08. Buitengebied Midden-Groningen toelichting bijlagen
Tekst van het document
In dit akkerbouwgebied is in 2015 gestart met het herinrichten van overhoekjes door aanplant van struweel en het ecologisch beheren van wegbermen.
Figuur 5.3 Kleinschalig cultuurlandschap. (ARK Natuurontwikkeling)
Inrichtingsplan trafostation Meeden | Landschappelijke inpassing en natuurcompensatie
17
4. Bloemrijk grasland De overige oppervlakte van het nieuw in te richten gebied zal worden beheerd als bloemrijk grasland, dit heeft een totaaloppervlak van 1.500 m². Om snel resultaat te krijgen op dit voedselrijke weiland zal deze worden ingezaaid met een mengsel inheemse kruiden voor voedselrijke grond van bijvoorbeeld Cruydthoeck (bijlage II) en bestaat uit soorten die kenmerkend zijn voor glanshaverhooiland. Het inzaaien zal gebeuren door de bodem oppervlakkig te verwonden met een wiedeg, dit is een werktuig achter de tractor met verende metalen pennen die de grasmat opentrekken en zo een kiembed voor het zaad maken. De wiedeggen zijn vaak uitgevoerd met een zaaiunit zodat het eggen en zaaien in één werkgang kan plaatsvinden. Het zaadmengsel bestaat uit kruiden en grassen die van nature in het voor zouden komen zoals scherpe boterbloem, margriet, knoopkruid, grote vossenstaart en glanshaver (zie foto in Figuur 5.4).
Figuur 5.4 Soorten van bloemrijk grasland op een matig voedselrijke bodem. Met de klok mee scherpe boterbloem, rode klaver, margriet, veldzuring, gewone rolklaver en knoopkruid. (Natuurmonumenten)
Inrichtingsplan trafostation Meeden | Landschappelijke inpassing en natuurcompensatie
18
5. Uitbreiden bestaande houtsingel Bestaande houtsingel uitbreiden met 1.300 m² nieuwe aanplant ter compensatie van het te kappen oppervlak. Door deze oppervlakte samen te voegen met al bestaande houtige opstand en het gebruik van boomsoorten in plaats van stuikvormers wordt dit bos interessanter voor bosbewonende soorten. De uitbreiding zal beplant worden met zomereik, boswilg, hazelaar, sporkehout, wegedoorn en europese vogelkers. 6. Laagblijvend struweel met overstaanders van winterlinde Aan de noordzijde van de akker komt een laagblijvend struweel met vijf overstaanders van winterlinde (figuur 5.3). Het laagblijvend struweel bestaat uit meidoorn, sleedoorn, sporkehout, wegedoorn en europese vogelkers en heeft een totale oppervlakte van 1.500 m². Deze struiken zijn trage groeiers die er goed tegen kunnen om kortgezet te worden. Allen geven bloesem in het voorjaar en in het najaar en winter zijn deze van waarde door de bessen. Daarnaast bieden de doornstruiken het gehele jaar beschutting aan diverse fauna. Op deze plek zal er geen hinder worden ondervonden van de bomen door zowel Gasunie als TenneT. De bomen kunnen op deze plek dan ook uitgroeien tot grote solitairen van circa 25 meter hoog. Gekozen is voor winterlindes, dit zijn gemiddelde groeiers en horen van oudsher bij bebouwing in het gebied.
Lindes zijn een belangrijke voedselbron voor insecten tijdens hun bloei (figuur 5.5).
Figuur 5.5 Solitaire winterlinde, tijdens de bloei een belangrijke nectarbron voor bijvoorbeeld de honingbij. (Soortenbank en Bijenhouden.nl)
Inrichtingsplan trafostation Meeden | Landschappelijke inpassing en natuurcompensatie
19
Figuur 5.6 Het schetsontwerp met de genummerde hoofdonderdelen van het inrichtingsplan.
