05. Bijlage 3. Bijlagen bij motivering van het wijzigingsbesluit Sappemeer, Middenstraat
Tekst van het document
Diverse locaties Programma vrijkomende (school)locaties- Sappemeer, Middenstraat Bijlagen bij de motivering Datum: 27 november 2025
Overzicht Documentenbijlagen -
Participatieverslag Ecologische quickscan Middenstraat 27A Sappemeer Oplegnotitie ecologische quickscan-rapporten AERIUS-berekening Bodemonderzoek Middenstraat 27a Sappemeer Kavelpaspoort Middenstraat 27a te Sappemeer Akoestisch onderzoek Middenstraat 27A Sappemeer Hydrologisch onderzoek Mer-beoordeling Nota van beantwoording zienswijzen Middenstraat 27a Sappemeer
Participatieverslag
Participatie vrijkomende locaties
In de ontwikkeling van dit omgevingsplan is veel aandacht besteed aan de participatie van de bewoners die rondom de vrijkomende locaties wonen. De inbreng van de bewoners is essentieel om een omgevingsplan te maken dat aansluit bij de wensen en de behoeften van de bewoners. Wij hebben daarom de volgende participatiemomenten georganiseerd waarin de bewoners actief konden meedenken en hun zorgen en ideeën konden delen. 1. Bewonersavonden Wij hebben twee bewonersavonden georganiseerd voor alle betreffende vrijkomende schoollocaties. Tijdens deze bijeenkomsten werden de eerste ideeën gepresenteerd, en was er ruimte voor vragen en opmerkingen van de aanwezige bewoners. Deze avonden waren een belangrijke gelegenheid voor inwoners om kennis te nemen van de voorgenomen ontwikkelingen en om hun mening te geven over aspecten zoals verkeer, groenvoorzieningen, speelgelegenheden en stedenbouw. Daarnaast zijn de bewoners geïnformeerd over hoe de planning eruitziet en hoe het proces met het omgevingsplan in zijn werk gaat. 2. Communicatiemomenten per locatie Aalbersestraat 2 te Hoogezand -
-
-
-
-
12 februari 2024 hebben wij een uitnodiging gestuurd per brief voor de bewonersavond die 26 februari 2024 heeft plaatsgevonden in de Vredekerk in Hoogezand. 26 februari 2024 heeft de bewonersavond plaatsgevonden waar de bewoners van vier vrijkomende schoollocaties waaronder de Aalbersestraat 2 te Hoogezand geïnformeerd zijn over de plannen voor woningbouw op deze locaties en waar de bewoners hun mening over de plannen hebben kunnen geven. Deze wensen en ideeën hebben wij zo ver mogelijk meegenomen in de verdere uitwerking van de plannen. 18 juli 2024 hebben wij een brief gestuurd over het plaatsen van een speelvoorziening in de wijk en dat we deze locatie naar voren hebben geschoven en dat de ontwikkeling van de Aalbersestraat 2 te Hoogezand eerder van start gaat. Dit waren beide wensen van de bewoners die in de bewonersavond van 26 februari 2024 kenbaar gemaakt waren. 11 november 2024 hebben wij een uitnodiging gestuurd per brief voor de bewonersavond die 26 november 2024 in de Vredekerk in Hoogezand heeft plaatsgevonden. 26 november 2024 heeft de bewonersavond plaatsgevonden voor alleen de locatie Aalbersestraat 2 te Hoogezand waar de bewoners geïnformeerd zijn over de concept plannen en kaders die we op de markt gaan brengen. Daarnaast zijn de bewoners geïnformeerd over de planning en hoe het proces met betrekking tot het omgevingsplan in zijn werk gaat.
Ook hier hebben de bewoners hun ideeën en
wensen kenbaar kunnen maken en hebben wij dit zo ver mogelijk meegenomen in de laatste uitwerking van de ontwikkelkaders. Kerkstraat 15 Zuidbroek -
-
-
-
22 maart 2024 hebben wij een uitnodiging gestuurd per brief voor de bewonersavond die 2 april 2024 heeft plaatsgevonden in dorpscentrum de Broeckhof in Zuidbroek. 2 april 2024 heeft de bewonersavond plaatsgevonden waar de bewoners geïnformeerd zijn over de plannen voor woningbouw op deze locatie en waar de bewoners hun mening over de plannen hebben kunnen geven. Deze wensen en ideeën hebben wij zo ver mogelijk meegenomen in de verdere uitwerking van de plannen. 19 november 2024 hebben wij een uitnodiging gestuurd per brief voor de bewonersavond die 3 december 2024 in dorpscentrum de Broeckhof in Zuidbroek heeft plaatsgevonden. 3 december 2024 heeft de bewonersavond plaatsgevonden waar de bewoners geïnformeerd zijn over de concept plannen en kaders die we op de markt gaan brengen. Daarnaast zijn de bewoners geïnformeerd over de planning en hoe het proces met betrekking tot het omgevingsplan in zijn werk gaat. Ook hier hebben de bewoners hun ideeën en wensen kenbaar kunnen maken en hebben wij dit zo ver mogelijk meegenomen in de laatste uitwerking van de ontwikkelkaders.
Middenstraat 27A Sappemeer -
-
-
28 maart 2023 heeft er een bewonersavond plaatsgevonden voor de locaties Middenstraat 27A en Boswijkslaan 2 te Sappemeer. Tijdens deze bewonersavond is er gecommuniceerd dat er op beide locatie woningbouw gerealiseerd gaat worden en hebben we de bewoners gevraagd mee te denken en met ideeën, zorgen en wensen te komen. Ook zijn 2 verkenningen getoond van een mogelijke invulling met de toelichting dat dit enkel verkenningen zijn en nog niet vaststaan. 21 februari 2024 hebben wij de stichting bewonersorganisatie Boswijk e.o geïnformeerd over de bewonersavond die wij op 4 maart 2024 wilden laten plaatsvinden. De stichting bewonersorganisatie Boswijk e.o heeft aangegeven geen behoefte te hebben aan deze bewonersavond omdat er in 2023 al een bewonersavond heeft plaatsgevonden. Er is aangegeven dat dit een bewonersavond was voor twee locaties en dat er niet veel opgehaald was over de Middenstraat 27A locatie te Sappemeer. Ook omdat in 2023 de kaders voor de plannen nog niet bekend waren. In overleg met de bewonerscommissie is toch besloten om de bewonersavond van 4 maart 2024 niet door te laten gaan. Omdat de bewonersavond niet heeft plaatsgevonden hebben wij op 23 april 2024 de bewoners geïnformeerd met een brief dat we bezig zijn met de ontwikkelkaders en het omgevingsplan voor de locatie.
Daarbij hebben wij ook aangegeven dat in overleg met stichting bewonersorganisatie Boswijk e.o we de uitkomsten van de bewonersavond van 28 maart 2023 meenemen in de verdere uitwerking van de kaders.
-
-
19 november 2024 hebben wij een uitnodiging gestuurd per brief voor de bewonersavond die 2 december 2024 in woonzorgcentrum St Jozef in Sappemeer heeft plaatsgevonden. 2 december 2024 heeft de bewonersavond plaatsgevonden waar de bewoners geïnformeerd zijn over de concept plannen en de kaders die we op de markt gaan brengen. Daarnaast zijn de bewoners geïnformeerd over de planning en hoe het proces met betrekking tot het omgevingsplan in zijn werk gaat. Ook hier hebben de bewoners hun ideeën en wensen kenbaar kunnen maken en hebben wij dit zo ver mogelijk meegenomen in de laatste uitwerking van de ontwikkelkaders.
