CConstaterende datMidden-Groningen
Koppel je AI →
Document · PDF

03. Verzamelbestemmingsplan 2022

Raadsvergadering 6 april 2023, gemeente Midden-GroningenBij agendapunt: Verzamelbestemmingsplan 202224.659 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

38

Verzamelbestemmingsplan 2022 (vastgesteld)

4.7.2

Toetsing Voor alle adressen in het plangebied van voorliggend bestemmingsplan zijn geen ecologische aspecten relevant. Het gaat hier om feitelijke bestaande situaties waarin alleen planologisch-juridisch een aanpassing plaatsvindt.

4.7.3

Conclusie Het verzamelplan is wat betreft het aspect ecologie uitvoerbaar.

4.8

Geluid

4.8.1

Inleiding Wat betreft geluid zijn de regels uit de Wet geluidhinder van toepassing. In deze wet wordt onderscheid gemaakt in wegverkeerslawaai, railverkeerslawaai en industrielawaai. Wegverkeerslawaai In het kader van de Wet geluidhinder bevinden zich langs alle wegen zones, met uitzondering van wegen waar een maximumsnelheid van 30 km/geldt en wegen die zijn aangeduid als 'woonerf'. Voor het onderbouwen van de mogelijkheden voor nieuwe geluidgevoelige bestemmingen binnen een zone langs een weg moet akoestisch onderzoek worden uitgevoerd. 30 kilometer wegen hebben formeel geen zone maar hiervoor geldt in het kader van goede ruimtelijke ordening dezelfde onderzoeksplicht. Alleen indien zonder twijfel vaststaat dat het aantal voertuigbewegingen over de weg beperkt is, is akoestisch onderzoek niet noodzakelijk. Voor het geluid vanwege een weg op een nog niet geprojecteerde geluidgevoelige bestemming geldt een ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting van 48 dB op de gevel (art. 82 lid 1 Wgh). Railverkeerslawaai algemeen In hoofdstuk VII van de Wet geluidhinder zijn de voorschriften opgenomen die voorzien in de vaststelling van zones langs spoor-, tram- en metrowegen (art. 105, 106 en 107 Wgh). Het besluit Geluidhinder (Bgh) bevat nadere bepalingen.

Volgens artikel 1.4 lid 1 van het Bgh is de zonebreedte afhankelijk van de hoogte van het geluidsproductieplafond op het referentiepunt ter plaatse. Voor het geluid vanwege een spoor-, tram- of metroweg op een nog niet geprojecteerde woning geldt een ten hoogste toelaatbare geluidbelasting van 55 dB (art. 4.9 lid 1.b Bgh). Voor het onderbouwen van de mogelijkheden voor nieuwe geluidgevoelige bestemmingen binnen een zone langs een spoor-, tram- of metroweg moet akoestisch onderzoek worden uitgevoerd. Overig lawaai Wet geluidhinder Zonering van industrielawaai in het kader van de Wet geluidhinder is het ruimtelijk scheiden van industrieterreinen met grote lawaaimakers enerzijds en geluidsgevoelige bestemmingen anderzijds. Met zonering wordt beoogd rechtszekerheid te bieden aan zowel bedrijven als bewoners en gebruikers van geluidsgevoelige bestemmingen. Bedrijven kunnen hun geluidsproducerende activiteiten niet onbeperkt uitbreiden ter bescherming van geluidsgevoelige bestemmingen binnen en buiten de zone. Tevens wordt, ter bescherming van de mogelijkheid voor bedrijven om in redelijkheid geluid te maken als gevolg van de bedrijfsvoering, voorkomen dat nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen te dicht bij de bedrijven komen te liggen.

Voor het onderbouwen van de mogelijkheden voor nieuwe geluidgevoelige bestemmingen binnen een zone rond een industrieterrein moet akoestisch onderzoek worden uitgevoerd.In het plangebied is geen sprake van nieuwe geluidsgevoelige objecten, waar zonering voor industrielawaai een rolt speelt.

39

Verzamelbestemmingsplan 2022 (vastgesteld)

4.8.2

Toetsing

4.8.2.1 Harkstede - Hamweg 106 Aan de Hamweg wordt inpandig een burgerwoning toegevoegd. De situatie voor geluidszonering verandert niet. Akoestisch onderzoek in het kader van de Wet geluidhinder is niet verplicht, tenzij de verkeer intensiteit aanleiding geeft om wel onderzoek uit te voeren. Dit is voor deze situatie niet het geval. 4.8.2.2 Kolham - Hoofdweg 38 Aan de Hoofdweg 120 wordt de aanduiding karakteristiek toegevoegd aan de bestaande burgerwoning. De situatie voor geluidszonering verandert niet. 4.8.2.3 Muntendam - Daaleweg Een mestbassin is geen geluid gevoelig object. 4.8.2.4 Sappemeer - Noorderstraat 325 Aan de Noorderstraat 325 wordt de voormalige bedrijfswoning omgezet naar een burgerwoning. De situatie voor geluidszonering verandert niet. Ook ten aanzien van weg- en industrielawaai verandert de situatie niet. Er is geen geluidsonderzoek vereist. 4.8.2.5 Sappemeer - Noorderstraat 232 Aan de Noorderstraat is de voormalig bedrijfspand omgezet in een burgerwoning. Voor de locatie is een hogere geluidswaarde verleend in het kader van de omgevingsvergunning. 4.8.2.6 Siddeburen - Hoofdweg 23 De woning wordt herbouwd (centraal op de kavel). Akoestisch onderzoek in het kader van de Wet geluidhinder is noodzakelijk gezien de ligging nabij de provinciale weg. Het geluidsonderzoek is meegenomen in de omgevingsvergunning.

Hieruit is gebleken dat er aan de voorwaarden kan worden voldaan. 4.8.2.7 Slochteren - Hoofdweg 120 Aan de Hoofdweg 120 wordt de aanduiding karakteristiek toegevoegd aan de bestaande burgerwoning. De situatie voor geluidszonering verandert niet. 4.8.2.8 Westerbroek - Oudeweg 107 Aan de Oudeweg wordt de voormalige bedrijfswoning omgezet naar een burgerwoning. De situatie voor geluidszonering verandert niet. Ook ten aanzien van weglawaai verandert de situatie niet. Er is geen geluidsonderzoek vereist. 4.8.2.9 Zuidbroek - Vlaslaan De situatie voor geluidszonering verandert niet. De geluidsbelasting is in beeld gebracht en er is een akoestisch onderzoek in het kader van de Wet geluidhinder uitgevoerd. Uit het onderzoek is gebleken dat in een deel van het plangebied de, ten hoogst toelaatbare, geluidbelasting van 48 dB wordt overschreden. De geluidsbelasting zal niet hoger zal zijn dan 53 dB. De gemeente is bevoegd om voor deze geluidswaarde medewerking te verlenen (hogere waarde verlenen). Het geluidsonderzoek is als Bijlage 1 bij het bestemmingsplan gevoegd. Voor de (vrije) percelen wordt een hogere geluidswaarde verleend. De procedure hiervoor loopt parallel met het bestemmingsplan.

4.8.3

Conclusie Het verzamelplan is wat betreft het aspect geluid uitvoerbaar.

40

Verzamelbestemmingsplan 2022 (vastgesteld)

4.9

Archeologie

4.9.1

Inleiding Begin 1992 ondertekende Nederland het Verdrag van Valletta (Malta). Daarna heeft de rijksoverheid beleid ontwikkeld voor een zorgvuldige omgang met het archeologisch erfgoed. Het uitgangspunt is het behoud van archeologische waarden “in situ” (ter plekke; in de bodem). In 2007 heeft het verdrag zijn neerslag gekregen in de Nederlandse wetgeving. Op 1 september van dat jaar trad de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) in werking. In samenhang daarmee werden ook de Monumentenwet 1988 en drie andere wetten aangepast. De Monumentenwet 1988 is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in werking treedt. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De Erfgoedwet bundelt en wijzigt een aantal wetten op het terrein van cultureel erfgoed. De kern van deze wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, de archeologische resten intact moeten blijven (in situ). Wanneer dit niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard (ex situ).

