CConstaterende datMidden-Groningen
Koppel je AI →
Document · PDF

05. Concept Jaarstukken 2021 Omgevingsdienst Groningen

Raadsvergadering 2 juni 2022, gemeente Midden-GroningenBij agendapunt: Ontwerpbegroting 2023 Omgevingsdienst Groningen (ODG)12.604 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Jaarstukken 2021

Inhoudsopgave 1.

Toelichting op de jaarstukken .......................................................................................................... 3 1.1

2.

Inleiding ................................................................................................................................... 3

Financiële samenvatting .................................................................................................................. 4 2.1

Rekeningresultaat VTH 2021 .................................................................................................. 4

2.2

Rekening Resultaat Brzo ......................................................................................................... 5

2.3

Resultaatbestemming .............................................................................................................. 6

2.4

Vennootschapsbelasting voor overheidsondernemingen ....................................................... 6

DEEL 1 PROGRAMMAVERANTWOORDING ........................................................................................ 7 3. Programmaverantwoording ................................................................................................................. 7 3.1

Leeswijzer ................................................................................................................................ 7

3.2

Programma 1: VTH-taken ........................................................................................................ 7

3.3

Programma 2: Brzo-taken ..................................................................................................... 11

4.

Paragrafen ...................................................................................................................................... 13 4.1

Weerstandsvermogen en risicobeheersing ........................................................................... 13

4.2

Financiering ........................................................................................................................... 16

4.3

Bedrijfsvoering ....................................................................................................................... 17

4.4

Onderhoud kapitaalgoederen ................................................................................................ 19

DEEL 3: JAARREKENING .................................................................................................................... 20 5.

Overzicht van baten en lasten 2021 ............................................................................................... 20

6.

Toelichting baten en lasten ............................................................................................................ 23 6.1

Lasten .................................................................................................................................... 23

6.2

Baten ..................................................................................................................................... 24

7.

Balans per 31 december 2021 ....................................................................................................... 26

8.

Waarderingsgrondslagen ............................................................................................................... 28

9.

Toelichting balans .......................................................................................................................... 29 9.1

Vaste activa ........................................................................................................................... 29

9.2

Vlottende activa ..................................................................................................................... 29

9.3

Liquide middelen ................................................................................................................... 30

9.4

Overlopende activa ................................................................................................................ 30

9.5

Vaste passiva ........................................................................................................................ 30

10.

Datering en opmaak jaarrekening ............................................................................................. 34

11.

Vaststelling Algemeen Bestuur.................................................................................................. 35

12.

Controleverklaring ..................................................................................................................... 36

BIJLAGEN ............................................................................................................................................. 37 BIJLAGE 1 Overzicht van baten en lasten uitgesplitst naar taakvelden ........................................... 37 BIJLAGE 2: Deelnemersbijdragen ..................................................................................................... 38 BIJLAGE 3: Overzicht van materiële vaste activa ............................................................................. 39

2

1. Toelichting op de jaarstukken 1.1

Inleiding

We kijken wederom terug op een bijzonder jaar. Door het voortduren van de coronapandemie moesten we blijven werken onder bijzondere omstandigheden, hetzij met al enige gewenning. Mijn dank gaat ook nu weer uit naar de medewerkers en alle betrokken deelnemers en ketenpartners om hun getoonde inzet en flexibiliteit. Gezamenlijk hebben we de werkzaamheden op een effectieve manier voort kunnen zetten. Inhoudelijk hebben we in 2021 een mooie bijdrage kunnen leveren aan een veilige en schone leefomgeving in Groningen. We zien daarbij dat dat regionale en landelijke ontwikkelingen meer van ons vragen, met name investeringen op het gebied van energietransitie en circulaire economie verhogen de complexiteit van het werk. Denk bijvoorbeeld aan de bouw van windmolens, de inzet van waterstof, de vestiging van datacenters. Maar ook aan het stikstofdossier en de beperking van uitstoot van zeer zorgwekkende stoffen. Daarnaast hebben we het afgelopen jaar een aantal mooie stappen met elkaar gezet. Zo is de nieuwe Gemeenschappelijke Regeling in werking getreden, een belangrijke voorwaarde voor het invoeren van het nieuwe financieringsmodel per 1 januari 2022. We hebben stevig geïnvesteerd in de voorbereiding op de Omgevingswet, zowel intern bij de ODG als in het samenspel met deelnemers. En we hebben de aanbesteding van ons nieuwe VTH systeem opgestart, de ruggengraat van onze dienst.

Aan het eind van dit jaar constateren we een bescheiden tekort van 274.000 (1,3% van onze begroting). De oorzaken van het resultaat zijn zowel aan de lastenkant als aan de batenkant te vinden. We hebben ingezet op het zoveel mogelijk behalen van de productieafspraken, in een periode waarin de arbeidsmarkt en inhuurmarkt krap zijn. Naast het werk aan jaaropdrachten, meerwerk en projecten, hebben we ingezet op het begeleiden van nieuwe of minder ervaren medewerkers, op de voorbereiding van de omgevingswet en op arbeidsmarktcampagnes. Aan de batenkant was er sprake van minder inkomsten, door tegenvallende meerwerk- en projectopbrengsten. Tevens hebben we - zoals gepland een aantal bestemmingsreserves ingezet om zoveel mogelijk inzet te kunnen plegen. Naast bovengenoemde zaken deden zich ook onverwachte gebeurtenissen voor. Zo heeft de wijziging van software tot problemen geleid in de HR & financiële systemen, waardoor veel managementinformatie slechts beperkt beschikbaar was en ook voor data op financieel vlak was sprake van vertragingen. De jaarstukken zijn de laatste van de drie bedrijfsmatige verslagen die u over 2021 ontvangt. In 2021 ontving u de voorjaarsnota over de eerste vier maanden van het jaar en de najaarsnota over de eerste acht maanden van het jaar.

Informatie over inhoudelijke onderwerpen, de voortgang van de dienstverlening en productie kunt u vinden in de voorjaars-, najaars- en jaarrapportages.

Nienke Baars Directeur Omgevingsdienst Groningen Veendam, 25 maart 2022

3

2. Financiële samenvatting Totaal

Begroting 2021 na wijziging

Realis atie

V ers chil

Lasten Baten Res ultaat voor bes temming Res erves Reservemutaties Res ultaat na bes temming Voorgestelde reservemutaties Res ultaat na voorges telde res ervemutaties

€ € €

20.826.000 € -20.452.000 € 374.000 €

20.918.000 € -19.925.000 € 993.000 €

-93.000 -526.000 - 619.000

€ €

-374.000 € € - € €

-719.000 € 274.000 € 274.000 € €

345.000 - 274.000 -274.000 -

€ €

V oordeel N adeel N N

N V

N N

Deze paragraaf geeft het financieel resultaat van de jaarrekening 2021 op hoofdlijnen weer. 2.1 De

Rekeningresultaat VTH 2021 jaarrekening

2021

laat

een

negatief

resultaat

zien

van

€

933.000.

Na

dotatie

van

bestemmingsreserves is het uiteindelijke resultaat € 274.000 negatief. Conform de BBV is in deze jaarrekening op taakvelden en per programma gerapporteerd. Hierbij is aangegeven waar ten opzichte van de begroting voor- en nadelen zijn gerealiseerd. Hieronder is samengevat op welke manier het tekort ten opzichte van de begroting is ontstaan: •

Hogere personeels- en materiële lasten

€ 297.000 (N)

•

Hogere lasten overhead

€ 110.000 (N)

•

Lagere bijdrage VTH

€ 328.000 (N)

•

Lager saldo van projecten

€ 40.000 (N)

•

Lager saldo van meerwerk

€ 118.000 (N)

•

Hoger saldo overige baten en lasten

€ 172.000 (V)

•

Post onvoorzien

€ 100.000 (V)

•

Hogere reservemutaties

€ 345.000 (V)

Totaal per saldo

€ 274.000 (N)

Hogere personeels- en materiële lasten (€ 297.000 (N)) Het werven van personeel is het afgelopen jaar wederom moeilijk gebleken. Zoals verderop in de jaarrekening bij de bedrijfsvoering paragraaf wordt toegelicht was de gemiddelde bezetting 176 fte met een formatie van 197 fte, waardoor op veel plekken ingehuurd moest worden om de productie te kunnen halen. Inhuur is doorgaans duurder dan de vaste krachten, waardoor er meer geld uit is gegeven aan personeel. Daarnaast zijn de materiële lasten hoger uitgevallen door hogere lasten op het gebied van ICT. Dit betreft uitgaven rondom inspectieview (€20.000) en herinrichting van de servers bij de Provincie (€19.000). Hogere lasten overhead (€ 110.000 (N)) Deze hogere lasten worden voornamelijk veroorzaakt door hogere personeelskosten, vanwege benodigde extra inhuur van personeel op onder andere P&O en ICT. De voorbereidingen op o.a. de Omgevingswet hebben op IT gebied extra gevraagd. Daarnaast zorgt de krappere arbeidsmarkt en de wijziging van HR systemen ook voor meer inzet van P&O. Daarnaast waren er ook hogere materiele kosten overhead. We zetten sterk in op het werven en binden van personeel. Afgelopen jaar hebben we de samenwerking gezocht met de RUD en de FUMO en hebben we daarnaast zelf een aparte campagne georganiseerd voor het werven van personeel.

