05. Buitengebied Midden-Groningen Toelichting
Tekst van het document
6.4.10 Bedrijf - Tankstation Deze bestemming wordt toegepast bij tankstations. De verkoop van motorbrandstoffen en detailhandel in weggebonden artikelen is daarbij toegestaan inclusief parkeer- en verblijfsvoorzieningen. Motorbrandstoffen worden in dit bestemmingsplan breed uitgelegd. Zo vallen niet alleen de gangbare brandstoffen zoals benzine, diesel en lpg hieronder, maar kunnen elektrische 'brandstoffen' hier ook onder worden verstaan. Op de gronden binnen deze bestemming is een bouwvlak opgenomen waarbinnen het bouwen van bedrijfsgebouwen en overkappingen is toegestaan. Overkappingen ten behoeve van het opladen van elektrische auto's mogen in afwijking hiervan, buiten het bouwvlak worden gebouwd. Tankstations met een afleverzuil voor LPG worden als zodanig aangeduid. Ook wordt dan de plaatsgebonden risicocontour opgenomen en wordt er ingegaan op het groepsrisico. Het gebruiken van de gronden met deze bestemming ten behoeve van verblijfsrecreatieve doeleinden is niet toegestaan.
64
Buitengebied, Midden-Groningen (vastgesteld)
6.4.11 Bedrijf - Transformatie- en verdeelstation In het plangebied komen transformatie- en verdeelstations voor ten behoeve van de elektriciteitsvoorziening. Het gaat hier specifiek om de grotere stations zoals in Kropswolde en Meeden. Deze functies hebben de bestemming 'Bedrijf - Transformatie- en verdeelstation' toebedeeld gekregen. De bestemmingsomschrijving en bouwregels zijn afgestemd op de huidige situatie. Bebouwing is alleen toegestaan binnen een bouwvlak. Daarnaast zijn specifieke bouwaanduidingen opgenomen voor de verschillende delen van de transformatorstations waaraan verschillende maximale bouwhoogten zijn gekoppeld. De uitbreiding van het transformatiestation in Meeden is nog in aanbouw. Na realisatie dient het bijbehorende inrichtingsplan eveneens te zijn gerealiseerd. Om te borgen dat dit daadwerkelijk wordt gerealiseerd is het inrichtingsplan als bijlage bij de toelichting opgenomen. 6.4.12 Bedrijf - Zandwinning Deze bestemming is toegekend aan de zandwinning Botjeszandgat te Zuidbroek, namelijk dat deel van de locatie waar in de looptijd van het bestemmingsplan nog actief zand gewonnen wordt. Het werkeiland is daarbinnen apart aangeduid. Binnen deze aanduiding zijn bedrijfsgebouwen en -installaties (klasseerinstallatie, weegbrug, kantoor, werkplaats, etc.) toegestaan. De bouwmogelijkheden zijn beperkt tot de bestaande hoeveelheden (hoogte en oppervlakte).
Eventuele uitbreiding is alleen toegestaan door middel van een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan. Het uitoefenen van activiteiten die ondersteunend zijn aan de zandwinning is ook toegestaan en valt binnen de bestemmingsomschrijving. Het betreft hier niet zozeer de primaire zandwinning als zodanig, maar hiermee samenhangende (tijdelijke) werkzaamheden, zoals bijvoorbeeld transport (aan- en afvoer van industriezand), verwerking en opslag. Naast de hoofdfunctie zandwinning zijn tevens water, waterhuishoudkundige doeleinden, groenvoorzieningen en agrarische doeleinden toegestaan binnen de bestemming. Om te voorkomen dat sprake is van een (gezoneerd) industrieterrein als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder, is, conform de jurisprudentie op dit gebied, nadrukkelijk de vestiging van zogenaamde 'grote lawaaimakers' als bedoeld in artikel 41 van de Wet geluidhinder (juncto onderdeel D van Bijlage I van het Besluit omgevingsrecht) uitgesloten. Ook is de vestiging van risicovolle inrichtingen als bedoeld in het Bevi uitgesloten. Op dit moment is nog niet exact duidelijk wanneer de exploitatieperiode zal worden afgerond. Met het oog hierop is in dit artikel een wijzigingsbevoegheid opgenomen. Hierdoor is het mogelijk om de bestemming Bedrijf - Zandwinning te wijzigen in de bestemming Water, Groen en Recreatie.
De regels die gelden voor deze bestemmingen blijven daarbij van toepassing. 6.4.13 Bos Deze bestemming is bedoeld voor bosgebieden of bossingels in het buitengebied of in de overgangszone van kern naar het buitengebied. Dagrecreatief en educatief medegebruik zijn ook in de bestemming inbegrepen. Gebouwen zijn niet toegestaan, met uitzondering van bestaande bouwwerken. Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de bouwregels en kunnen kleine gebouwtjes, maximaal 30 m2, worden opgericht. Het gaat hier om gebouwen voor sanitaire, educatieve, beheer en overige ondergeschikte voorzieningen. Met een omgevingsvergunning kan eveneens worden afgeweken van de gebruiksregels en kan toe worden gestaan dat een standplaats voor kampeermiddelen wordt gerealiseerd. Het gaat hier specifiek om kleine tijdelijke mogelijkheden. Voldaan moet worden aan het beleid kamperen. Daarnaast is het van belang dat de grondeigenaar (zoals Staatsbosbeheer) akkoord gaat met de standplaats.
