05. Begroting Ultiem 2023-2027
Tekst van het document
2.2.5
Afschrijvingen (EFJ 4.2)
Bij de “Uitgangspunten begroting” is een toelichting gegeven op het investeringsplan en op de wijze van de verwerking hiervan in de begroting. In dit hoofdstuk wordt getoond welke uitwerking de investeringen hebben op de afschrijvingen. De afschrijvingslasten komen tot stand door alle bestaande activa in beeld te brengen en nieuwe investeringen hieraan toe te voegen. In tabel 14 staan de geplande investeringen voor 2023.
Begroting 2023 Stichting Ultiem
26 | P a g i n a
Investeringen 2023
Investering terreinen
2021
2022
2023
Realisatie
Begroting
Begroting
€
55.876 €
25.000 €
25.000
Investering meubilair
€
259.943 €
164.098 €
3.000
Investering OLP (onderwijsleerpakket)
€
64.647 €
150.626 €
77.026
Investering ICT
€
283.088 €
148.596 €
61.930
-
Investering TZ (Technische Zaken)
€
€
500.000
Investering overige MVA (materiële vaste activa)
€
4.425 €
-
€
31.465 €
3.585
Totaal investeringen
€
667.979 €
519.785 €
670.541
Tabel 14
Eind 2022 is OBS De Achtbaan verhuisd naar het nieuwe Kindcentrum Punt West. De aanschaf van meubilair is gedaan in 2022. In 2023 zijn er geen grote investeringen in meubilair gepland. Wel is bij terreinen €25.000 begroot voor speeltoestellen voor OBS De Achtbaan. In ICT worden in 2023 naast vervanging van laptops en chromebooks ook een aantal nieuwe chromebooks aangeschaft. In de schoolbegrotingen hebben de schooldirecteuren de investeringen in leermethoden opgenomen. Begroot is voor 2023 een bedrag van €77.026 voor aanschaf leermethoden en/of gebruiksmateriaal. Op de kindcentra Zuiderkroon en Punt West zijn bij de nieuwbouw zonnepanelen geplaatst. Deze zonnepanelen zijn initieel aangeschaft en betaald door de gemeente MiddenGroningen. De aanschafkosten moeten nog ten laste worden gebracht van Ultiem. Er vindt nog overleg plaats met de gemeente over de wijze waarop de kosten naar Ultiem worden overgeheveld. In deze begroting is een bedrag van €500.000 als investering opgenomen met een afschrijvingstermijn van 20 jaar. Dit leidt tot afschrijvingslasten van €25.000 per jaar. De opbrengsten van de teruglevering van stroom aan het elektriciteitsnet zijn voor Ultiem. Bovenstaande investeringen leiden samen met de reeds aanwezige activa tot de afschrijvingslasten zoals weergegeven in tabel 15.
Hierin zijn de afschrijvingen die volgen uit de bestaande activa en de afschrijvingslasten van de in 2023 geplande investeringen naast elkaar weergegeven. Afschrijvingen 2023
Afschrijving
Afschrijving
Afschrijving
Bestaande
Investeringen
Totaal
activa Afschrijving terreinen
€
8.669 €
1.250 €
9.919
Afschrijving meubilair
€
87.036 €
200 €
87.236
Afschrijving OLP (onderwijsleerpakket)
€
58.762 €
9.629 €
68.391
Afschrijving ICT
€
159.800 €
11.816 €
171.616
Afschrijving TZ (Technische Zaken)
€
395 €
25.000 €
25.395
Afschrijving overige MVA (materiële vaste activa)
€
9.755 €
896 €
10.651
Totaal afschrijvingen
€
324.417 €
48.791 €
373.208
Tabel 15
Begroting 2023 Stichting Ultiem
27 | P a g i n a
2.2.6
Huisvestingslasten (EFJ 4.3)
Leerlingen (teldatum voorafgaand jaar)
1928
1885
1873
1956
Gewogen gemiddelde aantal leerlingen
1962
1910
1905
1956
Realisatie
Begroting
Prognose
Begroting
2021
2022
2022
2023
3.1.1.1 Gebouwafhankelijke baten
€
745.400 €
744.139 €
744.139 €
872.148
3.5.1 Opbrengst verhuur
€
114.518 €
76.257 €
61.794 €
442.757
4.2.2 Afschrijvingen (zonnepanelen)
€
-
€
25.000
4.3.1 Huurlasten
€
394.366 €
265.085 €
249.085 €
342.113
4.3.3 Onderhoudslasten (klein onderhoud)
€
27.247 €
94.450 €
62.800 €
180.550
€
-
€
-
4.3 Huisvestingslasten
4.3.4 Energie en water
€
86.665 €
67.250 €
196.950 €
182.700
4.3.5 Schoonmaakkosten
€
326.360 €
244.500 €
282.500 €
337.000
4.3.6 Belastingen en heffingen ter zake van huisvesting
€
26.630 €
16.350 €
33.850 €
40.200
4.3.7 Dotatie voorziening onderhoud
€
-
€
133.750 €
133.750 €
258.500
4.3.8 Overige huisvestingslasten
€
22.316 €
30.500 €
30.500 €
27.000
Totaal: 4.3 Huisvestingslasten
€
883.584 €
851.885 €
989.435 € 1.368.063
Resultaat huisvesting
€
-23.665 €
-31.489 € -183.502 €
-53.158
Tabel 16
In tabel 16 staan de begrote opbrengsten en uitgaven in 2023 ten aanzien van huisvesting in een overzicht. Ter vergelijking is een kolom realisatie 2021 en een kolom begroting 2022 opgenomen. Op voorhand vallen enkele begrotingsposten op. Een opvallende post is energie en water. Door de enorm gestegen energieprijzen, mede als gevolg van de oorlog in Oekraïne, zijn de energielasten aanzienlijk hoger dan in 2021 en dan begroot was in 2022. Daarnaast zijn zowel de totale huisvestingslasten en opbrengsten in 2023 hoger. Twee nieuwe kindcentra vallen onder beheer van Ultiem. Voor deze kindcentra worden alle huisvestingslasten door Ultiem betaald en grotendeels aan de gebruikers van het pand doorbelast. De dotaties stijgen, doordat Ultiem voor de nieuwe kindcentra een voorziening voor groot onderhoud moet vormen. Hieronder wordt kort op alle componenten van de huisvestingsexploitatie ingegaan. Gebouwafhankelijke baten (EFJ 3.1.1.1) De gebouwafhankelijke baten waren voorheen onderdeel van de materiële instandhouding. Met ingang van 2023 is er als gevolg van de vereenvoudigde bekostiging geen aparte subsidie materiële instandhouding meer. Wel is op basis van de laatst bekende materiële instandhouding een bedrag aan huisvesting toegerekend, namelijk 6,85% van de vereenvoudigde bekostiging.
Begroting 2023 Stichting Ultiem
28 | P a g i n a
Opbrengst verhuur (EFJ 3.5.1) Dit is de vergoeding die wordt ontvangen voor het gebruik van groeps- of vergaderruimtes van Stichting Ultiem door derden. Het betreft hier met name het medegebruik door kinderopvang en buitenschoolse opvang die wordt verzorgd bij OBS Walstraschool, OBS De Ontdekking, OBS ’t Heidemeer en OBS Oetkomst. Daarnaast wordt er ruimte gebruikt voor logopedie-praktijken. Bij de kindcentra van OBS De Ontdekking, OBS ’t Heidemeer en OBS Oetkomst ontvangt Ultiem van de vaste gebruikers, zoals de kinderopvangorganisaties, ook de huurvergoeding. Deze wordt echter afgedragen aan de gemeente als economisch eigenaar van het kindcentrum. Voor Kindcentrum Zuiderkroon en Kindcentrum Punt West is Ultiem de beheerder. Alle huisvestingslasten worden door Stichting Ultiem betaald en daar ook opgenomen. Deze kosten worden echter naar rato van de gebruikte vierkante meters bij de overige gebruikers van de kindcentra in rekening gebracht. In 2022 werden de huisvestingslasten van de overige gebruikers van Kindcentrum Zuiderkroon bij zowel de baten als de lasten nog niet meegenomen. De opbrengsten verhuur en huisvestingslasten zijn daarom in 2023 aanzienlijk hoger dan voorgaande jaren. Huur (EFJ 4.3.1) Dit betreft de bijdrage die aan de gemeente wordt betaald voor de gebouwexploitatie.
