CConstaterende datMidden-Groningen
Koppel je AI →
Document · PDF

03. Beleidskader voor inwonerbetrokkenheid

Raadsvergadering 30 oktober 2025, gemeente Midden-GroningenBij agendapunt: Vaststellen beleidskader inwonerbetrokkenheid en verordening inwonerbetrokkenheid en uitdaagrecht9.157 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Beleid voor inwonerbetrokkenheid Midden-Groningen ‘Meeweten, meedenken, meedoen en meebeslissen’

Inhoudsopgave

Beleid voor inwonerbetrokkenheid Midden-Groningen ‘Meeweten, meedenken, meedoen en meebeslissen’

31 oktober 2025

2

Voorwoord

5

Inleiding

6

Aanleiding

8

Visie op inwonerbetrokkenheid in Midden-Groningen

9

Wat vinden inwoners belangrijk?

12

Wat vinden wij belangrijk?

13

Participatie op verschillende niveaus

16

Zo werken we aan participatie in Midden-Groningen

18

Wanneer de gemeente geen leidende rol heeft

20

Rollen bij inwonerbetrokkenheid

21

Wettelijke verplichtingen participatie

24

Het uitdaagrecht en andere bewonersinitiatieven

27

Stappenplan voor bewonersinitiatieven

28

Stappenplan uitdaagrecht Midden-Groningen

30

Beoordelingscriteria voor het uitdaagrecht in Midden-Groningen

32

Tot slot

35

Relevant beleid en bronnen

36

Bijlage 1: Stappenplan participatie

37

3

Voorwoord In Midden-Groningen geloven we in de kracht van samenwerking. Onze gemeente is volop in ontwikkeling en participatie (inwonerbetrokkenheid) speelt een belangrijke rol in hoe we samen onze leefomgeving vormgeven. Door inwoners te betrekken bij projecten en beleid, en open te staan voor ideeën en initiatieven vanuit de dorpen en wijken, bouwen we aan een gemeente waarin iedereen zich gehoord en betrokken voelt. Met dit beleidskader zetten we een belangrijke stap in het versterken van inwonerbetrokkenheid. We bieden inwoners en organisaties de mogelijkheid om wanneer dat kan actief deel te nemen aan beleidsvorming en uitvoering. Door samen te werken, kennis te delen en ruimte te geven aan initiatieven, vergroten we het vertrouwen tussen inwoners en de overheid. Dat doen we gebiedsgericht, wat betekent dat we sámen met inwoners en organisaties werken aan de opgaven en kansen in een gebied. Dit document vormt de leidraad voor hoe we participatie in de praktijk brengen en hoe we dit blijven ontwikkelen met én voor onze inwoners.

Colofon 31 oktober 2025 Opdrachtgever Gemeente Midden-Groningen Titel Beleid voor inwonerbetrokkenheid Midden-Groningen Vormgeving MarneVeenstra Druk > Print > Sign Tekst Gemeente Midden-Groningen

We hebben de afgelopen jaren leervolle ervaringen opgedaan. Ook met de dorps- en wijkplannen – waarin inwoners het voortouw nemen – laten we zien dat zeggenschap lokaal begint. Waar vertrouwen groeit, ontstaat ook ruimte voor het uitdaagrecht: het overnemen van gemeentelijke taken door inwoners of maatschappelijke organisaties, als zij denken het beter, slimmer of goedkoper te kunnen doen. Ook dat faciliteren we met dit kader. Bij het opstellen van dit beleidskader hebben we ook gebruik gemaakt van de inzichten uit het inwonersonderzoek. Dit onderzoek heeft ons waardevolle informatie gegeven over hoe inwoners betrokken willen worden bij gemeentelijke plannen en besluitvorming. We nemen deze inzichten mee om participatie verder te versterken en beter aan te laten sluiten bij de wensen en verwachtingen van onze inwoners. We nodigen iedereen uit om actief deel te nemen aan wat er in de gemeente gebeurt en om met ons in gesprek te blijven en bij te dragen aan de plannen die we samen maken. Op die manier bouwen we samen verder aan een betrokken gemeenschap en een nog mooier Midden-Groningen.

Foto's Gemeente Midden-Groningen

4

5

Inleiding Participatie is met elkaar in gesprek gaan over wat belangrijk is en wat ertoe doet. Besluiten en projecten raken vaak direct aan de leefomgeving van inwoners. Dat kan tot uiteenlopende meningen en belangen leiden. Door participatie tijdig en zorgvuldig te organiseren – met ruimte voor alle perspectieven – ontstaat wederzijds begrip en neemt de kwaliteit van beleid en besluiten toe. Samen werken aan oplossingen en kansen vraagt om samenwerking én het omgaan met meningsverschillen en belangen.

Participatie is dus geen doel op zich en leidt niet automatisch tot draagvlak. Het is een middel waarmee – door tijdige en zorgvuldige betrokkenheid – de kans op draagvlak en acceptatie wordt vergroot. Uiteindelijk gaat het om goede samenwerking, waarbij iedereen op wie het beleid of project betrekking heeft gehoord is en zijn of haar visie vroegtijdig heeft kunnen delen. Zo ontstaat ruimte voor het wegen van belangen, nieuwe inzichten en creatieve oplossingen. Dit beleidskader vormt samen met de Verordening inwonerbetrokkenheid en uitdaagrecht een samenhangend geheel, waarin zowel de inhoudelijke visie als de juridische spelregels voor participatie zijn vastgelegd.

In de gemeente Midden-Groningen werken we op verschillende manieren samen met inwoners.1) Bijvoorbeeld op het gebied van beleidsontwikkeling in het sociaal domein, bij ruimtelijke projecten en door middel van het ondersteunen van buurtinitiatieven. We vinden die samenwerking belangrijk omdat het zorgt voor betere plannen en beleid, het inwoners meer zeggenschap geeft over hun eigen leefomgeving en we daarmee ook het vertrouwen in de lokale democratie versterken. In de afgelopen jaren zijn we in Midden-Groningen verder aan de slag gegaan met het versterken van inwonerbetrokkenheid. We bouwen met dit beleidskader daarom voort op eerder door college en gemeenteraad vastgesteld beleid en de goede voorbeelden van de samenwerking tussen inwoners en gemeente. Met dit beleidskader zetten we onze visie op inwonerbetrokkenheid uiteen en regelen we met de bijpassende verordening inwonerbetrokkenheid en uitdaagrecht hoe onze inwoners betrokken worden bij gemeentelijke plannen en hoe zij gebruik kunnen maken van het uitdaagrecht. Het uitdaagrecht (ook wel ‘right to challenge’ genoemd) is het recht van inwoners of maatschappelijke organisaties om taken van de gemeente over te nemen, als zij denken dat ze die taak beter, slimmer of goedkoper kunnen uitvoeren.2) Met dit beleidskader en de verordening geven we ook aan welke randvoorwaarden daarbij gelden en hoe we deze initiatieven beoordelen.

Participatie betekent in Midden-Groningen: passende invloed voor inwoners. Wat ‘passend’ is, hangt af van het onderwerp en de fase van beleid of uitvoering. Soms is veel invloed logisch, soms is informeren voldoende. Belangrijk is dat we daar duidelijk en eerlijk over zijn. Participatie is geen doel op zich en geen garantie voor draagvlak, maar wel een middel om betrokkenheid te vergroten, zicht te krijgen op ieders belangen en tot gedragen besluiten te komen. In sommige gevallen is er helemaal geen invloed mogelijk op het beleid of project en richten we ons vooral op duidelijke en tijdige communicatie.

1) 2)

6

Met inwoners bedoelen we ook groepen inwoners zoals de dorpsverenigingen en wijkplatforms, ondernemers, maatschappelijke organisaties en andere belanghebbenden. Het gaat hierbij om publieke taken die normaal door de gemeente worden uitgevoerd, zoals het beheer van een bloemenperkje, het organiseren van dagbesteding of het opzetten van een ontmoetingsplek. Onder ‘beter, slimmer of goedkoper’ verstaan we dus ook ‘duurzamer, socialer, efficiënter of met meer betrokkenheid’.

