05. Kolham - Hoofdstraat 42-42a - bijlagen bij de motivering
Tekst van het document
Korensla
Zweedse kornoelje
Bokkenorchis
Kranskarwij
Bosboterbloem
Kruiptijm
Bosdravik
Lange zonnedauw
Brave hendrik
Liggende ereprijs
Brede wolfsmelk
Moerasgamander
Breed wollegras
Muurbloem
Bruinrode wespenorchis
Naakte lathyrus
Dennenorchis
Naaldenkervel
Dreps
Pijlscheefkalk
Echte gamander
Roggelelie
Franjegentiaan
Rood peperboompje
Geelgroene wespenorchis
Rozenkransje
Geplooide vrouwenmantel
Ruw parelzaad
Getande veldsla
Scherpkruid
Gevlekt zonneroosje
Schubvaren
Glad biggenkruid
Schubzegge
Gladde zegge
Smalle raai
Groene nachtorchis
Spits havikskruid
Groensteel
Steenbraam
Groot spiegelklokje
Stijve wolfsmelk
Grote bosaardbei
Stofzaad
Grote leeuwenklauw
Tengere distel
Honingorchis
Tengere veldmuur
Kalkboterbloem
Trosgamander
Kalketrip
Veenbloembies
Karthuizeranjer
Vliegenorchis
22
Vrijstelling soortenlijst in de provincie Groningen Soort Aardmuis Bastaardkikker Bosmuis Bruine kikker Bunzing Dwergmuis Dwergspitsmuis Egel Gewone bosspitsmuis Gewone pad Huisspitsmuis Kleine watersalamander Konijn Meerkikker Ondergrondse woelmuis Ree Rosse woelmuis Tweekleurige bosspitsmuis Veldmuis Vos Woelrat
x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x
X = vrijgestelde soort Toelichting vrijstelling De vrijstelling geldt voor de soorten hierboven genoemd, mits het gaat om handelingen die worden verricht in verband met: a. de uitvoering van werkzaamheden in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting; b. de uitvoering van werkzaamheden in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; c. de uitvoering van werkzaamheden in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; d. bestendig gebruik.
23
Bijlage 2 Overzichtskaart plangebied
24
25
Archeologisch bureauonderzoek
Kolham, Hoofdweg 42
(Gemeente Midden-Groningen, Gr.)
Een Archeologisch Bureauonderzoek Steekproefrapport 2024-04/27
Kolham, Hoofdweg 42 (Gemeente Midden-Groningen, Gr.) Een Archeologisch Bureauonderzoek Een onderzoek in opdracht van BügelHajema Steekproefrapport 2024-04/27 ISSN 1871-269X Auteur: Autorisatie: (senior KNA-archeoloog/prospector actor reg. De Steekproef bv werkt volgens de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 4.1 en BRL 4000, en bij dit onderzoek protocol 4002. Foto’s en tekeningen zijn gemaakt door De Steekproef, tenzij anders vermeld. © De Steekproef bv, april 2024 Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt zonder bronvermelding. De Steekproef bv aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. De Steekproef bv Archeologisch Onderzoeks- en Adviesbureau adres telefoon internet e-mail kvk
Hooiweg 5, 9801 AJ Zuidhorn 050 – 5779784 www.desteekproef.nl info@desteekproef.nl 02067214
Inhoud Samenvatting Administratieve gegevens van het plangebied 1. Inleiding........................................................................................................................... 1 ● 1.1 Aanleiding en doel (KNA 4.1: LS01)..........................................................................1 ● 1.2 Locatie (KNA 4.1: LS01, LS02)..................................................................................2 ● 1.3 Beleid (KNA 4.1: LS01, LS02)..................................................................................2 2. Bureauonderzoek (KNA 4.1: LS06)......................................................................................3 ● 2.1 Bronnen................................................................................................................. 3 ● 2.2 Fysische geografie (KNA 4.1: LS04)...........................................................................3 ● 2.3 Archeologie (KNA 4.1: LS04)....................................................................................7 ● 2.4 Historische geografie (KNA 4.1: LS03).......................................................................9 ● 2.5 Archeologisch verwachtingsmodel (KNA 4.1: LS05)..................................................10 3.
Conclusie en advies (KNA 4.1: VS07)................................................................................11 Gebruikte bronnen Lijst van figuren en tabellen Appendix I: Archeologische periodes
Samenvatting In opdracht van BügelHajema is een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor het plangebied Hoofdweg 42 te Kolham, gemeente Midden-Groningen, provincie Groningen (zie Figuur 1). Het plangebied is circa 2700 vierkante meter groot. De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen bouw van woningen. De hiervoor benodigde bodemingrepen kunnen een bedreiging vormen voor eventueel aanwezige archeologische resten. Voor het plangebied geldt het Bestemmingsplan Kolham-Froombosch, Dubbelbestemming Waarde archeologie 1. Voor het hele terrein geldt hierdoor dat er bij verstoringen van groter dan 50 vierkante meter een archeologisch onderzoek moet plaatsvinden alvorens de voorgenomen ingreep doorgang kan vinden. Hieruit moet blijken dat de archeologische waarden van de gronden die kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld. Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel (KNA 4.1: LS05) Het plangebied ligt van oorsprong in een dekzandgebied. Dit was van de steentijd tot midden bronstijd een geschikte plaats voor bewoning. De verwachting voor archeologische waarden uit de steentijd is daarom in het plangebied hoog. Deze kunnen bestaan uit vuurstenen artefacten, aardewerkscherven, houtskoolconcentraties en grondsporen zoals haardkuilen en paalkuilen. Resten hiervan kunnen zijn verstoord door de ontginningen van het veen.
Hierbij werd geregeld ook het onderliggende dekzand geraakt. Vanaf het midden van de bronstijd overgroeide het gebied met veen dat na de late middeleeuwen ontgonnen werd. Van deze ontginningen en het daarop volgende landgebruik als akker kunnen resten bewaard zijn gebleven in de bodem. Indicatoren hiervan bestaan onder andere uit artefacten van aardewerk, steen, hout, metaal of glas, maar ook grondsporen zoals greppels en (paal)kuilen. Het plangebied bevindt zich op een AMK-terrein dat bestaat uit de oude dorpskern en de kerk van Kolham. Bebouwing is in het plangebied op de historisch topografische kaarten echter pas aanwezig in de jaren 60. Mogelijk heeft er voor de aanwezigheid van deze kaarten wel bebouwing op het plangebied gestaan. Indicatoren hiervan zijn onder andere grondsporen, funderingsresten en aardewerkscherven. Door de ligging naast de dorpskerk van middeleeuwse oorsprong is het mogelijk dat er in het plangebied begravingen zijn. Indicatoren hiervan bestaan onder andere uit grondsporen en bij toereikende conservering botmateriaal en houten bekisting. De archeologische verwachting voor late middeleeuwen – nieuwe tijd is hoog. Mogelijke verstoringen kunnen bestaan uit kabels en leidingen en de bebouwing op het perceel.
