CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

RM 2022.09.19 Bijlage 1. Biodiversiteit in de gemeente Middelburg - def - 11 mei 2022

Commissie Ruimte 19 september 2022, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Memo actieve informatie Biodiversiteit in de gemeente Middelburg: actuele waarden en kansen - geagendeerd op verzoek van Marianne Golsteijn (GroenLinks/PvdA)16.617 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

27

6. De bolwerken van Middelburg 6.1 Algemeen Een van de grootste parkachtige gebieden in de gemeente wordt gevormd door de bolwerken van Middelburg. Vooral in de 16e eeuw werd de stad geregeld ‘uitgelegd’. In de jaren 1595-1598 kreeg ze de uitbreiding die voor eeuwen het beeld van de stad zou bepalen. De huidige bolwerken (grondvorm en omgrachting) zijn nog vrijwel geheel die van het einde van de 16e eeuw. In 1841-1846 werden de overbodig geworden verdedigingswerken herschapen in plantsoenen en wandelgebieden: de bolwerken werden een aangename omgeving voor de welgestelde burger, die daar een fraai uitzicht had over het omringende agrarische landschap. Pas omstreeks 1900 zou de stad buiten de wallen gaan bouwen: de scherpe grens tussen stad en platteland verdween. Door de inundatie in 1944-45 werd de begroeiing op de bolwerken behoorlijk aangetast, waarna een uitgebreide herplant van bomen en struiken volgde (Smallegange 1999). 6.2 Huidige natuurwaarden De huidige bolwerken zijn te beschouwen als een van Middelburgs grootste parken: in feite een aaneenschakeling van parkgebieden met een totale lengte van 2,8 km. Het is ook een van de grootste ‘stadswalparken’ van Nederland (Verhoeff 1999). Begin 21e eeuw is de beplanting van de bolwerken opnieuw gerenoveerd, waarbij bomen zijn gekapt en veel struweel is verwijderd.

Hierbij zijn ook de nodige groeiplaatsen van stinzenplanten verloren gegaan. Toch zijn er nog steeds soorten te vinden als gewoon sneeuwklokje (plaatselijk), Italiaanse aronskelk (veel en toenemend) en vingerhelmbloem (schaars). In de struwelen broeden diverse soorten zangvogels en in de veste broeden dodaars, grauwe gans, meerkoet en waterhoen. Vleermuizen met voorplantingsplaatsen in de omringende bebouwing jagen op insecten rond het geboomte. 6.3 Suggesties voor inrichting en beheer Voor generieke maatregelen met betrekking tot aanplant van bomen en struiken, maaibeheer, verbindingszones, nestkasten en bijenhotels wordt verwezen naar hoofdstuk 3. In willekeurige volgorde zijn de volgende aanbevelingen geformuleerd: 

Begin in het voorjaar wat later met maaien van de grasvelden, of laat ten minste een gedeelte ongemaaid.

Het graslandbeheer van de bolwerken kan plaatselijk geëxtensiveerd worden door de frequentie van maaien sterk te verminderen. De delen die ‘s zomers worden benut als ligweide, zoals bij de Seismolen, dienen echter kort gehouden te worden.

Vergroot de natuur- en belevingswaarde van de bolwerken door de aanplant van ‘streekeigen’ stinzenplanten. Houd bij het beheer ook rekening met de aanwezigheid van stinzenplanten en stop met het wegschoffelen van speenkruid in de ondergroei. 28

Het toegepaste gazonbeheer op de bolwerken is ongunstig voor de biodiversiteit. Hier worden vroegbloeiende soorten zoals gewoon speenkruid en madeliefjes weggemaaid: nectarbronnen voor de eerste hommels en vlinders in het voorjaar (10 maart 2022).

29

7. Begraafplaatsen 7.1 Algemeen Er zijn acht begraafplaatsen in de gemeente Middelburg, waarvan de algemene begraafplaats in Middelburg de grootste is.

Ligging van de begraafplaatsen in de gemeente Middelburg.

De oude begraafplaats Arnemuiden is een ‘groene oase’ (25 maart 2022).

30

7.2 Huidige natuurwaarden Alle begraafplaatsen in de gemeente Middelburg functioneren als groene oasen in bebouwd gebied of in open landschap. Op en rond de meeste begraafplaatsen is sprake van flinke bomen, struweel, gazons en met steenslag verharde paden. Op begraafplaatsen die tijdens de oorlogsinundaties en de Watersnoodramp van 1953 ‘droog’ zijn gebleven, staan soms monumentale bomen, zoals de drie beuken op de oude begraafplaats van Nieuw- en Sint Joosland. De combinatie van bomen, struweel, gras en rust maken de begraafplaatsen aantrekkelijk als broedplaats voor zangvogels. Bloeiende planten, bomen en struiken, alsmede luwte, lokken insecten, waaronder dagvlinders en nachtvlinders. Behalve spontaan gevestigde wilde planten (zoals maarts viooltje, diverse ereprijs- en klaversoorten), komen op sommige begraafplaatsen ook (aangeplante) ‘stinzenplanten’. Dit zijn die in hun verspreiding binnen een bepaald gebied (vrijwel) beperkt zijn tot buitenplaatsen, landgoederen, oude boerenhoeven, pastorietuinen en aanverwante milieus zoals kerkhoven, stadswallen en slotheuvels. Het zijn aangeplante soorten die hun natuurlijke verspreidingsgebied veelal veel zuidelijker hebben, maar zich in Nederland decennia en zelfs eeuwen kunnen handhaven (en dus in feite ingeburgerd zijn). In Middelburg gaat het vaak om gewoon sneeuwklokje, boerenkrokus en bonte krokus.

Op de oude begraafplaats van Nieuw- en Sint Joosland wordt een grote diversiteit aan vrij bijzondere stinzenplanten aangetroffen: vroege sterhyacint (tientallen), oosterse sterhyacint (honderden), middelste sneeuwroem (honderden) en grote sneeuwroem (tientallen), naast maarts viooltje, vingerhelmbloem, krokussen en gewoon speenkruid. De begraafplaatsen in de gemeente Middelburg zijn over het algemeen ‘groen’, zeker vergeleken met veel begraafplaatsen in Zeeuws-Vlaanderen (waar veelvuldig herbiciden worden gebruikt) en met die in de gemeente Veere (waar de laatste jaren sprake is van verstening en kaalslag).

Oude begraafplaats van Nieuw- en Sint Joosland, rechts het (gemaaide) gazon met de rijke stinzenflora (25 maart 2022).

31

De nieuwe begraafplaats van Arnemuiden is nog jong, maar heeft al een groene uitstraling (25 maart 2022).

7.3 Suggesties voor beheer en inrichting Voor generieke maatregelen met betrekking tot aanplant van bomen en struiken, maaibeheer, verbindingszones, nestkasten en bijenhotels wordt verwezen naar hoofdstuk 3. Aanplant Gebruik bij aanplant of herplant streekeigen bomen en (besdragende) struiken. Oude bomen Ga zorgvuldig om met oude bomen en wees terughoudend met kappen. Gazons In gazons zouden meer stinzenplanten kunnen worden aangeplant. Er moet dan wel rekening worden gehouden met het maaibeheer: niet vóór half april. Op de oude begraafplaats van Nieuw- en Sint Joosland waren op 25 maart 2022 alle bloeiende stinzenplanten gemaaid, waarbij bovendien gebruik was gemaakt van (te) zwaar materiaal (sporen van rupsbanden). Bijen- en egelhotels Alle begraafplaatsen zijn geschikt voor het plaatsen van bijenhotels, al dan niet in combinatie met egelverblijfplaatsen. Er kunnen in rustige hoeken ook aparte egelverblijfplaatsen worden gecreëerd met kisten in een bladerhoop (zie hoofdstuk 4).

Gewoon speenkruid en oosterse sterhyacint, oude begraafplaats Nieuw- en Sint Joosland (25 maart 2022).

32

Sporen van (te) zwaar materieel na maaien van gazon met stinzenplanten, oude begraafplaats Nieuw- en Sint Joosland (25 maart 2022).

33

8. Parken, buitenplaatsen en groene longen 8.1 Algemeen Binnen de gemeente Middelburg bevindt zich een aantal grotere parken en andere ‘groene longen’. De buitenplaats Ter Hooge is een parkbos dat in eigendom en beheer is van een familiestichting. In gemeentelijk eigendom zijn onder andere het Amaliapark, parkstrook Erasmuswijk, Park Het Meiveld, Molenwaterpark, Prooijenspark, Toorenvliedt en de bolwerken van Arnemuiden en Middelburg (laatstgenoemd gebied wordt apart besproken in hoofdstuk 6). Daarnaast zijn er her en der grote tuinen, zoals langs de Prooijenseweg, en particuliere bossen en bosjes, zoals het Bomenbos bij Kleverskerke. Ook golfbaan ‘De Zeeuwsche’ nabij de wijk Mortiere vertegenwoordigt met ruim 30 ha een aanzienlijke oppervlakte ‘groen’. Naast de intensief gemaaide ‘greens’ zijn er ook extensief beheerde graslanden, struwelen, geluidswallen en waterpartijen.