7

Aanleiding Waarom dit beleidskader inwonerbetrokkenheid? Inwoners van Midden-Groningen verwachten en verdienen duidelijkheid over hoe zij kunnen meeweten, meedenken, meedoen en meebeslissen bij projecten en bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid. Ook voor bestuurders en ambtenaren is het belangrijk om houvast te hebben, zodat zij inwoners daadwerkelijk invloed kunnen geven op besluiten die ons allemaal raken. Met de door de gemeenteraad vastgestelde startnotitie is in 2023 een eerste stap gezet om richting te geven aan de manier waarop participatie in Midden-Groningen wordt georganiseerd. In deze startnotitie zijn de uitgangspunten en ambities geformuleerd voor het versterken van de betrokkenheid van inwoners bij beleid, plannen en uitvoering. Met dit beleidskader geven we daar verdere invulling aan en maken we onze aanpak concreet en toepasbaar in de praktijk. In de afgelopen anderhalf jaar zijn ook de wettelijke verplichtingen rondom participatie en de Omgevingswet door het college vastgesteld en heeft de raad een lijst met categorieën vastgesteld waarvoor verplichte participatie geldt. Daarnaast hebben we een beleidskader verplichte participatie Omgevingswet vastgesteld en een leidraad ontwikkeld voor externe initiatiefnemers. De uitgangspunten uit die leidraad gebruiken we zelf ook bij onze eigen projecten en processen.

Wanneer inwoners zelf met een idee of initiatief komen, moeten zij weten wat zij van de gemeente kunnen verwachten. Zo ontstaat er voor iedereen een helder beeld van hoe participatie in Midden-Groningen is georganiseerd. Met dit beleidskader bundelen we wat de afgelopen jaren aan ervaringen is opgedaan (bijvoorbeeld met de dorps- en wijkplannen), wat er aan beleid en manieren van werken is vastgesteld en geïmplementeerd, en geven we richting aan een eenduidige en toekomstbestendige aanpak. Participatie is voortdurend in ontwikkeling. We blijven leren van nieuwe inzichten en ervaringen. Met dit beleidskader sluiten we aan op de eisen van de Omgevingswet en de Wet versterking participatie op decentraal niveau, die de gemeente verplichten om inwoners actief te betrekken. Met dit beleidskader sluiten we aan bij deze wetgeving, maar vooral ook bij onze eigen ambitie om samen te werken aan een gemeente waarin inwoners zich betrokken en gehoord voelen. Goede participatie vraagt tijd, aandacht, capaciteit en soms ook een omslag in denken en doen. Daar blijven we de komende jaren in investeren – met dit beleidskader als kompas.

Visie op inwonerbetrokkenheid in Midden-Groningen In de gemeente Midden-Groningen vinden we het belangrijk dat inwoners op een betekenisvolle manier betrokken zijn bij wat er speelt in hun leefomgeving. Daarom zetten we in op inwonerbetrokkenheid, waarbij inwoners en gemeente samen werken aan plannen, beleid en uitvoering. Participatie is voor ons geen doel op zich, maar een middel om betere besluiten te nemen, het vertrouwen te versterken en de kwaliteit van beleid en projecten te verhogen. We onderscheiden twee vormen van participatie die elkaar aanvullen: Inwonersparticipatie Bij inwonersparticipatie neemt de gemeente het initiatief. Inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties worden actief uitgenodigd om mee te denken, mee te doen of zelfs mee te beslissen – vanaf de start van beleid en planvorming tot aan de uitvoering en evaluatie. We vinden het belangrijk om inwoners vroegtijdig te betrekken, zodat hun inbreng daadwerkelijk invloed kan hebben op de richting en inhoud van plannen. Participatie die pas plaatsvindt als besluiten grotendeels zijn voorbereid, biedt die ruimte niet meer. Vroege betrokkenheid leidt tot betere plannen en kan ook voor meer draagvlak zorgen. We moedigen inwoners aan om hun ideeën en zorgen in te brengen. Die inbreng wordt zichtbaar meegenomen in de afwegingen die het college en de gemeenteraad maken.

Daarbij hoort ook dat we verantwoording afleggen over hoe de inbreng is gewogen en verwerkt. Niet alle inbreng kan altijd worden overgenomen; belangen kunnen botsen of wettelijke kaders kunnen beperkend zijn. Maar ook dan leggen we uit waarom bepaalde keuzes zijn gemaakt. Overheidsparticipatie Bij overheidsparticipatie nemen inwoners zélf het initiatief. Zij komen met plannen voor hun buurt, dorp of de gemeente. In zulke gevallen is de gemeente bondgenoot: we sluiten aan, denken mee en bieden ondersteuning waar mogelijk. We wijzen in ieder geval een contactpersoon aan. Overheidsparticipatie vraagt van ons als gemeente een open en dienstbare houding: we zijn niet de eigenaar van het initiatief, maar wél partner in de uitvoering. Dat betekent dat we toegankelijk en benaderbaar zijn, snel schakelen, en ruimte maken voor initiatief van onderop. Onze medewerkers – waaronder gebiedsregisseurs – zoeken actief de samenwerking op en helpen om plannen verder te brengen.

8

9

Deze vorm van participatie versterkt het eigenaarschap en de betrokkenheid van inwoners en laat zien dat we als gemeente vertrouwen hebben in de kracht van onze samenleving.

Onze grondhouding Of het nu gaat om inwonersparticipatie of overheidsparticipatie: we willen inwoners in een vroeg stadium betrekken en hen de ruimte geven om hun ideeën te delen. We geloven in de kracht van de samenleving: in de creativiteit, ervaring en betrokkenheid van onze inwoners. Daarom hanteren we een participatieaanpak die toegankelijk, inclusief en passend is bij het onderwerp én bij de mensen om wie het gaat. We houden rekening met de diversiteit binnen onze gemeenschap, werken gebiedsgericht en zorgen ervoor dat de stem van inwoners zichtbaar doorklinkt in plannen en besluiten.

Het belangrijkste verschil is dat participatie inwoners in een vroeg stadium invloed geeft op de ontwikkeling van beleid of plannen, terwijl inspraak plaatsvindt in een latere, meer formele fase waarin inwoners hun standpunt kunnen geven over een bestaand voorstel. In Midden-Groningen streven we ernaar participatie zo vroeg mogelijk te organiseren. Zo kunnen inwoners tijdig meedenken, komen belangen op tafel en sluit beleid beter aan bij wat er in de samenleving leeft. Na besluitvorming zijn – afhankelijk van het onderwerp – ook juridische middelen beschikbaar, zoals bezwaar of beroep. Deze vormen van rechtsbescherming zijn wettelijk vastgelegd en bieden belanghebbenden de mogelijkheid om formeel op te komen tegen besluiten van de gemeente.

Naast individuele inwoners betrekken we ook lokale ondernemers, maatschappelijke organisaties en professionals in het sociaal domein actief bij plannen en beleidsontwikkeling. Zij vormen belangrijke schakels in de gemeenschap en brengen specifieke kennis, netwerken en ervaringen mee. Participatie is tweerichtingsverkeer. We vragen niet alleen betrokkenheid van inwoners, maar zijn ook bereid onze plannen of werkwijze bij te stellen op basis van wat we horen. Dat vraagt een responsieve houding van college, raad en ambtelijke organisatie: open, lerend en in verbinding. Zo bouwen we aan duurzame samenwerking en sociale samenhang – en aan een gemeente waarin inwoners zich serieus genomen, vertegenwoordigd en verbonden voelen.

Participatie of inspraak? In Midden-Groningen maken we onderscheid tussen participatie en inspraak. Beide vormen geven inwoners een stem, maar op verschillende manieren en in verschillende fasen van de besluitvorming. Participatie betekent actieve betrokkenheid van inwoners bij het ontwikkelen van beleid, plannen of projecten. De gemeente zoekt samen met inwoners naar oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken. Participatie vindt meestal plaats in een vroege fase, wanneer plannen nog vorm krijgen en er ruimte is voor invloed. Inspraak is een formeel, wettelijk recht. Inwoners kunnen dan reageren op een concreet voorstel van de gemeente, voordat het college of de raad daar een definitief besluit over neemt. Inspraak vindt meestal plaats in een latere fase, wanneer een voorstel al grotendeels is uitgewerkt. Voor bepaalde besluiten, zoals het Omgevingsplan, is inspraak verplicht.

10

11

Wat vinden inwoners belangrijk?

Wat vinden wij belangrijk?

