CConstaterende datMidden-Groningen
Koppel je AI →
Document · PDF

06. Bijlage 4 - Begroting 2026-2030 DEF

Raadsvergadering 5 maart 2026, gemeente Midden-GroningenBij agendapunt: Begroting 2026 Scholengroep OPRON en Stichting Ultiem (R)16.609 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Inhoud Voorwoord

3

1. Uitgangspunten begroting

5

1.1

Strategische en beleidsmatige uitgangspunten

5

1.2

Baten

5

1.3

Salarislasten/allocatie van middelen

6

1.4

Huisvesting

6

1.5

Afschrijvingen

7

2. Toelichting begroting 2026

7

2.1

Toelichting op hoofdlijnen

7

2.2

Gedetailleerde toelichting

9

2.3

Rijksbijdragen (EFJ 3.1)

11

2.4

Overige overheidsbijdragen (EFJ 3.2)

16

2.5

Overige baten (EFJ 3.5)

17

2.6

Personele lasten (EFJ 4.1)

19

2.7

Afschrijvingen (EFJ 4.2)

23

2.8

Huisvestingslasten (EFJ 4.3)

26

2.9

Overige lasten (EFJ 4.4)

29

3. Treasuryplan 2026

34

3.1

Liquiditeitsprognose (begrotingstermijn)

34

3.2

Spaar alternatieven en renteontwikkeling

35

3.3

Beleggingsalternatieven en koers- en rendementsprognoses

35

4. Meerjarenperspectief 2026-2030

36

4.1

Meerjarenbegroting 2026-2030

36

4.2

Meerjarenbalans 2026-2030

42

4.3

Kengetallen

43

4.4

Risicomanagement

46

5. Bestuursbesluit meerjarenbegroting 2026-2030

47

Voorwoord Stichting Ultiem verzorgt in de gemeente Midden-Groningen op 10 scholen openbaar basisonderwijs. Ultiem streeft vanuit haar strategisch Koersplan 2023-2027 met de titel ‘Talent voor de klas’ beleidsrijke doelen na, waarbij de focus ligt op het versterken van het talent van onze professionals én het ontdekken en ontwikkelen van de talenten van onze leerlingen. We ontwikkelen ons samen meer en meer tot de professionele onderwijsorganisatie, die we willen zijn en in lijn hiermee is ook de begroting 2026 van Stichting Ultiem opgesteld, welke nu voor u ligt. Voor nieuwkomers voeren we hiernaast regie op de Taalschool Midden-Groningen, een bovenbestuurlijke voorziening waarin alle schoolbesturen en de gemeente Midden-Groningen samenwerken. Tot 2024 participeerde het Samenwerkingsverband PO 20.01 ook, maar volgens een herzien programma van eisen inzake passend onderwijs in 2024 is dat niet langer toegestaan zoals dit voorheen georganiseerd was. Dit betekende voor deze voorziening dat een deel co-financiering is weggevallen. Aandachtspunt voor 2026 is om de exploitatie van de taalschool te volgen op financiële resultaten en deze parallel hieraan te vergelijken met die van vergelijkbare voorzieningen. Zoals aangegeven is deze begroting, welke in nauw overleg met de beleidsadviseurs en schooldirecteuren tot stand is gekomen, geënt op het Koersplan.

De Raad van Toezicht, de Auditcommissie en de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad hebben positief kritisch meegedacht en meegekeken. Bij belangrijke aspecten is zorgvuldig stilgestaan bij de invloed hiervan op deze begroting. Zo is er nog steeds sprake van een mate van krimp in leerlingaantal. Ingeval de leerlingdaling zich daadwerkelijk zo gaat ontwikkelen, ontkomen we er niet aan hierop te moeten anticiperen, teneinde baten en lasten met elkaar in balans te brengen. Dit vraagt nauwe afstemming met de directeuren in relatie tot formatieplannen, omdat een wezenlijke factor zit in de bemensing van het aantal mogelijk te vormen groepen. Hier staat echter tegenover dat we aan de vooravond staan van het uitrollen van de sociale agenda van Nij Begun in een programma voor een verrijkte schooldag. Vanuit het Rijk zijn hiervoor gelden toegezegd, dit om een ereschuld in relatie tot de jarenlange gaswinning in het Noorden in te lossen. Derhalve mogen we rekenen op extra budgetten om een (na)schools aanbod te organiseren gedurende een aanzienlijk aantal schooljaren. Ondanks bovengenoemde onzekerheden heeft de Raad van Toezicht en de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad respectievelijk goedkeuring en positief advies gegeven voor deze begroting.

Middels integrale managementrapportages zal Ultiem nauwlettend sturing blijven geven aan haar organisatie en de doelen waarin zij zich wil door ontwikkelen. Met vertrouwen leg ik u daarom deze begroting voor! Marian Bakker bestuurder

3

Begroting 2026

1. Uitgangspunten begroting 1.1 Strategische en beleidsmatige uitgangspunten Het koersplan 2023-2027 vormt de basis voor de begroting 2026 en het meerjarenperspectief 20272030. De financiële keuzes zijn afgeleid van de strategische thema’s onderwijskwaliteit, onderwijskansen en onderwijsarbeidsmarkt. De jaarplannen geven richting aan de noodzakelijke personele en materiële inzet en worden gebaseerd op beleidsrijke keuzes. Verder gelden de volgende bestuurlijke kaders: • • •

het vastgestelde bestuursformatieplan 2025-2026 (instemming GMR, goedkeuring RvT); het vastgestelde meerjaren ICT beleidsplan 2020-2025; een doelmatige inzet van middelen binnen de vereenvoudigde bekostiging.

1.2 Baten De rijksbijdragen voor 2026 zijn gebaseerd op de leerlingtelling van 1 februari 2025 (t-1). Voor de jaren 2027-2030 zijn de prognoses opgesteld door de schooldirecteuren. De dalende leerlingaantallen werken structureel door in de bekostiging. De begroting is opgesteld op basis van de door OCW vastgestelde loon- en prijsbijstellingen voor 2026 en de huidige systematiek van de Vereenvoudigde Bekostiging. Nij Begun is voor het onderwijs nog in de opstartfase. De uitvoering gaat plaatsvinden via de Sociale Agenda, waarbij investeringen verlopen via gemeenten, provincies en samenwerkingsverbanden. Middelen worden tot nu niet rechtstreeks aan schoolbesturen verstrekt, maar via programma’s zoals Tijd voor Toekomst en lokale/gemeentelijke coalities. Omdat er voor 2026 nog geen subsidie Nij Begun aan Ultiem is toegekend en er nog geen besluit is over eventuele rechtstreekse uitkeringen aan schoolbesturen, worden in deze begroting geen baten uit Nij Begun opgenomen. Bovendien is nog onduidelijk op welke wijze Nij Begun-middelen in de toekomst mogen worden ingezet en op welke wijze personeel hierop mag worden ingezet. Zolang de inzet, voorwaarden en verdeling niet bekend zijn, worden deze middelen in de begroting 2026 en de meerjarenraming niet meegenomen. De subsidies Basisvaardigheden en Tijd voor Toekomst worden verantwoord op basis van daadwerkelijk gerealiseerde uitgaven.

Dit betekent dat alleen het deel van de subsidie wordt opgenomen dat in het begrotingsjaar wordt besteed. Eventuele resterende middelen worden doorgeschoven naar het volgende jaar. In de begroting worden uitsluitend de salarislasten opgenomen die direct ten laste van deze subsidies worden ingezet. Materiële kosten binnen deze regelingen worden niet afzonderlijk begroot aan baten- of lastenzijde. In tabel 1 staat het aantal leerlingen vermeld, dat de basis is voor de berekening van de rijksbijdragen. Hierbij is geen onderscheid gemaakt tussen onderbouw en bovenbouw, omdat dit bij de berekening van de vereenvoudigde bekostiging geen rol meer speelt.

Leerlingen op teldatum

Realisatie

Prognose

Prognose

Prognose

Prognose Prognose

1-2-2024

1-2-2025

1-2-2026

1-2-2027

1-2-2028

1-2-2029

Basis voor bekostigingsjaar Aantal leerlingen

2025 1875

2026 1829

2027 1803

2028 1762

2029 1754

2030 1725

Mutatie

-85

-46

-26

-41

-8

-29

Tabel 1

5

Begroting 2026

In onderstaande grafiek is de daling van de leerlingaantallen visueel gemaakt.

Verloop aantal leerlingen Aantal leerlingen

1875 1829 1803 1762

1754 1725

1-2-2024

1-2-2025

1-2-2026

1-2-2027

1-2-2028

1-2-2029

Bekostigingsjaren teldata Afbeelding 1

1.3 Salarislasten/allocatie van middelen Het bestuursformatieplan 2025-2026 vormt het uitgangspunt voor de begroting 2026 (periode januarijuli 2026). Voor 2026-2027 is reeds een concept formatieplan gemaakt, mede op basis van de leerlingprognoses. De daling van de bekostiging wordt deels opgevangen door: • • •

het niet verlengen van tijdelijke contracten en uitbreidingen; het verwerken van uitstroom vanwege het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd; inzet van subsidies Basisvaardigheden en Tijd voor Toekomst en ook werkdrukmiddelen voor bestaande personele inzet, voor zover dit passend is binnen de subsidieregels.