Het ‘Bomenbos’ is een particulier natuurgebied bij Kleverskerke.

8.2 Huidige natuurwaarden Vrijwel alle beplanting in genoemde parken dateert van na de oorlogsinundaties in 1944-46, toen vrijwel alle bomen en struiken door het zoute water zijn afgestorven. De oudste bomen zijn inmiddels ruim 70 jaar oud en worden aangetroffen in Ter Hooge en Toorenvliedt. Op beide buitenplaatsen (met respectievelijk een kasteel en een landhuis) wordt een gevarieerde beplanting van bomen en struiken aangetroffen. Daarnaast is in de ondergroei plaatselijk een fraaie en soortenrijke stinzenflora aanwezig, met onder andere bosanemoon, daslook, gulden boterbloem, gevlekte en Italiaanse aronskelk en sneeuwklokjes. In Toorenvliedt bevindt zich de enige Walcherse groeiplaats van muskuskruid. In dit park zijn de laatste jaren ook enkele plantsoentjes aangelegd, met een mengeling van ’oorspronkelijke’ stinzenplanten en niet-inheemse planten. In Ter Hooge zijn enkele grote graslanden, waar hooibeheer wordt toegepast. In Toorenvliedt gaat het om grasvelden met 34

gazonbeheer. Alle Middelburgse parken herbergen broedvogels, waarbij de aanwezigheid van kolonies van blauwe reiger (in Ter Hooge en Toorenvliedt respectievelijk 25 en 19 paren in 2020) en kwak (in Toorenvliedt 14-15 nesten in 2021) het vermelden waard is. Bij de kwak gaat het om jaren geleden door een vogelkweker in Gapinge vrijgelaten vogels en hun nakomelingen. Ook in Park Het Meiveld worden hier en daar stinzenplanten aangetroffen, waarbij de populatie van 15.000 bostulpen zeker het vermelden waard is. Mogelijk gaat het hier om een overblijfsel van een verdwenen buitenplaats (Stikvoort et al. 2017). Alle parken hebben een rijke (maar grotendeels onbekende) insectenfauna, met opvallende dagvlinders zoals citroenvlinder en oranjetipje. Er is weinig bekend over de flora en fauna van golfbaan ‘De Zeeuwsche’.

Kievitsbloem in Toorenvliedt: een aangeplante ‘stinzenplant’ (10 april 2022).

Paartje blauwe reigers op het nest in Toorenvliedt (10 april 2022).

Toorenvliedt heeft naast waterpartijen en gazons ook veel stinzenplanten in de ondergroei. Hier een recent aangeplant perkje met naast stinzenflora ook wat ‘varia exotica’.

35

Het Molenwaterpark heeft een roerige geschiedenis. Jarenlang bevond zich hier ‘Miniatuur Walcheren’. Nadat deze toeristische attractie was verplaatst naar de Mortiere, werd het resterende park jarenlang verwaarloosd. De herinrichting werd bemoeilijkt door de aanwezigheid van een voortplantende populatie rugstreeppadden, een zwaar beschermde soort. Uiteindelijk kon de herinrichting worden gerealiseerd dankzij de aanleg van twee speciale ‘paddenpoelen’, die met succes worden gebruikt door de rugstreeppadden.

In het Molenwaterpark zijn bij de herinrichting behalve een wadi, gazons, een ‘siervijver’, bloemperken en ruigten ook twee poelen aangelegd voor rugstreeppadden (voorgrond links).

8.3 Suggesties voor beheer en inrichting Voor generieke maatregelen met betrekking tot aanplant van bomen en struiken, maaibeheer, verbindingszones, nestkasten en bijenhotels wordt verwezen naar hoofdstuk 3. In veel parken is het mogelijk delen van het intensief gemaaide gazon om te vormen tot bloemrijk grasland, met name door minder te maaien, sinusmaaien toe te passen en maaisel af te voeren. Zo zouden sommige randzones van het Molenwaterpark wat bloemrijker kunnen worden, zonder de recreatieve functie voor mensen te verliezen. De stinzenflora in diverse parken is bijzonder en verdient aandacht. In sommige gevallen is aanplant van meer stinzenplanten te overwegen, maar dan bij voorkeur met soorten die traditioneel gangbaar zijn in Zeeland. Er is weinig bekend over de natuur en het beheer op golfbaan ‘De Zeeuwse’. Wellicht liggen hier mogelijkheden voor een natuurvriendelijk(er) beheer, zoals bijvoorbeeld wordt gevoerd op de Domburgse golfbaan. Het laatstgenoemde gebied ligt echter op zandige duingrond, met per definitie veel kansen voor biodiversiteit, terwijl het in Middelburg gaat om voedselrijke kleigrond, met minder potenties voor met name de wilde flora. De parken lenen zich goed voor het plaatsen van een vleermuispaalkast.

Deze kan in principe overal geplaatst worden, echter bij voorkeur in de nabijheid van een groenstrook met struiken/bomen of op een open plek in het park. Vleermuizen kunnen via de open lamellen aan de onderzijde in de kast 36

kruipen. Afhankelijk van de vleermuizen die lokaal voorkomen, kunnen verschillende soorten gebruik maken van deze vleermuizenkast die geschikt is als zomer-, paar- en kraamverblijf. Bij zachte winters kan de kast ook als schuilplaats dienen.

Vleermuispaalkast, met het spitse dak erbij is de totale hoogte 165 cm. (foto Vivaro: vivarapro.nl/VK-SK-04-vleermuizen-paalkast-compleet)

8.4 Kennisleemten Er is betrekkelijk weinig bekend over de huidige biodiversiteit van de diverse parken en buitenplaatsen. Dit geldt zowel voor broedvogels, zoogdieren, insecten en planten.

37

9. Wijkgroen en verkeersgroen 9.1 Algemeen In de loop der jaren is Middelburg uitbreid met verschillende woonwijken, liggend om het historische stadshart dat begrensd is door de bolwerken, de singels en het Kanaal door Walcheren. Iedere wijk toont de stedenbouwkundige principes die op het moment van ontwikkeling gangbaar waren. Zo toont de wijk Nieuw Middelburg, zowel wat betreft bebouwing als straatinrichting en groenvoorzieningen, een totaal andere opzet dan bijvoorbeeld Klarenbeek II of de Magistraatwijk. De nieuwste wijk die momenteel ontwikkeld wordt is Essenvelt, waar de principes van het duurzaam en natuurinclusief bouwen en klimaatadaptatie worden toegepast. Iedere wijk heeft zo ook zijn eigen groenstructuur, die zich beperkt tot een enkele boom aan de straatzijde en de aanwezigheid van binnentuinen (Nieuw Middelburg) tot grote groenstroken met gazons en bomen tussen de woonblokken (Bomenbuurt). Ook zijn er in enkele wijken grote waterpartijen aangelegd (Veerse Poort) en parken gerealiseerd (onder andere Amaliapark, Meiveld en Prooijenspark; zie hoofdstuk 8). In Dauwendaele is langs het fietspad ‘de Overloper’ een wadi aangelegd. Enkele particuliere tuinen met een boskarakter vormen waardevolle groenstructuren (Leliëndaalseweg/Seisweg en Nadorstweg). Op verschillende plekken in de wijken komen gazons voor, al dan niet in combinatie met speelvoorzieningen.

Het verkeersgroen betreft de groenvoorzieningen die samenhangen met de hoofdverkeersstructuur van de gemeente Middelburg. Dit zijn onder meer de bermen en tussenbermen van de Schroeweg en enkele rotondes. 9.2 Huidige natuurwaarden De natuurwaarden (onder andere de aanwezigheid van broedvogels) in de wijken hangen samen met de groenstructuur, bestaande uit bomen, struiken en gazons en de aanwezigheid van waterpartijen. De grootste natuurwaarden komen voor in de parken (zie hoofdstuk 8), maar ook in de grote tuinen aan de Leliëndaalseweg/Seisweg en Nadorstweg. De bermen en tussenbermen bestaan meestal uit intensief beheerd gazon met daarin bomen. De tussenbermen van de Schroeweg tonen in het voorjaar een bloemenpracht van narcissen. Delen van deze berm zijn ook (ooit) ingezaaid met een kleurrijk bloemenmengsel. De rotondes zijn voor een deel geadopteerd door (groen)bedrijven en vertonen een bonte verscheidenheid van cultuurplanten, struiken en bomen. 9.3 Suggesties voor beheer en inrichting Ook voor de wijken buiten het stadscentrum geldt dat de natuurwaarden kunnen toenemen door aanpassing van beheer en inrichting. De belangrijkste principes hierbij zijn extensivering en omvorming. Extensivering kan plaatsvinden door het maaibeheer van de gazons zo aan te passen dat er minder gemaaid wordt, waardoor er bloemrijke graslanden kunnen ontstaan.

