CConstaterende datMidden-Groningen
Koppel je AI →
Document · PDF

06. Buitengebied Midden-Groningen Regels

Raadsvergadering 3 februari 2022, gemeente Midden-GroningenBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling Bestemmingsplan Buitengebied30.637 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Buitengebied, Midden-Groningen

Buitengebied, Midden-Groningen (vastgesteld)

Inhoudsopgave

Regels

5

Hoofdstuk 1

Inleidende regels

5

Artikel 1 Artikel 2

Begrippen Wijze van meten

5 24

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

25

Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17 Artikel 18 Artikel 19 Artikel 20 Artikel 21 Artikel 22 Artikel 23 Artikel 24 Artikel 25 Artikel 26 Artikel 27 Artikel 28 Artikel 29 Artikel 30 Artikel 31 Artikel 32 Artikel 33 Artikel 34 Artikel 35 Artikel 36 Artikel 37 Artikel 38 Artikel 39 Artikel 40 Artikel 41 Artikel 42 Artikel 43

Agrarisch - Bedrijf Agrarisch - Cultuurgrond Agrarisch - Glastuinb ouw Agrarisch - Paardenhouderij Bedrijf Bedrijf - Afvalstoffenterrein Bedrijf - Gaslocatie Bedrijf - Nutsvoorziening Bedrijf - Rioolwaterzuivering Bedrijf - Tankstation Bedrijf - Transformatie- en verdeelstation Bedrijf - Zandwinning Bos Cultuur en ontspanning Gemengd Groen Horeca Maatschappelijk Maatschappelijk - Wooncentrum Natuur Recreatie Sport Sport - Manege Verkeer Verkeer - Railverkeer Water Wonen Wonen - VAB Leiding - Gas Leiding - Hoogspanning Leiding - Hoogspanningsverbinding Leiding - Riool Leiding - Water Waarde - Archeologie 1 Waarde - Archeologie 2 Waarde - Archeologie 3 Waarde - Archeologie 4 Waarde - Cultuurhistorie - Karakteristiek Waarde - Cultuurhistorie - Monument Waarde - Landschap Waterstaat - Waterbergingsgebied

25 33 37 41 45 50 51 52 54 55 57 59 61 63 65 69 71 74 77 79 81 84 86 90 91 92 94 97 101 103 105 107 109 110 113 116 119 121 123 124 126

Hoofdstuk 3

Algemene regels

127

Artikel 44 Artikel 45 Artikel 46

Anti-dub b eltelregel Algemene b ouwregels Algemene gebruiksregels

127 128 129

3

Buitengebied, Midden-Groningen (vastgesteld)

Artikel 47 Artikel 48 Artikel 49 Artikel 50

Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels

130 135 138 140

Hoofdstuk 4

Overgangsrecht- en slotregels

141

Artikel 51 Artikel 52

Overgangsrecht Slotregel

141 143

4

Buitengebied, Midden-Groningen (vastgesteld)

Regels

Hoofdstuk 1

Artikel 1

1.1

Inleidende regels

Begrippen

aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;

1.2

aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;

1.3

aanleggen van vaartuigen het afmeren en het vervolgens doen of laten liggen van een vaartuig aan of op de oever, aan de oeverbescherming, aan of op een natuurlijke oever of een voor dit doel aangebrachte voorziening of aan een ander vaartuig, gedurende de tijd die daadwerkelijk gebruikt wordt voor een bedrijfsmatig of recreatief verblijf op of in de omgeving van het vaartuig;

1.4

aanlegplaats een plaats die bestemd is voor het aanleggen van vaartuigen;

1.5

achtererf erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen;

1.6

additionele voorzieningen gebouwde of ongebouwde voorzieningen en functies, die een onderdeel vormen van en ondergeschikt zijn aan een bestemming of functie, hieronder onder meer begrepen ontsluitingsstructuren;

1.7

agrarisch bedrijf een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren, waaronder productiegerichte paardenhouderijen, al dan niet in combinatie met volledig bedrijfseigen mestbewerking/-verwerking en mestraffinage (minivergisters);

1.8

agrarisch dienstverlenend bedrijf een niet-industrieel bedrijf overwegend gericht op het verrichten van werkzaamheden voor de levering, opslag of verwerking van goederen en/of de levering van diensten, uitsluitend of overwegend ten behoeve van agrarische bedrijven, zoals loonwerkbedrijven, bedrijven ter onderhoud en reparatie van landbouwmachines en landbouwwerktuigen en fouragehandels;

5

Buitengebied, Midden-Groningen (vastgesteld)

1.9

ambachtelijk bedrijf een bedrijf uitsluitend of overwegend gericht op het, door middel van handwerk, vervaardigen, bewerken of herstellen en het installeren van goederen die verband houden met het ambacht;

1.10

ander bouwwerk een bouwwerk, geen gebouw, geen bijbehorend bouwwerk en geen overkapping zijnde;

1.11

archeologisch onderzoek een onderzoek (bureauonderzoek en/of boren en/of graven en/of begeleiden) verricht door een daartoe bevoegde instantie conform de kwaliteitsnorm Nederlandse archeologie;

1.12

archeologische waarde een gebied met daaraan toegekende archeologische waarde vanwege de kennis en wetenschap van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit het verleden;

1.13

basisbestemming een bestemming die samenvalt met één of meer op dezelfde gronden liggende dubbelbestemmingen;

1.14

bassin een mest- of waterbak voor de opslag van mest of water;

1.15

bebouwing eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;

1.16

bebouwingspercentage het op de verbeelding aangegeven percentage gemeten over dat deel van het bouwperceel, dat ten hoogste mag worden bebouwd;

1.17

bed & breakfast het bieden van de, ten opzichte van het hoofdgebruik ondergeschikte, mogelijkheid tot recreatief verblijf en ontbijt aan personen die hun hoofdverblijf elders hebben;

1.18

bedrijf elke vorm van activiteit of organisatie waarbij of waarin personen voor zichzelf, voor derden of in dienst van derden, structureel en/of met een zekere regelmaat inkomensvormende activiteiten verrichten of activiteiten die in de regel inkomensvormend zijn, ongeacht of dit gebeurt binnen een private, publieke, commerciële, maatschappelijke of anders gerichte organisatie, ongeacht of de activiteiten al dan niet in loondienst worden verricht en ongeacht of daarmee een volledig inkomen wordt verworven. Als één bedrijf kunnen worden aangemerkt meerdere op één locatie gehuisveste bedrijven die functioneel en organisatorisch zeer nauw verbonden zijn en die zich ruimtelijk gezien als één geheel manifesteren;

1.19

bedrijfsgebouw een gebouw, dat dient voor de uitoefening van een bedrijf;

1.20

bedrijfsvloeroppervlakte de totale vloeroppervlakte van de ruimte binnen gebouwen of behorende bij een functie (deels) buiten gebouwen die wordt gebruikt voor een bedrijf, een aan-huis-verbonden beroep of een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke;

6

Buitengebied, Midden-Groningen (vastgesteld)

1.21

bedrijfswoning een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar, gelet op de bestemming van het gebouw of terrein, noodzakelijk is;

1.22

begeleid wonen vorm van wonen voor verschillende doelgroepen waarbij zij in een niet-zelfstandige woning of verblijfsruimte met een aantal andere cliënten in een huis wonen en een aantal uur per dag of per week begeleiding en ondersteuning krijgen;

1.23

beperkt kwetsbaar object een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een richtwaarde voor het risico c.q. een risico-afstand is bepaald, waarmee rekening moet worden gehouden;

1.24

bestaand a. het gebruik dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig is en/of bebouwing die op dat tijdstip aanwezig of in uitvoering is, dan wel kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen; b. het onder a bedoelde geldt niet voor zover sprake was van strijd met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder mede begrepen het overgangsrecht van het bestemmingsplan, of een andere planologische toestemming;

1.25

bestaande situatie (stikstofdepositie) 1. de activiteit die is toegestaan ten tijde van het vaststellen van dit bestemmingsplan op grond van: a. een vergunning als bedoeld in artikel 2.7, lid 2 van de Wet Natuurbescherming, of b. een omgevingsvergunning waarbij de toestemming op grond van artikel 2.2aa onderdeel a van het Besluit omgevingsrecht is aangehaakt, of 2. indien een vergunning als bedoeld onder 1 ontbreekt: het feitelijke en planologisch legale gebruik.

