CConstaterende datMidden-Groningen
Koppel je AI →
Document · PDF

04. Zienswijzen geanonimiseerd

Raadsvergadering 3 februari 2022, gemeente Midden-GroningenBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling Bestemmingsplan Buitengebied24.946 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

5SH

1.

No. P-^ovincie groningen

15 JUNI 2021

Class.No. Aan de gemeenteraad van de gemeente Midden-Groningen Postbus 75 9600 AB HOOGEZAND

Datum Documentor. Dossiernummer Behandeld door Telefoonnr. Antwoord op Bijlage

; 14 juni 2021 ; 2021-049800 : K26356 ; A. Wiechertjes

Ondenwerp

: Zienswijzen over het ontwerpbestemmingsplan "Buitengebied Midden-Groningen"

: (050)3164779/0615068132

Geachte raadsleden, Met ingang van 6 mei 2021 ligt het ontwerpbestemmingsplan "Buitengebied Midden-Groningen" gedurende zes weken ter inzage. Gedurende deze termijn kunnen zienswijzen over het ontwerpbestemmingsplan bij u naar voren worden gebracht. Het kader voor de beoordeling van bestemmingsplannen zijn de in de Omgevingsverordening provincie Groningen (hierna: de verordening) opgenomen instructieregels. Deze regels hebben tot doel om de doorwerking van het provinciale beleid in gemeentelijke ruimtelijke plannen te borgen. Omdat het ontwerpbestemmingsplan op enkele onderdelen niet heiemaal in overeenstemming is met de daanop van toepassing zijnde regels in de verordening, zien wij aanleiding daarover zienswijzen bij u naar voren te brengen. Intensieve veehouderij Artikel 3.3.5 van de regels van het bestemmingsplan bevat een afwijkingsmogelijkheid voor het uitbreiden van de stalvloeroppervlakte voor intensieve veehouderij. In lid 3 van dit artikel is als voorwaarde opgenomen dat het aantal te houden dieren zoals is vergund niet toeneemt. Op grond van artikel 2.29.2 van de verordening is onder voorwaarden uitbreiding van de stalvloeroppervlakte voor intensieve veehouderij toegestaan. Eén van deze voorwaarden is dat in het bestemmingsplan wordt geborgd dat het aantal te houden dieren zoals is vergund op 1 januari 2019 niet toeneemt.

in artikel 3.3.5, lid 3, van het bestemmingsplan ontbreekt de peildatum van 1 januari 2019. We verzoeken u deze datum alsnog op te nemen. Hergebruik vrijgekomen gebouwen Artikel 3.6.4 van de regels van het bestemmingsplan bevat een wijzig ingsbevoegd voor hergebruik vooronder meer wonen van vrijgekomen agrarische bedrijfsgebouwen. Op grond van artikel 2.13.2 van de verordening is onder voorwaarden hergebruik van vrijgekomen gebouwen in het buitengebied toegestaan. Eén van de voorwaarden is dat wonen slechts is toegestaan in het hoofdgebouw en in een bij het hoofdgebouw behorend karakteristiek gebouw.

Martinikerkhof 12 9712 JG Groningen

Sint Jansstraat 4 9712 JN Groningen

Postbus 610 9700 AP Groningen

Telefoon 050 316 4911

www.provinciegroningen.nl info@provinciegroningen.nl

De provincie Groningen werkt volgens normen die zijn vastgelegd in een handvest voor dienstverlening. Dit handvest vindt u op onze website of kunt u opvragen bij de afdeling Bestuur, Juridische Zaken & Communicatie: 050 316 4160. BTW: NL0019.32.822 B01 / KvK: 01182023 / IBAN: NL84 ABNA 0446 0456 91 / BIC: ABNANL2A

(

In artikel 3.6.4. van de regels van het bestemmingsplan ontbreekt de voorwaarde dat wonen alleen in het hoofdgebouw toegestaan is. Wij verzoeken u deze voorwaarde alsnog op te nemen in de regels van het bestemmingsplan. Mestopslag buiten het agrarisch bouwperceel opveldkavels In artikel 4.3.1 van de regels van het bestemmingsplan is een afwijkingsmogelijkheid van de bouwregels opgenomen voor de aanleg van foliemestbassins, mestsib's of mestzakken op veldkavels. In artikel 4.4.3 van de regels van het bestemmingsplan is een afwijkingsmogelijkheid van de gebruiksregels opgenomen voorde aanleg van foliemestbassins, mestsib's of mestzakken op veldkavels, mits voldaan wordt aan de voorwaarden uit de beleidsvisie voor mestopslag zoals opgenomen in de bij de regels behorende bijlage 8. De voorwaarden uit de beleidsvisie mestopslag zijn conform de eisen die in de verordening worden gesteld aan mestopslag op veldkavels. In tegenstelling tot artikel 4.4.3 van de regels van het bestemmingsplan, is de afwijkingsmogelijkheb in artikel 4.3.1 van de regels van het bestemmingsplan niet gekoppeld aan de voorwaarden uit de belebsvisie mestopslag in bijlage 8. Wij verzoeken u deze voorwaarden uit de belebsvisie mestopslag ook van toepassing te verklaren op de afwijkingsmogelijkheid van de bouwregels in artikel 4.3.1 van de regels.

Op grond van artikel 2.26.7 van de verordening is het toegestaan om foliemestbassins, mestzakken en mestsilo's op vebkavels aan te leggen in door ons aangewezen gebieden. Bij de aanwijzing van deze gebieden baseren wij ons op een gemeentelijke gebiedsvisb mestopslag. Op dit moment hebben wij deze gebieden nog niet aangewezen. Een verzoek daartoe van Burgemeester en Wethouders hebben wij al wel ontvangen. Op dit verzoek zullen wij een afzonderlijk besluit nemen. Dit besluit zal worden genomen voordat u een beslissing neemt over de vaststelling van het bestemmingsplan. Schuilstallen Artikel 4.3.2. van de regels van het bestemmingsplan bevat een afwijkingsmogelijkheb voor de bouw van agrarische bouwwerken van ondergeschikte aard, waaronder schuilstallen. Het begrip schuilstallen is in het bestemmingsplan niet gedefinieerd. Op grond van artikel 2.26.1 van de verordening dient alle agrarische bedrijfsbebouwing binnen een op de verbeelding aangewezen bouwperceel te worden gebouwd. Dit is niet van toepassing op onder meer bestaande solitaire bedrijfsbebouwing, erf- en terreinafscheidingen en schuilstallen voor het niet-bedrijfsmatig houden van vee. Artikel 4.3.2.

van de regels van het bestemmingsplan is niet in overeenstemming met de verordening, omdat op grond hiervan agrarische bedrijfsbebouwing buiten een agrarisch bouwperceel mogelijk is en schuilstallen niet zijn beperkt voor het niet-bedrijfsmatig houden van vee. Wij verzoeken u artikel 4.3.2 van de regels van het bestemmingsplan in overeenstemming te brengen met artikel 2.26.1 van de verordening. Uitbreiding van bestaande glastuinbouwbedrijven In artikel 5.2 van de regels van het bestemmingsplan zijn bouwregels voor bestaande glastuinbouwbedrijven opgenomen. Hierin is bepaald dat bedrijfsgebouwen uitsluitend binnen een bouwvlak zijn toegestaan. Op de verbeelding van het bestemmingsplan zijn bouwvlakken aangegeven die ruimer zijn dan de bestaande aanwezige bedrijfsgebouwen. Aan de oppervlakte aan bedrijfsgebouwen zijn verder geen voorwaarden gesteld.

In artikel 5.3.2 van de regels van het bestemmingsplan is een afwijkingsmogelijkheid van de bouwregels opgenomen voor een uitbreiding van bedrijfsbebouwing buiten het bouwvlak met een percentage van maximaal 20% van de bestaande totale oppervlakte van de bedrijfsbebouwing zoals aanwezig op 17 juni 2009 en met 50% van de bestaande totale oppervlakte van de bedrijfsbebouwing zoals aanwezig op 17 juni 2009, mits de maatwerkmethode wordt toegepast onder begeleiding van een onafhankelijke of een bij de gemeente werkzame deskundige op het gebied van stedenbouw en landschapsarchitectuur. In artikel 2.27.2 van deverordening zijn regels opgenomen voorde uitbreiding van bestaande glastuinbouwbedrijven. Deze regels luiden als volgt:

2

1.

2.

Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op het buitengebied kan voorzien in uitbreiding van bestaande glastuinbouwbedrijven meteen percentage van maximaal 20% van de bestaande totale oppervlakte van de bed rijfsbebouwing zoals aanwezig op 17 juni 2009. In afwijking van het eerste lid kan een bestemmingsplan dat betrekking heeft op het buitengebied voorzien in uitbreiding met een percentage van maximaal 50% van de bestaande totale oppervlakte van de bedrijfsbebouwing zoals aanwezig op 17 juni 2009, als hiervoor de maatwerkmethode wordt toegepast onder begeleiding van een onafhankelijke of een bij de gemeente werkzame deskundige op het gebied van stedenbouw en landschapsarchitectuur.

De regels in het bestemmingsplan voor bouwen en het vergroten van glastuinbouwbedrijven zijn niet geheel in overeenstemming met de eisen die daaraan in de verordening worden gesteld. Zij maken namelijk, zowel binnen als buiten het bouwvlak, een grotere uitbreiding van bedrijfsbebouwing mogelijk dan op grond van de verordening is toegestaan. Wij verzoeken u het bestemmingsplan in overeenstemming met de verordening te brengen, doa aan de bouwregels in artikel 5.2 toe te voegen dat de oppervlakte van bedrijfsgebouwen ten hoogste de bestaande oppervlakte zoals aanwezig op 17 juni 2009 bedraagt. Daarnaast verzoeken we u in artikel 5.3.2, onder a, in zowel lid 1 als lid 2 de zinsnede "buiten het bouwvlak" te verwijderen. Uitbreiding van niet-agrarische bedrijven in het buitengebied Een aantal artikelen van de regels in het bestemmingsplan voor het vergroten van bedrijfsbebouwing binnen de bestemmingen Bedrijf, Horeca, Maatschappelijk en Sport-manege, is niet helemaal in overeenstemming met de regels die daarover in de verordening worden gesteld. Het betreft de volgende artikelen van de regels van het bestemmingsplan: in artikel 7.3.1, lidc,artikel 19.3,lidb,en artikel 20.3.1, lid b, ontbreken de vijf ruimtelijke criteria conform artikel 2.13.5, lid 2, onder 3, van de verordening.

Daarnaast ontbreken er regels die er voor zorgen dat de bebouwing en voorzieningen slechts overeenkomstig het erfinrichtingsplan worden gebouwd en de aanleg en instandhouding van de erfbeplanting wordt geborgd in de vorm van een voorwaarde in de vergunning. In artikel 25.5.1, lid b, ontbreken regels die er voor zorgen dat de bebouwing en voorzieningen slechts overeenkomstig het erfinrichtingsplan worden gebouwd en de aanleg en instandhouding van de erfbeplanting wordt geborgd in de vorm van een voorwaarde in de vergunning. Wij verzoeken u bovengenoemde artikelen van de regels van het bestemmingsplan in overeenstemming met de verordening te brengen. Kanalen en wijken Op kaart 7 Landschap van de verordening zijn kanalen en wijken aangegeven waarover regels zijn gesteld in artikel 2.54 van de verordening. Deze regels zijn gericht op bescherming van de herkenbaarheid van deze kanalen en wijken. Binnen het plangebied van het bestemmingsplan bevinden zich ten noorden van Sappemeeren ten zuiden van Hoogezand kanalen en wijken waarop artikel 2.54 van de verordening van toepassing is. In het bestemmingsplan zijn alleen de kanalen en wijken ten zuiden van Hoogezand - met uitzondering van enkele kanalen wijken ten zuiden van Vosholen nabij Kalkwijk - in het bestemmingsplan beschermd en niet de kanalen en wijken ten noorden van Sappemeer.

Daarmee voldoet het bestemmingsplan niet aan de verordening. Wij verzoeken u ook de kanalen en wijken ten noorden van Sappemeer en de enkele wijken en kanalen bij Vosholen en Kalkwijk overeenkomstig de regels in de verordening in het bestemmingsplan te beschermen. Provinciaal inpassingsplan Op 4 november 2015 is het provinciaal Inpassingsplan EHSWesterbroek vastgesteld. Dit inpassingsplan heeft betrekking op de ecologische verbindingszone tussen het Zuidlaardermeer en Midden-Groningen, met grotendeels de bestemming Natuur. De gronden met een natuurbestemming maken onderdeel uit van het Natuumetwerk Nederland (NNN).

3

Het plangebied van het inpassingsplan is opgenomen in het bestemmingsplan. Een aantal percelen dat in het inpassingsplan de bestemming Natuur heeft, is daarbij in het bestemmingsplan bestemd als AgrarischCultuurgrond. Het betreft gronden tussen de Woortmansdijk en Hesselinkslaan en gronden tussen Borgweg en A7. Op grond van de Wet ruimtelijke ordening ontstaat de bevoegdheid om het plangebied van een inpassingsplan te betrekken in het bestemmingsplan tien jaar na de vaststelling van het inpassingsplan, dan wel eerder als het inpassingsplan dit bepaalt. Omdat er in het inpassingsplan geen afwijkende termijnen zijn opgenomen, is de gemeente nog niet bevoegd het inpassingsplan te betrekken in het bestemmingsplan Buitengebied. We verzoeken u daarom het plangebied van het provinciaal inpassingsplan te verwijderen uit het bestemmingsplan. Bos-en natuurgebieden buiten het Natuur Netwerk Nederiand Op kaart 6 Natuur van de verordening zijn bos-en natuurgebieden aangegeven waarover regels zijn gesteld in artikel 2.47 van de verordening. Deze regels zijn gericht op behoud van het areaal van deze gebieden en hun natuurlijke-en landschappelijk waarden. Het betreft gebieden die geen onderdeel uitmaken van het Natuur Netwerk Nederland. Binnen het plangebied van het bestemmingsplan bevinden zich bos- en natuurgebieden waarop artikel 2.47 van de verordening van toepassing is.

Wij hebben gezien dat in het bestemmingsplan aan het merendeel van deze op kaart 6 Natuur van de verordening aangegeven bos-en natuurgebieden de bestemming Bos is toegekend. Daarmee zijn deze gebieden overeenkomstig de verordening beschermd. Maar niet alle op kaart 6 Natuur van de verordening aangegeven gebieden hebben deze bestemming gekregen. Het gaat om gebieden bij Lakswerd, de Damsterweg (ten noorden van Siddeburen), de Groenedijk, Denemarken/Slochtermeenteweg, ten oosten van Westerbroek, ten oosten van de Meenteweg, aan de N33 bij Korengast, aan deSlochterweg, aan de Slochterveldweg, langs de Stichtinglaan en langs de Knijpslaan. Wij verzoeken u ook aan de bovengenoemde bos- en natuurgebieden op kaart 6 Natuur van de verordening die in het bestemmingsplan niet de bestemming Bos hebben gekregen, de bestemming Bos toe te kennen. Wij verzoeken u het bestemmingsplan overeenkomstig onze opmerkingen in overeenstemming te brengen met de regels van de verordening.

Hoogachtend, Gedeputeerde Staten van Groningen: Namens dezen;

Neeltje Gerritsen Coördinator team ruimtelijke ordening

4

2.

No.

WATERSCHAP

,

Hunze en Aas

t 6 JUNI 2021

Gemeente Midden Groningen De heer R. Hazekamp Postbus 75 9600 AB HOOGEZAND

Aquapark 5, Veendam Postbus 195 9640 AD Veendam Tel 0598-693800 www.hunzeenaas.nl

Uw brief

zaak 544/buitengebied

Datum

15 juni 2021

Ons kenmerk

Z25573/21-076746

Behandeld door

Harriët Bosman

Onderwerp

reactie ontwerp bestemmingsplan

Doorkiesnummer

0598-693226

Buitengebied Midden-Groningen

Geachte heer Hazekamp, Hierbij maken wij gebruik van de mogelijkheid om op het ontwerp bestemmingsplan te reageren. In de regels wordt in artikel 43.lid 3a gesproken over waterkering, waarschijnlijk wordt hier waterberging bedoeld. In de toelichting van het bestemmingsplan staat in hoofdstuk 6.4.9 Bedrijf - Rioolwaterzuivering dat op het afvalstoffenterrein aan de oostkant van Muntendam een rioolwaterzuivering is gesitueerd. Deze heeft de bestemming Bedrijf - Rioolwaterzuivering. Dit is echter niet juist, hier is geen sprake meer van een rioolwaterzuivering, slechts van een rioolgemaal. Wij verzoeken u daarom om de bestemming aan te passen. Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet.

Harriët Bosman Beleidsmederker Planvorming Afdeling Beleid, Projecten en Laboratorium

1

\

i

>

3.

