03. Verzamelbestemmingsplan 2021
Tekst van het document
1.140
overkappingen elk bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat een voor mensen toegankelijke oppervlakte overdekt en geheel of gedeeltelijk door ten hoogste één wand is omsloten;
1.141
paardenbak een niet-overdekte door middel van een afscheiding gemarkeerde piste die is voorzien van een bewerkte/aangepaste bodem anders dan gras waar naast training en africhting van het paard eveneens toetsing van prestaties van de combinatie paard en ruiter in diverse disciplines kan plaatsvinden;
1.142
paardenhouderij Een complex van bebouwing en gronden (waaronder rijbakken) slechts gericht op het houden, weiden, stallen, africhten, trainen en/of berijden van paarden en/of pony's, alsmede de handel in paarden en/of pony's. De activiteiten zijn, anders dan een manege, niet gericht op het (laten) instrueren van derden, het verhuren van paarden en/of pony's, het organiseren van wedstrijden en/of andere evenementen, horeca, logies en/of verenigingsaccommodatie. Het exploiteren van pensionstalling is een ondergeschikte activiteit
1.143
peil a. Voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. Voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw.
55
Verzamelbestemmingsplan 2021 (vastgesteld)
1.144
pensionstalling Het bieden van gelegenheid aan derden om hun paarden en/of pony's in pension te houden, stallen en te weiden met gebruikmaking van de aanwezige voorzieningen.
1.145
perifere detailhandel detailhandel, voor niet-frequente doelgerichte aankopen, die vanwege de omvang, mobiliteit of aard van de producten niet inpasbaar is in overige winkelgebieden. Dit betreft de branches: bouwmarkten, woninginrichting, recreatie en verkoop van auto's, boten en caravans;
1.146
permanente bewoning het gebruik van een gebouw, kampeermiddel, voer- of vaartuig als hoofdverblijf;
1.147
plaatselijke verhogingen Afzuig-/luchtbehandelinginstallaties, luchtkokers, liftkokers, lichtkappen/-koepels, meetapparatuur, schoorstenen, en zend-/ontvangstinstallaties en naar aard en omvang hiermee gelijk te stellen bouwonderdelen bovenop een bouwwerk.
1.148
plan het Verzamelbestemmingsplan 2019-1 van de gemeente Midden-Groningen;
1.149
plangebied Het gebied waarop dit bestemmingsplan betrekking heeft.
1.150
planregels De in de Wet ruimtelijke ordening, in het bijbehorende Besluit ruimtelijke ordening en in de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP2012) bedoelde regels van dit bestemmingsplan die bepaald gebruik en bebouwing van het plangebied toelaten.
1.151
platte afdekking een horizontale afdekking of een afdekking onder een hoek van maximaal 5 graden met het horizontale vlak;
1.152
plattelandswoning woning behorende tot of voorheen behorende tot een agrarisch bedrijf, die door een derde bewoond mag worden zoals bedoeld in artikel 1.1a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
1.153
poldersport dagrecreatieve activiteiten (zoals boerengolf) op agrarische cultuurgronden;
1.154
productiegebonden detailhandel detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie;
1.155
reclameobject bouwwerk of werk opgericht en/of in stand gehouden met het doel te functioneren als of als drager van reclame-uiting(en);
1.156
reclameuiting een op enige wijze met een bouwwerk verbonden zijnde, openbare aanprijzing om de afzet of het gebruik van goederen of diensten te bevorderen. Onder aanprijzing wordt mede begrepen de naam van de verkoper, dienstverlener etcetera;
56
Verzamelbestemmingsplan 2021 (vastgesteld)
1.157
recreatief medegebruik een recreatief gebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de functie van de bestemming waarbinnen dit recreatieve medegebruik is toegestaan;
1.158
recreatief verblijf het kortdurend recreatief verblijf van één of meerdere personen met of zonder overnachting die elders hun hoofdverblijf hebben, waarmee in ieder geval geen sprake is van permanente bewoning;
1.159
recreatieve bewoning bewoning door een huishouden gedurende een gedeelte van het kalenderjaar in het kader van weekend- en/of recreatief verblijf;
1.160
recreatiewoning een gebouw of een gedeelte van een gebouw, dat naar de aard en inrichting is bestemd voor recreatieve bewoning, daaronder niet begrepen trekkershutten, chalets of stacaravans;
1.161
restaurant een bedrijf met een in het algemeen hoge bezoekersfrequentie gedurende de avond, gericht op het bedrijfsmatig, voor gebruik ter plaatse verstrekken van al dan niet ter plaatse bereide etenswaren, in combinatie met het verstrekken van dranken, waarbij de bedrijvigheid zich voornamelijk binnen het gebouw afspeelt. Een petit-restaurant, restauratie, crêperie, pannenkoekenhuis en poffertjeszaak worden met een restaurant gelijk gesteld;
1.162
reëel agrarisch bedrijf een agrarisch bedrijf dat de gedurende het gehele jaar de arbeidsbehoefte heeft van tenminste een halve arbeidskracht en waarbij de omvang van het bedrijf zodanig is dat het potentie heeft om zodanige investeringen te plegen dat het bedrijf als volwaardig bedrijf zal kunnen voortbestaan;
1.163
rijbak Een afgebakend deel van een perceel dat wordt gebruikt voor hippische activiteiten, al dan niet met omheining en/of bodembedekking van zand, houtsnippers en dergelijke.
1.164
risicovolle inrichting Een inrichting bij welke ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde danwel richtwaarde voor het risico c.q. een risico-afstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten.
1.165
schilddak dak, gevormd door twee driehoekige schilden aan de smalle en twee trapeziumvormige aan de lange zijde waarvan de trapeziumvormige dakvlakken in de nok samenkomen;
1.166
Seksinrichting De voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig is, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Bijvoorbeeld een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar.
1.167
serrestal Een foliestal met boogconstructie en tunnelframes met dakbedekking bestaande uit één of twee lagen kunststof folie met daaroverheen een schaduwdoek. De gevels bestaan uit een lage keerwand met daarboven een windbreekgaas of een ventilatiegordijn.
57
Verzamelbestemmingsplan 2021 (vastgesteld)
1.168
silo een bouwwerk, geen gebouw zijnde, ten behoeve van de opslag van goederen, waaronder mest;
1.169
souterrain bijzondere bouwlaag waarvan de vloer onder het gemiddelde aangrenzende straatpeil is gelegen en waarbij de vloer van de bovengelegen bouwlaag maximaal 1,5 meter boven het peil is gelegen;
1.170
sportvoorzieningen Het geheel van voorzieningen t.b.v. sportbeoefening, zoals: ijsbaan/hal, (openlucht)zwembad, sportvelden, atletiekbaan, basketbalveld, handbalveld, jeu de boulesbaan, tennisbaan /-complex, sporthal, alsmede bijbehorende bebouwing zoals kleedruimten, clubhuis/verenigingsgebouw, opslagruimten, technische ruimten e.d.;
1.171
stacaravan een verblijf van ten hoogste 40 m² dat gedurende langere tijd op een kampeerterreinop dezelfde plaats blijft staan en op het terrein op het eigen onderstel verplaatst kan worden en als één geheel over de openbare weg vervoerd mag worden. Een stacaravan onderscheidt zich van een mobiel kampeermiddel doordat het gedurende een periode van meer dan 8 maanden tijd op eenzelfde kampeerstandplaats blijft staan;
1.172
standplaats een standplaats als bedoeld in de Algemene Plaatselijke Verordening;
1.173
statische opslag opslag en/of stalling van goederen die geen regelmatige verplaatsing of bewerking behoeven.