Te denken valt aan een hooilandbeheer met maximaal twee keer per jaar maaien en afvoeren van het maaisel. Aanpassen 38

van het maaibeheer is niet overal gewenst, dus zal er geïnventariseerd moeten worden welke gazons hiervoor in aanmerking komen. Gazons kunnen ook omgevormd worden naar bosschages met opgaande bomen en een struiklaag, of in een soort heggenlandschap met streekeigen struiken zoals eenstijlige meidoorn, sleedoorn, bramen en rozen. De beheerlast zal hierdoor afnemen, terwijl de biodiversiteit toeneemt. Ook kan worden bekeken in hoeverre gazons kunnen worden omgezet naar waterpartijen of wadi’s. Hiermee wordt tevens extra waterberging gerealiseerd. Voor bestaande waterpartijen en sloten geldt dat een natuurvriendelijke oever meer kansen voor natuur biedt (zie hoofdstuk 12).

De biodiversiteit van grote(re) grasvelden is te vergroten door een gefaseerd maaibeheer (sinusmaaien) en/of het planten van streekeigen struiken (13 maart 2022).

Een voorbeeld van een herinrichting is het Vogelpark in de wijk Veerse Poort, waar op initiatief van bewoners plannen zijn gemaakt om delen van het gazon om te vormen naar ‘vogelvoedselbos’, bloemenrand en Zeeuwse haag, terwijl er ook fruitbomen worden aangeplant. Initiatieven als die van Stichting Gemeenschapstuin CitySeeds, een non-profitorganisatie die door middel van het opzetten en onderhouden van een stadstuinbouwproject wil voorzien in gezond en vers voedsel en activiteiten ontplooit om de biodiversiteit rond de stadstuinen van City Seeds te vergroten, verdient navolging in andere wijken. Subsidie kan worden verstrekt aan particulieren voor het aanbrengen van vogel- en vleermuisvriendelijke voorzieningen als nestkasten en inbouwstenen. De gemeente zelf kan dergelijke voorzieningen aanbrengen bij haar eigen gebouwen en kan vleermuispalen plaatsen op daartoe geschikte plaatsen in het openbaar groen. Om invulling te geven aan de in de Zeeuwse Bosvisie opgenomen taakstelling voor bosuitbreiding kan de gemeente bos aanplanten op gronden die reeds in het bezit zijn van de gemeente of gronden specifiek aankopen voor bosaanplant. Zo zouden de twee percelen aan de President Rooseveltlaan,

39

die nu bestaan uit grasland met hier en daar een boom, aansluitend op het bosachtige karakter van de Leliëndaalseweg/Seissingel, in ecologisch opzicht meerwaarde krijgen indien ze bebost worden. Parkeerplaatsen kunnen worden voorzien van doorgroeistenen. Ze krijgen zo een groener uiterlijk en dragen bij aan het verminderden van ‘hittestress’.

‘Groene parkeerplaatsen’ Arnemuiden helpen bij de afvoer van hemelwater en het voorkomen van ‘hittestress’. Overigens zijn de meeste tuinen in deze straat betegeld of voorzien van grind (25 maart 2022).

Het beheer van de tussenbermen van de Schroeweg kan geëxtensiveerd worden door het maaibeheer van de gazons zo aan te passen dat er minder gemaaid wordt, waardoor er spontaan bloemrijke graslanden kunnen ontstaan. Te denken valt aan een hooilandbeheer met maximaal twee maal per jaar maaien en afvoeren van het maaisel. Verkeersheuvels zijn nu veelal verhard. Aanbevolen wordt deze verharding te vervangen door een halfverharding, waarin kruiden een kans krijgen, al dan niet in combinatie met het aanbrengen van sedum (bij voorkeur streekeigen muurpeper en wit vetkruid).

40

10. Speelterreinen en sportcomplexen 10.1 Algemeen Verspreid over de stad Middelburg en de dorpen Arnemuiden, Nieuw- en Sint Joosland en Sint Laurens liggen speelterreinen met sport- en speeltoestellen, veelal in een groene omgeving met wat bomen en/of struiken, op grasachtige vegetaties, houtsnippers of (speelplaats)tegels. Binnen de gemeente Middelburg liggen de volgende sportparken: Arnemuiden, de Brigge (Sint Laurens), Kruitmolen, Nieuwland, de Sprong/CSW en Veerse Poort. Kenmerkend voor de diverse hier aanwezige sportvelden is dat ze intensief worden beheerd om een kwalitatief goede grasmat te houden. Rond de sportparken zijn hekken geplaatst en is plaatselijk randbeplanting aangebracht om enige beschutting te geven.

Sportpark Nieuwland

Sportpark Veerse Poort

Arnemuiden

Sportpark De Sprong/CSW

Sportpark de Brigge St. Laurens

Kruitmolen

(bron: Gemeente Middelburg www.obsurv.nl)

10.2 Huidige natuurwaarden Het intensieve gebruik en beheer op speelterreinen en sportcomplexen zorgt ervoor dat de natuurwaarden gering zijn. Het gaat op de velden om monotone grasvegetaties, die kort gehouden worden met een intensief maaibeheer. De aanwezige randbeplanting bestaat veelal uit inheemse bomen en struiken en hagen. Hier zijn ongetwijfeld broedvogels aanwezig, maar concrete gegevens ontbreken. Bomen en struiken bieden beschutting en voedsel aan insecten, egels en kleine marterachtigen. Boomrijen en hagen worden stellig gebruikt door vleermuizen als foerageergebied. In veel gevallen zijn sportvelden en met name de randbeplanting te beschouwen als ecologische verbindingszones. 41

Op sportcomplexen zijn de mogelijkheden om de biodiversiteit te vergroten beperkt. Hier een smalle groengordel met gevarieerde beplanting op het Sportpark Nieuwland (25 maart 2022). Het hek kan ‘vergroend’ worden.

10.3 Suggesties voor beheer en inrichting Voor generieke maatregelen met betrekking tot aanplant van bomen en struiken, maaibeheer, verbindingszones, nestkasten en bijenhotels wordt verwezen naar hoofdstuk 3. Gebruik bij aanplant of herplant van groenstroken rond de sportparken streekeigen bomen en (besdragende) struiken (zie hoofdstuk 3.2). Daarnaast is het vrij eenvoudig om de omringende hekwerken te ‘vergroenen’. Door aan één of beide zijden van het hek, bij voorkeur groenblijvende struiken, zoals klimop of liguster, aan te planten zal een ‘groene muur’ ontstaan (zie ook Bouwman 2021a). Dergelijke ‘groene muren’ kunnen een interessant biotoop voor tal van organismen vormen. Zo kunnen veel soorten zangvogels deze beplanting gebruiken om te schuilen, broeden en te foerageren. Toepassing van besdragende struiken in de randbeplanting is voor vogelsoorten als merel, koperwiek, zanglijster, en zwartkop zeker interessant. Als nectarbron kunnen bloeiende struiken waardevol zijn voor talloze soorten insecten, zoals dag- en nachtvlinders bijen en zweefvliegen. Soms kan plaatsing van een bijenhotel op een rustige plaats (vrij van vandalisme) een mogelijkheid zijn.

Atalanta en klimopbij op bloeiende klimop.

42

11.Bedrijventerreinen 11.1 Algemeen Binnen de gemeente Middelburg liggen twee grootschalige bedrijventerreinen, Arnestein (I e II, gescheiden door de spoorlijn) en Mortiere, en enkele kleinschalige bedrijventerreinen, Ramsburg, Mortiere Bachweg, Van Cittersweg en Keetweg. De laatste twee liggen bij Arnemuiden. De bedrijventerreinen kenmerken zich door een hoge mate van verstening in de vorm van bedrijfsgebouwen, installaties en gesloten verharding (wegen, parkeerterreinen). Een nieuw bedrijventerrein bij Nieuwland (‘Trekdijk’) is gepland. 11.2 Huidige natuurwaarden Groenelementen zijn vrijwel uitsluitend aanwezig in de vorm van bomen en bermen/grasstroken langs de aanwezige wegen. Het probleem bij intensief bebouwde en gebruikte bedrijventerreinen is namelijk het gebrek aan ruimte in de directe omgeving van gebouwen en installaties om groen aan te planten. Daarnaast wensen veel bedrijven de mogelijkheid open te houden om wijzigingen in de inrichting aan te brengen als de bedrijfsvoering daar om vraagt. Groenelementen vormen dan een sta in de weg. Soms bieden - met name oudere - bedrijventerreinen in ‘verwaarloosde’ overhoeken plaats aan minder algemene plantensoorten, soms onbedoeld - bijvoorbeeld via gemorste zaden - aangevoerd van elders. Op platte daken broeden geregeld scholeksters, waarvan de volwassen vogels foerageren op groenstroken en gazons.

