05. Kolham - Hoofdstraat 42-42a - bijlagen bij de motivering
Tekst van het document
Kolham - Hoofdweg 42-42a Bijlagen bij de motivering Datum: 7 november 2024
I Overzicht Documentenbijlagen • • • • • • • • • • • • • •
Akoestisch onderzoek Beknopte natuurtoets Archeologisch bureauonderzoek AERIUS-berekening Uitgangspuntennotitie wateradvies Bodemonderzoek Afstemmingsreactie Veiligheidsregio Groningen Afstemmingsreactie Waterschap Hunze en Aa's Afstemmingsreactie Provincie Kavelpaspoorten Project-mer-beoordeling woningbouw Kolham - Hoofdweg 42-42a Hydraulische toetsing watergang Nota van beantwoording zienswijzen Archeologisch veldonderzoek
Akoestisch onderzoek
Vrijkomende schoollocatie Hoofdweg 42 Kolham Onderzoek naar de geluidbelasting vanwege wegverkeer
Rapport 2024-02-G1 Hoogezand 29-02-2024 Opgesteld door
2
Inhoudsopgave 1.
Inleiding ................................................................................................ 3
2.
Beoordeling ............................................................................................ 4
3.
2.1
Algemeen ................................................................................... 4
2.2
Geluidsaandachtsgebied .................................................................. 4
2.3
Nieuw geluidgevoelig gebouw binnen geluidsaandachtsgebied ..................... 5
Berekeningswijze..................................................................................... 6 3.1
Overdrachtsberekeningen ................................................................ 6
3.2
Gehanteerde verkeersgegevens .......................................................... 6
4.
Resultaten ............................................................................................. 8
5.
Conclusie ............................................................................................... 9
Bijlagen 1 Invoergegevens rekenmodel 2 Grafische weergaven rekenmodel 3 Rekenresultaten
3
1. Inleiding In opdracht van team Ruimtelijke en Economische Ontwikkeling is onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting vanwege wegverkeer op 3 nieuwe woningen op de voormalige schoollocatie Hoofdweg 42 in Kolham. Het plangebied ligt binnen het geluidsaandachtsgebied van gemeentelijke wegen en niet binnen andere geluidsaandachtsgebieden. Het onderzoek beperkt zich derhalve tot gemeentelijke wegen. De ligging van het plangebied en het bouwvlak voor de woning is weergegeven in figuur 1. Figuur 1: Plangebied en bouwvlak (bron opdrachtgever)
Het onderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen van de Omgevingsregeling.
4
2. Beoordeling 2.1
Algemeen
Voor de hier beschouwde wegen is per 1 januari 2024 de Omgevingswet van toepassing. Aan weerszijden van wegen in beheer bij het Rijk en Provincies worden op grond van respectievelijk artikel 2.15 lid 2 onder a en 2.13a lid 1 onder a van de Omgevingswet geluidproductieplafonds als omgevingswaarde vastgesteld. Voor wegen in beheer bij gemeentes worden geen geluidproductieplafonds vastgesteld. Voor gemeentelijke wegen wordt de basisgeluidsemissie (bge) vastgesteld. De geluidbelasting op de omgeving wordt primair per bronsoort bepaald. Gemeentelijke wegen gelden net als Rijkswegen, provinciale wegen en waterschapswegen als bronsoort en worden als één bronsoort beoordeeld. Eventuele spoorwegen zonder geluidsproductieplafonds vallen eveneens onder de bronsoort gemeentelijke wegen maar daar is hier geen sprake van. De geluidbelasting vanwege wegen op de omgeving wordt beoordeeld ter plaatse van geluidgevoelige gebouwen. Een geluidgevoelig gebouw is op grond van artikel 3.20 Besluit Kwaliteit leefomgeving (Bkl) een gebouw of een gedeelte van een gebouw met een: 1. a. woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan; b. onderwijsfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan; c. gezondheidszorgfunctie met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan; of d. bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan. 2.
Het eerste lid geldt niet voor een gedeelte van een gebouw als het omgevingsplan in dat gedeelte van het gebouw geen geluidgevoelige ruimten toelaat, tenzij het gebouw een woonschip of woonwagen is. 3. Onder een geluidgevoelig gebouw wordt ook verstaan een geluidgevoelig gebouw dat nog niet aanwezig is, maar op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit mag worden gebouwd.
2.2
Geluidsaandachtsgebied
Het potentiële hindergebied van wegen wordt per bronsoort planologisch in het Omgevingsplan vastgelegd in geluidsaandachtsgebieden. Op basis van de gemeentelijke basisgeluidsemissiegegevens kunnen de geluidsaandachtsgebieden desgewenst nauwkeurig worden berekend. In de overgangssituatie direct na inwerkingtreding van de Omgevingswet terwijl deze geluidsaandachtsgebieden nog niet zijn berekend, voorziet het Omgevingsplan gemeente Midden-Groningen (verder Omgevingsplan) in standaard geluidsaandachtsgebieden. Het Omgevingsplan is geraadpleegd op 28 februari 2024. Artikel 22.273 van het Omgevingsplan geeft aan dat het geluidsaandachtsgebied langs wegen met 1 of 2 rijstroken binnen en buiten de bebouwde kom respectievelijk 200 en 250 meter buiten de buitenste rijstrook liggen. Het hier beschouwde plangebied ligt geheel binnen het geluidsaandachtsgebied voor gemeentelijke wegen.
5
2.3
Nieuw geluidgevoelig gebouw binnen geluidsaandachtsgebied
Een omgevingsplan dat een nieuw geluidgevoelig gebouw mogelijk maakt, moet er in principe in voorzien dat voldaan wordt aan de standaardwaarde. Deze standaardwaarde bedraagt voor gemeentewegen 53 dB. (artikel 5.78t Bkl). Meer geluid vanwege gemeentewegen op geluidgevoelige gebouwen dan artikel 5.78t toelaat, zijn volgens artikel 5.78u (Bkl) acceptabel indien geen geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen en de overschrijding zoveel mogelijk wordt beperkt door het treffen van geluidbeperkende maatregelen en het geluid niet hoger is dan de grenswaarde van 70 dB. Geluidbeperkende maatregelen worden in aanmerking genomen als die financieel doelmatig zijn en daartegen geen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard bestaan (artikel 5.78 Bkl). Als maatregelen wordt in eerste instantie bronmaatregelen onderzocht zoals snelheidsverlaging of geluidsreducerend wegdek. Als dit niet mogelijk is of onvoldoende effect oplevert worden overdrachtsmaatregelen tussen bron en ontvanger onderzocht zoals een geluidsscherm of -wal. Indien na het treffen van maatregelen, of geen maatregelen kunnen worden getroffen, de hoogste waarde wordt overschreden, wordt op grond van artikel 5.78ac (Bkl) de aanvaardbaarheid van het gecumuleerde geluid beoordeeld.
Hierbij worden geluidbronsoorten en geluid door activiteiten opgeteld en daarbij gewogen voor de respectievelijke hinderlijkheden. Bij overschrijding van de hoogste waarde wordt op grond van artikel 5.78ad (Bkl) eveneens het gezamenlijke geluid op de gevel van geluidgevoelige gebouwen bepaald. Hierbij worden geluidbronsoorten en activiteiten energetisch en ongewogen opgeteld. Bij overschrijding van de hoogste waarde moet de karakteristieke geluidswering minimaal gelijk zijn aan het gezamenlijke geluid verminderd met 33 dB.
