CConstaterende datMidden-Groningen
Koppel je AI →
Document · PDF

03. Bestemmingsplan Muntendam, Tolweg Fase 2 toelichting regels bijlagen

Raadsvergadering 3 maart 2022, gemeente Midden-GroningenBij agendapunt: Bestemmingsplan Tolweg Fase 221.401 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

4.6.3

Conclusie Op basis van het bovenstaande bestaan er vanuit het aspect bodemkwaliteit geen belemmeringen voor de uitvoerbaarheid van het planvoornemen.

4.7

Luchtkwaliteit

4.7.1

Inleiding In hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (Wm) zijn de grenswaarden op het gebied van de luchtkwaliteit vastgelegd. Daarbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2), fijn stof (PM10) en zeer fijn stof (PM2,5) van belang. Grenswaarden ten aanzien van de jaargemiddelde concentratie betreffen 40 µg/m3 voor zowel NO2 als PM10 en 25 µg/m3 voor PM2,5. Projecten met een invloed van "'niet in betekenende mate" (NIMB) op de luchtkwaliteit zijn verder vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden. Op grond van de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) zijn (onder andere) de volgende projecten vrijgesteld van toetsing: woningbouwprojecten met minder dan 1.500 woningen; projecten die leiden tot minder dan 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 µg/m3 NO2 of PM10). Deze grens komt overeen met 1.401 auto's dan wel 109 vrachtwagens per weekdagetmaal. PM10 en PM2,5 zijn overigens sterk gerelateerd, aangezien PM2,5 onderdeel uitmaakt van de emissie van PM10. Als aan PM10 wordt voldaan, mag daarom worden aangenomen dat ook de grenswaarde van PM2,5 niet wordt overschreden. De NIBM-Tool Met de NIBM-tool is de bijdrage aan de luchtkwaliteit vastgesteld.

De NIBM-tool is in 2008 ontwikkeld door het ministerie van Infrastructuur en Milieu in samenwerking met Kenniscentrum InfoMil en heeft als doel: het eenvoudig en snel bepalen of een plan niet-in-betekenende-mate bijdraagt aan de concentratie van een stof in de buitenlucht. het beperken van de onderzoekslast bij kleinere projecten. het vaststellen van grenzen voor het aantal extra voertuigbewegingen, dat niet zal leiden tot een concentratietoename die groter is dan de NIBM-grens.

28

Muntendam, Tolw eg Fase 2 (vastgesteld)

4.7.2

Toetsing Voor bepaalde projecten is bepaald dat deze "niet in betekenende mate" bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Kleine woningbouwlocaties (minder dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg) behoren daartoe. Het planvoornemen voorziet in de realisatie van 28 woningen en draagt derhalve "niet in betekenende mate" bij aan de luchtverontreiniging. Ook zijn er binnen het plangebied geen hoge wegintensiteiten te verwachten.

4.7.3

Conclusie De ruimtelijke ontwikkeling kan worden beschouwd als een nibm-project. Daarnaast is de luchtkwaliteit in en rond het plangebied zodanig dat de normen voor een goed woonklimaat worden gewaarborgd. Het planvoornemen is wat betreft het aspect luchtkwaliteit uitvoerbaar.

4.8

Ecologie

4.8.1

Inleiding Ter bescherming van ecologische waarden moet bij ruimtelijke ingrepen een afweging worden gemaakt in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). De Wet natuurbescherming is op 1 januari 2017 in werking getreden en betreft zowel soortenbescherming als bescherming van (Europese) natuurgebieden (Natura 2000). Leidraad Gemeente Midden-Groningen De gemeente Midden-Groningen heeft in 2017 een leidraad met bijbehorende themakaarten opgesteld dat als handreiking dient voor ruimtelijk beleid en inzicht geeft in de ecologische waarden in de gemeente Midden-Groningen. Met behulp van de leidraad kan een goed beeld worden verkregen van de natuurwaarden in de gemeente.

4.8.2

Toetsing Gebiedsbescherming Het plangebied maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied dat in het kader van de Natuurbeschermingswet is beschermd en maakt ook geen deel uit van gebieden van de Natuurnetwerk Nederland (NNN; zie figuur 4 - 3). Vanuit de gebiedsbescherming bestaan er formeel geen belemmeringen voor de voorgestelde ontwikkeling. Wel is het plangebied gelegen nabij het natuurpark "Tussen de Venen', waarop de realisatie van het woongebied invloed kan hebben. Bij de soortenbescherming wordt hier nader op in gegaan.

Figuur 4 - 3: Kaart bos- en natuurgebieden (bron: kaart 6 POV, Tercera)

29

Muntendam, Tolw eg Fase 2 (vastgesteld)

Soortenbescherming In de Leidraad is weergegeven welke beschermde planten- en dierensoorten in de gemeente Midden-Groningen voorkomen of zijn waargenomen. Behalve algemeen voorkomende broedvogels zijn geen beschermde soorten in het plangebied te verwachten. Met inachtneming van het broedseizoen van vogels is een ontheffing van de Wnb voor soorten niet nodig. Geconcludeerd kan worden dat op voorhand in redelijkheid kan worden gesteld dat natuurwet- en regelgeving ten aanzien van beschermde soorten de uitvoerbaarheid van de ontwikkelingen niet in de weg staat. Mochten tijdens de werkzaamheden alsnog beschermde soorten worden aangetroffen dan is de algemene zorgplicht van de Wet natuurbescherming onverminderd van toepassing. 4.8.3

Conclusie Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied of een ander gebied beschermd middels de Wet natuurbescherming. Er is geen sprake van externe werking. De voorgenomen werkzaamheden hebben om deze reden geen negatieve effecten op het functioneren van NNN. Daarnaast zijn geen beschermde soorten in het plangebied te verwachten. Bij de bouwwerkzaamheden dient rekening gehouden te worden met het broedseizoen. Het planvoornemen is wat betreft het aspect ecologie uitvoerbaar.

4.9

Geluid

4.9.1

Inleiding Wat betreft geluid zijn de regels uit de Wet geluidhinder van toepassing. In deze wet wordt onderscheid gemaakt in wegverkeerslawaai, railverkeerslawaai en industrielawaai. Wegverkeerslawaai In het kader van de Wet geluidhinder bevinden zich langs alle wegen zones, met uitzondering van wegen waar een maximumsnelheid van 30 km/geldt en wegen die zijn aangeduid als "woonerf". In geval van geluidgevoelige bebouwing binnen een zone dient akoestisch onderzoek plaats te vinden. Bij 30 km wegen moet vooraf duidelijk aannemelijk kunnen worden gemaakt dat de geluidsbelasting niet hoger zal zijn dan 48 dB. Alleen indien geen twijfel bestaat over het beperkte aantal voertuigbewegingen over de weg is akoestisch onderzoek niet noodzakelijk. Behoudens situaties waarbij door burgemeester en wethouders een hogere waarde is vastgesteld, geldt voor geluidgevoelige bebouwing, waaronder woningen. Binnen een zone als hoogst toelaatbare geluidsbelasting van de gevel 48 dB. Railverkeerslawaai Ook hoofdstuk 7 (Zones langs spoor-, tram- en metrowegen) van de Wet geluidhinder is van belang. Behoudens situaties waarbij door Gedeputeerde Staten een hogere waarde is vastgesteld, geldt voor woningen binnen een zone als hoogst toelaatbare geluidsbelasting van de gevel 55 dB (artikel 106 Wet geluidhinder).