Daarnaast zijn er enkele andere posten die de hogere kosten veroorzaken: hogere bijdrage voor het landelijk systeem

4

Inspectieview, hogere kosten voor de Arbo t.a.v. ziektebegeleiding en een functiewaarderingstraject. Op blz. 21 wordt een uitsplitsing gemaakt van alle kosten. Lagere Bijdrage VTH ( € 328.000 (N)) Conform afspraak bij de jaarrekening 2020 is de deelnemersbijdrage in 2021 verlaagd, waardoor deze post lager uitvalt. Lager saldo van projecten (€ 40.000 (N)) Het lagere saldo wordt veroorzaakt door minder inkomsten uit landelijk gefinancierde projecten. Lager saldo van meerwerk (€ 118.000 (N)) De omvang van de met de bevoegde gezagen overeengekomen meerwerkopdrachten valt lager uit dan begroot. Tegenover de lagere opbrengsten staan echter ook lagere kosten, waardoor de baten en lasten met betrekking tot meerwerk tegen elkaar opwegen. Hoger saldo overige baten en lasten (€ 172.000 (V)) Dit betreft opbrengsten uit detacheringen (€ 172.000). Hier tegenover staan ook hogere kosten. Post onvoorzien (€ 100.000 (V)) De post onvoorzien is bedoeld ter dekking van onvoorziene uitgaven. Deze hebben zich ook specifiek voorgedaan in 2021. Volgens de BBV-regels boeken we deze kosten echter waar deze thuis horen in de boekhouding en niet op de post onvoorzien. Dit voordeel wordt dus in het totaal verrekend met hogere kosten op andere posten.

Hogere reservemutaties (€ 345.000 (V)) Deze hogere reservemutaties worden grotendeels veroorzaakt door onttrekking van € 328.000 aan het resultaat van 2020 (zoals vastgesteld in het AB van 1 juli 2021). Dit dekt de lagere deelnemersbijdrage aan het VTH-programma. Daarnaast wordt er € 20.000 onttrokken uit de reserve Herijking dd. 14-1218 ter dekking van de kosten van de data-beveiligingsonderzoek. Er is € 5.000 minder dan begroot onttrokken aan de reserve Arbeidsvoorwaarden. Tezamen vormt dit de onttrekking van € 345.000.

2.2

Rekening Resultaat Brzo

Programma Brzo Brzo

Begroting 2021 na wijziging

Realis atie

Lasten Brzo-taken (personeel en materieel) Overhead (personeel en materieel) Projecten Totaal

€ € € €

3.688.000 € 1.394.000 € 42.000 € 5.124.000 €

3.765.000 € -77.000 1.491.000 € -97.000 44.000 € -2.000 5.300.000 € - 176.000

Baten Bijdrage Brzo-taken Projecten Totaal

€ € €

-5.082.000 € -42.000 € - 5.124.000 €

-5.256.000 € -44.000 € - 5.300.000 €

174.000 2.000 176.000

Saldo van lasten en baten Saldo van lasten en baten Totaal

€ €

-

-

-

€ €

V ers c hil V oordeel/ N adeel

€ €

N N N

N

V V

V

Aan de lastenzijde zien we een stijging van € 176.000 ten opzichte van de begroting. Dit bestaat uit hogere personele en materiële lasten van € 77.000, overhead van € 97.000 en € 2000 voor projecten.

5

Deze stijging wordt veroorzaakt door meer inhuurkosten derden en extra ICT-kosten en extra kosten van werving en selectie. Aan de batenzijde zien we dat de opbrengsten met hetzelfde bedrag stijgen € 176.000. Het bovenstaande resultaat is al inclusief de eindafrekening, die de bevoegde gezagen nog dienen te ontvangen. Door de bevoegde gezagen zijn voorschotten betaald waarbij de provincie Friesland tussentijds al extra heeft bijbetaald vooruitlopend op hogere kosten, conform advies in het memo "financiële keuzes Brzo" van 2 december 2021. Op basis van de betaalde voorschotten ziet de afrekening per bevoegd gezag er als volgt uit: Provincie Drenthe

€

828.518

al betaald over 2021

€

Provincie Fryslân

€ 1.084.535

al betaald over 2021

€ 1.079.208 =

€

Provincie Groningen

€ 3.343.055

al betaald over 2021

€ 3.001.101 =

€ 341.954

Totaal

€ 5.256.108

2.3

731.045 =

€ 97.473 5.327

€ 444.754

Resultaatbestemming

Wij stellen het Algemeen Bestuur (AB) voor om: •

€ 274.000 te onttrekken uit de Algemene Reserve, na deze onttrekking heeft de Algemene Reserve ultimo 2021 een omvang van € 642.000.

Als het AB op 1 juli 2021 bij de vaststelling van de jaarstukken instemt met dit voorstel komt het resultaat uit op € 0. Voor 2022 zijn er reeds afspraken over onttrekkingen in 2022 en in de begroting 2022 is op reguliere wijze een risicoparagraaf opgenomen. Deze risico's worden dan niet meer afgedekt door de Algemene Reserve. Daarom wordt bij het vaststellen van de definitieve jaarrekening een voorstel gedaan aan het Algemeen Bestuur voor de financiële dekking van risico's.

2.4 Met

Vennootschapsbelasting voor overheidsondernemingen ingang

van

1

vennootschapsbelasting

januari

2016

zijn

overheidsondernemingen

(Vpb-plicht).

Dit

is

overheidsondernemingen”.

De

geregeld

omgevingsdiensten

in

hebben

de

wet

samen

belastingplichtig “Modernisering met

de

voor

de

Vpb-plicht

Belastingdienst

de

consequenties van de wetsaanpassing besproken. Het resultaat van dit overleg is dat, wanneer een Omgevingsdienst kan aantonen dat de overheidstaken op basis van wetgeving zijn uitgevoerd en dat op alle andere (commerciële) activiteiten geen winst is behaald, een Omgevingsdienst geen Vpb aangifte hoeft te doen. De ODG kan voor 2021 aantonen dat de overheidstaken op basis van wetgeving zijn uitgevoerd en dat op alle overige activiteiten geen winst is behaald. De ODG hoeft daarom geen Vpb aangifte te doen.

6

DEEL 1 PROGRAMMAVERANTWOORDING 3. Programmaverantwoording 3.1

Leeswijzer

De indeling van de programmaverantwoording volgt die van de begroting 2021. In de programmaverantwoording is de standaard opbouw als volgt: -

De missie.

-

Ontwikkelingen in 2021: een toelichting op zaken die het hele programma betreffen.

De informatie over weerstandsvermogen, risico’s en dergelijke is apart samengebracht in hoofdstuk 4. De uitvoering van de majeure risicobedrijven (Brzo) voor de drie Noordelijke provincies kent een apart begrotingsonderdeel. Dit programma staat apart beschreven in hoofdstuk 3.3.

3.2

Programma 1: VTH-taken

3.2.1

Missie

In alles wat we doen dragen we bij aan een veilige schone leefomgeving in onze regio. Wij zijn een onafhankelijke betrouwbare kennispartner, die de klant centraal stelt. Wij doen dat door inwoners, bedrijven en overheden op een efficiënte wijze, proactief en met een transparante afweging van belangen te adviseren bij het inrichten van de leefomgeving. Wij geven de leefomgeving een eigen stem. 3.2.2

Ontwikkelingen

Het jaar 2021 was door het voortduren van de coronapandemie wederom een jaar, waarin veel creativiteit en flexibiliteit benodigd was voor het kunnen uitvoeren van de werkzaamheden. Ondanks de benodigde aanpassingen hebben we ons goed in kunnen zetten voor de fysieke leefomgeving en is er in de productie slechts een beperkte achterstand ontstaan. Wel zien we wat verschillen tussen opdrachtgevers op onderdelen.