6
3. Berekeningswijze 3.1
Overdrachtsberekeningen
Voor het berekenen van de geluidsoverdracht van de wegen naar de omgeving is gebruik gemaakt van de module verkeerslawaai versie 2023V11 van GeoMilieu. Dit model rekent volgens Standaardrekenmethode die is omschreven in bijlage IVe van de Omgevingsregeling. Bij wegen met een representatieve snelheid van tenminste 70 kilometer wordt op grond van artikel 3.9 (Omgevingsregeling) een aftrek toegepast met het oog op het stiller worden van banden door Europees bronbeleid. Deze aftrek bedraagt 2 dB behalve voor elementenverhardingen, zeer open asfalt beton, tweelaags zeer open asfalt beton, met uitzondering van tweelaags zeer open asfalt beton fijn, uitgeborsteld beton, geoptimaliseerd uitgeborsteld beton en oppervlakbewerking waarvoor 1 dB aftrek geldt. Deze aftrek wordt door GeoMilieu automatisch bepaald op basis van snelheid en wegdektype en is hier niet van toepassing. In het model zijn wegen, water en verharde gebiedsdelen opgenomen als geluidsreflecterende bodemgebieden. De overige bodemgebieden zijn beschouwd als absorberend met bodemfactor 1,0. Alle relevante bestaande gebouwen in het onderzoeksgebied zijn opgenomen om de geluidsafschermende en reflecterende invloed hiervan te bepalen. In het onderzoeksgebied komen geen geluidsschermen of -wallen voor.
Op plaatsen waar extra geluid wordt geproduceerd ten gevolge van drempels, verkeersregelinstallaties en rotondes kan in het model extra geluidsproductie worden gemodelleerd in de vorm van toeslagen. In het onderzoeksgebied ligt ter hoogte van de beschouwde woningen een verkeersdrempel. Deze is echter niet zodanig vormgegeven dat deze de snelheid halveert en hiervoor is derhalve geen toeslag toegepast. De overige genoemde obstakels komen in het onderzoeksgebied niet voor. Op de woningen zijn op de noordgevel per bouwlaag rekenpunten gelegd waarop het model de gevelbelasting berekent. De hoogte van deze punten ligt op twee derde van de hoogte van de bouwlaag, hier op 2, 5 en 8 meter hoogte. De numerieke invoergegevens van het rekenmodel zijn opgenomen in bijlage 1. Bijlage 2 geeft enkele grafische weergaven van het rekenmodel. De resultaten van de berekeningen worden in hoofdstuk 4 besproken. Voor de berekeningen is gebruik gemaakt van de licentie van Geluidszaken.
Bijlage 2 geeft grafische weergaves van het opgestelde rekenmodel.
3.2
Gehanteerde verkeersgegevens
De gehanteerde weekdagetmaalintensiteiten voor de Hoofdweg zijn gebaseerd op het “Akoestisch onderzoek Wegverkeer Scholenprogramma Locatie Kolham” van adviesbureau WMA en gedateerd op 15 maart 2019. De beschikbare weekdagetmaalintensiteiten hebben betrekking op 2030. Voor de periode 2030 – 2034 is in aansluiting op het gemeentelijk verkeers- en vervoersplan 2012 uitgegaan van 1% verkeersgroei per jaar. Dit levert voor 2034 3434 motorvoertuigen per weekdagetmaal op.
7
De gehanteerde etmaalverdeling en verkeerssamenstelling zijn gelijk aan de gegevens in voornoemd onderzoek van WMA. Het wegdektype is eveneens van invloed op de geluidsuitstraling van een weg. Hier ligt op de Hoofdweg ter hoogte van het plan Dicht Asfaltbeton (DAB) of Steenmastiekasfalt 0/11 (SMA 0/11) met geluidsneutrale eigenschappen. De genoemde drempel is verhard met klinkers in keperverband die luidruchtiger zijn dan geluidsneutraal. De exacte spectrale en snelheidsafhankelijke wegdekcorrecties voor zijn afkomstig van InfoMil: https://www.infomil.nl/onderwerpen/geluid/regelgeving/wetgeluidhinder/wegverkeerslawaai/akoestisch-rapport/cwegdek/ Als snelheid in het model zijn de wettelijke snelheden gehanteerd. Deze bedraagt ter plaatse 30 kilometer per uur binnen de bebouwde kom en 60 kilometer per uur buiten de bebouwde kom. De komgrens ligt circa 40 meter ter oosten van het plan. De gehanteerde verkeersgegevens te vinden in bijlage 1.
8
4. Resultaten De rekenresultaten vanwege de gemeentelijke wegen zijn opgenomen in bijlage 3 en samengevat in tabel 1. De ligging van de rekenpunten is te zien in figuur 2 en bijlage 2. Figuur 2: Detail rekenmodel met rekenpunten
Tabel 1: Berekende geluidbelasting vanwege gemeentelijke wegen Omschrijving rekenpunt
Rekenhoogte in meters
Geluidbelasting in dB Berekend
Overschrijding standaard waarde (53)
1, woning noord
2, woning midden
3, woning zuid
2
37
Nee
5
39
Nee
8
40
Nee
2
32
Nee
5
33
Nee
8
35
Nee
2
33
Nee
5
34
Nee
8
36
Nee
Uit de rekenresultaten blijkt dat op alle woningen aan de standaardwaarde van 53 dB voor gemeentelijke wegen wordt voldaan. De woningen zijn mogelijk zonder verdere verplichtingen ten aanzien van geluid. Ten aanzien van gevelisolatie volstaat de standaardeis van 20 dB uit het Beluit Bouwwerken leefomgeving. .
9
5. Conclusie In opdracht van team Ruimtelijke en Economische Ontwikkeling is onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting vanwege wegverkeer op 3 nieuwe woningen op de voormalige schoollocatie Hoofdweg 42 in Kolham. Het plangebied ligt binnen het geluidsaandachtsgebied van de gemeentelijke wegen en niet binnen andere geluidsaandachtsgebieden. Het onderzoek beperkt zich derhalve tot gemeentelijke wegen. Uit de rekenresultaten blijkt dat op alle woningen aan de standaardwaarde van 53 dB voor gemeentelijke wegen wordt voldaan. De woningen zijn mogelijk zonder verdere verplichtingen ten aanzien van geluid. Ten aanzien van gevelisolatie volstaat de standaardeis van 20 dB uit het Beluit Bouwwerken leefomgeving.
