05. Bijlage 3 Monitor integriteit en veiligheid 2020
Tekst van het document
Als andere verklaring voor de recente stijging wijzen met name waterschappen en provincies op de boerenprotesten tijdens de stikstofcrisis. De trend van toenemende agressie maakt duidelijk dat een agressieve bejegening door burgers voor steeds meer politieke ambtsdragers een gegeven is geworden. Een gevolg hiervan kan zijn dat agressie en geweld meer en meer beschouwd wordt als iets ‘dat nu eenmaal bij de functie hoort’.
Ervaringen met agressie en geweld zijn van invloed op persoonlijk en organisatieniveau Incidenten van agressie en geweld kunnen van invloed zijn op het persoonlijk leven van politieke ambtsdragers en de manier waarop ze hun werk kunnen doen. Zo neemt het werkplezier af en politieke ambtsdragers worden voorzichtiger in hun omgang met burgers en ondernemers. Politieke ambtsdragers ervaren dat het risico van agressie en geweld de besluitvorming soms kan beïnvloeden. Een beperkt deel van politieke ambtsdragers heeft vanwege de agressie van burgers weleens overwogen te stoppen met het ambt dat ze vervullen. Reflectie Hoewel er in veel organisaties wel een cultuur bestaat waarbij incidenten bespreekbaar zijn te maken, blijkt dat in de praktijk niet altijd te gebeuren. Politieke ambtsdragers proberen het zelf op te lossen en/of menen dat de incidenten bij het vak horen. Verder vormt de twijfel of het incident wel ernstig genoeg is, een barrière om het te melden of te bespreken. Niet alle politieke
Monitor Integriteit en Veiligheid 2020
83 van 97
ambtsdragers zijn even weerbaar en in staat om met incidenten van agressie en geweld om te gaan. Zo wordt de emotionele impact van een incident nog wel eens onderschat. Handvatten om met verschillende vormen van (verbale) agressie en geweld om te gaan en met de emotionele impact te dealen, zijn belangrijk maar niet overal beschikbaar. Behalve aandacht voor degenen die met agressie en geweld worden geconfronteerd, is het ook van belang waakzaam te zijn in relatie tot de gevolgen op organisatorisch niveau. Het komt voor, zo blijkt uit dit onderzoek, dat politieke ambtsdragers vanwege persoonlijke ervaringen met agressie en geweld zich voorzichtiger gaan gedragen of zich op andere manieren laten beïnvloeden. Hiermee is er mogelijk sprake van een onwenselijke beïnvloeding van de wijze waarop besluiten tot stand komen. Een ander gevaar van de toenemende agressie is dat het ambt van bestuurder of volksvertegenwoordiger in het decentraal bestuur minder aantrekkelijk wordt.
Veiligheidsbeleid doorgaans gericht op zwaardere incidenten en er is niet altijd specifieke aandacht voor politieke ambtsdragers Gemeenten, provincies en waterschappen besteden op verschillende manieren aandacht aan de omgang met agressie en geweld tegen politieke ambtsdragers. Het beleid is in het algemeen met name gericht op het voorkomen, registreren en opvolgen van (zwaardere) incidenten. Dat onderdeel van de aanpak is bij het merendeel van de organisaties goed geregeld. De meeste organisaties hebben een agressieprotocol of huisregels voor de omgang met burgers en een meldingsprocedures wanneer men wordt belaagd of bedreigd. Ook de nazorg bij incidenten functioneert naar tevredenheid van degenen die er gebruik van maken. Er is veel minder beleidsmatig aandacht voor de omgang met de lichtere vormen van agressie en geweld zoals de toenemende verbale agressie. Veelal is er geen duidelijke norm vastgelegd op basis waarvan politieke ambtsdragers weten waar de grenzen liggen en wanneer zij moeten optreden. Slechts een beperkt deel van de organisaties geeft trainingen gericht op weerbaarheid en de omgang met verbale agressie via sociale media. In organisaties waar zelden (ernstige) incidenten zijn, heeft de aanpak van agressie en geweld weinig prioriteit.