65
Buitengebied, Midden-Groningen (vastgesteld)
6.4.14 Cultuur en ontspanning De bestemming Cultuur en Ontspanning is toegekend aan de diverse locaties in het buitengebied. Het gaat hier specifiek om vrijetijdsactiviteiten zoals molens, borgterreinen maar ook de evenementenhal in Zuidbroek en de bestaande prostitutiebedrijven in het buitengebied. Alle bedrijvigheid kent een eigen aanduiding. In het buitengebied wordt geen ruimte geboden aan nieuwvestiging van prostitutiebedrijven. Voor de overige activiteiten binnen deze bestemming geldt een ruime regeling. Op de percelen zijn ook ruime bouwvlakken opgenomen. Hierbinnen is uitbreiding van gebouwen mogelijk tot 110% van de bestaande bebouwing. 6.4.15 Gemengd De bestemming 'Gemengd' voorziet in een bestemmingsregeling waarbij wonen het hoofdgebruik is. Daarnaast is lichte bedrijvigheid toegestaan: zoals dienstverlening, maatschappelijke functies, kantoor en andere lichte bedrijvigheid. De gemengde bestemming is toegekend aan percelen in het buitengebied waar ruimte is voor meer dan alleen wonen maar waar een bedrijfsbestemming te 'zwaar' is. Het gaat hier met name om de grotere woonpercelen op bijvoorbeeld voormalige agrarische percelen en vrijgekomen school- of bedrijfsgebouwen. Binnen de gemengde bestemming zijn ruime bouwvlakken opgenomen.
In het bouwvlak geldt een bebouwingspercentage dat per perceel verschilt maar gebaseerd is op de bestaande bebouwing plus uitbreidingsruimte van 20%. Binnen de bestemming zijn woningen toegestaan tot een maximum van 300 m2 inclusief bijbehorende bouwwerken en overkappingen. Het maakt niet uit waar de woning zich in de gebouwen op het perceel bevindt. Dit geeft in bijvoorbeeld grotere voormalige boerderijpanden een mogelijkheid tot uitwisseling van functies en ruimten. Bij een gemengde bestemming kan dus sprake zijn van twee hoofdgebouwen. De woning en een eventuele bedrijfsruimte kunnen ieder in een apart (hoofd)gebouw zijn gevestigd. Bij de woning zijn eveneens aan-huis-verbonden beroepen of vrije beroepen toegestaan. Ook wordt ruimte geboden voor een bed & breakfast. Hierbij moet worden voldaan aan de beleidsnotities. 6.4.16 Groen De bestemming Groen voorziet in een bestemmingsregeling voor openbaar groen. Aan openbare groenelementen als plantsoenen, brede wegbermen en bossingels die bijdragen aan de bovenwijkse groenstructuur wordt in principe de bestemming Groen toegekend. Hierbinnen wordt het ook mogelijk gemaakt om water aan te leggen, verhardingen, additionele voorzieningen en nutsvoorzieningen. Het gaat hier met name om de kleinere groenstructuren. 6.4.17 Horeca De bestemming Horeca is bedoeld voor bestaande horecabedrijven in het buitengebied.
Het gaat hier om horeca in de vorm van restaurants, hotels en pensions (categorie 2). Daarnaast zijn ter plaatse van de aanduiding 'horeca categorie 1' uitsluitend horeca-activiteiten in de vorm van lichte horeca toegestaan, te weten snackbars, broodjeszaken, koffiehuizen, ijssalons etc. Ter plaatse is een bouwvlak opgenomen waarbinnen alle bedrijfsgebouwen, bijbehorende bouwwerken en overkappingen gerealiseerd moeten worden. Bestaande bedrijfswoningen zijn waar aanwezig aangeduid op de verbeelding. Ook bij horecabedrijven is het opwekken van duurzame energie toegestaan. Net als in andere bestemmingen gaat het hier om kleinschalige windturbines. Voor eigen behoefte mogen maximaal 3 turbines worden geplaatst. Hierbij moet voldaan worden aan de Beleidsnotitie kleinschalige windturbines. Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de bouwregels en kan de oppervlakte van bedrijfsgebouwen en overkappingen worden vergroot. Hiervoor wordt een
66
Buitengebied, Midden-Groningen (vastgesteld)
landschappelijke inpassing gevraagd. Voor het adres Burgemeester Omtaweg 2 te Zuidbroek is een gebiedsaanduiding opgenomen ter plaatse van het zoekgebied voor de verplaatsing van de bestaande bedrijfswoning. 6.4.18 Maatschappelijk De bestemming is bedoeld zijn voor min of meer openbare instellingen. Deze kunnen zowel commercieel als niet-commercieel zijn. Educatieve, medische, sociale, sociaal-culturele en levensbeschouwelijke voorzieningen, kinderopvang, en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, alsook ondersteunende detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen. De gebouwen zijn in beginsel uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak. De gronden binnen het bouwvlak mogen geheel worden volgebouwd. Ondergeschikte bebouwing zoals fietsbergingen en dergelijke mogen buiten een bouwvlak worden gebouwd tot een maximum van 50 m2. Begraafplaatsen vallen ook binnen deze bestemming maar kennen een specifieke aanduiding. Wonen is binnen deze bestemming alleen toegestaan bij bestaande woningen die zijn aangeduid met 'wonen'. Voor het overige is wonen binnen deze bestemming niet toegestaan. Bij eindiging van de maatschappelijke functie kan wonen wel worden toegestaan. Door middel van een wijzigingsbevoegdheid kan bij beëindiging van de maatschappelijke functie de bestemming worden gewijzigd in Wonen en Gemengd.
6.4.19 Maatschappelijk - Wooncentrum De bestemming Maatschappelijk - Wooncentrum is opgenomen voor de dorpsgemeenschap Nieuw Woelwijck in Sappemeer en de zorgboerderij aan de Oude Graauwedijk 7 in Overschild. Het gaat in Nieuw Woelwijck om een woonvorm met 24-uurs verblijfszorg voor bewoners met een verstandelijke beperking. Op het terrein zijn diverse voorzieningen aanwezig zoals woningen, zorgfuncties, kleine winkels, horeca en werken. Voor het terrein is een ruim bouwvlak opgenomen met een bebouwingspercentage van 50%. Het terrein is ingepast door rondom een groenstrook op te nemen. Aan de Oude Graauwedijk 7 gaat het om een zorgboerderij dat een stuk kleinschaliger is opgezet dan Nieuw Woelwijck. Daarnaast is op dit perceel naast het wonen voor de cliënten is ook de bestaande bedrijfswoning toegestaan. 6.4.20 Natuur Aan gebieden die in beheer zijn als natuurgebied en waar het behoud en/of van natuurwaarden centraal staat en onderdeel uitmaken van de ecologische hoofdstructuur, wordt de bestemming 'Natuur' toegekend. Extensief recreatief medegebruik is hierbij ook toegestaan. Hier kunnen bosgebieden ook onderdeel van uitmaken. (Bos)gebieden met een meervoudige functie worden hier niet toe gerekend. Gebouwen zijn bij recht niet toegestaan binnen deze bestemming (uitgezonderd bestaande bouwwerken).