Bijlage 1 Model: Groep: Naam 1 1 1 1
Invoergegevens rekenmodel
Hoofdweg Kolham schoollocatie Kolham Hoofdweg - Kolham (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - Omgevingswet, wegverkeer Omschr. Hoofdweg Hoofdweg Hoofdweg klinkers Hoofdweg
Groep -----
X-1 245797,95 246023,25 245949,71 245968,32
Y-1 578118,57 578140,80 578119,37 578122,59
Geomilieu V2023.1 rev 1 Licentiehouder: Geluidszaken
X-n 245949,71 246050,90 245968,32 246023,25
Y-n 578119,37 578153,37 578122,59 578140,80
M-1 0,00 0,00 0,00 0,00
M-n 0,00 0,00 0,00 0,00
Cpl False False False False
29-2-2024 08:53:23
Bijlage 1 Model: Groep: Naam 1 1 1 1
Invoergegevens rekenmodel
Hoofdweg Kolham schoollocatie Kolham Hoofdweg - Kolham (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - Omgevingswet, wegverkeer Hbron 0,75 0,75 0,75 0,75
Helling 0 0 0 0
Wegdek W1 W1 W13 W1
V(LV(D)) 30 60 30 30
V(LV(A)) 30 60 30 30
V(LV(N)) 30 60 30 30
V(MV(D)) 30 60 30 30
Geomilieu V2023.1 rev 1 Licentiehouder: Geluidszaken
V(MV(A)) 30 60 30 30
V(MV(N)) 30 60 30 30
V(ZV(D)) 30 60 30 30
V(ZV(A)) 30 60 30 30
V(ZV(N)) 30 60 30 30
29-2-2024 08:53:23
Bijlage 1 Model: Groep: Naam 1 1 1 1
Invoergegevens rekenmodel
Hoofdweg Kolham schoollocatie Kolham Hoofdweg - Kolham (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - Omgevingswet, wegverkeer Totaal aantal 3434,00 3434,00 3434,00 3434,00
%Int(D) 6,58 6,58 6,58 6,58
%Int(A) 3,38 3,38 3,38 3,38
%Int(N) 0,94 0,94 0,94 0,94
%LV(D) 88,92 88,92 88,92 88,92
%LV(A) 93,69 93,69 93,69 93,69
Geomilieu V2023.1 rev 1 Licentiehouder: Geluidszaken
%LV(N) 88,62 88,62 88,62 88,62
%MV(D) 6,19 6,19 6,19 6,19
%MV(A) 3,23 3,23 3,23 3,23
%MV(N) 5,84 5,84 5,84 5,84
%ZV(D) 4,89 4,89 4,89 4,89
%ZV(A) 3,08 3,08 3,08 3,08
%ZV(N) 5,54 5,54 5,54 5,54
29-2-2024 08:53:23
Bijlage 1 Model: Groep: Naam 1 2 3
Invoergegevens rekenmodel
Hoofdweg Kolham schoollocatie Kolham Hoofdweg - Kolham (hoofdgroep) Lijst van Toetspunten, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - Omgevingswet, wegverkeer Omschr. woning noord woning midden woning zuid
Maaiveld 0,00 0,00 0,00
Hdef. Relatief Relatief Relatief
Namespace
LokaalID
Versie
Geomilieu V2023.1 rev 1 Licentiehouder: Geluidszaken
Hoogte A 2,00 2,00 2,00
Hoogte B 5,00 5,00 5,00
Hoogte C 8,00 8,00 8,00
Hoogte D ----
29-2-2024 08:53:23
Bijlage 1 Model: Groep: Naam 1 2 3
Invoergegevens rekenmodel
Hoofdweg Kolham schoollocatie Kolham Hoofdweg - Kolham (hoofdgroep) Lijst van Toetspunten, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - Omgevingswet, wegverkeer Hoogte E ----
Hoogte F ----
Gevel Ja Ja Ja
Geomilieu V2023.1 rev 1 Licentiehouder: Geluidszaken
29-2-2024 08:53:23
Bijlage 1 Model: Groep: Naam
Invoergegevens rekenmodel
Hoofdweg Kolham schoollocatie Kolham Hoofdweg - Kolham (hoofdgroep) Lijst van Bodemgebieden, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - Omgevingswet, wegverkeer Omschr. water water weg weg weg
Namespace
LokaalID
Versie
Bf 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
water weg weg weg weg
0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
water weg weg
0,00 0,00 0,00
Geomilieu V2023.1 rev 1 Licentiehouder: Geluidszaken
29-2-2024 08:53:23
Bijlage 1 Model: Groep: Naam
1 2 3
Invoergegevens rekenmodel
Hoofdweg Kolham schoollocatie Kolham Hoofdweg - Kolham (hoofdgroep) Lijst van Gebouwen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - Omgevingswet, wegverkeer Omschr. bestaand gebouw bestaand gebouw bestaand gebouw bestaand gebouw bestaand gebouw
Hoogte 3,74 6,99 4,78 2,67 4,36
Maaiveld 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Hdef. Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde
bestaand gebouw bestaand gebouw bestaand gebouw bestaand gebouw bestaand gebouw
3,11 5,82 5,00 5,77 9,39
0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde
bestaand gebouw bestaand gebouw bestaand gebouw bestaand gebouw bestaand gebouw
6,71 4,64 4,57 4,80 3,98
0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde
bestaand gebouw bestaand gebouw bestaand gebouw bestaand gebouw bestaand gebouw
5,71 4,71 6,00 5,20 2,07
0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde
bestaand gebouw bestaand gebouw bestaand gebouw bestaand gebouw bestaand gebouw
3,20 2,89 4,12 3,72 1,35
0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde
woning noord woning midden woning zuid
9,00 9,00 9,00
0,00 0,00 0,00
Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde
Namespace
Geomilieu V2023.1 rev 1 Licentiehouder: Geluidszaken
LokaalID
Versie
Functie
Gebouwtype
BAG-id
29-2-2024 08:53:23
Bijlage 1 Model: Groep: Naam
1 2 3
Invoergegevens rekenmodel
Hoofdweg Kolham schoollocatie Kolham Hoofdweg - Kolham (hoofdgroep) Lijst van Gebouwen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - Omgevingswet, wegverkeer Gemeente
Jaar 1996 1902 1996 1964 1986
AHN-jaar 0 0 0 0 0
Trust 0 0 0 0 0
Cp 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB
Zwevend False False False False False
Refl. 63 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
Refl. 125 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
Refl. 250 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
Refl. 500 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
Refl. 1k 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
Refl. 2k 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
1903 1991 1897 1930 1642
0 0 0 0 0
0 0 0 0 0
0 dB 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB
False False False False False
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
1891 1931 1962 1969 1963
0 0 0 0 0
0 0 0 0 0
0 dB 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB
False False False False False
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
1996 1916 1807 2000 1986
0 0 0 0 0
0 0 0 0 0
0 dB 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB
False False False False False
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
2007 1961 1953 1891 1995
0 0 0 0 0
0 0 0 0 0
0 dB 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB
False False False False False
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 dB 0 dB 0 dB
False False False
0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80
Geomilieu V2023.1 rev 1 Licentiehouder: Geluidszaken
29-2-2024 08:53:23
Bijlage 1 Model: Groep: Naam
1 2 3
Invoergegevens rekenmodel
Hoofdweg Kolham schoollocatie Kolham Hoofdweg - Kolham (hoofdgroep) Lijst van Gebouwen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - Omgevingswet, wegverkeer Refl. 4k 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
Refl. 8k 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80
Geomilieu V2023.1 rev 1 Licentiehouder: Geluidszaken
29-2-2024 08:53:23
Bijlage 1 Rapport: Model:
Invoergegevens rekenmodel Lijst van model eigenschappen Hoofdweg Kolham schoollocatie
Model eigenschap Omschrijving Verantwoordelijke Rekenmethode
Hoofdweg Kolham schoollocatie
Aangemaakt door Laatst ingezien door Model aangemaakt met
op 30-1-2024 op 29-2-2024 Geomilieu V2023.1 rev 1
Dagperiode Avondperiode Nachtperiode Samengestelde periode Waarde Standaard maaiveldhoogte Rekenhoogte contouren Detailniveau toetspunt resultaten Detailniveau resultaten grids Rekenoptimalisatie aan Zoekafstand [m] Aandachtsgebied Max.refl.afstand Standaard bodemfactor Openingshoek Max.refl.diepte Geometrische uitbreiding Luchtdemping Luchtdemping [dB/km] Meteorologische correctie Geluidbronsoort Gebruik vereenvoudigde absorptiewaarde Geen reflectie als scherm meer dan 5° helt
07:00 - 19:00 19:00 - 23:00 23:00 - 07:00 Lden Gem(Dag, Avond + 5, Nacht + 10) 0 4 Bronresultaten Groepsresultaten Ja 5000 5000 -1,00 2 1 Volledige 3D analyse Conform standaard 0,00; 0,00; 1,00; 2,00; 4,00; 10,00; 23,00; 58,00 Ja Gemeentewegen Nee Nee
#2|Wegverkeerslawaai|Omgevingswet, wegverkeer|
Geomilieu V2023.1 rev 1 Licentiehouder: Geluidszaken
29-2-2024 08:54:04
Bijlage 1
Invoergegevens rekenmodel
Commentaar
Geomilieu V2023.1 rev 1 Licentiehouder: Geluidszaken
29-2-2024 08:54:04
Bijlage 2 blad 1
