03. Verzamelbestemmingsplan 2021
Tekst van het document
8.6
Wijzigingsbevoegdheid Het bevoegd gezag kan het plan wijzigen door: a. de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 2 te doen vervallen, indien op basis van onderzoek door een daartoe bevoegde instantie is aangetoond dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn. b. aan gronden alsnog de medebestemming Waarde - Archeologie 2 toe te kennen indien uit archeologisch onderzoek blijkt dat de begrenzing van de gronden met deze
81
Verzamelbestemmingsplan 2021 (vastgesteld)
medebestemming, gelet op ter plaatse aanwezige archeologisch waarden, aanpassing behoeft.
82
Verzamelbestemmingsplan 2021 (vastgesteld)
Artikel 9 9.1
Waarde - Archeologie - 3
Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie - 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende basisbestemming(en) en eventuele dubbelbestemmingen, mede bestemd voor: a. de bescherming en veiligstelling van archeologische (verwachtings)waarden; met de daarbij behorende additionele voorzieningen.
9.2
Specifieke gebruik sregels Het gebruik waarbij sprake is van een permanente verlaging van het waterpeil, is alleen mogelijk indien rekening is gehouden met het belang van de archeologische waarden. Dit is het geval indien: a. op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe bevoegde instantie is aangetoond dat geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; b. op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe bevoegde instantie is aangetoond dat de archeologische waarden door werken en/of werkzaamheden niet onevenredig worden geschaad; c. één of meer van de volgende voorwaarden in acht wordt genomen: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. een verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek door middel van opgravingen; 3. een verplichting de werken en/of werkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg.
9.3
Bouwregels a. Voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 200 m², moet alvorens een omgevingsvergunning voor activiteiten wordt verleend, door de aanvrager een rapport worden overlegd waarin, naar het oordeel van het bevoegd gezag: 1. de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld; en 2. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd. b. Indien uit het in 9.3 sub a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meer van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties; c. Indien het bevoegd gezag voornemens is om aan de vergunning voorwaarden te verbinden als bedoeld in 9.3 sub b, wordt een archeologische deskundige om advies gevraagd; d.
De voorwaarden als bedoeld in 9.3 gelden niet indien het bouwwerk ter vervanging van een bestaand bouwwerk wordt opgericht en de oppervlakte buiten de oorspronkelijke locatie ten hoogste 200 m² bedraagt.
83
Verzamelbestemmingsplan 2021 (vastgesteld)
9.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 9.4.1
Vergunningplicht Het is verboden op of in de voor Waarde - Archeologie - 3 aangewezen gronden zonder of in afwijking van een omgevingsgunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het ontgronden, afgraven, egaliseren en ophogen van gronden over een oppervlakte groter dan 200 m²; b. het mengen, diepploegen, ontginnen van gronden over een oppervlakte groter dan 200 m² en dieper dan 45 cm; c. het graven of dempen van watergangen; d. het dempen van kolken; e. het graven van sleuven breder dan 50 cm en dieper dan 100 cm ten behoeve van het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatieleidingen, drainage en funderingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur;
9.4.2
Voorwaarden vergunning Een vergunning als bedoeld in 9.4.1 wordt slechts verleend indien: a. op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe bevoegde instantie is aangetoond dat geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, of; b. op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe bevoegde instantie is aangetoond dat de archeologische waarden door de werken en/of werkzaamheden niet onevenredig worden geschaad, of; c. één of meer van de volgende voorwaarden in acht genomen wordt: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties; d. Indien het bevoegd gezag voornemens is om aan de vergunning voorwaarden te verbinden als bedoeld in 9.4.2 sub c, wordt een archeologische deskundige om advies gevraagd.
9.4.3
Uitzondering vergunningplicht Het verbod als bedoeld in 9.4.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden die: a. het normaal (agrarisch) onderhoud betreffen; b. die op basis van het voorheen geldende plan niet vergunningplichtig waren en die reeds in uitvoering ten tijde van de inwerkingtreding van het plan; c. mogen worden uitgevoerd krachtens een ten tijde van de inwerkingtreding van het plan reeds verleende omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden; d. die in het kader van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd; e. worden uitgevoerd ten behoeve van vergunningsplichtige bouwactiviteiten.
