05. RKC rapport armoedebeleid Midden-Groningen
Tekst van het document
38
Versie 2021 1.0
Armoederegisseur De armoederegisseur is gestart in 2018. De armoederegisseur diende in de periode 2018-2020 mee te werken aan de omslag van een curatief naar een preventief armoedebeleid. Concreet is bij de start van de armoederegisseur aangegeven op welke onderdelen de armoederegisseur de komende 2 jaar meerwaarde diende te leveren: - uitvoering geven aan de strategische visie sociaal domein door de structurele aanpak van (intergenerationele) armoede. - armoedepact dient continue aandacht te hebben; de gemeente heeft hierin een spilfunctie. - actualiseren webwinkel Meedoenfonds. - uitvoering maatwerkbudget: de armoederegisseur is beslissingsbevoegd voor het maatwerkbudget. - Ambassadeur aanpak armoede: door veel aandacht te geven aan de inwoners, het beter op de kaart krijgen van de armoedeproblematiek binnen het onderwijs en aanspreekpunt voor professionals en organisaties. Armoedepact Met het Armoedepact wordt nagestreefd om het leven voor mensen in armoede te verzachten door armoede eerder te signaleren en initiatieven op te zetten. Aangegeven is dat men dit wil bereiken door onder andere ondersteuning en preventie te bieden, het niet-gebruik tegen te gaan, goede informatievoorziening te bieden en de (financiële) zelfredzaamheid van klanten te vergroten. Er is echter niet geconcretiseerd op welke wijze dit wordt gemeten.
3.2.4. Schuldhulpverlening Voor de schuldhulpverlening wordt ook gerapporteerd in de jaarstukken. Er wordt een koppeling gelegd tussen wat de gemeente wilde bereiken en wat is gerealiseerd, net als bij de andere onderwerpen van het sociaal domein. In figuur 3.2.1 staat dit weergegeven.
39
Versie 2021 1.0
Figuur 3.2.1. Doelstellingen en realisatie GKB, bron Jaarstukken 2019
De GKB maakt jaarlijks een vertaalslag van het beleidsplan naar een jaarplan, met gerichte acties. In het jaarplan wordt per doelstelling weergegeven wanneer de GKB tevreden is (de norm), het resultaat, een korte beschrijving van de activiteit, de verantwoordelijke uitvoerders, eventuele succesfactoren en gedurende het jaar een beschrijving van de stand van zaken. De GKB evalueert elk jaar de resultaten van het plan. Tevens wordt het jaarplan gebruikt om verantwoording af te leggen richting het management. Het jaarverslag van de begroting wordt als verantwoordingsdocument ingezet richting het bestuur, de portefeuillehouder en de raad. Alleen bijzondere zaken worden weleens afzonderlijk richting de raad gecommuniceerd. Dit gebeurt met name naar aanleiding van specifieke vragen.
40
Versie 2021 1.0
3.2.5. Conclusies Onderzoeksvragen - Op welke wijze stuurt de gemeente hierop zodat de instrumentenmix maximaal wordt ingezet voor het realiseren van gemeentelijke doelen? Wordt hierbij bijv. gebruik gemaakt van prestatie-indicatoren die zijn afgeleid van gemeentelijke doelen?
De sturing staat nog wat in de kinderschoenen. Er wordt wel degelijk cijfermatig gerapporteerd, zoals op het bereik van de minimaregelingen onder de verschillende doelgroepen. Maar er is (nog) geen set van KPI’s en de concreet te behalen resultaten zijn niet benoemd. In de verantwoordingen ontbreken op veel acties en doelstellingen concrete cijfers en resultaten. De gemeente rapport op wat ze hebben gedaan maar niet op wat het effect hiervan is en koppeling aan specifieke doelstellingen ontbreekt. Aan de andere kant benoemt de gemeente dit ook: armoede kan niet worden opgelost. Er is nog veel in ontwikkeling. Er is geen sterke drive bij de gemeentelijke organisatie om met KPI’s de resultaten van armoedebestrijding te onderbouwen. De ambitie op het sociaal domein is groot, maar de middelen en de concretisering ontbreken soms. De betrokkenen bij het beleid geven zoals gezegd wel aan dat het concretiseren van middelen en resultaten wenselijk is. Ten aanzien van de minimaregelingen wordt niet specifiek gestuurd op een bepaald bereik of op een gerichte communicatiestrategie richting de doelgroep. De gemeente heeft alleen als doel dat mensen gebruik van de regelingen kunnen maken.
3.3. Behaalde resultaten van het beleid Onderzoeksvragen - In hoeverre zijn de afgesproken doelen/prestaties in de afgelopen twee jaar (2018 en 2019) gehaald? Wat is de algemene beeldvorming hierover bij de betrokken instanties, zoals stuurgroep armoedepact e.a.? - Hoe verloopt de samenwerking rond beleid en uitvoering?
3.3.1. Resultaten armoedebeleid De resultaten van het armoedebeleid worden jaarlijks vastgelegd in de jaarstukken. Daarnaast wordt er zonder vast schema periodiek gerapporteerd via raadsbrieven of memo’s aan de raad. Vanuit het ambtelijk apparaat wordt aangegeven dat de implementatie van de visie op sociale veerkracht en preventie van armoede vertraging heeft opgelopen. Dit heeft meerdere oorzaken. De financiële situatie van de gemeente speelt hierin een rol, ook omdat de NPG-gelden later binnenkwamen dan gedacht. Daarnaast blijkt het verspreiden van deze visie en de werkwijze onder alle betrokkenen meer tijd te kosten dan gedacht. Er is nog geen grip op de vertaling van de visie naar de concrete werkzaamheden van betrokkenen. Dit maakt dat betrokkenen nog niet altijd werkzaamheden (kunnen) uitvoeren in het kader van de visie op sociale veerkracht, wat de verdere implementatie ervan vertraagt. In de raadsbrief22 van juli 2020 geeft de gemeente een reactie op de geuite wens van de gemeenteraad ten aanzien van het stellen van meetbare doelen voor de armoedeaanpak ten
22
Raadsbrief Armoedebeleid 2020-004801 41
Versie 2021 1.0
behoeve van het monitoren van de effecten van de inzet. De gemeente geeft aan dat dit een lastige opgave is. De wijze van monitoring die de gemeente kan doen betreft: - de aantallen cliënten van BWRI en GKB. - cijfers die het bereik aangeven van het Meedoenfonds. - Cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) over het aantal huishoudens dat een laag inkomen heeft. De kanttekening bij deze cijfers is volgens de gemeente dat deze alleen gaan over inkomensarmoede en niets zeggen over de bredere definitie van armoede die MiddenGroningen hanteert. Zoals al eerder aangegeven is deze gemeentelijke inzet juist gericht op het verbeteren van de situatie op al deze leefgebieden. De gemeente geeft daarbij aan dat de effecten van die integrale aanpak moeilijk in cijfers zijn te vatten. Hiervoor wordt een systematiek opgezet om de voortgang te meten van de strategische visie op het sociaal domein. Dit is echter nog niet gereed. In de verschillende documenten worden wel resultaten gepresenteerd. De wijze van presenteren van de resultaten is afhankelijk van de aard van het document. In het onderstaande overzicht staan per onderdeel de resultaten beschreven. Resultaten instrumenten en inzet In het onderstaande staan voor de verschillende instrumenten en ingezette middelen de resultaten op een rij.
Dit betreft de volgende doelstellingen23: - “We willen dat inwoners van jong tot oud in Midden-Groningen kunnen meedoen in de samenleving en dat kinderen niet in hun ontwikkeling beperkt worden vanwege financiële tekorten. We willen tweedeling voorkomen en kinderen de kansen bieden waardoor zij de spiraal van armoede en maatschappelijke kwetsbaarheid kunnen doorbreken. Het is belangrijk dat alle kinderen en jongeren hun talenten kunnen ontwikkelen en gelijke kansen hebben op levensvervulling en zelfontplooiing. - We hebben aandacht en zorg voor inwoners die leven in armoede en bieden financiële ondersteuning. Hierbij richten we ons in het bijzonder op kinderen, want we willen dat alle kinderen kunnen deelnemen aan gewone activiteiten met andere kinderen, zoals een verjaardag vieren, meegaan naar de film of winkelen.” Tabel 3.3.1 Resultaten armoedebeleid Wat Resultaat 2019 Meedoenfonds Bereikt: 90% (1.413) van de kinderen die opgroeien in een gezin met een laag inkomen en 30% (2.164) van de volwassenen met een laag inkomen.