Inrichtingsplan trafostation Meeden | Landschappelijke inpassing en natuurcompensatie
20
Bloemrijk grasland. (BIJ12)
Afvoersloten met natuurvriendelijke oever t.b.v. waterberging. (STOWA)
Kruidenrijke akker. (BIJ12)
Omzoming met struweelvormers.
Karakteristieke soorten van een kleinschalig cultuurlandschap; bruine vuurvlinder (Vlinderstichting) en grauwe klauwier. (Bargerveen) Figuur 5.7 Streefbeelden van het inrichtingsplan trafostation Meeden.
Inrichtingsplan trafostation Meeden | Landschappelijke inpassing en natuurcompensatie
21
Figuur 5.8 Impressie van de landschappelijke inpassing.
Inrichtingsplan trafostation Meeden | Landschappelijke inpassing en natuurcompensatie
22
6. Beplantingsplan Hieronder worden alleen onderdelen behandeld waarbij er daadwerkelijk beplanting wordt aangebracht, de overige onderdelen zijn in hoofdstuk vijf al beschreven. 1. Houtwal Voor de aanplant van bosplantsoen is gekozen om te werken met een lengtemaat 120 cm - 150 cm, hiervoor is gekozen omdat dit snel tot het gewenste streefbeeld leidt. De aanplant wordt gestart op het hoogste deel van de wal, drie stuks per vijf vierkante meter (figuur 6.1), er wordt geplant in driehoeksverband. Nadat het bovendeel van de wal beplant is, dient het vierkante blok in de hoek van de wal beplant te worden. Hierna de overige beplanting in groepen op de wal aanbrengen zodat er een slingerende lijn (figuur 6.2) ontstaat.
Figuur 6.1 Het hoogste deel van de wal eerst beplanten.
Figuur 6.2 Beplanten met een slingerende lijn. De inheemse soorten die gebruikt zullen worden zijn: europese vogelkers, boswilg, wilde appel, vuilboom en eenstijlige meidoorn. Maak clusters van dezelfde soort, zo wordt voorkomen dat een bepaalde boomsoort overgroeit raakt door dominantie van een andere soort. 5. Uitbreiden bestaande houtsingel Beplanten in driehoeksverband. Vermijd “harde grenzen” tussen het te beplanten vak en het grasland door in een slingerende lijn te beplanten. Probeer clusters van dezelfde soort te maken, zo wordt voorkomen dat een bepaalde boomsoort overgroeit raakt door dominantie van een andere soort. De uitbreiding zal beplant worden met: zomereik, boswilg, hazelaar, sporkehout, wegedoorn en europese vogelkers. 6. Laagblijvend struweel met overstaanders van winterlinde De beplanting wordt in driehoeksverband aangebracht. Vermijd “harde grenzen” tussen het te beplanten vak en het grasland door in een slingerende lijn te beplanten. Probeer clusters van dezelfde soort te maken, zo wordt voorkomen dat een bepaalde boomsoort overgroeit raakt door dominantie van een andere soort. Het struweel onder de overstaanders bestaat uit: eenstijlige meidoorn, sleedoorn, vuilboom, wegedoorn en europese vogelkers.