Rekenmodel, overzicht Wegen Toetspunten Bodemgebieden Gebouwen
0m
80 m schaal = 1 : 2000
578200
1 2
3 578000
245800 246000 Omgevingswet, wegverkeer, [Kolham Hoofdweg - Hoofdweg Kolham schoollocatie] , Geomilieu V2023.1 rev 1 Licentiehouder: Geluidszaken
Bijlage 2 blad 2
Rekenmodel, detail woningen Wegen Toetspunten Bodemgebieden Gebouwen
0m
30 m schaal = 1 : 750
578100
578050
1
2
3
578000
245950 246000 Omgevingswet, wegverkeer, [Kolham Hoofdweg - Hoofdweg Kolham schoollocatie] , Geomilieu V2023.1 rev 1 Licentiehouder: Geluidszaken
Bijlage 3
Rekenresultaten
Rapport: Model: Groep: Groepsreductie:
Resultatentabel Hoofdweg Kolham schoollocatie LAeq totaalresultaten voor toetspunten (hoofdgroep) Nee
Naam Toetspunt 1_A 1_B 1_C 2_A 2_B
Omschrijving woning noord woning noord woning noord woning midden woning midden
Groep ------
X 245973,98 245973,98 245973,98 245972,37 245972,37
Y 578046,28 578046,28 578046,28 578029,36 578029,36
Hoogte 2,00 5,00 8,00 2,00 5,00
Dag 36,1 37,9 39,4 31,0 32,2
Avond 32,9 34,5 36,0 27,7 28,9
Nacht 28,0 29,7 31,1 22,8 24,0
Lden 37,1 38,9 40,3 32,0 33,2
2_C 3_A 3_B 3_C
woning midden woning zuid woning zuid woning zuid
-----
245972,37 245970,64 245970,64 245970,64
578029,36 578005,67 578005,67 578005,67
8,00 2,00 5,00 8,00
33,8 32,2 33,3 34,7
30,4 29,1 30,1 31,4
25,6 24,1 25,2 26,5
34,7 33,2 34,4 35,7
Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen
Geomilieu V2023.1 rev 1 Licentiehouder: Geluidszaken
29-2-2024 08:52:03
Beknopte natuurtoets
Quick scan flora en fauna OBS Oetkomst en Peuteropvang Net Dröge (Hoofdweg 42 & 42a) in Kolham
Dillerop natuuradvies
Colofon: Opdrachtgever: Contactpersoon: Veldwerk: Tekst en foto’s: Projectnummer: Datum:
Gemeente Midden-Groningen Dillerop natuuradvies Dillerop natuuradvies FF-225 2 mei 2023
natuuronderzoek en ecologische advisering
Postadres: Telefoon: E-mail:
Ir. Mentropweg 15, 9341 AR Veenhuizen info@dilleropnatuuradvies.nl
Dillerop natuuradvies is niet aansprakelijk voor gevolgschade, noch voor schade voortvloeiend uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Dillerop natuuradvies; opdrachtgever vrijwaart Dillerop natuuradvies voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing.
2
Inhoud 1
Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Quick scan 1.3 Bronnenonderzoek 1.4 Terreinbezoek 1.5 Expert judgement 1.6 Beknopte beschrijving van de locatie
4 4 4 4 4 4 5
2
Wettelijk kader 2.1 Wet natuurbescherming 2.2 Soortenbescherming
6 6 6
3
Resultaten 3.1 Flora 3.2 Amfibieën, reptielen en vissen 3.3 Zoogdieren 3.4 Vogels 3.5 Dagvlinders, libellen en ongewervelden
7 7 7 7 9 9
4
Conclusie en aanbevelingen
10
5
Literatuur
11
Bijlagen 1 Wet natuurbescherming en soortenlijsten 2 Overzichtskaart plangebied
3
1. Inleiding 1.1 Aanleiding In opdracht van de gemeente Midden-Groningen is door Dillerop natuuradvies een ecologische quick scan uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming. Dit in verband met de voorgenomen sloop van OBS Oetkomst en Peuteropvang Net Dröge, gelegen aan de Hoofdweg 42 en 42a in Kolham in de gemeente MiddenGroningen. In bijlage 2 is een overzichtskaart van het plangebied opgenomen. 1.2 Quick scan De quick scan betreft een beoordeling van de huidige aanwezigheid van beschermde planten en dieren in het plangebied, de functie van het plangebied en de directe omgeving van deze soorten en de te verwachten effecten van de voorgenomen ingreep op de beschermde soorten. De quick scan vindt plaats op grond van een bronnenonderzoek, een terreinbezoek en een expert judgement. 1.3 Bronnenonderzoek Het bronnenonderzoek gaat uit van bestaande en beschikbare gegevens. Voor een actueel overzicht van beschermde soorten die in de regio voorkomen, zijn diverse regionale en landelijke verspreidingsatlassen en data van relevante soortengroepen en Particuliere Gegevensbeherende Organisaties (PGO’s) geraadpleegd. 1.4 Terreinbezoek De locatie is bezocht op 19 april 2023.Tijdens het bezoek is zoveel mogelijk concrete informatie verzameld met betrekking tot de aan- of afwezigheid van beschermde soorten.
Het betreft zicht- en geluidswaarneming en sporenonderzoek (naar nesten, pootafdrukken, holen, uitwerpselen etc.). 1.5 Expert judgement De quick scan is een momentopname, die in beperkte mate uitsluitsel kan geven over de afwezigheid van soorten. De quick scan houdt geen veldinventarisatie in, die meerdere (seizoensgebonden) opnamerondes bevat. Daarom is een expert judgement nodig om de geschiktheid van het plangebied voor mogelijk voorkomende soorten te beoordelen. Als de beschikbare gegevens onvoldoende zijn om tot een goede beoordeling te kunnen komen, zal dit expliciet in dit rapport worden aangegeven.
4
1.6 Beknopte beschrijving van de locatie Het plangebied (OBS Oetkomst en Peuteropvang Net Dröge) ligt aan de Hoofdweg 42 en 42a in Kolham in de gemeente Midden-Groningen. Het terrein bestaat uit een schoolgebouw, een peuteropvang, een houten schuurtje, speelpleinen, verharding, hekwerk (voornamelijk aan de oost- en noordzijde van het terrein) en een verwilderde speeltuin bij de peuteropvang. Zowel aan de oost- als aan de westzijde van het terrein staan her en der struiken, sierbeplanting en bomen op en langs de toegangsweg naar de kerk en enkele woonerven. Het plangebied bevindt zich volgens de topografische dienst Emmen in atlasblok 07-56 en kilometerhok 21.
Kolham
Plangebied Bron: google earth
Ligging. Met betrekking tot de gebiedsbescherming gaat het om de bescherming van gebieden die zijn aangewezen als onderdeel van Natuurnetwerk Nederland (voorheen de Ecologische Hoofdstructuur) en/of om gebieden die zijn aangewezen als Natura 2000gebied. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied of een ander gebied beschermd middels de Natuurbeschermingswet, noch van Natuurnetwerk Nederland. Er is geen sprake van externe werking. 5
2. Wettelijk kader 2.1 Wet natuurbescherming Op 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet vervangt drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. De Wet natuurbescherming staat in het teken van de verbinding tussen ecologie, economie en bescherming van natuur. De Wet natuurbescherming richt zich op: •
het beschermen en ontwikkelen van de natuur, mede vanwege de intrinsieke waarde, en het behouden en herstellen van de biologische diversiteit;
•
het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de natuur ter vervulling van maatschappelijke functies;
•
het verzekeren van een samenhangend beleid gericht op het behoud en beheer van waardevolle landschappen, vanwege hun bijdrage aan de biologische diversiteit en hun cultuurhistorische betekenis, mede ter vervulling van maatschappelijke functies.
2.2 Soortenbescherming Voor soortenbescherming geldt dat deze gericht is op het bereiken of herstellen van een gunstige staat van instandhouding van soorten. Binnen de Wet natuurbescherming wordt soortenbescherming opgedeeld in drie categorieën: 1. De bescherming van alle van nature in Nederland in het wild levende vogels op grond van de Vogelrichtlijn (artikel 1). 2. De bescherming van in het wild levende dieren en planten van soorten die voorkomen in de EU op grond van de Habitatrichtlijn (bijlagen I, II, IV en V) en natuurbeschermingsverdragen (artikel 3.5 – 3.9). 3. De bescherming van niet onder de bovenstaande twee categorieën vallende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland, vermeld in de bijlage van de Wet natuurbescherming (artikel 3.10 – 3.11). Voor zoogdieren, amfibieën en reptielensoorten opgenomen in deze bijlage geldt geen Europese verplichting tot bescherming. Deze soorten worden beschermd vanwege de breed in de maatschappij levende overtuiging dat deze dieren bescherming behoeven. De andere in de bijlage opgenomen soorten worden om ecologische redenen beschermd. Hiermee geeft Nederland uitvoering aan de algemene verplichting van het Biodiversiteitsverdrag om kwetsbare en bedreigde dier- en plantensoorten te beschermen.