De jonge scholeksters op de daken worden gevoerd met regenwormen en emelten. Hier en daar broeden zwarte roodstaarten op bedrijfsgebouwen.

Links: verwaarloosde hoekjes met een grote diversiteit aan planten worden steeds schaarser. De kade op de foto (Arnestein 2, 26 juni 2016) is inmiddels ‘opgeknapt’ en kaal. Rechts: zwarte roodstaarten broeden geregeld op bedrijventerreinen.

11.3 Suggesties voor beheer en inrichting Voor generieke maatregelen met betrekking tot aanplant van bomen en struiken, maaibeheer, verbindingszones, nestkasten en bijenhotels wordt verwezen naar hoofdstuk 3. 43

Het ‘vergroenen’ van bedrijven- en industrieterreinen levert veel rendement op. Het verbetert de leefomgeving, verhoogt de werkkwaliteit en gaat gepaard met meer flora en fauna (biodiversiteit). De toevoeging van groenelementen heeft onder meer de volgende voordelen: - verkoeling - opname van CO2 uit de lucht - wateropvang - vermindering hittestress - prettiger werkomgeving - positieve invloed op de biodiversiteit - vermindering fijnstof MaGRID heeft voor individuele bedrijven op een bedrijfsterrein een aantal concepten ontwikkeld die, naast het verhogen van de biodiversiteit, bijdragen aan het klimaatbestendig maken van deze terreinen. De noodzaak hiertoe vloeit voort uit klimaatverandering, met als gevolg dat (hevige) wateroverlast (vaker), droogte en hittestress, in toenemende mate zullen optreden daar waar verstening eerder regel dan uitzondering is, zoals op bedrijventerreinen. Deze concepten, eerder uitgewerkt door MaGRID (Bouwman 2021a-c) vragen niet of nauwelijks ruimte, of zijn flexibel in te zetten.

Het gaat om de aanleg van sedumdaken, al dan niet in combinatie met het plaatsen van zonnepanelen en het aanbrengen van groen aan de buitenmuren van gebouwen (‘Groen hitteschild’), het vergroenen van hekwerken (‘Groene muur’), het plaatsen van solitaire (fruit)bomen en struiken in verplaatsbare bakken (‘Flexgroen’) en het overdekken van parkeerterreinen met zonnepanelen in combinatie met een sedumdak (Groen zonparkeren). In het Geeregebied in de binnenstad is een fraai voorbeeld te zien van een begroeide gevel van een bedrijfspand.

Begroeide gevel van bedrijfspand in de Korte Geere (24 april 2022).

44

Daarnaast kan de biodiversiteit worden vergroot door de aanplant van struweel op plaatsen waar nu een grasstrook aanwezig is, het extensiveren van het maaibeheer van bermen en grasstroken (sinusmaaien!) en het creëren van vochtige laagten (wadi’s) in brede bermen. Eventueel kunnen nestkasten voor vogels en vleermuizen aan gebouwen opgehangen worden of het plaatsen van een vleermuispaalkast. Nadeel van nestkasten is dat deze onderhoud vergen en slechts tijdelijk meegaan. Het inbouwen van structurele nestgelegenheid en verblijfplaatsen in gebouwen is een meer duurzame optie. Om bedrijven te stimuleren groenelementen aan te brengen op hun terrein kan overwogen worden om een subsidieregeling in het leven te roepen en een ‘groenmakelaar’ aan te stellen, die bedrijven persoonlijk benadert om interesse te kweken. Op een enkel bedrijf, zoals bij Vitrite en Synthomer (voorheen Eastman), zijn delen van het bedrijfscomplex braakliggend. Bij Synthomer is zelfs een perceel gedeeltelijk in gebruik voor akkerbouw. Er is veel winst te behalen door deze gronden in te richten voor tijdelijke natuur. Hiermee wordt de planologische bestemming niet gewijzigd en wordt vooraf toestemming gegeven om natuur op een later tijdstip te mogen verwijderen. De gemeente Middelburg kan de aanleg van tijdelijke natuur stimuleren (zie ook: tijdelijkenatuur.nl/).

Grond in gebruik voor akkerbouw bij Synthomer (voorheen Eastman). (luchtfoto https://kaarten.zeeland.nl/map/atlasvanzeeland)

De gemeente Middelburg kan het initiatief nemen om de grasstroken die in gemeentelijk eigendom zijn te beplanten met struweel of wadi’s te creëren en tegen het hekwerk bij de gemeentewerf aan de Waldammerweg klimop te planten.

45

Grasstrook en hek bij de gemeentewerf Middelburg aan de Waldammerweg (Arnestein).

11.4 Kennisleemten Er is weinig bekend over de aanwezige natuurwaarden op de bedrijventerreinen omdat hier weinig wordt geïnventariseerd. Deels heeft dit te maken met de ontoegankelijkheid van de terreinen (‘verboden toegang voor onbevoegden’ en hekken). De voorgestelde ‘groenmakelaar’ kan de bedrijven enthousiast maken voor inventarisaties door vrijwilligers (planten, vogels, vleermuizen, insecten). Dergelijke inventarisaties kunnen ook bijdragen aan advies ‘op maat’ om biodiversiteit en klimaatbestendigheid van individuele bedrijventerreinen te vergroten.

46

12. Waterhuishouding 12.1 Algemeen Het water in de gemeente Middelburg wordt gevormd door het Kanaal door Walcheren met het Arnekanaal als zijtak, de singels en binnengrachten rond en in het oude stadscentrum van Middelburg, de singel aan de noordzijde van het oude centrum van Arnemuiden, de vanuit de Polder Walcheren naar de singels toestromende watergangen, de waterpartijen in de verschillende wijken en een deel van het Veerse Meer met enkele vertakkingen, zoals de Pietkreek. Slootoevers worden voor de doorstroming van het water doorgaans eens per jaar gemaaid (korven) waarbij het maaisel wordt afgevoerd. Natuurvriendelijke oevers worden gemiddeld één maal in de zeven jaar gemaaid. Het beheer van waterlopen en -oevers wordt bepaald en uitgevoerd in nauwe samenwerking met Waterschap Scheldestromen.

Met riet begroeide oevers van brakke watergang in Arnemuiden (25 maart 2022).

12.2 Huidige natuurwaarden Het Kanaal door Walcheren, het Arnekanaal en de binnengrachten van Middelburg staan in het noordoosten in verbinding met het zoute Veerse Meer (via de sluizen bij Veere) en in het zuidwesten (via de sluizen bij Vlissingen) met de zoute Westerschelde. Dit betekent dat de natuurwaarden van veel Middelburgse wateren gekoppeld zijn aan het zoute milieu. De steile oevers van genoemde wateren zijn voorzien van beschoeiing, bestorting en/of kademuren, waardoor oevervegetaties vrijwel ontbreken. Het zoute en brakke water vormt wel het leefgebied van vissen (zie hierna), kreeftachtigen, vogels en soms een verdwaalde zeehond. In ‘normale’ winters overwinteren er tientallen dodaarzen in deze wateren. Bij aanhoudende vorst blijft het Kanaal door Walcheren (of een deel ervan) relatief lang ijsvrij door het zoute water en de scheepvaart. Dit kanaal vormt dan een uitwijkplaats voor honderden eenden, waaronder tientallen grote zaagbekken, middelste zaagbekken en nonnetjes. 47

De Domburgsche, Sint Laurensche, Veersche en Vlissingsche Watergang wateren af op de singels en zijn, afhankelijk van kwel en neerslag, brak en tamelijk voedselrijk. Ook de watergangen zijn veelal beschoeid, hoewel in het landelijke gebied van Walcheren de laatste jaren veel natuurvriendelijke oevers zijn aangelegd. De singels hebben plaatselijk een brede rietkraag, waar diverse vogelsoorten broedgelegenheid vinden, zoals dodaars en kleine karekiet. Geregeld vissen er aalscholvers in de vest. De vest is ook het domein van broedende parkganzen en (wilde) grauwe ganzen (zie hoofdstuk 15). Langs de oevers worden ook zulte (zeeaster) en heen (zeebies) aangetroffen, indicatoren van het brakke milieu. De vijvers en waterpartijen in de wijken zijn overwegend licht brak, zelden zoet. Hier komen ondergedoken waterplanten voor als fijn hoornblad, schedefonteinkruid en zannichellia. De oevervegetatie is plaatselijk interessant, met soorten als grote kattenstaart, kleine lisdodde, grote lisdodde, selderij en de – waarschijnlijk uitgezaaide of verwilderde – ruige lathyrus (in de Erasmuswijk). In sommige nieuwbouwwijken zijn ooit ‘matten’ met diverse waterplanten aangebracht, waarbij de meeste ‘zoete’ soorten inmiddels zijn verdwenen. In licht brakke en zoete waterpartijen komen bruine en groene kikkers voor, naast kleine watersalamanders.