In 2023 valt het beheer van enkele scholen onder de verantwoordelijkheid van de gemeente Midden-Groningen. Het gaat hierbij om de W.A. Scholtenschool, de Theo Thijssenschool en OBS Driespan. Voor deze scholen is in de begroting een bedrag bij huur opgenomen, welke wordt afgedragen aan de gemeente. Bij OBS De Woldstee is VCO Midden- en Oost-Groningen (VCO-MOG) de beheerder. Aan VCO-MOG betalen we naar rato van het aantal leerlingen een vergoeding voor de exploitatielasten van het gebouw. Voor de huur van het stafbureau is €30.000 opgenomen. Het pand waarin Ultiem zijn kantoor heeft, wordt begin 2023 voor kantoordoeleinden buiten gebruik gesteld nu de kinderopvang recent verhuisd is naar het nieuwe Kindcentrum Punt West. Ultiem is op zoek naar een andere locatie voor het stafkantoor en zal begin 2023 verhuizen naar een nieuwe locatie. In 2023 zijn hogere, meer marktconforme huurlasten voor het stafbureau opgenomen. Ook zijn voor het stafbureau separaat huisvestingslasten opgenomen zoals energie, onderhoud en schoonmaak. Energie en water (EFJ 4.3.4) Realisatie
Begroting
Prognose
Begroting
2021
2022
2022
2023
4.3.4 - Energie en water 403000 Elektra
€
57.661 €
44.700 € 144.400 €
403001 Waterverbruik
€
6.695 €
2.550 €
2.550 €
4.700
403002 Gasverbruik
€ €
22.309 € 86.665 €
20.000 € 50.000 € 67.250 € 196.950 €
38.000 182.700
Totaal 4.3.4 - Energie en water
140.000
Tabel 17
Begroting 2023 Stichting Ultiem
29 | P a g i n a
De energieprijzen zijn op het moment van begroten erg hoog. Ultiem heeft variabele energiecontracten. De nieuwe kindcentra hebben geen gasaansluiting meer. Alleen op de Walstraschool is nog een gasaansluiting aanwezig. Voor de Walstraschool is €30.000 begroot voor gas. Ook voor de nieuwe locatie van het stafbureau is een bedrag van €8.000 begroot voor gasverbruik. De post elektra stijgt ook fors als gevolg van de gestegen energieprijzen. De totale kosten voor elektra voor de scholen zijn begroot op €250.000. Een deel hiervan wordt doorbelast aan de andere gebruikers van de twee kindcentra, waar Ultiem qua beheer verantwoordelijk is. Daarnaast leveren de zonnepanelen van Kindcentrum Zuiderkroon en Kindcentrum Punt West energie terug aan het net. De opbrengst hiervan is begroot op €110.000. Per saldo bedraagt de post elektra €140.000. Schoonmaakkosten (EFJ 4.3.5) De schoonmaakkosten zijn in 2023 hoger dan in 2022. Enerzijds is het bestaande schoonmaakprogramma voor een aantal nieuwe kindcentra niet voldoende gebleken, waardoor het schoonmaakbestek moest worden verruimd. Anderzijds zijn, zoals reeds vermeld, de schoonmaakkosten van Kindcentrum Zuiderkroon en Punt West volledig bij Ultiem geboekt en staan hier opbrengsten medegebruik tegenover. Dotatie voorziening onderhoud (EFJ 4.3.7) Bij dotatie voorziening onderhoud is in 2023 €258.500 opgenomen.
In de begroting 2022 was €134.000 begroot. Ten opzichte van 2022 wordt er in 2023 ook gedoteerd aan de voorziening groot onderhoud voor Kindcentrum Punt West. Daarnaast is in 2022 voor Kindcentrum Zuiderkroon naar rato van vijf maanden gedoteerd aan de onderhoudsvoorziening. In 2023 wordt voor het gehele jaar aan de voorziening gedoteerd. Hiernaast wordt net als in 2022 gedoteerd voor OBS De Ontdekking, OBS ’t Heidemeer en OBS Oetkomst.
Begroting 2023 Stichting Ultiem
30 | P a g i n a
Overige huisvestingslasten (EFJ 4.3.8) Hier is een bedrag opgenomen voor diverse huisvestingszaken zoals plaatsing van afvalcontainers, aanschaf van klein materiaal ten behoeve van alle scholen en overige onvoorziene kosten. Het resultaat op huisvesting in 2023 is €53.000 negatief. Een belangrijke reden hiervan is dat de vergoeding voor huisvestingslasten lager is dan de uitgaven. De normbedragen zijn in de jaren ’80 vastgesteld en daarna alleen gecorrigeerd met de inflatie. Als voorbeeld is onze gasrekening niet inflatievolgend geweest. De discussie van een te lage vergoeding voor huisvestingslasten wordt al jaren gevoerd, vooralsnog zonder een realistische correctie. Gelukkig kunnen wij (onder normale omstandigheden) met de gasloze en energiezuinige nieuwe gebouwen wel bijna op de normbekostiging uitkomen.
2.2.7
Overige lasten (EFJ 4.4) Realisatie 2021
Begroting 2022
Prognose 2022
Begroting 2023
4.4 Overige lasten 4.4.1 Administratie en beheer 4.4.2 Inventaris en apparatuur 4.4.3 Leer- en hulpmiddelen 4.4.4 Overige instellingslasten 4.4.5 Overige Totaal: 4.4 Overige lasten
€ € € € € €
322.802 164.505 334.036 169.747 158.430 1.149.520
€ € € € € €
330.567 151.200 280.762 78.793 142.184 983.506
€ € € € € €
363.567 191.200 290.762 73.793 142.184 1.061.506
€ € € € € €
356.235 189.650 276.342 80.150 196.835 1.099.212
Tabel 18
Veel van de posten die onder de overige instellingslasten vallen, zijn onderdeel van de schoolbegrotingen. De schoolbegrotingen hebben gezamenlijk geen groot effect op het resultaat. Daarom gaan we daar in deze begroting niet in detail op in. De grotere posten worden hieronder nader toegelicht. Dit zijn voornamelijk posten die bovenschools of op het stafbureau zijn begroot. Administratie en beheer (EFJ 4.4.1)
Realisatie
Begroting
Prognose
Begroting
2021
2022
2022
2023
4.4.1 - Administratie- en beheerslasten 404510
Kantoorbenodigdheden
€
1.209 €
1.200 €
1.200 €
735
405012
Accountantskst. verplichte contr. OCW
€
19.360 €
19.500 € 19.500 €
19.000
405024
Kosten vergoeding RvT
€
18.261 €
30.000 € 30.000 €
35.000
406025
Reis- en verblijfkosten
€
-
€
1.350 €
1.350 €
407383
Kosten fusie
€
-
€
6.600 €
6.600 €
-
408062
Advertentiekosten
€
909 €
750 €
750 €
-
408080
Administratiekosten extern
€
178.670 €
172.000 € 200.000 €
195.000
408085
Deskundigenadvies
€
97.430 €
96.167 € 101.167 €
102.000
409024
Juridische ondersteuning
€
6.963 €
3.000 €
Totaal 4.4.1 - Administratie- en beheerslasten
€
322.802 €
500
3.000 €
4.000
330.567 € 363.567 €
356.235
Tabel 19
Begroting 2023 Stichting Ultiem
31 | P a g i n a
Accountantskosten Dit betreft de kosten van de accountant van Stichting Ultiem voor de controle van de jaarrekening. Eshuis is de accountant van Stichting Ultiem. Deze kosten zijn in lijn met de begroting van 2022. Kosten RvT Dit betreft de volgens de VTOI-NVTK geadviseerde normvergoeding aan de leden van de raad van toezicht. Daarnaast zijn er kosten opgenomen voor een jaarlijkse zelfevaluatie van de raad van toezicht onder begeleiding van een extern bureau, een bedrag voor scholing en voor overige kosten die bij het uitvoeren van de toezichthoudende taken worden gemaakt. Administratiekosten extern Dit betreft voor het grootste deel de lasten van het administratiekantoor Groenendijk. Verder zijn hier opgenomen: het beheer van de flexpool door SLIM personeelsbemiddeling, het gebruik van de begrotingstool Capisci en de module Kas & Pas. De stijging ten opzichte van 2022 komt met name door een indexering van 10%. Deskundigenadvies Stichting Ultiem maakt voor een aantal werkzaamheden gebruik van externe deskundigheid. Hiervan is een deel incidenteel. De volgende posten zijn hierin opgenomen:
€
Begroting
Begroting
2022
2023
20.000 €
Toelichting
20.328 Betreft inkoopadv ies in v erband met het inkoopbeleid, contractbeheer en div erse aanbestedingen.
€
11.667 €
€
-
€
15.094 ICT adv ies (gov ernance/nieuwbouwprojecten) 10.000 Audits op scholen
€
7.500 €
6.000 Ondersteuning stafbureau
€
10.000 €
2.500 Ondersteuning bij risico inv entarisatie en de inv oering v an risicomanagement
€
1.000 €
1.000 Externe v ertrouwenspersoon
€
32.000 €
32.000 Bov enschools ICT-er
€
11.500 €
12.121 Inhuur functionaris gegev ensbescherming
€
2.500 €
2.957 Onv oorzien
€
96.167 €
102.000
Tabel 20
De post inkoopadvies blijft nagenoeg gelijk. Voor de grote contracten wordt contractmanagement uitgevoerd door het inkoopadviesbureau. Doel is om leveranciers te toetsen op prijs- en prestatieafspraken. Leveranciers worden hiermee scherp gehouden ten aanzien van de kwaliteit van de producten en diensten. Ultiem heeft een externe ICT adviseur gecontracteerd, die op basis van zijn specifieke deskundigheid advies geeft inzake ICT governance en diverse andere ICT gerelateerde onderwerpen.
Begroting 2023 Stichting Ultiem
32 | P a g i n a
In 2020 zijn externe audits uitgevoerd op alle scholen van Ultiem. Gelet op de nieuwe strategische beleidsperiode zullen we met ingang van 2023 jaarlijks €10.000 hiervoor opnemen, zodat er elk jaar bij een aantal scholen een audit kan worden uitgevoerd. Ultiem heeft in 2022 met behulp van een extern bureau een risicoanalyse uitgevoerd. Er is voor 2023 een bedrag van €2.500 begroot voor aanvullende externe ondersteuning op het gebied van risicomanagement. In 2022 is het contract met de externe bovenschools ICT-er verlengd tot augustus 2024. De kosten bedragen €32.000 per jaar.
Realisatie
Begroting
Prognose
Begroting
2021
2022
2022
2023
4.4.2 - Inventaris, apparatuur en leermiddelen 404901
Informatietechnologie (verbruik)
€
12.792 €
12.600 €
12.600 €
10.050
404904
ICT licenties en abonnementen
€
151.713 €
138.600 €
178.600 €
179.600
Totaal 4.4.2 - Inventaris, apparatuur en leermiddelen
€
164.505 €
151.200 €
191.200 €
189.650
Tabel 21
ICT Licenties en abonnementen In 2022 was op deze post €138.600 begroot en in 2023 is dit €179.600. Hiervan komt €155.000 voort uit de schoolbegrotingen. Dit betreft licenties voor leermethoden en licenties voor ICTbeheer. Op deze post is een stijging zichtbaar. Onder deze begrotingspost valt verder: licentie voor Cupella (taakbeleid), YourSafetyNet (AVG Tool), Parnassys (LAS), Wifi as a Service (WaaS) en de jaarlijkse kosten voor de hosting en het onderhoud van de website van Stichting Ultiem en de scholen. Leer- en hulpmiddelen (EFJ 4.4.3)
Realisatie
Begroting
Prognose
Begroting
2021
2022
2022
2023
4.4.3 - Leer- en hulpmiddelen 404000
Leer- en hulpmiddelen
€
227.145 €
204.200 €
204.200 €
404300
Onderhoud apparatuur
€
-
-
-
404400
Vakliteratuur/abonnementen
€
6.813 €
7.562 €
7.562 €
3.919
404500
Kopieer- en printerkosten
€
91.502 €
69.000 €
79.000 €
66.259
407410
Kosten werkdrukvermind.:professionalisering € € Kosten werkdrukvermindering: materieel
1.965 €
-
€
-
€
-
6.612 €
-
€
-
€
334.036 €
280.762 €
407411
Totaal 4.4.3 - Leer- en hulpmiddelen
€
€
€
€
290.762 €
206.164 -
276.342
Tabel 22
Leer- en hulpmiddelen Deze begrotingspost komt bijna uitsluitend uit de schoolbegrotingen en is in lijn met de begroting 2022.
Begroting 2023 Stichting Ultiem
33 | P a g i n a
Kopieer- en printerkosten De kopieer- en printerkosten liggen redelijk in lijn met de begroting van 2022. In 2021 is er een aanbesteding geweest voor nieuwe multifunctionals. De maandelijks kosten voor de locaties die nu al nieuwe printers hebben, zien we aanzienlijk dalen. Dit is in 2022 al ingezet. Ten opzichte van de realisatie van 2021 zien we door de nieuwe contracten en apparaten een sterke daling van de kosten. In 2023 gaan nog vier scholen over op de multifunctionals van de nieuwe leverancier en in 2024 maken alle scholen én het stafkantoor gebruik van dit contract. De uitgaven voor vermindering van werkdruk zijn budgetneutraal in de begroting opgenomen. De uitgaven zijn begroot onder de personeelslasten. Overige instellingslasten (EFJ 4.4.4)
Realisatie
Begroting
Prognose
Begroting
2021
2022
2022
2023
4.4.4 - Overige instellingslasten 406051
Medezeggenschapsraad
€
5.417 €
6.073 €
6.073 €
9.759
406040
Verzekeringen
€
60.127 €
66.720 €
59.720 €
64.391
400227
Sal.kn. subs. extra hulp. Covid
€
84.674 €
-
€
-
€
-
407286
Project Gezonde School
€
2.956 €
-
€
-
€
-
407550
Kosten subsidie vrijroosteren leraren
€
15.180 €
-
€
-
€
-
407162
Kosten Bewegingsonderwijs
€
1.393 €
6.000 €
8.000 €
6.000
€
169.747 €
78.793 €
73.793 €
80.150
TOTAAL 4.4.4 - Overige instellingslasten
Tabel 23
Verzekeringen Dit betreft voor een groot deel de arbeidsongeschiktheidsverzekering voor het personeel van Ultiem die is afgesloten bij Loyalis. De premie van €54.600 die hiervoor wordt betaald, wordt op het salaris van het personeel ingehouden en draagt daarom niet in negatieve zin bij aan het resultaat van de begroting 2023. Naast de arbeidsongeschiktheidsverzekering heeft Ultiem verzekeringen afgesloten bij AON. Het betreft verzekeringen voor bestuurdersaansprakelijkheid, aansprakelijkheid, collectieve ongevallen en WEGAS. De premie hiervoor is €8.700 Medezeggenschapsraad Dit zijn bedragen die zijn bedoeld voor kosten die gemaakt worden door de medezeggenschapsraad. Dit kunnen aanschaffingen zijn, maar ook scholing om de deskundigheid van de leden van de medezeggenschapsraad te vergroten. Het begrote bedrag is gelijk aan het bedrag voor medezeggenschap uit de materiële instandhouding. Eén school verwacht voor 2023 hogere uitgaven dan voorgaande jaren. Hierdoor valt de post in zijn geheel hoger uit. Kosten bewegingsonderwijs Dit betreft het jaarlijkse budget van de vakgroep lichamelijke opvoeding dat onder andere wordt besteed aan vervanging van klein materiaal en de aanschaf van materiaal voor sportdagen. Dit werd voorgaande jaren nog niet apart begroot.
Begroting 2023 Stichting Ultiem
34 | P a g i n a
In 2021 waren er nog uitgaven in het kader van gemeentelijke subsidieregelingen die inmiddels zijn beëindigd. Overige (EFJ 4.4.5)
Realisatie
Begroting
Prognose
Begroting
2021
2022
2022
2023
4.4.5 - Overige 1.842 €
4.100 €
4.100 €
3.512
€
100 €
100 €
-
€
151 €
500 €
500 €
-
Portokosten
€
5.141 €
950 €
950 €
2.040
406016
Kosten telecommunicatie
€
6.590 €
6.840 €
6.840 €
5.700
406018
PR
€
2.541 €
4.500 €
4.500 €
4.750
406020
Kosten leerlingvolgsysteem
€
27.695 €
29.377 €
29.377 €
31.660
406060
Kantinekosten
€
11.675 €
11.910 €
11.910 €
12.830
406070
Culturele vorming
€
7.820 €
31.317 €
31.317 €
38.078
406080
Overige uitgaven
€
6.055 €
5.950 €
5.950 €
407142
Uitgaven subsidie basisvaardigheden
€
-
407172
CMK Doelsubsidie Cultuureducatie
€
34.191 €
407412
Kosten werkdrukvermindering: overig
€
16.738 €
408054
Representatie- en bestuurkosten
€
6.778 €
3.000 €
3.000 €
4.000
408070
GMR
€
1.907 €
4.000 €
4.000 €
4.000
408077
Contributies
€
27.944 €
34.500 €
34.500 €
30.380
410021
Schoolreis
€
1.262 €
-
€
-
€
-
410050
Overige lasten schoolfonds
€
100 €
-
€
-
€
€
158.430 €
405030
Representatiekosten
€
406000
Advertentiekosten (niet pers.)
