06. Bijlage 4 - Begroting 2026-2030 DEF
Tekst van het document
27
Begroting 2026
Onderhoudslasten (EFJ 4.3.3)
Je ziet in 2026 een verdere stijging van de onderhoudslasten. In de beginperiode na de nieuwbouw vallen veel dingen nog onder garantie. Inmiddels moeten filters vervangen worden en de installaties technisch gekeurd. Daarmee gaat de onderhoudslast omhoog, waarbij 2025 en 2026 de tendens zijn voor de komende jaren.
Energie en water (EFJ 4.3.4)
In tabel 16 is zichtbaar dat het energieverbruik van de scholen relatief laag is, voornamelijk dankzij de energiezuinige gebouwen. De nieuwe gebouwen hebben echter ook uitgebreide ventilatiesystemen, die continu verse lucht aanvoeren en waarmee wordt verwarmd of gekoeld. Daardoor is het elektriciteitsverbruik hoger dan bij traditionele installaties. De nieuwe kindcentra hebben geen gasaansluiting meer. Alleen op OBS Walstraschool is in 2026 nog een gasaansluiting aanwezig. De totale kosten voor energie voor de scholen zijn begroot op €189.000. Een deel hiervan wordt doorbelast aan de andere gebruikers van de twee kindcentra, waar Ultiem qua beheer of penvoerder verantwoordelijk is. Ultiem heeft per 1 september 2025 een nieuw jaarcontract afgesloten bij dezelfde aanbieder als het jaar ervoor. Dit zorgt ervoor dat er tot 1 september 2026 duidelijkheid is over de gehanteerde tarieven. In het nieuwe contract zijn de variabele tarieven lager, maar is het vastrecht hoger. Per saldo zijn de totale kosten voor energie in 2026 lager dan de prognose voor 2025 bij een constant verbruik.
Schoonmaakkosten (EFJ 4.3.5)
De schoonmaakkosten stijgen in 2026 door een indexatie van 6% en door een uitbreiding van het aantal schoonmaakuren onder andere vanwege extra lokalen (OBS ’t Heidemeer) en toegenomen vervuiling.
Dotatie voorziening onderhoud (EFJ 4.3.7)
De dotatie voor 2026 bedraagt €296.200 en ligt hiermee in lijn met 2025. De voorziening is opgebouwd conform de handreiking van de PO-Raad en gebaseerd op de onderhoudsbehoefte uit de MJOP’s. In 2027 wordt een dotatie voor de nieuwbouw van de Walstraschool toegevoegd.
Overige huisvestingslasten (EFJ 4.3.8)
Hier is een bedrag opgenomen voor diverse huisvestingszaken zoals plaatsing van afvalcontainers, huur van opslag voor overtollig meubilair, aanschaf van klein materiaal ten behoeve van alle scholen en overige onvoorziene kosten. Het resultaat op huisvesting in 2026 is €382.000 negatief. Een belangrijke reden hiervan is dat de vergoeding voor huisvestingslasten lager is dan de uitgaven. De normbedragen zijn in de jaren ’80 vastgesteld en daarna alleen gecorrigeerd met de inflatie. De discussie over een te lage vergoeding voor huisvestingslasten wordt al jaren gevoerd, vooralsnog zonder een realistische correctie.
28
Begroting 2026
2.9 Overige lasten (EFJ 4.4)
3 Baten 4.4 Overige lasten 4.4.1 Administratie en beheer 4.4.3 Leer- en hulpmiddelen 4.4.5 Overige Totaal: 4.4 Overige lasten
Realisatie
Prognose
Begroting
2024
2025
2026
€ € € €
478.711 538.134 418.595 1.435.440
€ € € €
490.699 471.506 156.589 1.118.794
€ € € €
513.454 497.819 151.837 1.163.110
Tabel 17
Veel van de posten die onder de overige instellingslasten vallen, zijn onderdeel van de schoolbegrotingen. De schoolbegrotingen hebben gezamenlijk geen groot effect op het resultaat. Daarom wordt daar in deze begroting niet op detail ingegaan. De grotere posten worden hieronder nader toegelicht. Dit zijn voornamelijk posten die bovenschools of op het stafbureau zijn begroot.
Administratie en beheer (EFJ 4.4.1) Realisatie
Prognose
Begroting
2024
2025
2026
211.104 €
213.000 €
226.000
4.4.1 - Administratie- en beheerslasten Administratie(kantoor)
€
Accountantskosten
€
25.141 €
24.000 €
25.000
Advieskosten
€
109.871 €
110.708 €
115.000
Kopieerkosten en drukwerk
€
62.636 €
79.000 €
79.500
Telefonie/internet
€
6.799 €
6.920 €
13.114
Kantoorbenodigheden
€
1.495 €
700 €
600
Portokosten
€
1.488 €
1.515 €
2.115
Abonnementen en vakliteratuur
€
5.784 €
3.380 €
3.025
Representatiekosten
€
7.276 €
6.280 €
4.150
PR en advertentie
€
12.213 €
6.231 €
6.450
Contributies
€
34.903 €
34.965 €
36.500
Juridische ondersteuning
€
-
€
4.000 €
2.000
478.711 €
490.699 €
513.454
Totaal 4.4.1 - Administratie- en beheerslasten € Tabel 18
Administratie(kantoor)
Dit betreft voor het grootste deel de lasten van het administratiekantoor Groenendijk. Verder zijn hier opgenomen: het beheer van de flexpool door SLIM personeelsbemiddeling, het gebruik van de begrotingstool Capisci en de module Kas & Pas, en werkzaamheden ten behoeve van de uitruilregeling en administratie fietsenplan. Prijzen worden jaarlijks geïndexeerd.
Accountantskosten
Dit betreft de kosten voor de controle van de jaarrekening door de accountant van Ultiem. De begrote kosten voor 2026 bedragen €25.000 en liggen iets hoger dan de prognose voor 2025, voornamelijk door indexatie van de tarieven.
29
Begroting 2026
In 2025 is Ultiem gestart met de selectie van een nieuwe accountant. Vanaf het boekjaar 2025 zal de controle worden uitgevoerd door een nieuw accountantskantoor. Dit kan in 2026 leiden tot een iets andere opbouw van de kosten.
