CConstaterende datMidden-Groningen
Koppel je AI →
Document · PDF

08. Buitengebied Midden-Groningen toelichting bijlagen

Raadsvergadering 3 februari 2022, gemeente Midden-GroningenBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling Bestemmingsplan Buitengebied11.686 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Buitengebied, Midden-Groningen

Buitengebied, Midden-Groningen (vastgesteld)

Inhoudsopgave

Bijlagen bij de toelichting

5

Bijlage 1

Erfinrichtingsplan Bovenvenneweg 1 te Schildwolde

6

Bijlage 2

Erfinrichtingsplan Luddeweersterweg 2 te Luddeweer

9

Bijlage 3

Erfinrichtingsplan Meerweg 32 te Overschild

22

Bijlage 4

Erfinrichtingsplan Siepweg 5 te Schildwolde

25

Bijlage 5

Erfinrichtingsplan Zuidlaarderweg 2 te Kiel-Windeweer

34

Bijlage 6

Erfinrichtingsplan Geert Veenhuizenweg 1A te Noordbroek

46

Bijlage 7

Erfinrichtingsplan Sappemeersterweg 45 te Noordbroek

52

Bijlage 8

Erfinrichtingsplan Trafostation te Meeden

63

Bijlage 9

Erfinrichtingsplan Goldbergweg 1 te Scharmer

94

Bijlage 10

Erfinrichtingsplan Buitenweg 4 Zuidbroek

100

Bijlage 11

Erfinrichtingsplan Nieuwe Compagnie 30 Kiel-Windeweer

102

Bijlage 12

Erfinrichtingsplan Borgercompagniesterweg 37 te Borgercompagnie

108

Bijlage 13

Erfinrichtingsplan Slochterweg 1 te Noordbroek

126

Bijlage 14

Erfinrichtingsplan Kooilaan 5 te Siddeburen

129

Bijlage 15

Erfinrichtingsplan Beneden Veensloot 52A te Meeden

131

Bijlage 16

Nota Inspraak en Overleg

133

Bijlage 17

Zienswijzennota

222

Bijlage 18

Zienswijzen

302

Bijlage 19

Milieueffectrapportage (incl. samenvatting)

514

Bijlage 20

Toetsingsadvies + Oplegnotitie MER

804

3

Buitengebied, Midden-Groningen (vastgesteld)

4

Buitengebied, Midden-Groningen (vastgesteld)

Bijlagen bij de toelichting

5

Buitengebied, Midden-Groningen (vastgesteld)

Bijlage 1

6

Erfinrichtingsplan Bovenvenneweg 1 te Schildwolde

Buitengebied, Midden-Groningen (vastgesteld)

Bijlage 2

9

Erfinrichtingsplan Luddeweersterweg 2 te Luddeweer

Maatwerkadvies februari 2020

Luddeweersterweg 2, Luddeweer Gemeente Midden Groningen

De opgave Context en historische ontwikkeling Foto analyse van de plek Erfontwikkelingsschets Erfinrichtingsplan Kostenraming erfinrichting

De opgave Aanleiding Maatschap is voornemens op haar bedrijfslocatie aan de Luddeweersterweg 2 te Luddeweer een nieuwe onderkelderde ligboxenstal voor 255 melkkoeien te bouwen. In de bestaande stal worden 85 melkkoeien en 240 stuks jongvee gehouden. Totaal worden er na uitbreiding 340 stuks melkkoeien en 240 stuks jongvee gehouden. Daarnaast vraagt deze uitbreiding om een extra kuilplaat of sleufsilo voor voeropslag (zie tekening planvoornemen). Bestemmingsplan Met de beoogde realisatie van de ligboxenstal wordt het bestaande bouwblok van 1 hectare, zoals begrensd in het onherroepelijk vastgestelde bestemmingsplan “Buitengebied 2012” van de voormalige gemeente Slochteren, overschreden. Het bouwblok is gelegen binnen de bestemming ‘Agrarisch -Agrarisch Bedrijf’. In het bestemmingsplan is een zoekgebied voor uitbreiding opgenomen (wro zone – ontheffingsgebied). De geplande melkveestal past hier binnen. Met toepassen van de maatwerkmethode kan hier zonder wijziging van

uitsnede topografische kaart met aanduiding ligging bedrijf

het bestemmingsplan worden gebouwd mits de totale oppervlakte van het bouwperceel niet groter wordt dan 1,5 hectare. Er is wel een omgevingsvergunning nodig. Opgave In het kader van een goede ruimtelijke afweging voor het verlenen van medewerking aan voorgenomen initiatief heeft de gemeente Midden Groningen Stichting Libau gevraagd de maatwerkmethode te doorlopen. Dit maatwerkadvies vormt de weerslag van dit proces waarbij opgemerkt wordt dat in tegenstelling tot wat normaliter gebruikelijk is, er voor dit geval er voor de stal al een positief welstandsadvies is afgegeven. In onderhavig advies zijn, zoals te doen gebruikelijk , dan ook geen uitgangspunten voor vormgeving van de gebouwen opgenomen.

planvoornemen

Archeologie Voor het beoogde bouwvoornemen geldt op deze locatie geen archeologische onderzoeksplicht. Het gebied kent op de waarden- en verwachtingenkaart van de gemeente Midden-Groningen een lage archeologische verwachting. Ten westen van het erf ligt weliswaar een terrein dat ooit is aangemerkt als AMK-terrein maar uit veldonderzoek is gebleken dat hier geen waarden (meer) aanwezig zijn. Leeswijzer In dit advies wordt navolgend eerst bondig ingegaan op de context van het initaitief en de historische ontwikkeling van de plek en de directe omgeving. Daarna volgt een foto analyse van de kwaliteiten zoals we die nu aantreffen. Op basis hiervan is een erfontwikkelingsschets opgesteld waarin de positie van de beoogde gebouwen zijn vastgelegd en de noodzakelijke landschappelijke inpassingsmaatregelen schetsmatig zijn verbeeld. Tot slot is de schets tot op soortniveau uitgewerkt in een erfinrichtingsplan en voorzien van een kostenraming. De uitvoering hiervan is zal als voorwaarde aan de uiteindelijke vergunning worden gekoppeld.

uitsnede bestemmingsplankaart buitengebied

Context en historische ontwikkeling Het bedrijf is gelegen in een veenontginningsgebied ten zuiden van het Eemskanaal dat bekend staat als het Duurswold. Het veen is hier vanaf rond de tiende eeuw vanaf verhoogde erven op en nabij de oevers van de Fivel ontgonnen. Luddeweer is een gehucht ontstaan aan de Graauwedijk, een van de veendijk die moest voorkomen dat water uit omliggende streken na de ontgining van het veen naar de laaggelegen weilanden stroomden. Deze dijk ligt ten oosten van de Woltersumer Ae en vormt de noordgrens van Duurswold. Het oorspronkelijke veenweidelandschap met bedijkte veenbeken, petgaten en meertjes zoals het Westermeer, is door ontwatering en landinrichtingsmaatregelen vrijwel verdwenen. Met de grootscheeps ruilverkavelingen aan het eind van de 20e eeuw zijn tevens nieuwe wegen en watergangen aangelegd. De historische verkavelingspatronen zijn grotendeels verdwenen en vervangen door grootschalige en rationele percelen. De vele poldermolens en stoomgemalen hebben plaats gemaakt voor elektrische gemalen. Vooral in het westen van het gebied maakte de akkerbouw grotendeels plaats voor melkveehouderij. Het melkveebedrijf van de maatschap Den Hertog vestigde zich aan het begin van deze eeuw aan de Luddeweersterweg 2.

1885

1910

2005

2018

Foto analyse van de plek

11. 12. 9. 8.

10.

7. 4. 5. 6. 3. 2.

