03. Notitie ontwikkelbedrijf 13 juni 2023
Tekst van het document
Zorg
Samenwerking met zorginstellingen
Facilitair/ schoonmaak
Uitbreiden van de bestaande capaciteit
Horeca
Uitbreiden van de bestaande capaciteit
Retail
Uitbreiden van de bestaande capaciteit
Bouw en techniek
Samenwerking met partners
Voor trajecten in de zorg proberen we zoveel mogelijk aan te sluiten bij de uitvoeringspraktijk. Dat wil zeggen dat we samen met uitvoerende partijen leerlijnen opzetten Voor de sector facilitair heeft BWRI meerdere erkenningen als leerwerkbedrijf. Voor deze sector zien we nog belangrijke groeimogelijkheden. In het nieuwe pand van BWRI zullen het restaurant en keuken faciliteiten bieden voor opleiding richting horeca, catering Binnen het Kringloopbedrijf bestaan er diverse mogelijkheden om vakvaardigheden op te doen die bruikbaar zijn in de retailsector Voor bouw en techniek heeft BWRI op dit moment geen mogelijkheden. Er wordt gebruik gemaakt van Kansrijk opleiden, de SSPB en Leren Bouwen
18
versie 13 juni 2023
Groen Overige sectoren
Uitbreiden van de bestaande capaciteit Samenwerking met partners
BWRI heeft een grote groenafdeling waarbinnen inwoners kunnen worden opgeleid voor de branche Het aantal werkervaringsplaatsen en leerlijnen willen we met werkgevers en opleidingsinstituten verder uitbreiden ook buiten het werkbedrijf om voldoende diversiteit te bieden en aansluiting op de uitvoeringspraktijk te garanderen. Voor alle begeleiding op deze plaatsen hanteren we een professionele standaard, zodat de kwaliteit van begeleiding gegarandeerd is.
De ontwikkeltrajecten en leerlijnen die we gaan aanbieden zijn divers; kortdurend, langdurend, groepsgewijs, het behalen van een certificaat, leerwerktrajecten, scholingstrajecten, maatwerktrajecten, voorschakeltrajecten etc. We streven ernaar om jaarlijks een groter bereik onder inwoners te realiseren en trajecten aan te bieden. Het werkbedrijf is nu ook al een erkend leerwerkbedrijf voor een 20-tal functies en opleidingsrichtingen. Ook zijn er praktijkopleiders die bevoegd zijn om de mensen in de opleiding te begeleiden. Voor richtingen waarin we zelf geen aanbod hebben maken we gebruik van collegaontwikkelbedrijven, opleidingsinstituten, brancheorganisaties en individuele werkgevers die een leerwerkerkenning hebben. Voor de leerlijnen geldt dat per werksoort wordt bekeken of de ontwikkeling/opleiding in de reguliere afdelingen kan plaatsvinden of dat er een simulatieomgeving moet worden gerealiseerd.
3.4.5. Bemiddeling en plaatsing Na de ontwikkeling of in de laatste fase van de ontwikkeling worden mensen bemiddeld en geplaatst in werk. Doel is een zo regulier mogelijke plaatsing. Indien nodig gaat iemand aan de slag in een afspraakbaan met een loonkostensubsidie of in een beschutte baan. Als werk (nog) niet mogelijk is, wordt gekeken naar de mogelijkheden van dagbesteding of vrijwilligerswerk of wordt er in overleg met betrokkenen een nieuw traject opgestart.
3.4.6. Nieuwkomers In Midden-Groningen wonen 6.000 mensen met een migratie-achtergrond. Van deze groep zijn 210 personen nieuwkomer met een inburgeringsverplichting. Vanuit de oude wet inburgering (voor 2022) zijn dit er 100. Het aantal nieuwkomers met een inburgeringsverplichting in het kader van de nieuwe wet inburgering (sinds 2022) bedraagt momenteel 110 personen. We willen dat al deze nieuwkomers meetellen en meedoen. In onze aanpak staat “actief zijn” vanaf dag één centraal. Asielzoekers gaan meteen aan de slag met cursussen en activiteiten. Dit doen ze met elkaar of met (buurt)bewoners. Dit helpt bij hun integratie en ontwikkeling. De nieuwe wet inburgering vraagt voor de zelfredzaamheidsroute ook een participatieverplichting van 800 uur binnen een periode van 3 jaar. Ook hier speelt het ontwikkelbedrijf een belangrijke rol. Hier kan geoefend worden met taal en het opdoen van werknemers- en vakvaardigheden.