LTO

noord No. 1 6 JUNI 2021

t: 088 888 6666 e: into@ltonoord.nl w; www.ltonoord.nl Vestiging Drachten Lavendelheide 9 9202 PD Drachten

Gemeente Midden-Groningen T.a.v. de gemeenteraad Postbus 75 9600 AB Hoogezand

Postadres Postbus 186 9200 AD Drachten

Email: Kemeente@midden-groningen.nl Datum:

14 juni 2021

Referentie:

01521/gr/gk-nv

Betreft:

Zienswijze Ontwerp bestemmingsplan buitengebied (zaaknummer: "554 / Buitengebied”)

Hoofdkantoor Zwartewaterallee 14 8031 DX Zwolle

Geachte Raad, Hierbij dient de Land- en Tuinbouw Organisatie (LTO) Noord, met het oog op de belangen van de leden in het onderhavige plangebied, een inspraakreactie in op het ontwerp bestemmingsplan Buitengebied van de gemeente Midden-Groningen. In de 'Nota inspraak en overleg - voorontwerp Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen’ worden de schriftelijke reacties besproken die onder andere LTO Noord heeft ingediend op het voor­ voorontwerp. Hieruit blijkt dat het college van de gemeente Midden-Groningen niet alle opmerkingen mee neemt in het ontwerp. Een aantal van deze reacties, die ingediend zijn bij het voorontwerp, komen in onderhavige zienswijze weer terug. Archeologie De archeologische verwachtingskaart van Midden-Groningen dient als onderlegger voor de dubbelbestemmingen ‘archeologie’ in dit bestemmingsplan. Gronden die substantieel verstoord zijn in het ver­ leden (en veel agrarische gronden behoren daartoe), hebben toch een dubbelbestemming 'archeologie’ gekregen in het bestemmingsplan. In de onlangs opgestelde en binnenkort te publiceren 'Handleiding opstellen archeologische inventarisatiekaarten’ wordt duidelijk aangegeven dat het tot de taken van de opsteller van een kaart behoort om actief en gericht bodemverstoringen uit diverse bronnen te inventariseren en te beoordelen.

De nu gevolgde werkwijze van de gemeente Midden-Groningen bestaat uit het aanwijzen van gronden met een archeologische dubbelbestemming op basis waarvan grondeigenaren, middels het aanleveren van bewijsmateriaal, kunnen aantonen dat de archeologische dubbelbestemming onterecht op hun perceel is gelegd. Deze werkwijze gaat uit van een omgekeerde bewijslast, terwijl de opsteller van de kaart actief en gericht bronnen en organisaties had moeten benaderen om tot een goede inventarisatie te komen van verstoorde gronden. Een voorbeeld: heeft de opsteller van de archeologische kaart bijvoorbeeld actief grondverzetbedrijven benaderd en hen bevraagd welke gronden (vaak zijn dat agrarische gronden) de afgelopen 10 of 20 jaar (zwaar) zijn bewerkt? De nu gevolgde praktijk, agrariërs moeten maar bewijzen dat hun perceel is verstoord, geeft een onvolledig en onjuist beeld van de archeologische potentie van de bodem in Midden-Groningen. Het is voor LTO Noord dan ook maar zeer de vraag of de nu gevolgde werkwijze en de daaruit voortvloeiende aan­ wijzingen van gronden met een dubbelbestemming 'archeologie’ in overeenstemming zijn met de straks van kracht wordende Omgevingswet. Deze bepaalt immers dat er sprake moet zijn van ‘aantoonbare archeologische verwachtingen’.

LTO Noord verzoekt de gemeente om tot een evenwichtig en accurater beeld te komen van gronden met de dubbelbestemming 'archeologie’ in het bijzonder in het licht van de agrarische bodem­ verstoringen die de afgelopen 50 jaar hebben plaatsgevonden in de gemeente.

Achter de boer en tuinder. Voor ons allemaal RABOBANK NL 43 RABO 0102 5543 74 • KVK 08130650 • BTW nr. NL813834569B01

Karakteristiek LTO Noord is en biijft van mening dat de omvang van de te beschermen zogenaamde karakteristieke panden in Midden-Groningen enorm groot is. De gemeente Midden-Groningen bestendigt met dit bestemmingsplan een vergunningstelsel voor maar liefst 1200 objecten(!). Dat is en blijft een uitermate groot aantal en ligt ver boven de aantallen van omliggende gemeenten. Zie hieronder de lijst van aantal aangewezen karakteristieke objecten in enkele andere gemeenten: Bedum

Coevorden Eemsmond Loppersum

162 418 528 330

De lijst berust op ‘expert judgement’ en is geen weerspiegeling, ondanks het gezochte draagvlak, van de opvattingen van alle inwoners van Midden-Groningen welke objecten zij als karakteristiek zouden (willen) aanmerken. Gezien dit grote aantal, waaronder ook een substantieel aantal boerderijen, ver­ zoeken wij u toch nog eens kritisch naar deze lijst te kijken en deze lijst zo op te stellen dat alleen de echte waardvolle panden/gebouwen beschermd worden. Dit is nu niet het geval. Zo besloot het College van Bedum om alle objecten met een score van 8 of hoger op te nemen op de lijst als karakteristiek pand. Wij vragen de Raad van Midden-Groningen hetzelfde te doen als het College van Bedum, namelijk alleen objecten met een bepaalde score (bijvoorbeeld een score van 9 of hoger) op te nemen en aan te wijzen als karakteristiek object. Op deze wijze krijgt deze omschrijving ook daad­ werkelijk inhoud en betekenis en worden alleen de echt waardevolle objecten beschermd. Daarbij zitten trouwens ook boerderijen, maar deze zijn dan ook echt beschermingswaardig. De gemeente Midden-Groningen stelt in haar reactie op pag. 23 van de 'Nota inspraak en overleg’, naar aanleiding van een gemaakte opmerking van LTO Noord, het volgende: ’De koppeling met het afwegingskader is nu opgenomen in de regels.

Om de regels beter aan te sluiten op de praktijk wordt een aantal vergunningsplichtige activiteiten niet aan de erfgoedcommissie voorgelegd maar alleen door een gemeentelijke deskundige.’ LTO Noord wil graag van de gemeente vernemen welke vergunnings­ plichtige activiteiten niet (meer) aan de erfgoedcommissie worden voorgelegd en welke dan vervolgens overblijven die wel met deze commissie besproken dienen te worden. En kan de gemeente aanduiden welk verschil in gewicht en betekenis er dan is tussen een opvatting/uitspraak van de erfgoed­ commissie en die van een gemeentelijke deskundige? De gemeente geeft aan (zie pag. 23 van de ’Nota inspraak en overleg’) dat de bouwaanduiding ’karakteristiek-boerderij' is komen te vervallen. LTO Noord constateert dat in de planregels nog wel sprake is van het gebruik van deze term. Agrarisch bouwvlak In het voorontwerpproces heeft LTO Noord gepleit voor het vergroten van de binnenplanse afwijkingsmogelijkheid van het bouwvlak van 1 hectare naar 1,5 ha, aangevuld met een wijzigingsbevoegdheid voor het vergroten van het bouwvlak onder voorwaarden tot 2 ha. Deze binnenplanse afwijkingsbevoegdheid heeft namelijk grote voordelen voor wat betreft proceduretijd en de kosten. In de Nota Inspraak en Overleg wordt door de gemeente aangegeven dat dit voorstel niet wordt over­ genomen.

Het volgende wordt hierover vermeld: "Op basis van de uitgangspunten (zoals vastgesteld door de raad) is in het plan zoveel mogelijk de bestaande situatie als uitgangspunt genomen. Waar mogelijk is uitbreiding van agrarische bedrijven mogelijk. Bij agrarische (melkvee)bedrijven die solitair in het buitengebied liggen, is schaalvergroting van 1 tot 1,5 hectare goed in het bestemmingsplan mee te nemen (via maatwerk). Bij de bedrijven die meer in de invloedssfeer liggen van woongebieden (linten) en natuur is een bredere afweging gewenst. Hier is uitbreiding onder voorwaarden met een wijziging mogelijk.’’

2

01521/gr/gk-nv

Hieruit kan worden opgemaakt dat de gemeente niet tegen het vergroten van het bouwvlak van 1 naar 1,5 hectare is en dat dit past binnen de huidige procedure. Dus daarover is gelukkig geen menings­ verschil. Wel pleit LTO Noord voor vereenvoudiging van procedures en proceduretijd. In het kader daarvan willen we nogmaals de Raad vragen om kritisch naar dit punt te kijken en de voorgestelde aan­ passing door te voeren. Kleine windmolens In artikel 3.2.5 ‘kleinschalige windmolens’ wordt aangegeven dat de maximale ashoogte van kleine windmolens ten hoogste 15 meter mogen bedragen. LTO Noord pleit voor een ashoogte tot ongeveer 30 meter. Bij een dergelijke hoogte kan in relatie tot de investering een veel beter rendement worden verkregen. De energie-opwek bij hogere kleine windmolens bedraagt wel een factor 3 tot 5. Dit past perfect in de ontwikkelingen die zijn beschreven in de RES 1.0. Middels deze wijze kan de landbouw een veel betere bijdrage leveren ten aanzien van windenergie in de energietransitie van de provincie Groningen. Ontwikkeling tuinbouwsector In de toelichting op het bestemmingsplan wordt het volgende aangegeven met betrekking tot de glas­ tuinbouw: Herbestemming tuinbouwgebied Sappemeer-Noord Er worden geen nieuwe (glas)tuinbouwbedrijven meer toegestaan. Er wordt hierbij maotwerk toegepast voor bestaande tuinbouwbedrijven.