1.26

bestaande stalvloeroppervlakte 1. gezamenlijke vloeroppervlakte van de stalruimtes (inclusief overdekte uitloop) waarin dieren worden gehouden, en de hiermee onlosmakelijk verbonden ruimtes waaronder gang- en looppaden, zoals op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is of gerealiseerd kan worden op grond van een omgevingsvergunnning; 2. het onder 1 bedoelde geldt niet voor zover sprake was van strijd met het voorheen geldende bestemmingsplan, de voorheen geldende beheersverordening, daaronder mede begrepen het overgangsrecht van het bestemmingsplan of de beheersverordening, of een andere planologische toestemming;

1.27

bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak;

1.28

bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen;

1.29

bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;

7

Buitengebied, Midden-Groningen (vastgesteld)

1.30

betonbekistingsbedrijf een bedrijf dat betonbekisting maakt en naar aard en omvang vergelijkbaar is met een timmerwerkplaats of constructiewerkplaats van milieucategorie 3.1 en uitsluitend inpandig plaatsvindt.

1.31

bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak;

1.32

biomassavergisting het opwekken van energie op een of bedrijf (biogaswinning). In geval van het agrarisch bedrijf vindt de activiteit plaats waarbij hetzij voor minimaal 50% gebruik wordt gemaakt van mest of co-substraten afkomstig van dit bedrijf, hetzij het produkt waaronder restprodukt voor minimaal 50% wordt gebruikt op dit bedrijf;

1.33

boogstal bouwwerk vergelijkbaar met een serrestal echter zonder tunnelframes. De stal is opgebouwd uit een onderbouw en bovenbouw met een kolomloze boogvormige overspanning;

1.34

boomkwekerij een bedrijfsactiviteit gericht op het voortbrengen van beplantingsgewassen, zoals bos- en haagplantsoen, laan- en parkbomen, vruchtbomen, rozenstruiken, sierconiferen, overige sierheesters, een en ander in de vorm van vollegrondsteelt dan wel containerteelt;

1.35

boomteelt de teelt van boomkwekerijgewassen;

1.36

borg Landhuis of buitenplaats met een oorsprong in de tweede helft van de zeventiende eeuw. Hiertoe behoren ook omliggende tuinen en voorzieningen.

1.37

bosbouw het geheel van bedrijfsmatig handelen en van activiteiten gericht op de instandhouding en ontwikkeling van bestaande respectievelijk nieuwe bossen ten behoeve van (de functies) natuur, houtproductie, landschap, milieu en recreatie;

1.38

bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk;

1.39

bouwgrens de grens van een bouwvlak;

1.40

bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke bouwhoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en kapverdieping;

1.41

bouwmarkt detailhandel met een al dan niet geheel overdekt verkoopvloeroppervlak waarop het volledige assortiment van bouw- en doe-het-zelf producten uit voorraad wordt aangeboden zowel aan vakman als aan particulier;

8

Buitengebied, Midden-Groningen (vastgesteld)

1.42

bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;

1.43

bouwperceelsgrens de grens van een bouwperceel;

1.44

bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;

1.45

bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren;

1.46

camper een motorvoertuig, ingericht voor het vervoeren van personen en kamperen c.q. buitenshuis verblijven met de mogelijkheid tot overnachten;

1.47

camperplaats een kampeerterrein dat uitsluitend wordt gebruikt door campers;

1.48

caravan een mobiel kampeermiddel op wielen, dat mede gelet op de afmetingen en vormgeving bestemd is om zelfstandig op de openbare weg als een aanhanger van een motorvoertuig te worden voortbewogen;

1.49

chalet een gebouw van ten hoogste 50 m², bestaande uit een lichte constructie en uit lichte materialen, niet zijnde een stacaravan, dat naar de aard en de inrichting is bedoeld voor recreatief dag- en/of nachtverblijf. Doordat hij door zijn plaatsing direct of indirect met de grond is verbonden, dan wel direct of indirect steun vindt in of op de grond is hij als bouwwerk aan te merken;

1.50

conferentiecentrum een bedrijf, gericht op het bedrijfsmatig bieden van gelegenheid tot het houden van informatiebijeenkomsten, vergaderingen en conferenties;

1.51

containerveld werk niet zijnde een bouwwerk bestaande uit grond afgedekt met plastic, antiworteldoek en/of beton, eventueel in combinatie met andere materialen, ten behoeve van de teelt van gewassen, op welke afdeklaag de gewassen worden geteeld in potten.

1.52

cultuurgrond grasland en akkerbouwgronden, met uitzondering van kwekerijen, boomkwekerijen, houtteelt en bosbouw;

1.53

cultuurboerderij een boerderij die uitsluitend wordt gebruikt voor het uitvoeren van kleinschalige muziek- en theatervoorstellingen, exposities, activiteiten gericht op educatie, sociaal-maatschappelijke activiteiten, en naar aard daarmee gelijk te stellen activiteiten, met de daarbijbehorende en ondergeschikte horecadoeleinden ten behoeve van de hiervoor genoemde activiteiten;

9

Buitengebied, Midden-Groningen (vastgesteld)

1.54

cultuurhistorische waarden de aan een bouwwerk of een gebied toegekende waarden, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis van dat bouwwerk of dat gebied heeft gemaakt. Komt tot uitdrukking in het kavelpatroon, de waterhuishouding, de beplanting en de (voormalige)bebouwing;

1.55

dagrecreatie recreatief verblijf buiten het hoofdverblijf zonder dat er een overnachting mee gepaard gaat;

1.56

dak iedere bovenbeëindiging van een gebouw of een overkapping;

1.57

dakopbouw een gedeelte van een gebouw van beperkte omvang op het platte deel van het dak van de hoofdbebouwing, niet zijnde een bouwlaag;

1.58

detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling voor verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;

1.59

detailhandel in weggebonden artikelen detailhandel in een assortiment goederen dat is gebaseerd op de behoeftes van een verkeersdeelnemer of diens passagiers;

1.60

dienstverlening het bedrijfsmatig verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden, waaronder zijn begrepen kapperszaken, schoonheidsinstituten, fotostudio's en naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen.