Deze maatregelen zijn helaas onvoldoende om het negatieve personele resultaat van 2026 op te lossen. Naast deze formatie-effecten is daarom in de begroting een extra personele bezuiniging in euro’s opgenomen, gebaseerd op de jaarlijkse afname van het aantal leerlingen.

1.4 Huisvesting De begroting gaat uit van de actuele huisvestingssituatie van alle scholen en kindcentra. Voor OBS Walstraschool wordt rekening gehouden met de geplande overgang naar nieuwbouw per 1 januari 2027. Voor de locaties die eigendom zijn van de gemeente Midden-Groningen worden de gebruiks- en huurlasten jaarlijks geïndexeerd op basis van de CPI Alle Huishoudens, conform de bestaande afspraken. De afspraken over beheer, exploitatie en doorbelasting met gemeenten en samenwerkingspartners blijven in 2026 ongewijzigd. Voor de kindcentra met meerdere gebruikers blijven de huidige verrekenen doorbelastingssystematieken van kracht. Er zijn voor 2026 geen nieuwe financiële verplichtingen of groot onderhoudsprojecten opgenomen die afwijken van het reguliere beleid. Eventuele wijzigingen in beheer of eigendom worden pas verwerkt zodra hierover formeel is besloten.

6

Begroting 2026

1.5 Afschrijvingen Ultiem hanteert een stichtingbreed investerings- en afschrijvingsbeleid voor ICT en meubilair. Iedere school beschikt over een basisuitrusting ICT, bestaande uit één leerlingdevice per vier leerlingen en een laptop voor alle medewerkers. De afschrijvingen op deze basisuitrusting, evenals de afschrijvingen op digiborden, netwerkapparatuur en de sinds 2025 bovenschools verantwoorde huur van multifunctionals, worden bovenschools gedekt. Hiervoor wordt bij de scholen een vaste afroming toegepast naar rato van het aantal leerlingen. Ook de afschrijvingen van het basismeubilair (voor inrichting van de groepen) worden bovenschools gefinancierd en deels bekostigd via een afroming. Een klein deel van de middelen voor meubilair wordt niet afgeroomd. Scholen kunnen dit bedrag naar eigen inzicht inzetten voor de aanschaf van meubilair dat niet tot de basisuitrusting behoort, afhankelijk van specifieke wensen of behoeften. De jaarlijkse afroming wordt verhoogd met de prijsgevoelige bijstelling binnen de wettelijke bekostiging.

2. Toelichting begroting 2026 2.1 Toelichting op hoofdlijnen In onderstaand overzicht is de begroting op hoofdlijnen weergegeven. Leerlingen (op 1 februari voorafgaand jaar)

1960

1875

1875

1829

Realisatie

Begroting

Prognose

Begroting

2024

2025

2025

2026

3.1 - Rijksbijdragen

€ 17.359.089 € 17.219.012 € 17.211.013 €

3.2 - Overige overheidsbijdragen

€

459.402 €

212.287 €

303.314 €

3.4 - Opbrengst werk voor derden

€

-

-

-

3.5 - Overige baten

€

861.102 €

€

€

683.244 €

€

704.065 €

17.323.658 325.052 611.116

Totaal Baten

€ 18.679.593 € 18.114.543 € 18.218.392 €

18.259.826

4.1 - Personele lasten

€ 15.634.626 € 15.487.383 € 15.635.023 €

15.797.479

4.2 - Afschrijvingen

€

331.715 €

4.3 - Huisvestingslasten

€

1.650.367 €

4.4 - Overige instellingslasten

€

897.307 €

657.288 €

647.288 €

4.5 - Leermiddelen

€

538.134 €

471.506 €

471.506 €

497.819

Totaal lasten

€ 19.052.149 € 18.641.505 € 18.780.269 €

19.013.304

300.379 €

323.959

1.713.573 € 1.726.073 €

311.755 €

1.728.756 665.291

Financiele Baten en lasten 5.1 - Financiële baten

€

-164.372 €

-100.000 €

-100.000 €

5.2 - Financiële lasten

€

4.337 €

2.736 €

2.736 €

-56.000 2.500

Totaal financiele baten en lasten

€

160.035 €

97.264 €

97.264 €

53.500

Resultaat reguliere bedrijfsvoering

€

-212.521 €

-429.698 €

-464.613 €

-699.978

Toev oegingen / onttrekkingen aan bestemmingsreserv e NPO

€

-157.578 €

38.174 €

68.649 €

69.802

Geschoond resultaat reguliere bedrijfsvoering

€

-370.099 €

-391.524 €

-395.964 €

-630.176

Afwijkingen buiten normale bedrijfsvoering

Tabel 2

Naast het resultaat reguliere bedrijfsvoering wordt ook een geschoond resultaat getoond. Hierin zijn twee correcties op het resultaat verwerkt, waardoor de verschillende jaren beter met elkaar kunnen worden vergeleken. Het resultaat reguliere bedrijfsvoering wordt gecorrigeerd voor de volgende incidentele effecten:

7

Begroting 2026

In 2024, 2025 en 2026 zijn de toevoegingen en onttrekkingen aan de bestemmingsreserve NPO gecorrigeerd op het resultaat reguliere bedrijfsvoering. Dit is het gevolg van geldende verslaggevingsregels die aangeven dat de ontvangen NPO-middelen naar rato van het jaar moeten worden verantwoord. Als de besteding van NPO-middelen in een jaar lager was dan de ontvangen NPO-middelen, dan is het restant toegevoegd aan de bestemmingsreserve NPO en is dit bedrag in tabel 2 in mindering gebracht op het resultaat uit reguliere bedrijfsvoering om tot een geschoond resultaat te komen. Als de besteding hoger was dan de ontvangen NPO gelden, dan volgde er een onttrekking aan de bestemmingsreserve NPO en is het verschil in tabel 2 toegevoegd aan het reguliere resultaat om tot een geschoond resultaat te komen. Het geschoond resultaat van de begroting 2026 is €630.176 negatief. Dit is €238.652 negatiever dan het geschoonde resultaat van de begroting 2025 en €235.365 negatiever dan de geschoonde prognose voor 2025. In hoofdstuk 2.2. wordt een gedetailleerde toelichting gegeven op de begroting van 2026. In deze toelichting op de begroting wordt in een aantal overzichten een kolom met de prognose voor 2025 getoond. Het betreft hier de prognose 2025 afkomstig uit de laatste managementrapportage (tot en met augustus 2025) die is besproken met de raad van toezicht.

In tabel 2 en 3 (a en b) is de kolom begroting 2025 opgenomen. In hoofdstuk 2.3 en verder wordt de kolom begroting 2025 niet meer weergegeven. De reden hiervan is dat de prognose 2025 meer actuele en daarmee meer relevante informatie geeft dan de begroting 2025.

Vordering OCW- stand van zaken hoger beroep

Per 1 januari 2023 is de reguliere bekostiging overgegaan van schooljaar- naar kalenderjaarbekostiging (Vereenvoudigde Bekostiging). Hierdoor ontving Ultiem in 2022 7,12% minder bekostiging over de periode augustus t/m december 2022. Het gaat voor Ultiem om circa €675.000 minder bekostiging. Ultiem behoort tot de groep schoolbesturen die hiertegen beroep heeft ingesteld. De rechtbank gaf de besturen in 2024 gelijk, waarna het ministerie hoger beroep heeft ingesteld. De behandeling in hoger beroep vond plaats op 18 september 2025. De uitspraak wordt eind 2025 verwacht. Zolang de uitspraak nog niet definitief is, wordt de mogelijke nabetaling niet als bate opgenomen in de begroting 2026. Indien de Raad van State de eerdere uitspraak bevestigt, volgt de uitbetaling binnen enkele maanden na de uitspraak. Eventuele financiële effecten worden verwerkt zodra hierover duidelijkheid bestaat.

Indexatie baten en lasten Ultiem volgt voor de indexatie van de bekostiging en salarislasten het advies van de PO Raad van 17 november 2025. Rijksbijdragen Ten opzichte van de bekostigingsbedragen uit de eerste Regeling bekostiging WPO en WEC van 2026 is een indexatie toegepast van 3,8%. Hierbij is rekening gehouden met zowel loon- als prijsbijstelling als ook met het wegvallen van de incidentele gelden in de definitieve regeling 2025. Salarislasten Uitgaande van de salaristabellen cao primair onderwijs 2024-2025 houdt Ultiem rekening met een stijging van de brutobedragen van 4,9%.