Selectieadvies (KNA 4.1: VS07) door MA Voor het gehele terrein geldt dat er geen werkzaamheden mogen plaatsvinden die een groter oppervlak dan 50 vierkante meter verstoren. Uit het bureauonderzoek blijkt dat het gebied een hoge verwachting heeft voor archeologische waarden uit de steentijd tot midden bronstijd en vanaf de late middeleeuwen. De geplande werkzaamheden in het plangebied bestaan uit het realiseren van nieuwbouwwoningen. Ons advies luidt om het plangebied door middel van verkennende boringen te onderzoeken. Hiermee kan de gaafheid van de bodem worden bepaald, en daarmee wat de kans is op intacte archeologische waarden. Het is aan de gemeente Midden-Groningen of zij dit advies al dan niet overneemt. Als bij toekomstig graafwerk onverhoopt toch archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, dan dient daarvan direct melding te worden gemaakt bij de minister conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10 & 5.11. Wij adviseren dit te doen bij de gemeente Midden-Groningen.
Administratieve gegevens van het plangebied Provincie
Groningen
Gemeente
Midden-Groningen
Plaats
Kolham
Toponiem
Hoofdweg 42
Centrumcoördinaat
245.975 / 578.046
Oppervlakte plangebied
Circa 2700 m2
NAP-hoogte maaiveld
Circa 0,5 m NAP tot 1 m NAP
Huidig grondgebruik
Bebouwing
Soort onderzoek
Archeologisch Bureauonderzoek
Opdrachtgever
BügelHajema
Uitvoerder
De Steekproef bv
Bevoegde overheid
Gemeente Midden-Groningen
Bestemmingsplan
Bestemmingsplan Kolham-Froombosch. Dubbelbestemming Waarde archeologie 1 (vastgesteld op 04-07-2013, zie ruimtelijkeplannen.nl).
Steekproef projectcode
2024-04/27
Onderzoeksmeldingsnummer
5562784100
Beheer en plaats documentatie
De Steekproef bv / Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed / DANS / Noordelijk Archeologisch Depot
1.
Inleiding
1.1
Aanleiding en doel (KNA 4.1: LS01) In opdracht van BügelHajema is een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor het plangebied Hoofdweg 42 te Kolham, gemeente Midden-Groningen, provincie Groningen (zie Figuur 1). Het plangebied is circa 2700 vierkante meter groot. De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen bouw van woningen. De voorgenomen bodemingrepen kunnen een bedreiging vormen voor aanwezige archeologische resten. Het doel van het onderzoek is vaststellen of er in het plangebied een intacte bodem aanwezig is en of zich hierin archeologische resten bevinden.
Figuur 1: Kolham, Hoofdweg 42: Topografische kaart met de ligging van het plangebied. Het is gelegen in het zuidoosten van Kolham. Bron: Opentopo.
1 1
1.2
Locatie (KNA 4.1: LS01, LS02) Het plangebied bestaat uit een perceel waar een leegstaande school op staat. Het is gelegen aan de zuidoostkant van Kolham. Aan de westzijde grenst het terrein aan een aftakking van de Hoofdweg. Aan de overkant van deze aftakking bevinden zich een kerk en begraafplaats. Aan de noord en zuidkant grenst het plangebied aan bebouwing. Aan de oostkant bevindt zich akkerland. Doordat er na dit bureauonderzoek niet direct een booronderzoek wordt uitgevoerd, waardoor aanwezige kabels en leidingen nog niet bedreigd worden, is ervoor gekozen geen KLIC - melding te doen.
1.3
Beleid (KNA 4.1: LS01, LS02) Voor het plangebied geldt het Bestemmingsplan Kolham-Froombosch, Dubbelbestemming Waarde archeologie 1(vastgesteld op 04-07-2013, zie ruimtelijkeplannen.nl). Dit komt overeen met de verwachting op de gemeentelijke verwachtingskaart, waar het wordt aangemerkt als een terrein van hoge archeologische waarde ( , 2020). Voor het hele terrein geldt dat er bij verstoringen van groter dan 50 vierkante meter een archeologisch onderzoek moet plaatsvinden alvorens de voorgenomen ingreep doorgang kan vinden. Dit houdt in dat er een rapport moet worden opgesteld waarin de archeologische waarden van de gronden die kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld. Eveneens moet hierin in voldoende mate zijn aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd.
2 2
2.
Bureauonderzoek (KNA 4.1: LS06)
2.1
Bronnen Tijdens het bureauonderzoek is de bestaande relevante kennis van het plangebied verzameld. De gebruikte bronnen voor het bureauonderzoek zijn opgenomen in de literatuurlijst. De onderzoeksmethode is afgestemd op het archeologisch beleid van de gemeente Midden-Groningen. Aan de hand van het bureauonderzoek is een archeologisch verwachtingsmodel opgesteld. Voor de paragraaf over de fysische geografie zijn kaarten van de bodem, de geologie, geomorfologie en de fysische geografie bestudeerd, evenals het Actueel Hoogtebestand Nederland. Voor de paragraaf over archeologie is onder andere ARCHIS 3, het archeologisch registratie- en informatiesysteem van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) geraadpleegd. In ARCHIS 3 kunnen vondstmeldingen, archeologische terreinen en eerder uitgevoerde archeologische onderzoeken worden ingezien. Deze databank is toegankelijk voor organisaties die werkzaam zijn in de archeologie (zoeken.cultureelerfgoed.nl). Het bevat een GIS-systeem waarin de archeologische kaart en aardkundige kaarten geraadpleegd kunnen worden. Rapporten over eerder uitgevoerde archeologische onderzoeken in de directe omgeving van het plangebied zijn eveneens bestudeerd. Voor de paragraaf over de historische geografie is onder meer gebruik gemaakt van historische kaarten en de website topotijdreis.nl, waarop topografische kaarten zijn in te zien.
2.2
Fysische geografie (KNA 4.1: LS04) De diepere ondergrond van het plangebied bestaat uit keileem dat ongeveer 150.000 jaar geleden is ontstaan tijdens de voorlaatste ijstijd, het Saale-glaciaal (zie Appendix I). Tijdens een groot deel van de laatste ijstijd (het Weichseliën) heerste in Nederland een poolklimaat. Door het ontbreken van begroeiing had de wind vrij spel en kon vanuit het Noordzeebekken dekzand worden afgezet. In dit dekzandlandschap konden jager-verzamelaars rondtrekken en bewoningssporen achterlaten. Tijdens het Holoceen steeg de zeespiegel door het opwarmen van de aarde waardoor de kustlijn landinwaarts bewoog. Door de slechte afwatering in het dekzandlandschap steeg de grondwaterspiegel en ontstonden grote moerassen. Hierdoor trad op grote schaal veenvorming op. Het plangebied raakte rond 1500 vC overgroeid met veen (Figuur 2). De veengebieden zijn vanaf de middeleeuwen op steeds grotere schaal ontgonnen, maar het plangebied ligt nog lange tijd in een veengebied. Op de kaart van 1850 nC is te zien dat het veen is ontgonnen waardoor in het plangebied het dekzand weer aan het oppervlak ligt. Op de geomorfologische kaart is te zien dat de bodem van het plangebied wordt aangeduid als vlakte ontstaan door afgraving en/of egalisatie (M93; Figuur 3). Op de bodemkaart is te zien dat het plangebied bestaat uit een veldpodzolbodem (Hn21; Figuur 3).