1.174
stedebouwkundige commissie een onafhankelijke commissie met specifieke deskundigheid op het terrein van stedebouw en architectuur, bestaande uit tenminste één persoon;
1.175
straatmeubilair bouwwerken ten behoeve van de aankleding van het openbaar gebied, zoals verkeersgeleiders, verkeersborden, brandkranen, lichtmasten, zitbanken, bloembakken, papier-, glas- en andere inzamelbakken, kunstwerken, speeltoestellen alsmede telefooncellen, abri's en bouwwerken voor kleinschalige (< 50 m³) nutsvoorzieningen;
1.176
SVBP2012 Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen, behoort tot de ministeriële regeling die aansluit bij de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening.
1.177
teeltondersteunende kas een verplaatsbaar bouwwerk van lichte constructie in, op of boven de grond dat door agrarische bedrijven en kwekerijen met plantaardige teelten worden gebruikt om de volgende doelen na te streven: verbetering van de productie, onder meer door teeltvervroeging en -verlating of het voorkomen van schade door vorst;
1.178
teeltondersteunende voorzieningen voorzieningen in, op of boven de grond die door agrarische bedrijven met plantaardige teelten worden gebruikt om de volgende doelen na te streven: verbetering van de productie, onder meer door teeltvervroeging en -verlating, terugdringing van onkruidgroei en beperking van vraatschade;
58
Verzamelbestemmingsplan 2021 (vastgesteld)
verbetering van de arbeidsomstandigheden, onder meer door gewassen verhoogd te telen; het bereiken van positieve effecten op milieu en water (bodembescherming, terugdringing onkruidbestrijding, effectief omgaan met water) of het voorkomen van schade door vorst. 1.179
tent, punt- of piramidedak dak gevormd door vier driehoekige dakschilden die in één punt bijeenkomen;
1.180
theeschenkerij Een aan de bestemming ondergeschikte galerie en horecabedrijf waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt. De activiteiten zijn vooral gericht op tuinrecreatie en het overdag verstrekken van in hoofdzaak alcoholvrije dranken en eenvoudige etenswaren aan met name bezoekers van de bestemming en/of passerende recreanten.
1.181
theetuin een aan de hoofdfunctie ondergeschikt horecabedrijf dat slechts beperkt is tot het verstrekken van alcoholvrije dranken en het verstrekken van voor consumptie ter plaatse bereide klein en koude etenswaren. Een theeschenkerij (inpandig) wordt gelijk geschaard aan een theetuin;
1.182
torensilo een bouwwerk ten behoeve van opslag van (ruw)voer of kunstmest;
1.183
trekkershut een gebouw met een oppervlakte van ten hoogste 30 m² , bestaande uit een lichte constructie en lichte materialen, niet zijnde een mobiel kampeermiddel of een stacaravan, dat naar de aard en de inrichting is bedoeld voor recreatief verblijf ;
1.184
tuinbouwbedrijf Een bedrijf dat overwegend of alleen is gericht op het voortbrengen van producten door het telen en kweken van tuinbouwgewassen, op open grond of in kassen, waarbij gebruik gemaakt kan worden van biomassavergisting.
1.185
tuinbouwgrenzen Groenten, vruchten, bloemen, sierplanten, bomen niet zijnde bosbouw, bollen of zaden.
1.186
tuincentrum een al dan niet overdekte verkoopruimte waarin in hoofdzaak detailhandel wordt uitgeoefend in artikelen voor de inrichting en het onderhoud van particuliere tuinen of daarmee rechtstreeks samenhangende artikelen, zoals tuinplanten, zaai- en pootgoed, tuinmest, teelaarde, tuingereedschap, tuinhout, tegels, sierstenen, tuinhuisjes, materialen voor de aanleg en onderhoud van vijvers en fonteinen, alsmede kamerplanten, snijbloemen en potterie, met als nevenassortiment dierbenodigdheden en -voeders, huis- en hobbydieren, tuinmeubilair, tuinkleding en -schoeisel (uitgezonderd modische, sport-, of vrijetijdskleding), materialen voor aanleg en onderhoud van zwembaden en voor buitengebruik bestemde sfeerartikelen;
1.187
tuinrecreatie Het in ondergeschikte mate aan de bestemming openstellen van een erf voor publiek voor dagrecreatie in de vorm van een showtuin, theeschenkerij, beeldentuin en daarmee te vergelijken activiteiten.
1.188
tunnelkas Elke constructie van hout, metaal of ander materiaal, welke met plastic of in gebruik daarmee overeenstemmend materiaal is afgedekt en dient als teeltondersteuning voor bedekte teelten.
59
Verzamelbestemmingsplan 2021 (vastgesteld)
1.189
VAB Vrijgekomen agrarische bebouwing welke hun oorspronkelijke functie hebben verloren of dreigen te verliezen, en behouden dienen te worden met het oog op verbetering van de leefbaarheid van het platteland, handhaving van het cultureel erfgoed en bijdrage aan verbetering van de kwaliteit van het landschap.
1.190
verkoopvloeroppervlakte de voor het publiek zichtbare en toegankelijke besloten winkelruimte ten behoeve van detailhandel;
1.191
volwaardig agrarisch bedrijf een agrarisch bedrijf dat gedurende het gehele jaar de arbeidsomvang heeft van tenminste 1 volwaardige arbeidskracht en waarvan de continuïteit ook op langere termijn is verzekerd;
1.192
voorerf gedeelte van het erf voor de voorgevel van het woongebouw c.q. hoofdgebouw of het verlengde daarvan;
1.193
voorgevel De naar de weg gekeerde gevel van een gebouw; of als een perceel is gelegen op een hoek van een openbare weg, fiets- of voetpad, de naar de openbare weg, fiets- of voetpad gekeerde gevels. Burgemeester en wethouders wijzen één of meerdere gevels als zij- of achtergevel aan als deze gevel(s) vanuit stedenbouwkundig oogpunt niet als voorgevel zijn aan te merken en de beeldkwaliteit door de aanwijzing gehandhaafd kan blijven; of als een perceel met tegenovergestelde zijden grenst aan een openbare weg, fiets- of voetpad, die als zodanig door BW aan te wijzen gevel.
1.194
voorgevelrooilijn De evenwijdig aan de as van de weg gelegen lijn, welke; a. langs een wegzijde met een regelmatige of nagenoeg regelmatige ligging van de voorgevels van de bestaande bebouwing, zoveel mogelijk aansluitend aan de ligging van de voorgevels van de bestaande bebouwing, een zoveel mogelijk gelijkmatig beloop van de rooilijn overeenkomstig de richting van de weg heeft; b. langs een wegzijde zonder een regelmatige of nagenoeg regelmatige ligging van de voorgevels van de bestaande bebouwing, en waarlangs mag worden gebouwd, gelegen is op 10 meter uit de as van de weg bij een wegbreedte tot 10 meter, of gelegen is op 15 meter uit de as van de weg bij een wegbreedte vanaf 10 meter.
1.195
Voorkeursgrenswaarde De maximale waarde voor de geluidsbelasting, zoals deze rechtstreeks kan worden afgeleid uit de Wet geluidhinder en/of het Besluit geluidhinder.