8

Begroting 2026

2.2 Gedetailleerde toelichting In dit hoofdstuk wordt per post een toelichting gegeven op de begroting 2026, gebaseerd op het exploitatieoverzicht (tabel 2). De genoemde nummers zijn EFJ-codes zoals voorgeschreven in de financiële verslaggeving onderwijs. Leerlingen (1 februari voorafgaand jaar)

3 Baten 3 Baten 3.1 Rijksbijdragen 3.1.1 Rijksbijdragen OCW/EZ 3.1.2 Overige subsidies OCW / EZ 3.1.3 Inkomensoverdracht van rijksbijdragen Totaal: 3.1 Rijksbijdragen

€ € € €

1960

1875

1875

1829

Realisatie

Begroting

Prognose

Begroting

2024

2025

2025

2026

14.153.331 2.482.099 723.659 17.359.089

€ € € €

14.058.270 2.562.124 598.618 17.219.012

€ € € €

14.093.773 2.517.275 599.966 17.211.014

€ € € €

14.707.160 2.207.098 409.400 17.323.658

3.2 Overheidsbijdragen / subsidies overige overheden 3.2.2 Overige overheidsbijdragen / subsidies overige overheden €

459.402 €

212.287 €

303.314 €

325.052

Totaal: 3.2 Overheidsbijdragen / subsidies overige overheden

€

459.402 €

212.287 €

303.314 €

325.052

3.5 Overige baten 3.5.0 Overige baten 3.5.1 Opbrengst verhuur 3.5.2 Detachering personeel 3.5.10 Overige Totaal: 3.5 Overige baten

€ € € € €

101.917 496.794 194.329 68.062 861.102

1.936 517.410 163.898 683.244

1.936 538.339 126.790 37.000 704.065

€ € € € €

300 520.966 89.850 611.116

€

18.679.593 €

18.218.393 €

18.259.826

Totaal: 3 Baten

€ € € € €

€ € € € €

18.114.543 €

Tabel 3a

9

Begroting 2026

Leerlingen (1 februari voorafgaand jaar)

3 Baten 4 Lasten

1960

1875

1875

1829

Realisatie

Begroting

Prognose

Begroting

2024

2025

2025

2026

4.1 Personeelslasten 4.1.1 Lonen, salarissen, sociale lasten en pensioenlasten 4.1.2 Overige personele lasten 4.1.3 Ontvangen vergoedingen Totaal: 4.1 Personeelslasten

€ € € €

4.2 Afschrijvingen 4.2.2 Afschrijvingen materiele vaste activa Totaal: 4.2 Afschrijvingen

€ €

4.3 Huisvestingslasten 4.3.1 Huurlasten 4.3.3 Onderhoudslasten (klein onderhoud) 4.3.4 Energie en water 4.3.5 Schoonmaakkosten 4.3.6 Belastingen en heffingen ter zake van huisvesting 4.3.7 Dotatie voorziening onderhoud 4.3.8 Overige huisvestingslasten Totaal: 4.3 Huisvestingslasten

€ € € € € € € €

359.002 127.974 254.303 545.261 46.457 274.060 43.310 1.650.367

€ € € € € € € €

336.573 169.500 242.500 549.450 57.750 309.500 48.300 1.713.573

€ € € € € € € €

362.573 169.500 242.500 549.450 57.750 296.000 48.300 1.726.073

€ € € € € € € €

355.956 179.500 189.000 604.000 58.100 296.200 46.000 1.728.756

4.4 Overige lasten 4.4.1 Administratie en beheer 4.4.3 Leer- en hulpmiddelen 4.4.5 Overige Totaal: 4.4 Overige lasten

€ € € €

478.711 538.134 418.595 1.435.440

€ € € €

500.699 471.506 156.589 1.128.794

€ € € €

490.699 471.506 156.589 1.118.794

€ € € €

513.454 497.819 151.837 1.163.110

€

19.052.149 €

18.641.505 €

18.780.269 €

19.013.304

6.1.1 Rentebaten en soortgelijke opbrengsten 6.2.1 Rentelasten en soortgelijke lasten Totaal: 6 Financiële baten en lasten

€ € €

-164.372 € 4.337 € -160.036 €

-100.000 € 2.736 € -97.264 €

-100.000 € 2.736 € -97.264 €

-56.000 2.500 -53.500

Totaal:

€

-212.520 €

-699.978

Totaal: 4 Lasten

14.840.270 1.634.209 -839.852 15.634.626

€ € € €

331.715 € 331.715 €

14.713.166 1.597.726 -823.509 15.487.383

€ € € €

311.755 € 311.755 €

14.851.361 1.594.454 -810.792 15.635.023

€ € € €

15.191.558 1.317.769 -711.848 15.797.479

300.379 € 300.379 €

323.959 323.959

6 Financiële baten en lasten

-429.698 €

-464.612 €

Toev oegingen / onttrekkingen aan bestemmingsreserv e NPO

-157.578

38.174

68.649

69.802

Geschoond resultaat gewone bedrijfsvoering

-370.098

-391.524

-395.963

-630.176

Tabel 3b

Bestemmingsreserve

Het laatste jaar waarvoor NPO-subsidie is ontvangen is 2022-2023. De subsidieregeling NPO liep door tot en met 31 juli 2025. Tot deze datum kon de subsidie worden besteed. Er is een bestemmingreserve gevormd voor de niet bestede NPO middelen. Het restant van deze bestemmingsreserve valt in 2025 vrij en wordt in de jaarrekening van 2025 toegevoegd aan de algemene reserve. Omdat er tot en met 2027 nog personele inzet uit de NPO-periode doorloopt, worden de hiermee samenhangende uitgaven in de begroting apart zichtbaar gehouden onderaan de tabel.

10

Begroting 2026

2.3 Rijksbijdragen (EFJ 3.1) Indexatie rijksbekostiging Voor de begroting 2026 is het advies van de PO Raad om uit te gaan van een stijging van circa 3,8% van de rijksbijdrage ten opzichte van de eerste Regeling bekostiging 2026. In de eerste Regeling bekostiging 2026 is een aanpassing van de bekostiging opgenomen van circa 0,39% ten opzichte van de definitieve regeling 2025. Dit bestaat uit: •

•

De indexering van het prijsgevoelige deel van de bekostiging is voor 2026 vastgesteld op 5,64%. Het prijsgevoelige aandeel van de bekostiging is in de regeling bekostiging PO 2025 vastgesteld op 10,85%. De prijsindexatie komt hiermee op 0,612% (10,85% van 5,64%) van de reguliere bekostiging. De incidentele middelen van 2025 (0,24%) vallen in 2026 weg. Deze indexering is al in de eerste regeling bekostiging PO 2025 verwerkt en in deze begroting al in de bekostigingsbedragen verwerkt.

De looncomponent van de bekostiging wordt nader vastgesteld in de definitieve regeling bekostiging 2026. Voor de begroting gaan wij uit van het advies van 3,8%. Deze indexering is in de begroting 2026-2030 verwerkt.

Rijksbijdragen OCW (EFJ 3.1.1) Leerlingen (1 februari voorafgaand jaar)

1960

1875

1829

Realisatie

Prognose

Begroting

2024

2025

2026

13.586.166 €

13.464.298 €

14.064.308

3.1.1 - Rijksbijdragen OCW Vereenvoudigde bekostiging

€

Werkdrukmiddelen

€

567.165 €

629.475 €

642.852

Totaal 3.1.1. - Rijksbijdrage OCW

€

14.153.331 €

14.093.773 €

14.707.160

Tabel 4

Rijksbekostiging vereenvoudigd

Scholen krijgen vanaf 1 januari 2023 een basisbedrag per leerling en school. Dit is gedaan om de bekostiging duidelijker, eenvoudiger en voorspelbaarder te maken. Om sterk negatieve of positieve effecten van de invoering van de nieuwe bekostigingssystematiek tegen te gaan, gold er een overgangsregeling voor de eerste drie jaar. 2025 was het derde en laatste overgangsjaar. In 2026 bedraagt de vereenvoudigde bekostiging €14.064.308 inclusief €642.852 werkdrukmiddelen. De overgangsbekostiging eindigt in 2025; vanaf 2026 geldt volledig de nieuwe systematiek.

Werkdrukmiddelen

De werkdrukmiddelen (€351,48 per leerling) zijn één op één opgenomen als baten en lasten en hebben daardoor geen resultaatseffect.

11

Begroting 2026

Overige subsidies OCW (EFJ 3.1.2) Realisatie

Prognose

Begroting

2024

2025

2026

3.1.2 - Overige subsidies OCW Brugfunctionaris

€

-

€

160.000 €

160.000

Basisvaardigheden

€

379.261 €

316.377 €

268.670

Bijzondere bekostiging samenvoeging

€

323.929 €

231.275 €

82.231

School en omgeving

€

25.113 €

-

-

Onderwijsachterstandenbeleid

€

1.099.357 €

1.103.523 €

Professionalisering & begeleiding starters en schoolleiders

€

206.584 €

103.013 €

Subsidie SOOL

€

15.000 €

5.000 €

-

Eerste opvang vreemdelingen

€

338.764 €

380.000 €

418.333

Onderwijsregio PO Noord -subsidie PBSS

€

-

€

104.400 €

106.450

Arbeidsmarkttoelage

€

79.115 €

113.687 €

119.745

Studieverlof

€

14.976 €

-

Totaal 3.1.2. - Overige subsidies OCW

€

2.482.099 €

2.517.275 €

€

€

1.051.669 -

2.207.098

Tabel 5

Brugfunctionaris

De subsidie Brugfunctionaris is bedoeld om de verbinding tussen school, thuis en ondersteuning te versterken. Vier Ultiem-scholen ontvangen hiervoor elk een bedrag van €120.000 per school voor een periode van drie jaar. In 2026 is €160.000 aan baten opgenomen. Hier staan voor hetzelfde bedrag uitgaven tegenover. De kind-ouder-ondersteuners zijn in dienst van de gemeente en worden ingezet op alle scholen van Ultiem. Een deel van deze kind-ouder-ondersteuners wordt betaald van de subsidie Brugfunctionaris van de vier scholen en een deel wordt door de gemeente bekostigd met NPG/Tijd voor Toekomst middelen. Op deze manier kan er goed invulling gegeven aan de rol van Brugfunctionaris op de basisscholen.

