CConstaterende datMidden-Groningen
Koppel je AI →
Document · PDF

03. Verzamelbestemmingsplan 2022

Raadsvergadering 6 april 2023, gemeente Midden-GroningenBij agendapunt: Verzamelbestemmingsplan 202224.659 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Verzamelbestemmingsplan 2022

Verzamelbestemmingsplan 2022 (vastgesteld)

Inhoudsopgave

Toelichting verzamelbestemmingsplan

7

Hoofdstuk 1

7

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding opstellen verzamelb estemmingsplan Locaties in verzamelb estemmingsplan Geldende b estemmingsplannen Leeswijzer

Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9

9

Harkstede, Hamweg 106 Kolham - Hoofdweg 38 Muntendam - Daaleweg Sappemeer - Noorderstraat 325 Sappemeer - Noorderstraat 232 Siddeb uren - Hoofdweg 23 Slochteren - Hoofdweg 120 Westerbroek - Oudeweg 107 Zuidb roek, Vlaslaan

9 10 12 14 15 17 20 21 22

24 25 27

29 29 30 31 34 36 38 38 39 41 43 45 45 45

46

Wat is een b estemmingsplan Systematiek verzamelb estemmingsplan Toelichting b asisb estemmingen Toelichting dub belbestemmingen

46 46 47 48

Economische uitvoerbaarheid

Algemeen Exploitatieplan Planschade

Hoofdstuk 7 7.1 7.2

24

Juridische toelichting

Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3

Onderzoeken

Ladder voor duurzame verstedelijking Bedrijven en milieuzonering Externe Veiligheid Water Bodem Luchtkwaliteit en geur Ecologie Geluid Archeologie Cultuurhistorie Kabels en leidingen M.e.r.-b eoordeling Duurzaamheid

Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3 5.4

Beleidskader

Rijksb eleid Provinciaal b eleid Gemeentelijk b eleid

Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13

7 7 8 8

Planbeschrijving

Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3

Inleiding

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Vooroverleg en ambtelijke wijzigingen Inspraak

3

49 49 49 50

50 50 50

Verzamelbestemmingsplan 2022 (vastgesteld)

7.3 7.4

Zienswijzen Vaststelling

Bijlagen

50 51

53

Bijlage 1

Geluidsonderzoek

Regels

54

85

Hoofdstuk 1

Inleidende regels

85

Artikel 1 Artikel 2

Begrippen Wijze van meten

85 105

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

106

Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13

Agrarisch - Cultuurgrond Gemengd Groen Verkeer Wonen - 1A Wonen - 1 Woongeb ied Waarde - Archeologie - 1 Waarde - Archeologie 2 Waarde - Archeologie - 3 Waarde - Cultuurhistorie - Karakteristiek

106 108 111 112 114 119 121 126 129 132 135

Hoofdstuk 3

Algemene regels

137

Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17 Artikel 18 Artikel 19 Artikel 20

Anti-dub b eltelregel Algemene b ouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels

137 138 139 140 141 144 145

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

145

Artikel 21 Artikel 22

Overgangsrecht b ouwwerken Slotregel

145 147

Bijlagen bij de regels

149

Bijlage 1

Staat van Bedrijven gemengd

150

Bijlage 2

Lijst vrije beroepen

153

Bijlage 3

lijst aan-huis-verbonden beroepen

155

Bijlage 4

Beleidsregels vrije en overige beroepen aan huis

156

Bijlage 5

Beleidsregels recreatieve verblijfsaccommodaties

170

Bijlage 6

Beleidsregels theetuinen & verbreding agrarische activiteiten

173

Bijlage 7

Beleidsregels paardenhouderijen

179

Bijlage 8

Karakteristieke gebouwen

205

Bijlage 9

Beleidsregels kamperen buitengebied

212

4

Verzamelbestemmingsplan 2022 (vastgesteld)

5

Verzamelbestemmingsplan 2022 (vastgesteld)

6

Verzamelbestemmingsplan 2022 (vastgesteld)

Toelichting verzamelbestemmingsplan Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding opstellen verzamelbestemmingsplan Een verzamelbestemmingsplan is een bestemmingsplan waarbij diverse particuliere verzoeken en ambtelijke aanpassingen in één bestemmingsplanprocedure worden meegenomen. Het gaat hierbij om niet-controversiële verzoeken die in strijd zijn met het geldende bestemmingsplan, ambtelijke aanpassingen en/of verwerking van verleende vergunningen. Het toepassen van het instrument verzamelbestemmingsplannen heeft een aantal voordelen. Ten eerste hoeft maar één bestemmingsplanprocedure gevoerd te worden, in plaats van voor ieder verzoek en/of ambtelijke wijziging een aparte procedure. Hierdoor kan er efficiënter gewerkt worden en kan het werk beter ingepland worden. Ten tweede kan door samenvoeging van diverse verzoeken en ambtelijke aanpassingen op procedurekosten worden bespaard. Initiatiefnemers betalen hierdoor minder leges. Met voorliggend verzamelbestemmingsplan wordt een aantal aanpassingen en ambtshalve wijzigingen planologisch vastgelegd.

1.2

Locaties in verzamelbestemmingsplan Het plangebied bestaat uit diverse losse percelen in de gemeente Midden-Groningen. De verschillende percelen worden ieder apart weergegeven op de verbeelding.

1. Harkstede, Hamweg 106 In het bestaande karakteristieke object wordt een (extra) wooneenheid gerealiseerd. 2. Kolham, Hoofdweg 38 Het perceel krijgt de aanduiding 'karakteristiek' op de bestaande woning. 3. Muntendam, Daaleweg Het bestaande mestbassin wordt met een specifieke aanduiding aangeduid op de verbeelding. 4. Sappemeer, Noorderstraat 325 De voormalige bedrijfswoning wordt omgevormd naar een burgerwoning. Het voormalige bedrijf is gestopt. Het perceel krijgt een gemengde bestemming. 5. Sappemeer, Noorderstraat 232 Het voormalige bedrijf is gestopt. Het bedrijf wordt omgevormd naar een burgerwoning. Het perceel krijgt de woonbestemming. 6. Siddeburen, Hoofdweg 23 Het (woon)bouwvlak wordt aangepast in verband met herbouw van de woning. 7. Slochteren, Hoofdweg 120 Het perceel krijgt de aanduiding 'karakteristiek' op de bestaande woning. 8. Westerbroek, Oudeweg 107 De voormalige bedrijfswoning is omgevormd naar een burgerwoning. Het bestaande bedrijf is gestopt. Het perceel krijgt een gemengde bestemming.

7

Verzamelbestemmingsplan 2022 (vastgesteld)

9. Zuidbroek, Vlaslaan en omgeving De aanduiding van aantal wooneenheden op de verbeelding is onjuist. Dit wordt hersteld.

1.3

Geldende bestemmingsplannen Voor het verzamelbestemmingsplan 2022 zijn diverse bestemmingsplannen relevant. Hieronder is per locatie aangegeven welk bestemingsplan van toepassing is. In hoofdstuk 2 worden deze bestemmingsplannen en de verschillende locaties beschreven.

1. Harkstede, Hamweg 106 Bestemmingsplan Meerstad Midden, vastgesteld op 23 juni 2010 en Meerstad-Midden, partiële herziening (vastgesteld 02-07-2015). 2. Kolham, Hoofdweg 38 Bestemmingsplan 'Kolham-Froombosch', vastgesteld op 04-07-2013. 3. Muntendam, Daaleweg Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen, vastgesteld op 3 februari 2022.

4. Sappemeer, Noorderstraat 325 Bestemmingsplan 'Woongebieden', vastgesteld op 10 jun 2013. 5. Sappemeer, Noorderstraat 232 Bestemmingsplan 'Woongebieden', vastgesteld op 10 jun 2013. 6. Siddeburen, Hoofdweg 23 Bestemmingsplan Hellum-Siddeburen , vastgesteld 1 november 2012. 7. Slochteren, Hoofdweg 120 Bestemmingsplan Slochteren-Schildwolde, vastgesteld op 28 juni 2012. 8. Westerbroek, Oudeweg 107 Bestemmingsplan buitengebied Hoogezand-Sappemeer, vastgesteld 23 augustus 2010. 9. Zuidbroek, Vlaslaan Bestemmingsplan Dorpen Menterwolde, vastgesteld op 30-11-2017.

Daarnaast gelden de facetbestemmingsplannen voor parkeren en karakteristieke objecten.

