03. Ruimtelijke onderbouwing incl Bijlagen Zandwerf 2 Hellum
Tekst van het document
De noordwestkant is te beschouwen als de achterkant, de noordoostkant als de ontwikkelingskant. De aanwezige beplanting verkeert in het algemeen in redelijke tot goede conditie. De esdoornen in het eiland tussen de oprit verkeren in minder goede conditie. De berken, ligusterhagen en esdoornen sluiten goed aan bij de kenmerken van de landschappelijke context. In het kader van dierenwelzijn zal de pluimveestal aan de zuidwestkant worden uitgebreid met een overdekte uitloopruimte. Ten behoeve van het bouwplan hoeft geen beplanting te worden gerooid. Het wordt ontsloten via de aanwezige verharding. Het van het dak vrijkomende hemelwater wordt opgevangen in een greppel ten zuidwesten van de uitloop. Ir Guido W.F.M. Paumen, Tuin- & landschapsarchitect Bnt Haarenerstrasse 38, 52525 Waldfeucht Duitsland T +31-475-430684 M +31-6-51852937 +49-2455-398401 www.guidopaumen.com guido@guidopaumen.com
15
Landschappelijke inpassing ‘Bouwplan uitloop pluimveestal Zandwerf 2' Zandwerf 2, 9627 TE Hellum - PNR 9627TE2-170622 3) groensingel aan de achterkant
CONCEPT
(print op A3)
4) ontwikkelingskant open laten
Het concept voor de inpassing omvat op grond van het voorafgaande het navolgende: 1) Begeleiden van de uitloop met een transparante bomenrij. De bomenrij verleent maat- en schaal, maar staat een gepaste inkijken op de uitloop vanaf de Veenweg toe. 2) Omzomen van de noordoostkant van het voorerf met ligusterhagen, toevoegen van enkele bomen en aanplanten van een opvolger van de in minder goede conditie verkerende esdoornen. 3) Definieren van de achterkant door de aanplant van een groensingel. De nadruk van de singel ligt op de afscherming op ooghoogte. De bomenrijen langs de N387 vormen de ruimtelijke drager. 4) Open houden van de ontwikkelingskant van het bedrijf; aanplanten van groenelementen is hier niet handig of duurzaam. De elementen aan de overige zijdes vormen een kader voor de beleving vanaf de noordoostkant.
1) transparante bomenrij met zicht op de uitloop
2) voorerf profileren met ligusterhagen en bomen
Ir Guido W.F.M. Paumen, Tuin- & landschapsarchitect Bnt Haarenerstrasse 38, 52525 Waldfeucht Duitsland T +31-475-430684 M +31-6-51852937 +49-2455-398401 www.guidopaumen.com guido@guidopaumen.com
16
Landschappelijke inpassing ‘Bouwplan uitloop pluimveestal Zandwerf 2' Zandwerf 2, 9627 TE Hellum - PNR 9627TE2-170622
(print op A3)
S1 groensingel bestaande uit struikvormers
BEPLANTINGSPLAN Het beplantingsplan omvat op grond van het voorafgaande de realisatie van navolgende elementen; S1 een groensingel bestaande uit struikvormers, B1 een bomenrij bestaande uit zachte berken, H1 ligusterhagen, B2 enkele eiken. Zie de navolgende pagina voor de plantlijst met de aan te planten soorten en aantallen en de richtlijnen voor de aanleg en het beheer
B1 zachte berken
H1 ligusterhagen
Ir Guido W.F.M. Paumen, Tuin- & landschapsarchitect Bnt Haarenerstrasse 38, 52525 Waldfeucht Duitsland T +31-475-430684 M +31-6-51852937 +49-2455-398401 www.guidopaumen.com guido@guidopaumen.com
B2 eiken 17
Landschappelijke inpassing ‘Bouwplan uitloop pluimveestal Zandwerf 2' Zandwerf 2, 9627 TE Hellum - PNR 9627TE2-170622
(print op A3)
PLANTLIJST Aan te planten soorten en aantallen, de omvang bij aanplant en plantverbanden zijn vastgelegd in de lijst rechts. richtlijnen aanleg en beheer S1 De groensingel is te realiseren middels de aanplant van 2 rijen bosplantsoen in de omvang 80/100 cm in een verspringend plantverband van 125x125 cm. De aan te planten soorten zijn at random aan te planten (geen groepen). De struiken mogen 1x per 5-7 jaar voor 50% (aan de binnen- of aan de buitenkant) worden afgezet. Overhangende takken mogen tussendoor worden gesnoeid. B1 De berken zijn aan te planten in de omvang 12/14 cm. De bomen mogen zich vrij ontwikkelen. H1 De ligusterhagen worden gerealiseerd middels de aanplant van bosplantsoen in de omvang 80/100 cm. De hagen zijn 1x per jaar te scheren en in stand te houden op een hoogte van 90-110 cm. B2 De eiken zijn aan te planten in de omvang 16/18 cm. De bomen mogen worden opgekroond tot een hoogte van 400/450 cm.
Code Omvang bij aanplant Plantverband Omvang van het element Acer campestre Acer pseudoplatanus Aesculus hippocastanum Alnus glutinosa Alnus incana Amelanchier lamarckii Betula pendula Betula pubescens Carpinus betulus Castanea sativa Cornus mas Cornus sanguinea Corylus avellana Crateagus monogyna Euonymus europaeus Fagus sylvatica Fraxinus excelsior Juglans regia Ligustrum vulgare Ilex aquifolium Populus nigra Populus tremula Populus trichocarpa Prunus avium Prunus padus Prunus spinosa Quercus petraea Quercus robur Rhamnus catharticus Rhamnus frangula Robinia pseudoacacia Rosa canina Rosa rubiginosa Sambucus nigra Salix alba Salix aurita Salix caprea Salix cinerea Salix fragilis Sorbus aucuparia Tilia cordata Tilia platyphyllos Viburnum opulus Totaal
S1 80/100 125x125 300 m2 veldesdoorn esdoorn paardekastanje zwarte els witte els drents krenteboompje ruwe berk zachte berk haagbeuk tamme kastanje kornoelje, gele kornoelje, rode hazelaar meidoorn kardinaalsmuts gewone beuk es okkernoot liguster hulst zwarte populier ratepopulier balsempopulier zoete kers vogelkers sleedoorn wintereik zomereik wegedoorn vuilboom acacia hondsroos egelantier roos gewone vlier schietwilg geoorde wilg boswilg grauwe wilg kraakwilg lijsterbes winterlinde zomerlinde gelderse roos
B1 12/14 nvt 9 st
H1 80/100 nvt 75 m
B2 16/18 nvt 4 st
25 25 9
25
300
25
4 25
25 150
9
300
4
Ir Guido W.F.M. Paumen, Tuin- & landschapsarchitect Bnt Haarenerstrasse 38, 52525 Waldfeucht Duitsland T +31-475-430684 M +31-6-51852937 +49-2455-398401 www.guidopaumen.com guido@guidopaumen.com
18
Ruimtelijke onderbouwing Zandwerf 2 in Hellum
BIJLAGE 4 Quickscan en voortoets
1 JULI 2022
QuickScan en voortoets voor de locatie Zandwerf 2, Hellum
Rapport: 2022-564 Datum: 13 juni 2022 Versie: 1.0
QuickScan en voortoets voor de locatie Zandwerf 2, Hellum
Colofon © 2022
Tekst, samenstelling:
Fopma NatuurAdvies
Opdrachtgever:
Wijze van citeren:
Fopma NatuurAdvies, A, 2022. QuickScan en voortoets voor de locatie Zandwerf 2, Hellum; Fopma NatuurAdvies, Rapport 2022-564, Wapse.
Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van scanning, internet, druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever hierboven aangegeven en Fopma NatuurAdvies. Ook mag het zonder een dergelijke toestemming niet worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. Fopma NatuurAdvies is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Fopma NatuurAdvies. De opdrachtgever vrijwaart Fopma NatuurAdvies voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing.
De informatie in dit rapport is deels afkomstig uit de NDFF en mag niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.
2
Inhoudsopgave 1
INLEIDING 1.1 ACHTERGROND 1.2 AANLEIDING 1.2.1 Soortbescherming 1.2.2 NatuurNetwerk Nederland 1.2.3 Gebiedsbescherming 1.3 PROBLEEMSTELLING / DOELSTELLING
2
SOORTBESCHERMING – WET NATUURBESCHERMING 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
3
LIGGING ONDERZOEKSGEBIED EN ONDERZOEKSOPZET
9
INVENTARISATIE NATUURWAARDEN
BEOORDELING WET NATUURBESCHERMING (SOORTEN) 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7
6 3
8 8 8 8 8 8
4.1 VOGELS (WNB § 3.1) 4.1.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen 4.1.2 Gegevens uit veldbezoek (vogels) 4.2 VLEERMUIZEN 4.2.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen 4.2.2 Gegevens uit veldbezoek 4.3 OVERIGE GRONDGEBONDEN ZOOGDIEREN 4.3.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen 4.3.2 Gegevens uit veldbezoek 4.4 AMFIBIEËN, VISSEN EN REPTIELEN 4.4.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen 4.4.2 Gegevens uit veldbezoek 4.5 VLINDERS, LIBELLEN, JUFFERS EN INSECTEN 4.5.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen 4.5.2 Gegevens veldbezoek 4.6 VAATPLANTEN 4.6.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen 4.6.2 Gegevens veldbezoek 4.7 OVERIGE BESCHERMDE SOORTEN 4.7.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen 4.7.2 Gegevens uit veldbezoek 5
5 6 6 6 6 7
BESCHERMINGSREGIME SOORTEN VOGELRICHTLIJN BESCHERMINGSREGIME SOORTEN HABITATRICHTLIJN BESCHERMINGSREGIME ANDERE SOORTEN ZORGPLICHT PROVINCIALE OMGEVINGSVERORDENING GRONINGEN (POV)
3.1 LIGGING ONDERZOEKSGEBIED 3.2 ONDERZOEKSMETHODE 3.2.1 Bronnenonderzoek 3.2.2 Veldbezoek 4
5
VOGELS VLEERMUIZEN OVERIGE GRONDGEBONDEN ZOOGDIEREN REPTIELEN, AMFIBIEËN EN VISSEN VLINDERS, LIBELLEN, JUFFERS EN INSECTEN VAATPLANTEN OVERIGE DIERSOORTEN
NATUURNETWERK NEDERLAND
9 9 9 10 11 11 11 12 12 12 13 14 14 14 14 14 14 15 15 15 15 15 15 15 15 15 16 16 16 16 16 17 17 17 18
7
NATURA 2000 GEBIEDEN - VOORTOETS
19
8
CONCLUSIES
20
8.1 8.2 8.3 9
CONCLUSIE WET NATUURBESCHERMING (SOORTEN) CONCLUSIE NATUURNETWERK NEDERLAND CONCLUSIE WET NATUURBESCHERMING (GEBIEDEN)
BRONNEN 9.1 9.2
LITERATUUR GERAADPLEEGDE WEBSITES
20 20 20 21 21 21
BIJLAGE 1
ALGEMENE VERBODSBEPALINGEN WNB
22
BIJLAGE 2
PROCES BEOORDELING ONTHEFFING WNB
23
BIJLAGE 3
JAARROND BESCHERMDE VOGELS
24
BIJLAGE 4
SAMENVATTING NDFF (1-1-2017 TOT 1-6-2022)
26
BIJLAGE 5
OMGEVINGSVERORDENING GRONINGEN
27
4
1
Inleiding
1.1
Achtergrond
Voor het agrarische bedrijf aan de Zandwerf 2 te Hellum wordt een aanvraag omgevingsvergunning ingediend voor een wijziging van de bedrijfssituatie: Aan pluimveestal A (zie tekening) wordt een overdekte uitloopruimte gerealiseerd, om de kippen in de dagperiode extra leefruimte te bieden ten behoeve van meer dierenwelzijn. In deze QuickScan wordt gekeken of er voor de realisering van de plannen nog een ontheffing (soorten) op grond van de Wet natuurbescherming noodzakelijk is. Ook kan uitsluitsel gegeven worden of de gemeente bij een Omgevingsvergunning een verklaring van geen bedenkingen moet aanvragen. Het rapport kan tevens gebruikt worden bij de bestemmingsplanprocedure. In hoofdstuk 8 staan de conclusies van de QuickScan. De te toetsen activiteit betreft: - Bouw van overdekte uitloop bij pluimveestal A. Er is geen sprake van kap van bomen of sloop van opstallen. Er worden geen sloten of greppels gedempt.
Figuur 1.
5
Kaart met ligging onderzoeksgebied zwarte kader en plangebied rode pijl (Bron: NDFF).
Figuur 2.
1.2
Situatieschets van de gewenste situatie (Bron: Agra-Matic). Met rood is de nieuwe overdekte uitloopruimte weergegeven.