Bij het voorbereiden van de vaststelling of de herziening van een bestemmingsplan dat geheel of gedeeltelijke betrekking heeft op grond behorende bij een zone als bedoeld in artikel 106b van de Wet geluidhinder, dienen burgemeester en wethouders een akoestisch onderzoek in te stellen naar: de geluidsbelasting die door woningen, door andere geluidgevoelige gebouwen of door geluidgevoelige terreinen binnen de zone vanwege de spoorweg zou worden ondervonden, zonder de invloed van maatregelen die de geluidsoverdracht beperken; de doeltreffendheid van de in aanmerking komende maatregelen om te voorkomen dat de in de toekomst vanwege de spoorweg optredende geluidsbelasting van de woningen te boven zou gaan. In de nabijheid van de verschillende percelen is geen spoorlijn aanwezig die kan bijdragen aan eventuele geluidhinder op het perceel.

30

Muntendam, Tolw eg Fase 2 (vastgesteld)

Industrielawaai Zonering van industrielawaai in het kader van de Wet geluidhinder is het ruimtelijk scheiden van (grote) lawaaimakers enerzijds (zowel solitaire bedrijven als gevestigd op industrieterreinen) en woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen anderzijds. Met zonering wordt beoogd rechtszekerheid te bieden aan zowel bedrijven als bewoners/gebruikers van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen. Bedrijven kunnen aan de ene kant hun geluidsproducerende activiteiten niet onbeperkt uitbreiden ter bescherming van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen binnen en buiten de zone. Aan de andere kant wordt, ter bescherming van hun akoestische ruimte, voorkomen dat woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen te veel oprukken naar de bedrijven toe. In de omgeving van het plangebied liggen geen zoneringsplichtige inrichtingen en over het plangebied ligt geen zone industrielawaai. 4.9.2

Toetsing Het plangebied wordt ingericht als 30 km/uur-zone, waardoor er geen zoneplicht geldt in het woongebied Tolweg. De woonwijk heeft voor gemotoriseerd verkeer één toegangsweg. De straten in de wijk worden daardoor niet gebruikt voor doorgaand verkeer, maar worden enkel gebruikt als erftoegangsweg tot een beperkt aantal woningen. De verkeersintensiteit in de wijk zal, als gevolg van functie van de woonstraten, gering zijn. Een akoestisch onderzoek met betrekking tot wegverkeerslawaai is dan ook niet noodzakelijk.

4.9.3

Conclusie De uitvoerbaarheid van het planvoornemen wordt niet door het aspect geluid belemmerd.

4.10

Archeologie

4.10.1 Inleiding Begin 1992 ondertekende Nederland het Verdrag van Valletta (Malta). Daarna heeft de rijksoverheid beleid ontwikkeld voor een zorgvuldige omgang met het archeologisch erfgoed. Het uitgangspunt is het behoud van archeologische waarden 'in situ' (ter plekke; in de bodem). In 2007 heeft het verdrag zijn neerslag gekregen in de Nederlandse wetgeving. Op 1 september van dat jaar trad de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) in werking. In samenhang daarmee werden ook de Monumentenwet 1988 en drie andere wetten aangepast. De Monumentenwet 1988 is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze naar verwachting in 2021 in werking treedt. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De Erfgoedwet bundelt en wijzigt een aantal wetten op het terrein van cultureel erfgoed. De kern van deze wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, de archeologische resten intact moeten blijven (in situ). Wanneer dit niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard (ex situ).

Nederlandse gemeenten zijn vanwege wetgeving op het gebied van archeologische monumentenzorg (Wet op de archeologische monumentenzorg) verplicht om archeologische waarden in de ruimtelijke planprocedures te betrekken en waardevolle resten te beschermen. Gemeente Midden-Groningen is in 2017 gestart met een grote harmonisatie van de bescherming van het gemeentelijk erfgoed. Dit heeft uiteindelijk geresulteerd in de "Beleidsnota Archeologie", vastgesteld op 23 april 2020 door de gemeenteraad. De gemeente zet met deze nota in op het behoud van waardevolle archeologische waarden. Terreinen en gebieden waar sprake is van (een grote kans op) waardevolle resten, worden

31

Muntendam, Tolw eg Fase 2 (vastgesteld)

daarom door de gemeente beschermd. Ook archeologische vindplaatsen die weliswaar deels verstoord zijn, maar die zeldzame resten omvatten, gelden in dit kader als behoudenswaardig. Daarbij hanteert de gemeente de beleidskaart archeologie en de actuele archeologische verwachtingskaart. 4.10.2 Toetsing Het plangebied staat op het archeologische en cultuurhistorische verwachtingskaart van gemeente Midden-Groningen als een gebied met een lage archeologische verwachting (zie figuur 4 - 4). Dit betekent dat het gebied daarom op voorhand niet onderzocht hoeft te worden en een verkennend archeologisch onderzoek niet noodzakelijk is.

Figuur 4 - 4: Uitsnede Archeologische beleidskaart Midden-Groningen

Wanneer bij graafwerkzaamheden onverhoopt toch archeologische grondsporen worden aangetroffen en/of archeologische vondsten worden gedaan, moet hiervan direct melding worden gedaan bij de gemeente of de archeologische adviseur van de gemeente. 4.10.3 Conclusie Wat betreft het aspect archeologie is het planvoornemen uitvoerbaar.

4.11

Cultuurhistorie

4.11.1 Inleiding Ieder ruimtelijk plan moet een analyse van de overige cultuurhistorische waarden van het plangebied te bevatten. Voor zover in een plangebied sprake is van erfgoed, dient op grond van voorgaande dan ook aangegeven te worden op welke wijze met deze cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten archeologie rekening wordt gehouden. 4.11.2 Toetsing In 2017 heeft de gemeente Midden-Groningen een inventarisatie uitgevoerd naar karakteristieke bebouwing in de gemeente. Deze karakteristieke bebouwing is opgenomen in Facetbestemmingsplan karakteristieke objecten, vastgesteld op 20 december 2018 door de gemeenteraad van Midden-Groningen. Het plangebied is nog onbebouwd. Er is nog geen karakteristieke bebouwing aanwezig. 4.11.3 Conclusie Het planvoornemen is wat betreft het aspect cultuurhistorie uitvoerbaar. Het tast de cultuurhistorische waarden niet aan.

