maatregelen. We stimuleren, voor zover onze invloed reikt, het duurzaam gebruik van daken van bestaande bedrijven en van nieuwe of bestaande woningen. Kleinere zonneprojecten zijn mogelijk onder voorwaarde dat de lokale omgeving meeprofiteert. Ook besteden we aandacht aan de inpassing in de omgeving en wordt de lokale omgeving betrokken bij de ontwikkeling. We maken de opstelling van kleine windturbines mogelijk bij (landbouw) bedrijven in het buitengebied of op bedrijfsterreinen. Dit doen we voor zover een goede ruimtelijke inpassing mogelijk is. Bij duurzame energieprojecten streven we naar meervoudig ruimtegebruik.
Waar vragen wij aandacht voor? a. De energietransitie is een enorme opgave die alleen kans van slagen heeft als betrokken partijen zich samen inspannen om deze te realiseren. b. We spannen ons in om de netwerkcapaciteit optimaal te benutten. Samen met partners in de regio, in het bijzonder Enexis en onze buurgemeenten, stellen wij een provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (pMIEK) op. Binnen de pMIEK wordt bepaald welke projecten (betreffende woningbouw, bedrijventerreinen, elektrificatie industrie, elektrificatie vervoer) voorrang krijgen om aangesloten te worden op dit elektriciteitsnet.
Kleine windturbine bij boerderij
29
7.
Speerpunt Voorbereid op klimaatverandering
Voorbereid op klimaatveranderingen Het klimaat verandert. Het wordt vaker warm en het gaat vaker en harder regenen. Overlast door regen, hitte en droogte ontstaat vooral in gebieden met veel gebouwen, verhard oppervlakte en weinig groen en oppervlaktewater. Belangrijk is daarom dat we kernen en bedrijfsterreinen waar nodig groener maken. Groen zorgt dat het koel is en dat er schaduw is. Ook zorgt groen dat het water vastgehouden wordt. Om droogte tegen te gaan is het belangrijk om regenwater op te vangen. We willen water vasthouden op de plek waar het valt. Dit kan door het water op te slaan en niet af te voeren naar het riool. Sloten, vijvers of groen in de openbare ruimte helpen daarbij. Maar ook het groen en water op uw erven van inwoners, organisaties of ondernemers. Groen en water zijn niet alleen belangrijk voor het klimaat maar ook voor de natuur. Vooral de afwisseling van veel soorten planten en dieren in het groen is wezenlijk. Dit noemen we biodiversiteit. Een voorbeeld; als er minder variatie is in planten, merken we dat aan de hoeveelheid en soorten insecten. En die zijn weer belangrijk voor de bevruchting van onze gewassen. We combineren het vergroenen met het oog op klimaatverandering waar mogelijk met het doel om meer biodiversiteit te bereiken.
Doelen: a. Waterveiligheid. b. Voorkomen wateroverlast en watertekort in de vorm van droogte. c. Beperken hittestress. d. Verbeteren van biodiversiteit. Wat gaan we doen? a. We vermijden nieuwe bebouwing in laag gelegen gebieden of bouwen zo dat gebouwen geen last krijgen van het water (bijvoorbeeld gebouwen zonder kruipruimte, op palen of varende gebouwen). b. We voorkomen wateroverlast en -tekort in de openbare ruimte door meer opvang en hergebruik van water, meer groen, beperken van verharding en waar dat uit het oogpunt van beheer mogelijk is gebruik van waterdoorlatende verharding. c. We beperken hittestress door behoud van (oude) bomen en aanplant van bomen in de openbare ruimte. d. Bij nieuwe woonwijken of bedrijventerreinen of opwaardering van wijken of bedrijventerreinen zorgen we dat er voldoende groen en water is. En dat we water zo lang mogelijk vasthouden. e. We verplichten om bij nieuwe bedrijfspanden daken te gebruiken voor duurzame doelen (als dak met zonnepanelen, met wateropvang en/of als vegetatiedak).
30
f. g.
