05. Bijlage 3. Bijlagen bij motivering van het wijzigingsbesluit Sappemeer, Middenstraat
Tekst van het document
Boringen
Boringen met peilbuis
Analyses grond
Analyses grondwater
Middenstraat 27a
12 x 0,5 m-mv
1 tot 1,5m-gws
2 x standaardpakket grond (bovengrond)
6.600 m
3 x 2,5 m-mv
1 x standaardpakket grondwater
2
2 x standaardpakket grond (ondergrond) 1 x PFAS
3 x raai
3 x raai van 3 boringen tot onderzijde demping
standaardpakket grond: standaardpakket grondwater:
-
3 x standaard pakket
-
zware metalen (9), minerale olie, PAK (10 VROM) en PCB (7, som) zware metalen (9), minerale olie, vluchtige aromaten, gechloreerde koolwaterstoffen
Door de opdrachtgever is gevraagd of gebruik kon worden gemaakt van biologisch afbreekbare materialen. Vanwege de levertijden van dit materiaal in combinatie met een spoedige afronding van het project vanwege de voorgenomen eigendomsoverdracht is gebruik gemaakt van standaard peilbuismateriaal (HDPE).
3.3
Bodemopbouw Bij het verrichten van de boringen en het beschrijven van het opgeboorde materiaal is de bodem beoordeeld op kleur, textuur en zintuiglijk waarneembare verontreinigingen. De bodemopbouw is per boring omschreven conform NEN 5104.
projectnummer 24300204 22 maart 2024 pagina 6 van 11
3.3.1
Bodemopbouw De globale bodemopbouw van de onderzoekslocatie is afgeleid aan de hand van de uitgevoerde boringen. Uit de boorprofielen blijkt er sprake is van een zandige bodem. Tot een diepte van circa 1,2 m-mv is er sprake van matig fijn zand met resten veen tot een matig humeuze bovengrond. Plaatselijk is op een diepte van circa 1,0 m-mv nog een veenhoudende laag aangetroffen, variërend in dikte van circa 25 tot 35 cm. Vanaf een diepte van circa 1,2 m-mv bestaat de ondergrond uit zeer fijn zand tot de maximale boordiepte van 3,0 m-mv.
3.3.2
Zintuiglijke waarnemingen Tijdens de uitvoering van het onderzoek zijn in het opgeboorde materiaal zintuiglijke waarnemingen geen aanwijzingen op de aanwezigheid van enige vormen van bodemverontreiniging. De in de opgeboorde grond waargenomen bijzonderheden zijn in tabel 3.2 weergegeven. Tabel 3.2 Overzicht zintuiglijke waarnemingen Boring
Traject (m -mv)
Waargenomen bijzonderheden
09
0,65 - 0,75
resten sintels
D4
0,30 - 0,85
sporen baksteen
D6
0,35 - 0,85
sporen baksteen
D7
0,20 - 0,75
resten grind, matig boomwortels
D8
0,20 - 0,75
resten grind, matig boomwortels
D9
0,20 - 0,75
resten grind, matig boomwortels
Ter hoogte van de gedempte kavelsloten/ watergangen zijn in de boven- en ondergrond bijmengingen aan bodemvreemd materiaal waargenomen. Ter plaatse van de boringen D4 en D6 zijn binnen het bodemtraject van 0,30,85 m-mv sporen aan bakstenen waargenomen. De aangetroffen bijmenging aan bakstenen wordt volgens de NEN 5725 niet aangemerkt als asbestverdacht. Het soort baksteen is beoordeeld als resten (gebakken) stenen en niet als aangemengd bouw- of metselwerk-puin. Het betreft eenduidig materiaal (baksteen), niet gemengd. Op basis van deze gegevens wordt de bijmenging binnen de onderzoekslocatie als niet verdacht aangemerkt ten aanzien van een verontreiniging met asbest. Ter plaatse van de raai boringen D7 t/m D9 zijn in de ondergrond binnen het bodemtraject van 0,2 – 0,75 m-mv resten grind waargenomen. Binnen het voormalig schoolplein zijn in de ondergrond binnen het bodemtraject van 0,65 – 0-,75 m-mv resten aan sintels waargenomen. Behoudens bovengenoemde zintuiglijke waarnemingen zijn er verder geen aanwijzingen op de aanwezigheid van enige vormen van bodemverontreiniging. Er zijn daarbij geen waarnemingen gedaan tot de aanwezigheid van een eenduidige slootdemping. Een uitgebreide beschrijving van de bodemopbouw en de zintuiglijke waarnemingen is weergegeven in de boorprofielen die zijn opgenomen als bijlage 3.