3.4.7. Nazorg Om te voorkomen dat mensen snel terugvallen in de uitkering, wordt het belang van nazorg steeds duidelijker. Nazorg is erop gericht om de duurzaamheid van de uitstroom te bevorderen. Voor inwoners met een arbeidsbeperking is de nazorg volgens de wet geregeld. Zij krijgen een jobcoach toegewezen wanneer ze bij een reguliere werkgever aan de slag gaan. Voor de inwoners zonder een arbeidsbeperking kan begeleiding op de werkvloer vaak ook een goed instrument zijn om iemand duurzaam te laten uitstromen. Om dit draaideureffect te voorkomen wil het ontwikkelbedrijf jobcoaching voor een bredere groep gaan inzetten.
3.4.8. Hoe gaan we dat organiseren? Het toekomstige organisatiemodel voor het werkbedrijf ziet er als volgt uit:
19
versie 13 juni 2023
teamleider werkbedrijf
Financieel advies: stafbureau
Bedrijfsbureau financiele administratie werkvoorbereiding
teamleider Ontwikkelen en Ondersteuning
Teamleider werken en leren
HR-advies
opleidingscoordinator trainer werkleiders 5 afdelingen
werkgeversteam
trajectbegeleiders
educatief medewerker HR-medewerkers verzuimccordinator
Bij het werkbedrijf van de toekomst zijn twee afdelingen: “Werken en Leren” en “Ontwikkelen en ondersteunen”. Het team Werken & Leren is primair verantwoordelijk voor het bieden van passend werk. Dit team bestond voorheen uit twee delen, die nu worden geïntegreerd. Onder de afdeling ’werken en leren’ vallen de afdelingen Groen, Varia, Facilitaire dienst, Kringloop en TDM (samenwerking met het bedrijf Essity en SW-bedrijf Iederz uit Groningen). Op alle afdelingen komen leerlijnen voor deelnemers, die vanuit de activeringsafdeling doorstromen om hun werknemers- en vakvaardigheden te vergroten. De werkleiders en voormannen houden zich bezig met de productie en de planning. Onder de afdeling “Ontwikkelen en Ondersteunen” vallen de medewerkers die zich bezighouden met de ontwikkeling van alle doelgroepen. Het gaat dan zowel om de werknemers binnen het werkbedrijf als ook om de inwoners die deelnemen aan ontwikkeltrajecten. Alle functies die verantwoordelijk zijn voor de ontwikkeling van leerlijnen en begeleiding van deelnemers zijn in deze afdeling gebundeld. Het gaat dan om personeel dat nodig is om de leerwerkplaatsen, opleidingen en educatie te faciliteren (educatief medewerker, opleidingscoördinator) en personeel wat direct betrokken is bij de begeleiding en coaching van inwoners (trajectbegeleiders, trainer, HR-medewerker, verzuim coördinator).
De volledige personele investering in het ontwikkelbedrijf qua functies is verder uitgewerkt in bijlage 2. Ook het werkgeversteam (accountmanagers) maakt onderdeel uit van deze afdeling. Binnen het bedrijfsbureau worden de back-office taken uitgevoerd en hier is de HR-adviseur gepositioneerd. Ook binnen andere teams van BWRI zijn investeringen nodig om het ontwikkelbedrijf te realiseren. Het voornemen om een bredere groep van inwoners ondersteuning te bieden vraagt ook om een pro-actief beleid om inwoners met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt te bereiken. Dit vraagt om een investering in het communicatiebeleid. Dit is zowel gericht op het positioneren van BWRI als sociaal ontwikkelbedrijf, maar ook op het werven van nieuwe kandidaten door het organiseren van evenementen (open dagen), stages en meeloopdagen bij bedrijven. Daarvoor is een investering nodig in een communicatief medewerker binnen het stafbureau van BWRI.