32

Muntendam, Tolw eg Fase 2 (vastgesteld)

4.12

M.e.r.-beoordeling

4.12.1 Inleiding In de Wet milieubeheer en het bijbehorende Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is wettelijk geregeld voor welke projecten en besluiten een vorm van m.e.r.-verplichting geldt. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen activiteiten, waarvoor altijd een m.e.r.-procedure moet worden doorlopen (m.e.r.-plicht) en activiteiten waarvoor het bevoegd gezag nader moet beoordelen of een m.e.r.-procedure al dan niet nodig is (m.e.r.-beoordelingsplicht). In bijlage C van het Besluit milieueffectrapportage is aangegeven voor welk type activiteiten het maken van een milieueffectrapportage verplicht is. In bijlage D van het Besluit milieueffectrapportage is aangegeven voor welk type activiteiten een m.e.r.-beoordelingsprocedure moet worden doorlopen. Daarnaast moet voor elk ruimtelijk plan een m.e.r.-verantwoording uitgevoerd worden. Dit houdt in dat nagegaan moet worden of er activiteiten plaatsvinden die negatieve effecten op het milieu kunnen hebben. De grondslag hiervoor is enerzijds het Besluit m.e.r. (Besluit milieueffectrapportage) en anderzijds de hiervoor beschreven onderzoeken. 4.12.2 Toetsing De activiteiten kunnen beschouwd worden als de activiteiten genoemd onder D.11.2 die in kolom D van het Besluit m.e.r. zijn genoemd.

Onder D.11.2 worden de activiteiten genoemd: 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. Hierbij is het van belang te weten of met het planvoornemen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject hangt af van de concrete omstandigheden van het geval waarbij de aspecten aard en omvang van de voorziene wijzigingen een rol spelen. Binnen deze categorie gelden de volgende drempelwaarden: een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.

De bouw van 28 woningen blijft ruim onder de drempelwaarden. Voor het planvoornemen geldt daarom geen plan-MER-plicht. Er is dan ook geen sprake van het overschrijden van drempelwaarden in de D-lijst van het Besluit m.e.r. Voor het planvoornemen geldt daarom geen plan-MER-plicht en een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling is ook niet aan de orde. Verder kan op basis van voorgaande verantwoording van de omgevingsaspecten in redelijkheid worden aangenomen dat geen onaanvaardbare milieueffecten in het plangebied hoeven te worden verwacht. 4.12.3 Conclusie Voor het bestemmingsplan hoeft gezien het voorgaande geen m.e.r.-(beoordelings)procedure te worden doorlopen. Het plan is op dit punt uitvoerbaar.

33

Muntendam, Tolw eg Fase 2 (vastgesteld)

4.13

Duurzaamheid

4.13.1 Inleiding Aardgasvrije wijken staan prominent op de politieke agenda's van zowel het Rijk, de Provincies, Gemeenten alsook de Woningbouwcorporaties. De noodzaak om gasloos te bouwen wordt in Groningen extra gevoeld. Zowel het college van burgemeester en wethouders van de Gemeente Midden-Groningen als de woningbouwcorporaties in de gemeente staan achter gasloze nieuwbouw. De problemen die de gaswinning in de regio met zich meebrengt zijn een extra stimulans om de energietransitie voortvarend in praktijk te brengen. Om bovenstaande in praktijk te brengen is op 8 mei 2018 een wetswijziging van de gaswet doorgevoerd en gepubliceerd in het Staatsblad. De strekking van deze gaswetwijziging is dat alle nieuwbouwwoningen gasloos gebouwd moeten worden. Deze wetswijziging treedt twee maanden na publicatie in werking. Dit betekent dat met ingang van 8 juli alle nieuwbouwwoningen gasloos aangelegd moeten worden. Hiermee geeft de (Rijks-) overheid aan dat er vaart gemaakt moet worden met het terugdringen van het gasverbruik en dat er stappen gezet moeten worden om deze fossiele bronnen te vervangen door hernieuwbare/duurzame bronnen. Ook voor bestaande woningen zal dit op (korte) termijn gaan gebeuren. Alternatieve bronnen voor gas zijn warmte uit lucht, water of bodem met gebruikmaking van een individuele warmtepomp.

Warmtepompen worden meestal gecombineerd met zonnepanelen om op deze wijze ook op een duurzame wijze de extra benodigde elektriciteit voor de warmtepomp op te wekken. Andere opties zijn collectieve voorzieningen met als bron biomassa, geothermie of restwarmte. 4.13.2 Toetsing Het bestemmingsplan sluit aan op de eisen vanuit het Bouwbesluit. Bij de aanvraag omgevingsvergunning voor de bouw van woningen in het plangebied zal aangetoond moeten worden dat de EPC-norm 0,4 of minder is. Daarnaast dient de woning gasloos te worden aangelegd. Dit zijn regelingen die buiten het bestemmingsplan om is geregeld, nadere eisen in dit bestemmingsplan zijn dan ook niet noodzakelijk. 4.13.3 Conclusie Het aspect duurzaamheid is in de planvorming betrokken en wordt in de verdere planvorming uitgewerkt.

Hoofdstuk 5

5.1

Juridische toelichting

Algemeen In dit hoofdstuk wordt als eerste uitgelegd wat een bestemmingsplan is en welke systematiek gekozen is voor het bestemmingsplan. Hierna wordt een toelichting gegeven op de bestemmingen die zijn opgenomen in het plan. Hierbij moet altijd worden bedacht dat de regels en de verbeelding in samenhang moeten worden gelezen. Op de verbeelding zijn namelijk de bestemmingen, de aanduidingen en de verklaringen aangegeven die voor een locatie gelden. Verder zijn op de verbeelding bij dit bestemmingsplan de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' aangegeven.

34

Muntendam, Tolw eg Fase 2 (vastgesteld)

5.2

Wat is een bestemmingsplan Een bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden binnen het plangebied. De wijze waarop deze regeling juridisch kan worden vormgegeven, wordt in grote lijnen bepaald door de Wet ruimtelijke ordening, evenals door het daarbij behorende Besluit ruimtelijke ordening. Een bestemmingsplan bestaat uit drie delen: de verbeelding, de regels en de toelichting. Op de verbeelding is aangegeven welke bestemming een perceel heeft. Het kan bijvoorbeeld gaan om een woon-, bedrijfs- of verkeersbestemming. In de regels is vervolgens bepaald wat er wel en niet is toegestaan binnen deze bestemming. Hier staat onder andere hoe de grond gebruikt mag worden en of er gebouwd mag worden. Als er gebouwd mag worden, dan staan in de regels onder andere de goot- en bouwhoogte die maximaal zijn toegestaan op het perceel. In de toelichting zijn onder andere de aanleiding, de achtergronden en uitgevoerde onderzoeken beschreven. Een bestemmingsplan gaat uitdrukkelijk niet over allerlei uitvoeringsgerichte zaken, zoals bijvoorbeeld de inrichting van wegen en het openbaar gebied of de aanleg of het functionering van rioleringssystemen. De verbeelding en voorschriften vormen de juridische grondslag van het bestemmingsplan. De toelichting heeft formeel geen rechtskracht.

Als een particulier of bedrijf wil gaan bouwen of verbouwen, is hier vaak een omgevingsvergunning voor nodig. Een aanvraag om een omgevingsvergunning wordt onder andere getoetst aan het bestemmingsplan. Als een aanvraag past binnen de regels van het bestemmingsplan wordt in de meeste gevallen een omgevingsvergunning verleend.

5.3

Toelichting basisbestemmingen In deze paragraaf wordt een toelichting gegeven bij de belangrijkste bestemmingsregels die in het plangebied voorkomen.