3.4
Monsterneming en analyses Voor de onderzoekslocatie zijn op basis van de zintuiglijke waarnemingen en conform de gehanteerde onderzoekstrategie, monsters geselecteerd voor analyse. De grond- en grondwatermonsters zijn voorbehandeld conform de richtlijnen van AS3000. De analyses zijn uitgevoerd door het door de Raad voor Accreditatie geaccrediteerde testlaboratorium SGS Environmental Analytics te Rotterdam.
projectnummer 24300204 22 maart 2024 pagina 7 van 11
4
Resultaten
4.1
Toetswijze en terminologie Bij de toetsing van de analyseresultaten van de bodem wordt getoetst aan de interventiewaarde bodemkwaliteit volgens bijlage IIA van de Regeling Besluit activiteiten bodemkwaliteit. In deze rapportage is de volgende terminologie gebruikt. (voormalige) Achtergrondwaarde (AW2000): de gehalten (grond) waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In verontreinigde bodems is dit de concentratie die moet worden bereikt om de functionele eigenschappen die de bodem voor mens, dier en plant heeft volledig te herstellen. Interventiewaarde bodemkwaliteit (I): geeft de gehalten (grond) of concentraties (grondwater) aan waarboven de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig zijn of dreigen te worden verminderd. Besluit bodemkwaliteit / Regeling bodemkwaliteit 2022: ter bepaling van de toepasbaarheid van de grond zijn de resultaten in deze rapportage tevens getoetst aan de Regeling bodemkwaliteit 2022 (bijlage B, tabel 1). Aangezien er geen partijkeuring conform het Besluit bodemkwaliteit is uitgevoerd, kunnen aan de resultaten van deze toetsing niet dezelfde rechten worden ontleend als aan een partijkeuring die wel conform het Besluit bodemkwaliteit is uitgevoerd.
Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa): Toetsingen zijn vooralsnog uitgevoerd volgens tijdelijke kaders omgevingswet in afwachting van formele vaststelling door Rijkswaterstaat medio 2024, hieraan kunnen geen rechten worden ontleend’. Nota bodembeheer 2021-2026 Voor lood geldt binnen de gemeente Midden-Groningen een strengere eis voor het toepassen van grond op landbodem. Hiervoor geldt dat grond met een maximale gehalte van 100 mg/kg ds toepasbaar is voor klasse Wonen en maximaal 390 mg/kg ds voor klasse Industrie. Toetswijze PFAS Voor PFOS, PFOA en GenX is geen normering opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit. De toetsingsnormen voor PFOS, PFOA en GenX zijn vastgelegd in het ‘Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’ (december, 2023). Het ‘Handelingskader PFAS’ biedt een landelijk kader voor de omgang met PFAShoudende grond en bagger. Dat kader zal in de toekomst juridisch worden verankerd via een wijziging van de Regeling bodemkwaliteit. De toepassingsnormen gebaseerd op de landelijke achtergrondwaarden (1,4 μg/kg ds PFAS en 1,9 μg/kg ds voor PFOA) zijn in tabel 4.1 weergegeven (bron: ‘Handelingskader voor hergebruik van PFAShoudende grond en baggerspecie’, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, december, 2023). Tabel 4.1 Toepassingsnormen voor toepassen van grond op landbodem (in μg/kg ds) Grond (μg/kg ds)
Toepasbaar op land
PFAS < 1,4
PFOA < 1,9
PFOS < 1,4
vrij zowel boven als onder grondwaterniveau m.u.v. Grondwaterbeschermingsgebieden*
1,4 < PFAS < 3
1,9 < PFOA < 7
1,4 < PFOS < 3
wonen en industrie landbouw en natuur als PFAS < lokale achtergrondwaarde
PFAS > 3
PFOA > 7
PFOS > 3
reiniging of stort
* Bij toepassingen in grondwaterbeschermingsgebieden is wederom geadviseerd gebruik te maken van grond en baggerspecie van ten minste dezelfde kwaliteit als de aanwezige bodemkwaliteit in het desbetreffende gebied.