€
-
406014
Drukwerk
406015
Totaal 4.4.5 - Overige
€
-
€
5.140 € -
€
142.184 €
-
9.274
€
41.323
5.140 €
9.288
-
€
142.184 €
-
196.835
Tabel 24
Onder “Overige” zijn met name posten opgenomen die uit de schoolbegroting komen. Deze post is €55.000 hoger dan de begroting 2022. Dit komt met name door de uitgaven van de subsidie basisvaardigheden die is toegekend aan OBS Oetkomst. Deze subsidie is opgenomen bij de baten. De helft van de subsidie is als personele uitgave begroot en de andere helft is als materiële uitgave opgenomen bij de overige instellingslasten.
Begroting 2023 Stichting Ultiem
35 | P a g i n a
3. Treasuryplan 2023 Het treasuryplan is onderdeel van de begroting 2023. In dit plan worden de verwachtingen voor 2023 ten aanzien van treasury geschetst.
3.1
Liquiditeitsprognose (begrotingstermijn)
De onderstaande liquiditeitenplanning laat het verloop van de liquide middelen van Stichting Ultiem zien. De volgende uitgangspunten zijn hierbij gehanteerd: • • • • • •
• •
Er wordt gekeken naar de liquide middelen die Ultiem bij de Rabobank op de betaalrekening en op de spaarrekeningen heeft uitstaan. Het saldo liquide middelen bedraagt ultimo 2022 ongeveer €3,1 miljoen. Het ontvangstritme van de rijksbijdragen is gebaseerd op de uitbetaling van het ministerie van OC&W. De ontvangsten van de vergoeding voor detachering zijn gelijkmatig over het jaar verdeeld. In mei wordt het vakantiegeld uitbetaald en in december wordt de eindejaarsuitkering uitbetaald. De afdrachten van de premies sociale lasten en de loonheffing vinden altijd een maand later plaats. De uitgaven van de personele lasten zijn daarom in de maanden januari, mei, juni en december het hoogst. De huisvestingslasten zijn gelijkmatig over het jaar verdeeld. De investeringen zijn in de liquiditeitsprognose opgenomen in de maand waarin ze zijn begroot. In de praktijk komt het voor dat de werkelijke investering in een andere maand plaatsvindt.
Prognose 2023 Ontvangsten Rijksbijdragen
Totaal 13.223.486
jan feb 1.101.957 1.101.957
mrt apr 1.101.957 1.101.957
mei 1.101.957
jun jul 1.101.957 1.101.957
aug 1.101.957
sept okt nov 1.101.957 1.101.957 1.101.957
dec 1.101.957
NPO middelen
953.138
136.163
136.163
136.163
136.163
136.163
136.163
136.163
-
-
-
-
-
OCW achterstanden
910.239
75.853
75.853
75.853
75.853
75.853
75.853
75.853
75.853
75.853
75.853
75.853
75.853
Eerste opv ang v reemdelingen
549.000
-
158.000
-
-
165.000
-
-
153.000
-
-
73.000
-
Basisv aardigheden
82.646
82.646
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
OCW :bijz.bek.prof.&begl.start.+sc
186.407
15.534
15.534
15.534
15.534
15.534
15.534
15.534
15.534
15.534
15.534
15.534
15.534
Doorbetaling rijksbijdragen SW V
519.639
45.387
45.387
45.387
45.387
45.387
45.387
45.387
40.387
40.387
40.387
40.387
40.387
Gemeentelijke onderwijsachtersta
60.000
60.000
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Inkomsten salaris detachering
110.449
9.204
9.204
9.204
9.204
9.204
9.204
9.204
9.204
9.204
9.204
9.204
9.204 5.207
Ov erige ontv angsten
62.488
5.207
5.207
5.207
5.207
5.207
5.207
5.207
5.207
5.207
5.207
5.207
Verhuur/medegebruik
442.757
110.689
-
-
110.689
-
-
110.689
-
-
110.689
-
-
Vakonderwijs
55.000
55.000
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Tijd v oor toekomst
72.412
36.206
-
-
-
-
36.206
-
-
-
-
-
-
Totaal ontv angsten
17.227.661
1.733.846
1.547.305
1.389.305
1.499.994
1.554.305
1.425.511
1.499.994
1.401.142
1.248.142
1.358.832
1.321.142
1.248.142
13.561.377
1.294.789
971.952
981.051
988.851
1.364.861
1.398.260
996.467
998.623
1.012.845
1.045.041
1.005.318
1.503.319
806.841
67.237
67.237
67.237
67.237
67.237
67.237
67.237
67.237
67.237
67.237
67.237
67.237
Huisv estingslasten
1.368.063
114.005
114.005
114.005
114.005
114.005
114.005
114.005
114.005
114.005
114.005
114.005
114.005
Ov erige lasten
1.099.212
91.600
91.600
91.600
91.600
91.600
91.600
91.600
91.600
91.600
91.600
91.600
91.600
670.541
650.991
17.506.034
2.218.622
1.244.794
1.253.893
1.261.693
1.637.703
1.671.102
1.269.309
1.271.465
1.295.437
1.317.883
1.287.960
1-jan
31-jan
28-feb
31-mrt
30-apr
31-mei
30-jun
31-jul
31-aug
30-sep
31-okt
30-nov
31-dec
Liquide middelen aanv ang maand 3.100.000
3.100.000
2.615.224
2.917.735
3.053.146
3.291.447
3.208.049
2.962.458
3.193.143
3.322.821
3.275.526
3.316.475
3.349.657
Uitgaven Personele lasten Ov erige personele lasten/uitkering
Inv esteringen MVA Totaal uitgav en
9.750
9.800 1.776.161
Mutatie liquide middelen
(278.361)
(484.776)
302.511
135.412
238.301
(83.398)
(245.591)
230.685
129.678
(47.295)
40.949
33.182
(528.018)
Liquide middelen einde maand
3.100.000
2.615.224
2.917.735
3.053.146
3.291.447
3.208.049
2.962.458
3.193.143
3.322.821
3.275.526
3.316.475
3.349.657
2.821.639
Tabel 25
Begroting 2023 Stichting Ultiem
36 | P a g i n a
Liquiditeitsprognose 2023 € 3.500.000 € 3.400.000 € 3.300.000 € 3.200.000 € 3.100.000 € 3.000.000 € 2.900.000 € 2.800.000 € 2.700.000 € 2.600.000 € 2.500.000 € 2.400.000 € 2.300.000 € 2.200.000 € 2.100.000 € 2.000.000 1-jan
31-jan
28-feb
31-mrt
30-apr
31-mei
30-jun
31-jul
31-aug
30-sep
31-okt
30-nov
31-dec
Liquide middelen einde maand
Afbeelding 2
De daling in januari 2023 wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door de begrote investering in zonnepanelen en in iets mindere mate door hogere salarisafdrachten. In mei, juni (vakantieuitkering) en december (eindejaarsuitkering) wordt de dip met name door de betaling van salarissen en afdrachten veroorzaakt.
3.2
Spaar alternatieven en renteontwikkeling
Stichting Ultiem maakt sinds 1 juni 2021 gebruik van schatkistbankieren bij het Ministerie van Financiën vanwege de negatieve rentes die gelden bij de grote Nederlandse banken. Bij de Rabobank gold in 2022 tot en met juli een rentepercentage van -/- 0,5%. Op 1 augustus 2022 is dit gewijzigd in 0% rente. Met ingang van 1 december 2022 heeft de Rabobank de rente op de spaarrekeningen verhoogd naar 0,25% positief. Banken volgen bij het bepalen van hun rentevergoeding de beleidsrente van de Europese Centrale Bank (ECB). De ECB rente was na een jarenlange daling op zijn laagst (-/- 0,5%). In juli 2022 is deze rente verhoogd naar 0% en op 8 september en 27 oktober 2022 is de ECB rente verder verhoogd naar respectievelijk 0,75% en 1,5%. Geld lenen wordt hierdoor duurder, waardoor de inflatie wordt afgeremd. We zullen de ontwikkeling van de rente bij zowel de ECB als de Rabobank in 2023 nauwkeurig volgen. Bij een blijvende positieve renteverwachting is een terugkeer naar het aanhouden van de middelen van Ultiem bij de Rabobank aannemelijk.