Vergoeding van maximaal € 1000,00 voor indirecte schoolkosten Maatwerkbudget ingezet voor kinderen die opgroeien in armoede
32 gezinnen hebben een vergoeding ontvangen uit het maatwerkbudget voor opleidingskosten, speciaal zwemonderwijs en vervoer.
23 Bron Jaarstukken 2019
42
Resultaat 2018 We hebben 40% van alle inwoners met een inkomen lager dan 115% van het sociaal minimum bereikt. De hoogte van de minimavergoedingen was al geharmoniseerd zodat alle inwoners in MiddenGroningen dezelfde vergoedingen ontvingen. In 2018 maakten 67 gezinnen gebruik. Hiervan ontvingen 55 gezinnen een bijstandsuitkering In 2018 hebben 33 gezinnen een vergoeding ontvangen voor schoolkosten, kosten voor de huiswerkbegeleiding, kosten voor een medische behandeling en reiskosten.
Versie 2021 1.0
Kindpas Bijzondere bijstand
Individuele inkomenstoeslag Collectieve zorgverzekering24
Kledingbank Maxima
Er zijn 1438 kindpassen uitgegeven. Meer mensen hebben bijzondere bijstand aangevraagd. Ook weer meer aanvragen bewindvoering. Kosten inkomenstoeslag stegen verder. Het aantal deelnemers aan de verzekering: 1/1/2019: 1.757 1/1/2020: 1.702 In Hoogezand-Sappemeer komen er alleen al 1500 klanten per jaar binnen, in de hele provincie zijn dit 7000 klanten. De doelgroep bestaat nu voor ongeveer 50 procent uit nieuwe Nederlanders
Verstrekt aan 1.068 mensen. 1/1/2018: 1.630
De rapportage is op basis van verstrekkingen weergegeven. Het bereik van het Meedoenfonds onder kinderen is met 90 procent uitzonderlijk hoog. Gemiddeld zien we bij andere gemeenten een bereik van circa 40 tot 50 procent van alle kinderen. Het bereik onder volwassenen is met 30 procent wat lager dan we elders zien (gemiddeld 35 tot 40 procent). Meningen van de cliënt In de enquête onder cliënten is gevraagd naar het gebruik en de bekendheid van regelingen. De meeste gemeentelijke regelingen voor volwassenen en kinderen zijn bij een meerderheid van de respondenten bekend. De regelingen helpen de respondenten vooral om rekeningen te betalen. De regelingen worden in mindere mate ingezet om te sporten of culturele activiteiten te ondernemen, ondanks het hoge gebruik van het Meedoen Fonds dat (onder ander) dergelijke kosten vergoedt. Het is aannemelijk dat het Meedoen Fonds vaker wordt ingezet om rekeningen te betalen (zoals door internetkosten, die ook vanuit het Fonds worden vergoedt). Opvallend is wel dat het gebruik van het Jeugdfonds Sport en Cultuur relatief laag is: ongeveer een derde van de respondenten met kinderen maakt hier gebruik van. Van de landelijke regelingen zijn de zorgtoeslag, huurtoeslag en het kindgebonden budget het meest bekend. Daar wordt ook het meest gebruik van gemaakt (respectievelijk 90, 76 en 80 procent.
De bekendheid en het gebruik van de meeste gemeentelijke regelingen is goed, maar blijft wel achter bij de bekendheid en het gebruik van de bovenstaande landelijke regelingen. Elke gemeentelijke regeling is bij een deel van de doelgroep onbekend, en het niet kennen van regelingen is de meest genoemde reden om deze regeling niet te gebruiken. Respondenten geven aan voornamelijk op eigen initiatief aan informatie over de regelingen te komen, met name via de website van de gemeente en via vrienden of kennissen. Zij komen minder vaak aan deze informatie via hulpverleners en het Sociaal team, en vrijwel nooit via een lokale welzijnsstichting. De meeste respondenten hebben wel eens hulp gehad van andere organisaties. Ruim de helft (54 procent) heeft (logischerwijs) wel eens hulp gehad van het BWRI. Daarnaast heeft 39 procent wel eens hulp gehad van Kledingbank Maxima, en heeft 31 procent wel eens hulp gehad van Humanitas en/of het Sociaal team. Ruim een kwart heeft ook hulp gehad van de Voedselbank. 24 In 2019 en 2020 bedraagt de inkomensgrens 125% van het sociaal minimum, in 2021 wordt deze
teruggebracht naar 115%.
43
Versie 2021 1.0
Klanttevredenheidsonderzoek BWRI houdt jaarlijks een klanttevredenheidsonderzoek, de GKB doet dit tweejaarlijks. De algemene tevredenheid over de GKB is behoorlijk goed, blijkt uit de meest recente rapportage uit 2020. Op onderdelen als bereikbaarheid, informatievoorziening en het online platform krijgt de GKB rond de 8 als rapportcijfer. Voor de totale dienstverlening krijgt de GKB een 8.2. De telefonische bereikbaarheid is het enige echte verbeterpunt dat uit het onderzoek komt. Volgens de GKB zelf komt dit mede doordat een deel van de respondenten 24 uur per dag wil kunnen bellen, wat voor de GKB niet mogelijk is. Vanuit de interviews klinkt ook kritiek op de inhoud van het klanttevredenheidsonderzoek. Het onderzoek gaat volgens deze critici alleen over de dienstverlening van de GKB en niet over bijvoorbeeld armoedestress of de effectiviteit van het beleid. Dit laatste zou juist wel wenselijk zijn in een dergelijk onderzoek om een beter beeld te krijgen van de effecten van de schuldhulpverlening. Armoederegisseur Ook over de armoederegisseur wordt in de jaarrekeningen gerapporteerd. Tabel 3.3.2 Resultaten armoederegisseur Armoederegisseur Afstemming met de De armoederegisseur heeft in 2018 33 gezinnen bemiddeld en preventiemedewerkers van in 2019 30 gezinnen. de GKB, de sociale teams, maatschappelijke organisaties en team minima over inzet van het maatwerkbudget.
Bijdrage leveren aan een De armoederegisseur heeft zowel beleidsmatig als in de structurele aanpak om uitvoering verbinding met collega’s die zich richten op de intergenerationele aanpak te aanpak van schulden, laaggeletterdheid, gezondheidsbeleid en voorkomen. het re-integratiebeleid. Zij is aanspreekpunt, adviseert en werkt samen met hen aan activiteiten zoals het bereiken van de (verborgen) doelgroep, voorlichting en preventie. Netwerken De armoederegisseur heeft het afgelopen jaar de samenwerking tussen de deelnemers van het armoedepact gefaciliteerd en verstevigd. De armoederegisseur is contactpersoon voor de opgeleide ervaringsdeskundigen armoede en sociale uitsluiting en de organisatie Sterk uit Armoede, Alliantie van Kracht en het Netwerk provincie. De armoederegisseur levert jaarlijks gegevens aan voor de jaarlijkse benchmark armoede en schulden. Tabel 3.3.3 Resultaten overige zaken Overige zaken Subsidies aan ketenpartners We verstrekten subsidies aan kledingbank Maxima, Stichting Urgente Noden, Voedselbank, Stichting Leergeld, het Jeugdsportfonds en het Jeugdcultuurfonds. Deelname onderzoek Samen met 4 andere Nederlandse gemeenten doet de effectieve armoedeaanpak gemeente Midden-Groningen mee een wetenschappelijk onderzoek voor een effectieve armoedeaanpak. Het onderzoek wordt uitgevoerd door de Wageningen Universiteit en het Radboud UMC Nijmegen.
De werktitel van het onderzoek luidt: ‘minder armoedestress, meer gezondheid en meer participatie’. Vanuit dit onderzoek kunnen we experimenteren met nieuwe interventies. Het onderzoek heeft een looptijd van
44
Versie 2021 1.0
Intergenerationele armoede in de Veenkoloniën
Alliantie van 50 Kracht
3 jaar. De resultaten zijn ten tijde van dit onderzoek nog niet bekend. Midden-Groningen draagt bij aan een onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen naar intergenerationele armoede. Het onderzoek moet leiden tot oplossingen om de vicieuze cirkel van armoede te doorbreken. De resultaten hiervan zijn ten tijde van dit onderzoek nog niet bekend. Alliantie van 50 Kracht is in de Veenkoloniën gestart door verschillende maatschappelijke organisaties om overerfbare armoede te begrijpen en te bestrijden. De alliantie bestaat uit welzijnsorganisaties, GGD, GGZ, woningbouwcorporaties, zorginstellingen en gemeenten in de Veenkoloniën. Vanuit de alliantie wordt kennis uitgewisseld en worden effectieve werkwijzen gedeeld.