projectnummer 24300204 22 maart 2024 pagina 8 van 11
4.2
Getoetste analyseresultaten Tabel 4.2 geeft een overzicht van de analyseresultaten die zijn getoetst aan de interventiewaarde bodemkwaliteit volgens bijlage IIA van de Regeling Besluit activiteiten bodemkwaliteit. Tevens is de indicatieve toetsing aan de Regeling bodemkwaliteit 2022 (generieke kader) weergegeven. In bijlage 5 zijn de analysecertificaten opgenomen en in bijlage 6 de getoetste analyseresultaten met de toetsingswaarden. Tabel 4.2 Getoetste analyseresultaten grond Analysemonster
Deelmonsters
Hoofdbestanddeel en zintuiglijke waarneming
(voormalige)> AW (+index)
> I (+index)
RBK 2022monsterconclusie
mm01 bg
09 (0,00 - 0,50) 1 (0,00 - 0,50) 2 (0,00 - 0,50) 3 (0,00 - 0,50) 4 (0,00 - 0,50) 5 (0,00 - 0,50) 6 (0,00 - 0,50) 7 (0,00 - 0,50) 8 (0,00 - 0,50) 10 (0,00 - 0,50) 11 (0,00 - 0,50) 12 (0,00 - 0,50) 13 (0,00 - 0,50) 14 (0,00 - 0,50) 15 (0,00 - 0,50) 16 (0,00 - 0,50) 09 (0,75 - 1,25) 09 (1,25 - 1,50) 10 (0,50 - 1,00) 4 (0,60 - 1,10) 4 (1,10 - 1,40) 11 (0,55 - 1,05) 11 (1,05 - 1,35) D2 (1,00 - 1,50) D2 (1,60 - 2,10) 09 (0,65 - 0,75)
Zand, zintuiglijk schoon
PCB (som 7) (0,06)
-
Industrie
Zand, zintuiglijk schoon
-
-
Landbouw/natuur
Zand, zintuiglijk schoon
Kwik (-)Lood (0,1)
-
Landbouw/natuur
Zand, zintuiglijk schoon
-
-
Landbouw/natuur
Zand, sporen sintels
Kwik (-) Lood (0,09)
-
Landbouw/natuur
D6 bk
D6 (0,35 - 0,85)
Zand, sporen baksteen
Koper (0,21) Kwik (-) Lood (0,08) PAK 10 VROM (0,13)
-
Industrie
D7
D7 (0,25 - 0,75)
Zand, resten grind
Koper (0,01) Zink (0,16) Kwik (0,01) Lood (0,13) PAK 10 VROM (0,04)
Industrie
mm02 bg
mm03 OG MM04 OG 09 S Dempingen
> AW: > I: Index :
overschrijding vml achtergrondwaarde overschrijding interventiewaarde bodemkwaliteit (GSSD-AW)/(I-AW)
(Index > 0,0): (Index > 0,5): (Index > 1,0):
overschrijding vml achtergrondwaarde overschrijding vml tussenwaarde overschrijding interventiewaarde bodemkwaliteit i
Verkennend bodemonderzoek Aan de hand van de resultaten van de chemische analyses blijkt dat in de bovengrond(0,0-0,5 m-mv) ten hoogste licht verhoogde gehalten aan PCB’s zijn aangetoond, die de voormalige achtergrondwaarde overschrijden. In de samengestelde mengmonsters (mm03 OG, mm04 OG) van de ondergrond zijn eveneens ten hoogste licht verhoogde gehalten aan kwik en lood aangetoond. Plaatselijk is ter plaatse van boring 09 binnen het bodemtraject van 0,65 - 0,75 m-mv resten sintels aangetroffen. Uit de separate analyse van de verdachte bodemlaag blijkt dat er ten hoogste licht verhoogde gehalten aan kwik en lood zijn aangetoond. De gehalten in de samengestelde mengmonsters liggen allen beneden de interventiewaarde bodemkwaliteit. Op basis van een indicatieve toetsing aan de Regeling bodemkwaliteit (2022) wordt de bodemkwaliteit te plaatse van de dam beoordeeld variërend van Industrie tot ‘landbouw/natuur’. Dempingen Ter hoogte van de op basis van historische kaarten gesitueerde slootdempingen is binnen de raai boringen (D4 t/m D6) binnen het bodemtraject van 0,35-0,85 m-mv sporen bakstenen waargenomen. Binnen deze geroerde laag zijn licht verhoogde gehalten aan zware metalen en PAK aangetoond. Ter hoogte van de raai boringen D7 t/m D9 zijn binnen het bodemtraject van 0,25 – 0,75 m-mv licht verhoogde gehalten aan zware metalen en PAK aangetoond.
