03. Begroting 2023-2026 Midden-Groningen
Tekst van het document
Programmabegroting 2023
2
Inhoudsopgave 1. Algemeen ........................................................................................................ 5 1.0 Leeswijzer ................................................................................................... 5 1.1 Inleiding ...................................................................................................... 6 1.2 Begroting in één oogopslag .............................................................................. 10 1.3 Samenstelling college en gemeenteraad .............................................................. 11 2.1 Programma Dorpen en wijken ............................................................................. 13 2.1.0 Inleiding ................................................................................................. 13 2.1.1 Het versterken van de sociale binding .............................................................. 14 2.1.2 Huisvesting voor sociaal maatschappelijke activiteiten .......................................... 15 2.1.3 Deelname aan het maatschappelijk leven .......................................................... 16 2.1.4 Sport en bewegen ...................................................................................... 21 2.1.5 Veiligheid op het gebied van wonen, werken en leven ...........................................
22 2.1.6 Fysieke leefbaarheid ................................................................................... 25 2.1.7 Verplichte beleidsindicatoren (BBV) ................................................................. 28 2.1.8 Financieel overzicht Dorpen en Wijken ............................................................. 29 2.2 Programma Sociaal .......................................................................................... 34 2.2.0 Inleiding ................................................................................................. 34 2.2.1 Gezondheid .............................................................................................. 35 2.2.2 Welzijn ................................................................................................... 37 2.2.3 Wmo ...................................................................................................... 39 2.2.4 Jeugd ..................................................................................................... 44 2.2.5 Onderwijs en onderwijshuisvesting .................................................................. 49 2.2.6 Participatiewet ......................................................................................... 55 2.2.7 Schuldhulpverlening ....................................................................................
62 2.2.8 Sociale teams ........................................................................................... 64 2.2.9 Verplichte beleidsindicatoren (BBV) ................................................................. 66 2.2.10 Financieel overzicht Sociaal ......................................................................... 68 2.3 Programma Economie ....................................................................................... 73 2.3.0 Inleiding ................................................................................................. 73 2.3.1 Omgevingswet .......................................................................................... 73 2.3.2 Ruimtelijke Ontwikkeling ............................................................................. 74 2.3.3 Economie ................................................................................................ 78 2.3.4 Verkeer .................................................................................................. 82 2.3.5 Duurzaamheid ........................................................................................... 84 2.3.6 Verplichte beleidsindicatoren (BBV) ................................................................. 88 2.3.7 Financieel overzicht Economie .......................................................................
89 2.4 Programma Dienstverlening ................................................................................ 92 2.4.0 Inleiding ................................................................................................. 92 2.4.1 Programmaplan Dienstverlening...................................................................... 92 2.4.2 Financieel overzicht Dienstverlening ................................................................ 95
3
2.5 Programma Gevolgen gas- en zoutwinning en lokaal programma NPG .............................. 96 2.5.0 Inleiding ................................................................................................. 96 2.5.1 Gevolgen gas- en zoutwinning ........................................................................ 96 2.5.2 Nationaal Programma Groningen .................................................................... 101 2.5.3 Financieel overzicht Gevolgen gas- en zoutwinning en lokaal programma NPG .............. 107 2.6 Programma Bestuur en bedrijfsvoering.................................................................. 109 2.6.0 Inleiding ................................................................................................ 109 2.6.1 Bestuur en bedrijfsvoering ........................................................................... 109 2.6.2 Verplichte beleidsindicatoren (BBV) ................................................................ 111 2.6.3 Financieel overzicht Bestuur en bedrijfsvoering .................................................. 112 3. Paragrafen .................................................................................................... 114 3.1 Paragraaf bedrijfsvoering ...............................................................................
114 3.2 Paragraaf lokale heffingen ............................................................................. 122 3.3 Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing ............................................... 130 3.4 Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen .............................................................. 137 3.5 Paragraaf Financiering .................................................................................. 141 3.6 Paragraaf Verbonden partijen ......................................................................... 145 3.7 Paragraaf Grondbeleid .................................................................................. 156 3.8 Paragraaf Bestuur ........................................................................................ 161 4. Uiteenzetting financiële positie ........................................................................... 163 4.1 Overzicht baten en lasten per programma ........................................................... 163 4.2 Overzicht baten en lasten per taakveld .............................................................. 164 4.3 Overzicht incidentele baten en lasten per programma ............................................ 166 4.4 Structureel evenwicht...................................................................................
168 4.5 Geprognosticeerde balans 2023-2026 ................................................................. 169 4.6 EMU-saldo ................................................................................................. 170 4.7 Arbeidskosten gerelateerde verplichting ............................................................. 171 4.8 Overzicht investeringen ................................................................................. 172 4.9 Overzicht reserves en voorzieningen .................................................................. 176 4.10 Algemene dekkingsmiddelen .......................................................................... 181 4.11 Subsidies ................................................................................................. 182
4
1. Algemeen 1.0 Leeswijzer In deze leeswijzer leiden wij u stapsgewijs door de verschillende onderdelen van de programmabegroting. Deel 1 – Algemeen Het college beschrijft in de Inleiding kort de uitgangspunten, ambities en uitdagingen in deze collegeperiode. Ook geeft de inleiding een samenvatting weer van het financiële beeld. Vervolgens presenteren wij de Begroting in één oogopslag. Daarna volgt de samenstelling van het college en de raad. Na deze algemene inleiding is de begroting ingedeeld in drie onderdelen: de programma’s, de paragrafen en de uiteenzetting van de financiële positie. Deel 2 – Programma’s Onze begroting kent zes programma’s: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Dorpen en wijken; Sociaal; Economie; Dienstverlening; Gevolgen gas- en zoutwinning en lokaal programma NPG; én Bestuur en bedrijfsvoering.
Per programma zijn de doelen voor het komende jaar beschreven (wat willen we bereiken?) en de wijze waarop we deze willen bereiken (wat gaan we daarvoor doen?). De kosten en opbrengsten per programma zijn apart te volgen in het financieel overzicht. De presentatie van de cijfers is per product (wat gaat het kosten?). In de tabellen zijn de financiën per product meerjarig in beeld gebracht. Uw raad autoriseert de baten en lasten echter op een hoger abstractieniveau, namelijk het programmaniveau. U doet dit voor het jaar 2023. De budgetten die we vanaf 2024 - 2026 verwachten nodig te hebben, autoriseert uw raad nog niet. Het meerjarenbeeld is echter wel belangrijk. We zijn namelijk verplicht om het financiële verloop voor de komende jaren weer te geven. Het geeft aan of we niet alleen in 2023, maar ook in de jaren daarna onze taken kunnen betalen. Afwijkingen tussen de budgetten voor 2023 ten opzichte van de begroting 2022, die groter zijn dan € 100.000, lichten we expliciet toe. Bij deze grotere verschillen verklaren we waarom er meer of minder geld nodig is voor de uitvoering van onze taken.
Deel 3 – Paragrafen Hier vindt u de paragrafen die het Besluit begroting en verantwoording (BBV) provincies en gemeenten verplicht voorschrijft, namelijk: Bedrijfsvoering, Lokale heffingen, Weerstandsvermogen en Risicobeheersing, Onderhoud kapitaalgoederen, Financiering, Verbonden partijen, Grondbeleid en Bestuur. Voor onze toezichthouder, de provincie, is deze informatie van belang om de financiële positie van onze gemeente te kunnen beoordelen. Daarnaast biedt het uiteraard ook veel inzicht aan uw raad. Deel 4 – Uiteenzetting financiële positie In dit deel vindt u informatie over de baten en lasten per taakveld, het verloop van de reserves & voorzieningen, de balans, het EMU-saldo, de investeringen, incidentele baten en lasten en financiële kengetallen. Ook vindt u hier een totaaloverzicht van de baten en lasten en het subsidieregister. Naast de informatie vanuit de paragrafen geeft de financiële begroting, op hoofdlijn, inzicht in de ontwikkeling van de financiële positie van de gemeente.