Veldpodzolgronden worden veel aangetroffen in de jonge heideontginningen, gebieden die tot eind negentiende of begin twintigste eeuw met heide waren bedekt. De veldpodzolgronden liggen in lagere delen, zoals afvoerloze laagten, en op lage ruggen met relatief hoge grondwaterstanden. Op hogere plaatsen worden ze alleen gevonden als daar tijdens het proces van bodemvorming hoge grondwaterstanden waren; dit is het geval bij bijvoorbeeld gebieden die vroeger in het veen hebben gelegen, zoals het plangebied. De NAP-hoogte van het plangebied loopt vanaf het noorden af van 1 meter boven NAP naar 0,5 meter boven NAP richting het zuiden (zie Figuur 4). In 3 3
tegenstelling tot wat de geomorfologische kaart aangeeft lijkt het plangebied op de hoogtekaart niet in een vlakte te liggen. Het plangebied ligt net als de rest van Kolham als een hoogte in die vlakte.
Figuur 2: Kolham, Hoofdweg 42: Paleografische reconstructies van de omgeving van het plangebied. Bron: Vos et al. 2018.
4 4
Figuur 3: Kolham, Hoofdweg 42: Uitsneden van de bodemkaart en de geomorfologische kaart. Van de witte gebieden is geen informatie bekend omdat deze bebouwd zijn. Bron: Publieke Dienstverlening op de Kaart.
5 5
Figuur 4: Kolham, Hoofdweg 42: Hoogtekaart met het Actueel Hoogtebestand Nederland. Bron: AHN4, via Publieke Dienstverlening op de Kaart.
6 6
2.3
Archeologie (KNA 4.1: LS04) In Figuur 5 zijn de bekende archeologische waarden in en rondom het plangebied weergegeven. In Tabel 1 zijn de beschrijvingen weergegeven van de onderzoeksmeldingen in de buurt van het plangebied. Het plangebied ligt in Archeologische MonumentenKaartterrein 15312. Dit AMK-terrein betreft een deel van het dorp Kolham, de omgeving van de kerk. Kolham is een lintdorp dat in de middeleeuwen op een zandrug is ontstaan. In de omgeving van het plangebied bevinden zich één onderzoeksmelding en één vondstlocatie. De onderzoeksmelding betreft booronderzoek naar aanleiding van de aanleg van een gasleiding. Er werden geen archeologische indicatoren aangetroffen en in grote delen van het plangebied is de bodem verstoord. In boringen direct ten zuidwesten van het plangebied was er een deels intacte podzolbodem aanwezig (La Fèber et al. 2009). De vondstmelding betreft vermoedelijk middeleeuwse scherven die zijn aangetroffen onder de pastorie van Kolham. Tabel 1:
Kolham, Hoofdweg 42: Overzicht van de ARCHIS-meldingen en AMK-terreinen
Zaaknummer
Omschrijving
AMK-terrein 15312
“Terrein met sporen van bewoning. Het betreft het dorp Kolham, de omgeving van de kerk, zoals weergegeven op de topografische militaire kaart van 1853. Kolham is een wegdorp, in de Middeleeuwen op een zandrug ontstaan.” (Archis).
Onderzoeksmeldingen 2240268100
Booronderzoek naar aanleiding van de voorgenomen aanleg van een gasleiding. In een deel van het plangebied werden geen archeologische indicatoren aangetroffen. In het grootste deel van het plangebied was de bodem verstoord. (La Fèber et al. 2009)
Vondstmeldingen 2849454100
Melding van scherven gevonden onder de pastorie van Kolham eind jaren '60. Vermoedelijk Middeleeuws
7 7
Figuur 5: Kolham, Hoofdweg 42: Archeologische waarden in de omgeving van het plangebied. Bron: Archis.
8 8
2.4
Historische geografie (KNA 4.1: LS03) Op het historische kaartmateriaal is te zien dat het plangebied sinds 1870 aan de zuidoostkant van Kolham heeft gelegen. Tot er rond 1960 een school werd gebouwd was het plangebied onbebouwd (Figuur 6). In de decennia die volgden is de school die op het plangebied staat tot 1995 een aantal keer uitgebouwd (Figuur 6). De kerk die grenst aan het plangebied kent zijn oorsprong in de 13e eeuw. De kerk in zijn huidige vorm dateert uit 1641 (Hiemstra 2018).
Figuur 6: Kolham, Hoofdweg 42: Topografische kaarten uit 1870, 1945, 1965 en 1995. Bron: topotijdreis.
9 9
2.5
Archeologisch verwachtingsmodel (KNA 4.1: LS05) Het plangebied ligt van oorsprong in een dekzandgebied. Dit was van de steentijd tot midden bronstijd een geschikte plaats voor bewoning. De verwachting voor archeologische waarden uit de steentijd is daarom in het plangebied hoog. Deze kunnen bestaan uit vuurstenen artefacten, aardewerkscherven, houtskoolconcentraties en grondsporen zoals haardkuilen en paalkuilen. Resten hiervan kunnen zijn verstoord door de ontginningen van het veen. Hierbij werd geregeld ook het onderliggende dekzand geraakt. Vanaf het midden van de bronstijd overgroeide het gebied met veen dat na de late middeleeuwen ontgonnen werd. Van deze ontginningen en het daarop volgende landgebruik als akker kunnen resten bewaard zijn gebleven in de bodem. Indicatoren hiervan bestaan onder andere uit artefacten van aardewerk, steen, hout, metaal of glas, maar ook grondsporen zoals greppels en (paal)kuilen. Het plangebied bevindt zich op een AMK-terrein dat bestaat uit de oude dorpskern en de kerk van Kolham. Bebouwing is in het plangebied op de historisch topografische kaarten echter pas aanwezig in de jaren 60. Mogelijk heeft er voor de aanwezigheid van deze kaarten wel bebouwing op het plangebied gestaan. Indicatoren hiervan zijn onder andere grondsporen, funderingsresten en aardewerkscherven.