Binnen de raai boringen D1 t/m D3 zijn zintuiglijk in de opgeboorde bodem geen waarnemingen gedaan tot de aanwezigheid van bodemvreemd materiaal of aanwijzingen van een voormalig slootprofiel. De gehalten liggen allen
projectnummer 24300204 22 maart 2024 pagina 9 van 11
beneden de interventiewaarde bodemkwaliteit. Op basis van een indicatieve toetsing aan de Regeling bodemkwaliteit (2022) wordt de bodemkwaliteit te plaatse de geroerde laag beoordeeld als Industrie. Nota bodembeheer 2021-2026 Aan de hand van de chemische analyses blijkt dat in geen van de samengestelde mengmonsters de gehalten lood de lokale maximale waarden voor wonen (100 mg/kg ds) of klasse industrie (390 mg/kg ds) overschrijdt.
4.2.1
Resultaten PFAS Het samengestelde mengmonster van de bovengrond is geanalyseerd op PFAS (PFOS, PFOA en andere PFAS-stoffen, (exclusief GenX). De analysecertificaten zijn opgenomen als bijlage 5. Een overzicht van de analyseresultaten is weergegeven in tabel 4.3. Tabel 4.3 Overzicht analyseresultaten PFOS en PFOA Analyse
Deelmonsters
Gehalte som PFOS (µg/kg ds)
Gehalte som PFOA (µg/kg ds)
Andere PFAS-stoffen (µg/kg ds) (hoogst gemeten waarde)
mm pfas 01
1 (0,00 - 0,50) 10 (0,00 - 0,50) 13 (0,00 - 0,50) 4 (0,00 - 0,50)
0,5
0,2
<0,1
Voor onderhavige onderzoekslocatie geldt dat de bovengrond PFOS-, PFOA- en PFBA-gehalten bevat boven de detectielimit (0,1 µg/kg ds). De gehalten aan PFOS, PFOA en PFBA blijven beneden de landelijke achtergrondwaarden (1,4 μg/kg ds PFAS en 1,9 μg/kg ds voor PFOA). Op basis van het ‘Handelingskader PFAS’ (tabel 4.1) volgt dat de grond op basis van het gehalte aan PFOS en PFOA vrij toepasbaar is boven- en onder grondwaterniveau. De grond is niet vrij toepasbaar in grondwaterbeschermingsgebieden. Bij toepassingen in grondwaterbeschermingsgebieden dient de ontvangende bodem van ten minste dezelfde kwaliteit te zijn. Nota bodembeheer 2021-2026 De aangetoonde gehalten liggen ver beneden de door de gemeente Midden-Groningen gehanteerde achtergrondwaarden. Deze waarden zijn overeenkomstig de landelijke, achtergrondwaarden zoals in tabel 4.1 opgenomen en in bijlage 7 toegelicht.