Zie bijlage 1 voor een uitgebreide toelichting op de Wet natuurbescherming met soortenlijsten.
6
3. Resultaten 3.1 Flora Op basis van de aanwezige biotoop (gebouwen met verharding) zijn er geen beschermde en/of bedreigde plantensoorten of resten hiervan in het plangebied aangetroffen en op basis van verspreidingsgegevens worden deze ook niet verwacht. Negatieve effecten op planten worden tijdens de werkzaamheden niet verwacht. 3.2 Amfibieën, reptielen en vissen Op basis van de terreinkenmerken en beschikbare verspreidingsgegevens worden geen strikt beschermde amfibieënsoorten verwacht. In de omgeving (sloten) komen mogelijk wel algemene soorten voor zoals onder andere gewone pad, bruine kikker en gewone watersalamander. Negatieve effecten worden tijdens de werkzaamheden niet verwacht. Reptielen en vissen zijn hier niet van toepassing.
Gewone pad
Bruine kikker
Kleine watersalamander
3.3 Zoogdieren In het plangebied waar de werkzaamheden zullen plaatsvinden zijn geen strikt beschermde zoogdieren of sporen daarvan aangetroffen. Het is mogelijk dat een enkel exemplaar van een beschermde soort in de omgeving daarvan kan worden aangetroffen, zoals onder andere huisspitsmuis, bosmuis, veldmuis, egel en mol. Genoemde soorten zijn beschermd conform de Wet natuurbescherming ‘Andere soorten’, maar staan ook in de categorie ‘Vrijgestelde soorten’. Dit houdt in dat bij uitvoering van de werkzaamheden een vrijstelling geldt voor deze soorten. Wel geldt te allen tijde de zorgplicht voor de uitvoerende partij. Negatieve effecten worden tijdens de werkzaamheden niet verwacht. Vleermuizen Alle in Nederland voorkomende vleermuissoorten zijn opgenomen in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn (Wet natuurbescherming) en daardoor strikt beschermd. In de nabije omgeving van het plangebied komen onder andere de volgende vleermuissoorten voor: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en gewone grootoorvleermuis. Voor vleermuizen zijn drie onderdelen van het leefgebied te onderscheiden die van belang zijn voor de functionaliteit van het leefgebied. Dit zijn: verblijfplaatsen, foerageergebieden en vliegroutes. Verblijfplaatsen Aanwezigheid van boombewonende vleermuizen is uitgesloten.
Tijdens de inspectie zijn geen sporen of geschikte holtes in de aanwezige bomen op het terrein vastgesteld; negatieve effecten worden tijdens de werkzaamheden niet verwacht.
7
Aanwezigheid van gebouwbewonende vleermuizen (zoals bijvoorbeeld gewone dwergvleermuis en laatvlieger) is eveneens uitgesloten. Er zijn geen sporen gevonden die erop kunnen duiden dat vleermuizen de bebouwing als onderkomen gebruiken. Het schoolgebouw (met bitumen, dakplaten in dakpanmotief en vogelschroot) en het gebouw voor de peuteropvang met asbestplaten met vogelschroot en dichtgegroeide dakgoten zijn hiervoor ook niet geschikt vanwege het ontbreken van geschikte wegkruipmogelijkheden. Ook bij de gevelbetimmering van het schoolgebouw met onder andere Trespa plaat zijn geen geschikte ruimtes waargenomen. Er zullen geen negatieve effecten optreden voor vleermuizen tijdens de voorgenomen werkzaamheden.
Dakgoot peuteropvang zit vol met mos en bladafval etc.
Dicht met vogelschroot om vogels etc. te weren.
8
Foerageergebieden Het plangebied en de directe omgeving is geschikt als foerageergebied gecombineerd met open plekken, bomen en waterpartijen. Met de voorgenomen werkzaamheden gaat geen significant oppervlak aan foerageergebied verloren; dit zal niet leiden tot belangrijke wijzigingen in de huidige kwaliteit van het foerageergebied. Vleermuizen hebben in de ruime omgeving voldoende foerageergebied tot hun beschikking en het openbare en groene karakter van het gebied blijft behouden. Vliegroutes Bij verplaatsingen tussen verblijfplaatsen en foerageergebied maken vleermuizen vaak gebruik van watergangen en lijnvormige groen- en bebouwingsstructuren. De huidige bomen en de bebouwing in de omgeving kunnen dienst doen als vliegroutes. Er zijn in en rond het plangebied voldoende geleidende structuren aanwezig, waardoor vleermuizen gemakkelijk alternatieve routes kunnen volgen. Om deze redenen zullen de werkzaamheden niet leiden tot belangrijk negatieve effecten op vliegroutes van vleermuizen. Daarnaast blijft het openbare en groene karakter behouden. 3.4 Vogels Tijdens de veldinspectie zijn onder andere de volgende vogelsoorten in de omgeving waargenomen: winterkoning, boomkruiper, merel, koolmees, roodborst, zwartkop, heggenmus, spreeuw en houtduif.
De daken met bitumen, dakplaten en vogelschroot (schoolgebouw) en bij de peuteropvang met asbestplaten en vogelschroot, zonder tussenruimtes bieden geen nestmogelijkheden voor vogels zoals bijvoorbeeld huismus of gierzwaluw. Gezien de aard van de werkzaamheden zullen voor deze diergroep geen negatieve effecten optreden. Bij het verwijderen van de aanwezige beplanting op het terrein zullen ook voor deze diergroep geen negatieve effecten optreden, mits de werkzaamheden buiten het broedseizoen plaatsvinden. Het broedseizoen loopt globaal van ongeveer half maart tot en met half juli, waarbij een broedende vogel buiten deze periode ook beschermd is. In het plangebied noch in de directe omgeving daarvan zijn jaarronde vaste rust- of verblijfplaatsen (van strenger beschermde soorten) aangetroffen; hier zijn geen effecten te verwachten. 3.5. Dagvlinders, libellen en ongewervelden Op basis van de terreingesteldheid en geraadpleegde verspreidingsgegevens worden geen strikt beschermde soorten verwacht. Gezien de aard van de werkzaamheden zullen voor deze diergroepen geen negatieve effecten optreden.
9
4. Conclusies In het plangebied bevinden zich geen strikt beschermde dier- of plantensoorten die door de voorgenomen werkzaamheden wezenlijk kunnen worden beïnvloed. In het kader van de te doorlopen planologische procedure zijn er vanuit de Wet natuurbescherming geen belemmeringen. In de directe omgeving van het plangebied komen mogelijk wel algemene kleine zoogdieren en amfibieënsoorten voor, die weliswaar beschermd zijn, maar zo algemeen, dat hun voortbestaan niet wordt bedreigd. En zullen geen effecten optreden, mits men zich houdt aan de zorgplicht. In het plangebied noch in de directe omgeving daarvan zijn jaarronde vaste rust- of verblijfplaatsen (van strenger beschermde soorten) aangetroffen; hier zijn geen effecten te verwachten. Door de voorgenomen sloopwerkzaamheden zullen voor vleermuizen geen verblijfplaatsen, vliegroutes en geen significant oppervlak aan foerageergebied worden aangetast. Er treden geen negatieve effecten op; derhalve hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied of een ander gebied beschermd middels de Wet natuurbescherming. Er is geen sprake van externe werking. De voorgenomen werkzaamheden hebben om deze reden geen negatieve effecten op het functioneren van Natuurnetwerk Nederland.