Door de ligging naast de dorpskerk van middeleeuwse oorsprong is het mogelijk dat er in het plangebied begravingen zijn. Indicatoren hiervan bestaan onder andere uit grondsporen en bij toereikende conservering botmateriaal en houten bekisting. De archeologische verwachting voor late middeleeuwen – nieuwe tijd is hoog. Mogelijke verstoringen kunnen bestaan uit kabels en leidingen en de bebouwing op het perceel. Tabel 2: Kolham, Hoofdweg 42: Specificatie archeologische verwachting. Datering:
Steentijd – midden bronstijd
Late middeleeuwen – nieuwe tijd
Complextype:
Jachtkamp, nederzetting
Begravingen, boerderijplaats
Omvang:
Vanaf enkele meters
Vanaf enkele tientallen meters
Diepteligging:
Top van het dekzand
Vanaf het maaiveld
Gaafheid en conservering:
Onbekend
Onbekend
Locatie:
Hele plangebied
Hele plangebied
Uiterlijke kenmerken:
Vuursteenconcentraties, aardewerk, houtskoolconcentraties, haardkuilen, paalkuilen
Botresten, houtresten Aardewerkscherven, grondsporen, funderingsresten
Mogelijke verstoringen:
Kabels en leidingen, vroegere bebouwing
Kabels en leidingen, vroegere bebouwing
10 10
3.
Conclusie en advies (KNA 4.1: VS07)
Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel (KNA 4.1: LS05) Het plangebied ligt van oorsprong in een dekzandgebied. Dit was van de steentijd tot midden bronstijd een geschikte plaats voor bewoning. De verwachting voor archeologische waarden uit de steentijd is daarom in het plangebied hoog. Deze kunnen bestaan uit vuurstenen artefacten, aardewerkscherven, houtskoolconcentraties en grondsporen zoals haardkuilen en paalkuilen. Resten hiervan kunnen zijn verstoord door de ontginningen van het veen. Hierbij werd geregeld ook het onderliggende dekzand geraakt. Vanaf het midden van de bronstijd overgroeide het gebied met veen dat na de late middeleeuwen ontgonnen werd. Van deze ontginningen en het daarop volgende landgebruik als akker kunnen resten bewaard zijn gebleven in de bodem. Indicatoren hiervan bestaan onder andere uit artefacten van aardewerk, steen, hout, metaal of glas, maar ook grondsporen zoals greppels en (paal)kuilen. Het plangebied bevindt zich op een AMK-terrein dat bestaat uit de oude dorpskern en de kerk van Kolham. Bebouwing is in het plangebied op de historisch topografische kaarten echter pas aanwezig in de jaren 60. Mogelijk heeft er voor de aanwezigheid van deze kaarten wel bebouwing op het plangebied gestaan. Indicatoren hiervan zijn onder andere grondsporen, funderingsresten en aardewerkscherven.
Door de ligging naast de dorpskerk van middeleeuwse oorsprong is het mogelijk dat er in het plangebied begravingen zijn. Indicatoren hiervan bestaan onder andere uit grondsporen en bij toereikende conservering botmateriaal en houten bekisting. De archeologische verwachting voor late middeleeuwen – nieuwe tijd is hoog. Mogelijke verstoringen kunnen bestaan uit kabels en leidingen en de bebouwing op het perceel. Selectieadvies (KNA 4.1: VS07) door MA Voor het gehele terrein geldt dat er geen werkzaamheden mogen plaatsvinden die een groter oppervlak dan 50 vierkante meter verstoren. Uit het bureauonderzoek blijkt dat het gebied een hoge verwachting heeft voor archeologische waarden uit de steentijd tot midden bronstijd en vanaf de late middeleeuwen. De geplande werkzaamheden in het plangebied bestaan uit het realiseren van nieuwbouwwoningen. Ons advies luidt om het plangebied door middel van verkennende boringen te onderzoeken. Hiermee kan de gaafheid van de bodem worden bepaald, en daarmee wat de kans is op intacte archeologische waarden. Het is aan de gemeente Midden-Groningen of zij dit advies al dan niet overneemt. Als bij toekomstig graafwerk onverhoopt toch archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, dan dient daarvan direct melding te worden gemaakt bij de minister conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10 & 5.11.
Wij adviseren dit te doen bij de gemeente Midden-Groningen.
11 11
Gebruikte bronnen Feber, D.J. La, Kaptijn, E., Marinelli, M.G., 2009. Bureau- en inventariserend veldonderzoek op het gasleidingtracé Kolham-Slochteren. OW-Projectnummer 198014. Oranjewoud bv, Heerenveen. Hiemstra, R. 2018, 1 januari. Kolham. Historisch archief Midden-Groningen. Geraadpleegd op 1504-2024. Mei, N., van der, 2020. Beleidsnota archeologie, gemeente Midden-Groningen. Stichting Libau, Groningen. Vos, P., M. van der Meulen, H. Weerts & J. Bazelmans. 2018. Atlas van Nederland in het Holoceen. Landschap en bewoning vanaf de laatste ijstijd tot nu, Amsterdam: Prometheus. Services: AHN-Viewer. Actueel Hoogtebestand Nederland. Rijkswaterstaat, Adviesdienst Geo-informatie en ICT. ARCHIS 3. Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 4.1. 2018. Centraal College van Deskundigen Archeologie. Publieke Dienstverlening op de Kaart (PDoK). Ruimtelijke Plannen Topotijdreis.
12
Lijst van figuren en tabellen Figuren 1
Topografische kaart
2
Paleografische kaarten
3
Bodem- en geomorfologische kaart
4
Hoogtekaart
5
Archeologische waarden kaart
6
Historische kaarten
Tabellen 1 Archismeldingen 2 Specificatie archeologische verwachting
AERIUS-berekening
Berekening stikstofdepositie Hoofdweg 42 Kolham
DEFINITIEF
Berekening stikstofdepositie Hoofdweg 42 Kolham
DEFINITIEF
Inhoud Rapport en bijlage
30 oktober 2024 Projectnummer P000256
Inhoudsopgave 1
Inleiding
3
2
Wettelijk kader
4
3
Ligging projectgebied
6
4
Invoergegevens AERIUS
7
4.1
Emissie mobiele werktuigen op de locatie (bron 1)
7
4.2
Werkverkeer (bron 2, 3 en 6)
8
4.3
Verkeersgeneratie woningen (bron 4, 5 en 7)
9
4.4
Totale emissie
10
5
Model
11
6
Rekenresultaten en conclusie
12
Bijlage
30 oktober 2024
1
Inleiding In het kader van de ruimtelijke ontwikkeling aan de Hoofdweg 42 in Kolham is de depositie van stikstof ten gevolge van de bouw en het gebruik van drie woningen berekend. Het plan maakt de bouw van drie vrijstaande woningen en de sloop van een bestaand schoolgebouw mogelijk op een locatie in het weinig stedelijk woonmilieu. De omvang van het plan is op de onderstaande afbeelding weergegeven. De depositie van stikstof in stikstofgevoelige Natura 2000gebieden ten gevolge van de emissie van NOx en NH3 van deze ontwikkeling, alsmede van het verkeer van en naar de locatie is berekend met het programmapakket AERIUS (30 oktober 2024). Dit rapport vormt een toelichting op de berekening.