5.3.1

Woongebied - Tolweg Het grootste deel van het plangebied in dit bestemmingsplan heeft de bestemming "Woongebied - Tolweg". Op grond van deze bestemmingsplan mogen er in totaal 28 woningen worden gebouwd op deze locatie. Dit is aangeduid met de gebiedsaanduiding 'maximum aantal wooneenheden'. Er is zoveel mogelijk flexibiliteit ingebouwd voor de type woning (vrijstaand of dubbel). Voor deze bestemming geldt ook beleid met betrekking tot de beeldkwaliteit. Het beeldkwaliteitsplan en inpassingsplan zijn als bijlage bij de regels gevoegd.

5.3.2

Groen De bestemming Groen betreft gronden waarvan de inrichting en het gebruik zijn afgestemd op de inrichting als park, groene ruimte en dergelijke. Om aan te geven dat de gemeente deze gebieden als structureel groen ziet, dat als zodanig dient te blijven gehandhaafd, is dit groen in een aparte bestemming opgenomen. Voet- en fietspaden zijn in de bestemming begrepen, evenals sport- en speelvoorzieningen, water en openbare nutsvoorzieningen. Op de gronden met deze bestemming mogen geen gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, met uitzondering van de bestaande bebouwing en erf- en terreinafscheidingen. Via een afwijking van de bouwregels kunnen nieuwe bouwwerken, geen bouwwerken zijnde, worden gebouwd. Aangetoond moet worden dat de bouw niet leidt tot aantasting van de kwaliteit en kwantiteit van de gronden die tot de 'bos- en natuurgebieden buiten het Natuurnetwerk Nederland' (zie Figuur 4 -3: kaart 6).

35

Muntendam, Tolw eg Fase 2 (vastgesteld)

5.3.3

Verkeer De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor wegen met een functie voor intern en doorgaand verkeer, fiets- en voetpaden, parkeer- en groenvoorzieningen, openbare nutsvoorzieningen en water. Binnen de bestemming zijn paden, sierbestrating en overige verhardingen begrepen. Onder 'water' is tevens de berging van water begrepen.

Hoofdstuk 6

6.1

Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid De gemeente is initiatiefnemer van dit project. Daarom is het weergeven van de economische uitvoerbaarheid in de vorm van een exploitatieplan niet noodzakelijk. De kosten voor het opstellen van dit plan komen voor rekening van de gemeente.

Planschadeovereenkomst De enige kosten die verder uit dit plan kunnen voortvloeien, zijn planschadekosten. Deze zijn op voorhand niet uit te sluiten. De gemeente zal daarom bij iedere aanvraag om medewerking te verlenen aan een nieuwe ontwikkeling, bezien of er planschade mogelijk is. Indien dit het geval kan zijn, zal met de belanghebbende aanvrager een overeenkomst worden gesloten, zoals bedoeld in artikel 6.4a van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Daarmee kan worden voorkomen dat de gemeenschap voor de planschadekosten moet opdraaien die worden gemaakt in het belang van de aanvrager.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.2.1

Vooroverleg Op grond van artikel 3.1.1. van het Bro wordt bij de voorbereiding van een bestemmingsplan in ieder geval overleg gepleegd met het waterschap en provincie. Bij grotere plannen of ontwikkelingen kan het vooroverleg ook worden uitgebreid met meerdere overlegpartners, zoals diensten van het Rijk, leidingbeheerders en andere gemeenten. Gelet op de kleinschaligheid van het plan is het plan in het kader van het vooroverleg vanaf 23 september 2021 gedurende 4 weken voorgelegd aan de volgende partners: Provincie Groningen (snelloket); Waterschap Hunze en Aa's. Ingekomen overlegreacties kunnen leiden tot een inhoudelijke aanpassing van het bestemmingsplan. Ingekomen overlegreacties, inhoudelijke aanpassingen en ambtelijke wijzigingen zijn in deze paragraaf weergegeven. Provincie Groningen Op 12 oktober 2021 hebben wij een vooroverlegreactie van de provincie Groningen ontvangen. Deze is bijgevoegd als Bijlage 1 bij de toelichting. Naar aanleiding van de ingekomen reactie is de toelichting op een aantal punten inhoudelijk aangevuld. De inhoudelijke aanvullingen zijn verwerkt in paragraaf 3.2 (onder 3.2.1, 3.2.2, 3.2.2.1, 3.2.3) en paragraaf 3.3 (onder 3.3.2). Waterschap Hunze en Aa's Het waterschap heeft geen inhoudelijke opmerkingen met betrekking tot het plan.

36

Muntendam, Tolw eg Fase 2 (vastgesteld)

6.2.2

Inspraak De Wet ruimtelijke ordening (Wro) verplicht niet om een voorontwerp bestemmingsplan ter inzage te leggen voor inspraak. Gelet op de kleinschaligheid van het plan wordt er in dit geval geen inspraakperiode toegepast.

6.2.3

Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan wordt op grond van artikel 3.8 Wet ruimtelijke ordening (Wro) gedurende zes weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode kan iedereen het plan bekijken, vragen stellen en een zienswijze indienen. Ingekomen zienswijzen kunnen leiden tot een inhoudelijke aanpassing van het bestemmingsplan. Ingekomen zienswijzen en eventuele inhoudelijke aanpassingen worden benoemd in de 'Nota van zienswijzen'. Deze nota wordt als bijlage aan deze toelichting toegevoegd. Provincie Groningen Het ontwerpbestemmingsplan geeft de provincie geen aanleiding om een zienswijze in te dienen. Waterschap Hunze en Aa's Het waterschap heeft aangegeven dat er geen negatieve effecten op de waterbeheersing zijn te verwachten (zie 4.5.3). De reactie van het waterschap is bijgevoegd als Bijlage 2 bij de toelichting.

6.2.4

Vaststelling Nadat het ontwerpbestemmingsplan zes weken ter inzage heeft gelegen besluit de gemeenteraad over de vaststelling van het plan. Het vastgestelde bestemmingsplan wordt vervolgens zes weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode kan beroep worden ingesteld tegen het vastgestelde plan. Het vastgestelde bestemmingsplan treedt in werking nadat het vastgestelde plan zes weken ter inzage heeft gelegen. Het instellen van beroep schorst de inwerkingtreding van het bestemmingsplan niet, tenzij hier een specifiek verzoek voor wordt ingediend.