1.196
vrij beroep de uitoefening van een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende bijgebouwen wordt uitgeoefend door een bewoner van het perceel, waaronder niet wordt begrepen de uitoefening van detailhandel;
1.197
vrijloopstal Traditionele veestal, boog- of serrestal zonder ligboxen met een gecombineerd lig- en loopoppervlak.
60
Verzamelbestemmingsplan 2021 (vastgesteld)
1.198
vrijstaand woongebouw woongebouw dat niet met een ander woongebouw of ander gebouw op een aangrenzend bouwperceel verbonden is;
1.199
werk een werk, geen bouwwerk zijnde;
1.200
winkel Een gebouw, dat een ruimte omvat, welke door zijn indeling kennelijk bedoeld is te worden gebruikt voor de detailhandel.
1.201
wolfseind afgeknot dakschild op de kop van een zadeldak;
1.202
wonen Permanente huisvesting van één of meerdere personen behorende tot één afzonderlijk huishouden in een woning.
1.203
woning Een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijke huishouding.
1.204
woonboerderij één gebouw dat bestaat uit een (voormalige) agrarische bedrijfswoning met de in hetzelfde gebouw opgenomen (voormalige )agrarische bedrijfsruimten;
1.205
woongebouw een gebouw of een complex van aan elkaar verbonden gebouwen waarin tenminste één woning is gelegen;
1.206
zadeldak een dak bestaande uit twee schuine tegenoverliggende dakvlakken die in de nok samenkomen;
1.207
zakelijke dienstverlening het bedrijfsmatig verlenen van diensten in een kantoorachtige omgeving op administratief, financieel en juridisch gebied, op het gebied van de informatie- en communicatietechnologie en daarmee naar de aard vergelijkbare vormen van dienstverlening;
1.208
zalencentrum een bedrijf, gericht op het bedrijfsmatig bieden van gelegenheid tot het houden van vergaderingen, recepties, bruiloften en partijen;
1.209
zijgevel de naar de zijdelingse perceelsgrens gekeerde gevel van een gebouw;
1.210
zolder een ruimte onder de nok van een kap met een grootste hoogte van ten hoogste 1,50 m;
1.211
zoneplichtige weg een weg die een zone heeft conform artikel 74 van de Wet geluidhinder;
61
Verzamelbestemmingsplan 2021 (vastgesteld)
1.212
zorgboerderij het bieden van de mogelijkheid tot zorg aan personen, door middel van een aan het agrarisch gebruik verbonden werkgemeenschap van sociaal therapeutische aard en in de vorm van dagopvang.
62
Verzamelbestemmingsplan 2021 (vastgesteld)
Artikel 2
2.1
Wijze van meten
de bouwhoogte (de nokhoogte) van een bouwwerk wordt gemeten vanaf het peil tot aan het hoogste punt van het bouwwerk, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
2.2
de goothoogte van een bouwwerk wordt gemeten vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.
2.3
de dakhelling wordt gemeten langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.
2.4
overbouwde oppervlakte wordt gemeten door de som te nemen van de neergeslagen oppervlakten van de gedeelten van een bouwwerk, dat zich geheel boven het niveau van het maaiveld bevindt en daar niet mee gelijk ligt. Dakoverstekken, luifels, balkons e.d. die niet meer oversteken dan 0,5 meter worden niet meegeteld;
2.5
de horizontale diepte van een gebouw wordt gemeten over de kortste afstand van de buitenkant van de naar de weg gekeerde gevel tot aan de buitenkant van de tegenoverliggende gevel die het verst van de weg is gelegen;
2.6
de oppervlakte van een bouwwerk wordt gemeten tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
2.7
overbouwde oppervlakte wordt gemeten door de som te nemen van de neergeslagen oppervlakten van de gedeelten van een bouwwerk, die zich geheel boven het niveau van het maaiveld bevinden en daar niet mee gelijk liggen. Dakoverstekken, luifels, balkons e.d. die niet meer oversteken dan 0,5 meter worden niet meegeteld;
2.8
de inhoud van een bouwwerk wordt gemeten tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
2.9
de afstand tussen gebouwen wordt gemeten de afstand vanaf enig punt van een gebouw tot enig punt van een ander gebouw waar die het kortst is;
2.10
de hoogte van een windturbine wordt gemeten vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine.
2.11
het peil de hoogte van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang tot het plangebied. a. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang tot het perceel direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang tot het perceel niet direct
63
Verzamelbestemmingsplan 2021 (vastgesteld)
aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; c. als in of op het water wordt gebouwd: het gemiddelde waterniveau gedurende een jaar ten opzichte van NAP; tevens de waterstand die zoveel mogelijk wordt gehandhaafd en die wordt vastgelegd in een peilbesluit;
Hoofdstuk 2
Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Agrarisch - Cultuurgrond
Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch - Cultuurgrond' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.
cultuurgrond met bijbehorende paden, sloten en werken; bos- en/of natuurelementen met een oppervlakte van ten hoogste 1 hectare; hout- en windsingels ter flankering van agrarische (bouw)percelen; infrastructurele voorzieningen zoals deze bestonden op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerpplan; e. voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, waaronder begrepen voorzieningen ten behoeve van het vasthouden, bergen, aan- en afvoeren van water; f. natuurvriendelijke oeverzones van 5 meter breed aan weerszijden van een watergang; g. behoud, herstel en ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden zoals die ter plaatse voorkomen; met daaraan ondergeschikt: groenvoorzieningen; nutsvoorzieningen; voorzieningen ten behoeve van extensieve dagrecreatie en educatief medegebruik zoals wandel-, fiets- en ruiterpaden en parkeervoorzieningen ten behoeve van toeristische overstappunten; met de daarbij behorende additionele voorzieningen. en tevens voor: 3.1.1
paardenbak het gebruik van gronden voor een paardenbak ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - paardenbak', mits wordt voldaan aan hetgeen is gesteld in de Beleidsregels paardenhouderijen;
3.2
Bouwregels Bouwwerken ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen, waarbij bestaande bouwwerken zijn toegestaan:
3.2.1
Bouwwerken beperk ing Zie Algemene aanduidingsregels.
3.2.2
Gebouwen en overkappingen Binnen deze bestemming mogen geen gebouwen en overkappingen worden opgericht.
3.2.3
Bouwwerken geen gebouwen zijnde Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. voor de bouwhoogte en situering geldt hetgeen in het volgende bouwschema is bepaald,
64
Verzamelbestemmingsplan 2021 (vastgesteld)
tenzij ter plaatse anders is aangeduid: Type bouwwerk
Maximale bouwhoogte (in meter)
Erf- en terrein afscheidingen
2
Overige bouwwerken, geen gebouw zijnde
1,50
b. kuilvoerplaten, sleufsilo's, mestopslagen en silo's zijn niet toegestaan; c. reclameobjecten zijn niet toegestaan; d. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - paardenbak' een paardenbak met dien verstande dat: 1. de hoogte van de afscheiding ten hoogste 1,70 meter bedraagt en 2. ten hoogste 4 lichtmasten zijn toegestaan met een hoogte van ten hoogste 6 meter. 3.3
Afwijken van de bouwregels
3.3.1
Afwijkingsbevoegdheid Het bevoegd gezag kan met inachtneming van 3.3.2 een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van: a. het bepaalde in 3.2.2 voor het bouwen ten behoeve van agrarische bouwwerken van ondergeschikte aard, waaronder begrepen schuilstallen, onder de volgende voorwaarden: 1. de oppervlakte van een gebouw ten hoogste 25 m² bedragen; 2. de bouwhoogte mag ten hoogste 3 meter bedragen; 3. binnen een straal van 100 meter van het gebouw mogen geen andere gebouwen staan; 4. uitsluitend hobbymatig agrarisch gebruik is toegestaan. b. het bepaalde in 3.2.3 voor het oprichten van bouwwerken ten behoeve van een paardenbak;
3.3.2
Afwijkingsvoorwaarden Bij de toepassing van de onder 3.3.1 genoemde afwijkingsregels zijn de voorwaarden zoals genoemd in Voorwaarden aan de omgevingsvergunning sub c van toepassing.