Oudeweg 74 Westerbroek -
-
-
-
7 maart 2024 hebben wij een uitnodiging gestuurd per brief voor de bewonersavond die 18 maart 2024 heeft plaatsgevonden in Stichting dorpshuis Aalmanshuus in Westerbroek. 18 maart 2024 heeft de bewonersavond plaatsgevonden waar de bewoners geïnformeerd zijn over de plannen voor woningbouw op deze locatie en waar de bewoners hun mening over de plannen hebben kunnen geven. Deze wensen en ideeën hebben wij zo ver mogelijk meegenomen in de verdere uitwerking van de plannen. 11 november 2024 hebben wij een uitnodiging gestuurd per brief voor de bewonersavond die 25 november 2024 in Stichting dorpshuis Aalmanshuus in Westerbroek heeft plaatsgevonden. 25 november 2024 heeft de bewonersavond plaatsgevonden waar de bewoners geïnformeerd zijn over de concept plannen en de kaders die we op de markt gaan brengen. Daarnaast zijn de bewoners geïnformeerd over de planning en hoe het proces met betrekking tot het omgevingsplan in zijn werk gaat. Ook hier hebben de bewoners hun ideeën en wensen kenbaar kunnen maken en hebben wij dit zo ver mogelijk meegenomen in de laatste uitwerking van de ontwikkelkaders.
Multatulistraat 26-28 Hoogezand -
-
-
-
22 maart 2024 hebben wij een uitnodiging gestuurd per brief voor de bewonersavond die 3 april 2024 heeft plaatsgevonden in wijkcentrum het Punt in Hoogezand. 3 april 2024 heeft de bewonersavond plaatsgevonden waar de bewoners geïnformeerd zijn over de plannen voor woningbouw op deze locatie en waar de bewoners hun mening over de plannen hebben kunnen geven. Deze wensen en ideeën hebben wij zo ver mogelijk meegenomen in de verdere uitwerking van de plannen. 4 november 2024 hebben wij een uitnodiging gestuurd per brief voor de bewonersavond die 18 november 2024 in CBS de Hoeksteen in Hoogezand heeft plaatsgevonden. 18 november 2024 heeft de bewonersavond plaatsgevonden waar de bewoners geïnformeerd zijn over de concept plannen en de kaders die we op de markt gaan brengen. Daarnaast zijn de bewoners geïnformeerd over de planning en hoe het
proces met betrekking tot het omgevingsplan in zijn werk gaat. Ook hier hebben de bewoners hun ideeën en wensen kenbaar kunnen maken en hebben wij dit zo ver mogelijk meegenomen in de laatste uitwerking van de ontwikkelkaders. 3. Terugkoppeling bewonersavonden Na afloop van de bewonersavonden hebben we de ontvangen reacties en ideeën zorgvuldig geanalyseerd. Er worden verslagen gemaakt van de belangrijkste uitkomsten gedeeld met de bewoners die aanwezig waren tijdens de bewonersavonden en de betreffende dorpsverenigingen. Waar mogelijk zijn de ideeën en wensen van de bewoners in het plan verwerkt, met name op het gebied van verbetering van de verkeersveiligheid, stedenbouw en het behoud van groene ruimtes. Door deze participatie hebben we zover mogelijk rekening gehouden met de verschillende belangen die spelen bij de bewoners. We blijven ons inzetten voor een open dialoog met onze inwoners, en kijken uit naar verdere betrokkenheid bij de uitvoering van dit plan.
Ecologische quickscan Middenstraat 27A Sappemeer
Quick scan flora en fauna St. Antoniusschool (Middenstraat 27A) in Sappemeer
Dillerop natuuradvies
Colofon: Opdrachtgever: Contactpersoon: Veldwerk: Tekst en foto’s: Projectnummer: Datum:
Gemeente Midden-Groningen Dillerop natuuradvies Dillerop natuuradvies FF-222 2 mei 2023
natuuronderzoek en ecologische advisering
Postadres: Telefoon: E-mail:
Ir. Mentropweg 15, 9341 AR Veenhuizen 06 - 51146838 info@dilleropnatuuradvies.nl
Dillerop natuuradvies is niet aansprakelijk voor gevolgschade, noch voor schade voortvloeiend uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Dillerop natuuradvies; opdrachtgever vrijwaart Dillerop natuuradvies voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing.
2
Inhoud 1
Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Quick scan 1.3 Bronnenonderzoek 1.4 Terreinbezoek 1.5 Expert judgement 1.6 Beknopte beschrijving van de locatie
4 4 4 4 4 4 5
2
Wettelijk kader 2.1 Wet natuurbescherming 2.2 Soortenbescherming
6 6 6
3
Resultaten 3.1 Flora 3.2 Amfibieën, reptielen en vissen 3.3 Zoogdieren 3.4 Vogels 3.5 Dagvlinders, libellen en ongewervelden
7 7 7 8 9 9
4
Conclusie en aanbevelingen
11
5
Literatuur
12
Bijlagen 1 Wet natuurbescherming en soortenlijsten 2 Overzichtskaart plangebied
3
1. Inleiding 1.1 Aanleiding In opdracht van de gemeente Midden-Groningen is door Dillerop natuuradvies een ecologische quick scan uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming. Dit in verband met de voorgenomen sloop van de St. Antoniusschool, gelegen aan de Middenstraat 27A in Sappemeer in de gemeente Midden-Groningen. In bijlage 2 is een overzichtskaart van het plangebied opgenomen. 1.2 Quick scan De quick scan betreft een beoordeling van de huidige aanwezigheid van beschermde planten en dieren in het plangebied, de functie van het plangebied en de directe omgeving van deze soorten en de te verwachten effecten van de voorgenomen ingreep op de beschermde soorten. De quick scan vindt plaats op grond van een bronnenonderzoek, een terreinbezoek en een expert judgement. 1.3 Bronnenonderzoek Het bronnenonderzoek gaat uit van bestaande en beschikbare gegevens. Voor een actueel overzicht van beschermde soorten die in de regio voorkomen, zijn diverse regionale en landelijke verspreidingsatlassen en data van relevante soortengroepen en Particuliere Gegevensbeherende Organisaties (PGO’s) geraadpleegd. 1.4 Terreinbezoek De locatie is bezocht op 19 april 2023.Tijdens het bezoek is zoveel mogelijk concrete informatie verzameld met betrekking tot de aan- of afwezigheid van beschermde soorten.
Het betreft zicht- en geluidswaarneming en sporenonderzoek (naar nesten, pootafdrukken, holen, uitwerpselen etc.). 1.5 Expert judgement De quick scan is een momentopname, die in beperkte mate uitsluitsel kan geven over de afwezigheid van soorten. De quick scan houdt geen veldinventarisatie in, die meerdere (seizoensgebonden) opnamerondes bevat. Daarom is een expert judgement nodig om de geschiktheid van het plangebied voor mogelijk voorkomende soorten te beoordelen. Als de beschikbare gegevens onvoldoende zijn om tot een goede beoordeling te kunnen komen, zal dit expliciet in dit rapport worden aangegeven.
4
1.6 Beknopte beschrijving van de locatie Het plangebied (de St. Antoniusschool) ligt aan de Middenstraat 27A in Sappemeer in de gemeente Midden-Groningen. Het terrein bestaat uit een hoofdgebouw met bijgebouwen, verharding, hekwerk, een fietsenstalling en rondom de gebouwen (sier)beplanting en verwilderde grasveldjes met opslag en bomen. Het plangebied bevindt zich volgens de topografische dienst Emmen in atlasblok 07-56 en kilometerhok 54.
Sappemeer
Plangebied
Bron: google earth
Ligging.
Met betrekking tot de gebiedsbescherming gaat het om de bescherming van gebieden die zijn aangewezen als onderdeel van Natuurnetwerk Nederland (voorheen de Ecologische Hoofdstructuur) en/of om gebieden die zijn aangewezen als Natura 2000gebied. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied of een ander gebied beschermd middels de Natuurbeschermingswet, noch van Natuurnetwerk Nederland. Er is geen sprake van externe werking.