5
1.1 Inleiding Voor u ligt de begroting 2023-2026. Het is de eerste begroting langs de lijnen van ons collegeakkoord “Samen aan de slag”. Samen met uw raad willen we de komende jaren de ambities voor onze gemeente verder concretiseren en realiseren. Het raadswerkprogramma is daar een belangrijk instrument voor. De begroting 2023 is tot stand gekomen in een uitdagende periode. We worden geconfronteerd met mondiale en nationale ontwikkelingen, die ook lokaal invloed hebben. We merken dat we flexibel en wendbaar moeten zijn om hierop in te kunnen spelen. U kunt hierbij denken aan de opvang van vluchtelingen uit Oekraïne en onze inzet om een steentje bij te dragen aan een oplossing voor de landelijke asielcrisis. Dit wordt ook van ons gevraagd op het gebied van de Jeugdzorg, goede en betaalbare woningen, de stikstofproblematiek én de torenhoge inflatie en energieprijzen. Deze ontwikkelingen hebben ook invloed op onze inwoners. We beseffen dat dit tot gevoelens van onzekerheid en stress kan leiden. Steeds meer mensen komen lastig rond en maken zich zorgen over de toekomst. Hoewel we niet alle effecten en gevolgen (direct) kunnen oplossen of wegnemen, helpen we waar mogelijk. In onze aanpak staat de inwoner immers centraal. Naast de opgaven die voortkomen uit mondiale en landelijke ontwikkelingen hebben we ook te maken met onze eigen regionale uitdagingen.
Het gaat hierbij onder andere om de versterkingsopgave, die samenhangt met de jarenlange gaswinning in ons gebied. Met het Nationaal Programma Groningen (NPG) investeren we in sociale duurzaamheid en fysieke leefbaarheid. We zijn afhankelijk van de voortzetting van NPG-gelden van het Rijk om de kosten die we hiervoor maken te dekken. We maken ons hard om deze middelen te behouden. Daarnaast willen we invulling geven aan de verduurzaming zonder dat dit ten koste gaat van de leefbaarheid voor onze inwoners. We gaan dan ook de opgaven bijstellen op het gebied van wind- en zonneparken op landbouwgronden. Samen met de inwoners gaan we plannen uitwerken en ze begeleiden bij het verduurzamen van hun woningen. Daarbij snijdt het mes aan twee kanten; we leveren met elkaar een bijdrage aan de gewenste verduurzaming en beteugelen de energielasten zonder dat de leefomgeving onder druk komt te staan. Er is hierbij ook een sterke relatie met de € 1 miljoen die we de komende jaren beschikbaar stellen voor verduurzaming, dienstverlening en participatie. De directe leefomgeving geven we de komende jaren een impuls door extra te investeren in het openbaar groen en de openbare ruimte. In lijn met ons collegeakkoord stellen we hiervoor jaarlijks € 2 miljoen beschikbaar. We werken de besteding voor groen en wegen nader uit in beleidsplannen.
Deze plannen worden begin volgend jaar aan uw raad voorgelegd. Deze plannen dragen bij aan een schone en fijne leefomgeving en bepalen mede het welzijn van onze inwoners. Een fijne leefomgeving staat voor ons ook synoniem met een veilige leefomgeving. In lijn met de kadernota ondermijnende criminaliteit is dit een thema waar we de komende jaren fors op inzetten om criminaliteit te voorkomen én te bestrijden. Voor het welzijn van onze inwoners is soms wat extra’s nodig. Het bieden van de juiste begeleiding, door bijvoorbeeld budgetbeheer of het wegnemen van barrières om aan het werk te gaan. De Gemeentelijke Kredietbank en BWRI, dat uitvoering geeft aan Beschut Werk, spelen hierbij een belangrijke rol. In het beleidsplan van de Gemeentelijke Kredietbank, dat de komende periode aan uw raad wordt voorgelegd, geven we concreet invulling aan de wijze waarop wij onze inwoners hierin willen ondersteunen. Daarnaast creëren we extra beschutte werkplekken om de bestaande wachtlijst weg te werken. Hierdoor zitten inwoners met een indicatie beschut werk niet noodgedwongen thuis, maar kunnen volwaardig meedoen in de samenleving. Ook het beleidsplan in het kader van participatie wordt in de nabije toekomst aan uw raad voorgelegd. Verder blijven we ons inzetten voor een goed toekomstperspectief voor onze jeugd.
Toegankelijk goed onderwijs in toekomstbestendige scholen vormt hiervoor de basis. Daarnaast bieden we onze kwetsbare jeugd extra ondersteuning. De afgelopen jaren is gebleken dat het voor onze gemeente een grote uitdaging is om de benodigde hulp te bieden binnen de financiële kaders. We merkten dat we telkens te weinig geld tot onze beschikking hebben om de gevraagde hulp te bieden. We willen deze trend doorbreken door voor de komende jaren een realistisch budget beschikbaar te stellen. Wel zien we diverse onzekerheden. Het Rijk ziet een besparing voor zich, maar de wijze waarop deze gerealiseerd moet worden is onduidelijk. We houden rekening met het financiële risico dat hiermee samenhangt. Begrotingen behoren immers realistisch te zijn.
6
We zetten ons in om de huidige uitdagingen het hoofd te bieden, maar vinden het ook belangrijk om onze gemeente nog aantrekkelijker te maken dan ze nu al is. Het betekent dat we in deze begroting ruimte opnemen om visies te vormen die invulling geven aan ambities op het gebied van wonen, werken en recreëren. In een prettige leefomgeving krijgen deze drie elementen een plek. Bij het vestigen van nieuwe bedrijven denken we ook aan de toeristische en vrijetijdssector. Deze sector biedt niet alleen banen, maar draagt bij aan de brede welvaart en welzijn. Dat is prettig voor toeristen, maar ook voor onze inwoners zelf. Het spreekt voor zich dat we onze aandacht ook richten op de landbouwsector, zeker in het kader van de huidige stikstofproblematiek. De wijze waarop we hiermee om moeten gaan wordt in belangrijke mate bepaald door de landelijke en provinciale overheid. Wij als gemeente willen een strategische landbouwagenda opstellen waarin we samen met de landbouwsector, maatschappelijke organisaties en inwoners perspectief bieden voor de sector. Bij het opstellen van onze visies geloven we in een integrale aanpak. We streven naar een goede balans tussen wonen, natuur, recreatie, landbouw en bedrijvigheid. In de visies die we komend jaar aan u voorleggen, nodigen we u uit om samen met ons invulling te geven aan de acties die nodig zijn.