Op diverse plaatsen broeden dodaarzen, meerkoeten en waterhoenen. Een deel van de Middelburgse wateren is verpacht aan de Hengelsportvereniging Middelburg, die in overleg met het Waterschap Scheldestromen en de Gemeente Middelburg een actief visstandsbeheer voert. De vereniging stelt om de vijf jaar een visstandbeheerplan op, waarin aanbevelingen worden gedaan om de waterkwaliteit te verbeteren, verslag wordt gedaan van uitgevoerde maatregelen, hoeveelheden uitgezette vis en monitoringresultaten. Het laatste visstandbeheerplan dateert uit 2015. Uit het visstandonderzoek blijkt dat er twaalf verschillende vissoorten aangetroffen zijn. Blankvoorn was wat betreft aantallen de meest aangetroffen vissoort, gevolgd door karper (Slieker 2014, Wijmans & Beekman 2005). Daarnaast komen er voor vissers ‘niet interessante’ soorten voor, zoals brakwatergrondel, driedoornige stekelbaars en tiendoornige stekelbaars. De Hengelsportvereniging Middelburg is bezig om het vigerende visstandbeheerplan te actualiseren.

De vijver langs de Hans Lipperheystraat in de Magistraatwijk herbergt een grote populatie groene kikkers.

48

12.3 Suggesties voor beheer en inrichting Hoewel de mogelijkheden beperkt zijn (de binnengrachten en watergangen zitten in een nauw jasje), is het daar waar voldoende ruimte is wenselijk om de waterberging te vergroten en natuurvriendelijke oevers te creëren, met overgangen van hoog naar laag en droog naar nat. Ook valt de aanleg van wadi’s te overwegen: een combinatie van berging van hemelwater en kansen voor natuur. Voor de vitaliteit van de rietkragen langs de vesten is het wenselijk periodiek het riet te maaien, maar niet alles tegelijk. Hierbij kan een cyclus van één maal per drie jaar worden gehanteerd, waarbij steeds een derde van de rietkragen wordt gemaaid.

De Singel in Arnemuiden, met aan een zijde een natuurvriendelijke oever (25 maart 2022).

Eroderende, steile oevers, zoals hier in het Prooijenspark, zijn vrij eenvoudig te reconstrueren in een geleidelijk glooiiende, natuurvriendelijke oever (13 maart 2022).

49

12.4 Kennisleemten Er is weinig bekend van de huidige natuurwaarden van de oeverbegroeiing van de diverse singels, kanalen en watergangen.

De Veersche Watergang op de grens van de gemeenten Middelburg en Veere (13 maart 2022).

50

13. Veerse Meer en oevers 13.1 Algemeen Een deel van het Veerse Meer behoort tot de gemeente Middelburg, inclusief enkele aangrenzende kreken (Pietkreek, Vliegveldkreek, Oranjeplaatkreek), eilanden (Aardbeieneiland, Arneplaat, Bastiaan de Langplaat, Schuttepplaat) en aangeplant bos op de zuidoever. Er ligt een aantal flinke recreatieprojecten binnen dit gebied (Habour Village Het Zilveren Schor, Oranjeplaat en Waterpark Veerse Meer (in ontwikkeling). Vliegveld Midden Zeeland ligt op korte afstand van het Veerse Meer. Het water is in beheer bij Rijkswaterstaat, de eilanden bij Waterschap Scheldestromen en de bossen bij Staatsbosbeheer. De aangrenzende landbouwgronden zijn particulier bezit.

Het Middelburgse deel van het Veerse Meer en omgeving

13.2 Huidige natuurwaarden Het Veerse Meer is nog steeds een belangrijk gebied voor doortrekkende en overwinterende watervogels. De aantallen watervogels die in de laatste decennia van de 20e eeuw voorkwamen, worden tegenwoordig echter niet meer gehaald; sinds de eeuwwisseling is een halvering opgetreden. Voor de meeste vogelsoorten met een Natura 2000-instandhoudingsdoel is de trend negatief en worden de doelen niet gehaald. De afnamen kunnen deels verklaard worden door de verandering van brak naar zout (kuifeend) en de afname van zeesla (meerkoet, wilde eend), maar ook verstoring door waterrecreatie kan een rol spelen (van Straalen 2022). Het Aardbeieneiland is een van de zeer weinige gebieden waar sinds de afsluiting van het Veerse Meer ‘niets’ is gedaan en een spontane bosontwikkeling plaatsvond. De overige eilanden zijn later opgespoten als recreatie-eiland, maar hebben plaatselijk een bijzondere vegetatie, met onder andere veel orchideeën (meerdere soorten). Bijzondere moeras- en oevervegetaties worden plaatselijk ook 51

aangetroffen langs de Pietkreek en tussen Het Zilveren Schor en Oranjeplaat. Door een gericht beheer van maaien en afvoeren worden deze vegetaties door Staatsbosbeheer in stand gehouden. De in de jaren zestig en zeventig aangeplante bossen beginnen ouder te worden en worden nu gekoloniseerd door vogelsoorten van oudere bossen, zoals spechten en boomkruiper. Ook broeden er roofvogels zoals buizerd en havik. 13.3 Suggesties voor beheer en inrichting Omdat de grootste (potentiële) betekenis van het Veerse Meer voor watervogels in de winterperiode ligt, is het van belang om dan maatregelen te nemen. Zonering van waterrecreatie is daarbij een mogelijkheid. De grootste kansen liggen echter in delen van het meer buiten de gemeente Middelburg. De huidige landbouwgronden (meestal akkers) die grenzen aan de aangeplante bossen hebben nu nauwelijks natuurwaarde. Hier liggen kansen voor een flinke uitbreiding van het Zeeuwse bosareaal, in combinatie met wandel- en fietsgelegenheid. Een natuurlijk(er) bosbeheer van de ‘oude’ en aan te planten bossen, waarbij dood hout blijft liggen en wordt ingezet op veel zomen, biedt kansen voor biodiversiteit. Door bosaanplant kunnen ook ‘ecologische’ verbindingszones worden gecreëerd en verstrekt, onder andere met het Bomenbos, grote tuinen in Kleverskerke en de abelenrij langs het Kanaal door Walcheren.

Het Heggengebied Arnemuiden (in beheer bij Het Zeeuwse Landschap) toont het Walcheren van voor de inundatie in 1944: grasland met rijkbloeiende heggen van onder andere meidoorn en sleedoorn. Dit kleine natuurgebiedje (circa 4 ha) is bij een vroegere ruilverkaveling gespaard gebleven. Uitbreiding van dit type heggenlandschap richting Veerse Meer zou een waardevolle impuls geven aan zowel landschap als biodiversiteit.

Heggenreservaat van Het Zeeuwse Landschap bij Arnemuiden. Dit type gebied zou in deze omgeving uitgebreid kunnen worden (25 maart 2022).

13.4 Kennisleemten Recente, complete inventarisaties van dieren (vogels, zoogdieren, insecten) en planten van de bossen langs het Veerse Meer ontbreken. 52

14. Buitengebied: graslanden en akkers 14.1 Algemeen Buiten de bebouwde kom van Middelburg, Arnemuiden, Sint Laurens en Nieuw- en Sint Joosland bestaat het grondgebied van de gemeente Middelburg uit een tweetal grote graslandcomplexen, verspreid liggende graslandpercelen, bouwland, dijken, sloten en watergangen, wegen met bermen en bermgroen (bomen en struiken), het Veerse Meer met zijn oevers en eilanden en de Pietkreek en woningen en bedrijfsgebouwen. Ten slotte liggen er aan het Veerse Meer een aantal verblijfsrecreatiebedrijven, een jachthaven en ten zuiden van de Pietkreek het Vliegveld MiddenZeeland met bedrijfsgebouwen (zie hoofdstuk 13, Veerse Meer en oevers). 14.2 Huidige natuurwaarden De belangrijkste natuurgebieden binnen de gemeente Middelburg zijn delen van de Sint Laurense Weihoek (rond de Zandvoortweg), de Oude Veerseweg , buitenplaats Ter Hooge (zie hoofdstuk 8), het graslandgebied ten oosten van Brigdamme, een perceel bij Schellach met de in het verleden afgegraven vliedberg, de bossen en oeverstroken van het Zilveren Schor langs het Veerse Meer, de Pietkreek met omringende bossen, de eilanden Aardbeieneiland, Arneplaat en Oranjeplaat in het Veerse Meer (zie hoofdstuk 13) en de dijken rond Nieuw- en Sint Joosland en Arnemuiden. Al deze gebieden behoren tot het Natuurnetwerk Zeeland (NNZ) en zijn planologische beschermd.

Het Veerse Meer is aangewezen als Natura 2000-gebied op grond van de Europese Vogelrichtlijn.