Uit de Quickscan Lokale Democratie (2021) en het inwonersonderzoek van 2024 blijkt dat inwoners van Midden-Groningen graag tijdig, eerlijk en serieus betrokken willen worden bij plannen die hun leefomgeving raken. Hoe dichter beleid, plannen of projecten bij inwoners zelf komen, hoe belangrijker zij het vinden om daar invloed op te hebben.

In de door de gemeenteraad vastgestelde startnotitie zijn duidelijke uitgangspunten voor participatie opgenomen. Midden-Groningen wil niet alleen verbinding leggen tussen inwoners en initiatiefnemers, maar ook een bondgenoot zijn van haar inwoners. Een gemeente die midden in de samenleving staat, open en betrouwbaar is, en actief de samenwerking opzoekt. Tegelijkertijd bewaken we het algemeen belang en moeten we belangen zorgvuldig afwegen. Daarom hanteren we de volgende uitgangspunten die ons in de praktijk houvast bieden:

Zo vindt 74% van de inwoners het heel belangrijk om invloed te hebben op plannen die hen persoonlijk raken. Voor plannen die de hele gemeente betreffen, geldt dat nog voor 28%. Dit patroon is zichtbaar in alle gebieden van de gemeente. Jongeren (18–34 jaar) hechten over het algemeen iets minder belang aan gemeentebrede invloed: ruim een kwart van hen vindt dat (helemaal) niet belangrijk, tegenover 12 tot 14 procent in oudere leeftijdsgroepen.

Openheid en vertrouwen Participatie vraagt om een open houding. De gemeente luistert actief, is helder over belangen en biedt ruimte voor inbreng. Inwoners moeten zich serieus genomen voelen.

De betrokkenheid van inwoners is al zichtbaar: vier op de tien inwoners hebben de afgelopen jaren op enige manier meegedacht of gepraat over gemeentelijke plannen of projecten. Dat gebeurde onder andere via vragenlijsten of peilingen (21%), informatiebijeenkomsten (18%) of via informele gesprekken, wijkverenigingen of politieke partijen (6%).

Vroegtijdige betrokkenheid We betrekken inwoners in een vroeg stadium, wanneer invloed nog mogelijk is. Duidelijke verwachtingen zijn daarbij belangrijk. Soms maken we samen afspraken over hoe de participatie wordt ingericht.

Bij concrete onderwerpen blijkt een duidelijke bereidheid tot meedenken. Een meerderheid van de inwoners vindt participatie belangrijk bij bijvoorbeeld: het bouwen van woningen (84%), het planten van bomen in de buurt (85%). Bij onderwerpen als toerisme, jaarwisseling of opvang van vluchtelingen vindt (ruim) een kwart van de inwoners participatie minder belangrijk.

Diversiteit in aanpak Er is geen standaardaanpak. Participatie wordt afgestemd op de aard van het onderwerp, de doelgroep en de context. Waar mogelijk maken we het voor inwoners ook tijd- en plaatsonafhankelijk mogelijk om mee te doen. Participatie moet passen bij de omvang en impact van het project. Naast inwoners spelen ook maatschappelijke organisaties, lokale ondernemers, scholen en zorginstellingen een belangrijke rol in participatie. Zij kennen hun doelgroep, signaleren behoeften en zijn vaak belangrijke bruggenbouwers tussen gemeente en samenleving. Transparante communicatie Inwoners worden duidelijk geïnformeerd over het doel van participatie, hun rol en de invloed die ze kunnen uitoefenen. Ook als er géén ruimte is voor participatie, communiceren we dat eerlijk. Tijdens het proces houden we betrokkenen actief op de hoogte. Inclusie Iedereen moet kunnen meedoen – ongeacht achtergrond, taal of opleidingsniveau. We erkennen dat niet iedereen dezelfde toegang heeft tot participatie. Mensen met minder tijd, taalvaardigheid of netwerk komen minder makkelijk aan tafel. Daarom besteden we extra aandacht aan het creëren van een gelijk speelveld. Als een initiatiefnemer verantwoordelijk is

12

13

voor het participatieproces, toetst de gemeente of dit goed gebeurt en geven we desgewenst advies. Jongeren actief betrekken Jongeren worden nog te weinig bereikt in participatietrajecten, terwijl hun stem essentieel is bij beleid dat hun toekomst raakt. De komende jaren zetten we daarom actief in op jongerenparticipatie. We benutten hiervoor onder meer sociale media, de kinderraad, samenwerking met scholen en het jongerenwerk. Ook binnen het NPG-project ‘dorps- en wijkplannen’ stimuleren we dat jongeren een serieuze plek aan tafel krijgen. Zo versterken we hun betrokkenheid, benutten hun ideeën en investeren we in vertrouwen in de lokale democratie. We streven daarbij naar een representatieve groep jongeren, met aandacht voor diversiteit in achtergrond, opleidingsniveau, regio en ervaring. Zo zorgen we dat verschillende perspectieven worden gehoord en jongeren zich breder herkennen in het beleid dat hen raakt. De Raad van de Toekomst gaf in 2025 waardevolle adviezen over het betrekken van kinderen en jongeren. We nemen deze adviezen mee in de uitvoering van het beleid. Daarbij verkennen we bijvoorbeeld de mogelijkheid om als gemeente in een meerjarige cyclus in gesprek te gaan met de leerlingenraden van alle scholen in onze gemeente.

Daarmee bouwen we aan duurzame relaties, benutten we bestaande netwerken en laten we zien dat we jongeren niet alleen uitnodigen op het gemeentehuis, maar ook zélf naar hen toe gaan – in hun leefwereld. Ook het Kinderrechtenverdrag biedt hierin een belangrijk inhoudelijk haakje: het recht van kinderen om hun mening te geven over zaken die hen aangaan. De Nationale Ombudsman en Kinderombudsman onderstrepen het belang om kinderen en jongeren actief op te zoeken en serieus te nemen in hun perspectief op leefomgeving en samenleving. In lijn daarmee zoeken we naar vormen van participatie die recht doen aan de stem van jongeren – op school, in de buurt en binnen gemeentelijk beleid.

voordat de contouren van beleid of plannen vastliggen. Deze ‘beginspraak’ biedt ruimte voor dialoog, inzicht in belangen en het gezamenlijk opzetten van een zorgvuldig participatieproces. Daarmee blijft de raad richtinggevend en verantwoordelijk voor de democratische legitimatie van participatie. Interne samenwerking en cultuur Participatie is niet alleen een methodiek, maar vooral ook een houding binnen de organisatie. Het moet een vanzelfsprekend onderdeel zijn van het dagelijks professionele handelen van ambtenaren en de integrale samenwerking op thema’s die voor inwoners belangrijk zijn. Ook wanneer inwoners zelf met ideeën en plannen komen. Gebiedsregisseurs en gebiedswethouders zijn daarbij belangrijke ingangen voor inwoners. Maatwerk Niet elk onderwerp vraagt om dezelfde mate van participatie. Een zorgvuldige belangenafweging, realistische verwachtingen en heldere communicatie over de beschikbare ruimte binnen financiële, juridische of praktische kaders zijn daarbij essentieel. De uiteindelijke besluitvorming ligt vaak bij de gemeenteraad, maar in sommige gevallen – zoals bij omgevingsvergunningen – is het college bevoegd gezag. We gaan zorgvuldig om met de inzet van participatie. Niet elk onderwerp of moment is geschikt. Te veel of minder goed georganiseerde participatie kan leiden tot teleurstelling of wantrouwen.

Daarom kiezen we bewust voor trajecten waar participatie van meerwaarde is voor zowel inwoners als besluitvorming. Leren en verbeteren Evaluatie en verantwoording zijn belangrijk. Door te reflecteren op participatieprocessen leert de gemeente wat werkt en wat beter kan – en kan zij zichzelf en de participatie van inwoners blijven verbeteren.