5
2. Wettelijk kader 2.1 Wet natuurbescherming Op 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet vervangt drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. De Wet natuurbescherming staat in het teken van de verbinding tussen ecologie, economie en bescherming van natuur. De Wet natuurbescherming richt zich op: •
het beschermen en ontwikkelen van de natuur, mede vanwege de intrinsieke waarde, en het behouden en herstellen van de biologische diversiteit;
•
het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de natuur ter vervulling van maatschappelijke functies;
•
het verzekeren van een samenhangend beleid gericht op het behoud en beheer van waardevolle landschappen, vanwege hun bijdrage aan de biologische diversiteit en hun cultuurhistorische betekenis, mede ter vervulling van maatschappelijke functies.
2.2 Soortenbescherming Voor soortenbescherming geldt dat deze gericht is op het bereiken of herstellen van een gunstige staat van instandhouding van soorten. Binnen de Wet natuurbescherming wordt soortenbescherming opgedeeld in drie categorieën: 1. De bescherming van alle van nature in Nederland in het wild levende vogels op grond van de Vogelrichtlijn (artikel 1). 2. De bescherming van in het wild levende dieren en planten van soorten die voorkomen in de EU op grond van de Habitatrichtlijn (bijlagen I, II, IV en V) en natuurbeschermingsverdragen (artikel 3.5 – 3.9). 3. De bescherming van niet onder de bovenstaande twee categorieën vallende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland, vermeld in de bijlage van de Wet natuurbescherming (artikel 3.10 – 3.11). Voor zoogdieren, amfibieën en reptielensoorten opgenomen in deze bijlage geldt geen Europese verplichting tot bescherming. Deze soorten worden beschermd vanwege de breed in de maatschappij levende overtuiging dat deze dieren bescherming behoeven. De andere in de bijlage opgenomen soorten worden om ecologische redenen beschermd. Hiermee geeft Nederland uitvoering aan de algemene verplichting van het Biodiversiteitsverdrag om kwetsbare en bedreigde dier- en plantensoorten te beschermen.
Zie bijlage 1 voor een uitgebreide toelichting op de Wet natuurbescherming met soortenlijsten.
6
3. Resultaten 3.1 Flora Op basis van de aanwezige biotoop (onder andere gebouwen, verharding) zijn er geen beschermde en/of bedreigde plantensoorten of resten hiervan in het plangebied aangetroffen en op basis van verspreidingsgegevens worden deze ook niet verwacht. Negatieve effecten op planten worden tijdens de werkzaamheden niet verwacht. 3.2 Amfibieën, reptielen en vissen Op basis van de terreinkenmerken en beschikbare verspreidingsgegevens worden geen strikt beschermde amfibieënsoorten verwacht. In de omgeving (omliggende sloten en tuinvijvers in de woonwijk) komen mogelijk wel algemene soorten voor zoals onder andere gewone pad, bruine kikker en gewone watersalamander. Negatieve effecten worden tijdens de werkzaamheden niet verwacht. Reptielen zijn hier niet van toepassing.
Gewone pad
Bruine kikker
Kleine watersalamander
Vissen Op basis van de bevindingen en verspreidingsgegevens (RAVON) worden er geen beschermde of bedreigde vissoorten verwacht. Negatieve effecten worden tijdens de werkzaamheden niet verwacht. In de brede sloot aan de oostzijde (buiten het plangebied) komen mogelijk wel algemene vissoorten voor zoals onder andere voorn en stekelbaars, negatieve effecten worden tijdens de werkzaamheden niet verwacht. Indien er in de toekomst sprake is van het dempen van de brede sloot dan dient men de aanwezige vissen (en overige fauna) weg te vangen en in de directe omgeving in een geschikte sloot/waterpartij over te zetten, waarmee aan de zorgplicht wordt voldaan.
Brede sloot aan de oostzijde van het terrein. 7
3.3 Zoogdieren In het plangebied waar de werkzaamheden zullen plaatsvinden zijn geen strikt beschermde zoogdieren of sporen daarvan aangetroffen. Het is mogelijk dat een enkel exemplaar van een beschermde soort in de omgeving daarvan kan worden aangetroffen, zoals onder andere huisspitsmuis, egel en mol. Genoemde soorten zijn beschermd conform de Wet natuurbescherming ‘Andere soorten’, maar staan ook in de categorie ‘Vrijgestelde soorten’. Dit houdt in dat bij uitvoering van de werkzaamheden een vrijstelling geldt voor deze soorten. Wel geldt te allen tijde de zorgplicht voor de uitvoerende partij. Negatieve effecten worden tijdens de werkzaamheden niet verwacht. Vleermuizen Alle in Nederland voorkomende vleermuissoorten zijn opgenomen in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn (Wet natuurbescherming) en daardoor strikt beschermd. In de nabije omgeving (woonwijken) van het plangebied komen onder andere de volgende vleermuissoorten voor: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en gewone grootoorvleermuis. Voor vleermuizen zijn drie onderdelen van het leefgebied te onderscheiden die van belang zijn voor de functionaliteit van het leefgebied. Dit zijn: verblijfplaatsen, foerageergebieden en vliegroutes. Verblijfplaatsen Aanwezigheid van boombewonende vleermuizen is uitgesloten.
Tijdens de inspectie zijn geen sporen of geschikte holtes in de aanwezige bomen op het terrein vastgesteld; negatieve effecten worden tijdens de werkzaamheden niet verwacht. Aanwezigheid van gebouwbewonende vleermuizen (zoals bijvoorbeeld gewone dwergvleermuis en laatvlieger) is eveneens uitgesloten. Er zijn geen sporen gevonden die erop kunnen duiden dat vleermuizen de bebouwing als onderkomen gebruiken; de gebouwen zijn hiervoor ook niet geschikt vanwege het ontbreken van geschikte wegkruipmogelijkheden. Het gebouw en de bijgebouwen bestaan onder andere uit halfsteensmuren zonder open stootvoegen en platte daken met bitumen zonder tussenruimtes. Ook zijn geen geschikte ruimtes waargenomen tussen de gevelbetimmering met onder andere Trespa plaat en aluminium strippen. Er zullen geen negatieve effecten optreden voor vleermuizen tijdens de voorgenomen werkzaamheden.
8
Foerageergebieden Het plangebied en de directe omgeving is geschikt als foerageergebied gecombineerd met open plekken, bomen en waterpartijen. Met de voorgenomen werkzaamheden gaat geen significant oppervlak aan foerageergebied verloren; dit zal niet leiden tot belangrijke wijzigingen in de huidige kwaliteit van het foerageergebied. Vleermuizen hebben in de ruime omgeving voldoende foerageergebied tot hun beschikking en het openbare en groene karakter van het gebied blijft behouden. Vliegroutes Bij verplaatsingen tussen verblijfplaatsen en foerageergebied maken vleermuizen vaak gebruik van watergangen en lijnvormige groen- en bebouwingsstructuren. De huidige bomen en de bebouwing in de omgeving kunnen dienst doen als vliegroutes. Er zijn in en rond het plangebied voldoende geleidende structuren aanwezig, waardoor vleermuizen gemakkelijk alternatieve routes kunnen volgen. Om deze redenen zullen de werkzaamheden niet leiden tot belangrijk negatieve effecten op vliegroutes van vleermuizen. Daarnaast blijft het openbare en groene karakter behouden. 3.4 Vogels Tijdens de veldinspectie zijn onder andere de volgende vogelsoorten in de omgeving waargenomen: koolmees, pimpelmees, roodborst, winterkoning, putter, zwartkop, tjiftjaf, merel, spreeuw, grote bonte specht, boomkruiper, houtduif, kauw en waterhoen.
De platte daken met bitumen zonder tussenruimtes bieden geen nestmogelijkheden voor vogels zoals bijvoorbeeld huismus of gierzwaluw. Gezien de aard van de werkzaamheden zullen voor deze diergroep geen negatieve effecten optreden.
