05. Begroting Ultiem 2021
Tekst van het document
Begroting 2021 Stichting Ultiem
28 | P a g i n a
2.2.7
Overige lasten (EFJ 4.4)
Begroting 2020 4.4 Overige lasten 4.4.1 Administratie en beheer 4.4.2 Inventaris en apparatuur 4.4.3 Leer- en hulpmiddelen 4.4.4 Overige instellingslasten 4.4.5 Overige Totaal: 4.4 Overige lasten
€ € € € € €
393.600 155.008 286.410 12.467 160.519 1.008.004
Begroting 2021 € € € € € €
349.205 132.700 280.937 77.172 129.681 969.695
Tabel 10
Veel van de posten die onder de overige instellingslasten vallen, zijn onderdeel van de schoolbegrotingen. De schoolbegrotingen hebben gezamenlijk geen groot positief of negatief resultaat en zijn redelijk budgetneutraal. Daarom gaan we daar in deze begroting niet in detail op in. De grotere posten worden hieronder nader toegelicht en zijn voornamelijk posten die bovenschools of op het stafbureau zijn begroot. Administratie en beheer (EFJ 4.4.1)
Begroting Begroting 2020 2021 4.4.1 - Administratie- en beheerslasten 404510 Kantoorbenodigdheden 405024 Kosten vergoeding RvT 406025 Reis- en verblijfkosten 407383 Kosten fusie 408080 Administratiekosten extern 408082 Accountantskst. verplichte contr. OCW 408085 Deskundigenadvies 409024 Juridische ondersteuning Totaal 4.4.1 - Administratie- en beheerslasten
1.250 25.000 1.850 180.000 18.500 162.000 5.000 393.600
1.000 23.500 2.050 12.000 182.000 19.155 106.500 3.000 349.205
Administratiekosten extern Deze rekening bestaat voor het grootste deel uit de lasten van het administratiekantoor Groenendijk. Verder zijn hier opgenomen: het beheer van de Flexpool door Slim personeelsbemiddeling, de kosten voor de implementatie van Raet performance management en de uitruilregeling 2021. Na de zomer 2020 is de begrotingstool “Capisci” afgenomen van Groenendijk. Deze is hier ook opgenomen. Deze begrotingspost ligt in lijn met de begroting van 2020.
Begroting 2021 Stichting Ultiem
29 | P a g i n a
Accountantskosten Dit betreft de kosten van de accountant van Stichting Ultiem voor de controle van de jaarrekening en de bekostigingsgegevens. HZG Accountants is de accountant van Stichting Ultiem. Deze kosten zijn gelijk aan de begroting van 2020. Kosten RvT Dit betreft de vlg. de VTOI-norm overeengekomen vergoeding aan de leden van de raad van toezicht. Daarnaast zijn er kosten opgenomen voor evaluatie van de raad van toezicht onder begeleiding van een extern bureau en een bedrag voor overige kosten die bij het uitvoeren van de toezichthoudende taken worden gemaakt. Kosten fusie De Nico Bulderschool en Het Ruimteschip gaan in 2021 fuseren. De verwachte extra kosten als gevolg van deze fusie bedragen €12.000 en zijn hier opgenomen en in mindering gebracht op de schoolbegroting van 2021. Het blijkt vooraf moeilijk in te schatten wat de extra kosten in de schoolbegroting van de fusieschool gaan bedragen, welke het gevolg zijn van de fusie tussen beide scholen. Wel is duidelijk dat er leermethoden zijn die door de fusie overbodig worden. Deskundigenadvies Stichting Ultiem maakt voor een aantal werkzaamheden gebruik van externe deskundigheid. Hiervan is een deel incidenteel. De volgende posten zijn hierin opgenomen:
Begroting
Begroting
2020
2021
30.250
Toelichting
23.500 Betreft inkoopadv ies in v erband met het inkoopbeleid, contractbeheer en div erse aanbesteding die aanstaande zijn, zoals ICT beheer, leermiddelen, groenv oorziening, sanitaire v oorzieningen. Dit bedrag wordt de komende jaren naar v erwachting lager doordat v eel grote aanbestedingen dan afgerond zijn.
30.000
12.500 Audits op scholen
15.650
10.000 Ondersteuning bij fusietrajecten. Dit is een incidentele post in v erband met het fusietraject v an de Nico Bulderschool en het Ruimteschip. Bij dit proces wordt Ultiem ondersteund bij de procedurele kant en de samenv oeging v an de beide schoolteams.
5.000
10.000 Ondersteuning stafbureau
3.600
3.900 Regie v an klachtenonderhoud.
2.500
2.500 Externe v ertrouwenspersoon
60.000
-
Ondersteuning bij huisv estingszaken. De huisv estingadv iseur v ertegenwoordigt Ultiem in alle nieuwbouwprojecten. In 2020 was er nog sprake v an externe inhuur v an huisv estingsadv ies.