Geleverde productie 2021 De deelnemers hebben in februari 2022 een uitgebreide jaarrapportage over de productie ontvangen. In deze rapportages is voor elke opdrachtgever afzonderlijk aangegeven wat de productie in 2021 was. In onderstaande tabel is een overzicht van het aantal afgeronde zaken ten opzichte van het totaal aantal ingekochte zaken weergegeven. Vervolgens wordt per onderdeel de geleverde productie behandeld. Zoals afgesproken, zijn de voorbereidingen op de Omgevingswet ten koste gegaan van de inzet op de productie.

Domein Milieu

Jaaropdracht

Afgesloten zaken

2.849

2.421

Bodem

1.976

1.847

Asbest

740

685

Bouw

1.470

1.229

Onafhankelijk

1.562

1.586

Juridisch en bestuurlijke handhaving

588

363

Individueel

175

123

9.360

8.254

Totaal

7

Vergunningverlening Milieu Ten opzichte van de jaaropdrachten is het grootste gedeelte van de zaken afgesloten. Vanwege de verwachte inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2023, waarbij ook voor milieuactiviteiten leges kunnen worden geheven, is de kans aanwezig dat er in 2022 een toename zal zijn van het aantal van dit soort aanvragen. Toezicht milieu Het overgrote deel van de geplande reguliere milieucontroles is dit jaar uitgevoerd. Bij een aantal pluimveebedrijven kon geen controle worden uitgevoerd, omdat er een bezoekverbod is ingesteld naar aanleiding van de Vogelgriep. De controles die niet zijn uitgevoerd, worden in 2022 alsnog uitgevoerd. Bodem, asbest, BOA's en cultuurhistorie Ten opzichte van de jaaropdrachten is het overgrote deel van de zaken afgesloten. Zowel op het gebied van bodem als van asbest is het over het algemeen gelukt om meldingen af te handelen en het toezicht uit te voeren. Vergunningverlening en toezicht Bouw Het aantal afgesloten zaken is in lijn met de jaaropdrachten. Het aantal aanvragen was ook in 2021 opvallend hoog, waarschijnlijk als gevolg van de corona-crisis en de druk op de woningmarkt. Hierdoor is in een aantal gevallen de tijdigheid van vergunningverlening in gevaar gekomen. Uiteraard is wel geprobeerd dit te voorkomen, door bijvoorbeeld extra personeel te werven.

Door de overspannen arbeidsmarkt bleek dit niet altijd mogelijk. Advies Ten opzichte van de jaaropdrachten zijn niet alle zaken afgerond. Een ruim percentage van het aantal afgesproken zaken staat nog open. Het beeld bij advies is wisselend, zowel als gekeken wordt naar de verschillende producten, als naar de verschillende opdrachtgevers. Over de gehele linie concluderen we dat er een zwaar beroep wordt gedaan op onze juridisch adviseurs en specialisten. Daarnaast merken we door de krapte op de arbeidsmarkt dat we deze medewerkers moeilijk kunnen aantrekken, wat de druk op de huidige bezetting verhoogt.

Nieuw sturing- en financieringsmodel en basistaken Per 1 januari 2022 zijn we overgegaan op het nieuwe financieringsmodel van de ODG, waarin we begroten op output en afrekenen op begrotingsbasis. 2021 stond in het teken van de voorbereiding op de implementatie van het nieuwe financieringsmodel. Zo zijn alle afspraken verankerd in juridische documentatie en zijn bijna alle rapportages, benodigd bij de uitvoering, ontwikkeld. Belangrijke voorwaarde voordat het model kan worden ingevoerd, is dat elke raad instemt met de nieuwe GR. Dit proces is eind 2021 voltooid. Tot slot heeft per 1 januari 2022 de overdracht van de meldingen Bbk en de asbesttaken plaats gevonden. Alle deelnemers hebben aangegeven geen personeel over te dragen. Dit betekent dat de ODG hiervoor vacatures heeft gesteld, die allemaal zijn ingevuld.

Werkdruk en arbeidsmarkt Er is sprake van een stijging van het binnengekomen werk ten opzichte van de voorgaande jaren. We zien bijvoorbeeld sinds de coronapandemie een stijging van het aantal particuliere bouwplannen, veel aanvragen door aankomende wetsveranderingen, de inhoudelijke voorbereiding op wetswijzigingen en werkzaamheden door nieuwe vereisten aan de informatiesystemen. Daarnaast is vorig en dit jaar een stijging van het aantal majeure risicobedrijven te zien (onder bevoegd gezag van de noordelijke drie provincies).

8

Helaas is er naast deze significante stijging van de werkvoorraad ook sprake van een stijging van het ziekteverzuim (van circa 3,5% naar circa 5,7%). Daarnaast is de arbeids- en inhuurmarkt nog steeds krap. We zien dat het steeds moeilijker wordt om vacatures te vullen en ook geschikte inhuur te vinden. Dit betekent dat de werkdruk binnen onze organisatie voor alle afdelingen en teams hoog is. In 2021 is stevig ingezet om vooruitlopend op de verwachte uitbreiding van taken alvast nieuwe ervaren en minder ervaren krachten aan ons te binden, zodat we begin 2022 goed van start kunnen. We zijn samen met de RUDD en de FUMO een arbeidsmarktaanpak gestart om onze krachten op dit gebied te bundelen. We gaan samen en op een andere manier werven, samenwerken in het opleiden en begeleiden van nieuwe medewerkers en in het blijven boeien van medewerkers. Daarnaast blijven we inzetten op het aantrekken en begeleiden van stagiaires. De krapte op de arbeidsmarkt en het ontbreken van ervaren krachten die snel op vlieghoogte zijn, heeft geleid tot wijziging van onze strategie. We hebben medewerkers met minder ervaring aan ons weten te binden, die enthousiast zijn om het vak te leren. Een mooie ontwikkeling, die ook zijn weerslag heeft op de productie omdat het enerzijds langer duurt voordat zij productief zijn en anderzijds meer tijd vraagt van collega's om hen in te werken.

Voor de bestaande medewerkers is het van belang dat we blijven inzetten op opleiding en ontwikkeling, vitaliteit, beheersbaar maken van werkdruk en verbinding met elkaar en met de organisatie.

ICT-Projecten Een aantal projecten dat in 2020 vertraging had opgelopen, is inmiddels in een afrondende fase. De doorontwikkeling van het DSO loopt inmiddels en ook het project Inspectieview ligt op koers. De ODG is momenteel bezig met de technische implementatie en de borging in de werkprocessen. De samenwerking met het Ministerie en de landelijke organisatie lopen goed. Het laatste kwartaal van 2021 is gebruikt om proef te draaien en eventueel nog zaken aan te passen. De per 1 januari 2021 geplande implementatie van het tijdschrijfsysteem TimeTell is goed verlopen en tijdig voltooid en ook de nieuwe versie van het zaaksysteem (PB 2020) is volgens planning in juni 2021 geïmplementeerd en in gebruik genomen. In de voorjaarsnota is benoemd dat de implementatie van het nieuwe HRM systeem (AFAS), dat via de provincie verloopt, wel de nodige problemen ondervond. Hoewel nog niet alle problemen zijn opgelost, zien we wel positieve ontwikkelingen en gaan we er vanuit dat het systeem halverwege 2022 volledig naar wens functioneert. In juni van dit jaar heeft ook het facturenverwerkingssysteem Corsa, in beheer bij de Provincie, een forse update ondergaan. Dit is volgens planning verlopen, maar kende ook enkele knelpunten.

Ten slotte zijn de voorbereidingen ten behoeve van de geplande aanbesteding van het zaaksysteem opgepakt en is in 2021 een eerste selectie van leveranciers gemaakt, zodat medio 2023 een nieuw zaaksysteem kan worden geïmplementeerd. In 2021 is in totaal €123.811 besteed aan de voorbereidingen van de aanbesteding. Dit betreft de kosten van de projectleider. De totale kosten van de aanbesteding zijn besproken met en geaccordeerd door het Algemeen Bestuur in de vergadering van 9 oktober 2021.