Om de bestaande bedrijven toch nog uitbreidingsruimte te geven is gekozen voor een meer logische begrenzing van het tuinbouwgebied. Daarbij is uitgegaan van de bestaande infra­ structuur van het gebied. Zo worden de gebieden ten oosten van de Siepweg in Sappemeer gewijzigd in een agrarische bestemming (zonder bouwvlak) en zijn daar tuinbouwactiviteiten niet meer toegestaan, Het gebied ten westen van de Siepweg behoudt zijn huidige (tuinbouw)bestemming. Voor Sappemeer-Noord worden ook plannen met betrekking tot duurzaamheid / eigen energieopwekking betrokken. LTO Noord pleit voor meer ontwikkelingsmogelijkheden voor de glastuinbouw in de regio. In het bestemmingsplan wordt aangegeven te focussen op maatwerk. Maar dat is niet meer voldoende, en al helemaal niet kijkend naar de toekomst. De jaren van financiële tegenslag en stagnatie zijn achter de rug. De sector is sterk groeiend en er is toekomstperspectief. Maatschappelijk heeft de sector de wind in de rug en is er veel draagvlak. Dat uit zich in het feit dat bewustzijn van de positieve effecten van een gezonde leefstijl zichtbaar toeneemt. Mensen willen gezonder leven, de werkomgeving wordt groener en sinds de coronapandemie is de consumptie van groenten en fruit toegenomen. De glastuinbouwsector draagt met haar gezonde producten bij aan de gezondheid en het welzijn van de samenleving. Onderzoek toont dit al geruime tijd aan.

Ook de innovaties die in de sector plaats­ vinden, vanuit onze innovatieprogramma's en SIGN, dragen bij aan maatschappelijke vraagstukken en maken de samenleving duurzamer. Ook wil de tuinbouw weer investeren. Internationaal timmert Nederland aan de weg met de producten komend uit de glastuinbouw, maar ook met innovaties. Iedereen profiteert van innovaties die ondernemers in de glastuinbouw ontwikkelen. Denk aan alternatieve energiebronnen, waarvan de omgeving ook gebruik van kan maken. Gezinnen in verschillende gemeenten verwarmen hun huis met warmte uit kassen of aardwarmte. We vangen regenwater op in buffers om wateroverlast bij hevige regenval te voorkomen. Zo zorgen we voor droge voeten in woonwijken. Ook maken we planten weerbaarder en sluiten we de waterkringloop om vervuiling van sloten te voorkomen. Bovendien levert de glastuinbouw banen, economische groei en technologische impuls op. Ook in de gemeente Midden-Groningen zien de huidige glastuinbouw­ ondernemers mogelijkheden. De verwachting is dat in de komende tien jaar stevig kan worden uitgebreid. Hierbij kunnen ook kansen worden opgepakt in het kader van de energietransitie.

3 01521/gr/gk-nv

Voor de tuinbouwcluster is het belangrijk dat men zich verder kan ontwikkelen maar ook dat bedrijven van elders zich kunnen vestigen om dit cluster te versterken. Vestiging van bedrijven kan ook noodzakelijk zijn om de energietransitie te realiseren omdat vaak de ontwikkeling van alternatieve energiebronnen niet dooreen solitair bedrijven kan worden gerealiseerd maar wel in combinatie met meerdere bedrijven en/of omgeving zoals andere bedrijven en eventueel woonwijken. Hier gaan we graag het gesprek met u aan. Echter, als er geen ontwikkelingsruimte is, dan zal dat negatief uitpakken voor de sector. Het is zelfs mogelijk dat men genoodzaakt is om zich elders te gaan vestigen in verband met ruimtebeperkingen. Dat is voor de gemeente niet goed, maar ook de ondernemers zelf hebben een goede relatie en binding opgebouwd met de omgeving, waardoor men liever blijft. Per saldo kost dit veel arbeidsplaatsen en levert een negatieve uitstraling op voor de gemeente. Voorgesteld wordt om de dubbelbestemmingen voor glastuinbouw en landbouw in het buitengebied (Sappemeer Noord, Froombosch en Slochteren) te handhaven en te verruimen daar waar dit nog niet kan. Daarnaast stellen we voor om ook het zoekgebied voor duurzame energie toe te passen op dit buitengebied.

Graag wil LTO Noord en de glastuin­ bouwsector met de gemeente en de provincie om de tafel om na te gaan wat de mogelijkheden zijn. In deze zienswijze worden diverse voorstellen opnieuw ter overweging voorgelegd aan de Raad van de gemeente Midden-Groningen. Graag wil LTO Noord met u om tafel om de punten in deze zienswijze nader te bespreken en eventueel toe te lichten. Wij zien dan ook met belangstelling uw reactie op deze zienswijze tegemoet.

Hoogachtend, namens LTO Noord

P.G. Bos, rëgiomanager Noord

Contactpersoon: G. (Geert) Kloetstra, E akloetstra^ltonoord.nl. M 06-12261267

4 01521/gr/gk-nv

4.

Tenner

No. - 7 JUNI 2021

Postbus 718, 6800 AS Arnhem, Nederland

CLASSIFICATIE

Gemeente Midden-Groningen T.a.v. de gemeenteraad Postbus 75 9600 AB HOOGEZAND

DATUM UW REFERENTIE ONZE REFERENTIE BEHANDELD DOOR TELEFOON DIRECT E-MAIL AANTAL BIJLAGEN

Cl - Publieke Informatie 4 juni 2021 554/Buitengebied GFO-N-RE 21-1141 Marja ter Maat 026 373 11 79 ruimtelijkeplannen@tennet.eu 2

BETREFT zieiTSwijze Ontwerpbestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen Geachte leden van de raad, Onlangs is via de Staatscourant bekend gemaakt dat bovengenoemd ontwerpbestemmingsplan ter inzage ligt. Van de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen maakt TenneT TSO B.V. (hierna TenneT) bij deze gebruik. Het plan heeft een consoliderend karakter en gaat om het actualiseren en harmoniseren van bestaande bestemmingsplannen. Binnen de grenzen van dit plan bevinden zich de volgende hoogspanningsinfrastructuur welke in eigendom en beheer zijn van TenneT; Bovengronds 380/220 kV Eemshaven - Meeden / Schildmeer - Meeden met een bijbehorende belemmerde strook van 35 meter aan weerszijden van het hart (totaal 70 meter); 380/110 kV Meeden - Diele / Meeden - Winschoten met een bijbehorende belemmerde strook (samen) van 55 meter aan weerszijden van het hart (totaal 110 meter); 380/110 kV Zwolle - Meeden met een bijbehorende belemmerde strook van 34 meter aan weerszijden van het hart (totaal 68 meter); 220 kV Schildmeer - Weiwerd met een bijbehorende belemmerde strook van 30 meter aan weerszijden van het hart (totaal 60 meter); 110 kV Groningen Hunze - Kropswolde; 110 kV Groningen Hunze - Slochteren Woltersum; 110 kV Kropswolde - Menterwolde Daaleweg; 110 kV Veendam Wildervank - Meeden; 110 kV Meeden - Winschoten; 110 kV Menterwolde Daaleweg - Meeden; De 110 kV verbindingen hebben een

bijbehorende belemmerde strook van 25 meter aan weerszijden van het hart (totaal 50 meter);

TenneT TSO B.V. Bezoekadres Utrechtseweg 310, Arnhem Postadres Postbus 718, 6800 AS Arnhem Factuuradres Postbus 428, 6800 AK Arnhem Handelsregister Arnhem 09155985 Telefoon 0800 83 66 38 8 Fax 026 373 11 12 Internet www.tennet.eu