Financieel beeld in een notendop We nemen u in het kort mee in de financiële ontwikkelingen sinds de Voorjaarsnota 2022 en meicirculaire die u op 14 juli jongstleden heeft besproken. Dit vertrekpunt gaf een sluitende meerjarenbegroting weer met ruimte voor nieuw beleid. Een kanttekening hierbij was dat de hoge inflatieontwikkeling van de afgelopen maanden nog geen plek had gekregen. We hebben de verwachte inflatieontwikkeling voor onze gemeente nader geanalyseerd. Daarnaast hebben we ontwikkelingen en ambities een plek gegeven. De ontwikkelingen hebben we onderverdeeld in vier categorieën. De categorieën zullen we kort toelichten. Daarnaast verwijzen we u naar de financiële toelichting per programma waar de grote financiële ontwikkelingen apart zijn toegelicht. Bedragen x € 1.000
2023
2024
2025
Vertrekpunt VJN en meicirculaire
7.053
10.759
14.137
582
130
-607
-2.067
-2.679
-2.802
-425
-380
-485
-5.047
-6.666
-8.475
96
1.164
1.768
Autonome ontwikkelingen Uitzettingen bestaand beleid Ambities Aanvullende indexatie Saldo
2026 3.826 -2.766 -929 -455 -9.737 -10.061
Zoals zichtbaar in de tabel laat onze begroting positieve saldi zien voor 2023 – 2025. Voor 2026 is dit niet haalbaar. Een belangrijke reden hiervoor is dat het Rijk weinig concrete uitspraken doet over de inkomstenkant van gemeenten. Hetgeen bij een oplopend kostenplaatje betekent dat we een tekort verwachten. Dit is een landelijke ontwikkeling. Overigens zijn dit de saldi zonder de volledige doorrekening van de septembercirculaire. We zullen uw raad met een brief informeren bij de behandeling van de begroting en de financiële effecten een plek geven bij de eerst mogelijke begrotingswijziging. Autonome ontwikkelingen De categorie autonome ontwikkelingen is zeer beperkt stuurbaar. Het gaat hier om contracten of richtlijnen vanuit hogere overheden. Daarnaast om het aanvullen van structurele budgetten voor gladheidsbestrijding, vroegsignalering en het voortzetten van een 1/3 e deel van het frictiebudget van de afgelopen vier jaar voor een kwaliteitsimpuls. Het frictiebudget na de herindeling bedroeg ruim € 1,5 miljoen. We stellen voor hiervan structureel € 0,5 miljoen op te nemen in de meerjarenbegroting. De middelen zijn bedoeld om versneld afscheid te kunnen nemen van onvoldoende functionerende medewerkers en het oplossen van acute knelpunten. In de begroting zijn deze autonome ontwikkelingen cijfermatig verwerkt en laten diverse plussen en minnen zien.
De komende jaren blijven we aandacht besteden aan een doelmatige en efficiënte inzet van deze 7
budgetten. Voor 2023 en 2024 heeft deze categorie een positief saldo. Dit komt doordat we een voorschot hebben verwerkt op de Algemene Uitkering van € 1,1 miljoen. Dit voorschot hangt samen met de septembercirculaire en is in ieder geval beschikbaar. De septembercirculaire wordt gelijktijdig met het opstellen van de begroting doorgerekend. Wij zullen u hier apart over informeren. In 2026 zien we een groot nadeel in deze categorie. Dit wordt met name veroorzaakt door een voorgenomen verlaging van de Algemene Uitkering. Tot slot is het besluit om € 500.000 beschikbaar te stellen voor het raadswerkprogramma in 2022-2025 in deze categorie opgenomen. Uitzettingen bestaand beleid In deze categorie is sprake van aanvullend benodigde middelen voor het uitvoeren van bestaand beleid met nieuwe beleidsimpulsen. De meest omvangrijke post in deze categorie is de herijking van de Jeugdbegroting (exclusief inflatie), waarvoor we een realistisch budget beschikbaar willen stellen. Tegelijkertijd is in de hervormingsagenda Jeugd een besparingspotentieel opgenomen die samenhangt met nog uit te werken maatregelen. Door onduidelijkheden rondom deze uitwerking is het realiseren van de besparing onzeker. We hebben daar immers richtlijnen vanuit het Rijk voor nodig die tot op heden ontbreken.
Desondanks nemen we de potentiële besparing wel mee in de begroting en houden we rekening met de onzekerheid die hiermee samenhangt in de risicoparagraaf. Daarnaast is het nieuwe beleidsplan van de Gemeentelijke Kredietbank een uitzetting van bestaand beleid. Net als de aanpak van de wachtlijst van Beschut Werk. Ook voor het omgaan met de lastige situatie op de arbeidsmarkt trekken we extra middelen uit, omdat we merken dat het voor sommige posities lastig is om goed gekwalificeerd personeel te werven. Tot slot vallen nieuwe- en vervangingsinvesteringen onder deze categorie. Bedragen x € 1.000
2023
2024
2025
Herijking begroting Jeugd
-2.346
-2.877
-3.494
Hervormingsagenda Jeugd
800
1.060
1.560
Beleidsplan Kredietbank
-131
-141
-131
Aanpak wachtlijst Beschut Werk
-23
-73
-123
Arbeidsmarkt en recruitment
-367
-148
-114
Lasten vervangingsinvesteringen
-350
-345
Lasten nieuwe investeringen
-150
-155
-2.679
-2.802
Saldo
-2.067
2026
-141 -173 -115 -342 -158 -929
Ambities De categorie uitwerkopgaven bevat nieuw voorgesteld beleid. Deze categorie is beperkt en bevat voornamelijk een aantal visies in lijn met onze ambities. Zoals eerder benoemd willen wij samen met uw raad invulling geven aan de uitwerking hiervan. Daarnaast is een 12,5% bijdrage voor de fiets-wandelbrug Foxhol opgenomen. Met deze brug maken we de natuur weer bereikbaar voor onze inwoners. Tot slot valt een bijdrage aan een uitwisselprogramma voor landbouwproblematiek en grondgebruik (EU-subsidie Buffer+) in deze categorie. Naast kennis op het gebied van landbouw en grondgebruik, geeft dit ook meer inzicht in beschikbare EU-middelen en -programma’s. Bedragen x € 1.000
2023
2024
2025
Visie vrijetijdseconomie
-250
-231
-336
Opstellen bedrijventerreinenvisie
-50
Woonvisie en uitvoering
-75
-104
-104
Strategische agenda landbouw
-25 0
-20
-20
-25
-25
-25
-425
-380
-485
Fiets-wandelbrug Foxhol EU-subsidie Buffer+ Saldo
2026 -306
-104
-20 -25 -455
8
Aanvullende indexatie Een belangrijk thema in deze begroting is de wijze waarop we omgaan met inflatie. Het bepalen van een reëel inflatiepercentage is niet eenvoudig. We hebben geen glazen bol en zijn genoodzaakt om inschattingen te maken over hoe dit zich in de toekomst ontwikkelt. Een goed en eenvoudig handvat is het inflatiepercentage vanuit het Centraal Plan Bureau. We hebben de gevoeligheid van onze budgetten in kaart gebracht. De berekende inflatie ligt aanmerkelijk hoger dan de stelposten die we hiervoor in het overdrachtsdocument en de Voorjaarsnota hebben opgenomen. Daarnaast hebben we de inflatie voor Jeugd apart doorgerekend bij de herijking van de budgetten. We zien dat de inflatie zich op dit domein anders ontwikkelt. Bedragen x € 1.000
2023
2024
2025
Aanvullende inflatie excl. Jeugd
-4.075
-5.586
-7.352
-972
-1.080
-1.123
-5.047
-6.666
-8.475
Inflatie Jeugd Saldo
2026 -9.737
-9.737
Hoe de inflatie zich daadwerkelijk ontwikkelt is onzeker. We zullen dit nauwlettend in de gaten moeten houden en waar nodig bijsturen. Ook in positieve zin door keuzes te maken. Een sluitende begroting 2023-2025, aandachtspunt 2026 Ondanks de onzekere en financieel spannende tijden laat de begroting in 2023-2025 een positief resultaat zien en biedt ruimte om een aantal van onze ambities in te vullen. Voor 2026 zien we een tekort. We hopen dat het Rijk ons spoedig meer duidelijkheid geeft over de mogelijke dekking van onze kosten. Bij de septembercirculaire heeft het Rijk een eerste aanzet gedaan door voor alle gemeenten samen € 1 miljard beschikbaar te stellen. De aanvullende middelen die wij hiervan ontvangen zullen niet het gehele tekort voor 2026 wegnemen. Er zijn echter nog een aantal jaren te gaan tot de vaststelling van de begroting 2026. We gaan ervanuit dat het Rijk en gemeenten tegen die tijd gezamenlijk een oplossing hebben gevonden. Voor nu willen we benadrukken dat we in onze collegeperiode middelen tot onze beschikking hebben om samen met uw raad en onze inwoners aan de slag gaan om het leven in MiddenGroningen nog prettiger te maken.