Er is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen om kleinschalige bouwwerken, waaronder beheers-, sanitaire-, en educatieve voorzieningen etc. te realiseren. Het gaat hier om kleine bouwwerken, tot maximaal 30 m2. Voor uitkijktorens, vogelkijkhutten, ooievaarsnesten en bestaande windmolens (Amerikaanse) geldt dat deze zijn toegestaan tot een bouwhoogte van 10 m.
67
Buitengebied, Midden-Groningen (vastgesteld)
6.4.21 Recreatie De bestemming recreatie is toegekend aan de bestaande recreatieterreinen. Het gaat hier specifiek om (dag)recreatie. Verblijfsrecreatie is alleen toegestaan ter plaatse van een aanduiding. Dit geldt eveneens voor recreatieappartementen en groepsaccommodaties. De bestemming recreatie geldt ook voor de volkstuin in Hoogezand. Ter plaatse is een aanduiding opgenomen. Gebouwen, bijbehorende bouwwerken en overkappingen zijn alleen binnen een bouwvlak toegestaan. Trekkershutten en sanitaire gebouwen zijn wel buiten een bouwvlak toegestaan. De bouwvlakken zijn ruim en voorzien van een bebouwingspercentage. Ook hierin is ten opzichte van de bestaande bebouwing enige flexibiliteit en uitbreidingsruimte opgenomen. Voor kampeermiddelen gelden specifieke bouwregels. Onder plaatsgebonden kampeermiddelen vallen zowel chalets, stacaravans, trekkershutten of tenthuisjes. Bij deze kampeermiddelen is een bijbehorend bouwwerk van maximaal 10 m2 toegestaan. Recreatiewoningen zijn binnen deze bestemming niet toegestaan. Uitgezonderd hiervan zijn de recreatieappartementen op Camping Internationaal. De aanwezige 12 appartementen zijn aangeduid. Voor de recreatieterreinen geldt geen maximum aan kampeerplaatsen. De ruimten zijn naar eigen inzicht in te delen. Bedrijfswoningen zijn toegestaan maar niet meer dan één per bouwvlak.
6.4.22 Sport De bestemming Sport is toegekend aan sportterreinen. Bebouwing is alleen toegestaan binnen een bouwvlak, uitgezonderd bebouwing van beperkte omvang. Zodoende kunnen gebouwen als dug-outs of kleine opslagruimten overal binnen de bestemming worden gesitueerd. Extensieve dagrecreatie en evenementen zijn ook toegestaan. Binnen de bestemming 'Sport' is de golfbaan in Steendam specifiek aangeduid, omdat de bouw- en gebruiksregels van dit complex op een aantal punten afwijken. 6.4.23 Sport - Manege Maneges vallen onder deze specifieke bestemmingsregeling. Alle bebouwing, inclusief bouwwerken als silo's en stapmolens, wordt binnen het bouwvlak gebouwd. Omdat deze regeling zeer beperkt wordt toegepast zijn de maatvoering en bebouwingsmogelijkheden afgestemd op de individuele bedrijfssituatie. Aangesloten is bij de beleidsnotitie Paardenhouderijen. Binnen deze bestemming is het daarnaast mogelijk om een neventak in de vorm van agrarische bedrijfsactiviteiten uit te oefenen. 6.4.24 Verkeer Onder de bestemming Verkeer zijn de bestaande openbare wegen in het buitengebied gebracht. Het zijn wegen waar de doorgaande verkeersfunctie voorop staat. Bruggen, dammen of duikers, sloten, bermen en beplanting, parkeervoorzieningen vallen ook onder deze bestemming. 6.4.25 Verkeer - Railverkeer De spoorlijn die in het plangebied ligt, heeft de bestemming Verkeer - Railverkeer.
Bruggen, dammen en duikers zijn toegestaan. Gebouwen en overkappingen zijn niet toegestaan. Voor overige bouwwerken, anders dan ten behoeve van het railverkeer, is een bouwhoogte van 10 m opgenomen.
68
Buitengebied, Midden-Groningen (vastgesteld)
6.4.26 Water In een groot deel van de bestemmingen is het aanleggen van water mogelijk. De bestemming wordt specifiek toegekend aan meren, plassen en andere natuurlijke, dan wel kunstmatige oppervlaktewateren en watergangen die door het waterschap als hoofdwatergang worden aangeduid. In een aantal gevallen worden ook schouwsloten aangeduid vanwege de essentiële afwateringsfunctie van de sloot of indien sprake is van sloten die het landschapspatroon bepalen. Ook aan terreinen of gebieden die specifiek een waterbergingsfunctie krijgen wordt deze bestemming toegekend om dit gebruik te verankeren (en ander gebruik uit te sluiten). De hoofdfunctie is de ontvangst, berging en/of afvoer van water alsmede voor de bescherming, het beheer en het onderhoud van watergangen, met de bijbehorende voorzieningen. Het aanleggen van een steiger en het innemen van een ligplaats is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'ligplaats'. Het gebruik van een ligplaats voor een woonschip is niet toegestaan. Voor de aanleg van een steiger of een andere voorziening is altijd toestemming van de eigenaar van het waterlichaam en/of oever nodig en kan er ook een watervergunning nodig zijn. Bij recht zijn bestaande ligplaatsen toegestaan. Voor het aanleggen van een nieuwe steiger kan onder voorwaarden met een omgevingsvergunning worden afgeweken van de regels.