15.000
-
Ondersteuning bij huisv estingszaken. In 2020 werd maakte Ultiem nog gebruikt v an externe deskundigheid op het gebied v an algemene huisv estingszaken. In juni 2020 heeft Ultiem hierv oor een huisv estingadv iseur in dienst genomen, waardoor deze kosten deel uitmaken v an de salarishuishouding.
-
30.000 Bov enschools ICT-er
-
11.500 Inhuur functionaris gegev ensbescherming
-
2.600
162.000
106.500
Begroting 2021 Stichting Ultiem
30 | P a g i n a
Met name de post huisvestingsadvies is sterk gedaald doordat stichting Ultiem zelf een beleidsmedewerker huisvesting in dienst heeft genomen. Er is wel sprake van een verschuiving naar loonkosten, maar de kosten voor externe inhuur zijn aanzienlijk hoger dan de kosten voor een eigen huisvestingadviseur.
Begroting Begroting 2020 2021 4.4.2 - Inventaris, apparatuur en leermiddelen 404901 Informatietechnologie (verbruik) 15.400 404904 ICT licenties en abonnementen 139.608 Totaal 4.4.2 - Inventaris, apparatuur en leermiddelen 155.008
8.450 124.250 132.700
ICT Licenties en abonnementen In 2020 was op deze post €139.600 begroot en in 2021 is dit €124.000. Hiervan komt €110.000 voort uit de schoolbegrotingen. Dit betreft licenties voor leermethoden en licenties voor ICTbeheer. Dit is in lijn met de begroting van 2020. Daarnaast is er bovenschools €14.000 begroot. Dit bestaat o.a. uit bovenschoolse modules van Parnassys, Ultimview en Cupella en de jaarlijkse kosten voor YourSafetynet. Er is ook een bedrag opgenomen voor het vernieuwen van de website van Ultiem. In de begroting van 2020 waren de bovenschoolse licentiekosten met €34.000 aanzienlijk hoger. Leer- en hulpmiddelen (EFJ 4.4.3)
4.4.3 - Leer- en hulpmiddelen 404000 Leer- en hulpmiddelen 404300 Onderhoud apparatuur 404400 Vakliteratuur/abonnementen 404500 Kopieer- en printerkosten Totaal 4.4.3 - Leer- en hulpmiddelen
215.000 4.610 66.800 286.410
200.675 500 9.262 70.500 280.937
Leer- en hulpmiddelen Deze begrotingspost komt bijna uitsluitend uit de schoolbegrotingen en is €14.000 lager dan in de begroting van 2020. Het leerlingaantal is in 2021 lager dan het jaar ervoor, waardoor lagere uitgaven voor leer- en hulpmiddelen verklaarbaar is. Kopieer- en printerkosten De kopieer- en printerkosten liggen redelijk in lijn met de begroting van 2020. De huidige langdurige contracten zijn erg ongunstig en resulteren in hoge maandlasten. Medio 2021 loopt een groot deel van de kopieercontracten af. Er zal begin 2021 een nieuwe aanbesteding worden gestart voor multifunctionals. De verwachting is dat de kosten hierdoor aanzienlijk zullen dalen. Deze daling is in 2021 nog niet opgenomen. In de opvolgende jaren is wel een daling zichtbaar.
Begroting 2021 Stichting Ultiem
31 | P a g i n a
Overige instellingslasten (EFJ 4.4.4)
Begroting Begroting 2020 2021 4.4.4 - Overige instellingslasten 406051 Medezeggenschapsraad 406040 Verzekeringen 407286 Project gezonde school TOTAAL 4.4.4 - Overige instellingslasten
5.521 6.946 12.467
6.415 67.757 3.000 77.172
Verzekeringen Deze post stijgt fors ten opzichte van de begroting 2020. Dit komt doordat in 2020 een arbeidsongeschiktheidsverzekering voor het personeel van Ultiem is afgesloten bij Loyalis. Deze was in 2020 niet begroot. De premie van €57.000 die hiervoor wordt betaald wordt op het salaris van de werknemers ingehouden en draagt daarom niet negatief bij aan het resultaat van de begroting 2021. Naast de arbeidsongeschiktheidsverzekering heeft Ultiem verzekeringen afgesloten bij AON. Het betreft verzekeringen voor bestuurdersaansprakelijkheid, aansprakelijkheid, collectieve ongevallen en WEGAS. Medezeggenschapsraad Dit zijn bedragen die zijn bedoeld voor de medezeggenschapsraad. Het begrote bedrag is gelijk aan het bedrag voor medezeggenschap uit de materiële instandhouding.