Provincies, gemeenten en waterschappen hebben er moeite mee om het onderwerp agressie en geweld structureel op de agenda te houden. Bij de installatie van nieuwe politieke ambtsdragers kort na de verkiezingen is het doorgaans onderdeel van het introductieprogramma, maar daarna zakt de belangstelling weg, zeker wanneer er maar weinig (zware) incidenten zijn. Daarbij is er relatief weinig beleidsmatige aandacht voor de veiligheid voor volksvertegenwoordigers in vergelijking met dagelijks bestuurders. Reflectie Uit het onderzoek blijkt dat organisaties in het decentraal bestuur in beperkte mate inspelen op de trend dat steeds meer politieke ambtsdragers te maken hebben met verbale agressie vooral via sociale media. Een deel van de agressieve uitingen is duidelijk grensoverschrijdend, maar veel andere bevinden zich in een grijs gebied. We zien een worsteling van organisaties in het decentraal bestuur hoe zij het beste met dit ‘grijze gebied’ kunnen omgaan. Waar de ene organisatie kiest voor het proactief uitdragen van een acceptatienorm en het belang van melding en registratie benadrukt, laten andere organisaties de reactie op een incident afhangen van de persoonlijke tolerantiegrens van politieke ambtsdragers. Het loslaten van een centrale norm draagt als risico in zich dat dit kan leiden tot normvervaging.
Bepaalde vormen van agressie worden dan, nog meer dan nu al het geval is, beschouwd als iets dat ‘er nu eenmaal bij hoort’. Het dalende percentage aangiften van zowel ernstige als minder ernstige incidenten zou hier al op kunnen wijzen.
Monitor Integriteit en Veiligheid 2020
84 van 97
Verder zien we dat organisaties verschillend reageren op concrete uitingen van verbale agressie via sociale media. Er zijn organisaties die een duidelijke grens stellen en burgers aanspreken wanneer deze wordt overschreden. Er zijn daarentegen ook terughoudende reacties. Een formele reactie vanuit de organisatie kan in bepaalde gevallen de onvrede of frustratie verder ‘voeden’. Ook is er soms begrip voor de moeilijke situatie waarin burgers zich bevinden. Men begrijpt dat burgers uit frustratie dingen kunnen zeggen die los van de context als agressief of intimiderend worden ervaren.
Een klein deel van incidenten leidt tot registratie of aangifte Hoewel de meeste politieke ambtsdragers incidenten wel bespreken met anderen, zijn deze in de meeste gevallen niet ernstig genoeg om aangifte van te doen en ook wordt slechts een beperkt deel geregistreerd door de eigen organisatie. Aangifte of registratie gebeurt doorgaans alleen bij ernstige incidenten van bijvoorbeeld fysiek geweld of bedreiging. De registraties bieden daardoor, voor zover ze al bijgehouden worden, geen dekkend overzicht van de aard en omvang van agressie en geweld tegenover politieke ambtsdragers. Dit geldt met name voor de toenemende stroom van verbale agressie via sociale media. In de afgelopen jaren is er een dalende trend van het percentage incidenten waarvan aangifte wordt gedaan. De achtergrond hiervan is dat in veel gevallen geen sprake is van een duidelijk strafbaar feit. Dat geldt zeker voor de minder ernstige incidenten. De daling van het percentage aangiften is echter niet alleen zichtbaar bij minder ernstige incidenten, maar ook bij incidenten die door betrokkenen als ernstig worden ervaren is het percentages aangiftes dalende. Reflectie Wanneer de registratie van incidenten zich beperkt tot de ernstige gevallen, bestaat het risico dat organisaties geen goed zicht hebben op de aard en omvang van agressie en geweld tegenover politieke ambtsdragers.
Met name de toenemende stroom van verbale agressie via sociale media blijft dan buiten beeld. Een geheel dekkende registratie bijhouden is voor veel organisaties niet doenlijk en waarschijnlijk ook niet nodig. Wel is het van belang om de incidenten zoveel mogelijk te blijven bespreken en op basis van een analyse van de incidenten het veiligheidsbeleid bij te sturen. De daling van het percentage aangiften bij zowel ernstige als minder ernstige gevallen kan mogelijk duiden op een verschuiving van de norm van wat acceptabel is. De grens tussen acceptabel en niet-acceptabel gedrag is voor een belangrijk deel persoonsafhankelijk, maar er zijn wel degelijk enkele gemeenschappelijke opvattingen over een tolerantiegrens. Dit is het geval als burgers zich bij herhaling agressief en/of bedreigend uiten, als zij zich richten tot de naaste omgeving van de ambtsdragers of als ambtsdragers in sterke mate worden aangetast in hun gevoel van veiligheid.
