CConstaterende datMidden-Groningen
Koppel je AI →
Document · PDF

04. Ruimtelijke onderbouwing Noorderstraat 25, Noordbroek April 2022

Raadsvergadering 2 juni 2022, gemeente Midden-GroningenBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen omgevingsvergunning Noordbroek, Noorderstraat 2516.165 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ruimtelijke onderbouwing

Noorderstraat 25, Noordbroek

April 2022

Status: Definitief

Omgevingsvergunning Noorderstraat 25, Noordbroek Ruimtelijke onderbouwing

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Noorderstraat 25, Noordbroek

Plannaam: Plantype: Datum:

Noorderstraat 25, Noordbroek Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een omgevingsvergunning April 2022

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

1

Omgevingsvergunning Noorderstraat 25, Noordbroek Ruimtelijke onderbouwing

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 4 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

AANLEIDING ............................................................................................................................................... 4 LIGGING VAN HET PROJECTGEBIED ................................................................................................................... 4 HUIDIG PLANOLOGISCH REGIME ...................................................................................................................... 5 EISEN AAN EEN RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ................................................................................................... 6 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 7

HOOFDSTUK 2 PLANBESCHRIJVING ....................................................................... 8 2.1 2.2 2.3

HUIDIGE SITUATIE PROJECTGEBIED................................................................................................................... 8 GEWENSTE SITUATIE ..................................................................................................................................... 9 VERKEER EN PARKEREN ............................................................................................................................... 10

HOOFDSTUK 3 BELEIDSKADER ........................................................................... 12 3.1 3.2 3.3

RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 12 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 14 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 18

HOOFDSTUK 4 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN ................................................... 22 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9

GELUID .................................................................................................................................................... 22 BODEM.................................................................................................................................................... 23 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 23 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 25 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 27 GEUR ...................................................................................................................................................... 29 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 31 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 33 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE .............................................................................................................. 35

HOOFDSTUK 5 WATERASPECTEN........................................................................ 38 5.1 5.2 5.3 5.4

INLEIDING................................................................................................................................................. 38 BELEIDSKADERS ......................................................................................................................................... 38 WATERPARAGRAAF .................................................................................................................................... 39 CONCLUSIE ............................................................................................................................................... 40

HOOFDSTUK 6 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .................................................. 41 HOOFDSTUK 7 VOOROVERLEG ........................................................................... 42 7.1 7.2 7.3 7.4

HET RIJK .................................................................................................................................................. 42 PROVINCIE GRONINGEN .............................................................................................................................. 42 VEILIGHEIDSREGIO GRONINGEN .................................................................................................................... 42 WATERSCHAP HUNZE EN AA’S ..................................................................................................................... 42

HOOFDSTUK 8 CONCLUSIE ................................................................................ 43 BIJLAGEN BIJ DE RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ......................................................... 44 BIJLAGE 1 BIJLAGE 1A BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4

AANMELDNOTITIE M.E.R.- BEOORDELING ............................................................................................... 44 TOELICHTING OP DE AANMELDNOTITIE ................................................................................................... 45 AERIUS BEREKENING ......................................................................................................................... 46 ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK............................................................................................................... 47 UITGANGSPUNTENNOTITIE WATERSCHAP ................................................................................................ 48 BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

2

Omgevingsvergunning Noorderstraat 25, Noordbroek Ruimtelijke onderbouwing BIJLAGE 5

VOOROVERLEGREACTIES ...................................................................................................................... 49

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

3

Omgevingsvergunning Noorderstraat 25, Noordbroek Ruimtelijke onderbouwing

HOOFDSTUK 1 1.1

INLEIDING

Aanleiding

Voorliggende ruimtelijke onderbouwing heeft betrekking op het uitbreiden van het agrarisch bedrijf aan de Noorderstraat 25 te Noordbroek (hierna: projectgebied) opgesteld. Kadastraal staat dit perceel bekend onder de gemeentecode NBK01, sectie I, perceel 1478. Ter plaatse wordt een vleeskuikenbedrijf (intensieve veehouderij) geëxploiteerd. De vleeskuikens staan in de huidige situatie in twee pluimveestallen. Initiatiefnemer is voornemens de pluimveestallen te verlengen met 25 meter. Daarnaast worden beide stallen met een tussenlid aan elkaar gebouwd. Door het vorenstaande krijgen de vleeskuikens meer leefruimte. Tegelijkertijd worden er emissie reducerende technieken toegepast. Op basis van het ter plaatse geldende bestemmingsplan ‘Dorpen Menterwolde’ is het projectgebied voorzien van een agrarische bestemming met een bouwvlak en de aanduiding ‘maximum oppervlakte (2.870 m²)’. De genoemde aanduiding met betrekking tot het oppervlak, bepaalt het maximum oppervlak van de stalvloer ter plaatse. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling wordt het maximum oppervlak overschreden. De voorgenomen ontwikkeling is daarmee in strijd met het geldende bestemmingsplan.

In voorliggend geval van het geldende planologische regime worden afgeweken en medewerking aan de ontwikkeling worden verleend via omgevingsvergunning conform artikel 2.12 lid 1 onder a sub 3o van de Wet Algemene bepalingen omgevingsrecht (uitgebreide voorbereidingsprocedure). Deze afwijking van het bestemmingsplan moet gemotiveerd worden met een ruimtelijke onderbouwing, waarin wordt aangetoond dat de ontwikkeling in overeenstemming is met ‘een goede ruimtelijke ordening’. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing voorziet hierin.

1.2

Ligging van het projectgebied

Het projectgebied ligt aan de Noorderstraat 25 ten noorden van het dorp Noordbroek van de gemeente Midden-Groningen. In afbeelding 1.1 is de ligging van het projectgebied ten opzichte van de directe omgeving met respectievelijk de rode contour en rode ster weergegeven.

Afbeelding 1.1

Ligging van het projectgebied ten opzichte van de kernen en de directe omgeving (Bron: PDOK)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

4

Omgevingsvergunning Noorderstraat 25, Noordbroek Ruimtelijke onderbouwing

1.3

Huidig planologisch regime

1.3.1

Algemeen

Het projectgebied ligt binnen de begrenzing van de bestemmingsplannen ‘Dorpen Menterwolde’, ‘Facetbestemmingsplan karakteristieke objecten’ en het ‘Facetbestemmingsplan Parkeren’. Deze plannen zijn respectievelijk op 30 november 2017, 20 december 2018 en 29 november 2019 vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Midden-Groningen. Ter duiding van het planologisch regime is met name het bestemmingsplan ‘Dorpen Menterwolde’ van belang. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van het vigerende bestemmingsplan opgenomen. Het projectgebied is hierin aangegeven met de rode contour.