Advieskosten
Ultiem maakt voor een aantal werkzaamheden gebruik van externe deskundigheid. De volgende posten zijn hierin opgenomen:
Begroting
Toelichting
2026 €
8.000 Betreft inkoopadv ies, contractbeheer schoonmaakcontract en aanbesteding energie (jaarlijks) en div ersen
€
34.500 ICT adv iseur
€
39.000 Bov enschools ICT-er
€
13.500 Ondersteuning IBP normenkader
€
14.331 Inhuur functionaris gegev ensbescherming
€
3.000 Ondersteuning stafbureau
€
1.000 Externe v ertrouwenspersoon
€
€
1.669 Onv oorzien
115.000
Tabel 19
Per 1 augustus 2025 heeft Ultiem het contractbeheer voor een aantal contracten in eigen beheer genomen. Alleen het contract voor schoonmaak wordt nog beheerd door het externe inkoopadviesbureau. De contracten die Ultiem voortaan zelf beheert, betreffen de multifunctionals, het ICT-beheer, leermiddelen en de inhuur van personeel. De ICT-adviseur ondersteunt Ultiem bij de verdere ontwikkeling van het ICT-beleid en het voldoen aan het IBP-normenkader. De bovenschools ICT-er is het eerste aanspreekpunt voor de scholen bij storingen, verzorgt de installatie van hardware en onderhoudt contact met de beleidsadviseur financiën en control over het beheer en de inzet van ICT-middelen. De ICT-adviseur en de bovenschools ICT-er werken daarbij nauw samen bij het oppakken van ICT-vraagstukken, zodat beleid en uitvoering goed op elkaar zijn afgestemd. Er is een bedrag van €13.500 gereserveerd voor extra ICT-inzet ter voorbereiding op het voldoen aan het IBP-normenkader. Vanaf 2027 moeten scholen een zelfevaluatie uitvoeren en een plan opstellen om uiterlijk in 2030 aan alle normen te voldoen. Ultiem maakt gebruik van een externe Functionaris Gegevensbescherming (FG) voor acht uur per maand. De FG voert diverse wettelijke toezichthoudende taken uit waaronder Toezicht en advies op beleidsvorming, DPIA’s, opvolging incidenten, adviseren bewustzijn en privacyvriendelijke cultuur.
Er is een bedrag van €3.000 gereserveerd voor ondersteuning of advisering van het stafbureau. Als er specifieke kennis of advies nodig is kan er een beroep worden gedaan op externe expertise. Er wordt door Ultiem gebruik gemaakt van een externe vertrouwenspersoon.
30
Begroting 2026
Leer- en hulpmiddelen (EFJ 4.4.3) Realisatie
Prognose
Begroting
2024
2025
2026
4.4.3 - Leer- en hulpmiddelen Kosten leer- en hulpmiddelen
€
270.528 €
214.022 €
229.675
Informatietechnologie
€
7.952 €
7.400 €
7.600
Licenties
€
217.004 €
209.530 €
220.200
Leerlingvolgsysteem
€
42.650 €
40.554 €
40.344
Totaal 4.4.3 - Leer- en hulpmiddelen
€
538.134 €
471.506 €
497.819
Tabel 20
Leer- en hulpmiddelen
hulpmiddelen in 2026 liggen hoger dan de prognose voor 2025. In de realisatie van 2024 zijn ook leermiddelen opgenomen die zijn aangeschaft met incidentele subsidies. Deze incidentele baten en lasten zijn in de prognose voor 2025 en de begroting voor 2026 buiten beschouwing gelaten, omdat ze moeilijk vooraf te ramen zijn. De stijging in 2026 sluit aan bij een bredere landelijke trend waarin de kosten voor leermiddelen toenemen. Uitgevers bieden methodes steeds vaker alleen nog aan in combinatie met digitale licenties of complete pakketten, waardoor scholen minder keuzevrijheid hebben en hogere vaste kosten per leerling dragen.
ICT Licenties en abonnementen
De begrote licentiekosten voor 2026 liggen hoger dan zowel de prognose voor 2025 als de realisatie van 2024. Van het totale bedrag van 2026 komt €179.000 voort uit de schoolbegrotingen (2025: €169.000). Deze stijging laat de verschuiving zien van traditionele leermethoden naar digitale licenties. Onder deze begrotingspost valt verder: bovenschoolse lasten voor het leerlingvolgsysteem (Parnassys), YourSafetyNet (AVG Tool), Wifi-as-a-Service (WaaS), de jaarlijkse kosten voor de hosting en het onderhoud van de website van Ultiem en de scholen en de backup- en hersteloplossing die mede in het kader van normenkader IBP is geïmplementeerd.
Leerlingvolgsysteem
Hiermee worden de jaarlijkse licentiekosten bedoeld voor Parnassys. Een deel van de licentiekosten voor Parnassys wordt op de schoolbegroting geboekt en een deel wordt bovenschools geboekt. Het betreft bedragen per leerling. De begroting 2026 ligt in lijn met de prognose van 2025.
31
Begroting 2026
Overige (EFJ 4.4.5) Realisatie
Prognose
Begroting
2024
2025
2026
4.4.5 - Overige Opleiden in de school ocw
€
13.510 €
-
€
-
Verzekeringslasten
€
70.432 €
68.500 €
67.500
Overige kosten
€
28.481 €
9.366 €
6.250
Kantinekosten
€
68.479 €
14.088 €
21.915
Culturele vorming
€
188.643 €
29.546 €
18.805
Medezeggenschap
€
7.976 €
10.774 €
10.909
Vergaderkosten
€
-
€
3.300
Gymnastiek onderwijs
€
3.072 €
6.000 €
6.000
Lasten CMK subsidie
€
7.643 €
6.379 €
6.858
Lasten Project gezonde school
€
4.248 €
1.936 €
300
-
€
Lasten werkdrukvermindering
€
7.747 €
-
Arrangementen passend onderwijs
€
18.365 €
10.000 €
€
10.000
-
Totaal 4.4.5 - Overige
€
418.595 €
156.589 €
151.837
Tabel 21
Onder “Overige” zijn met name posten opgenomen die uit de schoolbegroting komen. Deze post is ligt in lijn met de prognose van 2024. De realisatie in 2023 was aanzienlijk hoger. Dit is met name zichtbaar bij Cultuureducatie. In de realisatie van 2023 zijn veel culturele activiteiten betaald van incidentele subsidies zoals Tijd voor Toekomst en het Jeugdeducatiefonds. Deze uitgaven en de subsidiebaten die hier tegenover staan, zijn in de prognose van 2024 en de begroting van 2025 buiten beschouwing gelaten omdat deze lastig te begroten zijn en geen invloed hebben op het resultaat.
Verzekeringen
Dit betreft voor een groot deel de arbeidsongeschiktheidsverzekering voor het personeel van Ultiem die is afgesloten bij Loyalis. De premie van €57.000 die hiervoor wordt betaald, wordt op het salaris van het personeel ingehouden en draagt daarom niet bij aan het resultaat van de begroting 2026. Naast de arbeidsongeschiktheidsverzekering heeft Ultiem verzekeringen afgesloten bij AON. Het betreft verzekeringen voor bestuurdersaansprakelijkheid, aansprakelijkheid, collectieve ongevallen en WEGAS. De premie hiervoor is €11.500.