Subsidie basisvaardigheden

De subsidie Basisvaardigheden is bedoeld voor interventies ter versterking van taal, rekenen, burgerschap en digitale geletterdheid. De subsidie wordt per leerling toegekend op basis van de telling van 1 februari voorafgaand aan het startjaar en kan gedurende twee jaar worden ingezet. Alle Ultiem-scholen hebben inmiddels één keer subsidie ontvangen. In de praktijk wordt de subsidie breed besteed, onder andere aan personele inzet, professionalisering en materiële ondersteuning. Voor 2026 is €268.670 aan baten begroot. In de begroting is alleen het personele deel opgenomen, omdat deze kosten het grootste deel van de besteding vormen en vooraf goed te ramen zijn. Materiële uitgaven ten laste van basisvaardigheden zijn niet opgenomen, omdat deze lastiger betrouwbaar te begroten zijn. Vanaf 2027 ontvangen alle scholen structurele extra middelen via de gerichte bekostiging Basisvaardigheden.

12

Begroting 2026

Bijzondere bekostiging samenvoeging

Schoolbesturen ontvangen gedurende zes schooljaren een compensatie wanneer twee scholen fuseren en de personele bekostiging hierdoor afneemt. Deze tijdelijke tegemoetkoming is bedoeld om de personele en organisatorische gevolgen van de fusie op te vangen. Voor Ultiem betreft dit de fusie van OBS Het Ruimteschip en OBS Nico Bulderschool (nu OBS Het Noorderlicht) per 1 augustus 2021. In 2026 wordt hiervoor €82.231 ontvangen. Het schooljaar 2026–2027 is het laatste jaar waarin deze fusiebekostiging wordt toegekend. Vanaf 2028 valt deze bekostiging volledig weg, wat leidt tot een structurele daling van de personele bekostiging. Het verloop van de samenvoegingsbaten is opgenomen in tabel 6. In het bestuursformatieplan is al rekening gehouden met een gefaseerde afbouw van de inzet, zodat de formatie op termijn niet afhankelijk blijft van deze tijdelijke middelen. School OBS Het Noorderlicht

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

Realisatie

Prognose

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

79.736

82.231

82.231

47.968

47.968

-

-

OBS De Woldstee

239.746

145.982

-

-

-

-

-

Totaal

292.706

228.213

82.231

47.968

47.968

-

-

Tabel 6

Aanvullende bekostiging onderwijsachterstandenbeleid

De aanvullende bekostiging onderwijsachterstandenbeleid is bedoeld om leerlingen met een verhoogd risico op onderwijsachterstand extra te ondersteunen. De hoogte van de bekostiging wordt per school bepaald op basis van de door het CBS berekende achterstandsscore van de leerlingenpopulatie. Voor 2026 bedraagt de bekostiging €877,55 per eenheid achterstandsscore (prijspeil inclusief 3,8% indexatie). Door dalende achterstandsscores bij de scholen van Ultiem valt de totale OAB-bijdrage in 2026 lager uit dan in 2024 en 2025. De baten zijn conform deze ontwikkeling in de begroting verwerkt.

Bijzondere bekostiging professionalisering en begeleiding starters en schoolleiders (PBSS)

De PBSS-bekostiging wordt binnen Ultiem gebruikt voor de professionalisering en begeleiding van startende leerkrachten en schoolleiders. Tot en met 2025 werd deze bekostiging deels via OCW en deels via de onderwijsregio verstrekt. Vanaf 2026 is de PBSS-bekostiging van OCW opgenomen in de basisbekostiging en wordt het volledige bedrag via de vereenvoudigde bekostiging per leerling verstrekt (bron: PO-Raad). Hierdoor vervalt de aparte subsidieregeling PBSS. Voor 2026 komt dit neer op €55,93 per leerling en een totaal bedrag van €102.296, dat is opgenomen in de vereenvoudigde bekostiging. Binnen Ultiem wordt dit bedrag deels ingezet voor professionalisering en begeleiding van starters en deels voor aanvullende ontwikkelingstrajecten voor schoolleiders.

13

Begroting 2026

Subsidieregeling onderwijsassistenten opleiding tot leraar (SOOL)

In 2026 wordt er geen subsidie ontvangen, omdat er geen onderwijsassistenten zijn die een opleiding tot leraar volgen.

Eerste opvang vreemdelingen

De “Bijzondere bekostiging voor de eerste opvang van asielzoekers en overige vreemdelingen in het PO” is een subsidie die wordt ontvangen voor leerlingen die korter dan één jaar in Nederland zijn. Hiernaast is de regeling “Bijzondere bekostiging voor asielzoekers gedurende het tweede jaar in Nederland” van toepassing voor de bekostiging van asielzoekerskinderen in het tweede jaar. De subsidie is toegekend aan de Taalschool Midden-Groningen (TMG) als onderdeel van OBS De Achtbaan. Taalschool Midden-Groningen In kindcentrum Punt West is onder het brinnummer van OBS De Achtbaan de bovenbestuurlijke Taalschool Midden-Groningen gevestigd. Op deze school kunnen kinderen van 6 tot en met 12 jaar die net in Nederland en woonachtig in de gemeente Midden-Groningen zijn en die nog geen Nederlands spreken, een jaar lang les krijgen in een klas met nieuwkomers. De subsidie komt volledig ten goede aan de Taalschool. De geïndexeerde subsidie 2026 voor nieuwkomers is €418.334. Naast het leren van de Nederlandse taal, heeft de Taalschool aandacht te geven aan leerlingen, die vanwege (met name) traumatische ervaringen specifieke begeleiding in het kader van passend onderwijs vragen. De Taalschool ontvangt van de gemeente Midden-Groningen onderwijskansenbeleid een aanvullende subsidie van €65.000 per jaar.

in

het

kader

van

Tot 31 juli 2025 ontving de Taalschool jaarlijks een bijdrage van het samenwerkingsverband PO 20.01 Op het eind was dit een bedrag van €99.000 per jaar. Het samenwerkingsverband is bij het opmaken van de begroting voor 2025 tot de ontdekking gekomen dat ze de subsidie aan Ultiem voor de Taalschool M-G met ingang van 1 augustus 2025 moet stoppen. Het ministerie van OCW stelt namelijk dat de middelen passend onderwijs niet bestemd zijn voor bestrijding van taalachterstanden (NT2).

Onderwijsregio PO Noord

In 2026 ontvangt Ultiem in totaal €106.450 via de Onderwijsregio PO Noord. Hiervan heeft €91.450 betrekking op de middelen die voortkomen uit de voormalige PBSS-regeling en die binnen de onderwijsregio worden ingezet voor de professionalisering en begeleiding van startende leerkrachten en schoolleiders. Deze bijdrage bedraagt €50 per leerling op basis van de telling van 1 februari 2025. Daarnaast wordt in 2026 €15.000 ontvangen in het kader van het opleiden van leraren: hiervoor wordt €1.250 per Pabo-student vergoed voor 12 studenten die bij Ultiem stage lopen.

Arbeidsmarkttoelage

Ook in 2026 wordt de arbeidsmarkttoelage ontvangen. Deze arbeidsmarkttoelage is toegekend aan 15% van de scholen in Nederland met relatief de hoogste achterstandsscores. Binnen Ultiem wordt deze arbeidsmarkttoelage in 2026 zowel aan OBS De Achtbaan als aan OBS De Ontdekking toegekend. De toelage wordt ook ten behoeve van het personeel van deze scholen ingezet en is ook bij de salarislasten opgenomen. In 2024 ontving alleen De Achtbaan de arbeidsmarkttoelage en was het totaalbedrag lager.

14

Begroting 2026

Nij Begun

De subsidie “Nij Begun” is een toekenning van de Nederlandse overheid gericht op het ondersteunen van de regio Groningen en Noord-Drenthe. Er is onder andere een sociale agenda opgesteld waarin een aantal doelen zijn geformuleerd die de komende dertig jaar bereikt moeten worden. De doelen zijn gericht op het verbeteren van de gezondheid, (gelijke) kansen voor kinderen, sociale leefbaarheid, gemeenschapszin, zelfbewustzijn, trots, regionale identiteit en het tegengaan van (intergenerationele) armoede. Dit programma is opgezet om de ereschuld aan de regio Groningen en Noord-Drenthe in te lossen vanwege de gaswinning en de aardbevingsproblematiek. Het betreft structurele middelen gegeven de looptijd van dertig jaar. Voor het onderwijs bevindt Nij Begun zich in 2026 nog in de opstartfase. De uitvoering vindt plaats via de Sociale Agenda, waarbij investeringen verlopen via gemeenten, provincies en samenwerkingsverbanden. Middelen worden tot nu niet rechtstreeks als subsidie aan schoolbesturen uitgekeerd, maar via programma’s zoals Tijd voor Toekomst en gemeentelijke coalities. De middelen zijn met name bedoeld om een verrijkte schooldag te bieden aan de leerlingen. Uiteindelijk kunnen alle basisscholen in deze regio twee uur per week extra cultuur, sport, of andere verrijking bieden en een derde van de scholen, die het meest kwetsbaar, zijn maximaal zes uur per week.

