05. Bijlagen bij de ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
Historie _________________________________________________________14
3 Conclusie en verwachtingsmodel _________________________________ 19 3.1 3.2
Conclusie ________________________________________________________19 Verwachtingsmodel ________________________________________________19
4 Veldonderzoek _______________________________________________ 21 4.1 4.2 4.3
Beschrijving onderzoeksmethodiek ____________________________________21 Resultaten: lithologie, lithogenese en bodemontwikkeling __________________22 Resultaten: archeologie _____________________________________________22
5 Conclusie en verwachting ______________________________________ 23 6 Selectieadvies _______________________________________________ 24 literatuur _____________________________________________________ 25 BIJLAGE 1 AMZ-cyclus _________________________________________ 27 BIJLAGE 2 Archeologische perioden _______________________________ 28 BIJLAGE 3 Geomorfologische kaart ________________________________ 29 BIJLAGE 4 Actueel Hoogtebestand Nederland ________________________ 30 BIJLAGE 5 Gemeentelijke archeologische verwachtingskaart ____________ 31 BIJLAGE 6 Bodemkaart _________________________________________ 32 BIJLAGE 7 Waarnemingen, AMK-terreinen en onderzoeksmeldingen ______ 33 BIJLAGE 8 Boorpuntenkaart veldonderzoek _________________________ 34 BIJLAGE 9 Boorstaten veldonderzoek ______________________________ 35
HOOFDSTUK
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek – verkennende-karterende fase Noorderstraat 25 te Noordbroek, gemeente Midden-Groningen, Groningen
1I
NLEIDING
1.1 AANLEIDING ONDERZOEK
De aanleiding voor het onderzoek vormt de geplande uitbreiding van de huidige stallen aan de Noorderstraat 25 te Noordbroek, gemeente Midden-Groningen (GR). Hiertoe is een bestemmingsplanwijziging vereist. De gemeente Midden-Groningen heeft een eigen archeologiebeleid. Op basis van het bestemmingsplan dient archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden om aan te tonen dat eventueel aanwezige archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad door de geplande bouwactiviteiten. De opdrachtgever beoogt met het onderzoek de gemeentelijke paraaf te krijgen voor het onderdeel archeologie. Aanvullende wensen zijn niet kenbaar gemaakt.
1.2 AFBAKENING PLAN- EN ONDERZOEKSGEBIED
Het plangebied betreft de Noorderstraat 25 in Noordbroek, gemeente MiddenGroningen (GR), zie onderstaande afbeelding.
6
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek – verkennende-karterende fase Noorderstraat 25 te Noordbroek, gemeente Midden-Groningen, Groningen
1.4 HUIDIGE SITUATIE EN TOEKOMSTIG GEBRUIK
Het plangebied is momenteel in gebruik als erf. Het terrein bevat voor zover bekend geen kelders of andere ondergrondse kunstwerken en er zijn geen historisch waardevolle bouwwerken in het plangebied aanwezig.3 In dit stadium is de exacte invulling van de plannen nog niet bekend. De milieutechnische condities, huidige en eventuele nieuwe waterpeil en of en zo ja wie de toekomstige gebruiker(s) wordt/worden zijn in dit stadium evenmin bekend. Onderstaande afbeelding toont de huidige en de gewenste nieuwe situatie. De geplande ingreep omvat een uitbreiding van de huidige stallen (zie onderstaande afbeeldingen).
Afbeelding 2. Huidige situatie met contour van de uitbreiding in rood.
3
bron: gemeentelijke monumentenlijst
9
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek – verkennende-karterende fase Noorderstraat 25 te Noordbroek, gemeente Midden-Groningen, Groningen
Afbeelding 3. Dwarsdoorsnede uitbreiding stallen. De uitbreiding wordt op poeren gefundeerd. Deze zullen tot een diepte van ongeveer 75 cm min peil worden gegraven.
1.5 GEMEENTELIJK BELEID
De omvang van de geplande verstoringen overschrijdt de vrijstellingsgrenzen zoals die in het vigerende gemeentelijk archeologiebeleid zijn aangegeven. Dit beleid is niet vertaald in het bestemmingsplan. Op de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart ligt het westelijke deel (in totaal circa 730 m2 in een zone met een hoge verwachting op archeologische resten (Wr-a4 gebied). Bij werkzaamheden in de bodem groter dan 200 m2 en dieper dan 40 cm is archeologisch onderzoek vereist. Het oostelijke plangebied ligt in een zone met een lage verwachting. Hier is geen archeologisch onderzoek voorgeschreven.