9

Financiële gevolgen van de coronapandemie Door het onzekere verloop van de situatie rondom de coronapandemie is nog niet goed duidelijk wat de uiteindelijke gebouw- en kantoorkosten voor de langere termijn zullen zijn. Aangezien het gebouw van de ODG reeds corona-proof is gemaakt en ook als zodanig is verklaard door de Arbodienst, zullen er op dit gebied geen extra kosten meer worden gemaakt. Wel is er een bedrag gebruikt om medewerkers de mogelijkheid te geven een workshop te volgen bij de Arbodienst, waarin zij ondersteund zijn in het op een juiste manier omgaan met de huidige werksituatie vanwege de pandemie. Er wordt momenteel gewerkt aan terugkeerplannen voor de langere termijn, waarin uit wordt gegaan van een nieuwe hybride werksituatie. Dit en het feit dat er - vooruitkijkend naar 2024- een groot gedeelte van de inventaris afgeschreven zal zijn en maatregelen op het gebied van energie nodig zijn, maken dat we in afstemming met het bestuur plannen maken voor de benodigde aanpassingen in het gebouw. Momenteel is hier geen budget voor gereserveerd.

Voorbereidingen op de Omgevingswet De inwerkingtreding van de Omgevingswet is voorzien op 1 januari 2023. De Omgevingswet betekent een algehele stelselherziening voor de wet- en regelgeving die gaat over de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. De herziening heeft een grote impact op de manier van werken, de cultuur, het juridisch en technisch instrumentarium en grote gevolgen voor de bevoegde gezagen en organisaties die bij de wet betrokken zijn. De wet beoogt het vergroten van de inzichtelijkheid en het gebruikersgemak, het versnellen van de besluitvorming, meer lokale afwegingsruimte en een samenhangende benadering. De invoering van de Omgevingswet is de start van een transitieperiode die zeker duurt tot 1 januari 2029. In de jaren tussen de invoering van de Omgevingswet en 2029 zullen regelmatig wijzigingen in de toetsingskaders plaatsvinden die alsdan geïmplementeerd dienen te worden. Dat betekent ook in die periode dat we regelmatig processen en bedrijfsvoering moeten aanpassen, inclusief ondersteunende systemen, ICT en de daar bijbehorende training & opleiding. Daarnaast zet de ODG stevig in op de samenwerking binnen de regio. Met elkaar zullen we moeten gaan leren hoe de wet in de praktijk werkt en welke effecten dit heeft, zowel ten aanzien van kosten als werkprocessen. In 2021 is door de ODG in totaal ruim 5600 uur besteed aan de bovenstaande werkzaamheden.

Omgezet is dit een bedrag van €293.000 aan uren (bij een uurtarief van €70). De investering in de voorbereidingen op de Omgevingswet vragen dus een behoorlijke inzet van onze medewerkers.

Datagestuurd werken In het najaar van 2021 is het project datagestuurd werken gestart. De informatie vanuit zowel interne als externe bronnen vormt voor de ODG een bron van informatie voor de uitvoering van het werk. De afgelopen jaren is geïnvesteerd in een eenduidige manier van werken door middel van eenduidige werkprocessen en het registreren van data. Inzicht in zowel de staat van de leefomgeving en het effect van het werk van de ODG hierop, als de staat van de interne bedrijfsvoering, kan ons helpen om in de toekomst nog efficiënter en effectiever te werken.

Zelfstandige verantwoording van rechtmatigheid Vanaf 2022 zullen ook omgevingsdiensten de rechtmatigheid zelf moeten verantwoorden. Dit was eerst gepland voor 2021 maar is uitgesteld naar 2022. De ODG heeft hier al wel zijn voorbereidingen voor getroffen.

CAO Ten tijde van het opmaken van de najaarsnota is er een principeakkoord bereikt door de VNG, de WSGO en de bonden op 3 november 2021. De nieuwe CAO zal lopen van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2022. Belangrijkste afspraken zijn 1,5% per 1 december 2021, 2,4% per 1 april 2022 en een

10

eenmalige uitkering van € 1.200 (naar rato van dienstverband). Deze wijzigingen zijn reeds verwerkt in de jaarrekening en leiden niet tot aanvullende kosten, aangezien er in de begroting al met voldoende stijging rekening was gehouden. 3.2.3

Verwachtingen productie 2022

In de najaarsnota heeft u kunnen lezen dat onze verwachting was dat 2022 een lastig jaar zou worden voor de ODG. Naast de vele aankomende veranderingen op het gebied van wet- en regelgeving, ontwikkelingen in de werkprocessen en -systemen hebben we ook te maken met de aanhoudende schaarste op de arbeidsmarkt en de hierdoor benodigde campagnes en (interne) opleiding van personeel. We zullen ook in 2022 ons best doen om zoveel als mogelijk (op een verantwoorde manier) ons in te zetten voor de leefomgeving in onze regio. Momenteel informeren we onze opdrachtgevers op zowel bestuurlijk als ambtelijk niveau over de stappen die we zetten 3.3

Programma 2: Brzo-taken

3.3.1

Inleiding

Het programma Brzo Noord heeft betrekking op de uitvoering van de VTH-taken voor zogenaamde Brzo en RIE-4 inrichtingen in Noord-Nederland. De Brzo en RIE-4 bedrijven heten samen ook wel de majeure risicobedrijven. Brzo-bedrijven werken met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen of hebben deze stoffen in opslag, daarom vallen zij onder het Besluit risico’s zware ongevallen (Brzo). RIE-4 bedrijven zijn complexe chemiebedrijven, die werken met milieuverontreinigende stoffen. Daarom vallen zij onder categorie 4 van de Richtlijn Industriële Emissies. Een bedrijf kan tegelijkertijd onder zowel de categorie RIE-4 als Brzo vallen. De ODG voert in opdracht van de drie noordelijke provincies de VTH taken uit met als doel om zware ongevallen bij en milieuschade door de majeure risicobedrijven te voorkomen.

3.3.2

Ontwikkelingen

De bevoegde gezagen hebben in februari 2022 een uitgebreide jaarrapportage met betrekking tot de productie ontvangen. In deze rapportage is voor Brzo Noord en de

afzonderlijke opdrachtgevers

aangegeven wat de productie in 2021 was. De coronamaatregelen hebben ook effect gehad op het werk voor de Brzo/RIE4-inrichtingen. Ondanks dit gegeven zijn de geplande inspecties uitgevoerd. De vergunningverlening en advisering zijn in deze periode zoveel mogelijk op de gebruikelijke manier voortgezet. Overleg vond veelal digitaal plaats. De werkvoorraad bij vergunningverlening is groot. In 2021 zijn meerdere vooroverleggen voor nieuwe initiatieven op het gebied van duurzame energie gestart. Dit naast de al lopende vooroverleggen en de procedures bij de al aanwezige Brzo/RIE4- bedrijven. In de eerste maanden is een succesvolle inhaalslag gemaakt met het uitvoeren van actualisatietoetsen. De resultaten daarvan zijn verwerkt in de meerjarenplanning actualisatie. Als vervolg op de toetsen zijn diverse vergunningen geactualiseerd. De inspecties zijn digitaal voorbereid en waar dit mogelijk was fysiek uitgevoerd, namelijk in die situaties waar de bedrijven ons konden ontvangen en met inachtname van de veiligheidsmaatregelen in relatie tot corona.

11

Opvallend is dat het aantal Brzo/RIE4-bedrijven in Noord-Nederland in de afgelopen jaren is toegenomen. Dit leidt tot extra werk voor de vergunningverleners, adviseurs en toezichthouders. De formatie wordt zoveel mogelijk afgestemd op het werkaanbod. Daarnaast wordt gewerkt met inhuur en uitbesteding. Het werk voor de Brzo/RIE4-bedrijven stelt specifieke eisen aan het personeel. Gebleken is dat gekwalificeerde vergunningverleners en toezichthouders zeer lastig in de markt te vinden zijn. In de rapportages van de provincies wordt dieper ingegaan op de productie en de ontwikkelingen.

12

DEEL 2: VERPLICHTE PARAGRAFEN BBV

4. Paragrafen In het Besluit Begroting Verantwoording (BBV) zijn zeven verplichte paragrafen opgenomen voor provincies, gemeenten en gemeenschappelijke regelingen. Deze paragrafen gaan over: •

Lokale heffingen;

•

Weerstandsvermogen en risicobeheersing;

•

Onderhoud kapitaalgoederen;

•

Financiering;

•

Bedrijfsvoering;

•

Verbonden partijen, en

•

Grondbeleid

De paragrafen: lokale heffingen, grondbeleid en verbonden partijen zijn voor de ODG niet relevant en zijn daarom niet opgenomen.