Waterhoen bezig met nestbouw in de brede sloot aan de oostzijde van het terrein. In een els aan de rand van het terrein aan de oostzijde, is een (onafgemaakt) begin van een nestholte van de grote bonte specht aangetroffen. In de ‘Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten’ wordt de grote bonte specht aangemerkt als categorie 5. Het nest is buiten het broedseizoen niet beschermd. Deze vogel maakt jaarlijks een nieuwe nestholte en beschikt over voldoende flexibiliteit om zich elders te vestigen. De grote bonte specht wordt niet in zijn voortbestaan bedreigd.
9
Bij het eventueel verwijderen van de aanwezige beplanting op het terrein zullen ook voor deze diergroep geen negatieve effecten optreden, mits de werkzaamheden buiten het broedseizoen plaatsvinden. Het broedseizoen loopt globaal van ongeveer half maart tot en met half juli, waarbij een broedende vogel buiten deze periode ook beschermd is. In het plangebied noch in de directe omgeving daarvan zijn jaarronde vaste rust- of verblijfplaatsen (van strenger beschermde soorten) aangetroffen; hier zijn geen effecten te verwachten. 3.5. Dagvlinders, libellen en ongewervelden Op basis van de terreingesteldheid en geraadpleegde verspreidingsgegevens worden geen strikt beschermde soorten verwacht. Gezien de aard van de werkzaamheden zullen voor deze diergroepen geen negatieve effecten optreden.
10
4. Conclusies In het plangebied bevinden zich geen strikt beschermde dier- of plantensoorten die door de voorgenomen werkzaamheden wezenlijk kunnen worden beïnvloed. In het kader van de te doorlopen planologische procedure zijn er vanuit de Wet natuurbescherming geen belemmeringen. In de directe omgeving van het plangebied komen mogelijk wel algemene kleine zoogdieren en amfibieënsoorten voor, die weliswaar beschermd zijn, maar zo algemeen, dat hun voortbestaan niet wordt bedreigd. En zullen geen effecten optreden, mits men zich houdt aan de zorgplicht. In het plangebied noch in de directe omgeving daarvan zijn jaarronde vaste rust- of verblijfplaatsen (van strenger beschermde soorten) aangetroffen; hier zijn geen effecten te verwachten. Door de voorgenomen sloopwerkzaamheden zullen voor vleermuizen geen verblijfplaatsen, vliegroutes en geen significant oppervlak aan foerageergebied worden aangetast. Er treden geen negatieve effecten op; derhalve hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied of een ander gebied beschermd middels de Wet natuurbescherming. Er is geen sprake van externe werking. De voorgenomen werkzaamheden hebben om deze reden geen negatieve effecten op het functioneren van Natuurnetwerk Nederland.
Aanbevelingen Zorgplicht Voor alle in het wild levende dieren geldt de bepaling van de zorgplicht. Deze houdt in dat u bij de uitvoering van werkzaamheden, die nadelig kunnen zijn voor planten en dieren, in redelijkheid zo veel mogelijk nalaat of maatregelen neemt om onnodige schade aan planten en dieren te voorkomen. Door een zorgvuldige planning van de werkzaamheden kan de zorgplicht goed worden ingepast in het werk. Er wordt aanbevolen, indien bomen en/of beplanting op en/of rondom het terrein worden verwijderd, om deze werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Het broedseizoen loopt van ongeveer half maart tot en met half juli, waarbij een broedende vogel buiten deze periode ook beschermd is. Indien er in de toekomst sprake is van het dempen van de brede sloot aan de oostzijde van het terrein, dan dient men de aanwezige vissen (en overige fauna) weg te vangen en in de directe omgeving in een geschikte sloot/waterpartij over te zetten, waarmee aan de zorgplicht wordt voldaan. De werkzaamheden dienen bij voorkeur plaats te vinden in de daglichtperiode, opdat verstoring van de omgeving door verlichting wordt voorkomen ten behoeve van bijvoorbeeld foeragerende vleermuizen in de omgeving etc.
Bij de toekomstige inrichting van het terrein (nieuwbouw) kunnen voorzieningen, zoals bijvoorbeeld (inbouw)nestkasten worden aangebracht voor vogels en vleermuizen (natuurinclusief bouwen). Dergelijke maatregelen dragen bij aan de instandhouding van ecologisch kwetsbare soorten en op deze manier krijgen toekomstige gebouwen een ‘groener’ karakter’. 11
5. Literatuur Broekhuizen, S., B. Hoekstra, V. van Laar, C. Smeenk & J.B.M. Thissen, 1992; Atlas van de Nederlandse zoogdieren. Stichting Uitgeverij van de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging, Utrecht. van Dijk A.J.& Boele A., 2011; Handleiding SOVON Broedvogelonderzoek. SOVON Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen. Dillerop natuuradvies, augustus 2017; Leidraad Gemeente Midden-Groningen, Wet natuurbescherming. Franckh-Kosmos Verlags GMBh & Co. KG, Stuttgart, 2007, Handbuch der Fledermäuse Europas und Nordwestafrikas. Vertaald en bewerkt door Peter Lina, De Fontein|Tirion Uitgevers B.V., Utrecht, 2011, Vleermuizen, Alle soorten van Europa en NoordwestAfrika. Limpens, H., K. Mostert & W. Bongers, 1997; Atlas van de Nederlandse vleermuizen (2e druk). LNV, 2004, Besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, november 2004. Besluit TRCJZ/ 2004/ 5727, houdende vaststelling van Rode lijsten flora en fauna. Gepubliceerd in de Staatscourant van 11 november 2004, nr. 218. Ministerie LNV, 2005 Buiten aan het werk? Houd tijdig rekening met beschermde dieren en planten. De Flora- en faunawet in de praktijk, informatie over vrijstellingen, ontheffingen en gedragscodes. Ministerie van Economische Zaken, versie 1.3 december 2016, Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen, Wet natuurbescherming.
Geraadpleegde websites www.floron.nl www.minlnv.nl/natura2000 www.zoogdieratlas.nl www.sovon.nl www.ravon.nl www.vlinderstichting.nl www.vzz.nl www.waarneming.nl
12
Bijlage 1 Wet natuurbescherming en soortenlijsten
13
Wet natuurbescherming (Wnb) Op 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. Deze wet vervangt de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet. De Wet natuurbescherming staat in het teken van de verbinding tussen ecologie, economie en bescherming van natuur. Met de inwerkingtreding van de Wet natuurbescherming zijn de provincies het bevoegde gezag voor de ontheffing- en vergunningverlening voor plannen en projecten en voor het vaststellen van vrijstellingsregelingen. Bij provincie overschrijdende projecten is dit de minister van EZ. Voor burgers en bedrijven is het belangrijk dat zij makkelijk en snel weten of een activiteit met mogelijke schade voor de natuur is toegestaan. Een aanvraag voor een omgevingsvergunning bij de gemeente wordt net als voorheen getoetst aan de natuurwet. Onderstaande vat het wettelijk kader samen voor toetsing van ruimtelijke ingrepen en andere handelingen. Algemene bepalingen De Wet natuurbescherming (artikel 1.10) is gericht op: Het beschermen en ontwikkelen van de natuur, mede vanwege de intrinsieke waarde, en het behouden en herstellen van de biologische diversiteit. Het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de natuur ter vervulling van maatschappelijke functies.
Het verzekeren van een samenhangend beleid gericht op het behoud en beheer van waardevolle landschappen, vanwege hun bijdrage aan de biologische diversiteit en hun cultuurhistorische betekenis, mede ter vervulling van maatschappelijke functies. Zorgplicht (artikel 1.11): Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. De zorg houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, b. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt.