1.6 ONDERZOEKSDOEL
Het uitgevoerde onderzoek behoort tot de eerste fasen in het huidige archeologische onderzoeksproces (zie bijlage 1). De initiatiefnemer beoogt met het hier uitgevoerde onderzoek te voldoen aan de gemeentelijke regelgeving omtrent archeologisch onderzoek. Het bureauonderzoek heeft tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen aan de hand van bestaande bronnen, en te bepalen of en zo ja welke delen van het plangebied in aanmerking komen voor vervolgonderzoek. Het verwachtingsmodel wordt getoetst en zo nodig aangevuld door middel van een verkennend booronderzoek. Op grond van de resultaten van dit onderzoek kan worden beoordeeld of en zo ja, welke vorm van vervolgonderzoek nodig is om de archeologische waarde van het gebied te kunnen vaststellen.
10
HOOFDSTUK
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek – verkennende-karterende fase Noorderstraat 25 te Noordbroek, gemeente Midden-Groningen, Groningen
2I
NVENTARISATIE
2.1 INLEIDING In dit hoofdstuk worden de relevante landschappelijke ontwikkeling en huidige bodemkundige situatie beschreven. Tevens wordt ingegaan op de bekende archeologische waarden in de omgeving van het plangebied en de historische situatie. Voor wat betreft de in de tekst genoemde archeologische perioden wordt verwezen naar bijlage 2.
2.2 LANDSCHAPPELIJKE ONTWIKKELING
Het plangebied ligt op de grens tussen de archeoregio’s Drents zandgebied (westelijk deel) en het Fries-Gronings kleigebied. Het landschap van het Drents zandgebied is grotendeels gevormd landijs tijdens de voorlaatste ijstijd (Saalien). Dit deel van Nederland was tijdens geheel met landijs bedekt. Door de druk van het ijspakket, dat honderden meters dik kon zijn, werd het onderliggende zand, grind en klei gemengd en tot keileem geperst. Geologisch wordt dit keileem gerekend tot de Formatie van Drenthe. Laagpakket van Gieten. Tijdens de laatste fasen van de laatste ijstijd (Weichselien) werd het keileem afgedekt door dekzand (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden). Het Fries-Groningse kleilandschap is grotendeels gevormd tijdens het Holoceen. Door een stijgende zeespiegel raakte het landschap overgroeid met veen en werd afgedekt met klei. Ongeveer 3000 jaar geleden was dit een waddengebied dat regelmatig overstroomde en weer droogviel. Door afzetting van klei en zand ontwikkelde het wad zich tot een kwelderzone die op den duur niet meer overstroomde. Uit geraadpleegde palaeogeografische kaarten blijkt dat het plangebied tussen circa 2750 en 1500 voor Chr. met veen bedekt raakte, een situatie die tot circa 1000 na Chr. duurde.4 Op de geomorfologische kaart (bijlage 3) ligt het plangebied op een dekzandrug.
De huidige kern van Noordbroek (wat zuidelijker) is op deze zandopduiking gebouwd. Westelijk ligt een vlakte van deels verspoelde dekzanden en ten oosten van de dekzandrug komt een zone met dekzandwelvingen voor. Dekzandruggen liggen meestal wat hoger in het landschap. Door de hogere ligging is de waterhuishouding meestal beter en in veel gevallen heeft zich een podzolbodem kunnen vormen. Dekzandwelvingen kenmerken zich door een flauw profielverloop, waarin welvingen zich afwisselen met vlakten. Verspoelde dekzanden zijn in de laatste fasen van de laatste ijstijd – vroeg-Holoceen gevormd. Tijdens de vorming
4
Vos e.a., 2020.