4.1

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

4.1.1

Weerstandscapaciteit

De omvang en beschikbaarheid van reserves bepalen mede de mogelijkheden om tegenvallers op te vangen. Uitgangspunt van het beleid voor de omvang van weerstandsvermogen is dat de weerstandscapaciteit tenminste voldoende moet zijn om de gekwantificeerde risico's op te vangen. Daarnaast bevelen we aan om te streven naar een hogere weerstandscapaciteit in verband met de subjectiviteit van de inschatting, het feit dat wellicht niet alle risico's in beeld zijn en dat een aantal risico's een structureel karakter heeft. In de “Gemeenschappelijke Regeling” en de “Nota reserves en voorzieningen” is bepaald dat het weerstandsvermogen bestaat uit de algemene reserve en de post onvoorzien. De algemene reserve mag maximaal 5% van de jaaromzet bedragen. Voor het jaar 2021 is dit afgerond € 996.000. De algemene reserve is op 31 december 2021 € 642.000 (na aftrek negatief resultaat) en blijft hiermee binnen de afgesproken bandbreedte. Het weerstandsvermogen bedraagt in totaal €742.000 (€ 642.000 algemene reserve plus € 100.000 onvoorzien). 4.1.2

Risico’s

Voor het beoordelen van het weerstandsvermogen is inzicht nodig in de omvang en de achtergronden van de risico's en in de aanwezige weerstandscapaciteit. Anders gezegd: het weerstandsvermogen geeft inzicht in de weerstandscapaciteit in relatie tot de risico's. Het BBV definieert dit als volgt: De weerstandscapaciteit bestaat uit vrij aanwendbare middelen en mogelijkheden, die de ODG heeft, om financiële tegenvallers te dekken. De risico's relevant voor het weerstandsvermogen zijn risico's die niet op een andere manier te ondervangen zijn. Reguliere risico's - risico's die zich regelmatig voordoen en die veelal vrij goed meetbaar zijn - maken geen deel uit van de risico's in de paragraaf weerstandsvermogen.

13

Ris ico- analys e 1. Aanbesteding LOS + Implementatie 2. Arbeidsmarkt 3. CAO- akkoord 4. Wet kwaliteitsborging voor het bouwen Totaal Weerstandsvermogen Dek k ings graad

1.

Bedrag € 600.000 € 200.000 € 150.000 € 200.000

Kans 50% 50% 75% 25%

€ € € € € €

Bedrag 300.000 100.000 112.500 50.000 562.500 742.000 132%

Aanbesteding LOS + Implementatie

Dit risico heeft zich in 2021 voorgedaan. Het contract voor het zaaksysteem LOS eindigt in 2023. Een nieuwe aanbesteding leidt tot substantiële voorbereiding- en implementatiekosten, waarvoor de ODG in 2021 geen middelen in de begroting had. In 2021 is met fase 1 begonnen. Hiervoor is een projectleider aangetrokken. Met het bestuur zijn in 2021 afspraken gemaakt over de financiering, waardoor het risico is afgedekt. In 2021 is in totaal €123.811 besteed aan de voorbereidingen van de aanbesteding. Dit betreft de kosten van de projectleider.

2.

Arbeidsmarkt

Dit risico heeft zich in 2021 voorgedaan. Gezien de krapte op de arbeidsmarkt was het noodzakelijk (duurder) extern personeel in te huren. Daarnaast is € 60.000 besteed aan campagnes ten behoeve van de werving van nieuw personeel.

3.

CAO-akkoord

Dit risico heeft zich in 2021 niet voorgedaan. De afgesproken loonstijgingen vielen binnen de vooraf in de begroting opgenomen bedragen.

4.

Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen

Dit risico heeft zich in 2021 voorgedaan. Om de aanhoudend hoge vraag op het gebied van bouw bij te kunnen houden was het noodzakelijk om externe medewerkers in te huren. Momenteel vindt er binnen de ODG een onderzoek plaats naar de hoge kosten die dit met zich meebrengt en hoe dit in de toekomst eventueel anders kan worden opgevangen.

4.1.3

Financiële kengetallen

Kengetallen geven de verhouding weer tussen onderdelen van begroting en/of balans en helpen bij de beoordeling van onze financiële positie. Deze kengetallen geven inzicht in hoeveel (financiële) ruimte wij hebben om structurele en incidentele lasten te dekken. De verplicht op te nemen kengetallen in de jaarrekening zijn aangegeven in artikel 11 van het BBV en in onderstaande tabel berekend en toegelicht.

Ke nge ta lle n

R e a lisa tie 2 0 2 0 R e a lisa tie 2 0 2 0

Netto schuldenquote Netto schuldenquote(gecorrigeerd) Solvabititeitsratio

40,25% 40,25% 15,28%

Grondexploitatie

Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit

14

39,25% 39,25% 36,51%

Nvt

Nvt

-4,98%

-0,47%

Nvt

Nvt

Netto schuldquote (gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen) De netto schuldquote geeft de verhouding van de schuldenlast van de ODG ten opzichte van het eigen vermogen weer. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre sprake is van doorlenen, wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven. Aangezien de ODG geen leningen heeft verstrekt, is de netto schuldquote gelijk aan voor leningen gecorrigeerde netto schuldquote.

Ne tto schuld q uote Vaste schulden Netto vlottende schuld Overlopende passiva Financiële activa excl. verstrekte leningen Uitzettingen < 1 jaar Liquide middelen Overlopende activa Saldo Totale baten (exclusief mutatie reserves)

R e a lisa tie 2021 € € 3.740.000 € 152.000 € € 3.854.000 € € 274.000 € 8.020.000 € 19.925.000

Saldo / totale baten

€ € € € € € € € €

40,25%

R e a lisa tie 2020 94.000 2.853.000 4.095.000 148.000 7.190.000 18.317.000 39,25%

Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de ODG in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Onder het eigen vermogen verstaan we de algemene reserve en de overige bestemmingsreserves en het resultaat uit het overzicht baten en lasten. Een solvabiliteit tussen 25% en 40% is goed. Hieraan voldoet de solvabiliteit van de ODG. Solva b ilite itsra tio Eigen vermogen Balanstotaal

€ €

Solvabiliteitsratio

R e a lisa tie

R e a lisa tie

2021

2020

702.000 4.594.000 15,28%

€ €

1.695.000 4.642.000 36,51%

Structurele exploitatieruimte Voor de structurele exploitatieruimte geldt dat structureel evenwicht een voorwaarde is voor het toepassen van repressief toezicht. Dit betekent dat structurele lasten inclusief structurele toevoegingen aan bestemmingsreserves maximaal gelijk mogen zijn aan de structurele baten inclusief onttrekkingen aan bestemmingsreserves. Het saldo van structurele baten en lasten wordt nominaal weergegeven en als percentage van de totale baten.

15

Structure le e xp loita tie ruimte

R e a lisa tie

R e a lisa tie

Totale structurele lasten Totale structurele baten

2021 € 20.918.000 € € 19.925.000 €

2020 18.403.000 18.317.000

Totale structurele toevoegingen reserves Totale structurele onttrekkingen reserves Gerealiseerde totaalsaldo baten

€ € € 19.925.000

18.317.000

Structurele exploitatieruimte

€ € €

-4,98%

-0,47%

Aangezien de ODG geen grondexploitatie kent en geen eigen heffingen heeft, zijn de kengetallen voor grondexploitatie en belastingcapaciteit niet opgenomen.

4.2

Financiering

Volgens de wet FIDO (Wet Financiering Decentrale Overheden) is iedere gemeenschappelijke regeling verplicht om een financieringsparagraaf in haar begroting en jaarrekening op te nemen. Daarin worden de

ontwikkelingen

aangegeven

met

betrekking

tot

treasury,

geldleningen,

kasgeldlimiet en

renterisiconorm.

4.2.1

Treasurybeleid

De treasuryfunctie van de ODG dient tot: •

Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities;

•

Het beschermen van vermogens- en renteresultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, liquiditeitsrisico’s en kredietrisico’s;

•

Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities;

•

Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet FIDO respectievelijk de limieten en richtlijnen van dit statuut.

Het treasurybeleid is nader uitgewerkt in het treasurystatuut.

4.2.2

Geldleningen

Aangezien de provincie Groningen het betalingsverkeer en financiering voor de ODG regelt, maakt de ODG voor de schommelingen in de liquiditeitspositie gebruik van de financiële middelen van de provincie Groningen. De hiervoor aan de provincie te betalen vergoeding op de rekening-courant verhouding is lager dan de geldende marktrente.