Op basis van de klimaatstresstest pakken we knelpunten aan en bepalen we waar we het eerst aan de slag gaan. De klimaatstresstest herhalen we na verloop van tijd. We kijken waar we in de openbare ruimte en bermen door inrichting en beheer van groen meer biodiversiteit kunnen bereiken.
Wat stimuleren we of maken we mogelijk? a. We stimuleren inwoners en ondernemers om wateroverlast, watertekort en hittestress ook op hun erven te voorkomen. En om hun erven groener en biodiverser te maken. De gemeente is aangesloten bij de Stichting Steenbreek die zich hiervoor inzet. b. We stimuleren duurzaam gebruik van daken van bestaande bedrijven en organisaties en van nieuwe of bestaande woningen. c. We maken regels voor wateropvang en vertraagde afvoer van water op eigen terrein.
Steeds meer periodes met extreme weersomstandigheden; wateroverlast na lange perioden met regen
31
8.
Speerpunt Goede fysieke en digitale bereikbaarheid en toegankelijkheid
Bereikbaarheid en toegankelijkheid Om te kunnen werken, sporten, ontmoeten, boodschappen te doen of te recreëren is mobiliteit een voorwaarde. Daarom willen we een veilig en toegankelijk netwerk van wegen en paden waar iedereen gebruik van kan maken. Wandelen en fietsen willen we daarbij in het bijzonder stimuleren. Dit omdat het bijdraagt aan gezondheid en duurzaam is. Om toegang te hebben tot bijvoorbeeld onderwijs en diensten is naast fysieke bereikbaarheid ook digitale bereikbaarheid van belang. Dat betekent een goede digitale ontsluiting van de gemeente.
Doelen: a. Een goede verkeersveiligheid en verkeersafwikkeling. b. Toegankelijkheid en bereikbaarheid op het gebied van verkeer. c. Goede digitale bereikbaarheid en digitale toegankelijkheid. Wat doen wij? a. We pakken knelpunten en risicopunten in de verkeersveiligheid en verkeersafwikkeling aan. Qua verkeersafwikkeling gaat het onder meer om de ontsluiting van Hoogezand. Qua verkeersveiligheid richten we ons vooral op de grootste knelpunten zoals de route naar school. b. We werken mee aan het onderzoek naar verbetering van verkeersveiligheid en -afwikkeling op landbouwroutes. c. We verbeteren de verbindingen voor fietsers. We werken mee aan doorfietsroutes van Groningen naar Hoogezand en Harkstede. We zetten in op het oplossen van ontbrekende schakels in het fietsnetwerk. d. We zorgen samen met de provincie voor aantrekkelijke overstappunten voor vervoer met goede voorzieningen. Het gaat om Hubs en P+R locaties. e. We kijken bij alle inrichtingsplannen naar de toegankelijkheid en veiligheid voor iedereen. Wat stimuleren we of maken we mogelijk? a. We ondersteunen initiatieven vanuit dorpen en wijken waardoor de bereikbaarheid verbetert. b. We maken goede afspraken met aanbieders die zich melden voor de aanleg van digitale netwerken opdat zo veel mogelijk huishoudens van deze netwerken gebruik kunnen maken. Waar vragen wij aandacht voor? a.
We maken ons hard voor de beschikbaarheid van enige vorm van OV voor alle kernen. b. We werken mee aan de verdere verbreding van de N33 en zien toe op het ondervangen en compenseren van eventuele nadelen voor aanliggende dorpen. c. We maken ons hard voor naleving van eerdere afspraken over digitale ontsluiting van het buitengebied. Het betreft afspraken tussen de Provincie en de uitvoerende partijen.
32
Buurtbus Hoogezand
33
7.
Wat is onze visie op gebieden?