Medezeggenschapsraad
Dit zijn bedragen die zijn bedoeld voor kosten die gemaakt worden door de medezeggenschapsraad. Dit kunnen aanschaffingen zijn, maar ook scholing om de deskundigheid van de leden van de medezeggenschapsraad te vergroten. Het begrote bedrag is gelijk aan het bedrag voor medezeggenschap uit de materiële instandhouding.
Kosten bewegingsonderwijs
Dit betreft het jaarlijkse budget van de vakgroep lichamelijke opvoeding dat onder andere wordt besteed aan vervanging van klein materiaal en de aanschaf van materiaal voor sportdagen.
32
Begroting 2026
Lasten CMK subsidie
De uitgaven van €6.858 hebben betrekking op activiteiten in het kader van de regeling Cultuureducatie met Kwaliteit (CMK). Deze middelen worden ingezet om het cultuuronderwijs op school te verbreden, verdiepen en te borgen. Stichting Kunst & Cultuur is de organisatie die het programma uitvoert.
Arrangementen passend onderwijs
Er is €10.000 begroot voor maatwerkondersteuning aan leerlingen met extra behoeften, in het kader van Passend Onderwijs.
33
Begroting 2026
3. Treasuryplan 2026 Het treasuryplan is onderdeel van de begroting 2026. In dit plan worden de verwachtingen voor 2025 ten aanzien van treasury geschetst.
3.1 Liquiditeitsprognose (begrotingstermijn) De onderstaande liquiditeitenplanning laat het verloop van de liquide middelen van Ultiem zien. De volgende uitgangspunten zijn hierbij gehanteerd: •
Er wordt gekeken naar de liquide middelen die Ultiem bij de Rabobank op de betaalrekening en op de spaarrekeningen heeft uitstaan.
•
Het saldo liquide middelen bedraagt ultimo 2025 ongeveer €4,5 miljoen.
•
Het ontvangstritme van de rijksbijdragen is gebaseerd op de uitbetaling van het ministerie van OC&W.
•
In mei wordt het vakantiegeld uitbetaald en in december wordt de eindejaarsuitkering uitbetaald.
•
De afdrachten van de premies sociale lasten en de loonheffing vinden altijd een maand later plaats. De uitgaven van de personele lasten zijn daarom in de maanden januari, mei, juni en december het hoogst.
•
De huisvestingslasten zijn gelijkmatig over het jaar verdeeld.
Prognose 2026 Ontvangsten Rijksbijdragen
Totaal 14.681.958
jan 1.223.497
feb 1.223.497
mrt 1.223.497
apr 1.223.497
mei 1.223.497
jun 1.223.497
jul 1.223.497
aug 1.223.497
sept 1.223.497
okt 1.223.497
nov 1.223.497
dec 1.223.497
OCW achterstanden
1.049.940
87.495
87.495
87.495
87.495
87.495
87.495
87.495
87.495
87.495
87.495
87.495
87.495
Eerste opv ang v reemdelingen
418.323
104.581
-
-
104.581
-
104.581
-
-
-
104.581
-
-
Arbeidsmarkttoelage
119.745
-
-
-
119.745
-
-
-
-
-
-
-
-
Vooruitontv angen Basisv aardigheden
104.612
-
-
104.612
-
-
-
-
-
-
-
-
-
OCW :bijz.bek.prof.&begl.start.+schooll
102.296
8.525
8.525
8.525
8.525
8.525
8.525
8.525
8.525
8.525
8.525
8.525
8.525
Onderwijsregio's
106.450
-
-
-
-
106.450
-
-
-
-
-
-
-
Doorbetaling rijksbijdragen SW V
409.400
34.117
34.117
34.117
34.117
34.117
34.117
34.117
34.117
34.117
34.117
34.117
34.117 -
Gemeentelijke onderwijsachterstanden
65.000
65.000
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Inkomsten salaris detachering
89.850
44.925
-
-
-
-
-
44.925
-
-
-
-
-
Ov erige ontv angsten
9.658
805
805
805
805
805
805
805
805
805
805
805
805
-
130.242
-
-
130.242
Verhuur/medegebruik
520.966
130.242
-
Vooruitontv angen Tijd v oor toekomst
653.200
326.600
-
-
-
-
-
-
326.600
-
-
-
-
Rente schatkistbankieren 2025
100.000
100.000
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
18.431.398
2.025.785
1.354.438
1.459.049
1.709.005
1.460.888
1.459.018
1.529.604
1.681.038
1.354.438
1.589.260
1.354.438
1.354.438
15.277.672
1.527.767
1.145.825
1.145.825
1.145.825
1.527.767
1.527.767
1.069.437
1.069.437
1.145.825
1.145.825
1.145.825
1.680.544
430.921
35.910
35.910
35.910
35.910
35.910
35.910
35.910
35.910
35.910
35.910
35.910
35.910
Huisv estingslasten
1.724.756
143.730
143.730
143.730
143.730
143.730
143.730
143.730
143.730
143.730
143.730
143.730
143.730
Ov erige lasten
1.102.686
91.900
91.900
91.900
91.900
91.900
91.900
91.900
91.900
91.900
91.900
91.900
91.900
Totaal uitgav en
18.536.035
1.799.307
1.417.365
1.417.365
1.417.365
1.799.307
1.799.307
1.340.977
1.340.977
1.417.365
1.417.365
1.417.365
1.952.084
Mutatie v oorziening onderhoud
296.200
24.683
24.683
24.683
24.683
24.683
24.683
24.683
24.683
24.683
24.683
24.683
24.683
Inv esteringen MVA
202.304
16.859
16.859
16.859
16.859
16.859
16.859
16.859
16.859
16.859
16.859
16.859
16.859
Totaal ontv angsten
130.242
-
-
-
-
Uitgaven Personele lasten Ov erige personele lasten/uitkeringen
Liquide middelen aanv ang maand
1-jan
31-jan
28-feb
31-mrt
30-apr
31-mei
30-jun
31-jul
31-aug
30-sep
31-okt
30-nov
31-dec
4.500.000
4.500.000
4.734.303
4.679.200
4.728.709
5.028.173
4.697.578
4.365.115
4.561.567
4.909.452
4.854.349
5.034.069
4.978.966
Mutatie liquide middelen
(110.855)
234.303
(55.103)
49.509
299.464
(330.595)
(332.464)
196.452
347.886
(55.103)
179.719
(55.103)
(589.821)
Liquide middelen einde maand
4.500.000
4.734.303
4.679.200
4.728.709
5.028.173
4.697.578
4.365.115
4.561.567
4.909.452
4.854.349
5.034.069
4.978.966
4.389.145
Tabel 22
34
Begroting 2026
Liquiditeitsprognose 2026
€ 5.500.000 € 5.000.000 € 4.500.000 € 4.000.000 € 3.500.000 1-jan
31-jan
28-feb
31-mrt
30-apr 31-mei 30-jun 31-jul Liquide middelen…
31-aug 30-sep 31-okt 30-nov 31-dec
Afbeelding 2
In mei (vakantie-uitkering) en december (eindejaarsuitkering) wordt de dip met name door de betaling van salarissen en afdrachten veroorzaakt.