Monitor Integriteit en Veiligheid 2020
85 van 97
6.2
Integriteit
Integriteitsbeleid staat Het integriteitsbeleid staat goed binnen de organisaties in het decentraal bestuur. De uitkomsten geven geen aanleiding te veronderstellen dat de integriteit van het decentraal bestuur achteruitgaat. Enkele gemeenten en provincies hebben een zogeheten ‘integriteitscommissie’ ingesteld in aanvulling op bestaande procedures en afspraken. Hierin wordt in overstijgende zin over integriteit en integriteitsdilemma’s gesproken met als doel structurele aandacht voor het integriteitsbeleid. Er is in vergelijking met vier jaar geleden in de perceptie van politieke ambtsdragers geen stijging, maar ook geen daling te zien in het aantal waargenomen niet integere gedragingen. Een betrouwbaar en meer op feiten gebaseerd landelijk beeld is echter niet te geven, omdat niet alle organisaties in het decentraal bestuur een systematische en volledige registratie van het aantal incidenten bijhouden. Nut en noodzaak van systematische registratie van integriteitsincidenten wordt slechts in beperkte mate gezien door de organisaties in het decentraal bestuur.
Reflectie Wij zien in de onderzoeksresultaten dat de inspanningen vanuit het ministerie van BZK en de verschillende koepelorganisaties (VNG, IPO en UvW), samen met de aandacht voor de integriteit van het openbaar bestuur, vruchten afwerpen: de aandacht voor integriteit en integriteitsbeleid is aanwezig binnen het decentraal bestuur. Wij zien ook dat de aandacht niet altijd structureel is. Het genoemde voorbeeld van de integriteitscommissies zou wellicht een oplossing kunnen bieden voor het op de agenda houden van het onderwerp integriteit. De ervaring van de gemeente en provincies die een dergelijke commissie hebben ingesteld, is in ieder geval positief. Wat achterblijft, is de systematische registratie van integriteitsincidenten. Om aard en omvang van integriteitsincidenten meer feitelijk in beeld te krijgen, is een dergelijke registratie nodig. Voor organisaties in het decentraal bestuur ligt daar echter niet de focus: als de juiste personen op de hoogte zijn van de (mogelijke) schending om deze af te handelen, is dat voor hen voldoende.
Er is aandacht voor integriteitsrisico’s bij bestuurders Volgens zeven op de tien politieke ambtsdragers staat bestuurlijke integriteit minstens eens per jaar op de agenda, maar uit de interviews blijkt dat de aandacht voornamelijk geconcentreerd is rondom de verkiezingen. In bijna alle organisaties is het gebruikelijk om bij kandidaatbestuurders een integriteitstoets of risicoanalyse uit te voeren om mogelijke integriteitsrisico’s te bespreken en te beperken. Bij kandidaat-volksvertegenwoordigers is dit vanuit de organisaties minder het geval. Reflectie De aandacht voor integriteitsrisico’s bij bestuurders is onzes inziens positief. Bestuurders liggen onder een vergrootglas en hen bewust maken van de – bijna inherente – risico’s die zij kunnen lopen, draagt bij aan een integer openbaar bestuur. Het past ook bij zowel de landelijke als regionale wens om bestuurders te onderwerpen aan een integriteitstoets en de aandacht die daarvoor is geweest, onder andere door de ‘Handreiking integriteitstoetsing kandidaten voor
Monitor Integriteit en Veiligheid 2020
86 van 97
decentrale politieke partijen’ en de ‘Handleiding bassiscan integriteit voor kandidaatbestuurders’. Dat er vanuit organisaties nog weinig afspraken zijn gemaakt over het bespreken van mogelijke integriteitsrisico’s en het beperken daarvan bij kandidaatvolksvertegenwoordigers is wat ons betreft niet vreemd. De verantwoordelijkheid en uitvoering daarvan ligt blijkens dit onderzoek en andere onderzoeken bij de politieke partijen.
Verschil tussen dagelijks bestuur en algemeen bestuur in bespreekbaar maken integriteit Uit het onderzoek blijkt dat de wijze waarop integriteit bespreekbaar wordt gemaakt, kan verschillen tussen het algemeen en het dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur komt frequenter bijeen dan het algemeen bestuur. Verder is er binnen het dagelijks bestuur doorgaans sprake van een meer harmonieuze samenwerkingsrelatie, waardoor het gemakkelijker kan zijn om integriteitskwesties op collegiale wijze met elkaar te delen. Binnen het algemeen bestuur is dit doorgaans lastiger, zeker wanneer coalitie en oppositie fel tegenover elkaar staan en (vermeende) integriteitskwesties onderdeel kunnen vormen van het politieke spel. Reflectie Het verschil tussen dagelijks en algemeen bestuur in het bespreekbaar maken van integriteit onderschrijft in onze ogen het belang om het integriteitsbeleid af te stemmen op de (formele) positie van politieke ambtsdragers in het decentraal bestuur en de lokale politieke verhoudingen. Als er sprake is van een conflictueuze situatie kan het begrip ‘integriteit’ onderdeel worden van het politieke spel, waarbij er wellicht gemakkelijk of ten onrechte gekeken en geoordeeld wordt in termen van integriteit (het zogenaamde ‘integritisme’).60 Dit brengt het risico met zich mee dat de gehele organisatie in een kwaad daglicht komt te staan.