Aanbevelingen Zorgplicht Voor alle in het wild levende dieren geldt de bepaling van de zorgplicht. Deze houdt in dat u bij de uitvoering van werkzaamheden, die nadelig kunnen zijn voor planten en dieren, in redelijkheid zo veel mogelijk nalaat of maatregelen neemt om onnodige schade aan planten en dieren te voorkomen. Door een zorgvuldige planning van de werkzaamheden kan de zorgplicht goed worden ingepast in het werk. Er wordt aanbevolen, indien bomen en/of beplanting op en rondom het schoolterrein worden verwijderd, om deze werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Het broedseizoen loopt van ongeveer half maart tot en met half juli, waarbij een broedende vogel buiten deze periode ook beschermd is. De werkzaamheden dienen bij voorkeur plaats te vinden in de daglichtperiode, opdat verstoring van de omgeving door verlichting wordt voorkomen ten behoeve van bijvoorbeeld foeragerende vleermuizen in de omgeving etc. Bij de toekomstige inrichting van het terrein (nieuwbouw) kunnen voorzieningen, zoals bijvoorbeeld (inbouw)nestkasten worden aangebracht voor vogels en vleermuizen (natuurinclusief bouwen). Dergelijke maatregelen dragen bij aan de instandhouding van ecologisch kwetsbare soorten en op deze manier krijgen toekomstige gebouwen een ‘groener’ karakter’.
10
5. Literatuur Broekhuizen, S., B. Hoekstra, V. van Laar, C. Smeenk & J.B.M. Thissen, 1992; Atlas van de Nederlandse zoogdieren. Stichting Uitgeverij van de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging, Utrecht. van Dijk A.J.& Boele A., 2011; Handleiding SOVON Broedvogelonderzoek. SOVON Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen. Dillerop natuuradvies, augustus 2017; Leidraad Gemeente Midden-Groningen, Wet natuurbescherming. Franckh-Kosmos Verlags GMBh & Co. KG, Stuttgart, 2007, Handbuch der Fledermäuse Europas und Nordwestafrikas. Vertaald en bewerkt door Peter Lina, De Fontein|Tirion Uitgevers B.V., Utrecht, 2011, Vleermuizen, Alle soorten van Europa en NoordwestAfrika. Limpens, H., K. Mostert & W. Bongers, 1997; Atlas van de Nederlandse vleermuizen (2e druk). LNV, 2004, Besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, november 2004. Besluit TRCJZ/ 2004/ 5727, houdende vaststelling van Rode lijsten flora en fauna. Gepubliceerd in de Staatscourant van 11 november 2004, nr. 218. Ministerie LNV, 2005 Buiten aan het werk? Houd tijdig rekening met beschermde dieren en planten. De Flora- en faunawet in de praktijk, informatie over vrijstellingen, ontheffingen en gedragscodes. Ministerie van Economische Zaken, versie 1.3 december 2016, Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen, Wet natuurbescherming.
Geraadpleegde websites www.floron.nl www.minlnv.nl/natura2000 www.zoogdieratlas.nl www.sovon.nl www.ravon.nl www.vlinderstichting.nl www.vzz.nl www.waarneming.nl
11
Bijlage 1 Wet natuurbescherming en soortenlijsten
12
Wet natuurbescherming (Wnb)
Op 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. Deze wet vervangt de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet. De Wet natuurbescherming staat in het teken van de verbinding tussen ecologie, economie en bescherming van natuur. Met de inwerkingtreding van de Wet natuurbescherming zijn de provincies het bevoegde gezag voor de ontheffing- en vergunningverlening voor plannen en projecten en voor het vaststellen van vrijstellingsregelingen. Bij provincie overschrijdende projecten is dit de minister van EZ. Voor burgers en bedrijven is het belangrijk dat zij makkelijk en snel weten of een activiteit met mogelijke schade voor de natuur is toegestaan. Een aanvraag voor een omgevingsvergunning bij de gemeente wordt net als voorheen getoetst aan de natuurwet. Onderstaande vat het wettelijk kader samen voor toetsing van ruimtelijke ingrepen en andere handelingen. Algemene bepalingen De Wet natuurbescherming (artikel 1.10) is gericht op: Het beschermen en ontwikkelen van de natuur, mede vanwege de intrinsieke waarde, en het behouden en herstellen van de biologische diversiteit. Het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de natuur ter vervulling van maatschappelijke functies.
Het verzekeren van een samenhangend beleid gericht op het behoud en beheer van waardevolle landschappen, vanwege hun bijdrage aan de biologische diversiteit en hun cultuurhistorische betekenis, mede ter vervulling van maatschappelijke functies. Zorgplicht (artikel 1.11): Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. De zorg houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, b. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt.
13
Gedeputeerde staten van de provincies dragen zorg voor (artikel 1.12): het nemen van de nodige maatregelen voor de bescherming, de instandhouding of het herstel van biotopen en leefgebieden in voldoende gevarieerdheid voor alle van nature in het wild levende vogelsoorten en planten en dieren en hun habitats van bijlagen II, IV en V bij de Habitatrichtlijn en habitattypen van bijlage I van de Habitatrichtlijn; het behoud of het herstel van een gunstige staat van instandhouding van de met uitroeiing bedreigde of speciaal gevaar lopende van nature in het wild voorkomende dier- en plantensoorten; De totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd Natuurnetwerk Nederland. Gedeputeerde staten kunnen gebieden buiten het Natuurnetwerk Nederland aanwijzen die van provinciaal belang zijn vanwege hun natuurwaarden of landschappelijke waarden, met inachtneming van hun cultuurhistorische kenmerken. Deze gebieden worden aangeduid als ‘bijzondere provinciale natuurgebieden’ en ‘bijzondere provinciale landschappen’.
Natura 2000-gebieden
Natura 2000 bestaat in Nederland uit alle 162 gebieden die onder de Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn zijn aangewezen. Natura 2000 is een Europees ecologische netwerk van natuurgebieden waarmee de meest bijzondere en waardevolle natuur van Europa wordt beschermd. Natura 2000-gebieden zijn aangewezen omdat er Europees beschermde dier- en plantensoorten voorkomen. De Wet natuurbescherming heeft tot doel het beschermen en in stand houden van Natura 2000-gebieden. Relevante wettelijke bepalingen De beoordeling van projecten en andere handelingen wordt geregeld in artikel 2.7 tot en met artikel 2.9. Aanwijzingsbesluiten geven de instandhoudingsdoelstellingen ten aanzien van de leefgebieden voor vogels van de Vogelrichtlijn, de natuurlijke habitats en de habitats van soorten van de Habitatrichtlijn. De instandhoudingsmaatregelen zijn voor elk gebied beschreven in het beheerplan. Tevens beschrijft het beheerplan welke handelingen en ontwikkelingen in het gebied en daarbuiten het bereiken van de instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar brengen. Voor het uitvoeren van plannen of projecten kan GS de verplichting opleggen tot preventieve of herstelmaatregelen. Dit is niet van toepassing indien voor het plan of project een (omgevings)vergunning is verleend.
Beoordeling van plannen en projecten (artikel 2.7) Voor een plan dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, en dat afzonderlijk of in combinatie (in cumulatie) met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, is een passende beoordeling noodzakelijk. Er is een vergunning nodig van GS voor projecten of andere handelingen die de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. De bevoegdheid ten aanzien van de vergunningverlening ligt bij GS van de provincie waarin het project wordt uitgevoerd Er geldt een uitzondering op de vergunningprocedure op grond van de Wet natuurbescherming als via een andere wettelijke bepaling een passende beoordeling verplicht is (bijvoorbeeld op grond van de Tracéwet of de Spoedwet wegverbreding) voor de besluitvorming.