3.2 Spaar alternatieven en renteontwikkeling Ultiem maakt sinds 1 juni 2021 gebruik van schatkistbankieren bij het Ministerie van Financiën vanwege de negatieve rentes die destijds golden bij de grote Nederlandse banken. De rente die op deze rekening courant wordt vergoed is de rente die wordt gehanteerd door de Europese Bank, de zogenaamde ESTER rente. Deze rente was op 31 oktober 2025 1,93%. Voor de rentebaten is in de begroting rekening gehouden met 1,4% over een saldo van €4 miljoen. We zullen de ontwikkeling van de rente in 2026 blijven volgen.
3.3 Beleggingsalternatieven en koers- en rendementsprognoses Er zijn op dit moment geen geschikte beleggingsalternatieven, die hogere rendementen opleveren, waarbij de beschikbaarheid van de liquide middelen gewaarborgd blijft.
35
Begroting 2026
4. Meerjarenperspectief 2026-2030 4.1 Meerjarenbegroting 2026-2030 In onderstaande overzicht is de meerjarenbegroting 2026-2030 weergegeven. Leerlingen (1 februari voorafgaand jaar)
1829
1803
1762
1754
1725
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2026
2027
2028
2029
2030
3.1 - Rijksbijdragen
€
17.323.658 €
17.179.130 €
16.651.752 €
16.581.952 €
16.360.975
3.2 - Overige overheidsbijdragen
€
325.052 €
339.954 €
342.127 €
344.605 €
345.802
3.5 - Overige baten
€
611.116 €
610.816 €
610.816 €
610.816 €
610.816
Totaal Baten
€
18.259.826 €
18.129.900 €
17.604.695 €
17.537.373 €
17.317.593 14.535.457
4.1 - Personele lasten
€
15.797.479 €
15.243.811 €
14.747.208 €
14.710.221 €
4.2 - Afschrijvingen
€
323.959 €
338.219 €
328.752 €
332.451 €
315.511
4.3 - Huisvestingslasten
€
1.728.756 €
1.728.127 €
1.725.127 €
1.726.620 €
1.726.620
4.4 - Overige instellingslasten
€
665.291 €
660.714 €
661.023 €
663.023 €
652.395
4.5 - Leermiddelen
€
497.819 €
497.819 €
488.871 €
484.549 €
485.486
Totaal lasten
€
19.013.304 €
18.468.689 €
17.950.981 €
17.916.864 €
17.715.470
5.1 - Financiële baten
€
-56.000 €
-56.000 €
-56.000 €
-56.000 €
-56.000
5.2 - Financiële lasten
€
2.500 €
2.500 €
2.500 €
2.500 €
2.500
Totaal financiele baten en lasten
€
53.500 €
53.500 €
53.500 €
53.500 €
53.500
Resultaat reguliere bedrijfsvoering
€
-699.978 €
-285.289 €
-292.785 €
-325.991 €
-344.376
Niet in het boekjaar bestede NPO gelden (t.l.v. bestemmingsreserve)
€
69.802 €
30.105 €
-
-
Financiele Baten en lasten
Geschoond resultaat reguliere bedrijfsvoering
-630.176
-255.184
-292.785
€
-325.991
€
-344.376
Tabel 23
In de meerjarenbegroting van Ultiem zijn de meerjaren baten berekend op basis van de leerlingprognoses van de stichting. Vanaf 2026 tot en met 2030 is er sprake van jaarlijks dalende rijksbijdragen. Deze daling wordt met name veroorzaakt door dalende leerlingaantallen. Deze daling is in tabel 24 zichtbaar. Naast dalende rijksbijdragen vallen ook andere subsidies weg of nemen sterk af. De fusiebekostiging voor OBS De Woldstee is beëindigd per 1 augustus 2025 en voor OBS Het Noorderlicht eindigt deze per 1 augustus 2027. In 2026 ontvangen we hierdoor €146.000 minder subsidie (zie tabel 6, hoofdstuk 2.3). Er is ook geen bijdrage van het samenwerkingsverband voor deelverband Zuidoost begroot, terwijl dit in 2025 nog €117.000 was. Vanaf schooljaar 2025-2026 stopt bovendien de bijdrage voor de Taalschool Midden-Groningen. Dit leidt structureel tot ongeveer €100.000 minder inkomsten. Vanaf 2027 resteert een structureel materieel tekort van € 250.000–€ 350.000, vooral door huisvestingslasten. Huidige in de begroting opgenomen maatregelen (natuurlijk verloop, beëindiging tijdelijke contracten en extra bezuinigingen) reduceren ruim 21 fte en lossen het personele tekort op, maar niet het materiële tekort. Hiervoor is een aanvullende reductie van circa 3 fte nodig.
Mogelijke oplossingen om deze reducties te realiseren zijn herziening van groepsindeling (grotere groepen, inzet ondersteuners) en beperking van externe vervanging door betere interne inzet en preventie. Deze denkrichtingen worden in december besproken en uitgewerkt in het bestuursformatieplan 2026-2027.
36
Begroting 2026
Vanaf 2027 wordt de subsidie Verbetering Basisvaardigheden een structurele subsidie in de vorm van een gerichte bekostiging 1. De structurele subsidie Verbetering Basisvaardigheden bedraagt jaarlijks €182 per leerling.
Leerlingaantallen
Het verloop van de leerlingaantallen, die in de baten zijn verwerkt is als volgt: Realisatie
Prognose
Prognose
Prognose
Prognose Prognose
1-2-2024
1-2-2025
1-2-2026
1-2-2027
1-2-2028
1-2-2029
Basis voor bekostigingsjaar Aantal leerlingen
2025 1875
2026 1829
2027 1803
2028 1762
2029 1754
2030 1725
Mutatie
-85
-46
-26
-41
-8
-29
Leerlingen op teldatum
Tabel 24
In grafiekvorm ziet dat er als volgt uit.