1.61

drijvende woning een op het water drijvende constructie met daarin een woning, door middel van een vaste constructie verbonden aan de grond zodanig dat sprake is van een bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning nodig is;

1.62

ecologische waarden de aan een gebied toegekende waarden die verband houden met de samenhang van dieren en planten en hun leefomgeving en/of tussen dieren en planten onderling;

1.63

educatief medegebruik medegebruik gericht op de overdracht van informatie en kennis;

1.64

erf al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een woonhuis of een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw;

1.65

erfbeplanting opgaande beplanting, zijnde bomen en struiken, die een landschappelijke afscherming vormt op de grens van een bouwperceel waarop bebouwing voorkomt of die verspreid over een dergelijk bouwperceel voorkomt, en welke beplanting mede bepalend is voor de inpassing van de betreffende bebouwing in het landschap;

10

Buitengebied, Midden-Groningen (vastgesteld)

1.66

erfinrichtingsplan een plan waarin inzichtelijk wordt gemaakt op welke wijze een ontwikkeling landschappelijk en ruimtelijk wordt ingepast op het betreffende perceel en in relatie tot de omgeving;

1.67

erotisch getinte vermaaksfunctie een vermaaksfunctie, die is gericht op het doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van porno-erotische aard, waaronder begrepen een seksbioscoop, een seksclub en een seksautomatenhal;

1.68

evenement een publieke activiteit met een tijdelijk, plaatsgebonden en van het reguliere gebruik afwijkend karakter, plaatsvindend in de open lucht of in tijdelijke onderkomens en in het algemeen bedoeld ter ontspanning en/of vermaak, waaronder begrepen commerciële, culturele, religieuze, recreatieve en/of sportieve, of daarmee gelijk te stellen activiteiten, zoals markten, festiviteiten, bijeenkomsten;

1.69

extensief dagrecreatief medegebruik recreatief medegebruik van gronden zoals wandelen, fietsen, varen, paardrijden, zwemmen en vissen of een aard daarmee gelijk te stellen medegebruik; onder extensieve dagrecreatie vallen geen gemotoriseerde sporten;

1.70

foliebassin een mestbassin uitgevoerd als een met folie beklede grondput met of zonder omdijking;

1.71

fruitteelt de teelt of het kweken van fruit aan houtige gewassen;

1.72

gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

1.73

gebruiksgerichte paardenhouderij paardenhouderij die is gericht op het africhten en trainen van paarden, het bieden van stalruimte voor paarden en het geven van instructie aan derden;

1.74

geluidsbelasting de geluidsbelasting vanwege een weg, een industrieterrein en/of een spoorweg;

1.75

geluidsgevoelige functies in een gebouw of op een terrein aanwezige functies die maken dat een gebouw of een terrein als geluidsgevoelig object wordt aangemerkt;

1.76

geluidsgevoelige objecten geluidsgevoelig gebouw, geluidsgevoelige ruimte of geluidsgevoelig terrein als bedoeld in de Wet geluidhinder en/of Besluit geluidhinder;

1.77

geluidsreducerende maatregelen fysieke en niet-fysieke maatregelen gericht op het reduceren van de geluidsbelasting vanwege industrie-, bedrijfs of wegverkeerslawaai op geluidsgevoelige objecten, of maatregelen die daar niet specifiek op gericht zijn doch wel tevens een geluidsreducerende uitwerking hebben, zoals bijvoorbeeld verkeersmaatregelen, het aanbrengen van geluidsarm asfalt, geluidswallen of -schermen of de aanleg van nieuwe wegen elders die tot gevolg hebben dat de verkeers- en de geluidsbelasting afneemt;

11

Buitengebied, Midden-Groningen (vastgesteld)

1.78

geluidszoneringsplichtige inrichting een inrichting, waarbij ingevolge de Wet geluidhinder rondom het terrein van vestiging in een bestemmingsplan een geluidszone moet worden vastgesteld;

1.79

geurgevoelig object gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt;

1.80

gevellijn een langs de naar de weg gekeerde gevel als zodanig aangeduide lijn;

1.81

glastuinbouwbedrijf een bedrijf dat (overwegend) is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen door gebruik te maken van kassen;

1.82

groepsaccommodatie een gebouw of een gedeelte van een gebouw, bestemd voor recreatief verblijf door groepen van personen waarin gemeenschappelijk gebruik wordt gemaakt van keuken en verblijfsruimten. Vormen van recreatief verblijf die gelijk kunnen worden gesteld aan een groepsaccommodatie zijn: (jeugd)herbergen, kamphuizen en kampeerboerderijen;

1.83

gronddepot opslag van grond, met uitzondering van puin en baggerspecie;

1.84

grondgebonden agrarisch bedrijf een agrarische bedrijfsvoering die hoofdzakelijk niet in gebouwen plaatsvindt, waarbij het gebruik van agrarische gronden noodzakelijk is voor het functioneren van het bedrijf, hieronder mede begrepen een melkrundveehouderij;

1.85

groothandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan wederverkopers, dan wel aan instellingen of personen ter aanwending in een andere bedrijfsactiviteit;

1.86

hobbymatige paardenhouderij een niet-bedrijfsmatige paardenhouderij waar niet meer dan vijf paarden voor de hobby worden gehouden;

1.87

hogere waarde een bij een bestemmingsplan in acht te nemen maximale waarde voor de geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten, die hoger is dan de voorkeurgrenswaarde en die in een concreet geval kan worden vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder en/of het Besluit geluidhinder;

1.88

hoofdgebouw een gebouw dat, gelet op de bestemming dan wel door zijn constructie of afmeting, als het belangrijkste bouwwerk op een bouwperceel kan worden aangemerkt;

1.89

hoofdverblijf de plaats waar een persoon gedurende een jaar het merendeel van de nachten doorbrengt en waar het sociale leven van deze persoon zich afspeelt;

12

Buitengebied, Midden-Groningen (vastgesteld)

1.90

horecabedrijf een bedrijf, waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies wordt verstrekt en/of waarin zaalruimte wordt verhuurd en ter plaatse beschikbaar wordt gesteld, één en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie, met uitzondering van een seksinrichting;

1.91

horecabedrijf categorie 1 een horecabedrijf waar doorgaans geen overlast voor het leefklimaat wordt veroorzaakt dat is gericht op het hoofdzakelijk overdag en 's avonds verstrekken van (niet of licht alcoholhoudende) dranken en eenvoudige maaltijden en etenswaren zoals een broodjeszaak, koffiehuis, ijssalon en/of een naar de aard, openingstijden en invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen horecabedrijf;

1.92

horecabedrijf categorie 2 een horecabedrijf, waar in hoofdzaak maaltijden worden verstrekt en waar doorgaans geen overlast voor het leefklimaat ontstaat, zoals restaurants, hotels en pensions;

1.93

hotel een bedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van logies (per nacht) met als nevenactiviteiten het verstrekken van maaltijden en/of dranken voor consumptie ter plaatse;

1.94

houtteelt bedrijfsmatig kweken van bomen voor de houtproductie op gronden die hier tijdelijk voor worden gebruikt;

1.95

huishouden een zelfstandig persoon dan wel een samenwonend persoon of groep van personen met een mate van verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan, die binnen een complex van ruimte gebruik maken van dezelfde voorzieningen zoals een keuken, sanitaire voorzieningen en de entree;