3.3
Beleggingsalternatieven en koers- en rendementsprognoses
Er zijn op dit moment geen geschikte beleggingsalternatieven, die hogere rendementen opleveren, waarbij de beschikbaarheid van de liquide middelen gewaarborgd blijft.
Begroting 2023 Stichting Ultiem
37 | P a g i n a
4. Meerjarenperspectief 2023-2027 4.1 Meerjarenbegroting 2023-2027 In onderstaande overzicht is de meerjarenbegroting 2023-2027 weergegeven. Leerlingen (1 februari voorafgaand jaar)
1956
1976
1963
1937
1924
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2023
2024
2025
2026
2027
3.1 - Rijksbijdragen
€
16.424.555 €
15.265.632 €
14.987.799 €
14.610.185 €
3.2 - Overige overheidsbijdragen
€
87.888 €
68.264 €
8.264 €
6.088 €
14.495.554 6.088
3.5 - Overige baten
€
717.223 €
641.954 €
641.954 €
635.697 €
620.697
Totaal Baten
€
17.229.666 €
15.975.850 €
15.638.017 €
15.251.970 €
15.122.339 12.336.281
4.1 - Personele lasten
€
14.368.218 €
13.123.597 €
12.826.930 €
12.452.534 €
4.2 - Afschrijvingen
€
373.208 €
359.739 €
360.347 €
347.551 €
332.931
4.3 - Huisvestingslasten
€
1.368.063 €
1.388.063 €
1.372.063 €
1.372.063 €
1.372.063
4.4 - Overige instellingslasten
€
822.870 €
788.779 €
785.228 €
794.811 €
790.448
4.5 - Leermiddelen
€
276.342 €
279.724 €
274.624 €
270.992 €
269.992
Totaal lasten
€
17.208.701 €
15.939.902 €
15.619.192 €
15.237.952 €
15.101.715
Financiele Baten en lasten 5.1 - Financiële baten
€
5.2 - Financiële lasten
€
2.900 €
-
€
2.900 €
-
€
2.900 €
-
€
2.900 €
-
€
2.900
-
Totaal financiele baten en lasten
€
-2.900 €
-2.900 €
-2.900 €
-2.900 €
-2.900
Eindtotaal
€
18.065 €
33.048 €
15.925 €
11.119 €
17.724
Tabel 26
In de meerjarenbegroting van Stichting Ultiem zijn de meerjaren baten berekend op basis van de leerlingprognoses van de stichting. De komende jaren dalen de rijksbijdragen. Deze daling heeft een aantal oorzaken: •
•
• •
Daling van het aantal leerlingen. In 2024 stijgt de prognose van het aantal leerlingen eenmalig van 1956 naar 1976 leerlingen. Daarna is een jaarlijkse daling zichtbaar. Dit zorgt voor lagere baten. Er wordt in 2023 nog €953.000 aan NPO baten ontvangen, maar dit is wel het laatste jaar dat deze baten nog binnen komen. Deze daling in baten vangen we op door het niet verlengen van tijdelijke contracten, die ingezet zijn op deze middelen. Daarnaast is er de komende jaren sprake van natuurlijk verloop in het kader van pensionering (aangevuld met een deel vacatureruimte), waardoor we deze daling goed kunnen opvangen. Echter, is het ten aanzien van toenemende problematiek bij leerlingen in vrijwel alle scholen wel een zorgelijk signaal dat deze middelen wegvallen. In de afgelopen 2 jaar bleek de inzet van deze extra middelen wezenlijk gezien alle op te lossen knelpunten. In 2025 dalen de samenvoegingsbaten met €90.000, in 2026 met €127.000 en in 2027 met €30.000. In 2023 is €294.000 aan nieuwkomersbekostiging opgenomen voor onderwijs aan kinderen uit Oekraïne op de Tijdelijke Onderwijs Voorziening. In 2024 is hiervoor nog €42.000 begroot. In 2025 tot en met 2027 is hier geen rekening mee gehouden.
Begroting 2023 Stichting Ultiem
38 | P a g i n a
Het verloop van de leerlingaantallen, die in de baten zijn verwerkt is als volgt: Telling
Telling
Telling
Telling
Prognose
Prognose
Prognose
Prognose
1-10-2019
1-10-2020
1-10-2021
1-2-2022
1-2-2023
1-2-2024
1-2-2025
1-2-2026
Basis voor personele rijkssubsidie
2020/2021
2021/2022
2022/2023
2023
2024
2025
2026
2027
Basis voor materiële rijkssubsidie
2020
2021
2022
2023
2024
2025
2026
2027
Totaal
1986
1928
1873
1956
1976
1963
1937
1924
Aantal scholen
11
10 ¹
10
10
10
10
10
10
Leerlingen per M.i.v. 1-2-2022 is 1 februari teldatum
Tabel 27 ¹⁾ Op 1 augustus 2021 zijn OBS Nico Bulderschool en OBS Het Ruimteschip gefuseerd en opgegaan in OBS het Noorderlicht.
Aantal leerlingen
In tabel 27 staat het aantal leerlingen vermeld, dat de basis vormt voor de berekening van de rijksbijdragen. Hierbij is geen onderscheid meer gemaakt tussen onder- en bovenbouw, omdat dit bij de berekening van de bekostiging geen rol meer speelt. Onder de tabel staat het aantal scholen vermeld, dat meedoet in de leerlingtelling. De wijzigingen in dit aantal worden onder de tabel toegelicht. In tabel 28 staat het gewogen gemiddelde aantal leerlingen vermeld. Dat is het aantal leerlingen dat voor het betreffende jaar bepalend is voor de hoogte van de bekostiging. Dit aantal was van belang tot en met 2022. Bij de overgang naar de vereenvoudigde bekostiging in 2023 is het aantal leerlingen op de teldatum t-1 volledig bepalend voor de hoogte van de bekostiging en speelt het gewogen gemiddelde aantal leerlingen geen rol meer.
2000 1975 1950 1925 1900 1875 1850
Gewogen gemiddelde aantal leerlingen
2021
2022
2023
2024
2025
2026
2027
Jaren
Afbeelding 3 Realisatie
Realisatie
Realisatie
Prognose
Prognose
Prognose
Prognose
Gewogen gemiddelde
2021
2022
2023
2024
2025
2026
2027
Aantal leerlingen
1962
1905
1956
1976
1963
1937
1924
Tabel 28
Begroting 2023 Stichting Ultiem
39 | P a g i n a
PERSONELE LASTEN In de begroting 2023 is het bestuursformatieplan 2022/2023 voor de periode januari – juli 2023 verwerkt, inclusief de besteding van de extra middelen. In verband met een stijging van het aantal leerlingen, is voor het schooljaar 2023/2024 één fte extra inzet meegenomen ten opzichte van het aantal fte op schoolformatie 2022/2023. Ten aanzien van het meerjarenperspectief leidt de mutatie van het aantal leerlingen ook tot een mutatie in de personele lumpsum. Daarnaast leiden het wegvallen van de NPO subsidie en de samenvoegingsbaten tot een daling van de personele middelen. Deze daling in de baten komt als volgt tot uiting in de salarislasten: • contracten van tijdelijke medewerkers, danwel tijdelijke uitbreiding van medewerkers die geboekt staan op NPO middelen zijn niet verlengd. Contracten van vaste medewerkers zijn teruggezet op Lumpsum; • er is een uitstroom meegenomen van medewerkers die de pensioengerechtigde leeftijd zullen bereiken; • omdat de uitstroom vanwege pensionering hoger is dan de daling van de baten, is er jaarlijks voor een deel vacatureruimte opgenomen.