Aandacht voor draagvlak Participatie is geen garantie voor draagvlak, maar helpt wel om het te vergroten. Het gaat om de mate van steun, acceptatie en bereidheid om bij te dragen aan de uitvoering van plannen. Het ontbreken van draagvlak betekent niet automatisch dat een ontwikkeling niet mogelijk is – het kan wel aanleiding zijn om te heroverwegen of bij te sturen. De rol van de gemeenteraad Participatie is aanvullend op de representatieve democratie. De gemeenteraad heeft een kaderstellende en controlerende rol. Via startnotities kan de raad vooraf kaders stellen voor participatietrajecten bij ingrijpende ontwikkelingen. Een startnotitie kan worden opgesteld op initiatief van het college – bijvoorbeeld bij aanzienlijke projecten of beleidskaders – maar ook op verzoek of initiatief van de gemeenteraad zelf, wanneer zij het belangrijk vindt vooraf richting te geven aan het participatieproces. Via deze startnotities kan de raad vooraf kaders stellen voor participatietrajecten bij ingrijpende ontwikkelingen. De raad hecht daarbij aan het principe van beginspraak: het vroegtijdig betrekken van inwoners en belanghebbenden,

14

15

Participatie op verschillende niveaus In Midden-Groningen betrekken we inwoners op verschillende manieren bij beleid en projecten. We hanteren daarbij vier participatieniveaus: meeweten, meedenken, meedoen en meebeslissen. Elk niveau kent een eigen vorm van betrokkenheid, passend bij het onderwerp, het moment en de beschikbare ruimte. Er zit geen rangorde in de niveaus: het gaat erom dat inwoners op een eerlijke en passende manier invloed kunnen uitoefenen. De gekozen participatievorm hangt af van de aard, omvang en impact van het project of beleid. Soms is meedenken of meebeslissen op zijn plaats, soms is informeren voldoende. Belangrijk is dat we hierover helder communiceren. Meeweten We informeren inwoners waar mogelijk en relevant over beleid, projecten of ontwikkelingen die invloed hebben op hun leefomgeving. Dat doen we via duidelijke, toegankelijke en tijdige communicatie. Daarbij luisteren we ook naar vragen en zorgen: informeren is ook luisteren. We verwachten van externe initiatiefnemers dat zij belanghebbenden goed en tijdig informeren en daarbij ook oog hebben voor zorgen of bezwaren. Dit is een belangrijk uitgangspunt uit de Leidraad participatie Midden-Groningen. Meedenken Inwoners worden actief geraadpleegd en kunnen hun ideeën en zorgen delen.

Dit doen we bijvoorbeeld via bijeenkomsten, gesprekken, enquêtes, online tools of via ons online participatieplatform Stem van Midden-Groningen. Hun inbreng wordt serieus gewogen. We maken altijd inzichtelijk wat met de inbreng is gedaan. Niet alle suggesties kunnen worden overgenomen, maar we leggen uit welke afwegingen zijn gemaakt. Ook externe initiatiefnemers gebruiken de Leidraad participatie om meedenken op een zorgvuldige manier te organiseren. Meedoen Inwoners werken samen met de gemeente aan het uitwerken van plannen, bijvoorbeeld in werkgroepen of tijdens co-creatiesessies. Voorbeelden zijn de buurtcafés binnen het scholenprogramma, het centrumplan in Muntendam en de herontwikkeling van het Havengebied in Slochteren. Zo ontwerpen we beleid en projecten samen met inwoners uit wijken en dorpen. Dat vergroot de kwaliteit van plannen én het eigenaarschap van inwoners.

16

Meebeslissen Bij complexe of maatschappelijke vraagstukken verkennen we de inzet van nieuwe vormen van participatie, zoals gelote burgerpanels of burgerberaden. Deze instrumenten kunnen waardevolle inzichten opleveren en bijdragen aan breed gedragen besluitvorming. Ook het uitdaagrecht valt onder deze vorm van invloed. Meebeslissen gebeurt altijd binnen heldere kaders en binnen de grenzen van wat juridisch, bestuurlijk en democratisch mogelijk is. In een participatieplan leggen we vast over welke onderdelen inwoners daadwerkelijk mogen meebeslissen. Dit vraagt ook iets van de gemeenteraad: zij kan besluiten de uitkomsten van een participatief proces over te nemen, maar behoudt de bevoegdheid daarvan – met het oog op het algemeen belang – gemotiveerd af te wijken. Participatie op dit niveau vraagt een zorgvuldig en transparant proces, dat is ingebed in de democratische besluitvorming. Zo waarborgen we invloed voor inwoners én de legitimiteit van besluiten. Inwoners kunnen op verschillende manieren betrokken zijn bij wat er speelt in hun wijk, dorp of gemeente. Niet iedereen hoeft actief mee te doen – soms is goed geïnformeerd zijn al genoeg. Het is belangrijk dat we oog hebben voor al die vormen van betrokkenheid en iedereen de kans geven om op zijn of haar manier aan te haken.

Onderstaande indeling helpt om die verschillen te begrijpen en er in participatieprocessen op aan te sluiten: Manier van betrokken zijn

Kenmerken

Informatie ontvangen

Je leest een nieuwsbrief, krijgt informatie via de buurt of hoort over een

Geïnteresseerd volgen

Je volgt wat er speelt, leest actief mee of bezoekt een bijeenkomst om

Af en toe meedoen

Je denkt of praat een keer mee, vult een vragenlijst in of helpt bij een

Actief bijdragen

Je denkt vaker mee, deelt ideeën, stelt vragen en helpt mee om plannen

Initiatief nemen en

Je bent actief betrokken bij de uitvoering, organiseert mee of bent

organiseren

plan – en je vindt het op dit moment prima zo. goed op de hoogte te zijn. activiteit.

verder te brengen.

onderdeel van een werkgroep of bewonersinitiatief.

Iedere vorm van betrokkenheid is waardevol. Als gemeente proberen we ruimte te bieden aan al deze vormen – en inwoners de mogelijkheid te geven om in te stappen waar dat bij hen past. Daarbij houden we er rekening mee dat betrokkenheid kan groeien, veranderen of tijdelijk minder is. Dat is heel normaal.

17

Zo werken we aan participatie in Midden-Groningen

4. We communiceren duidelijk en eerlijk – van start tot besluit We geven vanaf het begin helderheid over de opgave, het proces en de ruimte voor inbreng. Ook als er weinig ruimte is voor participatie, zijn we daar eerlijk over. Na afloop laten we zien wat we met de inbreng van inwoners hebben gedaan.

5. We werken gebiedsgericht en dichtbij 1. We maken aan het begin van ieder proces een bewuste keuze over participatie Betrokkenheid van inwoners is bij veel projecten en beleidsvorming mogelijk, maar soms ook niet. Per traject overwegen we zorgvuldig óf participatie wenselijk en haalbaar is, en hóe we die vormgeven. Die afweging leggen we vast in een participatieplan. Bij grotere projecten en beleidsvoorstellen maken we daar gebruik van. Dat document helpt om vooraf helderheid te geven over de manier waarop participatie en inspraak worden georganiseerd: wie wordt betrokken, wanneer en op welke manier. Het participatieplan draagt bij aan zorgvuldige afwegingen, biedt houvast bij de uitvoering en maakt evaluatie eenvoudiger. Bij grotere projecten en programma’s waarvoor een raadsbesluit nodig is, voegen we het participatieplan toe aan een startnotitie. De raad kan dan vooraf kaders stellen. Het uitgangspunt daarbij is: participatie, tenzij.

2. We kiezen een aanpak die past bij het onderwerp, het gebied en de inwoners In Midden-Groningen is participatie altijd maatwerk. We stemmen onze aanpak af op het type vraagstuk, de impact op de omgeving en de mensen die ermee te maken hebben. We maken gebruik van de vier participatieniveaus: meeweten, meedenken, meedoen en meebeslissen. Elk niveau geeft een andere mate van invloed. Soms is alleen meeweten passend, soms leidt participatie tot een gezamenlijk besluit.

3. We betrekken inwoners zo vroeg mogelijk

Onze gebiedsregisseurs zijn de oren en ogen van de gemeente in dorpen en wijken. Zij zorgen voor verbinding en helpen bij het organiseren van participatie die aansluit bij wat er leeft en speelt in de omgeving. Ook lokale ondernemers, scholen, zorginstellingen en andere maatschappelijke organisaties maken deel uit van de netwerken waarmee we in dorpen en wijken samenwerken. Als het gaat om jongeren sluiten we aan bij hun leefwereld, door bijvoorbeeld gesprekken te voeren met leerlingenraden en aansluiting te zoeken bij het jongerenwerk.