In de hoofdstukken 2 en 3 zijn de stip op de horizon ‘brede welvaart’, en de ambities die de MiddenGroningen heeft over de plek van de gemeente in het grotere geheel aan bod gekomen. In hoofdstuk 4 keken we naar de bestaande waarden van onze gemeente. Waarden die we willen koesteren. Hoofdstuk 5 besprak onze opgaven die voortkomen uit trends en ontwikkelingen die in onze gemeente spelen. En hoofdstuk 6 omvat tot slot de acht speerpunten waarin concrete doelen zijn omschreven gevolgd door de rol die de gemeente bij het bereiken van die doelen heeft. Het voorliggende hoofdstuk gaat over beleid voor gebieden binnen de gemeente. De gebieden die we onderscheiden zijn: de kernen; het veengebied; het zandgebied (Veenkoloniën); het overgangsgebied van zand naar veen inclusief de smalle strook kleigebied aan de noordzijde van de gemeente; het netwerk van wegen en paden. De kernen We streven naar leefbare kernen met ieder hun eigen identiteit. We bieden in alle kernen ruimte voor de bouw van woningen. In de kleinere kernen gaat het om maatwerk. Uit ons woningbehoefteonderzoek komt een brede vraag naar woningen verspreid over onze gemeente. In die behoefte willen we voorzien. Waar mogelijk doen we dat door verandering van de functie van gebouwen of gebieden. We willen waar dat kan bedrijventerreinen veranderen naar een gemengd stedelijk gebied.
Dit speelt in Hoogezand en Zuidbroek. Ook zijn er in de verschillende bebouwingslinten verspreid over onze gemeente plekken waar bedrijven of winkels stoppen en de functie kan veranderen naar (bijvoorbeeld) wonen. Waar we onvoldoende in een kern kunnen bouwen, bouwen we aan de rand. Dit doen we altijd in overleg met de kern, met respect voor de opbouw van de kern en met oog voor de samenhang van onze kernen met het landschap. Leefbare kernen zijn ook kernen met ontmoetingsplekken, sport en spelmogelijkheden en voorzieningen. Op het voorzieningenniveau hebben we als gemeente maar een beperkte invloed. We kunnen mogelijkheden bieden voor functiemenging. Dit is vooral in de wat kleinere kernen belangrijk om voorzieningen ook daar in stand te kunnen houden. Waar sprake is van aaneengesloten winkelgebieden willen we deze compact houden. Dit om de aantrekkelijkheid van zo’n winkelgebied ook op termijn overeind te houden. In Hoogezand, Sappemeer en Zuidbroek zijn situaties waar wonen en bedrijvigheid zo dicht op elkaar zit dat de leefbaarheid onder druk staat. Deze situaties willen we verbeteren. Nieuw bedrijfsterrein willen we ontwikkelen aan de oostkant van Zuidbroek. Voor dit gebied is een bestemmingsplan in voorbereiding. In de omgeving van Hoogezand en Sappemeer zoeken we daarnaast een tweede plek om nieuw bedrijfsterrein te maken.
Hierbij kijken we naar plekken die goed ontsloten zijn. Het bedrijfsterrein moet op voldoende afstand van woningen liggen en er moet een goede overgang zijn naar het landschap. We zorgen voor gebouwen die gezien mogen worden en/of voldoende omringd zijn met beplanting. 34
Het veengebied De veengebieden van Midden-Groningen zijn aantrekkelijke en afwisselende gebieden waar meerdere beschermde natuurgebieden zijn en waar relatief veel water voorkomt in de vorm van meren. Het is er mooi en rustig. Er liggen in dit gebied geen grote kernen. Dorpen als Steendam, Kropswolde en Woudbloem bevinden zich aan de rand van het veengebied. In het gebied is veel landbouw. Tegelijkertijd is dit ook het gebied waar de kans op wateroverlast en bodemdaling het meest aan de orde zijn. De gemeente moet hier inspelen op mogelijke beleidsontwikkelingen van andere overheden, zoals de waterschappen. Als agrarisch gebruik zie je hier meestal veehouderijen en grasland, maar ook akkerbouw. Het gebied is kansrijk voor de verdere ontwikkeling van het landschap met natuur, landbouw, water, dagrecreatie en vrijetijdseconomie. In dit gebied kan een aaneengesloten groen/blauwe zone ontstaan met paden, vaarroutes en rustpunten die de stad Groningen en de nieuwe wijk Meerstad verbindt met enerzijds het Zuidlaardermeer en anderzijds het Schildmeer. Een gebied dat ook een prachtig uitloopgebied is voor alle kernen die op wandel- en fietsafstand liggen zoals Harkstede, Slochteren en Siddeburen. Uitbreidingen met woningen zijn in dit gebied niet zonder meer mogelijk. Als er nieuwe woningen moeten komen dan kan dat alleen in aangepaste bouw.