9.5
Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen op basis van artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening één of meerdere bestemmingsvlakken met de dubbelbestemming Waarde - Archeologie - 3 geheel of gedeeltelijk laten vervallen, indien: a. uit archeologisch onderzoek is gebleken dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; b. uit nader archeologisch onderzoek zodanig geringe archeologische waarden zijn gebleken dat bescherming daarvan in het bestemmingsplan redelijkerwijs niet langer noodzakelijk is; c. ingevolge de regels bij deze bestemming vergunde activiteiten hebben plaatsgevonden
84
Verzamelbestemmingsplan 2021 (vastgesteld)
waardoor de archeologische waarden ter plaatse zijn opgeheven of niet langer bescherming behoeven.
85
Verzamelbestemmingsplan 2021 (vastgesteld)
Artikel 10 10.1
Waarde - Cultuurhistorie - Karakteristiek
Bestemmingsomschrijving De voor Waarde - Cultuurhistorie - Karakteristiek aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor behoud, bescherming en herstel van karakteristieke objecten.
10.2
Bouwregels In afwijking van het bepaalde in de andere voorkomende bestemming(en), gelden voor het bouwen de volgende regels: a. ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' is het niet toegestaan de bestaande goot- en bouwhoogte, kapvorm en oppervlakte van het bouwwerk, alsmede de bestaande gevelindeling en de bestaande ligging te wijzigen. b. het bepaalde onder a. geldt niet voor bouwwerken waarvoor reeds een sloopvergunning voor het slopen van het gehele bouwwwerk is verleend en de sloop is uitgevoerd.
10.3
Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 10.2 en toestaan dat de goot- of bouwhoogte, kapvorm of oppervlakte, de gevelindeling en/of de ligging wordt gewijzigd, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de karakteristieke verschijningsvorm van het bouwwerk en er rekening wordt gehouden met ligging en context van het bestaande bouwwerk.
10.4
Omgevingsvergunning voor het slopen
10.4.1 Vergunningplicht Het is niet toegestaan hoofdgebouwen alsmede de in de bijlage Karakteristieke gebouwen opgenomen andere bouwwerken binnen de bestemming Waarde - Cultuurhistorie Karakteristiek geheel of gedeeltelijk zonder, of in afwijking van, een omgevingsvergunning te slopen. 10.4.2 Voorwaarden vergunningverlening algemeen a. Een omgevingsvergunning als bedoeld in 10.4.1 wordt voor bouwwerken en delen van bouwwerken uitsluitend verleend als: 1. sprake is van een algemeen belang waarvoor het karakteristieke bouwwerk moet wijken; of, 2. met onderzoek wordt aangetoond dat zinvol (her)gebruik van het karakteristieke bouwwerk overeenkomstig de geldende bestemming of een andere, uit een oogpunt van goede ruimtelijke ordening, passende bestemming objectief gezien niet mogelijk is en het belang van de vergunningaanvrager bij sloop van het bouwwerk in redelijkheid dient te prevaleren boven het cultuurhistorisch belang bij behoud ervan.
De aanvrager van een omgevingsvergunning dient daartoe een rapport van een onafhankelijke deskundige te overleggen, dat ingaat op: de bouwkundige en gebruikstechnische staat van het bouwwerk; de mate waarin het bouwwerk geschikt is of door het treffen van voorzieningen geschikt kan worden gemaakt voor zinvol (her)gebruik overeenkomstig de geldende bestemming of een andere, uit een oogpunt van goede ruimtelijke ordening, passende bestemming en de cultuurhistorische waarde van het bouwwerk, of 3. de karakteristieken van het bouwwerk niet langer aanwezig zijn en herstel alleen mogelijk is door ingrijpende wijzigingen aan het bouwwerk; of, 4. het om delen van een bouwwerk gaat die op zichzelf niet als karakteristiek zijn aan te merken en door sloop van deze delen er geen sprake is onevenredige aantasting van de karakteristieke hoofdvorm; of 5. het om delen van een bouwwerk gaat die wel als karakteristiek zijn aan te merken,
86
Verzamelbestemmingsplan 2021 (vastgesteld)
maar worden vervangen door gelijkwaardige karakteristieke delen en de karakteristiek van het bouwwerk daardoor niet wordt aangetast. b. Het aanleveren van een rapport als bedoeld in lid a 2 is niet nodig als, volgens het oordeel van burgemeester en wethouders, op basis van andere beschikbare informatie voldoende duidelijk is dat het bouwwerk niet geschikt is of geschikt te maken is voor zinvol (her)gebruik. c. In het geval dat sloop van volledige gebouwen of andere bouwwerken op grond van het bepaalde in lid a sub 2 of 3 mogelijk is, is het noodzakelijk dat de aanvraag om sloopvergunning ook voorziet in: 1. een plan voor de herinrichting van de locatie met behoud van de ruimtelijke kwaliteit, dat tot stand is gekomen door de maatwerkmethode; 2. een schriftelijke verklaring en planning van de uitvoering van de sloop en herinrichting van de locatie. In de omgevingsvergunning wordt een voorschrift opgenomen waarin de termijn tot afronding van de herinrichting wordt vastgelegd. d. Als burgemeester en wethouders van plan zijn om een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 3.4.1 te verlenen, wordt de erfgoedcommissie om een schriftelijk advies gevraagd.