Begroting 2021 Stichting Ultiem
32 | P a g i n a
Overige (EFJ 4.4.5)
Begroting Begroting 2020 2021 4.4.5 - Overige 405030 Representatiekosten 406014 Drukwerk 406015 Portokosten 406016 Kosten telecommunicatie 406018 PR 406020 Kosten leerlingvolgsysteem 406060 Kantinekosten 406070 Culturele vorming 406080 Overige uitgaven 407172 CMK Doelsubsidie Cultuureducatie 408054 Representatie- en bestuurkosten 408070 GMR 408077 Contributies Totaal 4.4.5 - Overige
2.700 200 14.597 750 12.250 9.725 25.490 49.761 7.176 1.500 1.200 35.170 160.519
3.513 500 575 11.190 4.000 16.327 11.825 25.195 6.000 13.356 2.000 1.200 34.000 129.681
Onder “Overige” zijn met name posten opgenomen die uit de schoolbegroting komen. Deze post is €30.000 lager dan de begroting 2020. In 2020 zijn de lasten van één van de scholen door omstandigheden in zijn geheel op de post “Overige uitgaven” begroot. Dit jaar zijn de lasten op de juiste begrotingsposten geboekt, waardoor op “Overige uitgaven” nu minder is begroot. Op andere posten zijn hierdoor meer kosten opgenomen.
Begroting 2021 Stichting Ultiem
33 | P a g i n a
3. Treasuryplan 2021 Het treasuryplan is onderdeel van de begroting 2021. In dit plan worden de verwachtingen voor 2021 ten aanzien van treasury geschetst.
3.1
Liquiditeitsprognose (begrotingstermijn)
De onderstaande liquiditeitenplanning laat het verloop van de liquide middelen van Stichting Ultiem zien. De volgende uitgangspunten worden hierbij gehanteerd: Uitgangspunten: • Er wordt gekeken naar de liquide middelen die op de lopende RABO-rekening staan en de RABO-spaarrekeningen. • Aanname is dat het saldo ultimo 2020 ongeveer €2,8 miljoen bedraagt. • Het ontvangstritme van de rijksbijdragen is gebaseerd op de uitbetaling van het ministerie van OC&W. • In maart en november wordt de prestatiebox ontvangen. • Ontvangst van de vergoeding voor detachering is gelijkmatig over het jaar verdeeld. • In mei wordt het vakantiegeld uitbetaald. • In december wordt de eindejaarsuitkering uitbetaald. • De afdrachten van de premies sociale lasten en de loonheffing vindt altijd een maand later plaats. • De uitgaven van de personele lasten zijn daarom in de maanden januari, mei, juni en december het hoogst. • De huisvestingslasten zijn gelijkmatig over het jaar verdeeld • De maand van investeren is een inschatting op basis van het investeringsplan. o OLP is gelijkmatig verdeeld over het jaar o ICT (januari), digiborden (april), meubilair (augustus).
Prognose 2021 Ontvangsten
Totaal
Rijksbijdragen (personeel)
9.163.567
Prestatiebox
jan
feb
mrt
apr
mei
jun
jul
aug
sept
okt
nov
dec
939.300
843.000
843.000
843.000
843.000
843.000
843.000
633.200
633.200
633.200
633.200
633.200
154.900
154.900
154.900
154.900
154.900
154.900
154.900
154.900
400.011
233.340
P&A budget (incl. werkdruk)
1.858.748
154.900
Eerste opv ang v reemdelingen
80.000
20.000
Rijksbijdragen (materieel)
1.621.241
135.100
Vrijroosteren leraren
84.219
84.219
Doorbetaling rijksbijdragen SWV
549.948
Ov erige ov erheidsbijdragen
146.456
Ov erige baten Totaal ontv angsten
154.900
166.671 20.000
20.000
154.900
154.900
20.000
135.100
135.100
135.100
135.100
135.100
135.100
135.100
135.100
135.100
135.100
135.100
45.800
45.800
45.800
45.800
45.800
45.800
45.800
45.800
45.800
45.800
45.800
45.800
12.200
12.200
12.200
12.200
12.200
12.200
12.200
12.200
12.200
12.200
12.200
12.200
181.511
15.100
15.100
15.100
15.100
15.100
15.100
15.100
15.100
15.100
15.100
15.100
15.100
14.085.701
1.406.619
1.206.100
1.439.440
1.226.100
1.206.100
1.206.100
1.226.100
996.300
996.300
1.016.300
1.162.971
996.300
12.189.381
1.150.100