9
1.2 Begroting in één oogopslag
Bedragen x € 1.000 met uitzondering van de gemeentelijke tarieven
10
1.3 Samenstelling college en gemeenteraad Samenstelling College 2022-2025
Samenstelling Gemeenteraad 2022-2025
11
Partij
Aantal zetels
GemeenteBelangen Midden-Groningen
8
Boer & Burger Partij Midden Groningen
5
PvdA
4
SP
3
CDA
3
ChristenUnie
3
VVD
2
GroenLinks
2
D66
2
BBB-LMG
1 Totaal
33
12
2.1 Programma Dorpen en wijken 2.1.0 Inleiding Visie Onze gemeente is een verband van vitale, lokale gemeenschappen, bestaande uit de inwoners van dorpen, kernen en wijken. Onze inwoners ontmoeten elkaar op het sportveld, in de kerk, het dorpshuis en bij vrijwilligerswerk. Al deze gemeenschappen hebben hun eigen identiteit. In het ene dorp zijn de inwoners bijvoorbeeld zeer maatschappelijk actief, in het andere leven inwoners meer hun eigen leven, maar overal kennen mensen elkaar en voelen zij zich verantwoordelijk voor elkaar en voor de leefbaarheid in hun directe omgeving. De gemeente is eerst en vooral bondgenoot van inwoners in het vergroten van de leefbaarheid. Leefbare dorpen en kernen dragen direct bij aan het welbevinden van onze inwoners en de sociale veerkracht van de diverse lokale gemeenschappen in onze gemeente. Doelstelling Binnen het programma Dorpen en Wijken zetten wij in op zelfredzame en leefbare dorpen en kernen. Dat betekent dorpen en kernen die volop mogelijkheden bieden aan onze inwoners om elkaar te ontmoeten en initiatieven te ontplooien. Maar ook dat onze inwoners de omgeving ervaren als schoon, heel en veilig. We werken nauw samen met inwoners en organisaties om de leefbaarheid in de gemeente te vergroten. Dat kan op iedere plek anders vorm krijgen, omdat geen dorp, wijk of buurt hetzelfde is.
Ons uitgangspunt is dat we in onze aanpak de zeggenschap en het eigenaarschap van onze inwoners stimuleren en ondersteunen. Activiteiten op het gebied van sport, cultuur, educatie en activiteiten voor specifieke doelgroepen als jongeren en ouderen dragen wezenlijk bij aan leefbaarheid in de dorpen en wijken. Ze geven kleur en identiteit en stimuleren ontmoeting en samen bezig zijn. Ontmoeting vindt vaak plaats in maatschappelijke accommodaties. We willen dan ook dat ieder dorp beschikt over een gelegenheid of voorziening om elkaar te kunnen ontmoeten. Ons streven is om de voorzieningen die van belang zijn voor het dagelijks leven, zo dicht mogelijk bij mensen te brengen of te zorgen dat deze goed bereikbaar zijn. Ook de openbare ruimte is van wezenlijk belang voor de identiteit van een dorp of wijk en het woonplezier van onze inwoners. We vergroten de leefbaarheid door meer zeggenschap en zelfbeheer aan inwoners te geven op bijvoorbeeld het groen in de wijk. De gemeente blijft staan voor een afgesproken niveau. Zoals benoemd in ons collegeakkoord “Samen aan de slag!” zetten we ons in voor: •
Onze inwoners op het gebied van dienstverlening, gebiedsgericht werken, participatie en het beheer van de openbare ruimte;
•
Toegankelijkheid van sport en cultuur. Iedereen doet mee;
•
Een prettige woon, werk en leefomgeving.
Opbouw programma Dorpen en Wijken Het programma Dorpen en Wijken bestaat uit de volgende beleidsonderwerpen: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Het versterken van de sociale binding; Huisvesting voor sociaal maatschappelijke activiteiten; Deelname aan het maatschappelijk leven; Sport en Bewegen; Veiligheid op het gebied van wonen, werken en leven; Fysieke leefbaarheid.
13
2.1.1 Het versterken van de sociale binding Inleiding We geven actieve inwoners invloed op hun dorp of wijk als ze zich inzetten voor de kwaliteit van leven in hun dorp of wijk. We geven die invloed met subsidies, door samen te werken en door hen op weg te helpen met een plan of idee. We helpen inwoners op die manier met bewonersparticipatie. Maar ook dat we als gemeente meedoen met een initiatief van inwoners; overheidsparticipatie. We werken samen met actieve bewoners om hun initiatief van de grond te krijgen. We geven advies welke subsidie het beste past bij het idee en hoe je die subsidie aanvraagt. We helpen de bewoners ook met het leggen van contacten met organisaties of personen die ze nodig hebben om verder te komen. We geven met de dorps- en wijkbudgetten inwonersgroepen directe zeggenschap over hun leefomgeving. We ondersteunen met het leefbaarheidsfonds activiteiten die de leefbaarheid verbeteren in een dorp, buurt of straat. Daarmee bedoelen wij dat mensen elkaar spreken, een band met elkaar opbouwen en elkaar helpen als dat nodig is. Dat gaat vaak met kleine activiteiten in de eigen straat en soms met activiteiten die bezoekers uit de hele gemeente trekken. We ondersteunen met het co-financieringsfonds grotere activiteiten die niet passen bij het leefbaarheidsfonds. Het is een subsidie die moet worden gecombineerd met een andere subsidie of financiële bijdrage.
We ondersteunen daarmee activiteiten voor een actieve, sfeervolle en levendige gemeente. Ook ondersteunen we aanvragen om accommodaties openbaar toegankelijk te maken, zoals een dorps- of wijkhuis of een multifunctioneel gebouw. We voeren deze acties uit met de Gebiedsregisseurs en de Gebiedswethouders als eerste aanspreekpunt voor actieve inwoners van dorpen en wijken. We werken samen met iedereen die wat kan bijdragen aan een initiatief, zoals de gebiedsbeheerder, het initiatievenloket, de opbouwwerker, de wijkagent en de jongerenwerker. Ambities We hebben de ambitie om actieve inwoners zoveel mogelijk invloed te geven op de leefbaarheid in hun dorp of wijk. Dat versterkt de sociale samenhang in dorpen en wijken. Trends en ontwikkeling We zien als eerste dat de initiatieven vanuit dorpen en wijken door de coronapandemie zijn beïnvloed. We zien als tweede dat het NPG (Nationaal Programma Groningen) grote invloed kan hebben op het verbeteren van de leefbaarheid in dorpen en wijken. De Gemeenteraad heeft NPG-geld vrijgemaakt voor dorpen en wijken om een plan voor hun dorp of wijk te maken. Er is ook geld om plannen uit te voeren. We zien als derde dat in 2023 de 'instandhoudingssubsidie' voor dorp- en wijk-organisaties gelijk is geworden in heel Midden-Groningen.
Dat is nog niet het geval voor de activiteitenbudgetten (voormalig Menterwolde) en de wijkbudgetten (voormaling Hoogezand-Sappemeer). We zien als vierde dat er nieuw beleid zal worden vastgesteld voor het gebiedsgericht werken en voor participatie. De gemeenteraad en het college van B&W willen die manier van werken verder ontwikkelen en daarbij maatwerk leveren. Doelstellingen a. Invloed geven van inwoners op leven in dorp of wijk We geven actieve inwoners invloed op hun dorp of wijk als ze zich inzetten voor de kwaliteit van leven in hun dorp of wijk.
14
Acties Invloed geven aan actieve bewonersgroepen Wij geven invloed door actieve bewoners(groepen) te ondersteunen met subsidies, advies en door samen te werken. Wij geven actieve bewoners(groepen) invloed door middel van subsidies uit het leefbaarheidsfonds, het co-financieringsfonds en de wijk- en dorpsbudgetten. We geven actieve bewoners(groepen) advies over andere subsidies die hun helpen om plannen voor elkaar te krijgen. We brengen actieve bewoners(groepen) met elkaar in contact zodat zij een band opbouwen en elkaar helpen als dat nodig is. Wij brengen actieve inwoners in contact met het Initiatievenloket.