1. aanduiding fotolocaties

Foto analyse van de plek

4. woning en verbinding met schuur

1. zicht op beplante westzijde van het erf vanaf de Luddeweersterweg

5. voorerf van de woning

2. ingepast trafhuisje voor aan de weg

3. erftoegang

Foto analyse van de plek

6. zicht langs beplante erfgrens op bestaande kleinschalige windturbines

7. beplantinsgbeeld westelijke erfgrens

8. uitlooproute vee naar weide vanaf achterzijde erf

10. zicht over erftoegangspad richting de weg

9. verhard achtererf met voeropslag

11. aangeaarde grasbegroeide sleufsilo

12. sloot vormt oostelijk begrenzing van het erf

Erfontwikkelingsschets

Erfontwikkelingsschets Toelichting In de erfontwikkelingsschets is de nieuwe melkveestal aan de westzijde, parallel aan de bestaande stal en in de richting van de verkaveling gepositioneerd. Hiervoor zal de bestaande beplanting op de zuidelijke erfgrens moeten wijken. De vrijkomende plek zal een grasbegroeide ruimte tussen de noordgevel van de nieuwe stal en het toegangspad over het erf gaan vormen. Ten zuiden van de nieuwe stal wordt een nieuwe landschappelijke inpassing gerealiseerd in de vorm van een rij fruitbomen, parallel aan de sloot die onder een hoek naar de Luddeweersterweg loopt. Met de gekozen positie en soort bomen worden de bestaande kleinschalige windturbines onderdeel van het erf, zonder dat er negatieve consequenties voor de windopbrengst ontstaan en blijven er voldoende ventilatiemogelijkheden voor de stal. De nieuwe stal heeft een grotere breedte en hogere zijgevel en is ten opzichte van de voorgevel van de bestaande stal naar achteren geplaatst. Aan de voorzijde van de nieuwe stal is ruimte is een verharde manoevreer- en werkruimte. De ruimte wordt gekaderd door een border met struikbeplanting die aan de zuidzijde van het toegangspad doorloopt tot aan de Luddeweersterweg. Voor wat betreft de soorten wordt aangesloten op het beeld van de bestaande border aan de noordzijde van de toegangsweg.

De ruimte tussen de stuikbeplanting, sloot op de perceelgrens en de Luddeweersterweg blijft ingericht als grasland.

Rekening houdend met het uitzicht vanuit de woning zijn op een plaatsen grote streekeigen bomen van de 1e orde grootte in de border geplaatst. Op termijn zullen deze bomen beeldbepalend in het vooraanzicht van het bedrijf worden Tot slot wordt op het achtererf de nieuwe sleufsilo voor voeropslag met een flauwe grasbegroeide wal aangeaard.

Erfinrichtingsplan

zie inzet

KOSTENRAMING

Proj. nr. Datum:

OP 105 EMEL0034 18-2-2020

NR.

OMSCHRIJVING

0000

0001 0002 00020 0003 00033

EENHEID

Voorbereiding, meten en onderzoek

Plan- en werkvoorbereiding, directievoering en begeleiding Vergunningen Klicmelding Onderzoeken Opzoeken kabels en leidingen

HOEVEELHEID RESULTAATS VERPLICHTING

TOTAAL BEDRAG IN EUR

€

2.008,74

st

1 €

65,00

m2

€

86,00

01

Opruimwerkzaamheden

015

Maaien gewas Situering: locatie nieuwe aanplant Betreft het maaien van gras en kruidachtige vegetatie Maaisel afvoeren Maaisel afvoeren naar nader te bepalen lokatie

are

9 €

300,00

m3

1 €

40,00

Grondwal Aanbrengen grondwal Situering: rondom de sleufsilos aan noordkant Hoogte: 2.00 m Talud: 1:5 Machinaal d.m.v kraan Aarde vrijgekomen uit bouw nieuwe schuur

m3

1350 €

6.380,00

are

9 €

332,00

st

20 €

796,50

st

4 €

459,00

st

675 €

1.491,41

st

20 €

344,00

22 221

7

Groenvoorzieningen

71 711

Grondbewerkingen Frezen Situering: plantplaats struiken Betreft : frezen zode kruidachtige vegetatie t.b.v. nieuwe aanplant Fezen met de rijrichting mee Bewerkingsdiepte: 0,10-0,30 m Bewerkingsbreedte: 5,00 m

72 72 721

Beplantingswerkzaamheden Beplanting, leveren, stelpost Fruitbomen, zie assortimentslijst, stelpost Afmetingen en soort zie assortimentslijst De door de aannemer te leveren bomen dienen van streek eigen plantmateriaal te zijn Bomen, zie assortimentslijst, stelpost Afmetingen en soort zie assortimentslijst De door de aannemer te leveren bomen dienen van streek eigen plantmateriaal te zijn Heesters, zie assortimentlijst, stelpost Afmetingen en soort zie assortimentslijst De door de aannemer te leveren heesters dient van streek eigen plantmateriaal te zijn

722

724

73 731

Beplanting aanbrengen Fruitbomen Fruitbomen aanbrengen Situering: zie tekening

721

722

Fruitbomen, zie assortimentslijst, stelpost Afmetingen en soort zie assortimentslijst De door de aannemer te leveren bomen dienen van streek eigen plantmateriaal te zijn Bomen, zie assortimentslijst, stelpost Afmetingen en soort zie assortimentslijst De door de aannemer te leveren bomen dienen van streek eigen plantmateriaal te zijn Heesters, zie assortimentlijst, stelpost Afmetingen en soort zie assortimentslijst De door de aannemer te leveren heesters dient van streek eigen plantmateriaal te zijn

st

20 €

796,50

st

4 €

459,00

st

675 €

1.491,41

st

20 €

344,00

st

40 €

340,00

kg st st

20,00 € 20 € 20 €

60,00 215,00 712,00

st

4 €

114,67

st

8 €

68,00

kg st st

4,00 € 8 € 4 €

12,00 86,00 248,00

st

675 €

1.161,00

1 €

81,00

€

15.400,32

Kostenraming erfinrichting (vervolg) 724

73 731

732

74 741

91

910020

Beplanting aanbrengen Fruitbomen Fruitbomen aanbrengen Situering: zie tekening Plantgat 100x100x80 cm Leveren boompalen en boomband Boompaal niet verduurzaamd mogelijk houtsoort: vuren Lengte: 2,50 m Diameter: 90 mm boomband: type autogordel Biobodem, per zak 25 kg Extra werk aanleggen gietrand van grond Huur minikraan voor plantwerk, incl. man Bomen Bomen aanbrengen Situering: zie tekening Plantgat 100x100x80 cm Leveren boompalen en boomband Boompaal niet verduurzaamd mogelijk houtsoort: vuren Lengte: 2,50 m Diameter: 90 mm boomband: type autogordel Biobodem, per zak 25 kg Extra werk aanleggen gietrand van grond Huur minikraan voor plantwerk, incl. man

Heesters Heesters aanbrengen Situering: zie tekening Soort: zie tekening maat 80-150 Plantverband: driehoeksverband

Eenmalige kosten

Toepassen rijplaten (STELPOST) Betreft: aanbrengen, instandhouden en verwijderen rijplaten T.b.v. het voorkomen van structuurbederf

week

totaal project Begroting Voorbereidende werkzaamheden Opruimwerkzaamheden Grondwerk en grondbewerkingen Beplantingswerkzaamheden Totaal begroot project

€ 2.159,74 € 300,00 € 6.712,00 € 6.188,58 + € 15.360,32

Buitengebied, Midden-Groningen (vastgesteld)

Bijlage 3

22

Erfinrichtingsplan Meerweg 32 te Overschild

Buitengebied, Midden-Groningen (vastgesteld)

Bijlage 4

25

Erfinrichtingsplan Siepweg 5 te Schildwolde

Maatwerkmethode

Siepweg 5, Schildwolde Gemeente Midden Groningen definitief januari 2019

De opgave De context Foto analyse Erfontwikkelingsschets Uitgangspunten vormgeving gebouwen Soortenlijst en kostenraming

De opgave Aanleiding

Opgave

Planologie

Het bedrijf van de aan de Siepweg 5 te Schildwolde is een gecombineerd melken pluimvee bedrijf. Voor de uitbreiding van de pluimveetak wenst het bedrijf een nieuwe stal met bijbehorende voeropslag te bouwen.

De gemeente Midden Groningen is in beginsel bereid medewerking te verlenen aan de beoogde bedrijfsuitbreiding en heeft Libau gevraagd om met de initiatiefnemer de maatwerkmethode te doorlopen om de ruimtelijk beste oplossing voor de gewenste bedrijfsuitbreiding te onderzoeken. De in dit advies opgenomen erfontwikkelingsschets en uitgangspunten voor vormgeving van gebouwen zijn hiervan het resultaat en vormen het kader voor de verdere uitwerking en planologische procedure.