Uitgaven Personele lasten
1.170.900
963.000
842.600
918.900
1.218.800
1.280.200
1.007.300
845.000
878.900
993.300
920.300
Ov erige personele lasten/uitkeringen
114.872
9.573
9.573
9.573
9.573
9.573
9.573
9.573
9.573
9.573
9.573
9.573
9.573
Huisv estingslasten
958.568
79.881
79.881
79.881
79.881
79.881
79.881
79.881
79.881
79.881
79.881
79.881
79.881
Ov erige lasten
941.195
78.400
78.400
78.400
78.400
78.400
78.400
78.400
78.400
78.400
78.400
78.400
78.400
Inv esteringen MVA ICT
229.386
229.386
Inv esteringen MVA Meubilair
390.000
Inv esteringen MVA OLP
185.260
15.438
15.438
15.438
15.438
15.438
15.438
15.438
15.438
15.438
15.438
15.438
Inv esteringen MVA Digiborden
43.550
Totaal uitgav en
390.000 15.438
43.550
15.052.212
1.583.578
1.146.292
1.025.892
1.145.742
1.402.092
1.463.492
1.190.592
1.418.292
1.062.192
1.176.592
1.103.592
1.333.392
Liquide middelen aanv ang maand 2.800.000
2.800.000
2.623.041
2.682.850
3.096.398
3.176.756
2.980.764
2.723.373
2.758.881
2.336.889
2.270.998
2.110.706
2.170.086
Mutatie liquide middelen
(967.006)
(176.959)
59.808
413.548
80.358
(195.992)
(257.392)
35.508
(421.992)
(65.892)
(160.292)
59.380
(337.092)
Liquide middelen einde maand
1.832.994
2.623.041
2.682.850
3.096.398
3.176.756
2.980.764
2.723.373
2.758.881
2.336.889
2.270.998
2.110.706
2.170.086
1.832.994
Begroting 2021 Stichting Ultiem
34 | P a g i n a
Liquiditeitsprognose 2021 € 3.500.000 € 3.000.000 € 2.500.000 € 2.000.000 € 1.500.000 € 1.000.000 € 500.000 €0 jan
feb
mrt
apr
mei
jun
jul
aug
sept
okt
nov
dec
Liquide middelen einde maand
3.2
Spaar alternatieven en renteontwikkeling
De spaarrente is in 2020 gelijk gebleven voor bedragen onder de €100.000. Het actuele rentepercentage is 0,01%. Het loont daarom niet om geld op de spaarrekening te zetten. De Europese Centrale Bank heeft de beleidsrente op 1 september 2019 verlaagd naar -0,50%. Bijna alle Nederlandse banken zijn ook negatieve rente gaan berekenen aan hun klanten. De Rabobank heeft per 1 mei 2020 een rentepercentage van -0,50% ingevoerd voor bedragen boven €1 miljoen. Dit wordt per rekening beoordeeld. Omdat Stichting Ultiem vier rekeningen bij de Rabobank heeft konden de middelen zodanig over de beschikbare rekeningen worden verdeeld, dat er geen rente verschuldigd was. Per 1 januari 2021 vindt er een wijziging plaats bij de Rabobank. Vanaf 1 januari 2021 wordt 0,50% rente over het saldodeel boven €250.000 in rekening gebracht. De berekening van de negatieve rente geldt per rekening. Voor stichting Ultiem betekent dit naar verwachting een rentelast van €11.500 in 2021.
3.3
Beleggingsalternatieven en koers- en rendementsprognoses
Er zijn op dit moment geen geschikte beleggingsalternatieven, die hogere rendementen opleveren, waarbij de beschikbaarheid van de liquide middelen gewaarborgd blijft.
Begroting 2021 Stichting Ultiem
35 | P a g i n a
4. Meerjarenperspectief 2021-2025 4.1 Meerjarenbegroting 2021-2025 In onderstaande overzicht (tabel 16) is de meerjarenbegroting 2021-2025 weergegeven. Leerlingen (1-10 voorafgaand jaar)
1933
1908
1900
1864
1865
Gewogen gemiddelde aantal leerlingen
1964
1923
1905
1885
1864
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2021
2022
2023
2024
2025
3.1 - Rijksbijdragen
13.757.734 13.217.169 13.114.879 13.114.902 13.050.409
3.2 - Overige overheidsbijdragen
163.956
125.136
125.136
125.136
125.136
3.5 - Overige baten
189.626
67.625
67.625
67.581
61.110
Totaal Baten
14.111.316 13.409.930 13.307.640 13.307.619 13.236.655
4.1 - Personele lasten
12.224.253 11.514.423 11.348.628 11.364.632 11.330.723
4.2 - Afschrijvingen
325.041
367.548
338.964
312.222