Middelburgs deel Natuurnetwerk Zeeland (NNZ): groen is bestaande natuur en veelal in beheer bij een natuurbeschermingsorganisatie, geel is nieuwe natuur nog te verwerven, blauw is beheergebied (agrarische functie, nevenfunctie natuur) (bron: https://kaarten.zeeland.nl/map/atlasvanzeeland).

53

Verspreid liggende graslandpercelen horen veelal bij een veeteeltbedrijf of worden gebruikt als paardenweide. Het zijn intensief gebruikte percelen met een eenvormige grasmat, voornamelijk bestaand uit Engels raaigras. Het bouwland wordt over het algemeen intensief beboerd met het traditionele bouwplan van aardappelen, suikerbieten en graan. Hier en daar wordt een akkerrand ingezaaid met een bloemenmengsel. De grotere watergangen, plattelandswegen met aangrenzende sloten, bermen en bermbeplanting in het buitengebied en het water van de Pietkreek zijn in eigendom en beheer van het Waterschap Scheldestromen. Kleinere sloten tussen percelen zijn in eigendom van de aangrenzende eigenaar/eigenaren, veelal agrariërs. De meest waardevolle natuurgebieden zijn de natte graslanden van de Sint Laurense Weihoek en de Oude Veerseweg, beide in beheer bij Stichting het Zeeuwse Landschap. Het zijn met name weidevogelgebieden. Predatie door vossen wordt in het eerstgenoemde gebied beperkt door de plaatsing van een elektrisch raster. In beide gebieden pleisteren grote aantallen watervogels: eenden, ganzen en steltlopers. Deze soorten maken ook wel gebruik van regulier agrarisch gebied.

Graslandgebied bij Brigdamme.

14.3 Suggesties voor beheer en inrichting Het is wenselijk de graslandgebieden van de Sint Laurense Weihoek, de Oude Veerseweg en het Heggengebied bij Arnemuiden (zie ook hoofdstuk 13) uit te breiden. Door het vergroten van deze gebieden worden ze in ecologisch opzicht robuuster, terwijl ook de waterhuishouding verder geoptimaliseerd kan worden. De gemeentelijke eigendommen van de Cleene Hooge kunnen na inrichting als natuurgebied, waarbij het maaiveld wordt verlaagd, reliëfverschillen worden aangebracht en de waterpeilen worden verhoogd, functies vervullen als broed-, rust- en foerageergebied voor vogels.

54

Aan de oostzijde van het Kanaal door Walcheren langs de Weg van Middelburg naar Kleverskerke liggen goede potenties om een zilt graslandcomplex te realiseren. Er is sprake van kweldruk vanuit het kanaal met zoute kwel. Bij afgraven zal de kwel zich tot in het maaiveld manifesteren. Op een enkele lage plek van reeds aanwezige graslandpercelen is de zoutinvloed aan de vegetatie te zien. De oude bedding van het Kanaal door Walcheren ten noordoosten van Kleverskerke, in bezit van de gemeente Middelburg, kan als natuurgebied ontwikkeld worden. Indien het wordt bebost vormt het een ecologische verbinding met de bossen van het Zilveren Schor, het particuliere Bomenbos en de beplanting aan de oostzijde van het kanaal met grauwe abelen. Voor bosuitbreiding dient verder gedacht te worden aan locaties aansluitend aan bestaande bossen en parken, zoals Ter Hooge en de bossen langs het Veerse Meer en de Pietkreek. Uitbreiding en het creëren van nieuwe natuurgebieden verloopt middels de aanpassing van het Natuurnetwerk Zeeland, waar de Provincie Zeeland verantwoordelijk voor is.

De natte graslanden van de Sint Laurense Weihoek, omgeven door regulier agrarisch gebied (foto Pim Wolf).

55

15. Invasieve exoten en ‘ander gespuis’ 15.1 Exoten Een exoot is een plant, dier of ander organisme dat van nature niet in Nederland voorkomt. Als een soort schadelijk is voor de natuur, noemen we ze invasieve exoten. Sinds 3 augustus 2016 is er een Europees verbod op bezit, handel, kweek, transport en import van schadelijke exotische planten en dieren. De schade die invasieve exoten veroorzaken, is een Europees probleem. Om dit probleem zo effectief mogelijk aan te pakken, is een Europese verordening ontwikkeld. Hierin staan een aantal geen verboden om schade in de Europese Unie zoveel mogelijk te voorkomen. Onderdeel van de verordening is de zogenaamde ‘Unielijst’. Hierop staan soorten die al in delen van de Europese Unie voorkomen en schade toebrengen of dit in de toekomst waarschijnlijk gaan doen (https://www.nvwa.nl/onderwerpen/invasieve-exoten/unielijst-invasieve-exoten). Voor lidstaten geldt de plicht om in de natuur aanwezige populaties op te sporen en te verwijderen. En als dat niet lukt om de populatie zodanig te beheren dat verspreiding en schade zoveel mogelijk wordt voorkomen. Deze ‘plicht’ en aanbevelingen gelden uiteraard ook voor de gemeente Middelburg. 15.2 Invasieve landplanten De enige in de gemeente Middelburg voorkomen invasieve landplant die op de ‘Unielijst’ staat is de Reuzenberenklauw. Daarnaast zijn er nog twee ‘lastige’ plantensoorten.

Reuzenberenklauw (Heracleum mantegazzianum). De enorme planten concurreren lokaal met inheemse planten. Na aanraking met de huid van het sap in combinatie met zonlicht veroorzaken de planten een soort brandwonden. Bestrijding van reuzenberenklauw is lastig. Zeer frequent maaien, al dan niet in combinatie met chemische bestrijding, is vaak de enige remedie. De soort is in Nederland ingeburgerd in het begin van de 20e eeuw, heeft zich snel uitgebreid over vrijwel het hele land en komt inmiddels ook op veel plaatsen in de gemeente Middelburg voor.

Vindplaatsen van Reuzenberenklauw 2010-2022.

Reuzenberenklauw.

56

Japanse duizendknoop (Fallopia japonica) en andere Aziatische duizendknopen. Deze duizendknopen worden in Nederland tot de meest invasieve plantensoorten gerekend, maar staan niet op de Unielijst (zie 17.1). Is de Japanse duizendknoop eenmaal gevestigd, dan is hij zeer lastig weg te krijgen. Door de sterke groeikracht van deze plaagsoort worden inheemse plantensoorten verdrongen en woekeren de planten ongebreideld in plantsoenen, tuinen en natuurgebieden. Door de enorme groeikracht zijn de worstelstokken en stengels in staat om schade te veroorzaken aan gebouwen, leidingen en verhardingen (straatstenen en asfalt). Bij het verplaatsen van plantendelen kunnen elders ‘nieuwe haarden’ ontstaan (zie o.a. bestrijdingduizendknoop.nl en wur.nl/nl/artikel/japanseduizendknoop-wat-kun-je-eraan-doen.htm). Japanse duizendknoop is sinds 2010 aangetroffen op meerdere plaatsen in en rond Middelburg. Langs het fietspad nabij het Zilveren Schor wordt de bermvegetatie gedomineerd door deze soort. Het waterschap heeft enkele groeiplaatsen langs het Kanaal door Walcheren nabij Kleverskerke bestreden door deze af te dekken met plastic.

Bestrijding van Japanse duizendknoop.Kleverskerke 1 mei 2019.

Vindplaatsen van Japanse duizendknoop 2010-2022.

Alsemambrosia De Alsemambrosia (Ambrosia artemisiifolia) is een eenjarige plant, die behoort tot de composietenfamilie (Asteraceae). De plant is een invasieve exoot, oorspronkelijk afkomstig uit NoordAmerika, maar ook deze soort staat niet op de ‘Unielijst’. Het stuifmeel kan een heftige hooikoorts reactie geven, evenals bij sommigen het aanraken van de bloeiwijze. In Nederland is er laatste jaren een sterke groei van het gehalte ambrosiapollen in de lucht. De late bloei van de plant, in september en oktober, verlengt het hooikoortsseizoen met twee maanden. De eenjarige plant is een van de grootste verspreiders van pollen: per plant kan tot een miljard pollenkorrels verspreid worden. De allergische werking van het pollen kan enkele malen sterker zijn dan die van gras, de tot op heden voornaamste oorzaak van pollenallergie in Nederland. In 2011 startte de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit een campagne om de plant uit te roeien. Aangeraden wordt bij het verwijderen van de plant handschoenen aan te trekken en het loof niet in de gft-container te deponeren maar in de vuilcontainer, zodat het verbrand kan worden. Voor nadere informatie zie: www.nvwa.nl/onderwerpen/invasieve-exoten/documenten/plant/planten-in-denatuur/exoten/risicobeoordelingen/alsemambrosia.