Inrichtingsplan trafostation Meeden | Landschappelijke inpassing en natuurcompensatie
23
7. Toekomstig beheer 1. Houtwal & 6. Struweel De eerste twee jaar na aanleg zal het (mogelijk) nodig zijn om twee keer per jaar te maaien met een bosmaaier om te voorkomen dat de nieuwe beplanting overgroeid wordt door ruigtekruiden. Wanneer de beplanting begint te groeien zal deze geen last meer ondervinden van het risico om overgroeid te worden en hoeft er alleen nog eens per drie jaar gefaseerd gesnoeid te worden om de holle fase te voorkomen. 2. Natuurlijk oever De oever kan deels mee gemaaid worden met het bloemrijk grasland. Het andere deel kan worden gemaaid tijdens het schonen van de sloten met een maaikorf in het najaar. 3. Kruidenrijke akker De kruidenrijke akker zal jaarlijks worden “geoogst”. Dit betekent dat er wordt gemaaid en afgevoerd. De akker zal vervolgens licht worden bewerkt en opnieuw worden ingezaaid. Dit maaisel kan mogelijk afgezet worden als strooisel. 4. Bloemrijk grasland Het bloemrijk grasland moet jaarlijks worden gemaaid met bijvoorbeeld een cyclomaaier en het maaisel moet worden afgevoerd om verruiging tegen te gaan. Dit maaisel kan mogelijk afgezet worden als hooi. 5. Bestaande houtsingel uitbreiden De bestaande houtsingel zal gefaseerd gesnoeid moeten worden. Door achterstallig onderhoud bevindt de houtsingel zich momenteel in de holle fase. Dit is onwenselijk omdat deze op deze manier de functie van landschappelijke inpassing verliest.
De struiken hebben alleen aan de buitenzijde nog blad, hierdoor kan er bijna geheel doorheen gekeken worden. Door direct bij de start van de werkzaamheden de snoeimaatregelen uit te voeren zal de ontwikkeling van nieuwe takken en bladeren worden gestimuleerd. Daarnaast zal de houtsingel vergroot worden met 1.300 m² wat de singel interessanter zal maken voor bosbewonende vogels.
Inrichtingsplan trafostation Meeden | Landschappelijke inpassing en natuurcompensatie
24
Bronnen Drenthe, P. G. (2006). Landschapsontwikkelingsplan Menterwolde, Oldambt en Veenkoloniën. Groningen: Provincie Groningen en Provincie Drenthe. Groningen, P. (2018, 07 17). Omgevingsvisie Groningen. Opgehaald van Geconsolideerde Omgevingsvisie november 2017: https://groningen.terceraro.nl/MapViewer/Default.aspx?id=NLIMRO9920omgvisiegeconsol-GV01 Kadaster. (2018, 07 17). www.topotijdreis.nl. Opgehaald van Tijdreis over 200 jaar topografie: https://www.topotijdreis.nl/ LVM, D. d. (2007). Meeden, gemeente Menterwolde uitwerking dorpsvisie. Meeden: Dorpscommissie Meeden. Rijksoverheid. (2018, 07 17). Landschap in Nederland. Opgehaald van www.landschapinnederland.nl: https://landschapinnederland.nl/regionaal-beleid Stowa. (2009). Handreiking natuurlijke oevers. Utrecht: Stowa. TenneT. (2017). Natuur en hoogspanningsnet. Arnhem: TenneT. TenneT. (2018). Landschap en Hoogspanningsnet. Arnhem: TenneT TSO BV. Waarneming.nl. (2018, 07 17). www.waarneming.nl. Opgehaald van www.waarneming.nl: https://waarneming.nl/gebied/info/25055
Tenzij anders vermeld zijn de foto’s gemaakt door R. Karsenbarg.
Inrichtingsplan trafostation Meeden | Landschappelijke inpassing en natuurcompensatie
25
Bijlage I Beplantingslijst Gasunie BEPLANTEN BELEMMERDE STROOK VAN DE GASUNIE-LEIDINGEN De volgende struikvormige en weinig diepwortelende houtsoorten komen in aanmerking voor het beplanten van de belemmerde strook van de Gasunie leidingen, zoals bedoeld in de zakelijk recht overeenkomst. Soort
Inheems in Groningen
1.
Acer campestre
(veldesdoorn)i
Nee
2.
Amelanchier laevis
(krent)
Nee
3.
Amelanchier lamarckii
(krent)
Nee
4.
Cornus mas
(gele kornoelje)
Nee
5.
Cornus sanguinea
(rode kornoelje)
Nee
6.
Corylus avellana
(hazelaar)
Ja
7.
Crataegus laevigata
(tweestijlige meidoorn) Ja
8.
Crataegus monogyna
(eenstijlige meidoorn)
Ja
9.