20
versie 13 juni 2023
4. Financiën In de figuur hieronder zijn de inkomsten en uitgaven van BWRI op hoofdlijnen weergegeven. De totale begroting van BWRI is onderdeel van het programma sociaal en kent een begroting van ca. 44,7 miljoen. Het grootste deel daarvan zijn inkomensoverdrachten aan respectievelijk bijstandsklanten 26,4 miljoen en salarissen voor de SW-werknemers (10,7 miljoen). De financiering van BWRI kent drie belangrijke stromen: - middelen Sociale Werkvoorziening (Rijksbijdrage SW) - middelen BUIG (gebundelde uitkering uitkeringen gemeente) - middelen re-integratie Daarnaast maakt BWRI gebruik van middelen van derden (Europees Sociaal Fonds, arbeidsmarktregio Werk in Zicht, overige fondsen). Deze zijn opgenomen onder de kop (re-integratiemiddelen). De uitvoeringslasten voor het stafbureau en inkomen en voorzieningen worden gefinancierd uit de algemene middelen. De uitvoeringslasten voor re-integratie worden betaald uit de middelen re-integratie en de uitvoeringslasten voor het werkbedrijf uit de Rijksbijdrage SW.
7,95 miljoen
Uitkeringsmiddelen
44,68 miljoen
Inkomsrten BWRI
Rijksbijdrage SW
28,3 miljoen
Re-integratiemiddelen
3,43 miljoen
Opbrengsten Werkbedrijf
3,25 miljoen
Gemeentelijke bijdrage
1,75 miljoen
26,4 miljoen
uitkeringen bijstand
44,68 miljoen
uitgaven BWRI:
loonkostensubsidie
1,9 miljoen
loonkosten werknemers
10,72 miljoen
re-integratie activiteiten
3,43 miljoen
bedrijfskosten
2,3 miljoen
21
versie 13 juni 2023
4.1. Ontwikkeling budgetten Gebundelde uitkering inkomensvoorzieningen gemeenten (BUIG) De financiering van uitkeringen Participatiewet (bijstand, IOAW, IOAZ, BBZ) zijn onderdeel van de gebundelde uitkering gemeenten (BUIG). Ook worden uit dit budget de loonkostensubsidies betaald, die in het kader van de participatiewet worden verstrekt aan werkgevers, die mensen met een afspraakbaan in dienst hebben. Inmiddels vormt het deel van het budget voor loonkostensubsidies al een behoorlijk percentage van dit budget (2023: 1,9 miljoen) en dit wordt elk jaar groter, omdat we meer mensen een afspraakbaan aanbieden. De toekenning van loonkostensubsidie vindt plaats op basis van realisatie van de kosten in het voorafgaande jaar (t-1 systematiek). Het totale budget voor de BUIG bedraagt ruim 28,3 miljoen op jaarbasis.
Rijksbijdrage SW De financiering van de Sociale Werkvoorziening is een lumpsum financiering. Dat wil zeggen dat uit de Rijks bijdrage SW de gehele dienstverlening van het werkbedrijf moet worden betaald (personeel, salarissen werknemers, faciliteiten). De bijdrage is een uitkering per werknemer die in het werkbedrijf werkzaam is. Het gaat dan alleen om de werknemers die behoren tot de “oude” groep SW-werknemers d.w.z. in dienst voor 2015. De nieuwe werknemers die instromen kennen een andere financiering en deze is aanzienlijk minder dan voor de oude doelgroep. In de bekostiging van nieuw beschut wordt uitgegaan van een loonkostensubsidie van 70% conform de financieringssystematiek van het Rijk. Als gevolg van de financiering door het Rijk voor zowel de oude als de nieuwe werknemers is er voor BWRI sprake geweest van een gemeentelijke bijdrage als tekortfinanciering. In de toekomst wordt ook een gemeentelijke bijdrage voor de dienstverlening van BWRI verwacht. Deze zal ook toenemen. Een groot deel daarvan is een gevolg van de autonome ontwikkeling, die niet door BWRI en de gemeente te beïnvloeden is. Het gaat dan om de uitstroom van werknemers uit de ”oude” sociale werkvoorziening en de instroom van werknemers (nieuw beschut). In onderstaande tabel wordt het verschil tussen de kosten en baten van de groep werknemers uit de oude en nieuwe regeling weergegeven.