Afbeelding 1 – Omvang projectgebied (bron: calculator.aerius.nl, d.d. 12-04-2024)
Leeswijzer In het volgende hoofdstuk wordt ingegaan op het wettelijk kader van de Omgevingswet bij vergunningaanvragen of de wijziging van het omgevingsplan. Vervolgens komt in hoofdstuk 3 de ligging van het projectgebied ten opzichte van de meest nabijgelegen Nature 2000-gebieden aan bod. Hoofdstuk 4 is gewijd aan de invoergegevens van het programmapakket AERIUS en hoofdstuk 5 geeft het model weer. In het laatste hoofdstuk worden de rekenresultaten en conclusies besproken.
30 oktober 2024
3
2
Wettelijk kader De Omgevingswet regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, bossen en specifieke dier- en plantsoorten. De bescherming van de Natura 2000-gebieden is verankerd in het onderdeel gebiedsbescherming. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningplichtig. Relevant daarbij is dat het onderdeel gebiedsbescherming een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. In Nederland zijn 162 Natura 2000-gebieden gelegen. In 130 van deze gebieden komen stikstofgevoelige habitats of leefgebieden van soorten voor. Dit betekent dat een verdere toename van stikstofdepositie tot een negatief effect kan leiden. Derhalve dient bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling onderzocht te worden of er stikstofdepositie in stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden plaatsvindt. Dit geldt voor een activiteit waar een omgevingsvergunning voor noodzakelijk is, maar ook voor een wijziging van het omgevingsplan dat nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt. Ondanks dat bij een wijziging van het omgevingsplan onder de Omgevingswet het niet langer noodzakelijk is om de uitvoerbaarheid van het plan aan te tonen, moet wel onderzocht worden of een ontwikkeling op de betrokken locatie in beginsel mogelijk is.
Hiernaast geldt op grond van artikel 1.6 Omgevingswet in samenhang met artikel 11.6 Bal een zorgplicht voor omgevingsvergunningen en het wijzigen van het omgevingsplan. Een te hoge stikstofdepositie kan tot een negatief effect leiden, waardoor de kans bestaat dat de wijziging van het omgevingsplan niet kan worden vastgesteld indien dit negatief effect niet kan worden voorkomen door bijvoorbeeld de toepassing van mitigerende maatregelen.
Kwetsbaarheid van stikstof gevoelige natuurgebieden Niet alle Natura 2000-gebieden met voor stikstof gevoelige habitats of leefgebieden voor soorten zijn even kwetsbaar voor een toename van de stikstofdepositie. Wanneer het gebieden betreft waar zich habitats of leefgebieden van soorten bevinden waarvan de kritische depositiewaarde lager is dan de achtergrondwaarde voor stikstof, dan is sprake van een overgevoelig gebied. In die gebieden moet de toename van zelfs een minimale stikstofdepositie al als significant negatief worden beschouwd. In die gebieden kan een toename van de stikstofdepositie met meer dan 0,00 mol N/ha/jaar dan ook niet worden
toegestaan.
In
gebieden
waar
de
kritische
depositiewaarde
hoger
is
dan
de
achtergrondwaarde, is weliswaar sprake van een negatief effect bij een toename van de stikstofdepositie, maar deze wordt pas significant negatief wanneer de toename zo groot is dat de kritische depositiewaarde wordt overschreden. In dergelijke gebieden is dus meer ruimte voor een toename van de stikstofdepositie. Saldering Om een ruimtelijke ontwikkeling waarbij sprake is van meer stikstofdepositie op een stikstofgevoelig Natura 2000-gebied mogelijk te maken, kan gebruik worden gemaakt van intern of extern salderen. Door middel van salderen zorgt de initiatiefnemer ervoor dat de netto stikstofemissie niet toeneemt.
30 oktober 2024
4
Dit kan door middel van het staken van stikstof emitterende activiteiten binnen het projectgebied of plangebied zelf (intern salderen) of het staken van stikstof emitterende activiteiten op een locatie buiten het project- of plangebied van de ruimtelijke ontwikkeling (extern salderen). Bij de toepassing van intern of extern salderen gelden belangrijke voorwaarden, namelijk: -
om intern te mogen salderen, moet er sprake zijn van één project of één plan waarbij sprake is van één locatie waarbinnen de te salderen activiteiten zich bevinden;
-
extern salderen wordt aangemerkt als een mitigerende of verzachtende maatregel in de zin van artikel 6, lid 3 van de Habitatrichtlijn en mag dus alleen plaatsvinden in het kader van een passende beoordeling.
Stikstofregistratiesysteem Naast saldering bestaat er de mogelijkheid voor woningbouwprojecten waarbij sprake is van meer stikstofdepositie op een stikstofgevoelig Natura 2000-gebied mogelijk te maken via het stikstofregistratiesysteem.
In
dit
stikstofregistratiesysteem
wordt
alle
stikstofruimte
van
stikstofreducerende maatregelen opgeslagen. De door deze maatregelen beschikbaar gekomen ruimte kan voor maximaal 70% worden besteed aan economische ontwikkelingen.
30 oktober 2024
5
3
Ligging projectgebied Zoals in de inleiding is aangegeven, ligt het projectgebied aan de Hoofdweg in Kolham. Op de onderstaande afbeelding is de ligging van het projectgebied ten opzichte van de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden weergegeven.
Afbeelding 2 – Ligging projectgebied ten opzichte van de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden
De meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden zijn: -
Zuidlaardermeergebied, gelegen op een afstand van circa 2,9 km;
-
Drentsche Aa- gebied , gelegen op een afstand van circa 9,9 km.
Hierbij dient wel te worden vermeld dat het Natura 2000-gebied Zuidlaardermeergebied niet stikstofgevoelig is.
30 oktober 2024
6
4
Invoergegevens AERIUS Met behulp van AERIUS kan de depositie als gevolg van de emissies van NOx en NH3 op Natura 2000gebied worden berekend. Om de berekening te kunnen maken, moeten stikstofbronnen worden ingevoerd die bij het project of plan zullen worden gebruikt. In AERIUS zijn voor diverse bronnen standaard emissiekengetallen opgenomen op basis waarvan de emissies van NOx en NH3 kunnen worden bepaald. Het gaat dan om bronnen die worden gebruikt tijdens de sloop-, aanleg- en/of bouwfase en bronnen die later tijdens het gebruik van het project of plan worden ingezet. Het gaat om bijvoorbeeld (mobiele) werktuigen, maar ook om het verkeer op, van en naar het terrein. Hoe bronnen moeten worden bepaald, is uitgewerkt in het handboek “Werken met AERIUS Calculator”. Conform dit handboek dient bijvoorbeeld de verkeersgeneratie te worden beschouwd. Niet alleen het handboek speelt daarbij een rol. Ook gerechtelijke uitspraken zijn van belang. Zo blijkt uit jurisprudentie dat de gevolgen voor het milieu van het af- en aanrijdend verkeer niet meer aan de ruimtelijke ontwikkeling dient te worden toegerekend wanneer dit verkeer kan worden geacht te zijn opgenomen in het heersende verkeersbeeld.