Afbeelding 1.2

1.3.2

Uitsnede bestemmingsplan ‘Dorpen Menterwolde’ (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl)

Beschrijving bestemmingen

Op basis van het geldende bestemmingsplan ‘Dorpen Menterwolde’ zijn de gronden binnen het projectgebied voorzien van de enkelbestemming ‘Agrarisch’ en de dubbelbestemming ‘Waarde – Landschap en cultuurhistorie’. Het westelijke deel van het projectgebied, vanaf de aanduidingsgrens, is tevens voorzien van de dubbelbestemming ‘Grootschalig open landschap’. Tevens is ter plaatse een bouwvlak aanwezig waarbinnen gebouwd mag worden volgens de gestelde regels en zijn de gronden voorzien van de functieaanduiding ‘intensieve veehouderij’. De boerderij (bedrijfswoning) is aangeduid als karakteristiek. Tot slot zijn de gronden voorzien van een maatvoeringseis, waarmee is geregeld dat de bebouwing ten behoeve van de bedrijfsvoering van een intensieve veehouderij ter plaatse een maximum oppervlakte mag hebben van 2.870 m2. Hierna wordt dieper ingegaan op de geldende bestemmingen. ‘Agrarisch’ De voor ‘Agrarisch’ aangewezen gronden zijn bestemd voor intensieve veehouderijbedrijven, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘intensieve veehouderij’, met dien verstande dat de stalvloeroppervlakte ten behoeve van de intensieve veehouderij niet meer bedraagt dan de ter plaatse van de aanduiding ‘oppervlakte (m2)’ aangegeven oppervlakte.

‘Waarde – Landschap en Cultuurhistorie’ De voor ‘waarde – Landschap en Cultuurhistorie’ aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de opbouw, het behoud en het herstel van landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Bij de beoordeling van

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

5

Omgevingsvergunning Noorderstraat 25, Noordbroek Ruimtelijke onderbouwing verzoeken om een omgevingsvergunning voor het afwijken van de bouw- en gebruiksregels dienen de specifieke ruimtelijke kenmerken van het gebied in acht te worden genomen. ‘Waarde – Grootschalig open landschap’ De voor ‘Waarde – Grootschalig open landschap’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de ander daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de landschappelijke openheid. In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de regels van dit artikel vóór de bepalingen die ingevolge van andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn. 1.3.3

Strijdigheid

De voorgenomen ontwikkeling voorziet in een uitbreiding van het stalvloeroppervlak van de huidige intensieve veehouderij door de bestaande pluimveestallen te verlengen met 25 meter en door middel van de aanbouw van wintergartens. Het aantal kuikens neemt hierin niet toe; de uitbreiding is nodig voor vrijwillige leefruimtevergroting. De uitbreiding heeft een totale oppervlakte van circa 1.850 m². Het stalvloeroppvlak voor het vleeskuikenbedrijf (intensieve veehouderij) bedraagt na de uitbreiding circa 4.950 m², waarmee het maximum toegestane oppervlak van 2.870 m2 wordt overschreden. Hiermee is de ontwikkeling in strijd is met het geldende bestemmingsplan. Om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken, wordt via een omgevingsvergunning afgeweken van het geldende bestemmingsplan ex artikel 2.12, lid 1, sub a, onder 30 van de Wet algemene bepaling omgevingsrecht (uitgebreide voorbereidingsprocedure). In deze ruimtelijke onderbouwing wordt aangetoond dat het voorgenomen initiatief in overeenstemming is met een ‘goede ruimtelijke ordening’.

1.4

Eisen aan een ruimtelijke onderbouwing

Een op artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 30 Wabo gebaseerde zelfstandige instructie voor de inhoud en inrichting van deze ruimtelijke onderbouwing ontbreekt in het Besluit omgevingsrecht (Bor). Artikel 5.20 van het (Bor) verklaart voor de inhoud van het besluit de artikelen 3.1.2, 3.1.6 en 3.3.1, eerste lid, van het Besluit ruimtelijke ordening van overeenkomstige toepassing. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing belicht alle relevante aspecten vanuit de ruimtelijke ordening en toont aan dat voorliggende ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Hieronder is verwoord waaraan een ruimtelijke onderbouwing moet voldoen. In een goede ruimtelijke onderbouwing zijn neergelegd: 1. 2. 3. 4.

5.

6.

een verantwoording van de gemaakte keuzen; een beschrijving van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding; Hiervoor wordt verwezen naar hoofdstuk 5; de uitkomsten van het in artikel 3.1.1 bedoelde overleg; Hiervoor wordt verwezen naar hoofdstuk 7; de uitkomsten van het met toepassing van artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht verrichte onderzoek; verwezen wordt naar de gehele ruimtelijke onderbouwing waaruit blijkt dat met alle relevante feiten en af te wegen belangen rekening is gehouden; een beschrijving van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding zijn betrokken; het ontwerpbesluit wordt voor een ieder ter inzage gelegd. Er wordt gelegenheid geboden om zienswijzen in te dienen; de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan; Verwezen wordt naar hoofdstuk 6.

Voor zover bij het project geen milieueffectrapport als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer wordt opgesteld, waarin de hierna volgende onderdelen zijn beschreven, worden in de ruimtelijke onderbouwing ten minste neergelegd: 7.

een beschrijving van de wijze waarop met de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden; Verwezen wordt naar paragraaf 4.8;

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

6

Omgevingsvergunning Noorderstraat 25, Noordbroek Ruimtelijke onderbouwing 8.

9.

1.5

voor zover nodig een beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met overige waarden van de in het besluit begrepen gronden en de verhouding tot het aangrenzende gebied; In hoofdstuk 4 is aandacht besteed aan relevante aspecten; een beschrijving van de wijze waarop krachtens hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer vastgestelde milieukwaliteitseisen bij het besluit zijn betrokken; het betreffende hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer heeft betrekking op luchtkwaliteitseisen. Deze zijn beschreven in paragraaf 4.3.