In Midden-Groningen heeft een inventarisatie plaatsgevonden van het gemeentelijk erfgoed. Vanaf 2018 zijn gemeentelijke monumenten geselecteerd en aangewezen, enerzijds om bijzonder waardevolle panden zo goed mogelijk te kunnen beschermen tegen gevolgen van de gaswinning, anderzijds vanwege benodigde harmonisatie van erfgoedbeleid. Nederlandse gemeenten zijn vanwege wetgeving op het gebied van archeologische monumentenzorg (Wet op de archeologische monumentenzorg) verplicht om archeologische waarden in de ruimtelijke planprocedures te betrekken en waardevolle resten te beschermen. Om deze wettelijke taak goed te kunnen uitvoeren en direct mee te kunnen nemen in de actualisering van bestemmingsplannen is gemeentelijk archeologiebeleid, bestaande uit een beleidsnota en beleidskaart, opgesteld. Op de archeologische beleidskaart is aangegeven welk archeologisch beleid van toepassing is in het bestemmingsplan. Voor de gemeente Midden-Groningen is de Erfgoedverordening vastgesteld. Behorend bij deze verordening is de Archeologische verwachtingskaart. De archeologische verwachtingen worden vervolgens doorvertaald in de afzonderlijke bestemmingsplannen.

4.9.2

Toetsing

4.9.2.1 Kolham - Hoofdweg 38 In de gemeentelijke beleidsnota Archeologie (vastgesteld 23 april 2020) is het perceel archeologisch beschermd. Het perceel is opgedeeld verschillende archeologische waarden. Voor de woning geldt Waarde archeologie 2. Archeologisch onderzoek is bij bepaalde inbegrepen vereist. Met het voorgenomen plan vinden echter geen wijzigingen plaats van de bebouwing op het perceel. Het betreft slechts een aanpassing van de gebruiksbestemming. Archeologisch onderzoek is niet vereist.

41

Verzamelbestemmingsplan 2022 (vastgesteld)

4.9.2.2 Muntendam - Daaleweg In de gemeentelijke beleidsnotitie Archeologie is het perceel archeologisch beschermd. Het perceel kent de Waarde Archeologie 4. Voor het bouwen van bouwwerken groter dan 200 m2 dient onderzoek uitgevoerd te worden. Het bestaande mestbasin betreft geen bouwwerk en is op de grond aangebracht. Archeologisch onderzoek is niet vereist. 4.9.2.3 Siddeburen, Hoofdweg 23 In het huidige bestemmingsplan heeft een deel van het perceel de dubbelbestemming Waarde Archeologie – 3. Volgens de gemeentelijke beleidsnota Archeologie is het perceel niet meer archeologisch beschermd. Er geldt een lage archeologische verwachtingswaarde op het perceel. In dit bestemmingsplan komt de dubbelbestemming voor dit deel te vervallen.

42

Verzamelbestemmingsplan 2022 (vastgesteld)

4.9.2.4 Slochteren, Hoofdweg 120 In de gemeentelijke beleidsnota Archeologie is het perceel niet meer archeologisch beschermd. Er geldt een lage archeologische verwachtingswaarde op het perceel. In dit bestemmingsplan de dubbelbestemming voor dit deel te vervallen. Met het voorgenomen plan vinden geen wijzigingen plaats van de bebouwing op het perceel. Het betreft alleen het toevoegen van de dubbelbestemming 'waarde-cultuurhistorie'.

4.9.2.5 Overige adressen Voor de overige adressen gelden, op basis van de gemeentelijke beleidskaart, geen hoge archeologische (verwachtings-)waarden. 4.9.3

Conclusie Het verzamelplan is wat betreft het aspect archeologie uitvoerbaar.

4.10

Cultuurhistorie

4.10.1 Inleiding Ieder ruimtelijk plan moet een analyse van de overige cultuurhistorische waarden van het plangebied te bevatten. Voor zover in een plangebied sprake is van erfgoed, dient op grond van voorgaande dan ook aangegeven te worden op welke wijze met deze cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten archeologie rekening wordt gehouden. 4.10.2 Toetsing

4.10.2.1

Harkstede - Hamweg 106 Het perceel Harkstede - Hamweg 106 is in 2018 na onderzoek door Libau aangemerkt als een karakteristiek object en opgenomen in het Facetbestemmingsplan Karakteristieke objecten. De beschrijvende tekst is als volgt: Dit betreft een boerderij van het Oldambtster type uit circa 1910. Het gebouw is voorzien van enige decoratieve elementen in de Vernieuwingsstijl. De boerderij heeft een beeldbepalende

43

Verzamelbestemmingsplan 2022 (vastgesteld)

ligging op ruim erf aan de Hamweg. De bescherming van de cultuurhistorische waarden wordt in het bestemmingsplan gerealiseerd met de dubbelbestemming ´Waarde-Cultuurhistorie-karakteristiek´. In het verzamelbestemmingsplan zal het perceel deze dubbelbestemming behouden. Met het plan vinden geen wijzigingen plaats van de bebouwing op het perceel. Het betreft slechts een inpandige aanpassing.

4.10.2.2

Kolham - Hoofdweg 38 Het perceel Hoofdweg 38 wordt op verzoek van bewoners en na onderzoek door Libau aangemerkt als een karakteristiek object. De beschrijvende tekst is als volgt: Dit betreft een woonhuis gebouwd omstreeks 1900. De woning is uitgevoerd als dwarshuis; met een symmetrisch opgezet pand onder schilddak met nokschoorstenen. Het heeft een omlijste entree en vensters. Verder heeft het een beeldbepalende ligging op een ruim perceel aan de Hoofdweg. Het achterhuis is van recente datum en valt buiten de aanduiding. De bescherming van de cultuurhistorische waarden wordt met dit bestemmingsplan gerealiseerd met de dubbelbestemming ´Waarde-Cultuurhistorie-karakteristiek´. Met het plan vinden geen wijzigingen plaats van de bebouwing op het perceel. Het betreft slechts een aanwijzing als karakteristiek object.

4.10.2.3

Slochteren - Hoofdweg 120 Het perceel Slochteren, Hoofdweg 120 wordt op verzoek van bewoners en na onderzoek door Libau aangemerkt als een karakteristiek object. De beschrijvende tekst is als volgt: Dit betreft een woonhuis gebouwd rond 1915. Het is een woning van het villa type. Het pand is op samengestelde plattegrond uitgevoerd met kenmerken van de Vernieuwingsstijl. Het heeft een beeldbepalende ligging in het lint van Slochteren. De bescherming van de cultuurhistorische waarden wordt met dit bestemmingsplan gerealiseerd met de dubbelbestemming ´Waarde-Cultuurhistorie-karakteristiek´. Met het plan vinden geen wijzigingen plaats van de bebouwing op het perceel. Het betreft slechts een aanwijzing als karakteristiek object.

4.10.2.4

Westerbroek - Oudeweg 107 Het perceel Westerbroek - Oudeweg 107 is in 2018 na onderzoek door Libau aangemerkt als een karakteristiek object en opgenomen in het Facetbestemmingsplan Karakteristieke objecten. De beschrijvende tekst is als volgt: Dit is een boerderij van het Oldambtster type. Het heeft een symmetrische indeling, een voorgevel met wolfeind en enkele rijen zaadzoldervensters. Verder heeft het een beeldbepalende ligging aan de Oudeweg in Westerbroek. De bescherming van de cultuurhistorische waarden wordt in het bestemmingsplan gerealiseerd met de dubbelbestemming ´Waarde-Cultuurhistorie-karakteristiek´. In het verzamelbestemmingsplan zal het perceel deze dubbelbestemming behouden. Met het plan vinden geen wijzigingen plaats van de bebouwing op het perceel. Het betreft slechts een aanpassing van de gebruiksbestemming.

4.10.2.5

Overige adressen Voor de overige adressen zijn geen bijzondere cultuurhistorische waarden aanwezig.

44

Verzamelbestemmingsplan 2022 (vastgesteld)

4.10.3 Conclusie Het verzamelplan is wat betreft het aspect cultuurhistorie uitvoerbaar.

4.11

Kabels en leidingen Nabij de verschillende locaties liggen een aantal hogedrukgasleidingen. Deze zijn al beschreven in de paragraaf Externe Veiligheid. Verder liggen in of nabij de locaties geen kabels en/of leidingen die een belemmering vormen voor de uitvoering van de plannen. Bij de realisering van nieuwe bebouwing wordt wel geadviseerd een Klic-melding te doen, voor de ligging van eventuele kabels en/of leidingen (aansluitleidingen). Dit is de verantwoordelijkheid van de betrokken initiatiefnemer.