37

Muntendam, Tolw eg Fase 2 (vastgesteld)

38

Muntendam, Tolw eg Fase 2 (vastgesteld)

Bijlagen bij de toelichting

39

Muntendam, Tolw eg Fase 2 (vastgesteld)

Bijlage 1

40

Vooroverlegreactie provincie Groningen

6S'5'3ö2-

No. provincie groningen

12 OKT. 2021

Class.No. Aan burgemeester en wethouders van de gemeente Midden-Groningen t.a.v. mevr. Z. Braafhart Postbus 75 9600 AB Hoogezand

Datum Documentor. Dossiernummer Behandeld door Telefoonnr. Antwoord op Bijlage

11 oktober 2021 2021-090817 K30534 N. Harmsen 06-29292921 Uw e-mail van 23 september 2021

Onderwerp

Vooroverlegreactie voorontwerpbestemmingsplan "Muntendam, Tolweg Fase 2"

Geacht college, U heeft de provincie om een vooroverlegreactie gevraagd met betrekking tot het bovengenoemde voorontwerpbestemmingsplan.^ Het plan voorziet in een planologische regeling voor de bouw van 28 woningen in Muntendam. Het kader voor de beoordeling van bestemmingsplannen zijn de provinciale Omgevingsvisie en de in de Omgevingsverordening provincie Groningen 2016 (hierna: Omgevingsverordening) opgenomen instructieregels. Deze regels hebben tot doel om de doorwerking van het provinciaal beleid in gemeentelijke ruimtelijke besluiten te borgen. Het voorontwerp geeft de provincie aanleiding het volgende op te merken; Omgevingsvisie In paragraaf 3.2.3 van de toelichting wordt het provinciale omgevingsbeleid beschreven. Daarbij wordt geconcludeerd dat het bestemmingsplan aansluit op het Provinciaal Omgevingsplan. Zoals u zelf eerder in de paragraaf aangeeft is dat Omgevingsplan vervangen door de Omgevingsvisie. Ik adviseer u de verwijzingen naar het provinciale beleid daarop aan te passen. Nieuwvestiging of uitbreiding van niet-functioneel aan het buitengebied gebonden functies Het plangebied ligt deels in het buitengebied, zoals opgenomen in de Omgevingsverordening, en maakt hier woningbouw mogelijk. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op het buitengebied bevat geen bestemmingen die voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling (artikel 2.13.1 Omgevingsverordening).

Die regel is niet van toepassing op een stedelijke ontwikkeling die aansluit op het bestaand stedelijk gebied, op voorwaarde dat in de plantoelichting is aangetoond dat voor deze ontwikkeling binnen het bestaand stedelijk gebied geen ruimte beschikbaar is of na intensivering, revitalisering en herstructurering kan worden verkregen. Deze onderbouwing ontbreekt in de toets aan het provinciale beleid in paragraaf 3.2 van de toelichting. Ik verzoek u de onderbouwing alsnog op te nemen. Woningbouw

Artikel 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening Martinikerkhof 12 9712 JG Groningen

Sint Jansstraat 4 9712 JN Groningen

Postbus 610 9700 AP Groningen

Telefoon 050 316 4911

www.provinciegroningen.ni info@provinciegroningen.nl

De provincie Groningen werkt volgens normen die zijn vastgelegd in een handvest voor dienstverlening Dit handvest vindt u op onze website of kunt u opvragen bij de afdeling Bestuur, Jundische Zaken & Communicatie: 050 316 4160. BTW; NL0019 32.822.B01 / KvK: 01182023 / IBAN; NL84 ABNA 0446 0456 91 / BIC: ABNANL2A

Op grond van artikel 2.15.1 van de Omgevingsverordening kan een bestemmingsplan alleen voorzien in de bouw van nieuwe woningen, voor zover deze woningbouwmogelijkheden naar aard, locatie en aantal overeenstemmen met een regionale woonvisie. In de toets aan het provirciale beleid in paragraaf 3.2 en het gemeentelijke beleid in paragraaf 3.3 van de toelichting wordt hier op ingegaan. Het plan maakt de bouw van 28 woningen mogelijk. Dit betreft deels bestaande aantallen uit het geldende bestemmingsplan, namelijk 13 woningen. Voorde overige 15 woningen geldt dat deze planologisch gezien wel nieuw zijn. Uit de toelichting wordt niet geheel duidelijk of de nieuw toe te voegen woningen passen binnen de gemaakte afspraken voor de voormalige gemeente Menterwolde. Deze afspraken staan het toevoegen van maximaal 110 woningen toe. Ik verzoek u te verduidelijken of de eerdergenoemde 15 nieuwe woningen binnen deze afspraken vallen.

Hoogachtend,

N. Gerritsen Teamcoördinator Ruimtelijke Ordening

2

Muntendam, Tolw eg Fase 2 (vastgesteld)

Bijlage 2

43

Reactie waterschap

Muntendam, Tolw eg Fase 2 (vastgesteld)

Regels Hoofdstuk 1

Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder: 1.1

het plan: het bestemmingsplan Muntendam, Tolweg Fase 2 met identificatienummer NL.IMRO.1952.bpmtdtolwegfase2-va01 van de gemeente Midden-Groningen;

1.2

bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen;

1.3

aan- of uitbouw: een onderdeel van een hoofdgebouw dat door de vorm daarvan kan worden onderscheiden en dat door zijn ligging en/of in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan de hoofdvorm;

1.4

aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;

1.5

aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;

1.6

achtererfgebied: erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen;

1.7

bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde;

1.8

bebouwingsgebied: achtererfgebied alsmede de grond onder het hoofdgebouw, uitgezonderd de grond onder het oorspronkelijk hoofdgebouw;

1.9

bebouwingspercentage: een in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van een terrein aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd;

1.10

bedrijfsbebouwing: één of meerdere gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die ten dienste staan aan de uitoefening van een bedrijf;

45

Muntendam, Tolw eg Fase 2 (vastgesteld)

1.11

bedrijfsmatige activiteiten aan huis: het bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid door middel van handwerk en waarvan de omvang in activiteiten zodanig is, dat de activiteiten in een woning met behoud van de woonfunctie kunnen worden uitgeoefend en door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende bijgebouwen wordt uitgeoefend door een bewoner van het perceel;

1.12

bedrijfswoning/dienstwoning: een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar, gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein, noodzakelijk is;

1.13

beroepsmatige activiteiten aan huis: het beroep en/of beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of daarmee gelijk te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende gebouwen, met behoud van de woonfunctie, mag worden uitgeoefend;

1.14

bestaand: 1. het gebruik dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig is en/of bebouwing die op dat tijdstip aanwezig of in uitvoering is, dan wel kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning;' 2. het onder 1 bedoelde geldt niet voor zover sprake was van strijd met het voorheen geldende bestemmingsplan, de voorheen geldende beheersverordening, daaronder mede begrepen het overgangsrecht van het bestemmingsplan of de beheersverordening, of een andere planologische toestemming;

1.15

bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak;

1.16

bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;

1.17

bijgebouw: een opzichzelfstaand gebouw dat gelet op de bestemming en door zijn ligging en/of architectonische verschijningsvorm ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw;

1.18

bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk;

1.19

bouwgrens: de grens van een bouwvlak:

1.20

bouwlaag: een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke bouwhoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en kapverdieping;

1.21

bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;

46

Muntendam, Tolw eg Fase 2 (vastgesteld)

1.22

bouwperceelgrens: de grens van een bouwperceel;

1.23

bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid waarop ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten;

1.24

bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;

1.25

buitengebied: gebied, dat deel uitmaakt van het buitengebied, zoals vastgesteld door Provinciale Staten, op grond van de provinciale Omgevingsverordening;

1.26

detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;

1.27

detailhandelsactiviteiten aan huis of aan (agrarisch) bedrijf: het in beperkte mate als nevenactiviteit verkopen en/of leveren van goederen verband houdende met het aan huis of bedrijf gebonden beroep of bedrijf, alsmede van goederen die ter plaatse in het kader van het aan huis of bedrijf gebonden beroep of bedrijf zijn vervaardigd en dit vanuit een woning of een (agrarisch) bedrijf met bijbehorende gebouwen waarvan de woonfunctie respectievelijk oorspronkelijke bedrijfsfunctie in hoofdzaak behouden blijft;