1.4

Leeswijzer Na deze inleiding worden in hoofdstuk 2 de verschillende percelen in het plangebied beschreven. Per perceel wordt de huidige en de nieuwe situatie beschreven en aangegeven welke onderzoeken relevant zijn. In hoofdstuk 3 zijn de beleidskaders beschreven die het toetsingskader zijn voor de verschillende percelen. De onderzoeken die ten grondslag liggen aan het plan worden in hoofdstuk 4 toegelicht. Hoofdstuk 5 bevat de juridische toelichting op het bestemmingsplan. De hoofdstukken 6 en 7 beschrijven tot slot de financiële en de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.

8

Verzamelbestemmingsplan 2022 (vastgesteld)

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de verschillende locaties/ontwikkelingen in het plangebied. Voor de meeste adressen is recent een omgevingsvergunning verleend.

2.1

Harkstede, Hamweg 106

2.1.1

Bestaande situatie Aan de Hamweg 106 in Lageland is een vrijstaande woonboerderij aanwezig. De gemeenteraad heeft het object in 2018 aangewezen als karakteristiek. Door aanvrager is verzocht om inpandig een wooneenheid toe te voegen in het bestaande karakteristieke pand.

Figuur 1. Weergav e huidige situatie plangebied.

2.1.1.1 Bestemmingsplan 'Meerstad-Midden´ Hamweg 106 te Harkstede ligt in het plangebied van het bestemmingsplan 'Meerstad-Midden´ . vastgesteld op 23 juni 2010 en Meerstad-Midden, partiële herziening (vastgesteld 02-07-2015). Het perceel heeft de bestemming 'Woondoeleinden'. Binnen deze bestemming is wonen toegestaan. Daarnaast heeft een deel van het perceel in het facetplan 'karakteristieke objecten' de aanduiding 'karakteristiek´. Dit betekent dat de bestaande hoofd vorm zoveel mogelijk in stand moet worden gehouden.

9

Verzamelbestemmingsplan 2022 (vastgesteld)

Figuur 2. Uitsnede bestemmingsplan.

2.1.2

Nieuwe situatie Door aanvrager is verzocht om inpandig een wooneenheid toe te voegen in het bestaande karakteristieke pand. Het pand wordt dan opgesplitst naar totaal twee wooneenheden. Er is hiervoor een omgevingsvergunning verleend. Dit wordt verwerkt in dit bestemmingsplan. Voorwaarde is dat de woonfunctie wordt ondergebracht in het karakteristieke hoofdgebouw.

2.1.3

Relevante onderzoeken Deze ontwikkeling wordt verder beschreven in de volgende paragrafen: Bedrijven en milieuzonering (4.2.2.1), Externe veiligheid (4.3.2.1) Bodem (Bodem), Geluid (4.8.2.4), Archeologie (4.9.2.5) en Cultuurhistorie (4.10.2.5).

2.2

Kolham - Hoofdweg 38

2.2.1

Bestaande situatie Aan de Hoofdweg 38 in Kolham is een vrijstaande woonboerderij aanwezig. De gemeenteraad heeft het object aangewezen als karakteristiek in de raadsvergadering van 2 juni 2022.

10

Verzamelbestemmingsplan 2022 (vastgesteld)

Figuur 3. weergav e huidige situatie plangebied.

2.2.1.1 Bestemmingsplan ´Kolham-Froombosch´ Hoofdweg 38 te Kolham valt onder het bestemmingsplan ´Kolham-Froombosch´, en heeft de bestemming ´Wonen 1A´, met een dubbelbestemming ´Waarde - archeologie - 2´.

11

Verzamelbestemmingsplan 2022 (vastgesteld)

Figuur 4. Uitsnede geldend bestemmingsplan.

2.2.2

Nieuwe situatie Het perceel krijgt naast voornoemde bestemmingen de dubbelbestemming "waarde-cultuur historie" met de aanduiding 'karakteristiek object'. Dit wordt verwerkt met dit bestemmingsplan.

2.2.3

Relevante onderzoeken Deze ontwikkeling wordt verder beschreven in de volgende paragrafen: Bedrijven en milieuzonering (4.2.2.1), Externe veiligheid (4.3.2.1) Bodem (4.5), Geluid (4.8.2.4), Archeologie (4.9.2.5) en Cultuurhistorie (4.10.2.5).

2.3

Muntendam - Daaleweg

2.3.1

Bestaande situatie Aan de Daaleweg in Muntendam ligt een bestaand mestbassin.

12

Verzamelbestemmingsplan 2022 (vastgesteld)

Figuur 5. Weergav e huidige situatie plangebied.

2.3.1.1 Bestemmingsplan 'Buitengebied´ Het perceel is gelegen in het plangebied van het bestemmingsplan 'Buitengebied'. De gronden hebben de hoofdbestemming 'agrarisch cultuurgrond'. Het betreft een bestaande veldkavel.

13

Verzamelbestemmingsplan 2022 (vastgesteld) Figuur 6. Uitsnede geldend bestemmingsplan

2.3.2

Nieuwe situatie De aanduiding op de plankaart van het bestemmingsplan Buitengebied komt niet overeen met de daadwerkelijke locatie van het mestbassin. Dit moet worden hersteld. Het betreft een bestaande situatie en dient als zodanig te worden aangeduid (inclusief wal en hekwerk). Dit wordt met dit bestemmingsplan gerealiseerd.

2.3.3

Relevante onderzoeken Deze ontwikkeling wordt verder beschreven in de volgende paragrafen: Bedrijven en milieuzonering (4.2.2.1), Externe veiligheid (4.3.2.1) Bodem (4.5), Geluid (4.8.2.4), Archeologie (4.9.2.5) en Cultuurhistorie (4.10.2.5).

2.4

Sappemeer - Noorderstraat 325

2.4.1

Bestaande situatie Aan de Noorderstraat 325, Sappemeer is een bedrijf met een bedrijfswoning gevestigd. De bedrijfsactiviteiten zijn een aantal jaren geleden beëindigd.

Figuur 7. Weergav e huidige situatie plangebied.

2.4.1.1 Bestemmingsplan ´Woongebieden´ Het perceel is gelegen in het plangebied van het bestemmingsplan 'Woongebieden´. Het perceel heeft hierin de bestemming Bedrijf, waarbij een bedrijfswoning is toegestaan. Daarnaast heeft het perceel de dubbelbestemmingen ´geluidszone - industrie en geluidszone -weg.´

14

Verzamelbestemmingsplan 2022 (vastgesteld)

Figuur 8 Uitsnede geldend bestemmingsplan.

2.4.2

Nieuwe situatie De gronden zijn in de huidige situatie in gebruik voor wonen. Hiervoor is een omgevingsvergunning verleend. Dit wordt verwerkt in het verzamelbestemmingsplan. In de nieuwe situatie is binnen de bestemming ‘gemengd’ de functie wonen (1 burgerwoning) toegestaan.

2.4.3

Relevante onderzoeken Deze ontwikkeling wordt verder beschreven in de volgende paragrafen: Bedrijven en milieuzonering (4.2.2.1), Externe veiligheid (4.3.2.1) Bodem (4.5), Geluid (4.8.2.4), Archeologie (4.9.2.5) en Cultuurhistorie (4.10.2.5).

2.5

Sappemeer - Noorderstraat 232

2.5.1

Bestaande situatie Aan de Noorderstraat 232 te Sappemeer was een bedrijf gevestigd. Het bedrijf is nu gestopt. De eigenaar vormt het gebouw om naar een burgerwoning.

15

Verzamelbestemmingsplan 2022 (vastgesteld)

Figuur 9. Weergav e huidige situatie plangebied.

2.5.1.1 Bestemmingsplan 'Woongebieden´ Het perceel is gelegen in het plangebied ´Woongebieden´, van de voormalige gemeente Hoogezand-Sappemeer. Het perceel heeft nu een bedrijfsbestemming. Daarnaast heeft het perceel een Gebiedsaanduiding geluidzone-weg.

16

Verzamelbestemmingsplan 2022 (vastgesteld)

Figuur 10. Uitsnede bestemmingsplan

2.5.2

Nieuwe situatie De gemeente heeft een omgevingsvergunning verleend voor het gebruik van het pand als woning (1 burgerwoning). Dit wordt verwerkt met dit bestemmingsplan. Het perceel krijgt een woonbestemming.

2.5.3

Relevante onderzoeken Deze ontwikkeling wordt verder beschreven in de volgende paragrafen: Bedrijven en milieuzonering (4.2.2.1), Externe veiligheid (4.3.2.1) Bodem (4.5), Geluid (4.8.2.4), Archeologie (4.9.2.5) en Cultuurhistorie (4.10.2.5).

2.6

Siddeburen - Hoofdweg 23

2.6.1

Bestaande situatie In de huidige situatie is de woning op dit perceel direct aan de westkant gesitueerd (op enkele meters van de weg).