1.96

intensief kwekerijbedrijf vervallen

1.97

intensieve veehouderij niet-grondgebonden agrarische bedrijfsvoering die gericht is op het houden van dieren, op de wijze van een rundveemesterij (met uitzondering van vetweiderij), een varkens-, vleeskalver-, pluimvee- of pelsdierhouderij, of een combinatie van deze bedrijfsvormen, alsmede naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijfsvormen, met uitzondering van bedrijfsvoeringen waarin dieren worden gehouden overeenkomstig de regels ten aanzien van de biologische productiemethoden en met uitzondering van het houden van leghennen volgens het 'vrije-uitloopsysteem';

1.98

k amerverhuur verhuur van ruimte(n) in een (deel van een ) gebouw die geschikt is voor of geschikt te maken is voor (nacht)verblijf, niet vallende onder het begrip logiesverblijf als bedoeld in het Bouwbesluit en niet zijnde een zelfstandige woonruimte als bedoeld in de Huisvestingswet, ongeacht de duur van het verblijf en al dan niet tegen betaling;

1.99

k ampeermiddel een tent, een tentwagen, een kampeerauto, een caravan of een stacaravan, dan wel enig ander daarmee vergelijkbaar voertuig of onderkomen, dat geheel of ten dele is bestemd of opgericht dan wel wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. Hieronder vallen mobiele en plaatsgebonden kampeermiddelen;

13

Buitengebied, Midden-Groningen (vastgesteld)

1.100

k ampeerstandplaats een plaats op een kampeerterrein bestemd voor het plaatsen van een kampeermiddel;

1.101

k ampeerterrein een terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht en blijkens die inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het houden van recreatief nachtverblijf in kampeermiddelen en/of trekkershutten en/of het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen het houden van recreatief nachtverblijf in kampeermiddelen en/of trekkershutten;

1.102

k antine een restauratieve voorziening ten dienste van een bedrijf, instelling of vereniging, gericht op het verstrekken van (eenvoudige) spijzen en dranken aan de reguliere gebruikers van dat bedrijf of die instelling dan wel vereniging;

1.103

k antoor een ruimte die dient voor de uitoefening van administratieve, boekhoudkundige dan wel financiële, organisatorische en/of zakelijke dienstverlening - niet zijnde detailhandel - al dan niet met een (publieksgerichte) baliefunctie;

1.104

k ap constructie ter afdekking van een gebouw of overkapping waarop de dakbedekking rust, niet zijnde een muur, met tenminste één hellend vlak van tenminste 15°;

1.105

k arakteristieke gebouwen gebouwen die van cultuurhistorische waarde zijn op grond van karakteristieke hoofdvorm, architectuur, landschappelijke en/of stedenbouwkundige situering, bijdrage aan de herkenbaarheid van de omgeving, gaafheid of zeldzaamheid;

1.106

k as een bouwwerk, niet zijnde een tunnelkas of een naar de aard daarmee vergelijkbaar bouwwerk, waarvan de wanden en het dak geheel of grotendeels bestaan uit glas of ander licht doorlatend materiaal, dienend tot het kweken van groente, vruchten, bloemen, bomen, struiken of planten;

1.107

k elder bijzondere bouwlaag waarbij de vloer van de bovengelegen bouwlaag onder dan wel gelijk aan het peil is gelegen;

1.108

k ijkstal een stal ten behoeve van (winter)stalling van grote grazers met als nevendoel educatie, recreatie en kleinschalige horeca;

1.109

k leinschalige duurzame energieopwekking energie die kleinschalig wordt opgewekt met natuurlijke bronnen zoals zon, wind en aardwarmte, het gaat hier bijvoorbeeld om kleinschalige windturbines of zonnepanelen voor eigen gebruik in grondopstelling, geen zonnepark zijnde, van maximaal 200 m2 per bouwperceel waarbij niet meer dan 50% van het bouwperceel mag worden benut . Biomassa-installaties vallen hier niet onder.

1.110

k leinschalige windturbine een bouwwerk voor het opwekken van elektrisch of thermisch vermogen uit wind, met een ashoogte van maximaal 15 meter;

14

Buitengebied, Midden-Groningen (vastgesteld)

1.111

k leinschalige horeca diverse ondergeschikte vormen van horeca zoals, theetuin, bed&breakfast, alsmede ondersteunende horeca zoals opgenomen in de beleidsnotitie Kleinschalige Bedrijvigheid Buitengebied;

1.112

k leinschalige muziekvoorstelling een muziekvoorstelling dan wel een naar de aard en de invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen kleinschalige activiteit, die geen zware geluidsbelasting en geen grote publieksaantrekkende werking met zich meebrengt;

1.113

k wekerij een bedrijf met een bedrijfsvoering die in hoofdzaak is gericht op tuinbouw, waaronder mede wordt verstaan boom-, bloemen-, kruiden-, bloembollen- en knollenkwekerijen;

1.114

k welvoorziening een waterstructuur of een zone met daarin een waterstructuur, dienende ter bestrijding van overlast door kwel vanwege een oppervlaktewater in een vanaf dat oppervlaktewater achter de kwelvoorziening gelegen gebied;

1.115

k wetsbaar object een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde voor het risico c.q. een risico-afstand tot een risicovolle inrichting is bepaald, die in acht genomen moet worden;

1.116

landschappelijke waarde de aan een gebied toegekende waarde, in verband met de waarneembare verschijningsvorm van dat gebied;

1.117

ligplaats een plaats in het water, die door een bedrijfs-, recreatie- of beroepsvaartuig voor een langere periode wordt ingenomen ten behoeve van een gebruik ter plaatse of waar het vaartuig (gewoonlijk) wordt gestald gedurende de periode dat het niet wordt gebruikt voor deelname aan het vaarverkeer;

1.118

ligplaats woonschip een ligplaats die is bestemd voor een woonschip;

1.119

loonbedrijf zie agrarisch dienstverlenend bedrijf

1.120

maatschappelijke dienstverlening het verlenen van diensten in de medische, sociale, educatieve, culturele, religieuze en administratieve sfeer en andere vormen van dienstverlening, die een min of meer openbaar karakter hebben;

1.121

maatschappelijke voorzieningen educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele, levensbeschouwelijke voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening en opvang, alsook ondergeschikte detailhandel, ondergeschikte sport- en recreatieve voorzieningen en ondergeschikte horeca ten dienste van deze voorzieningen;

1.122

maatwerkmethode methode van overleg via keukentafelgesprekken met als doel overeenstemming te bereiken over omvang, situering en inrichting van een project binnen een plangebied;

15

Buitengebied, Midden-Groningen (vastgesteld)

1.123

manege paardenhouderij die is gericht op het bieden van paardrijmogelijkheden (inclusief instructie) aan derden, al dan niet in combinatie met stallingsruimte voor paarden van derden en al dan niet met een horecavoorziening die is gericht op het verstrekken van dranken en etenswaren aan bezoekers van het manegebedrijf;

1.124

mantelzorg intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond;

1.125

meervoudige woning een woning bestemd dan wel geschikt voor bewoning door meer dan één huishouden, vanwege het in meervoud aanwezig zijn van alle essentiële woonvoorzieningen, waarbij de essentiële woonvoorzieningen voor een huishouden niet behoeven te worden gedeeld met een ander huishouden, zich niet in één ruimte bevinden met essentiële woonvoorzieningen van een ander huishouden en vanuit de woning bereikbaar zijn zonder privé-vertrekken van een ander huishouden te moeten doorkruisen;