4.12

M.e.r.-beoordeling

4.12.1 Inleiding In de Wet milieubeheer en het bijbehorende Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is wettelijk geregeld voor welke projecten en besluiten een vorm van m.e.r.-verplichting geldt. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen activiteiten, waarvoor altijd een m.e.r.-procedure moet worden doorlopen (m.e.r.-plicht) en activiteiten waarvoor het bevoegd gezag nader moet beoordelen of een m.e.r.-procedure al dan niet nodig is (m.e.r.-beoordelingsplicht). In bijlage C van het Besluit m.e.r. is aangegeven voor welk type activiteiten het maken van een milieueffectrapportage verplicht is. In bijlage D van het Besluit m.e.r. is aangegeven voor welk type activiteiten een m.e.r.-beoordelingsprocedure moet worden doorlopen. Hierbij zijn per type activiteiten drempelwaarden opgenomen. Wanneer ontwikkelingen onder de in lijst D opgenomen drempelwaarden blijven, moet wel beoordeeld worden of de geplande activiteiten geen belangrijke nadelige milieugevolgen hebben. Voor deze motivering/toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Uit de vormvrije m.e.r.-beoordeling kunnen twee conclusies volgen: belangrijke nadelige milieueffecten zijn uitgesloten of belangrijke nadelige milieueffecten zijn niet uitgesloten.

In het eerste geval is de activiteit niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig, in het andere geval dient een m.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd en de bijbehorende procedure te worden gevolgd. 4.12.2 Toetsing De voorgenomen plannen zijn geen concreet benoemde activiteiten die in kolom D van het Besluit m.e.r. is genoemd. Er is dan ook geen sprake van het overschrijden van drempelwaarden in de D-lijst van het Besluit m.e.r. Voor het planvoornemen geldt daarom geen plan-MER-plicht en een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling is ook niet aan de orde. Verder kan op basis van voorgaande verantwoording van de omgevingsaspecten in redelijkheid worden aangenomen dat geen onaanvaardbare milieueffecten in het projectgebied hoeven te worden verwacht. 4.12.3 Conclusie Voor het verzamelbestemmingsplan hoeft gezien het voorgaande m.e.r.-(beoordelings)procedure te worden doorlopen. Het plan is op dit punt uitvoerbaar.

4.13

geen

Duurzaamheid Met dit verzamelbestemmingsplan wordt een aantal (kleine) wijzigingen doorgevoerd. Omdat het plan, buiten reeds bebouwde percelen, niet voorziet in nieuwe ontwikkelingen zijn er in het plan geen specifieke eisen met betrekking tot duurzaamheid opgenomen.

45

Verzamelbestemmingsplan 2022 (vastgesteld)

Met betrekking tot duurzaam ruimtegebruik kan bij het voorgaande worden aangesloten, omdat geheel nieuwe ontwikkelingen buiten de reikwijdte van het plan blijven. Bij de bouwregels voor zowel wonen als bedrijven wordt wel een efficiënt ruimtegebruik nagestreefd door eisen op te nemen voor de situering van (bij)gebouwen binnen het bouwperceel en bouwpercelen zo efficiënt mogelijk te bestemmen.

Hoofdstuk 5

Juridische toelichting

In dit hoofdstuk wordt als eerste uitgelegd wat een bestemmingsplan is en welke systematiek gekozen is voor het verzamelbestemmingsplan. Hierna wordt een toelichting gegeven op de bestemmingen die zijn opgenomen in het plan. Hierbij moet altijd worden bedacht dat de regels en de verbeelding in samenhang moeten worden gelezen. Op de verbeelding zijn namelijk de bestemmingen, de aanduidingen en de verklaringen aangegeven die voor een locatie gelden.

5.1

Wat is een bestemmingsplan In een bestemmingsplan is geregeld hoe gronden en de bouwwerken daarop gebruikt mogen worden, en wat en hoe er gebouwd mag worden. Een bestemmingsplan bestaat uit drie onderdelen: de verbeelding, de regels en de toelichting. Op de verbeelding is aangegeven welke bestemming een perceel heeft. Het kan bijvoorbeeld gaan om een woon-, bedrijfs- of verkeersbestemming. In de regels is vervolgens bepaald wat er wel en niet is toegestaan binnen deze bestemming. Hier staat onder andere hoe de grond gebruikt mag worden en of er gebouwd mag worden. Als er gebouwd mag worden, dan staan in de regels onder andere de goothoogte en bouwhoogte die maximaal zijn toegestaan op het perceel. In de toelichting zijn onder andere de aanleiding, de achtergronden en uitgevoerde onderzoeken beschreven. Een bestemmingsplan gaat uitdrukkelijk niet over allerlei uitvoeringsgerichte zaken, zoals bijvoorbeeld de inrichting van wegen en het openbaar gebied of de aanleg of het functionering van rioleringssystemen. Als een persoon of bedrijf wil gaan bouwen of verbouwen, is in sommige gevallen een omgevingsvergunning voor nodig. Een aanvraag om een omgevingsvergunning wordt onder andere getoetst aan het bestemmingsplan. Als een aanvraag past binnen de regels van het bestemmingsplan wordt in de meeste gevallen een omgevingsvergunning verleend.

De wijze waarop een bestemmingsplan juridisch kan worden vormgegeven, wordt in grote lijnen bepaald door de Wet ruimtelijke ordening, evenals door het daarbij behorende Besluit ruimtelijke ordening.

5.2

Systematiek verzamelbestemmingsplan Een verzamelbestemmingsplan is een bestemmingsplan waarbij diverse particuliere verzoeken en ambtelijke aanpassingen in één bestemmingsplan worden meegenomen. In het verzamelbestemmingsplan zijn dan ook verschillende locaties opgenomen die verspreid over het grondgebied van de gemeente Midden-Groningen liggen. Bij het bepalen van de bestemmingen en regels voor de verschillende locaties is zo veel mogelijk aansluiting gezocht bij de bestemmingsplannen die nu gelden voor de betreffende locatie en/of de omgeving. In paragraaf 1.3 is per locatie aangegeven welk 'moederplan' per locatie van toepassing is. Voor een toelichting op de inleidende regels (zoals de begripsbepalingen en de wijze van meten), de algemene regels (zoals algemene bouw-, gebruiks- en afwijkingsregels) en de overgangsregels wordt verwezen naar de 'moederplannen'. In deze plannen is vaak ook een

46

Verzamelbestemmingsplan 2022 (vastgesteld)

uitleg te vinden van de verschillende onderdelen van de bestemmingsregels. In de paragrafen 5.3, 5.4 worden alleen de hoofdbestemmingen en dubbelbestemmingen toegelicht die in het verzamelbestemmingsplan voorkomen.

5.3

Toelichting basisbestemmingen In deze paragraaf wordt een toelichting gegeven bij de belangrijkse bestemmingsregels die in het plangebied voorkomen.

5.3.1

Agrarisch cultuurgrond Deze bestemming (met aanduiding voor mestbassin) is toegekend aan een bestaand mestbassin aan de Daaleweg nabij Muntendam. In deze bestemming is agrarisch gebruik toegestaan en (ter plaatse van de aanduiding een bestaand mestbassin).

5.3.2

Gemengd Bij de bestemming 'Gemengd' is wonen de hoofdfunctie waarbij eventueel lichte bedrijvigheid is toegestaan. Het gaat dan bijvoorbeeld om vrije beroepen en overige aan huis verbonden beroepen. De bestemming wordt toegekend aan 3 percelen: Noorderstraat 325, Sappemeer, Hoofdweg 23 Siddeburen en Oudeweg 107, Westerbroek. De bebouwingsmogelijkheden zijn zoveel als mogelijk afgestemd op de bestaande bebouwing (bestaand bebouwingspercentage van het bouwvlak).

5.3.3

Wonen - 1 Deze bestemming is specifiek opgenomen voor kleinere percelen met relatief veel bebouwing. Deze bestemming is bedoeld voor gezinshuizen met tuin en erf. Gebieden die zijn gelegen langs cultuurhistorisch waardevolle structuren, in casu vooral het historisch lint, zijn van een meer gedetailleerde regeling voorzien. De bouwvlakken zijn hier minder ruim en naast de maximale bouwhoogte is ook de goothoogte en de dakhelling voorgeschreven. Ook is er sprake van een maximaal bebouwingspercentage. Deze bestemming geldt voor Noorderstraat 232, Sappemeer.