Cytisus scoparius
(bezembrem)
Ja
10.
Elaeagnus angustifolia
(olijfwilg)
Nee
11.
Euonymus europaeus
(kardinaalsmuts)
Ja
12.
Hippophae rhamnoides
(duindoorn)
Nee
13.
Ligustrum vulgare
(liguster)
Nee
14.
Malus sylvestris
(wilde appel)
Ja
15.
Mespilus germanica
(mispel)
Nee
16.
Prunus padus
(vogelkers)
Ja
17.
Prunus spinosa
(sleedoorn)
Ja
18.
Pyrus communis
(wilde peer)
Nee
19.
Rhamnus cathartica
(wegedoorn)
Ja
20.
Rhamnus frangula
(vuilboom)
Ja
Inrichtingsplan trafostation Meeden | Landschappelijke inpassing en natuurcompensatie
26
21.
Rosa canina
(hondsroos)
Nee
22.
Rosa rubiginosa
(egelantierroos)
Ja
23.
Rosa rugosa
(bottelroos)
Nee
24.
Salix aurita
(geoorde wilg)
Ja
25.
Salix caprea
(waterwilg)
Ja
26.
Salix cinerea
(grijze wilg)
Ja
27.
Salix pentandra
(laurierwilg)
Nee
28.
Salix purpurea
(bitterwilg)
Nee
29.
Salix repens
(kruipwilg)
Ja
30.
Salix rosmarinifolia
(rozemarijn)
Nee
31.
Salix triandra
(amandelwilg)
Nee
32.
Salix viminalis
(katwilg)
Nee
33.
Sambucus nigra
(vlier)
Ja
34.
Sambucus racemosa
(bergvlier/trosvlier)
Nee
35.
Sorbus aria
(meelbes)
Nee
36.
Sorbus aucuparia
(lijsterbes)
Ja
37.
Viburnum opulus
(gelderse roos)
Ja
Bijlage II Zaadmengsels Inrichtingsplan trafostation Meeden | Landschappelijke inpassing en natuurcompensatie
27
Bijlage II Beschrijving zaadmengsels Onderstaande voorbeelden van te gebruiken zadenmengsels komen van Cruydthoeck maar er zijn meerdere leveranciers die inheemse en autochtone zaadmengsels kunnen leveren. Bloemenmengsel M1 eenvoudig, middelhoog voor alle gronden - Eenvoudig, middelhoog bloemrijk graslandmengsel gebaseerd op vegetatietype Glanshaverhooiland
Informatie Eenvoudig, maar breed inzetbaar bloemenmengsel voor bloemrijk grasland en bermen voor alle gronden. Dit mengsel heeft een ingetogen karakter. Door goed beheer kan er zich een duurzame natuurlijke middelhoge vegetatie ontwikkelen. Een bloemrijk resultaat kan vanaf het tweede of derde jaar verwacht worden. Jaarlijks 1 keer maaien. Specificaties Planttype: Inheems/uitheems: Licht: Vocht: Grondvoorkeur: Grondsoort: Voedselrijkheid: Groeiplaatsen: Zaaitijd:
Eenjarige plant, Vaste plant Inheems mengsel, Inheems in Nederland Zonnige plek Droog, vochtig Lichte grond, Algemene gemiddelde grond Zand, zandige klei, leemhoudend zand Zeer arme grond, arme grond, niet te arme grond Grasland, Helling Jaarrond, maar bij voorkeur in de nazomer of in het voorjaar.
Zaaidichtheid van het mengsel Gemiddeld 1 gram per m2. Maximaal 1,5 - 2 gram per m2 voor een bloemrijk resultaat / publieksfunctie. Inhoud van mengsel onder andere Duizendblad, Gewoon biggenkruid, Vertakte leeuwentand, Gewone margriet, Gewone rolklaver, Smalle weegbree, Gewone brunel, Scherpe boterbloem, Hazenpootje en witte klaver.