1.126

mestbassin een reservoir bestemd en geschikt voor het bewaren van dunne mest, dat niet geheel of gedeeltelijk is gelegen onder een stal;

1.127

mestopslag opslag van mest voor een agrarisch bedrijf, in een bouwwerk zoals een mestbassin of opslag anders dan in een bouwwerk (mestzak en daarmee gelijk te stellen voorzieningen);

1.128

mestsilo een constructie van beton, hout of staal bekleed met folie of beton, dan wel een gemetselde constructie die geheel of gedeeltelijk is ingegraven ten behoeve van de opslag van mest. Onder een mestsilo wordt niet begrepen een mestkelder, zijnde een volledig ondergrondse bak, die is gecombineerd met een gebouw;

1.129

mestzak een aarden put bekleed met folie die geheel of gedeeltelijk is ingegraven en wordt omgeven door een grondwal ten behoeve van de opslag van drijfmest;

1.130

mini-camping een kampeerterrein waarop tijdens de periode tussen 15 maart en 31 oktober ten hoogste 25 kampeerstandplaatsen voor mobiele kampeermiddelen aanwezig zijn;

1.131

mobiel kampeermiddel een kampeermiddel dat korter dan 8 maanden op een kampeerterrein geplaatst is of geplaatst kan worden. Hieronder valt een tent, tentwagen, camper of caravan dan wel enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde, waarvoor ingevolge artikel 2.1 lid 1 sub a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht een omgevingsvergunning vereist is, een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief verblijf;

1.132

molen een bouwwerk met wieken waarmee iets gemalen wordt of waarmee men water verplaatst;

16

Buitengebied, Midden-Groningen (vastgesteld)

1.133

motorbrandstoffen onder motorbrandstoffen worden naast fossiele brandstoffen ook duurzame brandstoffen zoals energie of waterstof bedoeld;

1.134

natuurlijke waarde de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door de onderlinge samenhang en beïnvloeding van de levende en niet-levende natuur, zoals geologische, geomorfologische, bodemkundige en biologische elementen, voorkomend in dat gebied;

1.135

nevenactiviteiten aan de agrarische hoofdactiviteit ondergeschikte activiteiten die niet rechtstreeks de uitoefening van de agrarische bedrijfsvoering betreffen;

1.136

niet-grondgebonden agrarische bedrijfsvoering een agrarische bedrijfsvoering op de wijze van een intensief veehouderijbedrijf, een intensief kwekerijbedrijf of een bijzondere dierenhouderij;

1.137

k leinschalige nevenactiviteiten niet agarische bedrijvigheid in het buitengebied zoals, boerderijwinkels, boerengolf, kinderopvang zoals opgenomen in de de beleidsnotitie Kleinschalige Bedrijvigheid Buitengebied

1.138

nutsvoorzieningen voorzieningen voor algemeen nut, zoals afvalinzameling, elektriciteit, gas, (tele)communicatie en dataverkeer, openbaar vervoer en water. Het gaat hierbij om andere bouwwerken zoals antennes, bakken, borden, containers, hekken, kastjes, palen, zuilen en wat met deze bouwwerken te vergelijken is. Onder nutsvoorziening wordt ook verstaan een schakelstation, een rioolwaterzuiveringsinstallatie, een telecommunicatiestation en een transformatorstation;

1.139

ondergeschikte functie een functie die qua omvang en uitstraling ondergeschikt is aan een op dezelfde plaats voorkomende (hoofd)functie, maar indien dat in de doeleindenomschrijving niet expliciet is aangegeven aan die functie niet ten dienste hoeft te staan c.q. daar functioneel mee verbonden hoeft te zijn;

1.140

ondersteunende horeca horeca die ondergeschikt en gerelateerd is aan de bestemming en tot doel heeft het verstrekken van kleine etenswaren en dranken, niet zijnde alcoholische dranken. Tot ondergeschikte horeca worden mede gerekend mobiele horecastands, drankautomaten, en dergelijke;

1.141

ontmoetingscentrum een inrichting, gericht op het bieden van gelegenheid tot het aanleggen van contacten tussen personen, welke daartoe veelal in clubverband of anderszins georganiseerd zijn;

1.142

opgaande meerjarige teelt de meerjarige teelt van opgaande sierbeplanting als heesters en struiken, het kweken van fruit aan houtige gewassenen naar de aard daarmee gelijk te stellen vormen van opgaande teelt van meerjarige gewassen;

1.143

overig bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden;

17

Buitengebied, Midden-Groningen (vastgesteld)

1.144

overige aan-huis-verbonden beroep of bedrijf het beroepsmatig uitoefenen van dienstverlenende bedrijvigheid gericht op consumentverzorging, dan wel ambachtelijke bedrijvigheid gericht op consumentverzorging, geheel of overwegend door middel van handwerk, die door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende bijgebouwen wordt uitgeoefend door een bewoner van het perceel ondersteund door maximaal één andere arbeidskracht, waaronder niet wordt begrepen de uitoefening van detailhandel;

1.145

overkapping een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat een overdekte ruimte vormt zonder wanden dan wel met ten hoogste één wand;

1.146

paardenbak een door middel van een afscheiding afgezonderd stuk terrein met een andere ondergrond dan gras, dat is ingericht voor het africhten en/of trainen van paarden en/of pony's;

1.147

paardenrenbaan een stuk terrein (baan) met een andere ondergrond dan gras dat geschikt is gemaakt ten behoeve van de paardenrensport, niet zijnde wedstrijdsport of gemotoriseerde sport.

1.148

pensionstal een bedrijf waarvan de activiteiten uitsluitend of in hoofdzaak bestaan uit het houden van paarden van derden of het berijden ervan. Hieronder wordt verstaan de verhuur van stalling met accommodatie en/of weiland en het verzorgen van paarden. Onder pensionstal wordt geen manege verstaan;

1.149

permanente bewoning het gebruik van een gebouw, kampeermiddel, voer- of vaartuig als hoofdverblijf;

1.150

persoonlijke dienstverlening dienstverlening binnen het particuliere domein, die traditioneel om niet binnen particuliere gezinseenheden wordt verricht, die met een zekere frequentie wordt uitgevoerd binnen een relatie die zich kenmerkt door een zekere duurzaamheid, en die tegen betaling wordt verricht;

1.151

plaatselijke verhogingen afzuig-/luchtbehandelinginstallaties, luchtkokers, liftkokers, lichtkappen/-koepels, meetapparatuur, schoorstenen, en zend-/ontvangstinstallaties en naar aard en omvang hiermee gelijk te stellen bouwonderdelen bovenop een bouwwerk;

1.152

plaatsgebonden kampeermiddel een bouwwerk dat langer dan 8 maanden op een kampeerterrein is geplaatst of niet langer te verplaatsen is dat geheel of ten dele wordt gebruikt of kan worden gebruikt voor recreatief verblijf; waaronder in ieder geval worden gerekend: een chalet, stacaravan, tenthuisje en trekkershut;

1.153

platte afdekking een horizontale afdekking of een afdekking onder een hoek van maximaal 5 graden met het horizontale vlak;

1.154

plattelandswoning een voormalige agrarische bedrijfswoning die door derden, die geen functionele binding hebben met het nabijgelegen bedrijf, mag worden bewoond. Aan een plattelandswoing wordt een lager beschermingsniveau toegekend dan een burgerwoning.