In het vigerende bestemmingsplan heeft het bedrijf een agrarisch bouwperceel waarop voor een deel de dubbelbestemming archeologie rust. De beoogde bedrijfsuitbreiding vind plaats buiten de dubbelbestemmingsaanduiiding.

locatie en ligging

uitsnede bestemmingsplan

aanduiding ligging dubbelbestemming archeologie

De context

Het bedrijf van is gelegen in Midden Groningen. Een van oorsprong jong veenontginningsgebied met lange smalle kavels. De Siepweg vormt een recente verbinding door het veengebied en dankt zijn naam aan een oorspronkelijke ten zuiden van het bedrijf gelegen afwateringsloot. Met de verplaatsing van het bedrijf uit Siddeburen in de jaren 90 vormt het één van de weinig bebouwde objecten in dit open en inmiddels rationeel verkavelde landbouwgebied. 1825

1865

1825

1994

2016

Foto analyse drie rijen populieren vormen heldere ruimtelijk grens aan de noordzijde van het erf

bestaande representatieve voorzijde van het erf

open ruimtes vormen tussen bestaande stallen

voersilo’s bepalen beeld

stal aan de zuidzijde staat kaal in het landschap

verharding te dicht op de sloot en weg

Erfontwikkelingsschets te behouden strook productiebos noord-zijde bij kap productiebos vervangende verspringende rij populieren conform beoogd beeld zuid-zijde erf te behouden bomenrijen aanplant magnolia bij erftoegang aanplant meidoorns voorzijde stal aanplant populieren zonder onderbeplanting gras

n

op

itlo

eu

w ieu

Toelichting De beoogde bedrijfsuitbreiding volgt qua oriëntatie de hoofdopzet van de bestaande bebouwing. De productiebosstrook aan de noordzijde geeft het erf hier een duidelijk herkenbaar gezicht en verandering in het landschap. Deze beplanting dient duurzaam in stand gehouden te worden gehouden dan wel wanneer kap aan de orde is te worden vervangen door een verspringende rij populieren conform het voorstel aan de zuidrand van het erf parallel aan de nieuw beoogde stal.

nie

e uw

p

loo

uit

ep

uw

nie

tal

es

ve

luim

Door te kiezen voor een ruime afstand van 15 meter tot aan de gevel van de schuur en een ruime onderlinge plantafstand zonder daar onderbeplanting bij aan te brengen, is er voldoende ventilatiemogelijkheid voor de stal. Doordat de stal ten opzichte van de voorgevelrooilijn van de bestaande stallen iets naar achter toe verspringt ontstaat aan de voorzijde ruimte voor een representatieve groene overgangszone naar de weg. Hier wordt voorgesteld om conform het beeld aan de noordzijde van het toegangspad tot het erf, verspreid een aantal kleinere bomen aan te planten.

Uitgangspunten vormgeving gebouwen Welstandsbeleid: er is waardering voor de ruimtelijke uitstraling en de weidsheid van de gebieden en de ondergeschiktheid van de bebouwing. Het beleid is er dan ook op gericht de uitstraling en weidsheid te bewaren. Plaatsing

Hoofdvorm

Opmaak

•

•

•

•

• •

De nieuwe bebouwing wordt aan de rand van het nieuwe bouwblok geplaatst, evenwijdig aan schuur E en op zo kort mogelijke afstand hiervan. De kopgevel van de nieuwe stal wordt niet zoals eerder voorgesteld in een voorgevelrooilijn met de bestaande schuur E geplaatst, maar met een zichtbaar, ruime marge naar achteren. Voor de voersilo’s wordt een positie conform de bestaande silo’s gezocht. De voersilo’s blijven onder de hoogte van de nok.

De hoofdvorm is overeenkomstig de bestaande schuur E waarbij een klein verschil in breedte en hoogte mogelijk is. De dakhelling is identiek.

Aanzichten •

De gevelcompositie van de bestaande schuur E wordt overgenomen met een gemetselde onderbouw en topgevel in staalplaat.

•

Het is lastig de bestaande, gemetselde gevels in kleur te benaderen, onderzocht wordt of dit mogelijk is. Als alternatief kan worden gekozen voor betonpanelen met metselwerkmotief in een rode kleur. De topgevel van staalplaat wordt in eenzelfde groene kleur uitgevoerd als de bestaande schuren.

Soortenlijst en kostenraming* KOSTENRAMING

* Bij deze kostenraming is uitgegaan van het duurzaam in stand houden van de strook productiebos aan de noordzijde van het erf. Een eventuele vervangende verspringende rij populieren is hier dan ook niet verder gespecificeerd.

Project: Proj. nr. Datum:

18-1-2019

NR.

OMSCHRIJVING

11 110010

Opruimwerkzaamheden Gras frezen, bewerkingsdiepte 20 cm

m2

2500

€ 750,00

12 121 121010 121020 121030

Beplantingswerkzaamheden Beplanting, leveren Leveren Populus x canescens 12-14 Leveren Crateagus monogyna 12-14 Leveren Magnolia stellata

st st st

17 4 1

€ 1.365,10 € 557,26 € 148,83

13 130020 130030 130040 130050

Beplanting aanbrengen Leveren boompalen en boomband Aanplant bomen plantgat 100x100x80 cm Extra werk aanleggen gietrand van grond Huur minikraan voor plantwerk, incl. man

st uur uur uur

44 6 6 6

€ 264,00 € 231,00 € 231,00 € 396,00

14 140010 140020 140030

Gazon Egaliseren, ten behoeve van zaaiwerk, verschil grond max 5 mm Inzaaien, Zaaien graszaad 2 kg per are Leveren graszaad, soort mengsel: bermmengsel

m2 are kg

2.500 25 50

€ 500,00 € 500,00 € 400,00

91 910020

Eenmalige kosten Klicmelding

st

1

€ 65,00

EENHEID HOEVEE TOTAAL BEDRAG IN EUR LHEID RESULTA

SUBTOTAAL 95 951010

Staartposten Voorbereiding en begeleiding en A.K.

€ 5.408,19

15%

€ 811,23

Buitengebied, Midden-Groningen (vastgesteld)

Bijlage 5

34

Erfinrichtingsplan Zuidlaarderweg 2 te Kiel-Windeweer

Maatwerkmethode

Dorpsstraat 2, Zuidlaarderveen Gemeente Midden Groningen februari 2018

De opgave De context Foto analyse Erfontwikkelingsschets Uitgangspunten vormgeving gebouwen Erfinrichtingsplan Soortenlijst en begroting

De opgave Aanleiding

Bestemmingsplan

Archeologie

HS AGRI is naast voedselproducent een agarisch transport en loonbedrijf. De opslag van oogstproducten en materieel vraagt om meer ruimte. Daarnaast heeft de initiatiefnemer de wens om een kantoor / ontvangsruimte als onderdeel van de uitbreidingsplannen mee te nemen.

Het voorhuis van de oorspronkelijke boerderij ligt in de gemeente Tynaarlo en heeft een bedrijfsbestemming. De schuur van de oorspronkelijke boerderij en de overige bedrijfsgebouwen ligging in een agrarisch bouwvlak van 1 hectare met een in het bestemmingsplan aangeduide enkelbestemming: ‘agrarisch’ en de functieaanduiding ‘agrarisch bedrijf. Met een wijzigingsprocedure is uitbreiding van het agrarisch bouwvlak tot maximaal 2 hectare mogelijk. Hiervoor moet de maatwerkmethode met succes zijn afgerond.

De archeologische verwachtingenkaart laat zien dat er langs de zuid- en oostkant van het erf smalle banen met een hoge archeologische verwachting aanwezig zijn. Er zijn echter geen specifieke redenen geweest om een dwarsstrookje te laten zitten met hoge verwachting. Er is zoveel mogelijk geprobeerd om bestaande erven en ingerichte terreinen uit te sparen uit de hoge verwachting. De verwachting geldt in dit gebied namelijk vooral voor steentijdresten aan of nabij het oppervlak en deze zullen op dergelijke locaties al niet meer intact zijn. Datzelfde geldt eigenlijk voor de stroken rondom het erf, zoals onder de Zuidlaarderweg en aan de zuidzijde bij de sloot.