5.3.4

Wonen -1A Deze bestemming wordt toegepast bij ruime, brede percelen waar de vrijstaande woning min of meer midden op het perceel is gesitueerd. De regeling is ontwikkeld om een oplossing te bieden voor de behoefte tot uitbreiding op een groot perceel. Doel is om meer flexibiliteit te creëren en meer nadruk te leggen op de concentratie van woonbebouwing op het bouwperceel zonder afbreuk te doen aan de ruimtelijke kwaliteit in het gebied. De bestemming 'Wonen - 1A' biedt flexibiliteit door het hanteren van het begrip 'woongebouw' zijnde een gebouw of een complex van aan elkaar verbonden gebouwen waarin ten minste één woning is gelegen. In voorliggend bestemmingsplan is 'woongebouw' dus geen definitie voor een gebouw met daarin meerdere woningen die via één gemeenschappelijke toegang worden bereikt. In beginsel is het woongebouw ook het hoofdgebouw. Deze bestemming geldt voor drie percelen (Hamweg 106, Harkstede, Hoofdweg 120, Slochteren, en Hoofdweg 38 Kolham). In de bestemming zitten mogelijkheden voor afwijken van gebruik ten behoeve van kleinschalige functies. Hierbij moet worden voldaan aan de bijgevoegde beleidsnotities. De beleidsregels 'kamperen' gelden uitsluitend voor het buitengebied, in dit geval uitsluitend voor de Hamweg 106, Harkstede.

47

Verzamelbestemmingsplan 2022 (vastgesteld)

5.3.5

Woongebied Deze bestemming is toegepast op de omgeving Vlaslaan, Zuidbroek. Het toegestane aantal woningen is aangeduid per (bouw)perceel. Ook is er sprake van een gevellijn. De (voor)gevel dient binnen deze lijn te worden gebouwd. De gebouwen zijn in beginsel uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak. Deze bestemming betreft het gebied waar de nadruk ligt op het wonen met inbegrip van de direct op het gebied betrekking hebbende verkeer- en verblijfvoorzieningen (ontsluiting, parkeren, groen- en speelvoorzieningen en dergelijke) en nutsvoorzieningen. In de verbeelding zijn bouwvlakken aangegeven; er dient te worden gebouwd in een strook gemeten vanuit de naar de weg gekeerde bouwgrens tot een diepte van ten hoogste 15 m. Bestaande grotere diepte is toegestaan. De breedte van een woning bedraagt ten hoogste 20 m. De afstand tot de zijdelingse perceelgrens bedraagt ten minste 3 m. De goot- en bouwhoogte bedragen respectievelijk ten hoogste 3,5 m en 9 m, dan wel de bestaande hoogte indien deze meer bedraagt. De dakhelling bedraagt voorts minimaal 40°. De aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen moeten in het bouwvlak worden gebouwd dan wel in een strook, gemeten vanuit de naar de weg gekeerde bouwgrens, met een diepte van ten hoogste 30 m.

De gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 60 m2 als de oppervlakte van het bouwperceel minder dan 1.000 m2 bedraagt en 80 m2 als de oppervlakte meer dan 1.000 m2 bedraagt.

5.4

Toelichting dubbelbestemmingen Aan een dubbelbestemming bestaat de behoefte, wanneer een bestemming onvoldoende recht doet aan de functies/gebruiksdoeleinden die op de gronden toelaatbaar zijn of wanneer ruimtelijk relevante belangen veilig moeten worden gesteld die niet of onvoldoende met een bestemming kunnen worden gewaarborgd. Een dubbelbestemming heeft altijd betrekking op een geometrisch bepaald vlak. In de SVBP is een drietal hoofdgroepen vastgelegd waarbij moet worden aangesloten voor het toekennen van een dubbelbestemming. Dit zijn de hoofdgroepen: Leiding: waarbinnen beschermingszones van o.a. gasleidingen en hoogspanningsleidingen worden geregeld. Op en binnen de beheerszone van deze leidingen mag niet gebouwd worden en mag niet in de bodem worden gegraven, noch beplanting worden aangebracht. Waarde: bijv. landschappelijke en/of archeologische waarden. Waterstaat: bijv. waterbergingsgebieden of waterkeringen. De bouw- c.q. gebruiksregels in de dubbelbestemming bepalen de verhouding van de basisbestemming ten opzichte van de dubbelbestemming. In deze paragraaf wordt ingegaan op de belangrijkste dubbelbestemmingen;

5.4.1

Waarde - Archeologie 1, 2, 3 Op grond van de Wet op de archeologische monumentenzorg, die onderdeel uitmaakt van de Monumentenwet, moeten archeologische (verwachtings)waarden worden gewaarborgd in het bestemmingsplan. Op basis van het archeologiebeleid zijn ook planregels voor toepassing in het bestemmingsplan opgesteld. Er is onderscheid gemaakt in een drietal regelingen, elk specifiek van toepassing op bepaalde archeologische (verwachtings)waarden. In het plangebied liggen deze dubbelbestemmingen vooral op de agrarische percelen, maar ook op enkele plaatsen in het lint. Waarde - Archeologie 1: van toepassing op Archeologische monumenten en cultuurhistorisch waardevolle terreinen. Bouwwerken met een oppervlakte groter dan 50 m² zijn verbonden aan een omgevingsvergunning om af te wijken van het bestemmingsplan. Daarnaast zijn bepaalde werken of werkzaamheden, zoals egaliseren, diep ploegen en ontginnen, vergunningplichtig.

48

Verzamelbestemmingsplan 2022 (vastgesteld)

Waarde - Archeologie 2: van toepassing op historische kernen en bebouwing. Bouwwerken en werken of bepaalde werkzaamheden met een oppervlakte groter dan 100 m² zijn verbonden aan een omgevingsvergunning om af te wijken van het bestemmingsplan. Waarde - Archeologie 3: van toepassing op gebieden met een hoge archeologische verwachtingswaarde. Bouwwerken en werken of bepaalde werkzaamheden met een oppervlakte groter dan 200 m² zijn verbonden aan een omgevingsvergunning om af te wijken van het bestemmingsplan . 5.4.2

Waarde - Cultuurhistorie - Karakteristiek Om bescherming mogelijk te maken, hebben karakteristieke gebouwen en erven de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie - karakteristiek' gekregen. Dit vloeit voort uit het facetbestemmingsplan Karakteristieke objecten. Deze dubbelbestemming is van toepassing op percelen met karakteristieke gebouwen en objecten. Het doel van deze regeling is het beschermen van deze objecten en bebouwing.

Hoofdstuk 6

6.1

Economische uitvoerbaarheid

Algemeen Dit plan heeft primair het doel de bestaande situatie te actualiseren. De kosten voor het opstellen van dit plan komen voor rekening van de gemeente. In het plan wordt een aantal (kleinschalige) ontwikkelingsmogelijkheden geboden. Deze ontwikkelingen kunnen hoofdzakelijk mogelijk worden gemaakt door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van de bestemmingsregels of het toepassen van een wijzigingsbevoegdheid. Het betreft in de meeste gevallen particulier initiatief waaraan in beginsel geen kosten voor de gemeente zijn verbonden, afgezien van kosten van het ambtelijk apparaat voor de begeleiding en toetsing van aanvragen. Deze laatste kosten worden door middel van leges gedekt.

6.2

Exploitatieplan Op grond van artikel 6.12 van de Wro kan de raad bij de vaststelling van een bestemmingsplan ook een exploitatieplan vaststellen. Dit is niet noodzakelijk indien: de kosten van de grondexploitatie voor de gronden in het plan op een andere manier zijn verzekerd; het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is, en het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is. Het verzamelbestemmingsplan 2022 heeft hoofdzakelijk betrekking op de bestaande situatie in het plangebied. Het plan omvat dan ook grotendeels een regeling die conserverend van karakter is. In een aantal gevallen wordt voortgeborduurd op besluitvorming in het verleden, waarbij de economische uitvoerbaarheid al aan de orde is geweest. Weliswaar zijn ook nieuwe ontwikkelingen voorzien, doch deze zijn veelal nog niet op hun financiële merites te beoordelen (het betreft dan zaken die via flexibiliteitsbepalingen te zijner tijd mogelijk worden gemaakt). Verder gaat het om particuliere initiatieven, waarvan de economische uitvoerbaarheid in handen ligt van de initiatiefnemers. Daarom is het weergeven van de economische uitvoerbaarheid in de vorm van een exploitatieplan niet noodzakelijk.