Hiernaast zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • De onderwijsassistenten (niet zijnde de medewerkers, die bekostigd worden uit werkdrukmiddelen of NPO-middelen) worden bekostigd uit het budget passend onderwijs; • Het overig onderwijsondersteunend personeel (met een vast contract) wordt bekostigd uit de lumpsum; • De middelen van het werkdrukakkoord zijn budgetneutraal opgenomen; • De middelden voor het Nationaal Programma Onderwijs zijn budgetneutraal opgenomen. Tabel 29 toont het verloop van de beschikbare formatie, naar functiecategorie, in zowel loonkosten als fte’s: Functiecategorie
2023
2024
2025
2026
Staf
€
384.626 €
361.474 €
358.792 €
360.254 €
348.049
2027
Directie (incl. bestuurder)
€
1.150.299 €
1.092.296 €
1.097.306 €
1.115.788 €
1.110.296
Onderwijzend personeel schoolformatie €
7.767.602 €
7.823.422 €
7.637.668 €
7.374.116 €
7.312.076
Onderwijzend personeel ov erig
€
2.455.512 €
1.766.092 €
1.745.042 €
1.729.693 €
1.739.189
Onderwijs ondersteunend personeel
€
1.803.338 €
1.641.087 €
1.567.779 €
1.480.087 €
1.454.229
Totaal personele inzet
€
13.561.377 €
12.684.371 €
12.406.586 €
12.059.938 €
11.963.840
Externe inhuur
€
400.000 €
165.000 €
165.000 €
165.000 €
165.000
Totaal personele inzet
€
13.961.377 €
12.849.371 €
12.571.586 €
12.224.938 €
12.128.840
Tabel 29
Begroting 2023 Stichting Ultiem
40 | P a g i n a
Functiecategorie
2023
2024
2025
2026
2027
Bestuurder
1,00
1,00
1,00
1,00
1,00
Staf
4,10
4,00
4,00
4,00
4,00
Directie
8,68
8,97
8,97
8,97
8,97
Onderwijzend personeel schoolformatie
88,62
89,16
86,59
83,94
83,31
Onderwijzend personeel ov erig
31,71
22,42
23,48
23,13
23,03
Onderwijs ondersteunend personeel
28,75
24,35
22,65
21,54
20,98
Subtotaal
162,86
149,89
146,69
142,57
141,30
2,00
2,00
2,00
2,00
Externe inhuur directie
0,47
Externe inhuur Onderwijzend personeel
1,07
Externe inhuur Onderwijs ondersteunend personeel
1,03
Subtotaal externe inhuur formatie Totaal personele inzet
2,57
2,00
2,00
2,00
2,00
165,43
151,89
148,69
144,57
143,30
Tabel 30
Hierbij dient opgemerkt te worden dat de post onderwijzend personeel schoolformatie alleen het personeel betreft welke verbonden is aan de schoolformatie. De categorieën onderwijzend personeel overig en onderwijsondersteunend personeel hebben betrekking op alle posten met de functiecategorie OP of OOP (waaronder vakleerkrachten, werkdrukvermindering, NPO, Vervangingsfonds, etc.). Leerlingratio
2023
2024
2025
2026
2027
Onderwijzend personeel (schoolformatie)
88,62
89,16
86,59
83,94
83,31
Leerlingtelling
1956
1976
1963
1937
1924
Leerling/fte ratio
22,07
22,16
22,67
23,08
23,09
Tabel 31
Tabel 31 laat aan de hand van het onderwijzend personeel op schoolformatie (formatie gekoppeld aan de groepen) de groepsgrootte zien, exclusief de inzet van NPO middelen. Door deze benadering kan de werkelijke groepsgrootte iets lager liggen. Vanaf 2026 zien we een stijging van de groepsgrootte, wat een gevolg is van daling in baten met als effect een reductie op personeelslasten. Deze reductie kunnen we opvangen met natuurlijk verloop, omdat medewerkers de pensioengerechtigde leeftijd bereiken. De verwachte kosten voor BGZ en arbozorg laten in het meerjarenperspectief een dalende lijn zien. We zien in 2022 een afbouw in de langdurige verzuimdossiers. Door hiernaast meer accent te leggen op de gesprekkencyclus, verwachten we meer te kunnen focussen op vitaliteit en duurzame inzetbaarheid, waardoor het verzuimpercentage geleidelijk aan verder zal dalen (peildatum oktober 2022: 8,46%). Het effect zal in eerste instantie met name zichtbaar moeten worden in geen malus van het vervangingsfonds voor de premiedifferentiatie en beperkte inzet van personeel op vervanging (zowel intern als extern).
AFSCHRIJVINGEN In tabel 32 staan de meerjaren investeringen die in deze begroting zijn verwerkt. Waar nodig volgt nu een toelichting op het verloop van deze tabel. In 2023 zijn er bijna geen investeringen in meubilair. In 2022 is kindcentrum Punt West in gebruik genomen. Bij de verhuizing naar deze locatie is OBS De Achtbaan voorzien van nieuw Begroting 2023 Stichting Ultiem
41 | P a g i n a
meubilair. In 2024 wordt de oplevering van de nieuwbouw van de Walstraschool verwacht. In dat jaar zijn voor deze school extra investeringen in meubilair begroot. Ten aanzien van ICT is vanaf 2024 met name sprake van vervangingsinvesteringen. In 2025 worden de laptops, die in 2021 voor de medewerkers zijn aangeschaft, vervangen. Dit zorgt voor een investeringspiek in dat jaar. In 2026 en 2027 zijn de investeringen weer lager. De nadruk van investeringen in OLP ligt in de komende twee jaren. In de jaren daarna nemen deze investeringen af. Investeringen
2023
2024
2025
2026
2027
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Investering terreinen
€
25.000 €
25.000
Investering meubilair
€
3.000 €
120.600 €
600 €
5.600 €
600
Investering OLP (onderwijsleerpakket)
€
77.026 €
68.397 €
48.000 €
27.000 €
2.000
Investering ICT
€
61.930 €
190.189 €
237.213 €
32.957 €
59.560
Investering TZ (Technische Zaken)
€ 500.000 €
-
€
-
€
-
€
-
-
€
-
€
-
€
3.585
65.557 €
65.745
Investering overige MVA (materiële vaste activa) € Totaal investeringen
3.585 €
€ 670.541 €
404.186 €
285.813 €
Tabel 32 Afschrijvingen
2023
2024
2025
2026
2027
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Afschrijving terreinen
€
9.919 €
10.440 €
11.169 €
11.169 €
11.169
Afschrijving meubilair
€
87.236 €
89.383 €
91.582 €
89.647 €
88.013
Afschrijving OLP (onderwijsleerpakket)
€
68.391 €
59.634 €
55.276 €
52.833 €
50.244
Afschrijving ICT
€ 171.616 €
164.719 €
166.854 €
160.481 €
156.082
Afschrijving TZ (Technische Zaken)
€
25.395 €
25.395 €
25.395 €
25.395 €
25.395
Afschrijving overige MVA (materiële vaste activa) €
10.651 €
10.169 €
10.072 €
8.026 €
2.028
€ 373.208 €
359.739 €
360.347 €
347.551 €
332.931
Totaal afschrijvingen
Tabel 33
De afschrijvingen zijn in 2023 maximaal en deze dalen vervolgens weer enigszins. Dit heeft onder andere de volgende oorzaken: •
•
•
De afschrijvingen van ICT dalen, doordat een aantal ICT investeringen, nadat ze volledig zijn afgeschreven, niet worden vervangen. Het gaat onder andere om aanleg van wifi en chrome licenties. Ook hebben een aantal in 2023 en 2024 afgeschreven digiborden een verlengde levensduur. Hierdoor zijn er voor deze apparaten in de jaren daarna geen afschrijvingen opgenomen. De afschrijvingen van leermiddelen dalen, omdat bij leermethoden een trend zichtbaar is, waarbij steeds meer met licenties wordt gewerkt. Hierdoor wordt minder in fysieke leermethoden geïnvesteerd. De afschrijvingen van de overige vaste activa dalen in 2026 en 2027. Investeringen in aanpassingen van het stafbureau zijn in deze jaren afgeschreven.