3.4
Specifieke gebruik sregels
3.4.1
Strijdig gebruik Tot een gebruik strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1 lid 1 sub c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, wordt in ieder geval gerekend: a. de opslag van mest, met uitzondering van tijdelijke opslag van vaste mest; b. de opslag van aan hun gebruik onttrokken voer- of vaartuigen, werktuigen of machines of onderdelen daarvan, verpakkingsmaterialen, bouwmaterialen, bagger en grondspecie, afval, puin, grind of brandstoffen, anders dan in verband met normaal onderhoud of ter verwezenlijking van de bestemming; c. het gebruik van gronden als kampeerstandplaats, met uitzondering van de gronden die zijn aangeduid als 'kampeerterrein'; d. het hebben van reclame-uitingen die geen betrekking hebben op de op het perceel plaatsvindende niet wederrechtelijke activiteiten; e. het gebruik van gronden ten behoeve van houtteelt, boomteelt, fruitteelt, kwekerijen en de aanleg van nieuw bos met een oppervlakte van meer dan 1 hectare.
3.5
Afwijken van de gebruiksregels
3.5.1
Afwijkingsbevoegdheid Het bevoegd gezag kan met inachtneming van 3.5.2 een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van: a. bepaalde in 3.1 sub a ten behoeve van het gebruik voor een paardenbak mits voldaan wordt aan hetgeen is gesteld in Beleidsregels paardenhouderijen; b. het bepaalde 3.4.1 sub e voor het gebruik van gronden ten behoeve van boomteelt, fruitteelt of een kwekerij, mits de afstand tot bouwvlakken waarbinnen geurgevoelige objecten kunnen worden gerealiseerd, de eigen bedrijfswoning uitgezonderd, ten minste 50 meter bedraagt;
65
Verzamelbestemmingsplan 2021 (vastgesteld)
3.5.2
Afwijkingsvoorwaarden Bij de toepassing van de onder 3.5.1 genoemde afwijkingsregels zijn de voorwaarden zoals genoemd in Voorwaarden aan de omgevingsvergunning sub c eveneens van toepassing.
66
Verzamelbestemmingsplan 2021 (vastgesteld)
Artikel 4 4.1
Gemengd
Bestemmingsomschrijving De voor 'Gemengd' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, al dan niet in combinatie met één van de volgende functies: 1. een vrij beroep als opgenomen in Lijst vrije beroepen of een overig aan-huis-verbonden beroep of bedrijf als opgenomen lijst aan-huis-verbonden beroepen mits wordt voldaan aan Bijlage 4 Beleidsregels vrije en overige beroepen aan huis; 2. zakelijke dienstverlening; 3. maatschappelijke dienstverlening; 4. bedrijven onder de milieucategorieën 1 en 2 die zijn genoemd in de bij de regels behorende Staat van Bedrijven, hieronder niet begrepen geluidszoneringsplichtige inrichting en risicovolle inrichtingen; 5. Een hoveniersbedrijf ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd hoveniersbedrijf. b. hobbymatige paardenhouderij mits wordt voldaan aan Beleidsregels paardenhouderijen; c.
bestaande paardenbak; daarnaast zijn in deze bestemming de volgende ondergeschikte voorzieningen toegestaan:
d. voorzieningen van de verblijfsruimte (groen, water, tuinen, erven, nutsvoorzieingen parkeren nutsvoorzieningen e.d.); 4.2
Bouwregels Bouwwerken ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen, waarbij bestaande bouwwerken zijn toegestaan:
4.2.1
Bouwwerken beperk ing Zie Artikel 14 Algemene aanduidingsregels.
4.2.2
Gebouwen en overkappingen Voor het bouwen van gebouwen, bijbehorende bouwwerken en overkappingen gelden de volgende regels: a. gebouwen, bijbehorende bouwwerken en overkappingen zijn uitsluitend binnen een bouwvlak toegestaan; b. indien een relatie is aangegeven tussen twee bouwvlakken, is er sprake van een gekoppeld bouwvlak en zijn hierop de bepalingen met betrekking tot een enkel bouwvlak van toepassing; c. de totale gezamelijke oppervlakte van gebouwen inclusief woning, bijbehorende bouwwerken en overkappingen bedraagt niet meer dan het weergegeven bebouwingspercentage %, waarbij de totale oppervlakte van woningen niet meer bedraagt dan de oppervlakte zoals weergegeven in 4.2.3; d. de afstand van het gebouw tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt ten minste 3 m; e. de maatvoering van een hoofdgebouw of overkapping voldoet voorts aan de eisen die in het volgende bouwschema zijn gesteld:
67
Type gebouw
goothoogte
bouwhoogte
dakhelling
gebouw
max. 4,5 m
max. 10 m
min. 30o max. 60o
Verzamelbestemmingsplan 2021 (vastgesteld)
bijbehorende bouwwerken en overkappingen
4.2.3
max. 3 m
max. 5,5 m
plat of meerzijdig max. 60o
Woning Voor het bouwen van een woning, bijbehorende bouwwerken en overkappingen gelden de volgende regels: a. per bouwvlak is één woning toegelaten, of een groter aantal waar dat is aangeduid; b. de afstand van woning ten opzichte van de weg bedraagt ten minste de bestaande afstand; c. de maatvoering van een woning, bijbehorend bouwwerk of overkapping voldoet voorts aan de eisen die in het volgende bouwschema zijn gesteld:
type bouwwerk oppervlakte
goothoogte
bouwhoogte
dakhelling
2
max. 4,5 m
max. 10 m
min. 20o max. 60o
max. 3 m
max. 5,5 m
plat of meerzijdige kap van ten hoogste 60o
woning
max. 300 m (inclusief bijbehorende bouwwerken en ov erkappingen)
bijbehorende max. 300 m2 (inclusief woning) bouwwerken en overkappingen bij woning
4.2.4
Bouwwerken geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels, waarbij bestaande afwijkingen zijn toegestaan: a. de gezamenlijke oppervlakte mag per bouwperceel niet meer bedragen dan hetgeen is opgenomen onder artikel 4.2.2 Gebouwen en overkappingen; b. de maatvoering mag niet meer bedragen dan zoals in het volgende bouwschema is bepaald: Type bouwwerk
Maximale bouwhoogte (in meter) voorerf
overig
1
2
Palen en masten, niet zijnde reclamemasten 8
12
Overige bouwwerken, geen gebouw zijnde
5
Erf- en terrein afscheidingen
4.3
Afwijken van de bouwregels
4.3.1
Afwijkingsbevoegdheid
1
Het bevoegd gezag kan met inachtneming van 4.3.2 een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van: a. het bepaalde in 4.2.3 sub a en d voor het bouwen buiten het bouwvlak en/of op minder dan 3 meter uit perceelgrens, voorzover het gaat om een uitbreiding van het hoofdgebouw binnen het gebied op minder dan 3 meter van de zijdelingse perceelsgrens, mits: 1. het betreffende gedeelte van het hoofdgebouw op tenminste 3 meter achter het voorerf wordt gebouwd; 2. de maatvoering van de bebouwing, met uitzondering van de bouwhoogte, ter plaatse voldoet aan het bepaalde in 4.2.2;
68
Verzamelbestemmingsplan 2021 (vastgesteld)
b. het bepaalde in 4.2.3 sub c en toestaan dat een hoofdgebouw gedeeltelijk wordt afgedekt met een lessenaarsdak of platte afdekking. 4.3.2
Afwijkingsvoorwaarden a. Bij de toepassing van de onder 4.3.1 sub a en b genoemde afwijkingsregels zijn de voorwaarden zoals genoemd in 15.2 Voorwaarden aan de omgevingsvergunning sub c van toepassing. b. Bij de toepassing van de onder 4.3.1 sub a en b genoemde afwijkingsregels vraagt het bevoegd gezag ten aanzien van de stedebouwkundige en architectonische eigenschappen van de betreffende bebouwing respectievelijk de inpassing in de omgeving vooraf advies aan een stedebouwkundige commissie.