In een dergelijke situatie is het van groot belang om te werken aan een gezonde politieke cultuur waarin op een transparante wijze over integriteit kan worden gesproken. De voorzitter kan gelet op zijn wettelijke taak om de bestuurlijke integriteit te bevorderen hierin nadrukkelijk een rol vervullen.
Politieke ambtsdragers positief over moreel besef bij collega’s Twee derde van de politieke ambtsdragers is van mening dat hun collega-ambtsdragers bewust omgaan met integriteit en dit laten meewegen in hun handelen. Het onderzoek laat daarnaast zien dat politieke ambtsdragers doorgaans voorzichtig zijn en niet deelnemen aan stemmingen of beraadslaging over kwesties waarin zij een persoonlijk belang kunnen hebben. De onduidelijkheid over de regelgeving op dit gebied speelt daarin mee, evenals de angst om in diskrediet gebracht te worden door de media of door andere politieke ambtsdragers als er wel gestemd zou worden. De politieke ambtsdragers lijken zich bewust van het – vanwege hun maatschappelijke betrokkenheid vaak inherente – risico, van mogelijke vermenging van persoonlijke belangen met het algemene belang dat zij als politieke ambtsdragers behoren te dienen. Uit het onderzoek blijkt dat politieke ambtsdragers hun twijfel bespreekbaar maken met de voorzitter en de griffie(r).
60
Huberts, L.W.J.C. (2005) Integriteit en Integritisme in Bestuur en Samenleving. Wie de schoen past…. . Onderzoeksgroep Integriteit van Bestuur, Vrije Universiteit Amsterdam.
Monitor Integriteit en Veiligheid 2020
87 van 97
Reflectie Wij zien dat de terughoudendheid bij politieke ambtsdragers met name speelt binnen gemeenten. Deze uitkomst is op zich niet vreemd, aangezien de afstand tot de burger binnen gemeenten kleiner is, de raadsleden in de gemeente wonen en vaak maatschappelijk actief zijn binnen hun gemeente. De voorzichtige benadering laat zien dat politieke ambtsdragers zich bewust zijn van de risico’s, maar draagt wel het risico in zich dat een raadslid wellicht te snel ervoor kiest zijn democratisch gelegitimeerde stem niet uit te brengen. Wellicht kan het conceptwetsvoorstel ‘bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur’ enige duidelijkheid creëren door de aanpassing van de redactie van artikel 28 Gemeentewet. Wanneer iemand echter een persoonlijk belang heeft, zal per casus bepaald moeten worden. Het is daarom – in onze ogen – goed dat politieke ambtsdragers hun twijfel bespreekbaar maken en transparant zijn over hun belangen.
Integriteitstrainingen succesfactor voor bewustwording politieke ambtsdragers Uit het onderzoek blijkt dat (dilemma)trainingen over integriteit als succesfactor worden gezien voor bewustwording bij politieke ambtsdragers. Het bespreekbaar maken van dilemma’s in trainingen of workshops helpt bij de (gezamenlijke) bewustwording van integriteit en verlaagt de drempel om over integriteit te spreken volgens de gesprekspartners. Dergelijke trainingen kunnen het zogenaamde ‘grijze’ gebied bespreekbaar maken en daarmee integriteitsincidenten voorkomen, omdat politieke ambtsdragers beter zicht krijgen op wat wel en niet integer gedrag is. Verder komt uit het onderzoek naar voren dat integriteits- of dilemmatrainingen in een deel van de organisaties niet periodiek plaatsvinden. Ook is door de gesprekspartners genoemd dat er weerstand kan zijn onder politieke ambtsdragers om deel te nemen aan een integriteitstraining. Politieke ambtsdragers vinden zichzelf integer en zien het belang van een training niet in. Een aantal organisaties brengt het begrip integriteit terug tot gedragskwesties om de bewustwording te vergroten en de weerstand te verminderen. Reflectie In de praktijk doen zich gevallen voor waarin op voorhand niet duidelijk is wat de juiste manier van handelen is op basis van wet- en regelgeving.