2.1.2 Huisvesting voor sociaal maatschappelijke activiteiten Inleiding Maatschappelijk vastgoed De vastgoedportefeuille van de gemeente Midden-Groningen bestaat uit ongeveer 170 objecten. Dit zijn naast het huis van cultuur en bestuur bijvoorbeeld ook gemalen en strategische aankopen. De portefeuille is onderverdeeld in deelportefeuilles om per portefeuille specifiek beleid te kunnen vormen. Een van de belangrijkste deelportefeuilles is het maatschappelijk vastgoed. Het maatschappelijk vastgoed is vastgoed waarin maatschappelijke voorzieningen zijn gehuisvest. Het uitgangspunt voor maatschappelijk vastgoed is dat een gebouw geen doel op zich is. Een gebouw heeft een maatschappelijke waarde door de activiteiten die erin plaatsvinden. En die activiteiten worden door de gebruikers georganiseerd. De gemeente kan die activiteiten ondersteunen door middel van subsidies. De activiteiten zijn niet per definitie altijd gehuisvest in vastgoed van de gemeente. Ook de realisatie en voorziening van de gebouwen hoeft niet altijd door de gemeente plaats te vinden. Beleid Deze vastgoedportefeuille van de gemeente Midden-Groningen is zeer divers en er wordt op heel veel verschillende manieren mee omgegaan. Er is, mede door de herindeling, een groot verschil in exploitatie, subsidiëring en andere vormen van ondersteuning van deze accommodaties. De gemeente wil hier meer eenheid in aanbrengen.
De huidige situatie verschilt per dorpshuis, sportaccommodatie en gebruiker en varieert van volledig verzelfstandigd tot volledig in gemeentelijk beheer. Ook het (ver)huurbeleid vertoont enorme verschillen. Een kostprijsdekkende huur komt bijna niet voor. Vaak is er sprake van indirecte subsidiëring, doordat de gemeente inzet van professionals en/of activiteiten en/of (groot) onderhoud bekostigt. Op 14 februari 2019 heeft de raad het rekenkameronderzoek naar het gemeentelijk vastgoed en het vastgoedbeleid vastgesteld. Op basis van de uitkomsten heeft de rekenkamer aanbevelingen gedaan om het beleid en het beheer van vastgoed in Midden-Groningen te verbeteren. Het opvolgingsonderzoek van de rekenkamercommissie uit 2020 bevestigt dat vrijwel alle aanbevelingen zijn opgepakt of in uitvoering zijn. Een van de belangrijkste aanbevelingen dat in uitvoering is, is het beleid met betrekking tot voorzieningen en vastgoed. In het rekenkameronderzoek is geconstateerd dat de beleidsmatige borging van de inzet van vastgoed ontbreekt. De rekenkamer heeft aanbevolen beleid voor voorzieningen en vastgoed te ontwikkelen en vast te stellen. Ons doel is om: 1. meer grip op het vastgoed te krijgen (eigendom van de gemeente); 2. te komen tot een effectieve(re) en efficiënte(re) inzet van vastgoed; 3. voorzieningen- en accommodatiebeleid te ontwikkelen.
Met de ‘aanbevelingen 1 en 2’ is in 2021 een start gemaakt en hebben in 2022 een vervolg gekregen. Het gaat hierbij vooral om het formuleren van inhoudelijk beleid en het maken van duidelijke keuzes in ondersteuning van (gebruikers van) voorzieningen.
15
De volgende stap in het proces is het uitwerken van het beleid. Dit gebeurt in deelprojecten: consequenties van het beleid brengen we per accommodatie en/of voorziening in beeld. We doen dit in samenwerking met het veld en de gemeenteraad. Pas daarna neemt de gemeente besluiten. De kadernota uit 2021 was de eerste stap naar de vorming van beleid. De input van de raad dient als een van de handvatten voor de uitwerking op projectniveau. Ook ‘het veld’ wordt betrokken. Hiervoor is een klankbordgroep in het leven geroepen, bestaande uit een afvaardiging van bestuurders van de dorps- en wijkcentra in Midden-Groningen. De deelprojecten zijn in 2022 verder uitgewerkt en ter besluitvorming aan de raad aangeboden. In 2023 gaan we aan de slag met de genomen besluiten. In beweging De vastgoedportefeuille van de gemeente Midden-Groningen is in beweging. Diverse projecten en programma’s hebben als gevolg dat er door vervangende huisvesting vastgoed vrijvalt en buitengebruik komt. Het betreft hier voornamelijk schoolgebouwen die door realisatie van multifunctionele accommodaties en kindcentra hun functie verliezen. In 2021 is het traject voor sloop en locatieontwikkeling voor een aantal gebouwen ingezet. Ook in 2023 wordt dit traject verder voortgezet.
Ambities De inwoners steeds meer eigen verantwoordelijkheid en zeggenschap geven over de leefbaarheid om op die manier de eigenheid en vitaliteit in de dorpen en wijken te behouden. Trends en ontwikkelingen De huidige maatschappij gaat steeds meer uit van eigen verantwoordelijkheid en versterking van de zelfredzaamheid van de inwoners. Doelstellingen a. Beleid vaststellen voor voorzieningen en vastgoed Acties Uitwerken van beleid Dit gebeurt in deelprojecten: consequenties van het beleid brengen we per accommodatie en/of voorziening in beeld. De deelprojecten werken we in 2022 verder uit en leggen we aan uw raad voor.
2.1.3 Deelname aan het maatschappelijk leven Inleiding In dit hoofdstuk zijn verschillende beleidsonderdelen samengebracht. Elk draagt bij aan de identiteit, kracht en eigenheid van onze gemeente: cultuur, archeologie en erfgoed & monumentenzorg. Onze gemeente is heel divers. Op allerlei gebieden verschillen onze inwoners van elkaar. Toch zijn er ook onderdelen die de verbondenheid versterken. Cultuur en erfgoed bieden identiteit en herkenbaarheid. Inwoners voelen zich thuis in hun omgeving en zijn er trots op. Dit versterkt en verbindt de samenleving en geeft zo sociale veerkracht. Cultuur is er om actief en passief aan deel te nemen. Zelf kunst maken of naar kijken en luisteren, is een waardevolle toevoeging aan het dagelijks leven. Het is de moeite waard om bovengenoemde waarden te behouden en te verspreiden. Dan kan elke inwoner er kennis van nemen. We beginnen daar al mee op scholen door erfgoedlessen. Ook voor bezoekers en toeristen is cultuur en erfgoed belangrijk. Door monumenten en cultuuractiviteiten te bezoeken maken toeristen kennis met de geschiedenis van de dorpen en onze streek.