18

Buitengebied, Midden-Groningen (vastgesteld)

1.155

productiegebonden detailhandel detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, geteeld, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces en aanverwante artikelen, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie;

1.156

productiegerichte paardenhouderij grondgebonden paardenhouderij die is gericht op het fokken van paarden en het bieden van leefruimte aan opgroeiende paarden, eventueel in combinatie met (en daaraan ondergeschikte) trainingsfaciliteiten ten behoeve van de eigen gefokte paarden;

1.157

prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;

1.158

reclamemast bouwwerk, geen gebouw zijnde, uitsluitend ten behoeve van reclame-uitingen;

1.159

recreatieappartement het geheel van bijbehorende vertrekken als afzonderlijk gemeubileerde woongelegenheid, bedoeld voor verblijfsrecreatie, als onderdeel van een (andere) hoofdfunctie;

1.160

recreatief medegebruik een recreatief gebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de functie van de bestemming waarbinnen dit recreatieve medegebruik is toegestaan;

1.161

recreatief verblijf het kortdurend recreatief verblijf van één of meerdere personen met of zonder overnachting die elders hun hoofdverblijf hebben, waarmee in ieder geval geen sprake is van permanente bewoning;

1.162

recreatieve bewoning bewoning door een huishouden gedurende een gedeelte van het kalenderjaar in het kader van weekend- en/of recreatief verblijf;

1.163

recreatiewoning een gebouw dat naar de aard en de inrichting is bestemd voor recreatieve bewoning, daaronder niet begrepen trekkershutten, chalets of stacaravans;

1.164

relatie een figuur dat twee afzonderlijk weergegeven delen van een bouwvlak met elkaar verbinden zodanig dat voor toepassing van de regels sprake is van één bouwvlak;

1.165

risicogevoelig bouwwerk c.q. object een bouwwerk c.q. object als bedoeld in het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen, dat kan worden aangemerkt in de zin van dat besluit als een kwetsbaar of beperkt kwetsbaar object;

1.166

risicovolle inrichting een inrichting, bij welke ingevolge het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen een grenswaarde, richtwaarde voor het risico c.q. een risico-afstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten;

19

Buitengebied, Midden-Groningen (vastgesteld)

1.167

schuilstal een overdekte ruimte die met de grond verbonden is en die uitsluitend mag worden gebruikt voor het laten schuilen van dieren tegen weersinvloeden, waarbij het dier vrij in en uit kan lopen zonder menselijk ingrijpen. Opslag is niet toegestaan, tenzij het gaat om de opslag van voer en stro. Een zeecontainer wordt niet aangemerkt als schuilstal;

1.168

seksinrichting een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische-massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar;

1.169

serrestal een foliestal met boogconstructie en tunnelframes met dakbedekking bestaande uit één of twee lagen kunstof folie met daarovereen een schaduwdoek. De gevels bestaan uit een lage keerwand met daarboven een windbreekgaas of een ventilatiegordijn;

1.170

silo een bouwwerk, geen gebouw zijnde, ten behoeve van de opslag van goederen, waaronder mest;

1.171

sportvoorzieningen het geheel van voorzieningen t.b.v. sportbeoefening, zoals: ijsbaan/hal, (openlucht)zwembad, sportvelden, atletiekbaan, basketbalveld, handbalveld, jeu de boulesbaan, tennisbaan /-complex, sporthal, alsmede bijbehorende bebouwing zoals kleedruimten, clubhuis/verenigingsgebouw, opslagruimten, technische ruimten e.d.; buitenschoolse activiteiten;

1.172

stacaravan een verblijf van ten hoogste 50 m² dat gedurende langere tijd op een kampeerterreinop dezelfde plaats blijft staan en op het terrein op het eigen onderstel verplaatst kan worden en als één geheel over de openbare weg vervoerd mag worden. Een stacaravan onderscheidt zich van een mobiel kampeermiddel doordat het gedurende een periode van meer dan 8 maanden tijd op eenzelfde kampeerstandplaats blijft staan;

1.173

straatmeubilair bouwwerken ten behoeve van de aankleding van het openbaar gebied, zoals verkeersgeleiders, verkeersborden, brandkranen, lichtmasten, zitbanken, bloembakken, papier-, glas- en andere inzamelbakken, kunstwerken, speeltoestellen alsmede telefooncellen, abri's en bouwwerken voor kleinschalige (< 50 m³) nutsvoorzieningen;

1.174

teeltondersteunende kas een verplaatsbaar bouwwerk van lichte constructie in, op of boven de grond dat door agrarische bedrijven en kwekerijen met plantaardige teelten worden gebruikt om de volgende doelen na te streven: verbetering van de productie, onder meer door teeltvervroeging en -verlating of het voorkomen van schade door vorst;

1.175

teeltondersteunende voorzieningen voorzieningen in, op of boven de grond (waaronder containervelden) die door agrarische bedrijven met plantaardige teelten worden gebruikt om de volgende doelen na te streven: verbetering van de productie, onder meer door teeltvervroeging en -verlating, terugdringing van onkruidgroei en beperking van vraatschade;

20

Buitengebied, Midden-Groningen (vastgesteld)

verbetering van de arbeidsomstandigheden, onder meer door gewassen verhoogd te telen; het bereiken van positieve effecten op milieu en water (bodembescherming, terugdringing onkruidbestrijding, effectief omgaan met water) of het voorkomen van schade door vorst; 1.176

theetuin een aan de hoofdfunctie ondergeschikt horecabedrijf dat slechts beperkt is tot het verstrekken van alcoholvrije dranken en het verstrekken van voor consumptie ter plaatse bereide klein en koude etenswaren. Een theeschenkerij (inpandig) wordt gelijk geschaard aan een theetuin;

1.177

torensilo een gebouw ten behoeve van opslagdoeleinden;

1.178

trekkershut een gebouw met een oppervlakte van ten hoogste 50 m², bestaande uit een lichte constructie en lichte materialen, niet zijnde een mobiel kampeermiddel of een stacaravan, dat naar de aard en de inrichting is bedoeld voor recreatief verblijf ;

1.179

tuinbouwbedrijf een bedrijf dat overwegend of alleen is gericht op het voortbrengen van producten door het telen en kweken van tuinbouwgewassen, op open grond of in kassen, waarbij gebruik gemaakt kan worden van biomassavergisting;

1.180

tuinbouwgewassen groenten, vruchten, bloemen, sierplanten, bomen niet zijnde bosbouw, bollen of zaden;

1.181

tuincentrum een bedrijf, dat is gericht op het voortbrengen van producten door het telen van gewassen, alsmede op het verkopen en het leveren van gewassen en andere goederen voor het inrichten van tuinen;

1.182

tunnelkas elke constructie van hout, metaal of ander materiaal, welke met plastic of in gebruik daarmee overeenstemmend materiaal is afgedekt en dient als teeltondersteuning voor bedekte teelten;

1.183

veldschuur een vrij buiten een bedrijfskavel of bestemmingsvlak in het open veld staande schuur, die wordt gebruikt voor het bieden van schuilgelegenheid voor vee, de opslag van agrarisch materieel of agrarische producten en/of niet-agrarische opslag;