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 allereerst ingegaan op de huidige en gewenste situatie ter plaatse van het projectgebied. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie Groningen en de gemeente Midden-Groningen beschreven. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op alle relevante milieu- en omgevingsaspecten. In hoofstuk 5 worden de wateraspecten behandeld. Hoofdstuk 6 staat in het teken van de economische uitvoerbaarheid. Tot slot gaat hoofdstuk 7 in op het vooroverleg.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

7

Omgevingsvergunning Noorderstraat 25, Noordbroek Ruimtelijke onderbouwing

HOOFDSTUK 2 2.1

PLANBESCHRIJVING

Huidige situatie projectgebied

Het projectgebied betreft het agrarisch bedrijfsperceel aan de Noorderstraat 25 ten het noorden van het dorp Noordbroek, in de gemeente Midden-Groningen. Hieronder wordt kort ingegaan op de ruimtelijke structuur van het projectgebied. Het projectgebied bevindt zich in het noordelijke deel van de lintbebouwing van het dorp Noordbroek. Aan weerszijden van de Hoofdstraat en de Noorderstraat bevinden zich voornamelijk woningen. Het gebied achter de woningen bestaat voornamelijk uit agrarische percelen. De directe omgeving van het projectgebied kenmerkt zich voornamelijk door de aanwezigheid van agrarische cultuurgronden. Op afbeelding 2.1 is de ligging van het projectgebied ten opzichte van de directe omgeving weergegeven. Het projectgebied is hierin aangegeven met de rode contour.

Afbeelding 2.1

Luchtfoto projectgebied ten opzichte van de directe omgeving (Bron: PDOK)

Het projectgebied zelf betreft een agrarisch bedrijfsperceel met daarop zeven vormen van bebouwing. Afbeelding 2.2 toont middels een luchtfoto de huidige situatie van het projectgebied. Het projectgebied is hierin aangegeven met de rode contour. Ter plaatse van het projectgebied wordt een vleeskuikenbedrijf (intensieve veehouderij) geëxploiteerd en een akkerbouwbedrijf uitgeoefend met de opslag van aardappelen. De stallen (1) en (2) zoals aangegeven op afbeelding 2.2 betreft de bebouwing ten behoeve van de bedrijfsvoering van de intensieve veehouderij. In deze stallen worden 60.000 vleeskuikens gehuisvest óf 31.500 (groot) ouderdieren van vleeskuikens in opfok, jonger dan 19 weken. De stallen hebben een gezamenlijke oppervlakte van circa 3.130 m². Ten oosten van de pluimveestallen staat de eerste berging (3) ten behoeve van het opslaan van ca. 100 ton stro. Daarnaast bevindt zich de grotere berging (4), welke dient voor de opslag van kunstmest, veldbonen en tarwe. Naast deze berging bevindt zich een aardappelloods (5) met ruimte voor 1.140 ton (poot)aardappelen. Het projectgebied bevat ten slotte nog een derde berging (6), welke zich ten zuiden van de als karakteristiek aangeduide boerderij (7) bevindt. De bedrijfswoning bevindt zich aan oostelijke zijde van de boerderij. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

8

Omgevingsvergunning Noorderstraat 25, Noordbroek Ruimtelijke onderbouwing

Afbeelding 2.2

2.2

Luchtfoto projectgebied (Bron: PDOK, bewerkt)

Gewenste situatie

De concrete ontwikkeling voorziet in een uitbreiding van het stalvloeroppervlak voor het vleeskuikenbedrijf (intensieve veehouderij) naar circa 4.950 m². Ten behoeve van meer leefruimte voor de dieren en het kunnen houden van langzaamgroeiende kuikens in een lagere bezetting worden de twee stallen verlengd met 25 meter. Tevens worden de stallen verbreed met een overdekte scharrelruimte (wintergarten). Het aantal vleeskuikens neemt binnen de ontwikkeling niet toe. De ontwikkeling voorziet daarmee niet in een vergroting van het productieoppervlak. De uitbreiding wordt gefundeerd op poeren die tot een diepte van ongeveer 75 centimeter onder peil worden gegraven. De volgende wijzigingen worden doorgevoerd: ▪ ▪ ▪ ▪

Beide stallen worden met 25 meter verlengd; In de eindgevel worden nieuwe ventilatoren gerealiseerd (lengteventilatie); De warmtewisselaars worden verplaatst van het midden van de stal naar achterin de stal (zie ook afbeelding 2.4). Hierdoor wordt de inkomende voorverwarmde lucht halverwege de stal ingeblazen; Stal 1 krijgt een overdekte uitloop tussen de stallen in en stal 2 krijgt een overdekte uitloop aan de langszijde.

Afbeelding 2.3 toont een uitsnede van het inrichtingsplan voor de nieuwe situatie. In afbeeldingen 2.4 en 2.5 is respectievelijk een plattegrond en een dwarsdoorsnede van de uitbreiding van de stallen te zien.

Afbeelding 2.3

Uitsnede inrichtingsplan nieuwe situatie (Bron: Hoeve Advies)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

9

Omgevingsvergunning Noorderstraat 25, Noordbroek Ruimtelijke onderbouwing

Afbeelding 2.4

Plattegrond pluimveestallen na uitbreiding (Bron: Hoeve Advies, bewerkt)

Afbeelding 2.5

Dwarsdoorsneden uitbreiding stallen (Bron: Hoeve Advies, bewerkt)

2.3

Verkeer en parkeren

Bij het opstellen van de ruimtelijke onderbouwing moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en de verkeersgeneratie die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. In voorliggende ontwikkeling gaat het om de uitbreiding van het bestaande bedrijf waarbij de productie niet toeneemt. De uitbreiding voorziet alleen in het realiseren van een vrijwillige leefruimtevergroting. Door deze ontwikkeling neemt het aantal verkeersbewegingen af omdat er minder ronden per jaar worden ingezet door de langere aanhoudingsduur dan reguliere kuikens. Daarmee brengt de voorgenomen ontwikkeling geen toename van aan- en afvoerbewegingen door bijvoorbeeld het afvoeren van dieren, mest en voer met zich mee.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

10

Omgevingsvergunning Noorderstraat 25, Noordbroek Ruimtelijke onderbouwing De ontsluiting van het erf wijzigt niet en blijft plaats vinden via de bestaande in- en uitrit. De parkeerbehoefte verandert niet. Het parkeren vindt conform de bestaande situatie, plaats op eigen erf. Het erf biedt hier voldoende ruimte voor (zie afbeelding 2.4).

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

11

Omgevingsvergunning Noorderstraat 25, Noordbroek Ruimtelijke onderbouwing

HOOFDSTUK 3

BELEIDSKADER

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit projectgebied geldende uitgangspunten weergegeven.

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Ruimte Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

3.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 3.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1.

2.

3.

4.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie: Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. Duurzaam economisch groeipotentieel: Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. Sterke en gezonde steden en regio’s: Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven.

Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied: Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen wordt ingezet op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

12

Omgevingsvergunning Noorderstraat 25, Noordbroek Ruimtelijke onderbouwing 3.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.

2.

3.

Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten komst gaat van die van toekomstige generaties.

3.1.1.4 Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR (de voorloper van de NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’.

stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´

3.1.2

Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het rijksbeleid

Voorgenomen ontwikkeling betreft een uitbreiding van een intensieve veehouderij waarbij de bestaande pluimveestallen worden verlengd met 25 meter en waarbij de stallen worden verbreed met wintergartens. Met de ontwikkeling wordt voorzien in een goed leefklimaat voor de dieren in de stal. Binnen de ontwikkeling is daarmee geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' (3.1.6 Bro). Gelet op de definitie van ‘stedelijke ontwikkeling’ valt voorliggende ontwikkeling niet aan te merken als een 'stedelijke ontwikkeling'. In voorliggend geval is de ladder voor duurzame verstedelijking dan ook niet van toepassing. Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met het Rijksbeleid. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan opgenomen herontwikkeling.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

13

Omgevingsvergunning Noorderstraat 25, Noordbroek Ruimtelijke onderbouwing

3.2

Provinciaal beleid

Het provinciaal beleid van de provincie Groningen is verwoord in tal van plannen. De belangrijkste plannen betreffen de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening van de provincie Groningen. 3.2.1

Omgevingsvisie Groningen

3.2.1.1 Algemeen De Omgevingsvisie provincie Groningen 2016-2020 is op 1 juni 2016 vastgesteld. Sindsdien is de visie een aantal keer gewijzigd. In februari 2022 is de visie vervat in een geconsolideerde versie. De visie bevat een integrale lange termijnvisie van de provincie op de fysieke leefomgeving. Belangrijke onderwerpen in de Omgevingsvisie zijn het zorgen voor een aantrekkelijk woon- en leefklimaat, het benutten van ontwikkelingsmogelijkheden, het beschermen van karakteristieke bebouwde en onbebouwde elementen en het bieden van ruimte voor ondernemerschap. Een belangrijk doel van de Omgevingsvisie is om samenhang te brengen in het beleid voor de fysieke leefomgeving. Om dit te doen is al het provinciaal beleid in vijf thema’s en elf provinciale ‘belangen’ geordend. De thema’s en belangen zijn: ▪

▪

▪

▪ ▪

Ruimte 1. Ruimtelijke kwaliteit 2. Aantrekkelijk vestigingsklimaat 3. Ruimte voor duurzame energie 4. Vitale landbouw Natuur landschap 1. Beschermen landschap en cultureel erfgoed 2. Vergroten biodiversiteit Water 1. Waterveiligheid 2. Schoon en voldoende water Mobiliteit 1. Bereikbaarheid Milieu 1. Tegengaan milieuhinder 2. Gebruik van de ondergrond

In het beleid maakt de provincie Groningen onderscheid tussen stedelijk gebied en buitengebied. Binnen het stedelijk gebied laat de provincie zeer veel ruimtelijke bevoegdheden over aan gemeenten. In het buitengebied ziet de provincie, in verband met taken op het gebied van onder meer natuur, water, landschap en erfgoed een grotere verantwoordelijkheid voor haarzelf. Uit afbeelding 3.1 blijkt dat het projectgebied is gelegen in zowel het stedelijk gebied als het buitengebied. Het projectgebied is hierin met de rode contour weergegeven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

14

Omgevingsvergunning Noorderstraat 25, Noordbroek Ruimtelijke onderbouwing

Afbeelding 3.1

Uitsnede kaart thema ‘ruimte’ Omgevingsvisie provincie Groningen (Bron: provincie Groningen)

‘Stedelijk gebied’ Onder stedelijk gebied wordt verstaan een stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel en horeca, en de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en water en infrastructuur. De provincie wil stedelijke ontwikkelingen zo veel mogelijk laten plaatsvinden binnen bestaand stedelijk gebied, omdat zij het grote contrast tussen het stedelijk gebied en het buitengebied, dat zo bepalend is voor de identiteit van onze provincie, wil behouden en versterken. Dit in lijn met de 'ladder voor duurzame verstedelijking', die bij nieuwe stedelijke ontwikkeling vraagt om motivering en afweging van (1) de ruimtevraag, (2) de beschikbare ruimte en (3) de ontwikkeling van de omgeving waarin het gebied ligt. Dit vraagt extra zorgvuldigheid bij ingrepen in het stedelijk gebied die een effect hebben op het buitengebied. Gemeenten zijn primair verantwoordelijk voor de ruimtelijke kwaliteit binnen het stedelijk gebied. Bij de inpassing van grootschalige ruimtelijke ontwikkelingen in het stedelijk gebied en ruimtelijke ingrepen in het stedelijk gebied die een effect hebben op het buitengebied ondersteunt en adviseert de provincie gemeenten.

‘Buitengebied’ Onder het buitengebied worden de gebieden verstaan die buiten stedelijke gebieden liggen en een overwegend agrarische-, natuur- en recreatieve functie hebben. De provincie zet in deze gebieden in op het behouden en waar mogelijk versterken van de waarde van het buitengebied voor natuur en recreatie ontwikkelen en de landschappelijke kernkarakteristieken. Ook wil de provincie het buitengebied als woongebied aantrekkelijk houden en bedrijven de mogelijkheid bieden om zich te vestigen in vrijkomende bebouwing en zich daar te ontwikkelen. Omdat de inrichting van het buitengebied zowel vitaal als duurzaam dient te zijn, is daarnaast zuinig ruimtegebruik een belangrijk uitgangspunt. Hiervoor heeft de provincie BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

15

Omgevingsvergunning Noorderstraat 25, Noordbroek Ruimtelijke onderbouwing Groningen regels opgenomen in de Omgevingsverordening. In paragraaf 3.2.2 wordt dieper ingegaan op de relevantie van de Omgevingsverordening voor de voorgenomen ontwikkeling. 3.2.1.2 Ruimte De ontwikkeling besproken in deze ruimtelijke onderbouwing heeft binnen de in paragraaf 3.2.1 benoemde thema’s en belangen het meeste raakvlak met het thema Ruimte en de belangen ‘ruimtelijke kwaliteit’ en ‘vitale landbouw’. ‘Ruimtelijke kwaliteit’ De provincie Groningen streeft naar een zo hoog mogelijke ruimtelijke kwaliteit. Ruimtelijke kwaliteit wordt bepaald door de mate waarin binnen een gebied de gebruikswaarde, de belevingswaarde en de toekomstwaarde in onderlinge verhouding geoptimaliseerd zijn. Een hoge ruimtelijke kwaliteit is van belang de provincie aantrekkelijk te laten blijven om te wonen, werken en recreëren. Het omgevingsbeleid wordt zoveel mogelijk gericht op het bieden van kansen die zich voordoen in lokale en regionale situaties. ‘Vitale landbouw’ Groningen is een landbouwprovincie. Zo'n 80% van het landoppervlak is agrarische grond. De landbouwsector heeft voor een groot deel onze karakteristieke landschappen gevormd en is van groot belang voor de plattelandseconomie. De landbouwsector zit in een transitie.