Werknemers oude regeling
Nieuw beschut
Afspraakbanen
Salarislasten
- 36.000
- 31.500
- 31.500
Begeleiding en overhead
- 10.000
- 10.000
- 10.000
Productiviteit
9.000
9.000
9.000
Totaal
- 37.000
- 32.500
- 32.500
Rijksvergoeding SW
31.500
n.v.t.
n.v.t.
Loonkostensubsidie
n.v.t.
21.500
21.500
Vergoeding begeleiding
n.v.t.
4.900
-
Totaal
31.500
26.400
21.500
Saldo
- 5.500
- 6.100
- 11.000
Tabel: Kosten en baten werknemers Werkbedrijf
Kosten (toelichting op de tabel) De directe kosten voor het werkbedrijf bestaan uit de salarislasten van de werknemers, de begeleidingskosten en in indirecte kosten (overhead). Dat geldt voor alle drie de werknemerscategorieën. Naast de salarislasten
22
versie 13 juni 2023
zijn er kosten voor de overhead van de organisatie en de begeleiding van de werknemers. In de tabel is het gemiddelde bedrag aan begeleiding opgenomen.
Baten (toelichting op de tabel) De baten bestaan uit de budgetten van de Rijksbijdrage SW voor de oude groep en de bijdrage in de vorm van een loonkostensubsidie en vergoeding begeleiding voor de werknemers nieuw beschut en afspraakbanen. Met betrekking tot de loonkostensubsidie is het voornemen om deze op 70% vast te stellen conform de door het rijk gehanteerde financieringssystematiek voor loonkostensubsidie van beschut werk. De baten bestaan verder uit de opbrengsten van het werkbedrijf. Voor de opbrengsten uit productiviteit wordt geen onderscheid gemaakt tussen de groepen werknemers oud en nieuw. Ze werken immers in hetzelfde bedrijf. Wel zijn de opbrengsten van de groep nieuw beschut medewerkers in de praktijk kleiner, omdat zij een ander niveau hebben.
Gemeentelijke bijdrage Voor de komende jaren wordt een stijging van de gemeentelijke bijdrage vanuit de algemene middelen verwacht. Deze is ook als zodanig opgenomen in het huidige meerjarenperspectief van de begroting. Met het voornemen om te komen tot een ontwikkelbedrijf en het aanbieden van extra arbeidscontracten, zal de gemeentelijke bijdrage voor het werkbedrijf verder toenemen bij ongewijzigde Rijksfinanciering. De opbrengsten van dit beleid verwachten we terug te zien in de verbetering van het bedrijfsresultaat van het werkbedrijf en ook doordat we in staat zijn om dienstverlening aan te bieden aan een grotere groep van inwoners en de daaruit voortvloeiende maatschappelijke opbrengsten (gezondheid, welzijn, veiligheid, beroep op andere voorzieningen). Deze maatschappelijke opbrengsten vallen grotendeels buiten de begroting van BWRI c.q. het werkbedrijf, maar zijn wel van belang voor de afweging om te komen tot een ontwikkelbedrijf. Een direct effect van het ontwikkelbedrijf is wel te verwachten op de kosten van uitkeringen. De gemiddelde kosten van een uitkering bedragen in 2023 naar verwachting 16.000 per uitkering. De potentiele besparing op uitkeringslasten bedraagt daarmee € 128.000 per jaar. Per jaar verwachten we met het nieuwe beleid ca.
8 fte extra aan arbeidscontracten te kunnen aanbieden ten opzichte van de huidige situatie en daarnaast het aantal ontwikkeltrajecten binnen het werkbedrijf met 25% te kunnen uitbreiden.