Aanleiding
De aanleiding voor het maken van een QuickScan is de noodzaak en de wens om vooraf uit te sluiten dat door het project natuurwaarden aangetast kunnen worden.
1.2.1 Soortbescherming Realisatie van de voorgenomen plannen kan invloed hebben op de bepalingen in de Wet natuurbescherming. Deze wet regelt de bescherming van planten- en diersoorten in Nederland. Overtreding van de verbodsbepalingen (bijlage 1) ten aanzien van streng beschermde soorten vereist mogelijk een ontheffing (zie hoofdstukken 2 t/m 5 en 8).
1.2.2 NatuurNetwerk Nederland In hoofdstuk 6 en 8 van deze QuickScan wordt gekeken of er door de activiteit negatieve effecten zijn op de realisering van het NatuurNetwerk Nederland (NNN).
1.2.3 Gebiedsbescherming In deze QuickScan is tevens gekeken of er door de uitvoering van het voorgenomen plan sprake kan zijn van externe werking op nabijgelegen Natura 2000-gebieden. De Natura 2000-gebieden vallen eveneens onder de Wet natuurbescherming. Bij effecten op Natura 2000-instandhoudingsdoelen is mogelijk een vergunning vereist (zie hoofdstuk 7 en 8).
6
Figuur 3.
1.3
Foto bestaande situatie (de uitloop komt rechts van de stal op de 2e foto)
Probleemstelling / doelstelling
De QuickScan geeft antwoord op onderstaande vragen: 1. Komen er natuurwaarden voor, waarvoor het noodzakelijk is om een soort specifiek onderzoek eventueel met mitigatieplan te laten uitvoeren om te beoordelen in hoeverre het project handelingen bevat die in strijd zijn met de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming (soortbescherming)? 2. Zijn er effecten op het NNN? 3. Zijn er mogelijke effecten op de Natura 2000-instandhoudingsdoelen waardoor er een passende beoordeling gemaakt moet worden (gebiedsbescherming/ Wet natuurbescherming)?
7
2
Soortbescherming – Wet natuurbescherming
Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Voor het soortenbeleid deelt de Wet natuurbescherming de soorten in drie beschermingsregimes, namelijk vogels (EU-Vogelrichtlijn), soorten beschermd op grond van de Habitatrichtlijn en nationaal beschermde soorten.
2.1
Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn
Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (zoals bedoelt in artikel 1 van de Vogelrichtlijn). De lijst met jaarrond beschermde vogels staat in bijlage 3.
2.2
Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn
Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. Het Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn is ten aanzien van verstoren strikter dan het Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn.
2.3
Beschermingsregime andere soorten
Dit zijn de in de bijlage van Wet natuurbescherming genoemde soorten. Het gaat hier om de bescherming van niet onder de bovenstaande twee categorieën vallende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland, vermeld in de bijlage van de Wet natuurbescherming (art. 3.10 – 3.11 Wet natuurbescherming). Voor de soorten opgenomen in deze bijlage geldt geen Europese verplichting tot bescherming. Deze soorten worden beschermd vanwege de breed in de maatschappij levende overtuiging dat deze dieren een bescherming behoeven. De andere in de bijlage opgenomen soorten worden om ecologische redenen beschermd. Hiermee geeft Nederland uitvoering aan de algemene verplichting van het Biodiversiteitsverdrag om de staat van instandhouding van dier- en plantsoorten te beschermen. Omdat er ook veel algemene soorten in staan genoemd is de verwachting dat er weer een verdeling komt van meer en minder strikt beschermde soorten. Deze kan echter per provincie verschillen (zie bijlage 5).
2.4
Zorgplicht
Onder de Wet natuurbescherming geldt een zorgplicht voor alle in het wild levende dieren. De zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer werkzaamheden, die nadelig kunnen zijn voor dieren en planten, in redelijkheid zo veel mogelijk nalaat of maatregelen neemt om onnodige schade aan dieren en planten te voorkomen.
2.5
Provinciale Omgevingsverordening Groningen (POV)
Artikel 3.3 Aanwijzing soorten onderhoud, beheer en werkzaamheden Als soorten als bedoeld in artikel 3.10, tweede lid, in samenhang met artikel 3.8, tweede lid, van de wet worden aangewezen de soorten genoemd in bijlage II (zie bijlage 5 van dit rapport). Artikel 3.4 Vrijstelling onderhoud, beheer en werkzaamheden 1. In afwijking van artikel 3.10, eerste lid, van de wet gelden de in dat lid opgenomen verboden niet voor de soorten genoemd in bijlage II (zie bijlage 5 van dit rapport), mits het gaat om handelingen die worden verricht in verband met: a) De uitvoering van werkzaamheden in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. b) De uitvoering van werkzaamheden in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer. c) De uitvoering van werkzaamheden in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw. d) Bestendig gebruik. 2. De in het eerste lid bedoelde vrijstellingen gelden indien er geen andere bevredigende oplossing bestaat. 3. Gedeputeerde Staten wijzen de middelen aan waarmee gebruik mag worden gemaakt van de vrijstelling bedoeld in het eerste lid, voor zover het betreft vangen en doden als bedoeld in artikel 3.25, eerste lid, van de wet. 8
3
Ligging onderzoeksgebied en onderzoeksopzet
3.1
Ligging onderzoeksgebied
Het onderzoeksgebied voor de Wet natuurbescherming beperkt zich tot de percelen waarop de ingreep plaatsvindt en de directe omgeving (zie figuur 1). Voor de effecten op Natura 2000-gebieden is in hoofdstuk 7 ook gekeken naar het aspect externe werking.
3.2
Onderzoeksmethode
Deze QuickScan is gebaseerd op bronnenonderzoek en een bureauanalyse. Aan de hand van expert judgement door een ecoloog (Ir. A. Fopma van Fopma NatuurAdvies) is ingeschat wat de beschermde natuurwaarden zijn en de te verwachten effecten.