14
Gedeputeerde staten van de provincies dragen zorg voor (artikel 1.12): het nemen van de nodige maatregelen voor de bescherming, de instandhouding of het herstel van biotopen en leefgebieden in voldoende gevarieerdheid voor alle van nature in het wild levende vogelsoorten en planten en dieren en hun habitats van bijlagen II, IV en V bij de Habitatrichtlijn en habitattypen van bijlage I van de Habitatrichtlijn; het behoud of het herstel van een gunstige staat van instandhouding van de met uitroeiing bedreigde of speciaal gevaar lopende van nature in het wild voorkomende dier- en plantensoorten; De totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd Natuurnetwerk Nederland. Gedeputeerde staten kunnen gebieden buiten het Natuurnetwerk Nederland aanwijzen die van provinciaal belang zijn vanwege hun natuurwaarden of landschappelijke waarden, met inachtneming van hun cultuurhistorische kenmerken. Deze gebieden worden aangeduid als ‘bijzondere provinciale natuurgebieden’ en ‘bijzondere provinciale landschappen’.
Natura 2000-gebieden Natura 2000 bestaat in Nederland uit alle 162 gebieden die onder de Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn zijn aangewezen. Natura 2000 is een Europees ecologische netwerk van natuurgebieden waarmee de meest bijzondere en waardevolle natuur van Europa wordt beschermd. Natura 2000-gebieden zijn aangewezen omdat er Europees beschermde dier- en plantensoorten voorkomen. De Wet natuurbescherming heeft tot doel het beschermen en in stand houden van Natura 2000-gebieden. Relevante wettelijke bepalingen De beoordeling van projecten en andere handelingen wordt geregeld in artikel 2.7 tot en met artikel 2.9. Aanwijzingsbesluiten geven de instandhoudingsdoelstellingen ten aanzien van de leefgebieden voor vogels van de Vogelrichtlijn, de natuurlijke habitats en de habitats van soorten van de Habitatrichtlijn. De instandhoudingsmaatregelen zijn voor elk gebied beschreven in het beheerplan. Tevens beschrijft het beheerplan welke handelingen en ontwikkelingen in het gebied en daarbuiten het bereiken van de instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar brengen. Voor het uitvoeren van plannen of projecten kan GS de verplichting opleggen tot preventieve of herstelmaatregelen. Dit is niet van toepassing indien voor het plan of project een (omgevings)vergunning is verleend.
Beoordeling van plannen en projecten (artikel 2.7) Voor een plan dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, en dat afzonderlijk of in combinatie (in cumulatie) met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, is een passende beoordeling noodzakelijk. Er is een vergunning nodig van GS voor projecten of andere handelingen die de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. De bevoegdheid ten aanzien van de vergunningverlening ligt bij GS van de provincie waarin het project wordt uitgevoerd Er geldt een uitzondering op de vergunningprocedure op grond van de Wet natuurbescherming als via een andere wettelijke bepaling een passende beoordeling verplicht is (bijvoorbeeld op grond van de Tracéwet of de Spoedwet wegverbreding) voor de besluitvorming.
15
Géén vergunning is nodig (artikel 2.9): Als het project of de handeling is opgenomen in een Natura 2000-beheerplan of in een vastgesteld programma voor Natura 2000-gebieden (zoals de PAS). Voorwaarde is dat 1) ten aanzien van het plan of het programma een passende beoordeling van projecten is uitgevoerd waaruit de zekerheid is verkregen dat het project de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet zal aantasten, en 2) dat het bestuursorgaan dat het plan of programma heeft vastgesteld, tevens bevoegd gezag is voor vergunningverlening of dat dit bestuursorgaan heeft ingestemd heeft met het plan of programma. Als het project of de handeling al bestond of bekend was op de referentiedatum 31 maart 2010 of later als het gebied later is aangewezen (ook wel bekend als bestaand gebruik). Als het project of de handeling behoort tot door PS bij verordening aangewezen categorieën van gevallen. Toelichting op begrippen Habitattoets De habitattoets is de verzamelnaam van toetsingen van effecten van plannen en projecten op de realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied. In beginsel worden de effecten van plannen en projecten op Natura 2000-gebieden ‘passend beoordeeld’. Als er kans is op significant negatieve effecten en mitigerende maatregelen bij de beoordeling zijn betrokken wordt gesproken over een ‘passende beoordeling’.
Om procedurele redenen kan er voor worden gekozen om een oriëntatiefase – soms ook wel ‘voortoets’ genoemd – te doorlopen. De inhoudelijke studie is in de oriëntatiefase in grote lijnen identiek aan een passen de beoordeling, echter mitigerende maatregelen zijn bij de oriëntatiefase niet bij de beoordeling betrokken. Als de conclusie is dat significante negatieve effecten niet op voorhand kunnen worden uitgesloten en maatregelen nodig zijn om significant negatieve effecten met zekerheid te voorkomen, zal alsnog een passende beoordeling nodig zijn. Mitigerende maatregelen Mitigerende maatregelen zijn maatregelen ter voorkoming of beperking van het (mogelijke) effect van het project of andere handeling en deze maatregelen zijn onlosmakelijk verbonden zijn met een project / andere handelingen Cumulatieve effecten Voor de habitattoets geldt uitdrukkelijk dat voor elke activiteit onderzocht moet worden of er mogelijke significante effecten zijn als gevolg van de activiteit afzonderlijk en in combinatie met andere plannen en projecten. In het laatste geval moeten de gezamenlijke ofwel cumulatieve effecten beoordeeld worden in het licht van de instandhoudingsdoestellingen van het Natura 2000-gebied. Het gaat daarbij om alle plannen en projecten die op bestuurlijk niveau zijn goedgekeurd en die nog niet (volledig) zijn gerealiseerd.
Significantie Van significante effecten kan sprake zijn als ten gevolge van het plan of project realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen wordt bemoeilijkt of onmogelijk wordt gemaakt. Externe werking Ook activiteiten buiten het Natura 2000-gebied kunnen vergunningplichtig zijn als die activiteiten negatieve effecten op het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen voor het gebied (kunnen) veroorzaken. Dit wordt de ‘externe werking’ van de bescherming genoemd.
16
Soorten Verbodsbepalingen De Wnb onderscheidt bij de bescherming van soorten drie beschermingsregimes met elk hun eigen verbodsbepalingen: Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn (VR) (artikel 3.1) Het is verboden in het wild levende vogels (VR artikel 1): lid 1. opzettelijk te doden of te vangen; lid 2. opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren te vernielen of te beschadigen of nesten van vogels weg te nemen; lid 3. eieren van vogels te rapen en deze onder zich te hebben; lid 4. vogels opzettelijk te storen; lid 5. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Het ministerie heeft een lijst gemaakt van soorten vogels die hun nest doorgaans het hele jaar door of telkens opnieuw gebruiken. Deze nesten zijn jaarrond beschermd. Voor andere soorten geldt dat de nesten alleen beschermd zijn wanneer zij (in het broedseizoen) in gebruik zijn (Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten, ministerie van LNV, augustus 2009), zie bijlage 3. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn (HR) (artikel 3.5) Het is verboden: lid 1. in het wild levende dieren (HR bijlage IV, VvBern Bijlage II, VvBonn Bijlage I) in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen; lid 2. dieren, als bedoeld in het eerste lid, opzettelijk te verstoren.
lid 3. eieren van dieren, als bedoeld in het eerste lid, in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. lid 4. de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren, als bedoeld in het eerste lid, te beschadigen of te vernielen. lid 5. Planten (HR bijlage IV, VvBern Bijlage I) in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Beschermingsregime andere soorten (artikel 3.10) Onverminderd artikel 3.5, lid 1, 4 en 5, is het verboden: onderdeel a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij de Wet natuurbescherming, opzettelijk te doden of te vangen;
17
onderdeel b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld onder a opzettelijk te beschadigen of te vernielen; Onderdeel c: planten genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij de Wet natuurbescherming, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. In de Bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd. Sommige vogelsoorten vallen daarmee zowel onder het ‘Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn’ als onder het ‘Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn’. Het ‘Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn’ is ten aanzien van ‘verstoren’ strikter dan het ‘Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn’. Aan de andere kant zijn de ontheffingsgronden voor het ‘Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn’ weer beperkter dan voor ‘Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn’. We gaan in het toetsingskader zekerheidshalve uit van het juridisch strengste beschermingsregime. Ontheffingen en vrijstellingen Gedeputeerde staten kunnen een ontheffing verlenen van verboden die gelden voor Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn (artikel 3.3), Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn (artikel 3.8) en Beschermingsregime andere soorten (artikel 3.10 lid 2).