295.505
4.3 - Huisvestingslasten
950.568
807.796
785.945
769.094
762.943
4.4 - Overige instellingslasten
688.758
645.332
637.910
641.933
637.106
4.5 - Leermiddelen
280.937
261.437
261.187
263.637
267.637
Totaal lasten
14.469.557 13.596.536 13.372.634 13.351.518 13.293.914
Financiele Baten en lasten 5.1 - Financiële baten
11.500
0
0
0
0
5.2 - Financiële lasten
500
500
500
500
500
-12.000
-500
-500
-500
-500
-370.241
-187.106
-65.494
-44.399
-57.759
Totaal financiele baten en lasten Eindtotaal
Tabel 11
In de meerjarenbegroting van Stichting Ultiem zijn de meerjaren baten berekend op basis van de leerlingprognoses van de stichting. Het is de verwachting dat we de daling van met name de bekostiging wegens samenvoeging op kunnen vangen door efficiencyvoordelen die we verwachten bij de vorming van kindcentra de komende jaren. Deze efficiencyslag wordt verwerkt in de komende formatierondes. Daarnaast is er vanaf 2023 een bezuiniging per jaar opgenomen om de daling in personele baten te compenseren. De verwachting is dat dit met natuurlijk verloop opgevangen kan worden. Het verloop van de leerlingaantallen, die in de baten zijn verwerkt, uitgesplitst in onderbouw en bovenbouw is als volgt:
Begroting 2021 Stichting Ultiem
36 | P a g i n a
Telling
Telling
Telling
Telling
Prognose
Prognose
2017
2018
2019
2020
2021
2022
2023
2024
Basis voor personele rijkssubsidie
2018/2019
2019/2020
2020/2021
2021/2022
2022/2023
2023/2024
2024/2025
2025/2026
Basis voor materiële rijkssubsidie
2018
2019
2020
2021
2022
2023
2024
2025
Onderbouw 4 t/m 7 jaar Ultiem
787
745
929
904
884
879
875
863
Bovenbouw vanaf 8 jaar Ultiem
914
823
1057
1029
1024
1021
989
1002
Totaal
1701
1568
1986
1933
1908
1900
1864
1865
9
8 ¹⁾
11 ²⁾
10 ³⁾
10
10
10
10
Leerlingen per 1-10
Aantal scholen
Prognose Prognose
Tabel 12 ¹⁾ SBO De Zwaaikom is per 1 augustus 2019 overgedragen aan RENN4. ²⁾ Drie scholen van Stichting OPOS zijn op 1 januari 2020 overgedragen aan Stichting Ultiem. ³⁾ Op 1 augustus 2021 fuseren de Nico Bulderschool en OBS Het Ruimteschip tot één school.
In bovenstaand overzicht staan in de totaalregel de leerlingen vermeld, die de basis zijn voor de berekening van de rijksbijdragen. Hierbij is de telling van 1 oktober van een schooljaar de basis voor de berekening van de rijksbijdragen van het daaropvolgende schooljaar. De telling van 1 oktober 2020 diende als basis voor de berekening van de rijksbijdragen van schooljaar 2021/2022. Onder de tabel is het aantal scholen vermeld, dat meedoet in de leerlingtelling. De wijzigingen in dit aantal worden onder de tabel toegelicht. Gewogen gemiddelde
2019
2020
2021
2022
2023
2024
2025
Aantal leerlingen
1646
2025
1964
1923
1905
1885
1864
Totaal
1646
2025
1964
1923
1905
1885
1864
Tabel 13
Tabel 13 laat het gewogen gemiddelde aantal leerlingen zien. De baten worden berekend op basis van schooljaren. Dat wil zeggen het aantal leerlingen op 1 oktober 2019 de basis is voor de baten van 2020/2021 en dat het aantal leerlingen op 1 oktober 2020 de basis is voor de rijksbijdragen van 2021/2022. Daarom is 7/12e van het aantal leerlingen van 1 oktober 2019 en 5/12e van het aantal leerlingen per 1 oktober 2020 opgeteld de basis voor de baten in het kalenderjaar 2021.
TOELICHTING PER ONDERDEEL BATEN De rijksbijdragen die in de meerjarenbegroting zijn opgenomen zijn gebaseerd op de bedragen uit de begroting 2021. De rijksbijdragen bewegen mee met de ontwikkeling van de leerlingaantallen. In de meerjarenbegroting zijn de ontvangsten en uitgaven van het passend onderwijs budgetneutraal opgenomen. Alle inkomsten worden besteed aan passend onderwijs.