3.2.1 Bronnenonderzoek Gekeken is naar de volgende bronnen: • Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF, zie ook bijlage 4). • Literatuur (zie hoofdstuk 8). Wat zit er in het NDFF? Er is gebruik gemaakt van de Nationale Database Flora en Fauna (NDFF). Hiervoor hebben we de gevalideerde data gebruikt (laatste 5 jaar). De omvang van het onderzoeksgebied is weergegeven in figuur 1. In de NDFF zit gevalideerde data van verschillende soortbeschermingsorganisaties en partners. Ook de data van Telmee.nl en waarneming.nl zit in de NDFF. Zo ook de eigen data van Fopma NatuurAdvies. Soortenorganisaties De soortenorganisaties zijn elk gespecialiseerd in een groep dieren of planten. Zij beheren databanken met verspreidings- en ecologische gegevens die door duizenden vrijwilligers verzameld zijn. Deze gegevens zijn ook beschikbaar in de Nationale Databank Flora en Fauna. De soortenorganisaties hebben in de loop der jaren een grote expertise opgebouwd met betrekking tot veldbiologisch onderzoek, de ecologie van de Nederlandse flora en fauna en het beheren en interpreteren van monitorings- en verspreidingsgegevens. • • • • • • • • • •
ANEMOON (Flora en fauna van de zee) Bryologische en Lichenologische Werkgroep (BLWG) (Mossen en korstmossen) De Vlinderstichting (Vlinders en libellen) EIS-Nederland (Ongewervelde dieren) FLORON (Planten) Nederlandse Mycologische Vereniging (NMV) (Paddenstoelen) RAVON (Reptielen, amfibieën en vissen) Sovon Vogelonderzoek Nederland (Vogels) TINEA (Micronachtvlinders) Zoogdiervereniging (Zoogdieren)
Partners Verschillende organisaties werken samen met de NDFF. Bijvoorbeeld door gegevens beschikbaar te stellen of andere kennis te delen. • • • • • • • • • •
9
Alterra (landelijke vegetatiedatabank) Instituut voor Biodiversiteit en Ecosystem Dynamica (IBED) Naturalis Biodiversity Center Natuurhistorisch Genootschap in Limburg Natuurbank Limburg NatuurNetwerk Netwerk Ecologische Monitoring (NEM) Regelink Ecologie & Landschap Stichting Natuurinformatie (waarneming.nl) Stichting Staring Advies
3.2.2 Veldbezoek Er heeft 1 veldbezoek op de planlocatie en de naaste omgeving plaatsgevonden. Datum: Tijdstip: Weersbeeld: Temperatuur:
11 juni 2022 Middag Zonnig, licht bewolkt, droog 21o Celsius
Tijdens het veldbezoek is gekeken naar de potenties van het plangebied voor beschermde diersoorten en de mogelijke functies. Op basis van expert judgement is een inschatting gemaakt wat de mogelijke effecten zijn van de ingreep op beschermde soorten.
10
4
Inventarisatie natuurwaarden
4.1
Vogels (Wnb § 3.1)
4.1.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) In het onderzoeksgebied (figuur 1) zijn 504 waarnemingen van vogels geregistreerd, verdeeld over 74 soorten. Hierbij zijn 7 ‘jaarrond’ beschermde vogelsoorten. Tabel 1.
Waargenomen vogelsoorten in onderzoeksgebied in de periode 1-1-2017 tot 1-6-2022. Vet en cursief zijn de jaarrond beschermde soorten uit categorie 1 t/m 4 (zie bijlage 3) (Bron: NDFF) Vogelsoorten Appelvink Havik Putter Blauwe kiekendief Heggenmus Ransuil Blauwe reiger Holenduif Roodborst Boerenzwaluw Houtduif Scholekster Bonte vliegenvanger Houtsnip Sperwer Boomkruiper Huismus Spotvogel Boompieper Huiszwaluw Spreeuw Braamsluiper IJsvogel Staartmees Buizerd Kauw Stormmeeuw Ekster Keep Tjiftjaf Fazant Kievit Toendrarietgans Fitis Kleine rietgans Torenvalk Gaai Kneu Tuinfluiter Geelgors Knobbelzwaan Tureluur Gekraagde roodstaart Kokmeeuw Turkse tortel Gele kwikstaart Kolgans Vink Gierzwaluw Koolmees Wilde eend Goudvink Koperwiek Winterkoning Grauwe gans Kwartel Witte kwikstaart Grauwe vliegenvanger Meerkoet Zanglijster Groene specht Merel Zilvermeeuw Groenling Nijlgans Zwarte kraai Grote bonte specht Ooievaar Zwarte roodstaart Grote lijster Patrijs Zwartkop Grote zilverreiger Pimpelmees 74 soorten De data in het NDFF is redelijk volledig voor deze soortgroep. Tabel 2. Soort
Waarnemingen jaarrond beschermde vogelsoorten t.o.v. het plangebied. (Wrn = aantal waarnemingen, Jaren = alleen met broedindicatie) #Wrn Jaren Locatie t.o.v. plangebied
Buizerd
15
2018, 2020
Gierzwaluw
4
2020
Havik Huismus
4 19
n.v.t. 2018 t/m 2020
Ooievaar Ransuil Sperwer 11
5 3 3
n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Drie waarnemingen met broedindicatie. Eén bezet territorium in 2018 op >800 meter ten ZO en in 2020 op >1,5 kilometer ten O van het plangebied van het bedrijf. Eén waarneming met broedindicatie in dorpskern Siddeburen op > 1,5 kilometer ten NO van het bedrijf. Geen waarnemingen met broedindicatie. Veertien waarnemingen met broedindicatie verspreidt door het gebied. Dichtstbijzijnde op 500 meter ten NW van het bedrijf. Geen waarnemingen met broedindicatie. Geen waarnemingen met broedindicatie. Geen waarnemingen met broedindicatie.
4.1.2 Gegevens uit veldbezoek (vogels) De toets richt zich vooral de mogelijke aanwezigheid van broedlocaties op de plekken waar de uitloopruimte komt. Er zijn in het NDFF geen data van vogels in het plangebied waar de overdekte uitloopruimte komt. Huismus:
De locaties waar de uitbouw komt is niet geschikt voor Huismussen, vanwege het ontbreken van geschikte nestgelegenheid. Boerenzwaluw: De stal waar de uitloop naast komt is niet geschikt voor de Boerenzwaluw. Deze kunnen nergens naar binnen. Huiszwaluw: Er is geen geschikte dakrand voor Huiszwaluwen bij de stallen waar de uitloop naast komt. Uilen: De stal is vogelwerend afgesloten. Uilen zijn uitgesloten. Negatieve effecten op de vogels door de aanleg van een overdekte uitloop bij de stal is dan ook uitgesloten.
4.2
Vleermuizen
4.2.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) Op basis van landelijke verspreiding (Bron: Zoogdiervereniging), zijn de volgende soorten mogelijk: • Gewone dwergvleermuis • Ruige dwergvleermuis • Rosse vleermuis • Laatvlieger • Tweekleurige vleermuis • Gewone grootoorvleermuis • Watervleermuis • Meervleermuis • Franjestaart • Baardvleermuis • Brandt’s vleermuis Er staan enkele waarnemingen van vleermuizen in het onderzoeksgebied in de NDFF. Tabel 3.