6.4.27 Wonen De bestemming 'Wonen' is toegekend aan bestaande woningen in het buitengebied. De woonbestemming heeft betrekking op de bestaande woonhuizen, bijbehorende bouwwerken en overkappingen. Ook bijbehorende tuinen, erven en terreinen zijn in deze bestemming ondergebracht. Op de percelen is een groot bouwvlak opgenomen. Het grote bouwvlak biedt flexibiliteit aan de inrichting van het perceel. Wel is bij de situering van het bouwvlak rekening gehouden met de aanwezigheid van agrarische bedrijven. Het gaat dan om woningen die zeer dicht bij agrarische bedrijven zijn gelegen. Per bouwvlak is één woning toegestaan. Voor de woonbebouwing zijn enkele kaders opgenomen. Belangrijk is dat de oppervlakte van de woning inclusief bijbehorende bouwwerken overkappingen niet groter is dan 300 m2 en maximaal 50% van het bouwperceel bebouwd wordt. Daarnaast moet de afstand van de woonbebouwing tot de weg minimaal de bestaande afstand bedragen. Een kleinere afstand kan met een omgevingsvergunning worden toegestaan na uitvoering en goedkeuring van akoestisch onderzoek. Daarnaast is het belangrijk dat, wanneer mogelijk, een afstand van 3 meter tot de zijdelingse perceelsgrens wordt aangehouden. In de bestemming zijn bepalingen opgenomen over de te hanteren bouw- en goothoogte. Het uitgangspunt hierbij is dat woonbebouwing in het buitengebied veelal bestaat uit één bouwlaag met een kap.
Om flexibiliteit te bieden bij bouwplannen voor ver- of nieuwbouw is in het plan een algemene afwijkingsregel opgenomen die mogelijkheden biedt om een ander goot- of bouwhoogte toe te staan. De woonbestemmingen in het buitengebied laten zich veelal kenmerken door relatief grote percelen. Op deze percelen is ruimte voor aan-huis-verbonden beroepen en overige beroepen maar ook hobbymatige paardenhouderijen, een bed & breakfast, en een mini-camping. Bij recht zijn deze activiteiten toegestaan, mits voldaan wordt aan de hiervoor geldende beleidsnotities. Daarnaast moeten de activiteiten passen binnen de opgenomen bebouwingsmogelijkheden. 6.4.28 Wonen - VAB Deze bestemming is opgenomen bij de vrijgekomen agrariche bebouwing die vaak als karakteristieke bebouwing in het buitengebied kan worden gezien. De bestemming streeft het behoud en herstel van de karakteristieke hoofdvorm van de oorspronkelijk agrarische bebouwing na. De bestemming sluit grotendeels aan op de regeling in de bestemming Wonen en Gemengd.
69
Buitengebied, Midden-Groningen (vastgesteld)
De bestemming is ruimer dan de woonbestemming maar minder ruim dan een gemengde bestemming. De bestemming is met name bedoeld voor vrijgekomen karakteristieke bebouwing in het buitengebied. Deze bebouwing past vaak niet binnen de bouwregels zoals opgenomen in de woonbestemming. Daarentegen is het wel wenselijk om de aanwezige karakteristieke bebouwing te behouden. Zodoende zijn binnen deze bestemming ruimere bouwregels opgenomen.
6.5
Toelichting dubbelbestemmingen Aan een dubbelbestemming bestaat de behoefte, wanneer een bestemming onvoldoende recht doet aan de functies/gebruiksdoeleinden die op de gronden toelaatbaar zijn of wanneer ruimtelijk relevante belangen veilig moeten worden gesteld die niet of onvoldoende met een bestemming kunnen worden gewaarborgd. Een dubbelbestemming heeft altijd betrekking op een geometrisch bepaald vlak. In de SVBP is een drietal hoofdgroepen vastgelegd waarbij moet worden aangesloten voor het toekennen van een dubbelbestemming. Dit zijn de hoofdgroepen: Leiding: waarbinnen beschermingszones van o.a. gasleidingen en hoogspanningsleidingen worden geregeld. Op en binnen de beheerszone van deze leidingen mag niet gebouwd worden en mag niet in de bodem worden gegraven, noch beplanting worden aangebracht. Waarde: bijv. landschappelijke en/of archeologische waarden. Waterstaat: bijv. waterbergingsgebieden of waterkeringen. De bouw- c.q. gebruiksregels in de dubbelbestemming bepalen de verhouding van de basisbestemming ten opzichte van de dubbelbestemming.
6.5.1
Leidingen In het buitengebied van Midden-Groningen is vanwege de gaswinning een groot aantal gasleidingen aanwezig. Deze leidingen en bijbehorende zones zijn als zodanig bestemd. Voor de aanwezige rioolpersleidingen en waterleidingen is eveneens een passende dubbelbestemming opgenomen. Dit geldt eveneens voor de aanwezige aardgascondensaatleidingen. Ter plaatse van deze dubbelbestemmingen prevaleert de dubbelbestemming boven de geldende enkelbestemming.
6.5.2
Waarde - Archeologie 1, 2, 3 en 4 Op grond van de Wet op de archeologische monumentenzorg, die onderdeel uitmaakt van de Monumentenwet, moeten archeologische (verwachtings)waarden worden gewaarborgd in het bestemmingsplan. Op basis van het archeologiebeleid zijn ook planregels voor toepassing in het bestemmingsplan opgesteld. Er is onderscheid gemaakt in een viertal regelingen, elk specifiek van toepassing op bepaalde archeologische (verwachtings)waarden. De regeling is overeenkomstig het vastgestelde Archeologiebeleid van de gemeente Midden-Groningen. Voor normaal agrarische grondbewerking (in de bouwvoor) is geen vergunning nodig. Ook het aanleggen van sleufloze drainage kan meestal zonder vergunning of onderzoek. Op percelen waar in het verleden al verstoring heeft plaatsgevonden is soms maatwerk mogelijk zonder vergunning na een eerste toets in overleg met een archeologische deskundige. Het is dan wel nodig dat er duidelijke bewijzen worden overlegd.