Opgave De gemeente Midden Groningen is in beginsel bereid medewerking te verlenen aan de beoogde bedrijfsuitbreiding van het akkerbouwbedrijf en heeft Libau gevraagd om met de initiatiefnemer de maatwerkmethode te doorlopen om de ruimtelijk beste oplossing voor de gewenste bedrijfsuitbreiding te onderzoeken. De in dit advies opgenomen erfontwikkelingsschets, uitgangspunten voor vormgeving van gebouwen en het erfinrichtingsplan zijn hiervan het resultaat en vormen het kader voor de verdere uitwerking en planologische procedure .

locatie en ligging

Concluderend: er is geen bezwaar tegen het laten vervallen van de hoge verwachting op de genoemde plaatsen.

uitsnede bestemmingsplan

van archeologische verwachtingen vrijgegeven gronden

De context Ontwikkelingsgeschiedenis

bouwland tuin huis en erf

hakbos heide

kadastrale situatie begin 19e eeuw

De locatie betreft een perceel aan de Dorpsstraat 2 gelegen even ten noorden van het in 1275 onder een andere naam gestichte dorp Zuidlaarderveen. Het dorp ligt op de overgang tussen laagveen en hoogveen en vormt een zogenaamd randveengebied. Het gebied wordt van de westelijk gelegen Hondsrug gescheiden door het Hunzedal en het daar in gelegen Zuidlaardermeer. Doordat de afvoer van turf in dit overgangsgebied lastig was, is het gebied relatief laat ontgonnen. Over het perceel lag de Semslinie een lange rechte grenslijn waarover Groningen en Drenthe in de 17e eeuw in een “grensoorlog” verwikkeld waren. Het perceel ligt nu ook deels in de Drentse gemeente Tynaarlo en deels in de Groningse gemeente Hoogezand Sappemeer. Het verhaal gaat dat een voormalige bewoner de grenssteen tot achter het woonhuisdeel van de boerderij heeft laten verplaatsen om in Drenthe te kunnen wonen.

historische kaart rond 1850

grenssteen

Een projectie van de kadastrale gegevens van begin 19 eeuw over een historische kaart van rond 1850 laat zien dat in die periode het merendeel van het perceel in gebruik was als hakbos en een klein deel als bouwland. Verder is er een huis met erf gedeelte aangeduid. Op de ingekleurde kaart van rond 1850 (zie figuur) is echter geen huis zichtbaar waardoor het vermoeden bestaat dat het perceel in gebruik geweest zou kunnen zijn bij de boerderij op nummer 1 aan de andere kant van de Dorpsstraat.

De context Ontwikkelingsgeschiedenis De huidige boerderij aan de Dorpsstraat 2 stamt uit de jaren ‘30 van de 20e eeuw. De luchtfoto van rond 1960 laat zien dat er naast deze parallel aan de provinciale weg (Semsweg of Zuidlaarderweg) een aantal bijgebouwen aanwezig waren. Het grote stenen bijgebouw en de houten kapschuur staan dwars ten opzichte van het hoofdgebouw gesitueerd. Een kleiner gebouwtje staat parallel aan de zuidkant van het hoofdgebouw op het door sloten omgeven zijerf met onder andere een boomgaard en waarschijnlijk een moestuin en bleek. Op de luchtfoto van rond 1990 is te zien dat van de oorspronkelijke bijgebouwen alleen het stenen dwarsgebouwtje nog aanwezig is. De houten kapschuur is vervangen door een nieuwe vrijstaande loods. Het terrein voor de loods is integraal verhard tot aan de weg.

luchtfoto rond 1960

luchtfoto rond 1990

luchtfoto rond 2010

luchtfoto huidige situatie

Rond 2010 is het bedrijf voor wat betreft de bebouwing uitgegroeid tot de huidige situatie. De stenen bijschuur is gesloopt en tegen de bestaande schuur een aanbouw gerealiseerd. Aan de andere zijde is een nieuwe loods gerealiseerd. De verharding op het voorterrein is verder uitgebreid ook langs de zijgevel van de oorspronkelijke boerderij. Een nog aanwezig eiken hakhout bosje vormt een markant element op de hoek van het perceel. De meest recente luchfoto laat zien dat het verhardingsoppervlak nog fors is toegenomen (zowel verlengd als verbreed) en dat een deel van het eikenbosje is verdwenen

Foto analyse groot verhardingsoppervlak markant hoogteverschil

nieuwe aanbouwen leveren weinig samenhangend bebouwingsbeeld

harde overgang naar de openbare weg bepalen het beeld

oorspronkelijke jaren ‘30 boerderij is karakteristiek pand

parkeren op prominente plek direct aansluitend op de doorgaande provinciale weg

weide met boomgroepen en brede waterpartij op het zijerf langs de Dorpsstraat

Foto analyse

kenmerkend eiken hakhoutbosje met kavelsloot weide op het zijerf markant hoogteverschil

buitenopslag en verharding beeldbepalend

Erfontwikkelingsschets ruime, transparante, landschappelijke overgangszone met bomen zonder onderbeplanting aan de binnezijde van de sloot aan weerszijden van één representatieve hoofdentree

aanleg sloot langs oostelijke erfgrens

te verplaatsen weegbrug te behouden spoelplaats

doortrekken haag en sloot op zijerf oorspronkelijke boerderij

te behouden eikenbosje

behoud uitzicht over vergroote, met sloot omzoomde weide op het zijerf

NB: De sloop van de bebouwing maakt geen onderdeel uit van voorwaardelijke verplichting.

op termijn te slopen loods en aanbouw; ruimte betrekken bij woongedeelte en eventueel realiserentoekomstige bijgebouw situatie passend bij oorspronkelijke boerderij

nieuwe loods (40x70m) met kantoorfunctie in de naar de weg gerichte gevel die in dezelfde rooilijn staat als de bestaande dwars op de weg staande loodsen dichte mantelbeplanting vormt heldere rand die logistiek en parkeren uit het zicht houdt

Uitgangspunten vormgeving gebouwen Welstandsbeleid: het beleid in het buitengebied is gericht op het respecteren van de bestaande waarden. Incidenteel kunnen wijzigingen plaatsvinden. Plaatsing

Aanzichten

Opmaak

•

•

•

•

De nieuwe bebouwing in samenhang met de inpassingsmaatregelen uit de erfont- wikkelingsschets vormen de afronding van het erf. De hoofdrichting van de nieuwe bebouwing staat dwars op de straat, evenwijdig aan de bestaande loods, waardoor een zichtbare samenhang ontstaat.

•

De loods heeft een zakelijke vormgeving, gesloten met grote overheaddeuren. Het kantoor onderscheidt zich door een meer open gevelbeeld.

•

Hoofdvorm •

•

•

•

De hoofdvorm bestaat uit een forse bouwlaag en kap met hellingshoek van minimaal 20 graden. Een symmetrisch profiel is niet noodzakelijk, er kunnen twee verschillende goothoogten worden toegepast waarbij de hoge zijde op het erf is gericht. Een samengesteld volume is mogelijk; wel is een hiërarchie tussen volumes nodig die de hoofdrichting dwars op de straat versterkt. Het kantoor kan onderdeel van de hoofdvorm van de loods zijn maar mag ook als een zelfstandig onderdeel aan de voorzijde hiertegen worden geplaatst.

referentiebeeld samenhangend bebouwngsbeeld

Voor de loods wordt een gevel van hout of staalplaat in een donkere kleurstelling voorgeschreven, de overheaddeuren mogen hiervan in lichte mate afwijken. Het kantoor hoeft zich qua materiaalkeuze niet te onderscheiden van de loods. Kozijnen mogen in lichte tinten worden uitgevoerd. Het terrein direct rond het kantoor dient een vorm van markering te krijgen waarmee het kantoor zich enigszins losmaakt van de overige verharding van het erf.

referentiebeeld kleurstelling en materialisering

Erfinrichtingsplan

Soortenlijst en begroting

Buitengebied, Midden-Groningen (vastgesteld)

Bijlage 6

46

Erfinrichtingsplan Geert Veenhuizenweg 1A te Noordbroek

versie: 07102013

N Overzicht gebied Het gebied rond Stootshorn is van origine een veenontginning die eind jaren zeventig in de ruilverkaveling heeft gezeten. Het huidige gebied kenmerkt zich door een grootschalig agrarisch productielandschap waarin langs de wegen een degelijke beplantingsstructuur is en waar op de overhoeken ruilverkavelingsbosjes liggen. Rond de agglomeraties is een verdichting en zijn de erven en woonhuizen goed in het groen gezet.

1953

LIBAU

stichting ter bervordering en instandhouding van de bouwkundige en landschappelijke schoonheid in de provincie Groningen

versie: 07102013

N

20m Bedrijfsontwikkeling Het bedrijf van de is feitenlijk een bedrijfsuitplaatsing vanuit Slochteren. Hier wordt naast de twee reeds bestaande loodsen een extra loods voor opslag van gewas en materiaal gerealiseerd tesamen met een verplaatsing van de reeds bestaande hippische activiteiten; twee paardestallen, een rijbak, longeercirkel en draaimolen.. Een en ander wordt gecomplementeerd met een woonhuis. Samen met initiatiefnemer is gezocht naar een samenstel van bebouwing die resulteerde in een schil met lagere bouwvolumes en vriendelijke uitstraling rond de meer massieve opslagloodsen. Hierdoor ontsaat een bedrijf welke uitstraling zeer laagdrempelig en minder volimuneus is. De woning in de zuidoosthoek wordt gekoppeld aan een reeeds bestaande groenstructuur die de voortzetting is van een oud laantje. Hierdoor lijkt de positie van de woning voort te komen uit de structuur welke ook in de omgeving bepalend was voor de huidige vorm. Door deze constellatie is het woonhuis gekoppeld aan de weg als duidelijke voorzijde van het bedrijf. Door deze positionering is vanuit de woning goed toezicht mogelijk op de hippische activiteiten en toezicht op de toerit naar de meer agrarische functies.