Omdat er nog geen besluit is genomen over een eventuele rechtstreekse uitkering aan scholen, nemen wij in 2026 geen baten Nij Begun op.

Inkomensoverdracht van rijksbijdragen (EFJ 3.1.3) Realisatie

Prognose

Begroting

2024

2025

2026

3.1.3 - Inkomensoverdracht van rijksbijdragen SWV Toekenning Arr. (eigen ond.budg)

€

18.117

€

-

SWV, deelverband Zuidoost

€

128.584 €

117.000 €

-

SWV, basisondersteuning

€

477.958 €

422.966 €

409.400

SWV, mondiale school

€

99.000 €

60.000 €

-

Totaal 3.1.3. - Inkomensoverdracht van rijksbijdragen

€

723.659 €

599.966 €

409.400

Tabel 7

Doorbetalingen rijksbijdragen SWV Stichting Ultiem ontvangt via het samenwerkingsverband passend onderwijs PO 20.01 middelen voor leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben. De middelen worden ingezet voor ondersteuning binnen het reguliere onderwijs of, indien dat niet toereikend is, om de leerling met bekostiging te laten overstappen naar een beter passende onderwijsvoorziening. De bekostiging wordt per kalenderjaar toegekend en is afhankelijk van het aantal leerlingen en het doorverwijzingspercentage naar het speciaal basisonderwijs

SWV, deelverband Zuidoost

Naast een basis subsidie voor passend onderwijs binnen reguliere scholen, worden afspraken gemaakt over arrangementen die binnen het deelverband Zuidoost beschikbaar zijn. Dit betreft arrangementen die worden ingezet voor bepaalde groepen e/o leerlingen zodat zoveel mogelijk thuis nabij onderwijs kan worden geboden. Voor deze arrangementen ontvangt ieder bestuur

15

Begroting 2026

binnen het deelverband extra budget. Voor 2026 is op dit moment nog geen duidelijkheid of er opnieuw een bijdrage wordt verstrekt en, zo ja, wat de omvang daarvan zal zijn.

SWV, basisondersteuning

De begroting van het samenwerkingsverband voor 2026 was bij het opstellen van deze begroting nog niet vastgesteld. Daarom is de bijdrage voor basisondersteuning gebaseerd op het bedrag van 2025 en berekend naar rato van het leerlingenaantal per 1 februari 2025. Voor 2025 bedroeg de bijdrage €409.400, inclusief een malus van €81.636 door een hoger doorverwijzingspercentage naar het SBO dan de norm van 2%.

SWV, mondiale school (Taalschool)

De Taalschool Midden-Groningen ontving tot en met juli 2025 een aanvullende bijdrage van het samenwerkingsverband passend onderwijs (€60.000 in 2025; €99.000 in 2024). Deze bijdrage is per 1 augustus 2025 beëindigd.

2.4 Overige overheidsbijdragen (EFJ 3.2) Realisatie

Prognose

Begroting

2024

2025

2026

3.2 - Overheidsbijdragen en -subsidies overige overheden Doelsubsidie (niet geoormerkt)/CMK

€

10.109 €

9.607 €

6.858

Gemeente: vergoeding GOA

€

60.000 €

65.000 €

65.000

Gemeente: bijdrage TOV

€

102.745 €

-

€

-

Gemeente: bijdragen overig

€

-

€

68.000 €

-

Gemeente: Tijd voor toekomst

€

286.548 €

154.457 €

253.194

Gemeente: onderwijskansenakkoord

€

-

€

6.250 €

-

459.402 €

303.314 €

325.052

Totaal 3.2 - Overheidsbijdragen en -subsidies overige overh€

Tabel 8

Doelsubsidie (niet geoormerkt)/CMK

Dit is een subsidie die door de scholen kan worden aangevraagd en bedoeld is om de kwaliteit van cultuureducatie in het basisonderwijs te verbeteren. Voorwaarde is dat er ook sprake is van een eigen financiële inbreng van de school. Deze bedragen zijn begroot op de scholen waar deze subsidie van toepassing is en maken onderdeel uit van de schoolbegroting, waarvoor de schooldirecteur verantwoordelijk is. Er is voor 2026 een bate van €6.858 begroot. Voor hetzelfde bedrag zijn ook uitgaven begroot.

Gemeente: vergoeding GOA

De gemeente Midden-Groningen verstrekt jaarlijkse een bijdrage aan de Taalschool MiddenGroningen vanuit het onderwijskansenbeleid. De Taalschool is een bovenbestuurlijke voorziening onder het brinnummer van OBS De Achtbaan en verzorgt NT2-onderwijs voor nieuwkomers uit de hele gemeente. Naast deze gemeentelijke bijdrage ontvangt Ultiem voor de Taalschool rijksbekostiging voor asielzoekers en overige vreemdelingen, die specifiek bedoeld is voor het geven van NT2-onderwijs aan kinderen die de Nederlandse taal nog niet beheersen.

16

Begroting 2026

Tot en met juli 2025 droeg ook het samenwerkingsverband PO 20.01 bij aan de Taalschool. Deze bijdrage is per 1 augustus 2025 beëindigd, omdat middelen voor passend onderwijs volgens OCW uitsluitend mogen worden ingezet voor extra ondersteuning binnen de kaders van de Wet passend onderwijs. NT2-onderwijs valt hier niet onder en mag daarom niet met SWV-middelen worden bekostigd. Voor 2026 is bij de gemeente een subsidie van €90.000 aangevraagd. Omdat de aanvraag nog niet formeel is toegekend, is in de begroting het bedrag van 2025, zijnde €65.000 opgenomen.

Gemeente: Tijd voor Toekomst

Tijd voor Toekomst is onderdeel van het Nationaal Programma Groningen (NPG) en richt zich op het bieden van een verrijkte schooldag en het verminderen van onderwijsachterstanden in het aardbevingsgebied. De subsidie wordt via de gemeente Midden-Groningen aan de deelnemende scholen toegekend. Binnen Ultiem nemen alle scholen deel aan Tijd voor Toekomst, met uitzondering van Walstraschool, Driespan en Theo Thijssenschool. De activiteiten bestaan onder andere uit extra lestijd, talentontwikkeling en programma’s gericht op het welzijn en de brede ontwikkeling van leerlingen. In de baten voor 2026 is alleen de dekking voor personele inzet meegenomen, omdat deze structureel en betrouwbaar te ramen is. Materiële uitgaven en daarmee samenhangende baten worden niet opgenomen in deze begroting, aangezien de omvang vooraf sterk afhankelijk is van de gekozen activiteiten en daardoor moeilijk voorspelbaar is. De voor 2026 begrote bate voor Tijd voor Toekomst bedraagt €253.195, gelijk aan de geraamde personele inzet. In de kolom prognose 2025 staan een aantal bedragen die in 2026 niet meer terugkomen: •

€68.000. Dit betreft een éénmalige gemeentelijke subsidie voor NT2 leerlingen.

•

In 2024 is voor de laatste keer een subsidie ontvangen voor de Tijdelijke Onderwijs Voorziening (TOV). Deze voorziening is per 1 maart 2024 beëindigd. De meeste Oekraïense leerlingen zijn doorgestroomd naar het regulier onderwijs in de gemeente Midden-Groningen.

2.5 Overige baten (EFJ 3.5) Realisatie

Prognose

Begroting

2024

2025

2026

3.5 - Overige baten Opbrengst verhuur

€

496.794 €

538.339 €

520.966

Detachering personeel

€

172.680 €

116.790 €

89.850

10.000 €

-

€

-

Overige baten personeel

€

21.649 €

Verkoop activa

€

3.019

Vergoeding vakonderwijs

€

65.043 €

37.000 €

-

Overige baten

€

101.917 €

1.936 €

300

Totaal 3.5 - Overige baten

€

861.102 €

704.065 €

611.116

Tabel 9

17

Begroting 2026

Opbrengst verhuur

Dit betreft de vergoeding voor het medegebruik van groepsruimten van Stichting Ultiem door derden. Het gaat hierbij met name om kinderopvang en buitenschoolse opvang bij OBS Walstraschool, OBS De Ontdekking, OBS ’t Heidemeer en OBS Oetkomst. Daarnaast wordt ruimte verhuurd aan logopediepraktijken. Voor Kindcentrum Zuiderkroon is Ultiem de beheerder en worden alle huisvestingslasten volledig door Ultiem gedragen. Deze lasten worden vervolgens naar rato van het gebruik doorbelast; 53,40% wordt in rekening gebracht bij de overige gebruikers. Bij Kindcentrum Punt West vervult Ultiem de rol van penvoerder. Ook hier betaalt Ultiem de huisvestingslasten en worden deze naar rato doorbelast aan gebruikers. Voor 64,14% van de huisvestingslasten wordt een vergoeding ontvangen van de overige partijen. De ontvangen doorbelastingen en vergoedingen worden als opbrengsten verhuur verantwoord.

Detachering personeel

De detacheringsbaten bestaan uit vergoedingen voor personeel dat tijdelijk bij andere organisaties wordt ingezet. •

Plusklasleerkracht: 0,2 fte wordt gedetacheerd bij het samenwerkingsverband PO 20.01 voor het project Hoogbegaafdheid.