1.28

dienstverlening en dienstverlenend bedrijf: het bedrijfsmatig verlenen van diensten in de vorm van een (para)medisch, juridisch, administratief, therapeutisch, ontwerptechnisch, adviesgevend bedrijf, alsmede schoonmaakbedrijven, wassalons, kappersbedrijven, schoonheidsinstituten, videotheken, reisbureaus, apotheken, galerieën, fotoateliers en daarmee naar de aard gelijk te stellen bedrijven, evenwel met uitzondering van een garagebedrijf en een seksinrichting;

1.29

erf: al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden;

1.30

gebouw: elk bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

1.31

geluidsbelasting: de geluidsbelasting vanwege een weg, een industrieterrein, spoorweg of andere activiteiten;

1.32

geluidsgevoelige functies: in een gebouw of op een terrein aanwezige functies die maken dat een gebouw of een terrein als geluidsgevoelig object wordt aangemerkt;

1.33

geluidsgevoelige objecten: gebouwen welke dienen ter bewoning of andere geluidsgevoelige gebouwen of terreinen zoals bedoeld in de Wet geluidhinder, c.q. het Besluit geluidhinder en Activiteitenbesluit;

47

Muntendam, Tolw eg Fase 2 (vastgesteld)

1.34

gevellijn: een langs de naar de weg gekeerde gevel als zodanig aangeduide lijn;

1.35

hobbymatige paardenhouderij: een niet-bedrijfsmatige paardenhouderij waar niet meer dan vijf paarden voor de hobby worden gehouden;

1.36

hogere grenswaarde: een bij een bestemmingsplan in acht te nemen maximale waarde voor de geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten, die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde en die in een concreet geval kan worden vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder en/of het Besluit geluidhinder;

1.37

hoofdgebouw: gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is;

1.38

horeca, ondersteunend/ondergeschikt: een inrichting zonder, planologische, hoofdbestemming horeca, waar tegen betaling (kleine) eetwaren en/of dranken kunnen worden geconsumeerd en/of kan worden gelogeerd;

1.39

huishouden: persoon of groep personen die een huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan;

1.40

huisvesting in verband met mantelzorg: huisvesting in of bij een woning van één huishouden van maximaal twee personen, van wie ten minste één persoon mantelzorg verleent aan of ontvangt van een bewoner van de woning;

1.41

internetwinkel: een vorm van detailhandel, waarbij het bedrijf uitsluitend goederen aan particulieren verhandelt door middel van contact met die particulieren, dat alleen verloopt via e-mail, fax, internet, post of telefoon, waardoor er geen handelswaren op het bedrijf worden aangeprezen en geen klanten op het bedrijf worden ontvangen behoudens een beperkte afhaalmogelijkheid en waarbij het bedrijfspand en/of de woning niet de uitstraling heeft van een winkelpand, geen toonbank heeft en de goederen niet uitstalt ten verkoop en daarmee een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de bedrijvenfunctie (aan huis), zijnde een magazijn en/of de opslag van goederen;

1.42

k antoor: een gebouw dat dient voor de uitoefening van administratieve, boekhoudkundige c.q. financiële, organisatorische en/of zakelijke dienstverlening - niet zijnde detailhandel - al dan niet met een (publiekgerichte) baliefunctie;

1.43

k ap: een constructie van één of meer dakvlakken met een helling van meer dan 20° en minder dan 70°;

1.44

k arakteristieke gebouwen: gebouwen die kunnen worden beschouwd als een onderdeel van het cultureel erfgoed vanwege hun cultuurhistorische waarde, architectonische- en/of kunsthistorische waarde, situationeleen/of ensemblewaarde, gaafheid en/of herkenbaarheid of zeldzaamheid;

48

Muntendam, Tolw eg Fase 2 (vastgesteld)

1.45

k iosk: een solitair gebouw, geplaatst in de openbare ruimte, van beperkte omvang welke voor consumptie- en/of detailhandelsdoeleinden mag worden gebruikt;

1.46

k wetsbaar object: object als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder l, van het Besluit externe veiligheid inrichtingen;

1.47

maaiveld: de bovenkant van het terrein dat een gebouw/bouwwerk omgeeft,met dien verstande dat daar waar sprake is van een hellend of ongelijk maaiveld onder het 'aangrenzende maaiveld' wordt verstaan het maaiveld dat grenst aan de voorgevel van een gebouw;

1.48

maatschappelijke voorzieningen: educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele, levensbeschouwelijke voorzieningen, sportvoorzieningen en recreatieve voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen;

1.49

mantelzorg: intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond;

1.50

nevenactiviteiten: aan de hoofdactiviteit ondergeschikte activiteiten die niet rechtstreeks de uitoefening van de agrarische bedrijfsvoering betreffen;

1.51

objecten ten behoeve van minder zelfredzame personen: objecten zoals basisscholen en scholen voor bijzonder onderwijs, zorginstellingen, verzorgings-, verpleeg- en ziekenhuizen, kinderdagopvang, aanleunwonngen bij zorginstellingen, sociale werkplaatsen, cellencomplexen of daarmee geljk te stellen inrichtingen;

1.52

ondersteunende en ondergeschikte horeca: er is sprake van ondersteunende dan wel ondergeschikte horeca wanneer men in een inrichting die geen (planologische) hoofdbestemming horeca heeft, (kleine) eetwaren en/of dranken kan consumeren en/of kan logeren en men daarvoor moet betalen;

1.53

openbaar toegankelijk gebied: weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid , onder b van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar vaarwater en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer;

1.54

ophogen: door het verzetten van grond een oppervlak de gewenste mate van ophoging geven;

1.55

overkapping: een bouwwerk van één bouwlaag dat dient ter overdekking en niet of slechts gedeeltelijk met wanden is omgeven;

49

Muntendam, Tolw eg Fase 2 (vastgesteld)

1.56

paardenbak: een door middel van een afscheiding afgezonderd stuk terrein met een andere ondergrond dan gras, dat is ingericht voor het africhten en/of trainen van paarden en/of pony's;

1.57

peil: 1. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; 2. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; 3. indien in of op het water wordt gebouwd: het Normaal Amsterdams Peil (of een plaatselijk aan te houden waterpeil);

1.58

risicovolle inrichting: een inrichting, waarvoor ofwel op grond van het Besluit externe veiligheid inrichtingen, ofwel op grond van het Vuurwerkbesluit vanwege de verwerking of opslag van verpakt of onverpakt professioneel vuurwerk, al dan niet in samenhang met consumentenvuurwerk, een grenswaarde, richtwaarde voor het risico c.q. een risicoafstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten, dan wel andere inrichtingen die veiligheidsafstanden hebben die buiten het terrein van de betreffende inrichting liggen en die in acht moeten worden gehouden bij de oprichting van (beperkt) kwetsbare objecten evenals zijnde geprojecteerd;

1.59

seksinrichting: een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in elk geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar;

1.60

voorgevel: de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien een gebouw met meerdere zijden aan een weg grenst, de als zodanig door burgemeester en wethouders aan te wijzen gevel(s);

1.61

voorgevelrooilijn: denkbeeldige lijn getrokken langs de voorgevel van een gebouw en het verlengde daarvan;

1.62

voorkeursgrenswaarde: de bij een bestemmingplan in acht te nemen maximale waarde voor de geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten, zoals deze rechtstreeks kan worden afgeleid uit de Wet geluidhinder en/of het Besluit geluidhinder;

1.63

vrij beroep de uitoefening van een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende bijgebouwen wordt uitgeoefend door een bewoner van het perceel;

1.64

woning: een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden;

1.65

woongebouw: een gebouw dat meerdere naast elkaar gelegen en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat met één of meer gemeenschappelijke toegangen en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid kan worden beschouwd;

50

Muntendam, Tolw eg Fase 2 (vastgesteld)

1.66

zelfstandige woonruimte: een woonruimte die een eigen toegang heeft en die door een huishouden kan worden bewoond zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte;

1.67

zorgwoning: een complex van ruimten, bedoeld voor een specifieke doelgroep die zorg behoeft.