TGnnGT

DATUM ONZE REFERENTIE PAGINA

TenneT TSO B.V. 4 juni 2021 GFO-N-RE 21-1141 2 van 7

Ondergronds 110 kV Hogezand Kropswolde - Slochteren Kooipolder; 110 kV Menterwolde Spitsbergen - Menterwolde Daaleweg; 110 kV Meeden - Veendam Zuidwending; llOkV Scheemda - Meeden; 110 kV Meeden - Muntendam; 110 kV Meeden - Winschoten; 110 kV Slochteren Zuidolinger Polder - Slochteren Tjuchem: 110 kV Slochteren Paauwen - Slochteren Woltersum; 110 kV Slochteren Overschild - Slochteren aftak Overschild Stations 110/220/380 kV Meeden; 110 kV Slochteren Delleweerden; 110 kV Slochteren Paauwen; 110 kV Slochteren Tjuchem; 110 kV Menterwolde Spitsbergen; 110 kV Kropswolde; 110 kV Slochteren Overschild De bijbehorende belemmerde strook voor een ondergrondse verbinding is afhankelijk van het aantal kabels en onderlinge afstand tussen de kabels. Als minimale breedte geldt 3,00 meter gerekend vanuit de buitenste hoogspanningskabels bij open ontgraving en 5,00 meter bij boringen. Indien gewenst kunnen DWG/SHP/GDB bestanden opgevraagd worden via ruimtelijkeplannen@tennet.eu. De aanwezigheid van deze hoogspanningsverbindingen kan beperkingen opleveren voor het gebruik van de gronden. Hierbij zijn onder meer aspecten aan de orde waaronder de veiligheid van personen en goederen, de aan te houden veiligheidsafstanden, de bereikbaarheid van de hoogspanningsverbindingen, de leveringszekerheid en de benodigde ruimte voor het uitvoeren van onderhouds- en herstelwerkzaamheden.

Bij de Elektriciteitswet 1998 (de "E-wet") is TenneT aangewezen als beheerder van het landelijk hoogspanningsnet, welke aangeduid is als vitale infrastructuur. Zij is daarmee verantwoordelijk voor een ongestoorde werking van dit net. Een zeer belangrijke kerntaak van TenneT is dan ook het optimaal beheren, onderhouden en veiligstellen van nieuw te realiseren en gerealiseerde assets ten behoeve van een ongestoorde ligging daarvan gedurende de gehele levensfase. Uitgangspunt daarbij is dat deze vitale infrastructuur een gepaste bescherming verkrijgt en behoudt in ruimtelijke plannen en besluiten die worden op- en vastgesteld voor zowel de onder- als bovengrond. Dit alles met als doel deze infrastructuur niet te verstoren en deze op een effectieve en efficiënte manier in stand te kunnen houden en beheren. De assets van TenneT, zowel boven- als ondergronds, zijn van groot belang voor de leveringszekerheid van elektriciteit in Nederland en daarnaast ook ruimtelijk relevant. Ten behoeve van de leveringszekerheid en het zo efficiënt mogelijk gebruik kunnen maken van onze assets is het van groot belang dat deze assets te allen

TGnnGT

DATUM ONZE REFERENTIE PAGINA

TenneT TSO B.V. 4 juni 2021 GFO-N-RE 21-1141 3 van 7

tijde bereikbaar zijn en blijven voor onderhoud, storingen en/of calamiteiten en daarnaast zoveel als mogelijk ongestoord kunnen blijven liggen c.q. aanwezig te zijn. Dat betekent dat bouwen en werkzaamheden in de nabijheid / op onze assets in principe niet zijn toegestaan. Op het voorontwerp is door ons een DWG bestand aangeleverd omdat de verbindingen niet of niet correct waren opgenomen in het voorontwerp. Een check op de huidige verbeelding laat mij zien dat de verbindingen nog niet correct zijn opgenomen. Waarschijnlijk is dit fout verwerkt of is een fout bestand door ons aangeleverd. Een check op het door ons gestuurde bestand levert op dat er in dat bestand ook glasvezelkabels zijn opgenomen, die nu abusievelijk zijn opgenomen alszijnde hoogspanningsverbindingen. Mijn excuus hiervoor. Met onderstaande punten wil ik aangeven wat mij in dit plan is opgevallen en wat gecorrigeerd zou moeten worden. Mijn voorkeur heeft het om dit een keer mondeling af te stemmen met u, want het is een hele puzzel. 1. 2.

Groningen Hunze - Kropswolde en Kropswolde - Mentenwolde Daaleweg hebben een iets te brede belemmerde strook (60 meter ipv 50 meter); Halverwege het tracé van Kropswolde-Menterwolde Daaleweg is de breedte wel correct, zie hieronder het figuur vanaf het wel correct is opgenomen.

mmmMÈm • • 11

En: 3. 4. 5.

De ondergrondse verbinding Hoogezand - Kropswolde is vanaf station Kropswolde niet op de verbeelding te zien. Verderop in het plan is hij af en toe wel/niet opgenomen; Meeden - Veendam Zuidwending is niet opgenomen bij het station Meeden; Scheemda - Meeden is voor een klein gedeelte geen dubbelbestemming opgenomen nabij station Meeden; zie het figuur + + + +

+ + + + + + + + + 6.

1

De kabel Meeden - Muntendam is vanaf het station Meeden niet goed opgenomen en halverwege het tracé (ten noorden van de kruising met de 380/220) verdwijnt de verbinding in zijn geheel. Zie onderstaand figuur voor de weergave op de verbeelding en zoals het zou moeten zijn;

TGnnGT

DATUM ONZE REFERENTIE PAGINA

BP

TenneT TSO B.V. 4 juni 2021 GFO-N-RE 21-1141 4 van 7

Beheersysteem TenneT

7. De belemmerde strookbreedte van bovenstaande verbinding is correct, alleen de ligging zoals opgenomen in het bestemmingsplan komt niet overeen met de ligging zoals in ons beheersysteem staat. Hiervoor heb ik intern een uitvraag gedaan welke ligging nu correct is. Zie hieronder ter verduidelijking. i i

1

i; }

i

8.

Bij de verbinding Eemshaven - Meeden/Schildmeer- Meeden mist een stukje dubbelbestemming, zie hieronder ter verduidelijking. f

•i

-X :!;

9.

m

De verbinding Meeden - Winschoten gaat bij het station Meeden ondergronds. Dit is niet opgenomen op de verbeelding. ................................................................... /-■

7 ‘9

hm-

•002:

■

•

..■* -4i

*

^

♦

-ft ^

m irnm

10. De verbinding Groningen Hunze - Slochteren Woltersum is nabij de Lagelandsterweg niet correct opgenomen. Er is een hap uit. Zie hieronder.

TGnnGT

DATUM ONZE REFERENTIE PAGINA

TenneT TSO B.V. 4 juni 2021 GFO-N-RE 21-1141 5 van 7

11. In het plan zijn bij de ondergrondse verbindingen nabij Slochteren eveneens de glasvezelkabels als hoogspanningsleidingen opgenomen. 12. Station Slochteren Paauwen, Slochteren Tjuchem en Slochteren Kooipolder zijn niet opgenomen als enkelbestemming. Hier graag een enkelbestemming Bedrijf Transformator- en Verdeelstation voor opnemen met Specifieke bouwaanduiding -1; 13. Station Slochteren Delleweerden is opgenomen als Bedrijf Nutsvoorziening. Deze bestemming graag wijziging zoals ook onder punt 12 is verzocht. Over dit station ligt een dubbelbestemming LeidingHoogspanningsverbinding. Mijn verzoek om deze dubbelbestemming bij de grens van het hoogspanningsstation te laten vervallen. Het opnemen van een dubbelbestemming op een hoogspanningsstation is niet wenselijk. Wij zouden onszelf dan immers een advies moeten geven en een dubbelbestemming is opgenomen om ongewenste ontwikkelingen van derden te voorkomen. 14. Station Kropswolde heeft de enkelbestemming Bedrijf Transformatie- en verdeelstation. Over het station ligt een dubbelbestemming Leiding-Hoogspanningsverbinding. Mijn verzoek om deze dubbelbestemming bij de grens van het hoogspanningsstation eveneens te laten vervallen. Daarnaast heeft het station als maatvoering maximum bouwhoogte 10 meter.

li f

86

_ Duböeibesiemfrtjng

ES

r~*~l SogwvUk p- -

SouwMnduidfOg ' -»*• Lxi-jw j.jrMuküirig

i

♦ 4

••rtxtfi.ini bouwhoogte; 10 m

In de regels van artikel 13 staat aangegeven dat de maximale bouwhoogte 20 meter is, tenzij anders aangegeven. Is dit niet tegenstrijdig met elkaar? Naar mijn mening zal de maatvoering hier verwijderd moeten worden van de verbeelding, omdat de bestaande maatvoering hoger is als 10 meter. 15. Station Mentenwolde Spitsbergen heeft geen Bouwaanduiding-1, waardoor er geen bouwwerken, geen gebouwen zijnde mogen worden gebouwd. Mijn verzoek om dit aan te passen. 16. Nabij dit station zijn bijvoorbeeld ook de glasvezelkabels opgenomen, welke dus venvijderd kunnen worden. Zie hieronder ter verduidelijking. / f F ( t

/

f-

17. Station Meeden 220 gedeelte. Op de verbeelding staat voor dit gedeelte geen Specifieke bouwaanduiding aangegeven. Mijn verzoek

TennGT

DATUM ONZE REFERENTIE PAGINA

TenneTTSOB.V. 4 juni 2021 GFO-N-RE 21-1141 6 van 7

om hier de bouwaanduiding-2 toe te kennen. Vervolgens de genoemde hoogtes van de bestaande hoogspanningsmasten onder punt 3 te verhogen naar 34 meter. De bestaande masten bedragen 19 en 34 meter op dit gedeelte van het station. 18. Station Meeden 380 gedeelte. Over dit gedeelte van het station is een gasleiding aangegeven. Deze is een paar jaar geleden verlegd door de Gasunie. Zie hieronder ter verduidelijking. ■;3

CI3 .