Verloop aantal leerlingen Aantal leerlingen
1875 1829 1803 1762
1754 1725
1-2-2024
1-2-2025
1-2-2026
1-2-2027
1-2-2028
1-2-2029
Bekostigingsjaren teldata Afbeelding 3
In tabel 24 staat het aantal leerlingen vermeld, dat de basis vormt voor de berekening van de rijksbijdragen. In de vorige begroting van 2025-2029 was een leerlingdaling zichtbaar die zich in 2026 stabiliseerde op ca. 1790 leerlingen. In de voorliggende begroting van 2026-2030 is de prognose van het aantal leerlingen op 1-2-2026 hoger met 1803 leerlingen. Daarna daalt het aantal leerlingen echter jaarlijks door naar 1725 leerlingen op 1-2-2029. Bij de prognose van de leerlingen is onder andere gebruik gemaakt van het rapport “Prognoses basisscholen 2025 e.v.” van de gemeente Midden-Groningen. Met name de demografische meerjaren trends in dit rapport zijn meegenomen in het bepalen van de leerlingprognose naast andere ontwikkelingen die meespelen. De daling van het aantal leerlingen heef een groot effect op de hoogte van de Rijksbekostiging die wordt ontvangen. Deze Rijksbekostiging daalt door het afnemend aantal leerlingen de komende jaren ook fors.
1 Gerichte bekostiging is extra overheidsgeld dat scholen verplicht moeten besteden aan een specifiek doel en waarover
ze verantwoording moeten afleggen.
37
Begroting 2026
Personele Lasten
In de begroting 2026 is het Bestuursformatieplan 2025-2026 voor de periode januari – juli 2026 verwerkt, inclusief de besteding van de extra middelen. Voor het schooljaar 2026-2027 en verder is een concept formatieplan gemaakt aan de hand van de prognose van het aantal leerlingen. Op basis van dit concept formatieplan en de daling in bekostiging is er een jaarlijkse bezuiniging nodig van €140.000 tot €230.000. Hierbij is al rekening gehouden met natuurlijk verloop op basis van de pensioengerechtigde leeftijd en het niet verlengen van tijdelijke contracten. Om het getoonde structurele begrotingstekort op te lossen, zal er daarnaast nog eens €250.000 €350.000 per jaar bezuinigd moeten worden. Omdat dit tekort met name in de huisvestingslasten zit en hier geen grote slagen gemaakt kunnen worden, zal dit tekort vanuit de personele kant opgelost moeten worden. De noodzaak om een en ander anders te organiseren is hierdoor van belang. Tabel 30 toont het verloop van de beschikbare formatie, naar functiecategorie, in zowel loonkosten als fte’s: Functiecategorie
2026
2027
2028
2029
2030
Staf
€
421.948 €
418.416 €
401.570 €
403.829 €
406.314
Directie (incl. bestuurder)
€
1.385.974 €
1.391.597 €
1.391.597 €
1.391.597 €
1.391.597
Onderwijzend personeel schoolformatie
€
9.022.278 €
8.850.491 €
8.789.008 €
8.779.669 €
8.767.634
Onderwijzend personeel ov erig
€
2.139.335 €
1.855.974 €
1.842.717 €
1.855.433 €
1.862.924
Onderwijs ondersteunend personeel
€
1.358.047 €
1.336.374 €
1.348.196 €
1.361.231 €
1.370.853
Onderwijs ondersteunend personeel ov erig €
1.011.974 €
989.544 €
989.710 €
1.001.223 €
1.010.019
Bezuiniging
-148.000 €
-139.000 €
-375.000 €
-428.000 €
€
Subtotaal
15.191.557
14.703.396
530.000 €
14.387.797
435.000 €
435.000 €
14.364.981
-592.000 14.217.340
Externe inhuur
€
435.000 €
435.000
Totaal personele inzet
€ 15.721.557 € 15.138.396 € 14.822.797 € 14.799.981 € 14.652.340
Tabel 25 Functiecategorie
2026
2027
2028
2029
Staf
3,70
3,70
3,70
3,70
2030 3,70
Directie (incl. bestuurder)
9,27
9,27
9,27
9,27
9,27
Onderwijzend personeel schoolformatie
86,43
82,73
81,27
80,50
79,62
Onderwijzend personeel ov erig
19,14
15,71
15,43
15,42
15,37
Onderwijs ondersteunend personeel
15,97
15,45
15,45
15,45
15,45
Onderwijs ondersteunend personeel ov erig
14,63
13,69
13,69
13,69
13,65
Bezuiniging
-1,64
-1,54
-4,17
-4,76
-6,58
Subtotaal
149,14
139,01
134,64
133,27
130,48
Externe inhuur directie
1,23
-
-
-
2,00
Externe inhuur onderwijzend personeel
2,18
2,00
2,00
2,00
Externe inhuur onderwijs ondersteunend personeel
-
-
-
-
-
Subtotaal externe inhuur formatie
3,41
2,00
2,00
2,00
2,00
152,55
141,01
136,64
135,27
132,48
Totaal personele inzet
Tabel 26
Hierbij dient opgemerkt te worden dat de post onderwijzend personeel schoolformatie en onderwijsondersteunend personeel alleen het personeel betreft welke verbonden is aan de schoolformatie. De categorieën onderwijzend personeel overig en onderwijsondersteunend personeel overig hebben betrekking op alle posten met de functiecategorie OP of OOP (waaronder vakleerkrachten, werkdrukvermindering, Tijd voor Toekomst, Basisvaardigheden, Vervangingsfonds, etc.).
38
Begroting 2026
Leerlingratio
2026
2027
2028
2029
2030 79,62
Onderwijzend personeel (schoolformatie)
86,43
82,73
81,27
80,50
Leerlingtelling
1829
1803
1762
1754
1725
Leerling/fte ratio
21,16
21,79
21,68
21,79
21,67
Leerlingratio
2026
2027
2028
2029
2030
Onderwijzend personeel (schoolformatie)
86,43
82,73
81,27
80,50
79,62
Bezuiniging (personeel)
-1,64
-1,54
-4,17
-4,76
-6,58
Leerlingtelling
1829
1803
1762
1754
1725
Leerling/fte ratio
21,57
22,21
22,85
23,16
23,62
Leerlingratio
2026
2027
2028
2029
2030 79,62
Onderwijzend personeel (schoolformatie)
86,43
82,73
81,27
80,50
Bezuiniging (incl materiele tekort)
-1,64
-4,66
-7,29
-7,88
-9,70
Leerlingtelling
1829
1803
1762
1754
1725
Leerling/fte ratio
21,57
23,09
23,82
24,15
24,67
Tabel 27
Tabel 27 laat aan de hand van het onderwijzend personeel op schoolformatie (formatie gekoppeld aan de groepen) de groepsgrootte zien, waarbij er scenario’s getoond worden conform de cijfers in de meerjarenbegroting. We zien dat een stijging van de groepsgrootte noodzakelijk is om de begroting met een nihil resultaat te kunnen sluiten om ook de komende jaren een gezonde stichting te blijven.