Armoedepact De resultaten van het armoedepact staan ook beschreven in de jaarstukken. Tabel 3.3.4 Resultaten armoedepact Armoedepact 2019 Samenwerking binnen het De samenwerking binnen het armoedepact Armoedepact heeft geleid tot de volgende initiatieven: Project moeders voor moeders, waarbij moeders met een laag inkomen elkaar kunnen ontmoeten en elkaar kunnen helpen en een kinderfietsenplan waarbij kinderen van 5 tot 12 jaar een fiets kunnen krijgen.
2018 De samenwerking binnen het Armoedepact heeft geleid tot de volgende initiatieven: leenlaptops voor scholen waarmee kinderen een laptop kunnen lenen van de Computerbank en het initiatief “Samen gezond en goedkoper eten in De Pastorie te Sappemeer”
In de raadsbrief van 20 augustus 2020 is apart ingegaan op de resultaten van het armoedepact en ook hoe de effectiviteit van het pact verbeterd kan worden. Deze evaluatie is verricht door de armoederegisseur na gesprekken met enkele sleutelpartners. In de raadsbrief wordt als meerwaarde van het Armoedepact gesteld dat het enerzijds zorgt voor een groter netwerk dat, doordat men elkaar kent, ook beter en gemakkelijker samenwerkt, concrete initiatieven oplevert Verbetermogelijkheden van het Armoedepact In dezelfde raadsbrief is ook een aantal verbeterpunten voor de werking van het armoedepact geformuleerd. Zo zou onderwijs veel meer betrokken moeten worden bij het pact om alle kinderen te kunnen bereiken. Over de rol van de gemeente in het pact verschilt men van mening: de een vindt de gemeente te sturend en de ander vindt juist dat de gemeente een meer prominente rol zou moeten innemen. Het voorstel is nu gedaan om de partners van het Armoedepact te verdelen in een ‘kerngroep’ en een ‘sympathisantengroep’. De ‘kerngroep’ bestaat uit partijen die een actieve bijdrage willen en kunnen leveren aan het verbeteren van het leven van mensen die leven in armoede. Met ondersteuning van de armoederegisseur stellen zij een armoede-agenda op en richten ze zich op concrete activiteiten.
Het verschil met de huidige stuurgroep is dat de leden van de kerngroep er nadrukkelijk namens hun organisatie zitten en ook het mandaat hebben om toezeggingen te doen namens de organisatie. Zo denkt men de slagkracht te vergroten. De overige deelnemers zijn de sympathisanten van het Armoedepact. Zij vormen de eerste schil van het Armoedepact. Deze partijen blijven betrokken bij het pact via nieuwsbrieven en de halfjaarlijkse armoedebijeenkomsten. Zo blijft het mogelijk voor partijen om elkaar te ontmoeten en kennis te delen.
45
Versie 2021 1.0
die het leven van mensen in armoede verzacht. Anderzijds zorgt het armoedepact ervoor dat het onderwerp armoede hoog op de agenda blijft staan bij partijen en de politiek. Een andere constatering is dat het merendeel van de deelnemende partners weinig actief is binnen het pact. Dat heeft verschillende oorzaken, bijvoorbeeld omdat dit niet kan door de aard van de organisatie, vertegenwoordigers van een organisatie onvoldoende mandaat hebben of doordat het niet duidelijk is wat van hen verwacht wordt. Overig Bij de aanvraagprocedure van de minimaregelingen wordt gelet op het taalniveau in communicatie met de doelgroep. Voor mensen die al een bijstandsuitkering ontvangen is de aanvraag makkelijk, en bestaat het meestal uit het zetten van een kruisje en een handtekening. Voor mensen die nog niet eerder bijstand hebben ontvangen is de aanvraagprocedure minder makkelijk. Het is nog niet bekend hoeveel van de mensen die de regelingen gebruiken ook een bijstandsuitkering hebben en hoeveel niet, hier wordt wel aan gewerkt.
3.3.2. Resultaten schuldhulpverlening Net als bij armoedebeleid wordt de verantwoording van de bereikte resultaten opgenomen in de jaarstukken. Tabel 3.3.1 Resultaten GKB Midden-Groningen Doelstellingen 2019 We willen er zijn voor de In 2019 is het aantal klanten inwoners die advies en/of bij de Kredietbank licht informatie willen hebben over gedaald (928 naar 918). hun financiën, inwoners die moeite hebben met het regelen van hun financiële zaken en voor mensen die problematische schulden hebben en daar zelf niet meer uitkomen. Daarnaast zetten we ons in voor In 2019 hebben we 120 preventie. Preventie heeft als adviesgesprekken gevoerd belangrijkste doelstellingen: waarvan ongeveer 24 tegengaan van klanten daadwerkelijk een generatiearmoede, vroeg aanvraag signalering, financiële schuldhulpverlening hebben bewustwording vanaf de ingediend en 5 een sociale basisschool en het weg lening. werken van de ‘drempel’ Nieuwe aanvragen naar de kredietbank. We schuldhulpverlening: 284 denken hiermee de toename Budgetbeheer: 730 inwoners van schulden te doorbreken Schuldregeling: 177 inwoner en de armoede problematiek WSNP-aanvragen: 33 in onze gemeente te kunnen Sociale leningen: 248 verminderen.
Het project Stressvrij wil met In 2019 is proefgedraaid met een innovatieve en nieuwe de pilot “Stressvrij”, vorm van begeleiding gebaseerd op de methode inwoners met problemen op “Mobility-Mentoring”. Een meerdere leefgebieden vervolg op deze pilot is ondersteunen. De methodiek opgenomen in de ‘Mobility-Mentoring’ sluit daar strategische visie Sociaal. 100% bij aan. De eerste resultaten zijn goed: er wordt vooral vooruitgang
46
2018 De samenwerking binnen het Armoedepact heeft geleid tot de volgende initiatieven: leenlaptops voor scholen waarmee kinderen een laptop kunnen lenen van de Computerbank en het initiatief “Samen gezond en goedkoper eten in De Pastorie te Sappemeer” In 2018 zijn er 103 gesprekken gevoerd.
Nieuwe aanvragen schuldhulpverlening: 297
Versie 2021 1.0
geboekt op het domein financiën en inwoners geven aan dat zij het als prettig ervaren. Daarnaast wordt gerapporteerd over andere resultaten. Deze worden in de rapportage niet gerelateerd aan doelstellingen. - In de uitvoering wordt gewerkt met de financiële thermometer. Op basis van een aantal vragen (onder meer over rondkomen en schulden) wordt de klant doorgeleid naar een adviesgesprek bij de GKB Midden-Groningen. - De GKB heeft circa 1.000 bezoekers van de lifestyle beurs in Hoogezand verteld wat de kredietbank kan betekenen voor de inwoners van de gemeente Midden-Groningen. - In 2019 heeft de kredietbank meerdere presentaties en workshops verzorgd, waaronder 2 presentaties bij de sociale teams van Midden-Groningen en 6 workshops bij het UWV voor arbeidsdeskundigen en re-integratiecoaches. - Naast lokale samenwerking heeft de GKB ook provinciaal de samenwerking gezocht en blijft dat doen. Een voorbeeld hiervan is de samenwerking met de Rijksdienst voor het wegverkeer (RDW). Daar is nu een afdeling die de schuldhulpverleners rechtstreeks kunnen benaderen voor problemen bij de registratie van vervoermiddelen. - 31 basisscholen in de gemeente hebben een vorm van financiële educatie ontvangen. Voor de bovenbouw was dat het armoede en rijkspel. Voor de onderbouw verstrekt de GKB lesmateriaal en worden de kinderen uitgenodigd om een toneelstuk over sparen en geld bij te wonen.