4.3
Resultaten grondwater
4.3.1
Veldmetingen grondwater Op 27 februari 2024 is het grondwater volgens protocol 2002 bemonsterd door een gekwalificeerd veldmedewerker van MUG Ingenieursbureau, de heer A. Westerhoek. De grondwaterstand, de zuurgraad (pH), het elektrisch geleidend vermogen (EC) en de troebelheid (NTU) zijn tijdens de grondwatermonsterneming in het veld gemeten. De gegevens van de veldmetingen zijn opgenomen in tabel 4.4. De peilbuis is na bemonstering van de locatie verwijderd. Tabel 4.4 Veldmetingen grondwater Peilbuis
Filterstelling (m-mv)
Grondwaterstand (m-mv)
Zuurgraad (pH)
Geleidbaarheid (µS/cm)
Troebelheid (NTU)
10
1,80 - 2,80
1,40
6,0
710
44
Tijdens de bemonstering van het grondwater zijn geen afwijkingen geconstateerd. De gemeten waarden komen van nature voor in de regio waar de onderzoekslocatie zich bevindt en worden als niet afwijkend beschouwd. Opvallend is de enigszins lagere zuurgraad van het grondwater ten opzichte van neutrale omstandigheden (pH 7). De oorzaak van de lagere zuurgraad houdt relatie met de aanwezige bodemopbouw (veenkoloniale gronden). Sprake is van een matig humeuze tot veenhoudendende ondergrond. De buffercapaciteit van de bodem is daarmee gering (schrale zandgrond) waardoor de uitspoeling van humuszuren uit de bovengrond in geringe mate kunnen worden geneutraliseerd.
projectnummer 24300204 22 maart 2024 pagina 10 van 11
4.3.2
Getoetste analyseresultaten grondwater Tabel 4.5 geeft een overzicht van de analyseresultaten. De resultaten zijn daarbij getoetst aan de signaleringsparameters van bijlage Vd uit het Besluit kwaliteit leefomgeving. Omdat in het omgevingsplan van de gemeente Midden-Groningen nog geen omgevingswaarden zijn opgenomen is volledigheidshalve ook nog getoetst aan de voormalige streef- en interventiewaarden volgens de Wet bodembescherming. In bijlage 5 zijn de analysecertificaten opgenomen. Tabel 4.5 Analyseresultaten grondwatermonster Peilbuis
Filterdiepte (m-mv)
10-1-1
1,80 - 2,80
(voormalige)> S (+index) -
> I (+index) -
>S
: overschrijding voormalige streefwaarde
>I
: overschrijding voormalige interventiewaarde (Index > 0,5) : overschrijding voormalige tussenwaarde
(Index > 0,0)
Index
: (GSSD-S)/(I-S)
(Index > 1,0)
: overschrijding voormalige streefwaarde : overschrijding voormalige interventiewaarde
Aan de hand van de chemische analyses van het grondwater kan worden afgeleid dat er geen verhogingen zijn aangetoond. De signaleringswaarde wordt daarbij niet overschreden.
projectnummer 24300204 22 maart 2024 pagina 11 van 11
5
Conclusie en aanbevelingen In opdracht van gemeente Midden-Groningen heeft MUG Ingenieursbureau een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse de Middenstraat 27a te Sappemeer. Aan de hand van de resultaten van onderhavig onderzoek kan het volgende worden opgemerkt: • De bodem bestaat over het algemeen matig fijn tot zeer fijn zand. Op een diepte van circa 1,0 m-mv begint een zeer fijne zandlaag tot de maximale boordiepte van 3,0 m-mv. Plaatselijk is in de ondergrond binnen het bodemtraject van 0,85 – 1,2 m-mv een veenhoudende laag aangetoond. Ter hoogte van de vermoedelijk gedempte sloten zijn in de boven- en ondergrond: sporen baksteen en resten grind aangetroffen binnen het bodemtraject van 0,2 – 0,85 m-mv. Daarnaast zijn lokaal binnen het voormalig schoolplein van de school in de ondergrond plaatselijk resten aan sintels waargenomen; • Tijdens de uitvoering van het veldwerk waren de opstallen van het voormalig schoolgebouw reeds zijn gesloopt. Hierdoor is het maaiveld op een aantal gedeelten circa 1,0 m lager dan de omgeving; • Op het maaiveld en in de opgeboorde grond zijn, met uitzondering van sporen baksteen, resten grind en sintels, geen asbestverdachte materialen aangetroffen; • Analytisch zijn in de samengestelde mengmonsters van de boven- en ondergrond licht verhoogde gehalten aan PCB’s, lood en kwik aangetoond.