11
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek – verkennende-karterende fase Noorderstraat 25 te Noordbroek, gemeente Midden-Groningen, Groningen
nam de sneeuwmassa veel dekzand op. Tijdens het voorjaar smolt de sneeuw en kwam het dekzand weer vrij, dat daarbij in de relatief lage gebieden werd afgezet. Deze zanden konden naderhand weer verstuiven. Op het AHN (Actueel Hoogtebestand Nederland), zie bijlage 4 is de dekzandrug goed herkenbaar. De bebouwde kom van Noordbroek is wat opgehoogd. Het plangebied ligt op de noordelijke grens van de dekzandopduiking. Noordelijk is een lager gelegen gebied aanwezig. Binnen het onderzoeksgebied correspondeert dit met de verspoelde dekzanden; daarbuiten is geomorfologisch sprake van een ontgonnen veenvlakte. Noordwestelijk/westelijk is een oude geul zichtbaar. Onderstaande kaart toont een detailopname van het AHN. De grond onder de huidige stallen lijkt enigszins te zijn opgehoogd, maar op basis van deze opname lijkt in en rond het plangebied geen sprake van grootschalige egalisaties of bodemingrepen.
Afbeelding 4. Detailopname van het plangebied op het AHN.
Bodemkundig (bijlage 6) ligt het plangebied op een veldpodzolgrond. Westelijk komen kleigronden voor (kalkarme poldervaaggronden met profielverloop 2) en aan de noord-, oost- en zuidzijde worden de veldpodzolgronden begrenst door moerige podzolgronden. Veldpodzolgronden zijn gevormd in relatief laaggelegen, tamelijk vochtige gronden, al is het bodemtype gedurende lange tijd voldoende ontwaterd geweest om bodemvorming mogelijk te maken. Het zijn ietwat zure gronden, die niet zeer geschikt waren voor vroege vormen van akkerbouwen. Vaak zijn veldpodzolgronden pas vrij laat (Late Middeleeuwen of Nieuwe Tijd) in ontginning genomen op een moment dat meer geschikte bodemtypen niet meer voorhanden waren. Een veldpodzolgrond behoort tot de hydro-zandgronden, waarbij de inspoeling beperkt is 12
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek – verkennende-karterende fase Noorderstraat 25 te Noordbroek, gemeente Midden-Groningen, Groningen
als gevolg van relatief hoge grondwaterstanden. De uit- en inspoelingslagen zijn bij deze gronden over het algemeen slecht ontwikkeld. Poldervaaggronden zijn sterk – zwak siltige klei/ of zavelgronden zonder duidelijke bodemvorming. Ze kunnen kalkhoudend of kalkloos zijn. De gronden zijn geheel gerijpt. Hier is sprake van een relatief dun pakket kleigronden, gevormd door het zeewater. Binnen 20-80 cm -mv komen hier dekzanden voor (dekzandwelvingen). De poldervaaggronden bestaan hier uit de zogenaamde ‘Dollardklei’, afgezet in het Dollard-randgebied. In het Dollard-randgebied ligt de overgang van pleistocene gronden en veen naar de alleroudste inpolderingen. Zware kalkarme Dollarklei wigt hier uit over zand en soms keileem of veen. De oudste Dollardpolders dateren tussen circa 1400 en 1700. De bovengrond is hier meestal siltarm, kalkarm en stug. De ondergrond is meestal veel siltiger en kalkrijk. Vanaf ongeveer 100 cm -mv komt veen of zand voor (De Smet, 1960, p. 6). Tussen de sterk siltige kleigronden en de zwak siltige kleigronden in het Dollardgebied is soms een vegetatiehorizont aanwezig. Deze horizont is waarschijnlijk gevormd in de periode tussen 1454-1509 waarin geen opslibbing plaatsvond door aanwezigheid van een dijk. Deze is in 1509 doorgebroken, waarna opslibbing met zwak siltige Dollardklei kon plaatsvinden.
Bij moerige podzolgronden is (dek)zand aanwezig op een diepte van minder dan 120 cm -mv. In dit zand is sprake van bodemvorming, wat erop wijst dat het gedurende langere tijd voldoende ontwatering heeft gekend om bodemvorming mogelijk te maken. De B-horizont van een moerige podzolgrond is meestal kazig van structuur en is slecht waterdoorlatend. Bij de ontginning van dergelijke gronden is de Bhorizont vaak gescheurd om de waterhuishouding te verbeteren. De moerige laag is meestal het restant/residu van een veenpakket dat hier na ontginning achterbleef. Soms is sprake van een ‘stobbenlaag’, een laag met houtresten/boomstobben uit de periode vlak voordat veengroei een aanvang nam. Veenontginners lieten de stobbenlaag meestal voor wat ze was. Vaak ook bestaat de moerige laag uit teruggegooid veen of restveen.