Met deze activiteiten zijn in totaal 1.097 leerlingen bereikt. Het dr. Aletta Jacobs College, CBS Rehoboth en het Eemsdeltacollege hebben in 2019 deelgenomen aan het programma ‘Discussiëren kun je leren’. Tijdens dit programma gingen leerlingen met elkaar in discussie aan de hand van diverse stellingen over de gevolgen van armoede en de waarde van geld. Hiermee zijn ongeveer 350 leerlingen bereikt. - In de wijk geeft Stichting Knip budgettrainingen aan volwassen, daar hebben in 2019 34 inwoners aan deelgenomen. - De GKB zorgt ervoor dat nieuwe aanvragen conform de afgesproken termijn van vier weken op gesprek komen. Crisisaanvragen zoals huisontruiming en het dreigende afsluiten van nutsvoorzieningen kunnen binnen drie dagen op gesprek komen. - De uitval bij de GKB is vrij laag. De GKB werkt veel samen met bijvoorbeeld Humanitas: klanten blijven hierbij in het schuldhulpverleningstraject gedurende de hulp van andere organisaties. Ter voorbereiding op nieuwe wetgeving (toevoeging aan de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening) is in 2019 proefgedraaid met een pilot ’Vroeg erop af’ (bij binnenkomende signalen van betalingsachterstanden is bij 30 mensen op bezoek gegaan). Ook zijn de preventiespecialisten langs geweest bij inwoners die schulden hebben bij de zorgverzekeraar. Deze pilot is succesvol afgerond.
Activiteitenoverzicht In bijlage 7 staat het overzicht waarmee de GKB middels een jaarplan nader inzicht geeft in de voortgang op de verschillende focuspunten. Voor de verschillende deelprogramma’s wordt hier inzicht gegeven in de stand van zaken per onderdeel. Vanuit de voornemens beschreven in Invloed van de coronacrisis Begin 2020 was er een sterke daling in het aantal aanvragen voor schuldhulpverlening. Dit kwam waarschijnlijk door corona, bijvoorbeeld doordat mensen vaker uitstel van betaling hebben gekregen of meer zorgen hebben over de problematieken rondom corona dan over hun eigen financiële situatie. Zo waren er in april 2020 7 aanvragen ten opzichte van 31 in april 2019. Vanaf augustus is er weer een stijgende lijn in het aantal aanmeldingen.
47
Versie 2021 1.0
3.3.3. Samenwerking Binnen de gemeente Midden-Groningen Rondom het armoedebeleid heeft BWRI de centrale functie rondom inkomen, participatie naar werk en de regelingen van het armoedebeleid. Het armoedebeleid bij BWRI gaat met name over het inrichten van de dienstverlening en staat daarbij los van het verdere sociaal beleid. De samenwerking die vanuit BWRI plaatsvindt met andere domeinen is vooral in de uitvoering via de Sociale teams. De armoederegisseur vormt vanuit BWRI de link tussen de verschillende domeinen en de inwoners. Vanuit het gehele sociaal domein zijn er veel mogelijkheden tot ondersteuning, maar beleidsmatig wordt weinig samengewerkt. Het sociaal beleid gaat hierbij vooral over het bieden van kansen en perspectief, bij BWRI gaat meer om financiële ondersteuning. Een suggestie die is aangedragen om de beleidsmatige samenwerking te vergroten is door de budgetten van Jeugd, Wmo en Participatie samen te voegen. BWRI werkt wel actief samen met de GKB25 en cliënten worden indien nodig direct doorverwezen naar de GKB. Deze samenwerking met de GKB gebeurt vooral in het kader van preventie en vroegsignalering Het gemis aan beleidsmatige samenwerking wordt breed ervaren in de gemeente. Hierdoor ontbreekt de echte integrale samenwerking.
Zoals een geïnterviewde stelt als voorbeeld: “Een voorbeeld hiervan zijn de problemen in de jeugdhulp, dit kun je veel meer verbinden met andere problemen, waaronder armoede.” Vanuit vrijwel alle invalshoeken wordt geconcludeerd dat er overlap is tussen de doelgroepen van de afdelingen, maar iedere afdeling pakt enkel zijn eigen facetten in de armoedebestrijding op. Er zijn al wel stappen gezet de laatste jaren. De beleidsmedewerkers Jeugd en Wmo werken al samen op één afdeling. Ook het meten van resultaten bij Jeugd is sterk ontwikkeld en dit wordt nu ook bij Wmo geprobeerd in te voeren. Er is daarbij meer oog voor het onderwijs en het monitoren van kinderen in armoede en de inzet op preventie van armoede bij kinderen. Ook zijn er met het programma ‘Kansrijke Start’26 zorgpaden opgesteld waarbij armoede en schulden een van de zorgpaden is. De samenwerking wordt dus vooral gezocht in de uitvoering, maar op dat niveau is echte samenwerking lastig, vindt een aantal geïnterviewden. De verschillende hulpverleners werken vaak op basis van verschillende visies en opvattingen. Dit maakt het lastig te operationaliseren op uitvoeringsniveau. Voor meer samenwerking en een integrale dienstverlening wil men de NPG gelden inzetten voor met name het verder uitrollen van ‘Mobility Mentoring’27.
25 Het BWRI en de GKB zijn zowel deel van gemeente als elk een aparte organisatie. Formeel zijn het
beiden teams binnen gemeente. Het BWRI bestaat weer uit verschillende teams, namelijk van Werk en Inkomen, re-integratie en de sociale werkplaats. Het BWRI is het overkoepelende label van deze teams. De GKB is echt geïntegreerd binnen gemeente. Beide organisaties vallen gewoon binnen de reguliere aansturingslijnen van de gemeentelijke organisatie.. 26 Door het NCJ in samenwerking met de GGD GHOR, gericht op preventie van jeugdhulp. 27 Het aanpakken van armoedestress als onderdeel van de hulpverlening
48
Versie 2021 1.0
Onderstaand voorbeeld vanuit de gebiedsregisseurs illustreert de wijze van samenwerking binnen de gemeente. In de gemeente Midden-Groningen zijn vijf gebiedsregisseurs actief. Zij hebben op het gebied van armoede vooral een signaleringsfunctie. Zij zien grote verschillen in de gemeente voor wat betreft de armoedeproblematiek. Ook vermoeden zij dat binnen de gemeente relatief veel verborgen armoede is, bijvoorbeeld doordat mensen met een laag inkomen een eigen huis hebben. Zij krijgen signalen binnen over (dreigende) armoede via bijvoorbeeld buurtbewoners of (dorps)verenigingen die (hulp)vragen krijgen vanuit hun netwerk. Het gaat er daarbij bijvoorbeeld om dat mensen niet mee kunnen doen aan activiteiten omdat zij hier geen geld voor hebben of minimaregelingen niet kennen. Deze signalen worden door de gebiedsregisseur doorgezet binnen de gemeente, bijvoorbeeld naar de armoederegisseur. De gebiedsregisseurs geven aan dat zij niet meer terug horen wat er met dit signaal gedaan is. Zij hebben soms het idee dat de signalen niet altijd worden opgepakt. Ook is het hen niet duidelijk wat de ambitie vanuit de gemeente is ten aanzien van (verborgen) armoede in hun gebied en krijgen ze geen input van de gemeente over hoe zij de beoogde integrale aanpak en samenwerking met andere organisaties kunnen bewerkstelligen.
Samenwerking met de Sociale teams Voor de Sociale teams zijn het BWRI en de GKB de belangrijkste partners in de samenwerking rond het armoedebeleid. De medewerkers van de Sociale teams ervaren deze samenwerking als goed. Het Sociaal team loopt regelmatig tegen de grenzen van de wetten aan, zoals de Participatiewet. Dit compliceert de samenwerking: de wet is star en biedt weinig ruimte voor maatwerk. Hierdoor kunnen mensen buiten de boot vallen. Wettelijk juist handelen hoeft niet altijd het juiste handelen in de situatie zijn. Dit zorgt ervoor dat klanten afhaken. De GKB zit niet in het Sociaal team, maar beide organisaties zoeken de samenwerking op. Wel denkt de GKB dat er bij het Sociaal team minder aandacht is voor schulden en wat armoede met een gezin doet. Zeker als de GKB vanaf 2021 vaker zelf op klanten gaat afstappen, moet er ook (nog meer) oog zijn voor andere problematieken, waarbij indien nodig het Sociaal team snel ingeschakeld kan worden. De GKB gaat eerst starten met een eigen team en gaat in samenwerking met medewerkers van het Sociaal team kijken hoe de gezamenlijke duo’s in de praktijk kunnen worden vormgegeven. Een dergelijke combinatie kan dan samen kijken naar de praktische financiële situatie en breder naar andere problematieken. Doorontwikkeling sociale teams Na een evaluatie van de werking in 2018 is een doorontwikkeling van de sociale teams ingezet.
