CConstaterende datMidden-Groningen
Koppel je AI →
Document · PDF

05. Bijlage 3 Bijlagen bij motivering van het wijzigingsbesluit

Raadsvergadering 27 november 2025, gemeente Midden-GroningenBij agendapunt: Aalbersestraat 2 Hoogezand20.781 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Dikte

Samenstelling

Formatie van Boxtel

0.00 m - 12.00 m

Eerste kleiige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit zandige klei, midden en fijn zand, weinig klei, veen en grof zand

Formatie van Boxtel

12.00 m - 21.00 m

Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind

Formatie van Drenthe

21.00 m - 47.00 m

Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit grof en midden zand, weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei

Formatie van Peelo

47.00 m - 49.00 m

Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden, fijn en grof zand, weinig kleiig zand en een spoor klei en grind

In de directe omgeving van de locatie is geen oppervlaktewater van betekenis aanwezig. Op de onderzoekslocatie vindt geen grondwateronttrekking plaats. Over grondwateronttrekking in de omgeving van de locatie zijn geen gegevens bekend. De grondwaterstroming in het freatische pakket is noordwestelijk gericht. Dit kan afwijken door riolering ter plaatse. De locatie is niet gelegen in een waterwin- en grondwaterbeschermingsgebied. 2.2.4

Regionale bodemkwaliteit

In de Nota Bodembeheer 2021-2026 van de gemeente Midden-Groningen is de bodemkwaliteitskaart voor de gemeente Midden-Groningen vastgesteld. Op deze kaart is de landbodem van de gemeente ingedeeld in zones met een vergelijkbare milieuhygiënische bodemkwaliteit. De onderzoekslocatie is gelegen in een gebied met de functie wonen. De bodemkwaliteit in deze zone wordt geclassificeerd als landbouw/natuur. Dit geldt zowel voor de bovengrond als de ondergrond. 2.3

Conclusies vooronderzoek

Op grond van het vooronderzoek wordt de locatie als 'niet-verdacht' beschouwd. Er zijn geen aanwijzingen dat op de onderzoekslocatie en in de directe omgeving activiteiten hebben plaatsgevonden waardoor de bodem verontreinigd kan zijn geraakt. Daar het onbekend is waarmee de watergang is gedempt wordt dit terreindeel als verdacht beschouwd.

pagina 10 van 15

3

Veldonderzoek

3.1

Uitgevoerde veldwerk

Het verkennend bodemonderzoek is verricht conform de strategieën, zoals vermeld in tabel 3.1. Verder is een overzicht weergegeven van de uitgevoerde werkzaamheden. Tabel 3.1: Overzicht uitgevoerde werkzaamheden per deellocatie Omschrijving

Norm

Strategie

Boringen

Gehele locatie

NEN 5740

ONV-NL

12 tot 0,5 m-mv:

Boringen met peilbuis 1 tot 3,0 m-mv: HB06

HB01, HB02, HB03, HB05, HB07, HB08, HB09, HB10, HB11, HB12, HB16, HB18 3 tot 2,0 m-mv: HB04, HB17, HB19 Gedempte watergang

NEN 5740

VEP

3 tot 1,5 m- mv: HB13, HB14, HB15

ONV‐NL: strategie voor een ‘onverdachte niet‐lijnvormige locatie’ VEP: strategie voor een ‘verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijk kern’ De boorlocaties zijn aangegeven op de situatietekening in bijlage 3. De uitvoering van de boringen, het nemen van de grond- en grondwatermonsters en de conservering zijn verricht conform de BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001 en 2002. Het veldwerk is uitgevoerd op 27 juni 2024. Het grondwater is bemonsterd op 4 juli 2024. Het veldwerk en het uitzetten van de boringen is uitgevoerd door een gekwalificeerde medewerker van ons bureau, de heer De uitgeboorde grond is beschreven volgens de NEN 5104. De kenmerken zijn beschreven conform de NEN 5706. Iedere bodemlaag is per apart laag van maximaal 50 cm bemonsterd. Tijdens de boor- en bemonsteringswerkzaamheden is het bodemmateriaal zowel lithologisch als visueel onderzocht. Bij het lithologisch onderzoek worden de grondsoorten geclassificeerd. Bij het visuele onderzoek worden waarneembare afwijkingen ten aanzien van kleur en geur van het bodemmateriaal beschreven. De boorbeschrijvingen zijn weergegeven in bijlage 4. De boringen peilbuis zijn met een 06-GPS ingemeten. 3.2

Veldwaarnemingen

In de opgeboorde grond zijn geen bijzonderheden waargenomen. Tijdens het veldonderzoek is ook gelet op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Op het maaiveld en in het opgeboorde materiaal zijn tijdens het veldwerk geen asbestverdachte materialen waargenomen.

pagina 11 van 15

3.3

Laboratoriumonderzoek

Op basis van de bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen zijn monsters geselecteerd voor analyse. De mengmonsters zijn samengesteld in het laboratorium. De grond- en watermonsters zijn (voor)behandeld middels de AS3000 methode. De grondmonsters en het grondwatermonster zijn in het laboratorium van Al-West B.V. Agrolab Group te Deventer geanalyseerd. Al-West B.V. Agrolab Group is erkend door de Raad van Accreditatie en voldoet aan de accreditatiecriteria voor testlaboratoria zoals vastgelegd in NEN-EN-ISO-IEC 17025. De samenstelling van de mengmonsters en de uitgevoerde analyses zijn weergegeven en toegelicht in tabellen 4.3 en 4.4 (paragraaf 4.3). De analysecertificaten zijn in bijlage 5 en de toetsingsresultaten zijn in bijlage 6 opgenomen.

pagina 12 van 15

4

Onderzoeksresultaten

4.1

Bodemopbouw

De globale bodemopbouw van de locatie is afgeleid uit de uitgevoerde boringen en is weergegeven in de tabel 4.1. Tabel 4.1: Globale bodemopbouw van de locatie Diepte (m-mv.)