17

Verzamelbestemmingsplan 2022 (vastgesteld)

Figuur 11. Weergav e huidige situatie plangebied.

2.6.1.1 Bestemmingsplan 'Hellum-Siddeburen' Het perceel is gelegen in het plangebied van het bestemmingsplan 'Hellum-Siddeburen' van de voormalige gemeente Slochteren. Het perceel heeft hierin de bestemming 'Wonen 1B'. Daarnaast heeft het perceel deels de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3' en een gebiedsaanduiding 'geluidzone - weg'.

18

Verzamelbestemmingsplan 2022 (vastgesteld)

Figuur 12. Uitsnede huidig bestemmingsplan.

2.6.2

Nieuwe situatie De bestaande woning aan de Hoofdweg 23 Siddeburen wordt afgebroken. De nieuwe woning wordt meer centraal op het perceel gesitueerd. Hiervoor is een omgevingsvergunning verleend. De nieuwe woning wordt deels buiten het bouwvlak gebouwd. De vergunning wordt verwerkt in dit bestemmingsplan, waarbij het bouwvlak wordt aangepast. Het perceel krijgt de gemengde bestemming. Dit is een woonbestemming, waar eventueel een licht bedrijf aan huis is toegestaan. De dubbelbestemming 'Archeologie 3' komt te vervallen, want er geldt een lage archeologische verwachting op het perceel.

2.6.3

Relevante onderzoeken Deze ontwikkeling wordt verder beschreven in de volgende paragrafen: Bedrijven en milieuzonering (4.2.2.1), Externe veiligheid (4.3.2.1) Bodem (4.5), Geluid (4.8.2.4), Archeologie (4.9.2.5) en Cultuurhistorie (4.10.2.5).

19

Verzamelbestemmingsplan 2022 (vastgesteld)

2.7

Slochteren - Hoofdweg 120

2.7.1

Bestaande situatie Aan de Hoofdweg 120 in Slochteren is een beeldbepalende villa in de stijl van art nouveau aanwezig. De gemeenteraad heeft het object aangewezen als karakteristiek in de raadsvergadering van 2 juni 2022

Figuur 13. Weergav e huidige situatie plangebied.

2.7.1.1 Bestemmingsplan ´Slochteren-Schildwolde´ Op het adres geldt het bestemmingsplan Slochteren-Schildwolde.Het perceel heeft de bestemming Wonen-1A. Daarnaast heeft het perceel de dubbelbestemming 'Waarde archeologie 2'.

20

Verzamelbestemmingsplan 2022 (vastgesteld)

Figuur 14. Uitsnede bestemmingsplan.

2.7.2

Nieuwe situatie Het perceel krijgt naast voornoemde bestemmingen de dubbelbestemming "waarde-cultuur historie" met de aanduiding 'karakteristiek object'. Dit wordt verwerkt in dit bestemmingsplan.

2.7.3

Relevante onderzoeken Deze ontwikkeling wordt verder beschreven in de volgende paragrafen: Bedrijven en milieuzonering (4.2.2.1), Externe veiligheid (4.3.2.1) Bodem (4.5), Geluid (4.8.2.4), Archeologie (4.9.2.5) en Cultuurhistorie (4.10.2.5).

2.8

Westerbroek - Oudeweg 107

2.8.1

Bestaande situatie Aan de Oudeweg 107 in Westerbroek is in de voormalige boerderij een bedrijf (met inpandige bedrijfswoning) aanwezig. Dit bedrijf is al een enige tijd beëindigd en het perceel is in gebruik als woonboerderij

21

Verzamelbestemmingsplan 2022 (vastgesteld) Figuur 15. Weergav e huidige situatie plangebied.

2.8.1.1 Bestemmingsplan Het perceel is opgenomen in het bestemmingsplan Buitengebied Hoogezand-Sappemeer.Het perceel heeft hierin de bestemming bedrijf (waarbinnen de bestaande bedrijfswoning is toegestaan. Daarnaast heeft het perceel de dubbelbestemming 'waarde - karakteristieke bebouwing' en de aanduiding 'dorpsgebied'.

Figuur 16. Uitsnede bestemmingsplan.

2.8.2

Nieuwe situatie Het perceel krijgt nu de gemengde bestemming. In deze bestemming is wonen toegestaan en eventueel lichte bedrijvigheid aan huis. Het perceel zal de dubbelbestemming met betrekking tot de karakteristieke bebouwing behouden. Dit wordt verwerkt in dit verzamelbestemmingsplan.

2.8.3

Relevante onderzoeken Deze ontwikkeling wordt verder beschreven in de volgende paragrafen: Bedrijven en milieuzonering (4.2.2.1), Externe veiligheid (4.3.2.1) Bodem (4.5), Geluid (4.8.2.4), Archeologie (4.9.2.5) en Cultuurhistorie (4.10.2.5).

2.9

Zuidbroek, Vlaslaan

2.9.1

Bestaande situatie Op de voormalige locatie van de Beatrixschool in Zuidbroek is een nieuwe woonwijk gerealiseerd. In het gebied zijn nog drie vrije kavels beschikbaar. Per kavel kan nog 1 woning worden gerealiseerd.

22

Verzamelbestemmingsplan 2022 (vastgesteld)

Figuur 17. Weergav e huidige situatie plangebied.

2.9.1.1 Bestemmingsplan In het bestemmingsplan Dorpen Menterwolde is in dit gebied het maximum aantal wooneenheden niet juist aangeduid. De aanduiding van het aantal wooneenheden op de plankaart (verbeelding) komt niet overeen met de kaart uit de toelichting en het oorspronkelijke bestemmingsplan.

23

Verzamelbestemmingsplan 2022 (vastgesteld)

Figuur 18. Uitsnede bestemmingsplan.

2.9.2

Nieuwe situatie De aanduiding voor het aantal wooneenheden op deze kavels ontbreekt in het huidige bestemmingsplan. Met dit bestemmingsplan wordt het juiste aantal wooneenheden op de verbeelding geplaatst, conform het oorspronkelijke (stedenbouwkundige) plan. Het geheel behoudt de bestemming woongebied (inclusief bouwvlak).

2.9.3

Relevante onderzoeken Bedrijven en milieuzonering (4.2.2.1), Externe veiligheid (4.3.2.1) Bodem (4.5), Geluid (4.8.2.4), Archeologie (4.9.2.5) en Cultuurhistorie (4.10.2.5).

Hoofdstuk 3

Beleidskader

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft een integraal kader voor het ruimtelijken mobiliteitsbeleid op rijksniveau. De structuurvisie schetst de rijksambities tot 2040 en formuleert doelen, belangen en opgaven tot 2028. De leidende gedachte in de SVIR is ruimte maken voor groei en beweging. De SVIR is de eerste rijksnota die de onderwerpen infrastructuur en ruimte integraal behandelt. In de SVIR richt het rijk zich vooral op decentralisatie. De verantwoordelijkheid wordt verplaatst van rijksniveau naar provinciaal en gemeentelijk niveau. Door urbanisatie, individualisering, vergrijzing en ontgroening nemen de ruimtelijke verschillen toe. Vanaf 2035 groeit de bevolking niet meer. De samenstelling van de bevolking, en daarmee de samenstelling van huishoudens, verandert. Ambities tot 2040 zijn onder andere het aansluiten van woon- en werklocaties op de (kwalitatieve) vraag en het zoveel mogelijk benutten van locaties voor transformatie en herstructurering.

24

Verzamelbestemmingsplan 2022 (vastgesteld)

Ook wil het Rijk ervoor zorgen dat in 2040 een veilige en gezonde leefomgeving met een goede milieukwaliteit wordt geboden. Dit moet voor zowel het landelijk als het stedelijk gebied gelden. In de SVIR is verder vastgelegd dat provincies en (samenwerkende) gemeenten verantwoordelijk zijn voor programmering van verstedelijking. (Samenwerkende) gemeenten zorgen voor (boven) lokale afstemming van woningbouwprogrammering die past binnen de provinciale kaders. Ook zijn de gemeenten verantwoordelijk voor de uitvoering van de woningbouwprogramma's. Ter versterking van het vestigingsklimaat in de stedelijke regio's rondom de main-, brain- en greenports geldt een gebiedsgerichte, programmatische urgentieaanpak. In krimpregio's wordt het interbestuurlijke programma bevolkingsdaling doorgezet. Nationaal belang 13 van de SVIR van het Rijk vraagt om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit moet met behulp van de zogeheten Ladder voor duurzame verstedelijking (hierna: de Ladder) worden onderbouwd. Deze onderbouwing is opgenomen in paragraaf 4.1. 3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het kabinet heeft in de hiervoor genoemde Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld dat voor een aantal onderwerpen algemene regels moeten worden gesteld. Hiermee wordt de doorwerking van de nationale belangen op lokaal niveau geborgd. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen uit de SVIR voorzien van juridische kaders. De volgende nationale belangen uit het Barro zijn van toepassing op de gemeente Midden-Groningen: Waddenzee en waddengebied. Hoofdwegen en landelijke spoorwegen. Elektriciteitsvoorziening. Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Natuurnetwerk Nederland.