Dit is het geval wanneer het aan- en afrijdende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag nog niet, dan wel niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. De berekening heeft dienovereenkomstig plaatsgevonden. Door de opdrachtgever is aangegeven dat de woningen gasloos worden uitgevoerd. Dit betekent dat geen rekening behoeft te worden gehouden met een emissie van NOx ten behoeve van de verwarming. Dit wordt geborgd in de ruimtelijke procedure. Ten behoeve van de werkzaamheden en de verkeersgeneratie van de woningen zijn de volgende invoergegevens in AERIUS gebruikt (zie afbeelding 3).
4.1
Emissie mobiele werktuigen op de locatie (bron 1)
In de navolgende tabel zijn de invoergegevens van de mobiele werktuigen op de bouwlocatie weergegeven. Voor de berekening is uitgegaan van gemiddelden, gebaseerd op het bronbestand van BügelHajema Adviseurs. Voor de invoergegevens van mobiele werktuigen op de locatie is gebruik gemaakt van aannames afkomstig uit een door BügelHajema Adviseurs bijgehouden bronbestand. Dit bronbestand bevat gemiddelde cijfers over de inzet van mobiele werktuigen op de locatie en zijn verkregen door jarenlange ervaring met stikstofberekeningen. Met betrekking tot het verbruik van het aantal liters brandstof en het percentage AdBlue is aangesloten bij het onderzoek van TNO (AUB (AdBlue verbruik, Uren, en Brandstofverbruik): een robuuste schatting van NOx en NH3 uitstoot van mobiele werktuigen, TNO 2021 R12305). Op basis van dit onderzoek is voor stage IV mobiele werktuigen uitgegaan van 6% AdBlue ten opzichte van het aantal liters verbruikte brandstof.
30 oktober 2024
7
Tabel 1. Emissie mobiele werktuigen bouwlocatie Functie
Aantal
Graafmachine Kraan Bulldozer 3 graafmachine Bouw woningen kraan heistelling betonstorter verreiker Totale emissie in kg NOx /jaar Sloop bebouwing
700
Werktuig
m2
kW
Stage
200 200 200 200 200 200 200 60
Stage IV Stage IV Stage IV Stage IV Stage IV Stage IV Stage IV Stage IV
Eenheid
4 u/ 4 u/ 4 u/ 8 u/ 8 u/ 4 u/ 4 u/ 4 u/
100 m2 100 m2 100 m2 won. won. won. won. won.
Draaiure n
Verbruik liters /uur
Totaal Verbruik liters
Emissie NOx
28 uur 28 uur 28 uur 24 uur 24 uur 12 uur 12 uur 12 uur
28 uur 28 uur 28 uur 19,81 19,81 19,81 19,81 6,32
555 555 555 475 475 238 238 76
3,3 3,3 3,3 2,5 2,5 1,5 1,5 0,3 18,0
kg kg kg kg kg kg kg kg kg
De totale emissie van mobiele werktuigen bedraagt 18,0 kg NOx/jr.
4.2
Werkverkeer (bron 2, 3 en 6)
Werkverkeer, rijdend verkeer (bron 2 en 3) Wat betreft het werkverkeer is rekening gehouden met de volgende ritten per jaar. Voor de berekening is uitgegaan van gemiddelden, gebaseerd op het bronbestand. Tabel 2. Ritproductie werkverkeer Functie
Aantal
Verkeer
Eenheid
Aantal
Sloop bebouwing
700 m2
Licht verkeer
20/100 m2
140
Middelzwaar verkeer
0/100 m2
0
Zwaar verkeer
20/100 m2
140
Licht verkeer
100/won.
300
Middelzwaar verkeer
20/won.
60
Zwaar verkeer
4/won.
Woningen
3
Licht verkeer Totaal
12 440
Middelzwaar verkeer
60
Zwaar verkeer
152
Bij de indeling van verkeer in licht, middelzwaar en zwaar (vracht)verkeer is uitgegaan van de voertuigcategorieën van InfoMil (tabel 3). Tabel 3. Bepaling voertuigcategorieën (InfoMil) Categorie Alledaagse omschrijving Lichte motorvoertuigen
- alle personenauto’s - de meeste bestelauto’s - vrachtwagens met 4 wielen
Middelzware motorvoertuigen
- alle autobussen - vrachtwagens met 2 assen en 4 achterwielen
Zware motorvoertuigen
- vrachtwagens met 3 of meer assen - vrachtwagens met aanhanger - trekkers met oplegger
De verkeersgeneratie is op de hoofdweg naar twee routes ingetekend tot aan de eerste grotere kruispunten. Vanaf hier gaat het verkeer op in het heersende verkeersbeeld. De verkeersgeneratie is hierbij in tweeën verdeeld. Er wordt uitgegaan van een evenredige verkeersverdeling.
30 oktober 2024
8
De totale emissie van het rijdend werkverkeer bedraagt 1,1 kg NOx/jr. Werkverkeer, koude start (bron 6) Voor de koude start is er bij het werkverkeer vanuit gegaan dat alleen de lichte motorvoertuigen geheel afkoelen (langer dan 2 uur). Doordat de motor langer dan 2 uur heeft stilgestaan is er sprake van extra emissie door deze koude start. Conform het handboek is deze emissie als vlakbron ingetekend waarbij wordt uitgegaan van een open terrein. Voor de koude start wordt uitgegaan van de helft van het aantal verkeersbewegingen omdat een voertuig naar het terrein rijdt, daar afkoelt en weer het terrein verlaat. In de berekening is uitgegaan van 220 koude starts van lichte motorvoertuigen per jaar. Voor het vrachtverkeer wordt er vanuit gegaan dat deze naar de locatie komen om te laden en te lossen. Er wordt ervan uitgegaan dat deze voertuigen kort op de locatie aanwezig zijn, en daarmee geen koude start maken. De totale emissie van het werkverkeer koude start bedraagt minder dan één kg NOx/jr en minder dan één kg NH3/jr.
4.3
Verkeersgeneratie woningen (bron 4, 5 en 7)
Verkeersgeneratie, rijdend verkeer (bron 4 en 5) In het model is het verkeer van en naar het gebouw opgenomen, waarbij gebruik is gemaakt van CROWpublicatie 744, augustus 2024. Daarbij is gebruikgemaakt van de kencijfers voor vrijstaande koopwoningen in de rest van de bebouwde kom (8,6 ritten per woning). Dit houdt in dat rekening moet worden gehouden met naar boven afgerond 26 ritten licht verkeer per etmaal. Ook is rekening gehouden met twee ritten middelzwaar vrachtverkeer voor bezorgingen en dergelijke. Bij de indeling van verkeer in licht, middelzwaar en zwaar (vracht)verkeer is uitgegaan van de voertuigcategorieën van InfoMil (tabel 3). De verkeersgeneratie is op de hoofdweg naar twee routes ingetekend tot aan de eerste grotere kruispunten. Vanaf hier gaat het verkeer op in het heersende verkeersbeeld. De verkeersgeneratie is hierbij in tweeën verdeeld. Er wordt uitgegaan van een evenredige verkeersverdeling. De totale emissie van de verkeersgeneratie rijdend verkeer van de woningen in de gebruiksfase bedraagt in dat geval 4,2 kg NOx/jr. Verkeersgeneratie, koude start (bron 7) Voor de koude start is er bij de verkeersgeneratie vanuit gegaan dat alleen de lichte motorvoertuigen geheel afkoelen (langer dan 2 uur). Doordat de motor langer dan 2 uur heeft stilgestaan is er sprake van extra emissie door deze koude start.