49

Verzamelbestemmingsplan 2022 (vastgesteld)

6.3

Planschade In artikel 6.1 Wro is bepaald dat burgemeester en wethouders een belanghebbende die als gevolg van een bepaling van een bestemmingsplan (of een ander ruimtelijk besluit) schade lijdt, in de vorm van inkomensderving of waardevermindering van een onroerende zaak, op zijn verzoek een tegemoetkoming in de schade toekennen. Daarbij geldt dat de schade redelijkerwijs niet voor rekening van de aanvrager behoort te blijven en dat een tegemoetkoming op een andere wijze niet is verzekerd. Binnen het normale maatschappelijke risico vallende schade blijft voor rekening van de aanvrager. Daarnaast wordt ook een waardevermindering van maximaal 2% ontstaan door een verandering in het planologisch regime binnen het normale maatschappelijke risico gerekend. Het voorliggende bestemmingsplan is een actualisering van de bestaande situatie waarin niet wordt voorzien in planologische wijzigingen die het normale maatschappelijk risico zoals hiervoor genoemde overschrijden.

Hoofdstuk 7

7.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Vooroverleg en ambtelijke wijzigingen Het voorontwerp verzamelbestemmingsplan 2022 is op grond van artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) besproken met de volgende instantie: De provincie Groningen Waterschap Hunze en Aa's

Ingekomen overleg reacties kunnen leiden tot een inhoudelijke aanpassing van het verzamelbestemmingsplan. Provincie Groningen en het waterschap hebben inhoudelijk geen opmerkingen met betrekking tot het voorontwerpbestemmingsplan. Met de provincie Groningen is besproken dat de betreffende planologische wijzigingen ondergeschikte onderwerpen betreffen waarvoor, op basis van de provinciale lijst, geen vooroverleg benodigd is.

7.2

Inspraak De Wet ruimtelijke ordening (Wro) verplicht niet om een voorontwerp bestemmingsplan ter inzage te leggen voor inspraak. Omdat er in het verzamelbestemmingsplan sprake is van relatief kleine wijzigingen, waarbij ook al eerder omgevingsvergunning is verleend wordt er in dit geval geen inspraak periode toegepast.

7.3

Zienswijzen Het ontwerp verzamelbestemmingsplan 2022 wordt op grond van artikel 3.8 Wet ruimtelijke ordening (Wro) gedurende zes weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode kan iedereen het plan bekijken, vragen stellen en een zienswijze indienen.

50

Verzamelbestemmingsplan 2022 (vastgesteld)

7.4

Vaststelling Nadat het ontwerp verzamelbestemmingsplan 2022 zes weken ter inzage heeft gelegen besluit de gemeenteraad over de vaststelling van het plan. Het vastgestelde verzamelbestemmingsplan wordt vervolgens zes weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode kunnen belanghebbenden die op tijd een zienswijze hebben ingediend beroep instellen tegen het vastgestelde plan. Het vastgestelde verzamelbestemmingsplan treedt in werking nadat het vastgestelde plan zes weken ter inzage heeft gelegen. Het instellen van beroep schorst de inwerkingtreding van het verzamelbestemmingsplan niet, tenzij hier een specifiek verzoek voor wordt ingediend.

51

Verzamelbestemmingsplan 2022 (vastgesteld)

52

Verzamelbestemmingsplan 2022 (vastgesteld)

Bijlagen

53

Verzamelbestemmingsplan 2022 (vastgesteld)

Bijlage 1

54

Geluidsonderzoek

Woningen Vlaslaan en Prinses Maximalaan Zuidbroek Onderzoek naar de geluidbelasting vanwege wegen railverkeer

Hoogezand 13-10-2022 Opgesteld door J. Eggens

2

Inhoudsopgave 1.

Inleiding ................................................................................................ 3

2.

Beoordeling ............................................................................................ 4

3.

4.

5.

2.1

Algemeen ................................................................................... 4

2.2

Wet geluidhinder voor wegen ............................................................ 4

2.3

Wet geluidhinder voor spoorwegen ..................................................... 5

2.4

Cumulatie van geluid ...................................................................... 5

2.5

Goede ruimtelijke ordening .............................................................. 5

2.6

Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 voor wegen .................................. 5

2.7

Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 voor spoorwegen ........................... 6

Berekeningswijze..................................................................................... 7 3.1

Overdrachtsberekeningen wegverkeerslawaai ......................................... 7

3.1.1

Algemeen ................................................................................... 7

3.1.2

Opgesteld rekenmodel .................................................................... 7

3.1.3

Gehanteerde verkeersgegevens .......................................................... 8

3.2

Overdrachtsberekeningen railverkeerslawaai.......................................... 8

Resultaten ............................................................................................. 9 4.1

Rekenresultaten wegverkeerslawaai .................................................... 9

4.2

Rekenresultaten railverkeerslawaai ..................................................... 9

4.3

Geluidsreducerende maatregelen ....................................................... 9

4.4

Cumulatie van geluid ..................................................................... 10

Conclusie .............................................................................................. 11

Bijlagen 1 Invoergegevens rekenmodel wegverkeerslawaai 2 Grafische weergave rekenmodel wegverkeerslawaai 3 Rekenresultaten wegverkeerslawaai 4 Rekengegevens en resultaten railverkeerslawaai

3

1. Inleiding In opdracht van team Ruimtelijke Ontwikkeling is ten behoeve van het voorontwerp bestemmingsplan Verzamelplan gemeente Midden-Groningen 2022 onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting op 3 nieuwe woningen. De woningen liggen binnen de wettelijke zone van de Spoorstraat en van de spoorlijn Groningen – Bad Nieuweschans. Op grond van de Wet geluidhinder moet voor deze nieuwe woonbestemmingen worden aangetoond dat wordt voldaan aan de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting van 48 dB en 55 dB voor respectievelijk weg- en railverkeerslawaai of indien nodig hogere waarden worden vastgesteld. Figuur 1 toont het onderzoeksgebied. Figuur 1: Onderzoeksgebied

De berekeningen voor dit onderzoek zijn uitgevoerd volgens de richtlijnen van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 (RMG 2012).

4

2. Beoordeling 2.1

Algemeen

Per 1 juli 2012 is een ingrijpende wijziging doorgevoerd in de normen en toetsing van geluid. Voor spoorwegen en rijkswegen zijn de zogenaamde geluidsproductieplafonds ingevoerd. Op vastgestelde referentiepunten langs spoorbanen en rijkswegen mag de per punt vastgestelde plafondwaarde niet worden overschreden. Alle parameters die relevant zijn voor de geluidsuitstraling van spoorwegen, liggen vast in het openbare geluidregister van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Voor niet-rijkswegen en voor de bouw van geluidsgevoelige objecten langs wegen en spoorwegen met geluidsproductieplafonds blijft de Wet geluidhinder (Wgh) van kracht. Het geluid afkomstig van wegen en spoorwegen wordt beoordeeld op de gevel van geluidsgevoelige bestemmingen. Geluidsgevoelige bestemmingen zijn woningen, scholen en gezondheidszorggebouwen. Aan de wijze waarop de akoestische onderzoeken worden uitgevoerd, kunnen regels worden gesteld (artikel 110e Wgh).

2.2

Wet geluidhinder voor wegen

Voor nieuwe geluidgevoelige bestemmingen zoals woningen, die binnen de zones van wegen zijn geprojecteerd, zijn de artikelen 76 tot en met 85 van de Wet geluidhinder (Wgh) van toepassing. Alle wegen met uitzondering van woonerven en wegen waar een maximum snelheid van 30 kilometer per uur geldt, zijn zoneringsplichtig. De zonebreedte is afhankelijk van de ligging en het type weg. Eénen tweebaans wegen binnen de bebouwde kom, zoals de Spoorstraat, hebben een zone van 200 meter breed aan weerszijden van de weg (artikel 74 lid 1a sub 1). Bij een overgang naar een kleinere zone loopt de breedste zone door over 1/3e van de zonebreedte (artikel 75 lid 2). De Spoorstraat kent een snelheidsovergang van 50 naar 30 kilometer per uur ter hoogte van de woning Spoorstraat 57. De beoogde woningen liggen echter nog binnen de zone. Op grond van artikel 82 (Wgh) bedraagt de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting 48 dB. Hogere geluidbelastingen kunnen gemotiveerd worden toegestaan door hogere waarden vast te stellen. De maximale hogere waarde is afhankelijk van de situatie. Vanwege de ligging binnen de bebouwde kom is hier sprake van een stedelijke situatie met een maximale hogere waarde van 63 dB (artikel 83 lid 2 Wgh). De geluidbelasting wordt primair voor elke weg afzonderlijk bepaald en beoordeeld. De situatie in het jaar 10 jaar na planvaststelling wordt beoordeeld.