Afschrijvingen
In tabel 28 staan de meerjaren investeringen die in deze begroting zijn verwerkt. Waar nodig volgt nu een toelichting op het verloop van deze tabel. In 2027 is de nieuwbouw van het Kindcentrum Kropswolde-Meerwijck gereed. De nieuwe school wordt voorzien van nieuw meubilair. Dit vergt een investering van €100.000. In 2029 is een bedrag van €75.000 opgenomen voor de vervanging van leerlingsetjes op OBS Driespan. Bij ICT worden in 2028 de chromebooks vervangen en in 2029 de medewerkerlaptops. In die jaren is een piek te zien bij de investeringen. Ook worden verspreid over de jaren 2026 tot en met 2030 de digiborden vervangen. Investeringen
2026
2027
2028
2029
2030
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
€
€
Investering gebouwen en terreinen
€
5.000 €
30.000 €
-
Investering meubilair
€
44.000 €
105.000 €
37.000 €
Investering OLP (onderwijsleerpakket)
€
41.350 €
41.484 €
Investering ICT
€
111.954 €
98.381 €
Investering TZ (Technische Zaken)
€
-
€
-
€
-
Investering overige MVA (materiële vaste activa) €
-
€
-
€
-
Totaal investeringen
€
202.304 €
274.865 €
-
-
80.000 €
5.000
30.129 €
13.250 €
18.500
200.716 €
263.440 €
79.096
€
-
€
-
€
-
€
267.845 €
356.690 €
102.596
Tabel 28
39
Begroting 2026
Afschrijvingen
2026
2027
2028
2029
2030
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Afschrijving gebouwen en terreinen
€
15.811 €
17.212 €
14.175 €
12.924 €
12.387
Afschrijving meubilair
€
95.514 €
100.983 €
101.063 €
102.308 €
98.758
Afschrijving OLP (onderwijsleerpakket)
€
53.127 €
55.054 €
51.950 €
47.311 €
42.198
Afschrijving ICT
€
155.409 €
160.870 €
157.465 €
165.810 €
158.068
Afschrijving TZ (Technische Zaken)
€
4.100 €
4.100 €
4.100 €
4.100 €
4.100
Afschrijving overige MVA (materiële vaste activa) € Totaal afschrijvingen
€
-
€
-
323.959 €
€
338.219 €
-
€
-
328.752 €
€
-
332.451 €
315.511
Tabel 29
De afschrijvingen zijn jaarlijks redelijk constant. De afschrijvingen van leermiddelen dalen, omdat bij leermethoden een trend zichtbaar is, waarbij steeds meer met licenties wordt gewerkt. Hierdoor wordt minder in fysieke leermethoden geïnvesteerd.
Huisvestingslasten
In hoofdstuk 2.8 Huisvestingslasten is een gedetailleerde toelichting gegeven op de begroting van 2026. Ten behoeve van het meerjarenperspectief zijn de lasten grotendeels overgenomen voor 2027 tot en met 2030. Het is niet mogelijk om te voorspellen hoe de energielasten zich in de toekomst zullen ontwikkelen. In het meerjarenperspectief is daarom uitgegaan van blijvend hoge energielasten. Leerlingen (teldatum voorafgaand jaar)
1829
1803
1762
1754
1725
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2026
2027
2028
2029
2030
3.1.1.1 Gebouwafhankelijke baten
€
892.992 €
884.424 €
884.424 €
858.720 €
850.152
3.5.1 Opbrengst verhuur
€
520.966 €
520.966 €
520.966 €
520.966 €
520.966
4.2.2 Afschrijvingen (zonnepanelen)
€
-
4.3 Huisvestingslasten 4.3.1 Huurlasten
€
355.956 €
345.827 €
345.827 €
339.820 €
339.820
4.3.3 Onderhoudslasten (klein onderhoud)
€
179.500 €
172.500 €
169.500 €
177.000 €
177.000
4.3.4 Energie en water
€
189.000 €
189.000 €
189.000 €
189.000 €
189.000
4.3.5 Schoonmaakkosten
€
604.000 €
604.000 €
604.000 €
604.000 €
604.000
4.3.6 Belastingen en heffingen ter zake van huisvesting
€
58.100 €
58.100 €
58.100 €
58.100 €
58.100
4.3.7 Dotatie voorziening onderhoud
€
296.200 €
312.700 €
312.700 €
312.700 €
312.700
€
46.000 €
46.000 €
46.000 €
46.000 €
46.000
4.3.8 Overige huisvestingslasten Totaal: 4.3 Huisvestingslasten
€ 1.728.756 € 1.728.127 € 1.725.127 € 1.726.620 € 1.726.620
Loonkosten (conciërge, administratie)
€
67.500 €
67.500 €
67.500 €
67.500 €
67.500
Resultaat huisvesting
€ -382.298 €
-390.237 €
-387.237 €
-414.434 €
-423.002
Tabel 30
De verwachting was dat op de nieuwgebouwde locaties de vergoeding materiële instandhouding zou voldoen. Door hoge energielasten, maar ook andere exploitatielasten is dit echter niet het geval en is er sprake van een negatief resultaat op huisvesting. Ook ontstaat op de lange termijn van 1520 jaar meer risico bij het groot onderhoud van de gebouwen. Dit vraagt om een gedegen onderhoudsplan met vaste ketenpartners. Bij de overgang naar de vereenvoudigde bekostiging is de subsidie materiële instandhouding komen te vervallen. Deze subsidie is op basis van het laatste jaar waarin deze subsidie is ontvangen (2022)
40
Begroting 2026
geïndexeerd met de stijging van het prijsgevoelige deel van de vereenvoudigde bekostiging. Op deze manier kan Ultiem de ontwikkeling van het resultaat op huisvesting blijven volgen. De huisvestingslasten bij nieuwe gebouwen gaan niet fors naar beneden, je ziet een verschuiving van uitgaven aan energie naar uitgaven aan onderhoud voor installaties. De enorme huisvestingslasten die de oude gebouwen hadden, zagen wij als schoolbestuur niet, want die lasten lagen nog bij gemeente Midden-Groningen. De MI bekostiging gaat uit van kengetallen uit de jaren ’80 die niet reëel of slechts inflatievolgend geïndexeerd zijn. De normvergoeding voor schoonmaak is bijvoorbeeld niet genoeg om ook daadwerkelijke goed schoon te kunnen maken. Binnen het onderhoud wordt ook rekening gehouden met de meerjaren onderhoud dotatie voor over 20 jaar. Bij het huidige prijsniveau, betekent dit een aanzienlijke reservering. Ondanks de innovaties in de bouw en soms prijsverlagingen is het niet verstandig het meerjaren onderhoudsplan te minimaliseren. De huidige periode laat enorme prijsstijgingen zien vanwege schaarste van producten. De voorziening voor groot onderhoud binnen Ultiem is gevormd conform de handreiking voor de verwerking van groot onderhoud zoals deze is opgesteld door de PO-Raad.