16
Ambities Erfgoed, archeologie en cultuur vertellen onze geschiedenis en bepalen wie we zijn. Het is belangrijk om dat te stimuleren, te bewaren en te beschermen. Ze dragen bij aan de eigenwaarde, veerkracht en het thuisgevoel van onze inwoners. We zetten ons daarom in voor instandhouding, bescherming en brede bekendmaking ervan. Leerlingen op basis- en middelbare scholen volgen cultuur- en erfgoedlessen. Hierdoor krijgen ze kennis over hun eigen leefomgeving. Dit versterkt de band met onze gemeente. Cultuuronderwijs onder- en na schooltijd maakt kinderen creatiever. Trends en ontwikkelingen •
Corona heeft voor cultuur veel nadelige gevolgen gehad. Meer dan een jaar lag het cultuurleven stil. Nu wordt de draad weer opgepakt. Het publiek komt langzaamaan weer terug. Culturele verenigingen en organisaties komen weer met eigen voorstellingen en producties. Dat vergroot de leefbaarheid in de dorpen;
•
Om het cultuurleven weer op gang te brengen is wel extra ondersteuning nodig. Dat gaat verder dan het alleen maar vergoeden van de geleden coronaschade;
•
Aardbevingen door gaswinning zorgen ervoor dat wij extra aandacht moeten besteden aan archeologie en gebouwd erfgoed;
•
De versterkingsoperatie zorgt voor een forse toename van vergunningaanvragen. Deze zijn nodig voor het versterken van monumenten en karakteristieke gebouwen. We zien erop toe dat de versterkingsmaatregelen de cultuurhistorische waarde van de erfgoedpanden niet aantast;
•
De gemeente moet veel archeologische onderzoeken beoordelen. Er vindt veel graafwerk plaats in gebieden die archeologisch beschermd zijn. Bijvoorbeeld voor de aanleg van kabels en leidingen in en naar de zonneparken en bij het versterken van funderingen van oude boerderijen;
•
De gemeente heeft in de openbare ruimte vele beeldende kunstwerken, gedenktekens en oorlogsmonumenten. Deze zijn beoordeeld en worden opgeknapt en onderhouden.
Doelstellingen a. Cultuurkadernota verder uitvoeren de komende beleidsperiode In de Kadernota Cultuur 2021-2024 staan drie onderdelen centraal: jeugd & educatie, cultuurdeelname voor iedereen en actieve koppeling met toerisme & recreatie. Deze onderdelen worden door onze cultuurorganisaties uitgewerkt in de uitvoering. De cultuurpijlers van MiddenGroningen zijn: Kielzog Theater, Muziekschool en Kunstwerkplaats & de bibliotheekorganisatie Biblionet & museumborg Fraeylema. Met deze drie worden de komende beleidsperiode afspraken gemaakt om de gemeentelijke cultuurbeleidsdoelen te realiseren. We willen alle inwoners van geheel Midden-Groningen actief betrekken bij kunst, cultuur en erfgoed. Juist ook de groep die in relatieve achterstand verkeert. Met het accent op de (school) jeugd worden ook ouders en de volwassen omgeving van de kinderen meegenomen. Zo worden cultuur en erfgoed van en voor iedereen. Lessen in kunst en cultuur op school (en na schooltijd) brengen creativiteit in het onderwijs. Jongeren leren om op een originele manier naar hun omgeving te kijken. Daarmee komen ze tot creatieve oplossingen. De aanbieders van deze lessen werken nauw samen met het onderwijs. Het gaat om maatwerk. Hierbij wordt waar mogelijk ook gewerkt vanuit het Nationaal Programma Groningen project "Tijd voor Toekomst".
Ook op andere manieren worden jongeren uitgedaagd om hun eigen cultuurinvulling vorm te geven. Dit kan in het Nationaal Programma Groningen project "Jongeren pitchen voor Projecten". Hierdoor worden kunst en cultuur een vanzelfsprekend onderdeel van hun dagelijks leven. Cultuur is van en voor iedereen. Elke inwoner kan altijd deelnemen aan cultuur om zich te vormen en te vermaken. Als er drempels zijn, dan willen we die wegnemen. Dat kan door tegemoetkoming
17
in lesgeld voor cultuurles of subsidies voor activiteiten. Cultuur komt voor in het sociaal domein bij het ouderen-, minderheden- en achterstandbeleid. Midden-Groningen heeft grote mogelijkheden voor recreanten en toeristen. De aantrekkelijkheid wordt mede gevormd door monumentale dorpen en bezienswaardigheden, cultuuractiviteiten, exposities en evenementen, festivals en dergelijke. Marketing Midden-Groningen promoot cultuur actief in hun evenementenkalender en in cultuurroutes. Acties Met NPG-projecten het cultuurveld versterken op gebied van jongerencultuur en cultuuronderwijs 'Jongeren Pitchen voor Cultuurprojecten' is een 5-jarig project. Het Nationaal Programma Groningen financiert het project. De organisatie is in handen van de cultuurcoach van Kielzog. Samen met jongerenwerk van stichting Kwartier daagt men jongeren uit om ideeën in te dienen. De winnende ideeën voeren ze uit met hulp van professionele coaches van cultuurorganisaties. De NPG-projecten zijn verder uitgewerkt in 2.5.2. b. Cultuur in Kielzog Theater, Muziekschool en Kunstwerkplaats Stichting Kielzog ontvangt jaarlijks subsidie voor een compleet professioneel en gevarieerd cultuuraanbod. Het gaat hierbij om podiumkunsten om te bezoeken, maar ook om zelf kunst te maken. Hiervoor kan men terecht bij de Muziekschool en de Kunstwerkplaats.
Daarnaast biedt Kielzog als partner een zalencomplex met professionele begeleiding voor amateurbespelers. Hier wordt talent ontdekt op alle niveaus. Dat gebeurt ook in de projecten en evenementen die Kielzog organiseert. Met Kielzog is de afspraak gemaakt dat deze activiteiten steeds meer buiten de hoofdvestiging in dorpen en wijken gebeurt. Bij Stichting Kielzog werken drie cultuurcoaches op het gebied van onderwijs, sociaal domein en amateurverenigingen. Zij vormen met raad en daad de schakel in het culturele veld tussen idee en uitvoering. Op deze manier komt cultuur dicht bij de mensen. Dat geldt ook voor inwoners die minder bekend zijn met cultuur. Voor hen kan kunst en cultuur meer betekenen in hun dagelijks leven. Kielzog organiseert jaarlijks ongeveer 65.000 ‘cultuurbezoeken' met: 70 professionele voorstellingen, 60 culturele verhuringen, wekelijks 1.000 cursisten (muziek, beeldend, dans, theater) en 8.600 leerlingen op school (BO en VO). Kielzog zet zich extra in om ook buiten de hoofdvestiging in Hoogezand kunst en cultuur aan te bieden. Dat geldt voor personen, maar ook voor amateurverenigingen zoals koren, toneel- en muziekverenigingen die met raad en daad worden bijgestaan. c.
Bibliotheek ontwikkelt taal, cultuur, lezen en digitale vaardigheden Biblionet ontvangt jaarlijks een subsidie voor bibliotheekactiviteiten in de breedste zin des woords in de vestigingen in Hoogezand, Harkstede, Siddeburen, Slochteren, Noordbroek en Zuidbroek. Daarnaast is de bibliotheek onder andere actief op basisscholen, in het voortgezet onderwijs, op consultatiebureaus en in de kinderopvang. Ook ontwikkelt zij steeds meer activiteiten dichtbij inwoners op verschillende plekken in onze gemeente, zodat zij meer mensen bereikt. De dienstverlening van de bibliotheek richt zich op de volgende onderdelen: •
Het is de fysieke plek waar inwoners kunnen halen wat ze nodig hebben om mee te doen in de samenleving en waar ze zich kunnen blijven ontwikkelen;
•
Taalbevordering en ontwikkelen leesplezier van kinderen van 0 t/m 18 jaar;
•
Werken aan geletterdheid van volwassenen;
•
Meedoen in de samenleving door het ontwikkelen van digitale vaardigheden van inwoners.