4.2. Uitgangspunten en aannames voor het ontwikkelbedrijf Voor het voorliggende voorstel ontwikkelbedrijf zijn de volgende aannames het uitgangspunt: 1. Het huidige niveau van het werkbedrijf (aantallen fte/ werksoorten) is een randvoorwaarde voor het behouden van een lokale infrastructuur voor het ontwikkelbedrijf; 2. Voor de benodigde diversiteit in werksoorten en leerlijnen is het behouden van schaalgrootte van de organisatie noodzakelijk; 3. De ambitie van een “brede” voorziening voor alle inwoners van Midden Groningen vraagt om een investering in BWRI als geheel en specifiek in het werkbedrijf; 4. Het werkbedrijf fungeert als voorkeursleverancier voor re-integratie; Daarbij werkt het werkbedrijf samen met reguliere werkgevers, opleidingsinstituten en collega-ontwikkelbedrijven in de regio. BWRI kan niet in alle branches leerwerktrajecten aanbieden. Als het relevant is voor de kandidaat worden leerwerktrajecten aangeboden van deze partners. We maken optimaal gebruik van het aanbod van de arbeidsmarktregio (bijvoorbeeld het programma Kansrijk Opleiden).
Investeringen in personeel Bij de investeringen in personeel gaat het om het versterken van de organisatie op het gebied van ontwikkeling. We kunnen daarbij onderscheid maken tussen personeel dat direct betrokken is bij de begeleiding van deelnemers en personeel dat indirect en randvoorwaardelijk is om die voorzieningen te realiseren. We willen ook een bredere groep van inwoners bereiken daarvoor is een actief wervingsbeleid nodig naar burgers, de arbeidsmarktregio, UWV en andere partijen die potentiële deelnemers hebben. In de tabel wordt weergegeven op welke functieniveaus investeringen nodig zijn om de gewenste ontwikkeling in te
23
versie 13 juni 2023
zetten. Deze worden in bijlage 2 nader uitgewerkt. In het totaal gaat het om 9,7 fte. Daar staat tegenover dat het BWRI voor ca. 3 fte de eigen formatie zal herijken. In de volgende tabel een overzicht van de kosten en de dekking van deze investeringen. Bedrag x 1.000
Toelichting
520
(zie bijlage 2)
Personeel (direct) Inhuur derden Ontwikkeling en uitvoering leerwerktrajecten Educatie
295 100 100
Trajectbegeleiders/ jobcoaches Kosten trainers, docenten, leermeesters Materiele en personele lasten leerwerktrajecten
50
Kosten van educatieprogramma’s
Totaal
1.065
BATEN/DEKKING Herijken formatie BWRI
210
Fondsen
100
Re-integratiemiddelen
200
Bedrijfsresultaat
150
Algemene middelen
405
Totaal
1.065
KOSTEN Personeel (indirect)
Binnen de bestaande formatie van BWRI wordt dekking gezocht voor het ontwikkelbedrijf door het verbeteren/aanpassen van processen Fondswerving ten behoeve van de financiering van ontwikkeltrajecten/ educatie bovenop de al bestaande financiering vanuit ESF, financiering door derden Financiering van ontwikkeltrajecten/ activering vanuit de reintegratiemiddelen Financiering vanuit de verbetering van het bedrijfsresultaat van het werkbedrijf Aanvullende bijdrage vanuit de algemene middelen
Toelichting op de baten en lasten Personele lasten De totale lasten van de investering in personeel worden begroot op structureel 520 K voor indirect personeel en 295K voor direct personeel. Daarbij is rekening gehouden met het prijsniveau 2023.