41
Begroting 2026
4.2 Meerjarenbalans 2026-2030 Op basis van de huidige meerjarenbegroting is de onderstaande opgesteld.
Meerjarenbalans 2026-2030 Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2026
2027
2028
2029
2030
1.2 - Totaal Materiële vaste activa
€
1.724.159 €
1.660.805 €
1.599.898 €
1.624.137 €
1.3 - Financiële vaste activa
€
-
-
-
-
1.5 - Vorderingen
€
985.290 €
€
€
985.290 €
€
985.290 €
€
985.290 €
1.411.221 985.290
1.7 - Liquide middelen
€
4.132.081 €
4.206.951 €
4.287.772 €
4.250.242 €
4.431.481
Totaal Activa
€
6.841.530 €
6.853.046 €
6.872.960 €
6.859.669 €
6.827.993
2.1 - Eigen Vermogen
€
1.964.187 €
1.678.898 €
1.386.112 €
1.060.121 €
715.745
2.2 - Voorzieningen
€
1.478.421 €
1.775.226 €
2.087.926 €
2.400.626 €
2.713.326
2.4 - Kortlopende schulden
€
3.398.922 €
3.398.922 €
3.398.922 €
3.398.922 €
3.398.922
Totaal Passiva
€
6.841.530 €
6.853.046 €
6.872.960 €
6.859.669 €
6.827.993
Tabel 31
In de bovenstaande meerjarenbalans is zichtbaar dat de materiële vaste activa na 2026 een dalende trend laten zien —op een kleine stijging in 2029 na— omdat de afschrijvingen dan hoger zijn dan de investeringen. De vorderingen en kortlopende schulden zijn constant gehouden. De liquide middelen blijven ondanks de negatieve resultaten redelijk stabiel. Dit komt omdat de afschrijvingen hoger zijn de investeringen. Dit heeft een positief effect op de liquiditeit. Afschrijvingen hebben namelijk geen invloed op de liquiditeit. Ditzelfde geldt voor de dotaties aan de voorziening onderhoud. Ook deze hebben geen effect op de liquide middelen. Overigens heeft de dotatie aan (met name) de voorziening onderhoud voor de eigen scholen wel een negatieve invloed op het resultaat en daarmee op het eigen vermogen. Een deel van de totale dotatie wordt bij de medegebruikers in rekening gebracht en heeft daardoor geen invloed op het resultaat. De resultaten uit de meerjarenbegroting zijn in deze balans gemuteerd in het eigen vermogen. Hierdoor is vanaf 2026 jaarlijks een daling zichtbaar. Bij de voorzieningen is zichtbaar dat hieraan veel wordt gedoteerd. De onttrekkingen zijn in de jaren 2026 tot en met 2030 echter nog relatief laag. Daarom laten de voorzieningen de komende jaren een stijgende lijn zien. De onttrekkingen volgen in een later stadium.
42
Begroting 2026
4.3 Kengetallen De meerjarenbalans en resultatenrekening resulteren in de kengetallen die zichtbaar zijn in tabel 32.
Kengetallen
Begroting 2026 (B)
Kengetal Liquiditeit
Begroting 2027 (B)
Begroting 2028 (B)
Begroting 2029 (B)
Begroting 2030 (B)
OCW
> 0,75
1,51
1,53
1,55
1,54
1,59
Solvabiliteit 1 (Excl. voorzieningen)
28,71%
24,50%
20,17%
15,45%
10,48%
Solvabiliteit 2 (Incl. voorzieningen)
50,32%
50,40%
50,55%
50,45%
50,22%
> 30%
Weerstandsvermogen 1 (excl.MVA)
1,39%
0,11%
-1,28%
-3,40%
-4,25%
> 5%
Rentabiliteit
-3,83%
-1,57%
-1,66%
-1,86%
-1,99%
-10,00%
Tabel 32
*) Dit is een nieuwe signaleringswaarde die is ontwikkeld door de inspectie voor het onderwijs voor bovenmatige reserves bij onderwijsinstellingen
Liquiditeit
Liquiditeit Liquiditeit
2,00
1,51
1,53
1,55
1,59
1,54
1,50 1,00 0,50 0,00
De liquiditeit wordt gedefinieerd als de vlottende activa gedeeld door de kortlopende schulden. De liquiditeit geeft aan in hoeverre de stichting in staat is om op tijd haar schulden te betalen.
De liquiditeit van Ultiem is ruim boven de door OCW gehanteerde signaleringswaarde van 0,75. Ultiem Liquiditeit Signaleringswaarde kan ruimschoots voldoen aan haar kortlopende verplichtingen. De liquiditeit blijft de komende jaren constant, ondanks de negatieve resultaten. De grote investeringen in meubilair zijn al gedaan. De afschrijvingen zijn de komende jaren hoger dan de investeringen. Afschrijvingslasten hebben geen negatief effect op de liquiditeit. De afschrijvingslasten worden voor het bepalen van de liquiditeit gecorrigeerd op het resultaat. Hetzelfde geldt voor de mutatie van voorziening voor groot onderhoud. De komende jaren is de dotatie aan de onderhoudsvoorziening nog een stuk hoger dan de onttrekking. De mutatie in de onderhoudsvoorziening wordt voor het bepalen van de liquiditeit gecorrigeerd op het resultaat en heeft een positief effect op de liquiditeit. 2026 (B)
2027 (B)
2028 (B)
2029 (B)
2030 (B)
Solvabiliteit 1
De solvabiliteit geeft aan in hoeverre de organisatie in staat is aan haar lange termijnverplichtingen te voldoen. Solvabiliteit 1 is gedefinieerd als het eigen vermogen (excl. voorzieningen) gedeeld door het totale vermogen. Voor dit kengetal hanteert OCW geen signaleringswaarde. Het hierna genoemde kengetal solvabiliteit 2 heeft wel een signaleringswaarde bij OCW.
43
Begroting 2026
Solvabiliteit 2
Solvabiliteit 2 Solvabiliteit
60,00% 40,00%
50,32%
50,40%
50,55%
50,45%
50,22%
2026 (B)
2027 (B)
2028 (B)
2029 (B)
2030 (B)
20,00% 0,00%
Solvabiliteit 2 (Incl. voorzieningen)
De solvabiliteit geeft aan in hoeverre de organisatie in staat is aan haar lange termijnverplichtingen te voldoen. Solvabiliteit 2 is gedefinieerd als het eigen vermogen (incl. voorzieningen) gedeeld door het totale vermogen. Bij solvabiliteit 2 wordt door het ministerie van OCW een signaleringswaarde gehanteerd van 30%.
Signaleringswaarde
De solvabiliteit van Stichting Ultiem zit hier ruim boven en laat een constant beeld zien.