4.4
Specifieke gebruik sregels
4.4.1
Toegestaan gebruik a. Gebruik van het hoofdgebouw voor het uitoefenen van een bed & breakfast wordt als gebruik overeenkomstig de bestemming aangemerkt, mits wordt voldaan aan hetgeen is gesteld in Beleidsregels recreatieve verblijfsaccommodaties. b. Gebruik van het hoofdgebouw voor het uitoefenen van administratieve werkzaamheden met betrekking tot internetwinkels en telefonische verkoop van goederen wordt als gebruik overeenkomstig de bestemming aangemerkt, mits: 1. klanten niet op het perceel komen; 2. geen buitenopslag van goederen, die verband houden met de internetwinkel, plaatsvindt; 3. verkeersbewegingen vergelijkbaar zijn met die voor een woonfunctie.
4.4.2
Strijdig gebruik Tot een gebruik strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1 lid 1 sub c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor bewoning, dan wel de mogelijkheid hiertoe door het aanbrengen van essentiële woonvoorzieningen; b. het uitoefenen van detailhandel anders dan productiegebonden detailhandel; c. het uitoefenen van een horecabedrijf, met uitzondering van het gestelde in Bijlage 6 Beleidsregels theetuinen & verbreding agrarische activiteiten voor het exploiteren van een theetuin; d. de opslag van aan hun gebruik onttrokken voer- of vaartuigen, werktuigen of machines of onderdelen daarvan, verpakkingsmaterialen, bouwmaterialen, bagger en grondspecie, afval, puin, grind of brandstoffen, anders dan in verband met normaal onderhoud of ter verwezenlijking van de bestemming; e. het hebben van reclame-uitingen die geen betrekking hebben op de op het perceel plaatsvindende niet wederrechtelijke activiteiten.
4.5
Afwijken van de gebruiksregels
4.5.1
Afwijkingsbevoegdheid Het bevoegd gezag kan met inachtneming van 4.5.2 een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van: a. het bepaalde in 4.1 ten behoeve van de vestiging van bedrijven die niet zijn genoemd in Staat van Bedrijven, mits deze bedrijven naar aard en effecten op het woon- en leefklimaat van de aangrenzende woongebieden, al dan niet onder te stellen voorwaarden, voor wat betreft geur, stof, gevaar en geluid, gelijk kunnen worden gesteld met de bedrijven welke wel zijn genoemd;
4.5.2
Afwijkingsvoorwaarden Bij de toepassing van de onder 4.5.1 genoemde afwijkingsregels zijn de voorwaarden zoals genoemd in Voorwaarden aan de omgevingsvergunning sub c eveneens van toepassing.
69
Verzamelbestemmingsplan 2021 (vastgesteld)
Artikel 5 5.1
Maatschappelijk
Bestemmingsomschrijving De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. maatschappelijke voorzieningen;
met daaraan ondergeschikt: groenvoorzieningen; nutsvoorzieningen; water; verhardingen; parkeervoorzieningen; speelvoorzieningen; met de daarbij behorende erven en additionele voorzieningen; 5.2
Bouwregels Bouwwerken ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen, waarbij bestaande bouwwerken zijn toegestaan:
5.2.1
Bouwwerken beperk ing Zie Algemene aanduidingsregels.
5.2.2
Gebouwen en overkappingen Binnen deze bestemming mogen gebouwen en overkappingen ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen: a. gebouwen en overkappingen mogen uitsluitend gebouwd worden binnen een bouwvlak; b. ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' mag het bebouwingspercentage niet worden overschreden; c. de maatvoering van een hoofdgebouw of overkapping voldoet aan de eisen die in het volgende bouwschema zijn gesteld;
Maatvoering vrijstaand gebouw/ overkapping goothoogte (in meter)
bouwhoogte dakhelling (in meter)
ten hoogste 3
ten hoogste plat of meerzijdige kap kleiner dan 60o 5,50
d. in afwijking van het bepaalde onder a. mogen gebouwen van ondergeschikte aard ten behoeve van gemeenschappelijk gebruik, zoals een fietsenberging en dergelijke, buiten het bouwvlak worden gebouwd tot een gezamenlijke oppervlakte van 50 m2 per bouwperceel met een bouwhoogte van ten hoogste 3,5 meter mits gesitueerd achter het verlengde van de voorgevel van de gebouwen binnen het bouwvlak. 5.2.3
Bouwwerken geen gebouwen zijnde Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. voor de bouwhoogte en situering geldt hetgeen in het volgende bouwschema is bepaald, tenzij ter plaatse anders is aangeduid: Type bouwwerk
70
Maximale bouwhoogte (in meter)
Verzamelbestemmingsplan 2021 (vastgesteld)
Erf- en terrein afscheidingen
2
Palen en masten, niet zijnde reclamemasten
8
Overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, niet zijnde een reclamemast
5
5.3
Afwijken van de bouwregels
5.3.1
Afwijkingsbevoegdheid Het bevoegd gezag kan met inachtneming van 3.3.25.3.2 een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van: a. het bepaalde in 5.2.2 sub a en toestaan dat een gebouw of overkapping gedeeltelijk buiten een bouwvlak wordt gebouwd, mits: 1. de gezamenlijke oppervlakte van de gebouwen en overkappingen buiten het bouwvlak niet meer dan 100 m² bedraagt; 2. de maatvoering van de gebouwen buiten het bouwvlak niet meer bedraagt dan is toegestaan voor de bijbehorende bebouwing binnen het bouwvlak, tot een bouwhoogte van ten hoogste 8 meter; b. het bepaalde in 5.2.2 sub c voor een goothoogte tot ten hoogste 7 meter; c. het bepaalde in 5.2.2 sub c voor een bouwhoogte tot ten hoogste 10 meter.
5.3.2
Afwijkingsvoorwaarden Bij de toepassing van de onder 5.3.1 genoemde afwijkingsregels zijn de voorwaarden zoals genoemd in 15.2 sub c van toepassing.