Lasten ontwikkeling en uitvoering leerlijnen/ inhuur derden De opzet van nieuwe leerwerktrajecten of uitbreiding van bestaande plaatsen vraagt om investeringen in materiële en personele zin. Het gaat dan om investeringen in machines, materialen en hulpmiddelen. Het gaat hier om structurele kosten aangezien de verwachting is dat door de veranderende arbeidsmarkt we structureel de werkzaamheden moeten blijven aanpassen aan wat er op de arbeidsmarkt gevraagd wordt. Met de huidige werkzaamheden is er onvoldoende aansluiting naar de arbeidsmarkt. Vooral op het gebied van techniek, zorg en detailhandel ontbreken binnen BWRI werksoorten, die een goede baankans geven. Dat wil niet per definitie zeggen, dat deze werkzaamheden ook binnen BWRI op locatie moeten worden uitgevoerd. De aanvullende kosten voor het uitvoeren van leerwerktrajecten bestaan uit de volgende onderdelen: - personele kosten: kosten van opleidingen, docenten en trainers voor zover ingehuurd via derden; - kosten voor het huren dan wel inrichten van ruimtes, aanschaf van materialen/ machines om opdrachten uit te voeren; Voor deze kosten is een stelpost opgenomen van totaal 200K.
Lasten educatie De lasten van de educatieprogramma’s voor SW-werknemers, re-integratiekandidaten en overige belangstellenden worden geschat op 50K per jaar. Het betreft kosten voor de organisatie, lesmaterialen,
24
versie 13 juni 2023
specifieke trainingsruimtes en faciliterende kosten. Educatie is een onderdeel van het gehele vitaliteitsbeleid binnen het Werkbedrijf om de inzetbaarheid van werknemers te bevorderen.
Baten Herijken formatie Binnen de teams van BWRI is er kritisch gekeken naar de eigen werkprocessen. Zo zijn er binnen de teams verschillende leantrajecten uitgevoerd om de dienstverlening te optimaliseren. Ook zullen in de loop van de komende jaren de gebruikte softwarepakketten worden vervangen of geoptimaliseerd. Naar verwachting levert het herijken van de formatie binnen BWRI 210K aan structurele opbrengsten om een bijdrage te leveren in de dekking van de investering in een ontwikkelbedrijf.
Fondsenwerving BWRI is partner in de arbeidsmarktregio Groningen Werk in Zicht. Al sinds een aantal jaren wordt ook samengewerkt op het gebied van fondsenwerving. De belangrijkste daarvan is het Europees Sociaal Fonds waar al vele jaren gebruik van wordt gemaakt. De arbeidsmarktregio faciliteert in het aanvragen van dit fonds en de organisatie van verantwoording en rapportage. Een deel van de financiering van het ontwikkelbedrijf is structureel gebaseerd op inkomsten uit deze fondsen. Zo wordt voor de komende jaren een bijdrage verwacht uit het Just Transition Fund. Een fonds dat bedoeld is om de energietransitie in onze regio mede te financieren en voor te bereiden. Daarin worden ook middelen ter beschikking gesteld om personeel bekwaam te maken voor beroepen die nodig zijn om de transitie vorm te geven. Door de arbeidsmarktregio wordt een gezamenlijke aanvraag gedaan, waarin ingezet wordt op het realiseren van regionale ontwikkelcentra om dit doel te bereiken. Dit is in lijn met het voorstel om BWRI om de ontwikkeltaak van BWRI uit te breiden.
Re-integratie middelen De toekomstige financiering van de ontwikkeltaak binnen BWRI zal deels uit eigen re-integratiemiddelen worden betaald. Momenteel wordt de dienstverlening voor re-integratie door het team werkbedrijf uitgevoerd binnen de begroting van het werkbedrijf. Met de toename van het aantal trajecten en de professionalisering van de begeleiding is een interne verrekening van de kosten noodzakelijk op basis van de kostprijs.
Bedrijfsresultaat Het bedrijfsresultaat bestaat uit de gerealiseerde omzet minus de directe kosten die worden gemaakt om die omzet te realiseren. Naar verwachting kan met de investeringen in het ontwikkelbedrijf een positief effect worden bereikt op het bedrijfsresultaat van circa 3%. Dit is het effect van een verbeterde inzetbaarheid van bestaande werknemers en een vermindering van het verzuim. Daar staat tegenover dat de arbeidsproductiviteit van nieuwe instroom kleiner is. Bij een toename van het aantal werknemers neemt ook het bedrijfsresultaat toe. In totaal wordt dit ingeschat op 150K plus ten opzichte van de huidige situatie.