Inrichtingsplan trafostation Meeden | Landschappelijke inpassing en natuurcompensatie
28
O1 Bloemenrijk mengsel voor onderbegroeiing en boszomen op matig voedselrijke grond
Informatie Een middelhoog bloemenmengsel voor onderbegroeiing en boszomen. Zeer aantrekkelijk voor bijen, vlinders en vogels. Lichte verstoring in de bodem wordt redelijk goed verdragen. Afhankelijk van de beschikbare lichtinval kan vanaf het tweede of derde jaar een bloemrijk resultaat verwacht worden. Jaarlijks maaien. Wederom verbeterde samenstelling! Bij O1 geen akkerbloemen meezaaien. Hoewel O1 prachtige resultaten kan bieden bij een schaduw- en voedselrijke situatie, zal een iets minder voedselrijke situatie soorten als Heggendoornzaad, Stinkende gouwe, Ruig klokje, Bosandoorn en Valse salie kansen bieden zich goed te ontwikkelen in het mengsel. O1 zal in voedselrijke omstandigheden in het eerste jaar meer Akkerkool, Brunel en Fluitenkruid laten zien, maar bij een mooie overgang van schaduw naar licht kunnen in de loop der jaren veel soorten goed tot hun recht komen. Specificaties Planttype: Inheems/uitheems: Licht: Vocht: Grondvoorkeur: Grondsoort: Voedselrijkheid: Natuurlijke groeiplaatsen: Zaaitijd:
Eenjarige plant, Tweejarige plant, Vaste plant Inheems mengsel, Inheems in Nederland Halfschaduw Droog, vochtig Lichte grond, Algemene gemiddelde grond, Zware grond Zand, zandig veen, zandige klei, leemhoudend zand Arme grond, niet te arme grond, voedselrijke grond Bosrand Jaarrond, maar bij voorkeur in de nazomer of in het voorjaar.
Zaaidichtheid van het mengsel Gemiddeld 1 gram per m2. Maximaal 1,5 - 2 gram per m2 voor een bloemrijk resultaat / publieksfunctie. Inhoud van mengsel onder andere Look-zonder-look, Gewone engelwortel, Fluitenkruid, Ruig klokje, Dolle kervel, Stinkende gouwe, Vingerhoedskruid, Koninginnekruid, Moerasspirea, Robertskruid, Geel nagelkruid, Gewone berenklauw, Akkerkool, Bosvergeet-mij-nietje, Gewone brunel, Knopig helmkruid, Dagkoekoeksbloem, Bosandoorn, Boerenwormkruid, Valse salie, Heggendoornzaad, Echte valeriaan en Vogelwikke
Inrichtingsplan trafostation Meeden | Landschappelijke inpassing en natuurcompensatie
29
Mengsel A6 éénjarige akkerbloemen - Mengsel éénjarige akkerbloemen
Informatie Zeer kleurrijk bloemenmengsel van éénjarige akkerbloemen. Geschikt voor alle, niet te schrale of te natte gronden. Dit mengsel geeft een zeer bloemrijk resultaat in het jaar van inzaaien. Voor bloei in volgende jaren is jaarlijkse grondbewerking (en eventueel bijzaaien) noodzakelijk. Het zaadmengsel kan , vermengd met wat vochtig zand voor een goede verdeling, zaaien van begin maart tot half mei, op een zonnig gelegen plekje in goed doorgespitte, niet te natte grond. De bloei valt dan half juni tot in september. Om de bloei iets te vervroegen kan ook worden gezaaid in de voorgaande herfst. Zaai dun, in rijen met 50 tot 70 centimeter tussenruimte. Na het zaaien licht inharken en aandrukken. Na de bloei licht omspitten in de herfst kan een nieuwe bloei brengen in het volgende seizoen. Voor toepassing in een speciaal geografisch gebied, of bijvoorbeeld voor educatieve doeleinden, kunnen extra soorten toegevoegd worden. Bijvoorbeeld: Blauw guichelheil, Akkerbedstro, Akkerklokje, Akkerboterbloem, Groot spiegelklokje, etc. Specificaties Planttype: Inheems/uitheems: Licht: Vocht: Grondvoorkeur: Voedselrijkheid: Natuurlijke groeiplaatsen: Zaaitijd:
Eenjarige plant Inheems in Nederland Zonnige plek Droog, vochtig Lichte tot zware grond, Kalkrijke grond Arme grond, niet te arme grond Akker Bij grote voorkeur in de nazomer of in het voorjaar
Zaaidichtheid van het mengsel Gemiddeld 1 gram per m2. Maximaal 1,5 - 2 gram per m2 voor een bloemrijk resultaat / publieksfunctie. Inhoud van mengsel onder andere Bolderik, Korenbloem, Wilde ridderspoor, Gele ganzenbloem, Echte kamille, Akkerleeuwenbek, Bleke klaproos, Grote klaproos, Kegelsilene, Franse silene, Nachtkoekoeksbloem, Reukeloze kamille en Koekruid Inrichtingsplan trafostation Meeden | Landschappelijke inpassing en natuurcompensatie
30
Buitengebied, Midden-Groningen (vastgesteld)
Bijlage 9
94
Erfinrichtingsplan Goldbergweg 1 te Scharmer
versie: 12092013
N Overzicht gebied Het bedrijf van de familie ligt in de voormalige laagveenontginning ten noordoosten van Scharmer. Dit gebied is in de jaren tachtig in de ruilverkaveling geweest en kent een zeer weids en open karakter. Boerderijen in dit gebied zijn omgeven door ruilverkavelingsbeplanting of resten van een wat oudere vegetatie. De erven zijn intern georganiseerd en kennen weinig verband met de kavelstructuur of richting. Deze verkaveling is blokvormig en grootschalig. Opvallend is de bocht even ten zuidoosten van het onderhavige bedrijf. De Goldbergweg is aangelegd in de ruilverkaveling van de jaren 80 van de vorige eeuw en volgt enerzijds de oude opstrekkende verkavelingsstructuur die voor die ruilverkaveling aanwezig was maar onttrekt zich juist door die bocht weer aan de verkavelingsrichting. Gezien de geschiedenis van het gebied en de ontwikkeling daarin kan gesteld worden dat het bedrijf en de ontwikkelingen op het erf een geheel eiegen dynamiek en richting hebben en dat het dus van belang is om toekomstige ontwikkelingen vooralsnog te laten aansluiten op het erf zelf en autonoom van het omringende landschap.
LIBAU
stichting ter bervordering en instandhouding van de bouwkundige en landschappelijke schoonheid in de provincie Groningen
versie: 12092013
N
20m Bedrijfsontwikkeling Het bedrijf van de familie is een maatschap waarbij de melkveehouderij op een ander erf gerealiseerd is. Nu biedt dit bedrijf plaats aan zo’n 150 melkkoeien. De stal is daartoe toereikend maar de huidige werktuigberging en opslagloods dient te worden vervangen. Daartoe wordt een nieuwe loods geplanned op de zuidoosthoek van het bedrijf. Deze plek valt echter buiten de reeds bestaand singel. Hierdoor komt de nieuwe loods in lijn met de reeds buiten de singel aangebrachte mestopslag. Een dergelijke constellatie biedt de mogelijkheid voor het bedrijf om verdere groei binnen de nieuwe erfgrenzen te laten plaatsvinden en te komen tot een zeer compact erf.
LIBAU
stichting ter bervordering en instandhouding van de bouwkundige en landschappelijke schoonheid in de provincie Groningen
versie: 12092013
N
20m Landschappelijke inpassing De landschappelijke inpassing is gericht op het herstellen van de erfcontour binnne een beplantoingssingel. Hiertoe zal een nieuwe singel aan de buitenzijde worden aangelegd. De huidige singel zal moeten worden afgewardeerd en kan in belangrijke mate worden gedund. De oude singel zal dus een tgransparante groenstructuur worden op het nieuwe erf. Als extra aandachtspunt dient er extra zorg te worden besteed aan de voorzijde van het erf. Door het dunnen van de bestaande singel en de veranderingen op het erf is het van belang dater naar de weg toe een duidelijk en groen aanzicht wordt gecreeerd.