Weerstandsvermogen
Weerstandsvermogen
Weerstandsvermogen 6,00% 4,00% 2,00% 0,00% -2,00% -4,00%
1,39% 2026 (B)
0,11% 2027 (B)
-6,00% Weerstandvermogen
-1,28% 2028 (B)
2029 (B) -3,40%
2030 (B) -4,25%
Signaleringswaarde
Het weerstandsvermogen zegt iets over de reservepositie van de stichting en over de mogelijkheid om financiële tegenvallers te kunnen opvangen. Weerstandsvermogen is gedefinieerd als eigen vermogen minus materiële vaste activa (MVA) gedeeld door de rijksbijdrage. Het ministerie van OCW hanteert hiervoor een signaleringswaarde van 5%.
De prognose laat zien dat Ultiem vanaf 2026 ruim onder deze norm uitkomt. Het weerstandsvermogen daalt van 1,39% in 2026 naar -4,25% in 2030. Dit betekent dat de beschikbare reserves onvoldoende zijn om risico’s op te vangen volgens de inspectienormen. Ultiem heeft in 2022 een risicoanalyse uitgevoerd waarin tien strategische risico’s zijn vertaald naar een benodigde financiële buffer. Deze analyse blijft relevant, maar de huidige ontwikkeling vraagt om hernieuwde aandacht voor risicobeheersing en het versterken van het eigen vermogen. In hoofdstuk 4.4 Risicomanagement wordt hier verder op ingegaan.
44
Begroting 2026
Rentabiliteit
Rentabiliteit
Rentabiliteit 0,00% -2,00% -4,00% -6,00% -8,00% -10,00% -12,00%
-1,57% -3,83%
-1,66%
-1,86%
-1,99%
De rentabiliteit geeft aan in hoeverre de inkomsten en uitgaven van een instelling elkaar in evenwicht houden. Rentabiliteit is gedefinieerd als totaalresultaat gedeeld door de totaal baten.
De prognose laat zien dat de rentabiliteit in alle jaren negatief blijft. In 2026 bedraagt deze -3,83% en Rentabiliteit Signaleringswaarde verbetert daarna licht tot -1,57% in 2027, maar blijft vervolgens dalen naar -1,99% in 2030. Hoewel dit onder de signaleringswaarde van OCW blijft (-10% voor één jaar), voldoet het kengetal niet aan de norm van minimaal 0% over drie jaar. Dit betekent dat structureel sprake is van een tekort, wat aandacht vraagt voor het realiseren van een sluitende exploitatie. 2026 (B)
2027 (B)
2028 (B)
2029 (B)
2030 (B)
Normatief publiek eigen vermogen
De inspectie van het onderwijs heeft een nieuwe signaleringswaarde ontwikkeld voor het signaleren van bovenmatig (publiek) eigen vermogen. Zodra het (publieke) eigen vermogen van een bestuur boven de signaleringswaarde uitkomt, is dit volgens de inspectie een indicatie dat het bestuur mogelijk te veel eigen vermogen ongebruikt laat. Daarom moeten schoolbesturen zich vanaf verslagjaar 2020 hierover verantwoorden.
Kengetal Normatief publiek eigen vermogen *)
Begroting 2026 (B)
Begroting 2027 (B)
Begroting 2028 (B)
Begroting 2029 (B)
Begroting 2030 (B)
2.637.150
2.567.300
2.480.133
2.501.005
Eigen vermogen Ultiem
1.964.187
1.678.898
1.386.112
1.060.121
2.277.101 715.745
Verschil werkelijk - normatief
-672.963
-888.402
-1.094.021
-1.440.884
-1.561.356
Tabel 33 *) Dit kengetal is door de inspectie van het onderwijs ontwikkeld om bovenmatige reserves bij onderwijsinstellingen te signaleren.
In de huidige prognose ligt het eigen vermogen van Ultiem in alle jaren onder het normatief publiek eigen vermogen. In 2026 bedraagt het verschil -€672.963 en dit loopt op tot -€1.561.356 in 2030. Dit betekent dat Ultiem niet beschikt over bovenmatig eigen vermogen, maar juist een tekort ten opzichte van de normatieve waarde. Deze ontwikkeling vraagt aandacht voor het versterken van de financiële positie. Voor de duiding van het eigen vermogen en de benodigde buffer blijft de risicoanalyse uit 2022 relevant. In hoofdstuk 4.4 Risicomanagement wordt hier verder op ingegaan.
45
Begroting 2026
4.4 Risicomanagement Ultiem heeft in 2022 een risicoanalyse uitgevoerd waarin tien strategische risico’s zijn geïdentificeerd, zoals risico’s op onderwijskwaliteit, personeel, besluitvorming en imago. Voor elk risico zijn beheersmaatregelen vastgesteld om de kans en impact van deze risico’s te verkleinen. Deze maatregelen zijn onderdeel van het interne risicobeheersingsbeleid en worden periodiek geëvalueerd. De risico’s zijn vertaald naar een financiële buffer die nodig is om eventuele gevolgen op te vangen. Op basis hiervan is het benodigde eigen vermogen berekend, inclusief de vervangingswaarde van activa. De actuele prognose laat zien dat het eigen vermogen van Ultiem in alle jaren aanzienlijk lager is dan het benodigde vermogen. Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Benodigd eigen vermogen volgens risicoanalyse
2026 € 2.879.024
2027 € 2.815.670
2028 € 2.754.764
2029 € 2.779.002
2029 € 2.566.087
Verschil werkelijk - benodigd
€
€ -1.136.773
€ -1.368.651
€ -1.392.890
€ -1.505.966
-914.837
Tabel 34
In 2026 bedraagt het tekort €914.837 en dit loopt op tot €1.505.966 in 2030 (zie Tabel 34). Dit betekent dat Ultiem niet beschikt over voldoende reserves om alle geïdentificeerde risico’s volledig af te dekken. Gevolgen voor de begroting In de meerjarenraming is het verschil tussen het werkelijke en het benodigde eigen vermogen zichtbaar gemaakt, zodat inzicht ontstaat in de mate waarin de financiële buffer tekortschiet. In de toelichting op het eigen vermogen is opgenomen dat de huidige reserves onvoldoende zijn om alle risico’s af te dekken. Dit is expliciet benoemd als aandachtspunt voor het financieel beleid. Daarnaast bevat de begroting oplossingsrichtingen om de negatieve trend te keren en de buffer op termijn te versterken. Mogelijke maatregelen zijn: •
• •
Kostenbeheersing en efficiencymaatregelen (verschillende besparingsopties zijn in de begroting benoemd, maar moeten nog samen met bestuur, staf en directeuren worden beoordeeld en verder uitgewerkt); Onderzoek naar aanvullende inkomsten en subsidies; Actualisatie van risicobeheersmaatregelen.
Door deze informatie op te nemen in de begroting is transparant gemaakt hoe de financiële positie zich verhoudt tot de risico’s en welke stappen worden voorzien om deze positie te verbeteren. De verdere uitwerking van maatregelen vindt plaats in 2026, onder andere in het bestuursformatieplan en in overleg met de directeuren.
46
Begroting 2026