1.184

verkooppunt van motorbrandstoffen een inrichting voor de uitoefening van detailhandel in motorbrandstoffen, waaronder begrepen smeermiddelen voor motorvoertuigen en benodigdheden voor gebruik, reiniging of spoedeisende reparaties van motorvoertuigen alsmede accessoires daarvoor en daaraan ondergeschikte detailhandel in voedings- en genotmiddelen;

1.185

verkoopvloeroppervlakte de voor het publiek zichtbare en toegankelijke besloten winkelruimte ten behoeve van detailhandel, exclusief toilet-, keuke-, entree-, opslag- en administratieruimten en dergelijke;

1.186

voedselbos Een vitaal ecosysteem en landbouwmethode, door mensen ontwerpen naar het voorbeeld van een natuurlijk bos met het doel voedsel te produceren;

21

Buitengebied, Midden-Groningen (vastgesteld)

1.187

volkstuin een perceel grond dat zich niet in de onmiddellijke nabijheid van de woning van de gebruiker bevindt, waarop de gebruiker gewassen teelt voor eigen gebruik;

1.188

vollegronds tuinbouwbedrijf een grondgebonden agrarisch bedrijf dat overwegend of uitsluitend is gericht op het telen van tuinbouwgewassen in de volle grond;

1.189

volwaardig agrarisch bedrijf een agrarisch bedrijf dat gedurende het gehele jaar de arbeidsomvang heeft van tenminste 1 volwaardige arbeidskracht en waarvan de continuïteit ook op langere termijn is verzekerd;

1.190

voorerf gedeelte van het erf voor de voorgevel van het woongebouw c.q. hoofdgebouw of het verlengde daarvan;

1.191

voorgevel de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw, of indien een perceel met meerdere zijden aan een weg grenst, de gevel die door de ligging, de situatie ter plaatse en/of de indeling van het gebouw als voorgevel moet worden aangemerkt;

1.192

voorkeursgrenswaarde de ten hoogste toelaatbare waarde voor de geluidbelasting, zoals deze rechtstreeks kan worden afgeleid uit de Wet geluidhinder c.q. het Besluit geluidhinder;

1.193

vrij beroep de uitoefening van een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende bijgebouwen wordt uitgeoefend door een bewoner van het perceel, waaronder niet wordt begrepen de uitoefening van detailhandel of overige aan-huis-verbonden bedrijfsactiviteiten;

1.194

vuurwerkbedrijf een bedrijf dat in hoofdzaak is gericht op de vervaardiging of assemblage of de handel in vuurwerk, niet bedoeld periodieke verkoop in consumentenvuurwerk, c.q. de opslag van vuurwerk en/of de daarvoor benodigde stoffen;

1.195

welness het bedrijfsmatig exploiteren van gebouwen met bijbehorende voorzieningen, waarbij de mogelijkheid wordt geboden om zowel actief als passief te werken aan de gezondheid en het welzijn van de mens. Onder bijbehorende voorzieningen wordt in ieder geval begrepen de detailhandel in wellnessgerelateerde producten;

1.196

windturbine een bouwwerk ten behoeve van de opwekking van windenergie;

1.197

wonen het verblijf houden of gehuisvest zijn in een woning;

1.198

woning een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden;

22

Buitengebied, Midden-Groningen (vastgesteld)

1.199

wooncentrum een accommodatie met bijbehorende voorzieningen voor de huisvesting van personen die bij hun normale, dagelijkse functioneren huishoudelijke, sociale, sociaal-medische en/of medische begeleiding en/of verzorging behoeven, zoals bejaarden of gehandicapten;

1.200

woongebouw een gebouw of een complex van aan elkaar verbonden gebouwen waarin tenminste één woning is gelegen;

1.201

woonschip een schip, niet zijnde een drijvende woning, uitsluitend of hoofdzakelijk als woning gebruikt of tot woning bestemd;

1.202

woonwagen een voor permanente bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst op een woonwagenstandplaats en dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst;

1.203

woonwagenstandplaats een kavel, bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of van gemeenten kunnen worden aangesloten;

1.204

zakelijke dienstverlening het bedrijfsmatig verlenen van diensten in een kantoorachtige omgeving op administratief, financieel en juridisch gebied, op het gebied van de informatie- en communicatietechnologie en daarmee naar de aard vergelijkbare vormen van dienstverlening;

1.205

zalencentrum een bedrijf, gericht op het bedrijfsmatig bieden van gelegenheid tot het houden van vergaderingen, recepties, bruiloften en partijen;

1.206

zonnepark een ruimtelijk samenhangende, grondgebonden of drijvende installatie voor het opwekken van energetisch of thermisch vermogen uit zon, groter dan 200m²;

1.207

zorgboerderij een zorgfunctie als neven- of hoofdtak waarbij de sociaal-medische opvang van personen in de vorm van dagopvag, wordt gecombineerd met agrarische activiteiten, in die zin dat de personen behulpzaam zijn bij de agrarische of natuurbeherende activiteiten.

23

Buitengebied, Midden-Groningen (vastgesteld)

Artikel 2 2.1

Wijze van meten

de afstand tot de perceelsgrens wordt gemeten over de afstand vanaf enig punt van het gebouw tot de perceelsgrens waar die het kortst is;

2.2

de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

2.3

de dakhelling wordt gemeten langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.

2.4

de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel

2.5

de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;

2.6

de oppervlakte van een bouwwerk wordt gemeten tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. Ondergrondse bouwwerken die meer dan 1 meter buiten het buitenwerk van het bovengronds gelegen gebouw worden gerealiseerd tellen mee in de oppervlakteregeling voor bebouwing;

2.7

het peil a. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang tot het perceel direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang tot het perceel niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; c. indien in of op het water wordt gebouwd: het gemiddelde waterniveau gedurende een jaar ten opzichte van NAP; tevens de waterstand die zoveel mogelijk wordt gehandhaafd en die wordt vastgelegd in een peilbesluit;

2.8

de bouwhoogte van een molen vanaf het peil tot aan het hoogste punt van de kap van de molen;

2.9

de wieklengte van een windturbine de afstand tussen het uiterste punt van een wiek en de naaf;

2.10

de hoogte van een windturbine vanaf het peil tot aan de as van de windturbine.

2.11

ondergeschikte bouwdelen zie 45.1 Algemeen onder a.

24

Buitengebied, Midden-Groningen (vastgesteld)

Hoofdstuk 2

Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Agrarisch - Bedrijf

Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch - Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een grondgebonden agrarisch bedrijf; b. een productiegerichte paardenhouderij; c. een agrarisch bedrijf met een in hoofdzaak niet-grondgebonden agrarische bedrijfsvoering, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij'; d. bedrijfswoningen met bijbehorende bouwwerken en overkappingen; e. uitsluitend agrarische opslag, ter plaatse van de aanduiding 'opslag'. f. een bestaand (agrarisch) loonbedrijf ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - loonbedrijf'; g. een bekistingsbedrijf, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch bekisting'. Met daaraan ondergeschikt: h. i. j. k.

wegen en paden; groen-, nuts- en speelvoorzieningen; voorzieningen ten behoeve van het vasthouden, bergen, aan- en afvoeren van water; bijbehorende verhardingen, tuinen, erven en additionele voorzieningen.

en tevens voor: l.

kleinschalige horeca en kleinschalige nevenactiviteiten, mits voldaan wordt aan 3.4.1 onder c; m. een mini-camping, mits voldaan wordt aan 3.4.1 onder d; n. een vrij beroep of overige aan-huis-verbonden beroep of bedrijf, mits voldaan wordt aan 3.4.1 onder e; o. kleinschalige duurzame energieopwekking; p. een kleinschalige windturbine ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - kleinschalige windturbine'. 3.2

Bouwregels Bouwwerken ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen, waarbij bestaand is toegestaan.