Hierbij is sterk ingezet op het realiseren van een bezuinigingstaakstelling op jeugd (verandering in werkwijze in zorgtoewijzing) en een nieuw ICT-systeem. Inhoudelijk is het sociaal team gaan werken met beschermtafels (overleg over vastlopende casussen vanuit vrijwillig kader Jeugdwet) en is er nu een zorgnetwerk-overleg met onder andere politie, Fact Lentis, Fact VNN, woningcorporaties, GKB) om elkaar regelmatig te ontmoeten en bepaalde thema’s met elkaar te bespreken. Er is mogelijk enige overlap tussen de werkzaamheden van het Sociaal team en van andere organisaties. Een voorbeeld hiervan is Humanitas: zowel het Sociaal team als Humanitas helpen nieuwe Nederlanders, maar er is geen overzicht van wie welke hulp moet uitvoeren. De lijntjes tussen deze organisaties zijn wel kort, er kan worden gecommuniceerd over of bepaalde klanten bij de ander bekend zijn. Opvallend is dat BWRI in brieven naar klanten hen doorverwijst naar Humanitas voor ondersteuning en niet naar het Sociaal team. Armoedepact en samenwerking tussen organisaties Het armoedepact faciliteert de samenwerking tussen organisaties. Organisaties hebben de vrijheid om samen te werken met wie zij willen. Zo werken de Kledingbank Maxima, Humanitas,
49
Versie 2021 1.0
de Voedselbank en de Computerbank intensief samen. Deze organisaties gaan ook samen naar de gemeente toe. De samenwerking is intensief en de lijnen zijn kort. Sommige organisaties werken meer projectmatig samen in het Armoedepact. Het armoedepact wordt daarbij wel als zinvol ervaren, omdat organisaties elkaar weten te vinden, al zijn het geen dagelijkse partners. Volgens betrokkenen beseft men hierdoor dat er samengewerkt wordt in de bestrijding van armoede. Men ervaart geen concurrentie tussen de organisaties, omdat ieder op eigen terrein bezig is. De zeven Kledingbanken Maxima zijn samen met de Voedselbank, Stichting Leergeld, de Computerbank, de Vakantiebank en instanties zoals Tinten Zorg en Welzijn, Biblionet Groningen en CMO STAMM provinciaal bezig met een project omtrent kansen voor kinderen uit gezinnen in armoede. Hiervoor is een voorstel ingediend bij Toukomst (onderdeel van het NPG). Deze samenwerking vindt haar basis ook in het Armoedepact, waarin organisaties beseffen hoe belangrijk samenwerking kan zijn en hoe je deze aan kan gaan. Het voorgestelde project is dan wel provinciaal, maar door het Armoedepact zien de organisaties wel het belang van de samenwerking in. Het Armoedepact faciliteert deze connectie.
In de enquête onder ketenpartners geven de meeste ketenpartners aan dat er meer samengewerkt moet worden binnen de gemeente tussen de ketenpartners onderling. Het maatschappelijk veld vindt men compleet, misschien wel te compleet. Het belangrijkste punt is dat de samenwerking van al deze organisaties beter moet worden benut, zo vindt men. De Adviesraad Sociaal Domein onderschrijft dit. De Adviesraad krijgt vanuit de doelgroep te horen dat het voor hen totaal niet overzichtelijk is en mensen door de bomen het bos niet meer zien. Ook bij de Sociale teams is hier volgens de Adviesraad weinig aandacht voor. Om dit te bewerkstellen is het volgens de ketenpartners belangrijk dat de ketenpartners op de hoogte zijn van wat de andere organisaties doen. Dit kan bijvoorbeeld door vaker bij elkaar te komen, en elkaar meer informatie te geven over wat mogelijk is. Samenwerking tussen gemeente en organisaties De samenwerking tussen de gemeente en de organisaties die actief zijn binnen de gemeente is nu redelijk goed al zijn er ook verbeteringen mogelijk, zo geven de organisaties en de gemeente aan. Na de herindeling heeft de gemeente hier actief op gestuurd zodat medewerkers beter zicht kregen op de activiteiten van de organisaties. De overleggen en de budgetten zijn gescheiden stromen.
De gemeente zou graag willen komen tot een integraal budget en werkwijze, waarbinnen de gemeente en organisaties werken vanuit één visie met een bepaald doel. Vanuit de enquête onder de ketenpartners zijn enkele opmerkingen gemaakt over de samenwerking met de gemeente.
50
Versie 2021 1.0
“De samenwerking is goed te noemen, er is sprake van gelijkwaardigheid.” “De samenwerking is goed. Mensen zijn benaderbaar en we ontvangen voldoende digitale informatie.” “De samenwerking is op veel terreinen goed. Maar het kan nog vele malen beter wanneer meer gekeken gaat worden wat iedereen doet en hoe gebruik gemaakt kan worden van ieders expertise.” “De samenwerking bestaat eigenlijk alleen hierin dat wij de bijeenkomsten van het Armoedepact zoveel mogelijk bijwonen.” “Er is genoeg contact, de drempel lijkt laag maar het zit hem meer in het uiteindelijk wegzetten van zaken. Uitvoering geven aan de samenwerking om dingen te bewerkstelligen.” “Deze samenwerking is nog onvoldoende omdat er nauwelijks goede vormen van regulier overleg zijn.” “De samenwerking kan beter. Soms is er een eilandgevoel van de organisaties die dit in stand houden.”
3.3.4. Conclusies Onderzoeksvragen - In hoeverre zijn de afgesproken doelen/prestaties in de afgelopen twee jaar (2018 en 2019) gehaald? Wat is de algemene beeldvorming hierover bij de betrokken instanties, zoals stuurgroep armoedepact e.a.? - Hoe verloopt de samenwerking rond beleid en uitvoering?
De gemeente lijkt te worstelen met de breedte van de doelstelling en de reikwijdte van de onderliggende subdoelstellingen en de resultaatmeting. De brede aanpak met betrekking tot armoede en schulden is feitelijk te veel en te complex om eenvoudig op te rapporteren. Echte KPI’s ontbreken, waardoor de cijfers weinig zeggen. Er gebeurt van alles rondom deze thema’s zoals diverse projecten en samenwerkingsverbanden, maar dit is niet altijd even duidelijk gekoppeld aan doelen die de gemeente ambieert. En soms zijn het opzichzelfstaande projecten of acties waarvan niet direct duidelijk is in hoeverre die bijdragen aan de doelen van de gemeente. Hoewel er weldegelijk wordt gerapporteerd op aantallen gebruikers, klanten en verstrekkingen vindt er geen kwantitatieve verantwoording plaats. In die zin is het onduidelijk wat de cijfers zeggen en waar men naar toe wil. Absolute getallen zeggen niet zo veel, zo is het onduidelijk hoe de resultaten zich verhouden tot de inspanningen en kosten. Eveneens wordt van de meeste regelingen niet gerapporteerd welk percentage van de doelgroep wordt bereikt (evenals welk deel van de minima de gemeente in het algemeen bereikt met het beleid, hoeveel huishoudens worden nu gemist als zijnde ‘verborgen armoede’?) Daarnaast is niet bekend of de regelingen, projecten en samenwerkingsverbanden het gewenste effect behalen – dit wordt niet gemeten.
Er is genoeg ambitie en er zijn veel initiatieven gaande, maar niet zozeer programmatisch, wat voor problemen in de uitvoering zorgt. De gemeente vindt het moeilijk de resultaten van de integrale aanpak te concretiseren. Er is wel vraag naar KPI’s bij verschillende betrokkenen bij het beleid. In paragraaf 3.2.5 is al een aantal mogelijke KPI’s genoemd die aan deze vraag tegemoet zouden komen.
51
Versie 2021 1.0
De gemeente zet zich onder andere in om het bereik en de bekendheid van de minimaregelingen te vergroten, dit is één van de resultaten waar de gemeente al wel op meet en rapporteert (zie paragraaf 3.3.1). Een deel van deze inzet komt terug in de Sociale teams, die cliënten wijzen op de minimaregelingen. De ketenpartners geven aan dat zij hier ook een rol in kunnen spelen. De gemeente werkt al samen met deze organisaties, en deze zouden dus meer kunnen worden ingezet om de informatie over de minimaregelingen te verspreiden onder de doelgroep. Inzet op de bekendheid van regelingen door deze informatie actief te verspreiden onder de doelgroep kan het gebruik (of ten minste de bekendheid) van gemeentelijke regelingen verhogen. Vanuit het gehele sociaal domein zijn er veel mogelijkheden tot ondersteuning, maar beleidsmatig wordt weinig samengewerkt. Iedere afdeling pakt enkel zijn eigen facetten in de armoedebestrijding op ondanks dat er overlap zit tussen de doelgroepen. De samenwerking wordt nog niet volledig benut. Organisaties overlappen of kennen elkaar juist niet. Het maatschappelijk veld is behoorlijk compleet, volgens sommigen zelfs te compleet. Ook het sociaal team overlapt in haar werkzaamheden met sommige andere organisaties.