Provinciale staten en de Minister kunnen bij verordening vrijstelling verlenen van deze verboden (artikel 3.3, artikel 3.8). Een ontheffing of een vrijstelling wordt uitsluitend verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan: Er bestaat geen andere bevredigende oplossing. Er is voldaan aan een in artikel 3.3 dan wel artikel 3.8 genoemd belang. Er is geen sprake van een verslechtering van de (gunstige) staat van instandhouding van de desbetreffende soort. Aan een ontheffing kunnen voorwaarden worden gesteld om schade te beperken of te compenseren zodat er geen afbreuk wordt gedaan. Artikel 3.3, Artikel 3.8. De verboden voor zijn niet van toepassing op handelingen ten behoeve van instandhoudingsmaatregelen en handelingen in het kader van een Natura 2000-beheerplan of een vastgesteld programma (zoals bijvoorbeeld de PAS). Artikel 3.10. Voor soorten vallend onder ‘Beschermingsregime andere soorten’ kan de provincie een vrijstelling verlenen voor handelingen in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden en bestendig beheer of onderhoud. Daarnaast is een soortenlijst opgenomen met vrijgestelde soorten in de betreffende provincie. Artikel. 3.31.
De hierboven genoemde verboden onder de drie beschermingsregimes zijn niet van toepassing op handelingen die zijn beschreven in en aantoonbaar worden uitgevoerd overeenkomstig een door Minister goedgekeurde gedragscode en die plaatsvinden in het kader van bestendig beheer of onderhoud en ruimtelijke ontwikkeling en inrichting.
18
Vogels Algemeen De soortgroep vogels heeft in de Wet natuurbescherming een bijzondere status: alle broedende vogels, de in functie zijnde nesten en de functionele omgeving hiervan zijn beschermd tijdens het broedseizoen (voor de meeste soorten globaal van maart tot en met half juli). Voor enkele jaarlijks terugkerende soorten zijn rust- en verblijfplaatsen en de functionele omgeving ervan jaarrond beschermd. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in vijf categorieën: de nesten van categorie 1 tot en met 4 zijn jaarrond beschermd, de nesten van categorie 5 in principe alleen tijdens de broedperiode. Hierbij geldt echter dat wanneer ‘zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden’ dat rechtvaardigen, ook de nesten van categorie 5-soorten jaarrond beschermd kunnen zijn Nesten die het hele jaar door zijn beschermd Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats (voorbeeld: steenuil). Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: roek, gierzwaluw en huismus).
Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: ooievaar, kerkuil en slechtvalk). Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen (voorbeeld: boomvalk, buizerd en ransuil). Het bevoegd gezag hanteert voor categorie 1 tot en met 4 de volgende soorten: Boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, oehoe, ooievaar, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil, wespendief en zwarte wouw.
De vaste rust- en verblijfplaatsen en functionele leefomgeving van deze soorten zijn daardoor jaarrond beschermd. De rust- en verblijfplaatsen van de soorten van categorie 5 kunnen echter ook jaarrond beschermd zijn wanneer zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Voor deze soorten is daarom ook inzicht nodig in de aanwezige rust- en verblijfplaatsen. Nesten die niet het hele jaar door zijn beschermd In de ‘Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten’ worden de volgende soorten aangegeven als categorie 5. Deze zijn buiten het broedseizoen niet beschermd. Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Voor categorie 5 hanteert het bevoegd gezag de volgende soorten: Blauwe reiger, boerenzwaluw, bonte vliegenvanger, boomklever, boomkruiper, bosuil, brilduiker, draaihals, eidereend, ekster, gekraagde roodstaart, glanskop, grauwe vliegenvanger, groene specht, grote bonte specht, hop, huiszwaluw, ijsvogel, kleine bonte specht, kleine vliegenvanger, koolmees, kortsnavelboomkruiper, oeverzwaluw, pimpelmees, raaf, ruigpootuil, spreeuw, tapuit, torenvalk, zeearend, zwarte kraai, zwarte mees, zwarte roodstaart en zwarte specht.
19
Houtopstanden in de Wet natuurbescherming In de Wet natuurbescherming is het conform artikel 4.2 verboden houtopstanden te kappen zonder hier vooraf een melding van te maken aan het bevoegd gezag indien wordt voldaan aan de volgende twee punten: •
de houtopstand buiten de 'bebouwde kom Houtopstanden' ligt;
•
de houtopstand waarin de bomen worden gekapt groter is dan 10 are (1.000 vierkante meter) of het gaat om bomen in een rijbeplanting van 20 bomen of meer.
Hierop zijn wel diverse uitzonderingen. Deze regel geldt niet voor : a. houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom; b. houtopstanden op erven of in tuinen; c. fruitbomen en windschermen om boomgaarden; d. naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar; e. kweekgoed; f. uit populieren of wilgen bestaande: 1. wegbeplantingen; 2. beplantingen langs waterwegen, en 3. eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; g. het dunnen van een houtopstand; h. uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: 1. ten minste eens per tien jaar worden geoogst; 2. bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en 3. zijn aangelegd na 1 januari 2013.
20
Soortenlijst Wet natuurbescherming (artikel 3.5) Beschermde dieren en planten (Habitatrichtlijn) Zoogdieren
Zeezoogdieren
Amfibieën
Vlinders
Kevers
Bechsteins vleermuis
Bruinvis
Boomkikker
Apollovlinder
Brede geelrandwaterroofkever
Bever
Bultrug
Geelbuikvuurpad
Boszandoog
Gestreepte waterroofkever
Bosvleermuis
Dwergpotvis
Heikikker
Donker pimpernelblauwtje
Heldenbok
Brandts vleermuis
Dwergvinvis
Kamsalamander
Grote vuurvlinder
Juchtleerkever
Franjestaart
Gestreepte dolfijn
Knoflookpad
Moerasparelmoervlinder
Vermiljoenkever
Gewone baardvleermuis
Gewone dolfijn
Poelkikker
Monarchvlinder
Gewone dwergvleermuis
Gewone spitsdolfijn
Rugstreeppad
Pimpernelblauwtje
Weekdieren
Gewone grootoorvleermuis
Gewone vinvis
Vroedmeesterpad
Teunisbloempijlstaart
Bataafse stroommossel
Grijze grootoorvleermuis
Griend
Tijmblauwtje
Platte schijfhoren
Grote hoefijzerneus
Grijze dolfin
Reptielen
Grote rosse vleermuis
Hille
Gladde slang
Hamster
Kleine zwaardwalvis
Muurhagedis
Libellen
Drijvende waterweegbree
Hazelmuis
Narwal
Zandhagedis
Bronslibel
Groenknolorchis
Ingekorven vleermuis
Noordse vinvis
Dikkopschildpad
Gaffellibel
Kleine vlotvaren
Kleine dwergvleermuis
Orca
Kemps’ zeeschildpad
Gevlekte witsnuitlibel