4.2.3

Kasgeldlimiet

Het kasgeldlimiet geeft aan in welke mate in de financiering van investeringen mag worden voorzien in de vorm van kortlopende middelen. Volgens de Wet FIDO bedraagt de kasgeldlimiet van gemeenschappelijke regelingen 8,2% van het begrotingstotaal. De ODG heeft, gelet op het feit dat zijn “bankiert” bij de provincie Groningen, toestemming gekregen tot overschrijding van de kasgeldlimiet. Het verloop van het kasgeldlimiet in 2021 was als volgt:

16

Kasgeldlimiet Omvang begroting

€

kwartaal 1 18.416.000 8,2%

8,2%

€

1 .5 1 0 .0 0 0

€ 1 .5 1 0 .0 0 0

€

1 .5 1 0 .0 0 0

€

1 .5 1 0 .0 0 0

€

833.000

€

3.897.000

€

-

€

1. Kasgeldlimiet in % in bedragen

€

kwartaal 2 18.416.000 €

kwartaal 3 18.416.000 €

kwartaal 4 18.416.000

8,2%

8,2%

2. Omvang vlottende schuld opgenomen gelden < 1 jaar

€

826.000

€

schuld in rekening courant

€

2.910.000

€

€

3 .7 3 6 .0 0 0

2.887.000 -

€ 2 .8 8 7 .0 0 0

€

8 3 3 .0 0 0

€

3 .8 9 7 .0 0 0

3. Vlottende middelen kasgelden

€

-

€

-

€

-

€

tegoeden in rekening courant

€

-

€

627.000

€

906.000

€

-

overige uitstaande gelden < 1 jaar

€

661.000

€

3.463.000

€

979.000

€

1.831.000

€

6 6 1 .0 0 0

€ 4 .0 9 0 .0 0 0

€

1 .8 8 5 .0 0 0

€

4 .1 3 2 .0 0 0

totaal netto vlottende schuld (2-3)

€

3.075.000

€

-1.203.000

€

-1.052.000

€

-235.000

toegestane kasgeldlimiet (1) ruimte

€ €

1.510.000 -1 .5 6 5 .0 0 0

€ 1.510.000 € 2 .7 1 3 .0 0 0

€ €

1.510.000 2 .5 6 2 .0 0 0

€ €

1.510.000 1 .7 4 5 .0 0 0

2.301.000

4. Toets kasgeldlimiet

4.2.4

Renterisiconorm

De renterisiconorm schrijft voor hoeveel maximaal geleend mag worden voor een periode langer dan één jaar. De renterisiconorm bedraagt 20% van de vaste schuld (er geldt een drempelbedrag van € 2,5 miljoen). Dat betekent dat in enig jaar 20% van de vaste schuld mag worden vernieuwd. De ODG heeft geen vaste schuld. Stap

Var iabelen Ren ter is ic o ( n o r m )

Jaar T:

Jaar T+ 1:

Jaar T+ 2:

Jaar T+ 3:

(1)

Renteherzieningen

(2)

Aflossingen

( 3)

Ren ter is ic o ( 1+ 2)

0

0

0

0

( 4)

Ren ter is ic o n o r m

3.683.200

3.793.800

3.907.600

4.024.800

(5a)=(4>3)

Ruimte onder renterisiconorm

3.683.200

3.793.800

3.907.600

4.024.800

(5b)=(3>4)

Overschrijding renterisiconorm

Ber eken in g

Ren ter is ic o n o r m

(4a)

Begrotingstotaal jaar T

18.416.000

18.969.000

19.538.000

20.124.000

(4b)

Percentage

20%

20%

20%

20%

Regeling

gemeenschappelijke regeling 3.793.800

3.907.600

4.024.800

(4)=(4ax4b/100) Ren ter is ic o n o r m ( v an alleen jaar T)

4.2.5

3.683.200

Schatkistbankieren

De ODG maakt voor het schatkistbankieren gebruik van de provincie Groningen. 4.3

Bedrijfsvoering

Bedrijfsvoering wordt beschouwd als de sturing en beheersing van de beleidsprocessen en de ondersteunende processen. Over de beleidsprocessen en de daaruit voortkomende prestaties en maatschappelijke doelen wordt gerapporteerd in de verschillende beleidsprogramma’s. In deze paragraaf geven wij, conform artikel 14 van het BBV, inzicht in de relevante ontwikkelingen van de ondersteunende processen en bedrijfsmiddelen en de rechtmatigheid.

17

4.3.1

Personeel

Personeelsformatie De begrote formatie 2021 bedroeg 197,2 Fte. De gemiddelde bezetting bedroeg circa 176 fte. De (vacature) ruimte is met inhuur gevuld. Zoals eerder aangegeven was het moeilijk om de vacatures in te vullen, wat ook te zien is aan de gemiddelde bezetting. Onze verwachting is dat deze situatie zo blijft in 2022. We investeren door de samenwerking met de RUD en de FUMO aan te gaan, hetgeen in eerdere paragrafen aan de orde komt. In 2021 zijn in totaal 30 medewerkers ingestroomd met een arbeidsovereenkomst bij de ODG. Meer dan de helft betreft medewerkers die (intern) opgeleid moeten worden. Er zijn in totaal 13 medewerkers uitgestroomd en er is 1 stagiaire geweest in 2021. Daarnaast zijn er 42 personen binnengekomen met een inhuurcontract.

Verzuim Het ziekteverzuimpercentage over 2021 bedraagt 5,68%. Ten opzichte van 2020 (3,03%) is dit een stijging van 2,65%. De meldingsfrequentie is gestegen van 0,73 in 2020 naar 0,91 in 2021. De stijging van het ziekteverzuim percentage is o.a. te verklaren door de coronapandemie, waardoor er sprake was van ziekte en medewerkers in quarantaine. De inzet voor 2022 is om de uitgezette acties te continueren en in te blijven zetten op het mentaal en fysiek gezond houden van de medewerkers.

CAO De medewerkers van de ODG vallen per 1 januari 2020 onder de CAO Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties (CAO SGO-Vng), daarvoor onder de CAR/UWO.

Prestaties In zogenaamde planningsgesprekken maken leidinggevenden met de medewerkers afspraken over de te leveren jaarlijkse prestaties. Deze bijdragen worden vastgelegd in een planningsgesprek. Onder andere op basis hiervan worden beoordelingsgesprekken gevoerd.

Geschillen De Regionale Geschillencommissie Groningen heeft in 2021 geen geschillen behandeld.

Vertrouwenspersoon Aan de tijdsbesteding van de vertrouwenspersonen in 2021 is te zien dat de medewerkers de vertrouwenspersonen goed weten te vinden. In 2021 werd de rol van de vertrouwenspersoon breed ingezet vanwege de bijzondere omstandigheden die de coronapandemie situatie met zich meebracht.

Opleidingsplan en kwaliteitscriteria In de begroting is € 288.660 (2% van de totale begrote loonsom) opgenomen voor opleidingen. De werkelijke opleidingskosten bedragen € 243.324. Door corona zijn afgelopen jaar een aantal opleidingen geannuleerd dan wel uitgesteld. Bovenstaande betreft echter alleen de ingekochte opleidingen. Zoals eerder benoemd is er een grote noodzaak aan interne opleiding om de krapte op de arbeidsmarkt op te vangen. Daarnaast zijn vele uren besteed aan de voorbereidingen op de Omgevingswet. Dit vraag veel

van de capaciteit van onze

medewerkers. In 2021 werd - naast de reguliere opleidingen- 13.083 uur besteed aan opleiding en coaching, waar oorspronkelijk met 4.438 uur rekening was gehouden in de begroting.

18

Bedrijfsongevallen Er heeft zich in 2021 geen bedrijfsongeval voorgedaan.

Evaluatie functiegebouw In 2021 heeft er een onderhoudsronde plaatsgevonden, waarbij taken (opnieuw) zijn beschreven. Deze zijn met een indelingsadvies voorgelegd aan de indelingscommissie. De verwachting is dat dit begin 2022 wordt afgerond. 4.3.2

Rechtmatigheid

Controleprotocol Met de controleverordening is de controle op het financiële beheer en de inrichting van de financiële organisatie geregeld. Deze controle wordt uitgevoerd door de accountants van HZG. De accountant controleert de jaarrekening en moet zich een oordeel vormen over: a.

de vraag of de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de lasten en baten en de grootte en samenstelling van het vermogen.

b.

de vraag of de lasten en baten en balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen.