3.2.1

Bedrijfsgebouwen en overk appingen Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. gebouwen en overkappingen ten behoeve van het ter plaatse gevestigde agrarisch bedrijf zijn uitsluitend binnen een bouwvlak toegestaan; b. de afstand van de gebouwen en overkappingen tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt niet minder dan 3 meter, tenzij op de naastgelegen percelen geen burgerwoningen aanwezig zijn; c. indien een relatie is aangegeven tussen twee bouwvlakken, is er sprake van een gekoppeld bouwvlak en zijn hierop de regels voor een enkel bouwvlak van toepassing; d. het bouwen van serre-, vrijloop- en boogstallen is niet toegestaan; e. ligboxenstallen (uitgezonderd uitbreiding van bestaande ligboxenstallen) zijn uitsluitend toegestaan indien de lichtsterkte niet meer dan 150 lux bedraagt, tenzij die stal tussen 20.00 uur en 6.00 uur is voorzien van voorzieningen die de lichtuitstraling met tenminste 90% reduceren; f. de maatvoering van bedrijfsgebouwen, bijbehorende bouwwerken of overkappingen voldoet

25

Buitengebied, Midden-Groningen (vastgesteld)

voorts aan de eisen die in het volgende bouwschema zijn gesteld: type bouwwerk

maximale oppervlakte

maximale maximale goothoogte bouwhoogte in meters in meters

dakhelling in graden

bedrijfsgebouwen

bouwvlak bepalend

6

14

min 20o max 60o

4

7

geen platte afdekking

teeltondersteunende 1000 m2 (boog)kassen

3.2.2

Bedrijfswoningen Voor het bouwen van bedrijfswoningen, bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. per agrarisch bouwvlak is één bedrijfswoning toegelaten, dan wel een extra bedrijfswoning ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - tweede bedrijfswoning'; b. in afwijking van sub a zijn ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten' geen bedrijfswoningen toegestaan; c. de afstand van bedrijfswoningen ten opzichte van de weg bedraagt niet minder dan de bestaande afstand; d. de maatvoering van een bedrijfswoning en bijbehorend bouwwerken voldoet voorts aan de eisen die in het volgende bouwschema zijn gesteld: type bouwwerk

maximale oppervlakte

maximale goothoogte in meters

maximale bouwhoogte in meters

dakhelling in graden

bedrijfswoning

300 m2

4,5

10

min 30o max 60o

3

6

plat of meerzijdig max. 60o

(incl bijbehorende bouwwerken)

bijbehorende bouwwerken

3.2.3

300 m2

(incl. bedrijf swoning)

Intensieve veehouderij Voor het bouwen van gebouwen, bijbehorende bouwwerken en overkapping voor niet-grondgebonden agrarische bedrijvigheid gelden de volgende regels: a. ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij' bedraagt de gezamenlijke staloppervlakte van de bedrijfsgebouwen en overkappingen ten behoeve van de niet-grondgebonden bedrijfsvoering uitsluitend de bestaande stalvloeroppervlakte, zoals opgenomen in Bijlage 5; b. het bouwen van een bedrijfsgebouw ten behoeve van de opslag van producten, materieel en werktuigen is ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij' zowel voor grondgebonden als niet-grondgebonden bedrijfsactiviteiten toegestaan; c. voor het overige zijn voor de gronden met de aanduiding 'intensieve veehouderij' de bouwregels zoals opgenomen in 3.2.1 en 3.2.2 van toepassing.

3.2.4

Opslag Voor het bouwen van bouwwerken ten behoeve van opslag gelden de volgende regels: a. voedersilo's, kuilvoerplaten, sleufsilo's en voorzieningen ten behoeve van de opslag van mest zijn uitsluitend binnen een bouwvlak toegestaan. In afwijking hiervan geldt dat bestaande platen buiten het bouwvlak ten dienste van opslagdoeleinden zijn toegestaan; b. de maatvoering van een bouwwerk voldoet voorts aan de eisen die in het volgende bouwschema zijn gesteld:

26

Buitengebied, Midden-Groningen (vastgesteld)

3.2.5

type bouwwerk

maximale bouwhoogte in meters

voedersilo's

15

sleufsilo's, mestsilo's en kuilvoerplaten

8

overige mestopslag niet zijnde een mestsilo

2,5

Kleinschalige windturbines Voor het bouwen van kleinschalige windturbines gelden de volgende regels: a. kleinschalige windturbines zijn uitsluitend binnen een bouwvlak toegestaan dan wel buiten het buiten het bouwvlak uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - kleinschalige windturbine'; b. de bouwhoogte van een kleinschalige windturbine bedraagt ten hoogste 15 m; c. voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: 1. maximaal 3 windturbines worden geplaatst; 2. voldaan wordt aan het Toetsingscriteria kleinschalige windturbines zoals opgenomen in Bijlage 9;

3.2.6

Bouwwerken geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van overkappingen, geldt dat de maatvoering dient te voldoen aan de eisen die in het volgende bouwschema zijn gesteld: type bouwwerk

maximale bouwhoogte in meters voorerf

achtererf binnen bouwvlak

buiten bouwvlak

erf- en terreinafscheidingen

1

2

2

palen en masten (niet zijnde reclamemast)

8

12

8

overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde

niet 5 toegestaan

2

3.3

Afwijken van de bouwregels

3.3.1

Bouwen buiten een agrarisch bouwperceel Het bevoegd gezag kan, met inachtneming van 48.2, ter plaatse van de aanduiding 'overige zone – maatwerkmethode' een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van artikel 3.2.1 voor het bouwen van gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen, mits voldaan wordt aan de voorwaarden in 47.12.

3.3.2

Maatvoering Het bevoegd gezag kan, met inachtneming van 48.2, een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van: a. het bepaalde in 3.2.1 onder d voor de bouw van serre-, vrijloop- en boogstallen, mits: 1. de situering van de stal geen onevenredige afbreuk doet aan het bebouwingsbeeld, de natuurlijke en landschappelijke waarden en gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en 2. over de landschappelijke aanvaardbaarheid advies wordt ingewonnen bij een onafhankelijke of een bij de gemeente werkzame deskundige op het gebied van

27

Buitengebied, Midden-Groningen (vastgesteld)

stedenbouw en landschapsarchitectuur; b. het bepaalde in 3.2.6 voor het oprichten van een mestvergistinginstallatie mits de afwijking zoals bedoeld in 3.5.1 kan worden verleend; c. het bepaalde in 3.2.1 onder f in die zin dat de gezamenlijke oppervlakte van kassen wordt vergroot tot ten hoogste 2.000 m2, mits; 1. met een erfinrichtingsplan en een lichtplan wordt aangetoond dat de ontwikkeling op een zorgvuldige wijze landschappelijke wordt ingepast;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12803929/1