Kruipend moerasscherm
Kleine hoefijzerneus
Potvis
Lederschildpad
Groene glazenmaker
Liggende raket
Laatvlieger
Spitsdolfijn van Gray
Soepschildpad
Mercuurwaterjuffer
Zomerschroeforchis
Lynx
Tuimelaar
Meervleermuis
Walrus
Vissen
Oostelijke witsnuitlibel
Mossen
Mopsvleermuis
Witflankdolfijn
Houting
Rivierrombout
Geel schorpioenmos
Noordse vleermuis
Witsnuitdolfijn
Steur
Sierlijke witsnuitlibel
Tonghaarmuts
Noordse woelmuis
Witte dolfijn
Zilverstreephooibeestje Planten
Noordse winterjuffer
Otter Rosse vleermuis Ruige dwergvleermuis Tweekleurige vleermuis Vale vleermuis Watervleermuis Wilde kat Wolf
21
Soortenlijst Wet natuurbescherming (behorende bij artikel 3.10, eerste lid, onderdeel a) Andere soorten Bijlage A (beschermde dieren) Zoogdieren
Dagvlinders
Amfibieën
Aardmuis
Aardbeivlinder
Alpenwatersalamander
Boommarter
Bosparelmoervlinder
Bruine kikker
Bosmuis
Bruin dikkopje
Gewone pad
Bunzing
Bruine eikenpage
Kleine watersalamander
Damhert
Donker pimpernelblauwtje Meerkikker
Das
Duinparelmoervlinder
Bastaardkikker
Dwergmuis
Gentiaanblauwtje
Vinpootsalamander
Dwergspitsmuis
Grote parelmoervlinder
Vuursalamander
Edelhert
Grote vos
Eekhoorn
Grote vuurvlinder
Reptielen
Egel
Grote weerschijnvlinder
Adder
Eikelmuis
Iepenpage
Hazelworm
Gewone bosspitsmuis
Kleine heivlinder
Levendbarende hagedis
Gewone zeehond
Kleine ijsvogelvlinder
Ringslang
Grote bosmuis
Kommavlinder
Grijze zeehond
Pimpernelblauwtje
Vissen
Haas
Sleedoornpage
Beekdonderpad
Hermelijn
Spiegeldikkopje
Beekprik
Huisspitsmuis
Veenbesblauwtje
Elrits
Konijn
Veenbesparelmoervlinder Gestippelde alver
Molmuis
Veenhooibeestje
Grote modderkruiper
Ondergrondse woelmuis
Veldparelmoervlinder
Kwabaal
Ree
Zilveren maan
Rosse woelmuis
Kreeften
Steenmarter
Libellen
Europese rivierkreeft
Tweekleurige bosspitsmuis
Beekkrombout
Veldmuis
Bosbeekjuffer
Kevers
Veldspitsmuis
Donkere waterjuffer
Vliegend hert
Vos
Gevlekte glanslibel
Waterspitsmuis
Gewone bronlibel
Wezel
Hoogveenglanslibel
Wild zwijn
Kempense heidelibel
Woelrat
Speerwaterjuffer
22
Soortenlijst Wet natuurbescherming (artikel 3.10, eerste lid, onderdeel c) Andere soorten Bijlage B (beschermde planten) Akkerboterbloem
Karwijselie
Vroege ereprijs
Akkerdoornzaad
Kleine ereprijs
Wilde averuit
Akkerogentroost
Kleine Schorseneer
Wilde ridderspoor
Beklierde ogentroost
Kleine wolfsmelk
Wilde weit
Berggamander
Kluwenklokje
Wolfskers
Bergnachtorchis
Knollathyrus
Zandwolfsmelk
Blaasvaren
Knolspirea
Zinkviooltje
Blauw guichelheil
Korensla
Zweedse kornoelje
Bokkenorchis
Kranskarwij
Bosboterbloem
Kruiptijm
Bosdravik
Lange zonnedauw
Brave hendrik
Liggende ereprijs
Brede wolfsmelk
Moerasgamander
Breed wollegras
Muurbloem
Bruinrode wespenorchis
Naakte lathyrus
Dennenorchis
Naaldenkervel
Dreps
Pijlscheefkalk
Echte gamander
Roggelelie
Franjegentiaan
Rood peperboompje
Geelgroene wespenorchis
Rozenkransje
Geplooide vrouwenmantel
Ruw parelzaad
Getande veldsla
Scherpkruid
Gevlekt zonneroosje
Schubvaren
Glad biggenkruid
Schubzegge
Gladde zegge
Smalle raai
Groene nachtorchis
Spits havikskruid
Groensteel
Steenbraam
Groot spiegelklokje
Stijve wolfsmelk
Grote bosaardbei
Stofzaad
Grote leeuwenklauw
Tengere distel
Honingorchis
Tengere veldmuur
Kalkboterbloem
Trosgamander
Kalketrip
Veenbloembies
Karthuizeranjer
Vliegenorchis
23
Vrijstelling soortenlijst in de provincie Groningen Soort Aardmuis Bastaardkikker Bosmuis Bruine kikker Bunzing Dwergmuis Dwergspitsmuis Egel Gewone bosspitsmuis Gewone pad Huisspitsmuis Kleine watersalamander Konijn Meerkikker Ondergrondse woelmuis Ree Rosse woelmuis Tweekleurige bosspitsmuis Veldmuis Vos Woelrat
x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x
X = vrijgestelde soort Toelichting vrijstelling De vrijstelling geldt voor de soorten hierboven genoemd, mits het gaat om handelingen die worden verricht in verband met: a. de uitvoering van werkzaamheden in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting; b. de uitvoering van werkzaamheden in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; c. de uitvoering van werkzaamheden in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; d. bestendig gebruik.
24
Bijlage 2 Overzichtskaart plangebied
25
26
Oplegnotitie ecologische quickscan-rapporten
Notitie
Gemeente Midden Groningen
Ir. Mentropweg 15 9341 AR Veenhuizen T: 06 – 51146838 info@dilleropnatuuradvies.nl
Postbus 75 9600 AB Hoogezand Datum: 6 januari 2025 Betreft: 5 onderzochte locaties in Midden Groningen.
Geachte In verband met de uitgevoerde quick scans en een gewijzigde beleidslijn van de Wet natuurbescherming (per 1 januari 2024 opgegaan in de Omgevingswet), is beoordeeld in hoeverre de conclusies uit de quick scans nog van toepassing zijn. Er bestaat geen algemene regel voor de geldigheidsduur van flora- en faunaonderzoeksgegevens; als vuistregel wordt een geldigheidsduur van 3 tot 5 jaar aangehouden. De locaties (zie onderstaande tabel) zijn in het verleden onderzocht door middel van een verkennend flora- en faunaonderzoek (quick scan). Hierin is een beoordeling gemaakt van de invloed van de voorgenomen ontwikkeling (sloop en nieuwbouw) van de terreinen op eventueel aanwezige beschermde flora en fauna. Uit de onderzoeken blijkt dat op de terreinen geen bijzonderheden zijn vastgesteld. Locatie Aalbersestraat 2 Hoogezand Middenstraat 27A Sappemeer Multatulistraat 26 en 28 Hoogezand Kerkstraat 15 Zuidbroek
Projectnummer FF-215(c) FF-222 FF-223 FF-226
Datum 6-10-2022 19-4-2023 19-4-2023 19-4-2023
Voor locatie Oudeweg 74 (een school) in Westerbroek (projectnummer FF-255 / 26-8-2024) is een quick scan conform de Omgevingswet uitgevoerd en wordt er op basis van de bevindingen in 2025 een nader (vleermuis)onderzoek uitgevoerd; hiervoor is al opdracht verleend. Conclusie Op basis van de bevindingen uit de vier rapportages waarin geen bijzonderheden zijn vastgesteld, kan geconcludeerd worden dat de conclusies uit de quick scans nog steeds van kracht zijn en dat vervolgonderzoek(en) niet noodzakelijk is/zijn, met name omdat de scholen al zijn gesloopt, de terreinen braak liggen en er geen noemenswaardige veranderingen zullen optreden ten aanzien van flora en/of fauna. Er is daarom geen reden om de onderzoeksresultaten uit de quick scans te herzien. Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Indien u nog vragen of opmerkingen heeft dan hoor ik deze graag van u. Met vriendelijke groet,
Kvk Groningen 01138817 ı BTW NL002156239B33 ı Rekening 48.86.23.774 ı Op alle te leveren diensten zijn voorwaarden van toepassing.