Data NDFF (periode 1-1-2017 tot 1-6-2022).
Soort Baardvleermuis / Brandts vleermuis
Status
Gewone dwergvleermuis
Wnb § 3.2 Wnb § 3.2
Gewone grootoorvleermuis Gewone/Kleine/Ruige dwergvleermuis Laatvlieger Meervleermuis Rosse vleermuis Ruige dwergvleermuis Vleermuis (onbekend) Watervleermuis
Wnb § 3.2 Wnb § 3.2 Wnb § 3.2 Wnb § 3.2 Wnb § 3.2 Wnb § 3.2 Wnb § 3.2 Wnb § 3.2
12
Tabel 4.
Waarnemingen beschermde soorten t.o.v. het plangebied. (Wrn = aantal waarnemingen, Max_ind = maximaal aantal waargenomen individuen tijdens een waarneming) Soort Wrn Max_Ind Jaren Locatie t.o.v. plangebied Baardvleermuis / Brandts 1 1 2018 Boven akker op ca. 2 kilometer ten vleermuis NO van het bedrijf. Gewone dwergvleermuis 129 Max 50. 2017,2018 Waarnemingen wijdt verspreidt door (kraamkol het onderzoeksgebied o.a. tijdens onie) Vleermuistransecttelling (NEM). Kraamkolonies in de Jan Oostindiërstraat 5 (39 uitvliegers) en Menoldalaan 10 (30-50 uitvliegers). Gewone grootoorvleermuis 1 1 2018 Bij Jan Oostindiërstraat 5 op ca. 1,8 km ten NO van het bedrijf. Gewone/Kleine/Ruige 1 1 2018 Waarneming tijdens dwergvleermuis Vleermuistransecttelling (NEM) langs N387 op ca. 400 meter ten NO van het bedrijf. Laatvlieger 2 3 2018 Twee waarnemingen tijdens Vleermuistransecttelling (NEM). Beide op > 800 meter van het bedrijf. Meervleermuis 1 1 2018 Waarneming tijdens Vleermuistransecttelling (NEM) op > 800 meter van het bedrijf. Rosse vleermuis 1 1 2018 Waarneming tijdens Vleermuistransecttelling (NEM) langs N387 op ca. 300 meter ten NW van het bedrijf. Ruige dwergvleermuis 5 1 2018 Waarnemingen wijdt verspreidt door het onderzoeksgebied tijdens Vleermuistransecttelling (NEM). Dichtstbijzijnde langs de Hoofdweg op > 400 meter van het bedrijf.
Vleermuis (onbekend) 2 1 2018 Waarnemingen omgeving begraafplaats op > 1 kilometer ten ONO van het bedrijf. Watervleermuis 7 Max 12. 2018 Waarnemingen vooral in de (kraamkol omgeving van de kraamkolonie onie) Menoldalaan 10 (8-12 uitvliegers) op > 750 meter ten W van het bedrijf.
4.2.2 Gegevens uit veldbezoek Op basis van de luchtfoto is gekeken naar potentiële verblijfplaatsen en vliegroutes. Verblijfplaatsen Bij de nieuwe overdekte uitloopruimte voor de kippen zijn geen geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen. Vliegroutes In het plangebied zijn geen geschikte structuren voor vliegroutes aanwezig. De stal ligt vrij in het open veld. Negatieve effecten op vleermuizen zijn uitgesloten.
13
4.3
Overige grondgebonden zoogdieren
4.3.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) In onderstaande tabel staat een overzicht van de in het onderzoeksgebied waargenomen soorten. Tabel 5.
Data NDFF (periode 1-1-2017 tot 1-6-2022).
Soort Bruine rat Egel
Status Onbeschermd Wnb § 3.31
Haas Hond of Wolf Mol
Wnb § 3.3 ? Onbeschermd
Muskusrat
Onbeschermd
Otter
Wnb § 3.3
Ree
Wnb § 3.31
Woelrat
Wnb § 3.31
Tabel 6. Soort Haas
Otter
Waarnemingen beschermde soorten t.o.v. het plangebied. (Wrn = aantal waarnemingen, Max_ind = maximaal aantal waargenomen individuen tijdens een waarneming) Wrn Max_Ind Jaren Locatie t.o.v. plangebied 6 2 2018, 2020, Wijd verspreidt in het 2022 onderzoeksgebied. De soort is niet binnen een straal van 750 meter rond het bedrijf waargenomen. 1 1 2020 Verkeersslachtoffer N387 t.h.v Haansvaart op 900 meter ten W van het bedrijf.
4.3.2 Gegevens uit veldbezoek Het plangebied wordt intensief agrarisch gebruikt. Het terrein is wel ‘geschikt’ voor zoogdieren, zoals de Veldmuis, Egel, Bosspitsmuis, Huismuis, Bruine rat, Bosmuis etc. De stal is goed afgeschermd tegen marters en het korte grasland naast de stal is geen geschikt leefgebied. Voor de Haas is de ruimte direct naast de stal geen geschikt habitat. Ook voor de Otter is er geen geschikt leefgebied aanwezig in de omgeving van de stal.
4.4
Amfibieën, vissen en reptielen
4.4.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) In de NDFF zijn in de periode 1-1-2017 tot 1-6-2022 geen waarnemingen van deze soortgroepen vastgelegd.
4.4.2 Gegevens uit veldbezoek Zoals uit figuur 1 t/m 3 blijkt zijn er geen sloten en greppels in het plangebied. Voor de betreffende soorten is er in het plangebied weinig tot geen geschikt leefgebied aanwezig. Effecten door de aanleg van een overdekte uitloopruimte op beschermde soorten zijn uitgesloten.
1 Vrijgestelde soort op grond van de Omgevingsverordening Groningen
14
(zie bijlage 5).
4.5
Vlinders, libellen, juffers en insecten
4.5.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) In onderstaande tabel staat een overzicht van de in het onderzoeksgebied waargenomen soorten. Tabel 7.
Data NDFF (periode 1-1-2017 tot 1-6-2022).