LIBAU
stichting ter bervordering en instandhouding van de bouwkundige en landschappelijke schoonheid in de provincie Groningen
versie: 12092013
N
20m
voorzijde: 2 treurberken optioneel heggen (esdoorn)
Beplantingsplan
Al
Cm
Sn
Krent Amelanchier lamarckii Meidoorn Crateagus monogyna Vlier Sambucus nigra Bpt Bpt
Sn Al Sn Al
Sn Al
Sn Cm Sn Al
dunning in eerdere singel: selecteren op eik en duurzame soorten verwijderen ondergroei en heesteropschot
Sn Al
Sn Cm
Sn
Al
Sn
Sn Al Al Sn Al Sn Cm AlAl Sn
Al
Sn Sn
Sn
Sn Al
Sn Cm
Sn Al
Sn Cm
Sn Sn Cm Al
Sn
Al
Sn
Al
Al
LIBAU
stichting ter bervordering en instandhouding van de bouwkundige en landschappelijke schoonheid in de provincie Groningen
singels met Noorse Esdoorn, Schietwilg (winterstek) plantafstand hoh 7m met ondergroei van Vlier, Krent en Meidoorn (4,4,1) driehoeksverband, 3m
versie: 12092013
Buitengebied, Midden-Groningen (vastgesteld)
Bijlage 10
100
Erfinrichtingsplan Buitenweg 4 Zuidbroek
1 PR
UL
PR
Overzicht beplantingsplan
UL
1: Bomenrij Smalkronige iep - Ulmus 'Lobel' > 3 stuks (UL) Populier - Populus can. 'Robusta' > 2 stuks (PR) Plantmaat 14-16, variërende plantafstanden
UL
UL
UL
2: Bomenrij Smalkronige iep - Ulmus 'Lobel' > 5 stuks (UL) Populier - Populus can. 'Robusta' > 3 stuks (PR) Plantmaat 14-16, variërende plantafstanden
Gewaarmerkt als behorende bij besluit
Nieuwe werktuigenloods PR
2 december 2020
3: Bomenrij Walnoot - Juglans regia> 4 stuks Plantmaat fruitbomen 10-12, tussenafst. 8m.
Paardenweide
3
4: Houtsingel met overstaanders - 50 meter Smalkronige iep - Ulmus 'Lobel' > 2 stuks (UL) Populier - Populus can. 'Robusta' > 2 stuks (PR) Zwarte els - Alnus glutinosa > 2 stuks (Ag) Liguster - Ligustrum ovalifolium > 20 stuks Vuilboom - Frangula alnus > 20 stuks Lijsterbes - Sorbus aucuparia > 20 stuks Plantmaat 80-100, 1st/m2, 3 plantrijen Plantmaat 14-16, variërende plantafstanden
44 meter tussenafstand
2 UL
PR
UL PR
UL Geitenweide
Vitens zone
Ag
UL
Zichtlijn behouden
PR
Landschapstype: Wegdorpenlandschap op overgang zand/veen
Vitens zone
Project
PR
4
Ag
Inrichtingstekening landschap -
UL
Planlocatie
Buitenweg 4 - Zuidbroek Getekend door
Niels Borgerink Laatste gewijzigd op
15-03-2020 Datum
26-04-2019 Paginaformaat
A3 liggend Schaal
1 : 800
Bezoekadres/Postadres: Ootmarsumsestraat 133 7634 PN Tilligte Contact: Telefoon: (0541) 725 005 Mobiel: (06) - 531 988 54 E-mail: info@borgerinkgroendesign.nl w w w . b o r g e ri n k g r o e n d e sig n . nl