51

Muntendam, Tolw eg Fase 2 (vastgesteld)

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1

bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;

2.2

goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;

2.3

dakhelling van een bouwwerk: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;

2.4

oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;

2.5

inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;

2.6

afstand tot de (zijdelingse) grens van een bouwperceel: vanaf enig punt van een bouwwerk tot de (zijdelingse) grens van een bouwperceel;

Hoofdstuk 2

Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Woongebied - Tolweg

Bestemmingsomschrijving De voor 'Woongebied - Tolweg' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, al dan niet in combinatie met een vrij beroep of een daarmee gelijk te stellen beroepsmatige of bedrijfsmatige activiteit aan huis zoals vermeld in Bijlage 1, mits wordt voldaan aan het gestelde in lid 3.5.1; b. groenvoorzieningen en water; c. parkeervoorzieningen; d. wegen met een functie voor intern verkeer; e. fiets- en voetpaden; f. openbare nutsvoorzieningen; met de daarbij behorende: g. gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde, zoals bruggen, straatmeubilair en steigers. Binnen de bestemming zijn paden, speelvoorzieningen, sierbestrating en overige verhardingen begrepen. Onder 'water' is tevens de berging van water begrepen.

52

Muntendam, Tolw eg Fase 2 (vastgesteld)

3.2

Bouwregels

3.2.1

Afstemming beeldk waliteit Bij de realisatie van de bestemming wordt mede uitgegaan van het vastgestelde beleid met betrekking tot de beeldkwaliteit en de inrichting van de openbare ruimte, zie hiervoor het beeldkwaliteitsplan (deel 1) en het inpassingsplan BKP Tolweg (deel 2) welke als Bijlage 2 en Bijlage 3 bij de regels zijn gevoegd.

3.2.2

Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' zijn niet meer woningen toegelaten dan is aangegeven; b. er mogen uitsluitend vrijstaande woningen of twee-onder-één kapwoningen worden gebouwd; c. de hoofdgebouwen worden gebouwd binnen het bouwvlak; d. de voorgevelbouwgrens, zoals die ontstaat na de realisering van de bouw van een woning, mag niet worden overschreden; e. de afstand van de voorgevels van de woningen tot de rand van de weg of het voetpad bedraagt ten minste 5 m en ten hoogste 6,5 m; f. de diepte van een hoofdgebouw bedraagt ten hoogste 16 m, gemeten vanaf de naar de weg gekeerde gevel; g. de afstand van de woning tot de zijdelingse perceelgrens bedraagt ten minste: 1. bij vrijstaande woningen aan weerszijden 4 m; 2. bij halfvrijstaande woningen en hoekwoningen aan één zijde 3 m; h. ten hoogste 50% van een bouwperceel mag worden bebouwd (inclusief aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen), met een maximum van 200 m2 per woning; i. de goot- en bouwhoogte bedragen ten hoogste respectievelijk 6 m en 9,5 m; j. de hoofdgebouwen worden gebouwd met een kapconstructie, met een dakhelling van ten minste 30°. k. aan- en uitbouwen dienen aan het hiervoor gestelde te voldoen, dan wel aan het gestelde in lid 3.2.3.

3.2.3

Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen Voor het bouwen van aan- en uitbouwen voor zover deze niet voldoen aan het bepaalde in lid 3.2.2, bijgebouwen en overkappingen ten behoeve van wonen gelden de volgende regels: a. de afstand tot de zijdelingse perceelgrens bedraagt bij vrijstaande woningen aan weerszijden minimaal 1 m en bij halfvrijstaande woningen en hoekwoningen aan één zijde minimaal 1 m; b. de afstand tot de voorgevel van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan bedraagt ten minste 5 m, dan wel niet minder dan de bestaande afstand indien deze minder bedraagt; c. de goot- en bouwhoogte bedragen ten hoogste respectievelijk 3,5 m en 6 m, dan wel de bestaande hoogten indien deze meer bedragen; d. bij toepassing van een platte afdekking bedraagt de bouwhoogte en hoogste 3,5 m; e. de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bedraagt niet meer dan: 1. 60 m2, indien de oppervlakte van een bouwperceel minder bedraagt dan 1.000 m2; 2. 80 m2, indien de oppervlakte van een bouwperceel meer bedraagt dan 1.000 m2;

met dien verstande dat de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen niet meer bedraagt dan 80% van de oppervlakte van het hoofdgebouw en met dien verstande dat niet meer dan 50% van een bouwperceel, dan wel niet meer dan het bestaande percentage indien dat meer is, wordt bebouwd.

53

Muntendam, Tolw eg Fase 2 (vastgesteld)

3.2.4

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 3 m; b. de bouwhoogte van terreinafscheidingen bedraagt voor de voorgevelrooilijn ten hoogste 1 m en daarachter ten hoogste 2 m, met dien verstande dat de bouwhoogte op zijerven die grenzen aan openbaar toegankelijk gebied op een afstand van 1 m of minder uit de perceelgrens ten hoogste 1 m bedraagt. c. de bouwhoogte van vlaggenmasten bedraagt 6 m; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken bedraagt niet meer dan 3 m.

3.3

Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van: de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; het bebouwingsbeeld; de verkeersveiligheid; nadere eisen stellen aan: a. de plaats van gebouwen in die zin dat de gebouwen in de naar de weg gekeerde bouwgrens moeten worden gebouwd; b. de plaats en bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met een grotere horizontale oppervlakte dan 6 m2 en/of een grotere hoogte dan 1,5 m, voor zover wordt gebouwd buiten het bouwvlak.

3.4

Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; het bebouwingsbeeld; de verkeersveiligheid; stedenbouwkundig karakteristieke gebouwen; landschap, natuur en milieu; bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. lid 3.2.2 sub g voor de bouw van een hoofdgebouw op ten minste 2 m afstand van de zijdelingse perceelgrens; b. lid 3.2.3 sub b voor het bouwen van aan- of uitbouwen, bijgebouwen of overkappingen bijbehorende bouwwerken tot de bouwgrens, dan wel tot 3 m daarvoor; c. lid 3.2.4 sub a voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot ten hoogste 5 m, met dien verstande dat de bouw van reclamemasten niet is toegestaan.