Hier wordt uitgegaan van 2031. Er wordt verwacht dat de huidige geluidproductie van motorvoertuigen hoger is dan in de toekomst valt te verwachten. Daarom mag op gemeten en berekende geluidbelastingen een aftrek worden toegepast (artikel 110g Wgh).

5

2.3

Wet geluidhinder voor spoorwegen

In hoofdstuk VII van de Wgh zijn de voorschriften opgenomen die voorzien in de vaststelling van zones langs spoor-, tram- en metrowegen (art. 105, 106 en 107 Wgh). Het besluit Geluidhinder (Bgh) bevat nadere bepalingen. Voor geluid vanwege spoorwegen op een nog niet geprojecteerde woning geldt een ten hoogste toelaatbare geluidbelasting van 55 dB (art. 4.9 lid 1.b Bgh). Hogere geluidbelastingen kunnen gemotiveerd worden toegestaan door hogere waarden vast te stellen. De maximale hogere waarde bedraagt 68 dB (art 4.10 Bgh). De omvang van de zones langs spoorwegen wordt bepaald op basis van de regels in artikel 1.4a lid 1 Bgh en is afhankelijk van de hoogte van het geluidproductieplafond (GPP) ter plaatse. Uit raadpleging van het geluidregister blijkt dat de zonebreedte aan de noordzijde van het spoor direct ten oosten van de Spoorstraat afhankelijk van de exacte locatie 300 of 200 meter bedraagt terwijl de Vlaslaan op 90 meter afstand en dus binnen de zone ligt.

2.4

Cumulatie van geluid

Op grond van artikel 110a lid 6 (Wgh) mogen hogere waarden slechts worden vastgesteld als de cumulatie van meerdere geluidsbronnen geen onaanvaardbare situatie oplevert naar het oordeel van het bevoegd gezag (art 110f lid 1 Wgh).

2.5

Goede ruimtelijke ordening

De geluidbelasting op het bestemmingsplan vanwege geluidsrelevante niet-zoneringsplichtige wegen moeten worden beschouwd in het kader van goede ruimtelijke ordening. Hiervoor geldt in principe dezelfde aanpak en afwegingen als voor zoneringsplichtige wegen met dien verstande dat er geen hogere waarden kunnen worden vastgesteld. De nabij het onderzoeksgebied gelegen Vlaslaan, Prinses Maximalaan en Prins Bernardlaan zijn nietzoneringsplichtige erftoegangswegen met een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur en een beperkt ontsluitingsgebied. Deze wegen worden derhalve niet geluidsrelevant geacht en niet nader beschouwd.

2.6

Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 voor wegen

Het RMG 2012 definiëert de in artikel 110e Wgh genoemde regels in hoofdstuk 3 en bijlage III. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen Standaardrekenmethode 1 en 2. Standaard-rekenmethode 1 is bedoeld voor eenvoudige situaties en Standaardrekenmethode 2 (SRM2) voor complexe situaties. Artikel 3.4 van het RMG 2012 geeft uitvoering aan artikel 110g Wgh. Voor wegen met een maximum snelheid lager dan 70 kilometer per uur bedraagt de aftrek 5 dB (artikel 3.4 lid 1 sub d RMG 2012). Bij het beoordelen van de gevelwering van woningen wordt deze aftrek overigens niet toegepast (artikel 3.4 lid 1 sub e RMG 2012)). Het RMG 2012 definiëert de in artikel 110e Wgh genoemde regels . De berekende of gemeten geluidsbelasting wordt afgerond naar het dichtstbijzijnde gehele getal, waarbij een halve eenheid wordt afgerond naar het even getal (artikel 1.3 lid 1 RMG 2012).

6

2.7

Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 voor spoorwegen

Het RMG 2012 definiëert de in artikel 110e Wgh genoemde regels voor onderzoek aan railverkeerslawaai in hoofdstuk 4 en bijlage IV. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen Standaardrekenmethode 1 en 2.

7

3. Berekeningswijze 3.1 3.1.1

Overdrachtsberekeningen wegverkeerslawaai Algemeen

Dit onderzoek is uitgevoerd volgens het RMG 2012. Hier is gerekend met module verkeerslawaai van versie 2020.2 van het computerprogramma GeoMilieu dat rekent volgens SRM2.

3.1.2

Opgesteld rekenmodel

De geluidsuitstraling van de beschouwde weg is opgenomen in het modelitem weg dat alle kenmerken van de weg bevat die relevant zijn voor de geluidsuitstraling. Voor de geluidsoverdracht zijn in het model alle geluidsreflecterende bodemgebieden zoals water, wegen, parkeerplaatsen en andere verharde terreinen opgenomen. Aangezien het geluidsoverdrachtsgebied nog niet geheel is ingevuld, is hiervoor uitgegaan van half geluidsabsorberend (bodemfactor 0,5). Bestaande gebouwen in het overdrachtsgebied kunnen zorgen voor geluidsreflecties en –afscherming en zijn daartoe in relevante gevallen in het model opgenomen. Ook afscherming van geluid door hoogteverschillen of schermen kan worden gemodelleerd. Dit is toegepast voor het modelleren van de tunnel die de Croonhoven onder het spoor door leidt. De beoogde woningen zijn worst case niet in het rekenmodel ingevoerd omdat de fasering, omvang en daarmee de onderlinge afscherming nog niet bekend is. Vanwege de beoogde maximale bouwhoogte is uitgegaan van 2 bouwlagen met rekenhoogtes van 1,8 en 4,8 meter. De aftrek van 5 dB op grond van artikel 3.4 van het RMG 2012 is in het model opgenomen als

groepsreductie van 5 dB. De invoergegevens van het rekenmodel zijn opgenomen in bijlage 1. Figuur 2 en bijlage 2 geven een grafische weergave van het opgestelde rekenmodel en de ligging van de rekenpunten. Figuur 2: Rekenmodel verkeerslawaai

8

3.1.3

Gehanteerde verkeersgegevens

Op basis van de logische samenhang tussen verkeersstromen en de beschikbare verkeersgegevens gaan wij voor de Dorpsstraat ter hoogte van de beschouwde woning uit van 6.000 en 4.500 motorvoertuigen per werkdagetmaal in 2030 respectievelijk ten noorden en zuiden van de verbinding met Achter de Wal. Om de maatgevende weekdagintensiteit in 2032 te verkrijgen kan worden uitgegaan van de gangbare verhoudingsfactor 0,93 en 1% autonome verkeersgroei per jaar. Worst case is hier gerekend met 6.000 en 4.500 motorvoertuigen. De gehanteerde verkeersverdeling en –samenstelling is gebaseerd op tellingen in 2016 aan de vergelijkbare Noordbroeksterstraat in Sappemeer. Er is voor alle voertuigen uitgegaan van de maximum snelheid ter plaatse van 50 danwel 30 kilometer per uur. Het wegdektype is van invloed op de geluidsuitstraling van een weg. Hier ligt op het beschouwde deel van de Spoorstraat standaard geluidsneutraal wegdek. De gehanteerde verkeersgegevens zijn opgenomen in bijlage 1.

3.2

Overdrachtsberekeningen railverkeerslawaai

De berekeningen zijn uitgevoerd met behulp van het programma Geluidregister++ (versie 5.0.0). Geluidregister++ rekent volgens SRM1. Voor de bodemreflectie is een factor 0,5 aangehouden in overeenstemming met het wegverkeerslawaaimodel. Bij de berekeningen is geen rekening gehouden met de afscherming van de tussenliggende woningen aangezien dergelijke gedeeltelijke afschermingen in SRM1 niet kunnen worden toegepast. Voor de berekeningen is een doorsnede gemaakt van de spoorbundel ter hoogte van het hoogstbelaste GPP-punt ter plaatse (zie § 2.3). De gehanteerde gegevens en rekenresultaten zijn opgenomen in bijlage 4.