70
Buitengebied, Midden-Groningen (vastgesteld)
6.5.3
Waarde - Cultuurhistorie - Karakteristiek Om bescherming mogelijk te maken, hebben karakteristieke gebouwen en erven de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie-karakteristiek' gekregen. Dit vloeit voort uit het facetbestemmingsplan Karakteristieke objecten. Deze dubbelbestemming is van toepassing op de bouwpercelen van alle karakteristieke gebouwen en objecten. Het doel van deze regeling is het beschermen van deze objecten en bebouwing. Aanvullend op de dubbelbestemming heeft elk object een aanduidingen. In dit bestemmingsplan is dit de aanduiding 'karakteristiek'. De aanduiding geldt voor de bebouwing. In de bijlage is een overzicht opgenomen van alle karakteristieke objecten in het buitengebied. Sloop is alleen onder voorwaarden mogelijk met een omgevingsvergunning in de volgende gevallen: Als er sprake is van bijzondere omstandigheden en een algemeen belang waarvoor het pand/object moet wijken. Het kan daarbij gaan om nieuwe ontwikkelingen van maatschappelijk belang zoals de aanleg van een weg of andere infrastructurele werkzaamheden. Deze situatie geldt niet als er uitsluitend sprake is van schade aan een pand of een slechte bouwkundige staat. Een dusdanige situatie sluit aan bij punt 3. De karakteristieken niet meer aanwezig zijn en herstel alleen met ingrijpende aanpassingen mogelijk is.
Als wordt aangetoond dat zinvol (her)gebruik van het bouwwerk in lijn met de geldende bestemming van het gebouw objectief gezien niet mogelijk is en het belang van de aanvrager bij sloop van het bouwwerk zwaarder weegt dan het cultuurhistorisch belang bij behoud van de bebouwing. In deze afweging worden ook de mogelijkheden voor herbestemming onderzocht. Er daarbij ook een onderbouwing nodig (een rapport), opgesteld door een deskundige, dat in gaat op: 1. de bouwkundige en gebruik technische staat van het gebouw; 2. de mate waarin het gebouw geschikt is om het aan te passen voor zinvol (her)gebruik in lijn met de bestemming of toekomstige bestemming en 3. de cultuurhistorische waarde van het bouwwerk. Voor deze situaties is het 'afwegingskader bescherming karakteristieke panden' van toepassing. In dit kader zijn criteria opgenomen om deze aanvragen te kunnen beoordelen. In bepaalde gevallen is het niet nodig een vergunning aan te vragen voor het slopen: Een deel van het bouwwerk wordt gesloopt dat niet als karakteristiek wordt aangemerkt; Een deel van het pand wordt gesloopt dat weliswaar karakteristiek is, maar een vervanging plaatsvindt door gelijkwaardige delen.
Dit betekent dat de vervangende delen in materiaal, kleur en uitstraling identiek zijn, dan wel in belangrijke mate de oorspronkelijke delen benaderen, waardoor voor het pand als geheel de kwaliteit overeind blijft of verbetert en een eenduidige uitstraling behouden blijft. Dit begrip is uiteraard niet volledig objectief te begrenzen. Het is wel verstandig dat eigenaren hierover advies inwinnen van deskundigen om te bezien wat hieronder in voorkomende gevallen worden begrepen. In de meeste gevallen is hier snel duidelijkheid over. De gemeentelijke erfgoedcommissie krijgt een adviserende rol in de afweging in gevallen waarbij sprake is van sloop van het gehele pand er de cultuurhistorische waarde gemiddeld of hoog is.
Regeling agrarische bedrijfsgebouwen In het facetbestemmingsplan karakteristieke objecten (2018) is een afwijkende regeling voor de sloop van agrarische bedrijfsgebouwen opgenomen. In het bestemmingsplan buitengebied is hiervan afgestapt. Bij het beoordelen van aanvragen voor sloop/herbouw van karakteristieke objecten wordt sinds 2019 gebruik gemaakt van het afwegingskader bescherming karakteristieke panden. In dit kader worden zowel de bouwkundige, de cultuurhistorische als de (economische) gebruikswaarde bij sloop- (nieuwbouw) plannen gewogen en beoordeeld. De gebruikswaarde van bijvoorbeeld een karakteristieke schuur voor het agrarisch bedrijf wordt hier ook in meegenomen. In situaties waren aanpassingen van deze gebouwen voor doelmatig
71
Buitengebied, Midden-Groningen (vastgesteld)
agrarisch gebruik niet meer mogelijk zijn, is sloop-nieuwbouw een optie. Door de werkwijze via het afwegingskader is een aparte regeling niet meer nodig. Uitzondering sloopregels Bijgebouwen of (moderne) bedrijfsgebouwen, zoals vrijstaande melkveestallen of werktuigbergingen, die niet zijn aangeduid als 'karakteristiek' en niet zijn benoemd in de lijst in de bijlage vallen niet onder de sloopregels.
6.5.4
Waarde - Cultuurhistorie - Monument De (dubbel)bestemming 'Waarde - Cultuurhistorie - Monument' heeft strikt genomen een zeer beperkte betekenis. De bestemming is opgenomen om ook in het bestemmingsplan inzicht te geven op de aanwezigheid van rijks- en gemeentelijke monumenten. Deze objecten worden beschermd vanuit de Erfgoedwet.
6.5.5
Waarde - Landschap De verschillende landschappelijke elementen die in het buitengebied van Midden-Groningen aanwezig zijn, zijn opgenomen in één bestemming: Waarde - Landschap. Binnen de dubbelstemming geldt voor elk afzonderlijke landschappelijke waarde een eigen regeling. Uitgangspunt van de dubbelbestemming is het beschermen, in stand houden en verbeteren van de landschappelijke waarden. De opgenomen regelingen zijn afgestemd op de Provinciale Verordening.
6.5.6
Waterstaat - Waterbergingsgebied De van provinciewege aangewezen grootschalige bergingsgebieden worden met deze dubbelbestemming vastgelegd.