Agrarische ondernemers worden vandaag de dag sterk uitgedaagd om marktgerichter en milieubewuster te produceren, en om oog te hebben voor natuur en landschap, diervriendelijk produceren en andere maatschappelijke belangen. Intensieve veehouderij Vanaf 1 januari 2019 staat de provincie Groningen geen uitbreiding van bestaande intensieve veehouderij meer toe. Het verbod op nieuwvestiging blijft gehandhaafd. De uitoefening van intensieve veehouderij, het gebruik van stallen en de bouw van stalruimte voor intensieve veehouderij doen grote afbreuk aan de belevingswaarde van de leefomgeving. Dat geldt niet alleen voor de nabije omgeving van steden en dorpen, toeristische routes of natuurgebieden, maar overal. Een uitzondering hierop kunnen gemeenten maken voor vergroting van de stalvloeroppervlakte die noodzakelijk is om tegemoet te komen aan aangescherpte wettelijke eisen op het gebied van het milieu en/of die ertoe dient om het welzijn van de te houden dieren te vergroten door de netto voor het dier beschikbare leefruimte te vergroten. Het aantal te houden dieren mag daarbij niet toenemen. 3.2.1.3 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsvisie Het projectgebied is gelegen binnen het stedelijk gebied en het buitengebied. De geplande uitbreiding van de stallen vindt daarentegen volledig plaats binnen het buitengebied.

In dit deelgebied heeft de provincie als expliciete doelstelling benoemt dat bedrijven hier de mogelijkheid moeten krijgen om zich te ontwikkelen. Voorliggende ontwikkeling sluit hier uitstekend bij aan. Daarnaast wordt in paragraaf 3.2.2 aangetoond dat de ontwikkeling aansluit bij de van belang zijnde artikelen uit de Omgevingsverordening Groningen. Daarnaast sluit de ontwikkeling naadloos aan bij de thema’s ‘Ruimtelijke kwaliteit’, aangezien de ontwikkeling benodigd is voor de gebruikswaarde van de bestaande intensieve veehouderij. De uitbreiding is daarnaast in overeenstemming met de uitgangspunten zoals gesteld in het thema ‘vitale landbouw’, aangezien de uitbreiding tegemoet komt aan de verbetering van het welzijn van de te houden dieren, zonder dat het aantal te houden dieren daarbij toeneemt. Al met al kan worden gesteld dat deze ontwikkeling aansluit bij de doelstellingen zoals omschreven in de Omgevingsvisie Groningen. 3.2.2

Provinciale Omgevingsverordening

In de geconsolideerde Omgevingsverordening februari 2022 van de provincie Groningen zijn in artikel 2.29.1, 2.29.2, 2.29.6 en 2.30 de provinciale instructieregels voor de uitbreiding van intensieve veehouderijen opgenomen (afdeling 2.13). De uitbreiding vindt daarnaast plaats op gronden die in de Omgevingsverordening zijn aangeduid als ‘leefgebied akkervogels’. Hiervoor zijn instructieregels opgenomen in artikel 2.48.2. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

16

Omgevingsvergunning Noorderstraat 25, Noordbroek Ruimtelijke onderbouwing Hieronder worden de voor de voorliggende ontwikkeling relevante artikelen beschreven en wordt de ontwikkeling aan deze artikelen getoetst. Afdeling 2.13

Intensieve veehouderij

Artikel 2.29.1 Nieuwvestiging en uitbreiding hoofd- of neventak intensieve veehouderij niet toegestaan Een bestemmingsplan voorziet niet in nieuwvestiging van een hoofd- of neventak intensieve veehouderij noch in uitbreiding van de bestaande stalvloeroppervlakte voor intensieve veehouderij. Artikel 2.29.2 Uitbreiding ten behoeve van aangescherpte wettelijke eisen op het gebied van milieu en/of ten behoeve van dierenwelzijn In afwijking van artikel 2.29.1 kan in een bestemmingsplan aan het college van burgemeester en wethouders de bevoegdheid worden toegekend om een omgevingsvergunning te verlenen voor uitbreiding van de bestaande stalvloeroppervlakte voor intensieve veehouderij, als in de planregels in de vorm van voorwaarden is geborgd dat deze uitbreiding: a. b.

noodzakelijk is om tegemoet te komen aan aangescherpte wettelijke eisen op het gebied van het milieu, of bijdraagt aan verbetering van het welzijn van de te houden dieren doordat zij netto meer leefruimte tot hun beschikking hebben;

mits in het bestemmingsplan geborgd wordt dat het aantal te houden dieren zoals is vergund op 1 januari 2019 niet toeneemt. Artikel 2.29.3 Afwijkende regeling tot 1 januari 2019 1.

2.

3.

In afwijking van artikel 2.29.1 kan een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een agrarisch bedrijf waar ten tijde van de inwerkingtreding van de Omgevingsverordening provincie Groningen 2016 reeds intensieve veehouderij wordt uitgeoefend en dat gelegen is binnen het op kaart 10 aangegeven gebied 'uitbreiding stalvloeroppervlakte intensieve veehouderij tot 5.000 m 2’ voorzien in een toename van stalvloeroppervlakte ten behoeve van intensieve veehouderij tot een oppervlakte van maximaal 5000 m² dan wel maximaal de bestaande stalvloeroppervlakte voor zover groter dan 5000 m². In afwijking van artikel 2.29.1 kan een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een agrarisch bedrijf waar ten tijde van de inwerkingtreding van de Omgevingsverordening reeds intensieve veehouderij wordt uitgeoefend en dat gelegen is binnen het op kaart 10 aangegeven gebied 'uitbreiding stalvloeroppervlakte intensieve veehouderij tot 7.500 m2' voorzien in een toename van stalvloeroppervlakte ten behoeve van intensieve veehouderij tot een oppervlakte van maximaal 7500 m² dan wel maximaal de bestaande stalvloeroppervlakte voor zover groter dan 7.500 m². Een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 2.29.2 en artikel 2.29.3 stelt regels die erin voorzien dat binnen gebouwen ten hoogste één bouwlaag gebruikt mag worden voor het houden van dieren.