6. We ondersteunen initiatieven van inwoners Inwoners die zelf met plannen of ideeën komen, kunnen rekenen op ondersteuning van de gemeente. We nemen initiatieven serieus, maar zijn ook eerlijk als we geen medewerking kunnen of mogen verlenen. We denken daarbij wel in mogelijkheden.

7. We leren van participatie Bij ieder participatieproces maken we duidelijk hoe de inbreng van inwoners is meegewogen in de besluitvorming. Als gekozen wordt voor een andere koers dan deelnemers voorstellen, leggen we uit waarom. Zo zorgen we voor transparantie en bouwen we aan vertrouwen. Na ieder participatietraject kijken we terug: wat werkte goed, wat kon beter? Zo blijven we leren en versterken we de kwaliteit van participatie in Midden-Groningen. De gemeenteraad wordt actief betrokken bij het leren van participatie. Conform de participatieverordening ontvangt de raad elke twee jaar een evaluatie van de uitvoering van het beleid, inclusief leerpunten, resultaten en toepassing van het uitdaagrecht. Zo houden we het gesprek over participatie gaande en versterken we de democratische verantwoording.

We geloven in vroege participatie: inwoners moeten hun stem kunnen laten horen op een moment dat het nog verschil maakt. Daarom starten we participatie al in de verkennende fase van beleid of projecten, dus voordat plannen in beton zijn gegoten. We verkennen daarbij ook of instrumenten zoals een adviesnetwerk of inwonerspanel passend zijn om beleidskeuzes of ontwikkelingen mee voor te leggen.

18

19

Wanneer de gemeente geen leidende rol heeft

Rollen bij inwonerbetrokkenheid

De gemeente is niet altijd de initiatiefnemer van plannen of projecten. In Midden-Groningen zien we dat initiatieven steeds vaker worden ontwikkeld door externe partijen, zoals projectontwikkelaars, woningcorporaties of maatschappelijke organisaties. In die gevallen zijn zij verantwoordelijk voor het organiseren van een zorgvuldig participatieproces. De gemeente is dan geen uitvoerende partij, maar heeft wel een toetsende en begeleidende rol.

Bij goede inwonerbetrokkenheid hoort een heldere rolverdeling. Inwoners, college en gemeenteraad hebben elk hun eigen taak, verantwoordelijkheid en invloed in het proces. Door vooraf duidelijk te maken wie wat doet, ontstaat er minder verwarring, meer vertrouwen en betere samenwerking. Inwoners weten dan waar ze aan toe zijn en wat hun inbreng kan betekenen. Het college en de raad kunnen zo hun eigen rol goed vervullen en beter aansluiten op wat inwoners nodig hebben.

We vinden het belangrijk om dat onderscheid expliciet te maken. Zeker bij grotere initiatieven zoals zonneparken, woningbouwprojecten of ruimtelijke ontwikkelingen kan verwarring ontstaan over wie verantwoordelijk is voor de participatie.

De onderstaande tabel maakt inzichtelijk hoe de rollen verdeeld zijn bij vijf vormen van participatie: van meeweten tot zelf organiseren.

Om duidelijkheid te geven over de uitgangspunten die we als gemeente hanteren, heeft het college daarom de Leidraad participatie Midden-Groningen: zo betrekt u de omgeving bij uw plannen! vastgesteld. Hierin staat wat wij van hen verwachten op het gebied van participatie: wie moet worden betrokken, op welk moment, en hoe het proces verantwoord moet worden.

Per participatieniveau geven we aan: Wat de rol is van inwoners of andere belanghebbenden; Wat het college doet of laat; En welke taak de gemeenteraad heeft.

De leidraad helpt initiatiefnemers om participatie zorgvuldig en passend vorm te geven. Tegelijkertijd stelt het ons als gemeente in staat om te toetsen of het participatieproces voldoende zorgvuldig is verlopen en of belanghebbenden daadwerkelijk zijn gehoord. Zo voorkomen we dat het beeld ontstaat dat de gemeente altijd ‘aan de knoppen zit’ of verantwoordelijk is voor elk participatieproces. We nemen onze rol serieus, maar trekken die niet naar ons toe wanneer die bij een externe partij hoort.

Deze rolverdeling helpt bij het kiezen van een passende aanpak en bij het omgaan met verwachtingen: zowel intern als extern.

Participatie is niet in alle gevallen verplicht, maar wél aan te raden. Het helpt om draagvlak te creëren, belangen inzichtelijk te maken en eventuele zorgen vroegtijdig bespreekbaar te maken. Tegelijkertijd behouden belanghebbenden altijd hun juridische rechten, zoals het indienen van zienswijzen of bezwaar en beroep op basis van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Die route blijft open – ook wanneer het participatieproces door een externe partij is georganiseerd.

informeert betrokkenen.

Vorm van participatie

Rol inwoners / belanghebbenden

1. Meeweten (informeren)

Levert geen bijdrage aan het plan, maar krijgt tijdig informatie en heeft de

Gemeente bepaalt zelf en

mogelijkheid om zorgen en vragen kenbaar te maken.

2. Meedenken (raadplegen)

Reageert in een laat stadium op een uitgewerkt plan, maar kan nog wel

vraagt betrokkenen reactie.

gesprekspartner tijdens een inloopbijeenkomst. Inbreng van mening of

Gemeente bepaalt agenda en Gemeente is niet gebonden aan uitkomst van deze

meedenken op onderdelen. Bijvoorbeeld in een klankbordgroep of als kennis is mogelijk.

gesprekken, maar neemt deze wel mee.

Vervolg >>

20

21

Vorm van participatie

Rol inwoners / belanghebbenden

Vorm van participatie

Rol College

Rol gemeenteraad

3. Meedoen (adviseren en

Kan problemen aandragen en oplossingen formuleren. Denkt mee

3. Meedoen (adviseren en

Er is sprake van deskundigheid

Raad hoort de adviezen, vraagt waar

Gemeente bepaalt agenda,

inrichting van de openbare ruimte, parkeren of de aanblik van een

Gemeente bepaalt agenda,

beide kanten. In hoeverre staat

het college of eventueel met de

co-produceren)

maar adviezen spelen een

volwaardige rol. Gemeente

en inbreng wordt meegewogen en afgewogen. Bijvoorbeeld over de gebouw. Er is sprake van samenwerking – op onderdelen – aan plannen.

kan hiervan gemotiveerd

Inwoner of andere belanghebbende is een gelijkwaardige

komen gezamenlijk een

Denk bijvoorbeeld aan een architectenselectie of het kiezen van een

gezamenlijk naar oplossingen wordt gezocht of een idee wordt uitgewerkt.

5. Zelf organiseren Bijvoorbeeld bij het

uitdaagrecht. Betrokkenen

volwaardige rol. Gemeente afwijken. Het kan ook zo zijn

4. Meebeslissen

agenda overeen, waarna

maar adviezen spelen een kan hiervan gemotiveerd

afwijken.

Gemeente en betrokkenen

co-produceren)

samenwerkingspartner. Heeft daarmee ook een stem in het besluit.

voorkeursontwerp. Soms krijgen inwoners en belanghebbenden ook de

dat gemeente en betrokken

samen tot een gezamenlijke agenda komen en ideeën worden uitgewerkt.

en inhoudelijke kennis aan

het college open voor adviezen en in staat om de adviezen

te concretiseren. Wat kan het college eventueel toezeggen?

Er kan gezamenlijk een plan van

aanpak worden opgesteld, waarbij rekening wordt gehouden met de kaders.

nodig om verheldering. Dit kan via

inwoners zelf. Daarna gaat de raad

met zichzelf (in de raadscommissie) in discussie over de adviezen. De raad houdt recht te beslissen en

kan afwijken van gekozen route.

Een eerder vastgestelde startnotie kan helpen om terug te vallen op procesafspraken en kaders.

bevoegdheid om binnen randvoorwaarden zelf beslissingen te nemen.

4. Meebeslissen

Kan het college loslaten?

Vaak: voorbereiding door het

college de uitvoeringsagenda ondertekent.

binnen de kaders van de

inwoners wellicht iets willen dat

controlerend. De raad verbindt zich

Ook het maken van dorps- en wijkplannen valt hieronder, waarbij het Initiatiefnemer ontwikkelt eigen plannen; voert zelf plannen uit.

Betrokkenheid en toezicht van de gemeente blijft natuurlijk aanwezig.