In het vastgestelde bestemmingsplan Transformatorstation Meeden was dit reeds aangepast. Regels Als tekstvoorstel zijn bijlagen gevoegd voor bovengrondse- en ondergrondse verbindingen met het verzoek om deze over te nemen in voorliggend plan. Eveneens het verzoek om voor beide artikelen een voorrangsregeling op te nemen. a. b. c.

d.

e. f. 9h.

In artikel 32.1 graag een toevoeging maken van "met de daarbij behorende voorzieningen". In artikel 32.2 onder b de bouwhoogte wijzigen in 3 meter in plaats van 5 meter. In artikel 32.4.1 onder a te wijzigen in "opslaan van goederen". Het genoemde onder a heeft naar mijn mening niets te maken met de bescherming van de gronden ten behoeve van de hoogspanningsverbinding. In artikel 32.5.1 toevoegingen te maken zoals opgenomen in de toegevoegde bijlage voor ondergrondse verbindingen. Daarnaast het genoemde onder f het woord 'permanent' verwijderen. Opslag op een kabelbed is niet toegestaan vanwege de bereikbaarheid. Onder de uitzondering vergunningplicht ontbreekt Werkzaamheden die vallen onder de wet WIBON. In artikel 33.1 een toevoeging te maken van "met de daarbij behorende masten en voorzieningen". In artikel 33.2.1 lid a onder 2 te verhogen naar 3 meter in plaats van twee meter. Dit omdat een hekwerk rond een mast meestal al 3 meter is. De verboden uit te breiden/aan te passen naar de regels zoals opgenomen in de bijlage.

Toelichting In de toelichting staat dat het plan tot stand is gekomen vanuit diverse overwegingen, zoals het herstellen van fouten en omissies en invoegen van diverse postzegel- bestemmingsplannen. Rijst bij mij de vraag waarom in dit plan niet de onherroepelijke Inpassingsplannen zijn opgenomen. Er wordt wel kort uitgelegd dat het niet ziet op de stikstofinstallatie en het windpark, maar verder geen uitleg aan gegeven. Naar mijn mening is het voorliggende plan dan niet actualiserend. Verder wordt in hoofdstuk 3 Kabels en leidingen aangegeven dat er een aantal bovengrondse tracés door de gemeente lopen. Zoals in het begin deze zienswijze te lezen, lopen er 110 kV, 220 kV en enkele 380 kV verbindingen door het gemeentegebied. Mijn verzoek om dit eventueel aan te passen.

TennGT

1

DATUM ONZE REFERENTIE PAGINA

TenneT TSO B.V. 4 juni 2021 GFO-N-RE 21-1141 7 van 7

Overige informatie Staalkaart TenneT Momenteel is TenneT, is samenwerking met Netbeheer Nederland, een staalkaart aan het voorbereiden met daarbij voorbeeldregels. Omdat in omgevingsplannen, meer dan in bestemmingsplannen, zal worden gestuurd op doelstellingen, zal de staalkaart vanuit de doelstelling van TenneT worden geformuleerd. Die doelstelling wordt uitgewerkt in bouwstenen voor het omgevingsplan. Naar verwachting is de staalkaart gereed in 2021. Daarna zal deze aan de bevoegde gezagen worden gestuurd met het aanbod van TenneT om mee te denken met het op duurzame wijze opnemen van het hoogspanningsnet in omgevingsplannen. Als landelijk netbeheerder is TenneT omwille van de leveringszekerheid verantwoordelijk voor het realiseren en in stand houden van een robuust en veilig landelijk hoogspanningsnet. Grootschalig falen van het landelijk hoogspanningsnet kan leiden tot maatschappelijke ontwrichting. Aan het voorkomen daarvan, draagt een goede publiekrechtelijke bescherming bij. Dat is des te meer van belang, nu de samenleving vanwege de energietransitie in toenemende mate afhankelijk wordt van (duurzaam opgewekte) elektriciteit die wordt getransporteerd via het landelijke hoogspanningsnet. Bij toekomstige beleidsdocumenten die keuzes omvatten die relevant zijn voor het hoogspanningsnet is het wenselijk als TenneT vroegtijdig geconsulteerd wordt.

Heeft u nog vragen? Heeft u vragen over de inhoud van deze brief, dan kunt u contact opnemen met de behandelaar van deze brief. Eventuele correspondentie (met vermelding van onze referentie) kunt u eveneens aan deze persoon richten. Uw reactie op deze brief zie ik met belangstelling tegemoet.

Met vriendelijke groet, TenneT TSO B.V.

V -rrrr. ATH.D (Angefrque) Avink Manager Real Estate Management

‘XenneT Taking power furfher

BIJLAGE Artikel.... Leiding-Hoogspanning (dubbelbestemming) Bestemmingsomschrijving De voor ‘Leiding-Hoogspanning' bestemde gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming{en), mede bestemd voorde aanleg, het beheer en instandhouding van een hoogspanningsleiding: met de daarbij behorende: a. Belemmerde strook; b. Voorzieningen In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de regels van dit artikel vóór de bepalingen die ingevolge andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn. Bouwregels bouwwerken Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. op of in de in dit artikel bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken en/of gebouwen ten behoeve van de hoogspanningsverbinding worden gebouwd; b. Op of in de in dit artikel bedoelde gronden zijn geen gebouwen en bouwwerken toegestaan, met uitzondering van bestaande (vergunde) gebouwen en bouwwerken; c. indien bestaande gebouwen en/of bouwwerken worden vervangen, vernieuwd of veranderd is dit toegestaan indien de oppervlakte en hoogte niet worden vergroot en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. Afwijken van de bouwregels Tot het verlenen van een omgevingsvergunning wordt eerst overgegaan, indien uit het verkregen positief schriftelijk advies van de netbeheerder is gebleken dat hierdoor de veiligheid en leveringszekerheid niet blijvend onevenredig worden geschaad.

Aan de hand daarvan kan het bevoegd gezag desgewenst voorwaarden verbinden aan de vergunning, ter bescherming van bedoelde verbinding. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 1. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden de volgende activiteiten uit te voeren, zulks ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op deze gronden van toepassing zijnde bestemmingen; a. het aanbrengen en/of rooien van diepwortelende beplanting en bomen, dieper dan 0,80 meter onder maaiveld; b. het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronding of ophoging; c. het indrijven van voonwerpen in de bodem, dieper dan 0,80 meter onder maaiveld; d. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en aanleggen van drainage, dieper dan 0,80 meter onder maaiveld; e. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van (reeds bestaande) watergangen; f. het opslaan van goederen, (brandbare)stoffen en/of materialen; g. het aanleggen van wegen, paden en parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; h. het aanleggen van zonnepanelen;

‘XenneT lokir^y power further

het aanleggen van kabels en leidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur, anders dan ten dienste van de in lid ... omschreven bestemming. Uitzondering van de vergunningplicht Het in lid 1. vervatte verbod is niet van toepassing op een werk, geen bouwwerk zijnde en/of werkzaamheden: a. die reeds in uitvoering zijn bij het van kracht worden van het plan; b. die verband houden met de aanleg, aanpassing of onderhoud van de betreffende hoogspanningsverbinding en de daarbij behorende voorzieningen; c. die vallen onder de Wet Informatie-uilwisseling Boven- en Ondergrondse Netten Voorwaarden vergunningverlening Tot het verlenen van een omgevingsvergunning wordt eerst overgegaan, indien uit het verkregen positief schriftelijk advies van de netbeheerder is gebleken dat hierdoor de veiligheid en leveringszekerheid niet blijvend onevenredig worden geschaad. Aan de hand daarvan kan het bevoegd gezag desgewenst voorwaarden verbinden aan de vergunning, ter bescherming van bedoelde verbinding.

xenneT TakiriQ power further

BIJLAGE

Artikel..... Leiding-Hoogspanningsverbinding (dubbelbestemming) 1.