•

Beleidsadviseur huisvesting: 0,2 fte wordt gedetacheerd bij een ander schoolbestuur. Daarnaast wordt de beleidsadviseur huisvesting voor 0,3 fte ingezet voor werkzaamheden rond de nieuwbouw van de Walstraschool. Hiervoor wordt een managementfee ontvangen, welke in het bouwbudget is opgenomen.

•

Conciërge Kindcentrum Punt West: de loonkosten voor 0,25 fte worden wel als detacheringslast verantwoord, maar de bijbehorende baten worden niet als detacheringsbate opgenomen. De kosten worden namelijk doorbelast via de facturen voor medegebruik aan de gebruikers van het kindcentrum. Hiervan komt 47% voor rekening van OBS De Achtbaan en 53% voor rekening van de overige gebruikers.

De detacheringsbaten (exclusief de doorbelasting van de conciërge) bedragen in 2026 in totaal €89.850.

Overige baten

Dit betreft grotendeels ontvangsten vanuit het Jeugdeducatiefonds, waar ook lasten tegenover staan. Omdat de omvang van deze post lastig is in te schatten, wordt hiervoor in de begroting geen baten (en lasten) voor opgenomen. In 2024 staat hier een hoog bedrag, omdat hier in de realisatie wel op wordt geboekt. Bij Vergoeding vakonderwijs is in de prognose van 2025 €37.000 opgenomen. Dit betreft de vergoeding voor uitgeleende vakdocenten. In 2026 worden geen vakdocenten meer uitgeleend aan het bijzonder onderwijs. De vakdocenten worden alleen ingezet voor de gymlessen op de Ultiem scholen. Een klein deel van de uren wordt vanaf het schooljaar 2025-2026 ingekocht bij Huis van de Sport. Deze kosten komen terug bij de inhuur extern personeel.

18

Begroting 2026

2.6 Personele lasten (EFJ 4.1) Lonen en salarissen

In onderstaande tabel zijn de loonkosten per onderdeel weergegeven. Begroting

Prognose

Begroting

2025

2025

2026

4 Lasten 4.1 Personeelslasten 4.1.1 Lonen, salarissen, sociale lasten en pensioenlasten Lumpsum

€ 12.149.277 € 11.935.357 € 12.367.582

Passend Onderwijs

€

636.373 €

678.196 €

686.341

Duurzame Inzetbaarheid

€

75.834 €

86.425 €

77.203

Verlov en

€

117.520 €

106.308 €

105.315

Verv anging eigen rekening

€

80.664 €

97.658 €

83.551

Verv anging iv m ziekte

€

410.015 €

317.903 €

323.957

Verv angingspool

€

408.275 €

379.182 €

389.425

W ekdrukv ermindering

€

415.259 €

510.031 €

527.208

Tijd v oor toekomst

€

115.564 €

154.457 €

249.417

Nationaal Programma Onderwijs

€

38.174 €

68.649 €

69.395

Verbeteren Basisv aardigheden

€

208.028 €

316.377 €

243.026

Detachering

€

153.898 €

116.790 €

104.292

84.028 €

112.846

-

-148.000

Samen Opleiden / studiev erlof

€

-

Bezuiniging

€

-95.716 €

Totaal: 4.1.1. Lonen en salarissen

€

€

€ 14.713.166 € 14.851.361 € 15.191.557

Vergoeding Verv angingsfonds

€

-754.980 €

-625.412 €

UW V-uitkeringen

€

-11.529 €

-128.380 €

Inhouding Ipap

-654.848 -

€

-57.000 €

-57.000 €

-57.000

Totaal: 4.1.3. Ontvangen vergoedingen

€

-823.509 €

-810.792 €

-711.848

Totaal Lonen en salarissen

€ 13.889.657 € 14.040.569 € 14.479.709

Tabel 10

In bovenstaande tabel laten we geen realisatiecijfers over 2024 zien, omdat deze door de manier van boeken (splitsen salarislasten, sociale lasten en pensioenlasten) geen juiste vergelijkingen tonen. Ten opzichte van de begroting 2025 zijn de totale loonkosten in 2026 ongeveer €590.000 hoger. Deze stijging wordt enerzijds veroorzaakt door hogere loonkosten die vallen onder subsidies zoals Tijd voor Toekomst en Basisvaardigheden (€200.000) en anderzijds door de verwachting dat Nij Begun in schooljaar 2025-2026 zou starten. Daarmee hebben we een bewuste keuze gemaakt voor een overschrijding op de formatie. Formatie die we conform de gehanteerde staffels en kwalitatieve onderbouwingen ook op de scholen nodig hadden. In de begroting 2026 is het bestuursformatieplan 2025-2026 voor de periode januari – juli 2026 verwerkt. Voor het schooljaar 2026-2027 is aan de hand van een opgesteld concept formatieplan een berekening van de benodigde formatie gemaakt. Kijkende naar dit formatieplan in combinatie met de daling van leerlingen en daarmee ook de bekostiging, is er voor de komende jaren een bezuiniging meegenomen ten aanzien van de salarislasten. In de formatiebesprekingen zullen we hier kritisch naar moeten kijken, waarbij we o.a. zullen kijken naar het anders organiseren, waaronder bijvoorbeeld grotere klassen in combinatie met een leraarondersteuner.

19

Begroting 2026

In de begroting 2026 is er een bedrag opgenomen voor de vergoeding aan stagiaires à €70.000 en is onderdeel van de lumpsum. De kosten van ouderschapsverlof zijn berekend aan de hand van de huidige verlofopname. Aan de hand van de rechten die nog resteren, is een inschatting gemaakt voor de opname voor 2026-2027. In de meerjarenbegroting is de opname nihil. Ongetwijfeld zal er in die jaren ook een opname van verlof zijn, dit betekent op dat moment een verschuiving van lasten. Er zijn in 2026 lasten opgenomen voor werkdrukvermindering. Deze zijn grotendeels gelijk aan de baten en bestaan voor een deel uit salarislasten en een deel uit overige personele lasten werkdrukvermindering, omdat nog niet geheel duidelijk is wat de inzet op deze middelen zal zijn. De salarislasten Tijd voor Toekomst zijn budgetneutraal opgenomen. Voor de al ontvangen subsidie NPO wordt in 2026 en verder nog een onderwijsassistent van de Achtbaan ingezet op deze middelen. De loonkosten hiervan zullen met het opstellen van de jaarrekening ten laste van de bestemmingsreserve gebracht worden voor zover dit nog kan. Daarna zullen de kosten ten laste van de lumpsum komen. De salarislasten voor de verbetering basisvaardigheden zijn budgetneutraal opgenomen. Het ontvangen bedrag aan subsidie is vele malen hoger en staat op de balans.

Op het moment dat de salarislasten ook hoger zullen zijn in verband met meer inzet, dan zullen deze baten van de balans er tegenover gezet worden. Het kan ook betekenen dat er een verschuiving plaatsvindt van inzet lumpsum naar basisvaardigheden. In dat geval heeft het ook een gunstig effect op het resultaat van de begroting. In 2026 zijn er salariskosten voor detachering opgenomen. Zie paragraaf 2.5 voor een toelichting op deze detacheringen. Ten aanzien van de vervangingspool gaan we uit van 60% vergoeding door het vervangingsfonds (bij 98% worden de loonkosten volledig vergoed). Het lagere percentage heeft met name te maken met de inzet op verlofsituaties of formatie waar tegenover geen vergoeding staat. Daarnaast is er een onderlinge verrekening tussen de besturen die onderdeel uitmaken van de gezamenlijke pool en aangesloten zijn bij het vervangingsfonds. In de gezamenlijke pool zitten naast Ultiem 4 andere besturen (Primenius, Scholengroep OPRON, Stichting Baasis en de KOC Groningen). We streven ernaar om 4% (5 fte) aan poolers in dienst te hebben, maar dit blijkt in de praktijk nog steeds lastig te realiseren. Ultiem heeft een collectieve arbeidsongeschiktheidsverzekering voor het personeel. De premie die hiervoor bij het personeel wordt ingehouden wordt als bate in de begroting opgenomen. De inhouding is voor 2025 begroot op €57.000.

De kosten van de arbeidsongeschiktheidsverzekering zijn bij de overige instellingslasten opgenomen.