3.1.3

Conclusie Het verzamelbestemmingsplan heeft geen betrekking op rijksbelangen. Het rijksbeleid werkt wel door in het beleid van lagere overheden. Het rijksbeleid werkt tevens door in de verschillende omgevingsaspecten die in dit bestemmingsplan zijn getoetst. Dit komt in de volgende paragrafen en Hoofdstuk 4 aan de orde. In dit hoofdstuk wordt onder andere ingegaan op de 'Ladder voor duurzame verstedelijking'.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Provinciale Omgevingsvisie De Omgevingsvisie 2016 - 2020 van de provincie Groningen bevat de integrale lange termijnvisie van de provincie op de fysieke leefomgeving. In de Omgevingsvisie zijn zoveel mogelijk de visies op verschillende terreinen zoals ruimtelijke ontwikkeling, landschap en cultureel erfgoed, natuur, verkeer en vervoer, water, milieu en gebruik van natuurlijke hulpbronnen samengevoegd en inhoudelijk met elkaar verbonden. Er zijn ook onderdelen opgenomen van het provinciale beleid voor economie, energie en cultuur en welzijn, voor zover die gevolgen hebben voor de fysieke leefomgeving. Doel van de omgevingsvisie is het aantrekkelijke woon- en leefklimaat in de provincie verder verbeteren. Het accent in het beleid ligt op het benutten van de ontwikkelingsmogelijkheden, naast het beschermen van de karakteristieke bebouwde en onbebouwde elementen. De provincie wil ruimte bieden voor ondernemerschap om in te spelen op de dynamische ontwikkelingen. Activiteiten lopen steeds meer door elkaar heen. Dat heeft gevolgen voor het ruimtegebruik. Functies, als bijvoorbeeld wonen en werken, zijn steeds minder van elkaar gescheiden.

25

Verzamelbestemmingsplan 2022 (vastgesteld)

In de Omgevingsvisie is al het provinciale beleid dat op een of andere manier raakt aan de fysieke leefomgeving geformuleerd en geordend in vijf samenhangende thema's en elf provinciale 'belangen': Ruimte 1. Versterken van ruimtelijke kwaliteit bij nieuwe bovenlokale ontwikkelingen; 2. Het creëren van een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor woningbouw, bedrijventerreinen, kantoorlocaties en detailhandel door het concentreren van ruimtelijke ontwikkelingen in stedelijke gebieden en vitale kernen; 3. Voorwaarden scheppen voor een goede infrastructuur ven ruimte voor veilige winning, transport en opslag van duurzame energie; 4. Zorgen voor een vitale landbouwsector in balans met de omgeving. Natuur en landschap 5. Beschermen en versterken van de kenmerkende landschapsstructuren en het culturele erfgoed dat bijdraagt aan de identiteit en de variëteit van de diverse landschappen in onze provincie; 6. Beschermen en ontwikkelen van de biodiversiteit, zowel binnen als buiten het Nationaal Natuurnetwerk Nederland. Water 7. Zorgen voor bescherming tegen wateroverlast en overstromingen 8. Zorg dragen voor de beschikbaarheid van kwalitatief en voldoende schoon water Mobiliteit 9. Zorgen voor goede en veilige (inter)nationale, provinciale en regionale bereikbaarheid over weg, water, spoor, door de lucht en digitaal Milieu 10.

Tegengaan van milieueffecten en -hinder door te sturen op de kwaliteit van water, lucht, geluid en bodem; 11. Streven naar een zorgvuldig gebruik van de ondergrond en een veilige winning en opslag van (delf)stoffen Naast de genoemde provinciale belangen worden er in het beleid 5 specifieke opgaven genoemd voor specifieke onderwerpen of gebieden. De 5 opgaven zijn: Gaswinning, Energyport, Groei en krimp, Regio Groningen-Assen en Waddengebied. Met uitzondering van het laatste onderwerp zijn de andere 4 opgaven in meer of mindere mate relevant voor de gemeente Midden-Groningen. 3.2.2

Provinciale Omgevingsverordening In de Omgevingsverordening Provincie Groningen (geconsolideerde versie februari 2021, hierna Omgevingsverordening genoemd) heeft de provincie regels opgenomen om de doelstellingen aangegeven in de omgevingsvisie te realiseren. De Omgevingsverordening bevat dan ook regels voor de fysieke leefomgeving in de provincie Groningen. Deze regels richten zich op de thema's ruimtelijke ordening, water, infrastructuur, milieu en ontgrondingen. De relevante bepalingen uit de Omgevingsverordening zijn integraal opgenomen in dit bestemmingsplan. Hieronder zijn de titels weergegeven die, al dan niet deels, betrekking op het onderhavig plangebied. Voor meer informatie over de inhoud van de titels wordt verwezen naar de Omgevingsverordening. Titel 2.2 Zorg voor ruimtelijke kwaliteit Titel 2.3 Bundeling van verstedelijking

26

Verzamelbestemmingsplan 2022 (vastgesteld)

3.2.3

Provinciaal buitengebied In het provinciaal beleid wordt onderscheid gemaakt tussen stedelijk gebied en buitengebied. Binnen het stedelijk gebied laat de provincie veel ruimtelijke bevoegdheden over aan gemeenten. In het buitengebied ziet de provincie, in verband met taken op het gebied van onder meer natuur, water, landschap en erfgoed een grotere verantwoordelijkheid voor zichzelf. In de provinciale omgevingsverordening is het provinciaal buitengebied vastgelegd. De volgende locatie valt binnen het provinciaal buitengebied: Muntendam, Daaleweg. De overige locaties die in dit verzamelbestemmingsplan zijn opgenomen vallen onder het 'bestaand stedelijk gebied'. Voor een uitgebreide planbeschrijving wordt verwezen naar Hoofdstuk 2.

3.2.4

Conclusie De relevante bepalingen uit de Omgevingsverordening zijn integraal opgenomen in dit verzamelbestemmingsplan. Het plan is in overeenstemming met het provinciale beleid uit de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Kompas gemeente Midden-Groningen Per 1 januari 2018 zijn de voormalige gemeenten Hoogezand-Sappemeer, Slochteren en Menterwolde samengegaan tot de nieuwe gemeente Midden-Groningen. In het Kompas is de richting beschreven waarin de nieuwe gemeente zich wil gaan ontwikkelen. Hierbij is de gemeente eerst en vooral bondgenoot van inwoners, bedrijven en organisaties. Het motto is: minder voorschrijven, meer samenwerken. Het Kompas benoemt drie bouwstenen voor een gemeenschappelijke maatschappelijke agenda. Deze bouwstenen bevatten de gemeenschappelijke doelen waar gemeente, inwoners, ondernemers, organisaties en bestuur de komende jaren aan gaan werken. Bouwsteen 1: Groots in kleinschaligheid De gemeente zet sterk in op zelfredzame en leefbare dorpen en kernen. Hierbij zijn inwoners medeverantwoordelijk voor de leefbaarheid. Leefbaarheid heeft sterk te maken met 'schoon, heel en veilig'. Gemeente en inwoners worden hierin steeds meer gelijkwaardige partners. De nieuwe gemeente is een verband van vitale, lokale gemeenschappen die bestaan uit de inwoners van dorpen, kernen en wijken. Al deze gemeenschappen hebben hun eigen identiteit en alle dorpen en wijken zijn anders. De omstandigheden, mogelijkheden en wensen zijn op elke plek anders en vragen om specifieke initiatieven, arrangementen en maatregelen. Daarom wordt nadrukkelijk gekozen voor maatwerk.