Vanwege de complexiteit van integriteitskwesties volstaat het in onze ogen daarom ook niet om integriteit alleen op een beleidsmatige of theoretische manier te benaderen. Het bespreekbaar maken van de dilemma’s in trainingen is daarom een goede manier om daaraan tegemoet te komen. Dat organisaties het als een succesfactor ervaren is daarmee een positieve bevinding. Naast het bespreekbaar maken van dilemma’s kan aandacht besteed worden aan de afbakening van het begrip integriteit om te voorkomen dat er te gemakkelijk geoordeeld wordt in termen van integriteit (zie het hiervoor aangehaalde begrip ‘integritisme’).
Monitor Integriteit en Veiligheid 2020
88 van 97
6.3
Slotbeschouwing
Dit onderzoek heeft onder meer duidelijk gemaakt dat de thema’s integriteit en veiligheid met elkaar verwant zijn, maar onderling ook verschillen. Ze hebben met elkaar gemeen dat beide betrekking hebben op potentiële bedreigingen voor een goed functionerend decentraal bestuur. Zowel niet-integer gedrag als (de dreiging van) agressie of geweld kunnen van invloed zijn op de wijze waarop besluiten worden genomen. Wanneer er veel incidenten zijn, bestaat verder het risico dat het ambt van politieke ambtsdrager minder aantrekkelijk wordt voor zowel huidige bestuurders en volksvertegenwoordigers als voor nieuwkomers. Beide dreigingen vragen weerbaarheid van de organisaties in het decentraal bestuur en de politieke ambtsdragers die daar een functie vervullen. Hoewel de omvang en impact vanuit dit onderzoek vooralsnog beperkt lijkt, geldt dat ook voor het fenomeen desinformatie. De aanpak van decentrale overheden van deze potentiële bedreigingen van het democratisch bestuur is nogal verschillend. We zien bij het integriteitsbeleid bijvoorbeeld expliciete aandacht voor de specifieke positie van zowel dagelijks bestuurders als volksvertegenwoordigers. Bij de aanpak van agressie en geweld blijft de beleidsmatige aandacht voor volksvertegenwoordigers wat achter.
Een ander verschil is dat het integriteitsbeleid veel meer op structurele basis aandacht krijgt van de gemeenten, provincies en waterschappen. De aandacht voor agressie en geweld is in sterkere mate incidentgerelateerd en dus minder structureel van aard. Met name de aanpak van agressie en geweld tegen politieke ambtsdragers lijkt een nieuwe impuls te kunnen gebruiken. Zowel inhoudelijk om de actuele uitdagingen aan te kunnen, maar ook om het thema structureel op de agenda te houden van gemeenten, provincies en waterschappen. Het is dan ook een positieve ontwikkeling dat een aantal organisaties het thema agressie en geweld heeft ondergebracht bij het integriteitsbeleid. Omdat het integriteitsbeleid minder wordt bepaald door incidenten is hiermee een meer structurele aandacht voor agressie en geweld beter geborgd. Wellicht dat het Netwerk Weerbaar Bestuur hierin richting het decentraal bestuur een verdere stimulerende en faciliterende rol kan vervullen.
Monitor Integriteit en Veiligheid 2020
89 van 97
Bijlage
Monitor Integriteit en Veiligheid 2020
90 van 97
Bijlage 1. Onderzoeksverantwoording Doelgroepen De Monitor Integriteit en Veiligheid richt zich op twee doelgroepen: 1 Politieke ambtsdragers in het decentraal bestuur Dat zijn bestuurders en volksvertegenwoordigers bij gemeente, provincies en waterschappen: • Gemeenten: burgemeesters, wethouders, raadsleden; • Provincies: commissarissen van de Koning, gedeputeerden, statenleden; • Waterschappen: dijkgraaf, leden dagelijks bestuur en leden algemeen bestuur. 2 Organisaties in het decentraal bestuur Specifiek gaat het om functionarissen die ambtelijk verantwoordelijk zijn voor het beleid gericht op veiligheid en integriteit. • Hiervoor zijn de volgende functiegroepen benaderd: griffiers en secretarissen bij provincies en gemeenten en secretarissen-directeur bij de waterschappen. Uit bovenstaande volgt dat de sector Rijk en groep ‘overheidsmedewerkers’ geen deel uitmaken van het onderzoek.