4.4. Meerjarenperspectief gemeentelijke bijdrage In de onderstaande tabel worden de financiële gevolgen van de investeringen in het ontwikkelbedrijf en de autonome ontwikkeling van de wijziging van de doelgroep in kaart gebracht. De gemeentelijke bijdrage zal als gevolg van beide ontwikkelingen stijgen. De bijdrage aan de GR Wedeka is hierbij buiten beschouwing gelaten. De totale gemeentelijke bijdrage stijgt als gevolg van de kosten voor de vorming van het ontwikkelbedrijf en de kosten van extra arbeidscontracten (beschut werk naar behoefte en afspraakbanen bij of via het werkbedrijf). Daarbij is uitgegaan van de prognose uitstroom van oud werknemers en de geschatte instroom nieuw beschut. X 1.000 Ontwikkeling gemeentelijke bijdrage werkbedrijf investering ontwikkelbedrijf Kosten extra arbeidscontracten Totaal
25
2024 405
2025 405
2026 405
2027 405
80 485
160 565
240 645
320 725
versie 13 juni 2023
Een effect van de koerswijziging is dat we circa 8 fte extra aan arbeidscontracten kunnen aanbieden. Een direct financieel effect daarvan is een toename van de gemeentelijke bijdrage uit de algemene middelen, maar ook een aanzienlijke besparing op het BUIG-budget. Uitgaande van een uitkering van 16.000 is dit jaarlijks een bedrag van 128K. Daarnaast wordt een verbetering van het bedrijfsresultaat van het werkbedrijf verwacht als gevolg van het aantal werknemers binnen het werkbedrijf en op termijn de relatieve afname van de overheadkosten.
NPG-middelen Het project vorming ontwikkelbedrijf wordt mede gefinancierd door het Nationaal Programma Groningen. Dit incidentele budget wordt aangewend om de projectleiding te financieren, de kosten van noodzakelijke opleidingen van personeel en de noodzakelijke aanpassingen in de werkwijze en processen binnen de organisatie. Voor de opleidingen gaat het dan met name om opleidingen op het gebied van begeleiding van specifieke doelgroepen en jobcoaching. De NPG-middelen kunnen niet ingezet voor de structurele financiering van het ontwikkelbedrijf.
26
versie 13 juni 2023
5. Bijlagen BIJLAGE 1: Toelichting financiën en terminologie Terminologie WSW
Wet Sociale Werkvoorziening
SW
Sociale werkvoorziening: hiermee wordt bedoeld het werkbedrijf dat passend werk biedt voor inwoners met een arbeidsbeperking
Participatiewet Afspraakbaan
Banen voor inwoners die niet zelfstandig in staat zijn om het wettelijk minimumloon te verdienen.
Afspraakbanen bij en via het werkbedrijf
Banen voor inwoners bij het werkbedrijf waarvoor een afspraakbaan bij een reguliere werkgever (nog) niet mogelijk is. Dat kan zijn bij het werkbedrijf in een beschutte omgeving, of via het werkbedrijf gedetacheerd bij een werkgever.
Doelgroepenregister
Register beheerd door het UWV waarin alle inwoners zijn opgenomen waarvan wettelijk is vastgesteld dat zij verminderde loonwaarde hebben en in aanmerking komen voor een afspraakbaan
Leerlijnen/ Leerwerkplaatsen
Arbeidsplaatsen die primair zijn ingericht om een leerwerkomgeving te bieden.