Dagvlinders Atalanta Bont zandoogje Boomblauwtje Bruin zandoogje Citroenvlinder Dagpauwoog Distelvlinder Klein geaderd witje Kleine vuurvlinder Koevinkje Koninginnenpage Zwartsprietdikkopje
Status Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd
Libellen Azuurwaterjuffer Grote roodoogjuffer Heidelibel (soort onbekend) Houtpantserjuffer Lantaarntje Paardenbijter Platbuik Steenrode heidelibel Vuurjuffer
Status Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd
4.5.2 Gegevens veldbezoek Er is onder het huidige agrarische beheer geen geschikt leefgebied aanwezig voor beschermde soorten vlinders, libellen, juffers en insecten.
4.6
Vaatplanten
4.6.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) In het onderzoeksgebied zijn geen beschermde soorten op grond van de Wnb geregistreerd. Er zijn wel 437 waarnemingen van 244 onbeschermde soorten geregistreerd.
4.6.2 Gegevens veldbezoek Het agrarische gebruik van het plangebied (figuur 1, 2 en 3) voorkomt dat er geschikt leefgebied voor beschermde soorten aanwezig is.
4.7
Overige beschermde soorten
(Sprinkhanen, krekels, geleedpotigen, nachtvlinders, mossen, korstmossen, algen, wieren etc.)
4.7.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) Er zijn in het onderzoeksgebied geen andere beschermde soorten waargenomen in de periode 1-1-2017 tot 1-6-2022.
4.7.2 Gegevens uit veldbezoek Er zijn geen andere beschermde soorten aangetroffen.
15
5
Beoordeling Wet natuurbescherming (soorten)
5.1
Vogels
Effectenbeoordeling Er zijn geen effecten op soorten met jaarrond beschermde nesten en op soorten met jaarrond beschermd functioneel leefgebied te verwachten. Effecten op jaarrond beschermde soorten (Cat. 1 t/m 5) zijn uitgesloten. De aanleg van de uitloopruimte wordt op het grasland en akker naast de bestaande stal (A) gecreëerd. De kans op verstoring van broedende vogels kan derhalve op voorhand worden uitgesloten, omdat de pluimveestal vogelwerend is gemaakt met het doel om interactie tussen pluimvee en wilde vogels te voorkomen. Periode werkzaamheden (voorzorgsbeginsel) Omdat geen ontheffingen worden verleend voor het verstoren van vogels en/of het vernielen van nesten wordt geadviseerd om het bouwrijp maken voor het broedseizoen (globale richtlijn2 15 maart - 15 juli) uit te voeren of te beginnen na 15 juli. Op deze wijze zijn effecten op vogels met zekerheid uitgesloten.
5.2
Vleermuizen
Effectenbeoordeling Er zijn geen verblijfplaatsen in het plangebied. Door de ingreep veranderd er niets in de omgeving, zodat er ook geen vliegroutes of foerageergebieden verloren gaan. Effecten op vleermuizen zijn uitgesloten.
5.3
Overige grondgebonden zoogdieren
Effectenbeoordeling Er zijn geen waarnemingen van grondgebonden zoogdieren. Er is ook geen geschikt habitat aanwezig voor strikt beschermde soorten. Effecten op zoogdieren zijn uitgesloten.
5.4
Reptielen, amfibieën en vissen
Effectenbeoordeling Reptielen Er zijn geen reptielen waargenomen in de directe nabijheid van het plangebied en het habitat is er ook niet optimaal voor. Effecten kunnen op voorhand worden uitgesloten. Effectenbeoordeling Amfibieën Er is geen geschikt habitat aanwezig voor amfibieën.
2
Broedseizoen: Vogels worden met name beschermd tijdens het broedseizoen. Een belangrijke vraag is dus: Van wanneer tot wanneer duurt het broedseizoen? Vaak wordt als grove lijn gezegd dat het broedseizoen duurt van 15 maart tot en met 15 juli. Inderdaad broeden vogels met name in deze periode. De bescherming van vogels is echter niet gebaseerd op een datum, maar op het daadwerkelijke broedseizoen. Dat kan ook al voor 15 maart of na 15 juli zijn. Het broedseizoen begint niet pas wanneer de eieren gelegd zijn. Het broedseizoen gaat al van start met de paarvorming, territorium afbakenen en het bouwen van nesten. In deze tijdsspan worden vogels, hun nesten en eieren beschermd door de Wet natuurbescherming. Het nest mag niet verwijderd, verstoord of leeggehaald worden (Bron: Vogelbescherming Nederland). 16
Effecten kunnen op voorhand worden uitgesloten. Effectenbeoordeling Vissen Er is geen open water aanwezig voor vissen. Effecten kunnen op voorhand worden uitgesloten.
5.5
Vlinders, libellen, juffers en insecten
Effectenbeoordeling Dagvlinders Effecten op beschermde dagvlinders zijn vanwege het ontbreken van geschikt habitat in het gebied uitgesloten. Effectenbeoordeling Libellen en juffers Effecten op beschermde libellen en juffers zijn vanwege het ontbreken van geschikt habitat in het gebied uitgesloten.
5.6
Vaatplanten
Effectenbeoordeling In het gebied is geen geschikt habitat aanwezig voor beschermde soorten. Effecten op beschermde soorten kunnen op voorhand worden uitgesloten.
5.7
Overige diersoorten
Effectenbeoordeling In het gebied zijn geen andere beschermde diersoorten aangetroffen.
17
6
NatuurNetwerk Nederland
Binnen de provincie Groningen zijn veel natuurgebieden. Die vormen samen een netwerk: het Natuur Netwerk Nederland. Dat netwerk bestaat uit bestaande natuurgebieden, maar er worden ook nieuwe natuurgebieden ontwikkeld. Het Natuur Netwerk Nederland is beschermd, je mag er bijvoorbeeld niet zomaar bouwen. Een deel van het NatuurNetwerk heeft zelfs Europese bescherming: de Natura 2000-gebieden (zie hoofdstuk 7). Maar ook buiten de Natura 2000-gebieden zijn stukken natuur die het beschermen waard zijn. Zoals uit onderstaande figuur blijkt ligt het plangebied niet binnen het NNN. Effecten op het NNN zijn uitgesloten.
Figuur 4.
18
Ligging van het plangebied (rode pijl) t.o.v. het NNN. (Bron: NDFF)
7
Natura 2000 gebieden - Voortoets
Natura 2000 is een netwerk van Europese natuurgebieden. Het vormt de basis van het Europese natuurbeleid. Natura 2000 is gericht op de instandhouding en ontwikkeling van soorten en ecosystemen die voor Europa belangrijk zijn. Een voorbeeld is de Noordse woelmuis, die alleen nog maar in Nederland voorkomt. Zoals uit onderstaande figuur blijkt ligt het plangebied op ruime afstand van Natura 2000 gebieden. Uit onderstaande figuur blijkt dat het plangebied niet in de directe nabijheid van Natura 2000 gebieden ligt. Het Natura 2000-gebieden Zuidlaardermeergebied en de Dollard liggen op > 10 kilometer. Negatieve effecten door de bouw van een overdekte uitloopruimte op Natura 2000 gebieden zijn derhalve met zekerheid uitgesloten.