6.6
Toelichting aanduidingen
6.6.1
Algemeen Indien een dubbelbestemming niet tot de mogelijkheden behoort en er - bijvoorbeeld op grond van sectorale regelgeving - toch aanleiding bestaat om extra mogelijkheden of beperkingen in het plan op te nemen, kan van gebiedsaanduidingen gebruik worden gemaakt. Een gebiedsaanduiding is een aanduiding die verwijst naar een gebied waarvoor bij de toepassing van het bestemmingsplan specifieke regels gelden of waar nadere afwegingen moeten worden gemaakt, hetzij ter beperking van de gebruiksmogelijkheden hetzij ter verruiming daarvan. Gebiedsaanduidingen overlappen meestal meerdere bestemmingen. Bij gebiedsaanduidingen gaat het veelal om zones en (deel)gebieden die aan sectorale regelgeving zijn ontleend. In alle gevallen gaan gebiedsaanduidingen vergezeld van een daarop betrekking hebbende regeling (meestal in Hoofdstuk 3 - Algemene Regels, van de regels). Indien dit niet het geval is en de gebiedsaanduiding louter een informatief doel dient, dient gebruik van deze aanduiding achterwege te blijven. Met het oog hierop kunnen aan een gebiedsaanduiding specifieke bouwof gebruiksregels worden gekoppeld. Om belangen nader te kunnen afwegen, kan een gebiedsaanduiding ook vergezeld gaan van een vergunningenstelsel of een afwijkings- of wijzigingsbevoegdheid. In de SVBP is een limitatieve lijst met te gebruiken gebiedsaanduidingen opgenomen.
Onderstaande lijst is gegroepeerd naar hoofdgroepen de in een bestemmingsplan te hanteren gebiedsaanduidingen opgesomd. Bij het opstellen van een bestemmingsplan moet voor zover van toepassing - van deze gebiedsaanduidingen gebruik worden gemaakt. In het voorliggende gebiedsaanduidingen:
72
bestemmingsplan
wordt
gebruik
gemaakt
van
de
volgende
Buitengebied, Midden-Groningen (vastgesteld)
6.6.2
geluidzone - gaslocatie De gebiedsaanduiding geluidzone - gaslocaties is van toepassing op het gebied rond de in het plangebied voorkomende gaslocaties. Ook ligt er een geluidszone rond een gaslocatie die is gelegen in de naburige gemeente Oldambt. De gaslocaties zijn geluidzoneringsplichtige inrichtingen. De zone geeft de 50 dB-contour rond deze installaties aan. Mochten er ontwikkelingen zijn binnen de contour, dan mag de belasting op het geluidgevoelig object niet hoger zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde of een vastgestelde hogere grenswaarde. Buiten de zone is geen sprake meer van een hoge geluidbelasting door de rioolzuiveringsinstallatie en het industrieterrein.
6.6.3
geluidzone- industrie In de gemeente zijn meerdere gezoneerde industrieterreinen aanwezig. Een daarvan is het bedrijventerrein Sappemeer-oost. De geluidszones voor deze bedrijventerreinen zijn in dit bestemmingsplan opgenomen met de gebiedsaanduiding geluidzone - industrie. De zone geeft de 48 c.q. de 50 dB-contour rond deze bedrijventerreinen aan. Mochten er ontwikkelingen zijn binnen de contour, dan mag de belasting op het geluidgevoelig object niet hoger zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde of een vastgestelde hogere grenswaarde. Buiten de zone is geen sprake meer van een hoge geluidbelasting door de bedrijven op het industrieterrein.
6.6.4
geluidzone - spoor Door het plangebied loopt de spoorlijn tussen Groningen en Nieuweschans (Duitse grens). Rond deze spoorlijn is een geluidszone aangegeven (gebiedsaanduiding geluidzone - spoor). Deze zone is gebaseerd op de Wet geluidhinder en is gericht op het tegengaan van een te hoge geluidsbelasting op geluidgevoelige objecten, zoals woningen. De geluidsbelasting moet voldoen aan de voorkeursgrenswaarde of een vastgestelde hogere grenswaarde.
6.6.5
milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied Het grondwaterbeschermingsgebied Onnen–De Punt, dat voor een deel in het plangebied ligt, is zodanig op de verbeelding aangeduid en kent een beschermde regeling.
6.6.6
veiligheidszone - bevi Voor het tankstation en de bedrijven waarvoor een plaatsgebonden risico 10-6 geldt, is de gebiedsaanduiding veiligheidszone - bevi opgenomen. Binnen de veiligheidszone zijn geen kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten toegestaan.
6.6.7
veiligheidszone - vervoer gevaarlijke stoffen Langs de wegen N387, N865 en N33 is de aanduiding 'veiligheidszone - vervoer gevaarlijke stoffen' toegepast. De wegen zijn opgenomen in het Provinciaal Basisnet Groningen, waarin een borging van risico-afstanden als gevolg van transporten van gevaarlijke stoffen is vastgelegd. Op grond van het Basisnet geldt voor deze infrastructuur dat binnen een zone van 30 meter geen nieuwe kwetsbare objecten worden opgericht en tevens het vestigen van nieuwe functies (scholen, zorgwoningen, zorgcentra, et cetera) voor beperkt zelfredzame personen wordt uitgesloten. Ter plaatse van de aanduiding is het niet toegestaan objecten ten behoeve van minder zelfredzame personen te bouwen of in gebruik te nemen.
6.6.8
zend- en ontvangstinstallatie De aanwezige zend- en ontvangsinstallatie is als zodanig aangeduid. Een zendmast van maximaal 40 meter is toegestaan.
73
Buitengebied, Midden-Groningen (vastgesteld)
6.6.9
vrijwaringszone (energie)infrastructuur De toekomstige buisleidingenstrook die in de Structuurvisie Buisleidingen is aangegeven, is op de verbeelding aangegeven met de gebiedsaanduiding vrijwaringszone - (energie)infrastructuur. Het oprichten van bouwwerken en het gebruik van gronden die afbreuk doen of kunnen doen aan de mogelijkheid om leidingen aan te leggen binnen de gegeven zone is niet toegestaan. Daarmee is de functie van buisleidingenstrook in de toekomst, voldoende beschermd.