Eigenlijk is het net als de brede visie op armoede: de wil is er, bij de meeste organisaties in het werkveld en de gemeente, maar het komt nog niet helemaal uit de verf. Het belangrijkste punt is dat de samenwerking van al deze organisaties beter moet worden benut, zo vindt men. Dit maakt het ook voor de doelgroep makkelijker om de juiste hulp (sneller) te kunnen vinden.
52
Versie 2021 1.0
4. Doelmatigheid In dit deel van de rapportage gaan we nader in op de doelmatigheid van het armoedebeleid. De hoofdvraag is: “In hoeverre en op welke wijze stuurt de gemeente erop, dat de beschikbaar gestelde middelen voor armoedebestrijding zo doelmatig mogelijk wordt ingezet?” Bij deze hoofdvraag horen de volgende subvragen: a. Hoeveel middelen besteedt de gemeente jaarlijks aan armoedebeleid (over de jaren 2018, 2019 en 2020)?; b. Hoe vindt hierover verantwoording plaats en in welke mate vindt bijsturing plaats?; c. Is er structureel aandacht voor het verder verbeteren van doelmatigheid, bijv. op basis van effectmetingen of anderszins?
4.1. Ingezette middelen armoedebeleid en schuldhulpverlening Onderzoeksvragen - Hoeveel middelen besteedt de gemeente jaarlijks aan armoedebeleid (over de jaren 2018, 2019 en 2020)? - Hoe vindt hierover verantwoording plaats en in welke mate vindt bijsturing plaats?
4.1.1. Middelen armoedebeleid In de volgende tabel staan de budgetten en realisatie van de specifieke regelingen rond armoedebeleid en schuldhulpverlening op een rij over de jaren 2018, 2019 (vastgesteld) en 2020 en 2021 (begroot). Tabel 4.1.1 Begrote versus gerealiseerde kosten 2018-2019, begrote kosten 2020 en 2021 2018 2018 2019 2019 2020 Financiën armoedebeleid (begroot) (realisatie) (begroot) (realisatie) begroot Meedoenfonds Meedoen vergoedingen € 730.00028 € 806.236 € 560.000 inwoners Preventie en promotie € 15.000 € 500 € 3.000 € 3.000 € 3.000 Website onderhoud en € 54.650 € 33.000 € 50.000 € 50.000 € 40.000 uitbreiding Bijdrage GKB € 100.000 €0 €0 Maatwerkbudget kinderen € 300.000 € 82.000 € 80.000 € 20.000 € 80.000 Subsidies partners (incl. € 102.000 € 102.000 € 102.000 € 102.000 € 97.000 incidenteel) Armoederegisseur€ 60.000 € 30.000 € 60.000 € 60.000 € 60.000 armoedepact Onderzoek € 30.000 € 3.000 Totaal Meedoenfonds € 561.650 € 250.500 € 1.050.359 € 1.041.236 € 840.000 Bijzondere bijstand29 Bijzondere bijstand Individuele inkomenstoeslag Bewindvoering
€ 1.602.996
€ 2.018.570 € 540.776 € 449.559 € 1.028.235
€ 1.885.000
€ 2.060.710 € 411.466 € 500.466 € 1.148.778
€ 2.180.000
28 Aanvankelijk was een bedrag van € 560.000 geraamd. Met de Voorjaarsnota is dit bedrag
door een dreigende overschrijding eenmalig verhoogd met € 170.000. 29Individuele inkomenstoeslag en bewindvoering zijn onderdelen van de bijzondere bijstand. Dit wordt niet apart begroot in de bijzondere bijstand.
53
2021 begroot € 560.000 € 3.000 € 40.000 € 100.000 € 80.000 € 97.000 € 60.000
€ 940.000 € 2.500.000
Versie 2021 1.0
Collectieve aanvullende zorgverzekering (CAZ) Kwijtschelding Totaal regelingen armoedebeleid Uitvoeringskosten30
€ 621.000
€ 570.195
€ 600.000
€ 617.645,03
€ 633.265
€ 670.515
€ 382.000 € 3.167.646
€ 415.733 € 3.254.998
€ 250.000 € 3.785.359
€ 262.598 € 3.982.189
€ 230.160 € 3.883.425
€ 230.160 € 4.340.675
€ 215.000
€ 215.000
De gemeente ontvangt jaarlijks gelden vanuit het gemeentefonds voor het armoedebeleid. Daarnaast wordt er via een decentralisatie-uitkering specifieke gelden ten behoeve van de bestrijding van kinderarmoede vanuit het Rijk verstrekt (“Klijnsma-gelden”). De financiering van het Meedoen Fonds is afkomstig van de regelingen die in het minimabeleid van de oorspronkelijke gemeenten waren opgenomen31. Het totale budget bij de start in 2018 (€864.000) achtte de gemeente voldoende om alle kosten van de burger voor 100% te vergoeden met een maximum van €200,- per persoon per kalenderjaar. In 2019 is het Meedoenfonds omgezet naar een webwinkel. In 2020 is het maximale bedrag verlaagd naar €125 per persoon. Voor 2021 wordt de inkomensgrens verlaagd naar 115 procent Wsm. De subsidie aan partners betreft de volgende organisaties: Stichting Urgente Noden, Kledingbank Maxima Midden-Groningen, Kledingbank Maxima Veendam, Voedselbank MiddenGroningen, Voedselbank Veendam-Menterwolde. Met organisaties Stichting Leergeld, Jeugdsportfonds en Jeugdcultuurfonds heeft de gemeente Midden-Groningen in 2018 aangegeven nader te bekijken op welke wijze de gemeente wil samenwerken met hen en op welke voorwaarden. De subsidie van de Voedselbank Midden-Groningen is in 2019 verhoogd omdat ze nu op een grotere locatie zijn gehuisvest en ze een grotere doelgroep krijgen.
Het BWRI krijgt van deze ketenpartners verantwoordingsrapportages. De beleidsmedewerkers zijn budgetverantwoordelijk voor het armoedebeleid. De gemeenteraad stelt uiteindelijk het budget vast. De verantwoording vindt plaats middels de jaarrekening, waarbij de begrote middelen afgezet worden tegen de realisatie.
4.1.2. Ingezette middelen GKB De GKB heeft een eigen begroting. Tabel 4.1.1 Ingezette middelen GKB 2018 -2019, begrote middelen 2020- 2021 Begroot Realisatie Begroot Realisatie GKB 2018 2018 2019 2019 Personeelskosten € 716.155 € 953.204 € 1.159.115 € 1.091.659 Overige kosten € 48.130 € 27.468 € 104.930 € 36.544 Mobility Mentoring € 25.000 € 28.583 € 85.000 € 41.086 Schuldpreventie €0 -€ 3.978 € 111.100 € 41.971 Vergoedingen en -€ 111.500 -€ 78.585 -€ 101.000 -€ 77.255 rentebaten Totale kosten € 677.785 € 926.692 € 1.359.145 € 1.134.005
Begroot 2020 € 1.087.131 € 168.962 €0 € 100.100 -€ 75.000
Begroot 2021 € 1.219.105 € 44.965 €0 € 40.100 -€ 75.000
€ 1.281.193
€ 1.229.170
Het merendeel van de kosten van de GKB betreft personeelskosten. Er zijn weinig tot geen budgetten daarnaast, behalve een aantal werkbudgetten. Zo is er soms extra geld voor projecten en is er een structureel werkbudget voor preventieactiviteiten. De budgetten van de GKB worden door de budgethouder(s) in samenspraak met de financieel adviseur besproken en vastgesteld ter aanbieding aan de Raad. De teamleiding is budgethouder met een beleidsmedewerker (een preventiespecialist) als deelbudgethouder voor het deel Schuldhulppreventie. De gemeenteraad stelt uiteindelijk het budget vast.