Inzet in fte

In tabel 12 is per categorie aangegeven hoeveel (bruto) fte’s er worden ingezet in 2026, in- en exclusief subsidies (NPO, Basisvaardigheden en Tijd voor Toekomst). Voor de categorie onderwijzend personeel is onderscheid gemaakt in onderwijzend personeel schoolformatie en onderwijzend personeel overig. Onder deze laatste categorie vallen bijvoorbeeld de vakleerkrachten, poolers, medewerkers die een vorm van verlof opnemen en medewerkers die ingezet zijn op een subsidie. Voor de categorie Onderwijsondersteunend personeel is ook een onderverdeling gemaakt naar regulier en overig. Onder het reguliere personeel vallen de IB-ers en de onderwijsondersteuners die

20

Begroting 2026

niet in het kader van passend onderwijs of een subsidie worden ingezet. Daarnaast is de begrote externe inhuur bij de reguliere formatie opgenomen. Functiecategorie

2026

2026 excl. Subsidies 3,70

Staf

3,70

Directie (incl bestuurder)

9,27

9,27

Onderwijzend personeel schoolformatie

86,43

86,43

Onderwijzend personeel ov erig

19,14

14,63

Onderwijs ondersteunend personeel

15,97

15,97

Onderwijs ondersteunend personeel ov erig

14,63

12,72

Bezuiniging

-1,64

-1,64

Subtotaal

147,50

141,08

Externe inhuur directie/IB

1,23

1,23

Externe inhuur onderwijzend personeel

2,18

2,18

Externe inhuur onderwijs ondersteunend personeel

0,00

0,00

Subtotaal externe inhuur formatie Totaal personele inzet

3,41

3,41

150,91

144,49

Tabel 11

Overige personele lasten

In tabel 12 zijn de overige personele lasten weergegeven. Realisatie

Prognose

Begroting

2024

2025

2026

4 Lasten 4.1 Personeelslasten Dotatie v oorziening jubilea

€

-

20.000 €

15.000

Vrijv al ov erige personele v oorzieningen

€

-24.303 €

€

-

€

-

Dotatie v oorziening Duurzame Inzetbaarheid

€

-1.275 €

-

€

-

Lasten personeel niet in loondienst

€

4.764 €

160.000 €

160.000

Personele kosten extern tlv Verv angingsfonds

€

288.608 €

200.000 €

235.000

Begeleiding en ondersteuning personeel

€

12.110 €

68.000 €

65.000

Reguliere formatie extern ingehuurd

€

800.872 €

550.000 €

295.000

Kosten v erv angingspoule bov enschools

€

-

W KR inzake PSA

€

41.040 €

Ov erige personeelskosten, ov erige

€

11.492 €

2.000 €

-

Lasten werv ing en selectie

€

33.728 €

35.000 €

10.000

Lasten BGZ en Arbozorg

€

53.991 €

70.000 €

55.000

Nascholing

€

223.486 €

220.225 €

225.725

Vrijwilligersv ergoeding

€

4.518 €

5.230 €

2.150

Vergoeding toezichthouders

€

35.288 €

43.500 €

48.000

Vergoeding dienstreizen, incl. brandstof, opladen etc. €

1.004 €

600 €

-

Verrekening uitkeringen wachtgelders

€

15.503 €

-

-

Verv anging extern niet declarabel

€

93.589 €

75.000 €

80.000

Ov erige personele lasten werkdrukv ermindering

€

-

€

108.904 €

74.994

W KR inzake FA

€

39.794 €

35.995 €

36.900

VF premiedifferentiatie

€

-

-

€

15.000

€ 1.634.209 € 1.594.454 €

1.317.769

Totaal: 4.1.2 Overige personele lasten

€

-

€

-

€

-

€

Tabel 12

21

Begroting 2026

Er zijn lasten opgenomen bij personeel niet in loondienst. In dit geval staan hier de lasten ten behoeve van de brugfunctionaris op geboekt. Hier staat ook een subsidie tegenover ter grootte van hetzelfde bedrag. Het bedrag aan inhuur extern personeel ten laste van het Vervangingsfonds is begroot tussen het begrote bedrag en prognosebedrag van 2025 in. Enerzijds gaat het hier om externe kosten vanuit de gezamenlijke pool met de andere 4 besturen. Anderzijds gaat het hier om externe inhuur via de drie externe bureaus. Om deze kosten verder naar beneden te brengen zullen we ook hier kijken naar “anders organiseren”. Voor 2026 hebben we een bedrag begroot voor de begeleiding van personeel. We ontvangen een subsidie voor de professionalisering en begeleiding van starters en directeuren. Deze subsidie wordt voor 50/50 gesplitst via de besturen en de onderwijsregio’s. De subsidie die we ontvangen zullen we deels inzetten voor professionalisering en deels voor de begeleiding van personeel. We zetten in op duurzame inzetbaarheid en preventieve begeleiding van medewerkers. Doel van deze inzet is om medewerkers te begeleiden en gelukkig en duurzamer aan het werk te houden. Ten aanzien van de professionalisering zijn we in 2024 een in-company programma gestart met LeFOnderwijskwaliteit: “Goed onderwijs is geen toeval!”.

Hier zijn en worden diverse bijeenkomsten en professionaliseringsmomenten voor georganiseerd. In de post reguliere formatie extern ingehuurd is voor 2026 alleen reguliere inzet meegenomen. Dit betreft voor de periode januari-juli 2026 de inhuur die voor het schooljaar 2025-2026 bekend is en voor de periode vanaf augustus 2026 een inschatting van 2 fte inhuur aan Onderwijzend personeel per kalenderjaar en 1 fte inhuur aan directie of intern begeleider. Hierbij zijn alleen de meerkosten ten opzichte van het personeel in loondienst meegenomen. De kosten voor BGZ en arbozorg zijn voor 2026 lager begroot dan 2025. Dit heeft met name te maken met de uitvoering van de externe controle op de RI&E plannen één keer in de vier jaar van aan de orde is. Deze zal in 2029 weer van toepassing zijn. We zien in 2025 een verzuimpercentage dat tot aan oktober ruim onder het percentage van 2024 heeft gelegen. Dit resulteert in een gemiddeld verzuimpercentage van 6.5% (peildatum november 2025). Ten opzichte van 2024, toen het gemiddelde 8,1% was, is dit een hele mooie dalende trend. Het gemiddelde over 2025 is ten opzichte van de landelijke cijfers (6,0% 2024) nog wel aan de hoge kant. Vanuit het traject Participatiefonds ten aanzien van de duurzame inzetbaarheid zullen we de cijfers analyseren en interventies tegen het ligt houden.

De kosten voor de vergoeding toezichthouders bedragen in 2026 €48.000 en bestaan uit de volgens de VTOI-NVTK geadviseerde vergoedingen voor de toezichthouders (inclusief indexatie), de jaarlijkse zelfevaluatie, scholing en vergaderkosten en onvoorziene uitgaven. De kosten voor ‘vervanging extern niet declarabel’ zijn opgenomen aan de hand van de realisatiegegevens over 2025. Het bedrag aan baten minus de opgenomen salarislasten ten aanzien van werkdruk-vermindering is opgenomen onder “Overige personeelskosten werkdrukvermindering”. Hierdoor zijn de ontvangen werkdrukmiddelen en uitgaven neutraal in deze begroting verwerkt.

22

Begroting 2026

Passend onderwijs

In de begroting hebben we een apart onderdeel opgenomen voor passend onderwijs. Zo houden we goed zicht op de inkomsten en uitgaven die hierop betrekking hebben. Alle ontvangsten van het samenwerkingsverband worden volledig besteed aan passend onderwijs. In het kader van onze zorgplicht heeft Ultiem een ondersteuningsteam (OT), bestaande uit IB-ers, orthopedagogen en met als zorgcoördinator de beleidsadviseur Onderwijs & Kwaliteit. Het OT komt frequent bijeen om inhoudelijk te overleggen over passend onderwijs en casuïstiek aangaande leerlingen te bespreken. Het OT komt functioneel ook tot afstemming over de inzet en ondersteuning van passend onderwijs aan de leerlingen. Op schoolniveau worden de directeuren hier qua besluitvorming bij betrokken. Besluitvorming omtrent vraagstukken op Ultiem-niveau vindt plaats binnen het directeurenoverleg onder leiding van de bestuurder. Om de onderwijsbehoefte van zorgleerlingen goed in te kunnen vullen, heeft Ultiem twee orthopedagogen (gezamenlijk 1.5 fte, inclusief ouderschapsverlof) in dienst. Zij hebben als taak om de onderwijsbehoeften van zorgleerlingen in kaart te brengen en ze begeleiden IB-ers en leerkrachten bij de uitvoering van een passend onderwijsaanbod. Een groot deel van de gelden passend onderwijs wordt aangewend voor de inzet van onderwijsassistenten passend onderwijs.

Voor de ondersteuningsniveaus die betrekking hebben op de basiszorg wordt per school een basisformatie aan onderwijsassistentie toegekend op basis van het aantal leerlingen. De taak van regievoerder zorgplicht is binnen Ultiem belegd bij de beleidsadviseur Onderwijs & Kwaliteit. Het mandaat namens het schoolbestuur en de verantwoordelijkheid voor het namens de scholen doen van de ‘aanvraag TLV SBO en SO’ ligt ook hier. Bij vraagstukken op het snijvlak van Jeugdzorg en Onderwijs worden er bij een aantal kindcentra kind-ouder-ondersteuners (KOO-ers) ingezet. De KOO-ers hebben een dienstverband bij de gemeente Midden-Groningen. Schoolbesturen, waaronder Ultiem, zetten de ontvangen subsidie Brugfunctionaris in ten behoeve van de uitbreiding van de formatie bij de gemeente. Bij de overige personele lasten is hiervoor een last van €160.000 (gelijk aan de subsidie) opgenomen.