PERSONELE LASTEN OBS Het Ruimteschip en de Nico Bulderschool zijn bezig met een fusietraject en gaan samen naar Kindcentrum Zuiderkroon (verwachting per schooljaar 2021-2022). Dit betekent dat hier een efficiencyslag gemaakt kan worden in de formatie. Begroting 2021 Stichting Ultiem
37 | P a g i n a
De locaties van OBS De Achtbaan aan de Aalbersestraat en de Multatulistraat gaan in 2021 naar Kindcentrum Hoogezand West. De verwachting is nu per december 2021 (in plaats van de eerdere verwachting per schooljaar 2021-2022). Dit betekent voor de formatie dat per schooljaar 2022-2023 een efficiencyslag gemaakt kan worden. Deze efficiencyslag compenseert de baten die door het wegvallen van bijvoorbeeld de fusiebekostiging lager worden. Daarnaast heeft OBS Driespan in het schooljaar 2020-2021 voor het laatste jaar de beschikking over de inzet van fusiemiddelen, waarbij ze tevens in dit schooljaar gebruik maakt voor 100% van de fusiemiddelen die over het schooljaar 2019-2020 niet zijn ingezet. Hier zal met ingang van het schooljaar 2021-2022 een efficiencyslag plaats moeten vinden. Verder is er vanaf 08-2021 een bezuiniging opgenomen van €80.000 om een deel van het tekort in de begroting op te vangen. Vanaf 2022 is een bezuiniging opgenomen van €200.000 en in 2025 een bezuiniging van €280.000. Dit naast de hierboven genoemde efficiencyslagen. In 2025 is de bezuiniging hoger in verband met het wegvallen van de fusiebekostiging van de Woldstee per schooljaar 2025-2026. De verwachting is dat de bezuinigingen met de flexibele inzet van personeel en natuurlijk verloop opgevangen kan worden. De totaal verwachte besparing is in het volgende overzicht verwerkt.
Het overzicht laat de besparingen zien ten opzichte van begrotingsjaar 2020. Besparing lonen en salarissen Cumulatieve besparing inzet personeel
€
2021
2022
2023
2024
169.309 €
-377.447 €
-502.769 €
-514.015 €
2025 -602.195
Tabel 14
De onderstaande tabel laat het verloop van de beschikbare formatie zien, naar functiecategorie. Functiecategorie
2021
2022
2023
2024
2025
Bestuurder
1,00
1,00
1,00
1,00
1,00
Directie
9,27
9,17
9,17
9,17
9,17
Staf
4,10
4,10
4,10
4,10
4,10
Onderwijzend personeel
133,58
128,38
120,60
119,60
117,56
Onderwijs ondersteunend personeel
14,84
14,44
14,44
14,44
14,44
Totaal
162,79
157,09
149,31
148,31
146,27
Tabel 15
Er is over 2020 nog steeds sprake van een (te) hoog ziekteverzuim (7,71%), ondanks dat er ten opzichte van 2019 wel een daling zichtbaar is. Dit leidt nog steeds tot (te) hoge kosten, zoals kosten voor Arbozorg en voor het vervangingsfonds. In juli 2020 is een nieuw Arbo-contract afgesloten. Door gerichte inzet van de bedrijfsarts in combinatie met een verzuimconsulent is de verwachting dat we een betere module in handen hebben om het verzuim verder terug te dringen. Dit zal in eerste instantie met name zichtbaar moeten worden in de malus van het vervangingsfonds voor de premiedifferentiatie en de inzet van personeel op vervanging (zowel intern als extern).
Begroting 2021 Stichting Ultiem
38 | P a g i n a
AFSCHRIJVINGEN De afschrijvingen stijgen in 2021 en 2022 als gevolg van extra investeringen in meubilair en ICT die worden gedaan in het kader van het investeringsplan, waarin de ICT-infrastructuur van Stichting Ultiem naar een hoger plan wordt getild en het veelal oude meubilair in enkele jaren wordt vervangen. De afschrijvingen die hieruit voortvloeien werken ook door in de jaren daarna. Tabel 16 laat de geplande investeringen voor de jaren 2021 tot en met 2025 zien. Investeringen
OLP (onderwijsleerpakket) Meubilair ICT Totaal investeringen
2021 2022 2023 2024 2025 Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 184.905 345.350 337.858 868.113
108.300 430.786 140.176 679.262
56.600 56.525 20.088 133.213
54.450 500 67.243 122.193
89.600 500 234.809 324.909
Tabel 16
Afschrijvingen
2021 2022 2023 2024 2025 Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
Afschrijving OLP (onderwijsleerpakket) 82.488 Afschrijving meubilair 71.120 Afschrijving ICT 149.741 Afschrijving TZ (Technische Zaken) 8.525 Afschrijving overige MVA (materiële vaste activa) 13.167 Totaal afschrijvingen 325.041
87.416 101.829 158.829 8.273 11.201 367.548
89.383 99.719 139.228 8.273 2.361 338.964
78.632 95.836 128.190 8.273 1.291 312.222
79.100 92.009 121.297 1.906 1.194 295.506
Tabel 17
De afschrijving Technische Zaken betreft de aanschaf van technische installaties, die in veel gevallen zijn aangeschaft in de periode vóór 1 januari 2018. Toen was er nog sprake van een integraal schoolbestuur, waarbij de gemeente verantwoordelijk was voor de gebouwexploitatie van de scholen. Met de gemeente vindt overleg plaats over compensatie van de huidige boekwaarde van deze installaties.