5.4
Specifieke gebruik sregels
5.4.1
Toegestaan gebruik Horeca is niet toegestaan met uitzondering van ondersteunende horeca-activiteiten waarbij voldaan wordt aan hetgeen is gesteld in de Beleidsregels horeca en ondersteunende horeca
5.4.2
Strijdig gebruik Tot een gebruik strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1 lid 1 sub c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gebouwen voor bewoning; b. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van de uitoefening van detailhandel tenzij deze ondergeschikt is aan de hoofdfunctie; c. het hebben van reclame-uitingen die geen betrekking hebben op de op het perceel plaatsvindende niet wederrechtelijke activiteiten.
71
Verzamelbestemmingsplan 2021 (vastgesteld)
Artikel 6
6.1
Wonen - 1A
Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen - 1A' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, al dan niet in combinatie met de uitoefening van een vrij beroep als opgenomen in de Bijlage 2 Lijst vrije beroepen of een overig aan huis verbonden beroep als opgenomen in de Bijlage 3 lijst aan-huis-verbonden beroepen mits voldaan aan Bijlage 4 Beleidsregels vrije en overige beroepen aan huis; met daaraan ondergeschikt: groenvoorzieningen; nutsvoorzieningen; water; parkeervoorzieningen; met de daarbij behorende verhardingen, tuinen, erven en additionele voorzieningen; b. hobbymatige paardenhouderij mits wordt voldaan aan Beleidsregels paardenhouderijen; c. bestaande paardenbak.
6.2
Bouwregels Bouwwerken ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen, waarbij bestaande bouwwerken zijn toegestaan:
6.2.1
Bouwwerken beperk ing Zie Artikel 14
6.2.2
Gebouwen en overkappingen - algemeen Per bouwvlak is ten hoogste 1 woning toegestaan, tenzij ter plaatse de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' geldt, alwaar per bouwvlak niet meer woningen zijn toegestaan dan is aangeduid.
6.2.3
Situering gebouwen en overkappingen Voor de situering van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. woongebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. indien een relatie is aangegeven tussen twee bouwvlakken, is er sprake van een gekoppeld bouwvlak en zijn hierop de bepalingen met betrekking tot een enkel bouwvlak van toepassing; c. woongebouwen mogen uitsluitend als vrijstaand woongebouw worden opgericht; d. de horizontale diepte van een woongebouw mag ten hoogste 25 meter bedragen; e. de breedte van een woongebouw mag ten hoogste 10 meter bedragen, tenzij de bestaande breedte meer bedraagt. In dat geval geldt de bestaande breedte als maximale breedte; f. als in een bouwgrens een 'gevellijn' is aangeduid wordt tenminste 50% van de naar de weg gekeerde gevels van het woongebouw in de 'gevellijn' opgericht waarbij de betreffende gevels als voorgevels moeten worden beschouwd; g. vrijstaande bijgebouwen en overkappingen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak en/of binnen een afstand van ten hoogste 25 meter buiten het bouwvlak worden gebouwd; h. vrijstaande bijgebouwen en overkappingen worden tenminste 3 meter achter het voorerf gebouwd; i. vrijstaande bijgebouwen en overkappingen buiten het bouwvlak mogen op hoeksituaties uitsluitend worden gebouwd: 1. op ten minste 5 meter vanaf de kant van de rijbaan zoals die blijkt uit de bij het plan
72
Verzamelbestemmingsplan 2021 (vastgesteld)
j.
6.2.4
behorende ondergrond; 2. achter het verlengde van de voorgevel van het om de hoek gelegen hoofdgebouw op het belendende perceel; de afstand tussen gebouwen en/of overkappingen op een bouwperceel bedraagt ten minste 1 meter, tenzij de gebouwen en/of overkappingen aaneen worden gebouwd.
Oppervlakte gebouwen en overkappingen Voor de overbouwde oppervlakte van gebouwen en overkappingen gelden naast 6.2.3, de volgende regels: a. Tabel oppervlaktes Type bouwwerk
maximale oppervlakte
woning
300 m2 (incl. bijbehorende bouwwerken)*
bijbehorende bouwwerken en overkappingen
300 m2 (incl. woning)*
* waarbij ten hoogste 50% van een bouwperceel wordt bebouwd b. In afwijking van lid a geldt, dat indien de oppervlakte van de bestaand bouwwerken, groter is, dan de in de tabel opgenomen oppervlakte, de bestaande oppervlakte de maximum oppervlakte is. 6.2.5
Maatvoering gebouwen en overkappingen Voor de maatvoering van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. de goot- en bouwhoogte en dakhelling van gebouwen en overkappingen mogen niet meer c.q. minder bedragen dan in het volgende bouwschema en in artikel 6.2.5 sub b tot en met g is bepaald, tenzij ter plaatse anders is aangeduid: Maatvoering woongebouw goothoogte (in meter)
bouwhoogte dakhelling (in meter)
ten hoogste 3
ten hoogste tussen 30o - 60o 10
Maatvoering vrijstaand bijgebouw/ overkapping goothoogte (in meter)
bouwhoogte dakhelling (in meter)
ten hoogste 3
ten hoogste plat of meerzijdige kap kleiner dan 60o 5,50
b. bij een platte afdekking mag de hoogte niet meer mag dan de goothoogte; c. topgevels, lijstgevels, dakkapellen en schoorstenen mogen hoger zijn dan de goothoogte; d. ten minste 50% van het woongebouw is afgedekt met hellende dakvlakken van een meerzijdige kap met een helling van ten minste 30° en ten hoogste 60°; e. het naar de weg gekeerde gedeelte van het woongebouw is geheel afgedekt met een kap waarbij voldaan wordt aan de maatvoering in 6.2.5 sub b f. erkers, entreeportalen en vergelijkbare bouwwerken mogen plat worden afgedekt, mits: 1. de horizontale diepte ten hoogste 1,50 meter bedraagt; 2. de breedte ten hoogste 50% bedraagt van de breedte van het gedeelte van het woongebouw dat door een kap is afgedekt; 3. de overbouwde oppervlakte van het gebouw past binnen de overbouwde oppervlakte genoemd in 6.2.4;
73
Verzamelbestemmingsplan 2021 (vastgesteld)
4. de hoogte niet meer dan 3 meter bedraagt. g. voor bebouwing binnen 3 meter van de zijdelingse perceelsgrens die hoger is dan de ter plaatse toegestane goothoogte, gelden de volgende voorwaarden: 1. de nokrichting mag niet meer dan 30° afwijken van de zijdelingse perceelsgrens, tenzij sprake is van: bijgebouwen op twee aangrenzende bouwpercelen die met elkaar zijn verbonden; of een wolfseind dat gericht is op de zijdelingse perceelsgrens; 2. als het gebouw van 1 hellend dakvlak is voorzien, moet de lage gootlijn op de dichtstbijzijnde perceelsgrens zijn gericht. 6.2.6
Bouwwerken anders dan gebouwen en overkappingen Voor het bouwen van bouwwerken anders dan gebouwen en overkappingen, gelden de volgende regels, waarbij bestaande afwijkingen zijn toegestaan: a. de gezamenlijke overbouwde oppervlakte mag per bouwperceel niet meer bedragen dan 100 m²; b. de maatvoering mag niet meer bedragen dan in het volgende bouwschema is bepaald: Type bouwwerk
Maximum bouwhoogte (in meter) voorerf
overig
Erf- en terreinafscheidingen
1
2
Palen en masten
8
8
Overige bouwwerken, geen gebouw zijnde
1
5
6.3
Afwijken van de bouwregels
6.3.1
Afwijkingsbevoegdheid Het bevoegd gezag kan met inachtneming van 6.3.2 een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van: a. 6.2.3 sub a voor een uitbreiding van het woongebouw buiten het bouwvlak, achter de naar de weg gekeerde bouwgrens, mits: 1. gebouwd binnen 10 meter van het bouwvlak; 2. gebouwd op ten minste 3 meter van de zijdelingse perceelsgrens; b. 6.2.3 sub a voor een uitbreiding van het woongebouw buiten het bouwvlak, op minder dan 3 meter van de zijdelingse perceelsgrens, mits: 1. gebouwd op ten minste 3 meter achter het voorerf; 2. de goot-, en bouwhoogte niet meer bedragen dan 3 meter, respectievelijk 5,50 meter; 3. de dakhelling niet meer bedraagt dan 60°; 4. er wordt voldaan aan 15.2.5 sub b en d; c. 6.2.3 sub a voor een uitbreiding van het woongebouw buiten het bouwvlak, voor een vóór naar de weg gekeerde bouwgrens, mits: 1. de breedte van de uitbreiding buiten het bouwvlak niet meer bedraagt dan 50% van de breedte van het woongebouw; 2. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 3 meter; 3. de diepte van de uitbreiding buiten het bouwvlak ten hoogste 1,50 meter bedraagt 4. vóór de naar de weg gekeerde gevel van de uitbreiding een strook van ten minste twee meter breed onbebouwd blijft; d. 6.2.3 sub e en toestaan dat de breedte van een woongebouw ten hoogste 15 meter bedraagt; e.