De laatste jaren is Alsemambrosia slechts incidenteel in Middelburg aangetroffen, onder andere op bedrijventerrein Ramsburg en op een bouwterrein in Essenvelt. 57

15.3 Invasieve waterplanten Van de 22 meest invasieve waterplanten in Nederland (van Valkenburg 2019) is tot nu een beperkt aantal soorten aangetroffen in de gemeente Middelburg, maar dit aantal kan uiteraard toenemen. De meeste soorten zijn verwilderd vanuit vijvers of aquaria en kunnen plaatselijk massaal optreden en problemen veroorzaken, zoals het dichtgroeien van wateren, zuurstofloosheid, minder instraling van zonlicht et cetera. Ook hier geldt: voorkomen is beter dan genezen en het ‘in de kiem smoren’ van vestigingen wordt dan ook aanbevolen. Bij sommige soorten is dit echter erg lastig gebleken. Een kort overzicht van de tot en met 2022 in Middelburg aangetroffen ‘invasieve waterplanten’ is opgenomen in onderstaande tabel. Kort overzicht van de in 2000-2022 in Middelburg aangetroffen ‘invasieve waterplanten’. Soort

Voorkomen in de gemeente Middelburg

Breed pijlkruid – Sagitaria latifolia

Honderden in een plasje Schotelweg. Geen probleem daar.

Grote waternavel – Hydrocotyle ranunculoides

Recente populatie Nadorstweg en langs Nieuwenhovens Voetpad. Wordt soms ‘geschoond’.

Watercrassula – Crassula helmsi

Seispark bij Speelhof Hogerzael, Ter Hooge (poel noord; 2006 huidige status onbekend)

Parelvederkruid – Myriophyllum aquaticum

van Cittersweg Arnemuiden (2007), Wilgenhoekweg Sint Laurens (2015), Quarleshavenstraat Nieuwland (2018). Huidige situatie onbekend.

Smalle waterpest – Elodea nuttallii

Molenwaterpark bij Zuidisingel (2021), Seispark bij Speelhof Hogerzael (2022)

Waterteunisbloem – Ludwigia grandiflora

Langs Schroeweg (2008; huidige situatie onbekend).

Gele maskerbloem – Mimulus guttatus

Twee keer een plant in centrum Middelburg. Geen populatie.

Grote kroosvaren – Azolla filiculoides

Veel in weiden Brigdamse pad; Arnemuiden Brakenburg (2001), Geersesweg (2008), Wilgenhoekweg Sint Laurens (2007), Ter Vestelaan (2009), Quarleshavenstraat Nieuwland (2014).. Knooppunt Roode Leeuw (2011), Seispark bij Speelhof Hogerzael, (2014), Stromenpad (2016). Huidige situatie vaak onbekend.

Vindplaatsen van Grote kroosvaren 2010-2022. Grote kroosvaren

58

15.4 Invasieve vogelsoorten Rosse stekelstaart Soort van de Unielijst die verplicht bestreden moet worden. Deze soort komt niet voor binnen de gemeente Middelburg. Nijlgans De nijlgans staat pas sinds 2017 op de Unielijst, maar is al langer vrij algemeen in Nederland. De Nijlgans mag bestreden worden door houders van een geldige jachtakte met geweer en honden (geen lange honden) en vangen met gebruik van lokvogels en lokgeluiden op gronden waar zij gerechtigd zijn te jagen of andere gronden met toestemming van de grondeigenaar. In het stedelijke gebied van Middelburg aangetroffen nesten van nijlganzen krijgen dezelfde behandeling als die van grauwe ganzen en parkganzen: de eieren worden geolied (zie hierna). 15.5 Overige potentiële ‘probleemsoorten’ Grauwe gans en ‘parkgans’ De grauwe gans heeft zich sinds de jaren zeventig van de 20e eeuw opnieuw als broedvogel in Nederland gevestigd. De populatie is sterk gegroeid en telt nu 67.000111.000 paren. In Zeeland broeden tegenwoordig 3.000-5.200 paren, vooral in natuurgebieden, maar in toenemende mate ook in stedelijk gebied. De verwachting is, dat de aantallen in stedelijk gebied verder kunnen toenemen. Hier is immers aanbod aan rietoevers, voedsel in de vorm van gazons en bovenal veiligheid.

Op sommige plaatsen, zoals in Vlissingen, is nu al sprake van overlast: de ganzen vervuilen met hun uitwerpselen sportvelden, straten en stoepen, en veroorzaken soms verkeeronveilige situaties. Dit geldt zowel voor grauwe ganzen als voor ‘parkganzen’ (tamme ganzen of kruisingen met grauwe ganzen). In Vlissingen worden de ganzenpopulaties nu actief ‘beheerd’, waarbij eieren worden vernietigd en sportvelden worden afgerasterd om te voorkomen dat ganzen met hun jongen er gaan grazen. In Middelburg lijken de aantallen broedende grauwe ganzen en ‘parkganzen’ vooralsnog gering. Hier wordt de groei van de broedpopulaties van ganzen beperkt door het ‘oliën’ van de eieren. Tussen 15 februari en 1 november zijn afschot van de ‘zomerpopulatie’, alsmede het ‘behandelen’ van nesten (rapen, oliën en prikken van eieren) toegestaan (Provincie Zeeland & FBE Zeeland 2019). Zilvermeeuw en kleine mantelmeeuw Deze grote meeuwensoorten broeden van oorsprong vooral in duingebieden, maar hebben ook drooggevallen gronden en eilanden in de afgesloten zeearmen gekoloniseerd. Daarnaast zijn er kolonies op ongebruikte delen van industrieterreinen. Braakliggende delen van industrieterreinen worden steeds meer in gebruik genomen door bedrijven en als zonnepark.

Daarnaast speelt in grote delen van Zeeland het oprukken van de vos, die door predatie grote sterfte veroorzaakt onder jonge meeuwen (Meininger 2022a). Net zoals elders in Nederland is ook in Zeeland een toenemend aantal meeuwen gaan broeden op daken, zowel in stedelijk gebied als op industrieterreinen. Het fenomeen beperkt zich vooralsnog vooral tot Vlissingen en Goes, maar ook in Middelburg zijn de laatste jaren al enkele broedgevallen bekend van Zilvermeeuwen op daken. Broedende ‘grote meeuwen’ in stedelijk gebied veroorzaken vaak overlast door uitwerpselen en voedselresten, maar met name door hun luidruchtige aanwezigheid en – soms – het aanvallen van mensen. Het is in ieder geval aan te bevelen om de vestiging van meeuwen op daken in stedelijk gebied ‘in de kiem’ te smoren. Zie Arts & Janse (2021) voor een visie op het beheer van meeuwenpopulaties in het Deltagebied. Visdief Ook visdieven kunnen zich vestigen in stedelijk gebied en daar veel overlast veroorzaken. Dit is op Walcheren nog niet aan de orde, maar speelt in Zeeland met name in Terneuzen. Zie het rapport 59

‘Visdieven in Terneuzen: knelpunten en kansen’ (Meininger 2022b) voor een overzicht van de daar (mogelijk) te nemen en genomen maatregelen om overlast te voorkomen.

60

16. Communicatie en participatie Op verschillende plaatsen in dit rapport is aandacht gevraagd voor het informeren, voorlichten en betrekken van bewoners, bedrijven en andere betrokkenen bij het bevorderen van de biodiversiteit binnen de gemeente Middelburg. Veranderingen in de leefomgeving of het aanpassen van een beheer wat men gewoon is, roept veelal reacties op. Het kappen van bomen, vanwege de veiligheid, het niet meer planten van tulpenbollen of het verwijderen van de bloemboten (zie krantenartikel in De Bode) zal ongetwijfeld leiden tot, soms wel heftige, reacties van bewoners en andere betrokken burgers. Kortom, communicatie over wat je als gemeente wil, van plan bent en gaat doen, daar moet je over in gesprek gaan met je omgeving.

Artikel op de pagina van de gemeente Middelburg in De Bode van 13 april 2022.