HUISVESTINGSLASTEN Voor de bestaande scholen van Ultiem waarbij de gemeente verantwoordelijk is voor de gebouwexploitatie, wordt de gebouwafhankelijke vergoeding overdragen aan de gemeente, dit conform een raadsbesluit d.d. 6 november 2017. De gemeente is vervolgens verantwoordelijk voor de exploitatie en draagt het eventuele financiële risico. De inkomsten uit medegebruik van niet gebruikte lokalen vervallen bij de overgang naar een kindcentrum. Welke beheerconstructie voor nieuwe kindcentra wordt gehanteerd zal per project na overleg tussen de gemeente en de gebruikers worden bepaald. Met de nieuwbouw kan binnen de MI vergoeding geacteerd worden en dit zal zeker in de eerste jaren geen probleem opleveren. Op de lange termijn van 15-20 jaar ontstaat wel meer risico bij het groot onderhoud van de gebouwen. Dit vraagt om een gedegen huisvestingsproces met vaste ketenpartners.
Begroting 2021 Stichting Ultiem
39 | P a g i n a
4.2 Meerjarenbalans 2020-2025 Op basis van de huidige meerjarenbegroting is de onderstaande balans opgesteld.
Realisatie
Prognose
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2019
2020
2021
2022
2023
2024
2025
1.2 - Totaal Materiële vaste activa
792.694
1.110.618
1.653.690
1.965.404
1.759.653
1.569.624
1.3 - Financiële vaste activa
19.950
0
0
0
0
0
0
1.5 - Vorderingen
844.184
844.184
844.184
844.184
844.184
844.184
844.184
1.7 - Liquide middelen
3.045.608
2.800.000
1.886.687
1.387.867
1.528.124
1.673.754
1.586.592
Totaal Activa
4.702.436
4.754.802
4.384.561
4.197.455
4.131.961
4.087.562
4.029.803
2.1 - Eigen Vermogen
2.546.130
2.896.885
2.526.644
2.339.538
2.274.044
2.229.645
2.171.886
2.2 - Voorzieningen
405.987
205.987
205.987
205.987
205.987
205.987
205.987
2.4 - Kortlopende schulden
1.750.319
1.651.930
1.651.930
1.651.930
1.651.930
1.651.930
1.651.930
Totaal Passiva
4.702.436
4.754.802
4.384.561
4.197.455
4.131.961
4.087.562
4.029.803
1.599.027
Tabel 18
In de bovenstaande meerjarenbalans is zichtbaar dat de materiële vaste activa als gevolg van de investeringen in meubilair en ICT eerst toenemen in 2021, het jaar waarin de grootste investeringen plaatsvinden. In de jaren daarna is een daling zichtbaar, omdat de afschrijvingen dan hoger zijn dan de investeringen. De vorderingen zijn in de meerjarenbalans jaarlijks gelijk gehouden. De liquide middelen dalen in 2021 en 2022. In deze jaren ligt het zwaartepunt van de investeringen in ICT en meubilair conform het investeringsplan. Dit in combinatie met de negatieve exploitatieresultaten in deze jaren zorgt voor de daling van de liquide middelen. In 2023 en 2024 is weer sprake van een stijging van de liquide middelen. In die jaren wordt er relatief weinig geïnvesteerd. In 2025 dalen de liquide middelen weer. Dit komt met name door de vervangingsinvesteringen voor ICT. De resultaten uit de meerjarenbegroting zijn in deze balans gemuteerd in het eigen vermogen. De voorzieningen en kortlopende schulden worden in deze meerjarenbalans verondersteld jaarlijks gelijk te blijven.