Zelf beslissen op onderdelen gemeente. De ambtelijke organisatie vervult een

En is ze zich ervan bewust dat bestuurlijk niet past.

adviserende rol.

college, raad is kaderstellend en

aan resultaten, waarbij altijd zorg

blijft dragen voor democratische en inclusieve processen. Ook hier kan de raad in een startnotitie kansen

organiseren zelf en dragen

en (on)mogelijkheden verkennen

ook (op onderdelen) de

en daarna kaders opstellen. De raad

verantwoordelijkheid voor de

heeft controlerende rol en de rol van

uitvoering.

verbinder. De raad houdt vinger aan de pols of resultaat wel voldoet aan

Vorm van participatie

Rol College

Rol gemeenteraad

1. Meeweten (informeren)

Directe communicatie met

Vaak: geen actieve rol omdat er

informeert.

bewonersavonden, brieven etc. (e.a.

college). Uiteraard altijd

Gemeente bepaalt zelf en

inwoners. Via digitale middelen,

in relatie tot de gebiedsregisseurs).

controlerende rol.

met inwoners. Raad ziet toe op

besluiten en haalt direct info bij inwoners. 2. Meedenken (raadplegen)

De mening van de inwoners wordt

Vaak: laat het over aan het college.

vraagt betrokkenen reactie.

ontvankelijk voor die mening?

verloopt, is daarmee kaderstellend

Gemeente is niet gebonden aan uitkomst, maar neemt deze wel mee.

gevraagd. In hoeverre is het college Biedt het college een luisterend

oor en zijn de uitkomsten nog niet zeker?

De raad moet zorgen voor

democratische en inclusieve

sprake van uitvoering (bevoegdheid

Geregeld: directe communicatie

Gemeente bepaalt agenda en

de vooraf gestelde eisen.

Raad ziet toe dat proces goed en bewaker van het proces.

Vaststellen van een startnotitie kan hierbij helpen.

processen, aam de hand van het democratisch kompas. 5. Zelf organiseren

College moet loslaten, geen

De gemeenteraad stelt bij de start van

Uitvoering wordt gedelegeerd.

ligt vervolgens bij het college en de

bemoeienis met de uitvoering.

Monitoren of het goed gaat om eventueel ondersteuning te

bieden. Afspraken kunnen worden vastgelegd in een contract of

samenwerkingsovereenkomst.

het traject de kaders vast. De uitvoering participanten. Tijdens en na afloop van het traject vindt een evaluatie

plaats, waarbij wordt getoetst of de uitvoering binnen de vastgestelde

kaders is gebleven en of aanpassingen wenselijk zijn. Bij strijdigheid met

wettelijke bepalingen of onvoldoende meewegen van het algemeen belang

kan de raad – of het college – in overleg met de participanten besluiten om kaders te herzien.

22

23

Wettelijke verplichtingen participatie Participatie is in sommige gevallen wettelijk verplicht. De wet bepaalt dan vaak ook hoe participatie moet worden ingericht. Dit geldt zowel voor het ruimtelijk domein (Omgevingswet) als voor het sociaal domein (Participatiewet, Jeugdwet en Wmo).

Algemeen wettelijk kader voor participatie De wettelijke basis voor participatie binnen gemeenten is vastgelegd in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Gemeentewet. Deze wetten onderstrepen het belang van zorgvuldige besluitvorming, belangenafweging en betrokkenheid van inwoners: Zorgvuldigheid en belangenafweging (Awb, artikel 3:4) Het bestuursorgaan moet de betrokken belangen zorgvuldig afwegen. Nadelige gevolgen van een besluit mogen niet onevenredig zijn in verhouding tot het doel van het besluit. Verordening inwonerbetrokkenheid en uitdaagrecht (Gemeentewet, artikel 150) De gemeenteraad is verplicht een verordening vast te stellen over de manier waarop inwoners en belanghebbenden worden betrokken bij voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid. Deze verordening kan ook bepalingen bevatten over het uitdaagrecht: het recht van inwoners of maatschappelijke organisaties om gemeentelijke taken over te nemen. Rol van de burgemeester (Gemeentewet, artikel 170) De burgemeester ziet toe op de kwaliteit van participatieprocedures en op een tijdige en zorgvuldige beleidsvoorbereiding en -uitvoering. Hij of zij waarborgt een goede behandeling van klachten en bezwaren, en bewaakt de bestuurlijke integriteit.

Ruimtelijk domein Nederland kent uitgebreide regelgeving op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu en bouw. Om deze regels te vereenvoudigen en integreren, is de Omgevingswet ingevoerd. In deze wet is participatie een expliciete verplichting. De initiatiefnemer (dit kan zowel de gemeente als een particuliere partij zijn) is verantwoordelijk voor het organiseren van participatie.

24

Er geldt een motiveringsplicht, wat betekent dat de initiatiefnemer moet aangeven hoe inwoners zijn betrokken, wat de uitkomsten waren en hoe deze zijn verwerkt. Dit geldt onder andere bij de vaststelling van de omgevingsvisie, het omgevingsprogramma en wijzigingen in het omgevingsplan. Bij een wijziging van het omgevingsplan geldt ook een kennisgevingsplicht, waarbij inwoners tijdig geïnformeerd moeten worden. De Omgevingswet schrijft niet voor hoe participatie eruit moet zien. Dit betekent dat de gemeente en initiatiefnemers ruimte hebben om de vorm en mate van participatie af te stemmen op de specifieke situatie. De locatie, het soort besluit en de betrokkenen spelen hierin een belangrijke rol. Bij de beoordeling van een buitenplanse omgevingsvergunning toetst de gemeente of er participatie heeft plaatsgevonden. In sommige gevallen is participatie door de initiatiefnemer verplicht. Dit wordt beoordeeld aan de hand van gemeentelijke beleidsregels, waarbij de initiatiefnemer moet aantonen: Wie hij bij participatie heeft betrokken. Op welke manier participatie is georganiseerd. Wat de resultaten van de participatie zijn en hoe deze zijn verwerkt. Om participatie in het ruimtelijk domein goed vorm te geven, heeft de gemeente MiddenGroningen een leidraad ontwikkeld voor externe initiatiefnemers.

Ook heeft de raad een lijst met categorieën vastgesteld waarvoor verplichte participatie geldt.

Sociaal domein In het sociaal domein is participatie een verplicht onderdeel van drie grote wetten: 1. De Participatiewet 2. De Jeugdwet 3. De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) Binnen deze wetten is bepaald dat gemeenten inwoners (in dit geval cliënten en hun vertegenwoordigers) moeten betrekken bij beleid en uitvoering. Dit kan via cliënt- en adviesraden, die het recht hebben om gevraagd en ongevraagd advies te geven over beleidsvoorstellen, verordeningen en de uitvoering van beleid. Het kan ook via een adviesnetwerk of inwonerspanel waarin inwoners met inhoudelijke kennis en/of ervaringskennis zitting nemen. In Midden-Groningen zijn verschillende adviesgroepen actief die deze rol vervullen. Deze adviesgroepen krijgen de gelegenheid om input te geven bij belangrijke beleidsnota’s en verordeningen binnen het sociaal domein. Wanneer de gemeente een beleidsnota opstelt over een onderwerp binnen het sociaal domein, zal de gemeente de inwoners op wie dit invloed heeft

25

betrekken. Door deze wettelijke verplichtingen te combineren met actieve betrokkenheid, zorgt de gemeente Midden-Groningen ervoor dat inwoners niet alleen op papier, maar ook in de praktijk invloed kunnen uitoefenen op beleid en besluitvorming: Cliënt- en adviesraden kunnen in een vroeg stadium meedenken en beleids- en uitvoeringsvraagstukken aankaarten. Dat geldt ook voor de bestaande netwerken zoals het onderwijsveld, wmo-vervoer, gebruikersplatform Midden-Groningen, het jongeren- en opbouwwerk en het Platform Ouderen Midden-Groningen. Wanneer een advies niet wordt overgenomen, moet de gemeente dit onderbouwen (motiveringsplicht). Er hoeft niet over elke kleine beleidswijziging advies te worden gevraagd, maar wel over belangrijke kadernota’s zoals de periodieke beleidsplannen betreffende maatschappelijke ondersteuning.