9

4. Resultaten 4.1

Rekenresultaten wegverkeerslawaai

De berekende geluidbelasting op de woningen vanwege de Spoorstraat zijn opgenomen in bijlage 3 en samengevat in tabel 1. De ligging van de genoemde rekenpunten is te vinden in figuur 2. Tabel 1: Berekende geluidbelasting vanwege de Spoorstraat Omschrijving rekenpunt 1, Maximalaan west 2, hoek Vlaslaan 3, Maximallaan oost

Berekende geluidbelasting in dB

Rekenhoogte in meters

Berekend

Hogere waarde

1,8

40

-

4,8

42

-

1,8

32

-

4,8

36

-

1,8

33

-

4,8

36

-

De berekende geluidbelasting voldoet op alle woningen ruimschoots aan de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting van 48 dB en derhalve zonder meer aanvaardbaar.

4.2

Rekenresultaten railverkeerslawaai

De berekende geluidbelastingen vanwege railverkeerslawaai zijn opgenomen in bijlage 4 en samengevat in tabel 2. De ligging van de genoemde rekenpunten is te vinden in figuur 2. Tabel 2: Berekende geluidbelasting vanwege railverkeer Omschrijving rekenpunt 1, Maximalaan west 2, hoek Vlaslaan 3, Maximallaan oost

Berekende geluidbelasting in dB

Rekenhoogte in meters

Berekend

Hogere waarde

1,8

56

56

4,8

57

57

1,8

58

58

4,8

59

59

1,8

57

57

4,8

58

58

De berekende geluidbelasting vanwege railverkeer is op de beschouwde woningen hoger dan de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting van 55 dB. De berekende geluidbelastingen zijn nergens hoger dan 68 dB waarmee in alle gevallen hogere waarden mogelijk zijn.

4.3

Geluidsreducerende maatregelen

Geluidsreducerende maatregelen aan spoorwegen zijn in redelijkheid niet mogelijk. Het verlagen van de snelheid op het spoor is niet aan de orde. Netwerkbeheerder ProRail heeft geen belang bij het plan en het levert wel vertragingen op. In theorie is het aanbrengen van raildempers mogelijk maar ook dat is niet in het belang van het netwerk. Het plaatsen van een afscherming langs het spoor is voor 3 woningen niet kosteneffectief.

10

Voorgesteld wordt om ontheffingen in de vorm van hogere waarden vast te stellen waarbij de voorwaarde geldt dat de gevelisolatie zodanig moet zijn dat een aanvaardbaar binnengeluidsklimaat ontstaat.

4.4

Cumulatie van geluid

Een voorwaarde voor het vaststellen van hogere waarden is dat de cumulatieve geluidbelasting aanvaardbaar moet zijn. Aangezien hier slechts sprake is overschrijdingen van de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting vanwege 1 bron, is er geen sprake van cumulatie.

11

5. Conclusie In opdracht van team Ruimtelijke Ontwikkeling is ten behoeve van het voorontwerp bestemmingsplan Verzamelplan gemeente Midden-Groningen 2022 onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting op 3 nieuwe woningen. De woningen liggen binnen de wettelijke zone van de Spoorstraat en van de spoorlijn Groningen – Bad Nieuweschans. De berekende geluidbelasting vanwege de Spoorstraat voldoet op alle woningen ruimschoots aan de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting van 48 dB en is derhalve zonder meer aanvaardbaar. De berekende geluidbelasting vanwege railverkeer is op de beschouwde woningen hoger dan de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting van 55 dB. De berekende geluidbelastingen zijn nergens hoger dan 68 dB waarmee in alle gevallen hogere waarden mogelijk zijn. Geluidsreducerende bron- en overdrachtsmaatregelen aan de spoorweg zijn in redelijkheid niet mogelijk. Er is geen sprake van cumulatie van geluid. Voorgesteld wordt om ontheffingen in de vorm van hogere waarden vast te stellen waarbij de voorwaarde geldt dat de gevelisolatie zodanig moet zijn dat een aanvaardbaar binnengeluidsklimaat ontstaat.

12

Bijlagen

Bijlage 1 Model: Groep:

Naam

Invoergegevens rekenmodel wegverkeerslawaai

Vlaslaan 2032 Vlaslaan - Zuidbroek (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 Omschr. Spoorstraat 30 kmdeel noord Spoorstraat 50 km deel Spoorstraat 30 kmdeel

X-1 253705,64 253736,39 253726,88

Y-1 576003,08 575762,00 575807,81

X-n 253726,88 253751,65 253736,39

Geomilieu V2020.2 Licentiehouder: Gemeente Midden-Groningen

Y-n 575807,83 575655,57 575762,00

M-1 0,00 0,00 0,00

M-n 0,00 0,00 0,00

13-10-2022 14:36:57

Bijlage 1 Model: Groep:

Naam

Invoergegevens rekenmodel wegverkeerslawaai

Vlaslaan 2032 Vlaslaan - Zuidbroek (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 Helling 0 0 0

Wegdek W0 W0 W0

Wegdek Referentiewegdek Referentiewegdek Referentiewegdek

V(LV(D)) 30 50 30

V(LV(A)) 30 50 30

V(LV(N)) 30 50 30

V(MV(D)) 30 50 30

Geomilieu V2020.2 Licentiehouder: Gemeente Midden-Groningen

V(MV(A)) 30 50 30

V(MV(N)) 30 50 30

V(ZV(D)) 30 50 30

V(ZV(A)) 30 50 30

13-10-2022 14:36:57

Bijlage 1 Model: Groep:

Naam

Invoergegevens rekenmodel wegverkeerslawaai

Vlaslaan 2032 Vlaslaan - Zuidbroek (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 V(ZV(N)) 30 50 30

Crow965 True False True

Totaal aantal 6000,00 6000,00 4500,00

%Int(D) 7,00 7,00 7,00

%Int(A) 2,25 2,25 2,25

%Int(N) 0,87 0,87 0,87

%LV(D) 89,50 89,50 89,50

%LV(A) 89,50 89,50 89,50

Geomilieu V2020.2 Licentiehouder: Gemeente Midden-Groningen

%LV(N) 89,50 89,50 89,50

%MV(D) 5,00 5,00 5,00

%MV(A) 5,00 5,00 5,00

%MV(N) 5,00 5,00 5,00

13-10-2022 14:36:57

Bijlage 1 Model: Groep:

Naam

Invoergegevens rekenmodel wegverkeerslawaai

Vlaslaan 2032 Vlaslaan - Zuidbroek (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 %ZV(D) 5,50 5,50 5,50

%ZV(A) 5,50 5,50 5,50

%ZV(N) 5,50 5,50 5,50

LE (D) Totaal 107,02 110,00 105,77

LE (A) Totaal 102,09 105,07 100,84

LE (N) Totaal 97,97 100,94 96,72

Geomilieu V2020.2 Licentiehouder: Gemeente Midden-Groningen

13-10-2022 14:36:57

Bijlage 1 Model: Groep:

Naam 1 2 3

Invoergegevens rekenmodel wegverkeerslawaai

Vlaslaan 2032 Vlaslaan - Zuidbroek (hoofdgroep) Lijst van Toetspunten, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 Omschr. Woning Maximalaan west woning hoek Vlaslaan Woning Maximalaan oost

Maaiveld 0,00 0,00 0,00

Hdef. Relatief Relatief Relatief

Hoogte A 1,80 1,80 1,80

Hoogte B 4,80 4,80 4,80

Hoogte C ----

Geomilieu V2020.2 Licentiehouder: Gemeente Midden-Groningen

Hoogte D ----

Hoogte E ----

Hoogte F ----

Gevel Nee Nee Nee

13-10-2022 14:36:57

Bijlage 1 Model: Groep:

Invoergegevens rekenmodel wegverkeerslawaai

Vlaslaan 2032 Vlaslaan - Zuidbroek (hoofdgroep) Lijst van Bodemgebieden, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012