Uitvoering onderzoek Het onderzoek richtte zich op gemeenten, provincies en waterschappen (het decentraal bestuur) en bestond uit de volgende onderdelen: 1 Een enquête onder politieke ambtsdragers, gericht op hun persoonlijke ervaring met agressie en geweld en het integriteitsbewustzijn; 2 Een enquête onder secretarissen en griffiers over het beleid om agressie en geweld te voorkomen en tegen te gaan, en de integriteit binnen de organisatie te bevorderen; 3 Interviews met 36 organisaties in het decentraal bestuur om de bevindingen uit de enquête te toetsen en praktijkervaringen op te halen. Op elk deelonderzoek wordt hieronder ingegaan.
Deel 1 Enquête onder politieke ambtsdragers Vragenlijst De enquête onder politieke ambtsdragers is gebaseerd op de vragenlijsten van de monitor Agressie en Geweld van 2018 en de Monitor Integriteit Openbaar Bestuur van 2016. Het uitgangspunt was om de vragen op dezelfde manier aan de orde te stellen, waardoor een goede vergelijking met de voorgaande metingen zoveel mogelijk is gewaarborgd. Op een aantal punten zijn in overleg met de begeleidingscommissie wijzigingen doorgevoerd. Dit betreft onder meer een verduidelijking van de begrippen ‘burgers’ en ‘organisatie’ in de enquête, enkele aanpassingen in de routing zodat een logischer volgorde van vragen ontstond en het updaten van de lijst met contactpersonen en organisaties. Verder zijn vragenblokken over intern ongewenst gedrag en desinformatie toegevoegd. De vragen over intern ongewenst gedrag zijn gesteld, nadat alle vragen over extern ongewenst gedrag waren beantwoord, om verwarring bij de respondent te voorkomen.
Monitor Integriteit en Veiligheid 2020
91 van 97
Steekproef en veldwerk Voor het benaderen van de doelgroepen is samengewerkt met het bureau ‘Overheid in Nederland’. Het onderzoek is vooraf door het ministerie van BZK per brief aangekondigd bij elke organisatie. Daarnaast heeft het Nederlands Genootschap van Burgemeesters (NGB) een aankondiging per mail naar alle burgemeesters gestuurd, mede vanwege samenloop met een WODC-onderzoek naar bedreigingen en intimidaties tegen burgemeesters, waarvan I&O Research eveneens uitvoerder was. De online vragenlijst voor de politieke ambtsdragers is per bestuurslaag op dezelfde wijze uitgezet. Medio februari ontvingen alle politieke ambtsdragers bij gemeenten, provincies en waterschappen een e-mail met het verzoek om deel te nemen aan de vragenlijst. Elke vragenlijst was gekoppeld aan een unieke inlogcode, zodat iedere respondent deze maximaal één keer kon invullen. Na anderhalve week kregen degenen die de vragenlijst nog niet hadden ingevuld een herinneringsmail. Na drie weken is een tweede herinneringsmail gestuurd. Tevens is een deel van de politieke ambtsdragers van wie het telefoonnummer bekend was persoonlijk nagebeld. Indien zij niet wilden meedoen, is gevraagd om hun medewerking aan een kort, telefonisch nonresponsonderzoek. De enquête voor politieke ambtsdragers is afgesloten op 31 maart 2020.
Respons In totaal zijn ruim tienduizend politieke ambtsdragers bij gemeenten benaderd en hebben er 2.673 deelgenomen aan het onderzoek, een respons van 26 procent (zie tabel 1). Bij de provincies hebben 176 van de 619 deelnemers de vragenlijst ingevuld (28%). Bij de waterschappen ligt de respons op 211 deelnemers (35%). De totale respons bedraagt 27 procent (2018: 29%). Tabel 1– Respons naar bestuurslaag en functiegroep Absolute aantallen en percentages
Bestuurslaag
Benaderd
Deelgenomen
Respons
12 63 544 619
5 19 152 176
42% 30% 28% 28%
20 93 496 609
8 38 165 211
40% 41% 33% 35%
Burgemeester Wethouder Raadslid Subtotaal
355 1.320 8.493 10.168
161 365 2.147 2.673
45% 28% 25% 26%
Totaal
11.396
3.060
27%
Provincie Commissaris van de Koning Gedeputeerde Statenlid Subtotaal Waterschap Dijkgraaf/Watergraaf* Lid DB Lid AB Subtotaal Gemeente
* Dijkgraaf Friesland niet benaderd vanwege bestuurswisseling.
Monitor Integriteit en Veiligheid 2020
92 van 97
Elke invuller is meegenomen die tot en met vraag 6 (slachtofferschap van agressie en geweld) is gekomen. In totaal hebben 2.889 ambtsdragers de vragenlijst volledig ingevuld, circa 94 procent van de totale respons. Bij elke tabel is aangegeven wat de percentagebasis en het aantal respondenten is.