Door inwoners zelf meer verantwoordelijkheid en zeggenschap te geven, wordt eveneens meer ruimte gegeven aan de verschillen tussen dorpen en kernen. Het maatwerk dat geleverd wordt, valt binnen een overkoepelende visie. In alle dorpen en wijken kunnen mensen goed en plezierig wonen. Iedere lokale gemeenschap beschikt over een gelegenheid of voorziening waar inwoners elkaar kunnen ontmoeten. Daarnaast zijn alle dorpen en kernen fysiek en digitaal goed bereikbaar. Het streven is om de voorzieningen die van belang zijn voor het dagelijks leven, zo dicht mogelijk bij mensen te brengen of te zorgen dat deze goed bereikbaar zijn. Daarbij blijven we realistisch: wie in een klein dorp woont, mag een bij die schaal passend aanbod van voorzieningen verwachten. Meer gemeente-brede of regionale voorzieningen worden geconcentreerd in de stedelijke kern van Hoogezand. Bouwsteen 2: Ieder mens telt In de gemeenschap telt ieder mens: iedereen heeft betekenis voor zichzelf en zijn omgeving,

27

Verzamelbestemmingsplan 2022 (vastgesteld)

en komt tot zijn recht om wie hij is. Het uitgangspunt is 'eigen kracht': alle inwoners - van jong tot oud, met of zonder beperking - nemen zelf de regie over hun leven en zijn zelf verantwoordelijk voor hun leven. Voor mensen die maatschappelijk kwetsbaar zijn, is het soms moeilijk hun eigen kracht te vinden. Scholing voor kinderen is de manier om de vicieuze cirkel van maatschappelijke kwetsbaarheid te doorbreken. De integrale kindcentra kunnen daar goed bij helpen, maar niet per se en overal. Ook hier is ruimte voor verschillen en maatwerk. De sociale teams leveren ook maatwerk. De sociale teams spelen in individuele situaties een belangrijke rol bij het vinden van oplossingen. Samen met de ouders en/of gezinnen gaan zij na hoe belemmeringen op het gebied van geld, gezondheid, onderwijs en/of werkloosheid kunnen worden weggenomen. Ze redeneren daarbij vanuit het gezin, niet vanuit de verschillende hokjes of budgetten bij de gemeente. Verder wil de gemeente samen met werkgevers en onderwijsinstellingen snel een concreet plan maken en uitvoeren om werkzoekenden 'fit' te maken voor werk. Bouwsteen 3: Economie van de toekomst De gemeente Midden-Groningen heeft een stevige economische basis, dankzij de bedrijvigheid in stuwende sectoren zoals (maak-)industrie, landbouw, handel, bouw en energie. Vooral met de maakindustrie, met name scheepsbouw, onderscheiden wij ons regionaal.

Voor de werkgelegenheid zijn ook de publiek gefinancierde instellingen en ondernemingen van belang. De maakindustrie en de landbouw kunnen worden versterkt. Nieuwe kansen bieden de energietransitie en de vrijetijdseconomie. De gemeente heeft weinig mogelijkheden om de economie en de arbeidsmarkt te veranderen; daarvoor zijn vooral partijen als onderwijs en bedrijfsleven aan zet. De gemeente zet zich wel samen met lokale en regionale partners in voor onder andere de volgende zaken: het innoveren van de arbeidsmarkt en economie; het creëren van nieuwe partnerschappen en allianties en bestaande allianties versterken: excellente dienstverlening voor ondernemers en instellingen; beschikbaarheid van snel internet; meer regionale waarde voor de landbouw; blijvende vernieuwing van de maakindustrie; duurzame inzetbaarheid van de beroepsbevolking; energietransitie om de afhankelijkheid van fossiele energie te verkleinen; bredere samenwerkingsverbanden; uitwerken van de regionale agenda. 3.3.2

Ecologische basiskaart Ruimtelijke ontwikkelingen en werkzaamheden kunnen gevolgen hebben voor beschermde en/of bedreigde planten en dieren. De Wet natuurbescherming stelt daar regels voor. Concrete ontwikkelingen, werkzaamheden en beheer en onderhoud moeten daaraan getoetst worden. Als hulpmiddel daarbij heeft de gemeente Midden-Groningen de 'Ecologische basiskaart en leidraad Midden-Groningen’ opgesteld. De ecologische basiskaart bestaat uit meerdere kaarten, waarop onder meer de ligging van natuurgebieden en de populaties van soorten zijn aangegeven. In de bijbehorende leidraad is aangegeven wanneer bepaalde werkzaamheden op het vlak van bouwen (en slopen) en groenbeheer kunnen plaatsvinden. Er is vooral gekeken buiten de reeds beschermde natuurgebieden. Binnen de natuurgebieden zijn de bijzondere waarden namelijk al beschermd door de planologische status van die gebieden. De aandacht is vooral gevestigd op bijzondere soorten en waarden uit de Wet natuurbescherming die voorkomen in bepaalde typen gebieden, zoals agrarische cultuurgronden, bosgebieden en landschapselementen. In paragraaf 4.7 wordt per locatie verder ingegaan op de ecologische toetsing en verantwoording.

28

Verzamelbestemmingsplan 2022 (vastgesteld)

Hoofdstuk 4

Onderzoeken

Dit hoofdstuk bevat de resultaten van de verschillende onderzoeken naar de randvoorwaarden voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan en de bijbehorende regelingen.

4.1

Ladder voor duurzame verstedelijking

4.1.1

Inleiding Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, moet voldoen de 'Ladder voor duurzame verstedelijking'. Het doel van de Ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. Op 1 juli 2017 is de nieuwe 'Ladder voor duurzame verstedelijking' in werking getreden. Deze is opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De Ladder houdt in dat de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, de volgende onderdelen moet bevatten: Beschrijving van de behoefte aan de ontwikkeling. Indien de ontwikkeling ligt buiten het bestaande stedelijk gebied moet tevens gemotiveerd worden waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien. Beoordeeld moet worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd.

4.1.2

Toetsing Stedelijke ontwikkeling Voordat de Ladder voor de duurzame verstedelijking wordt doorlopen, moet de vraag worden beantwoord of er wel sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Met voorliggend verzamelplan worden een aantal (kleine) ambtshalve wijzigingen/correcties doorgevoerd. Deze wijzigingen zijn in aard en omvang zo klein dat deze niet als nieuwe stedelijke ontwikkeling zijn aan te merken. Nadere motivatie van de ladder is dan ook niet van toepassing. Behoefte Wanneer de ladder niet van toepassing is op een plan is wel een motivering nodig waaruit blijkt dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. daarbij moet onder andere aandacht worden besteed aan de uitvoerbaarheid van het plan. In het kader van de uitvoerbaarheid moet aandacht worden besteed aan de behoefte. De ontwikkelingen/ambtshalve wijzigingen die in voorliggend verzamelplan worden meegenomen vloeien voort uit directe behoeften. De ambtshalve wijzigingen betreffen met name correcties van eerdere bestemmingsplannen.

4.1.3

Conclusie De Ladder voor duurzame ontwikkeling is niet van toepassing op het plan. Daarnaast vloeien de meegenomen ontwikkelingen/ambtshalve wijzigingen voort uit een directe behoefte.

29

Verzamelbestemmingsplan 2022 (vastgesteld)

4.2

Bedrijven en milieuzonering

4.2.1

Inleiding Milieuaspecten worden in principe geregeld via de daartoe geëigende wetgeving, het Activiteitenbesluit en/of de Wet Milieubeheer. Daar waar het de ruimtelijke ordening raakt, moet met deze aspecten echter rekening worden gehouden. Het gaat dan met name om de situering van milieugevoelige functies (zoals woningen) ten opzichte van milieuhinderlijke inrichtingen (zoals bedrijven). Om te bepalen welke afstanden dienen te worden aangehouden, wordt de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' gehanteerd. De VNG-brochure geeft informatie over de milieu- en hinderaspecten van verschillende typen bedrijven. Per type bedrijf wordt tevens een milieucategorie aangegeven. Uit de milieucategorie volgt een indicatie van de afstanden die voor dat type bedrijf worden aangehouden tot woningen of andere gevoelige objecten. Deze richtafstanden hebben betrekking op de aspecten geluid, stof, geur en gevaar. De gegeven afstanden zijn richtafstanden en geen harde eisen. Dit betekent dat afwijken van de afstanden, mits goed gemotiveerd, is toegestaan. De afstand wordt gerekend van de grens van de bestemming die milieubelastende functies toelaat tot de gevel van de milieugevoelige functies. Naast het omgevingstype 'rustige woonwijk' wordt het omgevingstype 'gemengd gebied' onderscheiden. Een gemengd gebied is een gebied met een matig tot sterke functiemenging.

Voor gemengde gebieden kunnen de richtafstanden met één stap terug worden gebracht. Daarnaast kan in sommige gevallen er uit het oogpunt van een goed woon- en leefklimaat aanleiding bestaan op basis van de VNG-brochure een grotere afstand aan te houden. De richtafstand werkt twee kanten op. Nieuwe bedrijvigheid moet voldoende afstand houden tot gevoelige objecten, maar nieuwe woningen moeten ook afstand houden tot bedrijvigheid. Niet alleen het woon- en leefklimaat telt immers. Ook de continuïteit van het bedrijf en de uitbreidingsmogelijkheden moeten worden gewogen.