HUISVESTINGSLASTEN In hoofdstuk 2.2.6 Huisvestingslasten is een gedetailleerde toelichting gegeven op de begroting van 2023. Ten behoeve van het meerjarenperspectief zijn de lasten grotendeels overgenomen voor 2024 tot en met 2027. Het is niet mogelijk om te voorspellen hoe de
Begroting 2023 Stichting Ultiem
42 | P a g i n a
energielasten zich in de toekomst zullen ontwikkelen. In het meerjarenperspectief is daarom uitgegaan van blijvend hoge energielasten. De verwachting was dat op de nieuw gebouwde locaties de vergoeding materiële instandhouding zou voldoen. Met name door de hoge energielasten is dit echter nog niet het geval en is er sprake van een negatief resultaat op huisvesting. Ook ontstaat op de lange termijn van 15-20 jaar meer risico bij het groot onderhoud van de gebouwen. Dit vraagt om een gedegen onderhoudsplan met vaste ketenpartners. Bij de overgang naar de vereenvoudigde bekostiging is de subsidie materiële instandhouding komen te vervallen. Deze subsidie is op basis van het laatste jaar waarin deze subsidie is ontvangen (2022) vertaald naar een percentage van de totale vereenvoudigde bekostiging. Op deze manier kan Ultiem de ontwikkeling van het resultaat op huisvesting blijven volgen. De huisvestingslasten bij nieuwe gebouwen verplaatsen zich meer en gaan niet noodzakelijkerwijs fors naar beneden. De enorme huisvestingslasten die de oude gebouwen hebben, zien wij als schoolbestuur nu niet, want die lasten liggen nu nog bij gemeente. De MI bekostiging gaat uit van kengetallen uit de jaren ’80 die niet reëel of slechts inflatievolgend geïndexeerd zijn. De normvergoeding voor schoonmaak is bijvoorbeeld niet genoeg om ook daadwerkelijke goed schoon te kunnen maken.
Binnen het onderhoud wordt ook rekening gehouden met de meerjaren onderhoud dotatie voor over 20 jaar. Bij het huidige prijsniveau, betekent dit een aanzienlijke reservering. Ondanks de innovaties in de bouw en soms prijsverlagingen is het niet verstandig het meerjaren onderhoudsplan te minimaliseren. De huidige periode laat enorme prijsstijgingen zien vanwege schaarste van producten. Over het geheel betekent het dat de huidige normvergoeding in de buurt zit qua kosten van een nieuw en comfortabel schoolgebouw.
4.2 Meerjarenbalans 2023-2027 Op basis van de huidige meerjarenbegroting is de onderstaande opgesteld. Meerjarenbalans 2023-2027 Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2023
2024
2025
2026
2027
1.2 - Totaal Materiële vaste activa
€
2.163.663 €
2.208.109 €
2.133.576 €
1.851.581 €
1.3 - Financiële vaste activa
€
-
-
-
-
1.5 - Vorderingen
€
634.632 €
€
€
634.632 €
€
634.632 €
€
634.632 €
1.584.395 634.632
1.7 - Liquide middelen
€
2.820.732 €
2.809.334 €
2.899.792 €
3.192.905 €
3.477.815
Totaal Activa
€
5.619.027 €
5.652.075 €
5.667.999 €
5.679.118 €
5.696.842 3.133.970
2.1 - Eigen Vermogen
€
3.056.155 €
3.089.203 €
3.105.127 €
3.116.246 €
2.2 - Voorzieningen
€
537.488 €
537.488 €
537.488 €
537.488 €
537.488
2.4 - Kortlopende schulden
€
2.025.384 €
2.025.384 €
2.025.384 €
2.025.384 €
2.025.384
Totaal Passiva
€
5.619.027 €
5.652.075 €
5.667.999 €
5.679.118 €
5.696.842
Tabel 34
Begroting 2023 Stichting Ultiem
43 | P a g i n a
In de bovenstaande meerjarenbalans is zichtbaar dat de materiële vaste activa als gevolg van de grote investeringen in meubilair en ICT nog toenemen tot en met 2024. In de jaren daarna is een daling zichtbaar, omdat de afschrijvingen dan hoger zijn dan de investeringen. De vorderingen worden verondersteld gelijk te blijven. De liquide middelen nemen de komende jaren toe. Enerzijds door positieve resultaten in 2023 en 2024. Anderzijds stijgen de liquide middelen ondanks negatieve resultaten door, omdat bijna alle grote investeringen in het kader van nieuwbouw al zijn gedaan. Hierdoor hoeft er de komende jaren weinig geïnvesteerd te worden. Dit heeft een zichtbaar positief effect op de liquide middelen. De resultaten uit de meerjarenbegroting zijn in deze balans gemuteerd in het eigen vermogen. De voorzieningen en kortlopende schulden worden in deze meerjarenbalans verondersteld jaarlijks gelijk te blijven.
4.3 Kengetallen De meerjarenbalans en resultatenrekening resulteren in de kengetallen die zichtbaar zijn in tabel 35. Kengetallen Realisatie Realisatie Prognose Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
OCW
Kengetal Liquiditeit
2020 1,80
2021 2,22
2022 1,84
2023 1,71
2024 1,70
2025 1,75
2026 1,89
2027 2,03
Solvabiliteit 1 (Excl. voorzieningen)
49,86%
57,45%
54,24%
54,39%
54,66%
54,78%
54,87%
55,01%
Solvabiliteit 2 (Incl. voorzieningen)
55,85%
66,32%
63,84%
63,95%
64,17%
64,27%
64,34%
64,45%
Weerstandsvermogen 1 (excl.MVA)
11,92%
12,36%
7,37%
5,43%
5,77%
6,48%
8,66%
10,69%
Weerstandsvermogen 2 (incl. MVA)
19,31%
21,38%
18,44%
17,74%
19,34%
19,86%
20,44%
20,73%
> 5%
Rentabiliteit
3,79%
3,92%
-2,68%
0,10%
0,21%
0,10%
0,07%
0,12%
-10,00%
38,18%
36,30%
32,95%
28,81%
31,41%
32,49%
33,68%
34,31%
35%-60%
1.888.047 2.345.283 2.690.030 3.025.146 3.006.902 2.915.476 2.614.180
2.340.512
Kapitalisatiefactor Normatief publiek eigen vermogen *) Verschil werkelijk - normatief
953.230 1.134.771
348.060
31.009
82.301
189.651
502.066
793.458
> 0,75 > 30%
<0
Tabel 35
*) Dit is een nieuwe signaleringswaarde die is ontwikkeld door de inspectie voor het onderwijs voor bovenmatige reserves bij onderwijsinstellingen Liquiditeit De liquiditeit wordt gedefinieerd als de vlottende activa gedeeld door de kortlopende schulden. De liquiditeit geeft aan in Liquiditeit hoeverre de stichting in staat is om op 2,50 tijd haar schulden te betalen. 2,00 Liquiditeit
De liquiditeit van Stichting Ultiem is 1,00 ruim boven de door OCW gehanteerde signaleringswaarde van 0,50 0,75. Stichting Ultiem kan ruimschoots 0,00 2023 2020 2021 2022 2024 2025 2026 2027 voldoen aan haar kortlopende (R) (R) (P) (B) (B) (B) (B) (B) verplichtingen. Als gevolg van de Liquiditeit Signaleringswaarde hoge investeringen in activa daalt dit kengetal in 2023 naar 1,71. Vanaf 2025 stijgt de liquiditeit, doordat de investeringen dalen en ook de exploitatieresultaten positief zijn. 1,50
Begroting 2023 Stichting Ultiem
44 | P a g i n a
Solvabiliteit 1 De solvabiliteit geeft aan in hoeverre de organisatie in staat is aan haar lange termijnverplichtingen te voldoen. Solvabiliteit 1 is gedefinieerd als het eigen vermogen (excl. voorzieningen) gedeeld door het totale vermogen. Voor dit kengetal hanteert OCW geen signaleringswaarde. Het hierna genoemde kengetal solvabiliteit 2 heeft wel een signaleringswaarde bij OCW. Solvabiliteit 2 Solvabiliteit 2 70,00%
Solvabiliteit
60,00% 50,00% 40,00% 30,00% 20,00% 10,00% 0,00%
2020 (R)
2021 (R)
2022 (P)
2023 (B)
Solvabiliteit 2 (Incl. voorzieningen)
2024 (B)
2025 (B)
2026 (B)
2027 (B)
Signaleringswaarde
De solvabiliteit geeft aan in hoeverre de organisatie in staat is aan haar lange termijnverplichtingen te voldoen. Solvabiliteit 2 is gedefinieerd als het eigen vermogen (incl. voorzieningen) gedeeld door het totale vermogen. Bij solvabiliteit 2 wordt door het ministerie van OCW een signaleringswaarde gehanteerd van 30%.
De solvabiliteit van Stichting Ultiem zit hier ruim boven en laat een constant beeld zien.