Biblionet en gemeente gaan op basis van het huisvestingsrapport van Biblionet in gesprek met inwoners van Noordbroek en Harkstede om te onderzoeken of aanpassing van dienstverlening gewenst is. 18
d. Het historisch erfgoed Fraeylemaborg openstellen. De Fraeylemaborg is een provinciaal gesubsidieerd museum, dat gemeentelijk ook structureel subsidie krijgt. Jaarlijks komen zo'n 40.000 bezoekers naar de borg en 60.000 naar de monumentale Engelse landschapstuin. De borg heeft een bovenlokale functie, bezoekers komen van heinde en verre. De monumentale borg toont het lokale verleden, maar organiseert ook bovenlokale hedendaagse kunstexposities en evenementen. De Fraeylemaborg is voor kleine, niet professionele musea in de gemeente een professionele vraagbaak. Acties Met Stichting Fraeylemaborg meerjarige subsidie-afspraken maken zoals die in de Kadernota Cultuur zijn verwoord. De afspraken met Fraeylemaborg vastleggen als het gaat om subsidievoorwaarden. e. Aanpak achterstallig onderhoud beeldende kunst en gedenktekens/monumenten Beeldende kunst markeert plaatsen in de openbare ruimte. Het draagt bij aan de herkenbaarheid en lokale identiteit van onze dorpen en wijken. Het helpt je te weten waar je bent en past bij waar je bent. Gedenktekens en oorlogsmonumenten doen dit ook en zijn ook plaatsen van herdenking, bezinning en troost. We hebben zo'n 100 beeldende kunstwerken, gedenktekens en oorlogsmonumenten die in de openbare ruimte staan. Veel van deze beelden zijn jarenlang niet onderhouden of opgeknapt. In 2019 en 2020 hebben we de beelden laten beoordelen.
Daarna is in 2021 en 2022 een begin gemaakt met het onderhouden en opknappen van de kunstwerken, gedenktekens en oorlogsmonumenten. In 2023 gaan we meer kunstwerken opknappen en gewoon onderhoud uitvoeren. Hiermee verbeteren we de kwaliteit van de gebouwde omgeving. Daarnaast willen we het onderhoud van de beelden verbeteren. Indicatoren We willen 6 kunstwerken opknappen. Acties Onderhoud en restauratie beeldende kunst en monumenten. f. Uitvoering geven aan het Erfgoedprogramma We hebben in 2020 samen met Rijk, provincie, NCG en de andere Groninger gemeenten het vernieuwde Erfgoedprogramma vastgesteld. In dit Erfgoedprogramma hebben we aangegeven hoe we ons Groninger erfgoed willen behouden, beschermen en ontwikkelen. We gaan in 2023 verder uitvoering geven aan deze ambities. Hiertoe gaan we de volgende activiteiten uitvoeren. •
We gaan de laatste fase van het project om nieuwe gemeentelijke monumenten aan te wijzen afronden. We bezoeken eigenaren van nieuw aan te wijzen monumenten thuis en geven uitleg;
•
We gaan verder met het maken van een gemeentelijke kerkenvisie, hiervoor hebben we een bijdrage van het Rijk gekregen. Het doel hiervan is om waardevolle kerkgebouwen die leeg komen te staan een nieuwe toekomst te kunnen geven. We beginnen met een inventarisatie van alle kerken in de gemeente zodat we weten welke kerken het meest waardevol zijn;
•
We gaan verder werken aan lokale NPG-erfgoed projecten;
•
We gaan onderzoeken hoe erfgoed toekomstbestendig en duurzaam kan worden gemaakt. We willen eigenaren van erfgoedpanden ondersteunen met advisering en financiering;
•
We hebben een eigen gemeentelijke Erfgoedcommissie die onder andere adviseert over bouwaanvragen van monumenten;
•
We promoten monumenten en de historie van de gemeente voor een breed publiek tijdens de Open Monumentendag in samenwerking met het Comité Open Monumentendag;
19
•
We communiceren over erfgoed op de gemeentelijke website, hier is bijvoorbeeld het monumentenregister te vinden.
Acties Uitvoering geven aan lokaal NPG-erfgoed project Toekomstbestendig Cultureel Erfgoed In 2021 heeft de gemeenteraad het project Toekomstbestendig Cultureel Erfgoed vastgesteld. Wij hebben hiervoor in 2022 een subsidieregeling gemaakt zodat we een vergoeding kunnen geven aan eigenaren van Rijks- en gemeentelijke monumenten die hun monument openstellen voor publiek. De NPG-projecten zijn verder uitgewerkt in 2.5.2. Verlenen van onderhouds- en restauratiesubsidies We hebben een jaarlijks budget van €100.000 om een subsidie voor onderhoud of restauratie te verlenen aan eigenaren van gemeentelijke monumenten. g. Beschermen archeologische waarden Gemeente bevoegd gezag Als je in de grond gaat graven, bepaalt de erfgoedwet dat getoetst moet worden of daarmee archeologische waarden verloren kunnen gaan. De regels die daarvoor gelden staan in bestemmingsplannen of de erfgoedverordening. Op basis van die regels bepaalt de gemeente of archeologisch onderzoek nodig is en wat de gevolgen van het archeologisch onderzoek zijn. Voor archeologische beoordelingen schakelt de gemeente de archeologen van Libau in. De gemeenteraad heeft op 23 april 2020 de beleidsnota archeologie vastgesteld. De beleidsnota beschrijft welke archeologische waarden de gemeente in bestemmingsplannen (omgevingsplannen) en de erfgoedverordening wil beschermen.
De beleidsnota beschrijft de bewoningsgeschiedenis van de gemeente Midden-Groningen vanaf de prehistorie tot nu. Op kaarten staat aangegeven welke sporen in de grond zijn gevonden van mensen die hier vroeger leefden, of waar die sporen nog te verwachten zijn. Inwoners betrekken Wij willen zo veel mogelijk bekendheid geven aan de resultaten van archeologisch onderzoek en opgravingen. Als inwoners weten wat de geschiedenis is van hun woonomgeving, kan dat de eigenwaarde, veerkracht en het thuisgevoel van onze inwoners vergroten. We willen de bekendheid vergroten door: •
informatie over archeologie op de website;
•
publieksfolders over bijzondere onderzoeken en opgravingen;
•
(school)excursies bij opgravingen;
•
contact onderhouden met historische verenigingen/buurtverenigingen.
Omdat wij prioriteit geven aan de verplichte gemeentelijke taken, is hier nog weinig aandacht aan besteed. Indicatoren • Aantal besluiten op archeologische rapporten die aan de gemeente worden voorgelegd. • De gemeente is bevoegd gezag voor het beoordelen van archeologische onderzoeken en programma's van eisen (pve's) bij opgravingen. Acties Uitvoeren archeologische toets • Beoordelen noodzaak archeologisch onderzoek; • Beoordelen archeologische onderzoeken en Programma's van Eisen; • Informatie over archeologische waarden in de gemeente actueel houden (onderzoeksresultaten verwerken op de archeologische waardenkaart); • Publicatie actuele archeologische waardenkaart op de website.
20
2.1.4 Sport en bewegen Inleiding Iedere week zijn duizenden mensen in de gemeente actief betrokken bij sport- en beweegactiviteiten, als beoefenaar, vrijwilliger of professional. De gemeente Midden-Groningen bouwt aan een gemeente waarin sporten en bewegen voor iedereen leuk en mogelijk is. We willen er zijn voor alle inwoners en in het bijzonder voor de mensen die kwetsbaar zijn, zodat ook zij zich optimaal kunnen ontwikkelen en een betekenisvol en gelukkig leven kunnen leiden. Sport en bewegen leveren daaraan een noodzakelijke bijdrage. Ambities Iedereen in de gemeente Midden-Groningen kan een leven lang met plezier sporten en bewegen. Trends en ontwikkelingen De stijgende gemiddelde leeftijd heeft invloed voor de sportdeelname in onze gemeente. De aandacht voor het thema gezonde leefstijl neemt toe. Daarnaast veranderen de redenen voor mensen om te sporten. In onze gemeente ligt het percentage inwoners dat één keer per week of vaker sport onder het landelijk gemiddelde. Doelstellingen a. Het vergroten van het aandeel bewoners dat regelmatig sport en beweegt We willen ervoor zorgen dat alle inwoners, met of zonder beperking, aan sport en bewegen kunnen doen. Daarom zetten we in op het aanmoedigen van voldoende beweging bij de jeugd, bij ouderen en bij kwetsbare groepen. Indicatoren • Aantal inwoners bereikt met buurtsportcoachactiviteiten.