Bij de getrouwheidsvraag gaat het om de vraag of de cijfers kloppen. De rechtmatigheidsvraag is complexer. Het gaat hier om de vraag of de interne en externe wet- en regelgeving is nageleefd. Deze interne en externe wet- en regelgeving is opgenomen in het normenkader. Dit normenkader is een bijlage van het Controleprotocol en dient jaarlijks geactualiseerd te worden. De ODG heeft in 2021 bij het inhuren van extern personeel de aanbestedingsregels zo consequent mogelijk toegepast. In het Besluit accountantscontrole Decentrale Overheden zijn minimumeisen voor de in de controle te hanteren goedkeuringstoleranties voorgeschreven. De goedkeuringstolerantie is het bedrag dat de som van fouten in de jaarrekening of onzekerheden in de controle aangeeft, die in een jaarrekening maximaal mogen voorkomen, zonder dat de bruikbaarheid van de jaarrekening voor de oordeelsvorming door de gebruikers kan worden beïnvloed. Voor 2021 zijn de volgende toleranties van toepassing: Fouten:

maximaal 1% van de lasten inclusief toevoegingen aan reserves €

209.000

Onzekerheden maximaal 3% van de lasten inclusief toevoegingen aan reserves €

628.000

4.4

Onderhoud kapitaalgoederen

De ODG heeft geen eigen gebouw. De huur van het gebouw aan de Lloydsweg is verlengd tot en met 31 augustus 2024 met een verlengingsoptie van nog één jaar. Bij het aangaan van de huurovereenkomst in 2013 is het gebouw deels voor rekening van verhuurder en deels voor rekening van de ODG verbouwd. De kosten van de verbouw die voor rekening van de ODG komen, zijn geactiveerd. Momenteel zijn wij in onderhandeling met de verhuurder voor een verlenging van 10 jaar waarbij het streven is om het gebouw duurzamer te maken.

19

DEEL 3: JAARREKENING 5. Overzicht van baten en lasten 2021 De onderstaande tabel geeft een overzicht van de baten en lasten 2021 op totaalniveau. Daaronder staan de tabellen op programma niveau. Baten en lasten totaal Totaal

Begroting 2021 na wijziging

Lasten VTH & Brzo -taken (personeel en materieel) Overhead (personeel en materieel) Projecten Meerwerkopdrachten Toelagen Overige lasten Onvoorzien Totaal

€ € € € € € € €

Baten Bijdrage VTH & Brzo-taken Projecten Meerwerkopdrachten Toelagen Overige baten Totaal

€ -18.821.000 € -335.000 € -959.000 € -128.000 € -208.000 € - 20.451.000

Saldo van lasten en baten Saldo van lasten en baten Totaal

€ €

Reserve mutaties Ontrekkingen aan reserves: Reserve Herijking d.d. 14-12-2018 Reserve Arbeidsvoorwaarden Reserve Opleidingen Reserve DSO Reserve TimeTell/Afas/Inspectieview Reserve projecten ZZS/Eemsdelta Uitkering aandeelnemers Saldo res ervemutaties

€ € € € € € € €

Saldo na res ervemutaties (verlies )

€

Voorgestelde reserve mutaties Ontrekking aan reserves: Algemene reserve Saldo voorges telde res ervemutaties

€ €

Res ultaat na voorges telde res ervemutaties

13.719.000 5.575.000 254.000 841.000 128.000 208.000 100.000 20.825.000

€

20

Realis atie

€ € € € € € € €

14.093.000 5.782.000 196.000 701.000 146.000 20.918.000

€ € € € € € € €

-374.000 -207.000 58.000 140.000 -18.000 208.000 100.000 - 93.000

N N V V N V V

N

€ -111.000 € -139.000 € -258.000 € 18.000 € -36.000 € - 526.000

N

374.000 € 374.000 €

993.000 € -619.000 993.000 € - 619.000

N

-112.000 -25.000 -80.000 -50.000 -50.000 -57.000 - 374.000

€ € € € € € € €

-132.000 -20.000 -80.000 -50.000 -50.000 -57.000 -330.000 - 719.000

€ € € € € € € €

20.000 -5.000 330.000 345.000

V

-

€

274.000

€ - 274.000

N

-

€ €

274.000 € -274.000 274.000 € - 274.000

N

-

€ -18.710.000 € -196.000 € -701.000 € -146.000 € -172.000 € - 19.925.000

V ers c hil V oordeel/ N adeel

€

-

€

-

N N N V N

N

V N

V

N

Baten en lasten per programma Programma VTH ODG (exc l. Brzo)

Begroting 2021 na wijziging

Lasten VTH-taken (personeel en materieel incl OH primair proces) Overhead (personeel en materieel) Projecten Meerwerkopdrachten Toelagen Overige lasten Onvoorzien Totaal

€ € € € € € € €

Baten Bijdrage VTH-taken(personeel, materieel en OH) Projecten Meerwerkopdrachten Toelagen Overige baten Totaal

€ -13.782.000 € -252.000 € -959.000 € -128.000 € -208.000 € - 15.329.000

Saldo van lasten en baten Saldo van lasten en baten Totaal

€ €

Reserve mutaties Ontrekkingen aan reserves: Reserve Herijking d.d. 14-12-2018 Reserve Arbeidsvoorwaarden Reserve Opleidingen Reserve DSO Reserve TimeTell/Afas/Inspectieview Reserve projecten ZZS/Eemsdelta Uitkering aan deelnemers Saldo res ervemutaties

€ € € € € € € €

Saldo na res ervemutaties (verlies )

€

Voorgestelde reserve mutaties Ontrekking aan reserves: Algemene reserve Saldo voorges telde res ervemutaties Res ultaat na voorges telde res ervemutaties

10.031.000 4.181.000 212.000 841.000 128.000 208.000 100.000 15.701.000

Realis atie

€ € € € € € € €

10.328.000 4.291.000 152.000 701.000 146.000 15.618.000

€ € € € € € € €

-297.000 -110.000 60.000 140.000 -18.000 208.000 100.000 85.000

N N V V N V V

V

€ -328.000 € -100.000 € -258.000 € 18.000 € -36.000 € - 704.000

N

374.000 € 374.000 €

993.000 € -619.000 993.000 € - 619.000

V

-112.000 -25.000 -80.000 -50.000 -50.000 -57.000 - 374.000

€ € € € € € € €

-132.000 -20.000 -80.000 -50.000 -50.000 -57.000 -330.000 - 719.000

€ € € € € € € €

20.000 -5.000 330.000 345.000

V

-

€

274.000

€ - 274.000

N

€

-

€ €

274.000 € -274.000 274.000 € - 274.000

N

€

-

€

21

€ -13.454.000 € -152.000 € -701.000 € -146.000 € -172.000 € - 14.625.000

V ers c hil V oordeel/ N adeel

-

€

-

N N N V N

V

V N

V

N

Programma Brzo Brzo

Begroting 2021 na wijziging

Realis atie

Lasten Brzo-taken (personeel en materieel) Overhead (personeel en materieel) Projecten Totaal

€ € € €

3.688.000 € 1.394.000 € 42.000 € 5.124.000 €

3.765.000 € -77.000 1.491.000 € -97.000 44.000 € -2.000 5.300.000 € - 176.000

Baten Bijdrage Brzo-taken Projecten Totaal

€ € €

-5.082.000 € -42.000 € - 5.124.000 €

-5.256.000 € -44.000 € - 5.300.000 €

174.000 2.000 176.000

Saldo van lasten en baten Saldo van lasten en baten Totaal

€ €

-

-

-

€ €

V ers c hil V oordeel/ N adeel

€ €

N N N

N

V V

V

Aan de lastenzijde zien we een stijging van € 176.000 ten opzichte van de begroting. Dit bestaat uit hogere personele en materiële lasten van € 77.000, overhead van € 97.000 en € 2000 voor projecten. Deze stijging wordt veroorzaakt door meer inhuurkosten derden en extra ICT-kosten en extra kosten van werving en selectie. Aan de batenzijde zien we dat de opbrengsten met hetzelfde bedrag stijgen € 176.000. Het bovenstaande resultaat is al inclusief de eindafrekening, die de bevoegde gezagen nog dienen te ontvangen. Door de bevoegde gezagen zijn voorschotten betaald waarbij de provincie Friesland tussentijds al extra heeft bijbetaald vooruitlopend op hogere kosten, conform advies in het memo "financiële keuzes Brzo" van 2 december 2021. Op basis van de betaalde voorschotten ziet de afrekening per bevoegd gezag er als volgt uit: Provincie Drenthe

€

828.518

al betaald over 2021

€

731.045 =

€ 97.473

Provincie Fryslân

€ 1.084.535

al betaald over 2021

€ 1.079.208 =

€

Provincie Groningen

€ 3.343.055

al betaald over 2021

€ 3.001.101 =

€ 341.954

Totaal

€ 5.256.108

5.327

€ 444.754

22

6. Toelichting baten en lasten 6.1

Lasten

6.1.1

VTH & Brzo -taken

V TH & Brzo- tak en

Begroting 2021 na wijziging

Lasten VTH & brzo-taken (personeel en materieel) Totaal

€ €

13.719.000 € 13.719.000 €

Realisatie

V erschil V oordeel/ Nadeel

14.093.000 € -374.000 14.093.000 € - 374.000

N

N

De personele en materiële lasten zijn € 374.000 hoger dan begroot. Dit wordt veroorzaakt door hogere personeelskosten door hoofdzakelijk de inhuur van extern personeel. Omdat het aantrekken van personeel nog steeds lastig is, zijn we genoodzaakt om duur personeel in te huren om het hoge werkaanbod te kunnen verwerken.