Daarnaast wil je als gemeente dat je inwoners zich actief opstellen in het streven om de biodiversiteit te vergroten, ofwel participatie, een directe betrokkenheid van je bewoners en anderen in je streven. Communicatie en participatie, sleutelbegrippen om je ideeën en plannen op het gebied van biodiversiteit onder de aandacht te brengen en om daar draagvlak voor te vinden. De gemeente Middelburg heeft een actieve afdeling Communicatie, die via verschillende gremia probeert de boodschappen over beleid en beheer over te brengen en bewoners en andere betrokken te enthousiasmeren. Vergroten van de biodiversiteit binnen de gemeente Middelburg vraagt veel inspanning op het gebied van communicatie en energie op de het stimuleren van de participatie. Bevorder dat bewoners accepteren dat de boomspiegels niet meer worden onderhouden door de gemeente, maar dat ze zelf het beheer overnemen en dat daarmee de spiegels een fleuriger aanzien krijgen. Nu al kunnen bewoners ook zelf hulp aanbieden bij het beheer. Ze krijgen daarvoor een vergoeding ('Right to 61

Challenge'). Bijvoorbeeld in de Bomenbuurt (Griffioen) wordt het onderhoud van het groen door de bewoners zelf gedaan. Hierbij is wel van belang dat er aandacht is voor biodiversiteit, en niet alle ‘onkruid’ alsnog wordt weggeschoffeld. Stimuleer dat tegels in tuinen en bij de gevel worden verwijderd ten gunste van groen, zorg dat extra bomen en struiken worden geplant. Vraag aandacht voor de aanleg van een sedumdak en laat bedrijven hun imago opkrikken door te investeren in natuur. Maar vraag ook om samen na te denken over hoe we samen de biodiversiteit in onze omgeving kunnen vergroten en beloon frisse ideeën op dat gebied met subsidie of personele ondersteuning. Stimuleer het nadenken middels communicatie via wijktafels en wijkverenigingen. Kortom: werk aan de winkel en vier je successen!

62

17. Literatuur Arts F.A. & Janse W.M. 2021. Meeuwenvisie Zuidwestelijke Delta. Rapportnr. 2021-07. Deltamilieu Projecten, Vlissingen. zmf.nl/wp-content/uploads/sites/10/2021/12/Meeuwenvisie-Zuidwestelijke-Delta-2021.pdf Bouwman B. 2021a. Flexgroen tegen hittestress. Memo. MaGRID, Middelburg. Bouwman B. 2021b. Groene muur. Memo. MaGRID, Middelburg. Bouwman B. 2021c. Groen hitteschild. Memo. MaGRID, Middelburg. Bouwman B. 2021d. Groen zonparkeren. Memo. MaGRID, Middelburg. de Bruin R., Dingemanse W., Kole B., Lancel R., Meulmeester P., Veroude M, de Vlieger B., Winne D. 2021. Mogelijke toekomstbeelden 2050. Strategisch beraad 9 november 2021. Projectgroep Omgevingsvisie. Presentatie, gemeente Middelburg. Denters T. 2020. Stadsflora van de Lage Landen. Fontaine, Amsterdam. Denters T. 2021. Muurplantvriendelijke mortelkeuze. Bevindingen (o.a. Houthaven Proefmuur). Memo Ingenieursbureau Amsterdam. Denters T., Menting G. & van Wijngaarden W. 2018. Planten van het stedelijk gebied. p. 113-124 in: Meininger P.L. (redactie). Flora Zeelandica. Verspreiding van wilde planten in het Zeeuwse landschap in heden en verleden. FLORON, Nijmegen. Denters T., Verheul R. & Kuipers G. 2019. Ontwikkeling groene kademuren Houthaven Amsterdam. Rapport. Copijn Tuin- en landschapsarchitecten, sine loco. Gemeentewerken Middelburg 1981. Natuur in Middelburg.

Een onderzoek naar natuurwaarden in de binnenstad. Rapport. Gemeentewerken Middelburg, Bureau Plantsoenen, Middelburg. Gemeente Middelburg 2010. Kwaliteitsatlas. Middelburg. Gemeente Middelburg 2016. Groenbeleidsplan 2016–2026. Middelburg. Gemeente Middelburg 2020. Beleidsnotitie Bescherming bomen in Middelburg. Rapport, Middelburg. middelburg.nl/_flysystem/media/beleidsnotitie-bescherming-bomen-in-middelburg-met-bijlagen.pdf. Goulson D. 2021. Stille aarde. Hoe we de insecten van de ondergang kunnen redden. Atlas Contact, Amsterdam / Antwerpen. de Laak G.A.J. 2020. Visserijkundig onderzoek Oude Gat in Arnemuiden, 2020. Sportvisserij Nederland, Bilthoven in opdracht van Hengelsportvereniging Middelburg. Maes B. 2006. Kademuren van Middelburg. inventarisatie van de muurbegroeiing en advies inzake beheer en behoud. Rapport. Ecologisch Adviesbureau Maes, Utrecht. Maes B. (red.) 2013. Inheemse bomen en struiken in Nederland en Vlaanderen. Herkenning, verspreiding, geschiedenis en gebruik. Derde druk. Boom, Amsterdam. Maes B. 2017. Databank autochtone bomen en struiken. Ecologisch Adviesbureau Maes, Utrecht. Maes N.C.M. 1996. Inventarisatie van autochtoon genenmateriaal van houtige gewassen in Zeeland. Rapport Ministerie LNV/DLG. Goes. Maes N.C.M. & Rövekamp C.J.A. 1995. Genetische kwaliteit inheemse bomen en struiken.

Deelproject: Inventarisatie inheems genenmateriaal in het zeekleigebied van Zeeland en aangrenzende gebieden. Rapport. LNV Directie Zuid-West, Dienst Landinrichting en Beheer Landbouwgronden in Zeeland. Sine loco. Meininger P.L. (redactie) 2018. Flora Zeelandica. Verspreiding van planten in het Zeeuwse landschap in heden en verleden. FLORON, Nijmegen. Meininger P.L. (redactie) 2022a. Avifauna Zeelandica. Vogels, vogelaars en vogelonderzoek in Zeeland. Sovon, Nijmegen.

63

Meininger P.L. 2022b. Visdieven in en om Terneuzen: knelpunten en kansen. Rapport. MaGRID, Vlissingen. terneuzen.nl/Inwoners_Terneuzen/Wonen/Kernen_en_Wijken/Visdiefjes/Visdieven_in_en_om_Terneuzen.pdf Poppe W. 2019. Uitwerking werkwijze natuurbescherming & inventarisatie soortbescherming in de gemeente Middelburg. Rapport. Gemeente Middelburg, Middelburg. Provincie Zeeland & FBE Zeeland 2019. Ganzen in Zeeland. Stand van zaken na drie jaar Zeeuws Ganzenakkoord. Rapport. Provincie Zeeland, Middelburg. Provincie Zeeland 2022. Actieplan behoud Zeeuwse soorten. Provincie Zeeland, Middelburg. Roest E. & Suylen L. (redactie) 2010. Kwaliteitsatlas (Vastgesteld door de gemeenteraad van Middelburg op 18 januari 2010). Gemeente Middelburg, Middelburg. middelburg.nl/_flysystem/media/kwaliteitsatlas.pdf Slieker H.B. 2014. Visstandbeheerplan Wateren HSV Middelburg 2015-2020. Rapport. Hengelsportvereniging Middelburg, Middelburg. Smallegange P.J. 1999. De bolwerken van Middelburg. Rapport. Stichting Vrienden van Middelburg. Sparrius L.B., Odé B. & Beringen R. 2014. Basisrapport Rode Lijst Vaatplanten 2012 volgens Nederlandse en IUCN-criteria. FLORON Rapport 57. FLORON, Nijmegen. Springer T. 2022. Amsterdamse gedragscode flora & fauna Aanvullende voorwaarden op de Gedragscode soortbescherming voor gemeenten. Ingenieursbureau Gemeente Amsterdam, Amsterdam. Stadswerk 2020.

Gedragscode soortbescherming gemeenten. Koninklijke Vereniging Stadswerk Nederland, Ede. Stikvoort E.C, van Wijngaarden W. & Meininger P.L. 2017. Bostulpen in Zeeland; heden en verleden. Basisdocument. FLORON district 17 (Zeeland), Goes. van Straalen K.D. 2022. Het Veerse Meer: de teloorgang van een vogelrijk gebied. In: Meininger P.L. (redactie). Avifauna Zeelandica. Vogels, vogelaars en vogelonderzoek in Zeeland, p. 221-226. Sovon, Nijmegen. van Valkenburg J.L.C.H. (redactie) 2019. Invasieve waterplanten in Nederland. Veldgids (4e editie). Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, Utrecht. Verhoeff P. 1999. De stadswallen van Middelburg. Rapport. Stichting Vrienden van Middelburg. Vreugdenhil S.J. , Limpens H.J.G.A., A.J.H.M. A.J.H.M. & Dekker J.J.A. 2014. Vleermuistorens en -kasten: kans of bedreiging voor vleermuisbescherming? De Levende Natuur 115: 205-207. Walhout J.M. 2007. Broedvogelinventarisatie Middelburg 2007. Rapport. Gemeente Middelburg, Middelburg. Walhout J.M. 2008. Broedvogelinventarisatie Middelburg 2008. Rapport. Gemeente Middelburg, Middelburg. Walhout J.M. 2009. Broedvogelinventarisatie Middelburg 2009. Rapport. Gemeente Middelburg, Middelburg. Weerdenburg Huisvesting Consultants 2017. Onderhoud gebouwen, civieltechnische kunstwerken, kademuren en glooiingen Gemeente Middelburg. Rapport. Weerdenburg Huisvesting Consultants, ‘s-Hertogenbosch.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11833672/1