Het uitdaagrecht en andere bewonersinitiatieven Hoewel veel inwoners betrokken willen worden bij plannen van de gemeente, blijkt uit het inwonersonderzoek dat er ook knelpunten zijn als het gaat om het zelf nemen van initiatief. Een derde van de inwoners (35%) weet niet waar ze bij de gemeente terecht kunnen met een idee of plan voor hun wijk of buurt. Slechts één op de vijf inwoners weet dat wél. Dit wijst op een behoefte aan duidelijkheid, zichtbaarheid en toegankelijkheid van gemeentelijke loketten en contactpersonen, zoals gebiedsregisseurs. Deze resultaten laten zien dat er nog stappen te zetten zijn om overheidsparticipatie in MiddenGroningen te versterken. Door inwoners beter te informeren over mogelijkheden en ondersteuning bij initiatieven, en zichtbaar te maken waar zij terecht kunnen met ideeën voor hun buurt, kunnen meer mensen worden gestimuleerd om actief bij te dragen aan hun leefomgeving. Ook daarom kiezen we ervoor om het uitdaagrecht te verankeren in beleid. Het uitdaagrecht biedt inwoners, bewonerscollectieven en maatschappelijke organisaties namelijk mogelijkheid om taken van de gemeente over te nemen, mits zij kunnen aantonen dat zij die taak beter, slimmer of doelmatiger kunnen uitvoeren. Hieronder verstaan we dus ook ‘duurzamer, socialer, efficiënter of met meer betrokkenheid’.

Het gaat hierbij om publieke taken zoals het beheer van een buurtcentrum, groenonderhoud of het organiseren van een activiteit die de gemeente anders zelf zou uitvoeren. Het uitgangspunt is: loslaten als het kan, sturen waar nodig. Het initiatief ligt bij inwoners; de gemeente toetst, faciliteert en bewaakt het algemeen belang. Samen wordt onderzocht of het voorstel haalbaar en wenselijk is. Succesvolle voorstellen met betrekking tot het uitdaagrecht leiden tot maatwerkafspraken of een contract tussen gemeente en initiatiefnemers. Het uitdaagrecht past binnen onze visie op overheidsparticipatie, waarbij de gemeente een bondgenoot is van haar inwoners en ruimte biedt aan initiatief van onderop. Het draagt bij aan meer betrokkenheid, eigenaarschap en vertrouwen in de lokale democratie.

26

27

Stappenplan voor bewonersinitiatieven

Stap 4 – Uitwerking van een plan van aanpak De initiatiefnemer werkt een plan van aanpak uit. In dit plan staat: Wie betrokken zijn (en wie nog betrokken moeten worden); Welke stappen er worden gezet; Hoe draagvlak en communicatie worden geregeld; Wat de rol van de gemeente is, en wat van de initiatiefnemers wordt verwacht.

Stap 1 – Initiatief

Indien nodig kan een samenwerkingsovereenkomst worden opgesteld.

Een inwoner, bewonersgroep of maatschappelijke organisatie heeft een idee of plan voor de eigen straat, buurt, wijk of dorp.

Stap 5 – Uitvoering van het initiatief

Voorbeelden: een ontmoetingsplek voor jongeren, vergroening van een plein, buurtactiviteit, opknappen van een trapveldje.

Stap 2 – Eerste contact met de gemeente De initiatiefnemer neemt contact op met een gebiedsregisseur, wijkwethouder of het initiatievenloket. In dit gesprek wordt verkend: Wat is het idee? Wat is het doel en de beoogde impact? Is er eerder iets geprobeerd? Is er al draagvlak in de buurt? Er wordt gekeken of het initiatief valt onder het leefbaarheidsfonds, het sociaal domein of andere beleidskaders. Ook wordt er gekeken welke subsidiemogelijkheden er nog meer mogelijk zijn.

De uitvoering ligt in handen van de initiatiefnemer(s), eventueel samen met buurtbewoners of vrijwilligers. De gemeente blijft betrokken: Via monitoring door de gebiedsregisseur; Voor ondersteuning bij knelpunten; Door eventueel beschikbaar stellen van middelen of advies.

Stap 6 – Afronding en evaluatie Na afloop wordt het initiatief samen geëvalueerd. Centrale vragen: Wat is er bereikt? Wat werkte goed, wat minder? Zijn er vervolgacties nodig? De gemeente kan de lessen gebruiken voor ondersteuning van toekomstige bewonersinitiatieven.

Stap 3 – Ondersteuning en verbinding De gemeente bekijkt samen met de initiatiefnemer wat nodig is om het idee verder te brengen Voorbeelden zijn: Advies over het proces (stappen, tijdpad, valkuilen); Hulp bij het vinden van samenwerkingspartners of vrijwilligers; Ondersteuning bij aanvraag van subsidies of gebruik van het leefbaarheidsfonds; Beschikbaar stellen van ruimte of materialen.

28

29

Stappenplan uitdaagrecht Midden-Groningen Er is in Midden-Groningen ruimte voor initiatief, met samenwerking als uitgangspunt. De gemeente staat hierin open, toetsend en faciliterend tegenover het initiatief. Onderstaand stappenplan laat concreet zien hoe we dat in Midden-Groningen zorgvuldig en met duidelijke kaders organiseren.

Stap 4 – Gezamenlijk feitenonderzoek We brengen objectief in kaart: Wat het voorstel inhoudt; Wat de impact is voor inwoners, medewerkers en middelen; Welke risico’s, voordelen en voorwaarden er zijn. Het resultaat is een gezamenlijke rapportage met conclusies en aanbevelingen.

Stap 5 – Besluitvorming

Stap 1 – Indienen van een uitdaging

Op basis van het gezamenlijke onderzoek stelt het team een advies op. Dit advies gaat: Naar het college van B&W bij zaken die de uitvoering raken. Of naar de gemeenteraad, als het een beleidsmatige of politiek gevoelige kwestie betreft.

Inwoners(groepen) of maatschappelijke organisaties kunnen een uitdaging gericht aan het college van B&W indienen per e-mail, post, via de website of bij het gemeentehuis.

De raad kan kaders stellen of meewegen of het initiatief voldoende draagvlak en maatschappelijke meerwaarde heeft, zeker wanneer het initiatief politiek of maatschappelijk gevoelig ligt.

Stap 2 – Eerste analyse: past dit binnen het uitdaagrecht?

Stap 6 – Communicatie en uitvoering

De organisatie stelt een team samen met medewerkers van relevante beleidsvelden (zoals beheer, sociaal domein of duurzaamheid) en eventueel externe adviseurs of gebiedsregisseurs. Zij onderzoeken: Of het voorstel past binnen het uitdaagrecht; De juridische en beleidsmatige ruimte; Of het aansluit bij gemeentelijke opgaven en uitgangspunten. Gebiedsregisseurs en beleidsmedewerkers brengen hierbij hun kennis in van de lokale context en de kansen en uitdagingen van het initiatief.

De gemeente communiceert de uitkomst van het besluit actief richting de initiatiefnemer en andere betrokkenen, zoals buurtbewoners of gebruikers. Bij een positief besluit: Worden afspraken uitgewerkt in een samenwerkingsovereenkomst of uitvoeringsplan; Het inhoudelijk verantwoordelijke team – bijvoorbeeld samen met de gebiedsregisseur of procesregisseur – begeleidt de uitvoering; Zorgen we voor heldere taakverdeling, budgetafspraken en een contactpersoon vanuit de gemeente; Voeren we als gemeente tussentijds gesprekken met de initiatiefnemers of de uitvoering naar behoren verloopt.

Stap 3 – De uitdaagtafel

Stap 7 – Evaluatie en leren

Het college organiseert een uitdaagtafel (gesprek) met de initiatiefnemer, gemeentelijke vertegenwoordigers, en eventueel andere betrokkenen zoals bewoners, wijkorganisaties of raadsleden. Doel – in open dialoog afspraken maken over: De beoordelingscriteria (zie vanaf pagina 32); De ruimte en randvoorwaarden; Wie welke rol heeft in het vervolgproces.

Na afronding van het initiatief volgt een gezamenlijke evaluatie: Wat werkte goed in het proces en de samenwerking? Wat zijn lessen voor toekomstige uitdagingen? Zijn er aanpassingen nodig in onze aanpak of procedures?