4.2.2

Toetsing

4.2.2.1 Harkstede - Hamweg 106 Er wordt inpandig een extra wooneenheid gerealiseerd. Het aspect milieuhinder vormt geen belemmering voor dit (al bestaand) gebruik. 4.2.2.2 Kolham - Hoofdweg 38 Het woongebouw krijgt de aanduiding ''karakteristiek". Het aspect milieuhinder vormt hier geen belemmering voor. 4.2.2.3 Muntendam - Daaleweg Het betreft een bestaand mestbassin (veldkavel) op grote afstand van woningen. Het aspect milieuhinder vormt geen belemmering voor de omgeving. 4.2.2.4 Sappemeer - Noorderstraat 325 De bedrijfsbestemming van het bedrijf met bedrijfswoning wordt gewijzigd naar een reguliere woning. De situatie voor milieu zonering verandert niet. Het aspect milieuhinder vormt daarom geen belemmering. 4.2.2.5 Sappemeer - Noorderstraat 232 Het voormalige bedrijfspand is omgevormd naar een woning. De bestemming gaat van bedrijf naar wonen. Het aspect milieuhinder vormt geen belemmering voor dit voornemen.

30

Verzamelbestemmingsplan 2022 (vastgesteld)

4.2.2.6 Siddeburen - Hoofdweg 23 De bestaande woning wordt herbouwd. De nieuwe woning ligt iets meer centraal op de kavel. Het aspect milieuhinder vormt geen belemmering voor dit voornemen. 4.2.2.7 Slochteren, Hoofdweg 120 Het woongebouw krijgt de aanduiding ''karakteristiek". Het aspect milieuhinder vormt hier geen belemmering voor. 4.2.2.8 Westerbroek - Oudeweg 107 De bedrijfsbestemming van het bedrijf (met bedrijfswoning) wordt gewijzigd naar een gemengde bestemming. Er is hiervoor eerder een omgevingsvergunning verleend. Uit onderzoek is gebleken dat het gebruik geen belemmering oplevert voor nabij gelegen bedrijven en dat er sprake is van een aanvaardbaar woon,- leefklimaat. De Oudeweg is een gemengd lint, waar wonen en werken elkaar afwisselen. Het aspect milieuhinder vormt geen belemmering voor dit voornemen, aangezien er geen verzwarende wijzigingen optreden met betrekking tot bebouwing of gebruik. 4.2.2.9 Zuidbroek - Vlaslaan Het aantal wooneenheden wordt op de juiste manier aangeduid. Het aspect milieuhinder vormt hier geen belemmering voor. 4.2.3

Conclusie Wat betreft het aspect milieuhinder is het verzamelbestemmingsplan uitvoerbaar.

4.3

Externe Veiligheid

4.3.1

Inleiding Wetgeving inrichtingen Het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen (BEVI) is het wettelijk kader voor risicovolle inrichtingen als het gaat om afstanden tot risicogevoelige objecten. Uitgangspunt is dat personen die ergens langdurig of permanent verblijven geen onevenredig groot risico lopen als er ramp gebeurt. Kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten Het BEVI maakt onderscheid tussen twee categorieën risicogevoelige objecten: kwetsbare objecten en beperkt kwetsbare objecten. Dit onderscheid is gebaseerd op maatschappelijke opvattingen over welke groepen mensen in het bijzonder moeten worden beschermd. Daarnaast spelen ook het aantal personen en de verblijfsduur een rol. Het BEVI geeft geen harde definities van kwetsbaar of beperkt kwetsbaar. Het noemt enkele categorieën kwetsbare objecten, met daarbij voorbeelden. Er kan bijvoorbeeld worden gedacht aan woningen, ziekenhuizen, verpleeghuizen, scholen, kinderopvang, grote kantoren, hotels en winkelcomplexen en grote kampeer- en recreatieterreinen. Beperkt kwetsbare objecten zijn volgens het besluit in ieder geval verspreid liggende woningen, dienstwoningen van derden, kleinere kantoren, hotels, winkels, bedrijfsgebouwen, sporthallen, zwembaden, overige sporten kampeerterreinen en objecten van hoge infrastructurele waarde zoals elektriciteitscentrales.

Plaatsgebonden risico Het BEVI onderscheidt twee vormen van risico: het plaatsgebonden risico en het groepsgebonden risico. Het plaatsgebonden risico (PR) is een maat voor het overlijdensrisico van één persoon op een bepaalde plaats in de omgeving van een ongeval. Het maakt niet uit of daar echt personen aanwezig zijn. Het plaatsgebonden risico is gedefinieerd als: de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op een bepaalde plaats in de omgeving van een inrichting

31

Verzamelbestemmingsplan 2022 (vastgesteld)

zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval met een gevaarlijke stof. Het plaatsgebonden risico laat zich goed vertalen op een kaart. De verschillende punten in de omgeving met hetzelfde risico worden verbonden en zo ontstaat een contour. Zo wordt op de kaart een gebied met een bepaald risico aangegeven. Voor kwetsbare objecten geldt een zogenaamde grenswaarde: een kans van 10-6 per jaar. Die mag niet worden overschreden. Voor beperkt kwetsbare objecten is de kans van 10-6 een zogenoemde richtwaarde. Als het risico groter wordt, moet dat goed gemotiveerd worden. Groepsrisico Het groepsrisico (GR) is de kans per jaar dat een groep van bijvoorbeeld 10, 100 of 1000 personen tegelijk slachtoffer wordt van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico is niet een vast getal, maar wordt uitgezet in een grafiek. Die geeft een curve waarin de kans op een bepaald aantal doden is af te lezen: zoveel kans op één dode, zoveel kans op twee doden en zo verder. Het groepsrisico geeft inzicht in de eventuele maatschappelijke ontwrichting. Daardoor kan er bewuster worden omgegaan met risico's. Het groepsrisico kan op twee manieren toenemen: door uitbreiding van risicovolle activiteiten: de kans op een ongeval neemt toe; door het verhogen van de personendichtheid (bijvoorbeeld door woningbouw): het aantal mogelijke doden neemt toe.

In beide gevallen neemt het groepsrisico toe. Daarom wordt er bij het opstellen van ruimtelijke plannen naar het groepsrisico gekeken. Voor het groepsrisico gelden geen harde normen, maar alleen oriënterende waarden. Als die waarden worden overschreden, moet het bestuur dat motiveren. De regels daarvoor staan in het BEVI en de Bevb. Er moeten in ieder geval aandacht besteedt worden aan: het aantal personen in het invloedsgebied; het groepsrisico; de mogelijkheden om het risico te verminderen; de alternatieven; de mogelijkheden om de omvang van de ramp te beperken; de mogelijkheden tot zelfredzaamheid. Wetgeving buisleidingen Sinds 1 januari 2011 geldt het Besluit externe veiligheid Buisleidingen (Bevb). Het Bevb regelt de taken en verantwoordelijkheden van de leidingexploitant en van de gemeente. De gemeente moet in bestemmingsplannen rekening houden met risicovolle buisleidingen. De gemeente moet een ruimtelijke reservering opnemen voor het plaatsgebonden risico (PR). Het bestemmingsplan mag binnen de PR 10-6 risicocontour geen kwetsbare objecten mogelijk maken. Ook risicoverhogende objecten mogen niet. Risicoverhogende objecten zijn bijvoorbeeld windmolens (afvallende wieken) en hoogspanningslijnen. Beperkt kwetsbare objecten moeten zoveel mogelijk worden voorkomen. De gemeente moet het groepsrisico (GR) verantwoorden.