Voorbeelden zijn; bouwen zonder kruipruimte, bouwen op palen, of waterwoningen. Het zandgebied Veenkoloniën Het zandgebied van de Veenkoloniën is een krachtig landschap met weidse vergezichten, akkers en rechte ontginningswegen en waterlopen. Bebouwingslinten met laanbeplanting, forse boerderijen en enkele meer kleinschalige woningen zien we bij plaatsen als Trips- en Borgercompagnie. En een beschermd dorpsgezicht met centraal de vaart, karakteristieke bruggen en sluizen en kleinschalige woningen aan weerzijde van de vaart bij Kiel-Windeweer. Dit is een gebied waar de akkerbouw floreert, maar ook waar droogte in periodes met hitte problemen geeft. Dit in de vorm van schaarste van water en stofstormen. Vrijetijdseconomie en woningbouw passend bij de vrij kleine schaal van de woningen in dit gebied is een mogelijke ontwikkeling. Of ontwikkeling aan de randen van het stedelijk gebied van Hoogezand, met een goede geleidelijke overgang naar het open landschap. Het overgangsgebied zand/veen inclusief de smalle strook kleigebied Het overgrote deel van Midden-Groningen behoort tot het overgangsgebied tussen zand en veen. Lintbebouwing en cultuurhistorie naast openheid en lanen zijn hier de belangrijkste kenmerken. Van Harkstede via Kolham tot Siddeburen ligt het vrijwel aaneengesloten gebogen bebouwingslint met doorkijkjes naar de open omgeving.
Bij elke dorp verdicht de bebouwing en zien we bijzondere bebouwing zoals één of meer winkels, een bedrijf of een kerk. Ook bij Noordbroek, Zuidbroek en Muntendam zien we die doorlopende lintbebouwing al is deze meer rechtlijnig van karakter. Er is een groot contrast tussen de zeer forse boerderijen met omringende erven en de soms juist zeer kleinschalige arbeidershuisjes. 35
In dit overgangsgebied van zand naar veen is afwisselend sprake van veeteelt en akkerbouw. Ten noorden van het veengebied zien we meer grasland, ten zuiden zijn grote gebieden met onder meer aardappelteelt. In dit gebied liggen kansen om de dorpen in het lint Harkstede-Siddeburen meer te verbinden met de nabijgelegen blauwgroene zone. Dit zowel om vanuit de dorpen te wandelen en fietsen als om bezoekers van dit gebied vanuit de grote stad uit te nodigen om ook de lintdorpen te bezoeken. Er liggen hier cultuurhistorische parels zoals Fraeylemaborg en er zijn kansen voor op recreatie gerichte voorzieningen. Vrijetijdseconomie en woningbouw passend bij de schaal van de kernen in dit gebied is een mogelijke ontwikkeling. Of ontwikkeling aan de randen van het stedelijk gebied van Hoogezand met een goede geleidelijke overgang naar het open landschap. Bij bebouwing in de linten is het belangrijk om doorzichten te behouden naar de veelal open omgeving. Het netwerk van het spoor, de wegen en de paden In het netwerk van het spoor, de wegen en de paden zijn enkele punten die we willen verbeteren. Om de aantrekkelijkheid van het openbaar vervoer te vergroten maken we op belangrijke punten goede overstapplekken. Dit noemen we hubs. Het zijn de treinstations, het busstation bij Siddeburen en de P + R plek bij de entree van Hoogezand. We willen dat deze plekken er goed uitzien.