10.4.3 Voorwaarden vergunningverlening bedrijfsschuren karakteristiek e boerderijen In afwijking van het bepaalde in 10.4.2 wordt een omgevingsvergunning als bedoeld in 10.4.1 voor het slopen van (delen van) het bedrijfsgedeelte van het hoofdgebouw of andere bouwwerken die zijn genoemd in de lijst 'Karakteristieke gebouwen slechts verleend als: 1. sprake is van een algemeen belang waarvoor (delen van) het gebouw of ander bouwwerk, geen gebouw zijnde, moet wijken; 2. met onderzoek wordt aangetoond dat zinvol (her)gebruik van het bouwwerk overeenkomstig de geldende (agrarische) bestemming of een andere, uit een oogpunt van goede ruimtelijke ordening, passende bestemming, objectief gezien niet mogelijk is en het belang van de vergunningaanvrager bij sloop van het karakteristieke bouwwerk (waaronder karakteristieke boerderijen, karakteristieke bedrijfsschuren en andere karakteristieke gebouwen) in redelijkheid dient te prevaleren boven het cultuurhistorisch belang bij behoud ervan.
De aanvrager van een omgevingsvergunning dient daartoe een rapport van een onafhankelijke deskundige te overleggen, dat ingaat op: de bouwkundige en gebruikstechnische staat van het bouwwerk; de mate waarin het bouwwerk geschikt is of door het treffen van voorzieningen geschikt kan worden gemaakt voor zinvol (her)gebruik overeenkomstig de geldende bestemming of een andere, uit een oogpunt van goede ruimtelijke ordening, passende bestemming en de cultuurhistorische waarde van het bouwwerk, of 3. de karakteristieken van het bouwwerk niet langer aanwezig zijn en herstel alleen mogelijk is door ingrijpende wijzigingen aan het bouwwerk; of, 4. het om delen van een bouwwerk gaat die op zichzelf niet als karakteristiek zijn aan te merken en door sloop van deze delen er geen sprake is onevenredige aantasting van de karakteristieke hoofdvorm; of 5. het om delen van een bouwwerk gaat die wel als karakteristiek zijn aan te merken, maar worden vervangen door gelijkwaardige karakteristieke delen en de karakteristiek van het bouwwerk daardoor niet wordt aangetast. e.
In het geval dat sloop van volledige gebouwen of andere bouwwerken op grond van het bepaalde in lid a sub 2 of 3 mogelijk is, is het noodzakelijk dat de aanvraag om sloopvergunning ook voorziet in een plan voor de herinrichting van de locatie met behoud van de ruimtelijke kwaliteit, dat tot stand is gekomen door de maatwerkmethode; 10.5
Uitzonderingen vergunningplicht Het gestelde onder 8.4.110.4.1 is niet van toepassing voor zover het sloop betreft: a. b. c. d.