6.2.3 sub f voor het oprichten van de naar de weg gekeerde gevels op ten hoogste 10 meter achter de gevellijn, mits de situering van kwetsbare objecten en/of geluidsgevoelige gebouwen deze afwijking vereist; f. 6.2.3 sub h en toestaan dat de gezamenlijke oppervlakte van vrijstaande bijgebouwen op
74
Verzamelbestemmingsplan 2021 (vastgesteld)
minder dan 10 meter achter het voorerf ten hoogste 50 m² bedraagt; g. 6.2.5 sub a en toestaan dat de goothoogte van een woongebouw ten hoogste 4,50 meter bedraagt; h. 6.2.5 sub a en b en toestaan dat een woongebouw geheel of gedeeltelijk wordt afgedekt met een lessenaarsdak of een kap met een dakhelling van minder dan 30°. 6.3.2
Afwijkingsvoorwaarden a. Bij de toepassing van de onder 6.3.1 sub a tot en met c genoemde afwijkingsregels zijn de voorwaarden zoals genoemd in 15.2 sub c van toepassing; b. Bij de toepassing van de onder 6.3.1 sub d tot en met g genoemde afwijkingsregels vraagt het bevoegd gezag vooraf advies aan een stedebouwkundige commissie over de stedenbouwkundige en architectonische eigenschappen van de betreffende bebouwing respectievelijk de inpassing in de omgeving.
6.4
Specifieke gebruik sregels
6.4.1
Toegestaan gebruik Als gebruik overeenkomstig de bestemming wordt in ieder geval ook aangemerkt: a. gebruik van het woongebouw voor het uitoefenen van een bed & breakfast, mits wordt voldaan aan hetgeen is gesteld inBijlage 5 Beleidsregels recreatieve verblijfsaccommodaties; b. gebruik van de gronden en gebouwen voor het uitoefenen van administratieve werkzaamheden met betrekking tot internetwinkels en telefonische verkoop van goederen, mits: 1. klanten niet op het perceel komen om goederen te kopen; 2. geen buitenopslag van goederen, die verband houden met de internetwinkel, plaatsvindt; 3. verkeersbewegingen vergelijkbaar zijn met die voor een woonfunctie. c. gebruik van gebouwen ten behoeve van statische opslag; d. gebruik van de woning en daaraan verbonden gebouwen en/of het erf voor het uitoefenen van een theetuin, mits wordt voldaan aan hetgeen is gesteld in de Bijlage 6 Beleidsregels theetuinen & verbreding agrarische activiteiten. e. Bestaande paardenbakken;
6.4.2
Strijdig gebruik Tot een gebruik strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1 lid 1 sub c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor bewoning, dan wel de mogelijkheid hiertoe door het aanwezig hebben van de benodigde essentiële woonvoorzieningen; b. het uitoefenen van een horecabedrijf, met uitzondering van het exploiteren van een theetuin; c. het gebruik van gronden als kampeerstandplaats; d. buitenopslag van aan hun gebruik onttrokken voer- of vaartuigen, werktuigen of machines of onderdelen daarvan, verpakkingsmaterialen, bouwmaterialen, bagger en grondspecie, afval, puin, grind of brandstoffen, anders dan in verband met normaal onderhoud of ter verwezenlijking van de bestemming; e. het gebruik van de gronden voor gemotoriseerde sporten; f. het hebben van reclame-uitingen die geen betrekking hebben op de op het perceel plaatsvindende niet wederrechtelijke activiteiten.
75
Verzamelbestemmingsplan 2021 (vastgesteld)
6.5
Afwijken van de gebruiksregels
6.5.1
Afwijkingsbevoegdheid Het bevoegd gezag kan met inachtneming van 6.5.2 een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van: a. 6.1 sub a ten behoeve van het exploiteren van een groepsaccommodatie mits wordt voldaan aan hetgeen is gesteld in Bijlage 5 Beleidsregels recreatieve verblijfsaccommodaties; b. 6.1 sub a ten behoeve van het uitoefenen van een overig aan-huis-verbonden beroep of bedrijf, zoals opgenomen in Bijlage 3 mits wordt voldaan aan hetgeen is gesteld in de afwijkingsvoorwaarden onder 6.5.2.
6.5.2
Afwijkingsvoorwaarden Bij de toepassing van de onder 6.5.1 genoemde afwijkingsregels zijn de voorwaarden zoals genoemd in 15.2 sub c eveneens van toepassing.
6.6
Wijzigingsbevoegdheid Functiewijziging naar Gemengd Het bevoegd gezag kan met inachtneming van artikel 6.7 de bestemming wijzigen in 'Gemengd', mits; a. er sprake van wonen met lichte bedrijvigheid zoals opgenomen in Staat van Bedrijven; b. na wijziging is Artikel 4 van toepassing c. (bedrijfs)activiteiten inpandig plaatsvinden.
6.7
Voorwaarden bij de wijziging Bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheden in dit plan vindt een evenredige belangenafweging plaats waarbij in ieder geval betrokken worden: a. de mate waarin de belangen van gebruikers en/of eigenaren van de aanliggende gronden kunnen worden geschaad; b. de mate waarin de uitvoerbaarheid is aangetoond, waaronder begrepen de toelaatbaarheid op het gebied van milieu, externe veiligheid, waterhuishouding, ecologie en archeologie; c. de mate waarin de landschappelijke inpasbaarheid is aangetoond; d. de mate waarin de verkeerssituatie wordt beïnvloed, waaronder begrepen de gevolgen voor de infrastructuur.
76
Verzamelbestemmingsplan 2021 (vastgesteld)
Artikel 7 7.1
Waarde - Archeologie - 1
Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie - 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende basisbestemming(en) en eventuele dubbelbestemmingen, mede bestemd voor: a. de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden; met de daarbij behorende additionele voorzieningen.