14
Géén vergunning is nodig (artikel 2.9): Als het project of de handeling is opgenomen in een Natura 2000-beheerplan of in een vastgesteld programma voor Natura 2000-gebieden (zoals de PAS). Voorwaarde is dat 1) ten aanzien van het plan of het programma een passende beoordeling van projecten is uitgevoerd waaruit de zekerheid is verkregen dat het project de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet zal aantasten, en 2) dat het bestuursorgaan dat het plan of programma heeft vastgesteld, tevens bevoegd gezag is voor vergunningverlening of dat dit bestuursorgaan heeft ingestemd heeft met het plan of programma. Als het project of de handeling al bestond of bekend was op de referentiedatum 31 maart 2010 of later als het gebied later is aangewezen (ook wel bekend als bestaand gebruik). Als het project of de handeling behoort tot door PS bij verordening aangewezen categorieën van gevallen. Toelichting op begrippen Habitattoets De habitattoets is de verzamelnaam van toetsingen van effecten van plannen en projecten op de realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied. In beginsel worden de effecten van plannen en projecten op Natura 2000-gebieden ‘passend beoordeeld’. Als er kans is op significant negatieve effecten en mitigerende maatregelen bij de beoordeling zijn betrokken wordt gesproken over een ‘passende beoordeling’.
Om procedurele redenen kan er voor worden gekozen om een oriëntatiefase – soms ook wel ‘voortoets’ genoemd – te doorlopen. De inhoudelijke studie is in de oriëntatiefase in grote lijnen identiek aan een passen de beoordeling, echter mitigerende maatregelen zijn bij de oriëntatiefase niet bij de beoordeling betrokken. Als de conclusie is dat significante negatieve effecten niet op voorhand kunnen worden uitgesloten en maatregelen nodig zijn om significant negatieve effecten met zekerheid te voorkomen, zal alsnog een passende beoordeling nodig zijn. Mitigerende maatregelen Mitigerende maatregelen zijn maatregelen ter voorkoming of beperking van het (mogelijke) effect van het project of andere handeling en deze maatregelen zijn onlosmakelijk verbonden zijn met een project / andere handelingen Cumulatieve effecten Voor de habitattoets geldt uitdrukkelijk dat voor elke activiteit onderzocht moet worden of er mogelijke significante effecten zijn als gevolg van de activiteit afzonderlijk en in combinatie met andere plannen en projecten. In het laatste geval moeten de gezamenlijke ofwel cumulatieve effecten beoordeeld worden in het licht van de instandhoudingsdoestellingen van het Natura 2000-gebied. Het gaat daarbij om alle plannen en projecten die op bestuurlijk niveau zijn goedgekeurd en die nog niet (volledig) zijn gerealiseerd.
Significantie Van significante effecten kan sprake zijn als ten gevolge van het plan of project realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen wordt bemoeilijkt of onmogelijk wordt gemaakt. Externe werking Ook activiteiten buiten het Natura 2000-gebied kunnen vergunningplichtig zijn als die activiteiten negatieve effecten op het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen voor het gebied (kunnen) veroorzaken. Dit wordt de ‘externe werking’ van de bescherming genoemd.
15
Soorten Verbodsbepalingen De Wnb onderscheidt bij de bescherming van soorten drie beschermingsregimes met elk hun eigen verbodsbepalingen: Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn (VR) (artikel 3.1) Het is verboden in het wild levende vogels (VR artikel 1): lid 1. opzettelijk te doden of te vangen; lid 2. opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren te vernielen of te beschadigen of nesten van vogels weg te nemen; lid 3. eieren van vogels te rapen en deze onder zich te hebben; lid 4. vogels opzettelijk te storen; lid 5. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Het ministerie heeft een lijst gemaakt van soorten vogels die hun nest doorgaans het hele jaar door of telkens opnieuw gebruiken. Deze nesten zijn jaarrond beschermd. Voor andere soorten geldt dat de nesten alleen beschermd zijn wanneer zij (in het broedseizoen) in gebruik zijn (Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten, ministerie van LNV, augustus 2009), zie bijlage 3. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn (HR) (artikel 3.5) Het is verboden: lid 1. in het wild levende dieren (HR bijlage IV, VvBern Bijlage II, VvBonn Bijlage I) in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen; lid 2. dieren, als bedoeld in het eerste lid, opzettelijk te verstoren.
lid 3. eieren van dieren, als bedoeld in het eerste lid, in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. lid 4. de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren, als bedoeld in het eerste lid, te beschadigen of te vernielen. lid 5. Planten (HR bijlage IV, VvBern Bijlage I) in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Beschermingsregime andere soorten (artikel 3.10) Onverminderd artikel 3.5, lid 1, 4 en 5, is het verboden: onderdeel a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij de Wet natuurbescherming, opzettelijk te doden of te vangen;
16
onderdeel b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld onder a opzettelijk te beschadigen of te vernielen; Onderdeel c: planten genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij de Wet natuurbescherming, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. In de Bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd. Sommige vogelsoorten vallen daarmee zowel onder het ‘Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn’ als onder het ‘Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn’. Het ‘Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn’ is ten aanzien van ‘verstoren’ strikter dan het ‘Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn’. Aan de andere kant zijn de ontheffingsgronden voor het ‘Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn’ weer beperkter dan voor ‘Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn’. We gaan in het toetsingskader zekerheidshalve uit van het juridisch strengste beschermingsregime. Ontheffingen en vrijstellingen Gedeputeerde staten kunnen een ontheffing verlenen van verboden die gelden voor Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn (artikel 3.3), Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn (artikel 3.8) en Beschermingsregime andere soorten (artikel 3.10 lid 2).
Provinciale staten en de Minister kunnen bij verordening vrijstelling verlenen van deze verboden (artikel 3.3, artikel 3.8). Een ontheffing of een vrijstelling wordt uitsluitend verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan: Er bestaat geen andere bevredigende oplossing. Er is voldaan aan een in artikel 3.3 dan wel artikel 3.8 genoemd belang. Er is geen sprake van een verslechtering van de (gunstige) staat van instandhouding van de desbetreffende soort. Aan een ontheffing kunnen voorwaarden worden gesteld om schade te beperken of te compenseren zodat er geen afbreuk wordt gedaan. Artikel 3.3, Artikel 3.8. De verboden voor zijn niet van toepassing op handelingen ten behoeve van instandhoudingsmaatregelen en handelingen in het kader van een Natura 2000-beheerplan of een vastgesteld programma (zoals bijvoorbeeld de PAS). Artikel 3.10. Voor soorten vallend onder ‘Beschermingsregime andere soorten’ kan de provincie een vrijstelling verlenen voor handelingen in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden en bestendig beheer of onderhoud. Daarnaast is een soortenlijst opgenomen met vrijgestelde soorten in de betreffende provincie. Artikel. 3.31.
De hierboven genoemde verboden onder de drie beschermingsregimes zijn niet van toepassing op handelingen die zijn beschreven in en aantoonbaar worden uitgevoerd overeenkomstig een door Minister goedgekeurde gedragscode en die plaatsvinden in het kader van bestendig beheer of onderhoud en ruimtelijke ontwikkeling en inrichting.
17
Vogels Algemeen De soortgroep vogels heeft in de Wet natuurbescherming een bijzondere status: alle broedende vogels, de in functie zijnde nesten en de functionele omgeving hiervan zijn beschermd tijdens het broedseizoen (voor de meeste soorten globaal van maart tot en met half juli). Voor enkele jaarlijks terugkerende soorten zijn rust- en verblijfplaatsen en de functionele omgeving ervan jaarrond beschermd. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in vijf categorieën: de nesten van categorie 1 tot en met 4 zijn jaarrond beschermd, de nesten van categorie 5 in principe alleen tijdens de broedperiode. Hierbij geldt echter dat wanneer ‘zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden’ dat rechtvaardigen, ook de nesten van categorie 5-soorten jaarrond beschermd kunnen zijn Nesten die het hele jaar door zijn beschermd Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats (voorbeeld: steenuil). Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: roek, gierzwaluw en huismus).
Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: ooievaar, kerkuil en slechtvalk). Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen (voorbeeld: boomvalk, buizerd en ransuil). Het bevoegd gezag hanteert voor categorie 1 tot en met 4 de volgende soorten:
Boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, oehoe, ooievaar, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil, wespendief en zwarte wouw.