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Hoogspanningsverbinding' bestemde gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming{en) mede bestemd voor aanleg, het beheer en instandhouding van een hoogspanningsverbinding: met de daarbij behorende a.

Masten en (veiligheids)voorzieningen

In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de regels van dit artikel vóór de bepalingen die ingevolge andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn. 2.

Bouwregels bouwwerken

Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. op of in de in dit artikel bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten behoeve van de hoogspanningsverbinding worden gebouwd; b. Op of in de in dit artikel bedoelde gronden zijn geen gebouwen en bouwwerken toegestaan, met uitzondering van bestaande (vergunde) gebouwen en bouwwerken: c. indien bestaande gebouv\ren en/of bouwwerken worden vervangen, vernieuwd of veranderd is dit toegestaan indien de oppervlakte en hoogte niet worden vergroot en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. 3.

Afwijken van de bouwregels Tot het verlenen van een omgevingsvergunning wordt eerst overgegaan, indien uit het verkregen positief schriftelijk advies van de netbeheerder is gebleken dat hierdoor de veiligheid en leveringszekerheid niet blijvend onevenredig worden geschaad. Aan de hand daarvan kan het bevoegd gezag desgewenst voorwaarden verbinden aan de vergunning, ter bescherming van bedoelde verbinding.

4.

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.1 Het is verboden om zonder, op of in de lid 1 bedoelde gronden, een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a.

het aanbrengen en/of rooien van opgaande beplanting en bomen;

b.

het wijzigen van maaiveld- of weghoogte door ontgrondingswerkzaamheden of ophoging;

c.

het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van (reeds bestaande) watergangen;

d.

het opslaan van goederen, (brandbare)stoffen en/of materialen;

e.

het aanbrengen en/of slopen van bovengrondse constructies, installaties, opstallen of apparatuur anders dan ten dienste van deze In lid .... omschreven bestemming:

f.

het aanleggen van wegen en parkeergelegenheden;

g.

het aanleggen van zonneparken

iretnner Taking power further

4.2 Uitzondering van de vergunningpiicht Het verbod in lid 4.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde en/of werkzaamheden die: reeds in uitvoering zijn bij het van kracht worden van het plan; a. b. verband houden met de aanleg, aanpassing of onderhoud van de betreffende hoogspanningsverbinding en de daarbij horende voorzieningen; c. het onderhoud en beheer hetgeen krachtens de onderliggende bestemming is toegestaan. Voorwaarden vergunningverlening Tot het verlenen van een omgevingsvergunning wordt eerst overgegaan, indien uit het verkregen positief schriftelijk advies van de netbeheerder is gebleken dat hierdoor de veiligheid en leveringszekerheid niet blijvend onevenredig worden geschaad. Aan de hand daarvan kan het bevoegd gezag desgewenst voorwaarden verbinden aan de vergunning, ter bescherming van bedoelde verbinding.

5.

1 4 JUN 2021

J. Veltman Hzn. __ Ham weg 102__ 9617 AV Harkstede

pi K'OPRAI—

^hf.Phrni9 G <^Ö7^ I li 4 tl iM______5'ry

^^\

VobT ^4

QG

6r-e) av Nn. ISJUNHffil

^ 6

Class.No. C.tr^LhJ'Tc. l4)qAO^ fl H T! EA/Tli~4P'i£Av3 ~ T) fl­

CöoPT

ox/QAj*? \iGo>(VC ^"77 ti C t> >i Hi2rT

Sg.^'7 TL h >^C S \j0 9Q&PM If.-1 T S f T ^ TI fï. izjl X) fi. L frAT^Tfe p )<k 0 ai'T9>'TA7»ig,

ö /^T i(?u I (,^^'(?\jtr) ____________ T' G RyJ P2-)^U-^ ZTQ Ag___ -S

tj60c f^cuya» 0 ^itt 7 n'^'w 7 A WV

c/

U z-r^-

V-EIXMAN-Hzn KvK - 63162407

>7^.

6.

No. 1 6 JUNI 2021

Gemeenteraad Midden-Groningen Postbus 75 9600 AB Hoogezand Zaaknummer: 554 /Buitengebied

Sappemeer, 15 juni 2021

Kenmerk:

Zienswijze initiatiefnemer voedselbos Kalkwijk/ Kielsterachterweg 554 /Buitengebied

Betreft:

Vraag om toestemming voor aanleg van een agrarisch voedselbos (ca. 11 ha) in Hoogezand

Geachte Raad,

Langs deze weg geef ik mijn reactie op hetontwerp-bestemmingsplan buitengebied van Midden-Groningen (NLIMR0.1952.bpmigbuitengebied-on01). Als initiatiefnemer van het voedselbos aan de Kalkwijk/Kielsterachterweg vraag ik u de gestelde voorwaarden en aanduiding te heroverwegen. In het bijzonder vraag ik u vriendelijk om een (principe)besluit te nemen, waarmee u mij toestemming verleent voor de gefaseerde realisatie van een voedselbos van 11,7 hectare op de percelen van ons akkerbouwbedrijf tussen de Kielsterachterweg en de Kalk­ wijk volgens de voorkeursvariant uit onderstaande ontwerpschets. In het hiernavolgende licht ik mijn zienswijze

HGZOO-P-351 (1,81 ha) HGZOO-P-281 (0,22 ha) HGZOO-P-268 (4,53 ha) Percelen Voedselbos Oost HGZOO-P-267 (1,38 ha) HGZOO-P-469 (1,78 ha) HGZOO-P-266 (2,01 ha) Percelen Akkerbouw Zuidwest HGZOO-P-265 (4,53 ha) HGZOO-P-264 (5,85 ha)

De gekleurde delen in de bovenstaande afbeelding vormen het areaal van ons akkerbouwbedrijf. De donker­ groene delen zal fase 1 vormen voor de aanleg van het voedselbos, de lichtgroene delen fase 2.

Wat is een voedselbos? In het kader van de Green Deal Voedselbossen (2017), die mede door de provincie Groningen is ondertekend, is een voedselbos gedefinieerd als 'een door mensen ontworpen, productief ecosysteem naar het voorbeeld van een natuurlijk bos met een hoge diversiteit aan meerjarige en houtige soorten, waarvan delen voor de mens als voedsel dienen'. Voedselbossen zijn een specifieke vorm van 'agroforestry' (boslandbouw) met als onderschei­ dende kenmerken: een vegetatielaag met hoge kruinbomen, minimaal drie andere vegetatielagen, een rijk bosbodemleven en een robuuste omvang. Een 'robuuste omvang' wil zeggen: een oppervlakte van minimaal 0,5 hectare in een ecologisch rijke omgeving; in een ernstig verarmde omgeving is een minimale oppervlakte tot 20 hectare vereist. Een voedselbos is een zelfvoorzienend ecosysteem waaruit desgewenst jaarrond een grote di­ versiteit aan producten kan worden geoogst. Oogsten variëren van diverse soorten fruit, noten en bladgroenten tot scheuten, zaden, bloemen, wortels en plantgoed. Naast een grote, snel toenemende biodiversiteit biedt een voedselbos een lommerrijk aanzicht en verbetert het de bodemkwaliteit. In een voedselbos wordt geen gebruik gemaakt van bestrijdingsmiddelen of (kunst-)meststoffen.

w

( i 4 oplopende /oom ca.t6m

opiopeixl» Toom CA. I8m

OpK^ndv /

h

i

Afbeelding 2: Verschillende lagen en hoogtes in een voedselbos Omdat wij het voedselbos primair willen benutten als agrarische teelt voor de productie van voedsel, zal het voedselbos op ons bedrijf een rationele indeling krijgen. Hierbij wordt een relatief beperkt aantal eetbare soor­ ten (gemiddeld ca. 15 eetbare soorten per hectare) in makkelijk oogstbare rijen naast elkaar geplaatst zodat de verschillende vegetatielagen steeds als het ware de oplopende zoom van een bosrand vormen (zie afbeelding 2). In onderstaande tabel staan enkele voorbeelden van eetbare soorten die in de diverse vegetatielagen van een voedselbos passen. Hierbij moet worden bedacht dat er bij het ontwerp van een voedselbos, ook in ons gema­ tigde klimaat, een keuze kan worden gemaakt uit vele honderden eetbare soorten en variëteiten. Vegetatielaag