LIBAU

stichting ter bervordering en instandhouding van de bouwkundige en landschappelijke schoonheid in de provincie Groningen

versie: 07102013

N

20m Landschappelijke inpassing Rond het bedrijf wordt een groene structuur aangebracht die weliswaar opneheid biedt en niet massaal is maar die tegelijkertijd de hoge volumes inpast in bestaande groenstructuren en de lagere bouwwerken duidelijker toont naar het landschap. In principe is er dus sprake van twee singelachtige groene elementen; één hoger opgaanden en zwaardere singel rond de grote agrarische loodsen en een meer speelse en transparante structuur die reageert op de lagere stallen en hippische bouwwerken zoals de tredmolen. Aan de voorzijde dient rond het woonhuis een duidelijke tuin-achtige inrichting te worden gerealiseerd. Het bouwblok is weergegeven middels de gele lijn. Totale oppervlakte van dit bouwblok is 1.9 hA.

LIBAU

stichting ter bervordering en instandhouding van de bouwkundige en landschappelijke schoonheid in de provincie Groningen

13 yyy ddmmy versie: versie:071020

N

20m

Pxc

Populier Populus xcanadensis

PnI

Italiaanse populier Populus nigra ‘Italica’

Beplantingsplan

Sa

Bp

Schietwilg Salix alba Ruwe berk Betula pendula

Bp

Paardekastanje Aesculus hippocastanum

Ah

Zwarte els Alnus glutinosa Walnoot Juglans regia

Ag

Jr

Pc

Beuk Fagus sylvatica

Fs

SaAg Sa Ag

Sc Ag Ah

AgSa

Linde Tilia vulgaris

Tv

PpSc Ah

Pp Ag

Sn Ag

Ah

Pp

Cm

Appel Malus domestica Peer Pyrus communis

Md

Vogelkers Prunus padus Hulst Ia Ilex aquifolium Al Krent Amelanchier lamarckii Cm Meidoorn Crateagus monogyna

Gele Kornoelje Cornus mas Sc Grauwe wilg Salix cinerea Hazelaar Ca Corylus avellana Sn Vlier Sambucus nigra

Zomereik Quercus robur

Qr

Pp Sn SnPp

Pp Ag

Jr Jr

Sa

Ah

Bpt Bpt

Sa Sa

grasveld

Bp

Jr Jr

Ah Qr

Sa Bp Sc

AhIa

Sn Sa Cm Sc Sn Cm Bp Al Ah Sa Bp Sa

LIBAU

stichting ter bervordering en instandhouding van de bouwkundige en landschappelijke schoonheid in de provincie Groningen

Sc Sn Ia Ia Ia Sa Sa AgAl

Al Ah

Sa

Bp

lichtmasten

Ag Ah Bp

grasveld Ag Bp

Sa AgAh Sa Ah

Sa

Ah

Qr

Qr

Qr

Qr

Qr

Qr

Qr

Tv

Sn Sn Bp Ag Sa

Qr

Tv

Sc

Al

Qr

Sc AlCm Bp Ag Sa Ah

tuin

Tv Ca Ca Sn Tv Ca

Sc AlCm Ca Ah Sa Ag

Al

Pc Md

Ca

Md

Al

Pc

versie: 07102013

Buitengebied, Midden-Groningen (vastgesteld)

Bijlage 7

52

Erfinrichtingsplan Sappemeersterweg 45 te Noordbroek

Buitengebied, Midden-Groningen (vastgesteld)

Bijlage 8

63

Erfinrichtingsplan Trafostation te Meeden

Inrichtingsplan trafostation Meeden Landschappelijke inpassing en natuurcompensatie

Opdrachtgever TenneT TSO B.V. Status Definitief

Inrichtingsplan trafostation Meeden | Landschappelijke inpassing en natuurcompensatie

1

Colofon Titel

Inrichtingsplan trafostation Meeden

Subtitel

Landschappelijke inpassing en natuurcompensatie

Projectnummer

Datum

Status

T293947

8 augustus 2018

Definitief

Auteur(s) R. Karsenbarg Bsc. Collegiale-toets P.T. Baalbergen Bsc. Eindredactie A. Broeke Opdrachtgever TenneT TSO B.V. Duvekot Rentmeesters B.V. rentmeesters, ingenieurs & adviseurs Bezoekadres Correspondentie Vendelier 4-III 3905 PA Veenendaal

Clarissenhof 1d 4133 AB Vianen

T (0318) 76 91 64 E info@duvekotrentmeesters.nl I www.duvekotrentmeesters.nl © Duvekot (2017) Niets uit deze uitgave mag openbaar worden gemaakt of gedupliceerd, door middel van; druk, fotokopie of anderszins, zonder schriftelijke toestemming van Duvekot Rentmeesters B.V. of de opdrachtgever.

Inrichtingsplan trafostation Meeden | Landschappelijke inpassing en natuurcompensatie

2

Inhoud

1. Inleiding ........................................................................................................... 6 2. Gebiedsbeschrijving ........................................................................................... 7 2.1 Ligging ........................................................................................................ 7 2.2 Huidige situatie............................................................................................. 7 2.3 Antropogeen ................................................................................................ 8 2.4 A-biotiek ...................................................................................................... 9 2.5 Biotiek ........................................................................................................10 3.

Beleid .............................................................................................................11 3.1 Rijksbeleid ..................................................................................................11 3.2 Omgevingsvisie provincie Groningen ..............................................................11 3.3 Landschapsontwikkelingsvisie Veenkoloniën ....................................................11 3.4 Dorpsvisie Meeden .......................................................................................11 3.5 TenneT .......................................................................................................12 3.6 Wet natuurbescherming houtopstanden ..........................................................13 4. Uitgangspunten ................................................................................................14 4.1 Belanghebbenden ........................................................................................14 4.2 Kaders ........................................................................................................14 5. Inrichtingsplan .................................................................................................15 6.

Beplantingsplan ................................................................................................23 Bronnen ..............................................................................................................25

Inrichtingsplan trafostation Meeden | Landschappelijke inpassing en natuurcompensatie

3

Samenvatting In opdracht van TenneT TSO B.V. heeft Duvekot Rentmeesters B.V. een inrichtingsplan opgesteld voor de uitbreiding van trafostation Meeden. Aanleiding is de geplande uitbreiding van het trafostation in 2019. Deze capaciteitsuitbreiding is noodzakelijk zodat er meer uitwisseling van elektriciteit tussen Nederland en Duitsland kan plaatsvinden. Voor de uitbreiding van het trafostation worden houtsingels rond het trafostation gekapt, deze oppervlakte zal gecompenseerd worden. Behalve de compensatie van het oppervlak houtsingel, wat een wettelijke verplichting is, wil TenneT een landschappelijke inpassing creëren aan de zuidoostzijde van het trafostation. Een nieuw aan te leggen houtwal moet er voor zorgen dat het aanzicht van de uitbreiding wordt weggenomen voor de aanwonenden van de Beneden Veensloot te Meeden. Het plangebied is gelegen in Meeden, gemeente Midden-Groningen, in het zuiden van de provincie Groningen. Het trafostation grenst aan de noord- en westzijde aan een aangeplant bos van Canadese populier met ondergroei van zomereik, gladde iep, lijsterbes en grauwe wilg. De zuid- en oostzijde grenst aan landbouwgrond dat nu in gebruik is als grasland. De bodem van het plangebied bestaat uit leemarm en zwak lemig fijn zand (Hn21), aan de rand van het plangebied loopt de bodem over in een moerige eerdgrond met een veenkoloniaal dek (iWz).

Het plangebied is een zandkop in een veengebied, wat het een bijzondere plek maakt in de omgeving. Aan de zuid- en oostzijde van het nieuw in te richten plangebied wordt een grondwal van circa 2 meter hoog aangelegd, dit is de maximale hoogte in verband met een ondergrondse gastransportleiding van Gasunie op deze plek. De wal wordt aangeplant met struweel van inheemse struiken, welke op de lijst met toegestane beplanting van Gasunie staan. De Rijksoverheid legt alleen beleid op bij beleidsdoelen van nationaal belang zoals bijvoorbeeld de nationale landschappen, dat is hier niet het geval. Provincie Groningen wil de verkavelingsstructuur en het landbouwkundig gebruik behouden en waar mogelijk de groen-blauwe dooradering gebruiken om de natuurwaarde te verhogen en waterberging te realiseren. Akkervogels moeten in kansrijke gebieden worden gestimuleerd. Provincie Drenthe en Groningen hebben samen de ontwikkelingsvisie voor de Veenkoloniën opgesteld. Het plangebied behoort tot het kleinschalig mozaïeklandschap aan de rand van de oude veenkoloniale verkaveling. Hier is ruimte voor nieuwe functies, mits deze passen binnen de kenmerkende strokenverkaveling en bijdragen aan het groene karakter van de linten. De dorpscommissie Meeden heeft uitgesproken dat het plangebied een kleinschalig en halfopen karakter heeft wat behouden en versterkt dient te worden.