87
ten behoeve van gewoon onderhoud en herstel; van inpandige delen van een gebouw; ten behoeve van het uitvoeren van destructief onderzoek; die noodzakelijk is ter voorkoming van instortingsgevaar en daarbij sprake is van een acute
Verzamelbestemmingsplan 2021 (vastgesteld)
bedreiging van veiligheid van personen of beschadiging van omliggende bebouwing en andere maatregelen het instortingsgevaar niet kunnen voorkomen; e. van bouwwerken waarvoor reeds een sloopvergunning voor het slopen van het volledige bouwwerk is verleend. 10.6
Wijzigingsbevoegdheid
10.6.1 Aanpassen bestemming en aanduiding Burgemeester en wethouders kunnen de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie Karakteristiek', en de daarbij behorende bouwaanduidingen verwijderen als voldoende duidelijk is dat: a. een bouwwerk of delen van een bouwwerk niet of niet meer als karakteristiek kunnen worden beschouwd; 10.6.2 Voorwaarden Als burgemeester en wethouders voornemens zijn om de bestemming als bedoeld in lid 8.6.110.6.1 te wijzigen, wordt de erfgoedcommissie om een schriftelijk advies gevraagd.
Hoofdstuk 3
Artikel 11
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
88
Verzamelbestemmingsplan 2021 (vastgesteld)
Artikel 12 12.1
Algemene bouwregels
Algemeen a. De in de bestemming Hoofdstuk 2 opgenomen bepalingen ten aanzien van bouwgrenzen zijn niet van toepassing voor wat betreft overschrijdingen van bouwgrenzen en/of bouwperceelgrenzen met betrekking tot: 1. stoepen, stoeptreden en toegangsbruggen 2. plinten, pilasters, kozijnen, standleidingen voor hemelwater, gevelversieringen, wanden van ventilatiekanalen en schoorstenen, indien de overschrijding van de naar de weg gekeerde bouwgrens niet meer dan 0,5 meter bedraagt; 3. gevel- en kroonlijsten en overstekende daken, toegangen, portieken, hellingbanen, buitentrappen, erkers, balkons, galerijen en luifels, mits zij de bouwgrens met niet meer dan 0,5 meter overschrijden met dien verstande dat een bouwperceelgrens niet mag worden overschreden; 4. hijsinrichtingen aan tot bewoning bestemde gebouwen, voor zover deze hijsinrichtingen in geen enkele stand de voorgevel met meer dan 1 meter overschrijden. b. De in Hoofdstuk 2 opgenomen bepalingen ten aanzien van maatvoering van bouwwerken binnen een bouwvlak zijn niet van toepassing voor wat betreft overschrijdingen van de toegestane hoogte met betrekking tot: 1. vlaggenmasten, antennemasten en schoorstenen, die deel uitmaken van een gebouw, mogen de voor dat gebouw toegestane maximale hoogte met niet meer dan 5 meter overschrijden; 2.
Dakopbouwen ten behoeve van noodtrappen, luchtbehandelings- en liftinstallaties mogen niet hoger zijn dan 3,50 meter en mogen geen grotere oppervlakte hebben dan een derde van de oppervlakte van het dak, waarop zij worden geplaatst.
12.2
Ondergronds bouwen
12.2.1 Bouwregels a. Ondergrondse bouwwerken mogen worden gerealiseerd binnen de bouwvlakken in de bestemming Hoofdstuk 2 en binnen de direct omringende erven waar de bijgebouwen mogen worden opgericht, enkel onder de gebouwen die daar zijn of worden opgericht; b. indien in de bestemming is aangegeven dat ondergronds dan wel bovengronds bouwen niet is toegestaan, mag niet ondergronds worden gebouwd, dit geldt niet voor het bepaalde in 12.1 onder c
89
Verzamelbestemmingsplan 2021 (vastgesteld)
Artikel 13 13.1
Algemene gebruiksregels
Strijdig gebruik Tot een gebruik strijdig met het bestemmingsplan, zoals bedoeld in artikel 2.1 lid 1 sub c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van de gronden, bouwwerken, voertuigen, vaartuigen en andere al dan niet drijvende constructies als seksinrichting; b. het gebruik van de gronden en bouwwerken die zijn bestemd voor wonen ten behoeve van (bedrijfsmatige) kamerverhuur; c. het gebruik van woningen anders dan voor één huishouden. d. het gebruik van gronden als woonwagenstandplaats.