3.5

Specifieke gebruik sregels

3.5.1

Beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten aan huis Het gebruik van de gebouwen voor beroeps- en/of bedrijfsmatige activiteiten aan huis is toegestaan, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de woonfunctie blijft in ruimtelijke en visuele zin primair; b. de beroeps- en/of bedrijfsmatige activiteiten worden uitsluitend inpandig verricht; c. detailhandelsactiviteiten zijn niet toegestaan, met uitzondering van: 1. aan het beroep en/of bedrijf gerelateerde ondergeschikte detailhandel; 2. een internetwinkel;

54

Muntendam, Tolw eg Fase 2 (vastgesteld)

d. de opslag van goederen mag alleen inpandig plaatsvinden; e. maximaal 25% van de vloeroppervlakte van hoofd- en bijgebouwen mag worden gebruikt, met een maximum van 60 m2 brutovloeroppervlak; f. degene die de beroeps- en/of bedrijfsmatige activiteiten uitoefent, dient ook (hoofd)bewoner van de woning te zijn; g. reclame-uitingen dienen zich conform de Algemene Plaatselijke Verordening te beperken tot een bord of borden van bescheiden omvang; gezamenlijk geen grotere oppervlakte dan 0,5 m2 en geen van alle een grotere afmeting in één richting dan 1 m; h. de ruimtelijke uitstraling van de beroeps- en/of bedrijfsmatige activiteiten moet qua aard, omvang en intensiteit verenigbaar zijn met het karakter van de omringende woonomgeving; i. bedrijfsmatig gebruik, dat vergunning- of meldingplichtig is ingevolge de Wet milieubeheer of andere milieuwetgeving, is niet toegestaan; j. het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de verkeersafwikkeling en de parkeersituatie ter plaatse; ten aanzien van het laatste geldt als uitgangspunt dat dient te worden geparkeerd op eigen terrein.

3.5.2

Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in elk geval wordt begrepen: a. het gebruiken van een vrijstaand bijgebouw ten behoeve van woonfuncties, met uitzondering van mantelzorg; b. het gebruik gronden en gebouwen ten behoeve van horeca en detailhandel; c. het gebruik van gronden en opstallen voor reclamedoeleinden anders dan voor het op de gronden gevestigde bedrijf; d. het gebruik van gronden voor de opslag van schroot, afbraak- en bouwmaterialen, anders dan voor de uitvoering van krachtens de bestemming toegelaten bouwactiviteiten en werken en werkzaamheden; e. het gebruik van gronden voor de stalling en opslag van (aan het oorspronkelijk gebruik onttrokken) voer-, vaar- of vliegtuigen; f. het gebruik van gronden voor het storten van puin en afvalstoffen.

3.6

Afwijken van de gebruiksregels Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.5 ten behoeve van: a. het gebruik van de gebouwen voor detailhandelsactiviteiten aan huis, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. de woonfunctie blijft in ruimtelijke en visuele zin primair; 2. de activiteiten worden uitsluitend inpandig verricht; 3. maximaal 25% van de vloeroppervlakte van hoofd- en bijgebouwen mag worden gebruikt, met een maximum van 60 m2 brutovloeroppervlak; 4. naast producten van eigen kweek of met eigen producten gemaakte eindproducten, mogen in beperkte mate door derden gefabriceerde producten worden verkocht waarvoor 10% van het toegestane bruto-vloeroppervlak mag worden aangewend; 5. degene die de activiteiten uitoefent, dient ook (hoofd)bewoner van de woning te zijn; 6. reclame-uitingen dienen zich conform de Algemene Plaatselijke Verordening te beperken tot een bord of borden van bescheiden omvang; gezamenlijk geen grotere oppervlakte dan 0,5 m2 en geen van alle een grotere afmeting in één richting dan 1 m; 7. de ruimtelijke uitstraling van de activiteiten moet qua aard, omvang en intensiteit verenigbaar zijn met het karakter van de omringende woonomgeving; 8. bedrijfsmatig gebruik, dat vergunning- of meldingplichtig is ingevolge de Wet milieubeheer of andere milieuwetgeving, is niet toegestaan; 9.

het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de verkeersafwikkeling en de parkeersituatie ter plaatse; ten aanzien van het laatste geldt als uitgangspunt dat dient

55

Muntendam, Tolw eg Fase 2 (vastgesteld)

te worden geparkeerd op eigen terrein.

56

Muntendam, Tolw eg Fase 2 (vastgesteld)

Artikel 4 4.1

Groen

Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen en water; b. openbare nutsvoorzieningen; c. het behoud van het areaal van de 'bos en natuurgebieden buiten het Natuurnetwerk Nederland', alsmede de natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden van deze gebieden. Binnen de bestemming zijn speelplaatsen, paden, sierbestrating en overige verhardingen begrepen. Onder 'water' is tevens de berging van water begrepen.

4.2

Bouwregels

4.2.1

Gebouwen Ten aanzien van deze bestemming geldt dat geen gebouwen en geen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen worden gebouwd.

4.3

Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. lid 4.2.1 voor de bouw van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met een bouwhoogte van maximaal 3 m, mits dit niet leidt tot aantasting van de kwaliteit en kwantiteit van de in lid 4.1 sub c genoemde bos- en natuurgebieden.

57

Muntendam, Tolw eg Fase 2 (vastgesteld)

Artikel 5 5.1

Verkeer

Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.

wegen met een functie voor intern en doorgaand verkeer; fiets- en voetpaden; parkeer- en groenvoorzieningen; openbare nutsvoorzieningen; water.

Binnen de bestemming zijn paden, sierbestrating en overige verhardingen begrepen. Onder 'water' is tevens de berging van water begrepen. 5.2

Bouwregels

5.2.1

Gebouwen Ten aanzien van deze bestemming geldt dat geen gebouwen mogen worden gebouwd.

5.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt dat de bouwhoogte, anders dan voor bouwwerken rechtstreeks ten dienste van geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer, niet meer dan 3 m bedraagt.

Hoofdstuk 3

Artikel 6

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

58

Muntendam, Tolw eg Fase 2 (vastgesteld)

Artikel 7 7.1

Algemene bouwregels

Afstemming welstandstoets Voor zover de regels in het bestemmingsplan met betrekking tot: a. de voorgeschreven maximale goothoogte en maximale bouwhoogte; b. de dakhelling; c. de plaatsing op het bouwperceel; ruimte bieden voor verschillende mogelijkheden van het realiseren van gebouwen, is deze ruimte tevens bedoeld voor het kunnen stellen van voorwaarden op basis van de in artikel 12a van de Woningwet aangegeven welstandscriteria, mits: de goot- en bouwhoogte met niet meer dan 15% afwijken van de toegestane goot- en bouwhoogte; de binnen de regels te realiseren oppervlakte van bebouwing niet wordt verminderd. Voor de bouwonderdelen van gebouwen of bouwwerken, niet zijnde vergunningvrije bouwwerken als bedoeld in bijlage II van het Besluit omgevingsrecht, die niet zijn genoemd in de regels van dit bestemmingsplan, zoals onder andere dakkapellen, is het welstandsbeleid van de gemeente Midden-Groningen bepalend voor de wijze waarop deze kunnen worden gebouwd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12804570/1