Conform het handboek is deze emissie als vlakbron ingetekend waarbij wordt uitgegaan van een open terrein. Voor de koude start wordt worstcase uitgegaan van de helft van het aantal verkeersbewegingen omdat een voertuig naar het terrein rijdt, daar afkoelt en weer het terrein verlaat. In de berekening is rekening gehouden met 13 koude starts
30 oktober 2024
9
van lichte motorvoertuigen per etmaal. Voor het vrachtverkeer wordt er vanuit gegaan dat deze naar de locatie komen om te laden en te lossen. Er wordt ervan uitgegaan dat deze voertuigen kort op de locatie aanwezig zijn, en daarmee geen koude start maken. De totale emissie van de verkeersgeneratie koude start bedraagt 1,3 kg NOx/jr en 0,2 kg NH3/jr.
4.4
Totale emissie
De totale emissie van het plan in de aanleg- en gebruiksfase bedraagt 24,7 kg NOx/jr.
30 oktober 2024
10
5
Model De emissie en depositie van het project zijn bepaald met behulp van het AERIUS pakket (30 oktober 2024). In de berekening is uitgegaan van het rekenjaar 2024. Indien het project later zal worden uitgevoerd, kan deze berekening als worstcase worden beschouwd. In latere rekenjaren zal de emissiefactor van onder andere verkeersbewegingen namelijk afnemen. Navolgend is van het model een afbeelding opgenomen.
Afbeelding 3 - AERIUS-model
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2024.0.1_20241009_75e59949f9 Database versie 2024_75e59949f9_calculator_nl_stable
30 oktober 2024
11
6
Rekenresultaten en conclusie De berekening met AERIUS genereert een rekenresultaat en een pdf-bestand waarin wordt geconstateerd dat er geen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden zijn met een overschrijding van een planbijdrage van meer dan 0,00 mol N/ha/jaar. Dit pdf-bestand is als bijlage toegevoegd.
Afbeelding 4 - Rekenresultaat
Er treedt door de stikstofdepositie geen negatief effect op in het kader van de Omgevingswet beschermde Natura 2000-gebieden. Een omgevingsvergunning Natura 2000-activiteit is in het kader van de stikstofdepositie dan ook niet nodig.
30 oktober 2024
12
Bijlage
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstofdepositie.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de of .
handleidingen op onze website
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
Gemeente Midden Groningen Hoofdweg 42, 9615 AE Kolham Woningontwikkeling Hoofdweg Kolham Sloop schoolgebouw, Aanleg en gebruik van 3 vrijstaande woningen
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
RSkKfohhEb2F 30 oktober 2024, 15:58 OwN2000-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
Situatie 1 - Beoogd Situatie 1 - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname
RSkKfohhEb2F (30 oktober 2024)
2024 -
1,2 kg/j
24,7 kg/j
2/8
Projectberekening
Situatie 1 (Beoogd), rekenjaar 2024 Emissiebronnen 1 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Mobiele werktuigen 6 Verkeer | Koude start: overig | Werkverkeer 7 Verkeer | Koude start: overig | Verkeersgeneratie Verkeersnetwerk
RSkKfohhEb2F (30 oktober 2024)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
0,8 kg/j 10,9 g/j 0,2 kg/j 0,2 kg/j
18,0 kg/j 61,1 g/j 1,3 kg/j 5,3 kg/j
3/8
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
© OSM & Kadaster Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RSkKfohhEb2F (30 oktober 2024)
4/8
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Situatie 1" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Er zijn geen resultaten voor deze weergave.
RSkKfohhEb2F (30 oktober 2024)
5/8
Projectberekening
Situatie 1, Rekenjaar 2024 1
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning
Naam Locatie Oppervlakte Naam
Mobiele werktuigen X:245979,71 Y:578034,38 0,29 ha Stageklasse
NOₓ NH₃
Brandstofverbruik
Sloop - Graafmachine 200 Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, 555 l/j kW diesel, SCR: ja Sloop - Kraan 200 kW
Draaiuren AdBlue verbruik
28 u/j 28 u/j
Sloop - Bulldozer 200 kW Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, 555 l/j diesel, SCR: ja
28 u/j
Woningen - Graafmachine Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, 475 l/j 200 kW diesel, SCR: ja
24 u/j
Woningen - Hijskraan 200 Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, 475 l/j kW diesel, SCR: ja
24 u/j
Woningen - Heistelling 200 Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, 238 l/j kW diesel, SCR: ja
12 u/j
Woningen - Betonstorter Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, 238 l/j 200 kW diesel, SCR: ja
12 u/j
Woningen - Verreiker 60 kW
12 u/j
2 Verkeer | Rijdend verkeer Naam Werkverkeer 1 Locatie X:245953,36 Y:578051,77 Lengte 131,15 m Wegtype Binnen bebouwde kom (normaal) Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0 m Verkeer Max. snelheid
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer RSkKfohhEb2F (30 oktober 2024)
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
76 l/j
33 l/j
Stof Emissie
NOₓ NH₃
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, 555 l/j diesel, SCR: ja
Stage-IV, 2014-2018, 56-75 kW, diesel, SCR: ja
18,0 kg/j 0,8 kg/j
33 l/j
NOₓ NH₃
33 l/j
NOₓ NH₃
29 l/j
NOₓ NH₃
29 l/j
NOₓ NH₃
14 l/j
NOₓ NH₃
14 l/j
NOₓ NH₃
5 l/j
NOₓ NH₃
3,3 kg/j 0,1 kg/j 3,3 kg/j 0,1 kg/j 3,3 kg/j 0,1 kg/j 2,5 kg/j 0,1 kg/j 2,5 kg/j 0,1 kg/j 1,5 kg/j 57,1 g/j 1,5 kg/j 57,1 g/j 0,3 kg/j 18,2 g/j
Links Rechts NOₓ 0,2 kg/j Type scherm - NO₂ 35,8 g/j Hoogte - NH₃ 2,7 g/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
440,0 /jaar 60,0 /jaar 152,0 /jaar 0,0 /jaar
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
6/8
Projectberekening
3 Verkeer | Rijdend verkeer Naam Werkverkeer 2 Locatie X:245806,95 Y:578117,84 Lengte 1.553,51 m Wegtype Binnen bebouwde kom (normaal) Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0 m Verkeer Max. snelheid
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
4 Verkeer | Rijdend verkeer Naam Verkeersgeneratie 1 Locatie X:245953,36 Y:578051,77 Lengte 131,15 m Wegtype Binnen bebouwde kom (normaal) Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0 m Verkeer Max. snelheid