30

Op die manier doen we ervaring op met het uitdaagrecht en bouwen we aan een lerende organisatie, waarin inwoners en gemeente steeds beter samen vormgeven aan de leefomgeving en publieke taken.

31

Beoordelingscriteria voor het uitdaagrecht in Midden-Groningen

4. Technische en financiële haalbaarheid Een initiatief moet realistisch en uitvoerbaar zijn. Zijn er voldoende middelen (kennis, geld, materialen) beschikbaar? Is er een haalbaar plan en is het voorstel financieel verantwoord?

5. Capaciteit en ervaring van de initiatiefnemer De initiatiefnemer toont aan over de juiste kennis, vaardigheden en inzet te beschikken. Is er ervaring met soortgelijke projecten? Is er een goed plan van aanpak, eventueel met hulp van partners?

Bij de beoordeling van een uitdaging hanteren we vaste beoordelingscriteria om het proces transparant en zorgvuldig te laten verlopen. Tegelijkertijd erkennen we dat maatwerk essentieel is: niet elk initiatief past binnen dezelfde mal. Om het proces transparant, zorgvuldig én stimulerend te maken, hanteren we onderstaande criteria bij het beoordelen van een uitdaging. Deze zorgen voor duidelijkheid, bieden houvast aan initiatiefnemers én helpen de gemeente bij een even-wichtige besluitvorming. Wanneer is een uitdaging kansrijk? Dit zijn de punten waarop we letten.

1. Impact op de gemeenschap We kijken naar de sociale, economische en ecologische effecten van het initiatief op de leefomgeving. Draagt het voorstel bij aan leefbaarheid, verbondenheid en eigenaarschap in de buurt of wijk? Wat zeggen inwoners er zelf over?

2. Duurzaamheid en inclusie

6. Samenwerkingsgerichtheid Participatie draait om samenwerking. Hoe staat de initiatiefnemer in de samenwerking met andere belanghebbenden, inwoners en gemeente? Is er aandacht voor de verschillende belangen en is het initiatief verbindend?

7. Risico’s en beheersmaatregelen Elke verandering brengt risico’s met zich mee. Zijn deze in beeld? En hoe worden ze gemanaged? We beoordelen het initiatief ook op veerkracht: hoe wordt er omgegaan met onzekerheden en veranderende omstandigheden?

8. Rechtsgeldigheid en beleidskaders

Een goed initiatief heeft oog voor de lange termijn én voor iedereen. Hoe toekomstbestendig is het voorstel? Worden groepen bereikt die we normaal gesproken moeilijker bereiken? Wordt er rekening gehouden met diversiteit in de samenleving?

Het initiatief moet passen binnen geldende wet- en regelgeving. We kijken of het voorstel uitvoerbaar is binnen de wettelijke kaders van bijvoorbeeld de Omgevingswet, inclusief het omgevingsplan. Daarnaast toetsen we of het aansluit bij gemeentelijke beleidslijnen, zoals de participatievisie, duurzaamheidsdoelen of sociale agenda’s.

3. Innovatief vermogen

9. Open en verantwoordelijk projectmanagement

We waarderen vernieuwing. Levert het initiatief een frisse blik, andere aanpak of een slimmere uitvoering op dan de huidige praktijk? Past het binnen de ambities van Midden-Groningen, bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid of sociale cohesie?

Vertrouwen bouw je met openheid. Hoe organiseert de initiatiefnemer de verantwoording en communicatie? Wordt er duidelijk teruggekoppeld aan de omgeving? Zijn voortgang en resultaten inzichtelijk en bespreekbaar?

32

33

10. Evaluatie en leervermogen Tot slot kijken we naar hoe het initiatief wil leren en verbeteren. Worden de effecten gemonitord? Is er ruimte voor bijsturing? Draagt het bij aan kennisontwikkeling binnen de gemeenschap en bij de gemeente? We gebruiken deze criteria niet als strikte afvinklijst, maar als richtinggevend kader. De criteria zijn richtinggevend om ruimte te houden voor maatwerk. Het college weegt de criteria op voor- en nadelen. In overleg met initiatiefnemers kan worden bepaald welke punten het meest relevant zijn, afhankelijk van de aard en schaal van het initiatief. Omdat het uitdaagrecht nieuw is, zal bij een eerste evaluatie van het beleid ook nadrukkelijk de werking van het uitdaagrecht worden meegenomen.

Tot slot In Midden-Groningen bouwen we aan een gemeente waarin inwoners structureel betrokken zijn bij wat er speelt in hun wijk, dorp en gemeente. Met een heldere participatieaanpak per project en bij beleidsvorming blijven we in gesprek met onze inwoners en maatschappelijke partners en weten we beter wat er leeft. Dit beleidskader helpt ons de komende jaren om hierop te blijven inzetten. We doen dat gebiedsgericht: sámen met inwoners en organisaties werken we aan de opgaven en kansen in een gebied. Dat kan gaan over het meedenken met plannen van bewoners, het ondersteunen bij de uitvoering of het gezamenlijk ontwikkelen van een dorps- of wijkplan. Sinds de herindeling in 2018 werkt Midden-Groningen met gebiedsregisseurs, gebiedsbeheerders en dorps- en wijkwethouders als middel om dichtbij inwoners te staan. Structurele participatie ontstaat ook door onze samenwerking met bewonersorganisaties, wijkplatforms en andere netwerken in dorpen en wijken. Zij zijn vaste gesprekspartners bij plannen, projecten en beleid. Via netwerkbijeenkomsten, wijkvernieuwingstrajecten en het regelmatige contact met dorps- en wijkwethouders houden we de lijnen open – ook bij de uitvoering van Nij Begun. Bewonersorganisaties, wijkplatforms en dorpsverenigingen zijn belangrijke partners in participatie.

Ze vertegenwoordigen hun omgeving, beschikken over waardevolle kennis en netwerken, en fungeren als brug tussen gemeente en inwoners. We betrekken hen structureel bij plannen, beleidsontwikkeling en uitvoering. Hun rol is essentieel in het versterken van vertrouwen, draagvlak en wederkerige samenwerking. Dit beleidskader biedt handvatten en uitgangspunten voor al deze vormen van samenwerking. Het geeft richting aan hoe we participatie in Midden-Groningen vormgeven, hoe we inwoners vroegtijdig betrekken, en hoe we samen blijven leren. Want participatie is niet statisch – het is een continu proces waarin we blijven reflecteren, verbeteren en ontwikkelen. De gemeenteraad kan via startnotities vooraf kaders stellen voor participatie. Daarmee blijft de raad richtinggevend en verantwoordelijk voor de democratische legitimatie.

34

35

Relevant beleid en bronnen

Bijlage 1

Midden-Groningen

Stappenplan participatie

Informatie participatie en communicatie voor inwoners Leidraad participatie Midden-Groningen: zo betrekt u de omgeving bij uw plannen! Beleidskader verplichte participatie Resultaten Inwonersonderzoek 2024 Programmacontract Gebiedsgericht werken Startnotitie totstandkoming beleid inwoners- en overheidsparticipatie Adviesrecht gemeenteraad en verplichte participatie Online participatieplatform Stem van Midden-Groningen Dorps- en wijkplannen in Midden-Groningen

Algemeen Inspiratiegidsen uitdaagrecht van Lokale Democratie in Actie Handreiking participatie van de Vereniging Projectmanagement Nederlandse Gemeente Aan de slag met participatie van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) Participatie binnen de Omgevingswet: een toelichting voor raadsleden Nieuwe bevoegdheden bij de buitenplanse omgevingsplanactiviteit en participatie Denkwijzer voor goede participatie van het Informatiepunt Leefomgeving

36

37

Stappenplan voor inwonerbetrokkenheid

STAP

4

Samen met participatie- en communicatieadviseurs én gebiedsregisseurs kiezen we werkvormen die passen bij het onderwerp en de doelgroep.

We zorgen voor een inclusieve benadering, met aandacht voor mensen

Dit stappenplan is niet alleen bedoeld voor grote projecten of beleidsontwikkelingen, maar ook

die we anders minder makkelijk bereiken.

goed bruikbaar bij kleinere trajecten. De stappen kunnen dan eenvoudiger of sneller worden doorlopen. Het gaat erom dat we bij elk participatieproces – groot of klein – bewust keuzes

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15981818/1