Weging Om betrouwbare uitspraken te kunnen doen over de totale groep politieke ambtsdragers, is er een weging toegepast naar bestuurslaag. Voor gemeenten is tevens een weging uitgevoerd naar functiegroep (tabel 2). Ook in eerdere edities van de Monitor is de weging op deze wijze uitgevoerd. Tabel 2– Respons belevingsvragenlijst naar bestuurslaag en functiegroep Verdeling naar bestuurslaag/functiegroep in respons en populatie
Verdeling
Verdeling
populatie
respons
Wegingsfactoren
Burgemeester
3%
5%
0,59
Wethouder
12%
12%
0,97
Raadslid
75%
70%
1,06
Provincie
5%
6%
0,94
Waterschap
5%
7%
0,78
Totaal
100%
100%
Analyse Waar mogelijk worden de resultaten vergeleken met de eerdere metingen. De vergelijkingen worden gemaakt om de ontwikkeling in de tijd te kunnen volgen. • De antwoordcategorieën ‘weet niet/n.v.t.’ zijn (mits aangegeven) buiten de analyse gehouden. • Indien de percentages niet optellen tot 100 procent, is dit (tenzij anders aangegeven) het gevolg van afrondingsverschillen.
Non-responsonderzoek De politieke ambtsdragers die niet wilden deelnemen aan de online vragenlijst is gevraagd om telefonisch een korte vraag te beantwoorden: ‘Heeft u zelf of uw familie/vrienden de afgelopen twaalf maanden uit hoofde van uw functie te maken gehad met bedreiging, intimidatie, verbale of fysieke agressie door burgers?’ • Ja, één keer • Ja, meerdere keren • Nee, geen enkele keer In totaal hebben 102 politieke ambtsdragers meegedaan aan het telefonische nonresponsonderzoek. Uit dit non-responsonderzoek blijkt dat 14 procent van hen een of meerdere keren met agressie en geweld te maken heeft gehad. Dit cijfer is lager dan in het hoofdonderzoek. In 2018 was een vergelijkbaar verschil ten opzichte van de respons te zien. Een verklaring kan zijn dat slachtoffers eerder geneigd zijn een enquête over dit onderwerp in te vullen, maar het is ook niet uit te sluiten dat de lagere uitkomst in het non-responsonderzoek het gevolg is van de andere bevragingsmethode (telefonisch in plaats van online). Aan de
Monitor Integriteit en Veiligheid 2020
93 van 97
uitkomsten van het non-responsonderzoek zijn dan ook geen vergaande conclusies te verbinden. Wel is duidelijk dat er geen sterke selectiviteit is geweest in de zin dat onevenredig veel slachtoffers van agressie en geweld de vragenlijst van het hoofdonderzoek hebben ingevuld. Omdat het non-responsonderzoek hetzelfde verschil laat zien als in 2018 is er een grote mate van zekerheid omtrent de geconstateerde trends in slachtofferschap.
Deel 2 Enquête onder griffiers en secretarissen Vragenlijst De vragenlijst bestond uit de volgende onderdelen: A. Algemene vragen B. Aanpak en beleid t.a.v. agressie en geweld - Beleid t.a.v. dagelijks bestuurders - Beleid t.a.v. volksvertegenwoordigers C. Integriteitsbeleid - Integriteitsbeleid t.a.v. dagelijks bestuurders - Integriteitsbeleid t.a.v. volksvertegenwoordigers D. Afsluiting Na het invullen van blok A volgde een overzichtsscherm, waarin bleek welke onderdelen van de vragenlijst ingevuld moesten worden en door welke functionaris. Daarbij werd aangegeven dat het voor de hand lag dat de vragen over het beleid voor dagelijks bestuurders werden ingevuld door de secretaris of een nader te bepalen functionaris vanuit de ambtelijke organisatie. Het invullen van de vragenblokken over volksvertegenwoordigers bij gemeenten en provincies lag eerder op het pad van de griffie. Niettemin was het aan de organisatie zelf om te bepalen welk deel van de vragenlijst door wie werd ingevuld. De vragenlijst was modulair opgebouwd. Bij elk vragenblok had de invuller de mogelijkheid om de betreffende vragen over te slaan. Ook was het mogelijk om tussentijds te stoppen met de vragenlijst en op een later moment verder te gaan.