6.6.10 vrijwaringszone - molenbiotoop Om de waarde en werking van de molens in het plangebied te beschermen, is er rond alle molens een gebiedsaanduiding vrijwaringszone - molenbiotoop opgenomen. In de regels zijn voorwaarden gekoppeld waar de gebouwen en andere bouwwerken binnen de aanduiding aan moeten voldoen. Hier kan, na het inwinnen van advies van molenbeheerder, worden afgeweken. 6.6.11 vrijwaringszone - vaarweg Deze gebiedsaanduiding heeft betrekking op de beheerszone langs het Eemskanaal. De zone is op de verbeelding en in de regels opgenomen. De zone heeft een breedte van 30 meter vanuit de waterlijn op zomerpeil. De gronden binnen de zone zijn mede bestemd voor de bescherming van en het veilig en doelmatig functioneren van de vaarweg. In beginsel mag binnen deze aandachtszones niet gebouwd worden, tenzij op advies van de beheerder een omgevingsvergunning kan worden afgegeven. 6.6.12 overige zone - gaslocatie De gebiedsaanduiding 'overige zone - gaslocatie' is opgenomen op de locaties van de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM). Voor deze locaties geldt dat deze op termijn ontmantelt zullen worden vanwege de beëindiging van de gaswinning in de provincie Groningen. Oorspronkelijk kennen deze gronden een agrarische bestemming en zijn met die reden veelal nog in het bezit van agrariërs.
Voor het 'tijdelijke' gebruik voor de gaswinning worden de verschillende locaties gehuurd. De regelingen in de voorheen geldende plannen waren zo specifiek dat alleen het gebruiken en bouwen ten behoeve van de gaswinning was toegestaan. Na ontmanteling zullen de gronden weer terugvallen op het oorspronkelijke gebruik: agrarisch cultuurgrond. Omdat de ontmanteling voor een aantal locaties inmiddels in gang is gezet en de gaswinning een einde kent is het niet realistisch om een permanente bestemming aan de locaties toe te kennen. Met het toekennen van de gebiedsaanduiding wordt duidelijkheid gegeven aan de grondeigenaren: Agrarisch grondgebruik als basis en tijdelijk gebruik voor de gaswinning. Zodra een locaties ontmanteld zal zijn kan ook met een wijzigingsbevoegdheid de gebiedsaanduiding worden verwijderd. Binnen de gebiedsaanduiding zijn bestaande bouwwerken toegestaan. Nieuwbouw of vergroting van bouwwerken is met oog op de toekomst niet beoogd en niet toegestaan. 6.6.13 overige zone - maatwerkmethode Deze gebiedsaanduiding wordt toegepast binnen de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' om het gebied aan te duiden waar onder voorwaarden, in aanvulling op het bouwvlak, uitbreiding van agrarische bebouwing kan plaatsvinden.
Eén van de voorwaarden hierbij is dat wordt voldaan aan de zes ruimtelijke criteria die zijn gekoppeld aan de maatwerkbenadering voor schaalvergroting van agrarische bedrijven. In de zone kan onder voorwaarden een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan worden verleend. Voor deze omgevingsvergunning wordt een reguliere (Wabo) voorbereidingsprocedure doorlopen. 6.6.14 overige zone - zoekgebied vervangende bedrijfswoning Voor het adres Burgemeester Omtaweg 2 te Zuidbroek is een gebiedsaanduiding opgenomen ter plaatse van het zoekgebied voor de verplaatsing van de bestaande bedrijfswoning.
74
Buitengebied, Midden-Groningen (vastgesteld)
6.6.15 vrijwaringszone - radiotelescoop Net buiten het plangebied, bij Kiel-Windeweer, staat een buitenstation van ASTRON opgesteld (de RS407). Dit station is een veldje van ongeveer 1 hectare met meerdere kleine antennes (op de grond). Het buitenstation maakt onderdeel uit van de LOFAR-telescoop. Dit is een innovatieve telescoop die de laagste radiofrequenties meet die vanaf de aarde kunnen worden waargenomen voor astrofysisch onderzoek. De LOFAR-telescoop bestaat uit ongeveer 20.000 kleine antennes, gegroepeerd op velden, de zogenaamde stations. De helft daarvan staat in een gebied vlakbij Exloo en Buinen, de zogenaamde ‘kern’ of ‘core’. De andere helft, de ‘buitenstations’, staat elders in Noord-Nederland en in Europa, waardoor LOFAR functioneert als een telescoop met een doorsnede van 2.000 km. Vanwege de grote gevoeligheid van de antennes is het wenselijk dat binnen 2 km afstand rondom de buitenstations geen activiteiten worden ondernomen die elektromagnetische storing veroorzaken. De belangrijkste bronnen van storing zijn apparaten die worden gebruikt voor het genereren van energie zoals zonneparken. Er zijn technische maatregelen mogelijk die deze storing kunnen voorkomen. Indien initiatiefnemers in een vroeg stadium met ASTRON contact opnemen, kan ASTRON meedenken over de te treffen maatregelen.
De 2 km zone bevindt zich voor een deel op het grondgebied van Midden-Groningen, het overige deel op het grondgebied van de gemeente Veendam en de Drentse gemeenten Tynaarlo en Aa en Hunze. Vanwege de ligging van het buitenstation van ASTRON op korte afstand van het plangebied is het noodzakelijk dat in voorliggend bestemmingsplan rekening wordt gehouden met deze telescoop. Op de verbeelding is de aanduiding 'vrijwaringszone - radiotelescoop' opgenomen waarbinnen geen activiteiten kunnen worden ondernomen die elektromagnetische storing kunnen veroorzaken.