Artikel 2.29.6 Rechtstreeks werkende regels vanaf 1 januari 2019 1.

2.

Vanaf 1 januari 2019 is het verboden om een hoofd- of neventak intensieve veehouderij te starten. Ook is het verboden om de bestaande stalvloeroppervlakte voor intensieve veehouderij uit te breiden. Het eerste lid is niet van toepassing op het verlenen en gebruik maken van een omgevingsvergunning voor het oprichten van nieuwe agrarische bedrijfsgebouwen of het aanwenden van bestaande agrarische bedrijfsgebouwen of het uitbreiden van bestaande gebouwen die leidt tot een grotere stalvloeroppervlakte dan de bestaande stalvloeroppervlakte, indien deze omgevingsvergunning: a. noodzakelijk is om tegemoet te komen aan aangescherpte wettelijke eisen op het gebied van het milieu; of b. ertoe strekt om het welzijn van de te houden dieren te vergroten door de netto voor het dier beschikbare leefruimte te vergroten;

mits het aantal te houden dieren zoals is vergund op 1 januari 2019 niet toeneemt. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

17

Omgevingsvergunning Noorderstraat 25, Noordbroek Ruimtelijke onderbouwing Artikel 2.30 Gestapeld houden van vee Een bestemmingsplan stelt regels die erin voorzien dat binnen gebouwen voor een agrarisch bedrijf ten hoogste één bouwlaag gebruikt mag worden voor het houden van dieren. Afdeling 2.23

Leefgebied weide- en akkervogels

Artikel 2.48.2 Leefgebied akkervogels 1.

2.

Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een op kaart 6 aangegeven ‘leefgebied akkervogels’ en dat voorziet in een nieuwe grootschalige ruimtelijke ontwikkeling biedt inzicht in de maatregelen die nodig zijn om de mogelijke schade aan de waarde van het leefgebied voor akkervogels te voorkomen en restschade elders te compenseren als die ontwikkeling in significante mate afbreuk kan doen aan de waarden van het leefgebied voor akkervogels door aantasting van de landschappelijke openheid, of door verstoring van vogels en aantasting van het areaal. Het eerste lid is niet van toepassing op normaal agrarisch gebruik.

Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsverordening Instructieregels uitbreiding intensieve veehouderij De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de verlenging en verbreding van de bestaande pluimveestallen met een overdekte scharrelruimte (wintergartens). Daarmee is sprake van de uitbreiding van de stalvloeroppervlakte van een bestaand bedrijf. Op basis van artikel 2.29.6 is een dergelijke uitbreiding toegestaan, mits de uitbreiding noodzakelijk is om tegemoet te komen aan aangescherpte wettelijke eisen op het gebied van milieu of ertoe strekt om het welzijn van de te houden dieren te vergroten door de netto voor het dier beschikbare leefruimte te vergroten. Aan de voorwaarden wordt voldaan, aangezien met de voorliggende uitbreiding een vrijwillige leefruimtevergroting van de te houden vleeskuikens wordt gerealiseerd. Het aantal te houden dieren zoals vergund op 1 januari 2019 blijft hierin gelijk, namelijk 60.000 vleeskuikens gehouden of 31.500 opfokvleeskuikenouderdieren (op basis van een wisselvergunning). De stallen worden daarnaast met één bouwlaag gebouwd. Het initiatief voldoet daarmee aan de instructieregels voor de uitbreiding van een intensieve veehouderij van de Omgevingsverordening van de provincie Groningen.

Instructieregels leefgebied akkervogels De gronden binnen het projectgebied zijn gelegen in het leefgebied voor akkervogels zoals weergegeven in kaart 6 van de Omgevingsverordening. Met de voorliggende ontwikkeling wordt een bestaande intensieve veehouderij uitgebreid. De uitbreiding vindt geheel plaats binnen het bouwvlak. De gronden waarop de uitbreiding wordt gerealiseerd maken daarmee al onderdeel uit van het bestaande agrarische erf en zijn als zodanig ingericht. De gronden worden intensief beheerd. Van enige landschappelijke openheid is hier dan ook geen sprake. Aantasting van landschappelijke waarden of verstoring van vogels vindt dan ook niet plaats door de voorliggende ontwikkeling. Er wordt geconcludeerd dat de voorgenomen uitbreiding geen negatieve effecten met zich meebrengt op het leefgebied van akkervogels. 3.2.3

Conclusie toetsing provinciaal beleid

Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening van de Provincie Groningen.

3.3

Gemeentelijk beleid

Het gemeentelijk beleid van de gemeente Midden-Groningen is verwoord in tal van plannen. Voor de voorliggende ontwikkeling is vooral het Kompas voor de nieuwe gemeente Midden-Groningen van belang. In deze paragraaf wordt de voorgenomen ontwikkeling getoetst aan dit beleidsdocument.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

18

Omgevingsvergunning Noorderstraat 25, Noordbroek Ruimtelijke onderbouwing 3.3.1

Kompas voor de nieuwe gemeente Midden-Groningen

3.3.1.1 Algemeen Per 1 januari 2018 zijn de voormalige gemeenten Hoogezand-Sappemeer, Slochteren en Menterwolde samengegaan tot de nieuwe gemeente Midden-Groningen. In het Kompas is de richting beschreven waarin de nieuwe gemeente zich wil gaan ontwikkelen. Hierbij is de gemeente eerst en vooral bondgenoot van inwoners, bedrijven en organisaties. Het motto is: minder voorschrijven, meer samenwerken. Het Kompas benoemt drie bouwstenen voor een gemeenschappelijke maatschappelijke agenda. Deze bouwstenen bevatten de gemeenschappelijke doelen waar gemeente, inwoners, ondernemers, organisaties en bestuur de komende jaren aan gaan werken. De drie bouwstenen betreffen: ▪ ▪ ▪

Groots in kleinschaligheid; Ieder mens telt; Economie van de toekomst.