Betreft het aantal niet-unieke deelnemers aan buurtsportcoachactiviteiten, zoals wandelgroepen, naschoolse activiteiten et cetera. Acties Vanuit het lokaal sportakkoord maken we een kennismaking met verschillende sporten en cultuur mogelijk. Via de sport- en cultuurhopper kunnen inwoners kennis maken met veel verschillende sporten en culturele activiteiten. Wij organiseren en ondersteunen wandelgroepen in meerdere dorpen als toegankelijk beweegaanbod voor ouderen en kwetsbare doelgroepen. Ouderen wandelen onder begeleiding. Dit zorgt voor beweging maar ook voor ontmoeting. Wij zetten buurtsportcoaches in om sport en bewegen onder de jeugd te stimuleren. De buurtsportcoaches begeleiden sportieve activiteiten op en rond scholen en in de wijk. Waar mogelijk betrekken de buurtsportcoaches ook sportverenigingen en andere maatschappelijke partijen bij hun activiteiten. b. Het bevorderen van vitale en toekomstbestendige sportverenigingen We willen sportverenigingen ondersteunen bij het ontwikkelen van een passend en innovatief sportaanbod voor verschillende doelgroepen. Daarnaast willen we verenigingen helpen de knelpunten of zwakke punten aan te pakken. Daarmee verbeteren we de kwaliteit van de sportverenigingen en het sportaanbod. Ook stelt dit verenigingen in staat om bij te dragen aan een toename in de sportdeelname.
21
Indicatoren • Het aantal gesubsidieerde activiteiten vanuit het sportakkoord. Acties Samen met sportverenigingen en andere partijen geven wij uitvoering aan het lokaal sportakkoord en ontplooien we initiatieven om verenigingen te versterken. Toekomstbestendige en goed georganiseerde sportaanbieders is een prominent thema in het lokaal sportakkoord. Vanuit het lokaal sportakkoord zetten we een subsidieregeling op om (samenwerkings-) initiatieven van sportverenigingen te stimuleren. Verenigingen kunnen subsidie aanvragen. Hoe meer samenwerking hoe hoger de subsidie. Wij ondersteunen sportaanbieders bij het ontwikkelen van voldoende bestuurlijk en sporttechnisch kader door middel van de inzet van een verenigingsondersteuner. De verenigingsondersteuner adviseert verenigingen over samenwerking, beleid, en concrete acties. c. Het harmoniseren van het accommodatiebeleid Door de herindeling bestaan er grote verschillen in de afspraken met, en ondersteuning van, sportverenigingen met betrekking tot de sportaccommodaties. We willen de basis leggen voor het harmoniseren van het accommodatiebeleid en eerlijke en eenduidige afspraken maken met sportverenigingen. Daarmee werken we toe naar een toekomstbestendige sportinfrastructuur.
Acties Wij gaan afspraken met binnen- en buitensportverenigingen over eigendom, beheer en onderhoud van accommodaties verder harmoniseren in goed overleg met de verenigingen. Het vastleggen van nieuwe afspraken corrigeert ongelijkheden tussen verenigingen. Wij voeren innovaties door om onze sportaccommodaties te verbeteren en aantrekkelijker te maken. Zo wordt bijvoorbeeld gebruik gemaakt van interactieve systemen in gymzalen. Op een innovatieve manier worden mensen uitgedaagd om te bewegen.
2.1.5 Veiligheid op het gebied van wonen, werken en leven Inleiding We willen de inwoners van Midden-Groningen een veilige woon- en leefomgeving bieden. De gemeente werkt daarbij nauw samen met veiligheidspartners als politie, Openbaar Ministerie, Veiligheidsregio, RIEC (Regionaal Informatie- en Expertise Centrum), inwoners, (maatschappelijke) instellingen, woningbouwcorporaties en ondernemers. In 2021 is het Integraal Veiligheidsbeleid 2021-2024 ontwikkeld en vastgesteld. Hierin zijn vier belangrijke veiligheidsthema’s opgenomen: 1. 2. 3. 4.
Aanpak georganiseerde en ondermijnende criminaliteit; Effectieve verbinding veiligheid en zorg; Veilige woon- en leefomgeving; Maatschappelijke onrust of verdeeldheid bij overheidsbeslissingen.
Bij ondermijnende criminaliteit of ondermijning gaat het vrijwel altijd om misdaden die worden uitgevoerd in georganiseerd verband. Voorbeelden hiervan zijn: Georganiseerde drugscriminaliteit, fraude en misbruik in de vastgoedsector, witwassen en financieel-economische criminaliteit en mensenhandel. Problemen op het gebied van leefbaarheid en veiligheid komen vooral voor in wijken waar sprake is van een opeenstapeling van problemen zoals armoede, schulden, lage opleiding, wonen en (psychische) gezondheid. De uitzichtloosheid voor sommige gezinnen/inwoners maakt ze onder meer bevattelijk voor drugs en drugs-gerelateerde criminaliteit. Ook thuisprostitutie en prostitutie22
gerelateerde criminaliteit kunnen voor deze inwoners een weg naar snel geld verdienen zijn. De gevolgen worden niet overzien. Binnen de kortste keren raken inwoners (met een extra risico voor jongeren) verstrikt in de criminaliteit. En als je eenmaal ín de fuik' zit is het lastig om eruit te komen. Ambities We versterken de sociale veiligheid door het voorkomen en tegengaan van criminaliteit, overlast en gevoelens die daarmee samenhangen. Dit doen we door uitvoering te geven aan het Integraal veiligheidsbeleid, de openbare orde te handhaven en een maatwerkgerichte aanpak te organiseren voor inwoners die erge overlast veroorzaken. We bevorderen de veiligheid en leefbaarheid op specifieke locaties en dragen zorg voor veilige evenementen. We bevorderen het veilig winkelen en ondernemen en willen woninginbraken voorkomen. Trends en ontwikkelingen Toenemend belang van aanpak ondermijnende criminaliteit Ondermijnende criminaliteit, waarbij sprake is van een vermenging van de onderwereld en bovenwereld, bedreigt de veiligheid en betrouwbaarheid van onze samenleving. Ondermijnende criminaliteit is een groot maatschappelijk probleem. De noodzaak voor de aanpak, zowel landelijk als lokaal, is toegenomen. Meer aandacht voor de verbinding tussen veiligheid en zorg Het bevorderen van veiligheid en het tegengaan van overlast en criminaliteit is niet enkel een justitiële aangelegenheid.
Het betreft namelijk vaak kwetsbare personen met een opeenstapeling van problemen met een zorg- en veiligheidscomponent: psychische klachten, verslavingen, niet mee kunnen komen in de maatschappij, verward gedrag, verstandelijke beperking. Oorzaken en gevolgen lopen door elkaar heen. Er is vaak sprake van slachtoffer- en daderschap van overlast, geweld en ander crimineel gedrag. Risico jonge aanwas Criminele netwerken maken steeds meer gebruik van jongeren om allerlei hand- en spandiensten te verrichten. Daarbij lopen de jongeren, ook wel “jonge aanwas” genoemd, vaak de risico’s. Terwijl de “daadwerkelijke criminelen” op veilige afstand blijven. Denk hierbij aan werkzaamheden als rondbrengen van pakketjes, drugshandel, werkzaamheden in hennepplantages, jeugdprostitutie, misbruik van bankpas en/of pincode, maar ook vormen van cybercriminaliteit. Aandacht voor de kwetsbare wijken In kwetsbare wijken kunnen bewoners betrokken raken bij (ondermijnende) criminaliteit vanwege een opeenstapeling van problemen. Uit een opgemaakt veiligheidsbeeld van Midden-Groningen komt naar voren dat de leefbaarheid en veiligheid in het stedelijk gebied onder druk staat. De invloed van technologie en digitalisering neemt toe De explosieve toename van digitale communicatie en verdere digitalisering van de samenleving leidt tot een toename van cybercriminaliteit.