Figuur 7 Ligging vrijwaringzone radiotelescoop LOFAR (bron ASTRON)
75
Buitengebied, Midden-Groningen (vastgesteld)
Hoofdstuk 7
7.1
Economische uitvoerbaarheid
Algemeen Dit plan heeft primair het doel de bestaande situatie te actualiseren. De kosten voor het opstellen van dit plan komen voor rekening van de gemeente. In het plan wordt een aantal (kleinschalige) ontwikkelingsmogelijkheden geboden. Deze ontwikkelingen kunnen hoofdzakelijk mogelijk worden gemaakt door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van de bestemmingsregels of het toepassen van een wijzigingsbevoegdheid. Het betreft in de meeste gevallen particulier initiatief waaraan in beginsel geen kosten voor de gemeente zijn verbonden, afgezien van kosten van het ambtelijk apparaat voor de begeleiding en toetsing van aanvragen. Deze laatste kosten worden door middel van leges gedekt.
7.2
Exploitatieplan Op grond van artikel 6.12 van de Wro kan de raad bij de vaststelling van een bestemmingsplan ook een exploitatieplan vaststellen. Dit is niet noodzakelijk indien: de kosten van de grondexploitatie voor de gronden in het plan op een andere manier zijn verzekerd; het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is, en het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is. Het voorliggende bestemmingsplan heeft hoofdzakelijk betrekking op de bestaande situatie in het plangebied. In een aantal gevallen wordt voortgeborduurd op besluitvorming in het verleden, waarbij de economische uitvoerbaarheid al aan de orde is geweest. Daarom is het weergeven van de economische uitvoerbaarheid in de vorm van een exploitatieplan niet noodzakelijk.
7.3
Planschade In artikel 6.1 Wro is bepaald dat burgemeester en wethouders een belanghebbende die als gevolg van een bepaling van een bestemmingsplan (of een ander ruimtelijk besluit) schade lijdt, in de vorm van inkomensderving of waardevermindering van een onroerende zaak, op zijn verzoek een tegemoetkoming in de schade toekennen. Daarbij geldt dat de schade redelijkerwijs niet voor rekening van de aanvrager behoort te blijven en dat een tegemoetkoming op een andere wijze niet is verzekerd. Binnen het normale maatschappelijke risico vallende schade blijft voor rekening van de aanvrager. Daarnaast wordt ook een waardevermindering van maximaal 2% ontstaan door een verandering in het planologisch regime binnen het normale maatschappelijke risico gerekend. Het voorliggende bestemmingsplan is een actualisering van de bestaande situatie waarin niet wordt voorzien in planologische wijzigingen die het normale maatschappelijk risico zoals hiervoor genoemde overschrijden.
76
Buitengebied, Midden-Groningen (vastgesteld)
Hoofdstuk 8
8.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Vooroverleg Het voorontwerp bestemmingsplan is op grond van artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in geval toegezonden aan de volgende instanties: Provincie Groningen; Waterschap Hunze en Aa's; Veiligheidsregio Groningen; Rijkswaterstaat; Ministerie van EZK; Prorail; Nederlandse Gasunie; Tennet; NAM; Enexis B.V. Waterbedrijf Groningen; L.T.O. Noord; Groninger Landschap; Mlieufederatie; Staatsbosbeheer regio Noord; Stichting Libau; De gemeentebesturen van de omliggende gemeenten
Een aantal ingekomen overlegreacties heeft geleid tot een inhoudelijke aanpassing van het bestemmingsplan. Ingekomen overlegreacties en eventuele inhoudelijke aanpassingen worden benoemd in de 'Nota Inspraak en Overleg'. Deze nota is als Bijlage 16 aan deze toelichting toegevoegd.
8.2
Inspraak De Wet ruimtelijke ordening (Wro) verplicht niet om een voorontwerp bestemmingsplan ter inzage te leggen voor inspraak. Om betrokkenen in een vroeg stadium bij de planvorming te betrekken en eventuele onjuistheden uit het plan te halen is in deze situatie voor gekozen om het voorontwerpbestemmingsplan wel ter inzage te leggen. Het voorontwerp bestemmingsplan heeft vanaf 14 mei 2020 tot en met 24 juni 2020 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Tijdens deze periode kan iedereen het plan bekijken, vragen stellen en een inspraakreactie indienen. Er zijn 61 inspraakreactie ontvangen. Een aantal daarvan is aanleiding geweest om het bestemmingsplan aan te passen. De ingediende reacties en de reactie daarop zijn opgenomen in de "Nota Inspraak en Overleg". Deze nota is als Bijlage 16 aan deze toelichting toegevoegd. Daarnaast is een aantal (lokale) organisaties (waaronder dorpsbelangen, historische verenigingen, molenstichting) per brief geinïformeerd over de inspraakperiode van het voorontwerpbestemmingsplan.
77
Buitengebied, Midden-Groningen (vastgesteld)
8.3
Zienswijzen Het ontwerp bestemmingsplan is op grond van artikel 3.8 Wet ruimtelijke ordening (Wro) vanaf 6 mei 2021 gedurende zes weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode kon iedereen het plan bekijken, vragen stellen en een zienswijze indienen. Er zijn 33 zienswijzen ingediend. Enkele van deze zienswijzen leiden tot een inhoudelijke aanpassing van het bestemmingsplan. De ingediende zienswijzen en eventuele inhoudelijke aanpassingen zijn benoemd in de 'Nota van zienswijzen'. Ook zijn in deze nota enkele ambtshalve aanpassingen opgenomen. Deze nota en de zienswijzen zijn als Bijlage 17 en Bijlage 18 aan deze toelichting toegevoegd.
8.4
Vaststelling De gemeenteraad heeft op 3 februari 2022 het bestemmingsplan gewijzigd vastgesteld. Voor een overzicht van de wijzigingen ten opzichte van het ontwerp wordt verwezen naar de in paragraaf 8.3. genoemde nota van zienswijzen. Na publicatie ligt het gewijzigd vastgestelde bestemmingsplan zes weken ter inzage. Tijdens deze periode kan beroep worden ingesteld tegen het vastgestelde plan. Het vastgestelde bestemmingsplan treedt in werking nadat het vastgestelde plan zes weken ter inzage heeft gelegen. Het instellen van beroep schorst de inwerkingtreding van het bestemmingsplan niet, tenzij hier een specifiek verzoek voor wordt ingediend.
78