Voor de voorliggende ontwikkeling zijn met name de eerste en de derde bouwstenen van belang. 3.3.1.2 Groots in kleinschaligheid De gemeente zet sterk in op zelfredzame en leefbare dorpen en kernen. Hierbij zijn inwoners medeverantwoordelijk voor de leefbaarheid. Leefbaarheid heeft sterk te maken met 'schoon, heel en veilig'. Gemeente en inwoners worden hierin steeds meer gelijkwaardige partners. De nieuwe gemeente is een verband van vitale, lokale gemeenschappen die bestaan uit de inwoners van dorpen, kernen en wijken. Al deze gemeenschappen hebben hun eigen identiteit en alle dorpen en wijken zijn anders. De omstandigheden, mogelijkheden en wensen zijn op elke plek anders en vragen om specifieke initiatieven, arrangementen en maatregelen. Daarom wordt nadrukkelijk gekozen voor maatwerk. Door inwoners zelf meer verantwoordelijkheid en zeggenschap te geven, wordt eveneens meer ruimte gegeven aan de verschillen tussen dorpen en kernen. Het maatwerk dat geleverd wordt, valt binnen een overkoepelende visie. In alle dorpen en wijken kunnen mensen goed en plezierig wonen. Iedere lokale gemeenschap beschikt over een gelegenheid of voorziening waar inwoners elkaar kunnen ontmoeten. Daarnaast zijn alle dorpen en kernen fysiek en digitaal goed bereikbaar.

Het streven is om de voorzieningen die van belang zijn voor het dagelijks leven, zo dicht mogelijk bij mensen te brengen of te zorgen dat deze goed bereikbaar zijn. Daarbij blijven we realistisch: wie in een klein dorp woont, mag een bij die schaal passend aanbod van voorzieningen verwachten. Meer gemeentebrede of regionale voorzieningen worden geconcentreerd in de stedelijke kern van Hoogezand. Slochteren en Menterwolde kenmerken zich door de ontwikkeling van de landbouw. In Menterwolde leidde dat op de ontgonnen veengronden tussen 1850 en 1950 tot een toename van grootschalige landbouwbedrijven. Dit is nog altijd een sterke economische drager van de gemeente Midden-Groningen. De gemeente zet ook in de toekomst in op de versterking van deze sector. 3.3.1.3 Economie van de toekomst De gemeente Midden-Groningen heeft een stevige economische basis, dankzij de bedrijvigheid in stuwende sectoren zoals (maak-)industrie, landbouw, handel, bouw en energie. Vooral met de maakindustrie, met name scheepsbouw, onderscheiden wij ons regionaal. Voor de werkgelegenheid zijn ook de publiek gefinancierde instellingen en ondernemingen van belang. De maakindustrie en de landbouw kunnen worden versterkt. Nieuwe kansen bieden de energietransitie en de vrijetijdseconomie.

De gemeente heeft weinig mogelijkheden om de economie en de arbeidsmarkt te veranderen; daarvoor zijn vooral partijen als onderwijs en bedrijfsleven aan zet. De gemeente zet zich wel samen met lokale en regionale partners in voor onder andere de volgende zaken: ▪ ▪

het innoveren van de arbeidsmarkt en economie; het creëren van nieuwe partnerschappen en allianties en bestaande allianties versterken:

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

19

Omgevingsvergunning Noorderstraat 25, Noordbroek Ruimtelijke onderbouwing ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

excellente dienstverlening voor ondernemers en instellingen; beschikbaarheid van snel internet; meer regionale waarde voor de landbouw; blijvende vernieuwing van de maakindustrie; duurzame inzetbaarheid van de beroepsbevolking; energietransitie om de afhankelijkheid van fossiele energie te verkleinen; bredere samenwerkingsverbanden; uitwerken van de regionale agenda.

3.3.1.4 Toetsing aan het kompas voor de nieuwe gemeente Midden-Groningen De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de uitbreiding van de bestaande intensieve veehouderij aan de Noorderstraat, gelegen in de oude gemeente Menterwolde. Grootschalige landbouwbedrijven vormen een belangrijk onderdeel van het verleden én de toekomst van dit deel van de nieuwe gemeente MiddenGroningen. Tevens is de landbouw, en de duurzame ontwikkeling hiervan, een belangrijke economische drager van de toekomst van de gemeente. Omdat het binnen de voorgenomen ontwikkeling gaat om een duurzame uitbreiding van de bestaande pluimveestallen, ten behoeve van de leefomstandigheden van het pluimvee, past het initiatief uitstekend binnen de drie bouwstenen van het kompas voor de nieuwe gemeente MiddenGroningen. 3.3.2

Duurzaamheidsvisie Midden-Groningen 2019-2022

3.3.2.1 Algemeen Met de duurzaamheidsvisie geeft de gemeente Midden-Groningen voor langere termijn richting aan haar duurzame doorontwikkeling. Duurzaamheid is een belangrijk uitgangspunt voor Midden-Groningen en de urgentie om hier invulling aan te geven wordt steeds indringender gevoeld. De gevaren van onbalans tussen economische groei, verdeling van welvaart en de toenemende druk op ecosystemen lezen we dagelijks in de krant: de groeiende wereldbevolking en snel toenemende consumptie stellen ons voor enorme uitdagingen. We leven op ‘te grote voet’. De ontwikkeling van de mensheid is de afgelopen eeuw ten koste gegaan van natuur en milieu. Dit geldt met name voor ecosystemen, de biodiversiteit en het klimaat. De druk op de ruimte en het energiegebruik blijven wereldwijd toenemen. Duurzame ontwikkeling gaat over balans tussen mens, milieu en economie, mondiaal, nationaal, regionaal én lokaal. Het denken over duurzaamheid start logischerwijs op wereldschaal maar het is juist op lokale schaal waar concreet aan oplossingen wordt gewerkt: in onze huishoudens, in onze bedrijven, bij de maatschappelijke organisaties en bij de gemeente. 3.3.2.2 Duurzaam ondernemen en circulaire economie De gemeente Midden-Groningen vindt het belangrijk dat bedrijven inzetten op verduurzaming en circulariteit. Dat geldt ook voor de agrarische sector.