90
Verzamelbestemmingsplan 2021 (vastgesteld)
Artikel 14
14.1
Algemene aanduidingsregels
Gebiedsaanduidingen
14.1.1 geluidzone - weg Ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - weg' mag alleen worden gebouwd indien voor de geluidbelasting vanwege een weg kan worden voldaan aan de voorkeurgrenswaarde van de Wet geluidhinder, dan wel na afgifte van een hogere waarde kan worden voldaan aan genoemde wet. 14.1.2 veiligheidszone - vervoer gevaarlijke stoffen Ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - vervoer gevaarlijke stoffen' is het in afwijking van Hoofdstuk 2 niet toegestaan objecten ten behoeve van minder zelfredzame personen te bouwen of in gebruik te nemen in verband met het tegengaan van een te hoog veiligheidsrisico voor kwetsbare objecten en beperkt kwetsbare objecten.
91
Verzamelbestemmingsplan 2021 (vastgesteld)
Artikel 15
15.1
Algemene afwijkingsregels
Afwijkingsbevoegdheid Voorzover het niet op grond van een andere bepaling van de planregels kan worden toegestaan, kan het bevoegd gezag een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van de bepalingen in Hoofdstuk 2, met uitzondering van Wonen - 1A, voor:
a. het afwijken van de voorgeschreven maten, afmetingen en percentages met ten hoogste 10% van de voorgeschreven maten, afmetingen en percentages, slechts indien: 1. tijdens of na realisatie van een bouwwerk blijkt dat het bouwwerk niet voldoet aan de voorgeschreven maten, afmetingen of percentages; 2. na vaststelling van het plan gewijzigde bouwregelgeving hiertoe noodzaakt geeft; b. de maten en eigenschappen van gebouwen: 1. ten behoeve van de onderlinge architectonische afstemming van op hetzelfde bouwperceel gelegen gebouwen, mits: de hoogte van bijgebouwen niet meer gaat bedragen dan de hoogte van het hoofdgebouw of woongebouw; de voor gebouwen toegestane oppervlakte niet wordt overschreden; c. de hoogte van gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde in verband met het bouwen op een hoger peil: 1. met ten hoogste 1 meter; 2. teneinde de hoogte van de begane grondvloer in overeenstemming te brengen met omringende bebouwing; 3. teneinde voldoende drooglegging te creëren ten opzichte van de grondwaterspiegel; d. de maximale (goot)hoogte van gebouwen ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals dakopbouwen, schoorstenen, luchtkokers, liftkokers en lichtkappen, mits: 1. de oppervlakte van de vergroting niet meer dan eenderde van de oppervlakte van het dak bedraagt; 2. de hoogte niet meer dan 1,25 maal de maximale (bouw)hoogte van het betreffende gebouw bedraagt; e.
de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde: 1. tot een hoogte van ten hoogste 40 meter voor sirenemasten en/of antennemasten ten behoeve van commerciële mobiele telecommunicatie; 2. tot een hoogte van ten hoogste 10 meter voor overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, niet zijnde een reclamemast; f. bouwen in afwijking van de plaats en de richting van bebouwings- en bestemmingsgrenzen: 1. tot ten hoogste 1,50 meter: in verband met afwijkingen van de verbeelding ten opzichte van de feitelijke situatie of anderszins een meetverschil of de situatie ter plekke daartoe aanleiding geeft; 2. ten behoeve van stoepen, toegangen, portieken, hellingbanen, buitentrappen, erkers, balkons, galerijen, luifels, lift- en trappenhuizen alsmede naar de aard vergelijkbare delen van bouwwerken; g. het oprichten van bouwwerken van openbaar nut, zoals abri's, telefooncellen, schuilhutten, transformatorhuisjes, gasreduceerstations, onder- en bovengrondse verzamelcontainers voor afval, flessen, oud papier e.d., en naar de aard daarmee gelijk te stellen gebouwen en bouwwerken: 1. tot een maximale inhoud van 200 m³ en 50 m³ voor schuilhutten en abri's; 2. tot een hoogte van ten hoogste 4 meter; h. het oprichten van kleine, niet voor bewoning bestemde, gebouwtjes voor zakelijke doeleinden, zoals kiosken en naar aard en omvang daarmee gelijk te stellen gebouwtjes tot een maximale inhoud van 50 m³; i.