Figuur 5.
19
Ligging van het plangebied (rode pijl) ten opzichte van Natura 2000-gebieden (Bron: NDFF)
8
Conclusies
8.1
Conclusie Wet natuurbescherming (Soorten)
Voor de conclusies aangaande soorten verwijzen wij naar onderstaande tabel. Voor de activiteit is geen ontheffing nodig mits men rekening houdt met het broedseizoen (zie paragraaf 5.1). Wij adviseren wel om deze conclusie (het rapport) door het bevoegd gezag voor de Omgevingsvergunning (Gemeente Midden-Groningen) te laten bevestigen. Eventueel kunt u het ook nog ter beoordeling aan de provincie voorleggen. Tabel 8.
Overzicht conclusies aangaande effecten en de eventueel te nemen vervolgstappen.
Soortgroep
Ingreep verstorend
Nader onderzoek noodzakelijk
Wnbontheffing noodzakelijk
Nee, mits
Nee
Nee
Zie paragraaf 5.1
Jaarrond beschermd
Nee
Nee
Nee
Zie paragraaf 5.1
Verblijfplaatsen
Nee
Nee
Nee
Zie paragraaf 5.2
Vliegroutes
Nee
Nee
Nee
Zie paragraaf 5.2
Overige zoogdieren
Nee
Nee
Nee
Zie paragraaf 5.3
Amfibieën
Nee
Nee
Nee
Zie paragraaf 5.4
Reptielen
Nee
Nee
Nee
Zie paragraaf 5.4
Vissen
Nee
Nee
Nee
Zie paragraaf 5.4
Libellen en vlinders
Nee
Nee
Nee
Zie paragraaf 5.5
Vaatplanten
Nee
Nee
Nee
Zie paragraaf 5.6
Overige soortgroepen
Nee
Nee
Nee
Zie paragraaf 5.7
Vogels
Broedvogels
Vleermuizen
8.2
Bijzonderheden / opmerkingen
Conclusie NatuurNetwerk Nederland
Er zijn geen effecten op de NNN-gebieden te verwachten.
8.3
Conclusie Wet natuurbescherming (gebieden)
Er zijn geen effecten op de Natura 2000-gebieden te verwachten. We adviseren om deze conclusies ook aan het bevoegd gezag ter beoordeling voor te leggen.
20
9
Bronnen
9.1
Literatuur
• • • • • • • •
9.2 • • • • • • • • •
21
Bijlsma, R.G. (et al) 2001, Algemene en schaarse vogels van Nederland (Avifauna van Nederland 2) GMB uitgeverij/KNNV Uitgeverij, Haarlem/Utrecht. Dietz, C. (et al.) 2009, Vleermuizen; Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika, Tirion Natuur. Janssen A.M. & Schaminée H.J. 2003. Europese Natuur in Nederland; Habitattypen, KNNV Uitgeverij, Utrecht. Janssen A.M. & Schaminée H.J. 2008. Europese Natuur in Nederland; Soorten van de Habitatrichtlijn, KNNV Uitgeverij, Utrecht. Krijgsveld, K.L., Smits, R.R. & Winden J. van der 2008. Verstoringsgevoeligheid van vogels, Update literatuurstudie naar de reacties van vogels op recreatie, Bureau Waardenburg Rapport 08-173, Culemborg. Lange R. (et al.) 1994. Zoogdieren van West-Europa, KNNV Uitgeverij, Utrecht. SOVON Vogelonderzoek Nederland, 2002 Atlas van de Nederlandse Broedvogels 1998-2000, Nederlandse fauna 5, Naturalis, KNNV-uitgeverij Leiden. SOVON & CBS 2005, Trends van vogels in het Nederlandse Natura 2000 netwerk, SOVONinformatierapport 2005/09. SOVON Vogelonderzoek Nederland, Beek-Ubbergen.
Geraadpleegde websites www.sovonatlas.nl www.rijksoverheid.nl & www.synbiosys.alterra.nl www.natuurloket.nl www.overheid.nl www.uilen.org www.waarneming.nl www.zoogdieratlas.nl www.ndff.nl
[verspreidingsgegevens vogels, 2018] [natuurwetgeving / soortbescherming & gebiedsbescherming N2000 / EHS, profielendocument] [waarnemingen van flora en fauna] [actuele wetteksten] [vogelwaarnemingen en informatie / uileninformatie] [waarnemingen van flora en fauna] [waarnemingen zoogdieren]
BIJLAGE 1
Algemene verbodsbepalingen Wnb
§ 3.1. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn Artikel 3.1 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. 5. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. § 3.2. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn Artikel 3.5 1. Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4.
Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 5. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. § 3.3. Beschermingsregime andere soorten Artikel 3.10 1. Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a) in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b) de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c) vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. 2.
Artikel 3.8, met uitzondering van het derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op de verboden, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat, in aanvulling op de redenen, genoemd in het vijfde lid, onderdeel b, de noodzaak voor de ontheffing of vrijstelling ook verband kan houden met handelingen: a) in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daaropvolgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; b) ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; c) ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; d) ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; e) in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; f) in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; g) in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, of h. in het algemeen belang. 3.
De verboden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, en b, zijn niet van toepassing op de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden. 22
BIJLAGE 2
Proces beoordeling ontheffing Wnb
Verdere uitwerking van het schema op: http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/routeplanner.aspx?subj=routeplanner#initiatiefnemer
23
BIJLAGE 3
Jaarrond beschermde vogels
Categorieën: 1. Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rusten verblijfplaats. 2.
Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar.
3.
Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar.
4.
Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen.
5.
Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen.