Naam 1 2 3 4 5

Omschr. Spoorstraat wegen verhard weg water

Bf 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

6 54 765 54

water verhard weg verhard

0,00 0,00 0,00 0,00

Geomilieu V2020.2 Licentiehouder: Gemeente Midden-Groningen

13-10-2022 14:36:57

Bijlage 1 Model: Groep:

Invoergegevens rekenmodel wegverkeerslawaai

Vlaslaan 2032 Vlaslaan - Zuidbroek (hoofdgroep) Lijst van Gebouwen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012

Naam 1 POLYLINE POLYLINE POLYLINE POLYLINE

Omschr. woning woning woning woning woning

Hoogte 6,00 5,00 5,00 5,00 5,00

Maaiveld 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

Hdef. Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief

POLYLINE POLYLINE POLYLINE POLYLINE POLYLINE

woning woning woning schuur woning

5,00 5,00 5,00 4,00 5,00

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

POLYLINE POLYLINE POLYLINE POLYLINE POLYLINE

woning woning woning woning woning

5,00 5,00 5,00 5,00 5,00

POLYLINE POLYLINE POLYLINE POLYLINE POLYLINE

woning woning woning woning schuur

POLYLINE POLYLINE POLYLINE POLYLINE POLYLINE

Functie

Gebouwtype

Jaar 0 0 0 0 0

AHN-jaar 0 0 0 0 0

Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief

0 0 0 0 0

0 0 0 0 0

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief

0 0 0 0 0

0 0 0 0 0

5,00 5,00 5,00 5,00 3,50

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief

0 0 0 0 0

0 0 0 0 0

woning schuur woning woning woning

5,00 3,50 4,00 6,00 5,00

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief

0 0 0 0 0

0 0 0 0 0

POLYLINE POLYLINE POLYLINE POLYLINE POLYLINE

woning woning woning woning woning

5,00 5,00 5,00 5,00 6,00

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief

0 0 0 0 0

0 0 0 0 0

POLYLINE LINE POLYLINE POLYLINE POLYLINE

woning woning woning woning woning

5,00 4,00 5,00 5,00 7,00

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief

0 0 0 0 0

0 0 0 0 0

POLYLINE POLYLINE POLYLINE POLYLINE POLYLINE

woning woning woning woning Pand -- 1,00m (Links)

5,00 5,00 5,00 5,00 2,50

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief

0 0 0 0 0

0 0 0 0 0

POLYLINE POLYLINE POLYLINE POLYLINE POLYLINE

aanbouw aanbouw aanbouw aanbouw aanbouw

2,50 2,50 2,50 2,50 2,50

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief

0 0 0 0 0

0 0 0 0 0

POLYLINE POLYLINE POLYLINE POLYLINE POLYLINE

aanbouw aanbouw Pand woning woning

2,50 2,50 5,00 5,00 6,00

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief

0 0 0 0 0

0 0 0 0 0

POLYLINE POLYLINE

kantoor woning

5,00 5,00

0,00 0,00

Relatief Relatief

0 0

0 0

Geomilieu V2020.2 Licentiehouder: Gemeente Midden-Groningen

BAG-id

Gemeente

13-10-2022 14:36:57

Bijlage 1 Model: Groep:

Invoergegevens rekenmodel wegverkeerslawaai

Vlaslaan 2032 Vlaslaan - Zuidbroek (hoofdgroep) Lijst van Gebouwen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012

Naam 1 POLYLINE POLYLINE POLYLINE POLYLINE

Trust 0 0 0 0 0

Cp 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB

Zwevend False False False False False

Refl. 63 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

Refl. 125 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

Refl. 250 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

Refl. 500 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

Refl. 1k 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

Refl. 2k 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

Refl. 4k 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

Refl. 8k 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

POLYLINE POLYLINE POLYLINE POLYLINE POLYLINE

0 0 0 0 0

0 dB 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB

False False False False False

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

POLYLINE POLYLINE POLYLINE POLYLINE POLYLINE

0 0 0 0 0

0 dB 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB

False False False False False

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

POLYLINE POLYLINE POLYLINE POLYLINE POLYLINE

0 0 0 0 0

0 dB 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB

False False False False False

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

POLYLINE POLYLINE POLYLINE POLYLINE POLYLINE

0 0 0 0 0

0 dB 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB

False False False False False

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

POLYLINE POLYLINE POLYLINE POLYLINE POLYLINE

0 0 0 0 0

0 dB 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB

False False False False False

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

POLYLINE LINE POLYLINE POLYLINE POLYLINE

0 0 0 0 0

0 dB 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB

False False False False False

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

POLYLINE POLYLINE POLYLINE POLYLINE POLYLINE

0 0 0 0 0

0 dB 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB

False False False False False

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

POLYLINE POLYLINE POLYLINE POLYLINE POLYLINE

0 0 0 0 0

0 dB 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB

False False False False False

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

POLYLINE POLYLINE POLYLINE POLYLINE POLYLINE

0 0 0 0 0

0 dB 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB

False False False False False

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

POLYLINE POLYLINE

0 0

0 dB 0 dB

False False

0,80 0,80

0,80 0,80

0,80 0,80

0,80 0,80

0,80 0,80

0,80 0,80

0,80 0,80

0,80 0,80

Geomilieu V2020.2 Licentiehouder: Gemeente Midden-Groningen

13-10-2022 14:36:57

Bijlage 1 Rapport: Model:

Invoergegevens rekenmodel wegverkeerslawaai Lijst van model eigenschappen Vlaslaan 2032

Model eigenschap Omschrijving Verantwoordelijke Rekenmethode

Vlaslaan 2032 jeggens #2|Wegverkeerslawaai|RMW-2012|

Aangemaakt door Laatst ingezien door Model aangemaakt met

jeggens op 28-9-2022 jeggens op 13-10-2022 Geomilieu V2020.2

Dagperiode Avondperiode Nachtperiode Samengestelde periode Waarde Standaard maaiveldhoogte Rekenhoogte contouren Detailniveau toetspunt resultaten Detailniveau resultaten grids Zoekafstand [m] Max. reflectie afstand tot bron [m] Max. reflectie afstand tot ontvanger [m] Standaard bodemfactor Zichthoek [grd] Maximale reflectiediepte Reflectie in woonwijkschermen Geometrische uitbreiding Luchtdemping Luchtdemping [dB/km] Meteorologische correctie Waarde voor C0

07:00 - 19:00 19:00 - 23:00 23:00 - 07:00 Lden Gem(Dag, Avond + 5, Nacht + 10) 0 4,8 Groepsresultaten Groepsresultaten ---0,50 2 1 Ja Volledige 3D analyse Conform standaard 0,00; 0,00; 1,00; 2,00; 4,00; 10,00; 23,00; 58,00 Conform standaard 3,50

Geomilieu V2020.2 Licentiehouder: Gemeente Midden-Groningen

13-10-2022 14:37:46

Bijlage 1

Invoergegevens rekenmodel wegverkeerslawaai

Commentaar

Geomilieu V2020.2 Licentiehouder: Gemeente Midden-Groningen

13-10-2022 14:37:46

Bijlage 1 Rapport: Model: Groep Spoorstraat

Invoergegevens rekenmodel wegverkeerslawaai Groepsreducties Vlaslaan 2032 Reductie Dag 5,00

Avond 5,00

Nacht 5,00

Sommatie Dag 5,00

Avond 5,00

Nacht 5,00

Geomilieu V2020.2 Licentiehouder: Gemeente Midden-Groningen

13-10-2022 14:38:16

Bijlage 2 blad 1

Rekenmodel, overzicht Wegen Toetspunten Bodemgebieden Gebouwen

0m

80 m schaal = 1 : 2000

576000

1

3 2

575800

253800 Wegverkeerslawaai - RMW-2012, [Vlaslaan - Vlaslaan 2032] , Geomilieu V2020.2 Licentiehouder: Gemeente Midden-Groningen

Bijlage 2 blad 2

Rekenmodel, detail woningen Wegen Toetspunten Bodemgebieden Gebouwen

0m

40 m schaal = 1 : 1000

575900

3 1

2

575800

253800 Wegverkeerslawaai - RMW-2012, [Vlaslaan - Vlaslaan 2032] , Geomilieu V2020.2 Licentiehouder: Gemeente Midden-Groningen

Bijlage 3

Rekenresultaten wegverkeerslawaai

Rapport: Model: Groep: Groepsreductie:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12803104/1