Voorbeelden van eetbare soorten

I Hoge kroonbomen

Tamme kastanje, walnoot, linde

Lage bomen, hoge struiken

Appel, pruim, hazelaar, olijfwilg, vlier

Strulklaag

Appelbes, aalbes, framboos, braam

Kruidlaag

Rabarber, daslook, daglelie

Klimplanten

Kiwibes, schijnaugurk, hop

Schimmels

Shi-itake, oesterzwam, eekhoorntjesbrood

Waterplanten

Lisdodde, waterkers, moerasanemoon

ei

2

Waarom een voedselbos? Het eetpatroon van Nederlanders zal veranderen; van minder vlees en zuivel naar meer plantaardig voedsel uit éénjarige teelten (bv. meer eiwitgewassen zoals lupine) en overblijvende teeltsystemen zoals voedselbossen. Daarnaast zal de landbouw veranderen onder invloed van de voortgaande klimaatverandering en aanscherping van de (EU-)regelgeving rond het gebruik van bestrijdingsmiddelen en (kunst-)meststoffen. In de Veenkoloniën wordt er veelal gangbaar geteeld met aardappelzetmeelaardappelen, bieten en granen. De beperkte vruchtwisseling van teelten (1 op 3/4) en de inrichting van het landschep brengen echter in toenemende mate problemen met zich mee: de bodemvruchtbaarheid gaat achteruit, de ziektedruk neemt toe en de biodiversiteit neemt af, zowel binnen als buiten de landbouw. In Groningen kunnen we ons voorbereiden op deze veranderingen door de (bio)diversiteit aan teelten te vergroten en door de verwerking en afzet zo lokaal mogelijk te organiseren. Graag wil ik in ons bestaande akkerbouwbedrijf mijn steentje bijdragen aan de noodzakelijke veranderingen door te starten met de gefaseerde aanplant van een voedselbos van uiteindelijk 11,7 hectare. Deze schaal maakt het voedselbos tot een waardevolle aanvulling op ons huidige bouwplan dat ik in de komende jaren wil verrijken met biologische (stroken-)teelten.

Zo zou Voedselbos Veenkoloniën het eerste grootschalige voedselbos van Groningen kunnen worden. Dit kan ook andere boeren in de omgeving inspireren om aanpassingen te maken in hun bouwplan en aanplant van een voedselbos te overwegen op een deel van hun gronden. Toestemming voedselbos Uw toestemming voor het voedselbos is nodig aangezien het vigerende bestemmingsplan van de gemeente Midden-Groningen voor deze percelen geen aanplant van bomen toestaat mede omwille van bescherming van het 'Grootschalig Open Landschep' ten zuiden van Hoogezand. Deze beperking vloeit mede voort uit de geconsoli­ deerde omgevingsverordening van de provincie Groningen uit februari 2019. De wijziging in het bestemmings­ plan buitengebied vormt een natuurlijk moment om een dergelijke toestemming te verlenen. Tegen deze achtergrond ben ik sinds juli 2020 ik in gesprek met de gemeente Midden-Groningen over de inpas­ sing van het beoogde voedselbos in het nieuwe bestemmingsplan voor Hoogezand. De manier waarop het voed­ selbos nu is ingetekend in het ontwerp-bestemmingsplan en de bijbehorende voorwaarden (inclusief een omgevingsvergunning), vormen voor mij (te) grote obstakels om te komen tot realisatie van het voedselbos op een manier die past bij mijn bedrijfsplan. Hieronder licht ik mijn bezwaren en voorkeuren verder toe.

Positionering voedselbos Met verwijzing naar het duurzame, natuurinclusieve landbouwbedrijf 2.0 dat mij voor ogen staat hebben de vol­ gende argumenten betrekking op de door mij gewenste bedrijfsvoering en bedrijfszekerheid. •

In mijn voorkeursvariant voor landschappelijke inpassing die in de ontwerpschets (zie afb. 1) staat weerge­ geven is er sprake van clustering van enerzijds voedselbosbouw in het noordwestelijk en oostelijk deel van het bedrijf en anderzijds natuurinclusieve akkerbouw in het zuidwestelijk deel. Deze clustering met volledig aaneengesloten percelen voor elke teelt, is van groot belang voor de efficiëntie van het bedrijf als geheel, aangezien de beide teelten een compleet andere bedrijfsvoering vragen vanwege grote verschillen in ter­ men van beheer, oogsten en mechanisatie. Bundeling van de voedselbosvegetatie op een aaneengesloten oppervlak heeft bovendien als voordeel dat er minder ruimte hoeft te worden gereserveerd voor niet-eetbare soorten (o.a. wilgen, elzen) die langs de randen van het bos moeten worden aangeplant voor windbeschutting. Door bundeling van de vegetatie kan er dus meer ruimte worden benut voor aanplant van eet­ bare soorten, hetgeen natuurlijk belangrijk is voor de rentabiliteit van de bedrijfsvoering. De percelen in de Zuidwesthoek van het land zijn vanwege hun grootschalige, ononderbroken vorm het meest geschikt voor

3

de natuurinclusieve akkerbouw (o.a. strokenteelt) die mij voor ogen staat. In mijn voorkeursvariant blijven deze percelen dan ook beschikbaar voor deze teelt. •

De beoogde clustering van teelten optimaliseert de mogelijkheden voor efficiënt grondgebruik, mede om­ dat het hoogspanningstracé geheel over het voedselbos loopt. Dit lijkt tegenstrijdig omdat er onder hoogspanningsleidingen geen hoge bomen of struiken mogen staan. Deze ruimte kan echter goed worden benut voor aanplant van een bloemrijk, deels eetbaar mengsel van overblijvende kruiden en lage (bessen-)struiken. Deze zijn waardevol voor de insecten en andere dieren die belangrijke functies vervullen in het voedsel­ bos zoals ecologisch plaagbeheer en bestuiving. Daarnaast kan de ruimte onder het hoogspanningstracé worden benut voor aanleg van wandel- en oogstpaden en natuurvriendelijke oevers rond de sloot.

•

Op de zuidwestelijke percelen zijn kabels en leidingen aanwezig die aanplantmogelijkheden dusdanig belem­ meren dat deze percelen niet geschikt zijn voor het voedselbos. Deze percelen vormen daarentegen juist een uitstekend uitgangspunt voor éénjarige biologische teelten.

Landschappelijke inpassing Met betrekking tot de landschappelijke inpassing van met name het voedselbos geef ik hieronder mijn argumen­ ten voor de gekozen voorkeursvariant. Hierbij zet ik mijn argumenten af tegen de argumentatie die vanuit de gemeente is ingebracht in documentatie en tijdens verkennende gesprekken: 1.

Stedenbouwkundige Alex Glazenborg (Gemeente Midden-Groningen) verwacht dat de aanleg van het voed­ selbos de landschappelijke kwaliteit van het gebied zal aantasten. De harde overgang zou worden weggeno­ men die in de jaren 1980 werd gecreëerd tussen stedelijke uitbreidingslocaties en het grootschalig open cultuurlandschap in de Veenkoloniën. 'Structurerende groencomplexen' langs de rand van steden en dor­ pen zouden die kwaliteit reduceren. In dit geval zou het voedselbos een onoverkomelijke belemmering vor­ men voor de plaatselijke zichtlijnen over het open landschep vanaf de rand van de bebouwing van Hoogezand aan de Kielsterachterweg en Kalkwijk.

2.

Er zijn twee verkennende gesprekken geweest waarbij de Gemeente Midden-Groningen en de Provincie Groningen aanwezig waren. Bij deze gesprekken lag de focus op de ruimtelijke inpassing. Aanwezig waren onder anderen Bas Hollander (adviseur ruimtelijke plannen, Gemeente Midden-Groningen) en Marga Bremer-van der Kooi (Beleidsmedewerker Provinciaal Bouwheerschap, Provincie Groningen). Vanuit provinciaal oogpunt was het 'verlies' van de landschappelijke waarde van het open landschap een aangedragen argu­ ment, met name vanaf de Kalkwijk die ten oosten van het plangebied loopt. Voor de Gemeente MiddenGroningen lag de focus op de benodigde toestemming vanuit de provincie om af te wijken van het open landschapsbesluit bij de aanpassing van het bestemmingsplan. Uiteindelijk is naar voren gekomen dat de gemeente mag afwijken van het open landschap omdat het voedselbos nu buiten de grens valt van het pro­ vinciaal open landschap. Vanuit de provincie Groningen staan op het gebied van vergroening, klimaatadaptatie en innovatie in de landbouw de seinen op groen. Er is behoefte aan een voedselbos van deze omvang binnen een bestaand agrarisch bedrijf.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12803976/1