FINANCIEN WSW-rijkssubsidie
De WSW rijkssubsidie wordt door de gemeente ontvangen via het Gemeentefonds. De Rijkssubsidie is gebaseerd op alle WSW-ers die werkzaam zijn bij BWRI (en de medewerkers werkzaam bij Wedeka)
Re-integratiemiddelen
Via gemeentefonds cluster participatie middelen bedoeld om ondersteuning te bieden bij het vinden en behouden van werk
BUIG-budget
De gebundelde uitkering voor het vertrekken van uitkeringen vallend onder de Participatiewet
Gemeentelijke bijdragen
Het gaat om de aanvullende bijdrage van de gemeente als aanvulling op de Rijksfinanciering SW vanuit de algemene uitkering gemeentefonds
27
versie 13 juni 2023
Loonkosten doelgroep
De salarislasten van de werknemers in de SW conform de CAO WSW en de salarislasten van inwoners in beschut werk of met een afspraakbaan (CAO Aan de Slag)
Ambtelijke loonkosten
Loonkosten van alle ambtelijke formatie en eventuele inhuur
Bedrijfskosten en overhead
Alle kosten die gemaakt worden binnen de primaire processen of bij de ondersteunende afdelingen /teams
Bedrijfsresultaat
De omzet van het werkbedrijf minus de directe kosten voor die omzet
Subsidieresultaat
De salarislasten van de werknemers met een SWdienstverband minus de rijksbijdrage SW
28
versie 13 juni 2023
BIJLAGE 2: Personele investering Functies
Toelichting
Personele investeringen
Totaal plus 6,7 fte (inclusief herijken eigen formatie)
Indirecte functies Communicatiemedewerker
Scholingsadviseur
Trainer
Educatief medewerker
Accountmanager
Werkvoorbereider/bedrijfskundige
HR-medewerker
Functieniveau binnen het Werkbedrijf
De ambitie om een bredere groep van inwoners te ondersteunen vraagt om een gericht wervingsbeleid. Ook het imago van BWRI als sociaal ontwikkelbedrijf vraagt om structurele communicatie Het ontwikkelen van leerlijnen en leerwerktrajecten, de contacten met opleidingen en het ontwikkelen van leerlijnen samen met partners (werkgevers, opleidingsinstituten, arbeidsmarktregio) Training van werknemersvaardigheden gebeurt niet alleen op de werkvloer maar ook in specifieke trainingen en workshops. De huidige trainerscapaciteit moet daarvoor worden uitgebreid De educatief medewerker is er primair voor de educatie en ontwikkeling van werknemers. Van het opleidingsaanbod kunnen ook andere inwoners gebruik maken Versterking van het accountmanagement binnen het Werkbedrijf. Acquisitie van werk en vergroten van de diversiteit van het werk binnen het Werkbedrijf Ondersteuning van de werkleiders in de voorbereiding en uitvoering van opdrachten. Als gevolg van een grotere diversiteit van opdrachten is hiervoor meer capaciteit gevraagd. Binnen de faciliterende functies voor BWRI zijn ook investeringen nodig. Het gaat dan met name om de dienstverlening op het gebied van HR. Naar verwachting heeft het vormen van een ontwikkelbedrijf ook een effect op het functieniveau binnen het Werkbedrijf. Doel daarvan is de verdere professionalisering van de begeleiding bij ontwikkeling.
De exacte uitwerking daarvan kan nog niet worden aangegeven in verband met lopende herwaarderingsprocessen. Hiervoor wordt een stelpost opgenomen.
Directe functies Trajectbegeleiders leerwerkbedrijf/ activeringsafdeling
Jobcoaches
Inhuur derden
De leerwerkplaatsen binnen het Werkbedrijf vraagt om een andere begeleidingsstructuur en professionele begeleiding bij de ontwikkeling van werknemers- en vakvaardigheden. Dit geldt ook voor de diagnose in de activeringsafdeling De capaciteit van jobcoaches zal toenemen naarmate er meer mensen een baan hebben buiten het Werkbedrijf en/of externe stages of werkervaringsplaatsen hebben Inhuur van docenten/trainers, leermeesters voor opleidingen binnen trajecten voorzover deze expertise niet intern aanwezig is
29
versie 13 juni 2023
BIJLAGE 3: Beschut werk en afspraakbanen werkzame personen
Tabel: aantal werkzame personen nieuw beschut in verhouding tot aantal inwoners met indicatie regio Groningen: Bron UWV
Tabel: ontwikkeling afspraakbanen in de regio Groningen: Bron UWV
30
versie 13 juni 2023
BIJLAGE 4: Werkproces aanvraag bijstandsuitkering
31
versie 13 juni 2023