7.2
Specifieke gebruik sregels Het gebruik waarbij sprake is van een permanente verlaging van het waterpeil, is alleen mogelijk indien rekening is gehouden met het belang van de archeologische waarden. Dit is het geval indien: a. op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe bevoegde instantie is aangetoond dat geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; b. op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe bevoegde instantie is aangetoond dat de archeologische waarden door werken en/of werkzaamheden niet onevenredig worden geschaad; c. één of meer van de volgende voorwaarden in acht wordt genomen: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. een verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek door middel van opgravingen; 3. een verplichting de werken en/of werkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg.
7.3
Bouwregels a. Voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 50 m², moet alvorens een omgevingsvergunning voor bouwactiviteiten wordt verleend, door de aanvrager een rapport worden overlegd waarin, naar het oordeel van het bevoegd gezag: 1. de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld; en 2. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd. b. Indien uit het in 7.3 sub a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meer van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties; c. Indien het bevoegd gezag voornemens is om aan de vergunning voorwaarden te verbinden als bedoeld in 7.3 sub b, wordt een archeologische deskundige om advies gevraagd. d.
De voorwaarden als bedoeld in 7.3 gelden niet indien het bouwwerk ter vervanging van een bestaand bouwwerk wordt opgericht en de oppervlakte buiten de oorspronkelijke locatie ten hoogste 50 m² bedraagt.
77
Verzamelbestemmingsplan 2021 (vastgesteld)
7.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.4.1
Vergunningplicht Het is verboden op of in de voor Waarde - Archeologie - 1 aangewezen gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e. f.
7.4.2
het ontgronden, afgraven, egaliseren en ophogen van gronden; het mengen, diepploegen, ontginnen van gronden dieper dan 40 cm; het graven of dempen van watergangen; het dempen van kolken; het aanbrengen van systematische drainage in agrarische percelen dieper dan 40 cm, uitgezonderd sleufloos draineren; het graven van sleuven breder dan 50 cm en dieper dan 100 cm ten behoeve van het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatieleidingen, drainage en funderingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur;
Voorwaarden vergunning Een vergunning als bedoeld in 7.4.1 wordt slechts verleend indien: a. op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe bevoegde instantie is aangetoond dat geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, of; b. op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe bevoegde instantie is aangetoond dat de archeologische waarden door de werken en/of werkzaamheden niet onevenredig worden geschaad, of; c. één of meer van de volgende voorwaarden in acht genomen wordt: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties; d. Indien het bevoegd gezag voornemens is om aan de vergunning voorwaarden te verbinden als bedoeld in 7.4.2 sub c, wordt een archeologische deskundige om advies gevraagd.
7.4.3
Uitzondering vergunningplicht Het verbod als bedoeld in 7.4.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden die: a. het normaal (agrarisch) onderhoud betreffen; b. die op basis van het voorheen geldende plan niet vergunningplichtig waren en die reeds in uitvoering ten tijde van de inwerkingtreding van het plan; c. mogen worden uitgevoerd krachtens een ten tijde van de inwerkingtreding van het plan reeds verleende omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden; d. die in het kader van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd; e. worden uitgevoerd ten behoeve van vergunningsplichtige bouwactiviteiten.
7.5
Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen op basis van artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening één of meerdere bestemmingsvlakken met de dubbelbestemming Waarde - Archeologie - 1 geheel of gedeeltelijk laten vervallen, indien: a. uit archeologisch onderzoek is gebleken dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; b. uit nader archeologisch onderzoek zodanig geringe archeologische waarden zijn gebleken dat bescherming daarvan in het bestemmingsplan redelijkerwijs niet langer noodzakelijk is; c. ingevolge de regels bij deze bestemming vergunde activiteiten hebben plaatsgevonden
78
Verzamelbestemmingsplan 2021 (vastgesteld)
waardoor de archeologische waarden ter plaatse zijn opgeheven of niet langer bescherming behoeven.
79
Verzamelbestemmingsplan 2021 (vastgesteld)
Artikel 8
8.1
Waarde - Archeologie 2
Bestemmingsomschrijving De voor Waarde - Archeologie 2 aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud van archeologische waarden.
8.2
Specifieke gebruik sregels Het gebruik waarbij sprake is van een permanente verlaging van het waterpeil, is alleen mogelijk indien rekening is gehouden met het belang van de archeologische waarden. Dit is het geval indien: a. op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe bevoegde instantie is aangetoond dat geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; b. op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe bevoegde instantie is aangetoond dat de archeologische waarden door werken en/of werkzaamheden niet onevenredig worden geschaad; c. één of meer van de volgende voorwaarden in acht wordt genomen: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. een verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek door middel van opgravingen; 3. een verplichting de werken en/of werkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg.
8.3
Bouwregels In afwijking van het bepaalde in de andere voorkomende bestemming(en), mogen op deze gronden geen bouwwerken worden gebouwd, waarbij de bodem dieper dan 40 cm onder maaiveld worden geroerd, tenzij het bouwwerken zijn: ter vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de bestaande oppervlakte minder dan 100 m2 wordt uitgebreid; tot een oppervlakte van 100 m2 voor de andere voorkomende bestemming(en), voor zover de Bebouwing is toegelaten door de andere voorkomende bestemming(en).
8.4
Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder 8.3 en bouwwerken toestaan waarbij de bodem over een oppervlakte van meer dan 100 m2 dieper dan 40 cm onder maaiveld wordt geroerd mits; a. op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe bevoegde instantie is aangetoond dat geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, of; b. op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe bevoegde instantie is aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad, of c. één of meer van de volgende voorwaarden in acht genomen wordt; er worden technische maatregelen getroffen, waardoor archeologische waarden ter plaatse kunnen worden behouden, of; er wordt archeologisch onderzoek gedaan door opgravingen, of de voor de bouw noodzakelijke werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring worden begeleid door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties,
80
Verzamelbestemmingsplan 2021 (vastgesteld)
8.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
8.5.1
Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren, zulks ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op deze gronden van toepassing zijnde bestemmingen: a. het ontgronden, afgraven, egaliseren en ophogen van gronden; b. het woelen, mengen, diepploegen of ontginnen van gronden of een naar de aard daarmee gelijk te stellen grondbewerking dieper dan 40 cm; c. het graven of vergraven, verruimen of dempen van sloten en andere wateren over een oppervlak van meer dan 100 m2; d. het graven van sleuven breder dan 50 cm en dieper dan 100 cm ten behoeve van het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatiemiddelen, drainage en funderingen en daarmee verband houdende constructies, installaties en/of apparatuur;
8.5.2
Voorwaarden Een vergunning als bedoeld in 8.5.1 wordt slecht verleend indien: a. op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe bevoegde instantie is aangetoond dat geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, of b. op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe bevoegde instantie is aangetoond dat de archeologische waarden door de werken en/of werkzaamheden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad, of c. één of meer van de volgende voorwaarden in acht genomen wrodt: een verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, of een verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek door opgravingen, of een verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot bodemverstoring te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.
8.5.3
Uitzondering Het onder 8.5.1 genoemde verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die: a. b. c. d.
het normale onderhoud en/of het normale agrarische gebruik betreffen; de aanleg van systematische drainage betreffen; bij extreme omstandigheden het graven van geulen voor afvoer van regenwater betreffen; reeds in uitvoering zijn op de eerste dag van er inzage legging van het ontwerp van het plan; e. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; f. aanvaardbaar zijn op basis van een eerder onderzoek waaruit is gebleken dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.