30 Dit zijn de uitvoeringskosten (personeelskosten) van de gemeente Midden-Groningen. 31 Activiteitenfonds, Minimabudget, Participatiefonds +minimabeleid, Stimuleringsfonds, Klijnsma-gelden
en Bijzondere bijstand voor computer/indirecte schoolkosten
54
Versie 2021 1.0
. In het tweede hoofdstuk is nader beschreven op welke wijze de raad wordt geïnformeerd. In de interviews wordt vanuit vrijwel alle invalshoeken aangegeven dat de ambities van de gemeente en de financiële situatie de gemeente dwingen tot het maken van scherpe en pijnlijke keuzes. De gemeente Midden-Groningen heeft hard gestuurd op de financiële ruimte, zo wordt aangegeven. Dit heeft er volgens betrokkenen mede toe geleid dat Midden-Groningen er beter voor staat dan andere gemeenten in de regio. Dat de ambities en de financiële situatie elkaar in de weg kunnen zitten, blijkt uit meerdere voorbeelden. Zo zal de nadere inzet op vroegsignalering in de schuldhulpverlening er toe kunnen leiden dat meer mensen met schulden in beeld komen. De schuldenproblematiek in de regio is immers groot. Dit zou tot hogere uitvoeringskosten voor de gemeente kunnen leiden. De gemeente dient een balans te zoeken tussen hogere kosten en een efficiënte manier van werken. Er kan bijvoorbeeld niet een team van zes mensen op vroegsignalering worden gezet, hoewel dit misschien wel wenselijk zou zijn. Daarnaast is de vraag of alle mensen met schulden die in beeld komen bij de gemeente uiteindelijk ook daadwerkelijk hulp gaan of willen krijgen. Met de nieuwe methode van vroegsignalering zullen (naar verwachting) per maand honderden nieuwe signalen van dreigende schulden binnenkomen bij de gemeente.
Door middel van een applicatie zou de GKB met een filter op basis van bepaalde criteria uit alle binnengekomen signalen een ‘loperslijst’ kunnen samenstellen, dat is een lijst met de adressen die deze maand bezocht gaan worden. Dit is een uitdaging, maar de gemeente wil de financiële problemen in een zo vroeg mogelijk stadium aanpakken.
4.1.3. Conclusies Onderzoeksvragen - Hoeveel middelen besteedt de gemeente jaarlijks aan armoedebeleid (over de jaren 2018, 2019 en 2020)? - Hoe vindt hierover verantwoording plaats en in welke mate vindt bijsturing plaats?
Er zit spanning tussen de ambitie van de gemeente aangaande de aanpak van de armoede- en schuldenproblematiek en de beschikbare middelen. De beperkte financiële ruimte dwingt de gemeente tot het maken van scherpe en pijnlijke keuzes. De verantwoording vindt plaats middels de jaarrekening, waarbij de begrote middelen afgezet worden tegen de realisatie. Bijsturing door de gemeenteraad is lastig omdat effecten niet bekend zijn. Bijsturing op basis van inzet van middelen is wel mogelijk, omdat de gemeenteraad daar actief over wordt geïnformeerd. De verantwoording van de integrale schuldhulpverlening loopt net als bij armoedebeleid via de Planning en Control (P&C)-cyclus. De rapportages gaan via de ambtelijke lijn naar de gemeenteraad. Door middel van resultaat-indicatoren wordt het beleid van de gemeente getoetst en kan de uitvoering van de integrale schuldhulpverlening worden beoordeeld. De indicatoren zijn door het college gekwantificeerd en worden benoemd in de begroting en jaarrekening.
55
Versie 2021 1.0
4.2. Verbetering doelmatigheid Onderzoeksvragen - Is er structureel aandacht voor het verder verbeteren van doelmatigheid, bijv. op basis van effectmetingen of anderszins?
4.2.1. Bevindingen De gemeente Midden-Groningen doet mee aan verschillende benchmarken. De gemeente doet hier aan mee omdat men wil leren van anderen en wil kijken waar het beter kan. Voor de benchmarks geldt wel dat, zo stellen betrokkenen, het in eerste instantie nog meer aftasten is. De reden hiervoor is dat de gemeente Midden-Groningen nog maar relatief kort bestaat en nog niet in staat was om alle cijfers op de correcte wijze aan te leveren. Benchmark Armoede en Schulden De gemeente Midden-Groningen doet mee aan benchmark Armoede en schulden van Divosa. De benchmark over 2019 is net uit en wordt nog intern besproken. De GKB doet mee aan de benchmark om de dienstverlening en processen te kunnen vergelijken met andere gemeenten en landelijke cijfers. De benchmark is als instrument nog niet zo ver dat vergelijking echt goed mogelijk is. De manier waarop deelnemende gemeenten gegevens aanleveren voor de benchmark is nog niet eenduidig, waardoor vergelijking nu nog niet goed mogelijk is Benchmark Werk en Inkomen De gemeente Midden-Groningen doet mee aan de benchmark Werk en Inkomen van Divosa. In het onderstaande enkele resultaten uit de benchmark. • Midden-Groningen betaalt ongeveer 50% per inwoner meer aan bijzondere bijstand dan gemiddeld in het land. Benchmark uitvoeringskosten De gemeente Midden-Groningen heeft begin 2020 deelgenomen aan een benchmark bedrijfsvoering.
In deze benchmark is gekeken naar de kosten die de gemeente maakt voor het uitvoeren van haar werkzaamheden, hoeveel formatie hiervoor nodig is en welke taken bij derden zijn belegd. Per taakgebied is deze vergelijking uitgevoerd met een aantal gemeenten van soortgelijke omvang. De apparaatskosten van Midden-Groningen komen eruit als een gemeente met “gemiddelde” kosten, wel kent de gemeente een verhoogde werklast32 ten opzichte van de referentiegemeenten. Gecorrigeerd voor deze werklast bedragen de extra kosten van Midden-Groningen ten opzichte van de referentiegroep € 4,0 miljoen hoger. Een groot deel van deze nog te verklaren hogere kosten (circa € 3,1 miljoen) moet worden gezocht bij taken belegd bij derden. Daarnaast blijkt uit de benchmark dat Midden-Groningen relatief veel taken in eigen beheer uitvoert en dat Midden-Groningen relatief veel formatie uitvoerende taken heeft en relatief weinig formatie voor beleid.
4.2.2. Conclusies Onderzoeksvragen - Is er structureel aandacht voor het verder verbeteren van doelmatigheid, bijv. op basis van effectmetingen of anderszins?
32 De verhoogde werklast kent twee hoofdoorzaken: een zwakke sociale structuur en een groot landelijk
en waterrijk areaal.
56
Versie 2021 1.0
De gemeente Midden-Groningen doet mee aan verschillende benchmarken. De gemeente doet hier aan mee omdat men wil leren van anderen en wil kijken waar het beter kan. Voor de benchmarks geldt wel dat, zo stellen betrokkenen, het in eerste instantie nog meer aftasten is.
57
Versie 2021 1.0
Bijlage 1. Normenkader Onderzoeksvraag In hoeverre zet de gemeente de gebruikte of beschikbare beleidsinstrumenten in voor de bestrijding van de armoede en leveren deze instrumenten ook een maximale bijdrage aan het bereiken van de gestelde beleidsdoelen? Rechtmatigheid en transparantie: Voldoet het armoedebeleid aan de formele, juridische eisen en is de besluitvorming hierover transparant? - Welke (juridische) eisen gelden voor het bestaande armoedebeleid? - Wordt hieraan in de praktijk voldaan? - Hoe verloopt de besluitvorming hierover en wordt de raad hierbij in co-creatie bij betrokken?
1
Normenkader
Beoordeling
Er is door de gemeenteraad vastgesteld beleid dat geldt voor de onderzoeksperiode.
De gemeenteraden van de oorspronkelijke gemeenten hebben het beleid vastgesteld.
De gemeenteraad stelt de kaders voor het beleid rond armoede en schulden.
Kaderstelling door de gemeenteraad is op basis van de lange termijn visie lastig. Er is een disbalans tussen de behoefte van de raad op concretere kaderstelling en sturing en de lange termijn doelstellingen in het armoedebeleid van MiddenGroningen.
De gemeenteraad krijgt periodiek de vastgestelde set informatie over armoedebeleid en schuldhulpverlening ten aanzien van: - de mate van realisatie van de beleidsdoelstellingen; - de oorzaken van eventuele afwijkingen van budgetten.
Voor schuldhulpverlening krijgt de gemeenteraad een vaste set aan informatie. In het algemeen is de gemeente nog zoekende en groeiende om informatie te geven over de realisatie van de doelstellingen.