2.7 Afschrijvingen (EFJ 4.2) De meeste scholen zijn de afgelopen jaren voorzien van nieuw meubilair en een vernieuwde ICTinfrastructuur. Voor OBS Walstraschool worden in 2027 aanvullende investeringen verwacht in verband met de nieuwbouw. In het vierde kwartaal van 2025 zijn de laptops uit 2021 vervangen; de afschrijvingen hiervan zijn in 2026 opgenomen als bestaande afschrijvingen. In tabel 13 staan de gerealiseerde investeringen in 2024 en de begrote investeringen voor 2025 en 2026. Doordat de managementrapportage van 2025 geen prognose bevat van de investeringen van 2025, worden de begrote investeringen van 2025 als vergelijkende kolom getoond.

23

Begroting 2026

Investeringen

2024

2025

2026

Realisatie

Begroot

Begroot

Investering gebouwen en terreinen

€

79.536 €

-

€

5.000

Investering meubilair

€

35.308 €

-

€

44.000

Investering OLP (onderwijsleerpakket)

€

62.747 €

63.400 €

41.350

Investering ICT

€

266.008 €

131.810 €

111.954

Investering TZ (Technische Zaken)

€

-

€

-

€

-

Investering overige MVA (materiële vaste activa)

€

2.960 €

-

€

-

Totaal investeringen

€

446.559 €

195.210 €

202.304

Tabel 13

De nieuwbouw- en renovatieprojecten zijn nagenoeg allemaal afgerond. Alleen OBS Walstraschool zal naar verwachting in 2027 overgaan naar nieuwbouw. De investeringen in ICT in 2026 betreffen o.a. vervanging digiborden (€35.000) en vervanging chromebooks (€67.000). In de schoolbegrotingen hebben de schooldirecteuren de investeringen in leermethoden opgenomen. Begroot is voor 2026 een bedrag van ca. €63.000 voor aanschaf leermethoden en/of gebruiksmateriaal. Er is al een aantal jaren een tendens zichtbaar waarbij er een verschuiving plaatsvindt van de aanschaf van fysieke leermethoden naar aanschaf van ICT-licenties met ondersteuning van verbruiksmateriaal. Hierdoor dalen de afschrijvingslasten van leermethoden en stijgen de leermiddelen en licentiekosten. Bovenstaande investeringen leiden samen met de reeds aanwezige activa tot de afschrijvingslasten zoals weergegeven in tabel 14. Hierin zijn de afschrijvingen die volgen uit de bestaande activa en de afschrijvingslasten van de in 2026 geplande investeringen naast elkaar weergegeven. Afschrijvingen 2026

Afschrijving

Afschrijving

Afschrijving

Bestaande

Investeringen

Totaal

activa Afschrijving gebouwen en terreinen

€

15.478 €

333 €

15.811

Afschrijving meubilair

€

92.831 €

2.683 €

95.514

Afschrijving OLP (onderwijsleerpakket)

€

47.958 €

5.169 €

53.127

Afschrijving ICT

€

140.777 €

14.632 €

155.409

Afschrijving TZ (Technische Zaken)

€

4.100 €

-

€

4.100

Totaal afschrijvingen

€

301.142 €

22.817 €

323.959

Tabel 14

24

Begroting 2026

Afschrijvingen

2024

2025

2026

Realisatie

Begroot

Begroot

Afschrijving gebouwen en terreinen

€

7.087 €

5.161 €

15.811

Afschrijving meubilair

€

92.945 €

90.330 €

95.514

Afschrijving OLP (onderwijsleerpakket)

€

55.845 €

56.093 €

53.127

Afschrijving ICT

€

169.418 €

153.890 €

155.409

Afschrijving TZ (Technische Zaken)

€

527 €

395 €

4.100

Afschrijving overige MVA (materiële vaste activa)

€

5.893 €

5.886 €

-

Totaal investeringen

€

331.715 €

311.755 €

323.959

Tabel 15

In bovenstaande tabel staan de gerealiseerde afschrijvingen in 2024 en de begrote afschrijvingen in 2025 en 2026. De afschrijvingen liggen redelijk in lijn met de begroting van 2025. Met name bij de afschrijving op gebouwen en terreinen zien we een stijging van ca. €11.000. Dit komt door het plaatsen van scheidingswanden die zijn geplaatst in OBS De Achtbaan ten behoeve van het creëren van een extra groep voor de Taalschool Midden-Groningen en in OBS Oetkomst voor het creëren van ruimte voor een extra groep.

25

Begroting 2026

2.8 Huisvestingslasten (EFJ 4.3) Leerlingen (teldatum voorafgaand jaar)

1960

1875

1829

Realisatie

Prognose

Begroting

2024

2025

2026

3.1.1.1 Gebouwafhankelijke baten

€

884.743 €

875.874 €

892.992

3.5.1 Opbrengst verhuur

€

496.794 €

538.339 €

520.966

4.2.2 Afschrijvingen (zonnepanelen)

€

-

-

-

4.3.1 Huurlasten

€

359.002 €

362.573 €

355.956

4.3.3 Onderhoudslasten (klein onderhoud)

€

127.974 €

169.500 €

179.500

4.3.4 Energie en water

€

254.303 €

242.500 €

189.000

4.3.5 Schoonmaakkosten

€

545.261 €

549.450 €

604.000

4.3.6 Belastingen en heffingen ter zake van huisvesting

€

46.457 €

57.750 €

58.100

4.3.7 Dotatie voorziening onderhoud

€

274.060 €

296.000 €

296.200

4.3.8 Overige huisvestingslasten

€

43.310 €

48.300 €

46.000

€

€

4.3 Huisvestingslasten

Totaal: 4.3 Huisvestingslasten

€ 1.650.367 € 1.726.073 € 1.728.756

Loonkosten (conciërge, administratie)

€

61.859 €

67.500 €

67.500

Resultaat huisvesting

€ -330.689 € -379.360 € -382.298

Tabel 16

Tabel 16 toont de begrote opbrengsten en uitgaven in 2026 ten aanzien van huisvesting in een overzicht. Ter vergelijking is een kolom realisatie 2024 en een kolom prognose 2025 opgenomen. Er is net als de voorgaande jaren sprake van een negatief resultaat op huisvesting. Dit sluit aan bij het onderzoek van McKinsey & Company (2019), waarin werd geconcludeerd dat de landelijke bekostiging voor huisvesting structureel tekortschiet. Deze onderfinanciering wordt binnen Ultiem jaarlijks zichtbaar in het negatieve huisvestingsresultaat. Ultiem is beheerder van Kindcentrum Zuiderkroon en penvoerder van Kindcentrum Punt West. Alle huisvestingslasten van deze locaties worden door Ultiem betaald en naar rato doorbelast aan de overige gebruikers. In de volgende paragrafen wordt per onderdeel van de huisvestingsexploitatie kort toegelicht welke baten en lasten in 2026 zijn opgenomen.

26

Begroting 2026

Gebouwafhankelijke baten (EFJ 3.1.1.1)

Deze baten waren vóór 2023 onderdeel van de materiële instandhouding (MI). Sinds de invoering van de vereenvoudigde bekostiging zijn deze middelen opgenomen in de lumpsum, maar Ultiem gebruikt het Londo-model nog steeds als basis om de huisvestingslasten te monitoren en te vergelijken. De normbedragen worden hiervoor jaarlijks geïndexeerd op basis van het prijsgevoelige deel van de bekostiging.

Opbrengst verhuur (EFJ 3.5.1)

De opbrengst verhuur bestaat hoofdzakelijk uit de doorbelasting van huisvestingskosten aan de gebruikers van KC Zuiderkroon en KC Punt West. Voor 2026 bedraagt dit circa €206.000 (Zuiderkroon) en €238.000 (Punt West). Voor de overige scholen binnen Ultiem is met name de kinderopvang de grootste medegebruiker van groepsruimten. Dit betreft onder andere OBS Walstraschool, OBS De Ontdekking, OBS ’t Heidemeer en OBS Oetkomst. Daarnaast worden vergoedingen ontvangen van logopediepraktijken en andere incidentele gebruikers voor het gebruik van lokalen of andere ruimten. Let op: de volledige opbrengst verhuur in 2026 (€520.966) omvat ook deze aanvullende opbrengsten én doorbelastingen van conciërge-inzet bij de kindcentra.

Huurlasten (EFJ 4.3.1)

Deze post betreft voornamelijk de bijdragen die aan de gemeente Midden-Groningen worden betaald voor de gebouwexploitatie. In 2026 valt het beheer van enkele scholen onder verantwoordelijkheid van de gemeente. Het gaat om OBS W.A. Scholtenschool, OBS Theo Thijssenschool en OBS Driespan. Voor deze locaties is in de begroting een bedrag aan huur opgenomen dat volledig wordt afgedragen aan de gemeente Midden-Groningen. De gemeente wil de huurvergoeding in de toekomst baseren op de daadwerkelijke kosten en het werkelijk gebruikte aantal vierkante meters per school. Voor scholen met overcapaciteit (leegstand door leerlingendaling) kan dit leiden tot aanzienlijke meerkosten. Over deze voorgenomen aanpassing vindt nog bestuurlijk overleg plaats. Bij OBS De Woldstee is VCO Midden- en Oost-Groningen (VCO-MOG) verantwoordelijk voor het gebouwbeheer. Ultiem betaalt aan VCO-MOG een vergoeding voor de exploitatielasten, naar rato van het aantal vierkante meters dat in gebruik is. De huur van het stafbureau bedraagt in 2026 circa €48.000. Een deel hiervan wordt doorbelast aan een medehuurder.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16611541/1