TenneT hanteert een aantal richtlijnen voor zorgvuldige landschappelijke inpassing. De onderdelen van het hoogspanningsnet zijn vaak groot en opvallend, het is daarom van belang elementen op de juiste manier in het landschap plaatsen. Dat wil zeggen dat bij het ontwerpen rekening moet worden gehouden met onderdelen als landschap, natuur, bodem en water. Aansluiting op andere ruimtelijke plannen in de regio en mogelijkheden benutten voor versterking van het plaatselijk landschap is het uitgangspunt voorde inpassingsplannen. TenneT heeft daarnaast een natuurvisie met richtlijnen voor natuurinclusief werken opgesteld. De meest voor de hand liggende schade beperkende maatregel is het niet-aantasten van bestaande natuurwaarden en biotopen. Dit kan door de beschikbare ruimte zeer zuinig te gebruiken en door kwetsbare locaties zoveel mogelijk te mijden. Inrichtingsplan trafostation Meeden | Landschappelijke inpassing en natuurcompensatie

4

Bij nieuw in te richten natuur is het belangrijk dat het nieuwe terrein in verbinding staat met al aanwezige populaties van doelsoorten, om geschikte leefgebieden in de omgeving een extra impuls te geven of een intensief beheerd gebied te extensiveren en geschikt te maken voor minder algemene soorten. Een deel van het nieuw in te richten plangebied bestaat uit een kruidenrijke akker welke past binnen het cultuurhistorisch karakter van de omgeving. De bestaande houtsingel zal gefaseerd gesnoeid moeten worden. Door achterstallig onderhoud bevindt de houtsingel zich momenteel in de holle fase. Daarnaast zal de houtsingel met 1.300 vierkante meter vergroot worden. Aan de noordzijde van het plangebied komt een laagblijvend struweel met overstaanders van winterlinde te staan. Op deze plek zal er geen nadeel worden ondervonden van grote overstaanders door zowel Gasunie als TenneT. Hier kunnen de bomen dan ook uitgroeien tot grote solitairen. Het struweel bestaat uit meidoorn, sleedoorn, sporkehout, wegedoorn en europese vogelkers. Deze struiken zijn trage groeiers die er goed tegen kunnen om kort gezet te worden. Langs de nieuw aan te leggen afvoersloot wordt een enkelzijdige flauwe oever van circa 4 meter breed aangelegd. Deze bestaat uit een flauw talud (verhouding 1:4) dat vanaf het maaiveld tot ongeveer de diepte van de sloot, circa 1 meter onder het maaiveld loopt.

Deze natuurlijke oever zal naast haar ecologische functie ook de functie waterberging hebben. Het overige oppervlakte van het plangebied zal worden ingericht en beheerd als bloemrijk grasland. Om snel resultaat te krijgen zal de bestaande graszode worden ingezaaid met een zaadmengsel van soorten die van nature in het gebied voorkomen. Het beheeradvies is om de kruidenrijke akker, het bloemrijk grasland en de natuurlijke oever jaarlijks te maaien en het maaisel af te voeren.

Inrichtingsplan trafostation Meeden | Landschappelijke inpassing en natuurcompensatie

5

1. Inleiding In opdracht van TenneT TSO B.V. heeft Duvekot Rentmeesters B.V. een inrichtingsplan opgesteld voor de uitbreiding van trafostation Meeden. Aanleiding is de geplande uitbreiding van het trafostation in 2019. Deze capaciteitsuitbreiding is noodzakelijk zodat er meer uitwisseling van elektriciteit tussen Nederland en Duitsland kan plaatsvinden. Voor de uitbreiding van het trafostation zullen er houtsingels rond het trafostation gekapt moeten worden, deze oppervlakte zal gecompenseerd worden. Behalve de compensatie van het oppervlak houtsingel, wat een wettelijke verplichting is, wil TenneT een landschappelijke inpassing creëren aan de zuidoostzijde van het trafostation (figuur 1.1). Een nieuw aan te leggen houtwal moet er voor zorgen dat het aanzicht van de trafostation uitbreiding wordt weggenomen voor de aanwonenden van de Beneden Veensloot.

Figuur 1.1 Trafostation Meeden. (Menterwolde.info) Leeswijzer Hoofdstuk twee geeft de gebiedsbeschrijving van het plangebied en de directe omgeving weer. Hierna volgt in hoofdstuk drie een beschrijving van het beleid dat op het inrichtingsplan van toepassing is. In hoofdstuk vier zijn de belanghebbenden en de gestelde randvoorwaarden voor het inrichtingsplan weergegeven. Hoofdstuk vijf en zes zijn het daadwerkelijke inrichtingsplan en beplantingsplan met een praktische toelichting. Om het overzichtelijk te houden zijn de verschillende onderdelen van het inrichtingsplan genummerd. Zo zijn deze beter terug te vinden in de verschillende hoofdstukken en illustraties.

Inrichtingsplan trafostation Meeden | Landschappelijke inpassing en natuurcompensatie

6

2. Gebiedsbeschrijving 2.1 Ligging Het plangebied is gelegen in Meeden, gemeente Midden-Groningen in het zuiden van de provincie Groningen (figuur 2.1). Het betreft een landelijke omgeving globaal ingeklemd tussen de plaatsen Veendam, Oude Pekela en Winschoten.

Figuur 2.1 Topografische kaart met de ligging van het plangebied. (PDOK Viewer)

2.2 Huidige situatie Het trafostation grenst aan de noord- en westzijde aan een aangeplant bos van Canadese populier met ondergroei van zomereik, gladde iep, lijsterbes en grauwe wilg. De zuid- en oostzijde grenst aan landbouwgrond dat nu in gebruik is als grasland (figuur 2.2). In deze percelen zijn enkele houtsingels aangeplant bestaande uit de soorten; hazelaar, zomereik, grauwe wilg, boswilg, haagbeuk, ruwe berk en gewone vlier. Deze houtsingels zijn enkele jaren geleden aangeplant om het trafostation in het landschap in te passen (figuur 2.3).

Figuur 2.2 Topografische kaart met begrenzing van het plangebied. (Kad Viewer) Inrichtingsplan trafostation Meeden | Landschappelijke inpassing en natuurcompensatie

7

Figuur 2.3 Impressie van de landschappelijke inpassing gezien vanuit het zuidoosten.

2.3 Antropogeen Het gebied zoals het er nu bijligt is eind 14e eeuw ontstaan door de ontginning van het veen. Dit is in het landschap te herkennen door de langgerekte smalle percelen. Later zijn door diverse ruilverkavelingen de karakteristieke ontginningsvormen naar meer blokvormige percelen ontwikkeld zoals te zien is op figuur 2.4 en 2.5. Op gronden die minder geschikt waren voor de huidige vorm van landbouw is rond 1980 bos aangeplant. Het populierenbos direct ten noorden en zuiden van het plangebied is rond 2005 aangeplant met als functie houtproductie (Kadaster, 2018), tot dan was het grondgebruik nog akkerbouw.

Figuur 2.4 Historische kaart 1949 (Kadaster)

Inrichtingsplan trafostation Meeden | Landschappelijke inpassing en natuurcompensatie

8

Figuur 2.5 Historische kaart 1960 (Kadaster)

2.4 A-biotiek De bodem van het plangebied bestaat uit leemarm en zwak lemig fijn zand (Hn21), aan de rand van het plangebied loopt de bodem over in een moerige eerdgrond met een veenkoloniaal dek (iWz). Het plangebied is een zandkop in een veengebied, wat het een bijzondere plek maakt in de omgeving (Figuur 1.7). De zandkop bestaat uit dekzand welke onderdeel uitmaakt van de formatie van boxtel. In de omgeving is dit dekzand op meer plekken aan het maaiveld terug te vinden maar bestaat het maar uit een dunne laag zand met daaronder veen. In het plangebied bestaat de bodem tot 1,5 meter onder maaiveld geheel uit zand, zoals blijkt uit de grondboring (Figuur 1.6). Het grondwater in het plangebied is geclassificeerd op grondwatertrap VI met een gemiddeld hoogste grondwater tussen de 40 en 80 centimeter en het gemiddeld laagste grondwater dieper dan 120 centimeter.