het realiseren van voorzieningen ten behoeve van de verkeers- en waterinfrastructuur en de
92
Verzamelbestemmingsplan 2021 (vastgesteld)
waterhuishouding; het realiseren van visstoepen, tewaterlaatplaatsen voor vaartuigen, waterinnamepunten ten behoeve van brandweer en landbouw en daarmee gelijk te stellen voorzieningen; k. het oprichten van geluidwerende voorzieningen met een hoogte van ten hoogste 4 meter; l. het oprichten van gedenktekens, beeldhouwwerken en andere kunstobjecten, allen geen gebouw zijnde tot een hoogte van ten hoogste 6 meter; m. geringe aanpassingen van het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling: 1. indien de verkeersveiligheid en/of –intensiteit daartoe aanleiding geven; 2. voorzover de aanpassing niet buiten de betreffende bestemming wordt uitgevoerd en niet leidt tot overschrijding van de voorkeursgrenswaarde dan wel de hogere grenswaarde op enig geluidsgevoelig object; 3. voorzover de aanpassing niet leidt tot een afwijking van het 'dwarsprofiel' dat ter plaatse is aangegeven; n. het innemen van een standplaats zoals bedoeld in de Algemene Plaatselijke Verordening; o. het houden van terugkerende strijdige evenementen, onder de volgende voorwaarden: 1. een evenement mag per keer niet langer duren dan 2 weken; 2. een evenement mag niet vaker plaatsvinden dan 6 maal per kalenderjaar; 3. een evenement dat vaker in een jaar plaatsvindt, mag in totaal niet langer dan 30 dagen beslaan; 4.
de opbouw en de afbraak van eventuele tijdelijke bouwwerken ten behoeve van een evenement moet plaatsvinden in een periode van niet meer dan 30 dagen; 5. het evenement mag niet tot gevolg hebben dat de gronden en/of opstallen na afloop van het evenement ongeschikt zijn voor gebruik conform de geldende bestemming; p. het gebruik van gronden als tijdelijk kampeerterrein voor mobiele kampeermiddelen ten behoeve van een evenement, dan wel ten behoeve van een groep met een gemeenschappelijk doel ten tijde van dit kamperen, zoals een schoolkamp, een familiekamp of een sport- of verenigingskamp, onder de volgende voorwaarden: 1. het kamperen, vindt verdeeld over ten hoogste 2 perioden, gedurende ten hoogste 10 al dan niet aaneengesloten dagen per jaar plaats; 2. de in sub 1 genoemde periode(n) vindt/vinden plaats in de periode van 15 maart tot en met 31 oktober; 3. buiten de in sub 1 genoemde kampeerperiode mogen geen kampeermiddelen op de gronden aanwezig zijn; 4. de afwijkingsbevoegdheid wordt niet toegepast op gronden die zijn voorzien van de bestemming “Natuur” of een bestemming van een gelijke strekking; q. het exploiteren van een mini-camping, mits wordt voldaan aan hetgeen is gesteld in de 'voorwaarden minicampings'; r.
voor ondergrondse bouwwerken die minder dan 1 meter buiten het buitenwerk van het bovengronds gelegen gebouw worden gerealiseerd kan het bevoegd gezag een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van 12.2.1 verlenen ten behoeve van ondergrondse bouw buiten de oppervlakte van bovengronds gelegen gebouwen, met inachtneming van de volgende voorwaarden: 1. de kelder volledig is gelegen beneden peil; 2. de afstand tot de zijdelingse perceelgrens en de openbare weg bedraagt ten minste 1 meter, met dien verstande dat in geval van kelderbouw in belendende percelen in de zijdelingse perceelgrens mag worden gebouwd; 3. kelders mogen niet worden voorzien van een dakraam of lichtkoepel. j.
15.2
Voorwaarden aan de omgevingsvergunning a. Het bevoegd gezag kan bij de verlening van een omgevingsvergunning als bedoeld in 15.1 voorwaarden stellen ten aanzien van de afmetingen en situering van bouwwerken om een ruimtelijk verantwoorde plaatsing ten opzichte van de omgeving te waarborgen. b. Het bevoegd gezag kan bij de verlening van de omgevingsvergunning als bedoeld in 15.1 sub q de voorwaarde stellen om afschermende beplantingsranden met inheemse soorten aan te brengen.