Omschrijving

0,0-0,5

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus

0,5-3,0

Zand, matig fijn, zwak siltig

In de boorstaten in bijlage 4 wordt per boring de exacte bodemopbouw beschreven. Een legenda van de boorstaten is eveneens opgenomen in bijlage 4. 4.2

Veldmetingen grondwater

Tijdens het bemonsteren van de peilbuis is de grondwaterstand, de zuurgraad (pH), het elektrisch geleidend vermogen (EC) en de troebelheid (NTU) bepaald. De gegevens van de veldmetingen zijn opgenomen in tabel 4.2. Tabel 4.2: Veldmetingen grondwater Peilbuis HB06

Filterstelling

Grondwaterstand

(m- maaiveld)

(m-mv)

2.0 – 3.0

1.5

pH 6.7

Geleidingsvermogen,

Troebelheid

EC (µS/cm)

(NTU)

771

9

De aangetoonde waarden kunnen als normaal voor de omgeving worden beschouwd en geven geen aanleiding tot nader onderzoek. De grondwaterstand is een éénmalige opname en bedoeld als oriënterend gegeven. De grondwaterstand kan fluctueren. 4.3

Resultaten grond en grondwater

In de tabellen 4.3 en 4.4 is een samenvatting opgenomen van de onderzoeksresultaten. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 5. Voor een volledig naar standaardbodem omgerekend toetsingsoverzicht word verwezen naar bijlage 6. 4.3.1

Toetsingsresultaten grond

De uitgevoerde analyses en de analyseresultaten van de grondmonsters zijn samengevat weergegeven in tabel 4.3. In de laatste kolom is de T101 toets weergegeven, dit betreft een indicatieve toetsing van de grond die de kwaliteit van de grond weergeeft bij eventueel hergebruik elders.

pagina 13 van 15

Tabel 4.3: Analyseresultaten grondmengmonsters. Monster-code

Motivatie

Deel-

Analyses

monsters

Toetsing (T12)

T101 toets

AW

W

IND

IW

-

-

-

-

(traject in m-mv) Gehele locatie MM 1 bg

onverdacht

HB01: 0.06 - 0.50,

NEN 5740

HB02: 0.06 - 0.50,

grondpakket

natuur

Landbouw/

HB03 t/m HB08:

standaard en

Som PFOA: 0,24 valt binnen de toepassingseis

0.00 - 0.50

PFAS

landbouw/natuur Som PFOS: 0,43 valt binnen de toepassingseis landbouw/natuur

MM 2 bg

onverdacht

HB09 t/m HB19:

NEN 5740

0.00 - 0.50

grondpakket

-

-

-

-

Landbouw/ natuur

standaard en

Som PFOA: 0,31

PFAS

Som PFOS: 0,57 Beide gehaltes vallen binnen de toepassingseis landbouw/natuur

MM 3 og

onverdacht

HB04 en HB06:

NEN 5740

0.50 - 2.00

grondpakket

-

-

-

-

Landbouw/ natuur

standaard en

Som PFOA: 0,17

PFAS

Som PFOS: 0,14 Beide gehaltes vallen binnen de toepassingseis landbouw/natuur

MM 4 og

onverdacht

HB17: 0.50 - 2.00,

NEN 5740

HB19: 0.50 - 1.50

grondpakket

-

-

-

-

Landbouw/ natuur

standaard en

Som PFOA: 0,14

PFAS

Som PFOS: 0,14 Beide gehaltes vallen binnen de toepassingseis landbouw/natuur

Gedempte watergang MM 5 kritische

Kritische

HB13, HB14,

NEN 5740

laag

bodemlaag

HB15:

grondpakket

1.00 - 1.50

standaard

gedempte

-

-

-

-

watergang NEN 5740 grondpakket standaard: zware metalen (9), minerale olie, PAK (10 VROM) en PCB (7, som) PFAS: PFOA en PFOS AW:

achtergrondwaarde

W:

wonen

IND:

industrie

IW:

interventiewaarde

-:

geen overschrijdingen van geanalyseerde parameters

Landbouw/ natuur

pagina 14 van 15

4.3.2

Toetsingsresultaten grondwater

De uitgevoerde analyses en de analyseresultaten van het grondwatermonster zijn samengevat weergegeven in tabel 4.4. Tabel 4.4: Analyseresultaten grondwatermonster. Peilbuis

Filtertraject

Motivatie

Analyses

onverdacht

NEN

Toetsing

(m-mv) HB06

2.0 – 3.0

5740

SW

IW

-

-

grondwaterpakket standaard NEN 5740 grondwaterpakket standaard: zware metalen (9), minerale olie, vluchtige aromaten, gechloreerde koolwaterstoffen SW:

streefwaarde

IW:

interventiewaarde

-:

geen overschrijdingen van geanalyseerde parameters

De resultaten van de grond en het grondwater zijn toegelicht in hoofdstuk 6.

5

Afwijkingen

Het onderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740. Er is niet afgeweken van de geldende Beoordelingsrichtlijn (BRL), protocol 2001 en 2002.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16153740/1