Dat er goede voorzieningen zijn zoals stallingsplekken voor fietsers en laadplekken voor auto’s en/of fietsers. In het bijzonder willen we aandacht besteden aan de gehele entree van Hoogezand gezien vanaf de A7. Dit is per slot een belangrijke “voordeur” van de gemeente. Fietsen willen we stimuleren. Uit de participatie bleek wel hoe belangrijke onze inwoners de fietsverbindingen vinden en het draagt bij aan onze gezondheid. Er zijn plannen voor doorfietsroutes. Dit zijn plekken waar we snelle en comfortabele verbindingen willen maken voor fietsforensen van en naar de stad Groningen. Daarnaast zijn er wensen voor andere extra fietspaden of stroken. Het gaat om ontbrekende schakels in het netwerk van fietspaden en om plekken waar wel een weg ligt maar geen aparte fietsstrook of fietspad is gemaakt. Voor verkeersveiligheid en goede doorstroming van verkeer is een verbetering nodig in het hart van het stedelijk gebied van Hoogezand. Bij de Kerkstraat ligt een zwaar belaste route met een spoorwegovergang. We zoeken oplossingen om de verkeersdruk hier op te lossen en de veiligheid te verbeteren. De mogelijke opwaardering van de spoorlijn moeten we daarbij betrekken. Ook bij Zuidbroek is er noodzaak om de ontsluiting te verbeteren. De verbreding van de N33 heeft een lange tijd stilgelegen. Maar de haalbaarheid wordt nu weer onderzocht door Rijk en provincie.
Het zuidelijke deel is inmiddels klaar. We werken mee aan de verdere verbreding van de N33 ten noorden van Zuidbroek. Daarbij zien we toe op het ondervangen en compenseren van eventuele nadelen voor aanliggende dorpen.
36
8.
Hoe voeren we onze visie uit?
8.1 Wat zijn onze kernprincipes? In onze gemeente werken we met vier belangrijke kernprincipes. Kernprincipes laten zien wat onze manier van werken is. Als we keuzes maken en als we plannen maken passen we de kernprincipes toe. De kernprincipes zijn in lijn met de Omgevingswet. Ook sluiten de kernprincipes aan op trends en ontwikkelingen zoals de grote druk op de ruimte. Wat doen wij? 1. We geven het goede voorbeeld; wat we belangrijk vinden laten we zien in de praktijk. 2. We combineren zoveel mogelijk doelen, zodat de ruimte zo goed mogelijk wordt gebruikt. 3. We doen het samen; de gemeente met haar inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties (zie ook paragraaf 8.2). 4. We werken vanuit ja, mits; een plan is een kans om onze gebieden mooier en sterker te maken; zowel sociaal als economisch. Bij een plan onderzoeken we vanuit een positieve grondhouding of we die kans ook waar kunnen maken. En of het plan uitvoerbaar is (zie ook paragraaf 8.3).
8.2 Hoe werken we samen met onze inwoners, organisaties en bedrijven? In Midden-Groningen werken we samen met onze inwoners, bedrijven en organisaties. Alleen samen kunnen we de ambities en doelen uit de omgevingsvisie waarmaken en houden we onze kernen en ons buitengebied leefbaar. Wat doen wij? 1. We bespreken onze plannen op tijd met onze inwoners, ondernemers en organisaties. Zo dat we ingebrachte ideeën en zorgen zo goed mogelijk kunnen gebruiken en mee kunnen nemen bij de uitwerking en bij de besluiten die worden genomen. 2. Bij plannen van buurgemeenten of initiatiefnemers vragen we deze om met iedereen die gevolgen van hun plan ondervindt in gesprek te gaan. En dit gesprek te betrekken bij de verdere uitwerking. 3. Als gemeente houden we natuurlijk ook onze controlerende taken. In veel gevallen kunnen we meedenken en maatwerk leveren vanuit de ja, mits benadering. In sommige gevallen moeten we juist om wille van de leefbaarheid ook grenzen stellen. Onder punt 2 geven we aan dat we het gesprek met belanghebbenden over een plan altijd belangrijk vinden. Het hoort bij het vooronderzoek. Het komt voor dat iemand met een plan niet tot overeenstemming kan komen. Of dat een gesprek om of andere reden niet mogelijk is. Kijk in het kader voor tips om het gesprek aan te gaan. En ook om te zien wat er gebeurt als een gesprek tot niets leidt of niet mogelijk is.