2.3 ARCHEOLOGIE 2.3.1 BEKENDE ARCHEOLOGISCHE WAARDEN Bijlage 7 toont de locaties van de bekende archeologische waarden en de uitgevoerde archeologische onderzoeken in de omgeving van het plangebied. In het plangebied zijn geen bekende waarden geregistreerd. Binnen het onderzoeksgebied komen een aantal AMK-terreinen en vondsten voor. AMK-terrein 6922 ligt ongeveer 430 m ten westen-noordwesten. Het betreft een terrein van archeologische waarde met resten van een laatmiddeleeuwse nederzetting (toponymisch bekend als Noordermolenkolonie). Er zijn tot op heden nauwelijks gegevens van deze nederzetting bekend. Zuidelijk liggen twee aan elkaar grenzende AMK-terreinen. AMK-terrein 6924 (260 m Z) is een terrein van archeologische waarde met resten van een laatmiddeleeuwse nederzetting. Het terrein ligt naast een vroeg-14e eeuwse kerk en in 1970 is hier laatmiddeleeuws aardewerk aangetroffen. AMK 15273 (335 m Z-ZO ) is een terrein van hoge archeologische waarde. Het bevat resten uit de Late Middeleeuwen – Nieuwe Tijd van Noordbroek. Het terrein omvat de omgeving van de hierboven genoemde laatmiddeleeuwse kerk. Noordbroek is een wegdorp, ontstaan op een zandrug. Zaakid 2795346100 (circa 480 m ZW) betreft de vondst van een middenneolithische vuurstenen bijl. Het complextype is onbekend.
13
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek – verkennende-karterende fase Noorderstraat 25 te Noordbroek, gemeente Midden-Groningen, Groningen
Zaakid 2795354100 (circa 380 m Z-ZO) hangt samen met ANK-terreinen 6924 en 15273) en omvat aardewerkfragmenten uit de Late Middeleeuwen (steengoed, kogelpotaardwerk, roodbakkend geglazuurd aardewerk). Complextype: bewoning (inclusief verdediging) onbepaald. Zaakid 3095175100 (circa 530 m N; administratief geplaatst) betreft de vondst van een laatmiddeleeuwse kogelpot. Deze wordt tot complextype ‘bewoning (inclusief verdediging) onbepaald gerekend.
2.3.2 GEMEENTELIJKE VERWACHTINGSKAART Op de gemeentelijke verwachtingskaart (bijlage 5) ligt het oostelijke deel van plangebied in een zone met een lage verwachting op het aantreffen van archeologische resten; het westelijke deel ligt in een zone met een hoge verwachting.
2.3.3 EERDER ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK In de omgeving van het plangebied hebben eerder archeologische onderzoeken plaatsgevonden. De onderzochte locaties zijn afgebeeld in bijlage 7. Hieronder zijn de resultaten van het relevante onderzoek beschreven. Zaakid 2208427100 betreft een bureau- en verkennend booronderzoek (Van Hoof, 2008, circa 360 n ZO). Een verwachtingsmodel is niet gegeven. Uit het booronderzoek blijkt dat het bodemprofiel verstoord is tot een diepte variërend van 40-155 cm (sterk zandige klei of zwak siltig zand met kleibrokken). In een aantal boringen is daaronder een slootvulling gezien. Waarschijnlijk betreft dit de historische wetering. Onder verstoord pakket/slootvulling bevindt zich matig fijn, zwak siltig dekzand, waarin sprake is van een erosieve grens met de bovenliggende lagen. Hierin is geen bodemvorming waargenomen. Er zijn geen archeologische indicatoren opgeboord. Nader onderzoek wordt niet geadviseerd.
2.4 HISTORIE
Noordbroek is waarschijnlijk gesticht in de eerste helft van de 12e eeuw (onder de naam ‘Broek’). Dit toponiem heeft de betekenis van ‘natte plaats’, of ‘drassige plaats’. Het dorp breidt zich in zuidelijke richting uit en rond de eerste helft van de 13e eeuw splitst Broek in Noordbroek en Zuidbroek. De Noorderstraat is deels ontstaan als ‘zijthwendige’ dijk. Deze dijk is waarschijnlijk voor 1542 aangelegd (Vermue, 2012, 61). De dijk volgde niet het huidige tracé van de Eideweg, maar liep min of meer in het verlengde van de Noorderstraat in noord - noordwestelijke richting.
14