Bij veel bedrijven is er bereidheid om hieraan te werken en zien we mooie voorbeelden. Verduurzamen en circulariteit is tegelijkertijd niet hun kerntaak. De gemeente MiddenGroningen wil daarom de aanwezige bedrijven graag faciliteren. Dat is ook nodig, aangezien de gemeente wil bijdragen aan de missies voor het topsectorenbeleid die 8 ministeries hebben gesteld om de economie te versterken binnen de thema’s ‘energietransitie en duurzaamheid’ en ‘landbouw, water en voedsel’. Dit zijn doelen voor de lange termijn maar deze vragen wel om aandacht omdat de vereiste veranderingen veel tijd zullen vragen. In

Afbeelding 3.2 Duurzaamheidskompas ondernemen en circulaire economie

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

20

Omgevingsvergunning Noorderstraat 25, Noordbroek Ruimtelijke onderbouwing afbeelding 3.2 is te zien waarop de gemeente Midden-Groningen de duurzaamheid van nieuwe ontwikkelingen beoordeelt. De aanwezige industrie is belangrijk voor de regio. De gemeente Midden-Groningen vindt het belangrijk om samen met de industrie aan plannen te werken waarmee bijgedragen kan worden aan de hiervoor benoemde doelen. Ook de landbouwsector is relatief gezien een grote sector in Midden-Groningen. De landbouwsector produceert nu voornamelijk voedsel voor mens en dier. Echter, naast deze rol kan de landbouw ook leverancier worden van hernieuwbare grondstoffen voor bijvoorbeeld de productie van groene chemicaliën, kunststoffen en (veevoeder)eiwit. Het gaat hierbij voornamelijk om de valorisatie van reststromen (bijvoorbeeld mest). Er ontstaat dus geen concurrentie tussen het produceren van voedsel en biomassa, maar er ontstaan wel nieuwe verdienmodellen voor agrariërs. 3.3.2.3 Toetsing van het initiatief aan de duurzaamheidsvisie Midden-Groningen De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de uitbreiding van een bestaande intensieve veehouderij. De uitbreiding beoogt om meer leefruimte te realiseren voor de vleeskuikens. Tevens worden binnen de voorgenomen ontwikkeling emissie reducerende technieken toegepast.

De ontwikkeling kan daarmee gezien worden als een duurzame ontwikkeling die past binnen het duurzaamheidskompas uit de duurzaamheidsvisie van de gemeente Midden-Groningen, aangezien de ontwikkeling voorziet in een verantwoorde productie van voedsel, met oog op de gezondheid en welzijn van mens en dier. 3.4

Conclusie toetsing aan gemeentelijk beleid

Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen het kompas voor de nieuwe gemeente Midden-Groningen en goed aansluit bij de duurzaamheidsvisie van de gemeente.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

21

Omgevingsvergunning Noorderstraat 25, Noordbroek Ruimtelijke onderbouwing

HOOFDSTUK 4

MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN

Artikel 5.20 van het Bor verklaart voor de inhoud van een besluit als bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 30 Wabo, artikel 3.1.6 van overeenkomstige toepassing. Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een omgevingsvergunning een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, Besluit milieueffectrapportage en water. Voorafgaand aan het opstellen van deze ruimtelijke onderbouwing zijn al een aantal milieuaspecten onderzocht. Deze onderzoeken zijn verwerkt en gebundeld in de aanmeldnotitie m.e.r.- beoordeling, welke als bijlage 1 bij dit document is toegevoegd. De aanmeldnotitie uit bijlage 1 ging echter uit van een wisselvergunning voor het houden van 60.000 stuks vleeskuikens of 36.000 stuks opfok-vleeskuikenouderdieren. Bij nader inzien is het aantal dieren in de variant van opfok-vleeskuikenouderdieren naar beneden toe bijgesteld naar 31.500 stuks.

Deze ruimtelijke onderbouwing heeft daarmee betrekking op minder dieren in de variant van opfok-vleeskuikenouderdieren, waarmee de aantallen als genoemd in bijlage 1 hier en daar verschillen van de aantallen die in dit hoofdstuk terugkomen. In bijlage 1a is een toelichting opgenomen waarmee nader wordt ingegaan op de verschillen. Beide scenario’s zijn toelaatbaar in het kader van de Wet natuurbescherming. Met andere woorden: de conclusie van de aanmeldnotitie verandert niet.

4.1

Geluid

4.1.1

Algemeen

De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeursgrenswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen. 4.1.2

Situatie projectgebied

De uitbreiding van het stalvloeroppervlak de pluimveestallen wordt in het kader van de Wgh niet aangemerkt als een geluidgevoelig object. De aspecten wegverkeers-, railverkeers- en industrielawaai zijn dan ook niet van toepassing. 4.1.3

Conclusie

De Wet geluidhinder vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het initiatief.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

22

Omgevingsvergunning Noorderstraat 25, Noordbroek Ruimtelijke onderbouwing

4.2

Bodem

4.2.1

Algemeen

Bij de vaststelling van een ruimtelijke procedure dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740. Op basis van de Woningwet, de Wabo en bijbehorende regelgeving gelden de volgende uitzonderingen voor de bodemonderzoeksplicht: 1. 2.

3.

4.2.2

als het gaat om bouwwerken die de grond niet raken of het bestaande, niet wederrechtelijke gebruik wordt gehandhaafd; als het gaat om het bouwen van bouwwerken waarin niet (nagenoeg) voortdurend mensen zullen verblijven (Woningwet, artikel 8, derde lid). Hierbij wordt een verblijfstijd van minder dan 2 uur gehanteerd; als B&W vrijstelling verlenen omdat er al voldoende gegevens met betrekking tot de bodemkwaliteit bekend zijn, bijvoorbeeld op basis van reeds eerder uitgevoerd bodemonderzoek (maximaal 5 jaar oud en waarbij het gebruik sindsdien niet is gewijzigd). Situatie projectgebied

Binnen de voorgenomen ontwikkeling worden de bestaande pluimveestallen verlengd met 25 meter en uitgebreid met de aanbouw van wintergartens. Zowel met de verlenging als uitbreiding wordt een verbetering in het leefklimaat voor de dieren in de stal beoogd. De voorgenomen ontwikkeling voorziet daarmee niet in het mogelijk maken van een gebouw welke bestemd is voor (nagenoeg) langdurig menselijk verblijf. Daarmee wordt voldaan aan de tweede uitzonderingsregel uit voorgaande paragraaf. Daarnaast wijzigt het gebruik van de gronden niet; de uitbreiding van de stallen vindt plaats binnen gronden die reeds zijn bestemd als agrarische gronden met bouwvlak. Een bodemonderzoek kan gelet op vorenstaande achterwege blijven. 4.2.3

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat het aspect bodem geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.3

Luchtkwaliteit

4.3.1

Beoordelingskader

Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan ondermeer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: ▪ ▪

Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen).

4.3.1.1 Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip “niet in betekenende mate” is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

23

Omgevingsvergunning Noorderstraat 25, Noordbroek Ruimtelijke onderbouwing stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: ▪ ▪ ▪

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12809441/1