AERIUS-berekening
Berekening stikstofdepositie programma vrijkomende schoollocaties
DEFINITIEF
Berekening stikstofdepositie programma vrijkomende schoollocaties
DEFINITIEF
Inhoud Rapport en bijlage
16 oktober 2025 Projectnummer P002857
Inhoudsopgave 1
Inleiding
3
2
Wettelijk kader
7
3
Ligging plangebied
9
4
Invoergegevens AERIUS
10
4.1
Aanlegfase 2026
10
4.1.1
Emissie mobiele werktuigen op de locaties (bron 1 t/m 5)
10
4.1.2
Werkverkeer
12
4.1.3
Totale emissie aanlegfase 2026
15
4.2
5
Gebruiksfase 2027
15
4.2.1
Verkeersgeneratie woningen, rijdend verkeer (bron 1 t/m 5)
15
4.2.2
Totale emissie gebruiksfase 2027
16
Model
Rekenresultaten en conclusie
Bijlage 1 Bijlage 2
16 oktober 2025
17 18
1
Inleiding In het kader van de wijziging van het omgevingsplan is de depositie van stikstof ten gevolge van de bouw en het gebruik van meerdere woningbouwprojecten op de locaties Kerkstraat 15 Zuidbroek, Middenstraat 27a Sappemeer, Multatulistraat 26-28 Hoogezand, Aalbersestraat 2 Hoogezand en Oudeweg 74 Westerbroek berekend. De wijziging maakt respectievelijk maximaal 8 rijwoningen, 20 rijwoningen, 21 rijwoningen en 16 appartementen, 16 rijwoningen en 20 rijwoningen mogelijk op verschillende locaties in het weinig stedelijk woonmilieu. De omvang van de verschillende locaties is op de onderstaande afbeelding weergegeven. De depositie van stikstof in stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden ten gevolge van de emissie van NOx en NH3 van deze ontwikkeling, alsmede van het verkeer van en naar de locatie is berekend met het programmapakket AERIUS (16 oktober 2025). Dit rapport vormt een toelichting op de berekening.
Afbeelding 1 – Omvang locatie Kerkstraat 15 Zuidbroek (bron: pdokviewerpdok.nl, d.d. 16-10-2025)
16 oktober 2025
3
Afbeelding 2 – Omvang locatie Middenstraat 27a Sappemeer (bron: pdokviewerpdok.nl, d.d. 16-10-2025)
Afbeelding 3 – Omvang locatie Multatulistraat 26-28 Hoogezand (bron: pdokviewerpdok.nl, d.d. 16-10-2025)
16 oktober 2025
4
Afbeelding 4 – Omvang locatie Aalbersestraat 2 Hoogezand (bron: pdokviewerpdok.nl, d.d. 28-01-2025)
Afbeelding 5 – Omvang locatie Oudeweg 74 Westerbroek (bron: pdokviewerpdok.nl, d.d. 28-01-2025)
16 oktober 2025
5
Leeswijzer In het volgende hoofdstuk wordt ingegaan op het wettelijk kader van de Omgevingswet bij vergunningaanvragen of de wijziging van het omgevingsplan. Vervolgens komt in hoofdstuk 3 de ligging van het plangebied ten opzichte van de meest nabijgelegen Nature 2000-gebieden aan bod. Hoofdstuk 4 is gewijd aan de invoergegevens van het programmapakket AERIUS en hoofdstuk 5 geeft het model weer. In het laatste hoofdstuk worden de rekenresultaten en conclusies besproken.
16 oktober 2025
6
2
Wettelijk kader De Omgevingswet regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, bossen en specifieke dier- en plantsoorten. De bescherming van de Natura 2000-gebieden is verankerd in het onderdeel gebiedsbescherming. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningplichtig. Relevant daarbij is dat het onderdeel gebiedsbescherming een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. In Nederland zijn 162 Natura 2000-gebieden gelegen. In 130 van deze gebieden komen stikstofgevoelige habitats of leefgebieden van soorten voor. Dit betekent dat een verdere toename van stikstofdepositie tot een negatief effect kan leiden. Derhalve dient bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling onderzocht te worden of er stikstofdepositie in stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden plaatsvindt. Dit geldt voor een activiteit waar een omgevingsvergunning voor noodzakelijk is, maar ook voor een wijziging van het omgevingsplan dat nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt. Ondanks dat bij een wijziging van het omgevingsplan onder de Omgevingswet het niet langer noodzakelijk is om de uitvoerbaarheid van het plan aan te tonen, moet wel onderzocht worden of een ontwikkeling op de betrokken locatie in beginsel mogelijk is.
Hiernaast geldt op grond van artikel 1.6 Omgevingswet in samenhang met artikel 11.6 Bal een zorgplicht voor omgevingsvergunningen en het wijzigen van het omgevingsplan. Een te hoge stikstofdepositie kan tot een negatief effect leiden, waardoor de kans bestaat dat de wijziging van het omgevingsplan niet kan worden vastgesteld indien dit negatief effect niet kan worden voorkomen door bijvoorbeeld de toepassing van mitigerende maatregelen.
Kwetsbaarheid van stikstof gevoelige natuurgebieden Niet alle Natura 2000-gebieden met voor stikstof gevoelige habitats of leefgebieden voor soorten zijn even kwetsbaar voor een toename van de stikstofdepositie. Wanneer het gebieden betreft waar zich habitats of leefgebieden van soorten bevinden waarvan de kritische depositiewaarde lager is dan de achtergrondwaarde voor stikstof, dan is sprake van een overgevoelig gebied. In die gebieden moet de toename van zelfs een minimale stikstofdepositie al als significant negatief worden beschouwd. In die gebieden kan een toename van de stikstofdepositie met meer dan 0,00 mol N/ha/jaar dan ook niet worden
toegestaan.
In
gebieden
waar
de
kritische
depositiewaarde
hoger
is
dan
de
achtergrondwaarde, is weliswaar sprake van een negatief effect bij een toename van de stikstofdepositie, maar deze wordt pas significant negatief wanneer de toename zo groot is dat de kritische depositiewaarde wordt overschreden. In dergelijke gebieden is dus meer ruimte voor een toename van de stikstofdepositie. Saldering Om een ruimtelijke ontwikkeling waarbij sprake is van meer stikstofdepositie op een stikstofgevoelig Natura 2000-gebied mogelijk te maken, kan gebruik worden gemaakt van intern of extern salderen. Door middel van salderen zorgt de initiatiefnemer ervoor dat de netto stikstofemissie niet toeneemt.
16 oktober 2025
7
Dit kan door middel van het staken van stikstof emitterende activiteiten binnen het projectgebied of plangebied zelf (intern salderen) of het staken van stikstof emitterende activiteiten op een locatie buiten het project- of plangebied van de ruimtelijke ontwikkeling (extern salderen). Bij de toepassing van intern of extern salderen gelden belangrijke voorwaarden, namelijk: -
om intern te mogen salderen, moet er sprake zijn van één project of één plan waarbij sprake is van één locatie waarbinnen de te salderen activiteiten zich bevinden;
-
zowel intern als extern salderen worden aangemerkt als een mitigerende of verzachtende maatregel in de zin van artikel 6, lid 3 van de Habitatrichtlijn en mogen dus alleen plaatsvinden in het kader van een passende beoordeling.
Stikstofregistratiesysteem Naast saldering bestaat er de mogelijkheid voor woningbouwprojecten waarbij sprake is van meer stikstofdepositie op een stikstofgevoelig Natura 2000-gebied mogelijk te maken via het stikstofregistratiesysteem.
In
dit
stikstofregistratiesysteem
wordt
alle
stikstofruimte
van
stikstofreducerende maatregelen opgeslagen. De door deze maatregelen beschikbaar gekomen ruimte kan voor maximaal 70% worden besteed aan economische ontwikkelingen.
16 oktober 2025
8
3
Ligging plangebied Het plangebied is verdeeld over meerdere percelen in de gemeente Midden-Groningen. Op de onderstaande afbeelding is de ligging van het plangebied ten opzichte van de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden weergegeven.