Figuur 2.6 Grondboring in het veld. Tot een diepte van 1,5 meter bestaat de bodem uit fijn zand en is er geen grondwater waargenomen (25 juni 2018). Inrichtingsplan trafostation Meeden | Landschappelijke inpassing en natuurcompensatie

9

Figuur 2.7 Bodemkaart. (PDOK Viewer)

2.5 Biotiek Flora Van nature kwamen op de dekzandruggen de plantengemeenschappen uit de klasse der matig voedselrijke graslanden voor. In dit geval waarschijnlijk een Kamgrasweide of een Glanshaverassociatie afhankelijk van het gevoerde beheer en de voedselrijkdom in de ondergrond. Zonder beheer zal deze plantengemeenschap veranderen in een BerkenEikenbos. Fauna In de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) zijn voor het plangebied de volgende waarnemingen bekent (uitdraai 30 maart 2018); havik, buizerd, gekraagde roodstaart en bruine vuurvlinder. Tijdens het veldbezoek is op het trafostation een zwarte roodstaart waargenomen en een op 50 meter (geringe) afstand is een paartje (waarschijnlijk broedpaar) grauwe klauwier (figuur 2.8) vastgesteld. In het populierenbos ten noorden van het trafostation zijn tussen 2006 t/m 2017 meerdere waarnemingen gedaan van wielewalen (Waarneming.nl, 2018). De wielewaal heeft een voorkeur voor vochtig populierenbos, mogelijk gaat het om broedgevallen. De waargenomen vogelsoorten hebben allen baat bij een kleinschalig cultuurlandschap waarbij er een grotere rijkdom aan insecten en kleine zoogdieren is.

Figuur 2.8 Grauwe klauwier. (Vogelbescherming) Inrichtingsplan trafostation Meeden | Landschappelijke inpassing en natuurcompensatie

10

3. Beleid 3.1 Rijksbeleid In de Wet ruimtelijke ordening staat dat de Rijksoverheid alleen beleid oplegt bij beleidsdoelen van nationaal belang zoals bijvoorbeeld de nationale landschappen, de rest is in handen van de provincies en gemeenten (Rijksoverheid, 2018). De lagere overheden maken hun eigen keuzes en bepalen zelf waar gebouwd mag worden en welk type landschap moet worden beschermd. De lagere overheden zijn daarbij wel verplicht om rekening te houden met cultureel erfgoed en landschappelijke waarden. Van alle overheden houden de provincies zich het meest met het landschap bezig omdat landschappen veelal gemeentegrenzen overschrijden. 3.2 Omgevingsvisie provincie Groningen In de omgevingsvisie (Groningen, 2018) van de provincie Groningen valt het plangebied onder het deelgebied Veenkoloniën. Dit gebied heeft een grootschalig open landschap met een rationele verkavelingsstructuur van kanalen en wijken. Landbouw is hier de hoofdfunctie en is daarmee beeldbepalend voor de inrichting. In het gebied is ruimte voor grootschalige landbouw en gezien dit landbouwkundig gebruik is er een grote wateropgave. Het gebied dient meer eigen water vast te houden en de afhankelijkheid van het IJsselmeerwater te verminderen.

De opgave is om de Veenkoloniën te profileren en positioneren als innovatief landbouwgebied met een duurzame energie-, water- en klimaathuishouding richting biobased economy. Akkervogels dienen waar mogelijk te worden beschermd in gebieden waar nog levenskrachtige populaties voorkomen. Het gebied bevat diverse groen-blauwe structuren die met een ecologisch beheer ruimte bieden aan een groot aantal planten- en diersoorten. Waar mogelijk wordt gestimuleerd deze groen-blauwe structuren te versterken met een natuurvriendelijke inrichting. De versterking van de groen-blauwe dooradering heeft raakvlakken met het beleid voor het natuurnetwerk, Kaderrichtlijn Water maatregelen door de waterschappen en het landschappelijk beleid. Bij nieuwe infrastructurele werken dient rekening te worden gehouden met het belang van planten en dieren. 3.3 Landschapsontwikkelingsvisie Veenkoloniën In de landschapsontwikkelingsvisie van de Veenkoloniën (Drenthe, 2006) is aangegeven dat het plangebied onderdeel is van een kleinschalig mozaïeklandschap binnen oude veenkoloniale verkaveling. Hier is ruimte voor nieuwe functies, mits deze passen binnen de kenmerkende strokenverkaveling en bijdragen aan het groene karakter van de linten. Verbreding van de landbouw, verbetering van de recreatieve ontsluiting en aanleg van extra bos- en waterelementen worden hier gestimuleerd.

Bijzondere aandacht is nodig voor de inpassing van voorgenomen stedelijke uitbreidingen: gestreefd wordt naar geleidelijke overgangen naar het aangrenzende landelijke gebied en behoud van de veenkoloniale verkavelingsstructuur. 3.4 Dorpsvisie Meeden De dorpscommissie Meeden heeft een rapportage (LVM, 2007) opgesteld hoe in het dorp bestaande waarden behouden en verbeterd kunnen worden. De natuurwaarden van Meeden behoeven in de toekomst veel meer aandacht te krijgen. Een ecologische bewustwording wordt onder bewoners aangemoedigd door, bijvoorbeeld, een inventarisatie van soorten en natuureducatie. De bestaande bosjes worden onderling verbonden met ecologische verbindingszones zodat dieren zich makkelijker kunnen verplaatsen. Een aantal inrichtingsmaatregelen om deze verbindingen te verbeteren zijn bijvoorbeeld diervriendelijke oevers aan de watergangen en maaibeheer in de wegbermen afgestemd op het broedseizoen. Het gebied rond de Beneden Veensloot, de Inrichtingsplan trafostation Meeden | Landschappelijke inpassing en natuurcompensatie

11

straat waar het plangebied aan ligt heeft een kleinschalig en halfopen karakter, de dorpscommissie Meeden is van mening dat deze waarden behouden en versterkt dienen te worden. 3.5 TenneT Voor een zorgvuldige landschappelijke inpassing hanteert TenneT een aantal richtlijnen (TenneT, 2018) welke worden toegepast in alle projecten. De onderdelen van het hoogspanningsnet zijn vaak groot en opvallend, het is daarom van belang elementen op de juiste manier in het landschap te plaatsen. Dat wil zeggen dat bij het ontwerp rekening moet worden gehouden met onderdelen als landschap, natuur, bodem en water. Dit betekent dat ontwerpen moeten aansluiten op de landschapsopbouw waardoor een beter evenwicht ontstaat tussen het landschap en een nieuw station. Zaak is dat de projecten aansluiting vinden bij lokale en regionale ruimtelijke plannen en er actief overlegd wordt met de omgeving. TenneT heeft een natuurvisie met richtlijnen voor natuurinclusief werken opgesteld (TenneT, 2017). Dit document schetst de impact van de activiteiten op de natuur en hoe daarmee om te gaan. De meest voor de hand liggende schade beperkende maatregel is het niet-aantasten van bestaande natuurwaarden en biotopen. Dat kan door de beschikbare ruimte zeer zuinig te gebruiken en door kwetsbare locaties zoveel mogelijk te mijden. Ook voorkomt ecologisch beheer van bestaande natuur het ontstaan van schade.

Bij nieuw in te richten natuur is het belangrijk dat het nieuwe terrein in verbinding staat met al aanwezige populaties van wenssoorten in de omgeving. Meerwaarde kan ontstaan door bijvoorbeeld een stuk grond specifiek voor de natuur in te richten, de kwaliteit van een bestaand gebied een extra impuls te geven of een intensief beheerd gebied te extensiveren en geschikt te maken voor minder algemene soorten.