Versie 2021 1.0
Doeltreffendheid: Hoe stuurt de gemeente erop, dat de instrumentenmix armoedebeleid maximaal bijdraagt aan de gestelde beleidsdoelen van de gemeente MiddenGroningen? a) Heeft de gemeente duidelijke doelstellingen vastgelegd voor met betrekking tot armoedebeleid?;
De doelstellingen zijn helder, toetsbaar en in samenhang met elkaar geformuleerd. Er is een eenduidige relatie tussen de geformuleerde doelstellingen en de te bereiken resultaten. De doelstellingen en inhoud van het beleid sluiten aan bij de wensen van de externe organisaties.
b) Op welke wijze stuurt de gemeente hierop zodat de instrumentenmix maximaal wordt ingezet voor het realiseren van gemeentelijke doelen? Wordt hierbij bijv. gebruik gemaakt van prestatieindicatoren die zijn afgeleid van gemeentelijke doelen?; c) In hoeverre zijn de afgesproken doelen/prestaties in de afgelopen twee jaar (2018 en 2019) gehaald? Wat is de algemene beeldvorming hierover bij de betrokken instanties, zoals stuurgroep armoedepact e.a.?;
De doelstellingen en inhoud van het beleid sluiten aan bij de wensen van de cliënten. Er is gespecificeerd hoe gemeten wordt dat deze doelstellingen worden gerealiseerd. Monitoring maakt onderdeel uit van de PDCAcyclus De doelstellingen zijn voldoende gerealiseerd. De redenen voor afwijking van de doelstellingen is bekend en afwijkingen van de realisatie worden opgevolgd door verbetervoorstellen en bijsturing. Externe organisaties zijn tevreden over de behaalde prestaties in de afgelopen 2 jaar Externe organisaties zijn tevreden over de wijze waarop de uitvoering plaatsvindt. Externe organisaties zijn tevreden over de samenwerking met de gemeente.
2
Versie 2021 1.0
d) Welke relevante ontwikkelingen doen zich voor op de betrokken beleidsterreinen en hebben deze in de nabije toekomst invloed op het armoedebeleid? Zo ja, in welke zin? Doelmatigheid: In hoeverre en op welke wijze stuurt de gemeente erop, dat de beschikbaar gestelde middelen voor armoedebestrijding zo doelmatig mogelijk wordt ingezet? a) Hoeveel middelen besteedt de gemeente jaarlijks aan armoedebeleid (over de jaren 2018, 2019 en 2020)?; b) Hoe vindt hierover verantwoording plaats en in welke mate vindt bijsturing plaats?;
Het is bekend welke middelen zijn ingezet in de strijd tegen armoede De meting van de resultaten worden toegepast in een PDCA-cyclus en vormt derhalve de input voor mogelijke aanpassingen in beleid en uitvoering. Afwijkingen ten opzichte van de begroting zijn toegelicht
c) Is er structureel aandacht voor het verder verbeteren van doelmatigheid, bijv. op basis van effectmetingen of anderszins?
3
Versie 2021 1.0
Bijlage 2. Werkproces schuldhulpverlening Kredietbank Midden-Groningen In deze bijlage staat een korte beschrijving van het werkproces die de Kredietbank aanbiedt. Mensen met financiële problemen kunnen bij de GKB binnenkomen voor een adviesgesprek of voor een aanvraag voor schuldhulpverlening. De adviesgesprekken worden uitgevoerd door de preventiemedewerkers van de GKB. Deze medewerkers zijn van oudsher schuldhulpverleners. Het takenpakket van de preventiemedewerkers biedt ook de vrijheid om de samenwerking te zoeken met andere organisaties (zoals Humanitas) en projecten aan te gaan die de klant kunnen ondersteunen. De adviesgesprekken kunnen dienen om de negatieve veronderstellingen (zoals het moeten verkopen van het huis of de auto) van schuldhulpverlening weg te nemen. Afhankelijk van de situatie kan het advies zijn dat mensen zich aan melden voor schuldhulpverlening. Hierbij wordt ook uitgelegd dat het vinden van een oplossing altijd gaat in samenwerking met de eigen schuldhulpverlener. Of en wat voor schuldregeling klanten krijgen hangt af van hun situatie. De GKB ziet dat de meeste problematische schulden worden opgelost met een saneringskrediet. De GKB voert ook budgetbeheer uit. Budgetbeheer wordt vaak ingezet om te komen tot een financieel stabiele situatie. Budgetbeheer blijft maatwerk en is niet altijd noodzakelijk.
Mogelijke redenen om budgetbeheer in te zetten zijn bijvoorbeeld bij achterstanden in de vaste lasten of omdat mensen geen overzicht hebben over hun financiële situatie. Na het beëindigen van de schuldhulpverlening houdt de dienstverlening van de GKB niet direct op, zodat men niet opnieuw in de financiële problemen terecht komt. De GKB biedt onder meer aan om het budgetbeheer geleidelijk af te bouwen, levert nazorg en of biedt budgetcoaching aan. Als een klant meer ondersteuning nodig heeft dan de GKB op dat moment kan bieden, worden de ketenpartners ingeschakeld of kan de klant (met hulp van de GKB) een bewindvoerder inschakelen als dat beter passender is bij wat een klant nodig heeft. Klanten hebben bij de GKB één vast contactpersoon.
1
Versie 2021 1.0
Bijlage 3 Verantwoording enquête maatschappelijke organisaties In deze bijlage zetten we alle uitkomsten van de enquête grafisch op een rij. Ketenpartners van de gemeente Midden-Groningen zijn organisaties die met de gemeente samenwerken op het gebied van armoede en/of schuldhulpverlening. In totaal hebben xx ketenpartners de vragenlijst ingevuld. Verantwoording Voor de enquête zijn 36 organisaties aangeschreven. Hiervan hebben 25 organisaties de enquête ingevuld. In deze bijlage geven we een grafische weergave van de resultaten uit de enquête onder de ketenpartners. Sociaaleconomische schets Ontwikkelingen doelgroep ketenpartners (N=24 & N=25)
Ontwikkelingen doelgroep afgelopen drie jaar Toename
Gelijk
Aantallen
56%
Problematieken (zwaarte van)
58%
Afname
36%
8%
42%
Meningen over het beleid Oordeel gemeentelijk armoedebeleid (N=24)
Oordeel gemeentelijk armoedebeleid Positief
Neutraal
Als geheel
Specifiek: de miminaregelingen
2
Negatief
71%
54%
29%
42%
4%
Versie 2021 1.0
Oordeel gemeentelijk schuldhulpverleningsbeleid (N=22~N=24)
Oordeel schuldhulpverleningsbeleid Positief
Als geheel
Neutraal
Negatief
38%
Doelstellingen van het gemeentelijk schuldhulpverleningsbeleid
63%
50%
Effectiviteit van het gemeentelijk schuldhulpverleningsbeleid
18%
Specifiek: de instrumenten
18%
50% 73%
9%
82%
Ingezette middelen (N=21~N=23)
Zijn de ingezette middelen de juiste voor de doelgroep? Ja
Gedeeltelijk
Armoedebeleid: minimaregelingen
Schuldhulpverlening: producten en diensten Schuldhulpverlening: vroegsignalering en preventie
Nee
70%
30%
43%
57%
27%
64%
9%
Doelgroepen in beeld (N=25 & N=24)
Heeft de gemeente de doelgroepen in beeld? Ja
Armoedebeleid
Schuldhulpverlening
3
Gedeeltelijk
Nee
52%
29%
40%
58%
8%
13%
Versie 2021 1.0
Oordeel doelstelling en effectiviteit armoedebeleid (N=24 & N=23)
Oordeel doelstellingen en effectiviteit armoedebeleid Positief
Neutraal
Doelstellingen van het gemeentelijk armoedebeleid
Negatief
63%
Effectiviteit van het gemeentelijk armoedebeleid
33%
17%
70%
4%
13%
Oordeel doelstelling en effectiviteit armoedebeleid (N=24 & N=23)
Oordeel doelstellingen en effectiviteit schuldhulpverleningsbeleid Positief
Neutraal
Doelstellingen van het gemeentelijk schuldhulpverleningsbeleid
Negatief
57%
Effectiviteit van het gemeentelijk schuldhulpverleningsbeleid
39%
27%
4%
64%
9%
Samenwerking Samenwerking (N=21~N=24)
Is er voldoende samenwerking? Ja
Gedeeltelijk
Tussen de gemeente en uw organisatie
42%
Tussen ketenpartners onderling
Tussen uw organisatie en het gebiedsteam
4
30%
14%
Nee
50%
35%
62%
8%
35%
24%
Versie 2021 1.0
Bijlage 4: overzicht belangrijkste partners in armoedebeleid Midden-Groningen Op het gebied van het voorkomen en bestrijden van armoede zijn diverse organisaties binnen de gemeente Midden-Groningen actief. Deze organisaties zijn ook aangesloten bij het armoedepact. De volgende tabel zet een aantal organisaties die actief zijn in de gemeente Midden-Groningen op een rij.