Het verwachte aantal aanwezigen binnen het invloedsgebied van de buisleiding moet worden verantwoord. Het invloedsgebied bij brandbare vloeistoffen reikt tot net buiten de 10-6 contour. Voor leidingen met aardgas en chemicaliën moet het invloedsgebied per geval berekend worden. De gemeente moet een ruimtelijke reservering opnemen voor belemmeringenstrook met aanleg vergunningstelsel: de voor onderhoud gereserveerde ruimte bedraagt ten minste 5 meter aan beide zijden van de leiding. Voorheen vielen de transportleidingen voor chemische stoffen (anders dan aardgas of aardolieproducten) nog niet onder het Bevb, maar onder de Circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen. De Circulaire is echter in 2015 vervallen. Deze types leidingen zijn vanaf dat moment ook onder het Bevb gaan vallen. Als de ruimtelijke inpassing van deze leidingen echter voldoet aan het Bevb, wordt automatisch voldaan aan de huidige Circulaire. Wetgeving transportroutes

32

Verzamelbestemmingsplan 2022 (vastgesteld)

Voor ruimtelijke plannen binnen het invloedsgebied (1% letaliteitsgebied) van de risicovolle transportassen (spoor, weg of water) is het Besluit externe veiligheid transportroutes(Bevt) van toepassing. Basisnet Aan het Bevt is het zogenaamde basisnet gekoppeld. Dat is bedoeld om de transportroutes vast te leggen. Het basisnet houdt rekening met de veiligheid, maar ook met de dynamiek van het transport en met toekomstige groei. In het basisnet is de grotere weg-, spoor- en waterinfrastructuur opgenomen. De provincie Groningen heeft ook al een provinciaal basisnet vastgesteld, als onderdeel van de Provinciale Omgevingsverordening. Het basisnet geeft aan voor welke provinciale wegen aspecten van externe veiligheid aan de orde zijn. Het basisnet ziet op plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Provincie specifiek is een extra regel voor de bescherming voor minder zelfredzame personen. Binnen 30 meter van de rand van wegen en spoorwegen in het basisnet mogen geen nieuwe objecten of functies voor beperkt zelfredzame personen worden toegestaan (scholen, zorgwoningen, zorgcentra et cetera). In de toelichting van bestemmingsplannen moeten aandacht besteedt worden aan het groepsrisico binnen 200 meter van een weg uit het basisnet. Met name de risico's van een plasbrand (een brandende plas) en een BLEVE (gasexplosie) moeten beschouwd worden.

In de toelichting moet ook aandacht besteedt worden aan het groepsrisico in gebieden binnen 1500 meter van de spoorweg Groningen-Zuidbroek. 4.3.2

Toetsing De omgeving van het plangebied is geïnventariseerd met behulp van de risicokaart van de provincie Groningen. Er treden geen wijzigingen op met betrekking tot het plaatsgebonden risico en groepsrisico. Gezien de grote afstanden is verdere analyse bij de kleine planologische wijzigingen niet noodzakelijk.

4.3.2.1 Harkstede - Hamweg 106 In het plangebied treden geen veranderingen op met betrekking tot externe veiligheid. Er zijn geen risicovolle inrichtingen en/of risicovolle infrastructuur aanwezig en ook geen wijzigingen in het plaatsgebonden risico en groepsrisico. 4.3.2.2 Kolham - Hoofdweg 38 In het plangebied treden geen veranderingen op met betrekking tot externe veiligheid. Er zijn geen risicovolle inrichtingen en/of risicovolle infrastructuur aanwezig en ook geen wijzigingen in het plaatsgebonden risico en groepsrisico. 4.3.2.3 Muntendam - Daaleweg In het plangebied treden geen veranderingen op met betrekking tot externe veiligheid. Er zijn geen risicovolle inrichtingen en/of risicovolle infrastructuur aanwezig en ook geen wijzigingen in het plaatsgebonden risico en groepsrisico. 4.3.2.4 Sappemeer - Noorderstraat 325 In het plangebied treden geen veranderingen op met betrekking tot externe veiligheid. Er zijn geen risicovolle inrichtingen en/of risicovolle infrastructuur aanwezig en ook geen wijzigingen in het plaatsgebonden risico en groepsrisico. 4.3.2.5 Sappemeer - Noorderstraat 232 In het plangebied treden geen veranderingen op met betrekking tot externe veiligheid. Er zijn geen risicovolle inrichtingen en/of risicovolle infrastructuur aanwezig en ook geen wijzigingen in het plaatsgebonden risico en groepsrisico.

33

Verzamelbestemmingsplan 2022 (vastgesteld)

4.3.2.6 Siddeburen - Hoofdweg 23 In het plangebied treden geen veranderingen op met betrekking tot externe veiligheid. Er zijn geen risicovolle inrichtingen en/of risicovolle infrastructuur aanwezig en ook geen wijzigingen in het plaatsgebonden risico en groepsrisico. 4.3.2.7 Slochteren - Hoofdweg 120 In het plangebied treden geen veranderingen op met betrekking tot externe veiligheid.Er zijn geen risicovolle inrichtingen en/of risicovolle infrastructuur aanwezig en ook geen wijzigingen in het plaatsgebonden risico en groepsrisico. 4.3.2.8 Westerbroek - Oudeweg 107 In het plangebied treden geen veranderingen op met betrekking tot externe veiligheid. Er zijn geen risicovolle inrichtingen en/of risicovolle infrastructuur aanwezig en ook geen wijzigingen in het plaatsgebonden risico en groepsrisico. 4.3.2.9 Zuidbroek - Vlaslaan In het plangebied treden geen veranderingen op met betrekking tot externe veiligheid. Er zijn geen risicovolle inrichtingen en/of risicovolle infrastructuur aanwezig en ook geen wijzigingen in het plaatsgebonden risico en groepsrisico.

4.3.3

Conclusie Het verzamelbestemmingsplan is wat betreft het aspect externe veiligheid uitvoerbaar.

4.4

Water

4.4.1

Inleiding Het opnemen van een waterparagraaf in een bestemmingsplan is wettelijk verankerd in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en het overleg met het waterschap wordt gevoerd op basis van artikel 3.1.1 Bro. In die paragraaf dient te worden uiteengezet wat voor gevolgen het plan in kwestie heeft voor de waterhuishouding, dat wil zeggen het grondwater en het oppervlaktewater. Het waterbeleid, zoals opgenomen in het Nationaal Waterplan 2016-2021 geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. Het kabinet zet hiermee in op een robuust en toekomstgericht inrichten van het watersysteeem, gericht op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart. Keur Waterschap Voor alle aanpassingen aan de waterhuishouding, zoals genoemd in de keur, is ook een watervergunning van het waterschap vereist. In de keur van waterschap Hunze en Aa's (2010) is ook opgenomen dat binnen het beheersgebied zonder vergunning van het bestuur geen verhard oppervlak mag worden aangebracht, voor zover dit leidt tot een versnelde afvoer richting oppervlaktewaterlichamen. Hierbij geldt binnen de bebouwde kom een norm van 150 m² en daarbuiten 1500 m².

Bij nieuwe verharding met een oppervlak boven deze normen zullen compenserende maatregelen moeten worden genomen. Daarnaast zijn er in de keur ook regels opgenomen over beschermingszone langs (boezem)kades en beschermings- en obstakelvrije zones langs hoofdwatergangen. De beschermingszones worden aangegeven of omschreven in de legger. Bij het ontbreken van een legger geldt als beschermingszone een strook van 5 meter, waarbij de 5 meter moet worden

34

Verzamelbestemmingsplan 2022 (vastgesteld)

gerekend vanaf de insteek of de teen van het waterstaatswerk. Als een onderhoudsstrook aanwezig is dan hoort die bij het waterstaatswerk en niet bij de beschermingszone. Notitie Stedelijk Waterbeheer In 2011 heeft het waterschap Hunze en Aas de notitie Stedelijk Waterbeheer vastgesteld. Hierin zijn doelstellingen en aandachtspunten geformuleerd inzake het stedelijk waterbeheer, waarbij alle betrokken partijen hun rol moeten pakken, waaronder de gemeenten in hun ruimtelijke plannen. Dit gebeurt mede door de verplichte waterparagraaf in bestemmingsplannen, met als doelstelling: “Water wordt door overheden, stedenbouwkundigen en projectontwikkelaars geaccepteerd en gehanteerd als ordenend principe. Het waterschap is de vanzelfsprekende wateradviseur bij locatiekeuze en inrichting.“ Aandachtspunten in de notitie die relevant zijn voor bestemmingsplannen zijn:

4.4.2

Onderwerp

Probleem

Oplossingsrichting

Ruimte voor water

Onvoldoende inspelen op Waterschap eerder betrekken, wateraspecten bij ruimtelijke deskundigheid gebruiken. plannen, wateroverlast, slechte waterkwaliteit in nieuwe gebieden.

Taakverdeling

Onduidelijkheid voor gemeenten en burgers.

Heldere afspraken, eenduidigheid, helder communiceren over taken en verwachtingen.

Watersysteem

Slechte waterkwaliteit, wateroverlast, vervuilde waterbodem, weinig natuurvriendelijke oevers, verstoring watersysteem.

Duurzame inrichting, basisinspanning/waterkwaliteitsspoor intensiveren, alternatieve oplossingen, aanpak diffuse bronnen, wateroverlastmaatregelen met gemeente, oplossingen op maat, herstel watersysteem.