4.3 Kengetallen De meerjarenbalans en resultatenrekening resulteren in de kengetallen die zichtbaar zijn in tabel 23. Realisatie Kengetal Liquiditeit
2019
Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2021 1,65
2022 1,35
2023 1,44
2024 1,52
2025 1,47
OCW
2,22
2020 2,28
Solvabiliteit 1 (Excl. voorzieningen)
54,14%
52,38%
57,63%
55,74%
55,04%
54,55%
53,90%
Solvabiliteit 2 (Incl. voorzieningen)
62,78%
66,20%
62,32%
60,64%
60,02%
59,59%
59,01%
> 30%
Weerstandsvermogen 1 (excl.MVA)
15,66%
9,71%
6,35%
2,83%
3,92%
5,03%
4,39%
> 5%
Weerstandsvermogen 2 (incl. MVA)
22,74%
17,00%
18,37%
17,70%
17,34%
17,00%
16,64%
> 0,75
Rentabiliteit
3,74%
-0,69%
-2,62%
-1,40%
-0,49%
-0,33%
-0,44%
-10,00%
Kapitalisatiefactor
39,41%
31,74%
31,07%
31,30%
31,05%
30,72%
30,44%
35%-60%
Tabel 19
Begroting 2021 Stichting Ultiem
40 | P a g i n a
Liquiditeit De liquiditeit wordt gedefinieerd als de vlottende activa gedeeld door de kortlopende schulden. De liquiditeit geeft aan in hoeverre de stichting in staat is om op tijd haar schulden te kunnen betalen. De liquiditeit van Stichting Ultiem is ruim boven de door OCW gehanteerde signaleringswaarde van 0,75. Stichting Ultiem kan ruimschoots voldoen aan haar kortlopende verplichtingen. Als gevolg van de geplande investeringen in activa daalt dit kengetal in 2021 en 2022, maar herstelt het zich daarna. Solvabiliteit 1 De solvabiliteit geeft aan in hoeverre de organisatie in staat is aan haar lange termijnverplichtingen te voldoen. Solvabiliteit 1 is gedefinieerd als het eigen vermogen (excl. voorzieningen) gedeeld door het totale vermogen. Voor dit kengetal hanteert OCW geen signaleringswaarde. Het hierna genoemde kengetal solvabiliteit 2 heeft wel een signaleringswaarde bij OCW. Solvabiliteit 2 De solvabiliteit geeft aan in hoeverre de organisatie in staat is aan haar lange termijnverplichtingen te voldoen. Solvabiliteit 2 is gedefinieerd als het eigen vermogen (incl. voorzieningen) gedeeld door het totale vermogen. Bij solvabiliteit 2 wordt door het ministerie van OCW een signaleringswaarde gehanteerd van 30%. Stichting Ultiem zit hier ruim boven.
Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen zegt iets over de reservepositie van de stichting en over de mogelijkheden om financiële tegenvallers te kunnen opvangen. Weerstandsvermogen 1 is gedefinieerd als eigen vermogen minus MVA gedeeld door de Rijksbijdrage. Weerstandsvermogen 2 is het eigen vermogen gedeeld door de Rijksbijdrage. Bij weerstandsvermogen 2 wordt door het ministerie van OCW een signaleringswaarde gehanteerd van 5%. Stichting Ultiem zit hier in 2022 en 2023 onder. Dit komt onder andere doordat een aanzienlijk deel van het eigen vermogen is aangewend voor investeringen. Het aandeel van het eigen vermogen dat voor andere doelen kan worden aangewend is in deze jaren lager dan in andere jaren. In de jaren daarna zal de boekwaarde van de activa verder afnemen, en stijgt het weerstandsvermogen weer. Ook een negatief exploitatieresultaat heeft een neerwaarts effect op het weerstandsvermogen. In 2025 duikt het kengetal vooral door de vervangingsinvesteringen in ICT weer onder de 5%. Rentabiliteit De rentabiliteit geeft aan in hoeverre de inkomsten en uitgaven van een instelling elkaar in evenwicht houden. Rentabiliteit is gedefinieerd als totaalresultaat gedeeld door de totaal baten. Het weerstandsvermogen van Stichting Ultiem is jaarlijks negatief als gevolg van de negatieve exploitatieresultaten. De waarde is in 2021 hoger dan de signaleringswaarde van OCW.
Deze bedraagt -10% voor één jaar. Voor de langere termijn is de rentabiliteit te laag en dient er sluitend te worden begroot. Kapitalisatiefactor De kapitalisatiefactor meet het verband tussen het kapitaal dat een bestuur gebruikt voor haar activiteiten en inkomsten van het bestuur en wordt gedefinieerd door het balanstotaal gedeeld door de exploitatiebaten (incl. financiële baten). De signaleringswaarde van OCW Begroting 2021 Stichting Ultiem
41 | P a g i n a
voor kleine besturen is 35% en voor grote besturen 60%. De kapitalisatiefactor van Ultiem is lager dan de signaleringswaarde, maar laat de komende vijf jaar een redelijk stabiel beeld zien.
Begroting 2021 Stichting Ultiem
42 | P a g i n a
5. Bestuursbesluit meerjarenbegroting 2021-2025 De bestuurder heeft de meerjarenbegroting voor de jaren 2021-2025 gezien en neemt deze voor kennisgeving aan. Namens Stichting Ultiem,
Datum:
M.H.W. Bakker Bestuurder
De Raad van Toezicht heeft de meerjarenbegroting voor de jaren 2021-2025 gezien en neemt deze voor kennisgeving aan in de vergadering van 14 december 2020. Namens de Raad van Toezicht van Stichting Ultiem,
Datum:
J.J. Bruintjes Voorzitter
R. van Rijn Lid, portefeuille Financiën
Begroting 2021 Stichting Ultiem
43 | P a g i n a