Indien hetzelfde vragenblok door meerdere invullers was ingevuld (omdat zij gebruikmaakten van hun eigen link), zijn de antwoorden vergeleken en waar nodig ontdubbeld. Daarbij zijn de volgende criteria gehanteerd: • Functie invuller in relatie tot beleidsterrein; • Ervaring van invuller (aantal jaar in functie); • Aantal keer dat ‘weet niet’ of ‘geen antwoord’ is ingevuld; • Invulduur; • Plausibiliteit van antwoord. Indien beide invullers van mening verschilden of een bepaald onderdeel van het beleid aanwezig was, is gekozen voor het antwoord ‘ja’. Waar mogelijk zijn (open) antwoorden gecombineerd tot ‘Anders, namelijk’. In totaal hadden 30 gemeenten en 4 provincies de vragenlijst (op onderdelen) dubbel ingevuld.
Monitor Integriteit en Veiligheid 2020
94 van 97
Steekproef en veldwerk De selectie en benadering van griffiers en secretarissen heeft op dezelfde manier plaatsgevonden als van politieke ambtsdragers, met dien verstande dat het onderzoek een week later is gestart en afgerond. Een ander verschil is dat in plaats van een non-responsonderzoek is ingezet op het telefonisch motiveren van deze doelgroep om de vragenlijst in te vullen. Zowel de griffier als secretaris61 van elke organisatie is persoonlijk per e-mail benaderd om de vragenlijst in te vullen. In de uitnodigingsmail stond vermeld dat de collega-griffier of secretaris eveneens was benaderd. Indien gewenst konden zij de vragenlijst samen invullen of ieder afzonderlijk hun deel van de vragenlijst invullen.
Respons De vragenlijst over het organisatiebeleid is – na het ontdubbelen – ingevuld door 194 gemeenten, 11 provincies en 12 waterschappen, een overall respons van 56 procent (tabel 3).62 De respons van gemeenten is vergelijkbaar met eerdere jaren. Bij provincies en waterschappen zijn er wat meer fluctuaties in de tijd vanwege de lagere aantallen. Gelet op het beperkte aantal (deelnemende) provincies en waterschappen zijn uitspraken over deze bestuurslagen indicatief. Er is geen weging toegepast op de uitkomsten van de organisatievragenlijst. Tabel 3 – Respons organisatievragenlijst naar bestuurslaag Bestuurslaag
Benaderd
Deelgenomen
Respons
Gemeenten Provincies Waterschappen Totaal
355 12 21 388
194 11 12 217
55% 92% 57% 56%
Deel 3 Verdiepende interviews In aansluiting op het kwantitatieve onderzoek is een verdiepend onderzoek uitgevoerd onder 36 organisaties in het decentraal bestuur (zie tabel 4), met voldoende spreiding naar organisatiegrootte en regio. Dit onderzoek bestond uit een analyse van beleidsdocumenten en een of meer interviews met de ambtelijke trekkers van het beleid ten aanzien van politieke ambtsdragers. Tabel 4 – Respons verdiepingsonderzoek naar bestuurslaag Aantal organisaties
Bestuurslaag
Afgerond
Doel
Gemeenten Provincies Waterschappen Totaal
24 5 7 36
20 4 8 32
61 62
In het geval van waterschappen zijn alleen de secretarissen-directeur benaderd. Hierbij zijn alle enquêtes meegenomen waarbij blok A (algemene vragen) is beantwoord.
Monitor Integriteit en Veiligheid 2020
95 van 97
Er is gesproken met 54 ambtenaren, onder wie (gemeente)secretarissen, griffiers, coördinatoren integriteit of weerbaarheid en HR-adviseurs (tabel 5). Tabel 5 – Samenstelling respons verdiepingsonderzoek naar functiegroepen Aantal geïnterviewde personen
Bestuurslaag Gemeente Provincie Waterschap Totaal
Secretaris / directeur 6 4 10
Griffier 12 1 1 14
Monitor Integriteit en Veiligheid 2020
Cor. A&G (weerb.) 6 1 7
Cor. integriteit 5 4 1 10
HR-/ arboadviseur 5 1 1 7
Overig
Totaal
2 1 3 6
36 8 10 54
96 van 97
I&O Research Enschede Zuiderval 70 Postbus 563 7500 AN Enschede T (053) 200 52 00 E info@ioresearch.nl KvK-nummer 08198802
I&O Research Amsterdam Piet Heinkade 55 1019 GM Amsterdam T (020) 308 48 00 E info@ioresearch.nl
Monitor Integriteit en Veiligheid 2020
www.ioresearch.nl
97 van 97