Weerstandsvermogen
Weerstandsvermogen 30,00% 20,00% 10,00% 0,00%
2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 (R) (R) (P) (B) (B) (B) (B) (B) Weerstandsvermogen 2 (incl. MVA) Signaleringswaarde
Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen zegt iets over de reservepositie van de stichting en over de mogelijkheden om financiële tegenvallers te kunnen opvangen. Weerstandsvermogen 1 is gedefinieerd als eigen vermogen minus MVA gedeeld door de rijksbijdrage. Weerstandsvermogen 2 is het eigen vermogen gedeeld door de totale baten (incl. financiële
baten). Bij weerstandsvermogen 2 wordt door het ministerie van OCW een signaleringswaarde gehanteerd van 5%. Stichting Ultiem zit hier ruim boven. Dit betekent dat Ultiem volgens de normen van de inspectie voor het onderwijs beschikt over een goede reservepositie. In 2023 is nog een lichte daling te zien ten opzichte van de prognose 2022. Daarna stijgt het weerstandsvermogen jaarlijks. Dit geeft aan dat de reservepositie de komende jaren verbetert. Belangrijker is echter of het eigen vermogen voldoende is om eventuele risico’s te kunnen opvangen. Ultiem heeft hiertoe in 2022 een risicoanalyse uitgevoerd onder begeleiding van een accountantsadviesbureau. Het resultaat van dit traject was een rapport waarin tien strategische risico’s beschreven en vertaald zijn naar een financiële buffer die nodig is om deze risico’s op te kunnen vangen. In hoofdstuk 4.4 Risicomanagement wordt dieper ingegaan op de totstandkoming en resultaten van de uitgevoerde risicoanalyse. Begroting 2023 Stichting Ultiem
45 | P a g i n a
Rentabiliteit De rentabiliteit geeft aan in hoeverre de inkomsten en uitgaven van een instelling elkaar in evenwicht houden. Rentabiliteit is gedefinieerd als totaalresultaat gedeeld door de totaal baten.
Rentabiliteit Rentabiliteit
5,00% 0,00% -5,00% -10,00% -15,00%
2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 (R) (R) (P) (B) (B) (B) (B) (B)
Het weerstandsvermogen van Stichting Ultiem is vanaf 2023 jaarlijks Rentabiliteit Signaleringswaarde positief als gevolg van de positieve exploitatieresultaten. De waarde is in de jaren 2023 tot en met 2027 hoger dan de signaleringswaarde van OCW. Deze bedraagt -10% voor één jaar. Kapitalisatiefactor Kapitalisatiefactor 70,00%
Kapitalisatiefactor
60,00% 50,00% 40,00% 30,00% 20,00% 10,00% 0,00%
2020 (R)
2021 (R)
2022 (P)
Kapitalisatiefactor
2023 (B)
2024 (B)
2025 (B)
2026 (B)
2027 (B)
Signaleringswaarde
De kapitalisatiefactor meet het verband tussen het kapitaal dat een bestuur gebruikt voor haar activiteiten en inkomsten van het bestuur en wordt gedefinieerd door het balanstotaal minus de boekwaarde van gebouwen en terreinen gedeeld door de exploitatiebaten (incl. financiële baten). De signaleringswaarde van OCW voor kleine besturen is 35% en
voor grote besturen 60%. Dit betreft een bovengrens. De kapitalisatiefactor van Ultiem ligt in 2023 onder de signaleringswaarde van 60% voor een groot bestuur als Ultiem, maar stijgt de komende vijf jaar, met name doordat het aandeel van het vermogen (kapitaal) stijgt ten opzichte van de exploitatiebaten. De exploitatiebaten nemen vanaf 2023 jaarlijks af. Normatief publiek eigen vermogen De inspectie van het onderwijs heeft een nieuwe signaleringswaarde ontwikkeld voor het signaleren van bovenmatig (publiek) eigen vermogen. Zodra het (publieke) eigen vermogen van een bestuur boven de signaleringswaarde uitkomt, is dit volgens de inspectie een indicatie dat het bestuur mogelijk te veel eigen vermogen ongebruikt laat. Daarom moeten schoolbesturen zich vanaf verslagjaar 2020 hierover verantwoorden. De inspectie van het onderwijs zal in het kader van het continuïteitstoezicht kijken naar de financiële positie van schoolbesturen alsóf de vordering op OCW er nog steeds is. Dit doen zij in ieder geval voor het jaarverslag 2022 tot en met 2026. Op deze manier is een overgangsperiode gecreëerd voor het wegvallen van de vordering. Het eigen vermogen van Stichting Ultiem is in de komende vijf jaren hoger dan het normatief publiek eigen vermogen. Dit verschil loopt elk jaar op.
In 2027 is het eigen vermogen van Ultiem volgens de begroting €793.458 hoger dan het normatief publiek eigen vermogen. Begroting 2023 Stichting Ultiem
46 | P a g i n a
In de verantwoording in de jaarrekening moet worden toegelicht waarom er sprake is van overtollig publiek eigen vermogen en hoe dit eigen vermogen eventueel wordt ingezet. Voor de duiding van de hoogte van het eigen vermogen heeft Stichting Ultiem een risicoanalyse uitgevoerd. In het volgende hoofdstuk wordt hier nader op ingegaan.
4.4 Risicomanagement In 2022 is een risico-inventarisatie en -evaluatie uitgevoerd. Dit proces is begeleid door een extern adviesbureau en heeft geleid tot een rapport, waarin de strategische risico’s van Stichting Ultiem zijn beschreven. Het gaat onder andere om risico’s ten aanzien van de kwaliteit van het onderwijs, het personeel, de besluitvorming en het imago van Ultiem. Bij alle beschreven risico’s zijn beheersmaatregelen vermeld, die Ultiem al heeft genomen om de risico’s te verkleinen. De beschreven risico’s zijn vertaald naar een financiële impact op basis van een inschatting van de kans dat het risico zich voordoet en de financiële impact die het risico tot gevolg heeft. Dit resulteert in een totaalbedrag dat nodig is als financiële buffer tegen de mogelijke gevolgen van de risico’s. In het eindrapport met de in 2022 geïnventariseerde risico’s is de benodigde buffer bepaald op €1.767.589. In 2022 is als risico ook het afboeken van de vordering op OCW in 2022 meegenomen als gevolg van de invoering van de vereenvoudigde bekostiging per 1 januari 2023. Tegen de beslissing om de vordering OCW af te boeken loopt nog een bezwaarprocedure, die de PO raad namens 232 schoolbesturen is gestart tegen het Ministerie van OCW.
Ongeacht de uitkomst van deze procedure is de afboeking van de vordering OCW in 2023 geen risico meer, aangezien de eventuele afboeking eenmalig plaatsvindt in 2022. Als we de afboeking van de vordering OCW buiten beschouwing laten, is de benodigde buffer €1.154.865. Het eigen vermogen heeft naast de bufferfunctie ook als functie om de aanwezige activa te kunnen vervangen. De boekwaarde van de activa is daarom ook onderdeel van het eigen vermogen. Op basis daarvan kunnen we het benodigde eigen vermogen van Ultiem bepalen. In tabel 36 is het meerjaren eigen vermogen van Ultiem afgezet tegen het benodigde eigen vermogen naar aanleiding van de risicoanalyse. Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Benodigd eigen vermogen volgens risicoanalyse
2023 € 3.318.528
2024 € 3.362.975
2025 € 3.288.441
2026 € 3.006.447
2027 € 2.739.261
Verschil werkelijk - benodigd
€
€
€
€
€
-262.373
-273.772
-183.314
109.799
394.709
Tabel 36
In de tabel is te zien dat het eigen vermogen van Stichting Ultiem in 2023 tot en met 2025 lager is dan gewenst. Vanaf 2026 ligt het eigen vermogen boven het gewenste niveau. Dit komt met name door een daling van de boekwaarde van de activa. In de komende jaren blijft risicomanagement een vast thema in de PDCA cyclus. Door het nemen van extra beheersmaatregelen kan Ultiem de risico’s beperken en daarmee de benodigde buffer omlaag brengen.
Begroting 2023 Stichting Ultiem
47 | P a g i n a
5. Bestuursbesluit meerjarenbegroting 2023-2027 De bestuurder heeft de meerjarenbegroting voor de jaren 2023-2027 gezien en neemt deze voor kennisgeving aan. Namens Stichting Ultiem,
Datum:
M.H.W. Bakker Bestuurder
De Raad van Toezicht heeft de meerjarenbegroting voor de jaren 2023-2027 gezien en neemt deze voor kennisgeving aan in de vergadering van 19 december 2022. Namens de Raad van Toezicht van Stichting Ultiem,
Datum:
J.J. Bruintjes Voorzitter
R.P.S. van Rijn Lid, portefeuille Financiën
Begroting 2023 Stichting Ultiem
48 | P a g i n a