6.1.2

Overhead

Overhead

Lasten Overhead (personeel en materieel) Totaal

Begroting 2021 na wijziging

Realisatie

€ €

5.782.000 € -207.000 5.782.000 € - 207.000

5.575.000 € 5.575.000 €

V erschil V oordeel/ Nadeel

N

N

De overheadkosten betreffen de personele kosten van het management en de medewerkers bedrijfsvoering en de organisatiekosten. De personeelskosten overhead en materieel omvatten de uitvoering van projecten en de kosten van de algemene bedrijfsvoering. De werkelijke kosten zijn € 207.000 hoger dan begroot. Het verschil bestaat uit:

Hogere personeelskosten Hogere personeelskosten Hogere materiele kosten Lidmaatschappen Werving & Selectie Kosten Arbo Kosten Corona crisis Kosten Inspectie View Overige diensten van derden Fuwa Overige kosten Lagere materiele kosten Lagere personele kosten lagere afschrijvingen

€

72.000

N

24.000 66.000 15.000 26.000 22.000 33.000 20.000 5.000

N

-18.000 -58.000

V

N N N N N N N

V

Melding wet topinkomens De cijfers ten behoeve van de vermelding naar de wet topinkomens (WNT) zal later nog aan deze rapportage worden toegevoegd.

23

6.1.3

Projecten

Projecten

Lasten Projecten Totaal

Begroting 2021 na wijziging

Realisatie

V erschil V oordeel/ Nadeel

€ €

196.000 € 196.000 €

58.000 58.000

254.000 € 254.000 €

V

V

Door het achterblijven van landelijk gefinancierde projecten zijn er voor projecten minder kosten gemaakt dan begroot. Hiertegenover staan echter ook lagere opbrengsten uit projecten. 6.1.4

Meerwerk

Meerwerk

Lasten Meerwerk Totaal

Begroting 2021 na wijziging

Realisatie

V erschil V oordeel/ Nadeel

€ €

701.000 € 701.000 €

140.000 140.000

841.000 € 841.000 €

V

V

De omvang van de met de bevoegde gezagen overeengekomen meerwerkopdrachten valt lager uit dan begroot. Tegenover de lagere kosten staan echter ook lagere opbrengsten, waardoor de baten en lasten met betrekking tot meerwerk tegen elkaar opwegen. 6.1.5

Toelagen

Toelagen

Lasten Toelagen Totaal

Begroting 2021 na wijziging

Realisatie

V erschil V oordeel/ Nadeel

€ €

146.000 € 146.000 €

-18.000 - 18.000

128.000 € 128.000 €

N

N

Conform de uitgangspunten in het Bedrijfsplan behouden medewerkers die zijn overgedragen van een deelnemer aan de ODG, hun recht op de vergoeding horende bij uitlooprangen en eventuele garantietoelagen. De kosten hiervan komen voor rekening van de betreffende deelnemer, die deze kosten dan al ook (eerder) in hun begroting hebben opgenomen. Tegenover deze kosten staan ook opbrengsten. Er is in 2021 een tweetal ambtenaren overgenomen met de bijbehorende toelagen. Dit veroorzaakt een stijging in de kosten en opbrengsten van de toelagen. 6.1.6

Onvoorzien

Onvoorzien

Lasten Onvoorzien Totaal

Begroting 2021 na wijziging

€ €

Realisatie

100.000 € 100.000 €

-

V erschil V oordeel/ Nadeel

€ €

100.000 100.000

V

V

De post onvoorzien is ter dekking van onvoorziene uitgaven. Volgens de BBV regels boeken we deze kosten waar ze thuishoren in de boekhouding en niet op de post onvoorzien. 6.2

Baten

Baten

Begroting 2021 na wijziging

Realis atie

Bijdrage VTH & Brzo-taken Projecten Meerwerk Toelagen Overige inkomsten Totale baten

€ -18.821.000 € -335.000 € -959.000 € -128.000 € -208.000 € - 20.451.000

€ -18.710.000 € -196.000 € -701.000 € -146.000 € -172.000 € - 19.925.000

24

V ers chil V oordeel/ N adeel € -111.000 € -139.000 € -258.000 € 18.000 € -36.000 € - 526.000

N N N V N

N

6.2.1

Bijdrage VTH & Brzo-taken

De bijdrage VTH & Brzo-taken is € 111.000 lager dan begroot. Dit wordt onder andere veroorzaakt door een onttrekking uit de reserves van en een hogere bijdrage Brzo. 6.2.2

Projecten

Door het achterblijven van landelijk gefinancierde projecten zijn de opbrengsten uit projecten lager dan begroot. Hiertegenover staan echter ook lagere kosten. 6.2.3

Meerwerk

De omvang van de met de bevoegde gezagen overeengekomen meerwerkopdrachten valt lager uit dan begroot. Tegenover de lagere opbrengsten staan echter ook lagere kosten, waardoor de baten en lasten met betrekking tot meerwerk tegen elkaar opwegen. 6.2.4

Toelagen

Conform de uitgangspunten in het Bedrijfsplan behouden medewerkers die zijn overgedragen van een deelnemer aan de ODG, hun recht op de vergoeding horende bij uitlooprangen en eventuele garantietoelagen. De kosten hiervan komen voor rekening van de betreffende deelnemer, die deze kosten dan al ook (eerder) in hun begroting hebben opgenomen. Tegenover deze opbrengsten staan ook kosten. Er is in 2021 een tweetal ambtenaren overgenomen met de bijbehorende toelagen. Dit veroorzaakt een stijging in de kosten en opbrengsten van de toelagen. 6.2.5

Overige inkomsten

Dit betreft lagere in rekening gebrachte uitleen/detacheringsvergoedingen.

25

7. Balans per 31 december 2021 ACT IVA

3 1 -1 2 -2 0 2 1

3 1 -1 2 -2 0 2 0

Va ste a ctiva Ma te rië le va ste a ctiva Investeringen met een economisch nut

€

466.000

T ota a l va ste a ctiva

€

399.000

€

466.000

€

399.000

€

4 6 6 .0 0 0

€

3 9 9 .0 0 0

€

4.095.000

€

148.000

Vlotte nd e a ctiva Uitze ttinge n me t e e n re nte typ ische loop tij d korte r d a n é é n jaar - Vorderingen op openbare lichamen - Rekening-courantverhoudingen met niet-financiële instellingen - overige vorderingen

€ € €

1.528.000 2.301.000 25.000

€ 1.020.000 € 3.025.000 € 50.000 €

Ove rlop e nd e a ctiva - overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen.

€

3.854.000

274.000

€ €

274.000

148.000

T ota a l vlotte nd e a ctiva

€ 4 .1 2 8 .0 0 0

€ 4 .2 4 3 .0 0 0

T ota a l ge ne ra a l

€ 4 .5 9 4 .0 0 0

€ 4 .6 4 2 .0 0 0

26

P ASSIVA

3 1 -1 2 -2 0 2 0

3 1 -1 2 -2 0 2 1

Va ste p a ssiva E ige n ve rmoge n Algemene reserve Bestemmingsreserves Gerealiseerde resultaat

€ € €

€ € €

916.000 60.000 -274.000 €

Voorzie ninge n Voorziening wachtgeldverplichting Voorziening groot onderhoud

€ €

702.000

€ €

-

T ota a l va ste p a ssiva

874.000 212.000 609.000

€

-

€

7 0 2 .0 0 0

€

3.740.000

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12809084/1