De vaste rust- en verblijfplaatsen en functionele leefomgeving van deze soorten zijn daardoor jaarrond beschermd. De rust- en verblijfplaatsen van de soorten van categorie 5 kunnen echter ook jaarrond beschermd zijn wanneer zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Voor deze soorten is daarom ook inzicht nodig in de aanwezige rust- en verblijfplaatsen. Nesten die niet het hele jaar door zijn beschermd In de ‘Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten’ worden de volgende soorten aangegeven als categorie 5. Deze zijn buiten het broedseizoen niet beschermd. Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Voor categorie 5 hanteert het bevoegd gezag de volgende soorten:
Blauwe reiger, boerenzwaluw, bonte vliegenvanger, boomklever, boomkruiper, bosuil, brilduiker, draaihals, eidereend, ekster, gekraagde roodstaart, glanskop, grauwe vliegenvanger, groene specht, grote bonte specht, hop, huiszwaluw, ijsvogel, kleine bonte specht, kleine vliegenvanger, koolmees, kortsnavelboomkruiper, oeverzwaluw, pimpelmees, raaf, ruigpootuil, spreeuw, tapuit, torenvalk, zeearend, zwarte kraai, zwarte mees, zwarte roodstaart en zwarte specht.
18
Houtopstanden in de Wet natuurbescherming
In de Wet natuurbescherming is het conform artikel 4.2 verboden houtopstanden te kappen zonder hier vooraf een melding van te maken aan het bevoegd gezag indien wordt voldaan aan de volgende twee punten: •
de houtopstand buiten de 'bebouwde kom Houtopstanden' ligt;
•
de houtopstand waarin de bomen worden gekapt groter is dan 10 are (1.000 vierkante meter) of het gaat om bomen in een rijbeplanting van 20 bomen of meer.
Hierop zijn wel diverse uitzonderingen. Deze regel geldt niet voor : a. houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom; b. houtopstanden op erven of in tuinen; c. fruitbomen en windschermen om boomgaarden; d. naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar; e. kweekgoed; f. uit populieren of wilgen bestaande: 1. wegbeplantingen; 2. beplantingen langs waterwegen, en 3. eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; g. het dunnen van een houtopstand; h. uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: 1. ten minste eens per tien jaar worden geoogst; 2. bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en 3. zijn aangelegd na 1 januari 2013.
19
Soortenlijst Wet natuurbescherming (artikel 3.5) Beschermde dieren en planten (Habitatrichtlijn) Zoogdieren
Zeezoogdieren
Amfibieën
Vlinders
Kevers
Bechsteins vleermuis
Bruinvis
Boomkikker
Apollovlinder
Brede geelrandwaterroofkever
Bever
Bultrug
Geelbuikvuurpad
Boszandoog
Gestreepte waterroofkever
Bosvleermuis
Dwergpotvis
Heikikker
Donker pimpernelblauwtje
Heldenbok
Brandts vleermuis
Dwergvinvis
Kamsalamander
Grote vuurvlinder
Juchtleerkever
Franjestaart
Gestreepte dolfijn
Knoflookpad
Moerasparelmoervlinder
Vermiljoenkever
Gewone baardvleermuis
Gewone dolfijn
Poelkikker
Monarchvlinder
Gewone dwergvleermuis
Gewone spitsdolfijn
Rugstreeppad
Pimpernelblauwtje
Weekdieren
Gewone grootoorvleermuis
Gewone vinvis
Vroedmeesterpad
Teunisbloempijlstaart
Bataafse stroommossel
Grijze grootoorvleermuis
Griend
Tijmblauwtje
Platte schijfhoren
Grote hoefijzerneus
Grijze dolfin
Reptielen
Grote rosse vleermuis
Hille
Gladde slang
Hamster
Kleine zwaardwalvis
Muurhagedis
Libellen
Drijvende waterweegbree
Hazelmuis
Narwal
Zandhagedis
Bronslibel
Groenknolorchis
Ingekorven vleermuis
Noordse vinvis
Dikkopschildpad
Gaffellibel
Kleine vlotvaren
Kleine dwergvleermuis
Orca
Kemps’ zeeschildpad
Gevlekte witsnuitlibel
Kruipend moerasscherm
Kleine hoefijzerneus
Potvis
Lederschildpad
Groene glazenmaker
Liggende raket
Laatvlieger
Spitsdolfijn van Gray
Soepschildpad
Mercuurwaterjuffer
Zomerschroeforchis
Lynx
Tuimelaar
Meervleermuis
Walrus
Vissen
Oostelijke witsnuitlibel
Mossen
Mopsvleermuis
Witflankdolfijn
Houting
Rivierrombout
Geel schorpioenmos
Noordse vleermuis
Witsnuitdolfijn
Steur
Sierlijke witsnuitlibel
Tonghaarmuts
Noordse woelmuis
Witte dolfijn
Zilverstreephooibeestje Planten
Noordse winterjuffer
Otter Rosse vleermuis Ruige dwergvleermuis Tweekleurige vleermuis Vale vleermuis Watervleermuis Wilde kat Wolf
20
Soortenlijst Wet natuurbescherming (behorende bij artikel 3.10, eerste lid, onderdeel a) Andere soorten Bijlage A (beschermde dieren) Zoogdieren
Dagvlinders
Amfibieën
Aardmuis
Aardbeivlinder
Alpenwatersalamander
Boommarter
Bosparelmoervlinder
Bruine kikker
Bosmuis
Bruin dikkopje
Gewone pad
Bunzing
Bruine eikenpage
Kleine watersalamander
Damhert
Donker pimpernelblauwtje Meerkikker
Das
Duinparelmoervlinder
Bastaardkikker
Dwergmuis
Gentiaanblauwtje
Vinpootsalamander
Dwergspitsmuis
Grote parelmoervlinder
Vuursalamander
Edelhert
Grote vos
Eekhoorn
Grote vuurvlinder
Reptielen
Egel
Grote weerschijnvlinder
Adder
Eikelmuis
Iepenpage
Hazelworm
Gewone bosspitsmuis
Kleine heivlinder
Levendbarende hagedis
Gewone zeehond
Kleine ijsvogelvlinder
Ringslang
Grote bosmuis
Kommavlinder
Grijze zeehond
Pimpernelblauwtje
Vissen
Haas
Sleedoornpage
Beekdonderpad
Hermelijn
Spiegeldikkopje
Beekprik
Huisspitsmuis
Veenbesblauwtje
Elrits
Konijn
Veenbesparelmoervlinder Gestippelde alver
Molmuis
Veenhooibeestje
Grote modderkruiper
Ondergrondse woelmuis
Veldparelmoervlinder
Kwabaal
Ree
Zilveren maan Kreeften
Rosse woelmuis Steenmarter
Libellen
Tweekleurige bosspitsmuis
Beekkrombout
Veldmuis
Bosbeekjuffer
Kevers
Veldspitsmuis
Donkere waterjuffer
Vliegend hert
Vos
Gevlekte glanslibel
Waterspitsmuis
Gewone bronlibel
Wezel
Hoogveenglanslibel
Wild zwijn
Kempense heidelibel
Woelrat
Speerwaterjuffer
Europese rivierkreeft
21
Soortenlijst Wet natuurbescherming (artikel 3.10, eerste lid, onderdeel c) Andere soorten Bijlage B (beschermde planten) Akkerboterbloem
Karwijselie
Vroege ereprijs
Akkerdoornzaad
Kleine ereprijs
Wilde averuit
Akkerogentroost
Kleine Schorseneer
Wilde ridderspoor
Beklierde ogentroost
Kleine wolfsmelk
Wilde weit
Berggamander
Kluwenklokje
Wolfskers
Bergnachtorchis
Knollathyrus
Zandwolfsmelk
Blaasvaren
Knolspirea
Zinkviooltje
Blauw guichelheil