93
Verzamelbestemmingsplan 2021 (vastgesteld)
c. Bij de toepassing van de in dit plan genoemde afwijkingsregels dient in ieder geval in acht te worden genomen dat: 1. het verlenen van de omgevingsvergunning niet leidt tot aantasting van de samenhang in het straat- en bebouwingsbeeld; 2. het verlenen van de omgevingsvergunning niet leidt tot verkeersonveilige situaties; 3. het verlenen van de omgevingsvergunning niet leidt tot een ruimtelijke situatie die onoverzichtelijk en niet sociaal controleerbaar is; 4. het verlenen van de omgevingsvergunning niet leidt tot beperking van de gebruiksmogelijkheden op aangrenzende gronden en/of binnen andere bestemmingen. Van belang daarbij kunnen zijn de bezonningssituatie, lichttoetreding, zichtlijnen of mogelijkheden tot voortzetting c.q. uitbreiding van een bestaand bedrijf; 5. bij het verlenen van de omgevingsvergunning rekening wordt gehouden met de milieu-aspecten, zoals hinder voor omwonenden en een verkeersaantrekkende werking. 15.3
Mantelzorg Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in het plan ten behoeve van het tijdelijk plaatsen en het gebruik van een vrijstaande unit voor de huisvesting in verband met mantelzorg, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: een mantelzorgunit mag alleen worden geplaatst op een bouwperceel waar een (bedrijfs)woning aanwezig is; een verzoek om toepassing van deze afwijkingsmogelijkheid wordt schriftelijk ingediend en uit de aanvraag blijkt de behoefte aan mantelzorg van de persoon of personen die de mantelzorg ontvang(t)en; de oppervlakte van de mantelzorgunit wordt niet betrokken bij de maximaal toegestane gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij een woning; er is geen sprake van zelfstandige bewoning; er is verzekerd dat de mantelzorgunit na beëindiging van de mantelzorg weer wordt verwijderd; er vindt geen splitsing van eigendom van het betreffende perceel plaats; er wordt geen onevenredige afbreuk gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de verkeersveiligheid en gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden.
94
Verzamelbestemmingsplan 2021 (vastgesteld)
Artikel 16
16.1
Algemene wijzigingsregels
Algemene wijzigingsvoorwaarden Bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheden in dit plan vindt een evenredige belangenafweging plaats waarbij in ieder geval betrokken worden: de mate waarin de belangen van gebruikers en/of eigenaren van de aanliggende gronden kunnen worden geschaad; de mate waarin de uitvoerbaarheid is aangetoond, waaronder begrepen de toelaatbaarheid op het gebied van milieu, externe veiligheid, waterhuishouding, ecologie en archeologie; de mate waarin de landschappelijke inpasbaarheid is aangetoond; de mate waarin de verkeerssituatie wordt beïnvloed, waaronder begrepen de gevolgen voor de infrastructuur.
95
Verzamelbestemmingsplan 2021 (vastgesteld)
Artikel 17
Overige regels
Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden 17.1
Parkeerregeling Indien een aanvraag om een omgevingsvergunning aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan parkeerplaatsen wordt de omgevingsvergunning slechts verleend indien; a. in voldoende mate wordt voorzien in ruimte voor parkeren; b. de beoordeling of in voldoende mate wordt voorzien in ruimte voor het parkeren of stallen van auto's in, op of onder het gebouw, zoals gesteld onder sub a., wordt op basis van de door de CROW vastgestelde richtlijnen (publicatie 381 - december 2018, of de meest actuele uitgave), dan wel aan de hand van de van toepassing zijnde beleidsregels van de gemeente Midden-Groningen ten aanzien van parkeren bepaald.