Inrichtingsplan trafostation Meeden | Landschappelijke inpassing en natuurcompensatie

12

3.6 Wet natuurbescherming houtopstanden In het plangebied worden 3 houtopstanden gekapt om ruimte te genereren voor de uitbreiding van het trafostation; een singel ten noordwesten, een deel van de populierenopstand ten noorden en een singel in het zuidoosten. Het totaal te kappen oppervlakte houtopstand is 0,39 hectare (zie tabel 3.1). De te kappen houtopstanden vallen onder de Wet natuurbescherming (Wnb art 4.3) omdat het hier gaat om een houtopstand: zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend groter dan 10 are welke buiten de bebouwde kom ligt. De eigenaar van grond waarop een houtopstand wordt geveld, of op andere wijze teniet wordt gegaan, is verplicht binnen drie jaar te herplanten. Het is niet van belang hoe het bos is ontstaan of in welke staat het verkeerde. Wanneer de herplant niet aanslaat, moet binnen drie jaar daarna de herplant worden vervangen. Het is mogelijk om herplant te laten plaatsvinden op een andere locatie dan waar het bos stond. Dit wordt compensatie genoemd. In dit plan is in 3 onderdelen van het inrichtingsplan oppervlakte gecompenseerd (zie tabel 3.1). Te compenseren houtopstand Noordwest singel Zuidoost singel: Noord populierenbos

Nieuw te vormen houtopstand 0,05 ha 0,085 ha 0,255 ha

1.Houtwal 5.Houtsingel 6.Laagblijvend struweel

Totaal 0,390 ha Totaal Tabel 3.1 Oppervlaktes compensatie houtopstand.

0,11ha 0,13ha 0,15ha 0,390 ha

Verdere info en uitwerking met betrekking tot de kapmelding en compensatie wordt door dhr. I. Snippert van Snippert Rentmeesters geleverd.

Inrichtingsplan trafostation Meeden | Landschappelijke inpassing en natuurcompensatie

13

4. Uitgangspunten 4.1 Belanghebbenden Aanwonenden Voor de directe aanwonenden aan de Beneden Veensloot 58 en 60 te Meeden is het wenselijk om een grondwal met hoogopgaande beplanting te creëren aan de zuid- en oostzijde van het plangebied. Door met een wal te werken zal de bestaande hoge installatie sneller landschappelijk ingepast worden. Er wordt voor gekozen om de landschappelijke inpassing al tijdens de werkzaamheden aan te brengen. Hierdoor zal de installatie zo snel als mogelijk worden onttrokken aan het zicht. Gasunie Dit najaar verlegt de Gasunie aan de oostzijde van plangebied een ondergrondse gasleiding in verband met de uitbreiding van het trafostation. Deze komt op dezelfde plek te liggen als de voorgenomen grondwal met hoogopgaande beplanting. De Gasunie heeft een lijst met toegestane beplanting (bijlage I) aangeleverd. De grondwal mag maximaal 2 meter hoog worden in verband met de draagkracht van de ondergrondse leiding.

4.2 Kaders Streekeigen landschappelijke inpassing TenneT heeft aangegeven dat het is belangrijk om bij de inrichting van trafostations te streven naar een streekeigen landschappelijke inpassing (TenneT, 2018). Trafostations hebben in tegenstelling tot de bovengrondse verbindingen echt een relatie met het lokale landschap. Stations nemen meer ruimte in dan mastvoeten en kennen andere specifieke afmetingen en vormen vanuit hun functie. Natuur Vanuit het ecologisch beleid (TenneT, 2017) is het wenselijk om de landschappelijke inpassing te realiseren met inheemse beplanting, gebaseerd op een potentieel natuurlijke vegetatie van de groeiplaats. Hierdoor is er minder intensief beheer nodig en is de meerwaarde van de beplanting voor inheemse fauna groter. TenneT probeert aan te sluiten bij lokale plannen, aangezien de oppervlaktes die door TenneT worden ingericht en beheerd relatief gering zijn. Waterberging Door het veranderende klimaat is het wenselijk om water vast te houden in plaats van direct af te voeren, dit heet waterberging. In de praktijk is waterberging het bergen en opslaan van overtollig regen-, oppervlakte- en grondwater. Door laagtes te benutten of te graven of door natuurvriendelijke oevers aan te leggen wordt ruimte geboden om tijdelijk water te bergen.

Door het water langer in het plangebied vast te houden komt er minder piekbelasting op de grote watergangen en duurt het langer voor het gebied onderhevig is aan verdroging.

Inrichtingsplan trafostation Meeden | Landschappelijke inpassing en natuurcompensatie

14

5. Inrichtingsplan Hieronder worden de hoofdonderdelen uit het inrichtingsplan uitgeschreven en daarnaast zijn een schets, referentiefoto’s en een streefbeeld toegevoegd. Het totaal in te richten gebied is 8.000 m² waarvan 1.000 m² uit te handhaven houtsingel bestaat. De kruidenmengsels en houtige beplanting die in dit plan worden behandeld zijn uitgewerkt met informatie van leverancier Cruydthoeck. Deze leverancier gebruikt inheems en autochtoon materiaal, wat een hogere natuurwaarde oplevert. 1. Houtwal Aan de zuid- en oostzijde van het nieuw in te richten plangebied wordt een grondwal van circa 2 meter hoog aangelegd (afwerkhoogte). De houtwal heeft een lengte van 180 meter en totaaloppervlakte 1.100 m². Deze wordt aangeplant met struweel van inheemse struiken, welke op de lijst met toegestane beplanting van Gasunie staan (Bijlage I). Door het creëren van een wal zullen de struweelvormers sneller op een hoogte komen waardoor voor de omwonenden het zicht op de uitbreiding ontnomen wordt. Daarnaast kan de wal het zicht op de werkzaamheden wegnemen. De inheemse soorten die gebruikt zullen worden zijn europese vogelkers, boswilg, wilde appel, vuilboom en eenstijlige meidoorn. De wal zal worden ingezaaid met een kruidenmengsel voor ondergroei van struwelen van bijvoorbeeld Cruydthoeck (bijlage II), dit verkleint het risico op ongewenste vegetatieontwikkeling onder de aanplant.

Het mengsel (figuur 5.1) bestaat onder andere uit de soorten: look-zonder-look, gewone engelwortel, fluitenkruid, ruig klokje, vingerhoedskruid, moerasspirea, robertskruid, bosvergeet-mij-nietje en dagkoekoeksbloem.

Figuur 5.1 Kruiden voor ondergroei van struwelen. (Cruydthoeck)

Inrichtingsplan trafostation Meeden | Landschappelijke inpassing en natuurcompensatie

15

2. Natuurlijk oever Langs de nieuw aan te leggen afvoersloot wordt een enkelzijdige flauwe oever (Stowa, 2009) van circa 4 meter breed aangelegd met een totaaloppervlakte van 500m² . Deze bestaat uit een flauw talud (verhouding 1:4) dat vanaf het maaiveld tot ongeveer de diepte van de sloot, circa 1 meter onder het maaiveld, loopt. Deze natuurlijke oever zal naast haar ecologische functie ook de functie waterberging hebben. Met deze natuurlijke oever kan de afvoersloot 360 kubieke meter water extra bergen. Waterberging is belangrijk in het gebied aangezien de omgeving een grote wateropgave heeft. De veenkoloniën hebben in de zomer veel last van verdroging en hebben baat bij een weinig fluctuerende waterstand (Drenthe, 2006). De spontane vestiging van oever- en waterplanten kan een jaar duren wanneer er niet zal worden aangeplant of ingezaaid. Verwachting is dat aanplant of inzaaien niet nodig is aangezien de nieuwe sloot verbonden wordt met bestaande watergangen.

Figuur 5.2 Natuurlijke oever. (Nature Today)

Inrichtingsplan trafostation Meeden | Landschappelijke inpassing en natuurcompensatie

16

3. Kruidenrijke akker Een deel van het nieuw in te richten gebied bestaat uit een kruidenrijke akker van circa 1.100 m² . De akker past binnen het cultuurhistorisch karakter van de omgeving. Het plangebied betreft een hoge zandkop in de omgeving. Deze hogere plekken in het landschap waren vroeger in gebruik als akker, de lagere delen als hooiland. Later is men verder gaan ontwateren en zijn grotere delen van de omgeving in gebruik genomen voor de akkerbouw. De akkervogels in de omgeving zullen van de kleinschalige akker kunnen profiteren (figuur 5.3). De akker zal worden ingezaaid met een mengsel van winterrogge en akkerbloemen van bijvoorbeeld Cruydthoeck (bijlage II), in dit mengsel zitten behalve de bekende klaprozen en korenbloemen onder andere: bolderik, gele ganzenbloem, akkerleeuwenbek en echte kamille. De akkerbloemen kwamen vroeger voor in de kleinschaligere en minder intensieve akkers en passen dan ook bij de identiteit van de omgeving, zoals te lezen valt in de landschapsvisie Veenkoloniën (Drenthe, 2006). In de omgeving van het plangebied is al met succes geëxperimenteerd met het inzaaien van overhoekjes en natuur-inclusieve landbouw. Recentelijk kwam bijvoorbeeld het project boerenbuitengebied Muntendam (drie kilometer afstand van het plangebied) uit een naburige gemeente in het nieuws met de terugkeer van de grauwe klauwier in het akkerbouwgebied.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12803978/1