24
Nesten van vogelsoorten van categorie 1 t/m 4 zijn jaarrond beschermd, de nesten van soorten in categorie 5 zijn beschermd als er onvoldoende alternatieven zijn. Nederlandse naam
Categorie Nederlandse naam
Categorie
Blauwe reiger
5
Ruigpootuil
5
Boerenzwaluw
5
Spreeuw
5
Bonte vliegenvanger
5
Tapuit
5
Boomklever
5
Torenvalk
5
Boomkruiper
5
Zeearend
5
Bosuil
5
Zwarte kraai
5
Brilduiker
5
Zwarte mees
5
Draaihals
5
Zwarte roodstaart
5
Eidereend
5
Zwarte specht
5
Ekster
5
Huismus
2
Gekraagde roodstaart
5
Kerkuil
3
Glanskop
5
Oehoe
3
Grauwe vliegenvanger
5
Ooievaar
3
Groene specht
5
Ransuil
4
Grote bonte specht
5
Roek
2
Hop
5
Slechtvalk
3
Sperwer
4
Huiszwaluw
5
Steenuil
1
IJsvogel
5
Wespendief
4
Kleine bonte specht
5
Zwarte wouw
4
Kleine vliegenvanger
5
Boomvalk
4
Koolmees
5
Buizerd
4
Kortsnavelboomkruiper
5
Gierzwaluw
2
Oeverzwaluw
5
Grote gele kwikstaart
3
Pimpelmees Raaf
5 5
Havik
4
25
BIJLAGE 4
Samenvatting NDFF (1-1-2017 tot 1-6-2022)
Wnb - Vogelrichtlijn Appelvink Blauwe kiekendief Boerenzwaluw Bonte vliegenvanger Boomkruiper Boompieper Braamsluiper Buizerd Fitis Gaai Geelgors Gekraagde roodstaart
Gierzwaluw Grauwe vliegenvanger Grote bonte specht Grote lijster Heggenmus Houtduif Huismus Huiszwaluw Kneu Koolmees Merel Pimpelmees
Putter Roodborst Spotvogel Spreeuw Staartmees Tjiftjaf Tuinfluiter Vink Winterkoning Zanglijster Zwarte roodstaart Zwartkop
Wnb - Habitatrichtlijn Baard- / Brandts vleermuis Laatvlieger Gewone dwergvleermuis Meervleermuis Gewone grootoorvleermuis Otter Gewone/Kleine/Ruige dwergvleermuis
Ruige dwergvleermuis Watervleermuis Rosse vleermuis
Wnb - andere soorten Egel Haas
Woelrat
Ree
Alleen vogels met broedindicatie in deze tabel, overige vogels zie tabel 1.
26
BIJLAGE 5
Omgevingsverordening Groningen
Verordening van Provinciale Staten van de provincie Groningen houdende regels ter bescherming van de natuur Verordening natuurbescherming provincie Groningen Gedeputeerde Staten van Groningen maken bekend dat Provinciale Staten in hun vergadering van 14 december 2016, nr. 3.b.2, afdeling LGW, zaaknummer 652914, hebben vastgesteld de Verordening natuurbescherming provincie Groningen.
POV Groningen Bijlage II, behorende bij artikel 3.3 en 3.4 Zoogdieren Aardmuis
Microtus agrestis
Bosmuis
Apodemus sylvaticus
Bunzing (geschrapt in 2021) Dwergmuis
Micromys minutus
Dwergspitsmuis
Sorex minutus
Egel
Erinaceus europaeus
Gewone bosspitsmuis
Sorex araneus
Haas (geschrapt in 2021) Hermelijn
Mustela erminea
Huisspitsmuis
Crocidura russula
Konijn
Oryctolagus cuniculus
Ondergrondse woelmuis
Pitymys subterraneus
Ree
Capreolus capreolus
Rosse woelmuis
Clethrionomys glareolus
Tweekleurige bosspitsmuis
Sorex coronatus
Veldmuis
Microtus arvalis
Vos
Vulpes vulpes
Wezel (geschrapt in 2021) Woelrat
Arvicola terrestris
Amfibieën Bruine kikker
Rana temporaria
Gewone pad
Bufo bufo
Kleine watersalamander
Triturus vulgaris
Meerkikker
Rana ridibunda
Middelste groene kikker
Rana esculenta
27
Ruimtelijke onderbouwing Zandwerf 2 in Hellum
BIJLAGE 5 Watertoets
1 JULI 2022
Aanvraagformulier Aanvraag ingediend op 28-06-2022
Korte procedure in Waterschap Hunze en Aa's ALGEMENE INFORMATIE e-mail: bas tiaan@belewit.nl aanvraagnummer: 00005655 naam aanvraag: Korte procedure bevoegd gezag: Waters chap Hunze en Aa's
OP BASIS VAN ONDERSTAANDE LOCATIE
28-06-2022, 08:07
P agina 1 van 3
Aanvraagformulier
Aanvraagformulier VRAGEN EN ANTWOORDEN UIT DE AANVRAAG 1.
Naam van het plan: Z andwerf 2 Hellum
2.
Oms chrijving plan: Het plan voorziet in de bouw van een overdekte uitloop van ca. 460 m2 aan een bes taande pluimvees tal.
3.
Watertoets wordt ingediend: als bedrijf (in opdracht gemeente of belanghebbende)
4.
Naam bedrijf: Agra-Matic
5.
Naam contactpers oon: B. Bouwman
6.
Telefoonnr.: 618464027
7.
Emailadres : bas tiaan@belewit.nl
8.
Plan ligt in de gemeente: Midden-Groningen
9.
Contactpers oon gemeente: nvt
10.
Telefoonnr.: 598373737
11.
Emailadres : gemeente@midden-groningen.nl
28-06-2022, 08:07
P agina 2 van 3
Aanvraagformulier
Aanvraagformulier OP BASIS VAN DE GEGEVEN ANTWOORDEN IN DE CHECK IS ONDERSTAANDE NODIG: 1.
korte procedure
DETAILS 1.
korte procedure Voor uw plan geldt de korte procedure (s tandaard waterparagraaf)
Wat moet ik doen? Via de digitale watertoets is het Waters chap op de hoogte ges teld van dit plan. De aanmelding heeft ertoe geleid dat de korte procedure wordt doorlopen. Dit houdt in dat via de digitale watertoets deze s tandaard waterparagraaf wordt vers trekt, met voor uw plan relevante adviezen.
Waar moet ik op letten? Het s tandaard wateradvies betreft onderwerpen die van toepas s ing zijn op het ruimtelijk plan, maar geen directe extra gevolgen hebben voor het plangebied en directe omgeving. De s tandaard teks ten kunt u gebruiken voor de ruimtelijke onderbouwing (toelichting). De korte procedure houdt in, dat het waters chap in principe geen reactie zal geven op het plan in de verder planprocedure (formele reactie op het ontwerp plan). In uitzonderlijke gevallen kan blijken na controle, dat er toch een water belang ligt. Een aanvullende reactie kan dan nog volgen op het plan.
Achtergrondinformatie
28-06-2022, 08:07
P agina 3 van 3
Aanvraagformulier