Toetsing Het bestemmingsplan is primair conserverend van karakter, waarbij de bestaande functies worden bestemd. Er worden geen wezenlijke veranderingen in de waterhuishouding voorzien. Grootschalige ontwikkelingen zijn op grond van dit bestemmingsplan aldus niet mogelijk. Zowel bij de ontwikkelingen bij recht als bij de ontwikkelingen na wijziging van het bestemmingsplan dienen de beleidsuitgangspunten van het Waterplan (waaronder afnemen watertoets) te worden nagekomen. Het toevoegen van nieuwe bebouwing of verharding in de bebouwde kom (met een groter oppervlakte dan 150 m2) en in het buitengebied (bij een oppervlakte groter dan 1.500 m2) zal dan ook gecompenseerd moeten worden met waterberging. In het gebied bevinden zich geen grondwaterbeschermingsgebieden. Onderstaand wordt ingegaan op de percelen in het plangebied. Het gaat in het verzamelbestemmingsplan om de gebruikswijziging voor de bestaande bebouwing. Er wordt geen extra bebouwing toegestaan ten opzichte van de bestaande regels. Er zijn met betrekking tot water (en afvoer) geen aanvullende maatregelen nodig. Dorp

Adres

Situatie

Harkstede

Hamweg 106

Bestaande woning en bijgebouw

Kolham

Hoofdweg 38

Bestaande woning en bijgebouw

Muntendam

Daaleweg

Bestaand mestbassin

Sappemeer

Noorderstraat 325

Bestaande woning en bijgebouw

Sappemeer

Noorderstraat 232

Bestaand woning/bijgebouw

35

Verzamelbestemmingsplan 2022 (vastgesteld)

Siddeburen

Hoofdweg 23

Herbouw woning

Slochteren

Hoofdweg 120

Bestaande woning en bijgebouw

Westerbroek

Oudeweg 107

Bestaande woning en bijgebouw

Zuidbroek

Vlaslaan

Bestaande woonwijk op basis van bestemmingsplan.

Vooroverleg Het voorontwerpbestemmingsplan is in het kader van het vooroverleg voorgelegd aan het waterschap Hunze en Aa's. 4.4.3

Conclusie Het verzamelbestemmingsplan is voor wat betreft het aspect water uitvoerbaar.

4.5

Bodem

4.5.1

Inleiding De aanwezige milieuhygiënische bodemkwaliteit behoort te passen bij het huidige of het toekomstige gebruik van de bodem. De bodemkwaliteit mag geen onaanvaardbaar risico opleveren voor de gebruikers van de bodem. Bovendien mag de bodemkwaliteit niet verslechteren door menselijk handelen (zorgplicht). Informatie over uitgevoerde bodemonderzoeken, bodemsaneringen en historisch verdachte locaties staan vermeld op de Bodeminformatiekaart (via www.bodemloket.n/kaartl). Grondverzet Voor toepassing van grond, bouwstoffen en baggerspecie gelden de regels van het Besluit bodemkwaliteit. Een deel van de regels voor hergebruik van grond staan beschreven in de gemeentelijke de Nota bodembeheer Midden-Groningen 2020. Bodemtoets Bij graafwerkzaamheden, bouwactiviteiten, uitbreiding of verandering van (bedrijfs-) activiteiten dient de initiatiefnemer bij de gemeente na te gaan of een actueel bodemonderzoek ingediend moet worden of niet.

4.5.2

Toetsing Locaties in het plan zijn getoetst met betrekking tot het aspect bodem. Voor een aantal adressen zal bij bepaalde activiteiten de bodemkwaliteit in beeld moeten worden gebracht. Voor de overige adressen kan worden veronderstelt dat de bodemkwaliteit geen belemmeringen vormt voor de plan voornemens. Hieronder volgt een overzicht van de toetsing. Harkstede

Hamweg 106

Bij graafwerkzaamheden, bouwactiviteiten of starten/beëindigen van bedrijfsactiviteiten dient de initiatiefnemer na te gaan of de bodemkwaliteit voldoende in beeld is gebracht of dat er een actueel bodemonderzoek ingediend moet worden.

Kolham

Hoofdweg 38

Geen bodemonderzoek vereist.

Muntendam

Daaleweg

Geen bodemonderzoek vereist.

36

Verzamelbestemmingsplan 2022 (vastgesteld)

4.5.3

Sappemeer

Noorderstraat 325

Bij graafwerkzaamheden, bouwactiviteiten of starten/beëindigen van bedrijfsactiviteiten dient de initiatiefnemer na te gaan of de bodemkwaliteit voldoende in beeld is gebracht of dat er een actueel bodemonderzoek ingediend moet worden.

Sappemeer

Noorderstraat 232

Bij graafwerkzaamheden, bouwactiviteiten of starten/beëindigen van bedrijfsactiviteiten dient de initiatiefnemer na te gaan of de bodemkwaliteit voldoende in beeld is gebracht of dat er een actueel bodemonderzoek ingediend moet worden.

Siddeburen

Hoofdweg 23

Bij graafwerkzaamheden, bouwactiviteiten of starten/beëindigen van bedrijfsactiviteiten dient de initiatiefnemer na te gaan of de bodemkwaliteit voldoende in beeld is gebracht of dat er een actueel bodemonderzoek ingediend moet worden.

Slochteren

Hoofdweg 120

Geen bodemonderzoek vereist.

Westerbroek

Oudeweg 107

Bij graafwerkzaamheden, bouwactiviteiten of starten/beëindigen van bedrijfsactiviteiten dient de initiatiefnemer na te gaan of de bodemkwaliteit voldoende in beeld is gebracht of dat er een actueel bodemonderzoek ingediend moet worden.

Zuidbroek

Vlaslaan

Bij graafwerkzaamheden, bouwactiviteiten of starten/beëindigen van bedrijfsactiviteiten dient de initiatiefnemer na te gaan of de bodemkwaliteit voldoende in beeld is gebracht of dat er een actueel bodemonderzoek ingediend moet worden.

Conclusie Het verzamelbestemmingsplan is wat betreft het aspect bodem uitvoerbaar.

37

Verzamelbestemmingsplan 2022 (vastgesteld)

4.6

Luchtkwaliteit en geur

4.6.1

Inleiding In hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (Wm) zijn de grenswaarden op het gebied van de luchtkwaliteit vastgelegd. Daarbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2), fijn stof (PM10) en zeer fijn stof (PM2,5) van belang. Grenswaarden ten aanzien van de jaargemiddelde concentratie betreffen 40 µg/m3 voor zowel NO2 als PM10 en 25 µg/m3 voor PM2,5. Projecten met een invloed van 'niet in betekenende mate' (nibm) op de luchtkwaliteit zijn verder vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden. Op grond van de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) zijn (onder andere) de volgende projecten vrijgesteld van toetsing: woningbouwprojecten met minder dan 1.500 woningen; projecten die leiden tot minder dan 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 µg/m3 NO2 of PM10). Deze grens komt overeen met 1.401 auto's dan wel 109 vrachtwagens per weekdagetmaal. PM10 en PM2,5 zijn overigens sterk gerelateerd, aangezien PM2,5 onderdeel uitmaakt van de emissie van PM10. Als aan PM10 wordt voldaan, mag daarom worden aangenomen dat ook de grenswaarde van PM2,5 niet wordt overschreden.

4.6.2

Toetsing De planvoornemens voor de verschillende adressen zoals meegenomen in dit verzamelbestemmingplan betreffen met name ambtelijke wijzigingen en blijven ruimschoots onder de hierboven genoemde grenzen. Dit verzamelplan leidt dan ook niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit van meer dan 3%.

4.6.3

Conclusie Het verzamelplan is wat betreft het aspect luchtkwaliteit uitvoerbaar.

4.7

Ecologie

4.7.1

Inleiding Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. De Wet natuurbescherming voorziet in vereenvoudigde regels ter bescherming van de natuur, decentralisatie van bevoegdheden naar provincies en een goede aansluiting op het omgevingsrecht. De volgende gebieden genieten bescherming op grond van de Wet natuurbescherming: Natura 2000-gebieden (Vogel- en Habitatrichtlijngebied); staatsnatuurmonumenten (gebieden in eigendom van de staat); beschermde natuurmonumenten (gebieden die in eigendom zijn van particulieren, waaronder terreinbeheerders); Wetlands. Ook de provincie heeft gebieden aangewezen waarbinnen beschermende regels gelden ten aanzien van het behoud van ecologische waarden. In de omgevingsverordening zijn voor enkele van deze aspecten, waaronder Natuur Netwerk Nederland en Bos- en natuurgebieden buiten het Natuur Netwerk Nederland, bindende regels opgenomen. Leidraad Gemeente Midden-Groningen De gemeente Midden-Groningen heeft in 2017 een leidraad met bijbehorende themakaarten opgesteld dat als handreiking dient voor ruimtelijk beleid en inzicht geeft in de ecologische waarden in de gemeente Midden-Groningen. Met behulp van de leidraad kan een goed beeld worden verkregen van de natuurwaarden in de gemeente.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12803104/1