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
5 Verkeer | Rijdend verkeer Naam Verkeersgeneratie 2 Locatie X:245806,95 Y:578117,84 Lengte 1.553,51 m Wegtype Binnen bebouwde kom (normaal) Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0 m Verkeer Max. snelheid
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 6
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Verkeer | Koude start: overig
Naam Locatie Oppervlakte
Type voertuig
Werkverkeer X:245979,71 Y:578034,38 0,29 ha
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer RSkKfohhEb2F (30 oktober 2024)
Links Rechts NOₓ 0,9 kg/j Type scherm - NO₂ 0,2 kg/j Hoogte - NH₃ 16,0 g/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
220,0 /jaar 30,0 /jaar 76,0 /jaar 0,0 /jaar
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Links Rechts NOₓ 0,6 kg/j Type scherm - NO₂ 0,1 kg/j Hoogte - NH₃ 20,8 g/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
26,0 /etmaal 2,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Links Rechts NOₓ 3,6 kg/j Type scherm - NO₂ 0,6 kg/j Hoogte - NH₃ 0,1 kg/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
In file
13,0 /etmaal 1,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
NOₓ NH₃
61,1 g/j 10,9 g/j
Koude starts
220,0 /jaar 0,0 /jaar 0,0 /jaar 0,0 /jaar
7/8
Projectberekening
7
Verkeer | Koude start: overig
Naam Locatie Oppervlakte
Type voertuig
Verkeersgeneratie X:245979,71 Y:578034,38 0,29 ha
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
NOₓ NH₃
1,3 kg/j 0,2 kg/j
Koude starts
13,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2024.0.1_20241009_75e59949f9 Database versie 2024_75e59949f9_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://link.aerius.nl/website
RSkKfohhEb2F (30 oktober 2024)
8/8
Colofon
BügelHajema Adviseurs bv Bureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu BNSP Vaart NZ 48-50 9401 GN Assen T 0592-31 62 06 E info@bugelhajema.nl W www.bugelhajema.nl Vestigingen te Assen, Leeuwarden en Amersfoort
Uitgangspuntennotitie wateradvies
Watertoets (ingediend)
25 maart 2024
Waterschap (advies)
5 augustus 2024
ons kenmerk IN24- Z48075
Plan: Hoofdweg 42 Kolham
Wateradvies – korte procedure Via de digitale watertoets is het Waterschap op de hoogte gesteld van dit plan. De aanmelding heeft ertoe geleid dat de korte procedure wordt doorlopen, na nadere afstemming is gebleken dat er wel waterbelangen gaan spelen doordat de afvoer van het hemelwater gaat wijzigen. Daarom heeft het waterschap een aanvulling gemaakt op het standaard wateradvies, dit advies kan gebruikt worden bij het opstellen van de waterparagraaf. Omschrijving van het plan (toelichting) In de toekomstige situatie worden de schoolgebouwen in het plangebied gesloopt en worden in het plangebied drie vrijstaande woningen gerealiseerd. Voor de drie vrijstaande woningen geldt elk een maximaal oppervlak van 150 m2. De woningen krijgen een zadeldak en worden maximaal 8 meter hoog, met een goothoogte van maximaal 3 meter hoog. De woningen krijgen een eigentijdse dorpse architectuur. Ook is er op elke kavel ruimte voor een bijgebouw. Iedere kavel biedt in de toekomstige situatie ruimte aan minimaal 2 parkeerplaatsen.
Wijzigingen in verhard oppervlak De huidige verharding is totaal 2.016 m2 door de ontwikkeling van de 3 woningen wordt de nieuwe verharding totaal 1.552m2 (gebouwen 750m2 en verdere verharding 802m2). Fysieke watersysteemveranderingen Vuilwater-, en hemelwaterbehandeling Regenwater en drainage wordt afgevoerd naar de sloot langs de oostzijde van het plangebied. De afvoer van het hemelwater zal rechtstreeks plaats gaan vinden naar het oppervlaktewater i.p.v. naar het aanwezige gemend vuilwaterriool zoals het in de oorspronkelijke situatie was.
Inhoud: 1. Specifieke en aanvullende uitgangspunten 2. Inleiding 3. Waterkwantiteit 4. Waterkwaliteit 5. Aanvullende belangen Waterschap 6. Verdere betrokkenheid waterschap 7. Bronnenlijst
1 Specifieke en aanvullende uitgangspunten Het plangebied ligt binnen een peilgebied met een zomer- en winterpeil van NAP-1,25 meter en -1,55 meter, zie figuur 1. Langs de oostzijde van het plangebied ligt een overige sloot die in zuidelijke richting afwatert naar een schouwsloot en vervolgens op de daar aanwezige hoofdwatergang. In de oorspronkelijke situatie werd het hemelwater afgevoerd naar het gemengde rioolstelsel aan de westzijde van het plangebied. Binnen de planontwikkeling zal de hemelwaterafvoer naar de oostelijk sloot langs het plangebied plaats gaan vinden. Met de afvoer van het hemelwater van de te realiseren verharding van 1552m2 binnen het plangebied komt volgens de nieuwste klimaatscenario’s van het KNMI in maatgevende situatie 100mm neerslag tot afvoer in 12 uur, wat een noodzakelijk bergingsvolume van 142m3 met zich mee brengt. Uit nadere afstemming met de gemeente blijkt dat de overstort van het huidige rioolsysteem binnen het peilgebied van het plangebied ligt waardoor dit bergingsvolume al in het waterststeem aanwezig is en niet gecompenseerd hoeft te worden. Daarvoor is het echter wel noodzakelijk, dat de afvoer van het regenwater van het plangebied naar het hoofdwatersysteem van het waterschap met voldoende (hydraulische) capaciteit gewaarborgd is.
Er zal berekend moeten worden of afvoer via de aanwezige sloot langs het plangebied richting de schouwsloot mogelijk is of dat daar aanpassingen noodzakelijk zijn.
Figuur 1 Oppervlaktewatersysteem
Binnen het plangebied liggen de gemiddeld hoogste grondwaterstanden laag en wel tussen de 1,70 meter en 1,30 meter beneden maaiveld, zie figuur 2 daarnaast komen er volgens de bodemkaart geen ondiepe (binnen 1,20 meter beneden maaiveld) slecht doorlaten lagen in de bodem voor. Daarmee is de locatie geschikt voor infiltratie en kan overwogen worden om maatregelen zoals een grindkoffer, infiltratiekratten, een infiltratieriool en/of een zaksloot toe te passen. Indien infiltratie wordt overwogen, is in de meeste gevallen aanvullend onderzoek nodig over de toepasbaarheid en eventuele effecten naar de omgeving.