Na indicatieve toetsing aan de Regeling bodemkwaliteit (2022) voldoet de bovengrond aan de klasse industrie en landbouw/natuur. De ondergrond wordt daarbij indicatief beoordeeld als klasse ‘landbouw/natuur’; • De bodemlagen met antropogene bijmengingen ter plaatse van de beoogde slootdempingen zijn licht verontreinigd met zware metalen en PAK. Op basis van een indicatieve toetsing aan de Regeling bodemkwaliteit (2022) worden de verdachte lagen beoordeeld als industrie. De licht verhoogde gehalten zijn daarbij in sterke mate gerelateerd aan de aanwezigheid van bodemvreemd materiaal (bakstenen, grind); • Ten aanzien van de lokale maximale waarden geldt dat de gehalten lood de lokale maximale waarden niet overschrijden; • Voor onderhavige deellocatie geldt dat de bovengrond PFOS-, PFOA- en PFBA-gehalten bevat boven de detectielimit (0,1 µg/kg ds). De gehalten aan PFOS, PFOA en PFBA blijven beneden de landelijke achtergrondwaarden (1,4 μg/kg ds PFAS en 1,9 μg/kg ds voor PFOA); • In het freatisch grondwater zijn geen verhogingen ten opzichte van de signaleringsparameter aangetoond. Aanbevelingen De vooraf opgestelde hypothese dat de locatie als onverdacht dient te worden beschouwd ten aanzien van het voorkomen op een bodemverontreiniging dient deels te worden verworpen. In de bovengrond zijn licht verhoogde gehalten aan lood, kwik en PCB’s aangetoond.
De aangetoonde gehalten kunnen worden gerelateerd aan het langdurig gebruik van de locatie (menselijke handelingen). De onderzoeksresultaten geven geen aanleiding tot de uitvoering aanvullend bodemonderzoek en vormen vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen belemmering voor de voorgenomen verkoop binnen de locatie. Ter plaatse van de beoogde (sloot)dempingen zijn bodemvreemde materialen waargenomen. De mate van bijmenging is daarbij beperkt tot sporen baksteen en sporen grind. De geroerde lagen zijn daarbij indicatief aangemerkt als klasse industrie. Aanbevolen wordt om bij vrijkomende grond ter hoogte van de demping de sporen baksteen zoveel als mogelijk te verwijderen indien dit mogelijk is. Uit het verkennend bodemonderzoek blijkt dat de vrijkomende grond kan worden hergebruikt hetzij op of nabij dezelfde locatie of bijvoorbeeld buiten de bebouwde kom. Wij merken op dat bij eventueel toekomstige graafwerkzaamheden in het kader van de inrichtingswerkzaamheden rekening dient te worden gehouden met grond van verschillende kwaliteitsklassen. Formeel gesproken is het niet toegestaan om grond van verschillende kwaliteitsklassen te mengen. Indien grond vanaf de locatie wordt afgevoerd, is bij hergebruik elders de Regeling bodemkwaliteit (2022) van toepassing.
Indien de grond elders wordt toegepast, dient toestemming te worden verkregen van het bevoegd gezag en kan onderzoek conform de Regeling bodemkwaliteit (2022) gevraagd worden.Tot slot dient opgemerkt te worden dat de conclusie is gebaseerd op het vooronderzoek en de onderzoeksresultaten van dit onderzoek. Dit verkennend bodemonderzoek schetst een algemeen beeld van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. Bij eventueel grondverzet dient men rekening te houden met mogelijk plaatselijk voorkomende (zintuiglijke) afwijkingen.