17.2
Laden en lossen Indien een planvoornemen aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan laad- en losvoorzieningen wordt een omgevingsvergunning voor het bouwen of voor een gebruiksverandering slechts verleend indien; a. in voldoende mate wordt voorzien in ruimte voor het laden en lossen van goederen, aan, in, of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort, onverminderd het bepaalde elders in de regels van dit plan; b. van voldoende mate van laad- en losvoorzieningen voor het laden en lossen van goederen zoals bedoeld in sub a. is sprake indien is voldaan aan de normen zoals opgenomen in het ASVV 2012 (uitgave van het CROW), dan wel het geldende ASVV 2012 (uitgave van het CROW) zoals dat geldt op het tijdstip van indiening van de aanvraag als bedoeld in sub a. voor het bouwen en/of voor een gebruiksverandering en/of afwijking of het uitwerken of het wijzigen.
17.3
Afwijkingsbevoegdheid Het bevoegd gezag kan met inachtneming van 15.2 een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in de leden 17.1 en 17.2: a. indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit, of; b. voor zover op andere wijze in de benodigde parkeer- of stallingsruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien.
Hoofdstuk 4
Artikel 18 18.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht bouwwerken
Overgangsrecht bouwwerk en Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
96
Verzamelbestemmingsplan 2021 (vastgesteld)
18.2
Omgevingsvergunning voor afwijken Eenmalig kan een omgevingsvergunning worden verleend voor het afwijken van 18.1 voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met ten hoogste 10 %.
18.3
Uitzondering op het overgangsrecht bouwwerken 18.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
18.4
Overgangsrecht gebruik Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
18.5
Strijdig gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in 18.4, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
18.6
Verboden gebruik Indien het gebruik, bedoeld in het 18.4, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
18.7
Uitzondering op het overgangsrecht gebruik 18.4 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
97
Verzamelbestemmingsplan 2021 (vastgesteld)
Artikel 19
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het Verzamelbestemmingsplan 2021.
98
Verzamelbestemmingsplan 2021 (vastgesteld)
Bijlagen bij de regels
99
Verzamelbestemmingsplan 2021 (vastgesteld)
Bijlage 1
100
Staat van Bedrijven
Staat van Bedrijven – Gemengd
MILIEUCATEGORIE
OMSCHRIJVING
nummer
SBI-CODE
01
- LANDBOUW EN DIENSTVERLENING T.B.V. DE LANDBOUW
014
0 Dienstverlening t.b.v. de landbouw:
014
2 - algemeen (o.a. loonbedrijven), b.o < 500 m²
2
014
4 - plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven, b.o. < 500 m²
2
20 203, 204, 205
- HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, RIET, KURK E.D.
205 22 221
1 Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout, p.o. < 200 m2 Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken
3.1 2
- UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUKTIE VAN OPGENOMEN MEDIA Uitgeverijen (kantoren)
1
2222.6 2223
Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen A Grafische afwerking
2 1
2223
B Binderijen
2
2224
Grafische reproduktie en zetten
2
2225
Overige grafische activiteiten
2
223
Reproduktiebedrijven opgenomen media
1
30
- VERVAARDIGING VAN KANTOORMACHINES EN COMPUTERS
30
A Kantoormachines- en computerfabrieken incl. reparatie
33
- VERVAARDIGING VAN MEDISCHE EN OPTISCHE APPARATEN EN INSTRUMENTEN
33
A Fabrieken voor medische en optische apparaten en instrumenten e.d. incl. reparatie
2
2
36
- VERVAARDIGING VAN MEUBELS EN OVERIGE GOEDEREN N.E.G.
361
2 Meubelstoffeerderijen b.o. < 200 m2
1
362
Fabricage van munten, sieraden e.d.
2
3663.1
Sociale werkvoorziening
2
45 45
- BOUWNIJVERHEID 3 Aannemersbedrijven met werkplaats, b.o. < 1000 m2
52
- REPARATIE T.B.V. PARTICULIEREN
527 63 6322, 6323
Reparatie t.b.v. particulieren (excl. auto's en motorfietsen) - DIENSTVERLENING T.B.V. HET VERVOER Overige dienstverlening t.b.v. vervoer (kantoren)
2
1
1
633
Reisorganisaties
1
634 6312
Expediteurs, cargadoors (kantoren) Opslaggebouwen (alleen statische opslag)
1
65, 66, 67 65, 66, 67
- FINANCIELE INSTELLINGEN EN VERZEKERINGSWEZEN A Banken, verzekeringsbedrijven, beurzen
70
- VERHUUR VAN EN HANDEL IN ONROEREND GOED
1
2
1